1.56zb) Waelpolder_Bijlagen bij de toelichting_Bijlage 27 Nader bodemonderzoek Poelkade 26 22 april 2021.pd (21-0253648)
Tekst van het document
BMA Milieu
t,
Bodemonderzoek -sanering
Opdrachtgever
: ONW C.V. T.a.v. dhr. M. de Jong Postbus 16075 2500 BB DEN HAAG
Rapportnummer
: NBO.2021.0027-8
Datum
: 22 april 2021
Nader bodemonderzoek Waelplan Poelkade 26 ‘s-Gravenzande Gemeente Westland
Normec
Normec
mmwā m .so m 0 9001
ISO 9001
^
BMA Milieu B.V. * Zuidweg 77 * 2671 MP Naaldwijk Tel. (0174) 63 07 43 * E-mail: info@bma-milieu.nl * www.bma-milieu.nl IBAN: NL97 RABO 0342 9797 36 * BIC: RABONL2U * BTW nr. NL805523868B01 * KvK nr. 272.40.966
■iįfcį *
BRLSIKB 2000
BMA Milieu B.V.
Inhoudsopgave
blz.
1.
Inleiding en doel van het onderzoek Algemeen 1.1 1.2 Aanleiding en doelstelling 1.3 Referentiekader 1.4 Opbouw van het rapport
1 1 1 1 1
2.
Beschikbare gegevens 2.1 Beschikbare gegevens
2 2
3.
Conceptueel model en onderzoeksopzet 3.1 Algemeen 3.2 Conceptueel model 3.3 Onderzoeksvragen nader bodemonderzoek 3.4 Onderzoeksopzet nader bodemonderzoek
4 4 4 4 5
4.
Veldwerkzaamheden 4.1 Uitgevoerde werkzaamheden 4.2 Samenstelling van de bodem 4.3 Zintuiglijke waarnemingen 4.4 Afwijkingen BRL 2000, protocol 2001
6 6 6 6 6
5.
Laboratoriumonderzoek 5.1 Uitgevoerde analyses 5.2 Toetsingscriteria grond 5.3 Interpretatie van de analyseresultaten grond 5.4 Bespreking resultaten 5.5 Aanpassingen op het conceptueel model
7 7 7 8 8 8
6.
Evaluatie 6.1 Algemeen 6.2 Conclusies en aanbevelingen
9 9 9
Literatuurlijst
10
Tabellen Tabel 1 Tabel 2 Tabel 3 Tabel 4
Onderzoeksopzet Zintuiglijke waarnemingen Samenstelling monsters en uitgevoerde analyses Overzicht gemeten verontreinigingen in grond
5 6 7 8
Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8
Regionale situatie Locatie en boringen Toetsing analyseresultaten Analysecertificaten Bodemprofielen Procescertificaat protocol 2001, 2002, 2003 en 2018 Functiescheiding Verklarende tekst toetsingscriteria en parameters
BMA Milieu B.V.
1.
Inleiding en doel van het onderzoek
1.1 Algemeen De heer M. de Jong van ONW C.V. verzocht aan milieuadviesbureau BMA Milieu B.V. een nader bodemonderzoek te verrichten ter plaatse van de voormalige A- en B-bakken van Poelkade 26 binnen project Waelplan te ‘s-Gravenzande in de gemeente Westland. De regionale ligging en een overzicht van de onderzoekslocatie zijn weergegeven in respectievelijk bijlage 1 en 2.
1.2 Aanleiding en doelstelling Aanleiding tot het uitvoeren van het nader bodemonderzoek is de herontwikkeling van de locatie. Doel van het nader bodemonderzoek is het bepalen van de mate en omvang van de eerder aangetoonde zink verontreiniging in de grond. Op basis van de verzamelde informatie zal worden vastgesteld of er al dan niet sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging.
1.3 Referentiekader BMA Milieu B.V. is ISO-9001:2015 gecertificeerd voor bodemonderzoek en milieuadviezen. Het managementsysteem van BMA Milieu B.V. is door Normec Certification geëvalueerd en goedge keurd volgens de Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Veldwerk bij milieuhygiënisch bo demonderzoek BRL SIKB 2000 (protocollen 2001, 2002, 2003 en 2018). Onder de activiteiten van deze procescertificaten vallen het plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en grondwatermonsters en waterpassen en veldwerk bij milieuhygienisch waterbodemonderzoek (2001, 2002 en 2003), de maaiveldinspectie en monsterneming van asbest in bodem (2018) en de overdracht van de monsters, inclusief de daarbij behorende veldwerkregistratie, aan een erkend laboratorium of de opdrachtgever. Het procescertificaat is opgenomen in bijlage 6. Volledigheidshalve moet gemeld worden dat onderhavig bodemonderzoek, zoals ieder milieukundig bodemonderzoek, steekproefsgewijs is uitgevoerd. Dit betekent dat het onderzoek gebaseerd is op het verrichten van een beperkt aantal boringen en het nemen van een beperkt aantal monsters voor onder zoek in het laboratorium. Het is niet uitgesloten dat er lokaal afwijkingen in de bodem voorkomen, welke op de plaats van de uitgevoerde boringen niet zijn waargenomen.
Tevens dient opgemerkt te worden dat het bodemonderzoek een momentopname is en derhalve een bepaalde tijd geldig is (afhankelijk van het onderzoek en het bevoegd gezag). Met name op plaatsen waar tijdens bedrijfsactiviteiten verontreinigende stoffen worden gebruikt, gevormd of opgeslagen, kan de bodemkwaliteit worden beïnvloed. Als onafhankelijk adviesbureau is BMA Milieu B.V. op geen enkele juridische, financiële of andere wijze verbonden met de onderzoekslocatie.
1.4 Opbouw van het rapport De beschikbare gegevens zijn beschreven in hoofdstuk 2. Het conceptueel model en de onderzoeksop zet zijn beschreven in hoofdstuk 3. De veldwerkzaamheden en het laboratoriumonderzoek worden beschreven in hoofdstukken 4 en 5. De evaluatie is opgenomen in hoofdstuk 6.
NBO.2021.0027-8 Waelplan te ‘s-Gravenzande in de gemeente Westland 22 april 2021
1
BMA Milieu B.V.
2.
Beschikbare gegevens
2.1 Beschikbare gegevens De onderzoekslocatie is gelegen ter plaatse van de Poelkade 26 binnen project Waelplan te ‘sGravenzande in de gemeente Westland en heeft een oppervlakte van max. 100 m2. De locatie staat kadastraal bekend als gemeente ‘s-Gravenzande, sectie K, nummer 6461 (gedeeltelijk). De locatie ligt direct langs de openbare weg Poelkade. De regionale ligging van het terrein is weerge geven in bijlage 1. Voor de situering van de onderzoekslocatie wordt verwezen naar bijlage 2. Ten behoeve van het vooronderzoek wordt gebruik gemaakt van de recentelijk uitgevoerde historische vooronderzoeken (Waelpolder kenmerk: HO.2019.0041, d.d. 23 april 2019 en HO.2019.0041-2, d.d. 22 juli 2020 en Waelplas kenmerk: HO.2019.0053, d.d. 21 mei 2019 en HO.2019.0053-2, d.d. 27 juli 2020) en het addendum op het historisch vooronderzoek Waelpolder (kenmerk: ADD-HO-2020.0201, d.d. 2 november 2020). Voor het volledige vooronderzoek wordt verwezen naar deze rapportages. De onderzoekslocatie Waelplan bestaat uit de deelgebieden Waelplas (oost- en westzijde) en Waelpolder. Ter plaatse van Waelplan zijn recentelijk historische vooronderzoeken (Waelpolder kenmerk: HO.2019.0041, d.d. 23 april 2019 en HO.2019.0041-2, d.d. 22 juli 2020 en Waeplas kenmerk: HO.2019.0053, d.d. 21 mei 2019 en HO.2019.0053-2, d.d.
