10) Voorstel en besluit Onroerendezaakbelasting GETEKEND
Tekst van het document
lO WESTLAND
RAADSVOORSTEL
ONDERWERP
Verordening Onroerendezaakbelastingen 2023.
AANLEIDING
De gemeente heeft op grond van artikel 220 van de Gemeentewet de bevoegdheid om onroerende zaakbelastingen (hierna OZB) te heffen. De WOZ-waarde is de heffingsgrondslag voor de OZB. Om de heffing en invordering van de OZB in 2023 op basis van nieuwetarieven mogelijk te maken dient de Verordening Onroerendezaakbelastingen Westland 2023 in 2022 te worden vastgesteld én gepubliceerd. In de Begroting 2023 stelden wij een verhoging voor metde inflatiecorrectie voor de OZB-tarieven en
derioolen waterzorgheffing 2023. De inflatiecorrectie bedraagt conform de meicirculaire 2,4%. De tarieven van de afvalstoffenheffing zullen moeten dalen met 2,5%, omdat de kostendekkendheid meer bedraagt dan de wettelijk toegestane 100%. Hierdoor bedraagtde stijging van de woonlasten voor een meerpersoonshuishoud en in een eigen woning met een gemiddelde WOZ-waarde 0,5%. De woonlasten voor huurders Zullen dan zelfs metcirca 0,69% dalen.
DOELSTELLING
De voorgestelde OZB-tarieven (in de vorm van een percentage van de heffingsmaatstaf) hebben tot doel de geraamde inkomsten zoals opgenomenin de begroting voor 2023te realiseren. De gemiddelde waardeontwikkeling wordt gecompenseerd in de tarieven zodat de gemiddelde waardeontwikkeling geen gevolgen heeft voor de hoogte van de aanslagen onroerendezaakbelastingen en het eigenarendeel van de rioolheffing.
ARGUMENTATIE
1. De huidige tarieven OZBwijzigen als gevolg van de waardeontwikkelingen en de gewenste meeropbren
gst.
Op basis van de door de gemeente uitgevoerde marktanalyse wordt voor de woningen uitgegaan van een stijging van 15%. Voor de niet-woningen wordt uitgegaan van een Stijging van 3,5%. Berekening nieuwetarievers Als gevolg van de gemiddelde waardestijgingen (woningen) kan hettarief voor woningen dalen. Met deze aanpassing wordt beoogd de waardeontwikkelingen te neutraliseren. Onderstaande berekening wijst uit dat een verlaging van het tarief met hetzelfde percentage als de Stijging van de waarde, niet leidt tot dezelfde opbrengst. Berekening nieuwetarievert
Als gevolg van de gemiddelde waardestijgingen voor woningen enniet-woningen kunnen de tarieven
dalen.
ERs eee)
Met deze aanpassing wordt beoogd de waardeontwikkelingen te neutraliseren. Onderstaande berekening wijst uit dat een verlaging van hettarief met hetzelfde percentage als de stijging van de waarde, nietleidt tot dezelfde opbrengst.
In dit voorbeeld wordt uitgegaan van een waardestijging van 15%. Waarde Tarief Opbrengst 100
X
10
=
1.000
115
X
85
=
977,50
ERS ne praeg
Tarief woningen
Tarief niet-woningen
eigendom
eigendom
0,1899
-0,008529
-0,006422
0,243671
0,183478
0,00585
0,00440
0,0861
Tarieven exclusief waardeontwikkeling
Waardeontwikkeling woningen (WOZ):
15,00%
betekent een correctie van hettarief met:
-13,04%
Waardeontwikkeling niet-woningen (WOZ)
3,50%
betekent een correctie van het tarief met:
