1.61b) bijlagen bij de toelichting (21-0309258)
Tekst van het document
iit*9
Him JJ
W.'jíJ
UITBREIDING PRINSENBOS TE NAALDWIJK bestemmingsplan NL.IMRO.1783.NWKPRINSENBOSobp-on01 concept
GEMEENTE
vrW/
^ V
^
".rif
Kŕl-u-c.ř- -' .lp'?-"
J UİİÉİ
;
J
- -v"M V* fJý1 í TİÌ1İ '
ì
\
r
Bijlagen bij de toelichting
3
4
Inhoudsopgave
Bijlagen bij de toelichting
3
Bijlage 1
Vormvrije m.e.r. uitbreiding PrinsenbosNaaldwijk
6
Bijlage 2
Onderzoek externe veiligheid uitbreiding Prinsenbos
17
Bijlage 3
Onderzoek explosieven uitbreiding Prinsenbos
34
Bijlage 4
Watersleutel Hoogheemraadschap van Delfland
47
Bijlage 5 Bodemonderzoek toestemming Omgevingsdienst Haaglanden
50
Bijlage 6
53
Eco-effect quick scan uitbreiding Prinsenbos
Bijlage 7 Archeologisch onderzoek zuidkant uitbreiding Prinsenbos
75
Bijlage 8 Archeologisch onderzoek noordkant uitbreiding Prinsenbos
118
Bijlage 9
165
Inspraak en overleg
5
Bijlage 1 Vormvrije m.e.r. uitbreiding Prinsenbos Naaldwijk
6
MER notitie uitbreiding Locatie Prinsenbos Naaldwijk
Opdrachtgever Gemeente Westland
Milieu consultancy
AQUA-ĨERRA Ruimtelijke ordening
Milieu consultancy AOUA-TERRA Watermanagement Ruimtelijke ordening
Aqua-Terra Nova BV Zuidweg 79 2671 MP Naaldwijk telefoon 0174 - 625246 fax 0174 - 629744 www.aquaterranova.nl
MER notitie uitbreiding Locatie Prinsenbos Naaldwijk
Opdrachtgever Gemeente Westland
Uitbreiding Prinsenbos te Naaldwijk ákMÜ Project 21070
7
* AŬUA TCRRA
sr v» ;
Legenda CU plangebied [HĴ scouting gebouw OpenStreetMap
Aqua-Terra Nova 21070AQT304RO EdH Projectnummer 21070
-Ä'
Milieu consultancy AOUA-TERRA Watermanagement Ruimtelijke ordening
Aqua-Terra Nova BV Zuidweg 79 2671 MP Naaldwijk telefoon 0174 - 625246 fax 0174 - 629744 www.aquaterranova.nl
Opdrachtgever Contactpersoon
: Gemeente Westland : Dhr. D. Otto
Projectteam Projectmanager Contactpersoon Auteur Kwaliteitsborging
dhr. ing. A.P. Wubben mw. E.J. den Hollander mw. E.J. den Hollander ing. A. Wubben
Projectnummer: Rapportnummer Planstatus
21070 : 21070AQT304RO EdH : ontwerp
Datum vrijgave
Versie 30 juli 2021
Status
Goedkeuring auteur
Goedkeuring kwaliteitsborger
Ontwerp
© 2021 Aqua-Terra Nova B. V. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
Aqua-Terra Nova 21070AQT304RO EdH Projectnummer 21070
MER-notitie Prinsenbos, Naaldwijk
I. TOELICHTING
INHOUDSOPGAVE VAN DE TOELICHTING
1
INLEIDING................................................................................................... 5 1.1 1.2
2
M.E.R.-(BEOORDELINGS)PLICHT.................................................................. 3 2.1 2.2
3
Is de activiteit m.e.r.-(beoordelings) plichtig?.............................................. 6 PROCEDURE.................................................................................................................................................. 6
KENMERKEN EN PLAATS VAN HETPROJECT.................................................. 7 3.1 3.2
4
Aanleiding.................................................................................................................................................. 5 Leeswijzer.................................................................................................................................................. 5
Plangebied.................................................................................................................................................. 7 Beschrijving ontwikkeling................................................................................................................. 7
KENMERKEN VAN DE MILIEUGEVOLGEN ...................................................... 8 4.1 4.2 4.3
EXTERNE VEILIGHEID................................................................................................................................... 8 EXPLOSIEVEN................................................................................................................................................. 8
Ecologie en STIKSTOFDEPOSITIE..................................................................................................................................... 9
5
CONCLUSIE................................................................................................. 10
Aqua-Terra Nova 20032AQT304RO EdH Projectnummer 21070
MER-notitie Prinsenbos, Naaldwijk
1
INLEIDING
1.1
Aanleiding De gemeente Westland is voornemens een bestemmingsplanprocedure op te starten voor de uitbreiding van het recreatiegebied Prinsenbos te Naaldwijk. Het voormalige NAMterrein en het stuk ten noorden daarvan worden toegevoegd aan het recreatiegebied. Verder wordt ruimte gemaakt voor de bouw van een scoutinggebouw/buitenschoolse opvang plus de daarbij behorende parkeervoorzieningen. Aan de voorzijde van het Prinsenbos komt een parkeerplaats en aan de achterzijde meer natuur en water. Voor de realisatie van het scoutinggebouw/BSO zijn een onderzoek externe veiligheid, een onderzoek explosieven, een eco-effectscan en een stikstofdepositie-onderzoek uitgevoerd.
1.2
Leeswijzer In dit rapport komen achtereenvolgens aan de orde: de m.e.r.-(beoordelings)plicht en de inhoudelijke en procedurele vereisten (hoofdstuk -
2); beoordeling aan de hand van de kenmerken en de plaats van het project (hoofdstuk 3); beoordeling aan de hand van de kenmerken van de milieugevolgen (hoofdstuk 4); conclusie (hoofdstuk 5).
Aqua-Terra Nova 21070AQT304RO EdH Projectnummer 21070
5
MER-notitie Prinsenbos, Naaldwijk
2
M.E.R.-(BEOORDELINGS)PLICHT
2.1
Is de activiteit m.e.r.-(beoordelings) plichtig? De milieueffectrapportage-procedure (m.e.r.) is bedoeld om het milieubelang volwaardig en vroegtijdig in de plan- en besluitvorming in te brengen. Een m.e.r. is altijd gekoppeld aan een plan of besluit, bijvoorbeeld een structuurvisie, bestemmingsplan of vergunning. De wettelijke eisen ten aanzien van m.e.r. zijn vastgelegd in de Wet milieubeheer en in het Besluit m.e.r. In de Wet milieubeheer en in het Besluit m.e.r. wordt een onderscheid gemaakt in activiteiten die m.e.r.-plichtig zijn (de zogenaamde bijlage C-activiteiten), activiteiten die m.e.r.- beoordelingsplichtig zijn (de zogenaamde bijlage D-activiteiten) en activiteiten die wel zijn opgenomen in de D-lijst, maar in omvang kleiner zijn dan de opgenomen drempelwaarden. Voor deze laatste categorie geldt een vormvrije m.e.r.-beoordeling. De kleinschalige uitbreiding van het Prinsenbos is een m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteit conform categorie D 11.2 van het Besluit m.e.r.: 'De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen'. De omvang van de voorgenomen ontwikkeling (scoutinggebouw/BSO) is kleiner dan de drempelwaarde voor een m.e.r.-beoordeling (een oppervlakte van 100 ha of meer).
