CConstaterende datWestland
Koppel je AI →
Document · PDF

12) Voorstel en besluit Verordening Riool- en Waterzorgheffing Westland 2023 GETEKEND

Gemeenteraad 7 december 2022, gemeente WestlandBij agendapunt: Voorstel tot vaststelling van de Verordening Riool- en Waterzorgheffing Westland 20233.661 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

[2 WESTLAND

RAADSVOORSTEL

ONDERWERP

Verordening Riool- en Waterzorgheffing Westland 2023.

AANLEIDING

Inleiding/aanleiding De Wet gemeentelijke watertaken regelt onder meer de ‘verbrede’ rioolheffing. Gemeenten hebben de wetteliike zorgplicht voor stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater. Om dezezorgplichten te bekostigen heeft de gemeentede verbrede rioolheffing ingevoerd. De verbrede rioolheffing is gebaseerd opartikel 228a van de Gemeentewet. Het karakter van de rioolheffing is een bestemmingsheffing waarmee kosten kunnen wordenverhaald om collectieve maatregelen te treffen die de gemeente noodzakelijk acht voor een doelmatig werkende riolering en overige maatregelen ten aanzien van hemelwater en grondwater. Sinds 2022 vervangt De Verordening Riool- en Waterzorgheffing vervangt de oude Verordening Rioolheffing. De huidige naam ’Rioolheffing’ dekt niet meer de lading. Het schept een beeld van een belasting voor een buizenstelsel. Gemeenten moeten maatregelen nemen om wateroverlast en -schade te voorkomen. ledereen heeft daar profijt van. De opbrengstvande riool- en waterzorgheffing mag alleen worden benut voor de dekking van de kosten die verband houden met de aanleg, instandhouding en onderhoud van het gemeentelijke rioolstelsel alsmede het treffen van maatregelen betreffende afvalwater, hemelwater en grondwater.

e Bij de vaststelling van de gebruikerstarieven van percelen die in hoofdzaak tot woning dienen wordt rekening gehouden metde differentiatie één-, twee- en meerpersoonshuishoudens. Indien er geen feitelijk gebruiker is aan te wijzen, is het (laagste) tarief van een eenpersoonshuishouden van toepassing. Daarnaastis er ook een tarief voor percelen die niet in hoofdzaak tot woning dienen, Zoals bedrijven en instellingen. e De eigenarentarieven worden gebaseerd op de WOZ-waarde van de onroerende zaak. Onderscheid is gemaakt tussen een tarief voor woningen en een tarief voor niet-woningen. De eigenarentarieven worden berekend naar een percentage van de waarde van de onroerende zaak. Het maximum aanslagbedrag bedraagt € 25.000 per perceel.

DOELSTELLING

De doelstellingen zijn: e het voeren van een kostendekkend beleid ten aanzien van de rioolheffing. Hierbij mogen de geraamde baten niet hogerzijn dan de geraamde lasten. En eventuele tekorten, opbrengsten uit de ri-

ji= WESTLAND

oolheffing en gespaarde gelden als gevolg van uitgestelde werkzaamheden worden ondergebrachtin de voorziening artikel 44 lid:2 BBV riolering. e de geraamde opbrengstte realiseren doorde tarieven rioolheffing met 2,4% te verhogen en een compensatie te bieden voor de waardeontwikkeling voor de tarieven rioolheffing eigenaren. ARGUMENTATIE

1. Om de meeropbrengstrioolheffing 2023 van 2,4% ten opzichte van 2022 te realiseren, worden de tarieven verhoogd, behoudens een aanpassing als gevolg van de waardeontwikkeling. Op basis van de door de gemeente uitgevoerde marktanalyse wordt voor de woningen uitgegaan van een stijging van 15%. Voor de niet-woningen wordt uitgegaan van eenstijging van 3,5%. De waarde van de onroerende zaak per 1 januari 2023 wordt bepaald naar de waardepeildatum 1 januari 2022. Om de gemiddelde waardestijging niet van invloedte laten zijn op de opbrengst vande rioolheffing (eigenaren woningen), wordt voorgesteld hettarief van de rioolheffing eigenaren woningen met (ongeveer) hetzelfde percentage te verlagen. Detarieven voor het gebruikersdeel zijn deelbaar door 12, in verband met de heffing per maand. |Gemiddelde waardeontwikkeling' VeyaatYE tl ge[-)