-3,38%
-0,01123
0,07487
Tarieven inclusief waardeontwikkeling Aanpassing tarief conform begroting 2023
2,4%
Verhoging tarief conform begroting 2023
2,4%
gebruik
0,2522
0,001797
Nieuw tarief 2023 niet afgerond
0,07667
0,24952
0,18788
Nieuw tarief 2023 afgerond
0,0767
0,2495
0,1879
2. De stijging van de woonlasten in 2023 bedraagt 0,50%.
De stijging van de woonlasten bedraagt 0,50%. Dit geldt voor eigenaren/gebruikers van woningen in een eigen woning met een gemiddelde WOZ-waarde en een (gemiddelde) waardestijging van 15%. De woonlasten voor gebruikers van woningen (huurders) dalen met 0,69%. In 2019 is de macronorm voor de laatste keer toegepast. Dit is een norm voorde totale opbrengsten OZBin Nederland. Het Rijk en de VNG hebben afgesproken dat de macronorm
verdwijnt. Daarvoor in de plaats komt een benchmark, waarin de OZB, de riool- en waterzorgheffing en afvalstoffenheffing worden vergeleken. Het resultaat van de benchmark komt in de COELO-atlasdie in maart 2023 uitkomt. De gevolgen voor de woonlasten (OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing) van de tariefsverhogingen in beeld gebracht. Uitgangspuntis een woning met een gemiddelde WOZ-waarde in 2022 van € 373.000. Omdat de gemiddelde WOZ-waarde voor 2023 nog niet bekend is, wordt uitgegaan van de waarde uit 2022. Voor het aanslagbedrag maaktdat niets uit, omdat de waardeontwikkeling wordt gecompenseerd in het tarief van de OZBen rioolheffing eigendom.
waarde woning € 373.000
aanslagbedrag
aanslagbedrag
2022
2023
stijging/daling in %
stijging/daling in €
eigenaren en gebruikers eenpersoonshuishouden
€
846,27
€
851,90
0,67%
€
5,63
tweepersoonshuishouden
€
904,59
€
909,86
0,58%
€
5,27
meerpersoonshuishouden
€
963,99
€
968,78
0,50%
€
4,79
eenPeioon-
€
452,16|
€
449,04
-0,69%|
€
-3,12
tweepersoonshuishouden
€
510,48
€
507,00
-0,68%
€
-3,48
meerpersoonshuishouden
€
569,88
€
565,92
-0,69%
€
-3,96
eigenaren
€
394,11
€
402,86
2,22%
€
8,75
gebruikers
shuishouden
Gevolgen voor de aanslag gemeentelijke belastingen (OZB en rioolheffing) niet-woningen. Waarde pand
aanslagbedrag
aanslagbedrag
stijging/daling
stijging/daling in
2022
2023
in %
€
eigenaar en gebruiker
€ 250.000
€
1.432,60|
€
1.466,41
2,36%
€
33,81
€ 500.000
€
2.648,12]
€
2.710,54
2,36%
€
62,42
€ 1.000.000
€
5.078,12|
€
5.198,79
2,38%
€
120,67
€ 10.000.000
€
48.809,12}
€
49.979,40
2,40%
€
1.170,28
€ 25.000.000
€
121.694,12]
€
124.614,08
2,40%
€
2.919,96
€ 250.000
€
693,12]
€
709,28
2,33%
€
16,16
€ 500.000
€
1.168,12]
€
1.195,28
2,33%
€
27,16
€ 1.000.000
€
2.118,12]
€
2.168,28
2,37%
€
50,16
€ 10.000.000
€
19.209,12}
€
19.669,28
2,40%
€
460,16
€ 25.000.000
€
47.694,12}
€
48.838,28
2,40%
€
1.144,16
€ 250.000
€
739,50}
€
757,13
2,38%
€
17,63
€ 500.000
€
1.480,00]
€
1.515,26
2,38%
€
35,26
gebruiker
eigenaar
lei WESTLAND
€ 1.000.000
€
2.960,00}
€
3.030,51
2,38%
€
70,51
€ 10.000.000
€
29.600,00;
€
30.310,12
2,40%
€
710,12
€ 25.000.000
€
74.000,00}
€
75.775,80
2,40%|}
€
1.775,80
3. Op grond van een hogere opbrengsten OZB is een wijziging van de begroting 2023 noodzakelijk. Op basis van het voorstel tot tariefsverlaging wordt tevens voorgesteld om een hieruit voortvloeiende begrotingswijziging vastte stellen.
RISICO’S EN KANTTEKENINGEN
1. In de berekening van detarieven is uitgegaan van de stand van de herwaardering van 7 november 2022. De bovengenoemde percentages metbetrekking tot de waardedaling zijn vastgesteld op basis van de huidige stand van de herwaardering, modelwaarden en uitgevoerde marktanalyse. Westreven er naar eind januari 2023 de herwaardering af te ronden en met dagtekening 24 februari 2023 meer dan 95% van de WOZbeschikkingen te verzenden. 2. Het vaststellen van de tarieven van de onroerendezaakbelastingen in een vroegtijdig stadium, kan eenfinancieelrisico inhouden. De opbrengst is conform de begroting 2023. Bij de voorgestelde tariefstelling is rekening gehouden met de effecten van de jaarlijkse herwaardering in Westland. Het vaststellen van de tarieven onroerendezaakbelastingen 2023 vddrdat de WOZ-herwaardering volledig is afgerond, kan een financieelrisico inhouden. Blijkt immers dat de gemiddelde OZB-waarde lager is dan nu wordt geprognotiseerd, dan worden de tarieven onroerendezaakbelastingen 2023 op een te laag niveau vastgesteld. De in de gemeentebegroting voor 2023 opgenomen opbrengst onroerendezaakbelastingen zal dan niet worden gehaald. Het tarief mag achteraf niet naar boven worden bijgesteld.
