1.55b) Ontwerp bestemmingsplan Watergat Monster (21-0219056)
Tekst van het document
©-E©
WJmI
WATERGAT MONSTER bestemmingsplan NL.IMRO.1783.OWZWATERGATobp-ON01 ontwerp
GEMEENTE
ir.\ ■*rrrr~^
**Ŵ ť
-
J
ŕŕí-įÿ.
1 A s'Tļ
T oelichting
3
4
Inhoudsopgave
Toelichting Hoofdstuk 1
3 Inleiding
6
1.1
Aanleiding
6
1.2
Ligging plangebied
6
1.3
Geldend bestemmingsplan
7
1.4
Leeswijzer
7
Hoofdstuk 2
Gebiedsvisie
8
2.1
Beleidskader
8
2.2
Ruimtelijk-functionele structuur
16
2.3
Gebiedsvisie
18
Hoofdstuk 3
Onderzoek
32
3.1
Ladder voor duurzame verstedelijking
32
3.2
Stiltegebied
36
3.3
Molenbiotoop
37
3.4
Bedrijven en milieuzonering
39
3.5
Verkeer
40
3.6
Geluid
44
3.7
Luchtkwaliteit
47
3.8
Externe veiligheid
49
3.9
Water
53
3.10
Bodem
66
3.11
Ecologie
66
3.12
Cultuurhistorische aspecten
73
3.13
Vormvrije merbeoordeling
77
Hoofdstuk 4
Juridische planbeschrijving
78
4.1
Planvorm
78
4.2
Bestemmingsregeling
80
Hoofdstuk 5
Uitvoerbaarheid
85
5.1
Economische uitvoerbaarheid
85
5.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
85
5
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Het bestemmingsplan 'Watergat Monster' is een aangepast ontwerp ten opzichte van het ontwerp bestemmingsplan 'De Duinen Deelgebied 6B'. Het vorige bestemmingsplan en de zienswijze van Stichting Duinbehoud op dit ontwerpbestemmingsplan is de opmaat geweest om anders na te gaan denken over de ambities voor de locatie. Het voorliggende bestemmingsplan is de uitkomst van een ambitieus plan om een nieuw duinlandschap te combineren met woningbouw. Vanwege de vele aanpassingen aan het oorspronkelijke plan is er voor gekozen om een nieuw bestemmingsplan te maken en in procedure te brengen. Het project zal voor de verkoop de naam 'De Nieuwe Duinvallei' dragen. Het bestemmingsplan 'Watergat Monster' maakt het wonen in een nieuw duinlandschap mogelijk. Grenzend aan de Solleveldduinen worden de duinen uitgebreid en een nieuw woonmilieu ingepast. Het woonmilieu heeft een uniek karakter waarbij er gewoond wordt in de duinen. De verschijningsvorm van de woningen, de materialisatie en de landschappelijke inpassing vormen één geheel. Het gaat om maximaal 130 woningen voor verschillende doelgroepen, levensfasen en in verschillende prijscategorieën.
n a l ' ĽB f
my concept schets
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied is gelegen aan de kern Monster en wordt begrensd door de Haagweg, Rijnweg, J. van Polanenstraat, Molenweg en door de Slaperdijk.
6
't/'
rcr
í rij
-1
X :W
V' v
lį .STJL- r
iNm Plangebied
1.3
Geldend bestemmingsplan
Dit bestemmingsplan vervangt de volgende bestemmingsplannen op de dag dat het bestemmingsplan van kracht wordt als bedoeld in artikel 3.8. lid 5, van de Wet ruimtelijk ordening. * *
1.4
Monster Noord, zoals vastgesteld door de gemeenteraad op 24 juni 2008 en gedeeltelijk goedgekeurd door gedeputeerde staten van de provincie Zuid-Holland; Bestemmingsplan "Buitengebied" 2e partiële herziening van de voormalige gemeente Monster.
Leeswijzer
Het bestemmingsplan "Watergat Monster" bestaat uit een toelichting, planregels en een planverbeelding. De toelichting is als volgt opgebouwd. In Hoofdstuk 2 komt de gebiedsvisie aan de orde. Hierin wordt de ruimtelijke en functionele hoofdstructuur van het plangebied beschreven met aandacht voor cultuurhistorisch waardevolle elementen, overige ruimtelijke kwaliteiten, aanwezige knelpunten en te verwachte ontwikkelingen. Dit tezamen leidt tot een beschrijving van de gemeentelijke visie op het gewenste behoud en beheer van de ruimtelijke kwaliteit in het plangebied. In Hoofdstuk 3 wordt onderzoek op het gebied van milieu, ecologie, archeologie en cultuurhistorie en water behandeld. In Hoofdstuk 4 wordt dieper ingegaan op de planvorm en de achtergrond bij de regels die zijn opgenomen voor de verschillende bestemmingen. Tot slot wordt in Hoofdstuk 5 ingegaan op de economische en de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
7
Hoofdstuk 2 2.1
Gebiedsvisie
Beleidskader
De beleidscontext voor de visie op het plangebied wordt gevormd door gemeentelijke, regionale, provinciale en landelijke beleidsrapportages. In dit hoofdstuk is het relevante beleid samengevat. Het hier samengevatte beleidskader is niet uitputtend. In de toelichting wordt op een aantal plaatsen verwezen naar specifiek beleid of beleidsnotities die niet in deze paragraaf worden behandeld. Tot slot wordt in dit hoofdstuk een beschrijving gegeven van de visie op het plangebied. Deze visie is gericht op het behoud en beheer van de ruimtelijke kwaliteit. 2.1.1
Gemeentelijk beleid
Omgevingsvisie 2.0: Visie op Westland Op 8 december 2020 heeft de gemeenteraad de Omgevingsvisie 2.0: Visie op Westland vastgesteld. De Omgevingsvisie gaat onder andere in op de samenhang tussen ruimte, water, milieu, natuur, landschap, verkeer en vervoer, infrastructuur en cultureel erfgoed. De Omgevingsvisie is breder dan alleen de fysieke leefomgeving; ook onderwerpen als gezondheid, veiligheid en duurzaamheid moeten onderdeel uitmaken van de visie. De Omgevingsvisie geeft weer waar we met Westland naartoe willen en bindt de gemeente aan haar eigen voornemens en ambities. De Omgevingsvisie werkt door in het (later nog op te stellen) omgevingsprogramma, waarin beleidsvoornemens en maatregelen staan die dienen om de doelen in de leefomgeving te bereiken. De Omgevingsvisie geeft ook richting aan het ontwikkelen van het omgevingsplan. Hierin worden de algemene regels en vergunningsplichten vastgelegd die bindend zijn voor burgers en bedrijven (bestemmingsplannen en verordeningen worden hiermee vervangen). De belangrijkste opgave is het verhogen van de leefkwaliteit in Westland, waarbij het sociaal-maatschappelijke en economische belang van het tuinbouwcluster niet uit het oog wordt verloren. De oorspronkelijke structuren in het landschap moeten behouden blijven, net als de gemeenschapszin in de dorpen. Westland wil een groenere, gezonde en aantrekkelijke gemeente zijn.
Met een people - planet - profit benadering, vindt vergroening plaats langs de belangrijke groene verbindingen en in de wijken, terwijl initiatiefnemers en ontwikkelaars worden gevraagd groeninclusief te ontwerpen en in te richten. Een klimaatbestendig beleid wordt doorgevoerd in ruimtelijke inrichting, nieuwbouw en verkeersmaatregelen. Bodemwarmte moet worden benut en er wordt aangesloten op warmtenetten in de regio. Betere bereikbaarheid en een toonaangevende rol op het gebied van kennis, innovatie en duurzaamheid in de Greenport blijven een belangrijke rol spelen. De autonome groei van inwoners wordt geaccommodeerd door het invullen van de zachte plannen voor woningbouw in combinatie met inbreiding door bv. hoger te bouwen. De kwaliteit van de omgeving wordt verbeterd met een groen/blauwe inrichting (groene daken, beleefbaar groen en waterberging) om hittestress en wateroverlast tegen te gaan. Voor 2040 wordt één vierkante meter groen per huishouden extra gerealiseerd, voor nieuwbouwprojecten geldt een norm van 50 m2 verblijfsgroen per woning. Bij projectontwikkeling worden zoveel mogelijk de minimale eisen uit het Convenant Klimaatadaptief Bouwen gehanteerd en is het uitgangspunt dat niet langer gebruik wordt gemaakt van fossiele brandstoffen. Het woningaanbod moet aansluiten uit bij de Westlandse behoeften en economisch verbondenen.
