1.56zd) Waelpolder_Bijlagen bij de toelichting_Bijlage 29 Aanvullend verkennend asbest onderzoek Poelkade 2 (21-0253658)
Tekst van het document
BMA Milieu Bodemonderzoek t, -sanering
Opdrachtgever
: ONW C.V. T.a.v. dhr. M. de Jong Postbus 16075 2500 BB DEN HAAG
Rapportnummer
: VOA.2021.0027-7
Datum
: 22 april 2021
Aanvullend verkennend onderzoek asbest Waelplan Poelkade 26 - C4 ‘s-Gravenzande Gemeente Westland
Normec
Normec
mmwă BMA Milieu B.V. * Zuidweg 77 * 2671 MP Naaldwijk Tel. (0174) 63 07 43 * E-mail: info@bma-milieu.nl * www.bma-milieu.nl IBAN: NL97 RABO 0342 9797 36 * BIC: RABONL2U * BTW nr. NL805523868B01 * KvK nr. 272.40.966
■İŴ\ V
BRLSIKB 2000
BMA Milieu B.V.
Inhoudsopgave
blz.
1.
Inleiding en doel van het onderzoek Algemeen 1.1 1.2 Aanleiding en doelstelling 1.3 Referentiekader 1.4 Opbouw van het rapport
1 1 1 1 1
2.
Beperkt vooronderzoek en onderzoeksopzet 2.1 Situering van het terrein 2.2 Vooronderzoek asbest 2.3 Onderzoekshypothese en -opzet
2 2 2 3
3.
Veldwerkzaamheden 3.1 Uitgevoerde werkzaamheden 3.2 Samenstelling van de bodem 3.3 Zintuiglijke waarnemingen 3.4 Maaiveld inspectie 3.5 Afwijkingen BRL 2000, protocol 2018
5 5 5 5 5 5
4.
Laboratoriumonderzoek 4.1 Uitgevoerde analyses 4.2 Toetsingscriteria, interpretatie asbest en toetsing analyseresultaten 4.3 Bespreking resultaten
6 6 6 6
5.
Evaluatie 5.1 Algemeen 5.2 Conclusies en aanbevelingen
7 7 7
Literatuurlijst
8
Tabellen Tabel 1 Tabel 2 Tabel 3 Tabel 5
Onderzoeksopzet Zintuiglijke afwijkingen aan het bodemmateriaal Samenstelling monsters en uitgevoerde analyses Overzicht totaal gewogen gehalte aan asbest
3 5 6 6
Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9
Regionale situatie Situatieschets Monsternemingsformulier asbest in bodem Toetsing analyseresultaten Analysecertificaten Bodemprofielen en dwarsdoorsnede Procescertificaat protocol 2001, 2002, 2003 en 2018 Functiescheiding Verklarende tekst toetsingscriteria en parameters
BMA Milieu B.V.
1.
Inleiding en doel van het onderzoek
1.1 Algemeen De heer M. de Jong van ONW C.V. verzocht aan milieuadviesbureau BMA Milieu B.V. een aanvul lend verkennend onderzoek naar asbest te verrichten ter plaatse van de voormalige A- en B-bakken van Poelkade 26 binnen project Waelplan te ‘s-Gravenzande in de gemeente Westland. De regionale ligging en een overzicht van de onderzoekslocatie zijn weergegeven in respectievelijk bijlage 1 en 2.
1.2 Aanleiding en doelstelling Aanleiding tot het uitvoeren van het aanvullend verkennend onderzoek naar asbest is de herontwikkeling van de locatie. Doel van het asbestonderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem.
1.3 Referentiekader BMA Milieu B.V. is ISO-9001:2015 gecertificeerd voor bodemonderzoek en milieuadviezen. Het managementsysteem van BMA Milieu B.V. is door Normec Certification geëvalueerd en goedge keurd volgens de Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Veldwerk bij milieuhygiënisch bo demonderzoek BRL SIKB 2000 (protocollen 2001, 2002, 2003 en 2018). Onder de activiteiten van deze procescertificaten vallen het plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen (2001), het nemen van grondwatermonsters (2002) en veldwerk bij milieuhygiënisch waterbodemonderzoek (2003), de maaiveldinspectie en monsterne ming van asbest in bodem (2018) en de overdracht van de monsters, inclusief de daarbij behorende veldwerkregistratie, aan een erkend laboratorium of de opdrachtgever. Het procescertificaat is opge nomen in bijlage 7. Volledigheidshalve moet gemeld worden dat onderhavig bodemonderzoek, zoals ieder milieukundig bodemonderzoek, steekproefsgewijs is uitgevoerd. Dit betekent dat het onderzoek gebaseerd is op het verrichten van een beperkt aantal gaten en het nemen van een beperkt aantal monsters voor onderzoek in het laboratorium. Het is niet uitgesloten dat er lokaal afwijkingen in de bodem voorkomen, welke op de plaats van de uitgevoerde gaten niet zijn waargenomen.
Tevens dient opgemerkt te worden dat het bodemonderzoek een momentopname is en derhalve een bepaalde tijd geldig is (afhankelijk van het onderzoek en het bevoegd gezag). Met name op plaatsen waar tijdens bedrijfsactiviteiten verontreinigende stoffen worden gebruikt, gevormd of opgeslagen, kan de bodemkwaliteit worden beïnvloed. Als onafhankelijk adviesbureau is BMA Milieu B.V. op geen enkele juridische, financiële of andere wijze verbonden met de onderzoekslocatie.
1.4 Opbouw van het rapport Het beperkt vooronderzoek en de onderzoekopzet zijn beschreven in hoofdstuk 2. De veldwerkzaamheden en het laboratoriumonderzoek worden beschreven in hoofdstukken 3 en 4. De evaluatie is opge nomen in hoofdstuk 5.
VOA.2021.0027-7 Waelplan te ‘s-Gravenzande in de gemeente Westland 22 april 2021
1
BMA Milieu B.V.
2.
Beperkt vooronderzoek en onderzoeksopzet
2.1 Situering van het terrein De onderzoekslocatie is gelegen ter plaatse van de Poelkade 26 binnen project Waelplan te ‘sGravenzande in de gemeente Westland en heeft een oppervlakte van max. 100 m2. De locatie staat kadastraal bekend als gemeente ‘s-Gravenzande, sectie K, nummer 6461 (gedeeltelijk). De locatie is momenteel in gebruik als parkeerterrein. De locatie ligt direct langs de openbare weg Poelkade. De regionale ligging van het terrein is weerge geven in bijlage 1. Voor de situering van de onderzoekslocatie wordt verwezen naar bijlage 2. 2.2 Vooronderzoek asbest Het vooronderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5725:2017 waarbij de nadruk ligt op het vaststellen van de mogelijke aanwezigheid van asbest (bijlage A). Bijlage A betreft een handreiking en geldt als informatief voor het milieuhygiënisch vooronderzoek en de werkwijze bij het definiëren en verzame len van informatie over asbest in de bodem, bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat. Ten behoeve van het vooronderzoek wordt gebruik gemaakt van de recentelijk uitgevoerde historische vooronderzoeken (Waelpolder kenmerk: HO.2019.0041, d.d. 23 april 2019 en HO.2019.0041-2, d.d. 22 juli 2020 en Waelplas kenmerk: HO.2019.0053, d.d. 21 mei 2019 en HO.2019.0053-2, d.d. 27 juli 2020) en het addendum op het historisch vooronderzoek Waelpolder (kenmerk: ADD-HO-2020.0201, d.d. 2 november 2020).
