1.55b) Ontwerp bestemmingsplan Watergat Monster (21-0219056)
Tekst van het document
83
«O PI Doorsnede tussen woongebieden Ter plaatse van de specifieke bouwaanduiding - voorgevel wordt ook het vergunningvrij bouwen ingeperkt door aan te geven dat gronden gelegen in deze zone niet dienen te worden beschouwd als erf in de zin van artikel 1 van bijlage II behorende bij het Besluit omgevingsrecht, zoals dat artikel luidt op het moment van de datum van inwerkingtreding van dit plan.” Het uitsluiten van vergunningsvrij bouwen is van belang omdat er veel aandacht wordt besteed aan de herinrichting van het landschap tussen de verschillende woongebieden. Zo wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van de aanwezige specifieke patronen en processen en gebied specifieke kenmerken om de landschappelijke gradiënt tussen het duingebied en het achterland te herstellen. Het is een kans om het Natura 2000 duingebied Solleveld aan de landzijde van de Slaperdijk te betrekken bij de herinrichting. Door hier de natuurkwaliteit te verbeteren, geeft dit meer potentie aan de kwaliteitsimpuls van het totale inrichtingsplan. De mogelijke negatieve effecten van de Slaperdijk op het inrichtingsplan worden zo tot een minimum beperkt. Door het op beide manieren in de planregels te regelen is het duidelijk dat het niet gewenst is om aan de landschapszijde een willekeur aan aan-, uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen toe te staan. 4.2.11
Leiding - Water
De dubbelbestemming 'Leiding - Water' ligt op een strook aan weerszijden van de hoofdwaterleiding. De regeling voorziet in de aanwezigheid van de leiding en de bescherming ervan. Binnen de op de verbeelding aangegeven stroken mogen geen gebouwen en bouwwerken worden gebouwd, anders dan ten behoeve van de leidingen. Voor werkzaamheden die schadelijk kunnen zijn voor de leiding is een aanlegvergunningenstelsel opgenomen. 4.2.12
Waarde - Archelogie Bekende archeologische vindplaats
Omdat in delen van het plangebied een redelijke tot grote kans aanwezig is van archeologische sporen in de grond heeft een deel van het plangebied een dubbelbestemming Waarde - Archeologie gekregen. Het gaat om de bestemming "Waarde - Archeologie -Bekende Archeologische Vindplaats". Aan deze dubbelbestemming is een omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden verbonden. 4.2.13
Waarde - Archeologie 3
Omdat in delen van het plangebied een redelijke tot grote kans aanwezig is van archeologische sporen in de grond heeft een deel van het plangebied een dubbelbestemming Waarde - Archeologie gekregen. Het gaat om de bestemming "Waarde - Archeologie 3". Aan deze dubbelbestemming is een omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden verbonden. 4.2.14
Vrijwaringszone - molenbiotoop
De molenbiotoop van de molen 'De Vier Winden' is met een gebiedsaanduiding op de verbeelding aangeduid. In het artikel algemene aanduidingsregels zijn hoogtebeperkingen binnen de betreffende molenbiotoop opgenomen.
84
Hoofdstuk 5 5.1
Uitvoerbaarheid
Economische uitvoerbaarheid
Op 1 juli 2008 is de nieuwe Wet ruimtelijke ordening (Wro) in werking getreden. De Grondexploitatiewet is een onderdeel van de Wro. In de Grondexploitatiewet is een regeling opgenomen ten aanzien van onder andere het kostenverhaal, de binnenplanse verevening en de te stellen locatie-eisen bij particuliere grondexploitatie. Alle gronden zijn in eigendom van de gemeente en de kosten voor het realiseren van het woningbouwplan, die verhaald dienen te worden, zijn opgenomen in de grondprijs van de uit te geven gronden. Dit is ten finale vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst met Bouwfonds Ontwikkeling BV op 10 maart 2014. Het plangebied is onderdeel van de Westlandse Zoom waarvoor een sluitende grondexploitatie is opgesteld. Eventuele vergoeding van planschade, als bedoeld in artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening, is als kostenpost in de grondexploitatie opgenomen, zodat kan worden geconcludeerd, dat het bestemmingsplan ook op dit vlak uitvoerbaar is. Een exploitatieplan is dan ook niet noodzakelijk aangezien het kostenverhaal anderzins is verzekerd.