27 juli 2020), een addendum op het histo risch vooronderzoek Waelpolder (kenmerk: ADD-HO-2020.0201, d.d. 2 november 2020) en milieu kundige bodemonderzoeken (Waelplas oostzijde kenmerk: MKB.2019.0138, d.d. 25 februari 2020, Waelpolder kenmerk: MKB.2019.0170, d.d. 18 februari 2020 en Waelplas westzijde kenmerk: MKB.2019.0291, d.d. 4 juni 2020) en een verkennend onderzoek asbest aan de Nieuwe Vaart 11 (kenmerk: VOA.2019.0018, d.d. 18 februari 2019) uitgevoerd welke tussentijds zijn (her)beoordeeld door ODH. Voor de locatie Waelplas (oost- en westzijde) is reeds invulling gegeven aan de opmerkingen uit de beoordelingen (zie rapportages met kenmerk 2020.0201). Voor Waelpolder (incl. Nieuwe Vaart 11) is, in afwachting op de definitieve beoordeling, reeds invulling gegeven aan de te verwachten opmerkin gen. Onderstaand wordt beknopt ingegaan op de beoordeling en toetsrapporten Waelpolder. Beoordeling voor- en verkennend (asbest) bodemonderzoeken Waelpolder en Nieuwe Vaart 11 te ’sGravenzande (kenmerk: ODH-2020-00118555, zaaknummer: 00588060, d.d. 21 september 2020) en herbeoordeling (kenmerk: ODH-2020-00153930, zaaknummer: 00596242, d.d. 8 januari 2021); o Toetsrapport verkennend asbest bodemonderzoek Nieuwe Vaart 11 (zaaknummer: 00588060, kenmerk: ODH-2020-00118473, d.d.
21 september 2020); o Toetsrapport vooronderzoek Waelpolder (zaaknummer: 00588060, kenmerk: ODH2020-00118487, d.d. 21 september 2020); o Toetsrapport verkennend bodemonderzoek, verkennend asbestbodemonderzoek en nader bodemonderzoek Waelpolder (zaaknummer: 00578788, kenmerk: ODH-202000057053, d.d. 8 juni 2020) - rapport is in hoofdlijnen beoordeeld; o Toetsrapport vooronderzoek Waelpolder en Nieuwe Vaart 11 (zaaknummer: 00596242, kenmerk: ODH-2020-00153947, d.d. 8 januari 2021); o Toetsrapport verkennend en nader bodemonderzoek en verkennend asbestbodemonderzoek Waelpolder en Nieuwe Vaart 11 (zaaknummer: 00596242, kenmerk: ODH2020-00189491, d.d. 8 januari 2021). Uit deze beoordelingen en toetsrapporten blijkt dat de volgende punten aangevuld dienen te worden: o Aanvullend verkennend onderzoek asbest ter plaatse van de minerale olieverontreiniNBO.2021.0027-8 Waelplan te ‘s-Gravenzande in de gemeente Westland 22 april 2021
2
BMA Milieu B.V.
o
o o
o
o
o
ging van Nieuwe Vaart 11 (is reeds uitgevoerd onder projectnummer 2020.0201); Aanvullend verkennend asbestbodemonderzoek (waaronder één maaiveldinspectie van de onverharde terreindelen) conform de juiste strategie (verdachte bovengrond, diffuus i.p.v. grootschalig onverdacht), waarbij het gebied mogelijk in deelgebieden moet worden opgedeeld; Aanvullend verkennend bodemonderzoek ter plaatse van gedempte watergang XII (ODH deellocatie: XIII); Nader bodemonderzoek ter plaatse van ODH deellocaties I (onderzoekslocatie van 23 ha), XXVI (Poelkade 26, C4: A- en B-bakken) en XXVIII (Poelkade 28, D3: mati ge/sterke PCB-verontreiniging); Aanvullend nader bodemonderzoek ter plaatse van ODH deellocaties XVII (Poelkade 16, A2: chroomverontreiniging) en XIX (Poelkade 16, A4:opslag- en aanmaakplaats meststoffen en bestrijdingsmiddelen), chroom is verticaal niet afgeperkt; Aanvullend asbestbodemonderzoek ter plaatse van ODH deellocatie XXIII (Poelkade 26, C1: sterke minerale olieverontreiniging, boring 340) en XXVI (Poelkade 26, C4: A- en B-bakken); Aanvullend verkennend onderzoek asbest ter plaatse van voormalige verhardin gen/puinlagen (is reeds uitgevoerd onder projectnummer 2020.0201).
Op basis van deze onderzoeken stelt ODH dat ter plaatse van de A- en B-bakken van Poelkade 26 (C4) nader bodemonderzoek noodzakelijk wordt geacht. Uit het historisch onderzoek blijkt dat ter plaatse van de Poelkade 26 de volgende bodemonderzoeken zijn uitgevoerd. Ter plaatse van de verdachte terreindelen is door Blgg een nulsituatie onderzoek ver richt (kenmerk: 78493, d.d. 18 mei 1999). Uit het nulsituatie onderzoek blijkt dat ter plaatse van de voormalige olietanks 20.000 liter en 1.500 liter, ten oosten van het ketelhuis) en de voormalige olie tank (2.500 liter) ter plaatse van de huidige olietank (2.200 liter, ten noorden van het ketelhuis) ten hoogste lichte verontreinigingen worden aangetoond. Vanwege voldoende vloeistofdichte voorzienin gen zijn de huidige bovengrondse dubbelwandige 2.200 liter olietank (ten noorden van het ketelhuis), de noodstroomaggregaat, de bestrijdingsmiddelenkast (op 1e verdieping) en de A- en B-bakken niet onderzocht. Door BMA Milieu is een verkennend bodemonderzoek (kenmerk: NEN.20040300, d.d. 4 januari 2005) uitgevoerd. Uit dit onderzoek blijkt dat ter plaatse van het ketelhuis een sterke verontreiniging met minerale olie is aangetoond. De omvang van de verontreiniging boven de streefwaarde is geschat op 200 m3, waarvan circa 50 m3 is verontreinigd boven de interventiewaarde.
Het grondwater is licht verontreinigd met minerale olie en aromaten. Ter plaatse van de bedrijfsruimte (met voormalige olie tank, noodstroomaggregaat en opslag- en aanmaakplaats meststoffen en bestrijdingsmiddelen) en ter plaatse van het overige deel van de locatie zijn geen noemenswaardige verontreinigingen aangetoond. Uit dit onderzoek blijkt verder dat er op onderhavige locatie vanaf 1939 glastuinbouw is gevestigd en dat het gehele terrein in 1930 is opgehoogd met grond afkomstig van het veilingterrein te Naaldwijk. Onderhavige rapportage heeft betrekking op het nader bodemonderzoek naar zink ter plaatse van ODH deellocatie XXVI (Poelkade 26, C4: A- en B-bakken).
NBO.2021.0027-8 Waelplan te ‘s-Gravenzande in de gemeente Westland 22 april 2021
3
BMA Milieu B.V.
3.
Conceptueel model en onderzoeksopzet
3.1 Algemeen Op basis van de beschikbare informatie afkomstig uit het vooronderzoek, de eerder verrichte bodem onderzoeken, de locatiebezoeken en naar aanleiding van het aantreffen van bodemverontreiniging, is een conceptueel (denk)model opgesteld. Hierin wordt een beschrijving aangereikt welke is gebaseerd op gegevens van de bron(nen), aard en mate, verspreidingsroutes en potentiële risico’s en receptoren van de (vermoedelijk) aangetroffen bodemverontreiniging. Op basis van het opgestelde conceptueel model en de hierin geconstateerde hiaten worden de onder zoeksvragen geformuleerd, de onderzoekstechnieken en de -strategie bepaald. Na uitvoering van het nader onderzoek wordt, op basis van de verkregen informatie, het conceptueel model bijgewerkt. Het conceptueel model is een instrument voor de communicatie en de besluitvorming door het be voegd gezag, opdrachtgever I probleemhebber en indien van toepassing ook voor het saneringsontwerp en de uitvoering van de sanering.