FINANCIEN
Conform (meerjaren)begroting 2023.
COMMUNICATIEPARAGRAAF
Bekendmaking in het elektronisch gemeenteblad en via internet.
EXTERN OVERLEG
Uitsluitend intern.
VERVOLGOVERLEG Publicatie.
Burgemeester en wethouders van Westla secretaris, de burgemeester,
A.C. Spindler
B.R. Arends
[O
RAADSBESLUIT De raad van de gemeente Westland; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 15 november 2022;
gelet op de artikelen 220 tot en met 220h van de Gemeentewet; gehoord de beraadslagingen in de vergadering van de raadscommissie Bestuur en Economie van 24 november2022;
besluit: vastte stellen de:
VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN ONROERENDE-ZAAKBELASTINGEN 2023. Artikel 1 1.
belastbaar feit en belastingplicht.
Onder de naam ’onroerendezaakbelastingen’ worden ter zake van binnen de gemeente gelegen onroerende zaken
twee directe belastingen geheven:
a.
een belasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar een onroerende zaakdie niet in hoofdzaak
tot woning dient, al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht, gebruikt, verder te noemen: gebruikersbelasting;
been belasting van degenedie bij het begin van het kalenderjaar van een onroerende zaak het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, verder te noemen: eigenarenbelasting. 2. Bij de gebruikersbelasting wordt: a.
gebruik door degene aan wie een deel van een onroerendezaak in gebruik is gegeven (verder: de ge-
bruiker), aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven; degenedie het deel in ge-
bruik heeft gegeven (verder: de gebruikgever); de gebruikgever is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op de gebruiker;
b.
het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voorvolgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door de-
gene die die onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld; degene die de onroerende zaak ter beschikking heeft
gesteld is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie die zaak ter beschikking is gesteld. 3.
Voor de eigenarenbelasting wordt als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene
die bij het begin van het kalenderjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt rechtis.
Artikel 2
Voorwerpvande belasting
1. Voorwerpvan debelasting is een onroerende zaak. 2. Als onroerende zaak wordt aangemerkt de onroerendezaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken. 3. Een onroerende zaakdient in hoofdzaak tot woning indien de waarde die op grond van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken is vastgesteld voor die onroerende zaak in hoofdzaak kan worden toegerekend
aan delen van die onroerende zaak die dienen tot woning dan wel volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden.
Artikel 3
Maatstafvan heffing
1. De heffingsmaatstaf is de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde voorhet kalenderjaar bedoeld in
artikel 1.
2. Als voor een onroerende zaak geen waardeis vastgesteld op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken wordt de heffingsmaatstaf van die onroerende zaak bepaald met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweedelid, van de Wet waardering onroerende zaken. Artikel 4
Vrijstellingen
1. In afwijking van artikel 3 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten, voor zoverdit niet al is gebeurd bij de bepaling van dein dat artikel bedoelde waarde, de waardevan:
a.
voorde land- of bosbouw bedrijfsmatig geéxploiteerde cultuurgrond, daaronder mede begrepen de open
grond, alsmede de ondergrond van glasopstanden, die bedrijfsmatig aangewend wordt voor de kweekofteelt van gewassen, zonderdaarbij de ondergrond als voedingsbodemte gebruiken; b.
glasopstanden, die bedrijfsmatig worden aangewend voor de kweek ofteelt van gewassen, voor zover de
ondergrond daarvan bestaatuit de in onderdeel a bedoelde grond; c.
onroerende zakendie in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare eredienst of voor het houden van open-
bare bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard, een en ander metuitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning; d.