Voor het volledige vooronderzoek wordt verwezen naar deze rapportages. De onderzoekslocatie Waelplan bestaat uit de deelgebieden Waelplas (oost- en westzijde) en Waelpolder. Ter plaatse van Waelplan zijn recentelijk historische vooronderzoeken (Waelpolder kenmerk: HO.2019.0041, d.d. 23 april 2019 en HO.2019.0041-2, d.d. 22 juli 2020 en Waeplas kenmerk: HO.2019.0053, d.d. 21 mei 2019 en HO.2019.0053-2, d.d. 27 juli 2020), een addendum op het histo risch vooronderzoek Waelpolder (kenmerk: ADD-HO-2020.0201, d.d. 2 november 2020) en milieu kundige bodemonderzoeken (Waelplas oostzijde kenmerk: MKB.2019.0138, d.d. 25 februari 2020, Waelpolder kenmerk: MKB.2019.0170, d.d. 18 februari 2020 en Waelplas westzijde kenmerk: MKB.2019.0291, d.d. 4 juni 2020) en een verkennend onderzoek asbest aan de Nieuwe Vaart 11 (kenmerk: VOA.2019.0018, d.d. 18 februari 2019) uitgevoerd welke tussentijds zijn (her)beoordeeld door ODH. Voor de locatie Waelplas (oost- en westzijde) is reeds invulling gegeven aan de opmerkingen uit de beoordelingen (zie rapportages met kenmerk 2020.0201). Voor Waelpolder (incl. Nieuwe Vaart 11) is, in afwachting op de definitieve beoordeling, reeds invulling gegeven aan de te verwachten opmerkin gen. Onderstaand wordt beknopt ingegaan op de beoordeling en toetsrapporten Waelpolder.
Beoordeling voor- en verkennend (asbest) bodemonderzoeken Waelpolder en Nieuwe Vaart 11 te ’sGravenzande (kenmerk: ODH-2020-00118555, zaaknummer: 00588060, d.d. 21 september 2020) en herbeoordeling (kenmerk: ODH-2020-00153930, zaaknummer: 00596242, d.d. 8 januari 2021); o Toetsrapport verkennend asbest bodemonderzoek Nieuwe Vaart 11 (zaaknummer: 00588060, kenmerk: ODH-2020-00118473, d.d. 21 september 2020); o Toetsrapport vooronderzoek Waelpolder (zaaknummer: 00588060, kenmerk: ODH2020-00118487, d.d. 21 september 2020); o Toetsrapport verkennend bodemonderzoek, verkennend asbestbodemonderzoek en nader bodemonderzoek Waelpolder (zaaknummer: 00578788, kenmerk: ODH-202000057053, d.d. 8 juni 2020) - rapport is in hoofdlijnen beoordeeld;
VOA.2021.0027-7 Waelplan te ‘s-Gravenzande in de gemeente Westland 22 april 2021
2
BMA Milieu B.V.
o o
Toetsrapport vooronderzoek Waelpolder en Nieuwe Vaart 11 (zaaknummer: 00596242, kenmerk: ODH-2020-00153947, d.d. 8 januari 2021); Toetsrapport verkennend en nader bodemonderzoek en verkennend asbestbodemonderzoek Waelpolder en Nieuwe Vaart 11 (zaaknummer: 00596242, kenmerk: ODH2020-00189491, d.d. 8 januari 2021).
Uit deze beoordelingen en toetsrapporten blijkt dat de volgende punten aangevuld dienen te worden: o Aanvullend verkennend onderzoek asbest ter plaatse van de minerale olieverontreiniging van Nieuwe Vaart 11 (is reeds uitgevoerd onder projectnummer 2020.0201); o Aanvullend verkennend asbestbodemonderzoek (waaronder één maaiveldinspectie van de onverharde terreindelen) conform de juiste strategie (verdachte bovengrond, diffuus i.p.v. grootschalig onverdacht), waarbij het gebied mogelijk in deelgebieden moet worden opgedeeld; o Aanvullend verkennend bodemonderzoek ter plaatse van gedempte watergang XII (ODH deellocatie: XIII); o Nader bodemonderzoek ter plaatse van ODH deellocaties I (onderzoekslocatie van 23 ha), XXVI (Poelkade 26, C4: A- en B-bakken) en XXVIII (Poelkade 28, D3: mati ge/sterke PCB-verontreiniging); o Aanvullend nader bodemonderzoek ter plaatse van ODH deellocaties XVII (Poelkade 16, A2: chroomverontreiniging) en XIX (Poelkade 16, A4:opslag- en aanmaakplaats meststoffen en bestrijdingsmiddelen), chroom is verticaal niet afgeperkt; o Aanvullend asbestbodemonderzoek ter plaatse van ODH deellocatie XXIII (Poelkade 26, C1: sterke minerale olieverontreiniging, boring 340) en XXVI (Poelkade 26, C4: A- en B-bakken); o Aanvullend verkennend onderzoek asbest ter plaatse van voormalige verhardin gen/puinlagen (is reeds uitgevoerd onder projectnummer 2020.0201).
Op basis van deze onderzoeken stelt ODH dat ter plaatse van de A- en B-bakken van Poelkade 26 (C4) aanvullend asbestonderzoek noodzakelijk wordt geacht. Onderhavige rapportage heeft betrekking op het aanvullend asbestbodemonderzoek ter plaatse van ODH deellocatie XXVI (Poelkade 26, C4: A- en B-bakken).
2.3 Onderzoekshypothese en -opzet Wij gaan er voor de onderzoeksopzet vanuit dat de te onderzoeken deellocatie (ODH-XXVI) Poelkade 26, C4: A- en B-bakken ‘verdacht’ is voor asbest in de bovengrond. Als onderzoeksstrategie wordt de strategie voor een ‘verdachte locatie met diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld (tabel 7 uit de NEN 5707) gebruikt. In tabel 1 wordt een systematische beschrijving weergegeven van de uit te voeren veldwerkzaamheden en de te verrichten analyses. Tabel 1______ Onderzoeksopzet veldwerk 7 - (ODH-XXVI) Poelkade 26, C4: A- en B-bakken (aanvullend verkennend onderzoek asbest - volgens tabel 7 uit de NEN 5707) max. 100 m2 2 gaten (30 x 30 cm) tot 0,5 m in de verdachte laag graven èn 1 gat welke wordt verdiept als boring tot ongeroerde ondergrond (0 12 cm) maaiveldinspectie
analyses
1x asbest in grond (NEN 5898)
Voor het verkennend onderzoek asbest wordt gebruik gemaakt van de NEN 5707+C2:2017.
VOA.2021.0027-7 Waelplan te ‘s-Gravenzande in de gemeente Westland 22 april 2021
3
BMA Milieu B.V.
De werkzaamheden worden uitgevoerd onder het procescertificaat ‘Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek’ BRL SIKB 2000 en bijbehorend protocol 2018 ‘maaiveldinspectie en monsterne ming van asbest in bodem’. Indien de grond meer dan 50% (puin)bijmengingenbodemvreemde mate rialen bevat, vallen de werkzaamheden niet onder de BRL SIKB 2000, protocol 2018.
VOA.2021.0027-7 Waelplan te ‘s-Gravenzande in de gemeente Westland 22 april 2021
4
BMA Milieu B.V.
3.
Veldwerkzaamheden
3.1 Uitgevoerde werkzaamheden Het veldwerk is op 22 maart 2021 onder leiding van een gecertificeerde medewerker van BMA Milieu (dhr. J. de Zeeuw) uitgevoerd. Ter plaatse is het maaiveld geïnspecteerd op asbest en is de contactzone door middel van het graven van drie gaten tot 0,5 m-mv onderzocht. Eén van de gaten is als boring doorgezet tot 2,0 m-mv. De gaten zijn (handmatig) gegraven met behulp van een schep en de boringen zijn uitgevoerd met een edelmanboor (met een diameter van ten minste 12 cm). Voor nadere gegevens over de situering van de proefgaten wordt verwezen naar bijlage 2. Het monsternemingsformulier asbest in bodem is opgenomen in bijlage 3.
3.2 Samenstelling van de bodem Voor een indruk van de samenstelling van de bodemopbouw ter plaatse wordt verwezen naar de bo demprofielen (bijlage 5). Over het algemeen wordt in de bovengrond zand met een zwakke tot matige bijmenging met puin, glas en koolas (1 tot max. 5 %) aangetroffen. In de ondergrond wordt klei aange troffen. Op basis van bovengenoemde bodemopbouw valt onderhavig onderzoek onder de NEN 5707+C2:2017 (landbodem en partijen grond en droge baggerspecie met minder dan 50% puin(granulaat)).