5.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
5.2.1
Geschiedenis
Het bestemmingsplan is een vervolg Z nadere uitwerking van het bestemmingsplan 'De Duinen Deelgebied 6B' welke nooit is vastgesteld. Dit bestemmingsplan is destijds tot stand gekomen in een constructief ontwerpproces met een klankbordgroep van omwonenden en belanghebbenden. In de periode juli - oktober 2015 zijn een drietal workshopbijeenkomsten gehouden. In de eerste workshop zijn ideeën en meningen geïnventariseerd en zijn de kwaliteiten, zwakke punten, kansen en bedreigingen benoemd. In de tweede workshop zijn verschillende scenario's van stedenbouwkundige schetsen gepresenteerd en besproken en is er een eerste voorkeur uitgesproken. In de laatste bijeenkomst is het stedenbouwkundig raamwerk gepresenteerd met voorbeelden van architectuur en buitenruimten. Hiermee is een duidelijke richting gekozen die als basis zal dienen voor de verdere uitwerking. Op 16 september 2015 (tussen de tweede en derde workshop) hebben alle omwonenden van het gebied de gelegenheid gehad de vorderingen van de ontwikkelingen in te zien en eventuele reacties kenbaar te maken, de binnengekomen reacties zijn meegenomen bij de verdere uitwerking van het stedenbouwkundige raamwerk. In het kader van de Inspraakverordening Westland 2004 heeft het voorontwerp van 17 april 2015 t/m 28 mei 2015 ter inzage gelegen. In deze periode zijn twee inspraakreacties binnengekomen.
Deze reacties hebben geleid tot een aanpassing van de plantoelichting met betrekking tot natuur en de bestemming Verkeer langs de Molenslag. Het ontwerpbestemmingsplan heeft ter inzage gelegen van vrijdag 21-10-2016 t/m donderdag 01-12-2016. Gedurende deze termijn hebben Evides, Stichting Duinbehoud en het Hoogheemraadschap van Delfland een zienswijze ingediend. De zienswijze van Stichting Duinbehoud is de opmaat geweest om anders na te gaan denken over de ambities voor deze locatie. Er is gekozen om een nieuw ontwerp bestemmingsplan te maken vanwege de gewijzigde stedenbouwkundige opzet. Sinds 2015 heeft een zestal vergaderingen plaatsgevonden met de klankbordgroep, om de mogelijkheid te bieden mee te denken en input te leveren voor het nieuw te ontwikkelen plan. In eerste instantie is er met elkaar vooral geluisterd naar en gesproken over ontwikkelingsrichtingen. De ontwerprichting en -voorstellen van ontwikkelaar zijn met de deelnemers doorgesproken. Alle leden hebben mee kunnen praten over, onder andere, de inpassing van gebouwen, de verkeerssituatie en aanplant van groen Z natuur. Het resultaat van de gesprekken in de afgelopen jaren en het ontwerpproces van het nieuwe plan is op woensdag 16 juni 2021 gepresenteerd aan de klankbordgroep. Het voorliggende bestemmingsplan en onderliggend stedenbouwkundig plan is de uitkomst van een
85
ambitieus plan om een nieuw duinlandschap te combineren met woningbouw.
CIRCA 35 A 40M
fsm 35A4ÛMX
Ç*CA ĴSA40M
stedenbouwkundig verkaveling spion 2016
Oorspronkelijke plan
5.2.2
Proefverkaveling nieuwe opzet
Overleg
In het kader van het voorontwerp bestemmingsplan van het vorige ontwerp bestemmingsplan 'De Duinen deelgebied 6b' heeft er bestuurlijk overleg plaatsgehad als geboden in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. Hierbij hebben destijds de volgende instanties gereageerd: * * * «
Provincie Zuid-Holland Hoogheemraadschap van Delfland Westland Infra; Veiligheidsregio;
De uitkomsten van het bestuurlijkoverleg zijn verwerkt in dit ontwerp bestemmingsplan 'Watergat'. Bovenstaande instanties en alle overige bestuurlijke instanties zijn in het voortraject van dit ontwerp bestemmingsplan nogmaals geconsulteerd in het kader van het wettelijk vooroverleg. Vanaf 8 juli 2021 gedurende een periode van 6 weken hebben deze instanties de mogelijkheid gehad om te reageren op dit nieuwe ontwerpbestemmingsplan. De volgende instanties hebben gereageerd: * * * * «
Provincie Zuid-Holland Hoogheemraadschap van Delfland Omgevingsdienst Haaglanden; Veiligheidsregio; Tennet.
