CConstaterende datWestland
Koppel je AI →
Document · PDF

1.56j) Waelpolder_Bijlagen bij de toelichting_Bijlage 9 waterhuishoudkundigplan Waelpark (21-0253595)

Gemeenteraad 26 oktober 2021, gemeente WestlandBij agendapunt: Vaststelling van de afhandeling van de Lijst met Ingekomen Stukken (LIS)17.053 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Deelgebieden [nr] Deelgebied 1 Deelgebied 2 Deelgebied 3 Deelgebied 4 Deelgebied 5 Deelgebied 6 Totaal

Woningen [st] 140 - 150 225 - 240 345 - 360 170 - 200 320 - 350 70 - 110 1270 - 1405

Afvalwater per inwoner [l/u/inw] 12 12 12 12 12 12 12

Inwoners [aantal] 350 - 375 563 - 858 863 - 888 425 - 500 800 - 875 150 - 200 3175 - 3513

Afvalwater [m3Ai] 4,2 - 4,5 6,8 - 7,2 10,4 - 10,7 5,1 - 6,0 9,6 - 10,5 2,1 - 3,3 38,1 - 42,2

Binnen de woningbouwlocatie worden daarnaast een aantal woningen gehandhaafd. Aan de volgende straten worden bestaande woningen gehandhaafd: " Poelkade (26 woningen) à ü^mVu. " Dijckerwaal (3 woningen) à 0,09m3/! " Nieuwe Vaart (6 woningen) à 0,18m3Zu. " Maesemundeweg (3 woningen) à 0,09m3/! " Poelmolenweg (7 woningen) à 0,21m3/! Afvalwaterafvoer

4 DWA staat voor droogweerafvoer, de hoeveelheid afvalwater die het rioolstelsel verwerkt zonder neerslagbelasting.

Ref: 1802055A00-R18-192 Datum: 5 april 2018 Pagina: 25 van 32

•ll

Voorgesteld wordt het afvalwater van circa 900-1100 woningen naar het zuiden af te voeren en aan te sluiten op de gerealiseerde persleiding in de Naaldwijkseweg en de overige 300-400 woningen westelijke te laten afvoeren richting een put (VIS-riool) in de Koningin Julianalaan (zie Figuur 4.3). Deze verdeling wordt door ONW nader uitgewerkt en onderbouwd in een apart rioleringsplan. 1 1 300 woningen

L(

ģ^į I

900 woningen

Figuur 4.3 globale afvoerrichting en aantallen woningen

Voor de inzameling en transport van het afvalwater wordt binnen de woongebieden vrij verval riolering ontworpen in (nog uit te werken) deelrioleringsplannen. De mogelijkheid vrij verval stelsels van deel­ gebieden te kunnen combineren is afhankelijk van de inrichting en de wegstructuur per deelgebied. Alvorens de deelplannen uit te werken wordt eerst een berekening van de gemalen uitgewerkt. Het vrij verval riool zal door middel van natuurlijke gravitatie afvoeren naar een geschikt lozingspunt. In deelgebieden 3 t/m 5 zijn dit putten met rioolgemalen met een capaciteit van 20 à 25 m3Zu die op een centrale persleiding van 0110 mm zijn aangesloten. Deze voert het afvalwater in zuidelijke richting af naar het gemaal van deelgebied 1 en 2. Dit gemaal is opgenomen in rioleringsplan Deelplan 1 Dijckerwaal [15] en loost met een capaciteit van 60 à 70 m /u op de aanwezige persleiding in de Naaldwijkseweg. De gemalen in deelgebied 6 worden zo mogelijk aangesloten op het bestaande persleiding in de Rijnvaartweg. De benodigde berekeningen worden opgenomen in het betreffende (deel)rioleringsplan. Bestaande woningen aan de Poelkade en de Nieuwe Vaart zijn aangesloten op de aanwezige drukriolering. In de ontwikkeling wordt bij voorkeur aangesloten op het nieuwe vrij verval stelsel.

De bestaande woningen aan de Dijckerwaal zijn aangesloten via vacuümriolering en worden door de gemeente Westland met nieuwe drukriolering aangesloten op de toekomstige riolering binnen Waelpark. De bestaande woningen aan de Maesemundeweg en Poelmolenweg worden waar mogelijk aangesloten op de nieuwe vrij verval riolering in de directe omgeving van deelgebied 6. Voor de woongebieden langs de Maesemundeweg en Poelmolenweg is de afvoer van de woningen afhankelijk van de inrichting. De nieuwe woningen dienen bij voorkeur af te voeren op de vrij vervalstelsels binnen het deelgebied. Naar aanleiding van het rioleringsstructuurplan van Het Nieuwe Water [10] zijn berekeningen uitgevoerd van de bestaande drukriolering en de aansluiting van verschillende pompgemalen. In de nadere uitwerking van (deel)rioleringsplannen wordt door ONW bekeken of de bestaande structuur van de drukriolering met het nieuwe aanbod van afvalwater naar behoren functioneert of dat aanvullende maatregelen nodig zijn.

Ref: 1802055A00-R18-192 Datum: 5 april 2018 Pagina: 26 van 32

Hemelwaterafvoer Voor de inzameling en transport van hemelwater wordt onderscheid gemaakt tussen hemelwater afkomstig van daken en wegverhardingen. Hemelwater van daken kan direct (en waar mogelijk bovengronds) worden afgevoerd naar het oppervlaktewater. Hemelwater afkomstig van wegverharding wordt zo veel mogelijk via bermpassages en greppels afgevoerd naar oppervlaktewater. Bij de aanleg van een hemelwaterstelsel wordt voor de lozing op het oppervlaktewater een zuiverende voorziening in de vorm van een lamellenafscheider door de gemeente verplicht gesteld. Het ontwerp van het stelsel wordt bij het opstellen van de afzonderlijke rioleringsplannen per deelgebied verder uitgewerkt. Wanneer er voor gekozen wordt geen trottoirbanden langs de weg toe te passen (uitgangspunt Catalogus [2]), is afstroming van hemelwater een aandachtspunt bij de uitwerking van de inrichting. Voorkomen moet worden dat hemelwater vanaf het openbare gebied richting de tuinen of de woningen in kan stromen.

Ref: 1802055A00-R18-192 Datum: 5 april 2018 Pagina: 27 van 32

5.

FASERING

Als onderdeel van de adaptieve ontwikkelstrategie voor Waelpark wordt het plan gefaseerd aangelegd. In dit hoofdstuk zijn de aandachtspunten bij deze gefaseerde aanpak beschreven. Eerst zijn de alge­ mene aandachtspunten voor een goed waterhuishoudkundig functioneren beschreven. Vervolgens zijn per deelgebied specifieke maatregelen benoemd. Daarbij is de globale faseringsvolgorde (achtereen­ volgens deelgebied 1,2, 6, 5, 3 en 4) aangehouden. 5.1. Algemeen Waelpark wordt in verschillende fases ontwikkeld. In Figuur 5.1 is de globale fasering weergegeven. Gedurende de looptijd van de ontwikkeling dient een goed waterhuishoudkundig functioneren gewaarborgd te zijn waarbij te allen tijde aan bijvoorbeeld de normen voor waterveiligheid en water­ overlast wordt voldaan. Ook dient het ecologisch functioneren en het beheer en onderhoud van het watersysteem gedurende de ontwikkeling te zijn gewaarborgd. Na uitwerking van het definitief ontwerp per deelgebied moet voor de vereiste water- en omgevingsvergunningen aangetoond worden dat ook daadwerkelijk aan de gestelde eisen wordt voldaan.

'2015-2020 2010-2020 Ŵ

2010

2015-2020

2025-203

2017-2010

2010-2018

Figuur 5.1: globale fasering volgens het masterplan Waelpark

•ll

Ref: 1802055A00-R18-192 Datum: 5 april 2018 Pagina: 28 van 32

Voor het watersysteem betekent dit dat de aan- en afvoer van water altijd mogelijk moet zijn en geen geïsoleerde watergangen mogen ontstaan. Om uiteindelijk voldoende berging in het watersysteem te realiseren dient per fase duidelijk te zijn hoeveel oppervlaktewater wordt gerealiseerd. Dit wordt in de bestemmingsplannen en in de watervergunningen vastgelegd en bijgehouden in een bergingsregister (zie bijlage 9). Bij de ontwikkeling van Waelpark worden delen van het gebied ontpolderd. Om de resterende poldergebieden tegen overstroming te beschermen dient eerst een nieuwe kering te zijn gerealiseerd alvorens de bestaande keringen worden verlaten. Om waterkwaliteitsproblemen in de polder te voorkomen wordt voorgesteld het watersysteem door te spoelen met boezemwater zodat de verblijftijden beperkt blijven. Om dit mogelijk te maken is aanleg van de noordelijke boezeminlaat bij de eerste ontwikkeling van het poldergebied ten noorden van het gemaal noodzakelijk. Voor het doorspoelen van het zuidelijke deel is al een boezeminlaat aanwezig. Verder wordt voorgesteld een dynamisch peilregiem in te stellen. Om overlast bij het hogere winterpeil te voorkomen dient de bestaande inrichting van de polder hierop te worden aangepast. Voor het varend beheer en onderhoud van de primaire watergangen is een te water laat plaats voor maaiboten nodig.

