CConstaterende datWestland
Koppel je AI →
Document · PDF

1.56zk) Waelpolder_Bijlagen bij de toelichting_Bijlage 36 Ecologisch onderzoek 2017 (21-0253671)

Gemeenteraad 26 oktober 2021, gemeente WestlandBij agendapunt: Vaststelling van de afhandeling van de Lijst met Ingekomen Stukken (LIS)5.431 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Ecologisch onderzoek Rijnvaart Dijckerwaal fase 3 te 's-Gravenzande

Opdrachtgever Konijnenburg groep te Baarle Nassau

Milieu consultancy

AQUA-TERRA

Watermanagement Ruimtelijke ordening

Milieu consultancy AOUA-TERRA Watermanagement Ruimtelijke ordening

Aqua-Terra Nova BV

Zuidweg 79

Ecologisch onderzoek Rijnvaart Dijckerwaal fase 3 te 's-Gravenzande

2671 MP Naaldwijk telefoon 0174 - 625246 fax 0174 - 629744 www.aquaterranova.nl

Opdrachtgever Konijnenburg groep te Baarle Nassau

'A*

ŴKiŴírřaS

'

W&Gr; mm­ - - ..-V--

I B B

Datum: Rapportnr: Status:

10 oktober 2017 216114/AQT 302 FF/TS definitieve rapportage

IBAN: NL08 RABO 0368 1199 55

BTW: NL-8105.67878.B01

K.v.K. nr. 27240696

COLOFON

Titel

: Ecologisch onderzoek Rijnvaart Dijckerwaal fase 3 te 'sGravenzande

Opdrachtgever Naam

: Konijnenburg Groep te Baarle Nassau : mevr. C. Huijzer

Projectteam Projectmanager Auteur Veldwerk

Kwaliteitsborging

: ing. A.P. Wubben : ing. T. Schelling : ing. J. Marchal ing. T. Schelling ing. M. Langstraat msc. J.M.A. de Jonge : ing. M.M. Konings

Projectnummer

: 216114

Aqua-Terra Nova is lid van het Netwerk Groene Bureaus, de branche organisatie voor kwaliteitsbevordering en belangenbehartiging van groene adviesbureaus.

Datum vrijgave

Status

10 oktober 2017

definitief

Vrijgave auteur

Goedkeuring kwaliteitsborger

© 2017 Aqua-Terra Nova B.V. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enig andere manier, zonder voorafgaande schríftelijke toestemming van de uitgever.

Inhoudsopgave 1

INLEIDING.................................................................................................. 5

1.1 1.2 1.3 1.4

Aanleiding............................................................................................................... 5 Doelstelling............................................................................................................. 5 Leeswijzer............................................................................................................... 5 Verantwoording....................................................................................................... 5

2

WERKWIJZE ................................................................................................ 6

2.1 2.2 2.3 2.4

Inleiding................................................................................................................. 6 Projectbeschrijving................................................................................................... 6 Wettelijk kader WetNatuurbescherming.......................................................................6 Methode.................................................................................................................. 6

2.4.1 2.4.2

Rugstreeppad.......................................................................................................................... 6 Roofvogels.............................................................................................................................. 6

2.5 2.6

Effectbeoordeling entoetsing...................................................................................... 7 Nieuwe Wet Natuurbescherming................................................................................. 7

3

PROJECTLOCATIE EN BEOOGDE WERKZAAMHEDEN..................................... 8

3.1 3.2 3.3

Ligging plangebied................................................................................................... 8 Bestaande situatie.................................................................................................... 8 Beoogde situatie enactiviteiten .................................................................................. 8

4

RESULTATEN EN INTERPRETATIE................................................................ 9

4.1

Rugstreeppad.......................................................................................................... 9

4.1.1 4.1.2

Najaar.................................................................................................................................... 9 Voorjaar................................................................................................................................. 9

4.2 4.3

Roofvogels.............................................................................................................. 9 Overige soorten....................................................................................................... 9

5

EFFECTBESCHRIJVING............................................................................... 10

5.1

Functionaliteit plangebied.........................................................................................10

5.1.1 5.1.2 5.1.3

Rugstreeppad.........................................................................................................................10 Roofvogels............................................................................................................................ 10 O verige soorten......................................................................................................................10

6

CONCLUSIE EN AANBEVELINGEN............................................................... 11

6.1 6.2 6.3

Rugstreeppad.........................................................................................................11 Roofvogels.............................................................................................................12 Overige soorten ......................................................................................................12

7 BRONVERMELDING.................................................................................... 13 BIJLAGE 1 WETTELIJK KADER......................................................................... 14 BIJLAGE 2 WAARNEMINGEN............................................................................ 17

216114/Aqua-Terra Nova 302 FF/TS Definitieve rapportage 10 oktober 2017

4

1

INLEIDING

1.1

Aanleiding Gemeente Westland is werkzaam aan een nieuw bestemmingsplan ten behoeve van een grootschalig woningbouwproject 'Het Nieuwe Water' ten oosten van de woonkern van 'sGravenzande. Het woningbouwproject wordt in verschillende (deel)projecten uitgevoerd. In deze rapportage wordt deelproject 'Rijnvaarť beschreven. Het project Rijnvaart is aangewezen als geschikte locatie voor uitbreiding van woningbouw. Het plangebied is onderdeel van Dijckerwaal fase 3 en gelegen ten oosten van de woonkern van 'sGravenzande. Uit de Eco-effectscan (216114/AQT301FF/TS d.d. 5 augustus 2016) is gebleken dat het plangebied geschikt leefgebied biedt voor rugstreeppadden, zowel voor verblijfplaatsen als voortplantingslocatie en nestgelegenheid voor roofvogels. In dit kader is nader onderzoek uitgevoerd door Aqua-Terra Nova BV in opdracht van Konijnenburg Groep.