3.2 Conceptueel model De resultaten uit het beschikbare informatie afkomstig uit het vooronderzoek, de eerder verrichte bo demonderzoeken en de locatiebezoeken leveren voldoende informatie om een conceptueel model op te stellen. Het conceptueel model is hieronder weergegeven in een korte beschrijving: - Ter plaatse van de A- en B-bakken is geen nulsituatie bodemonderzoek uitgevoerd; - Begin 2005 is ter plaatse van de toenmalige bedrijfsruimte bodemonderzoek uitgevoerd. Ter plaatse van de bedrijfsruimte (nabij de A- en B-bakken) zijn geen noemenswaardige verontreinigingen aangetoond; - Door BMA Milieu is ter plaatse van Waelpolder een milieukundig bodemonderzoek ver richt (kenmerk: MBO.2019.0170, d.d. 18 februari 2020); - Uit bovengenoemd onderzoek blijkt dat ter plaatse van de A- en B-bakken (terreindeel C4) van Poelkade 26 een sterke verontreiniging met zink in de zwak puinhoudende bo vengrond is aangetoond; - Op basis van Wet bodembescherming is er mogelijk sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging.
3.3 Onderzoeksvragen nader bodemonderzoek Op basis van het conceptueel model en de hierin aangetroffen hiaten zijn de volgende onderzoeksvra gen geformuleerd: -
Wat is de mate van de verontreiniging met zink? Wat is de omvang van de verontreiniging met zink (binnen de onderzoekslocatie)? Is er sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging?
NBO.2021.0027-8 Waelplan te ‘s-Gravenzande in de gemeente Westland 22 april 2021
4
BMA Milieu B.V.
3.4 Onderzoeksopzet nader bodemonderzoek In tabel 1 wordt een systematische beschrijving weergegeven van de uit te voeren veldwerkzaamheden en de te verrichten analyses. Tabel 1______ Onderzoeksopzet veldwerk boring tot 2,0 m-mv 8 - (ODH-XXVI) Poelkade 26, C4: A- en B-bakken (nader bodemonderzoek - o.b.v. NTA 5755) max. 100 m2 (boring 352: 7 0,00-0,50 m-mv)
analyses
4x zink, lutum, org. stof (0,00-0,50 m-mv) 1x zink, lutum, org. stof (0,50-1,00 m-mv)
Voor het nader bodemonderzoek is gebruik gemaakt van de NTA 5755.
NBO.2021.0027-8 Waelplan te ‘s-Gravenzande in de gemeente Westland 22 april 2021
5
BMA Milieu B.V.
4.
Veldwerkzaamheden
4.1 Uitgevoerde werkzaamheden Het veldwerk is op 22 maart 2021 onder leiding van een gecertificeerde medewerker van BMA Milieu (dhr. J. de Zeeuw) uitgevoerd. Ter plaatse zijn zeven boringen (1 t/m 7) uitgevoerd. Voor nadere ge gevens over de plaats van de boringen wordt verwezen naar bijlage 2.
4.2 Samenstelling van de bodem Voor een indruk van de samenstelling van de bodemopbouw ter plaatse wordt verwezen naar de boorbeschrijvingen (bijlage 5). Over het algemeen wordt in de bovengrond zand aangetroffen. In de onder grond wordt klei aangetroffen.
4.3 Zintuiglijke waarnemingen De waargenomen afwijkingen aan het bodemmateriaal staan vermeld in tabel 2. Bij de niet in de tabel vermelde boringen zijn geen afwijkingen geconstateerd. Tabel 2______ Zintuiglijke waarnemingen boring 01 02 03/03.1/03.2 05/05.1/05.2/05.3/05.4 06
traject (m-mv) 0,00 - 0,50 0,50 - 1,00 1,00 - 1,50 0,10 - 0,50 0,50 - 1,00 1,00 - 1,50 0,10 - 0,50 0,00 - 0,50 0,50 - 1,00 1,00 - 1,50
waargenomen bijzonderheden zwak puinhoudend matig glashoudend, sterk puinhoudend matig glashoudend, matig puinhoudend matig puinhoudend matig puinhoudend, zwak baksteenhoudend zwak puinhoudend sterk puinhoudend, gestaakt op verharding zwak puinhoudend, gestaakt op verharding matig puinhoudend zwak glashoudend, zwak puinhoudend
4.4 Afwijkingen BRL 2000, protocol 2001 Ten aanzien van de monsterneming zijn geen afwijkingen ten opzichte van BRL 2000, protocol 2001, te vermelden.
NBO.2021.0027-8 Waelplan te ‘s-Gravenzande in de gemeente Westland 22 april 2021
6
BMA Milieu B.V.
5.
Laboratoriumonderzoek
5.1 Uitgevoerde analyses Ten behoeve van de analyses zijn de monsters bij het laboratorium van Omegam B.V. te Amsterdam aangeleverd. Dit laboratorium is geaccrediteerd door de Raad voor Accreditatie conform ISO/IEC 17025:2005 onder nr. L 086. De monsters zijn conform AS3000 voorbehandeld en geanalyseerd. De samenstelling van de monsters en de uitgevoerde analyses staan vermeld in tabel 3. Tabel 3______Samenstelling monsters en uitgevoerde analyses analysemonsters horizontale afperking 01-1 02-1 05.4-1 06-1 verticale afperking 04-2
deelmonster(s)
analyse
01 (0,00 - 0,50) 02 (0,10 - 0,50) 05.4 (0,00 - 0,50) 06 (0,10 - 0,50)
zink, lutum, org. stof zink, lutum, org. stof zink, lutum, org. stof zink, lutum, org. stof
04 (0,50 - 1,00)
zink, lutum, org. stof
De analysemonsters zijn samengesteld op basis van de zintuiglijke waarnemingen. Op basis van deze waarnemingen zijn de meest verdachte monsters geselecteerd en geanalyseerd. In het kader van integriteit en transparantie bieden wij u de mogelijkheid de juistheid en authenticiteit van de analysecertificaten, die in het kader van dit project zijn uitgevoerd, te controleren. U kunt dit doen door met de opdrachtverificatiecode, linksonder op het analysecertificaat van Omegam Laborato ria, via de website www.omegam.nl een verificatie uit te voeren.
5.2 Toetsingscriteria grond De analyseresultaten zijn getoetst aan de Circulaire bodemsanering en Besluit Bodemkwaliteit. Om de mate van verontreiniging weer te geven wordt in dit rapport de onderstaande terminologie gebruikt: - Niet verontreinigd: De gemiddelde gehalten van de gemeten stoffen overschrijden niet de bijbe horende achtergrondwaarde voor grond. - Lichte verontreinigingen zijn verontreinigingen waarbij de gemiddelde gehalten van één of meer stoffen de bijbehorende achtergrondwaarde voor grond overschrijden. - Matige verontreinigingen zijn verontreinigingen waarbij de gemiddelde gehalten van één of meer stoffen de bijbehorende tussenwaarde overschrijden. - De tussenwaarde is de helft van de som van de achtergrondwaarde en de interventiewaarde voor grond. Overschrijding van de tussenwaarde is het criterium voor het uitvoeren van nader onder zoek. - Sterke verontreinigingen zijn verontreinigingen waarbij de gemiddelde gehalten van één of meer stoffen de bijbehorende interventiewaarde overschrijden. - De achtergrond-, streef-, en interventiewaarden zijn opgenomen in Bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit en de Circulaire bodemsanering. - Er is sprake van een nieuw geval van bodemverontreiniging indien deze is ontstaan na 1 januari 1987. Voor een ‘nieuw’ geval van bodemverontreiniging geldt normaliter een saneringsplicht.
- Er is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging indien meer dan 25 m3 grond en/of het grondwater in een bodemvolume van meer dan 100 m3 gemiddeld boven de interventie waarde is verontreinigd. In enkele specifieke situaties, bij gevoelige functies, kan bij gehalten on der de interventiewaarde ook sprake zijn van een geval van ernstige verontreiniging.
NBO.2021.0027-8 Waelplan te ‘s-Gravenzande in de gemeente Westland 22 april 2021
7
BMA Milieu B.V.