3.3 Zintuiglijke waarnemingen De waargenomen afwijkingen aan het bodemmateriaal staan vermeld in tabel 2. Bij de niet in de tabel vermelde boringen zijn geen afwijkingen geconstateerd. De volledige bodemprofielen zijn opgenomen in bijlage 6. Tabel 2______ Zintuiglijke afwijkingen aan het bodemmateriaal gat
01 02 03
traject ( m-mv)
0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,10 - 0,50
waargenomen bijzonderheden
matig puinhoudend, zwak glashoudend, zwak koolashoudend matig puinhoudend, zwak glashoudend, zwak koolashoudend matig puinhoudend, zwak glashoudend, zwak koolashoudend
aangetroffen asbestver dacht materiaal
-
geen asbestverdacht materiaal aangetroffen
3.4 Maaiveld inspectie Het maaiveld is, in verband met de aanwezige bedekkingsgraad (schelpen > 75 %), niet geïnspecteerd op asbest. Derhalve dient het maaiveld nog steeds als verdacht voor asbest te worden beschouwd.
3.5 Afwijkingen BRL 2000, protocol 2018 Ten aanzien van de veldwerkzaamheden zijn geen afwijkingen ten opzichte van BRL 2000, protocol 2018, te vermelden.
VOA.2021.0027-7 Waelplan te ‘s-Gravenzande in de gemeente Westland 22 april 2021
5
BMA Milieu B.V.
4.
Laboratoriumonderzoek
4.1 Uitgevoerde analyses Ten behoeve van de analyses zijn de monsters bij het laboratorium van Omegam B.V. te Amsterdam aangeleverd. Dit laboratorium is geaccrediteerd door de Raad voor Accreditatie conform ISO/IEC 17025:2005 onder nr. L 086. Een overzicht van de monsters en de uitgevoerde analyses staan vermeld in tabel 3. Tabel 3______ Samenstelling monsters en uitgevoerde analyses analysemonsters grond
01-1
deelmonster(s)
01 (0,00 - 0,50)
analyse
asbest in grond (NEN 5898)
4.2 Toetsingscriteria, interpretatie asbest en toetsing analyseresultaten De analyseresultaten zijn getoetst aan de circulaire bodemsanering van 1 juni 2013. De interventie waarde voor asbest is vastgesteld op 100 mg/kg ds. (serpentijnasbestconcentratie vermeerderd met 10 maal de amfiboolasbestconcentratie). Voor verkennend onderzoek asbest wordt A x de interventie waarde (50 mg/kg ds.) gehanteerd als criterium voor nader onderzoek. De toetsing is opgenomen in bijlage 3 en de analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 4. Een overzicht van het totaal gewogen gehalte aan asbest is weergegeven in tabel 4. Tabel 4 monster
01-1 (0,00 - 0,50)
Overzicht totaal gewogen gehalte aan asbest totaal gewogen gehalte aan asbest
overschrijding criterium nader onderzoek
6,9 mg/kg ds.
nee
4.3 Bespreking resultaten Het zintuiglijk zwak glas- en koolas- en matig puinhoudende grondmonster gat 01-1 (0,00 - 0,50) overschrijdt niet het criterium voor nader onderzoek van 50 mg/kg ds. totaal gewogen gehalte aan asbest.
VOA.2021.0027-7 Waelplan te ‘s-Gravenzande in de gemeente Westland 22 april 2021
6
BMA Milieu B.V.
5.
Evaluatie
5.1 Algemeen De heer M. de Jong van ONW C.V. verzocht aan milieuadviesbureau BMA Milieu B.V. een aanvul lend verkennend onderzoek naar asbest te verrichten ter plaatse van de voormalige A- en B-bakken van Poelkade 26 binnen project Waelplan te ‘s-Gravenzande in de gemeente Westland. De regionale ligging en een overzicht van de onderzoekslocatie zijn weergegeven in respectievelijk bijlage 1 en 2. Aanleiding tot het uitvoeren van het aanvullend verkennend onderzoek naar asbest is de herontwikkeling van de locatie. Doel van het asbestonderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. De werkzaamheden uit onderhavig onderzoek zijn door BMA Milieu B.V. uitgevoerd onder het pro cescertificaat ‘Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek’ BRL SIKB 2000 en de bijbehorend protocol 2018 ‘maaiveldinspectie en monsterneming van asbest in bodem’.
5.2 Conclusies en aanbevelingen Op de onderzoekslocatie zijn drie gaten gegraven. De grond ter plaatse van de gaten overschrijdt niet het criterium voor nader onderzoek van 50 mg/kg ds. totaal gewogen gehalte aan asbest. Ons inziens vormen de resultaten van dit onderzoek milieuhygiënisch gezien geen belemmering voor de voorgenomen herinrichting van de locatie. Aanbevolen wordt onderhavige rapportage af te stemmen met Omgevingsdienst Haaglanden (ODH, uitvoeringsdienst milieutaken voor o.a. gemeente Westland). De mogelijk bij bouwactiviteiten vrijkomende of aan te voeren grond is voor hergebruik onderhevig aan wettelijke bepalingen (Besluit Bodemkwaliteit). De gemeente waar de grond wordt toegepast is in dergelijke gevallen het bevoegd gezag.
functie
naam
handtekening
versie
ing. J. Luiten definitief controle Z vrijgave
H. van Malsen
VOA.2021.0027-7 Waelplan te ‘s-Gravenzande in de gemeente Westland 22 april 2021
7
BMA Milieu B.V.
Literatuurlijst 1.
NEN 5725:2017, Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek, Ne derland Normalisatie-instituut, 1 oktober 2017.
2.
NEN 5740:2009+A1:2016, Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond, Nederland Normalisatie-instituut, 1 april 2016.
3.
NEN 5707+C2:2017, Protocol voor onderzoek naar asbest in bodem, Nederland Normalisatie-instituut, 1 december 2017.
4.
NEN 5897+C2:2017, Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat, Nederland Normalisatie-instituut, 1 december 2017.
5.
NEN 5898:2015+0:2016, Bepaling van het gehalte aan asbest in grond, waterbodem, bouw- en sloopafval en granulaat, Nederland Normalisatie-instituut, 1 augustus 2016.
6.
NTA 5755:2010, Strategie voor het uitvoeren van nader onderzoek - Onderzoek naar de aard en omvang van bodemverontreiniging, Nederland Normalisatie-instituut, 1 juli 2010.
7.
Besluit bodemkwaliteit (Bbk), 22 november 2007, versie per 24 mei 2016.
8.
Regeling bodemkwaliteit (Rbk), 13 december 2007, versie per 30 november 2018.
9.
Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013.
10. Nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving 2018-2021, kenmerk: PZH-2017-630244766, d.d. 19 december 2017, opgesteld door Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland. 11. Provinciale milieuverordening Zuid-Holland (negende tranche), Provincie Zuid-Holland, 2014. 12. SIKB BRL 2000: Veldwerk milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek, versie 5, 12 december 2013. 13. Wijzigingsblad bij BRL 2000, versie 3, 10 maart 2016. 14. Protocol 2001, 'Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen', versie 3.2, 12 december 2013. 15. Protocol 2002, 'Het nemen van grondwatermonsters', versie 4, 12 december 2013. 16. Protocol 2003, ‘Veldwerk bij milieuhygiënisch waterbodemonderzoek’, versie 2.2, 10 maart 2016. 17. Protocol 2018, 'Maaiveldinspectie en monsterneming van asbest in bodem', versie 3.2, 10 maart 2016. 18. Wet houdende regelen inzake bescherming van de bodem (Wet bodembescherming - Wbb), 3 juli 1986 en Wet houdende wijziging van de Wet bodembescherming en enkele andere wetten in verband met wijzigin gen in het beleid inzake bodemsaneringen, 15 december 2005.
VOA.2021.0027-7 Waelplan te ‘s-Gravenzande in de gemeente Westland 22 april 2021
8
BMA Milieu B.V.
Bijlage 1 Regionale situatie
nge Stukken ,SBURGtRWEG
Rolpaal ^ Uw-" /s' Honst'l
Boschpolder Be («)u«
Pmsenbos
Baakwoning
Xs-Gravenzande ShaKí. ^ X Media fjļ-ÌO»' TT- AvO. V,
'
0eB«JllMOnng
Veėrtiem'.