%

Woningen

15,0%

Niet-woningen

3,5%

Berekening tarief rioolheffing (eigenaren):

Tarieven exclusief waardeontwikkeling

Waardeontwikkeling woningen (WOZ):

15,00%

betekent een correctie van hettarief met:

-13,04%

Waardeontwikkeling niet-woningen (WOZ)

3,50%

betekent een correctie van het tarief met:

-3,38%

Tarieven inclusief waardeontwikkeling

Verhoging tarief conform begroting 2023

0,01

2,40%

0,00041

Nieuw tarief 2023 niet afgerond

0,017:

Nieuwtarief 2023

0,017

Na de eerste begrotingswijziging 2023 ziet het kostenoverzicht er als volgtuit: Rioolheffing

Begroting 2023 Baten

ETSCha

7.2 Kosten taakveld Riolering incl. (omslag)rente

9.838.300

7.2 Dotatie vervangingsinvestering, artikel 44lid 1

2.100.000

2.1 Verkeer en vervoer

346.800

2.4 Economische havens en waterwegen

1.089.600

Netto kosten taakveld

13.375.100

Toe te rekenen kosten: .4 Overhead incl. (omslagrente)

1.477.500

Btw

1.389.600

Opbrengstheffingen: 7.2 Riolering (plus areaaluitbreiding)

16.022.400

6.3 Inkomstenregeling (kwijtschelding)

-218.000

Totaalrioolheffing

15.804.400

16.242.300

Dekkingspercentage voor mutatie voorziening Onttrekking voorziening artikel 44lid 2

97,3% 437.900

Dekkingspercentage 2023

100,0%

Dekkingspercentage 2022

100,0%

Toelichting rioolheffing: e De kosten, die toegerekend worden vanuit taakveld 2.1 Verkeer en vervoer, zijn de kosten van straa-

treiniging en een gedeelte m.b.t. watertaken, onderdeel duikers. Destraatreiniging wordt door de gemeente uitgevoerd met het oog op het functioneren vanderiolering, verkeerd aanbieden van afval en de verkeersveiligheid. Een exacte verdeling over de onderdelen is niet te bepalen. Wij schatten in dat 15% van de kosten van de straatreiniging betrekking heeft op de riolering. De kosten voor de duikers worden voor 100% toegerekend aan deriolering; De kosten, die toegerekend worden vanuit taakveld 2.4 Economische havens en waterwegen betreffen de kosten van de watertaken. Deze kosten worden voor 70% toegerekend aan de riolering. De overige 30% wordt gezien als kosten voor de vaarroutes; Beheerkader Afvalwater, hemelwater en grondwater 2018-2022: in het (verbreed) gemeentelijk rioleringsplan (vGRP)plannen wede uitvoeringsmaatregelen als renovaties en vervangingsinvesteringen van het gehele rioleringsstelsel. Daarnaast is er aandacht voor de gezamenlijke en integrale inzet van exploitatiegelden voor het onderhoudvan het gehele (afval-) watersysteem. De gemeente Westland investeert met aanzienlijke bedragen in beheer en onderhoud, vervanging, systeemoptimalisatie en het op orde houden van het watersysteem enhet rioolstelsel. De kosten worden hoofdzakelijk gefinancierd uit de rioolheffing. De tariefstructuur rioolheffing bestaat uit een eigenarenheffing en gebruikersheffing.

Deze tariefstructuur blijft gehandhaafd. Er is gewerkt aan het opstellen van een Water- en Rioleringsplan 2023-2027 (WRP). Dit zal na vaststelling door de raad het BeheerkaderAfvalwater, hemelwater en grondwater vervangen. Dit zal gevolgen hebben voorhet takenpakket dat onder de verbrede rioolheffing valt; Voorziening toekomstige rioolvervangingsinvesteringen (Voorziening artikel 44 lid 1d BBV): in het tarief mogen spaarbedragen voor toekomstige vervangingsinvesteringen worden meegenomen. Deze worden als last genomenin de exploitatie en toegevoegd aan de voorziening. De voorziening toekomstige rioolvervangingsinvesteringen bedraagt op 1 januari 2022 € 4,8 miljoen. In 2023 bedraagt de