In de huidige situatie is er in de polder één aanwezig bij de waterplas van Delfland. Bij herinrichting van de Molensloot dienen aanvullend voldoende (drijf)vuil verwijderingsplaatsen gerealiseerd te worden om het onderhouden te kunnen uitvoeren. 5.2.

Deelgebieden

Deelgebied 1 Voor de ontwikkeling van deelgebied 1 is reeds een nieuw bestemmingsplan vastgesteld (Dijckerwaal fase 1,30 juni 2015). Als onderdeel van de definitieve stedenbouwkundige inrichting is daarin een nieuwe boezemwatergang achter de woonpercelen aan de Naaldwijkseweg vastgelegd van 4350 m2. Daarnaast is met dit bestemmingsplan ook een groot deel van de nieuwe watergang tussen de Poelwatering en de Nieuwe Vaart vastgelegd. Verder mag de aanliggende Poelwatering voor 507 van het oppervlak meegerekend worden. In totaal is met dit plan 14.050 m aan bergingsoppervlak beschikbaar. Dit is ruim voldoende om deelgebied 1 met een totaal oppervlak van ca. 6,2 ha te ontwikkelen met een verhardingspercentage van 657. En aangezien het graven van de waterstructuur inmiddels is voltooid kan de aanleg van verhardingen plaatsvinden. Ten noorden van de nieuwe boezemverbinding dient een nieuwe waterkering te worden aangelegd ter bescherming van de Poelpolder tegen overstromingen. Nog niet alle grond is daarvoor in eigendom van ONW. De nieuwe kering is daarom eerst tot ongeveer twee derde aangelegd en aangesloten op de bestaande. Hiervoor is een watervergunning van Delfland verkregen. Bij het vergraven van de bestaande watergangen in deelgebied 1 is de aansluiting op watergangen buiten het plandeel hersteld.

Deelgebied 2 Ook voor de ontwikkeling van deelgebied 2 is al een nieuw bestemmingsplan vastgesteld (Dijckerwaal fase 2, 11 oktober 2016). In dit bestemmingsplan is een klein deel van het beoogde nieuwe watersysteem in deelgebied 2 daadwerkelijk bestemd als water. In de definitieve stedenbouwkundige 2 inrichting wordt 4185 m nieuw boezemwater gerealiseerd. Samen met de al gerealiseerde 2 watergangen in deelgebied 1 resulteert dit in 18.235 m beschikbaar bergingsoppervlak. Dit is voldoende om deelgebied 2 met een verhardingspercentage van 5007o te ontwikkelen als deelgebied 1 met 657 verharding wordt aangelegd. Als in deelgebied 1 minder verhard wordt, kan in deelgebied 2 meer verharding toegestaan worden. Bij het vergraven van de bestaande watergangen in deelgebied 2 moet rekening gehouden met de aansluiting van watergangen buiten het plandeel. Hiervoor moeten onder andere twee verbindingsduikers onder de nieuwe ontsluitingsweg van bedrijventerrein Teylingen naar de Naaldwijkseweg worden aangelegd.

Ref: 1802055A00-R18-192 Datum: 5 april 2018 Pagina: 29 van 32

Deelgebied 6 Om het oostelijke deel van deelgebied 6 te kunnen ontpolderen moet eerste de nieuwe waterkering worden aangelegd. Vervolgens kan de waterstructuur op boezemniveau gerealiseerd worden. Dan is al het beoogde nieuwe boezemwater gerealiseerd en kan het gehele boezemland binnen het plangebied met een verhardingspercentage van 650Zo ontwikkeld worden. Bij de aanleg van de nieuwe boezemwaterkering dient gelijk ook een nieuwe inlaat van de boezem naar het poldergedeelte gerealiseerd te worden. Hiermee kan het noordelijke deel van de Poelpolder worden doorgespoeld. Om te bepalen of voor de ontwikkeling van het poldergedeelte voldoende berging in het polderwatersysteem aanwezig is, moet de volgende vergelijking gemaakt worden. Het oppervlak van het toe­ komstige watersysteem in deelgebied 6 en het aanwezige polderwateroppervlak in het overige deelgebied moet gezamenlijk voldoen aan de bergingsnorm die volgt uit het verhardingspercentage van de totale Poelpolder bij de toekomstige inrichting van deelgebied 6 en de aanwezige inrichting van de overige deelgebieden in de polder (3, 4 en 5). Aan de hand van de uitwerking van de definitieve inrichting kan zo bepaald worden of de (tijdelijke) aanleg van extra water benodigd is. Deelgebied 5 De toekomstige waterstructuur in deelgebied 5 volgt zo veel mogelijk het bestaande slotenpatroon.

Als bestaande watergangen vergraven worden dient de aansluiting met de rest van het watersysteem behouden te blijven. Ook moeten doodlopende watergangen voorkomen worden. Met herinrichting van de Molensloot ontstaat ook een gedeelte van de ecozone en is het instellen van een dynamisch peilregiem gewenst. Totdat Delfland met een peilbesluit het nieuwe peilregiem vastlegt, is voor de wijziging van het peilregiem een watervergunning noodzakelijk. Om te bepalen of voor de ontwikkeling van deelgebied 5 voldoende berging in het polderwatersysteem aanwezig is, moet de volgende vergelijking gemaakt worden. Het oppervlak van het toekomstige watersysteem in deelgebied 5 en het aanwezige polderwateroppervlak in het overige deelgebied moet gezamenlijk voldoen aan de bergingsnorm die volgt uit het verhardingspercentage van de totale Poelpolder bij de toekomstige inrichting van deelgebied 5 en de aanwezige inrichting van de overige deelgebieden in de polder (3, 4 en 6). Aan de hand van de uitwerking van de definitieve inrichting kan zo bepaald worden of de (tijdelijke) aanleg van extra water benodigd is. Deelgebied 3 De toekomstige waterstructuur in deelgebied 3 volgt zo veel mogelijk het bestaande slotenpatroon. Als bestaande watergangen vergraven worden dient de aansluiting met de rest van het watersysteem behouden te blijven. Ook moeten doodlopende watergangen voorkomen worden.

Om te bepalen of voor de ontwikkeling van deelgebied 3 voldoende berging in het polderwatersysteem aanwezig is, moet de volgende vergelijking gemaakt worden. Het oppervlak van het toekomstige watersysteem in deelgebied 3 en het aanwezige polderwateroppervlak in het overige deelgebied moet gezamenlijk voldoen aan de bergingsnorm die volgt uit het verhardingspercentage van de totale Poelpolder bij de toekomstige inrichting van deelgebied 3 en de aanwezige inrichting van de overige deelgebieden in de polder ( 4, 5 en 6). Aan de hand van de uitwerking van de definitieve inrichting kan zo bepaald worden of de (tijdelijke) aanleg van extra water benodigd is. Deelgebied 4 De toekomstige waterstructuur in deelgebied 4 volgt zo veel mogelijk het bestaande slotenpatroon. Als bestaande watergangen vergraven worden dient de aansluiting met de rest van het watersysteem behouden te blijven. Ook moeten doodlopende watergangen voorkomen worden. Om te bepalen of voor de ontwikkeling van deelgebied 4 voldoende berging in het polderwatersysteem aanwezig is, moet de volgende vergelijking gemaakt worden. Het oppervlak van het toekomstige watersysteem in deelgebied 4 en het aanwezige polderwateroppervlak in het overige deelgebied moet gezamenlijk voldoen aan de bergingsnorm die volgt uit het verhardingspercentage van de totale

•ll

Ref: 1802055A00-R18-192 Datum: 5 april 2018 Pagina: 30 van 32

Poelpolder bij de toekomstige inrichting van deelgebied 4 en de aanwezige inrichting van de overige deelgebieden in de polder (3, 5 en 6). Aan de hand van de uitwerking van de definitieve inrichting kan zo bepaald worden of de aanleg van extra water benodigd is.

•ll

6.