Westland wil meer dan 8000 woningen realiseren, waarvan een grote opgave betaalbaar wonen. Er ligt ook een opgave voor de huisvesting van (tijdelijke) arbeidsmigranten. Het duurzaam glastuinbouwgebied behoudt voldoende kritische massa om een innovatieve glastuinbouwgemeente te blijven, maar het toevoegen van beleefbaar groen mag ten koste gaan van glastuinbouw. De glastuinbouw produceert in de toekomst circulair, wordt energieneutraal en klimaatadaptief. Om de modernisering en herstructurering op gang te brengen moet er letterlijk ruimte worden gemaakt, bv. door het uitplaatsen van (bedrijfs)woningen naar de dorpen. Integrale gebiedsplannen moeten betaalbaar en met voldoende draagvlak gerealiseerd kunnen worden. Langs de
8
kust is een strand dat uitblinkt in rust en ruimte met een goede balans tussen natuur en recreatie. Daarnaast wil Westland sluitende recreatieve netwerken creëren voor verschillende gebruiksgroepen d.m.v. robuuste groen-blauwe aders. Er wordt ingezet op een hoogwaardige OV verbinding tussen Den Haag en de Hoekse Lijn richting Delft. Bepaalde bedrijventerreinen kunnen uitbreiden, in de kernen worden (compacte) kernwinkelgebieden aangewezen. Rond 2030 zijn grote ingrepen nodig om de infrastructuur op orde te houden (vrijliggend logistiek netwerk, ongelijkvloerse kruispunten), er komt een verkenning naar de mogelijkheden voor lightrail. Het fietsnetwerk binnen en van/naar Westland wordt verbeterd met o.a. metropolitane fietspaden. Vrachtverkeer krijgt wellicht hubs en goede doorstroming naar de A4/A20 blijft een belangrijk aandachtspunt. Natuurgebieden (Natura 2000 en het Natuur Netwerk Nederland) moeten robuust, veerkrachtig, aaneengesloten en beleefbaar worden gemaakt. Voor 2030 zijn ontbrekende zones en schakels in ecologische verbindingen ingevuld, zodat de biodiversiteit bevorderd wordt. De waterkwaliteit moet worden verbeterd en er komt meer ruimte voor het vasthouden van water. Dit vraagt ook inspanningen van de glastuinbouw om meer circulair te worden, minder grondwater te onttrekken en water te bergen. De toekomstkaart van Westland:
Mobiliteitsvisie Duurzaam Bereikbaar Westland Op 10 december 2019 is de Mobiliteitsvisie Duurzaam Bereikbaar Westland vastgesteld door de gemeenteraad. Het gemeentelijk mobiliteitsbeleid was tot de vaststelling van deze Mobiliteitsvisie gebaseerd op het Westlands Verkeer- en Vervoerplan 2005-2015 (WVVP) en de Structuurvisie Westland 2025. Veel van de in het WVVP opgenomen doelstellingen en uitvoeringsprogramma's zijn gerealiseerd, dan wel waren aan herziening toe. Na vaststelling van de Mobiliteitsvisie is het WVVP komen te vervallen. De structuurvisie 2025 niet. Er komt steeds meer verkeer in Westland. Om ervoor te zorgen dat we nu en in de toekomst nog vlot tussen dorpen en van dorp naar steden kunnen reizen, maken we plannen en nemen we maatregelen. De volgende mobiliteitsdoelen zijn opgenomen in de Mobiliteitsvisie 2040: « Logistieke bereikbaarheid; * De auto minder dominant;
9
« * *
Volwaardige alternatieven voor de auto; Westland verkeersveilig; Duurzaam Bereikbaar Westland.
Beleidsregel Parkeernormering gemeente Westland 2018 In de vergadering van burgemeester en wethouders van 16 januari 2018 is de 'Beleidsregel Parkeernormering gemeente Westland 2018' vastgesteld. Hiermee vervalt de verwijzing naar het WVVP. In het beleid is de parkeernormering van de gemeente Westland geactualiseerd en in overeenstemming gebracht met de meest recente kerncijfers van het CROW (landelijke richtlijnen). Beleidsnotitie conventionele explosieven in het Westland In de beleidsnotitie conventionele explosieven in het Westland wordt beschreven hoe om moet worden gegaan met diepte werkzaamheden op locaties die mogelijk conventionele explosieven bevatten. De basis voor het gemeentelijk beleid voor het opsporen van explosieven is de explosieven risicokaart. Deze kaart geeft een eerste indicatie van het mogelijke gevaar van diepte werkzaamheden op bepaalde locaties in het Westland. In het projectgebied zijn geen mogelijke vindplaatsen van conventionele explosieven aanwezig. Handhaven op maat Op 17 november 2015 hebben burgemeester en wethouders van Westland de beleidsnota 'Handhavingsbeleid, integrale handhaving Wabo taken' vastgesteld. Hierin zijn de doelen en richting voor milieuhandhaving en bouw- en woningtoezicht beschreven. De naleving van wet- en regelgeving is daarbij een gezamenlijke verantwoordelijkheid van gemeente, burgers en bedrijven.
De wet- en regelgeving zijn bedoeld om kwaliteit, veiligheid en leefbaarheid binnen de leefomgeving te beschermen en bevorderen en dat is in ieders belang. Dit draagt bij aan een prettige woon-, werk- en leefomgeving voor de burgers en ondernemers van de Gemeente Westland. De handhaving van de regelgeving vervat in dit plan is een bevoegdheid van burgemeester en wethouders. Het gaat daarmee vooral om de planregels inzake het bouwen en het gebruik van gronden en bouwwerken. Een aantal vormen van gebruik wordt specifiek aangeduid als strijdig met de bestemming, zodat handhavend optreden hiertegen eenduidig mogelijk te maken. Uiteraard betreft het hier een niet-limitatieve opsomming. Handhaving van dit plan is van belang om de ruimtelijke kwaliteit en de leefbaarheid er van in stand te houden. Daarnaast heeft handhaving uiteraard ook een belangrijke functie in het kader van de rechtszekerheid en rechtsgelijkheid. De planregels in dit plan zijn voldoende duidelijk, concreet en toepasbaar om te kunnen handhaven. Handhaving van het plan zal in de praktijk primair plaatsvinden via de bestemmingsplantoets in het kader van de omgevingsvergunning en door feitelijk toezicht op de aanwezigheid van bouwwerken en op gebruiksactiviteiten. Binnen de gemeente heeft het team bouw- en woningtoezicht van de afdeling Ruimte, Omgeving en Veiligheid hierin een centrale taakstelling.
Bij gebleken strijdigheid met het plan wordt, afhankelijk van de prioriteitsstelling, een handhavingstraject ingezet. Woonvisie 2020-2030 De Woonvisie 2020-2030 is een actualisatie van de Woonvisie Westland 2030 die is opgesteld in 2016 en vastgesteld door de raad in 2020. Met de actualisatie krijgt de gemeente de gelegenheid om integraal de afweging te maken voor welke doelgroep er gebouwd moet worden in Westland op basis van actuele gegevens. De visie vormt de basis voor nieuwe woningmarktafspraken met de regio Haaglanden, afspraken voor de huisvesting van arbeidsmigranten, zorginstellingen en de prestatieafspraken met de woningcorporaties. Conclusies Woonvisie De conclusies die uit de "Woonvisie 2020-2030" getrokken kunnen worden zijn: * * * * *
de behoefte aan sociale huurwoningen blijft onverminderd groot en krijgt een belangrijke plaats in het (ambitieuze) bouwprogramma; blijvende aandacht voor de groep middeninkomens is gerechtvaardigd; het aantal 70-plussers verdubbelt, zodat wonen met zorg verder moet worden ontwikkeld; de huisvestingsopgave voor arbeidsmigranten is substantieel; flexwonen krijgt een plaats in het bouwprogramma.