Conform de m.e.r.-regelgeving leidt dit tot de noodzaak tot het uitvoeren van een zogenaamde vormvrije m.e.r.-beoordeling (stedelijk ontwikkelingsproject minder dan 100 hectare). Voor activiteiten ónder de drempelwaarde van bijlage D bestaat sinds de wijziging van het Besluit m.e.r. van 1 april 2011 de verplichting tot een zogenaamde vormvrije m.e.r.-beoordeling. Ook daarbij concludeert het bevoegd gezag (bijv. op basis van een notitie) of er wel of geen belangrijke nadelige milieugevolgen zullen optreden. Als blijkt dat aanzienlijke nadelige milieugevolgen niet zijn uit te sluiten, is alsnog een volledige m.e.r.beoordeling of m.e.r.-procedure nodig
2.2
Procedure De voorliggende notitie beschrijft de gevolgen van de voorgenomen activiteit voor het milieu en geeft een conclusie over de noodzaak tot een m.e.r.-procedure. Een vormvrije m.e.r.beoordeling betekent, dat er géén MER wordt opgesteld, tenzij er sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Het uitgangspunt is dus: 'Nee, tenzij.... ' De 'belangrijke nadelige gevolgen' moeten worden beoordeeld op basis van het toetsingskader van bijlage III van de Europese Richtlijn Milieueffectbeoordeling (85/337/EEG en latere wijzigingen). Bijlage III noemt drie hoofdthema's: 1. de kenmerken van de activiteit (waaronder omvang, verontreiniging, hinder en risico van ongevallen); 2. de plaats van de activiteit (in relatie tot de kwetsbaarheid van het milieu); 3. de kenmerken van het potentiële effect (waaronder het bereik, de orde van grootte en waarschijnlijkheid van het effect). Op 7 juli 2017 is een wijziging van het Besluit m.e.r. in werking getreden, naar aanleiding van een wijziging van de Europese Richtlijn m.e.r. Deze wijziging heeft tot gevolg dat voor elk initiatief waarbij een vormvrije m.e.r.beoordeling aan de orde is de volgende procedure- stappen doorlopen moeten worden: door de initiatiefnemer moet een (aanmeldings-)notitie worden opgesteld; het bevoegd gezag moet binnen 6 weken een m.e.r.-beoordelingsbesluit nemen.
Dit besluit moet genomen zijn voor de ter inzage legging van het ontwerpbesluit;
Aqua-Terra Nova 21070AQT304RO EdH Projectnummer 21070
6
MER-notitie Prinsenbos, Naaldwijk
-
het besluit hoeft niet in de Staatscourant gepubliceerd te worden, maar wel via andere (digitale) kanalen;
-
het (vormvrije)-m.e.r.-beoordelingsbesluit moet onderdeel zijn van de vergunningaanvraag. De onderzoeken waar in deze notitie naar verwezen wordt, zijn als bijlagen opgenomen bij deze notitie.
3
KENMERKEN EN PLAATS VAN HET PROJECT
3.1
Plangebied Het voormalig NAM-terrein en het stuk ten noorden van het NAM-terrein, waarop de voorgenomen uitbreiding van het recreatiegebied Prinsenbos is voorzien, liggen aan de Grote Achterweg in Naaldwijk. Ook wordt ruimte gemaakt voor de bouw van een scoutinggebouw/buitenschoolse opvang met de daarbij behorende parkeervoorzieningen.
3.2
Beschrijving ontwikkeling In het ontwerp worden een gebouw voor de scouting/ BSO, een berging, een terrein voor de scouting/ BSO, een grasveld voor recreatieve activiteiten en een parkeerterrein voorzien. Het totale voorgenomen uitbreiding van het Prinsenbos + scoutinggebouw en BSO is ongeveer 0,7 hectare groot. Bestaande situatie
Nieuwe situatie
Bestaande situatie: onbebouwd terrein
Nieuwe situatie Gebouw Scouting/BSO Berging Terrein Scouting/BSO Grasveld voor recreatieve activiteiten 5. Parkeerterrein
Figuur 1. Ligging plangebied Aqua-Terra Nova 21070AQT304RO EdH Projectnummer 21070
7
MER-notitie Prinsenbos, Naaldwijk
4
KENMERKEN VAN HET POTENTIËLE EFFECT
4.1
Externe veiligheid (zie onderzoek Aqua-Terra Nova EV d.d. 21-06-2021 met nummer 21070/AQT302/PB EV) De ontwikkelingen in het plangebied zijn getoetst aan de normen voor het plaatsgebondenen groepsrisico, die zijn vastgesteld voor risicovolle inrichtingen en transportroutes voor gevaarlijke stoffen door buisleidingen en over de weg, water en het spoor en voor luchthavens. De ontwikkelingen in het plangebied vinden plaats buiten het invloedsgebied van risicovolle activiteiten binnen inrichtingen, buisleidingen en transportroutes voor gevaarlijke stoffen over wegen. De normen voor het plaatsgebonden risico en groepsrisico in het Bevi en het Bevt vormen geen belemmering voor de ruimtelijke ontwikkeling. Het plangebied is gelegen binnen het invloedsgebied van een buisleiding van de NAM (NM-411041). De normen voor het plaatsgebonden in het Bevb vormen geen belemmering voor de ruimtelijke ontwikkeling. Het invloedsgebied (17o letaliteit) van buisleiding NM-411041 is over ca. de helft van het plangebied gelegen en voor 2^e over het geprojecteerde gebouw van de scouting/BSO. Het geprojecteerde gebouw van de scouting/BSO is gelegen buiten de 10070 letaliteitscontour van buisleiding NM-411041. Geconcludeerd wordt dat terreingedeelten waar verblijfsfuncties voor personen gerealiseerd gelegen zijn buiten de 1007 letaliteitscontour van buisleiding NM411041.
Op grond van het Bevb kan voor de ontwikkelingen in het plangebied volstaan worden met een beperkte verantwoording van het groepsrisico. De aspecten voor deze beperkte verantwoording van het groepsrisico (toevoeging van 20-40 personen) zijn beschreven in het rapport EV.
Conclusie Vastgesteld wordt dat er in het kader van externe veiligheid geen beperkingen zijn voor de voorgenomen ontwikkeling. Er is een beperkte verantwoording van het groepsrisico opgesteld. De toevoeging van 20-40 personen in het plangebied buiten de 1007 letaliteitscontour zal geen effect hebben op de hoogte van het groepsrisico. De hoogte van het groepsrisico vormt daarbij geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. Ten aanzien van de mogelijkheden om de omvang van de ramp te beperken en de mogelijkheden tot zelfredzaamheid moet de Veiligheidsregio in de gelegenheid worden gesteld om advies uit te brengen. Dit advies moet worden betrokken bij de verantwoording en besluitvorming.
4.2
Explosieven (zie briefrapportage Explosieven d.d. 23-06-2021) In opdracht van Aqua Terra Nova heeft Saricon een aanvullend onderzoek ontplofbare oorlogsresten uitgevoerd naar de locatie Prinsenbos, Naaldwijk. Saricon heeft in het verleden in opdracht van de gemeente Westland een gemeentelijk onderzoek naar ontplofbare oorlogsresten uitgevoerd. Binnen het projectgebied (onderzoeksgebied) bevinden zich delen van verdacht gebied. In de briefrapportage worden deze verdachte gebieden aan de hand van zogeheten onderzoeksvragen nader beoordeeld, waarbij ook naoorlogse veranderingen zijn meegenomen.
Conclusie Gezien de bovenstaande uiteenzetting ziet Saricon geen aanleiding om binnen het onderzoeksgebied tot opsporing of andere beheersmaatregelen over te gaan. Dit betekent dat de voorgenomen werkzaamheden binnen dit project op reguliere wijze uitgevoerd kunnen worden. Mochten bij werkzaamheden in het onderzoeksgebied toch onvoorzien ontplofbare oorlogsresten worden aangetroffen dan is het zaak dat een procedure in Aqua-Terra Nova 21070AQT304RO EdH Projectnummer 21070
8
MER-notitie Prinsenbos, Naaldwijk
werking wordt gesteld om het risico tot een minimum te beperken. De politie moet worden gewaarschuwd, die de EOD van een eventuele vondst in kennis zal stellen. 4.3
Ecologie (zie Eco-effectscan Aqua-Terra Nova met nummer 21070/AQT303FF/BE) en stikstofdepositie (zie 21070/AQT301 d.d. 28-06-2021) Bij ruimtelijke ingrepen dient te worden nagegaan of er planten en dieren voorkomen of worden verwacht, die bedreigd zijn dan wel beschermd zijn in het kader van de Flora- en Faunawet. Daarnaast moet, in het kader van de Natuurbeschermingswet, worden onderzocht of het plangebied is gelegen in of in de directe omgeving van beschermde natuurgebieden. Het plangebied vormt geen onderdeel van een natuur- of groengebied met een beschermde status als een Natura 2000-gebied, maar is wel op korte afstand van de Natura-2000 gebieden als 'Solleveld Kapittelduinen' gelegen. Gebiedsbescherming Op grond van dit onderzoek kunnen de volgende conclusies worden getrokken: -
-
-
Het plangebied bevindt zich op circa 2,9 km van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied 'Solleveld Kapittelduinen'. Negatieve effecten van de werkzaamheden op het Natura2000gebied kunnen worden uitgesloten. Een nadere toetsing in het kader van gebiedsbescherming is niet noodzakelijk; Het plangebied bevindt zich op circa 900 m van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Negatieve effecten op het NNN kunnen worden uitgesloten. Een nadere toetsing is niet noodzakelijk; Voor de mogelijke stikstofdepositie wordt ten behoeve van de beoogde werkzaamheden een separate berekening gemaakt. De bouwfase onder de huidige wetgeving is vrijgesteld. Soortbescherming Op basis van de gebiedskenmerken en het veldbezoek worden verblijfplaatsen van beschermde diersoorten uitgesloten. Het plangebied is wel geschikt als broedterritoria voor algemeen voorkomende vogelsoorten, en de aanwezigheid van kleine zoogdieren en amfibieën. Daarnaast is het plangebied geschikt als verblijfplaats, vliegroute en foerageergebied voor strikt beschermde vleermuizen. Zie voor vervolgmaatregelen de volgende paragraaf.