Ref: 1802055A00-R18-192 Datum: 5 april 2018 Pagina: 31 van 32

AANBEVELINGEN

In voorgaande hoofdstukken is de basis gelegd voor een goed functionerende waterhuishouding voor de woningbouwlocatie Waelpark. Voor de verdere uitwerking (in deelplannen) zijn de enkele aanbevelingen te doen: "

Bij het bepalen van de minimale aanlegpeilen zijn aannames gedaan over de maximale opbolling tussen de ontwateringsmiddelen. In de poldergebieden is de kweldruk echter aanzienlijk en voor het behalen van de benodigde drooglegging en ontwateringsdieptes is extra ophoging gewenst boven de aanleg van een zeer fijnmazig slotenpatroon of drainage. Dit heeft ook aanzienlijke consequenties voor de grondbalans binnen deze deelgebieden. Het is daarom aan te bevelen al bij met het voorlopige stedenbouwkundige ontwerp (met ligging watergangen) een geohydrologische berekening uit te werken om de aanleghoogtes en grondbalans te bepalen. Dit kan ook inzicht geven in mogelijke optimalisaties van de grondstromen tussen de deelgebieden.

"

Nader onderzoek te doen naar de mogelijkheden de bestaande dwarsverbinding van de boezem (deels) op te heffen en zo een open waterverbinding tussen de twee poldergedeeltes te realiseren.

"

Uit metingen bij het gemaal Poelpolder blijkt dat nutriëntenconcentraties in de Poelpolder zeer hoog zijn. Bij de ontwikkeling van Waelpark wordt nutriëntrijke bagger uit bestaande watergangen afgevoerd, worden natuurvriendelijke oevers aangelegd en een dynamisch peilbeheer ingesteld. Daarnaast wordt voorgesteld waterkwaliteitsproblemen en overlast als gevolg van algen en kroos te voorkomen door middel van een doorspoelregiem. De verwachting is dat de nalevering van nutriënten uit de bodem in de loop van de jaren zal afnemen en minder gebiedsvreemd water uit de boezem ingelaten hoeft te worden om door te spoelen. Daarom wordt aanbevolen de waterkwaliteitsparameters te blijven monitoren zodat met een water- en stoffenbalans bepaald kan worden of het doorspoelen kan worden beperkt.

"

Met dit waterhuishoudkundig plan is de basis gelegd voor een robuust en duurzame waterhuis­ houding. De inrichting van de woongebieden kan echter op allerlei manieren bijdragen aan een duurzame, klimaatbestendige woonlocatie. Aanbevolen wordt dit mee te nemen bij het selecteren van aannemers en in de communicatie naar de toekomstige bewoners.

•JB

Ref: 1802055A00-R18-192 Datum: 5 april 2018 Pagina: 32 van 32

7.

BRONNEN

[1] [2] [3] [4] [5] [6] [7] [8] [9]

Masterplan Waelpark, ONW, juni 2014 Catalogus openbaar gebied Waelpark, ONW, juni 2015 Sonderingen en Boringen Het Nieuwe Water, opdrachtnummer 3008-0202-003, Fugro NV. Toelichting Peilbesluit Poelpolder, Delfland, mei 2014 Monitoring Het Nieuwe Water, Opdrachtnummer 3008-0202-104, Fugro NV, juli 2012 Ecologische variantenstudie Poelpolder, Delfland, mei 2014 Waterkwaliteitsrapportage 2016, Delfland, maart 2017 KRW-programma Delfland 2016-2021, Delfland, 2015 Programma van Standaardinrichting Openbare Ruimte vastgesteld, Gemeente Westland, januari 2015 Rioleringsstructuurplan van Het Nieuwe Water, Royal Haskoning, januari 2011 Waterbeheerplan 2016-2021, Delfland, december 2015 Beleidsnota Beperken en Voorkomen Wateroverlast, Delfland, juli 2014 Bundeling Wateradviezen Delfland voor Masterplan Poelpolder/Waelpark [DSM 1145102], Delfland, juni 2014 Beleidsregels Dempen en graven, Delfland, mei 2009 Rioleringsplan deelplan 1 Dijckerwaal, Waalpartners, mei 2015 Advies dynamisch peil Poelpolder, interne memo Delfland, december 2014

[10] [11] [12] [13] [14] [15] [16]

BIJLAGE

1 Kaart huidige waterhuishouding

^s?AV\ «

*W 4 VA*'

^viĩ

\pUïl

■in

filå ^•«s^rsi ?‘sÍ7 - 3S®Säî ?|ül

V«TİV

Villa

JIWI /^

y

•/A*

flTìiļ*'

/pv\ *'»\ *

»* « Matemrn^eters, tenzij anderaSermeľd Hoogtematen in meters t.o.v. N.A.P., tenzij anders vermeld

Legenda

Omschrijving:

Peilgebied (label: peil in m tov NAP) Waterhuishoudkundig plan Waelpark

Regionale kering 8

Gemaal

*

Brug

Opdra chtgeve r:

Ontwikkelingsmaatschappij het Nieuwe Westland Omschrijving:

Watersysteemkaart - bestaande situatie

v

J

y - , Duiker

0-0 Sifon | Polderwater | Boezemwater

Lucien Aspeling Natuur, recreatie en waterbeheer Prins Mauritsstraat 17,4141 JC Leerdam Postbus 75,4140 AB Leerdam T +31 345 - 639 696 W www.rps.nl

V.

J

ŗFormaat:

AZ

Schaal:

1:7.500

Status:

Concept

Datum:

21-04-2017

Blad:

□NSN

Nummer:

1605525A00-001

1 van 1 Wijz:

__________

Stuw

I « tekst:- © , <tekst> (copyright-regel),

^

V__________LH__________ y

\\ 10.53.1.12\data\GGI\1 Projecten\16Ũ5525AŨŨ\3 Werkdossier\Ũ3 GIS\03 Geodata\16Ũ5525AŨŨ Waelpark watersysteem huidig.mxd

BIJLAGE

2 Memo regionale keringen Delfand

MEMO Aan: BBC/RPV - Natalie Lorenz

Datum: 12 mei 2014

Van: J.T. van Oosten-Däpp Onderwerp: Masterplan Het Níeuwe Water

Aanleiding Het project Het Nieuwe Water (Poelpolder) is in een nieuwe fase gekomen, waarin de gemeente Westland een masterplan opstelt. In 2009 waren er nog plannen om de Poelpolder geheel te ontpolderen en drijvende woningen te realiseren, maar dit gaat niet door. Aan de noord- en aan de zuidzijde worden delen ontpolderd en daardoor wijzigen de huidige grenzen van de Poelpolder en dienen delen van de regionale waterkering verlegd te worden. Alle glastuinbouw is inmiddels verwijderd, zodat de hele Poelpolder beschikbaar is voor bebouwing. De plannen voor de verlegging van de regionale waterkering zijn nog niet uitgekristalliseerd. Dit is een doorlopend proces dat ongeveer in april/mei 2014 definitief moet worden voor besluitvorming. In dit memo worden de volgende vragen beantwoord: 1. Welke norm geldt momenteel voor de regionale keringen? 2. Leidt de geplande verstedelijking tot een hogere norm? Zo ja: wie draagt de kosten wanneer de regionale keringen niet aan deze hogere norm voldoen? 3. Zijn de regionale keringen voldoende veilig volgens de huidige en toekomstige norm? 4. Welke eisen worden gesteld aan te verleggen regionale waterkeringen? En wie draagt de kosten voor verlegging? 1.

Norm (Veiligheidsklasse) Toen de regionale keringen werden genormeerd in 2004 is berekend dat de schade 1,37 miljoen euro zou bedragen, als gevolg van een overschrijding van de te keren waterstand [lit. 1]. Dit komt overeen met veiligheidsklasse I. De VV van Delfland heeft echter in 2005 besloten dat een regionale kering minimaal veiligheidsklasse III kent. De belangrijkste reden hiervoor was dat in de IPO-systematiek [lit.2] de schade op het boezemstelsel niet werd meegenomen. Verder heeft Delfland ook willen bijdragen aan uniformiteit binnen dijkring 14. De regionale kering om de Poelpolder kent momenteel dus veiligheidsklasse III. Deze norm is opgenomen in de vigerende Waterverordening Zuid-Holland. 2. Functiewijziging In de Poelpolder wijzigt de voormalige glasfunctie in stedelijk woongebied. Dit heeft tot gevolg dat, in geval van wateroverlast, de economische schade in de polder hoger wordt. Het is in dit kader gewenst te bepalen of de schade zodanig hoog wordt dat dit ook leidt tot een zwaardere veiligheidsklasse. Daarvoor is gebruik gemaakt van de standaard methode (stap 2.2) uit de IPO-systematiek [lit. 2]. De invoerparameters zijn benoemd in de bijlage. Hieruit blijkt dat, wanneer de Poelpolder volledig verstedelijkt, veiligheidsklasse II nodig zou zijn.