1.2

Doelstelling Het onderzoek heeft ten doel om vast te stellen: 1. of vaste rust en verblijfplaatsen van rugstreeppadden en roofvogels in het plangebied aanwezig zijn; 2. wat de functionaliteit van het plangebied en omgeving is voor rugstreeppadden en roofvogels; 3. welke effecten het project heeft op de functionele leefomgeving van rugstreeppadden en roofvogels. Vervolgens wordt aangegeven of mogelijke negatieve effecten van het project te vermijden, mitigeren, en/of te compenseren zijn en welke vervolgprocedure benodigd is.

1.3

Leeswijzer In de inleiding worden de aanleiding en de doelstelling van het onderzoek beschreven. Hierna volgt hoofdstuk 2 met de werkwijze. In hoofdstuk 3 wordt de situatie en de geplande werkzaamheden beschreven. In hoofdstuk 4 komen de resultaten van de inventarisatie aan de orde. Dit leidt in hoofdstuk 5 tot de effectbeschrijving. Ten slotte wordt in hoofdstuk 6 een conclusie en aanbevelingen gegeven over het voorkomen van beschermde soorten en de te nemen maatregelen. Hierna volgen de bronvermeldingen en de bijlagen met o.a. inventarisatiegegevens.

1.4

Verantwoording Ecologisch medewerkers van Aqua-Terra Nova BV hebben ruime veldervaring in onderzoek naar beschermde soorten en hebben daartoe gerichte cursussen gevolgd. Bij ecologische veldwerkzaamheden is een volledige garantie over de afwezigheid van soorten niet te geven. Door de inzet van ter zake kundige ecologen en landelijk geaccepteerde onderzoeksmethodes wordt onze onderzoekskwaliteit gewaarborgd.

216114/Aqua-Terra Nova 302 FF/TS Definitieve rapportage 10 oktober 2017

5

2 2.1

WERKWIJZE Inleiding In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe de resultaten van de voorliggende rapportage tot stand zijn gekomen. Dit hoofdstuk dient tevens als onderbouwing van de conclusies. In het kort wordt weergegeven hoe de Wet Natuurbescherming in het project wordt geborgd.

2.2

Projectbeschrijving Het project wordt beschreven aan de hand van de door de opdrachtgever verstrekte informatie. Hiertoe wordt de omvang en ligging van het plangebied beschreven in relatie tot groenstructuren in de omgeving, wordt de bestaande situatie geschetst en worden de beoogde activiteiten omschreven.

2.3

Wettelijk kader Wet Natuurbescherming Voor een uitgebreide omschrijving van de wet- en regelgeving zie bijlage 1. In de Wet Natuurbescherming zijn beschermde soorten en gebieden aangewezen. Hierbij zijn soorten ingedeeld in 2 beschermingscategorieën (categorie 1 en 2). Categorie 1 betreffen de strikt beschermde soorten van de Europese Habitat- en vogelrichtlijn aangevuld met soorten van de Bern en Bonn conventies. De categorie 2 soorten betreffen de nationaal en provinciaal beschermde soorten. Categorie 2 bestaat voor een groot deel uit de kwetsbare rode lijst soorten. De beschermde gebieden bestaan uit de Europese aangewezen Natura 2000-gebieden, aangevuld met provinciaal aangewezen beschermde natuurgebieden. De bescherming van soorten is met name gericht op instandhouding van populaties en verblijfplaatsen van individuen. Hierbij wordt het 'nee, tenzij'-principe gehanteerd. Handelingen in strijd met de verbodsbepalingen zijn per definitie verboden. Uitzonderingen voor overtreding van de verbodsbepalingen kunnen worden verleend middels vrijstellingen en ontheffingen. Tevens is de zorgplicht te allen tijde van kracht voor alle planten en dieren. Zie bijlage 1 voor de relevante verbodsbepalingen bij ruimtelijke inrichting en ontwikkelingen.

2.4

Methode

2.4.1

Rugstreeppad Het onderzoek naar de aanwezigheid van de rugstreeppad is conform de ^oortenstandaard Rugstreeppad(6) uitgevoerd. Er is onderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van voortplantingsgebied en overwinteringsgebieden. Er zijn in totaal vijf veldbezoeken uitgevoerd door ervaren ecologen tijdens relatief warme, windstille avonden en nachten (zie tabel 2.1). In de periode eind september/oktober 2016 is gelet op zichtwaarnemingen binnen het plangebied. In de periode april t/m juli 2017 is ten behoeve van voortplantingsgebied gelet op kooractiviteit, voortplantingswater en aanwezigheid van eiersnoeren.

2.4.2

Roofvogels Het onderzoek naar roofvogelbroedterritoria is conform de 'Soortenstandaard Buizerd' uitgevoerd. Dit omdat een soortenstandaard voor de sperwer ontbreekt en de soortenstandaard Buizerd voldoet aan de richtlijnen voor het uitvoeren van onderzoek naar roofvogels. Daarbij is rekening gehouden met soortspecifieke kenmerken. Er zijn twee veldbezoeken uitgevoerd in het voorjaar in de periode maart tot en met half mei 2017. Het veldbezoek heeft overdag na zonsopkomst plaatsgevonden bij gunstige weersomstandigheden. Zie tabel 2.1 voor de data en weersomstandigheden tijdens de veldinventarisaties.