Op grond van dit onderzoek kunnen de volgende conclusies worden getrokken: Er wordt geadviseerd de werkzaamheden tussen zonsopkomst en zonsondergang uit te voeren om zo overvliegende en/of foeragerende vleermuizen niet te verstoren Tijdens de werkzaamheden moet rekening gehouden worden met broedende vogels; Het plangebied biedt een geschikt broedbiotoop voor de jaarronde beschermde sperwer. De sperwer is tevens waargenomen op zijn nest binnen het plangebied in 2012. De werkzaamheden aan het scoutinggebouw dienen buiten het broedseizoen van de sperwer te worden uitgevoerd, wanneer de jongen zelfstandig het nest kunnen verlaten. De zorgplicht is te allen tijde van kracht. Stikstofdepositie (zie ook stikstofdepositieberekening Prinsenbos met nummer 21070/AQT301 d.d. 28-06-2021) Voor het berekenen van de stikstofdepositie op de relevante Natura 2000-gebieden in de omgeving van het plangebied, is gebruik gemaakt van de AERIUS Calculator versie 2020. Dit is het rekenmodel, ontworpen door het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), voor de berekening van de stikstofdepositie. In de berekeningen zijn de emissies van NOX en NH3 van de relevante bronnen meegenomen. Het Natura 2000-gebied Solleveld westen van het plangebied.
Kapittelduinen' bevindt zich op circa 3 km afstand ten
Conclusie berekening Voor de gebruiksfase is er vanuit gegaan dat het scouting gebouw gasloos wordt opgele verd. De stikstofuitstoot in de gebruiksfase bestaat dan enkel uit verkeersbewegingen van Aqua-Terra Nova 21070AQT304RO EdH Projectnummer 21070
9
MER-notitie Prinsenbos, Naaldwijk
en naar het gebouw. Een lijnbron is ingevoerd vanaf het plangebied naar de dichtst bij zijnde doorgaande weg (N213, Burgermeester Elsenweg). Voor het inschatten van de verkeerbewegingen is uitgegaan van 50 verkeersbewegingen per dag. Conclusie In opdracht van Gemeente Westland heeft Aqua-Terra Nova BV stikstofdepositieberekeningen gemaakt van de beoogde activiteiten voor Prinsenbos Naaldwijk. In zowel de bouwfase als de gebruiksfase is er geen stikstofdepositie. 5
CONCLUSIE Het plan omvat de uitbreiding van het recreatiegebied Prinsenbos (ca. 0,7 ha) in Naaldwijk. Het voormalige NAM-terrein en het stuk ten noorden daarvan worden toegevoegd aan het recreatiegebied. Verder wordt ruimte gemaakt voor de bouw van een scoutinggebouw/ buitenschoolse opvang, berging plus de daarbij behorende parkeervoorzieningen. Gebleken is dat het projectgebied en de omgeving niet kwetsbaar zijn. Er zijn geen potentiële effecten. De voorgenomen uitbreiding bedraagt slechts 0,7 ha. De ruimtelijke ontwikkeling ligt daarmee ruimschoots onder de drempelwaarden uit het Besluit m.e.r. en is daarmee niet rechtstreeks planm.e.r.-, projectm.e.r. of m.e.r.-beoordelingsplichtig. Gelet op de aard en relatieve omvang van het project, de plaats hiervan en de kenmerken van de potentiële effecten worden geconcludeerd dat er, rekening houdend met de mitigerende maatregelen, geen belangrijke negatieve milieugevolgen aan de orde kunnen zijn die het opstellen van een MER nodig maken. Gelet op de onderzoeksresultaten in hoofdstuk 4 blijkt dat er geen belemmeringen zijn in het kader van de onderzochte externe veiligheid, explosieven, ecologie en stikstofdepositie om medewerking te verlenen aan de voorgenomen ontwikkeling.
Uit deze vormvrije m.e.r.-beoordeling blijkt dat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden ten aanzien van de kenmerken en locatie van onderhavig plan, die zouden kunnen leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu ter plaatse. Voor de meeste milieuaspecten geldt dat er geen duidelijke nadelige effecten optreden, zodat wordt voldaan aan de geldende wet- en regelgeving. Geconcludeerd kan worden dat er geen m.e.r.(beoordeling) noodzakelijk is.
Aqua-Terra Nova 21070AQT304RO EdH Projectnummer 21070
10
Bijlage 2 Onderzoek externe veiligheid uitbreiding Prinsenbos
17
Onderzoek Externe Veiligheid Locatie Prinsenbos Naaldwijk
Opdrachtgever Gemeente Westland
Milieu consultancy
AQUA-TERRA
Watermanagement Ruimtelijke ordening
AQUA-TERRA
Milieu consultancy Watermanagement Ruimtelijke ordening
Aqua-Terra Nova BV
Onderzoek Externe Veiligheid Locatie Prinsenbos Naaldwijk
Zuidweg 79 2671 MP Naaldwijk telefoon 0174 - 625246 fax 0174 - 629744 www.aquaterranova.nl
Opdrachtgever Gemeente Westland
t \* t\\
'gs
Datum: Rapportnr: Status:
16 september 2021 21070AQT302 EV PB definitief rapport
Rabobank rekeningnr. 36.81.19.955
BTW: NL-8105.67878.B01
K.v.K. nr. 27240696
COLOFON
Titel
: Onderzoek Externe Veiligheid, realisatie Scouting/BSO, locatie Prinsenbos te Naaldwijk
Opdrachtgever
: Gemeente Westland, de heer D. Otto
Projectteam Projectmanager Contactpersoon Auteur
: ing. A.P. Wubben : ing. A.P. Wubben : ing. D.P. Barten
Kwaliteitsborging
: ing. A.P. Wubben
Projectnummer
:21070
Status
24 augustus 2021
Goedkeuring auteur
Goedkeuring kwaliteitsborqer
definitief
© 2021 Aqua-Terra Nova B.V. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enig andere manier, zonder voorafgaande schríftelijke toestemming van de uitgever.
1
INHOUDSOPGAVE INLEIDING......................................................................................................... 1 1.1 1.2
2
PLANGEBIEDGEGEVENS...................................................................................... 2 2.1
3
4
Aanleiding.......................................................................................................................1 Methode..........................................................................................................................1 Omschrijving voorgenomen wijzigingen plangebied.......................................................... 2
TOETS EXTERNE VEILIGHEID.............................................................................. 3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7
Algemeen........................................................................................................................3 Besluit externe veiligheid inrichtingen .............................................................................. 3 Besluit externe veiligheid transportroutes.........................................................................3 Besluit externe veiligheid buisleidingen............................................................................ 3 Gegevens op de professionele risicokaart.........................................................................4 Risicovolle activiteiten binnen het plangebied................................................................... 4 Risicovolle activiteiten in de omgeving vanhet plangebied.................................................4
3.7.1 3.7.2 3.7.3
Risicovolle activiteiten binnen inrichtingen...................................................................................................... 4 Transport van gevaarlijke stoffen over wegen................................................................................................ 5 Transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen..................................................................................... 5
3.8
Beleidsvisie externe veiligheid..........................................................................................8
CONCLUSIE......................................................................................................... 9
1
INLEIDING
1.1
Aanleiding
De gemeente Westland is voornemens een bestemmingsplanprocedure op te starten voor de uitbreiding van het recreatiegebied Prinsenbos te Naaldwijk. Het voormalige NAM-terrein en het stuk ten noorden daarvan worden toegevoegd aan het recreatiegebied. Verder wordt ruimte gemaakt voor de bouw van een scoutinggebouw/buitenschoolse opvang plus de daarbij behorende parkeervoorzieningen. Voor de realisatie van het scoutinggebouw/BSO wordt een onderzoek externe veiligheid uitgevoerd.