Opgesteld

Gecontroleerd 'osten

Nurmohamed

Vrijgegeven

Gbiel Cuypers

Aangezien het bestuur ai eerder heeft besloten dat de regionale keringen minimaal klasse III hebben, is er geen sprake van verhoogde schade ten opzichte van de vigerende veiligheidsklasse. 3. Veiligheid regionale keringen Bij de toetsing van regionale keringen wordt onder andere de stabiliteit en hoogte van de keringen beoordeeld. Per veiligheidsklasse gelden specifieke hydraulische randvoorwaarden. De regionale keringen in de Poelpolder zijn getoetst en voldoen grotendeels aan de vigerende norm behorende bij veiligheidsklasse III. Op een enkele strekking (zie omcirkelde locatie) voldoet de kering niet aan de vereiste hoogte. Het op hoogte brengen is voorzien in het onderhoudsplan 2010-2015 als onderdeel van de reguliere taken van Delfland. In de toekomst zullen de regionale keringen derhalve blijven voldoen aan de eisen behorende bij veiligheidsklasse III

4. Eisen aan te verleggen nieuwe regionale keringen Door D&H is op 28 oktober 2008 het beleidsstuk 'Functioneel Ontwerpproces Boezemkaden' vastgesteld. Dit is op ambtelijk niveau doorvertaald naar het 'Programma van eisen voor kadeontwerpen', dat door Delfland wordt gehanteerd bij kadeverbeteringen. Dit programma van eisen beschrijft concreet waar de kade aan moet voldoen De regionale keringen die op verzoek van een initiatiefnemer verlegd worden om een ontwikkeling mogelijk te maken dienen in principe door de intiatiefnemer te worden bekostigd. Hierover vindt altijd overleg plaats met Delfland.

Literatuurverwijzingen Lit.1 'Toetsing kruinhoogten boezemkaden binnen dijkring 14 en 44' door Ingenieursbureau BCC en WL | Delft Hydraulics in opdracht van de Provincie Zuid-Holland, 2004 Lit.2 'IPO-richtlijn ter bepaling van het veiligheidsniveau van boezemkaden', Interprovinciaal Overleg, 1999).

Bijlage: bepaling veiligheidsklasse bij functie stedelijk gebied Om de veiligheidsklasse te bepalen bij een functiewijziging naar stedelijk gebied, wordt de standaard rekenmethode (stap 2.2 uit de IPO-systematiek) gehanteerd. Hieronder wordt aangegeven welke invoerwaarden zijn gebruikt. Het oppervlak van de Poelpolder is 51,8 ha [lit. 1]. Er wordt geen rekening gehouden met een kleinere oppervlak als gevolg van ontpoldering. Er wordt van uitgegaan dat de gehele polder stedelijk gebied wordt. Onder normale omstandigheden is het boezempeil NAP -0,42 m en het maatgevend boezempeil is NAP -0,11 m (promotor peildatum 2012). De gemiddelde maaiveldhoogte van de polder is NAP -0,53 m [lit. 1]. De Poelpolder is volledig omringd door boezemland. Derhalve wordt de aanname gedaan dat bij wateroverlast het peil tot het (maatgevend) boezempeil kan stijgen. Onder normale omstandigheden zou bij falen de inundatiediepte dus al 0,11 m kunnen zijn en onder maatgevende omstandigheden zou het 0,42 m kunnen zijn. De meest extreme inundatiediepte is dus 0,42 m. Bovenstaande waarden leiden tot de conclusie dat de norm klasse II is. Volgens de IPO-richtlijn geeft de standaard rekenmethode uit de IPO-systematiek over het algemeen een te hoge, dus veilige benadering van de werkelijke genormeerde gevolgschade.

BIJLAGE

3 Kaart toekomstige waterhuishouding

’A^*' zp -0,43 I wp -0,43

^ V'.

4”^*’ - 0,43

kv \

K

w ii s» 4.

r»

f/1

«lila

~ţp^

-1,68I-1,83

ŚŴHŠSt

‘ *ąju

4

fâf

Hoogtematen in meters t.o.v. N.A.P., tenzij anders vernield Ligging waterhuishoudkundige elementen indicatief ingetekend

Legenda

Wijz.

J----- L Doorsnede

Polderwater

s—'

Stuw

------- primair

8

Gemaal

-------secundair

1

Brug

y—^- Duiker

Natuurvriendelijke oever |p Boezem-nvo

h—4 Inlaatduiker

^

|

| Peilgebied (label: peil in m tov NAP)

Get.

Waterhuishoudkundig plan Waelpark Opdra chtgeve r:

Ontwikkelingsmaatschappij het Nieuwe Westland Omsch rijving:

Watersysteemkaart - toekomstige situatie

ŗFormaat:

Polder-nvo

oezemwater Primair Secundair

Projectleider:

Maarten van Dieren

Sciaal:

1:8.000

Lucien Aspeling

Status:

Definitief

Datum:

05-04-2018

RPS Natuur, recreatie en waterbeheer Prins Mauritsstraat 17, 4141 JC Leerdam Postbus 75,4140 AB Leerdam T +31 345 - 639 696 W www.rps.nl

A3S

Logo opdrachtgever:

□NSN

Blad:

1 van 1

Nummer: Wijz:

V

1802055A00-002

J

i\10.53.1.12\data\GGI\1 Projecten\18Ũ2Ũ55AŨŨ\3 Werkdossier\Ũ3 GIS\03 Geodata\16Ũ5525AŨŨ Waelpark watersysteem toekomstig.m

« tekst> © , <tekst> (copyright-regel),

Regionale kering

Datum

BIJLAGE

4 Principe profielen toekomstige watergangen

DWARSPROFIEL IA Schaal 1:1000

DWARSPROFIEL IB

2040

h

1.87

3.00

12.90

Perceel

[Watergang I

Schaal 1:1000

H H

2.63

2.53 6.64

3.23

7.50

1.44

1.89

I Wegĩnríchtîng n.t.b.1

Perceeleigenggr

ļ

Gemeente Westlend

Perceeleigenggr

Perceeleigenaar

-0.43

Hekwerk

DWARSPROFIEL 2

DWARSPROFIEL 3

Schcal 1:100

Schaal 1:100

I Ecologische zone 2.26

22.78

25.00

Perceel

I Watergang!

Perceeleigenaar

Hoogheemroodschop van Delfland

0.54

iNatuurvriendelijke oever I

H-

3.34

1.43

19.64

3.80

Gemeente Westland

Golfbreker

DWARSPROFIEL 5 Schaal 1:100

DWARSPROFIEL 4 Schaal 1:100

25.00

H------------------------------------I Perceel I

I Ecoloaischezone I

Perceeleigenaar

Gemeente Westland

. I.85 . ŗ*----------------

.20

.79

IEcologische zonel

, 0.68

hoogheemraadschap van Delfland

+0.07

< -0.38­ V

+Q 66

..IŻ.lŕ

+0.32

I Ecoloaischezone I

I Perceel I

Gemeente Westland

Perceeleigenaar

h-------------—-------------H Perceel I

INatuurvriendelijke oeverI

Perceeleigenaar

+0.26

\/

v -U.dl

\

\

+0.26 XfTŪŢT

. +0.32 V —

+0.07

9.00

h-

Gemeente Westland

H

I Watergang!

INatuurvriendelijke oeverI

Perceel

Hoogheemraadschap van Delfland

Gemeente Westland

Perceeleigenaar

> -0.38-

\/

+0.68

T

^7/9^

“

5.04

DWARSPROFIEL 6

3.00

5.00

3.00

4.29

DWARSPROFIEL 7

Schaal 1:100

I Ecologische zone

Perceel I

Perceeleigenaren

iNaŤuurvriendeliike oever

I Perceel

Gemeente Westland

Perceeleigenaren

Vaarroute

Toekomstige/boezemkadè' Indicatief eiland

Beoordelingsprofiel boezemkade HHvD

Golfbreker

Gasfransportleiding sfaal 0400 mm, druk: 40 beu Damwand, type en afmeting n.t.b.

Beschermingsprof iel gasleiding

LEGENDA Bestaande situatie Nieuwe situatie

DWARSPROFIEL 8 Schaal 1:100

Maten in meters, tenzij anders vermeld Hoogtematen in meters t.o.v. N.A.P., tenzij anders vermeld 46.71

c

05-04-2018

Wijz.

Datum

L. Twigt

Aanvullingen afspraken KRW oevers

Get.