In de bijlage van de toelichting zijn de reacties van bovenstaande instanties opgenomen. 5.2.3 Zienswijzen
Van PM tot PM heeft het ontwerp van dit bestemmingsplan ter visie gelegen voor het indienen van zienswijzen, als bedoeld in artikel 3.8, lid 1, van de Wet ruimtelijke ordening in verbintenis met Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. Gedurende de periode van tervisielegging zijn PM AANTAL zienswijzen ingediend. De ontvangen zienswijzen zijn beoordeeld. Voor een overzicht van de zienswijzen wordt verwezen naar Bijlage PM van deze toelichting.
86
Regels
3
4
Inhoudsopgave
Regels
3
Hoofdstuk 1
Inleidende regels
6
Artikel 1 Begrippen
6
Artikel 2 Wijze van meten
15
Hoofdstuk 2
Bestemmingsregels
16
Artikel 3 Bedrijf
16
Artikel 4 Groen
18
Artikel 5 Maatschappelijk
20
Artikel 6 Natuur
22
Artikel 7 Tuin
24
Artikel 8 Verkeer
25
Artikel 9 Verkeer - Verblijfsgebied
26
Artikel 10
Water
27
Artikel 11
Wonen
28
Artikel 12
Woongebied
30
Artikel 13
Leiding - Water
34
Artikel 14
Waarde - Archeologie - Bekende Archeologische Vindplaats
36
Artikel 15
Waarde - Archeologie - 3
38
Hoofdstuk 3
Algemene regels
40
Artikel 16
Anti-dubbeltelregel
40
Artikel 17
Algemene bouwregels
41
Artikel 18
Algemene gebruiksregels
42
Artikel 19
Algemene afwijkingsregels
43
Artikel 20
Overige regels
44
Hoofdstuk 4
Overgangs- en slotregels
45
Artikel 21
Overgangsrecht
45
Artikel 22
Slotregel
46
5
Hoofdstuk 1
Artikel 1 1.1
Inleidende regels
Begrippen
plan
Het bestemmingsplan Watergat Monster met identificatienummer NL.IMRO.1783.OWZWATERGATobp-ON01 van de gemeente Westland. 1.2
bestemmingsplan
De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3
aan-huis-gebonden-onderneming
Een onderneming welke gevestigd is of kan zijn in een woning en die toebehoort aan een natuurlijk persoon, welke in de betreffende woning woont en die geen personeel in dienst heeft, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de onderneming de ruimtelijke uitstraling van de woonfunctie niet aantast. 1.4
aanbouw
Een aparte ruimte die via het hoofdgebouw toegankelijk is en ruimtelijk ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. 1.5
aanduiding
Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.6
aanduidingsgrens
De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.7
aannemersbedrijf
Een niet-industriële onderneming die de oprichting van een bouwwerk geheel of voor een deel verzorgt (aanneemt), waarbij (gemechaniseerde) werkzaamheden hoofdzakelijk worden uitgevoerd op de locatie van het aangenomen werk. 1.8
achtererf
De gronden die behoren bij het hoofdgebouw en gelegen zijn achter de achtergevel van het hoofdgebouw of achter een denkbeeldige lijn in het verlengde daarvan. 1.9
antenne-installatie
Een installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in één of meer techniekkasten opgenomen apparatuur, met daarbij behorende bevestigingsconstructie. 1.10
archeologische waarde
Een aan een gebied toegekende waarde in verband met de kennis en studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen uit de oude tijden. 1.11
atelier
Bedrijfsmatige werkruimte voor de beoefening van kunstzinnige beroepen.