216114/Aqua-Terra Nova 302 FF/TS Definitieve rapportage 10 oktober 2017

6

Tabel 2.1. Data en weersomstandigheden uitgevoerde veldinventarisaties Datum Tijd Onderzoek Focus Weersomsta ndigheden 5 oktober 2016 19:15 - 21:00 uur Rugstreeppad Winterverblijfplaatsen Helder, droog, 13^, 4 Bft 26 oktober 2016

19:45 - 21:15 uur

Rugstreeppad

Winterverblijfplaatsen

Bewolkt, droog, 13^, 3 Bft

4 april 2017

08:00 - 10:00 uur

Roofvogels

Broedterritoria

Helder, zonnig, 15^, 1 Bft

5 mei 2017

08:30 - 09:30 uur

Roofvogels

Broedterritoria

Bewolkt, droog, 10^, 3 Bft

16 juni 2017

01:45 - 03:45 uur

Rugstreeppad

Bewolkt, droog, 15^, 2 Bft

6 juli 2017

00:00 - 02:00 uur

Rugstreeppad

Voortplantingswater en migratie Voortplantingswater en migratie

Helder, droog, 15^, 1 Bft

De waarnemingen zijn in hoofdstuk 4 beschreven en in bijlage 2 en 3 in tabellen en op kaarten weergegeven.

2.5

Effectbeoordeling en toetsing Voor de aanwezige beschermde soorten worden de effecten van de voorgenomen handelingen beoordeeld en getoetst aan de verbodsbepalingen uit de Wet Natuurbescherming en de zorgplicht. De toetsing is gericht op aantasting en verstoring van individuen, hun voortplantingsplaatsen en overige vaste rust- en verblijfplaatsen en hun functionele leefomgeving. De toetsing is afhankelijk van de kwetsbare periode waarin handelingen een effect kunnen hebben. Vervolgens wordt beoordeeld of aantasting van individuen, verblijfplaatsen en hun functionele leefomgeving een effect heeft op de gunstige staat van instandhouding van de regionale of landelijke populatie. Per soortgroep worden de handelingen getoetst aan de verbodsbepalingen en de zorgplicht. Per beschermingscategorie worden hierbij verschillende toetsingskaders gehanteerd (zie tabel 2.2). Tabel 2.2. Toetsingskader per beschermingscategorie Categorie Toetsingskader Categorie 1 Effecten dienen te allen tijde voorkomen te worden. Indien effecten op soorten uit (Strikt beschermde categorie 1 niet uitgesloten kunnen worden, dient de omvang van de mogelijke soorten) effecten inzichteliík gemaakt te worden middels vervolgonderzoek.

Categorie 2 Voor handelingen in het kader van ruimtelijke inrichting en ontwikkeling geldt een vrijstelling voor overtreding van de verbodsbepalingen, mits de handelingen (Overige beschermde soorten) uitgevoerd worden conform een goedgekeurde gedragscode. Indien het niet mogelijk is om conform een gedragscode te werken, dan dient ontheffing aangevraagd te worden. Alle planten en In het kader van de zorgplicht dienen schadelijke effecten zoveel als redelijkerwijs dieren verwacht kan worden voorkomen te worden, beperkt te worden of ongedaan gemaakt te worden.

Nieuwe Wet Natuurbescherming Per 1 januari 2017 is de nieuwe Wet Natuurbescherming in werking getreden. Deze wet voegt de voormalige Natuurbeschermingswet 1998, Boswet en de Flora- en faunawet samen. In deze nieuwe Wet Natuurbescherming hebben de provincies de rol van bevoegd gezag. Naast de nationaal vastgestelde verordeningen zijn er tevens provinciale verordeningen opgesteld en kunnen soorten en gebieden op provinciaal niveau worden toegevoegd aan de lijst beschermde soorten (categorie 2).

216114/Aqua-Terra Nova 302 FF/TS Definitieve rapportage 10 oktober 2017

7

3

PROJECTLOCATIE EN BEOOGDE WERKZAAMHEDEN

3.1

Ligging plangebied Het plangebied van project Rijnvaart is gelegen ten westen van de Poelkade, tussen de kernen 'sGravenzande en Naaldwijk in Gemeente Westland, provincie Zuid-Holland. Zie figuur 3.1 voor de ligging en begrenzing van het plangebied. Rijnvaart te ‘s-Gravenzande 216114 Kugstieeppadden/ roofvogels

,«í Zandevelt

-Gravenzandf

OPSTAL

Figuur 3.1 Ligging en begrenzing plangebied Rijnvaart

3.2

Bestaande situatie Het plangebied heeft een oppervlakte van ca. 13,7 hectare. Aan de oostzijde van het plangebied is de weg Poelkade gelegen, aan de westzijde Nieuwe Vaart en de Rijnvaart ten noorden. In het plangebied zijn met name aan de oostzijde woningen met erven aanwezig. Enkele woningen zijn ook te vinden aan de westzijde. Het centrale deel is open terrein, verdeeld in stukken door waterlopen, dat deels wordt begraasd door schapen. In de noordwest hoek waar de wegen Nieuwe Vaart en Rijnvaart kruisen, is een bosschage aanwezig.