10
Voor nieuwe bouwplannen geldt in beginsel de volgende verdeling in prijssegmenten: 450Zo dure/extra dure koop, 200Zo middeldure koop/huur, 50Zo goedkope koop, 300Zo sociale huur. Daarbij geldt een ambitie voor zorg- en ouderenwoningen en de huisvesting van arbeidsmigranten. Beleid en beleidsregels voor opslag en verkoop van consumentenvuurwerk in Westland In deze Nota wordt aangegeven dat het wenselijk is een goede ruimtelijke spreiding van de verkooppunten van consumentenvuurwerk te bewerkstelligen. Doel bij een ruimtelijke benadering is het bereiken van een gelijkmatige spreiding van (kleine) bedrijven voor verkoop en opslag van consumentenvuurwerk over Westland, om op deze wijze straathandel en vuurwerktoerisme zoveel mogelijk te voorkomen. Daarbij moet er binnen elk verzorgingsgebied sprake zijn van voldoende (vuurwerk)aanbod om de lokale markt te voorzien en zodoende illegale handel in principe overbodig te maken en te voorkomen. Het uitgangspunt voor opslag en verkoop van consumentenvuurwerk van de gemeente Westland is: Ruimte bieden aan ondernemers voor opslag en verkoop van consumentenvuurwerk met inachtneming van veiligheid en milieuregelgeving onder voorwaarde van een goede ruimtelijke spreiding. Met daarbij de volgende randvoorwaarden: * in de gemeente Westland wordt alleen consumentenvuurwerk opgeslagen.
Opslag en verkoop van professioneel vuurwerk is niet toegestaan; * iedere vestiging van opslag en verkoop van consumentenvuurwerk zal worden getoetst aan voldoende ruimtelijke spreiding in de gemeente Westland; * in de gemeente Westland worden maximaal 18 vestigingen voor opslag- en verkooppunten van consumentenvuurwerk toegestaan; * opslag tot en met 1.000 kg is beperkt toegestaan in de dorpskernen; * nieuwe vestiging in dorpskernen is niet toegestaan; * de vestiging van bedrijven met een opslag tot en met 10.000 kg heeft de voorkeur in gebieden waar een bedrijfsbestemming geldt of in tuincentra; * opslag boven de 10.000 kg consumentenvuurwerk is uitgesloten; « bestaande bedrijven in strijd met deze uitgangspunten mogen de activiteiten voortzetten. In de planregels van het voorliggende bestemmingsplan is opgenomen dat opslag en verkoop van consumentenvuurwerk niet is toegestaan. Convenant klimaatadaptief bouwen Zuid-Holland (2018) Nieuwbouwlocaties in Zuid-Holland worden zoveel mogelijk klimaatadaptief gebouwd, zodat ze bestand zijn tegen weersextremen als gevolg van klimaatverandering. Deze ambitie is vastgelegd in het convenant (overeenkomst) klimaatadaptief Bouwen. Dit is ondertekend door onder meer bouwbedrijven, gemeenten -waaronder Westland-, de provincie, waterschappen, maatschappelijke organisaties, financiers en projectontwikkelaars.
Klimaatverandering heeft grote impact op de leefomgeving en het aantal weersextremen neemt toe. Zuid-Holland staat voor een grote bouwopgave, tot 2025 zijn er in de provincie 100.000 nieuwe woningen nodig. Deze ontwikkelingen maken het van belang dat klimaatadaptief bouwen zo snel mogelijk de nieuwe norm wordt. Dit is concreet vertaald in het convenant klimaatadpatief bouwen in Zuid-Holland. Hierin zijn procesafspraken gemaakt gericht op het verminderen van de wateroverlast, hittestress, droogte en bodemdaling en het vergroten van de biodiversiteit. Het convenant is op 4 oktober 2018 van start gegaan. In de eerste fase van dit convenant is toegewerkt naar een minimaal programma van eisen voor nieuwbouw in relatie tot: * Hevige neerslag: Hevige neerslag leidt niet tot grote schade aan infrastructuur, gebouwen, eigendommen of groen in of buiten het plangebied; * Droogte: Langdurige droogte leidt niet tot verdroging of schade aan de gebouwde omgeving; * Hitte: Tijdens hitte biedt de bebouwd omgeving een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving; « Bodemdaling: Bodemdaling in bebouwd gebied blijft beperkt en betaalbaar; * Overstromingen: Bebouwde omgeving is bestand tegen overstromingen; * Biodiversiteit: Groenblauwe structuur en biodiversiteit worden versterkt op de planlocatie en in de directe stedelijke omgeving.
11
De gemeente Westland zal minimaal aan deze eisen voldoen en gebruikt daarmee het programma van minimale eisen uit het Convenant als uitgangspunt voor het realiseren van een klimaatadaptieve nieuwbouwwijk in Westland. 2.1.2
Regionaal beleid
Metropoolregio Den Haag-Rotterdam In de metropoolregio Rotterdam Den Haag werken 23 gemeenten samen aan het verbeteren van de bereikbaarheid en het vernieuwen van de economie. Daarmee versterken ze onder meer de (internationale) concurrentiepositie van de regio. Met elkaar vormen deze 23 gemeenten het bestuur van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH). Voor het overleg tussen de 23 gemeenten en het nemen van besluiten kent de MRDH de volgende besturen en commissies: het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur, de bestuurscommissie Vervoersautoriteit (Va), de bestuurscommissie Economisch Vestigingsklimaat (EV) en de voorzitter. Met 23 gemeenten, 2,3 miljoen mensen, 1,2 miljoen banen met werk voor 13,50Zo van de Nederlanders en een bijdrage van 150Zo aan het BNP is de metropoolregio een regio die er toe doet. Voor een grootstedelijke regio waar het goed wonen, werken en recreëren is, heeft de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) zichzelf twee belangrijke ambities gesteld: het vernieuwen van economie en het verbeteren van de bereikbaarheid. Het Rijk gaf de Metropoolregio Rotterdam Den Haag de status van vervoerregio. En daarmee ook wettelijke taken rond verkeer en vervoer. Aan het begin van elke nieuwe bestuursperiode (elke vier jaar) stelt het bestuur een regionale strategische agenda vast, van waaruit de regionale vraagstukken worden opgepakt.
De huidige strategische agenda loopt tot en met 2022. 2.1.3
Provinciaal beleid
Het omgevingsbeleid Zuid-Holland is op 1 april 2019 in werking getreden. In het Omgevingsbeleid is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en een Omgevingsverordening. Omdat onderdelen uit het Programma ruimte naar het visiedeel zijn omgezet, is het resterende deel hiervan nu onderdeel van het Omgevingsbeleid. Met het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Hieraan wordt richting gegeven door het maken van samenhangende beleidskeuzes, die volgen uit provinciale opgaven en belangen. Deze beleidskeuzes werken door naar uitvoeringsprogramma's en naar regels in de provinciale verordening. Het geheel aan bestaande beleidskeuzes, inclusief de doorwerking naar programma's en verordening, vormt het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. Introductie op het omgevingsbeleid: de ruimtelijke hoofdstructuur Zuid-Holland wil slim en schoon zijn. Klimaatverandering heeft in het laaggelegen deltagebied grote ruimtelijke, economische en sociale gevolgen. Als open economie is Zuid-Holland gevoelig voor gevolgen van globalisering. De segregatie neemt toe. De energie-intensieve economie heeft, zoals ook benoemd in het klimaatakkoord van Parijs, alleen toekomst als wordt overgegaan tot verduurzaming.