5.3 Interpretatie van de analyseresultaten grond De analyseresultaten van de grondmonsters zijn vergeleken met de berekende bodemspecifieke toet singswaarden. Voor de gehanteerde lutum- en organische stof percentages wordt verwezen naar de volledige toetsing welke is opgenomen in bijlage 3. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 4. Een overzicht van de gemeten verontreinigingen is weergegeven in tabel 4. Tabel 4______ Overzicht gemeten verontreinigingen in grond analysemonsters
y achtergrondwaarde (AW) (licht verontreinigd)
horizontale afperking 01-1 zink 02-1 05.4-1 06-1 zink verticale afperking 04-2 zink analytisch geen verontreiniging aangetoond
y tussenwaarde (T) (matig verontreinigd)
y interventiewaarde (I) (sterk verontreinigd)
zink -
-
-
-
5.4 Bespreking resultaten Horizontale afperking Het zintuiglijk zwak puinhoudende monster 01-1 (0,00 - 0,50) is analytisch licht verontreinigd met zink. Het zintuiglijk matig puinhoudende monster 02-1 (0,10 - 0,50) is analytisch matig verontreinigd met zink. Het zintuiglijk zwak puinhoudende monster 05.4-1 (0,00 - 0,50) is analytisch niet verontreinigd met zink. Het zintuiglijk matig puinhoudende monster 06-1 (0,10 - 0,50) is analytisch licht verontreinigd met zink. Verticale afperking Het zintuiglijk niet verontreinigde verticaal afperkende monster 04-2 (0,50-1,00) is analytisch licht verontreinigd met zink.
5.5 Aanpassingen op het conceptueel model Op basis van de verkregen informatie en antwoorden is onderstaand het conceptueel model bijgewerkt. -
-
-
-
-
Ter plaatse van de A- en B-bakken is geen nulsituatie bodemonderzoek uitgevoerd; Begin 2005 is ter plaatse van de toenmalige bedrijfsruimte bodemonderzoek uitgevoerd. Ter plaatse van de bedrijfsruimte (nabij de A- en B-bakken) zijn geen noemenswaardige verontreinigingen aangetoond; Door BMA Milieu is ter plaatse van Waelpolder een milieukundig bodemonderzoek ver richt (kenmerk: MBO.2019.0170, d.d. 18 februari 2020); Uit bovengenoemd onderzoek blijkt dat ter plaatse van de A- en B-bakken (terreindeel C4) van Poelkade 26 een sterke verontreiniging met zink in de zwak puinhoudende bo vengrond is aan getoond; In de zintuiglijk zwak tot matig puinhoudende bovengrond (horizontale afperking) worden geen, lichte en een matige zinkverontreiniging aangetroffen. De zintuiglijk niet verontrei nigde ondergrond (verticale afperking) is ten hoogste licht verontreinigd; Op basis van onderhavig bodemonderzoek is de sterke zinkverontreiniging volledig in kaart gebracht. De omvang van de sterke zinkverontreiniging wordt geschat op enkele m3 (ruim minder dan 25 m3); Op basis van Wet bodembescherming is er geen sprake van een geval van ernstige bo demverontreiniging.
NBO.2021.0027-8 Waelplan te ‘s-Gravenzande in de gemeente Westland 22 april 2021
8
BMA Milieu B.V.
6.
Evaluatie
6.1 Algemeen De heer M. de Jong van ONW C.V. verzocht aan milieuadviesbureau BMA Milieu B.V. een nader bodemonderzoek te verrichten ter plaatse van de voormalige A- en B-bakken van Poelkade 26 binnen project Waelplan te ‘s-Gravenzande in de gemeente Westland. De regionale ligging en een overzicht van de onderzoekslocatie zijn weergegeven in respectievelijk bijlage 1 en 2. Aanleiding tot het uitvoeren van het nader bodemonderzoek is de herontwikkeling van de locatie. Doel van het nader bodemonderzoek is het bepalen van de mate en omvang van de eerder aangetoonde zink verontreiniging in de grond. Op basis van de verzamelde informatie zal worden vastgesteld of er al dan niet sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. De werkzaamheden uit onderhavig onderzoek zijn door BMA Milieu B.V. uitgevoerd onder het pro cescertificaat ‘Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek’ BRL SIKB 2000 en bijbehorend pro tocol 2001 ‘het plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen’.
6.2 Conclusies en aanbevelingen Voor de eerder aangetoonde sterke zinkverontreiniging is, op basis van de Wet bodembescherming, een nader bodemonderzoek uitgevoerd. In de zintuiglijk zwak tot matig puinhoudende bovengrond (horizontale afperking) worden geen, lichte en een matige zinkverontreiniging aangetroffen. De zintuiglijk niet verontreinigde ondergrond (verti cale afperking) is ten hoogste licht verontreinigd. Op basis van onderhavig bodemonderzoek is de sterke zinkverontreiniging volledig in kaart gebracht. De omvang van de sterke zinkverontreiniging wordt geschat op enkele m3 (ruim minder dan 25 m3). Op basis van Wet bodembescherming is er geen sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Algemeen Aanbevolen wordt voor het niet ernstige geval van bodemverontreiniging een plan van aanpak op te stellen en deze ter beoordeling in te dienen bij het bevoegd gezag. Aanbevolen wordt onderhavige rapportage af te stemmen met Omgevingsdienst Haaglanden (ODH, uitvoeringsdienst milieutaken voor o.a. gemeente Westland).
functie
naam
handtekening
versie
ing. J. Luiten definitief controle 7 vrijgave
H. van Malsen
NBO.2021.0027-8 Waelplan te ‘s-Gravenzande in de gemeente Westland 22 april 2021
9
BMA Milieu B.V.
Literatuurlijst 1.
NEN 5725:2017, Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek, Ne derland Normalisatie-instituut, 1 oktober 2017.
2.
NEN 5740:2009+A1:2016, Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond, Nederland Normalisatie-instituut, 1 april 2016.
3.
NEN 5707+C2:2017, Protocol voor onderzoek naar asbest in bodem, Nederland Normalisatie-instituut, 1 december 2017.
4.
NEN 5897+C2:2017, Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat, Nederland Normalisatie-instituut, 1 december 2017.
5.
NEN 5898:2015+0:2016, Bepaling van het gehalte aan asbest in grond, waterbodem, bouw- en sloopafval en granulaat, Nederland Normalisatie-instituut, 1 augustus 2016.
6.
NTA 5755:2010, Strategie voor het uitvoeren van nader onderzoek - Onderzoek naar de aard en omvang van bodemverontreiniging, Nederland Normalisatie-instituut, 1 juli 2010.
7.
Besluit bodemkwaliteit (Bbk), 22 november 2007, versie per 24 mei 2016.
8.
Regeling bodemkwaliteit (Rbk), 13 december 2007, versie per 30 november 2018.
9.
Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013.
10. Nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving 2018-2021, kenmerk: PZH-2017-630244766, d.d. 19 december 2017, opgesteld door Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland. 11. Provinciale milieuverordening Zuid-Holland (negende tranche), Provincie Zuid-Holland, 2014 12. SIKB BRL 2000: Veldwerk milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek, versie 5, 12 december 2013. 13. Wijzigingsblad bij BRL 2000, versie 3, 10 maart 2016. 14. Protocol 2001, 'Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen', versie 3.2, 12 december 2013. 15. Protocol 2002, 'Het nemen van grondwatermonsters', versie 4, 12 december 2013. 16. Protocol 2003, ‘Veldwerk bij milieuhygiënisch waterbodemonderzoek’, versie 2.2, 10 maart 2016. 17. Protocol 2018, 'Maaiveldinspectie en monsterneming van asbest in bodem', versie 3.2, 10 maart 2016. 18. Wet houdende regelen inzake bescherming van de bodem (Wet bodembescherming - Wbb), 3 juli 1986 en Wet houdende wijziging van de Wet bodembescherming en enkele andere wetten in verband met wijzigin gen in het beleid inzake bodemsaneringen, 15 december 2005.
NBO.2021.0027-8 Waelplan te ‘s-Gravenzande in de gemeente Westland 22 april 2021
10
BMA Milieu B.V.
Bijlage 1 Regionale situatie
nge Stukken Rolpaal ^
,SBURGtRWEG
Uw-"
Boschpolder
/s' Honst'l
Be («)u«
Pmsenbos
Baakwoning
Xs-Gravenzande
ShaKí. ^ X Media fjļ-ÌO»' TT- AvO. V, '
0eB«JllMOnng
Veėrtiem'.
Kiéeti
Mine's'
ee«rrteikerfc^V,fj .y\V)V-.i*~ • De Hoctetcen Mra\\Tíîv\*^-fcUÎ
ĩvyttol
r
B locatie
Koren bloem
İT ‘ Weirtáridhai «Rří
r a-ò . ^ k.r'
Motenį.%
-f* »
‘Naaldwijk
VKvvjïf •íŴW \^S.