3.3

Beoogde situatie en activiteiten De activiteitenomschrijving is opgesteld aan de hand van plattegronden, ontwerptekeningen en de mondeling en schriftelijk door de opdrachtgever verstrekte informatie. In het plangebied van Rijnvaart, als onderdeel van masterplan Waelpark, zullen maximaal 350 nieuwe woningen worden gerealiseerd. Het gaat hier om grondgebonden woningen, appartementengebouwen en zorgwoningen. Er komt tevens een ecologische verbindingszone, welke wordt gekoppeld aan de bestaande Molensloot. Deze loopt van noord naar zuid door het plangebied. Er wordt een primaire auto-ontsluiting aangelegd op de Rijnvaartweg. De westzijde van het plangebied wordt voor auto's en langzaam verkeer ontsloten door middel van twee verbindingen over de ecologische zone, welke uitkomen op de primaire auto-ontsluiting. Voor langzaam verkeer (fietsers en voetgangers) en calamiteitenverkeer blijft de huidige ontsluiting op de Rijnvaartweg, langs de weg de Nieuwe Vaart, bestaan. Bestaande woningen blijven behouden. De bosschage in het noordwesten blijft behouden. Echter zijn de nieuwbouwwoningen op korte afstand van het bosschage gepland. Indien een nest van een roofvogel in het bosschage aanwezig is kan het project Rijnvaart effect hebben op de functionele leefomgeving van de soort. Deze activiteiten vormen de basis van de toetsing aan de Wet Natuurbescherming.

216114/Aqua-Terra Nova 302 FF/TS Definitieve rapportage 10 oktober 2017

8

4

RESULTATEN EN INTERPRETATIE In onderstaande paragrafen worden de resultaten weergegeven van de uitgevoerde inventarisaties voor het rugstreeppad- en roofvogelonderzoek. In bijlage 2 en 3 zijn de waarnemingen in een Excelbestand en een veldkaart weergegeven met daarop een overzicht van de waarnemingen. De resultaten van het onderzoek zijn opgesplitst in het voorjaaronderzoek en het najaarsonderzoek.

4.1

Rugstreeppad Ten behoeve van winterverblijfplaatsen is in het najaar gezocht naar de aanwezigheid van rugstreeppadden in het plangebied en schuilmogelijkheden die voor de winterperiode kunnen worden gebruikt. In het voorjaar en de zomer is naar kooractiviteit gezocht (roepende rugstreeppadden) en zomerverblijfplaatsen. Waarnemingen van de veldonderzoeken worden per seizoen weergegeven.

4.1.1

Najaar Tijdens het eerste najaar veldbezoek (5 oktober 2016) was de temperatuur rond de 13 graden Celsius met een frisse wind. Het plangebied is nauwkeurig onderzocht op aanwezigheid van winterverblijfplaatsen. Doordat de rugstreeppadden nog niet in winterrust zijn, kan activiteit van padden nabij schuilplaatsen worden waargenomen. Er zijn tijdens het eerste veldbezoek geen rugstreeppadden waargenomen. Onder aanwezig materiaal op en rondom woonerven zijn geschikte schuilmogelijkheden voor de rugstreeppad aanwezig. Ook zijn in het plangebied bestaande holen aanwezig van muizen. Deze holen zijn aantrekkelijk als winterverblijfplaats voor de rugstreeppad. Het tweede veldbezoek (26 oktober 2016) is twee weken later uitgevoerd. Ook bij dit veldbezoek zijn geen rugstreeppadden binnen het plangebied waargenomen. Meerdere muizenholen zijn aanwezig bij de waterlopen, al zijn deze niet in gebruik door de rugstreeppad. Binnen het plangebied is een ondiepe regenplas ter hoogte van de woning Nieuwe Vaart 5 met veel vegetatie. Hier is een volwassen exemplaar van de bastaardkikker aangetroffen die wegkroop tussen de vegetatie.

4.1.2

Voorjaar Tijdens het voorjaar is op warme avonden onderzocht of het plangebied wordt gebruikt als zomerverblijfplaats of voortplantingsplaats. Tijdens het eerste voorjaars veldbezoek in mei op een relatief warme voorjaarsavond zijn geen rugstreeppadden gehoord of waargenomen. In de aanwezige wateren zijn geen ei-snoeren van rugstreeppadden aangetroffen. Onder aanwezig materiaal op en rondom woonerven en op de bouwlocaties zijn wel geschikte schuilmogelijkheden aanwezig. Tijdens het tweede veldbezoek op 16 juni 2016 zijn geen rugstreeppadden waargenomen. Hiernaast zijn er geen koren gehoord en zijn er geen eiersnoeren van padden aangetroffen. Er zijn tevens geen kooractiviteiten waargenomen. Tijdens het derde veldbezoek op 6 juli is kooractiviteit waargenomen van de bastaardkikker. Het betrof ongeveer 10 roepende dieren. Er zijn geen rugstreeppadden aangetroffen in het plangebied of kooractiviteiten van de rugstreeppad gehoord. Wel zijn er op deze avond verschillende weidevogelactiviteiten waargenomen. Er is een nest van een scholekster en een kievit aangetroffen.

4.2

Roofvogels In het voorjaar zijn twee veldbezoeken gebracht in de ochtend om te onderzoeken of er vaste rust- en verblijfplaatsen van roofvogels in de bosschage van het plangebied aanwezig zijn en of het plangebied functioneel is voor roofvogels. Er zijn in het plangebied geen roofvogels zoals buizerd, ransuil of sperwer aangetroffen. Tevens zijn er geen oude nestsporen waargenomen op de locatie. De bosschage in het plangebied wordt niet gebruikt door roofvogels als vaste verblijfplaats.