De provincie ziet zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving: naar een klimaatbestendige delta, naar een nieuwe economie (the next level), naar een levendige meerkernige metropool, energievernieuwing, best bereikbare provincie en gezonde en aantrekkelijke leefomgeving. Belangrijk om de ambities waar te kunnen maken zijn innovatieve oplossingen voor waterberging en het voorkomen van hittestress, de overstap van een fossiele naar een circulaire economie, het uitbreiden van warmtenetten, een forse woningopgave en de verduurzaming van woningen, vitale kernen, het aanpakken van verkeersknelpunten, het versterken van openbaar vervoer en gebruik van de fiets en de kwaliteit van de leefomgeving versterken door natuur, water, recreatie, cultureel erfgoed en economie in samenhang te bezien. De ruimtelijke hoofdstructuur toont de essentie en de samenhang van verschillende ruimtelijke beleidskeuzes uit de Omgevingsvisie.
12
aaaaa • I*
• ••I
aa a
a(laa aa
a a a. • •«a
««a a
a
a - a a
i f a -9 'T a a a a i
ma a a a*
figuur 3: de provinciale ruimtelijke hoofdstructuur(uitsnede Westland)
Gemeente Westland laat zich kenmerken door de glastuinbouw (Greenport Westland) omringd door kust, natuur en stedelijk groen met daarbinnen woonkernen en logistieke overslagpunten. Naaldwijk is als regiokern aangewezen. Wateringen behoort tot de stedelijke agglomeratie. Nabij de vestiging van Flora Holland is een kenniscentrum aangegeven. Wat betreft mobiliteit is een (boven) regionale HOV-net busroute voorzien van Den Haag, via Naaldwijk naar Maassluis, alwaar op het HOV-net kan worden aangesloten richting Rotterdam. De greenport wordt benoemd als volwassen cluster dat tot de wereldtop behoort. Deze positie moet behouden blijven en waar mogelijk versterkt worden. Er wordt gestreefd naar synergie van mainport Rotterdam en de greenports. De groene ruimte heeft intrinsieke waarde en het kustlandschap vormt mede de grondslag voor de identiteit van de bebouwde en groene ruimte. De provincie zet in op de groenblauwe structuur om groene kwaliteiten binnen en buiten stedelijk gebied te versterken en de samenhang tussen parken, recreatiegebieden, natuurgebieden en agrarisch landschap te vergroten. Omgevingsverordening Regels aangaande bestemmingsplannen bv.
met betrekking tot ruimtelijke kwaliteit, de ladder voor duurzame verstedelijking en voor ruimtelijke ontwikkelingen als stedelijke ontwikkelingen, kantoren, bedrijven, detailhandel, glastuinbouwgebied, infrastructuur, veiligheid, natuur en cultureel erfgoed zijn opgenomen in de Omgevingsverordening. De regels zijn van overeenkomstige toepassing op ruimtelijke initiatieven waarvoor een zogenaamde 'grote buitenplanse afwijking' wordt doorlopen. Op grond van de regels die zijn gesteld voor natuur, is voor Westland het volgende gebied aangewezen als ecologische verbindingen binnen het Natuurnetwerk Nederland:
13
figuur 4: uitsnede provinciale kaart NatuurnetwerkNederland
Programma Ruimte Een intensiever gebruik van steden en dorpen vergroot het draagvlak voor openbaar vervoer. Andersom kan de capaciteit op het infrastructuurnetwerk helpen om keuzes te maken waar en wanneer er verdicht en geconcentreerd kan worden. De provincie streeft er naar de agglomeratiekracht te vergroten. Stedelijke ontwikkelingen buiten bestaand stads- en dorpsgebied (BSD). Op de kaart 'woningbouwlocaties, bedrijventerreinen en andere stedelijke ontwikkelingen' (ook wel genoemd: '3ha kaart') zijn nog te ontwikkelen locaties voor deze doeleinden groter dan 3 ha buiten BSD opgenomen. Als een locatie hier is opgenomen, betekent dit dat de provincie op hoofdlijnen geen bezwaar heeft tegen de betreffende ontwikkeling. Woningbouwlocaties, bedrijventerreinen en andere stedelijke ontwikkelingen
inbrungbouwlocates
Bedrijventerrein harde capaciteit
āedn ventene n xdchte eapacite
Andere stedelijke onîwikfcç&rgen
figuur 5: de '3ha kaart'
Op de kaart zijn, indicatief, woningbouwlocaties weergegeven die gelegen zijn buiten het bestaand stads- en dorpsgebied en meer dan 3 hectare groot zijn. Op de kaart staat zowel harde als zachte capaciteit buiten BSD. Met deze toevoeging wordt invulling gegeven aan bestuurlijke continuïteit. Woningbouwlocaties die voor Westland zijn opgenomen: 1 Woningbouwlocaties raam locatie
imeentê Westland
De Lier
Molen sloot
Westland
iKwíntsheul
Holle Watering
Westland
Monster
De Duínen
Westland
Monster
Monster noord
Westland
'Monster
Westmade
Westland
IPoeidijk
Poeldijk Westhof
Westland
I's-Gra ven zand e
Poelkade í Het Nieuwe Water
Westland
's-Gra ven zand e
Waelpark/Waelpoider
Westland
'ateringen
2.1.4
bruto opp in ha
Erasmuszone i Wippolder
Rijksbeleid
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte 8, AMvB ruimtelijke ordening Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar & veilig. Daar streeft het Rijk naar met een aanpak die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen scherp prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. Een actualisatie van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid is daarvoor nodig. De verschillende beleidsnota's op het gebied van ruimte en mobiliteit
14
zijn gedateerd door nieuwe politieke accenten en veranderende omstandigheden zoals de economische crisis, klimaatverandering en toenemende regionale verschillen onder andere omdat groei, stagnatie en krimp gelijktijdig plaatsvinden. De structuurvisie Infrastructuur en Ruimte geeft een nieuw, integraal kader voor het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en is de 'kapstok' voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. Doelen In de structuurvisie Infrastructuur en Ruimte formuleert het Rijk drie hoofddoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar & veilig te houden voor de middellange termijn (2028): « het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; * het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zeker stellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; * het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Het Westland is op de kaart van de nationale ruimtelijke hoofdstructuur aangewezen als Greenport. NATIONALE RUIMTELIJKE HOOFDSTRUCTUUR H«l vergroten van de concurrentiekiacht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland n Stedellļke regio met tcpsectoren Cb Malnporl Schiphol Q Malnporl
' l’r te
O Bratnpon Zuidoost Nederland
0 Greenporl -uidas
a» Stad van ntematonaa.' recht, vrede en veiligheid
Q KSL :ICE station ö
Overig* ludithavan van nationaal belang
Q
Zeehaven van nationaal belang
0
Binnenhaven van nationaal belang
Figuur - Uitsnede kaart nationale ruimtelijke hoofdstructuur Nationale belangen De structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is vertaald in de AMvB ruimtelijke ordening. De AMvB omvat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, de Ecologische Hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. Met de AMvB Ruimte maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Uit de regels en kaarten behorende bij de AMvB kan worden afgeleid welke aspecten relevant zijn voor het ruimtelijke besluit. Voor het projectgebied zijn geen nationale belangen in het geding. Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Met de komst van de Omgevingswet die in 2022 in werking zal treden, is het van belang dat de ruimtelijke opgave in lijn is met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). De eerste NOVI is vastgesteld in 2021. De NOVI bestaat uit één Rijksvisie op de leefomgeving. Het uitgangspunt van dit beleidsdocument is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in een samenhangend geheel. De NOVI schetst een duurzaam toekomstperspectief voor de leefomgeving in Nederland in 2050.