Peas ee

storting € 2,1 miljoen en zal € 1,7 mln. geinvesteerd worden; e Voorziening artikel 44 lid 2: opbrengsten uit de rioolheffing en gespaarde gelden als gevolg van uitgestelde werkzaamheden moeten uitsluitend én blijvend voor het rioleringsdoel worden bestemd en worden ondergebracht in een voorziening. Eventuele tekorten worden onttrokken aan de voorziening Riolering. De voorziening Riolering bedraagt op 1 januari 2022 € 10 miljoen. De raad heeft vastgesteld dat de toegerekende kosten voor de watertaken gecompenseerd worden dooreen dotatie aan

de Voorziening artikel 44 lid 2 (vanuit de algemene middelen). De kosten voor de watertaken(incl. overhead en btw) bedragen in 2023 € 1,6 miljoen. In het Beheerkader Afvalwater, Hemelwater en grondwater is opgenomen datvoor de hoogte van de gemeentelijke tarieven jaarlijks een tariefstijging wordt voorgesteld van 4%. Voorgesteld wordt om detarieven in 2023 te verhogen metde inflatiecorrectie van 2,4% De verwachte meeropbrengst 2022 als gevolg van de invoering van de Verordening Riool- en Waterzorgheffing Westland 2022 werkt structureel door en rechtvaardigt een kleinere tariefstijging. Dit is nader toegelicht bij de Prorap 2022. \Controleerbare toedeling|

Omdat de belasting zowel van de eigenaren als de gebruikers wordt geheven moet op controleerbare wijze worden vastgelegd welke uitgaven in welke mate door het eigenarendeel, en in welke mate door het gebruikersdeel, worden gedekt. Dezeeis van de Hoge Raadlijkt met name te moeten waarborgen dat dezelfde kosten niet twee keer in rekening worden gebracht. De opbrengst van eigenaren van woningen en niet-woningen bedraagt € 5,71 min. De opbrengst van gebruikers van woningenen niet-woningen bedraagt € 10,10 min. Hierop is de kwijtschelding reeds in mindering gebracht. Hieruit blijkt dat 35,1% van de kosten wordt toegerekend aan de eigenaren en 62,1% aan de gebruikers. Het restant van de kosten (2,7%) wordt onttrokken aan (gedekt vanuit) de "Voorziening riolering". 2. Tekorten kunnen worden onttrokken aan de Voorzieningriolering. De kosten en opbrengstenin de gemeentelijke begroting worden tegen gelijkblijvend prijspeil geraamd. Datwil zeggen datde inflatiecorrectie vanaf 2023 niet in de hierna weergegeven cijfers is meegenomen. Samenvattend zien de opbrengsten van de rioolheffing en de kosten van de riolering er in meerjarenperspectief als volgtuit: Rioolheffing (bedragen in €)

YAY)

yA}

2025

2026

2.257.500

2.307.500

2.357.500

2.407.500

Opbrengst Eigenaren niet-woningen Gebruikers niet woningen

1.249.200

1.299.200

1.349.200

1.399.200

Eigenaren woningen

3.450.100

3.475.100

3.500.100

3.525.100

Gebruikers woningen

9.065.600

9.165.600

9.265.600

9.365.600

Opbrengstrioolheffing

16.022.400

16.247.400

16.472.400

16.697.400

-218.000

-218.000

-218.000

-218.000

15.804.400

16.029.400

16.254.400

16.479.400

Taakveld 7.2 Riolering

9.838.700

10.150.700

10.327.300

10.268.500 2.700.000

Kwijtschelding Opbrengstna kwijtschelding Kosten

Dotatie voorziening artikel 44 lid 1d

2.100.000

2.700.000

2.700.000

Taakveld 2.1 Verkeer en vervoer

346.800

345.400

345.400

345.400

Taakveld 2.4 Economische havens

1.089.600

1.199.400

1.289.000

1.383.300

en waterwegen

Overhead

1.477.600

1.477.600

1.477.600

1.477.600

Btw

1.389.700

1.640.500

1.639.000

1.615.100

Totaal kosten

16.242.300

17.513.500

17.778.200

17.789.800

437.900

1.484.100

1.523.800

1.310.400

Saldo onttrekking voorziening 44 lid 2

3. De VNG heeft de modelverordeningen Rioolheffing in 2022 aangepast. De Verordening Riool- en Waterzorgheffing vervangt sinds 2022 de oude Verordening Rioolheffing. De naam ’Rioolheffing’ dekt niet meer de lading. Het schept een beeld van een belasting voor een buizenstelsel. Bij belastingplichtigen die daar niet op zijn aangesloten roept dat weerstand op. De gemeentelijke watertaken omvatten een breed palet. Zorgplichten voor afval-, hemel- en grondwater hebben een centrale plaats in de