Kiéeti
Mine's' ee«rrteikerfc^V,fj .y\V)V-.i*~ • De Hoctetcen Mra\\Tíîv\*^-fcUÎ
ĩvyttol
B locatie
Koren bloem
Motenį.%
* Intüi;
ZjiiV’rtťrV-.'
\^S.
'M&ŷk mm Pijletuinen yv
RkM çjèntiun s G'.ľe'rujrV
|gP
VKvvjïf •íŴW
r
‘ Weirtáridhai «Rří r a-ò .İT ^ k.r' -f* » «
eň Maat If
‘Naaldwijk
V'/í/N,
'ţŵ^ftrt PBųnçnbuíť^v z »Ŵ
ŴÍW,
ito
«‘siaS^V
Ounendţjdi
een en Geestvaart, polder- *
^]N466
II
, ^ yV.'
, Interconfessionele» . Scholen groep Westland. Hoogeland
HBfeWfflr Hoogwerf Huw
Hoogeland
Heenweg ůrrtbertusterti
BMA Milieu B.V.
N467]
Projectnummer : 2021.0027
Regionale situatie
Opdrachtgever : ONW C.V. Project
: Waelplan (Poelkade 26) te ‘ s-Gravenzande
Schaal
: 1:25.000
BMA Milieu B.V.
Bijlage 2 Situatieschets
BMA Milieu B.V.
Bijlage 3 Monsternemingsformulier asbest in bodem
Monsternemingsplan asbest inbodem (brl 2000, v6.o, Protocol 2oi8v6.o) Proiectgegevcns Proiectnummer: Locatieadres/Gemeente: Opdrachtgever: Onderzoeksdoel: Soort onderzoek: Proįectleider BMA Milieu: Gecertificeerde veldwerker(s): Veldwerker(s) in opleiding: Assistent-veldwerker: Uitvoeringsdatum:
2021.0027-7 Waelplante ‘s-Gravenzande ONW C.V. Herinrichting van de locatie Verkennend onderzoek asbest J. Luiten J. de Zeeuw 1M. de Heer J. Gregoire 2TL Iö2»Í207„\
Vooronderzoek en Veiligheid onderzoekshypothese verwachte samenstelling bodem terreinverkenning:
onverdacht! verdacht kleiner /-groter dan 50 Vo bodemvreemdmateriaal braakliggend
wat is de aard en mate van begroeiing? bevinden zich op de locatie verhardingen?
0 ^ begroeiing kort (gemaaid) 1 lang (toelichting: nee
nee zijn tijdens de inspectie asbestverdachte materialen aangetroffen? īīOCj vooronderzoek verricht (NEN 5707) ja bestaat de kans dat de bodem asbest bevat boven nee vochtmeten melding arbeidsinspectie (mľfĥde vigerende norm (o.b.v. vooronderzoek)? 2 dagen vooraf), V&G plan) nee ja? sprake van aanvullend/nader onderzoek? nee Ļįū, zie risicoschatting met plan van aanpak zijn de werkzaamheden vooraf aan uitvoering besproken met een hoger veiligheidkundige of arbeidshvgiënist? nee / ja, dan ingehuurd personeel en wordt er gebruik gemaakt van ingehuurd personeel en/ of materieel? Onderzoeksloeatie beschikbaarheid: oppervlakte onderzoekslocatie opdeling in deelgebieden
in-situ max. 100 m2 nee / ja, (rekening houdende met perceelgrenzen, vegetatie,
(gedumpt) puin opdelen in ruimtelijke eenheden nee I ja, in ... eenheden van maximaal 1.000 m2 situatieschets (tussen 1:100-1:1000) nee-/ ja (evt. met ruimteliike eenheden, maaiveld inspectieraster, graafplan) codering: sleuf 1, sleuf 2 eter gat 1, gat 2 etc. aanvullende instructies: grondmonster aanleveren in emmers, plaatmateriaal aanleveren in dubbel verpakte monsterzakken - beide met asbest stickers Toetsing voorbereiding afwijkingen van protocol 2018 ofNEN 5707 ( neeV ia, zie opmerkingen. akkoord paraaf veldwerker akkoord paraaf projectleider akkoord paraaf kwaliteitsverantwoordelijke ingehuurd personeel voorgelicht en onderricht op veiligheidsaspecten. deco-unit gekeurd/geschikt vochtmeter gekeurd/geschikt
J. Luiten H. van Malsie bedrijf: dhr: keuring: keuring:tpk 9r\?i
paraaf: paraaf:
Monsternemingsverslag asbest in bodem Projectgcgcvcns Projectnummer: Locatieadres/gemeente: Gecertificeerde veldwerker(s): Veldwerkers) in opleiding: Assistent-veldwerker: Uitvoeringsdatum:
2021.0027-7 Waelplan te ‘s-Gravenzande J. de Zeeuw íM. de Heer J. Gregoire 2.2.-Z1
Maaiveld inspectie RE....... is er sprake van een groot^ nee//ja, dan mag worden afgeweken van de standaard systematiek, hetzij schalige situatie (z 1 ha) 'döòr in één richting te inspecteren hetzij door een steekproefsgewijze inspectie van het maaiveld is er sprake van meer dan 100 ( neeyV ja, dan kunnen steekproefsgewijs inspectievlakken (rasters) van cm2 aan asbestverdacht minimaal 5 m x 5 m worden geïnspecteerd (zie voor aantal inspectievakken materiaal perm2 tabel 7 of 8 NEN 5707) weersomstandigheden neerslag: < 10 mm ì MO mm per uur; regen /hagelTŝheeüŵT'mist— tiļdstip H- zicht \ tiįd :l.l.:00-lį.30 1 zicht: > 50 meter ì *í~50-meter~ M bedekking maaiveld \ 5,50 7o 1 > 50 7o vegetatie ļ verhardingen 1 waterplassen,/Sneeuw ! anders vegetatie verwijderd/gemaaid ļ ja,/ nee, bedekkingsgraad <7T9Ŵ•/ > 75 Yo "V mdien gras: lang I kort (gemaaid), inspectie kan uiťgevoerd worden maaiveldinspectie uitgevoerd j&j/.nee,... Z zijn de (deel)gebieden in ĵaĵ hėe,t stroken (1,5 m) geïnspecteerd bodemvocht meting: zijn mee/ja, gemiddeld gemeten percentage.....
maatregelen noodzakeliįk schatting inspectie-efficiëntie zand droog, los èn geen vęgëtatie 90- 100 0Zo maaiveld zand vochtig, vast ètį matige vegetatie 70 - 90 Yo klei droog, los en géén vegetatie 70 - 90 Yo klei vochtig, vast en matige vegetatie 50 - 70 07o geschatte dichtheid toplaag ...............kg /.rii3 asbest “verdacht” totaal....... 3'........ gram, vindplaats.................................. materiaal (maaiveld) type materiaal: golfplaat, plaat, leiding, dakbedekking, ..................... monstéreode......................... barcodë\........................ asbest “verdacht” totáál...................gram, vindplaats........ ......................... materiaal (maaiveld) -type materiaal: golfplaat, plaat, leiding, dakbedekking, ..................... z monstercode......................... barcode...............ľľ...... asbest “verdacht” totaal...................gram, vindplaats........................... ľVv.. materiaal (maaiveld) ^,/ type materiaal: golfplaat, plaat, leiding, dakbedekking, .................. monstercode......................... barcode........................ asbest “verdacht’5' totaal...................gram, vindplaats.................................. s materiaal (maaiveld) type materiaal: golfplaat, plaat, leiding, dakbedekking, ..................... monstercode......................... barcode........................