4.3

Overige soorten Er zijn tijdens het najaarsveldbezoek in oktober 2016 kort na zonsondergang foeragerende gewone dwergvleermuizen waargenomen rond woningen in het plangebied. Gezien het tijdstip van de waarneming wordt uitgegaan dat vaste verblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis aanwezig zijn in de woningen. Langs de weg Rijnvaart is ter hoogte van de bosschage een platgereden egel gezien. Dit wijst erop dat egels wel in de omgeving van het plangebied voorkomen en van het plangebied gebruik kunnen maken. 216114/Aqua-Terra Nova 302 FF/TS Definitieve rapportage 10 oktober 2017

9

5

EFFECTBESCHRIJVING Onderstaand wordt de functionaliteit van het plangebied en de effecten van de voorgenomen werkzaamheden voor de rugstreeppadden, roofvogels en overige aanwezige soorten uiteengezet.

5.1 5.1.1

Functionaliteit plangebied Rugstreeppad Binnen het plangebied zijn geen verblijfplaatsen of voortplantingswateren van rugstreeppadden aangetroffen. Er is tevens binnen het plangebied Rijnvaart geen kooractiviteit van de rugstreeppad waargenomen. De geplande werkzaamheden hebben hierdoor geen effect op de rugstreeppad en kunnen zonder het aanvragen van een ontheffing in het kader van de Wet Natuurbescherming worden voortgezet. Wel is het van belang dat er maatregelen worden getroffen om het vestigen van de rugstreeppad tijdens de werkzaamheden in het plangebied te voorkomen. Dit omdat in de nabije omgeving van het plangebied het leefgebied van de rugstreeppad aanwezig is (figuur 6.1). Is de soort eenmaal gevestigd in het plangebied, is het niet toegestaan de dieren te verstoren.

5.1.2

Roofvogels Er zijn geen roofvogels of jaarrond beschermde nesten binnen het plangebied aangetroffen. De bosschage in het plangebied heeft voor roofvogels geen functie en de geplande werkzaamheden zullen geen negatieve effecten hebben op roofvogelssoorten.

5.1.3

Overige soorten De bastaardkikker is in het plangebied aangetroffen. Voor deze soorten geld een vrijstelling op de Wet Natuurbescherming (artikel 3.10, eerste lid, van de wet, gelden niet bij de uitvoering van handelingen in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden). De zorgplicht blijft wel te allen tijde in werking (zie bijlage 1). Er zijn enkele foeragerende gewone dwergvleermuizen aangetroffen rondom de woningen in het plangebied. De werkzaamheden hebben geen negatief effect op het foerageergebied van de gewone dwergvleermuis, aangezien de aanwezige woningen behouden blijven. Tevens is er voldoende groen aanwezig rondom het plangebied, zoals de overige tuinen van de woningen rondom het plangebied, waardoor het geen essentieel foerageergebied betreft. Het plangebied wordt gebruikt door weidevogels zoals kievit en scholekster als nestlocatie. Alle broedvogels zijn beschermd in de broedperiode (maart-juli) en nesten mogen niet opzettelijk verstoord of beschadigd worden. Aangeraden wordt om de werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren.

216114/Aqua-Terra Nova 302 FF/TS Definitieve rapportage 10 oktober 2017

10

6

CONCLUSIE EN AANBEVELINGEN In opdracht van Konijnenburg Groep heeft Aqua-Terra Nova in het kader van de geplande herinrichtingswerkzaamheden een rugstreeppad- en roofvogelonderzoek uitgevoerd in het plangebied Rijnvaart te 's-Gravenzande. Het onderzoek is gericht op het vaststellen van de functie van het plangebied voor de aanwezige soorten, volgens de protocollen en kennisdocumenten om de af- dan wel aanwezigheid van (essentiële) leefgebieden en verblijfplaatsen aan te tonen.

6.1

Rugstreeppad Het plangebied maakt geen deel uit van het leefgebied van de rugstreeppad. Er zijn geen individuen of kooractiviteiten waargenomen tijdens de veldbezoeken in het najaar 2016 en voorjaar 2017. Het aanvragen van een ontheffing in het kader van de Wet Natuurbescherming is niet van toepassing. Echter is op enkele kilometers afstand van het plangebied rugstreeppad leefgebied aanwezig (figuur 6.1). Met name het Natura 2000-gebied Solleveld & Kapittelduinen welke op 2 km bij het plangebied vandaan gelegen is, is rugstreeppadleefgebied. Bij de rugstreeppad is de exacte locatie van de terrestrische rustplaatsen, evenals die van de verblijfplaatsen van de sub-adulte exemplaren, en de exacte bijbehorende functionele leefomgeving redelijkerwijs niet in beeld te brengen.

• •♦é

•« 9

9‘

• •V

a

»*í*

Figuur 6.1 Verspreiding van de rugstreeppad in Nederland (Bron: Ravon, 2016). Plangebied in rode cirkel.