1.2
Methode
Externe veiligheid In het onderzoek naar externe veiligheid wordt ingegaan op de externe veiligheidsaspecten die kunnen zijn verbonden aan het project. Vervolgens wordt op basis van de professionele risicokaart en informatie van derden een inventarisatie gemaakt van: 1. 2.
Risicorelevante bedrijven en activiteiten in de nabijheid van het plangebied. Relevante transportroutes voor gevaarlijke stoffen.
In deze risicoanalyse worden risicovolle activiteiten in de nabijheid van het plangebied in kaart gebracht die onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) of Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) vallen. Verder wordt gekeken of er andere objecten in de omgeving bevinden die beschikken over een aan te houden veiligheidsafstand of risicocontour (propaanreservoir, luchthaven, etc.) Transportroutes voor gevaarlijke stoffen betreffen zowel verkeersroutes voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg als ondergrondse buisleidingen onder hoge druk. Vervoer van gevaarlijke stoffen over het water en spoor komt in de omgeving niet voor en wordt in dit rapport niet verder beschouwd. Geïnventariseerd wordt of aan de omliggende inrichtingen en transportroutes veiligheidscontouren zijn verbonden en of deze van invloed zijn op het project. In dit onderzoek is op een adequate en zorgvuldige wijze getracht een zo volledig mogelijk beeld te schetsen van de externe veiligheidsrisico's aan de hand van de meest recente en beschikbare informatie. Niettemin kunnen aan dit onderzoek geen rechten worden ontleend.
21070 Aqua-Terra Nova 302a PB EV Rapportage 16 september 2021
1
2
PLANGEBIEDGEGEVENS
2.1
Omschrijving voorgenomen wijzigingen plangebied
Op het voormalige NAM-terrein in/naast recreatieterrein Prinsenbos te Naaldwijk wordt een scoutinggebouw/buitenschoolse opvang plus de daarbij behorende parkeervoorzieningen gerealiseerd. In figuur 2.1 is de bestaande situatie en de nieuwe situatie in het plangebied weergegeven. Bestaande situatie
Nieuwe situatie
VVV
Bestaande situatie: onbebouwd terrein
Nieuwe situatie 1. Gebouw Scouting/BSO 2. Berging 3. Terrein Scouting/BSO 4. Grasveld voor recreatieve activiteiten 5. Parkeerterrein
Figuur 2.1 Ligging plangebied bestaande situatie en nieuwe situatie
21070 Aqua-Terra Nova 302a PB EV Rapportage 16 september 2021
2
3
3.1
TOETS EXTERNE VEILIGHEID
Algemeen
Externe veiligheid richt zich op het beheersen van activiteiten die een risico voor de omgeving kunnen opleveren, zoals milieurisico's, transportrisico's en risico's die kunnen optreden bij de productie, het vervoer en de opslag van gevaarlijke stoffen in inrichtingen. Bij de (her)inrichting van een gebied bepaalt de externe veiligheidssituatie mede de ruimtelijke (on)mogelijkheden. In het kader van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), gelezen in samenhang met de regels omtrent externe veiligheid, moet worden onderzocht of er sprake is van aanwezigheid van risicobronnen in de nabijheid van de locatie waarop het Wro-besluit betrekking heeft en dienen het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR), en de wijziging hiervan, geanalyseerd te worden. Soms moeten de risico's worden berekend. Het PR is de kans per jaar dat een persoon op een bepaalde plaats overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen, indien hij onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting of langs een vervoersas. De normstelling heeft de status van een grenswaarde die niet overschreden mag worden. Voor kwetsbare objecten (bijv. woningen) wordt in zowel bestaande als nieuwe situaties het niveau van 10-6 per jaar als grenswaarde gehanteerd.
Nieuwe beperkt kwetsbare objecten zijn alleen toegestaan onder een gewichtige motivering. Bestaande beperkt kwetsbare objecten zijn toegestaan binnen de PR 10-6 contour. Het GR kan worden beschouwd als de maat van maatschappelijke ontwrichting in geval van een calamiteit (en drukt dus de kans per jaar uit dat een groep mensen van minimaal 10 personen overlijdt als rechtstreeks gevolg van een calamiteit). De normstelling heeft de status van een oriënterende waarde. Deze waarde is geen vastgestelde wettelijke norm. Desondanks hebben overheden en betrokken private instellingen een inspanningsverplichting om te voldoen aan deze oriënterende waarde en dient een toename van het GR in elk geval bestuurlijk te worden verantwoord.
3.2
Besluit externe veiligheid inrichtingen
Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) uit 2004 legt veiligheidsnormen op aan overheden die besluiten nemen over bedrijven die een risico vormen voor personen buiten de bedrijven. De bedrijven verrichten soms risicovolle activiteiten dichtbij (beperkt) kwetsbare objecten waaronder woningen, ziekenhuizen, scholen, winkels, horecagelegenheden en sporthallen. Hierdoor ontstaan risico's voor mensen die in de buurt ervan wonen of werken. Het Besluit verplicht gemeenten en provincies bij het nemen van ruimtelijke besluiten o.a. uitwerkingsplannen met deze externe veiligheid rekening te houden. Dit betekent bijvoorbeeld dat nieuwe woningen niet gepland mogen worden als deze te dicht bij risicovolle bedrijven komen te liggen.
3.3
Besluit externe veiligheid transportroutes
Het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) is op 1 april 2015 in werking getreden. Met het Bevt is de normering voor het plaatsgebonden risico en de verantwoording van het groepsrisico wettelijk vastgelegd voor wegen (basisnetwegen en overige wegen), spoorwegen en vaarwegen. De wijze waarop het plaatsgebonden risico en groepsrisico moet worden berekend of vastgesteld is verder uitgewerkt in een ministeriële regeling (Regeling Basisnet). De normstelling voor het plaatsgebonden risico is in lijn met het Bevi. Hiermee worden nieuwe kwetsbare objecten binnen de PR 10-6 contour niet toegestaan. Voor wegen geldt voor besluiten binnen 200 meter afstand van de weg dat moet worden nagegaan of het groepsrisico moet worden beschouwd en verantwoord. Voor enkele basiswegen geldt verder een plasbrand-aandachtsgebied waarbinnen regels gelden ten aanzien van de brandwerendheid van gebouwen en vluchtroutes.
3.4
Besluit externe veiligheid buisleidingen
Op 1 januari 2011 is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) in werking getreden. Het Bevb regelt onder andere welke veiligheidsafstanden moeten worden aangehouden rond buisleidingen met gevaarlijke stoffen. De normstelling is in lijn met het Bevi. Hiermee worden nieuwe kwetsbare objecten binnen de PR 10-6 contour niet toegestaan. Ook is vastgesteld dat 21070 Aqua-Terra Nova 302a PB EV Rapportage 16 september 2021
3
wanneer binnen het invloedsgebied van een buisleiding een ruimtelijk besluit wordt genomen, de verantwoordingsplicht van toepassing is. Het Bevb gaat uit van een belemmeringsstrook van 4 meter of van 5 meter, afhankelijk van de druk van de buisleiding. Voor deze strook geldt in principe een bouwverbod en de plicht tot een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden in de grond.
3.5
Gegevens op de professionele risicokaart
Aan de hand van de gegevens op de risicokaart is nagegaan welke risicovolle activiteiten en bronnen in de nabijheid van het plangebied aanwezig zijn. Risicokaart.nl Basis Registratie Topografie
3
Prinsenbos
2
Plangebied
5 1
73102.
Figuur 4.1 Ligging plangebied op risicokaart
3.6
Risicovolle activiteiten binnen het plangebied
De inrichting van het plangebied voorziet niet in de komst van risicovolle activiteiten naar het plangebied.