Om dit te realiseren is collectieve verantwoordelijkheid van alle overheden van belang. Het Rijk benoemt in de NOVI 21 nationale belangen voor het omgevingsbeleid en vermeldt hierbij de
15
opgaven en de rol van het Rijk bij het realiseren van deze opgaven. Deze opgaven worden samengebracht in vier prioriteiten. Deze prioriteiten vormen complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities. Deze prioriteiten zijn: * Naar een duurzame en concurrerende economie; » Naar een klimaatbestendige en klimaatneutrale samenleving; « Naar een toekomstbestendige en bereikbare woon- en werkomgeving; * Naar een waardevolle leefomgeving. Deze vier opgaven kunnen alleen in samenhang verder worden gebracht wanneer aandacht is voor thema's die hier dwars doorheen lopen, zoals omgevingskwaliteit, gezondheid, cultuurhistorie, klimaatadaptatie, water, bodem, (nationale) veiligheid en milieukwaliteit. Een gezonde leefomgeving die zo min mogelijk negatieve invloed heeft op de gezondheid is volgens het Rijk van belang. De omgeving dient uitnodigend te zijn voor gezond gedrag en dient een plek te zijn waar inwoners zich prettig voelen. De omvang van de vraag is afhankelijk van de het tempo van economische groei, maar ook van de specifieke bedrijfstaksamenstelling per regio, omdat de ramingen voor verschillende bedrijfstakken uiteenlopen. Het Rijk stelt dat een zorgvuldige raming van ruimtebehoefte- en aanbod van groot belang is.
Om voldoende ruimte voor economische activiteit te faciliteren en deze optimaal te benutten, stellen overheden regionale programma's en transitieagenda's op. Locaties van nieuwe kantoren, bedrijventerreinen en (groot)winkelbedrijven moeten passen bij het verkeers- en vervoersnetwerk. Deze locaties moeten goed afgestemd zijn op de vraag van bedrijven én de economische vitaliteit en de kwaliteit en aantrekkelijkheid van stad en land versterken. 2.1.5
Conclusie
De ontwikkeling voor 130 woningen is in overeenstemming met de beleidskaders van de verschillende overheden.
2.2
Ruimtelijk-functionele structuur
2.2.1
Algemeen
Het gebied van Ontwikkelingsbedrijf 'De Westlandse Zoom' (De Westlandse Zoom) is met name herkenbaar aan een hoofdstructuur van wegen, groen en water waartussen een rationele verkaveling met glastuinbouwbedrijven ligt. Die hoofdstructuur of ladderstructuur wordt gehandhaafd en verbeterd. De landschapsstructuren in De Westlandse Zoom zijn in de Noordwest - Zuidoost richting de volgende: » Duinlandschap, « Bos- en landgoederenlandschap, * Boezem- en polderlandschap, * Droogmakerijenlandschap. Buiten het plangebied van De Westlandse Zoom wordt deze reeks beëindigd door het veenweidenlandschap van Midden-Delfland. De waterstructuur is gekoppeld aan de in het plangebied voorkomende landschapstypen met respectievelijk duinpoelen, hoofdwatergangen, boezemwater en bijbehorende afwateringssloten. Van de hoofdontsluiting structuur is met name de Lozerlaan/Wippolderlaan haaks op de kust. Parallel aan de kust zijn de wegen minder belangrijk en ook als zodanig vormgegeven. Het betreft hier de Haagweg, Madeweg, Nieuweweg, Poeldijkseweg, Heulweg en Veilingroute. Oorspronkelijk doel was het realiseren van een luxe woonmilieu ter ondersteuning van de Haagse ambities als Internationale Stad van Vrede en Recht.
Volgens het principe "rood voor groen" zou als integraal onderdeel van het project de regionale groen/blauwe verbinding tussen Midden Delfland en de Kust verbeterd worden en een aantal groene verbindingen met een meer lokale betekenis worden gerealiseerd.
16
2.2.2
Huidige kwaliteit van het plangebied
Het plangebied wordt aan de zeezijde begrensd door de Slaperdijk, aan de landzijde door de Rijnweg met eengezinswoningen er langs. Aan beide zijden wordt de overgang gemaakt door een watergang met bescheiden afmetingen. Jarenlang is het gebied in gebruik geweest als kassengebied voor groenten en andere gewassen tussen de Rijnweg/Haagweg en de Solleveldduinen. De Provincie Zuid Holland heeft met de goedkeuring van het bestemmingsplan 'Monster Noord' ingestemd met de bestemmingsplanwijziging van glastuinbouw naar woningbouw voor het plangebied. Enkele jaren nadat het gebied is aangekocht zijn de kassen opgeruimd. Het huidige karakter van het gebied bestaat voornamelijk uit een aantal grote rechthoekige percelen die door smalle watergangen zijn omgeven. Deze liggen zowel haaks als evenwijdig aan de Slaperdijk en de Haagweg. De watergangen hebben een polderpeil van 0,09 NAP en zijn via een gemaal en dam verbonden met het boezempeil in de rest van het gebied. De watergangen met boezempeil en zijn via een duiker onder de Haagweg verbonden met het achterliggende polderlandschap. De noordwest- en noordoostzijde van het gebied grenst aan het duingebied Solleveld. De begroeiing op deze percelen is ingezaaid grasland met aan de Haagweg een groensingel bestaande uit abelen, meidoorns, elzen en andere soorten struweel-achtige begroeiing.
Natura 2000 Het plangebied grenst aan het Natura 2000 gebied Solleveld/Kapittelduinen. Solleveld bestaat voor het grootste deel uit oude kalkarme duinen. Alleen in de smalle strook hoge duinen aan de zeezijde liggen jonge duinen. De hoogte van de jonge duinen is circa +13ITI NAP, de lager gelegen oude duinen hebben gemiddelde hoogtes tussen de +2m en +6m NAP. Doordat het gebied uit oude duinen bestaat is er relatief weinig reliëf aanwezig en is de bodem kalkarm en zuur. Een kenmerk van oude kalkarme duinen is dat er nauwelijks reliëf aanwezig is. Solleveld is verder bekend om de oude lage eikenbosjes, walletje en akkertjes, de aanwezigheid van stuifplekken of overstoven gedeeltes. In Solleveld wordt drinkwater gewonnen. Solleveld kent een vrij lage grondwaterstand, waardoor het gebied relatief droog is. Alleen de infiltratieplassen en een enkele poel kennen permanent open water.
■Li*
ÏF"-
Natura 2000 grenzend aan plangebied Recreatie Solleveld is een belangrijk recreatiegebied. De toegankelijkheid is afgestemd op de natuurwaarden van het gebied. De zeereep is vanuit waterveiligheid beperkt toegankelijk, het waterwingebied van Solleveld is beperkt toegankelijk en er zijn regels met betrekking tot recreatie zoals een hondenlosloopgebied.
17
Een aantrekkelijk woonlandschap zal dus moeten worden gemaakt. Hierbij kunnen de kwaliteiten van de randen en het water als vertrekpunt worden genomen.
2.3
Gebiedsvisie
2.3.1
Wonen in een duinlandschap
In het plangebied wordt een nieuw landschap aangelegd wat aansluit op de Solleveldduinen. Zowel het beeld van het landschap als de ecologische waarden worden doorgezet in het nieuw aan te leggen landschap. Het landschap reikt tot aan de Rijnweg. Tussen de Rijnweg en de Slaperdijk zal er in dit nieuwe landschap worden gewoond. Met het herstel van het landschap moeten natuurlijke processen weer een kans krijgen. Daarvoor wordt er zoveel mogelijk gebruik gemaakt van de aanwezige gebied specifieke kenmerken. Het nieuwe landschap biedt de kans om de landschappelijke gradiënt tussen het duingebied en het achterland weer te herstellen. De landschappelijke gradiënt zorgt ervoor dat hoge natuurwaarden tot ontwikkeling kunnen komen. De vroongraslanden, droog duingrasland van het open duin, droge duinheide, duinbeken/ duinrellen, watergangen, plas draszone en kwelzone zijn mogelijke landschapstypes die hier goed tot ontwikkeling gebracht kunnen worden. In dit nieuwe landschap wordt compact gewoond zodat er genoeg ruimte blijft voor het geaccidenteerde duin. In het duin staat een optimale woonbeleving centraal waarbij de meeste woningen direct grenzen aan het nieuwe duinlandschap en een deel van de woningen georiënteerd zijn op de Slaperdijk. Vier compacte clusters rondom een hof steken het duinlandschap in.