Graven van galen en/ of sleuven RE....... proefvakken /rasters neerslag: < 10 mm /MO mm-per dag; ŕeğ'ĉrr/hagel/sneeuw bodemvocht meting 1 tijdstip: p ÍÌOC) bodemvocht: ļ R 7o bodemvocht meting 2 tijdstip://,^ 7 bodemvocht: 1 1 i 70 bodemvocht meting 3 tijdstip: į í jOo' bodemvocht: í fa Ö Yo bodemvocht meting 4 tijdstip: ļ (ICC' bodemvocht: l Yo gaten 1 sleuven /-boringen 3 öX3i?' bodemmonsters
.nee'/'ja, zie boorstaat! dwarsdoorsnede
boring 1 gat 1 sleuf nummer: ./... diepte ^ van Q totO įřn-mv (uitgraven per 5 à 10 cm) (afgezeefde fractie van gehele gat/sleuf)
boring 1 gat f sleuf nummer: .2L. diepte vanC^.. totÇ.5m-mv
boring 1 gat-/ sleuf nummer: ..3.. diepte vanO, 1 tot(y5 m-mv
boring 1 gat 1 sleuf nummer:....... diepte van ... tot... m-mv
boring ì gat 1 sleuf nummer:....... diepte van ... tot.. m-mv
lengte sleuf: Pyf)
cm, opmerking:
breedte sleuf: o O cm, opmerking: geschatte dichtheid: f 12 *To kg 1 m3, opmerking: monstergewicht: t O kg (excl. emmer i min. 10 kg drooggewicht) afgezeefde fractie mm): O P kg, type materiaal.................. asbest verdacht materiaal aangeťroffen(neŞ)/ Ja type materiaal: golfplaat, plaat, leiding, dakbedekking, kit (bitumen), spuitasbest,................................................. grootte materiaal: lxl7..'5x5—/-..J.Û-XĨÖ ì >10xl0 cm verzamelmonster " ' gram"^»^. monstercode ...............rrTT................... barcode 7^................................... lengte sleuf:, ^ O cm, opmerking: breedte sleuf: ŻO cm, opmerking: geschatte dichtheid: į jkg 1 m3, opmerking: monstergewicht: C? kg (excl. emmer 1 min. 10 kg drooggewicht) afgezeefde fractie ^2Ò mm): C) l kg, type materiaal..................... asbest verdacht materiaal aangeíroffeŕriete I ia type materiaal: golfplaat, plaat, leiding, dakbedekking, kit (bitumen), spuitasbest,................................................. grootte materiaal: l'X'-W 5x5 ì Jf)xl0 ĩ MOxlO cm verzamelmonster gram monstercode ................... ^.......ľľľľľr-hąŗcode ......................................... lengte sleuf: 3 O cm, opmerking: breedte sleuf: 3 O cm, opmerking: geschatte dichtheid: f ? kg l m3, opmerking: monstergewicht: ^\kg (excl,. emmer 1 min.
10 kg drooggewicht) afgezeefde fractie 0*20 mm):,- ^'-'^, type materiaal.................... asbest verdacht materiaal' aangetroffen^eţP7'ja . type materiaal: golfplaat, plaat, leiding'ļakbëďekking, kit (bitumen), spuitasbest,............. ................................... grootte materiaal: lxl į 5x577^1,0x10 l >10xl0 cm verzamelmonster gram^**^ monstercode .......... .............................. barcodeN,....................................... cm, opmerking: lengte sleuf: breedte sleuf: cm, opmerking: geschatte dichtheid: kg í m3, opmerking: monstergewicht: kg (excl. emmer ì min. 10 kg drooggewicht) afgezeefde fractie ^20 mm): kg, type materiaal..................... asbest verdacht materiaal aangetroffen nee 1 ja type materiaal: golfplaat, plaat, leiding, dakbedekking, kit (bitumen), spuitasbest,................................................. grootte materiaal: lxl I 5x5 1 10x10 ļ MOxlO cm verzamelmonster gram monstercode ......................................... barcode ......................................... lengte sleuf: cm, opmerking: breedte sleuf: cm, opmerking: geschatte dichtheid: kg I m3, opmerking: monstergewicht: kg (excl. emmer 1 min. 10 kg drooggewicht) afgezeefde fractie ^20 mm): kg, type materiaal.....................
asbest verdacht materiaal aangetroffen nee 1 ja type materiaal: golfplaat, plaat, leiding, dakbedekking, kit (bitumen), spuitasbest,................................................. grootte materiaal: lxl 1 5x5 1 10x10 i MOxlO cm verzamelmonster gram monstercode ......................................... barcode .........................................
Is de, in een gat of sleuf, totaal í Nee)/ Ja, dan dient dit materiaal te worden verzameld en het gewicht door een aangetroffen hoeveelheid asbest ^ •erkend laboratorium te worden bepaald. Indien dit niet mogelijk is dient het verdacht materiaal groter dan 0,7 gewicht, ter plaatse, indicatief te worden bepaald. kg Foto’s genomen? f Jaÿ nee, omdat........
Aanbieden monsters aan het laboratorium (Omegam)________ ' Spoel de emmers aan de buitenzijde af met water totdat al het aanhangende materiaal is verwijderd._____ Voorzie de verpakkingen (van asbestverdachte monsters) van de waarschuwing: “Voorzichtig, bevat asbest”; hiertoe kan men gebruik maken van de standaard stickers.________________________________ Bied het asbestverdachte materiaal en/of de grond(meng)monsters eenduidig gecodeerd en verpakt conform de vigerende veiligheidsregels aan het laboratorium aan (17.00 u, koelkast bedrijfsruimte BMA). Afwijkingen monstername (BRL 2000-protoċoí 2018) zįįn er afwijkingen geconstateerd ^ nee)/ ja, te weten: bodem bevat (in zijn geheel) meer dan 50 0Zo įfíee)ja,... bodemvreemdmateriaal afzeven grove fractie ^20 mm) was niet mogelijk ^ nee)/ ja, omdat........ hoeveelheid monstermateriaal (c 10 kg grond)
ř nee) ja, omdat........
uitleggen van monstermateriaal in lagen van 2 cm
fneĉ) ja, omdat........
Opmerkingen t.a.v. BRL 2000-protocol 2018 Maaiveldinspectie was i.v.m. de bedekkingsgraad wel 1 niet mogelijk delen van de locatie/ bodemlagen met > 50oZo bodemvreemd materiaal zijn apart gehouden
bedekkingsgraad> 75 0Zo (maaiveld blijft verdacht voor asbest) ^vft)ja, bemonsterd o.b.v. NEN 5897:2015/01:2016
Toétsiiigiiitvoering Afwijkingen van protocol 2018 ofNEN 5707 Voor akkoord Paraaf veldwerker(s)* Voor akkoord Paraaf projectleider
^ rNe^/ Ja, namelijk....
* De monsternemer verklaart dat het veldwerk onafflankélijk van de opdrachtgever is uitgevoerd conform de eisen van BRL SIKB 2000 en de daarbij horende protocollen, waarbij gebruik is gemaakt van interne functiescheiding onder de voorwaarden die het Besluit bodemkwaliteit hieraan stelt.
Opmerkingen
Checklist verplichte materia cn Standaard spade, hark, folie, grondboor (0 min. 12 cm), monsterschep (lxb min. 10x5 cm), monsteremmers en -zakken, markeerAafzetlint, weegschalen, zeven (maaswijdte 20 en 40 mm), asbest stickers, meetlinť-wiel, piketten en werkwater (drinkwaterkwaliteit) Aanvullende veiligheidseisen afspoelbare/wegwerp overalls/laarzen/schoenen, veiligheidshelm, veiligheidsschoenen, P3-overdrukmasker met filter en laadapparaten, volgelaatsmasker, kraan met overdrukcabine, deco-unit, plakband, stickers ‘voorzichtig, bevat asbest’ en ‘asbesthoudend afvaľ, zakken met ‘asbest gevaarlijk’ bijlage : situatieschets en boorstaten
BMA Milieu B.V.
