1) Bijlage betreffende artikel 42-vraag (G25-000072)
Tekst van het document
Het College van Burgemeester en Wethouders van de Gemeente Westland Postbus 150 2670 AD NAALDWIJK
17 juli 2024 Betreft: schriftelijke vragen aan het College van Burgemeester en Wethouders in het kader van artikel 42 van het Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de Raad inzake reparatie van de door de vorige Colleges ten onrechte verlangde koopoptie bij verlening van omgevingsvergunningen Vraag 238 2022-2026 Edelachtbaar College, Vorige Colleges verleenden vergunningen onder de voorwaarde dat door degene aan wie een (tijdelijke) vergunning verleend werd, aan de Gemeente een koopoptie werd verstrekt. Die koopoptie behelsde dan de plicht van de vergunninghouder om na afloop van de tijdelijke vergunning of bij interesse vanuit de tuinbouw de woning / schuur / perceel grond te verkopen. Westland Verstandig roept al jaren dat dit een met de wet strijdige constructie is, maar Colleges en ook de meerderheid van de Raad vonden dat wel en inmiddels zijn tientallen van deze constructies geregeld. Westland Verstandig heeft in het coalitieakkoord geregeld dat in deze periode “nutteloos uitgevoerde handhaving” zou worden heroverwogen waarbij een goede ruimtelijke ordening leidend is (zie pag. 11 van het coalitieakkoord). Een van de gevallen was het terugdraaien van de “alpaca”-kwestie in Poeldijk. Terugkeer was mogelijk en zou tijdelijk vergund gaan worden, maar het College
Westland Verstandig| Pr. Julianastraat 43a, 2671 EH Naaldwijk | www.westlandverstandig.nl
2
stelde de eis van de koopoptie. Dat werd geweigerd. Na bezwaar tegen het opleggen van een verkoopplicht is de Commissie bezwaarschriften Westland duidelijk:
De
verkoopverplichting
omgevingsvergunning
te
verbinden”
is
“te en
verstrekkend
“de
Wet
om
algemene
aan
een
bepalingen
omgevingsrecht noch de Omgevingswet biedt hiervoor een grondslag. Ook de rechtspraak biedt hiervoor geen grondslag”. De Commissie meent voorts dat “door toch van aanvrager instemming te eisen met de verkoopverplichting” het College “buiten het toepasselijk kader” treedt. Kort en goed: de gemeente mag enkel toetsen aan een goede ruimtelijke ordening en mag niet om die toetsing positief te doen zijn een verkoopplicht eisen. Dit leidt tot de volgende vragen: 1.
Welke gevolgen verbindt het College aan dit duidelijk oordeel van de Commissie bezwaarschriften over de niet rechtsgeldigheid van de koppeling van deze verkoopverplichting aan een omgevingsvergunning?
2.
Westland Verstandig gaat ervan uit dat het College nu onverwijld overgaat tot verlening van de tijdelijke vergunning, zodat de alpaca’s weer snel kunnen terugkeren naar Westland zodat weer veel inwoners kunnen genieten van deze dieren. Kan het College dit bevestigen?
3.
Wat betekent dit voor de koopopties die in het verleden zijn gegeven door degene die een vergunning kreeg onder de voorwaarde van het aangaan van een verkoopplicht. Worden deze door het College ongedaan gemaakt vanwege strijdigheid met de wet?
Wij verzoeken uw College deze vragen schriftelijk te beantwoorden binnen de daarvoor gestelde termijn. Hoogachtend, U e.a., Namens de fractie van Westland Verstandig Peter Duijsens
Westland Verstandig| Pr. Julianastraat 43a, 2671 EH Naaldwijk | www.westlandverstandig.nl