6
1.12
bebouwing
Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 1.13
bebouwingsgebied
Achtererfgebied alsmede de grond onder het hoofdgebouw, uitgezonderd de grond onder het oorspronkelijke hoofdgebouw. 1.14
bed à breakfast
Een kleinschalige overnachtingsaccommodatie gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een toeristisch en veelal kortdurend verblijf met het serveren van ontbijt. Een bed & breakfast is gevestigd in een woning, niet zijnde vrijstaand bijgebouw, en wordt gerund door de eigenaar/gebruiker van de betreffende woning. Onder een bed en breakfast voorziening wordt niet verstaan overnachting, noodzakelijk in verband met het verrichten van tijdelijke of seizoensgebonden werkzaamheden en/of arbeid of permanente kamerverhuur 1.15
bedrijf
Een onderneming gericht op het vervaardigen, bewerken, installeren of inzamelen en verhandelen van goederen. 1.16
bedrijfsgebouw
Een gebouw ten dienste van de bedrijfsvoering zoals ingevolge de bestemming toegestaan, hieronder niet begrepen een dienstwoning. 1.17
bedrijfsvloeroppervlak
De totale vloeroppervlakte van alle bouwlagen van een bedrijf met inbegrip van alle daartoe behorende ruimten, waaronder ontvangsthal, dienstruimten en magazijnen. Niet inbegrepen zijn inpandige dienstwoningen en gebouwde parkeervoorzieningen voor personenauto's. Wat betreft inpandige parkeerruimte valt een overdekte stallingsruimte voor een busje of een vrachtwagen wel hieronder. 1.18
bestaand
Bestaand b ouwwerk Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan aanwezig is of nog kan worden gebouwd krachtens een verleende omgevingsvergunning voor het bouwen, daaronder vallen niet de bouwwerken die reeds instrijd waren met het daarvoor geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. Bestaand gebruik Het gebruik van de gronden en bouwwerken dat aanwezig is op het tijdstip van in werking treding van het plan of zoals dat kan worden gebruikt krachtens een verleende omgevingsvergunning voor het gebruik, daaronder valt niet het gebruik dat reeds in strijd was met het daarvoor geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. Bestaande afmetingen Afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen, die op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan tot stand zijn gekomen of tot stand zullen komen met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, daaronder vallen geen afmetingen die reeds in strijd waren met het daarvoor geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. 1.19
bestemmingsgrens
De grens van een bestemmingsvlak.
7
1.20
bestemmingsvlak
Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.21
bevi-inrichting
Een inrichting als bedoeld in artikel 2 lid 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen. 1.22
bevoegd gezag
Het bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning. 1.23
bijgebouw
Een (vrijstaand of aan een hoofdgebouw aangebouwd) gebouw dat in functioneel en ruimtelijk opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw en geen rechtstreekse toegang tot het hoofdgebouw heeft. 1.24
bouwen
Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1.25
bouwgrens
De grens van een bouwvlak. 1.26
bouwlaag
een doorlopend gedeelte van een gebouw dat wordt begrensd door vloeren of balklagen die op gelijke hoogte of bij benadering gelijke hoogte liggen. Het dient hierbij te gaan om horizontale bouwlagen. 1.27
bouwperceel
Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.28
bouwperceelgrens
De grens van een bouwperceel. 1.29
bouwvlak
Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 1.30
bouwwerk
Een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.31
bouwwijze
De wijze waarop het op een bouwperceel gelegen hoofdgebouw al dan niet is verbonden met het hoofdgebouw op een aansluitend bouwperceel; dit kan zijn: vrijstaand, twee-aaneen, gestapeld of aaneen gebouwd. 1.32
boveninsteek
De snijlijn van het maaiveld en het beloop van een watergang. 1.33
consumentenvuurwerk
Vuurwerk dat is bestemd voor particulier gebruik.