De rugstreeppad betreft echter een mobiele soort die gemakkelijk van verblijfplaats wisselt en juveniele padden kunnen afstanden tot wel 5 kilometer afleggen op zoek naar geschikt leefgebied. Bouwterreinen vormen vaak ideaal leefgebied voor rugstreeppadden. Door het nemen van maatregelen kan worden voorkomen dat rugstreeppadden zich vestigen in het plangebied voor of tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden. Is de soort eenmaal gevestigd in het plangebied, is het niet toegestaan de dieren te verstoren. Ook niet als deze zich tijdens de uitvoering van de werkzaamheden vestigen in het plangebied. Dit wegens de strikt beschermde status van de rugstreeppad. Op bouwterreinen is vaak een goed vergraafbare bodem aanwezig, schuilplaatsen onder bouwmateriaal, en regenplassen van sporen van zwaar materiaal. In deze ondiepe plassen warmt het water snel op en is er geen concurrentie aanwezig van andere amfibieën of waterinsecten waardoor deze zeer geschikt voortplantingswater vormen.

Aanbevolen wordt om de volgende maatregelen te treffen om vestiging van de rugstreeppad in het plangebied tijdens de werkzaamheden te voorkomen: - voorkomen dat er (tijdelijke) grond- en/of zanddepots en takkenbossen ontstaan op het werkterrein die als respectievelijk voortplantingshabitat of functioneel leefgebied van rugstreeppad kunnen functioneren; 216114/Aqua-Terra Nova 302 FF/TS Definitieve rapportage 10 oktober 2017

11

-

-

-

indien niet voorkomen kan worden dat grond- en/of zanddepots meer dan 4 weken blijven liggen, dienen deze grond- en/of zanddepots direct na afwerking afgedekt te worden met landbouwplastic of aan de onderzijde een goed afsluitend zeildoek, of; plaats padden werende schermen, bijvoorbeeld van glad landbouwplastic rond het werkterrein of rond de zand- of grondbulten. Zorg dat de schermen 10 centimeter in de grond steken en 50 centimeter boven de grond. Controleer regelmatig op scheuren, kieren en overhangende vegetatie; voorkom de vorming van ondiepe plassen op het werkterrein; pas de maatregelen toe tijdens de gehele periode van de werkzaamheden, met name is extra aandacht vereist op aanwezige padden in de periode maart t/m oktober.

Mochten ondanks de maatregelen rugstreeppadden worden gesignaleerd op het werkterrein, schakel dan zo spoedig mogelijk de hulp in van een ecologisch deskundige. Zij mogen binnen korte tijd de dieren verplaatsten naar geschikt habitat direct buiten het werkterrein om ze te beschermen tegen nadelige effecten.

6.2

Roofvogels Er zijn geen roofvogels of jaarrond beschermde nesten binnen het plangebied aangetroffen. De geplande werkzaamheden zullen geen effect hebben op roofvogels en kunnen zonder verdere maatregelen voortgezet worden.

6.3

Overige soorten Er zijn algemene amfibieën aanwezig in het plangebied zoals de bastaardkikker. De bastaardkikker betreft geen beschermde soort en het aanvragen van een ontheffing in het kader van de Wet Natuurbescherming is niet van toepassing. Voor deze soorten geld een vrijstelling op de Wet Natuurbescherming (artikel 3.10, eerste lid, van de wet, gelden niet bij de uitvoering van handelingen in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden). De zorgplicht blijft wel te allen tijde in werking (zie bijlage 1). Er zijn enkele foeragerende gewone dwergvleermuizen aangetroffen rondom de woningen in het plangebied. De werkzaamheden hebben geen negatief effect op het foerageergebied van de gewone dwergvleermuis, aangezien de aanwezige woningen behouden blijven. Tevens is er voldoende groen aanwezig rondom het plangebied, zoals de overige tuinen van de woningen rondom het plangebied, waardoor het geen essentieel foerageergebied betreft. Het plangebied wordt gebruikt door weidevogels zoals kievit en scholekster als nestlocatie. Alle broedvogels zijn beschermd in de broedperiode (maart-juli) en nesten mogen niet opzettelijk verstoord of beschadigd worden. Aangeraden wordt om de werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren.

216114/Aqua-Terra Nova 302 FF/TS Definitieve rapportage 10 oktober 2017

12

7

BRONVERMELDING Algemene natuur- en beleidsinformatie 1. 'Wet Natuurbescherming, Ministerie van Economische zaken, Den Haag, 2016. 2. 'houdende regels ter uitvoering van de Wet natuurbescherming en het Besluit natuurbescherming (Regeling natuurbescherming), Staatssecretaris van Economische Zaken, Den Haag, 16 oktober 2016. 3. Vergunningverlening Natura-2000, Omgevingsdienst Haaglanden (provincie Zuid-Holland), 2016. 4. Ontheffingverlening soorten, Omgevingsdienst Haaglanden (provincie Zuid-Holland), 2016. 5. Melding en ontheffingverlening houtopstanden, Omgevingsdienst Haaglanden (provincie ZuidHolland), 2016. Algemene verspreidingsgegevens en verspreidingsatlassen 6. 'Soortenstandaard Rugstreeppad versie 1.1. Dienst Landelijk Gebied, Ministerie van EL&I. December 2011. 7. 'Protocol vleermuizen', Vakberaad vleermuizen, Netwerk Groene Bureaus, 24 januari 2012. 8. Met vleermuizen overweg, Limpens et all., 2004. Uitgave Dienst Weg- en Waterbouwkunde, Delft, de Vereniging voor Zoogdierkunde en Zoogdierbescherming. 9. https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/kennisdocumenten-soortenontheffingen-wet-natuurbescherming/ 10. www.ravon.nl 11. 'Werkatlas verspreiding zoogdieren in Zuid-Holland 2000-2008', K. Mostert en J. Willemsen, Stichting Zoogdierwerkgroep Zuid-Holland, Delft, december 2008. 12. www.zoogdiervereniging.nl 13. www.sovon.nl 14. www.anemoon.nl 15.