«
eň Maat If
'M&ŷk mm Pijletuinen yv
RkM çjèntiun s G'.ľe'rujrV
|gP
* Intüi;
ZjiiV’rtťrV-.'
V'/í/N,
'ţŵ^ftrt PBųnçnbuíť^v z »Ŵ
ŴÍW, ito
«‘siaS^V
Ounendţjdi
een en Geestvaart, polder- * , ^ yV.'
^]N466
II , Interconfessionele» . Scholen groep Westland. Hoogeland
HBfeWfflr
Hoogwerf Huw
Hoogeland
Heenweg ůrrtbertusterti
BMA Milieu B.V.
N467]
Projectnummer : 2021.0027
Regionale situatie
Opdrachtgever : ONW C.V. Project
: Waelplan (Poelkade 26) te ‘ s-Gravenzande
Schaal
: 1:25.000
BMA Milieu B.V.
Bijlage 2 Locatie en boringen
BMA Milieu B.V.
Bijlage 3 Toetsing analyseresultaten
Project Certificaten Toetsing Toetsversie
2021.0027.8-Waelplan te s-Gravenzande 1166115 T.12 - Beoordeling kwaliteit van grond volgens Wbb
Toetsdatum: 1 april 2021 12:16
BoToVa 3.1.0
Monsterreferentie Monsteromschrijving Analyse
6674013
01-1 01 (0-50) Eenheid Analyseres.
Gestand.Res.
Toetsoordeel
AW
T
I
Lutum/Humus
Organische stof Lutum
V (m/m ds) V (m/m ds)
2.0 1.1
25
V
85.2
85.2
@ 1.1 AW
140
430
720
Toetsoordeel
AW
T
I
10
Droogrest
droge stof Metalen ICP-AES
zink (Zn)
mg/kg ds
62
150
Monsterreferentie Monsteromschrijving Analyse
02-1 02 (10-50) Eenheid Analyseres.
Gestand.Res.
6674014
Lutum/Humus
Organische stof Lutum
V (m/m ds) V (m/m ds)
3.2 1.4
25
V
83.5
83.5
@
zink (Zn)
mg/kg ds
190
440
1.0 T
140
430
720
Monsterreferentie Monsteromschrijving Analyse
6674015
05.4-1 05.4 (0-50) Eenheid Analyseres.
Gestand.Res.
Toetsoordeel
AW
T
I
10
Droogrest
droge stof Metalen ICP-AES
Lutum/Humus
Organische stof Lutum
V (m/m ds) V (m/m ds)
2.1 8.3
25
V
83.2
83.2
@
-
140
430
720
Toetsoordeel
AW
T
I
10
Droogrest
droge stof Metalen ICP-AES
zink (Zn)
mg/kg ds
62
110
Monsterreferentie Monsteromschrijving Analyse
06-1 06 (10-50) Eenheid Analyseres.
Gestand.Res.
6674016
Lutum/Humus
Organische stof Lutum
V (m/m ds) V (m/m ds)
2.2 8.0
25
V
81.2
81.2
@ 1.1 AW
140
430
720
Toetsoordeel
AW
T
I
140
430
720
10
Droogrest
droge stof Metalen ICP-AES
zink (Zn)
mg/kg ds
85
150
Monsterreferentie Monsteromschrijving Analyse
04-2 04 (50-100) Eenheid Analyseres.
Gestand.Res.
6674017
Lutum/Humus
Organische stof Lutum
V (m/m ds) V (m/m ds)
2.8 8.2
25
V
78.2
78.2
@
mg/kg ds
220
390
2.8 AW
10
Droogrest
droge stof Metalen ICP-AES
zink (Zn) Legenda
@
Pagina 1 van 2
Geen toetsoordeel mogelijk
Pagina 2 van 2 x AW xT -
x maal Achtergrondwaarde x maal Tussenwaarde ^ Achtergrondwaarde
N.B.
De vermelde tussenwaarde is door MijnLab berekend en is niet afkomstig uit BoToVa
Pagina 2 van 2
BMA Milieu B.V.
Bijlage 4 Analysecertificaten
■JļfVĩ"**,
s-jf eurofins
AS3000
Omegam
UvA L ŨÕB
^éehee'
BMA Milieu T.a.v. de heer J.J.C. Luiten Zuidweg 77 2671 MP NAALDWIJK
Uw kenmerk Ons kenmerk Validatieref. Opdrachtverificatiecode Bijlage(n)
2021.0027.8-Waelplan te s-Gravenzande Project 1166115 1166115^ertificaatjv1 MCFO-FJXY-IFNV-EAHO 3 tabel(len) + 2 bijlage(n)
Amsterdam, 30 maart 2021
Hierbij zend ik u de resultaten van het laboratoriumonderzoek dat op uw verzoek is uitgevoerd in de door u aangeboden monsters. De resultaten hebben uitsluitend betrekking op de monsters, zoals die door u voor analyse ter beschikking werden gesteld. Het onderzoek is, met uitzondering van eventueel uitbesteed onderzoek, uitgevoerd door Eurofins Omegam volgens de methoden zoals ze zijn vastgelegd in het geldende accreditatie-certificaat L086 en/of in de bundel "Analysevoorschriften Eurofins Omegam". De in dit onderzoek uitgevoerde onderzoeksmethoden van de geaccrediteerde analyses zijn in een aparte bijlage als onderdeel van dit analyse-certificaat opgenomen. De methoden zijn, voor zover mogelijk, ontleend aan de accreditatieprogramma's/schema's en NEN- EN- en/of ISO-voorschriften. Ik wijs u erop dat het analyse-certificaat alleen in zijn geheel mag worden gereproduceerd. Ik vertrouw erop uw opdracht volledig en naar tevredenheid te hebben uitgevoerd. Heeft u naar aanleiding van deze rapportage nog vragen, dan verzoek ik u contact op te nemen met onze klantenservice. Hoogachtend, namens Eurofins Omegam,
Ing. J. Tukker Manager productie
Op dit certificaat zijn onze algemene voorwaarden van toepassing. Dit analyse-certificaat mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd.