Vanaf de Rijnweg wordt het open zicht op de Slaperdijk en de jonge duinen zoveel mogelijk behouden door te bouwen in compacte clusters. Om zoveel mogelijk ruimte te maken voor de nieuwe natuur worden de auto's bij de woningen uit het zicht onttrokken door parkeergarages te maken onder een dek. De woningen krijgen geen 'standaard' tuinen, maar bijzondere buitenruimtes die aansluiten op het landschap. De buitenruimtes doen zo mee met het omliggende landschap en houden rekening met de elementen zon en wind.
WON EN IN DE DUINEN; BUITENRUIMTES
,;V ,-*~
ţ/T'
..■i. .
18
Aan de zijde van de Rijnweg is een smalle ontsluitingsweg gesitueerd vanuit waar je direct de parkeergarages inrijdt. De parkeergarages zijn garages op maaiveld met woningen ertegenaan zodat de parkeergarage uit het zicht onttrokken wordt. De woningen hebben verschillende plattegronden waarin de woonkamer of keuken zowel op de begane grond als op de verdieping gesitueerd kan zijn, zodat er op verschillende manieren aan het landschap gewoond kan worden. Op de parkeergarage ontstaan kleinschalige hofjes met een beschut en intiem karakter waar eveneens aan gewoond wordt. Om de kleinschaligheid van de hofjes te benadrukken krijgen de clusters een kleine knik.
Principe parkeren onzichtbaar onder een dek
2.3.2
Ruimtelijk raamwerk
In het ruimtelijk raamwerk zijn de structurerende kwaliteiten van het plangebied vastgelegd. Het ruimtelijk raamwerk wordt gevormd door de landschappelijke structuur en de ontsluitingsstructuur. Het ruimtelijk raamwerk vormt het kader waarbinnen de woningen gefaseerd gebouwd kunnen worden.
y
V* 1 \ M
Ruimtelijk raamwerk
19
2.3.2.1 Landschappelijk structuur Het landschap vormt de contramal waarbinnen vier clusters met woningen gebouwd worden. De maat van de publieke landschappelijke zones tussen de clusters varieert tussen de circa 35 en 40 meter zodat een robuust landschap ontstaat met een hoge belevingswaarde en ruimte voor ecologische gradiënten. De afstand tussen de gevels is groter doordat de buitenruimtes van de woningen nog tussen het publieke landschap en de woningen in liggen. De buitenruimtes doen mee in de beleving van het landschap. Het landschap in Duinpark kent een zonering waarbij zo goed mogelijk wordt aangesloten op het Natura 2000 gebied. Er zijn geen directe verbindingen vanaf het Duinpark richting het Natura 2000 gebied om het natuurgebied zo min mogelijk te verstoren. Binnen Duinpark is er in het nieuwe duin grenzend aan de Slaperdijk geen padenstructuur om aan deze zijde een zo rustig mogelijk gebied te creëren richting de Solleveldduinen en de Slaperdijk. Een nieuwe route door de clusters verbindt de Molenslag via het Duinpark met het open middengebied. Een watergang tussen de Slaperdijk en Duinpark vormt de grens richting het Natura 2000 gebied. De watergang steekt deels het gebied in met flauwe oevers en een brede gradiënt van nat naar droog. Aansluitend op de flauwe oevers wordt een uitblazingsvallei aangebracht die overgaat in een licht geaccidenteerd droog terrein.
De opgaande beplanting die vanaf de binnenduinrand in Den Haag doorloopt langs de Haagweg wordt ter hoogte van het Duinpark clustergewijs doorgezet langs de Rijnweg.
NATURA 2000 WATER ALS HARDE BARRIÈRE
RUST G DEEL
TOEGANKEL JKDEEL
2.3.22
Ontsluitingsstructuur
Er is een nieuwe ontsluitingsweg gesitueerd parallel aan de Rijnweg. Deze parallelweg is voor auto's ontsloten vanaf de Haagweg. De Haagweg is zowel de ingang als uitgang voor de nieuwe woningen. De meerderheid van de bewoners heeft in een klankbordgroep sessie aangegeven een verkeerskundige knip te willen in de Rijnweg ter hoogte van de benzinepomp zodat de nieuwe bewoners van Duinpark niet weg kunnen rijden via de Rijnweg. De toegangsweg vanaf de Haagweg langs de benzinepomp wordt geschikt gemaakt als ontsluitingsweg voor de woningen. Daarvoor zal de weg worden verbreed en worden voorzien van een trottoir. De nieuwe parallelweg is een 30 km/uur zone met verkeer in twee richtingen. De parallelweg is doodlopend. Geparkeerde auto's kunnen ter hoogte van de entree's bij de parkeergarages keren. Aan de zijde van de Molenslag is er alleen een in- en uitrit voor hulpdiensten en fietsers. Aan de zijde van de Rijnweg wordt er aan één zijde langs geparkeerd voor bezoekers. Aan de zijde van de clusters is een wandelpad gesitueerd.
20
PARKEERGARAGE VOOR BEWONERS Í1NCL. 0,2 BEZOEKERS PP'WONING i
__
BEZOEKERS PP LANGS Dl PARALLELWEG f0,3 PP/WONING)
vrRKFFRSKIJNlJlGr KNIP
Al l FFN TOEGANKELIJK VOOR HrTSFRS EN HULPDIENSTEN
0.*
VVX\ \
DaůrZKáe
...
eaitriltř**a
Hulpdiensten Aan de zijde van de Molenslag krijgt de nieuwe ontsluitingsweg een inVuitrit die alleen voor hulpdiensten bereikbaar is. De in-Ajitrit wordt afgesloten met een calamiteitenpaal. De verbinding van de nieuwe ontsluitingsweg richting de Molenslag is wel bereikbaar voor fietsers. Fietsen Op de nieuwe parallelweg kan je meefietsen op de rijbaan. Vanuit hier zijn de woningen bereikbaar. Bewoners stallen hun fiets in hun berging die vanuit de parkeergarage bereikbaar is. Voor bezoekers op de fiets is er een fietsvoorziening bij de entrees van de vier clusters. Wandelen Langs de parallelweg is een wandelpad gesitueerd welke aansluit op de paden in het landschap. In de lengterichting is er een route die de clusters met elkaar verbindt. De paden sluiten aan op de Molenslag en richting het open middengebied. Vanaf de Rijnweg komen er doorsteekjes richting het nieuwe duinlandschap zodat het nieuwe landschap ook voor omwonenden goed toegankelijk is. De hofjes in de clusters zijn voor voetgangers toegankelijk vanaf de parallelweg en vanuit het landschap. Met trappen of een geleidelijk hoogteverschil zijn de hofjes bereikbaar.
21
ROUTES VOETGANGER
ROUTES FIETSER
4 Ŵi
wJ-š\ PU BU EK TOEGANKELIJK. NIFT OPFNBAAR
OPENBAAR TOFGANKFIUK
2.3.2.3 Parkeren Langs de nieuwe parallelweg wordt aan één zijde langs geparkeerd. Door het hoogteverschil met de Rijnweg worden de auto's vanaf de Rijnweg aan het zicht onttrokken. Aan de zijde van het landschap worden geen auto's geparkeerd zodat er vrij zicht is op de nieuwe duinen. Er worden 0,3 parkeerplaatsen per woning gerealiseerd langs de parallelweg. In de parkeergarage worden 0,2 parkeerplaatsen per woning voor bezoekers gerealiseerd. De bezoekersparkeerplaatsen in de parkeergarage worden niet toegewezen aan een woning. In de statuten van de VVE wordt vastgelegd dat de parkeerplaatsen openbaar beschikbaar moeten blijven. In totaal worden er 0,5 bezoekersparkeerplaatsen per woning gerealiseerd. 2.3.2.4
Spelen
De grote hoeveelheid groen en openbare ruimte in Duinpark biedt veel speelmogelijkheden. De unieke woonomgeving vraagt om speelplekken die opgaan in het landschap en die aansluiten bij de maatschappelijke wens voor meer natuurlijk spelen. In Duinpark willen we maatwerk leveren en kinderen uitdagen om op een creatieve manier te spelen en te bewegen. De speelplekken passen bij deze vorm van bewegen en spelen in het landschap. Speelplekken voor kinderen van 0-6 jaar bevinden zich in het duinlandschap tussen de parallelweg en de voetgangersroute door de clusters. Voor de groep 7-12 jaar en 13-18 jaar is buiten het plangebied plek om te spelen.