ordening van de publieke ruimte. Gemeenten moeten maatregelen nemen om wateroverlast en -schade te voorkomen. Denk aan het onderhoud van bermen en slootkanten om overtollig water af te voeren, zodat er

over een droge weg kan wordengereden. ledereen heeft daarprofijt van. Vanwegede wettelijke aanduiding wordt in de Verordening nog gesproken van "rioolheffing", dit is ook juridisch de enige toegestane benaming (artikel 228a Gemeentewet). Het verhaal van kosten via de rioolheffing omvat echter veel meerdan de kosten van riolering.

RISICO’S EN KANTTEKENINGEN

1. In de berekening van de tarieven is uitgegaan van de stand van de herwaardering van 7 november 2022. De bovengenoemde percentages met betrekking tot de waardedaling zijn vastgesteld op basis van de huidige stand van de herwaardering, modelwaarden en uitgevoerde marktanalyse. We streven er naar eind januari 2023 de herwaardering af te ronden en met dagtekening 24 februari 2023 meer dan 95% van de WOZbeschikkingen te verzenden. 2. Het vaststellen van de tarieven van derioolheffing in een vroegtijdig stadium, kan een financieelrisico inhouden. De opbrengst is conform de begroting 2023 (inclusief wijziging). Bij de voorgestelde tariefstelling is rekening gehouden metde effecten van de jaarlijkse herwaardering in Westland. Het vaststellen van de tarieven rioolheffing eigenaren vodrdat de WOZ-herwaardering volledig is afgerond, kan een financieel risico inhouden. Blijkt immers dat de gemiddelde WOZ-waarde lager is dan nu wordt geprognotiseerd, dan worden de tarieven rioolheffing eigenaren op eente laag niveau vastgesteld. De in de gemeentebegroting voor 2023 opgenomen opbrengstrioolheffing zal dan niet worden gehaald. Hettarief mag achteraf niet naar boven worden bijgesteld. 3. De stijging van de woonlasten in 2023 bedraagt 0,50%. Destijging van de woonlasten bedraagt 0,50%.

Dit geldt voor eigenaren/gebruikers van woningen in een eigen woning met een gemiddelde WOZ-waarde en een (gemiddelde) waardestijging van 15%. De woonlasten voor gebruikers van woningen (huurders) dalen met 0,69%. In-2019 is de macronorm voorde laatste keer toegepast. Dit is een norm voor de totale opbrengsten OZBin Nederland. Het Rijk en de VNG hebben afgesproken dat de macronorm verdwijnt. Daarvoor in de plaats komt een benchmark, waarin de OZB, de riool- en waterzorgheffing en afvalstoffenheffing worden vergeleken. Het resultaat van de benchmark komt in de COELO-atlas die in maart 2023 uitkomt.

NISSENWESTLAND

4. Op grond van de lagere kosten en lagere opbrengstenrioolheffing is een wijziging van de begroting 2023 noodzakelijk. Op basis van dit voorstel tot wijziging van hettarief wordt tevens een hieruit voortvioeiende begrotingswijziging voorbereid.

FINANCIEN

Conform (meerjaren)begroting.

COMMUNICATIE Bekendmaking in elektronisch gemeenteblad en opinternet.

(EXTERN) OVERLEG EN MEDE-ADVIES

Uitsluitend intern.

VERVOLG TRAJECT

Publicatie.

Burgemeester en wethouders van Westland,

de secretaris

A.C.Spindler

de burgemeester,

\2 WESTLAND

RAADSBESLUIT De raad van de gemeente Westland;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 15 november 2022; gelet op het bepaalde in artikel 228a van de Gemeentewet,

gehoord de beraadslagingenin de vergadering van de commissie Bestuur, Economie van 24 november 2022;

besluit: vastte stellen de volgende:

Verordening op deheffing en de invordering van riool- en waterzorgHEFFING Westland 2023.

Artikel 1.