8
1.34
cultuurhistorische waarde
Het cultuurpatroon van een gebied, dat kenmerkend is voor het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis van de gronden gemaakt heeft, zoals ondermeer tot uitdrukking komend in de kavelindeling, de waterhuishouding, het bodemreliëf, de graften, de wallen en de beplanting en bebouwing, archeologische waarden zijn hierdoor mede begrepen. 1.35
dakkapel
Een constructie, welke ondergeschikt is aan het dakvlak, ter vergroting van een gebouw, die vrij ligt in het hellend dakvlak. 1.36
daknok
Het hoogste punt van een schuin dak. 1.37
dakvoet
Het laagste punt van een schuin dak. 1.38
detailhandel
Het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die de goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. 1.39
dienstverlening
Het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen, zoals reis- en uitzendbureaus, kapsalons, pedicures, wasserettes, makelaarskantoren en bankfilialen. 1.40
dienstwoning
Een woning in, of nabij een gebouw, of op een terrein, te bewonen door (het huishouden van) een persoon wiens huisvesting ter plaatse noodzakelijk is, gelet op het feitelijk gebruik van het gebouw en/of het terrein in overeenstemming met de bestemming. 1.41
duurzaam gemeenschappelijke huishouding
Een vaste groep van personen tussen wie een band bestaat die het enkel gezamenlijk bewonen van bepaalde woonruimte te boven gaat en die de bedoeling heeft om bestendig voor onbepaalde tijd een huishouden te vormen. Er dient ook sprake te zijn van een samenlevingswens tussen de personen die niet overwegend wordt bepaald door de beslissing om de betrokken woonruimte te delen. Er is sprake van een economisch-consumptieve eenheid en bloedverwantschap, huwelijksbinding of een daaraan in intensiteit en continuïteit gelijk te stellen mate van binding tussen de bewoners. 1.42
erf
Al dan niet bebouwde gronden, of een gedeelte daarvan, die direct gelegen zijn bij een hoofdgebouw en die in feitelijk opzicht zijn ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw en, voor zover een bestemmingsplan of beheersverordening van toepassing is, die deze inrichting niet verbieden. 1.43
erfscheiding
De scheiding tussen twee onroerende zaken die niet aan dezelfde eigenaar behoren, niet door dezelfde gebruikers worden benut, dan wel louter kadastraal gescheiden zijn. 1.44
erker
Een ondergeschikte uitbouw op de begane grond van het hoofdgebouw, gelegen aan een verblijfsruimte (woonkamer of keuken) en strekt ter vergroting van het woongenot. Een erker is gelegen aan en zorgt voor een verbijzondering van de voor en/of zijgevel, zonder de architectuur van het hoofdgebouw wezenlijk aan te tasten.
9
1.45
gebouw
Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.46
geluidshinderlijke inrichtingen
Bedrijven in de zin van artikel 41, lid 3 van de Wet geluidhinder en artikel 2.4 van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer. 1.47
groenvoorzieningen
Groenscherm(en) van opgaande beplanting, berm-beplantingen en andere beplantingen voor openbaar of particulier gebruik welke beplanting in planologisch opzicht een ruimtelijk structurerend effect hebben. 1.48
hoofdgebouw
Een gebouw dat op een bouwperceel door zijn aard, constructie of afmetingen als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken exclusief de aan- en uitbouwen of bijgebouwen. 1.49
hoofdwatergang
Primair water als bedoeld in de ‘Leggerkaart Wateren' van het Hoogheemraadschap van Delfland. 1.50
horeca
Het bedrijfsmatig verstrekken van ter plaatse te nuttigen voedsel en dranken, het bedrijfsmatig exploiteren van een zaalaccommodatie en/of het bedrijfsmatig verstrekken van een nachtverblijf. 1.51
huishouden
Een alleenstaande of twee of meer personen die een duurzaam gemeenschappelijke huishouding (willen) voeren. 1.52
huisvesting in verband met mantelzorg
Huisvesting in, of bij een woning van één huishouden van maximaal twee personen van wie tenminste één persoon mantelzorg verleent aan, of ontvangt van een bewoner van de woning. 1.53
kamerbewoning
Onzelfstandige woonvorm waarbij een pand door meerdere personen die geen duurzame gemeenschappelijke huishouden vormen wordt bewoond, en waarbij sprake is van woonruimtes waarbij afzonderlijke huishoudens afhankelijk zijn van één of meer gedeelde wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte. 1.54
kamerwoning
Een wooneenheid die geen eigen afsluitbare toegang vanaf de openbare weg heeft en welke niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte. 1.55
kampeermiddel
Een recreatiemiddel als bedoeld in artikel 40, leden 2 en 3, van de Woningwet. 1.56
kampeerterrein
Gronden die uitsluitend mogen worden gebruikt voor de plaatsing van kampeermiddelen en recreatieverblijven. 1.57
kantoor
Het bedrijfsmatig verlenen van diensten waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtsreeks te woord wordt gestaan en geholpen.