3.7
Risicovolle activiteiten in de omgeving van het plangebied
3.7.1
Risicovolle activiteiten binnen inrichtingen
Voor risicovolle activiteiten is het wettelijk toetsingskader voor externe veiligheid bij ruimtelijke besluiten opgenomen in het Besluit externe veiligheid inrichtingen. De meest dichtbij zijnde risicovolle inrichting (Bevi-inrichting) op de risicokaart is gelegen op 1,3 km afstand van het plangebied (Van den Bos Flowerbulbs, nr. 1 in figuur 4.1). Binnen de inrichting is een ammoniak koelinstallatie aanwezig (inhoud 4.584 kg NH3). Volgens de gegevens op de risicokaart is er op grond van het Revi sprake van een invloedsgebied van 260 meter. Het
21070 Aqua-Terra Nova 302a PB EV Rapportage 16 september 2021
4
plangebied is daarmee gelegen buiten het invloedsgebied. De aanwezigheid van de Bevi-inrichting vormt geen belemmering voor de ontwikkelingen op de planlocatie. Het plangebied is gelegen buiten het invloedsgebied van risicovolle inrichtingen. De aanwezigheid van risicovolle activiteiten binnen inrichtingen (Bevi-inrichtingen) vormt geen belemmering voor de ontwikkelingen in het plangebied.
3.7.2
Transport van gevaarlijke stoffen over wegen
Voor het transport van gevaarlijke stoffen over wegen is het wettelijk toetsingskader voor externe veiligheid bij ruimtelijke besluiten opgenomen in het Besluit externe veiligheid transportroutes. De planlocatie bevindt zich op 1,1 km van een provinciale weg die is vrijgesteld voor het transport van gevaarlijke stoffen in bulk (N213, nr. 2 in figuur 4.1). De omvang van het invloedsgebied van de N213 bedraagt 355 m (vanwege het transport van brandbare gassen, stofcategorie GF3). Het plangebied is daarmee gelegen buiten het invloedsgebied van de N213. De aanwezigheid van transportroutes voor gevaarlijke stoffen over de weg vormen geen belemmering voor de ontwikkelingen op de planlocatie.
3.7.3
Transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen
Voor het transport van gevaarlijke stoffen is het wettelijk toetsingskader voor externe veiligheid bij ruimtelijke besluiten opgenomen in het Besluit externe veiligheid buisleidingen. In de omgeving van het plangebied bevinden zich 2 aardgascondensaatbuisleidingen en een hoge druk aardgasbuisleiding. ^ Buisleiding W-522-05 (40 bar, 15,98 inch, nr. 3 in figuur 4.1) heeft een invloedsgebied van 170 meter en is gelegen op 205 meter van het plangebied. Het plangebied is gelegen buiten het invloedsgebied van buisleiding W-522-05. ^ Buisleiding NM-412041 (44 bar, 3 inch, nr. 4 in figuur 4.1) heeft een invloedsgebied van 40 meter en is gelegen op 37 meter van het plangebied. Een klein gedeelte van het plangebied is gelegen binnen het invloedsgebied van buisleiding NM-412041. ^ Buisleiding NM-411041 (44 bar, 6 inch, nr. 5 in figuur 4.1) heeft een invloedsgebied van 75 meter en is gelegen op 27 meter van het plangebied. Een gedeelte van het plangebied is gelegen binnen het invloedsgebied van buisleiding NM-411041. Het plangebied is deels gelegen binnen het invloedsgebied van buisleiding NM-412041 en NM411041 en is onderstaand nader beschouwd. In figuur 4.2 is de ligging van het invloedsgebied van de betreffende buisleiding en de ligging van het plangebied weergegeven.
PR^0-6-contour
100%-letaliteit
1%-letaliteit
\
7/7
a\
\
Figuur 4.2 Ligging plangebied en invloedsgebied buisleidingen
21070 Aqua-Terra Nova 302a PB EV Rapportage 16 september 2021
5
Op grond van het besluit externe veiligheid buisleidingen en de regeling externe veiligheid buisleidingen gelden normen ten aanzien van belemmeringenstroken, het plaatsgebonden risico en (de verantwoording van) het groepsrisico.
Belemmeringstroken Voor buisleiding NM-412041 en NM-411041 geldt een belemmeringenstrook van 5 meter aan weerszijden van de buisleiding. Het plangebied is gelegen op 27 en 37 meter afstand van de buisleidingen en is gelegen buiten de belemmeringenstroken. De norm voor de belemmeringenstrook vormt geen belemmering voor de ontwikkelingen in het plangebied.
Plaatsgebonden risico Buisleiding NM-412041 en NM-411041 hebben ter hoogte van het plangebied een plaatsgebonden risicocontour (PR^0-6) van enkele meters (zwart gestreepte contouren in figuur 4.2). De plaatsgebonden risicocontouren liggen niet over het plangebied. De normen voor het plaatsgebonden risico vormen geen belemmering voor de ontwikkeling in het plangebied.
Groepsrisico Het invloedsgebied (10Zo letaliteit) van buisleiding NM-412041 is over een zeer klein gedeelte van het plangebied gelegen. Op dit betreffende terreingedeelte worden geen verblijfsfuncties voor personen gerealiseerd (er wordt alleen een parkeerterrein gerealiseerd). Hierdoor heeft de wijziging in het plangebied geen effect op het aantal personen binnen het invloedsgebied van buisleiding NM-412041 en daarmee geen effect op de hoogte van het groepsrisico van buisleiding NM-412041. Het invloedsgebied (10Zo letaliteit) van buisleiding NM-411041 is over ca. de helft van het plangebied gelegen en voor 2^e over het geprojecteerde gebouw van de scouting/BSO. Het geprojecteerde gebouw van de scouting/BSO is gelegen buiten de 1000Zo letaliteitscontour van buisleiding NM-411041. Geconcludeerd wordt dat terreingedeelten waar verblijfsfuncties voor personen worden gerealiseerd gelegen zijn buiten de 100Z letaliteitscontour van buisleiding NM411041. Op grond van het besluit externe veiligheid buisleidingen kan voor de ontwikkelingen in het plangebied volstaan worden met een beperkte verantwoording van het groepsrisico. Deze verantwoording houdt het volgende in: a. de personendichtheid in het invloedsgebied moet worden aangegeven (bestaande situatie en de nieuw te bestemmen situatie); b.
het groepsrisico moet per buisleiding worden berekend voor de bestaande situatie en de nieuw te bestemmen situatie en weergegeven door middel van een fN-curve. Tevens moet worden getoetst aan de oriëntatiewaarde; c. ten aanzien van de mogelijkheden om de omvang van de ramp te beperken en de mogelijkheden tot zelfredzaamheid moet de Veiligheidsregio in de gelegenheid worden gesteld om advies uit te brengen. Dit advies moet worden betrokken bij de verantwoording en besluitvorming. Ad. a In de bestaande situatie is er binnen het gedeelte van het plangebied dat gelegen is binnen het invloedsgebied geen bebouwing aanwezig en zijn er geen personen aanwezig. In de nieuwe situatie is er binnen het gedeelte van het plangebied dat gelegen is binnen het invloedsgebied een berging aanwezig (geen verblijfsruimte voor personen) en 2Z3e van het geprojecteerde gebouw van de scouting/BSO. Van de gemeente is een opgave ontvangen van de te verwachten personendichtheid in het geprojecteerde gebouw van de scouting/BSO. In de dagperiode zullen gemiddeld 30 personen in de dagperiode aanwezig zijn (met op zaterdag incidenteel maximaal 85 personen). In de avondperiode zijn gemiddeld 20 tot 40 personen aanwezig. Door deze ontwikkeling neemt de personendichtheid binnen het invloedsgebied van NM-41104 toe met 30 personen in de dagperiode en 20-40 in de avondperiode. Ad.