Aard van debelasting

Onderde naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeenteverbonden zijn aan:

a.

deinzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk

afvalwater; en b.

deinzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater, alsmede hettreffen van

maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken.

Artikel 2. 1.

Belastbaarfeit en belastingplicht

De belasting wordt geheven van:

a. de persoondie bij het begin van het belastingjaar van een perceel het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, verder te noemen: eigenarendeel; en b. de persoon die een perceel al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt, verder te

noemen: gebruikersdeel. 2.

Voorhet eigenarendeel wordt, als het perceel een onroerende zaakis, als genothebbendekrachtens eigendom, bezit

of beperkt recht aangemerkt de persoondie bij het begin van het belastingjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat deze persoon opdattijdstip geen genothebbendekrachtens eigendom, bezit of beperkt rechtis.

3.

Voor het gebruikersdeel wordt:

a. gebruik van een perceel door de leden van een huishouden aangemerktals gebruik doorhet doordein artikel 231, tweedelid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar aangewezen lid van dat huishouden;

b. gebruik door een persoon aan wie een deel van een perceelin gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door de persoondie dat deel in gebruik heeft gegeven;

c. het ter beschikking stellen van een perceelvoor volgtijdig gebruik aangemerktals gebruik door de persoon die dat perceel ter beschikking heeft gesteld. Artikel 3

Voorwerpvan de belasting

1.

Voorwerp van de belasting is een perceel.

2.

Als perceel wordt aangemerkt:

a. de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken; b. de roerende zaak, welke duurzaam aaneen plaats gebondenis;

c. een gedeelte van eenin onderdeel b bedoelde roerende zaak datblijkens zijn indeling is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt; d. een samenstel van tweeof meerin onderdeel b bedoelde roerende zaken of in onderdeel c bedoelde gedeelten daarvan

die bij dezelfde persoon in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren; e. het binnen de gemeente gelegen deel van de in onderdeel b bedoelde roerende zaak, van een in onderdeel c bedoeld gedeelte daarvan of van een in onderdeel d bedoeld samenstel. Artikel 4. 1.

Vrijstellingen

De belasting wordt niet geheven van een perceel dat uitsluitend bestaatuit:

a. openbare land- en waterwegen en banen voor openbaar vervoerperrail, een en ander met inbegrip van kunstwerken; b. waterverdedigings- en waterbeheersingswerken die worden beheerd doororganen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen;

c. werken die zijn bestemd voor de Zuivering van riool- en ander afvalwater en die worden beheerd doororganen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen. 2.

In afwijking van artikel 2, eerste lid onder b, wordt geen rioolheffing gebruikersdeel geheven voor onroerende za-

ken met een WOZ-waardetot € 50.000. Artikel 5 1.

Maatstaf van heffing

De belasting als bedoeldin artikel 2, eerste lid, onderdeel a, wordt geheven naar de waarde in het economische verkeer

van het perceel. 2.

Als het perceel een onroerende zaakis, is de waarde in het economische verkeer de op de voet van hoofdstuk IV

van de Wet waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde zoals deze voor hetin artikel 7 bedoelde kalenderjaar geldt. 3.

Als voor het perceel geen waarde opde voetvan hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zakenis vastgesteld,

wordt de heffingsmaatstaf van dat perceel bepaald met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweedelid, van de Wet waardering onroerende zaken.

4.

In afwijking van de voorgaande leden wordt de belasting geheven naar een vast bedrag als de waarde van hetperceel

geheel buiten aanmerking is gelaten op grond van de Uitvoeringsregeling uitgezonderde objecten Wet waardering onroerende zaken. 5.

De belasting als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, wordt geheven naar het aantal personen dat van het

perceel gebruik maakt. Artikel 6 1.

Belastingtarieven

Voor de toepassing van dit artikel dient een perceel in hoofdzaak tot woning als de heffingsmaatstaf voor dat perceelin

hoofdzaak kan worden toegerekend aan delen die dienen tot woning dan wel volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden. 2.

Het tarief van de belasting bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, bedraagt een percentage van de heffingsmaat-

staf. Het percentage bedraagt voor: a. een perceel dat in hoofdzaak tot woning dient

0,0175%;

b. een perceel dat niet in hoofdzaak tot woning dient 0,0433%; met dien verstandedat per perceel niet meer dan € 25.000,00 wordt geheven.

3.