10
1.58
kap
Een constructie van een of meer uitsluitend hellende dakvlakken met een helling van meer dan 20 en minder dan 65 graden. 1.59
korrel
Een korrel bestaat uit een set van dezelfde woningen. Dit komt tot uitdrukking in de rooilijnen sprongen, de bouwhoogtes, de overgang tussen binnen en buiten en de materialisering van de woning.
koi rel
VA1II 3
Elke korrel heeft een verschillende kleur 1.60
leisure
een onderneming gericht op de vrijetijdsbesteding, waaronder begrepen detailhandel, horeca, recreatie, sport, care en daarmee naar aard gelijk te stellen activiteiten. 1.61
maatschappelijke en culturele voorzieningen
Educatieve, (para)medische, sociaal-culturele, levensbeschouwelijke, onderwijs- en religieuze voorzieningen, voorzieningen ten behoeve van kinderopvang, bejaardentehuizen en voorzieningen ten behoeve van de openbare dienstverlening, alsmede ondergeschikte detailhandel en horeca in combinatie met en ten dienste van deze voorzieningen. 1.62
mantelzorg
Intensieve zorg, of hulpverlening die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid, of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt en waarvan de behoefte met een verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige, of andere door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur, kan worden aangetoond. 1.63
nutsvoorzieningen
Voorzieningen ten behoeve van telecommunicatie en de gas-, water- en elektriciteitsdistributie, alsmede soortgelijke voorzieningen van openbaar nut, waaronder in ieder geval worden begrepen transformatorhuisjes, pompstations, gemalen, telefooncellen en zendmasten.
11
1.64
ondergeschikte detailhandel
Detailhandel behorende bij de bestemming, waarbij de openings- en sluitingstijden van het detailhandelsgedeelte hetzelfde zijn als de hoofdfunctie (of begint later en/of eindigt eerder dan de hoofdfunctie). Het detailhandelsgedeelte is (ruimtelijk) ondergeschikt aan de hoofdfunctie en het gegenereerde financiële resultaat uit de detailhandel maakt niet meer dan 100Zo van het totale bedrijfsresultaat uit. 1.65
ondergeschikte horeca
Horeca behorende bij de bestemming, waarbij de openings- en sluitingstijden van het horecagedeelte hetzelfde zijn als de hoofdfunctie (of begint later en/of eindigt eerder dan de hoofdfunctie). Het horecabedrijf staat uitsluitend open voor degenen die primair komen voor de hoofdfunctie. 1.66
ondergronds bouwwerk
Een voor mensen toegankelijke ruimte onder maaiveldniveau, met uitzondering van kruipruimten. 1.67
oorspronkelijke achtergevel
De achtergevel van het oorspronkelijk vergunde hoofdgebouw, dus exclusief de aan- en uitbouwen of bijgebouwen. 1.68
openbaar toegankelijk gebied
Een weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede pleinen, parken, plantsoenen, openbaar water en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitzondering van wegen uitsluitend bedoeld voor de ontsluiting van percelen door langzaam verkeer. 1.69
overig bouwwerk
Een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.70
overkapping
Een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een gesloten dak en met aan ten hoogste één zijde een gesloten wand, welke ruimtelijk ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. 1.71
pand
De kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is. 1.72
a. b.
1.73
peil
voor gebouwen die onmiddellijk aan de weg grenzen: de hoogte van die weg; in andere gevallen en voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld, waarbij plaatselijke, niet bij verdere verloop van het terrein passende ophogingen of verdiepingen aan de voet van het bouwwerk, anders dan noodzakelijk voor de bouw ervan buiten beschouwing blijven. Het bouwwerk wordt gemeten aan de kant waar het aansluitend afgewerkt maaiveld het hoogst is. seksinrichting:
Een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of daarmee naar de aard en omvang vergelijkbare activiteiten, in de vorm van seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval begrepen een prostitutiebedrijf, een erotische massagesalon, een seksbioscoop of sekstheater, een sekswinkel, een seksautomatenhal en een seksclub of parenclub al dan niet in combinatie met elkaar. 1.74
staat van horeca-activiteiten
De staat van horeca-activiteiten die van deze regels deel uitmaakt.