b In 2011 is door AVIV voor de gemeente Westland een kwantitatieve risicoanalyse uitgevoerd voor alle buisleidingen binnen de gemeente Westland (Kwantitatieve risicoanalyse voor de Gemeente Westland deel 1, 2, 3 en 4, AVIV, maart 2011). Voor buisleiding NM-411041 is in de gehele gemeente Westland geen groepsrisico berekend (geen zichtbare FN-curve voor het groepsrisico, hoogte groepsrisico (overschrijdingsfactor) = 0,00). De toevoeging van 20-40 personen in het plangebied buiten de 100Z letaliteitscontour zal geen effect hebben op de hoogte van het groepsrisico. Voor de nieuwe situatie kan ook worden 21070 Aqua-Terra Nova 302a PB EV Rapportage 16 september 2021
6
uitgegaan dat er geen sprake is van een groepsrisico. De hoogte van het groepsrisico vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. Ad. c. Scenario: maatgevende stof in de buisleiding van de NAM is aardgas. Het maatgevende scenario is een breuk van de hoge druk buisleiding. Het aardgas stroomt onder hoge druk continu uit. Het gas ontsteekt waardoor een fakkelbrand optreedt die duurt totdat na inblokken van de leiding de druk afneemt. De grootte van de fakkel is afhankelijk van: a. de grootte van het gat in de buisleiding (een klein gat resulteert in een kleinere fakkel dan een totale leidingbreuk); b. de diameter en druk in de buisleiding (bij een grotere diameter en grotere druk stroomt er meer gas uit en ontstaat een grotere fakkel); c. de weerscondities (bij een lage windsnelheid zal de fakkel met name omhooggericht zijn, bij grotere windsnelheden zal de fakkel meer schuin gericht zijn waardoor op grotere afstand de fakkel zich op een kortere afstand tot de grond zal bevinden. Deze fakkel kan bij een totale leidingbreuk tot een hoogte van enkele tientallen meters reiken. Deze fakkelbrand leidt tot hittestraling in de omgeving (uitgedrukt in kW/m2). De fakkelbrand is gedurende de eerste paar minuten het hoogst en neemt na verloop van tijd in hoogte af.
De tijdsduur van de aanwezigheid van de fakkel is afhankelijk van de locaties van afsluiters en hoe snel deze zijn dichtgestuurd door de leidingeigenaar. Nadat de afsluiters zijn gesloten duurt het nog enige minuten voordat de fakkelbrand vrijwel gedoofd is. Bij een totale leidingbreuk bij buisleiding 411041 kan een fakkelbrand optreden. Als deze breuk optreedt ter hoogte van het plangebied op de kortste afstand van het geprojecteerde gebouw van de scouting/BSO (afstand 62 meter) zal de optredende warmtestraling van deze fakkelbrand gedurende de 1e 20 seconden ca. 15-16 kW/m2 bedragen1 en daarna ca. 6 kW/m2. Bij een warmteaanstraling van minder dan de 10 kW/m2 zal er geen brandoverslag naar het gebouw plaatsvinden. Het gebouw zal gedurende langere tijd bescherming bieden aan de personen in het gebouw. Buiten aanwezige personen kunnen schuilen in het gebouw of in noordelijke richting vluchten naar veilig gebied. Bestrijdbaarheid: bij optreden van een fakkelbrand bij de buisleiding zijn er vanuit bestrijdbaarheidsperspectief geen mogelijkheden om dit scenario te voorkomen of te bestrijden zolang door de leidingbeheerder de afsluiters in de buisleiding nog niet zijn gesloten. Na het optreden van een fakkelbrand bij de buisleiding kunnen in het plangebied branden ontstaan die door de brandweer kunnen worden geblust nadat de afsluiters in de buisleiding zijn gesloten.
Hierbij is het van belang dat het plangebied goed bereikbaar is voor hulpdiensten. Het plangebied zelf is aan de voorzijde vanaf de Grote Achterweg via 1 korte toegangsweg bereikbaar (lengte ca. 60 meter tot het plangebied). Deze ontsluitingsweg is op de Grote Achterweg vanaf twee richtingen bereikbaar. De betreffende toegangsweg is een doodlopende route met keermogelijkheden. Op grond van de Handreiking Bluswatervoorziening en Bereikbaarheid is in deze situatie sprake van voldoende bereikbaarheid als de wegbreedte minimaal 4.5 meter bedraagt. De betreffende toegangsweg wordt 5 meter breed uitgevoerd. Er is sprake van voldoende bereikbaarheid. Door de Veiligheidsregio is aangegeven dat in een later stadium nog zal worden geadviseerd over bereikbaarheid en bluswatervoorzieningen. Zelfredzaamheid: zelfredzaamheid is het zichzelf kunnen onttrekken aan een dreigend gevaar, zonder daadwerkelijke hulp van hulpverleningsdiensten. De mogelijkheden voor zelfredzaamheid bestaan globaal uit schuilen en ontvluchten. De planvorming betreft een scouting en BSO. Uitgangspunt is dat de personen bij de scouting zelfredzaam zullen zijn. De personen in de BSO zullen verminderd zelfredzaam of zelfredzaam zijn.
Bij een ontvluchting vanuit het gebouw of preventieve ontruiming van het gebouw bij een dreigende calamiteit bij de buisleiding zullen de aanwezige kinderen met behulp van de aanwezige begeleiding het gebouw moeten verlaten. De BHV organisatie in het gebouw moet hiervoor voldoende groot zijn en aan dit aspect moet aandacht worden besteedt in het nog op te stellen ontruimingsplan. Mogelijkheden voor ontvluchting/schuilen: bij incidenten zal een afweging gemaakt moeten worden tussen schuilen of vluchten. Bij een volledige breuk van een buisleiding zal vrijwel direct een fakkelbrand ontstaan waardoor er geen gelegenheid is om het gebied te ontruimen. Bij het optreden van een fakkelbrand zal het gebouw gedurende langere tijd bescherming bieden aan de personen in het gebouw. Buiten aanwezige personen kunnen schuilen in het gebouw of in noordelijke richting vluchten naar veilig gebied.1 1 Gebaseerd op interpolatie van de grafiek warmtestraling versus afstand voor een fakkelbrand met een hoge druk aardgasbuisleiding van 40 bar en 8 inch. Bron: Scenarioboek Externe Veiligheid
21070 Aqua-Terra Nova 302a PB EV Rapportage 16 september 2021
7
3.8
Beleidsvisie externe veiligheid
De gemeente Westland heeft geen specifiek eigen beleid vastgesteld ten aanzien van het aspect 'externe veiligheid'. De ontwikkelingen in het plangebied zijn daarom getoetst aan het landelijk geldende beleid ten aanzien van externe veiligheid.
21070 Aqua-Terra Nova 302a PB EV Rapportage 16 september 2021
8
4
CONCLUSIE
De gemeente Westland is voornemens een bestemmingsplanprocedure op te starten voor de uitbreiding van het recreatiegebied Prinsenbos te Naaldwijk. Het voormalige NAM-terrein en het stuk ten noorden daarvan worden toegevoegd aan het recreatiegebied. Verder wordt ruimte gemaakt voor de bouw van een scoutinggebouw/buitenschoolse opvang plus de daarbij behorende parkeervoorzieningen. Voor de realisatie van het scoutinggebouw/BSO wordt een onderzoek externe veiligheid uitgevoerd. De ontwikkelingen in het plangebied zijn getoetst aan de normen voor het plaatsgebonden- en groepsrisico, die zijn vastgesteld voor risicovolle inrichtingen en transportroutes voor gevaarlijke stoffen door buisleidingen en over de weg, water en het spoor en voor luchthavens. De ontwikkelingen in het plangebied vinden plaats buiten het invloedsgebied van risicovolle inrichtingen en transportroutes van gevaarlijke stoffen over de weg. De normen voor het plaatsgebonden risico en groepsrisico in het Bevi en het Bevt vormen geen belemmering voor de ruimtelijke ontwikkeling. Het plangebied is gelegen binnen het invloedsgebied van een buisleiding van de NAM (NM411041). De normen voor het plaatsgebonden in het Bevb vormen geen belemmering voor de ruimtelijke ontwikkeling. Het invloedsgebied (17o letaliteit) van buisleiding NM-411041 is over ca.
de helft van het plangebied gelegen en voor 2^e over het geprojecteerde gebouw van de scouting/BSO. Het geprojecteerde gebouw van de scouting/BSO is gelegen buiten de 10070 letaliteitscontour van buisleiding NM-411041. Geconcludeerd wordt dat terreingedeelten waar verblijfsfuncties voor personen gerealiseerd gelegen zijn buiten de 1007 letaliteitscontour van buisleiding NM-411041. Op grond van het Bevb kan voor de ontwikkelingen in het plangebied volstaan worden met een beperkte verantwoording van het groepsrisico. De aspecten voor deze beperkte verantwoording van het groepsrisico zijn beschreven in dit rapport.
21070 Aqua-Terra Nova 302a PB EV Rapportage 16 september 2021
9
' '
.
. :
mê: 'âm
-ÌÏÏİ.İ
İÜŠ İ&&KI
mí
_______
Üii
ī
iaŵ'«,č: -líŝK
ŠÜÉ ags
M
'-■ - 5 Ŵ .