Omschrijving:

ŗ

\

Project:

ŗ Beste knummer:

Waterhuishoudkundig plan Rijnvaartweg nader uit te werken

Opdrachtgever:

Ontwik. Maatsch. Het Nieuwe Westland (ONW)

Toekomstige boezemkade

Gec. (projectleider)

Omschrijving:

Beoordelingsprofiel boezemkade HHvD

Gec. (controleur)

Principeprofielen Gastransportleiding I staal 0400 mm, druk: 40 fcļar

Beschermingsprofiel gasleiding

V_______________________________________________________J ŗ

\

RPS Water en bodem Prins Mauritsstraat 17, 4141 JC Leerdam Postbus 75, 4140 AB Leerdam T +31 345 63 96 96 W www.rps.nl

V_________________________ J

ŗ

J

V

Projectnummer:

1802055A00

Formaat:

AO

Projectleider:

M. van Dieren

Schaal:

1:100

L. Twigt

Status:

Concept

Schetsontwerp

Datum:

24-04-2017

Auteur: Fase: Logo opdrachtgever:

DNSN

ontwikkelingsmaatschappij het nieuwe westland

Blad:

1

van

1

bladen

Nummer:

Wijz:

1802055A00-100

c

18Ũ2055A00-02J 80405.dgn

BIJLAGE

5 Hydraulische toetsing primaire polderwatergangen

AFVOERBEREKENING

18 december 2017

Waelpark (zomerafvoer, standaard weerstand) Normen Delfland Maximale stroomsnelheid: 0,2 m/s Maximaal verhang: 0,04 m/km

Uitgangspunten berekening: 65 0Zo

Percentage verhard oppervlak: Seizoen : Peil beneden :

zomer

^K^ 2( -1,83 m

NAP

(deel)traject

Peil beneden: NAP

-1,83

m

Normafvoer: 28,8 mm/d (verhard) I 14,4 mm/dag (onverhard)

x

gegevens trajecten berekend met Manning: v = Km x R2I3 x S talud hoogte bodem- bodem- boven- water- coëffi- Stroomsnelheid watergang kunst- verval afvoerend debiet lengte veronder boven knik hoogte breedte breedte diepte ciënt verval werken totaal oppvl v knik knik talud H hang verval Km [ml [-l [-l [mNAPl [mNAPl [ml [ml [ml [m^/sl [m/sl [m/kml [ml [ml [ml ím3!sl [hal

waterspiegel boven onder [mNAPl [mNAPl

Seizoen: A onder

zomer A boven

R

weer­ stand x 10-4

[m2l

[m2l

[ml

[s2Wl

Deelgebied 4

25,7

0,071

475

1: 2,0

1: 3,0 -1,83

-2,83

1,00

5,00

1,00

20,0

0,02

0,003

0,001

0,001

-1,83

-1,83

3,000

3,007

0,5482

2941

Deelgebied 5

16,4

0,045

649

1: 2,0

1: 3,0 -1,83

-2,83

1,00

5,00

1,00

20,0

0,02

0,001

0,001

0,001

-1,83

-1,83

3,000

3,004

0,5482

4018

Watergang naar gemaal ______ i______i________

42,0

0,116

82

1: 1,0

1: 1,0 -1,83

-2,83

3,00

5,00

1,00

20,0

0,03

0,003

0,000

0,000

-1,83

-1,83

4,000

4,001

0,6863

212

^K^

15,0 x h1I

Waelpark (zomerafvoer, hoge weerstand) Uitgangspunten berekening: Percentage verhard oppervlak:

Peil beneden: NAP

65 0Zo

Seizoen : zomer (verhoogde weerstand) Peil beneden : NAP -1,83 m

(deel)traject

afvoerend debiet oppvl

lengte

gegevens trajecten berekend met Manning: v = Km x R2I3 x S talud hoogte bodem- bodem- boven- water- coëffi- Stroomsnelheid watergang kunst- verval onder boven knik hoogte breedte breedte diepte ciënt verval werken totaal verv knik knik talud H hang verval Km

[hal

[mVsl

[ml

[-l

[-l

[mNAPl [mNAPl

[ml

[ml

[ml

[m^/sl

Deelgebied 4

25,7

0,071

475

1: 2,0

1: 3,0 -1,83

-2,83

1,00

5,00

1,00

15,0

Deelgebied 5

16,4

0,045

649

1: 2,0

1: 3,0 -1,83

-2,83

1,00

5,00

1,00

Watergang naar gemaal ______ 1______1________

42,0

0,116

82

1: 1,0

1: 1,0 -1,83

-2,83

3,00

5,00

1,00

[m/sl

[ml

[ml

waterspiegel boven onder [mNAPl [mNAPl

-1,83

m

A onder

A boven

R

weer­ stand x 10-4

[m2l

[m2l

[ml

[s2Wl

[m/kml

[ml

0,02

0,005

0,003

0,003

-1,83

-1,83

3,000

3,013

0,5482

5228

15,0

0,02

0,002

0,001

0,001

-1,83

-1,83

3,000

3,007

0,5482

7143

15,0

0,03

0,006

0,001

0,001

-1,83

-1,83

4,000

4,003

0,6863

376

BIJLAGE

6 Hydraulische toetsing bestaande duikers

Bijlage 6 Toetsing hydraulische capaciteit inlaten

Poelpolder Berekening inlaatduiker 31020001 Berekening aanvoerbehoefte: Oppervlakte Poelpolder-zuid: Aanvoerbehoefte stedelijk: Aanvoerbehoefte doorspoeling: Totale benodigd debiet:

Gegevens inlaat: Afmetingen afsluiter Afmetingen leiding Lengte Peil instroming Peil uitstroming Beschikbaar verval

: : :

23 ha 2,7 mmId 6,0 mmId 1,4 m3Imin 400 mm (inw.) 400 mm (inw.)

: :

NAP NAP

:

33 m -0,43 m -1,68 m 1,25 m

Berekening verliezen: Wrijvingsverlies: k = 0,002 m

=

8,4 s2Im5

Wi(afsl) =

Wwr

In- en uitstroomverliezen: Aafsl =

0,126

m2

Wu(afslId)=

1,4 s2Im5 0,0 s2Im5

Ad

0,126

m2

Wu

=

3,2 s2Im5

Wa

=

0,6 s2Im5 +

Wtot

=

13,6 s2Im5

14 =

0,303 m3Is

Pi

= =

0,60

Verlies bij (enkele) afsluiter: Wa = X (X^ Qa22}--------2

g

= 0,01 I Ad2 ®

Ad

Berekening maximaal debiet: h = Wtot ' Q2 -* Q = d h I Wtot =

1,25 I

= Overcapaciteit t.o.v. benodigd aanvoerdebiet

:

18,2 m3Imin 1207 %

Poelpolder Berekening inlaatduiker nieuw Berekening aanvoerbehoefte: Oppervlakte Poelpolder-noord: Aanvoerbehoefte stedelijk: Aanvoerbehoefte doorspoeling: Totale benodigd debiet:

Gegevens inlaat: Afmetingen afsluiter Afmetingen leiding Lengte Peil instroming Peil uitstroming Beschikbaar verval

20 ha 2,7 mm/d 6,0 mm/d 1,2 m37s 315 mm (inw.) 315 mm (inw.)

NAP NAP

40 m -0,43 m -1,68 m 1,25 m

Berekening verliezen: Wrijvingsverlies: k

=

0,002

m

Wwr

36,1

s27m5

In- en uitstroomverliezen: Pi = 0,60 Aafsl =

0,078

m2

Wafsl

3,7 s27m5

Ad

0,078

m2

Wu

8,4 s27m5

Wa

1,6 s27m5 +

Wtot

49,8 s27m5

=

Verlies bij (enkele) afsluiter: x (x = 0,2) Wa = 2 2 ' g ' Ad

= 0,01 7 Ad2^ ®

Berekening debiet: h = Wtot ' Q2 -* Q = d h 7 Wtot = Overcapaciteit t.o.v. benodigd aanvoerdebiet

1,25 7

50

0,158 m37s 9,5 m37min 686 07o

BIJLAGE

7 Berekening capaciteit inlaten

Bijlage 7 Hydraulische toetsing duiker Rijnvaartweg De opstuwing van een duiker is te berekenen met de volgende formules:

Met weerstandscoëfficiënt: 1 M = . . -JCt ~ í, - ÍĽ - ís Waarbij ^ = 0,60 (intreeverlies voor ronde duikers) = 0,00 (knikverlies bij duikers zonder knik)

Met g = 9,81 m/s2 L = lengte duiker km = 75 m /s (weerstand van betonnen duikers) R = hydraulische straal en f

Šu

1-

Ad.