T +31-(0)20-597 66 80 Eurofins Omegam B.V. H.J.E. Wenckebachweg 120 NL-1114 AD Amsterdam-Duivendrecht CSOmegam@eurofins.com Nederland www.eurofins.nl
IBAN NL 16 BNPA 0227667980 BIC BNPANL2A BTW nr. NL8139.67.132.B01 KvK nr. 34215654
eurofins
AS3000
Omegam
^éehee'
RvALDIlS
Tabel 1 van 3 ANALYSECERTIFICAAT Projectcode Uw project omschrijving Opdrachtgever
: : :
1166115 2021.0027.8-Waelplan te s-Gravenzande BMA Milieu
Uw Monsterreferenties 6674013 = 01-1 01 (0-50) 6674014 = 02-1 02 (10-50) 6674015 = 05.4-1 05.4 (0-50) Opgegeven bemonsteringsdatum Ontvangstdatum opdracht Startdatum Monstercode Uw Matrix Monstervoorbewerking S AS3000 (steekmonster) S gewicht artefact S soort artefact S voorbewerking AS3000
22/03/2021 23/03/2021 23/03/2021 6674013 Grond
g
uitgevoerd n.v.t. n.v.t. uitgevoerd
22/03/2021 23/03/2021 23/03/2021 6674014 Grond uitgevoerd n.v.t. n.v.t. uitgevoerd
22/03/2021 23/03/2021 23/03/2021 6674015 Grond uitgevoerd n.v.t. n.v.t. uitgevoerd
Algemeen onderzoek - fysisch S droge stof 7 S organische stof (gec. voor lutum) 7o (m/m ds) S lutumgehalte (pipetmethode) 07o (m/m ds)
85,2 2,0 1,1
83,5 3,2 1,4
83,2 2,1 8,3
Anorganische parameters - metalen S zink (Zn) mg/kg ds
62
190
62
Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. - De met een 'Q' gemerkte analyses zijn door RvA geaccrediteerd (registratienummer L086). - De met een 'S' gemerkte analyses zijn door RvA geaccrediteerd (L086) en op basis van het schema AS 3000 erkend. Opdrachtverificatiecode: MCFO-FJXY-IFNV-EAHO
Ref.: 1166115 certificaat v1
eurofins
AS3000
Omegam
RvALDIlS
^éehee' Tabel 2 van 3
ANALYSECERTIFICAAT Projectcode Uw project omschrijving Opdrachtgever
: : :
1166115 2021.0027.8-Waelplan te s-Gravenzande BMA Milieu
Uw Monsterreferenties 6674016 s 06-1 06(10-50) 6674017 s 04-2 04 (50-100)
Opgegeven bemonsteringsdatum Ontvangstdatum opdracht Startdatum Monstercode Uw Matrix Monstervoorbewerking S AS3000 (steekmonster) S gewicht artefact S soort artefact S voorbewerking AS3000
22/03/2021 23/03/2021 23/03/2021 6674016 Grond
g
uitgevoerd n.v.t. n.v.t. uitgevoerd
22/03/2021 23/03/2021 23/03/2021 6674017 Grond uitgevoerd n.v.t. n.v.t. uitgevoerd
Algemeen onderzoek - fysisch S droge stof 07o S organische stof (gec. voor lutum) 07o (m/m ds) S lutumgehalte (pipetmethode) 07o (m/m ds)
81,2 2,2 8,0
78,2 2,8 8,2
Anorganische parameters - metalen S zink (Zn) mg/kg ds
85
220
Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. - De met een 'Q' gemerkte analyses zijn door RvA geaccrediteerd (registratienummer L086). - De met een 'S' gemerkte analyses zijn door RvA geaccrediteerd (L086) en op basis van het schema AS 3000 erkend. Opdrachtverificatiecode: MCFO-FJXY-IFNV-EAHO
Ref.: 1166115 certificaat v1
eurofins
AS3000
Omegam
RvALDIlS
^éehee' Tabel 3 van 3
ANALYSECERTIFICAAT Projectcode Uw project omschrijving Opdrachtgever
: : :
1166115 2021.0027.8-Waelplan te s-Gravenzande BMA Milieu
Opmerkingen m.b.t. analyses
Opmerking(en) algemeen De volgende informatie is indien van toepassing verstrekt door de opdrachtgever: Projectomschrijving, Monsterreferentie(s), Opgegeven bemonsteringsdatum, Matrix, Monsterdiepte, Potnr(Barcode), Veldgegevens, Veldwaarnemingen en Bemonsteringsdata. De opgegeven bemonsteringsdatum kan van invloed zijn op de geldigheid van de resultaten. Organische stof gehalte (gecorrigeerd voor lutum en vrij ijzer in de vorm van Fe2O3) Het organische stofgehalte is gecorrigeerd voor het in het analysecertificaat gerapporteerde lutumgehalte. Indien het lutumgehalte niet is gerapporteerd is de correctie uitgevoerd met een lutumgehalte van 5,40Zo (gemiddeld lutumgehalte Nederlandse bodem, AS3010/AS3210, prestatieblad organische stofgehalte in grond/waterbodem). Indien het vrij ijzergehalte is bepaald en groter is dan 5 0Zo m/m, is bij de berekening van het organische stof gecorrigeerd voor dat gehalte aan vrij ijzer.
Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. Opdrachtverificatiecode: MCFO-FJXY-IFNV-EAHO
Ref.: 1166115^ertificaa^v1
eurofins AS3000
Omegam
086 ^ìehe*'4. Bijlage 1 van 2 ANALYSECERTIFICAAT
Projectcode Uw project omschrijving Opdrachtgever
: : :
1166115 2021.0027.8-Waelplan te s-Gravenzande BMA Milieu
Barcodeschema's
Monstercode Uw referentie
uw monsterref
uw diepte
uw barcode
6674013
01-1 01 (0-50)
01
0-0.5
3790137AA
6674014
02-1 02 (10-50)
02
0.1-0.5
3789955AA
6674015
05.4-1 05.4 (0-50)
05.4
0-0.5
3790274AA
6674016
06-1 06(10-50)
06
0.1-0.5
3790265AA
6674017
04-2 04 (50-100)
04
0.5-1
3789947AA
Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. Opdrachtverificatiecode: MCFO-FJXY-IFNV-EAHO
Ref.: 1166115^ertificaaţ-v1
eurofins AS3000
Omegam
086 ^ìehe*'4. Bijlage 2 van 2 ANALYSECERTIFICAAT
Projectcode Uw project omschrijving Opdrachtgever
: : :
1166115 2021.0027.8-Waelplan te s-Gravenzande BMA Milieu
Analysemethoden in Grond (AS3000) AS3000 In dit analysecertificaat zijn de met 'S' gemerkte analyses uitgevoerd volgens de analysemethoden beschreven in het "Accreditatieschema Laboratoriumanalyses voor grond-, waterbodem- en grondwateronderzoek (AS SIKB 3000)". Het laboratoriumonderzoek is uitgevoerd volgens de onderstaande analysemethoden. Deze analyses zijn vastgelegd in het geldende accreditatie-certificaat met bijbehorende verrichtingenlijst L086 van Eurofins Omegam BV. voorbewerking AS3000 Droge stof Organische stof (gec. voor lutum) Lutumgehalte (pipetmethode) Zink (Zn)
Conform AS3000 en NEN-EN 16179 Conform AS3010 prestatieblad 2 Conform AS3010 prestatieblad 3 en gelijkwaardig aan NEN 5754 Conform AS3010 prestatieblad 4; gelijkwaardig aan NEN 5753 Conform AS3010 prestatieblad 5 en NEN-EN-ISO 17294-2 en destructie conform NEN 6961
Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. Opdrachtverificatiecode: MCFO-FJXY-IFNV-EAHO
Ref.: 1166115^ertificaa^v1
BMA Milieu B.V.