Bijlage 4 Toetsing analyseresultaten
BMA Milieu Bodemonderzoek 1 -sanering berekening asbest o.b.v. gehalten in grond of puin incl. grove fractie Projectcode: Projectnaam: Monsterpunt:
2021.0027.7 Waelplan (Poelkade 26, C4: A- en B-bakken), ’s-Gravenzande gat 01-1 (0,00-0,50)
gat/sleuf lengte gat/sleuf (m1) breedte gat/sleuf (m1) laagdikte gat/sleuf (m1) dichtheid (kg/m3) inspectie-efficiëntie (X) droge stofgehalte monster (X)
0,30 0,30 0,50 1750,00 100X 86X
asbesthoudende materialen serpentijn massa asbest (mg) amfibool massa asbest (mg)
0,0 0,0
volume gat/sleuf (m3)
0,045
totaal gewicht gat/sleuf (kg)
67,96125
totaal gewogen gehalte asbest in materiaal (mg)*
0,0
* Gehalte aan amfiboolasbest (crocidoliet, amosiet, anthofylliet, tremoliet, actinoliet) is reeds met factor 10 vermenig-vuldigd. Dit om de concentratie aan amfiboolasbest om te rekenen naar serpentijnasbestconcentratie (chrysotiel)
berekende concentratie asbest in materiaal (fractie > 20 mm) (mg/kg ds)
0,000
correctie afgezeefde grove fractie concentratie asbest in puin/grond (fractie < 20 mm) (mg/kg ds) monstergewicht ^ 20 mm) (veldnat, kg) afgezeefde fractie ^ 20 mm) (kg) afgezeefde grove fractie ^ 20 mm) (X) massa fractie < 20 mm + > 20 mm (kg ds) gehalte in grondmonster gecorrigeerd voor fractie > 20 mm (mg/kg ds) eindoordeel
(totaal gewogen gehalte asbest in materiaal (mg) ) totaal gewicht gat/sleuf (kg)
6,9 14,7 (excl. emmer) 0,2 0,3X 67,96125 massa fractie < 20 mm (kg ds)
:
:
67,8
6,880
(berekende concentratie asbest in materiaal r gehalte in grondmonster gecorrigeerd voor fractie > 20 mm)
Totale concentratie asbest (mg/kg ds)
6,880
< interventiewaarde (van 100 mg/kg ds) < criterium voor nader onderzoek (van 50 mg/kg ds)
BMA Milieu B.V.
Bijlage 5 Analysecertificaten
■JļfVĩ"**,
s-jf eurofins
AS3000
Omegam
UvA L ŨÕB
^éehee'
BMA Milieu T.a.v. de heer J.J.C. Luiten Zuidweg 77 2671 MP NAALDWIJK
Uw kenmerk Ons kenmerk Validatieref. Opdrachtverificatiecode Bijlage(n)
2021.0027.7-Waelplan te s-Gravenzande Project 1166114 1166114^ertificaatjv1 IIIB-DYMK-ZKSM-WACY 3 tabel(len) + 2 bijlage(n)
Amsterdam, 29 maart 2021
Hierbij zend ik u de resultaten van het laboratoriumonderzoek dat op uw verzoek is uitgevoerd in de door u aangeboden monsters. De resultaten hebben uitsluitend betrekking op de monsters, zoals die door u voor analyse ter beschikking werden gesteld. Het onderzoek is, met uitzondering van eventueel uitbesteed onderzoek, uitgevoerd door Eurofins Omegam volgens de methoden zoals ze zijn vastgelegd in het geldende accreditatie-certificaat L086 en/of in de bundel "Analysevoorschriften Eurofins Omegam". De in dit onderzoek uitgevoerde onderzoeksmethoden van de geaccrediteerde analyses zijn in een aparte bijlage als onderdeel van dit analyse-certificaat opgenomen. De methoden zijn, voor zover mogelijk, ontleend aan de accreditatieprogramma's/schema's en NEN- EN- en/of ISO-voorschriften. Ik wijs u erop dat het analyse-certificaat alleen in zijn geheel mag worden gereproduceerd. Ik vertrouw erop uw opdracht volledig en naar tevredenheid te hebben uitgevoerd. Heeft u naar aanleiding van deze rapportage nog vragen, dan verzoek ik u contact op te nemen met onze klantenservice. Hoogachtend, namens Eurofins Omegam,
Ing. J. Tukker Manager productie
Op dit certificaat zijn onze algemene voorwaarden van toepassing. Dit analyse-certificaat mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd.
T +31-(0)20-597 66 80 Eurofins Omegam B.V. H.J.E. Wenckebachweg 120 NL-1114 AD Amsterdam-Duivendrecht CSOmegam@eurofins.com Nederland www.eurofins.nl
IBAN NL 16 BNPA 0227667980 BIC BNPANL2A BTW nr. NL8139.67.132.B01 KvK nr. 34215654
eurofins AS3000
Omegam
RvALDIlS
^éehee' Tabel 1 van 3
ANALYSECERTIFICAAT Projectcode Uw project omschrijving Opdrachtgever
1166114 2021.0027.7-Waelplan te s-Gravenzande BMA Milieu
Monstercode Uw referentie Opgegeven bemonsteringsdatum
6674012 01-1 01 (0-50) 22/03/2021
Asbestonderzoek Initialen analist Datum geanalyseerd
: M.A. : 29-03-2021
Analyse is uitgevoerd conform NEN 5898 (S). Massa aangeleverde monster : 14700 g Droge massa aangeleverde monster : 12686 g Percentage droogrest : 86,3 m/m “/o Type zeving : nat
zeeffractie (mm) ^,5 mm 0,5-1 mm 1-2 mm 2-4 mm 4-8 mm 8-20 mm ^0 mm Totaal
zeeffractie (mm)
massa percentage massa percentage aantal massa asbest zeeffractie zeeffractie onderzocht onderzocht asbest houdend materiaal (gram) (m/m “/o) (gram) (m/m /) (deeltjes) (mg) 11490,9 92,1 12,1 0,10 n.v.t. n.v.t. 207,5 44,5 21,45 0 0,0 1,7 192,0 72,0 37,50 0 0,0 1,5 198,5 198,5 100,00 28,1 1 1,6 154,5 154,5 100,00 1 168,0 1,2 227,0 227,0 100,00 1 495,5 1,8 0,0 0,0 0,0 100,00 0 0,0 12470,4 100,0 708,6 3 691,6
gehalte asbest (mg/kg ds)
^,5 mm 0,5-1 mm 1-2 mm 2-4 mm 4-8 mm 8-20 mm ^0 mm Totaal
asbest totaal ondergrens bovengrens (mg/kg ds)
(mg/kg ds)
0,0 0,0 0,2 1,3 4,0 0,0 5,5
0,0 0,0 0,3 2,0 6,0 0,0 8,3
0,0 0,0 0,3 1,7 5,0 0,0 6,9
Aangetroffen type asbest Bijzonderheden waargenomen
gehalte asbest (mg/kg ds)
serpentijn asbest ondergrens bovengrens (mg/kg ds)
(mg/kg ds)
0,0 0,0 0,2 1,3 4,0 0,0 5,5
0,0 0,0 0,3 2,0 6,0 0,0 8,3
0,0 0,0 0,3 1,7 5,0 0,0 6,9
gehalte asbest (mg/kg ds)
amfibool asbest ondergrens bovengrens (mg/kg ds)
(mg/kg ds)
0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
: Serpentijn : Geen
Serpentijn asbest is chrysotiel. Amfibool asbest is amosiet, crocidoliet, actinoliet, anthophylliet en tremoliet. De bepalingsgrens is bepaald voor de zeeffracties kleiner dan 4 mm. De totale bepalingsgrens is verkregen door de bepalingsgrenzen van de afzonderlijke zeeffracties te sommeren. Het materiaal is middels polarisatiemicroscopie onderzocht, de analyse is uitgevoerd conform NEN 5896. gebondenheid hecht niet hecht totaal afgerond
serpentijn asbest 6,9 0,0 6,9
amfibool asbest 0,0 0,0 0,0
totaal afgerond 6,9 0,0
Gewogen concentratie (serpentijnasbestconcentratie vermeerderd met 10 maal de amfiboolasbestconcentratie) is: 6,9 mg/kg ds De gewogen asbestconcentratie wordt berekend uit de niet-afgeronde gehalten aan serpentijn en amfibool asbest. De weergegeven resultaten zijn afgerond. Verklaring kwalitatief onderzoek zeeffractie ^,5 mm: -: geen asbest waargenomen Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. - De met een 'Q' gemerkte analyses zijn door RvA geaccrediteerd (registratienummer L086). - De met een 'S' gemerkte analyses zijn door RvA geaccrediteerd (L086) en op basis van het schema AS 3000 erkend. Opdrachtverificatiecode: IIIB-DYMK-ZKSM-WACY
Ref.: 1166114 certificaat v1
eurofins AS3000
Omegam
RvALDIlS
^éehee' Tabel 2 van 3
ANALYSECERTIFICAAT Projectcode Uw project omschrijving Opdrachtgever
1166114 2021.0027.7-Waelplan te s-Gravenzande BMA Milieu