\2 -k

Aw J

V Met k = 1 (uittreecorrectie) Ad = oppervlakte duiker (1/4 pi x diameterA2) Aw = oppervlakte water (waterdiepte x (bodembreedte + (waterdiepte x taludhelling)) Conform de beleidsregels van Delfland geldt een maximale opstuwing van 2 mm bij normafvoer van 28,8 mm/d voor verhard oppervlak en 14,4 mm/dag voor onverhard oppervlak. De duiker onder de Rijnvaartweg zorgt voor de afvoer van het poldergedeelte van deelgebied 6, waarvan wordt aangenomen dat 6507o verhard wordt. In onderstaande tabel zijn de parameters van de berekening weergegeven. Zowel bij het winter- als het zomerpeil resulteert dit in een opstuwing van 0,02 mm. Hiermee voldoet de duiker ruimschoots aan de norm.

afwaterend

debiet bij

bodem

oppervlak

normafvoer

watergang

waterpeil

lengte

diameter

bob

opstuwing

duiker

(ha)

(m3A)

(m tov NAP)

(m tov NAP)

(m)

(m)

(m tov NAP)

(mm)

31000020

3,75

0,01

-2,83

13,5

1,0

-2,56

wp -1,68 zp -1,83

0,02 0,02

BIJLAGE

8 Hydraulische toetsing afvoerduiker deelgebied 3

Bijlage 8 Hydraulische toetsing nieuwe duikerverbinding deelgebied 3 De opstuwing van een duiker is te berekenen met de volgende formules:

Met weerstandscoëfficiënt: 1 M = . . -JCt ~ í, - ÍĽ - ís Waarbij ^ = 0,60 (intreeverlies voor ronde duikers) = 0,00 (knikverlies bij duikers zonder knik)

Met g = 9,81 m/s2 L = lengte duiker km = 75 m /s (weerstand van betonnen duikers) R = hydraulische straal en f 1-

Šu

Ad.

Y -k

Aw J

V Met k = 1 (uittreecorrectie) Ad = oppervlakte duiker (1/4 pi x diameterA2) Aw = oppervlakte water (waterdiepte x (bodembreedte + (waterdiepte x taludhelling)) Conform de beleidsregels van Delfland geldt een maximale opstuwing van 2 mm bij normafvoer van 28,8 mm/d voor verhard oppervlak en 14,4 mm/dag voor onverhard oppervlak. Voor de afvoer van deelgebied 3 wordt de huidige sifon vervangen door een open duikerverbinding met een diameter van 800 mm. Als wordt aangenomen dat 650Zo van deelgebied 3 verhard wordt en de lengte van de duiker maximaal 50 meter is, blijft de opstuwing in de duiker zowel bij zomer- als bij het winterpeil voldoen aan de norm (zie onderstaande tabel).

duiker

afwaterend

debiet bij

bodem

oppervlak

normafvoer

watergang

waterpeil

lengte

diameter

bob

opstuwing

(ha)

(m3A)

(m tov NAP)

(m tov NAP)

(m)

(m)

(m tov NAP)

(mm)

10

0,03

-2,83

50

0,8

-2,28

nieuw (ipv sifon 31000010)

wp -1,68 zp -1,83

0,6 1,3

BIJLAGE

9 Bergingsregister Waelpark

Bergingsregister Waelpark 2 Het bergingsregister bestaat uit een tabel waarin het saldo in m wordt bijgehouden van het oppervlaktewater in het plangebied van ontwikkellocatie Waelpark. Het plangebied omvat daarbij twee peilniveaus, het polderniveau en het boezemniveau, waarvoor twee afzonderlijke tabellen worden bijgehouden. In de uitgangssituatie is in de Poelpolder 17.295 m oppervlaktewater aanwezig en in het boezemgedeelte 12.467 m2. Daarbij wordt de Poelwatering aan de oostzijde van het zuidelijke boezemdeel (Dijckerwaal 1) voor de halve breedte meegenomen (zie onderstaande figuur). De overige bestaande boezemwatergangen die het plangebied omringen tellen niet mee voor invulling van de wateropgave en worden niet meegerekend als bergingsoppervlak conform het uitgangspunt van Delfland (Bundeling Wateradviezen Delfland voor Masterplan Poelpolder/Waelpark [DSM 1145102], Delfland, juni 2014). In het zuidelijke boezemgedeelte zijn inmiddels diverse wijzigingen gerealiseerd. Deze door Delfland vergunde wijzigingen zijn in het bergingsregister ingevuld en op bijbehorende tekening weergegeven.

Boezemwater uitgangssituatie; 12.467 m2

ŬftSfff “—'

Bergingsregister Waelpark - Poelpolder

Datum

22-sep-17

Onderdeel plangebied

Poelpolder

Oppervlak plangebied (ha)

42,0

Maximale peilstijging (m)

0,60

verhardingspercentage

50

55

60

65

bergingsnorm (m3^a)

390

426

463

499

2,73

2,98

3,24

3,49

Totale wateropgave (ha) Water uitgangssituatie (m2)

17295

Gerealiseerde wijzigingen

graven (m2)

Actueel saldo water (m2)

17295

dempen (m2)

verhardingspercentage

50

55

60

65

Maximaal oppervlak verhardingen (ha) bij actueel saldo water

13,3

13,4

13,4

13,5

1,00

1,25

1,51

1,76

Gerealiseerde verharding Rijnvaart (m2) Dijckerwaal 3 (m2) Waelpolder (m2) subtotaal

Resterende wateropgave bij totale ontwikkeling Poelpolder (ha)

Datum

20-dec-17

Onderdeel plangebied

Poelpolder

Oppervlak plangebied (ha)

42,0

Maximale peilstijging (m)

0,60

verhardingspercentage

50

55

60

65

bergingsnorm (m3^a)

390

426

463

499

2,73

2,98

3,24

3,49

Totale wateropgave (ha)

Water uitgangssituatie (m2)

17295 graven (m2)

Gerealiseerde wijzigingen

Actueel saldo water (m2)

dempen (m2)

17295

verhardingspercentage

50

55

60

65

Maximaal oppervlak verhardingen (ha) bij actueel saldo water

13,3

13,4

13,4

13,5

1,00

1,25

1,51

1,76

Gerealiseerde verharding Rijnvaart (m2) Dijckerwaal 3 (m2) Waelpolder (m2) subtotaal

Resterende wateropgave bij totale ontwikkeling Poelpolder (ha)

Bergingsregister Waelpark - boezem

Datum

22-sep-17

Onderdeel plangebied

Boezem

Oppervlak plangebied (ha)

21,4

Maximale peilstijging (m)

0,35

verhardingspercentage

50

55

60

65

bergingsnorm (m3^a)

400

435

470

505

2,45

2,66

2,87

3,09

Totale wateropgave (ha) Water uitgangssituatie (m2)

12467

Gerealiseerde wijzigingen watersysteem

graven (m2)

dempen (m2)

vergunning 115167

1203

0

vergunning 1450487 vergunning 1550484

1665 298

1257 1381

vergunning 2016-014757

6580

924

subtotaal

9746

3562

Actueel saldo water (m2)

18651

verhardingspercentage maximaal oppervlak verhardingen (ha) bij actueel saldo water

50

55

60

65

8,2

8,3

8,3

8,4

0,58

0,79

1,01

1,22

Gerealiseerde verharding Dijkerwaal 1 (m2) Dijkerwaal 2 (m2) Waelplas (m2) subtotaal

Resterende wateropgave bij totale ontwikkeling (ha)

Bijlage - Gerealiseerde wijzigingen en verhardingen

BIJLAGE

10 Notitie minimale aanlegpeilen Waelpark

Ref.: 1605525A00 Datum: 11 december 2017 Pagina: 1 van 6

aan t.a.v. van datum referentie onderwerp

ONW Carolien Huijzer Maarten van Dieren en Arnold Osté 11 december 2017 1605525A00 Optimalisatie aanlegpeilen en grondbalans Waelpark

Inleiding In het kader van het waterhuishoudkundig plan Waelpark zijn in deze notitie de aanlegpeilen bepaald. Hiervoor zijn eerst de gebruikte uitgangspunten beschreven. Daarmee zijn vervolgens de minimale aanlegpeilen voor wegen en woningen bepaald. Daarna is een globale grondbalans per deelgebied opgesteld en aangegeven welke verdere optimalisaties mogelijk zijn. Tot slot zijn conclusies opgesteld en enkele aandachtspunten aangegeven.