22
0-6 JAAR AFSTAND 100M 13-18 JAAR AFSTAND 1000M 0-6 JAAR AFSTAND 10OM
7-12 JAAR AFSTAND 400M
ģPMM
WmMm
2.3.2.5 Waterstructuur Het watersysteem bestaat voornamelijk uit een watergang langs de Slaperdijk en een watergangparallel aan de Haagweg/Rijnweg, die met elkaar verbonden zijn middels diverse watergangen tussen kavels. AfVoer uit het gebied vindt plaats door een duiker onder de Haagweg nabij de Santhorsthof.
23
ĽüiWr- richting snuicfsínor
Huidige watersysteem In het nieuwe ontwerp wordt het plangebied onderdeel van het boezemgebied en wordt het opgezette peil verlaten. Het gehele gebied krijgt een waterpeil van 0,43 m-NAP. De watergangen worden voor een groot deel verbreed ten opzichte van de huidige situatie. Aan de Rijnweg wordt het oppervlaktewater voor een deel gedempt. Hier wordt onderzocht of dit kan worden vervangen door een IT riool. Dit IT riool wordt onder de grondwaterstand geprojecteerd en zorgt zowel voorafwatering als mogelijk ontwatering van het gebied.
droog dĽ irvgrs Uan d
parotioalíLi.n
bíitzemwalBi
droeg dLtinariïldntj
Nieuwe waterstructuur 2.3.2.6 Kabels en leidingen Kabels en leidingen bevinden zich onder het trottoir langs de parallelweg. Vanaf de parallelweg worden de kabels en leidingen doorgetrokken naar de parkeergarage. In de garage wordt eveneens een droge blusleiding aangelegd. Aan de toegangsweg langs de benzinepomp is een trafo voor nutsvoorzieningen gesitueerd. Langs de parallelweg wordt straatverlichting aangebracht in de uitstapstrook bij het parkeren. De paden
24
in het duinlandschap worden niet verlicht om de natuurwaarden van het landschap te versterken. 2.3.2.Ĩ Afval Afval wordt ingezameld op twee plekken in ondergrondse afvalcontainers in de buurt van de entrees van de clusters. De maximale loopafstand is 500m. Per inzamelplek komen 5 containers; 3x restafval, 1x groenafval en 1x papier. De huisvuilvoertuigen gebruiken de parallelweg en tussen het eerste en het tweede cluster wordt een mogelijkheid om te keren gerealiseerd. Aan de toegangsweg langs de benzinepomp is een milieustraat in combinatie met een hub voor pakketjes en een trafo voor nutsvoorzieningen gesitueerd. In de milieustraat worden plastic verpakkingen, blik en drinkpakken (PBD), glas en papier ingezameld.
CENTRALE INVOER KABELS S LEIDINGEN VIA P GARAGl EN DROGE BLUSLEIDING IN P GARAGE
»*
MILIEUSTRAAT IE HUB VOOR PAKKETJES * TRAFO ONDERGRONDSE AFVALCONTAINERS
OP EN BA RE VERLICHTING LANGS PARALLELWEG IN UITSTAPSTROOK SPEEL AAN LEI DING 0 6 JAAR KEERLUSVOOR VUILNISWAGEN
FIETSPAD EN CALAMITEITEN ONTSLUITING
SPEELPLEK 7-12 JAAR
Z JČ\ 2.3.2.8 Materialisatie buitenruimte Voor de buitenruimte worden er referentie voorbeelden gegeven van de materialisering die we voor ogen hebben. De landschappelijke zones hebben een geaccidenteerd terrein en sluiten aan op de buitenruimtes van de woningen. De landschappelijke zones variëren in breedte en zijn minimaal 35 meter breed. De hoofdopzet van de landschappelijke zones bestaat uit een paraboolvormig duin welke overgaat in een flauwe oever met een brede gradiënt van nat naar droog.
25
CÍHCA 35 A 40M
□ RCA 35A4ŪM
CIRCA 35 A 4ŪM
Proefverkaveling De inrichtingselementen zoals de wandelpaden, de parallelweg, de fietsvoorzieningen en de speelplekken moeten bijdragen aan de karakteristiek en de sfeer van het duinlandschap. Voor de materialisering van de buitenruimte worden zoveel mogelijk natuurlijke materialen gebruikt. In de duinen veel voorkomende materialen zoals bijvoorbeeld schelpenpaden en houten fietsenrekken sluiten goed aan bij het karakter. 2.3.3
Beeldkwaliteit woningen
Er is een hoge ambitie voor de nieuwe bebouwing in het landschap. Het landschap in het plangebied omarmt de nieuw op te richten woningen waardoor er behoefte is aan een alzijdige beeldkwaliteit voor de woningen. 2.3.3.1 Clusters In het landschap van het plangebied komen vier clusters van woningen. Een cluster is gegroepeerd rondom een parkeergarage op maaiveld. De woningen zoomen de parkeergarage af zodat deze niet in het zicht komt. Zowel aan de langszijde van een cluster als aan de kopse kanten worden er woningen tegen de parkeergarages aan gesitueerd. De woningen hebben een alzijdige oriëntatie gericht op het landschap tussen de clusters, de parallelweg en de Slaperdijk. Op de kop van de clusters aan de parallelweg is de entree van de parkeergarage gelegen. De entree wordt vormgegeven door een intieme plek waar naast de entree naar de garage ook een opgang naar het dek is vormgegeven en een bellenbord met brievenbussen. Een cluster heeft een landschappelijke zijde en een zijde aan een hofje. Beiden zijden hebben een andere sfeer. Het hof heeft een besloten en intieme sfeer, de landschappelijk zijde is wijds. Om het hof op de parkeergarage een besloten karakter te geven hebben de hofjes een kleine knik en een naar voren springende rooilijn op het dek ter hoogte van de knik. Zo ontstaan er twee hofjes per cluster waarmee de hofjes een kleinschalig karakter krijgen.
Op de plek van de knik opent het cluster zich naar het landschap. Op deze plek komt een publieke route die de clusters met elkaar verbindt. Met trappen of meer geleidelijke overgangen wordt het hoogteverschil vormgegeven. Ter hoogte van de publieke route wordt een cluster opgedeeld in 4 denkbeeldige kwadranten. De hofjes zijn publiek toegankelijk en 's avonds afsluitbaar. De afsluitbaarheid is vormgegeven met een sierlijk meeontworpen hek. Door de ligging van de clusters hebben de oostzijde en de westzijde van een cluster een verschillende oriëntatie op de zon en de wind. Woningen maken optimaal gebruik van hun ligging aan het landschap
26
op maaiveld en aan het hof op +1 door een diversiteit aan woningplattegronden en buitenruimtes. Aan de landschappelijke zijde wisselen wonen op de verdieping en wonen op maaiveldniveau elkaar af. Woningen aan de oostzijde van een cluster hebben een op de zongerichte buitenruimte aan de hof zijde. Woningen aan de westzijde van een cluster hebben hun zonnige buitenruimte aan de landschappelijke zijde. De beleving van het wonen aan het duinlandschap wordt versterkt en benadrukt door bijzondere overgangen in de architectuur tussen binnen en buiten. Voorbeelden hiervan zijn een diepe negge, loggia's, luifels, pergola's en een terras op de verdieping. De principes voor de overgangen tussen binnen en buiten zijn in dit hoofdstuk verder uitgewerkt. Om de clusters in het duinlandschap een afwisselende en kleinschalige uitstraling te geven moeten de gevels aan de duinzijde veel plastiek bevatten. De plastiek wordt verkregen door afwisselende bouwhoogtes, verspringende rooilijnen, verschillende principes overgangen tussen binnen en buiten en subtiele verschillen in materialisering. Niet de individuele woning maar de diverse woningtypes worden benadrukt in een cluster. De afwisselende woningtypes vormen een korrel. Binnen een cluster worden woningtypes afgewisseld in een korrel van 2 a 4 woningen. De buitenruimte bestaat uit een terras en een duintuin aan de het duinlandschap.