Monstercode Uw referentie Opgegeven bemonsteringsdatum
6674012 01-1 01 (0-50) 22/03/2021
Asbestonderzoek - productidentificatie zeeffractie (mm) 2-4 mm 4-8 mm 8-20 mm
materiaal
gebondenheid
asbestsoort
cement, vlakke plaat cement, vlakke plaat cement, vlakke plaat
hecht hecht hecht
chrysotiel chrysotiel chrysotiel
percentage (m/m “/o) 10-15 10-15 10-15
Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. - De met een 'Q' gemerkte analyses zijn door RvA geaccrediteerd (registratienummer L086). - De met een 'S' gemerkte analyses zijn door RvA geaccrediteerd (L086) en op basis van het schema AS 3000 erkend. Opdrachtverificatiecode: IIIB-DYMK-ZKSM-WACY
Ref.: 1166114 certificaat v1
eurofins AS3000
Omegam
^éehee'
RvALDIlS
Tabel 3 van 3 ANALYSECERTIFICAAT Projectcode Uw project omschrijving Opdrachtgever
: : :
1166114 2021.0027.7-Waelplan te s-Gravenzande BMA Milieu
Opmerkingen m.b.t. analyses
Opmerking(en) algemeen
De volgende informatie is indien van toepassing verstrekt door de opdrachtgever: Projectomschrijving, Monsterreferentie(s), Opgegeven bemonsteringsdatum, Matrix, Monsterdiepte, Potnr(Barcode), Veldgegevens, Veldwaarnemingen en Bemonsteringsdata. De opgegeven bemonsteringsdatum kan van invloed zijn op de geldigheid van de resultaten. Asbest
Individuele monsters van dit project zijn als asbest verdacht gekwalificeerd. De analysedeelmonsters zijn met beschermende maatregelen in het laboratorium in behandeling genomen. Opmerking bij project:
- Eurofins Omegam heeft het asbestonderzoek in dit/deze monster(s) uitgevoerd volgens de NEN 5898, en zoals beschreven in een aparte bijlage als onderdeel van dit analysecertificaat. Voor de analyseresultaten van het asbestonderzoek geldt dat Eurofins Omegam de analyse heeft uitgevoerd in de monsters die de opdrachtgever, zoals deze staan vermeld in de koptekst van dit analysecertificaat, zelf heeft genomen of laten nemen en aan Eurofins Omegam heeft aangeboden. Eurofins Omegam draagt geen verantwoordelijkheid inzake de herkomst en representativiteit alsmede de veiligheid tijdens de monsterneming.
Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. Opdrachtverificatiecode: IIIB-DYMK-ZKSM-WACY
Ref.: 1166114^ertificaa^v1
eurofins AS3000
Omegam
086 ^ìehe*'4. Bijlage 1 van 2 ANALYSECERTIFICAAT
Projectcode Uw project omschrijving Opdrachtgever
: : :
1166114 2021.0027.7-Waelplan te s-Gravenzande BMA Milieu
Barcodeschema's
Monstercode Uw referentie
uw monsterref.
uw diepte
uw barcode
6674012
01
0-0.5
1671017MG
01-1 01 (0-50)
Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. Opdrachtverificatiecode: IIIB-DYMK-ZKSM-WACY
Ref.: 1166114^ertificaaţ-v1
eurofins AS3000
Omegam
086 ^ìehe*'4. Bijlage 2 van 2 ANALYSECERTIFICAAT
Projectcode Uw project omschrijving Opdrachtgever
: : :
1166114 2021.0027.7-Waelplan te s-Gravenzande BMA Milieu
Analysemethoden in Grond (AS3000) AS3000 In dit analysecertificaat zijn de met 'S' gemerkte analyses uitgevoerd volgens de analysemethoden beschreven in het "Accreditatieschema Laboratoriumanalyses voor grond-, waterbodem- en grondwateronderzoek (AS SIKB 3000)". Het laboratoriumonderzoek is uitgevoerd volgens de onderstaande analysemethoden. Deze analyses zijn vastgelegd in het geldende accreditatie-certificaat met bijbehorende verrichtingenlijst L086 van Eurofins Omegam BV. Asbestonderzoek
: Conform AS3070 prestatieblad 1 en NEN 5898
Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. Opdrachtverificatiecode: IIIB-DYMK-ZKSM-WACY
Ref.: 1166114^ertificaat-v1
BMA Milieu B.V.
Bijlage 6 Bodemprofielen
BMA Milieu Bodemonderzoek B -sanering Projectnaam: Waelplan te 's-Gravenzande Projectcode: 2021.0027.7 Meetpunt:
01
Meetpunt:
02
Datum:
22-3-2021
Datum:
22-3-2021
Boormeester:
Johnny de Zeeuw
Boormeester:
Johnny de Zeeuw
0
0
0 Zand, matig grof, matig kleiïg, matig humeus, matig puinhoudend, zwak glashoudend, zwak koolashoudend, donkergrijs, Schep, Gat 30cm x 30cm 0
Meetpunt:
03
Datum:
22-3-2021
Boormeester:
Johnny de Zeeuw
-50
0
0
-10
Volledig schelpen, Schep Zand, matig grof, matig kleiïg, matig humeus, matig puinhoudend, zwak glashoudend, zwak koolashoudend, donkergrijs, Schep, Gat 30cm x 30cm
A -50
Klei, matig zandig, matig siltig, neutraalgrijs, Edelmanboor
-100
A
Zand, matig grof, matig kleiïg, matig humeus, matig puinhoudend, zwak glashoudend, zwak koolashoudend, donkergrijs, Schep, Gat 30cm x 30cm
BMA Milieu B.V.
Bijlage 7 Procescertificaat protocol 2001, 2002, 2003 en 2018
PRODUCTS RvA c m
Normec Certification B.V. Stationsweg 2, 4191 KK Geldermalsen T 0345 585 000, info-cert@normec.nl www.normec.nl
mmwâ
Normec
BRL SIKB 2000 Procescertificaat EC-SIK-20309 Normec Certification B.V. verklaart hierbij op basis van het certificatie onderzoek dat het proces van:
BMA Milieu B.V. Vestiging(en):
Naaldwijk Zuidweg 77
Datum uitgifte:
23-03-2020
2671 MP NAALDWIJK
Geldig tot:
27-06-2022
Telefoonnr:
0174-630743
Gecertificeerd sinds:
28-06-2007
E-mail:
info@bma-milieu.nl
KvK-nummer:
27240966
Adres:
voldoet aan de voorwaarden gesteld in:
Beoordelingsrichtlijn voor het SIKB procescertificaat Veldwerk bij Milieuhygiënisch Bodem- en waterbodemonderzoek voor het toepassingsgebied: Protocol 2001: Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen (versie 6.0) Protocol 2002: Het nemen van grondwatermonsters (versie 6.0) Protocol 2003: Veldwerk bij milieuhygiënisch waterbodemonderzoek (versie 6.0) Protocol 2018: Maaiveldinspectie en monsterneming van asbest in bodem (versie 6.0) Processpecificatie
Dit procescertificaat is op basis van BRL SIKB 2000, Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek, versie 6.0, d.d. 1 februari 2018, overeenkomstig de in dit certificaat genoemde protocollen, afgegeven conform het Certificatiereglement van Normec Certification B.V. Normec Certification B.V. verklaart hierbij op basis van het uitgevoerde certificatieonderzoek dat het gerechtvaardigd vertrouwen bestaat dat de door BMA Milieu B.V. uitgevoerde processen bij voortduring voldoen aan de in dit procescertificaat vastgelegde processpecificaties en daarmee voldoet aan het voor de certificering geldende normdocument. In geval van klachten kan de opdrachtgever zich wenden tot de certificaathouder en, zo nodig, tot Normec Certification B.V. Voor het Besluit bodemkwaliteit is de gecertificeerde organisatie een door de Minister van Infrastructuur en Waterstaat erkende organisatie, indien het certificaat is opgenomen in het overzicht van erkende bodemintermediairs op de website van Rijkswaterstaat directie Leefoŕhneving: www.bodemplus. nl. Normec
M.M-A. Prinçen
BRL SIKB 2000 Normec Certification B.V. voert gedurende de looptijd van het certificaat regelmatig controles uit. Nadruk uitsluitend in het geheel toegestaan.