6&én of meer onroerende zaken die deel uitmaken van een op de voet van de Natuurschoonwet 1928
aangewezen landgoeddat voldoet aan de voorwaarden genoemdin artikel 8 van het Rangschikkingsbesluit Natu-
urschoonwet1928, met uitzondering van de daarop voorkomende gebouwde eigendommen; e.
natuurterreinen, waaronder mede worden verstaan duinen, heidevelden, zandverstuivingen, moerassen en
plassen, die door rechtspersonen metvolledige rechtsbevoegdheid welkezich uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het behoud van natuurschoonten doel stellen, beheerd worden; f.
openbare land- en waterwegenen banen voor openbaar vervoerperrail, een en ander metinbegrip van
kunstwerken; g.
waterverdedigings- en waterbeheersingswerken die worden beheerd doororganen, instellingen of diensten
van publiekrechtelijke rechtspersonen, metuitzondering van de delen van zodanige werkendie dienen als won-
ing; h.
werkendie zijn bestemd voorde zuivering van riool- en ander afvalwater en die worden beheerd doororga-
nen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige
werkendie dienenals woning; i.
werktuigen die van een onroerende zaak kunnen worden afgescheiden zonder dat beschadiging van beteke-
nis aan die werktuigen wordt toegebracht endie niet op zichzelf als gebouwde eigendommen zijn aan te merken; j.
onroerende zaken voorzover die bestemdzijn te worden gebruikt voor de publieke dienst van de gemeente,
metuitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die bestemdzijn te worden gebruikt voor het geven van onderwijs;
k.
straatmeubilair, waaronder begrepen alle zodanige gebouwde eigendommen- niet zijnde gebouwen - welke
zijn geplaatst voor het belang van het publiek, ten dienste van het verkeer ofter verfraaiing van de gemeente, Zoalslichtmasten, verkeersinstallaties, standbeelden, monumenten, fonteinen, banken, abri’s, hekken en palen;
I.
plantsoenen, parken en waterpartijen, die bij de gemeente in beheer zijn of waarvan de gemeente het genot
heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning; m.
begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die
dienen als woning.
2. Devrijstelling met betrekking tot de in onderdeelj van het eerste lid bedoelde onroerende zaken voor de eigenarenbelasting geldt niet voor zover de gemeente van die zaken niet het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht.
3.
In afwijking in zoverre van artikel 3 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf voor de gebruikersbelasting buiten aanmerking gelaten de waarde van gedeelten van de onroerende zaak die in hoofdzaak tot woning dienen dan welin hoofdzaak dienstbaar zijn aan woondoeleinden.
4.
In afwijking in zoverre van artikel 3 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf voor de eigenarenbelasting buiten
aanmerking gelaten de waarde van zonnepanelen en of zonnecollectoren op of bij de onroerende zaak die in hoofdzaak tot woning dient.
Artikel 5
Belastingtarieven
1. Hettarief van de belasting bedraagt een percentage van deheffingsmaatstaf. Het percentage bedraagt voor: a.
de gebruikersbelasting
b.
bij de eigenarenbelasting:
0,1879 %;
1. voor onroerende zakendie in hoofdzaak tot woning dienen 2.
2.
0,0767 %;
voor onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen
0,2495 %. Het bedrag van de belasting wordt per belastingaanslag naar beneden afgerond op gehele euro’s.
Artikel 6
Wijze van heffing
De belastingen worden bij wege van aanslag geheven. Artikel 7
Termijnen van betaling
1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990, moeten de aanslagen wordenbetaald in twee gelijke termijnen, waarvan deeerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede 66n maandlater.
2. In afwijking van heteerstelid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als
het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, € 100,00 of meer bedraagt, maar minderof gelijk is aan €
10.000,00, en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso van de betaalrekening van de belastingplichtige kunnen worden afgeschreven, met inachtneming van hetgeenis opgenomenin het derdelid van dit artikel,
dat de aanslagen moeten wordenbetaald in tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste werkdag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld. Elk van de volgendetermijnen vervalt
telkens één maandlater op de laatste werkdag van die maand.
3. Indien het totaalbedrag van het aanslagbiljet minder bedraagt dan € 100,00 gelden er twee maandelijkse incassotermijnen. 4. De Algemene termijnenwetis niet van toepassing op dein de voorgaande leden gestelde termijnen.
Artikel 8
Kwijtschelding
Bij de invordering van de onroerendezaakbelastingen wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 9 1.
Inwerkingtreding en citeertitel
De 'Verordening Onroerendezaakbelastingen Westland 2022’ wordt ingetrokken met ingang van dein het derdelid van
dit artikel genoemde datum van inwerkingtreding van de verordening, met dien verstande datzij van toepassingblijft op de
belastbarefeiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de tweede dag na die van bekendmaking.
[O
3. 4.
De datum van ingang van deheffing is 1 januari 2023.
Deze verordening wordt aangehaald als ’Verordening Onroerendezaakbelastingen Westland 2023’.
Aldus besloten doorde raadin zijn openbare vergadering van 7 december2022,
de wrnd. griffier,
P. van Oosten
B.R. Arends