Het tarief van het eigenarendeel voor een perceel bedoeld in artikel 5, vierde lid, bedraagt € 219,12.

4.

De belasting als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, bedraagt per belastingjaar bij een perceel dat in hoofdzaak

tot woning dient: 5.

€ 172,92.

De belasting als bedoeld in het derde lid, bedraagt, indien het perceel op 1 januari of, indien de belastingplicht

later

aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht,

6.

a. wordt gebruikt door 6én persoon

€ 172,92;

b. wordt gebruikt door twee personen

€ 195,24;

c. wordt gebruikt door drie personen of meer

€ 217,68.

De belasting als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, bedraagt per belastingjaar bij een perceel dat niet in

hoofdzaak tot woning dient 7.

€ 224,28.

Voor de toepassing van het derdelid is beslissend de gebruikssituatie op 1 januari van het belastingjaar of, wanneer

de belastingplicht later aanvangt, de gebruikssituatie bij aanvang van de belastingplicht. 8.

Voor de vaststelling van de gebruikssituatie ten aanzien van een particulier huishoudenis beslissend wat ter zake in

de Basisregistratie Personen (BRP)is geregistreerd, tenzij blijkt dat de gebruikssituatie andersis. Artikel 7

Belastingjaar

Hetbelastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 8

Wijze van heffing

De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel 9 1.

Ontstaan van de belastingschuld en heffing naartijdsgelang

De belasting als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo

dit later is, bij de aanvang van debelastingplicht. 2.

Indien de belastingplicht voor het perceel voor het gebruikersdeel in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de

belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde gebruikersdeelals erin datjaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog kalendermaanden overblijven. Hetvijfde lid is van overeenkomstige toepassing. 3.

Indien de belastingplicht voor het perceel voor het gebruikersdeel in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat

aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde gebruikersdeel als er in dat

jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Het zesde lid is van overeenkomstige toepassing. 4.

Bij de aanvang vande belastingplicht voor het gebruikersdeel op de eerste van een kalendermaand is over die maand

de volle belasting verschuldigd. Bij aanvang op eenlatertijdstip wordt over de lopende kalendermaand geenbelasting geheven.

5.

Bij beéindiging van de belastingplicht voor het gebruikersdeel na de eerste van een kalendermaandis over die maand

de volle belasting verschuldigd. 6.

Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien een belastingplichtige natuurlijke persoon een perceelin ge-

bruik heeft dat in hoofdzaak tot woning dient, binnen de gemeente verhuist en aldaar een anderperceel dat in hoofdzaak tot woning dient, in gebruik neemt. Artikel 10 1.

Termijnen en wijze van betaling

In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen wordenbetaald in twee

gelijke termijnen, waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van hetaanslagbiljet is vermeld, en de tweedetermijn 6én maand later. 2.

In afwijking van heteerstelid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, ofals

het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, € 100,00 of meer bedraagt, maar minderofgelijk is aan € 10.000,00, en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso van de betaalrekening van de belastingplichtige kunnen worden afgeschreven, met inachtneming van hetgeen is opgenomen in hetderde lid van dit artikel, dat de aanslagen moeten worden betaaldin tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste werkdag van de maand volgend op de maanddie in de dagtekening van hetaanslagbiljet is vermeld. Elk van de volgende termijnen vervalt telkens één maandlater op de laatste werkdag van die maand.

3.

De Algemene termijnenwetis niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 11

Kwijtschelding

Bij de invordering van derioolheffing zoals bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, wordt geen kwijtschelding verleend bij een perceel dat in hoofdzaak tot woning dient.

Artikel 12

Overgangsrecht

De 'Verordening Riool- en Waterzorgheffing Westland 2022’, wordt ingetrokken met ingang van dein artikel 14, tweedelid, genoemde datum van ingangvan de heffing, met dien verstande datzij van toepassingblijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel 13

Inwerkingtreding en citeertitel

1.

Deze verordeningtreedt in werking met ingang van de tweede dag na die van de bekendmaking.

2.

De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2023

3.

Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening Riool- en Waterzorgheffing Westland 2023’.

Aldus besloten doorde raadin zijn openbare vergadering van 7 december 2022,

de wnd. griffier,

\itt(eatee P.van Oosten

B.R. Arends

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westland&id=1d4c491e-1d9c-4252-86d8-2d00f830e17e