:^nt‘į
Bijlage 3 Onderzoek explosieven uitbreiding Prinsenbos
34
SARICON SAFETY Ã RISK CONSULTANCY
Saricon B.V. Aan:
Aqua-Terra Nova BV, t.a.v. de heer A. Wubben
Van:
C.J.W. Prince
Datum:
23 juni 2021
Betreft:
BestemmingsplanPrinsenbos
Naaldwijk, kenmerk 21S081
Inleiding In opdracht van Aqua Terra Nova heeft Saricon een aanvullend onderzoek ontplofbare oorlogsresten1 uitgevoerd naar de locatie Prinsenbos, Naaldwijk. Saricon heeft in het verleden in opdracht van de gemeente Westland een gemeentelijk onderzoek naar ontplofbare oorlogsresten uitgevoerd. Binnen het projectgebied (onderzoeksgebied), zoals weergegeven in de figuren 1 en 2, bevinden zich delen van verdacht gebied 34. In deze briefrapportage worden deze verdachte gebieden aan de hand van zogeheten onderzoeksvragen nader beoordeeld, waarbij ook naoorlogse veranderingen zijn meegenomen. Deze briefrapportage is opgesteld volgens offerte 2021-S-098-AB-01 d.d. 3 juni 2021. Op 10 juni 2021 heeft de opdrachtgever per e-mail opdracht verleend.
1 Per 1 januari 2021 is de term ontplofbare oorlogsresten (OO) in de plaats gekomen van conventionele explosieven (CE). Postbus 92 3360 AB Sliedrecht
Industrieweg 24 3361 HJ Sliedrecht
www.saricon.nl contact@saricon.nl
Tel. +31 (184) 422 538
KvK-nummer: 23.063.102 BTW-nummer: NL001556617B01
SARICON SAFETY Ã RISK CONSULTANCY
100 Meter
Figuur 1. Begrenzing onderzoeksgebied, huidige situatie. (Bron: World Imagery via Esri)
Onderzoeksgebied 100 Meter
Verdacht op diverse hoofdsoorten
Figuur 2. Ligging verdacht gebied 34 ten opzichte van het onderzoeksgebied.
21S081-BR-01
Pagina 2 van 12
SARICON SAFETY Ã RISK CONSULTANCY
Historische informatie verdacht gebied 34 Uit het vooronderzoek van Westland blijkt dat hier een Duits verdedigingswerk aanwezig was, dat onder meer bestond uit loopgraven en wapenopstellingen (mitrailleurnesten). Deze stellingen zijn verdacht op kleinkalibermunitie en hand- en geweergranaten in gedumpte toestand. De contouren van de loopgraven en gevechtsopstellingen zijn aangemerkt als verdacht gebied 34 op de risicokaart van Westland.
Onderzoeksgebied
-—1 Figuur 3. Het verdedigingswerk weergegeven op Defence Overprint, Delft 381, d.d. 25 maart 1945. Een dergelijke inlichtingenkaart bevatte informatie over Duitse verdedigingswerken, die bekend was bij de geallieerden.
21S081-BR-01
Pagina 3 van 12
SARICON SAFETY Ã RISK CONSULTANCY
mam 1
- v
. 34’
Ľ-S.'ač
V
r 4^
mr V
v
rv , k V
\ Onderzoeksgebied 2004Meter,
Figuur 4. Verdacht gebied 34 op een luchtfoto van 29 december 1944 (sortie 0089-01
Verdacht op diverse hoofdsoorten nr. 3031).
Onderzoeksvragen De laatste jaren vindt het analyseren aan de hand van onderzoeksvragen steeds meer ingang binnen dit werkveld. Onderzoekers worden nu geacht door het beantwoorden van onderzoeksvragen te motiveren of er nog wel vol doende aanleiding is om tegenwoordig nog ontplofbare oorlogsresten te verwachten rond locaties van voormalige militaire objecten. Hieronder worden verschillende onderzoeksvragen beantwoord om tot een beredeneerd oordeel te komen of er op dit moment nog voldoende aanleiding is om ontplofbare oorlogsresten te verwachten in verdacht gebied 34. >
Waren binnen de grenzen van het verdedigingswerk significante hoeveelheden munitie opgesla gen?
Binnen het verdedigingswerk stonden slechts enkele daadwerkelijke wapenopstellingen met vuurkracht. Ter plaatse van deze mitrailleuropstellingen waren mogelijk wel munitievoorraden aanwezig, al werden dergelijke po sities in het achterland vaak aangelegd/geprepareerd met het oog op eventuele grondgevechten. Dergelijke posi ties waren dan ook lang niet altijd permanent bemand. Bij het verlaten van zulke stellingen was het bovendien, onder normale omstandigheden, gebruikelijk dat de mu nitievoorraden mee werden genomen, en dus niet werden achtergelaten of gedumpt. In deze omgeving was in de laatste oorlogsmaanden geen sprake van een acute dreiging van een geallieerde grondopmars, waardoor er voor de Duitsers geen aanleiding was om de stelling overhaast te verlaten. Deze regio kwam uiteindelijk als gevolg van
21S081-BR-01
Pagina 4 van 12
SARICON SAFETY Ã RISK CONSULTANCY
de algehele Duitse capitulatie in geallieerde handen. In dit deel van Nederland hebben in 1945 geen grondgevechten plaatsgevonden. De stelling is dus niet betrokken geweest bij grondgevechten, die vaak gepaard gingen met een hoog munitiegebruik waardoor er een grote kans was dat munitie in de stellingen achterbleef. >
Is bekend tot welk moment de militaire infrastructuur in gebruik is geweest?
Op een luchtfoto van 3 september 1945, bijna vier maanden na de bevrijding, is te zien dat de stelling al deels ontmanteld is, al zijn de contouren en sommige objecten nog wel duidelijk herkenbaar. Gezien de ligging van de stelling, op een open perceel naast een doorlopende weg (Achterweg), is het niet waarschijnlijk dat dat hier in de periode na de bevrijding grote hoeveelheden munitie onopgemerkt konden achterblijven.
Onderzoeksgebied
200ĴMPM
Verdacht op diverse hoofdsoorten
Figuur 5. Verdacht gebied 34 op een luchtfoto van 3 september 1945, enkele maanden na de bevrijding (sortie 0032-15 nr. 4160).
>
Wat waren de voor de hand liggende dumplocaties voor ontplofbare oorlogsresten?
De stelling lag in een perceel met een slotenstructuur. Deze watergangen waren in principe geschikte dumploca ties, maar voor dit scenario bestaat voor deze locatie geen redelijke verdenking (zie de eerdere uitleg).
21S081-BR-01
Pagina 5 van 12
SARICON SAFETY Ã RISK CONSULTANCY
>
Hoe diep kunnen ontplofbare oorlogsresten ten opzichte van het maaiveld worden aangetroffen?
In het gemeentelijk vooronderzoek van Westland is de maximale diepteligging bepaald op 1,5 meter beneden het maaiveld ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. Op een stafkaart uit deze periode is aangegeven dat het maaiveld in deze omgeving destijds op +0.90 meter NAP lag. Uit raadpleging van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) blijkt dat het maaiveld in deze omgeving, ondanks de grote veranderingen die hier sindsdien hebben plaats gevonden, niet noemenswaardig gewijzigd is.
200 Meter
Figuur 6. Stafkaart die de situatie rond 1945 weergeeft.
21S081-BR-01
Onderzoeksgebied
Het maaiveld lag destijds rond +0,90 meter NAP. (Bron: topotijdreis.nl)
Pagina 6 van 12
SARICON SAFETY Ã RISK CONSULTANCY
0.9 M
0.5 M
0.4 M 0.5 M 0.4 M
0.6 M 0.4 M
0.6 M 0.9 M 0.5 M 0.5 M 0.5 M 0.6 M
0.4 M
0.9 M 0.5 M 0.4 M 0.4 M
0.2 M 0.5 M
0.2 M 0.4 M 0.4 M
200 Meter
1971 Onderzoeksgebied
Figuur 7. Historische maaiveldhoogtes geprojecteerd op de huidige situatie. De hier getoonde metingen zijn, wat het onderzoeksgebied betreft, zowel representatief voor de situatie in de Tweede Wereldoorlog als de huidige situatie.