Uitgangspunten Waelpark wordt deels op boezemniveau en deels op polderniveau aangelegd. Het streefpeil van de boezem is door het hoogheemraadschap van Delfland vastgesteld op NAP -0,43 m. In reguliere omstandigheden wordt dit peil in de boezem gehandhaafd en het geldt als uitgangspunt voor de ontwatering van de aanliggende gronden. Delfland heeft in het vigerend peilbesluit voor de Poelpolder een vast peil van NAP -1,83 m vastgesteld. In het kader van de ontwikkeling van Waelpark wordt onderzocht of met een ander peilregime beter aangesloten kan worden bij het gewenste ambitieniveau op het gebied van de waterkwaliteit en ecologie. Om ruimte te bieden aan bijvoorbeeld een dynamisch peilregime is in deze notitie een marge van 15 cm bovenop het huidige peil aangehouden. Het streefpeil in de polder is dan maximaal NAP -1,68 m. Voor zowel het boezemgebied als de polder hanteert Delfland waterbergingsnormen om wateroverlast te voorkomen. De norm is daarbij afhankelijk van het verhardingspercentage in een gebied, met een bereik van minimaal 500Zo tot maximaal 650Zo verharding. In deze notitie wordt aangenomen dat 600Zo van het plangebied wordt verhard. Deze aanname heeft geen effect op de minimale aanlegpeilen, het werkt wel door in de grondbalans als gevolg van het te graven water.

De bijbehorende bergingsnorm is dan 470 m /ha voor de boezem en 463 m /ha voor de polder met een maximale peilstijging van respectievelijk 0,35 en 0,60 m (richtlijn Delfland). Daarnaast werkt Delfland met functieafhankelijke droogleggingsrichtlijnen. De richtlijn voor bebouwing is 0,80 tot 1,20 m. Voor nieuwe ontwikkelingen als Waelpark bepaald Delfland in afstemming met de gemeente de benodigde drooglegging om te komen tot goede ontwatering van het gebied. De gemeente Westland legt de uitgangspunten en eisen ten aanzien van de benodigde ontwatering vast in een vGRP. De gemeente werkt op dit moment aan een nieuw vGRP. Vooruitlopend op vaststelling van dit plan zijn in Bijlage 1 de uitgangspunten en eisen van de gemeente weergegeven zoals deze in het huidige conceptplan zijn opgenomen. In aanvulling hierop zijn enkele planspecifieke randvoorwaarden uit de beschikbare gegevens van ONW/Waalpartners overgenomen en enkele aannames gedaan; Gegevens ONW/Waalpartners - Huidig gemiddeld maaiveldniveau per deelgebied

Ref.: 1605525A00 Datum: 11 december 2017 Pagina: 2 van 6

-

Oppervlaktes deelgebieden en woningen Oppervlaktes bestaand water en profiel nieuwe watergangen

Aannames - Maximale opbolling grondwater tussen de ontwateringsmiddelen - Benodigd gemiddeld maaiveldniveau is gelijk aan het wegpeil. - Lengte nieuw secundair boezemwater deelgebied 2: - Vrijkomende grond bij nieuw secundair boezemwater dg 2:

0,20 m 200 m 17 m^m

Minimale aanlegpeilen woningen en wegen Aan de hand van voorgaande uitgangspunten zijn voor het boezemniveau en het polder gedeelte van Waelpark de minimale aanlegpeilen van woningen en wegen bepaald. Ontwatering Waelpark Boezemniveau Vloerdikte find funderingsbalk): 0,30 m Min. ontwateringsdiepte tuinen 0,50 m

Restzetting 0,10 m

Min. drempeloverhoogte 0,20 m

Min vloerpeil NAP 0,87 m

wegpeil NAP 0,67 m

Min maaive dmveau NAP 0,37 m

V oerdikte0.20m Streefpeil boezem -0.43 m

Min. ontwateringsdiepte Dİantsoenen0,50 m

Vrije hoogte kruipruimte 0,50 m Min. ontwateringsdiepte wegen 0,70 m

Mm. ontwateringsdiepte onderkant kruipruimte 0,10 m Drooglegging woningen 1,30 m

Max,opbollmg0,20 m

m maatgevend waterpeil

-0,43

maximale opbolling GHG

0,20

ontwateringeis onderkant kruipruimte onderkant kruipruimte

0,10

vloerdikte kruipruimte vrije hoogte kruipruimte

0,20 0,50

vloerdikte woning (incl funderingsbalk) vloerpeil

0,30

drempeloverhoogte

0,20

wegpeil

m tov NAP

-0,23 -0,13

tũ,87 tü,67

De woningen blijken maatgevend ten opzichte van de wegen in het woongebied (cat. 5/6). Voor ontsluitingswegen (cat. 3/4) geldt een minimale ontwateringsdiepte van 1,0 m. Het minimale aanlegpeil voor deze wegen is NAP +0,87 m (bij een maatgevende restzetting van 0,10 m).

Ref.: 1605525A00 Datum: 11 december 2017 Pagina: 3 van 6

Ontwatering Wael park Po derniveau VIoerdikte (incl funderingsbalk): 0,30 m Restzetting 0.10 m Vlin, ontwateringsdiepte tuinen 0.50 m

Min. drempeloverhoogte 0,20 Hi

Min. ontwateringsdiepte plantsoenen0,50 m

Min vloerpeil NAP -0,38 m

WegpeiD NAP -0,58 m

Min, maaived niveau NAP -0.88 m

VIoerdikte 0,20 m

Huidig streefpeil - -

Vrije hoogte kruipruimte 0,50 m

NAP -1,83 m

Min. ontwateringsdiepte vlin, ontwateringsdiepte onderkant kruipruimte 0,10 m Drooglegging woningen 1,30 m

wegen 0,70 m

m maatgevend waterpeil maximale opbolling

m tov NAP -1,68

0,20

GHG ontwateringeis onderkant kruipruimte

0,10

onderkant kruipruimte vloerdikte kruipruimte

0,20

vrije hoogte kruipruimte vloerdikte woning (incl funderingsbalk)

0,50 0,30

vloerpeil drempeloverhoogte

0,20

wegpeil

Ruimte dynamisch peil 0,15 m

Max. opbolling0,20 m

-1,48 -1,38

-0,38 -0,58

De woningen blijken maatgevend ten opzichte van de wegen in het woongebied (cat 5/6). Voor ontsluitingswegen (cat. 3/4) geldt een minimale ontwateringsdiepte van 1,0 m. Het minimale aanlegpeil voor deze wegen is NAP -0,38 m (bij een maatgevende restzetting van 0,10 m).

Optimalisatie o.b.v. grondbalans Voor het opstellen van de grondbalans is uitgegaan van een integrale ophoging per deelgebied met uitzondering van woningen en watergangen. Er is geen differentiatie gemaakt met verschillende aanlegniveau’s voor diverse functies, rekening gehouden met (weg)cunetten of onderscheid gemaakt tussen verschillende grondsoorten. Ook is het dijklichaam van de nieuwe waterkering niet meegenomen in de grondbalans, aangezien specifieke eisen worden gesteld aan de te gebruiken grond. Wel is de vrijkomende grond uit nieuwe (boezem)watergangen meegenomen en is rekening gehouden met het bestaande oppervlaktewater.

Ref.: 1605525A00 Datum: 11 december 2017 Pagina: 4 van 6

In Bijlage 2 is een overzichtstabel weergegeven met de resultaten per deelgebied. Hieruit blijkt dat in deelgebied 1, 2 en 5 een (beperkt) tekort op de grondbalans wordt berekend. Het inrichten van deze deelgebied op de minimale aanlegpeilen is optimaal o.b.v. de grondbalans. In deelgebied 2 is overigens de vrijkomende grond uit de doorsteek van de primaire boezemwatergang langs de noordrand van dit deelgebied niet meegenomen. Het betreft ca 16.000 m , maar kan pas gegraven worden als de nieuwe boezemkering langs de noordrand (deelgebied 3) gereed is. In deelgebied 3, 4 en 6 is een overschot aan grond berekend. Voor deze deelgebieden maar met 3 name voor deelgebied 3, met een overschot van bijna 25.000 m , kan dit aanleiding zijn om de inrichting op een hoger peil te realiseren. Wanneer het maaiveld en de woningen in deelgebied 3 0,20 m hoger worden aangelegd, wordt het overschot tot 8.000 m3 beperkt en de ontwatering vergroot. Conclusies en aandachtspunten Het minimale vloerpeil van woningen met een kruipruimte in het boezemgebied is NAP + 0,87 m. In de deelgebieden op polderniveau is dit NAP -0,38 m. De bijbehorende peilen voor de wegen in het woongebied zijn daarbij respectievelijk NAP +0,67 m en NAP -0,58 m. Realisatie van de inrichting op de minimale aanlegpeilen resulteert in deelgebied 1,2 en 5 in de meest optimale grondbalans.