BMA Milieu B.V.
Bijlage 8 Functiescheiding
BMA Milieu B.V.
De monsternemer van BMA Milieu B.V. de heer J. de Zeeuw
verklaart dat het veldwerk onafhankelijk van de opdrachtgever is uitgevoerd conform de eisen van BRL SIKB 2000 en de daarbij horende protocollen, waarbij gebruik is gemaakt van interne functie scheiding onder de voorwaarden die het Besluit bodemkwaliteit hieraan stelt.
BMA Milieu B.V.
Bijlage 9 Verklarende tekst toetsingscriteria en parameters
BMA Milieu B.V.
Toetsingscriteria Achtergrondwaarden: De achtergrondwaarden zijn bij regeling van Onze Ministers vastgestelde gehalten aan chemische stoffen voor een goede bodemkwaliteit, waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen. Bij overschrijding van de achtergrondwaarde [AW2000] is sprake van een lichte verontreiniging in de grond. Streefwaarden: De streefwaarden geven het niveau aan waarbij sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. Dit betekent dat de streefwaarden het niveau aangeven waarbij geen afbreuk wordt gedaan aan de functionele eigenschappen die de bodem voor mens, dier en plant heeft. Bij overschrijding van de streefwaarden [S] is sprake van een lichte ver ontreiniging in het grondwater. Tussenwaarde Wanneer deze waarde overschreden wordt voor een of meerdere stoffen gaat men er vanuit dat zich een risico van blootstelling aan mens of milieu zou kunnen voordoen met mogelijk schadelijke gevolgen. Dit houdt in dat een nader onderzoek in principe noodzakelijk is. Bij overschrijding van de 1/2 som achtergrond- en interventie waarden is er sprake van een matige verontreiniging in de grond. In het grondwater is sprake van een matige verontreiniging bij overschrijding van de 1/2 som streef- en interventiewaarden. De 1/2 som achtergrond-Zstreefen interventiewaarde wordt ook wel de tussenwaarde [T] genoemd.
Interventiewaarden: Bij overschrijding van de interventiewaarden [I] is het wenselijk een saneringsonderzoek met daaropvolgend een sanering uit te voeren. Immers de interventiewaarden bodemsanering geven het concentratieniveau voor grond en grondwater aan waarboven ernstige vermindering optreedt van de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, plant of dier. Bij overschrijding van de interventiewaarden is er sprake van een sterke veront reiniging. Volgens het beleid is er sprake van een ernstig geval van bodemverontreiniging wanneer in minimaal 25 m3 grond of 100 m3 grondwater voor ten minste één stof de gemiddelde concentratie hoger is dan de interven tiewaarde. De streef- en interventiewaarden in grond/sediment variëren met het bodemtype. Veel verontreinigende stoffen worden namelijk gebonden aan bodembestanddelen. Binding treedt met name op aan lutum [fractie < 2 pm] en organisch stof [gloeiverlies als percentage van het totale drooggewicht]. De streef- en interventiewaarden in grond/sediment zijn afhankelijk gesteld van beide genoemde bodemparameters. Voor het op de onderhavige locatie aanwezige bodemtype zijn de toetsingswaarden berekend volgens de in bovengenoemde circulaire opge nomen formules. De toetsingswaarden voor grondwater zijn onafhankelijk gesteld van het bodemtype.
Toelichting streefwaarden Bij het vaststellen van de streefwaarden is voor een aantal stoffen uitgegaan van achtergrondge halten die van nature aanwezig zijn of die zijn veroorzaakt door diffuse verontreiniging via de atmosfeer. Hierbij zijn boven grenzen genomen van achtergrondgehalten die in natuurgebieden zijn gevonden. Voor andere stoffen zijn de streefwaarden berekend uitgaande van een verwaarloosbaar risico. Daarbij is rekening gehouden met milieuhy giënische randvoorwaarden vanuit andere beleidsterreinen [zoals drinkwater- en warenwetnormen]. De streef waarden zijn met name bij curatieve [bodemsanerende] en preventieve [bodembeschermende] maatregelen van belang. Voor deze beide soorten maatregelen geven de streefwaarden respectievelijk het uiteindelijk te bereiken en het te handhaven kwaliteitsniveau aan.
BMA Milieu B.V.
Toelichting interventiewaarden De interventiewaarden zijn gebaseerd op een uitgebreide RIVM-studie naar zowel humaantoxicologische [risico voor de mens] als ecotoxicologische risico's [risico voor planten- en dierenleven] van bodemverontreinigende stoffen. Deze waarden geven het concentratieniveau voor verontreinigingen aan, waarboven ernstige verminde ring dreigt van de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, plant en dier. Blootstelling aan een verontreiniging kan via een groot aantal routes in verschillende mate plaatsvinden. Dit is afhankelijk van lokale factoren [bijv. het voorkomen van verhardingen] en bij de mens van het gedrag [bijv. consumptie van vis uit oppervlaktewater met verontreinigde waterbodem]. Voor de afleiding van de algemeen geldende interventiewaarden is uitgegaan van een "standaard" gedragspatroon, waarbij alle blootstellingsroutes een rol spelen. Gezien het bovenstaande is het mogelijk dat uit de toetsing blijkt dat er sprake is van een ernstig geval van bo demverontreiniging, zonder dat er bij het huidige gebruik een ontoelaatbaar risico aanwezig is. Dit is het geval als de blootstellingsroutes die tot dit risico aanleiding geven momenteel niet van toepassing zijn. Na de toetsing aan de interventiewaarden kan dan ook alleen worden aangegeven of er een saneringsnoodzaak is. De saneringsurgentie is afhankelijk van de actuele risico's.
Parameters Zware metalen; komen van nature in geringe hoeveelheden in de bodem voor, vrijwel altijd als verbinding. Verhoogde gehaltes aan zware metalen in grond en grondwater kunnen worden veroorzaakt door een groot scala aan activiteiten. Over het algemeen zijn zware metalen slecht uitloogbaar. Aromaten; worden veel gebruikt als oplosmiddel, het zijn meestal vrij vluchtige stoffen die vetten en vetachtige stoffen goed oplossen. Door de redelijke oplosbaarheid van vluchtige aromaten in water worden deze stoffen zowel in grond als grondwater aangetroffen. Benzeen, Tolueen, Ethylbenzeen en Xylenen komen voor in benzi ne en diesel. Polycyclische aromatische koolwaterstoffen; PAK omvatten een groot aantal verbindingen die met name in teerprodukten worden aangetroffen, of bij verbranding van bijv. steenkool ontstaan. Alifatische chloorkoolwaterstoffen; worden veelal toegepast als oplosmiddel en als ontvettingsmiddel. Bekende voorbeelden hiervan zijn trichlooretheen (Tri) en tetrachlooretheen (Per).
PCB’s; werden veelal toegepast als isolatie vloeistof in transformatoren en condensatoren, als hydraulische vloeistof, koelvloeistof, smeermiddel en weekmaker in kunststoffen en verder in verf, inkt, lak, kit en lijm Minerale olie; de schadelijkheid van minerale olie is op zich niet groot, maar indien olie in grote hoeveelhe den in de bodem aanwezig is, is een normaal bodemleven of plantengroei door zuurstofgebrek niet mogelijk. De eventuele toxiciteit wordt voornamelijk bepaald door de aanwezigheid van toxische nevenbestanddelen (aroma ten, fenolen en lood). Als gevolg van permeatie door kunststof waterleidingbuizen van polyethyleen kan minera le olie aanleiding geven tot verontreiniging van het drinkwater.