Bijlage 5 Bodemprofielen
BMA Milieu Bodemonderzoek B -sanering Projectnaam: Waelplan te 's-Gravenzande Projectcode: 2021.0027.8 Meetpunt:
01
Meetpunt:
02
Datum:
22-3-2021
Datum:
22-3-2021
Boormeester:
Johnny de Zeeuw
Boormeester:
Johnny de Zeeuw
0
0
0
0 Zand, matig grof, matig kleiïg, zwak humeus, zwak siltig, zwak puinhoudend, lichtbruin, Edelmanboor
A
-10
Volledig schelpen, Edelmanboor Zand, matig grof, sterk kleiïg, matig humeus, zwak siltig, matig puinhoudend, lichtbruin, Edelmanboor
^
-50
2
Klei, sterk zandig, matig humeus, zwak siltig, matig glashoudend, sterk puinhoudend, donkerbruin, Edelmanboor
A
2
A
-100
3
-100
Klei, matig zandig, matig humeus, zwak siltig, matig glashoudend, matig puinhoudend, donker grijsbruin, Edelmanboor
A
Klei, sterk zandig, matig humeus, zwak siltig, matig puinhoudend, zwak baksteenhoudend, donkerbruin, Edelmanboor
Klei, matig zandig, zwak humeus, zwak siltig, zwak puinhoudend, neutraalgrijs, Edelmanboor 3
-150
-150
Klei, matig zandig, matig siltig, neutraalgrijs, Edelmanboor
Klei, zwak zandig, matig siltig, lichtgrijs, Edelmanboor
4
4
-200
-200
Meetpunt:
03
Meetpunt:
03.1
Datum:
22-3-2021
Datum:
22-3-2021
Boormeester:
Johnny de Zeeuw
Boormeester:
Johnny de Zeeuw
0
0
-10
ķ v\ 50
-10
Zand, matig grof, matig kleiïg, zwak humeus, zwak siltig, sterk puinhoudend, neutraal grijsbruin, Edelmanboor, Gestaakt op verharding
^
-50
0
0 Volledig schelpen, Edelmanboor
U 50
^
Volledig schelpen, Edelmanboor Zand, matig grof, matig kleiïg, zwak humeus, zwak siltig, sterk puinhoudend, neutraal grijsbruin, Edelmanboor, Gestaakt op verharding -50
BMA Milieu Bodemonderzoek B -sanering Projectnaam: Waelplan te 's-Gravenzande Projectcode: 2021.0027.8 Meetpunt:
03.2
Meetpunt:
04
Datum:
22-3-2021
Datum:
22-3-2021
Boormeester:
Johnny de Zeeuw
Boormeester:
Johnny de Zeeuw
0
0
m 50
:ã ■z
-10
^
0
0 Volledig schelpen, Edelmanboor
Volledig schelpen, Edelmanboor
Zand, matig grof, matig kleiig, zwak humeus, zwak siltig, sterk puinhoudend, neutraal grijsbruin, Edelmanboor, Gestaakt op verharding
Zand, matig grof, matig kleiig, matig humeus, zwak siltig, neutraalbruin, Edelmanboor
-50
Klei, sterk zandig, matig humeus, zwak siltig, neutraalbruin, Edelmanboor 2
-100
Klei, matig zandig, matig humeus, zwak siltig, neutraalgrijs, Edelmanboor 3
-150
Klei, sterk zandig, matig siltig, neutraalgrijs, Edelmanboor 4
-200
Meetpunt:
05
Meetpunt:
05.1
Datum:
22-3-2021
Datum:
22-3-2021
Boormeester:
Johnny de Zeeuw
Boormeester:
Johnny de Zeeuw
0
0
A
50
-50
0
0 Zand, matig grof, matig kleiig, zwak humeus, zwak siltig, zwak puinhoudend, neutraal grijsbruin, Edelmanboor, Gestaakt op verharding
Zand, matig grof, matig kleiig, zwak humeus, zwak siltig, zwak puinhoudend, neutraal grijsbruin, Edelmanboor, Gestaakt op verharding
A
50
-50
BMA Milieu Bodemonderzoek B -sanering Projectnaam: Waelplan te 's-Gravenzande Projectcode: 2021.0027.8 Meetpunt:
05.2
Meetpunt:
05.3
Datum:
22-3-2021
Datum:
22-3-2021
Boormeester:
Johnny de Zeeuw
Boormeester:
Johnny de Zeeuw
0
0
0 Zand, matig grof, matig kleiïg, zwak humeus, zwak siltig, zwak puinhoudend, neutraal grijsbruin, Edelmanboor, Gestaakt op verharding
0
50
ĝ
A
-50
50
Meetpunt:
05.4
Meetpunt:
06
Datum:
22-3-2021
Datum:
22-3-2021
Boormeester:
Johnny de Zeeuw
Boormeester:
Johnny de Zeeuw
0
0
vM y. ë
::::z 50
0
0 Zand, matig grof, matig kleiïg, zwak humeus, zwak siltig, zwak puinhoudend, neutraal grijsbruin, Edelmanboor, Gestaakt op verharding
A
-50
Zand, matig grof, matig kleiïg, zwak humeus, zwak siltig, zwak puinhoudend, neutraal grijsbruin, Edelmanboor, Gestaakt op verharding
\
-10
Volledig schelpen, Edelmanboor Zand, matig grof, matig kleiïg, zwak siltig, zwak humeus, lichtbruin, Edelmanboor
50 Klei, sterk zandig, matig humeus, zwak siltig, matig puinhoudend, donkerbruin, Edelmanboor 2
-100
3
Klei, matig zandig, matig humeus, zwak siltig, zwak glashoudend, zwak puinhoudend, donker grijsbruin, Edelmanboor
A
-150
Klei, sterk zandig, matig siltig, neutraalgrijs, Edelmanboor 4
-200
BMA Milieu Bodemonderzoek B -sanering Projectnaam: Waelplan te 's-Gravenzande Projectcode: 2021.0027.8 Meetpunt:
07
Datum:
22-3-2021
Boormeester:
Johnny de Zeeuw
0
0
Zand, matig grof, matig kleiig, zwak siltig, zwak humeus, lichtbruin, Edelmanboor
-50
Klei, sterk zandig, matig humeus, zwak siltig, donkerbruin, Edelmanboor 2
-100
Klei, matig zandig, matig humeus, zwak siltig, donker grijsbruin, Edelmanboor 3
-150
Klei, matig zandig, matig siltig, neutraalgrijs, Edelmanboor 4
-200
Legenda (conform NEN 5104)
grind
klei Grind, siltig
geur Klei, zwak siltig
Grind, zwak zandig
Klei, matig siltig
-O-
geen geur
-0-
zwakke geur
0-
matige geur
0-
sterke geur uiterste geur
Grind, matig zandig
Klei, sterk siltig
Grind, sterk zandig
Klei, uiterst siltig
olie
Grind, uiterst zandig
Klei, zwak zandig
zand
O
geen olie-water reactie
ū-
zwakke olie-water reactie
-H-
matige olie-water reactie
-Q-
sterke olie-water reactie
Klei, matig zandig
-BS-
uiterste olie-water reactie
Klei, sterk zandig
p.i.d.-waarde
0 ^
Zand, kleiïg
Zand, zwak siltig
leem Zand, matig siltig
Leem, zwak zandig
Zand, sterk siltig
Leem, sterk zandig
3
^0
3
M00
^
M000
ţ
M0000
monsters
Zand, uiterst siltig
geroerd monster
overige toevoegingen
ongeroerd monster
zwak humeus volumering
veen Veen, mineraalarm
matig humeus
Veen, zwak kleiïg
sterk humeus
Veen, sterk kleiïg
zwak grindig
Veen, zwak zandig
matig grindig
Veen, sterk zandig
sterk grindig
overig A
bijzonder bestanddeel
Ą
Gemiddeld hoogste grondwaterstand
T
grondwaterstand
^
Gemiddeld laagste grondwaterstand slib
peilbuis
blinde buis
casing
1
hoogste grondwaterstand gemiddelde grondwaterstand laagste grondwaterstand zand afdichting bentoniet/mikoliet/klei afdichting
grind afdichting
ä
filter
BMA Milieu B.V.
Bijlage 6 Procescertificaat protocol 2001, 2002, 2003 en 2018
PRODUCTS RvA c m
mmwâ
Normec Certification B.V. Stationsweg 2, 4191 KK Geldermalsen T 0345 585 000, info-cert@normec.nl www.normec.nl
Normec
BRL SIKB 2000 Procescertificaat EC-SIK-20309 Normec Certification B.V. verklaart hierbij op basis van het certificatie onderzoek dat het proces van:
BMA Milieu B.V. Vestiging(en):
Naaldwijk Adres: Telefoonnr: E-mail:
Zuidweg 77 2671 MP NAALDWIJK 0174-630743 info@bma-milieu.nl
Datum uitgifte: Geldig tot: Gecertificeerd sinds: KvK-nummer:
23-03-2020 27-06-2022 28-06-2007 27240966
voldoet aan de voorwaarden gesteld in:
Beoordelingsrichtlijn voor het SIKB procescertificaat Veldwerk bij Milieuhygiënisch Bodem- en waterbodemonderzoek voor het toepassingsgebied: Protocol 2001: Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen (versie 6.0) Protocol 2002: Het nemen van grondwatermonsters (versie 6.0) Protocol 2003: Veldwerk bij milieuhygiënisch waterbodemonderzoek (versie 6.0) Protocol 2018: Maaiveldinspectie en monsterneming van asbest in bodem (versie 6.0) Processpecificatie
Dit procescertificaat is op basis van BRL SIKB 2000, Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek, versie 6.0, d.d. 1 februari 2018, overeenkomstig de in dit certificaat genoemde protocollen, afgegeven conform het Certificatiereglement van Normec Certification B.V. Normec Certification B.V. verklaart hierbij op basis van het uitgevoerde certificatieonderzoek dat het gerechtvaardigd vertrouwen bestaat dat de door BMA Milieu B.V. uitgevoerde processen bij voortduring voldoen aan de in dit procescertificaat vastgelegde processpecificaties en daarmee voldoet aan het voor de certificering geldende normdocument. In geval van klachten kan de opdrachtgever zich wenden tot de certificaathouder en, zo nodig, tot Normec Certification B.V. Voor het Besluit bodemkwaliteit is de gecertificeerde organisatie een door de Minister van Infrastructuur en Waterstaat erkende organisatie, indien het certificaat is opgenomen in het overzicht van erkende bodemintermediairs op de website van Rijkswaterstaat directie Leefoŕhneving: www.bodemplus. nl. Normec
M.M-A. Prinçen
BRL SIKB 2000
Normec Certification B.V. voert gedurende de looptijd van het certificaat regelmatig controles uit. Nadruk uitsluitend in het geheel toegestaan.