21S081-BR-01
Pagina 7 van 12
SARICON SAFETY Ã RISK CONSULTANCY
Ĩ.L
- 'Vi'
1.V-Ï '
ý'
u'. ‘.r ‘‘
■'irļi
\ "ťíY v;1
z, 20/Me.tei^
Onderzoeksgebied Verdacht op diverse hoofdsoorten
Figuur 8. Uit het AHN blijkt dat de hoogte van het maaiveld ter plaatse van de verdachte gebieden in het onderzoeksgebied niet noemenswaardig gewijzigd is ten opzichte van de Tweede Wereldoorlog. (Bron AHN)
Op een luchtfoto van 29 december 1944 (zie figuur 4) is te zien dat de wapenopstellingen bovengronds zijn aan gebracht. Het ligt daarom niet voor de hand dat op deze locaties munitie onder het maaiveld is gedumpt/begraven. Het is lastig te bepalen hoe diep de loopgraven lagen, maar gezien het drassige karakter van het terrein is het niet waarschijnlijk dat de loopgraven/stellingen destijds daadwerkelijk 1,50 meter onder het maaiveld lagen. Mogelijk staken deze loopgraven zelfs deels boven het maaiveld uit. Gezien de hoge grondwaterstand in dit gebied is het hier sowieso niet waarschijnlijk dat ontplofbare oorlogsresten diep onder het maaiveld terecht zijn gekomen. >
Welke invloed hebben naoorlogse ontwikkelingen gehad?
In de jaren ’70 heeft het polderlandschap plaatsgemaakt voor het Prinsenbos, een waterplas omringd door bomen. Hoewel Saricon niet beschikt over specifieke documentatie met betrekking tot deze werkzaamheden, is het dui delijk dat voor de realisatie van dit recreatiegebied grootschalig grondverzet heeft plaatsgevonden. De verdachte gebieden liggen in de huidige begroeiing van het Prinsenbos. Eventuele ontplofbare oorlogsresten zouden nor maliter bij deze werkzaamheden moeten zijn opgemerkt dan wel verwijderd. Alleen al gezien deze veranderingen is het onwaarschijnlijk dat hier tegenwoordig nog ontplofbare oorlogsresten, afkomstig uit deze stellingen, aangetroffen kunnen worden.
21S081-BR-01
Pagina 8 van 12
SARICON SAFETY Ã RISK CONSULTANCY
r Onderzoeksgebied Figuur 9.Topografische kaart uit de jaren '70 als het Prinsenbos is gerealiseerd. (Bron: topotijdreis.nl)
21S081-BR-01
Pagina 9 van 12
SARICON SAFETY Ã RISK CONSULTANCY
V
Figuur 10. Drone-opname uit juni 2019. De locaties die horen bij verdacht gebied 34 bevinden zich in de bomenrij op de achtergrond. (Bron: Google Streetview)
___ Figuur 11. Drone-opname uit februari 2021 van het deel van het Prinsenbos waar verdacht gebied 34 ligt. (Bron: Google Streetview
21S081-BR-01
Pagina 10 van 12
SARICON SAFETY Ã RISK CONSULTANCY
>
Zijn er op de locatie van de militaire objecten naoorlogs daadwerkelijk ontplofbare oorlogsresten aangetroffen?
Sinds 1971 houdt de Explosieven Opruimingsdienst (EOD) alle meldingen/ruimingen van ontplofbare oorlogsresten systematisch bij. Dergelijke gegevens zijn in de periode daarvoor veel minder goed ontsloten. Hierdoor is niet bekend of er bij grondroerende werkzaamheden in de periode voor 1971 ontplofbare oorlogsresten zijn aangetrof fen. In de periode 1971 -februri 2021 zijn in ieder geval geen munitievondsten bekend die gerelateerd zijn aan dit verdedigingswerk.
Conclusie en advies Gezien de bovenstaande uiteenzetting ziet Saricon geen aanleiding om binnen het onderzoeksgebied tot opspo ring of andere beheersmaatregelen over te gaan. Dit betekent dat de voorgenomen werkzaamheden binnen dit project op reguliere wijze uitgevoerd kunnen worden. Mochten bij werkzaamheden in het onderzoeksgebied toch onvoorzien ontplofbare oorlogsresten worden aange troffen dan is het zaak dat een procedure in werking wordt gesteld om het risico tot een minimum te beperken (zie bijlage). De politie moet worden gewaarschuwd, die de EOD van een eventuele vondst in kennis zal stellen. NB: Het is niet gezegd dat in het onderzoeksgebied met zekerheid geen ontplofbare oorlogsresten aanwezig zijn. De uitkomst van deze briefrapportage moet worden beschouwd als een waarschijnlijkheidsuitspraak. Deze is gebaseerd op een uitgebreid historisch bronnenonderzoek, een kritische beoordeling van deze bronnen, ge hanteerde afbakeningsmethoden en expertinschattingen. Alle methoden in de betreffende onderzoeken zijn naar inschatting van de opstellers consistent toegepast; conclusies zijn herleidbaar en reproduceerbaar.
Opgesteld door: C.J.W. Prince Historisch onderzoeker
Goedgekeurd door: D. de Goeii Afdelingshoofd"***^
O
21S081-BR-01
Pagina 11 van 12
SARICON SAFETY Ã RISK CONSULTANCY
Bijlage: Protocol Spontane Vondst Ontplofbare Oorlogsresten Ondanks het uitvoeren (voor)onderzoeken op basis van historische gegevens, het maken van risicoanalyses en het uitvoeren van fysieke opsporing van ontplofbare oorlogsresten, kan nooit 100%-garantie worden gegeven dat deze niet meer in de ondergrond aanwezig zijn. De kans bestaat daarom dat er bij (graaf)werkzaamheden onvoorzien ontplofbare oorlogsresten worden aange troffen. In dat geval dienen de hieronder weergegeven stappen te worden gevolgd. De hulpverleningsdiensten onder leiding van het bevoegd gezag openbare orde en veiligheid zijn verantwoordelijk voor de maatregelen en afhandeling na het spontaan aantreffen van ontplofbare oorlogsresten.
Aantreffen ontplofbare oorlogsresten of verdacht object bij werkzaamheden
Het object niet beroeren
aMaatregelen treffen op de werklocatie ^ Werkzaamheden staken. ^ Personen uit de omgeving verwijderen. ^ Afzetten terrein. • Projectleiding inlichten.
Melden vondst via het Europese alarmnummer 112 aan de politie ^ Naam, functie en telefoonnummer. ^ Ligplaats van het object. ^ Omschrijving van het object (kleur, vorm, afmeting, andere bijzonderheden). ^ Eventuele bijzonderheden omtrent de werklocatie.
Politie komt ter plaatse ^ Politie is leidend in de aanpak en eventuele opschaling. Aanwijzingen van de politie moeten strikt worden opgevolgd. Mogelijk komen andere hulpdiensten ook ter plaatse.
Opschaling (door politie) na vondst ontplofbare oorlogsresten ^ De politie beslist of namens bevoegd gezag de Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EOD) wordt ingeschakeld. In overleg tussen politie en EOD wordt de prioriteit van de afhandeling van de melding bepaald. De EOD is verantwoordelijk voor de ruiming.
Vervolgwerkzaamheden ^ In overleg met bevoegd gezag en opdrachtgever wordt bepaald of de vondst als incident is te beschouwen, of dat er meer ontplofbare oorlogsresten verwacht worden. De werkzaamheden worden hervat of er worden aanvullende maatregelen genomen.
21S081-BR-01
Pagina 12 van 12
Bijlage 4 Watersleutel Hoogheemraadschap van Delfland
47
14-09-2021 14:30
Watersleutel
Watersleutel Beweeg cursor over begrippen voor toelichting. Blauwe vakjes invullen. Druk vervolgens op update.
« water berging
m poldergemaal m berging onv oppvl
Projectnaam & omschrijving 14-9-2021
Prinsenbos
b berging in grond
18 107 0 0 44
B berging verh oppvl berging bassins
polder/boezem gemaalcapaciteit peilgebied
Boezem mm/etmaal
24.6
kaart
GPG2007BZM I-d
Oppervlakteverdeling plangebied
HUIDIG
-1
TOEKOMSTIG
Stedeliik
verhard infrastr./bebouwing
m2
4027
3234
onverhard stedelijk
m2
8483
5076
verhard glasgebied
m2
0
0
onverhard glasgebied
m2
0