Voor deelgebied 3, 4 en 6 kan een hoger aanlegpeil overwogen worden om de grondbalans te optimaliseren. Vooral in deelgebied 3 kan dit aanzienlijke verbetering van de balans opleveren. Wel wordt geadviseerd de globale grondbalans verder te detailleren om meer inzicht te krijgen in de consequenties. De maximale opbolling tussen de ontwateringsmiddelen is aangenomen op 0,20 m. Op basis van eerder uitgevoerde grondwatermonitoring (Fugro, juli 2012) is de verwachting dat dit in het boezemgebied (deelgebied 1,2 en deels 6) een realistische waarde is. In de overige gebieden moet naar verwachting rekening gehouden worden met een (veel) grotere opbolling. Om toch voldoende ontwatering te realiseren zijn hogere aanlegpeilen dan noodzakelijk. Bij nadere technische uitwerking dient dit middels een geohydrologische berekening (conform eis gemeente) te worden aangetoond. Dit is ondermeer nog afhankelijk van de uiteindelijke afstand tussen de ontwateringsmiddelen (ligging watergangen) in deze gebieden.

Ref.: 1605525A00 Datum: 11 december 2017 Pagina: 5 van 6

BIJLAGE 1 ONTWATERINGSEISEN GEMEENTE WESTLAND

Ontwateringseisen nieuwbouw - gewenste ontwateringsdiepte: » » » » »

Woningen met kruipruimte: minimaal 0,10 m beneden onderkant vloer kruipruimte; Woningen zonder kruipruimte: minimaal 0,20 m beneden onderkant vloerconstructie; Tuinen en plantsoenen: minimaal 0,50 m benedenmaaiveld; Cat. 5 weg in woongebied, cat. 6 weg in verblijfgebied, cat. 7 fietspad: minimaal 0,70 m beneden straatpeil ^ ashoogte); Cat. 3 en 4, wegen met resp. gemiddelde en lichte verkeersbelasting: minimaal 1,00 m beneden straatpeil ^ ashoogte). Uitgangspunt;

» » » » » »

vloerpeil = 0,20 m boven straatpeil ^ hoogte as van de weg); kruipruimte heeft minimaal een vrije hoogte van 0,50 m (in verband met de bereikbaarheid van leidingen onder de vloerconstructie); het voldoen aan de ontwateringseisen dient aangetoond te worden aan de hand van een geohydrologische berekening (berekening opbolling grondwaterpeil); gewenste ontwateringsdieptes dienen bereikt te worden zonder het toepassen van drainage; bij de berekening uitgegaan van het zomerpeil in aanliggende watergangen; restzetting over een periode van 20 jaar mag niet meer dan 0,10 m bedragen; dit dient aangetoond te worden aan de hand van een zettingsberekening; bij de berekening rekening houden met grondwaterkwelstromen, waterpeil aangrenzend boezemwater en bodemopbouw.

BIJLAGE 2 GLOBALE GRONDBALANS PER DEELGEBIED netto bruto

Niveau

vrijkomende vrijkomende

oppervlak

op te

huidig

benodigd gem.

Benodigd

onderkant

grond

op te hogen woningen

hogen

gem. maaiveld

Maaiveld

ophoging

kruipruimte

woningen

oppervlak

oppervlak oppervlak [m2] m2

benodigde waterberging m3

m2

bestaande water m2

m2

m2

m2

m t.o.v. NAP

m t.o.v. NAP

m3

m t.o.v. NAP

grond watergangen m3

grondbalans m3

Deelgebied 1 Boezem

61480

6228

910

5318

0,16

0,67

2712

-0,13

264

81292

80210

22400

57810

0,36

0,67

17921

-0,13

10976

3400

99474

5190

84241

-0,325

-0,58

-21482

-1,38

5475

17725

21264

1110

20154

-0,325

0,67

20053

-0,13

-216

3400

97299

7700

81153

-0,765

-0,58

15013

-1,38

4736

11859

10320

110519

18550

100199

-0,71

-0,58

13026

-1,38

12429

0

4786

15460

1670

10674

-0,16

-0,58

-4483

-1,38

2037

11248

5553

29910

3230

29910

-0,36

0,67

30808

-0,13

-743

16969

Deelgebied 2 Boezem

m3 -2448

-3545

Deelgebied 3

24412

Polder

130142

Boezem

6677

6026

10043

2500

897

Deelgebied 4

1581

Polder

109454

Boezem

9708

5068

8446 1304

Deelgebied 5

-597

Polder

133731

Boezem

9916

6192

10320 1332

Deelgebied 6

3186

Polder

62026

Boezem

41351

2872

BIJLAGE

11 Uitgangspunten onderhoudsverplichtingen

Bijlage 11 Uitgangspunten onderhoudsplichtingen watersysteem In onderstaande tabel zijn de onderhoudsplichtigen voor het gewoon en buitengewoon onderhoud van het oppervlaktewatersysteem weergeven. watersysteem

status

gedeelte

boezem

primair

watervoerende deel

Delfland

bovenwatertalud en beschermingszone

aanliggend eigenaar

natte ecologische zone met KRW status

Delfland

natte ecologische zone zonder KRW status

gemeente Westland

secundair watervoerende deel watergangen bovenwatertalud en beschermingszone

polder

primair

onderhoudsplichtige

aanliggend eigenaar (ieder voor halve breedte)* aanliggend eigenaar

natte ecologische zone met KRW status

Delfland

natte ecologische zone zonder KRW status

gemeente Westland

watervoerende deel

Delfland

bovenwatertalud en beschermingszone

aanliggend eigenaar

natte ecologische zone zonder KRW status

gemeente Westland

secundair watervoerende deel

aanliggend eigenaar (ieder voor halve breedte)

bovenwatertalud en beschermingszone

aanliggend eigenaar

natte ecologische zone zonder KRW status

gemeente Westland

* Het buitengewoon onderhoud van watergangen breder dan 1,5 m berust bij Delfland

Conform de beleidsregels van Delfland gelden voor de overige elementen in het watersysteem de volgende regels. "

Het onderhoud van een oeverconstructie die onderdeel uitmaakt van een waterkering en een functie heeft voor de waterkering berust bij de onderhoudsplichtige van de waterkering. In het geval een oeverconstructie slechts een grondkerende functie heeft, berust de onderhoudsplicht bij de betreffende eigenaar tenzij een derde daartoe krachtens vergunning verplicht is.

"

Het onderhoud van een ondersteunend kunstwerk, niet zijnde een duiker, berust bij de eigenaar van het kunstwerk, tenzij een derde daartoe krachtens vergunning verplicht is.

"

De instandhouding van de constructie van een duiker berust bij de eigenaar van de grond waarin de duiker is gelegen, tenzij een derde daartoe wettelijk of krachtens vergunning of zakelijk recht verplicht is.

"

Het onderhoud ten behoeve van een goede doorstroming van een duiker berust: a.in een primair water bij het Hoogheemraadschap van Delfland, tenzij een derde daartoe wettelijk of krachtens vergunning verplicht is; b.in een secundaire water bij de eigenaar van de grond waarin de duiker is gelegen, tenzij een derde daartoe wettelijk of krachtens vergunning of zakelijk recht verplicht is.

"

Het onderhoud van een bergingsgebied berust bij de onderhoudsplichtige die in de legger vermeld is, tenzij een derde daartoe krachtens vergunning verplicht is.

BIJLAGE

12 Inpassing NEZ met KRW status

i l l l

i +0,35 NAP

golfbreker als omschreven»

40,67 NAP

i i

-0,43 NAP

i

0,88NAP 1,80 NAP

i KAVELS

POLDERSLOOT waterlijn 5 m

BOEZEMKADE helling 1:3 - vlak 3m breed

KRW OEVER 1:6

11,85m

4,7m

A________ 5m

WAELPLAS

KRW OEVER onderwaterprofiel 1:6

VAARROUTE 3,5m

KAVELS inclusief waterzone

3,9m

KRW Oevers Waelplas (noord)

zie principe doorsnede KRW Oever Wqèlplas

ļJglP ivįnKafÖ

+ 0,8m NAP

kruidenmengsel, gras, bomen 4,5m

DIJCKERWAAL

kruidenmeng- KRUIDENZONE sel en beplan- (onderhoudspad)

44

3,36m

M

4,34m

KRW OEVE-Ronderwaterprofiel 1:6

M

(midden)

-0,43 NAP

. -' V

varieert 5-8 m

------------r MOERASVEGETATIE ZONE

WOONWIJK

golfbreker als omschreven»

0,40m NAP

LELYZONE

0,32m NAP

PLAS-DRASZONE

1m NAPĽ

KRW Oevers waa l I en II (;

zie principe detail en doorsnede KRW Oever Dijckerwaal I en II

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westland&id=b270cf06-7873-41e3-aa8d-6e4d326e4a95