BMA Milieu B.V.
Bijlage 7 Functiescheiding
BMA Milieu B.V.
De monsternemer van BMA Milieu B.V. de heer J. de Zeeuw
verklaart dat het veldwerk onafhankelijk van de opdrachtgever is uitgevoerd conform de eisen van BRL SIKB 2000 en de daarbij horende protocollen, waarbij gebruik is gemaakt van interne functie scheiding onder de voorwaarden die het Besluit bodemkwaliteit hieraan stelt.
BMA Milieu B.V.
De monsternemer van BMA Milieu B.V. de heer M. de Heer
verklaart dat het veldwerk onafhankelijk van de opdrachtgever is uitgevoerd conform de eisen van BRL SIKB 2000 en de daarbij horende protocollen, waarbij gebruik is gemaakt van interne functie scheiding onder de voorwaarden die het Besluit bodemkwaliteit hieraan stelt.
BMA Milieu B.V.
Bijlage 8 Verklarende tekst toetsingscriteria en parameters
BMA Milieu B.V.
Toetsingscriteria Achtergrondwaarden: De achtergrondwaarden zijn bij regeling van Onze Ministers vastgestelde gehalten aan chemische stoffen voor een goede bodemkwaliteit, waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen. Bij overschrijding van de achtergrondwaarde [AW2000] is sprake van een lichte verontreiniging in de grond. Streefwaarden: De streefwaarden geven het niveau aan waarbij sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. Dit betekent dat de streefwaarden het niveau aangeven waarbij geen afbreuk wordt gedaan aan de functionele eigenschappen die de bodem voor mens, dier en plant heeft. Bij overschrijding van de streefwaarden [S] is sprake van een lichte ver ontreiniging in het grondwater. Tussenwaarde Wanneer deze waarde overschreden wordt voor een of meerdere stoffen gaat men er vanuit dat zich een risico van blootstelling aan mens of milieu zou kunnen voordoen met mogelijk schadelijke gevolgen. Dit houdt in dat een nader onderzoek in principe noodzakelijk is. Bij overschrijding van de 1/2 som achtergrond- en interventie waarden is er sprake van een matige verontreiniging in de grond. In het grondwater is sprake van een matige verontreiniging bij overschrijding van de 1/2 som streef- en interventiewaarden. De 1/2 som achtergrond-Zstreefen interventiewaarde wordt ook wel de tussenwaarde [T] genoemd.
Interventiewaarden: Bij overschrijding van de interventiewaarden [I] is het wenselijk een saneringsonderzoek met daaropvolgend een sanering uit te voeren. Immers de interventiewaarden bodemsanering geven het concentratieniveau voor grond en grondwater aan waarboven ernstige vermindering optreedt van de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, plant of dier. Bij overschrijding van de interventiewaarden is er sprake van een sterke veront reiniging. Volgens het beleid is er sprake van een ernstig geval van bodemverontreiniging wanneer in minimaal 25 m3 grond of 100 m3 grondwater voor ten minste één stof de gemiddelde concentratie hoger is dan de interven tiewaarde. De streef- en interventiewaarden in grond/sediment variëren met het bodemtype. Veel verontreinigende stoffen worden namelijk gebonden aan bodembestanddelen. Binding treedt met name op aan lutum [fractie < 2 pm] en organisch stof [gloeiverlies als percentage van het totale drooggewicht]. De streef- en interventiewaarden in grond/sediment zijn afhankelijk gesteld van beide genoemde bodemparameters. Voor het op de onderhavige locatie aanwezige bodemtype zijn de toetsingswaarden berekend volgens de in bovengenoemde circulaire opge nomen formules. De toetsingswaarden voor grondwater zijn onafhankelijk gesteld van het bodemtype.
Toelichting streefwaarden Bij het vaststellen van de streefwaarden is voor een aantal stoffen uitgegaan van achtergrondge halten die van nature aanwezig zijn of die zijn veroorzaakt door diffuse verontreiniging via de atmosfeer. Hierbij zijn boven grenzen genomen van achtergrondgehalten die in natuurgebieden zijn gevonden. Voor andere stoffen zijn de streefwaarden berekend uitgaande van een verwaarloosbaar risico. Daarbij is rekening gehouden met milieuhy giënische randvoorwaarden vanuit andere beleidsterreinen [zoals drinkwater- en warenwetnormen]. De streef waarden zijn met name bij curatieve [bodemsanerende] en preventieve [bodembeschermende] maatregelen van belang. Voor deze beide soorten maatregelen geven de streefwaarden respectievelijk het uiteindelijk te bereiken en het te handhaven kwaliteitsniveau aan.
BMA Milieu B.V.
Toelichting interventiewaarden De interventiewaarden zijn gebaseerd op een uitgebreide RIVM-studie naar zowel humaantoxicologische [risico voor de mens] als ecotoxicologische risico's [risico voor planten- en dierenleven] van bodemverontreinigende stoffen. Deze waarden geven het concentratieniveau voor verontreinigingen aan, waarboven ernstige verminde ring dreigt van de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, plant en dier. Blootstelling aan een verontreiniging kan via een groot aantal routes in verschillende mate plaatsvinden. Dit is afhankelijk van lokale factoren [bijv. het voorkomen van verhardingen] en bij de mens van het gedrag [bijv. consumptie van vis uit oppervlaktewater met verontreinigde waterbodem]. Voor de afleiding van de algemeen geldende interventiewaarden is uitgegaan van een "standaard" gedragspatroon, waarbij alle blootstellingsroutes een rol spelen. Gezien het bovenstaande is het mogelijk dat uit de toetsing blijkt dat er sprake is van een ernstig geval van bo demverontreiniging, zonder dat er bij het huidige gebruik een ontoelaatbaar risico aanwezig is. Dit is het geval als de blootstellingsroutes die tot dit risico aanleiding geven momenteel niet van toepassing zijn. Na de toetsing aan de interventiewaarden kan dan ook alleen worden aangegeven of er een saneringsnoodzaak is. De saneringsurgentie is afhankelijk van de actuele risico's.
Parameters Zware metalen; komen van nature in geringe hoeveelheden in de bodem voor, vrijwel altijd als verbinding. Verhoogde gehaltes aan zware metalen in grond en grondwater kunnen worden veroorzaakt door een groot scala aan activiteiten. Over het algemeen zijn zware metalen slecht uitloogbaar. Aromaten; worden veel gebruikt als oplosmiddel, het zijn meestal vrij vluchtige stoffen die vetten en vetachtige stoffen goed oplossen. Door de redelijke oplosbaarheid van vluchtige aromaten in water worden deze stoffen zowel in grond als grondwater aangetroffen. Benzeen, Tolueen, Ethylbenzeen en Xylenen komen voor in benzi ne en diesel. Polycyclische aromatische koolwaterstoffen; PAK omvatten een groot aantal verbindingen die met name in teerprodukten worden aangetroffen, of bij verbranding van bijv. steenkool ontstaan. Alifatische chloorkoolwaterstoffen; worden veelal toegepast als oplosmiddel en als ontvettingsmiddel. Bekende voorbeelden hiervan zijn trichlooretheen (Tri) en tetrachlooretheen (Per).
PCB’s; werden veelal toegepast als isolatie vloeistof in transformatoren en condensatoren, als hydraulische vloeistof, koelvloeistof, smeermiddel en weekmaker in kunststoffen en verder in verf, inkt, lak, kit en lijm Minerale olie; de schadelijkheid van minerale olie is op zich niet groot, maar indien olie in grote hoeveelhe den in de bodem aanwezig is, is een normaal bodemleven of plantengroei door zuurstofgebrek niet mogelijk. De eventuele toxiciteit wordt voornamelijk bepaald door de aanwezigheid van toxische nevenbestanddelen (aroma ten, fenolen en lood). Als gevolg van permeatie door kunststof waterleidingbuizen van polyethyleen kan minera le olie aanleiding geven tot verontreiniging van het drinkwater.