12
1.75
standplaats voor detailhandel/ horeca
Een op een openbare en in de open lucht gelegen plaats om goederen, diensten, drank en/of etenswaren te koop aan te bieden, te verkopen, of af te leveren, gebruik makend van mobiele middelen zoals een boot, een kraam, een wagen of een tafel. 1.76
straatmeubilair
Bouwwerken ten behoeve van al dan niet openbare (nuts-) voorzieningen, zoals: verkeersgeleiders, verkeersborden, informatieborden, zitbanken, bloembakken, telefooncellen, abri's, kunstwerken, bushaltes, speeltoestellen, fietsenrekken en draagconstructies voor reclame; kleinschalige bouwwerken ten behoeve van (openbare) nutsvoorzieningen met een inhoud van ten hoogste 50 m3 en een bouwhoogte van ten hoogste 3 meter, waaronder begrepen voorzieningen ten behoeve van telecommunicatie, energievoorzieningen en brandkranen; afvalinzamelsystemen en hiermee gelijk te stellen bouwwerken. 1.77
supermarkt
Een grote zelfbedieningswinkel waar je veel verschillende levensmiddelen en huishoudelijke producten kunt kopen. 1.78
uitbouw
Uitbreiding van een tot het hoofdgebouw behorende ruimte tot buiten het bestaande oorspronkelijke hoofdgebouw (bijvoorbeeld een erker) en welke ruimtelijk ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. 1.79
veranda
Een overkapping aan de voorzijde van een woning met maximaal 2 wanden. 1.80
voldoende parkeergelegenheid
parkeergelegenheid voor personenauto's, bestelauto's, motorfietsen en driewielige motorvoertuigen, waarvan het aantal parkeerplaatsen en de omvang daarvan voldoet aan de beleidsregel 'Parkeernormering gemeente Westland', zoals die geldt ten tijde van de vaststelling van dit bestemmingsplan en - indien deze beleidsregel gedurende de planperiode wordt gewijzigd - aan die wijziging. 1.81
voorerf
De gronden die behoren bij het hoofdgebouw en gelegen zijn voor de, met een gevellijn op de planverbeelding aangegeven, voorgevel van dat hoofdgebouw of voor een denkbeeldige lijn in het verlengde daarvan. 1.82
voorgevel
De naar het openbare gebied gekeerde gevel(s) van de hoofdbebouwing, of waar deze op de planverbeelding is aangegeven met een gevellijn. 1.83
voorgevelrooilijn
De naar de weg gekeerde zijde of aan de voorzijde van een gebouw gelegen gevel of waar deze op de planverbeelding is aangegeven met een gevellijn. 1.84
vuurwerkverkooppunt
Een locatie waar consumentenvuurwerk opslagen en verkocht wordt op de daarvoor aangewezen tijden. 1.85
waterberging
Een berging voor het bergen en opslaan van water.
13
1.86
watergang
Een secundaire watergang als bedoeld in de 'Legger Wateren (15 maart 2011)' van het Hoogheemraadschap van Delfland. 1.87
webwinkel
Een specifieke vorm van detailhandel zonder uitstalling, waarbij de goederen via internet worden aangeboden en zowel per post worden geleverd als ter plaatse afgehaald worden. 1.88
windturbine
Een bouwwerk ter opwekking van energie door benutting van de windkracht als aandrijfbron van bewegende delen met een maximaal energie opwekkend vermogen van 15 MW. 1.89
wonen
Het gehuisvest zijn in een woning. 1.90
woning
Een complex van ruimten, uitsluitend bestemd voor de huisvesting van één huishouden. 1.91
woonboot
Elk vaartuig of drijvend voorwerp, dat uitsluitend of hoofdzakelijk wordt gebruikt als woning of recreatieverblijf. 1.92
woongroep
Een groep van twee of meer meerderjarige personen die de bedoeling hebben om bestendig, voor onbepaalde tijd, een met een gezinsverband vergelijkbaar samenlevingsverband met elkaar aan te aan. Een woongroep is georganiseerd in een formele rechtspersoon (opgericht bij notariële akte en met inschrijving bij de Kamer van Koophandel) en beschikt over een gezamenlijke rekening waarvan de vaste lasten worden betaald. Bij nieuwbouw van een woning voor een woongroep is er sprake van een initiatiefgroep waarvan de leden het recht van eerste bewoning krijgen. Elke vorm van bedrijfsmatige kamerverhuur valt hier niet onder. 1.93
woonwagenstandplaats
Gronden, bestemd voor het plaatsen van een woonwagen, waarop voorzieningen aanwezig zijn die op het leidingennet van openbare nutsbedrijven, andere instellingen, of van de gemeente kunnen worden aangesloten. 1.94
zijerf
De gronden die behoren bij het hoofdgebouw en gelegen zijn aan de zijkant(en) van dat hoofdgebouw tussen de denkbeeldige lijnen in het verlengde van de voor- en achtergevel van dat hoofdgebouw.
14