www.pzh.nl: informatie over de Provinciale Ecologische Hoofdstructuur - Natuurnetwerk Nederland

Locatie specifieke informatie en internetpagina 's 16. Interactieve atlas Natura 2000, Provincie Zuid-Holland, 2017. 17. Interactieve atlas Natuurnetwerk Nederland, Provincie Zuid-Holland, 2017. 18. Spelregels EHS, Beleidskader voor compensatiebeginsel, NNN-Saldobenadering en herbegrenzen NNN, een gezamenlijke uitwerking van rijk en provincies, Ministeries van LNV en VROM en de provincies 19. https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/natuur-en-biodiversiteit/inhoud/nieuwe-natuurwet 20. http://www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.0171.BP00516VO0VLNL.IMRO.0171.BP00516-VO0L1.8.html 18. Kennisdocumenten BIJ12: 21. Schelling, T. (augustus 2016). Eco-effectscan Rijnvaart te 's-Gravenzande, 5 augustus 2016. Rapportnummer 216114/AQT301FF/TS

216114/Aqua-Terra Nova 302 FF/TS Definitieve rapportage 10 oktober 2017

13

BIJLAGE 1 WETTELIJK KADER Per 1 januari 2017 is de nieuwe Wet Natuurbescherming van kracht gegaan. Deze wet voegt de huidige Natuurbeschermingswet 1998, Boswet en de Flora- en faunawet samen. De belangrijkste doelen van de Wet Natuurbescherming betreffen de bescherming van de biodiversiteit in Nederland, de decentralisatie van de verantwoordelijkheden en een vereenvoudiging van de regels. De grootste veranderingen met de komst van de Wet Natuurbescherming ten opzichte van de oude natuurwetgeving betreffen: - alle verantwoordelijkheden en bevoegdheden komen bij de provincies te liggen; - er komt één rechtsdocument waar zowel vergunning als ontheffing (soorten, gebieden en kap van houtopstanden) wordt verleend; Bij de vergunningaanvraag mag aangehaakt worden bij de Omgevingsvergunning, maar dit is niet verplicht. Soortbescherming Het doel van de Wet Natuurbescherming is het in stand houden en beschermen van in het wild voorkomende planten- en dierensoorten. Ingevolge het 'nee, tenzij principe' zijn handelingen in strijd met de Wet Natuurbescherming per definitie verboden. De verboden handelingen zijn opgenomen in de verbodsbepalingen: Artikel 3.1 Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn.

Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen, opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren te verstoren, nesten van vogels weg te nemen of eieren te rapen en deze onder zich te hebben. Artikel 3.5 Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn. Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden, te vangen, te verstoren, eieren van dieren te rapen of opzettelijk vernielen, voortplantingsplaatsen of rustplaatsen te beschadigen of vernielen of planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken, te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of vernielen.

Artikel 3.10 Beschermingsregime andere soorten Onverminderd artikel 3.5 is het verboden: in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen, de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Vogels Van alle inheemse vogelsoorten zijn de nesten gedurende het broeden beschermd. De meeste vogels broeden in de periode 15 maart t/m 15 juli. Voor het verstoren van broedende vogels wordt in principe geen ontheffing verleend, omdat de verstoring eenvoudig voorkomen kan worden door de activiteiten buiten het broedseizoen uit te voeren. Van ca. 15 vogelsoorten zijn de nesten jaarrond beschermd.

Deze vogelsoorten zijn in vier categorieën ingedeeld(8): Cat 1 betreft vogelsoorten die het nest jaarrond gebruiken als vaste verblijfplaats, Cat 2 betreft koloniebroeders die elk broedseizoen terugkeren naar dezelfde nestlocatie en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop, Cat 3 betreft overige vogelsoorten die elk broedseizoen terugkeren naar dezelfde nestlocatie en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop, Cat 4 betreft vogelsoorten die elk broedseizoen terugkeren naar dezelfde nestlocatie en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn om een nest te bouwen.

216114/Aqua-Terra Nova 302 FF/TS Definitieve rapportage 10 oktober 2017

14

Tot slot zijn de nesten van enkele vogelsoorten (uit Cat 5) alleen jaarrond beschermd indien zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen, bijvoorbeeld als in de omgeving van een plangebied geen of onvoldoende alternatieve geschikte nestplaatsen aangeboden worden. Voor beschadiging of vernietiging van jaarrond beschermde vogelnesten kan alleen ontheffing worden verleend, indien het project een belang uit de Vogelrichtlijn dient. Zorgplicht Onder de Wet natuurbescherming geldt, net als onder de Flora- en faunawet, een zorgplicht voor alle in het wild levende dieren. De zorgplicht houdt in dat u werkzaamheden, die nadelig kunnen zijn voor dieren en planten, in redelijkheid zo veel mogelijk nalaat of maatregelen neemt om onnodige schade aan dieren en planten te voorkomen. Gebiedsbescherming Handelingen binnen de beschermde gebieden (Natura 2000-gebieden) worden slechts onder strikte voorwaarden toegestaan. Handelingen of activiteiten binnen én buiten beschermde natuurgebieden die schadelijk kunnen zijn voor de doelstellingen van het gebied zijn verboden, tenzij de minister van EL&I of de provincie een vergunning heeft verleend. Hierbij wordt het 'Nee, tenzij' principe gebruikt en dient rekening gehouden te worden met invloeden van buiten het beschermde natuurgebied, de zogeheten Sterne werking'.

Aanvullend dient rekening gehouden te worden met de cumulatie van effecten in relatie tot andere projecten of plannen. Programmatische Aanpak Stikstof Ook de op 1 juli 2015 van kracht gegane Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) blijft onveranderd van kracht met de ingang van de nieuwe Wet Natuurbescherming. De PAS is van kracht in 121 van de in Nederland 164 voorkomende Natura 2000-gebieden. Onder de PAS zijn alle activiteiten, evenementen en ruimtelijke ingrepen die een toename van meer dan 1 mol/ha/jaar stikstofdepositie binnen de begrenzing van 1 van de 121 Natura 2000-gebieden tot gevolg hebben vergunning plichtig en, indien de voorgestelde 'ontwikkelingsruimte' binnen gebied vergund is, wordt de maximaal toegestane stikstofdepositie verlaagd tot 0,05 mol/ha/jaar. Ontheffing Wet Natuurbescherming Voor overtreding van verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming kan ontheffing aangevraagd worden. Voorwaarde voor het verkrijgen van een ontheffing is dat het project geen negatief effect heeft op de gunstige staat van instandhouding van beschermde soorten én mits het project een bij wet genoemd belang dient. Voor soorten die aangewezen zijn in de Vogel- of Habitatrichtlijnen dient het project aanvullende belangen te dienen. De beschermde soorten zijn in twee categorieën met verschillende beschermingsniveaus opgenomen.

Vogels vallen buiten deze indeling en worden in de paragraaf vogels besproken. Voor algemeen voorkomende soorten geldt o.a. voor ruimtelijke ontwikkelingen een vrijstelling, waardoor een ontheffing niet nodig is. Voor schaarse soorten (categorie 2) is een ontheffing niet nodig, mits gebruik gemaakt wordt van een gedragscode. Voor strikt beschermde soorten (categorie 1) zal bij ruimtelijke ontwikkelingen een ontheffing nodig zijn als negatieve effecten niet uitgesloten en voorkomen kunnen worden. Voor alle inheemse soorten geldt daarnaast de algemene Zorgplicht, waarin gesteld wordt dat schade aan alle planten en dieren, zoveel als redelijkerwijs verwacht kan worden, voorkomen dient te worden. Natuurnetwerk Nederland In de NNN worden natuurgebieden onderling tot een samenhangend netwerk verbonden, o.a. via ecologische verbindingszones. Dit netwerk bestaat uit: bestaande natuurgebieden, reservaten en natuurontwikkelingsgebieden; landbouwgebieden met mogelijkheden voor agrarisch natuurbeheer; robuuste verbindingen en grote wateren. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is in het Natuurbeleidsplan geïntroduceerd en het beleid is in de Nota Ruimte overgenomen. De juridische doorwerking van het rijksbeleid van de NNN wordt in de AMvB Ruimte, als onderdeel van de Wet Ruimtelijke Ordening, geborgd.

De Provincie is verantwoordelijk voor de aanwijzing, begrenzing en de doelstelling van de NNN-gebieden in een verordening, in veel gevallen een natuurbeheerplan. De provinciale verordening bevat tevens regels voor bestemmingsplannen in de NNN.

216114/Aqua-Terra Nova 302 FF/TS Definitieve rapportage 10 oktober 2017

15

Dit betreft, conform de Spelregels NNN, een regeling over compensatie die er ten minste voor moet zorgen dat er geen netto verlies aan oppervlakte, samenhang of kwaliteit van het Natuurnetwerk Nederland optreedt en dat compensatie op de juiste wijze plaatsvindt. Tot slot zorgt de provinciale verordening ervoor dat de gemeente dit in de toelichting van het bestemmingsplan verantwoordt. Voor de NNN geldt het 'nee, tenzij'-principe: nieuwe activiteiten die de wezenlijke kenmerken en waarden van het natuurnetwerk significant aantasten zijn verboden, tenzij sprake is van groot openbaar belang, er geen andere mogelijkheden voor realisatie zijn en de negatieve gevolgen niet significant zijn.

216114/Aqua-Terra Nova 302 FF/TS Definitieve rapportage 10 oktober 2017

16

BIJLAGE 2 WAARNEMINGEN Datum en tijd

Aantal

Activiteit

Naam

Latijnse naam

Onderzoeker

05-10-2016 20:00 18-05-2017 00:01 18-05-2017 00:04 06-07-2017 00:07

1 1 1 ± 10

aanwezig Op nest op nest roepend

Bastaardkikker Kievit Scholekster Bastaardkikker

Pelophylax kl. esculentus Vanellus vanellus Haematopus ostralegus Pelophylax kl. esculentus

Tara.Schelling marije.langstraat marije.langstraat marije.langstraat

Waarnemingen Project 216114 Periode oktober 2016 t/m juli 2017

x

J

;

v'

Legenda Plangebied r

Bastaardkikker

f Scholekster Ş Kievit

216114/Aqua-Terra Nova 302 FF/TS Definitieve rapportage 10 oktober 2017

17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westland&id=5186a7e9-e5f6-476a-9b44-8362ac31b512