Standaard erfafscheidingen in het gebied zijn ongewenst en worden overbodig gemaakt door de verkaveling, de ligging in het landschap of de woningtypologieën.
ORIENTAIIE VAM DE WONINGEN OP HETWA1ER
MAX. AANTAL BOUWLAGEN
KLEINSCHALIGE EN INTIEME HOVEN BOVFNOP DE PARKFFRGARAGF
ZIJDE LANDSCHAP
DUINLANDSCHAP
WONINGtN BEGRENZEN DE HOVEN KNIK IN HET CLUSTER ZODAT ER 2 HOVFN ONTSTAAN INFORMFEl WANDELPAD BUITENRUIMTE OP HET DAK AAN DE ZONZIJDE
LANDSCHAPPELIJKE ZIJDE BUITFNRUIMTF
Lí- -LLRl V L AAN JL ARALLELWEG MET TOEGANG TOT HET JEK EN DE PARKEERGARAGE CF ENT,M E s V DE v/O ľvGEN C' I'E Rl INWECv GEEN PI INDE KOPGEVEt S BEZC E*ERSPARKEREM t PGAANDr BFP ANTiN..TER HOI IGTE
VAN i IIII
Principes in een cluster * « * » * * « * *
Het cluster is in het landschap gepositioneerd. Cluster geschakelde woningen rondom een parkeergarage. Het cluster vormt als geheel een krachtig en afwisselend volume. Het cluster heeft een knik zodat er twee hoven ontstaan bovenop de parkeergarage, de positie van de knik staat nog niet vast en kan nog ca. 6 m naar beide kanten verschuiven De hoven zijn intieme ruimtes die beëindigd worden door naar voren geschoven woningen in het hof, bij de kleinere clusters zal dit mogelijk niet noodzakelijk zijn. Ter hoogte van de knik en de entree aan de parallelweg is er een informele voetgangers route richting de hoven. De doorgangen vanaf het landschap naar het hof zijn mee ontworpen. De woningen op de koppen van het cluster zoomen de parkeergarage af en zijn ook georiënteerd op het water en de parallelweg, er zijn geen blinde kopgevels. Ieder cluster heeft een entreeruimte aan de parallelweg met toegang tot de parkeergarage en het dek. De entreeruimte is als onderdeel van de architectuur vormgegeven.
27
« *
Ieder hof is publiek toegankelijk. Ieder hof heeft de mogelijkheid om het 's avonds af te sluiten.
Woningtypes * Een cluster heeft een mix aan woningtypes. * Er wordt afwisselend gewoond op de begane grond en 1e verdieping aan de landschappelijke zijde. * Iedere woning heeft toegang tot de woning via de parkeergarage. « Iedere woning heeft tevens toegang tot de woning via het hof. * Bij de entreeruimte aan de parallelweg zijn de brievenbussen en bellenbord gesitueerd. * Woningen hebben een berging in de woning, bereikbaar via de parkeergarage.
B.S
CLUSTER
WONING
SPRONGEN IN R00 l JN
woningen gekoppeld un een
beuk maten 4 80m -6 OOm 1 .’Om
kleinst h.ilig kjMkter
pjtkeergagag»
dooi 1 hoven en een
cluster heeft 4 kwadranten
2.3.3.2 Bouwhoogtes Een cluster is vormgegeven met veel plastiek door wisselende bouwhoogtes tussen de twee en vier lagen. Langs de paralelweg begint het cluster met twee bouwlagen om een zachte overgang te creëren richting de woningen aan de Rijnweg. Op de koppen aan de Slaperdijk komen deels 4 bouwlagen. Woningen hebben zo zicht over de Slaperdijk heen. * * * * »
Woningen hebben 2, 3 of 4 bouwlagen. Woningen hebben platte daken. De 4e bouwlaag heeft overwegend een setback vanaf één van de gevels. Woningen op de hoeken hebben niet meer dan 3 bouwlagen. Wisselende bouwlagen worden ingezet voor meer plastiek in het cluster.
28
p
JíS*
2.3.3.3 Rooilijnen Wisselende rooilijnen zijn een andere manier om plastiek te creëren in een cluster. Zowel de zijde van het duinlandschap als aan de hof zijde is er sprake van een wisselende rooilijn om de clusters een kleinschaliger karakter te geven. Een cluster is opgedeeld in 4 kwadranten ter hoogte van de publieke route. Om het cluster een kleinschaliger karakter te geven wordt de lengte van een cluster doorbroken door enkele rooilijnsprongen. In principe komt er 1 rooilijnsprong per kwadrant, behalve als er sprake is van 8 of meer woningen in een kwadrant, dan zijn er 2 rooilijnsprongen mogelijk. Rooilijnen landschappelijke zijde * Aan de landschappelijke zijde is er 1 rooilijnsprong per kwadrant. * Als een kwadrant uit 8 of meer woningen bestaat, zijn er 2 rooilijnsprongen mogelijk. » De koppen en de eerste woning aan de landschappelijke zijde liggen in dezelfde rooilijn. « De koppen aan de Slaperdijk en de parallelweg kunnen een inspringing hebben in de gevel richting de hoek over minimaal 2 lagen. Deze sprong telt niet mee in het maximaal aantal rooilijnsprongen. Rooilijnen hof zijde * Aan de hofzijde springt de rooilijn ter hoogte van de publieke route aan één zijde naar voren om twee kleinere hoven te maken binnen één cluster. » Binnen één hof zijn er rooilijnsprongen om het hof een kleinschaliger karakter te geven. Rooilijnen Slaperdijk * *
Aan de Slaperdijk mogen de koppen een terugliggende rooilijn hebben. Aan de Slaperdijk is naast de koppen nog 1 rooilijnsprong toegestaan.
29
2.3.3.4 Korrel Ook in de architectuur wordt de plastiek en het kleinschalige karakter benadrukt door een korrel van 2 a 4 woningen met hetzelfde woningtype. De korrel benadrukt de 2 a 4 woningen en niet de individuele woning. Op de koppen met de Slaperdijk en de parallelweg kan een uitzondering met een korrel van 1 woning voorkomen. De korrel komt tot uitdrukking in de rooilijnen sprongen, de bouwhoogtes, de overgang tussen binnen en buiten en de materialisering. * * * » « * *
De woningen in een cluster hebben een korrel van 2 a 4 woningen. Woningen op de koppen aan de Slaperdijk en aan de parallelweg kunnen ook een korrel van 1 woning hebben. De korrel is altijd herkenbaar aan hetzelfde architectonische principe voor de overgang tussen binnen en buiten. Alle woningen binnen 1 korrel hebben dezelfde rooilijn. De korrel is soms herkenbaar door een rooilijnspong. De korrel is soms herkenbaar door een verschil in bouwhoogte. De korrel is soms herkenbaar door een subtiel verschil in materialisering.
30
Elke korrel is aangeduid met een andere kleur.
31
Hoofdstuk 3
Onderzoek
3.1
Ladder voor duurzame verstedelijking
3.1.1
Wettelijk kader
In deze paragraaf is het bestemmingsplan getoetst aan de ladder voor duurzame verstedelijking als neergelegd in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening en als verder aangevuld in artikel 6.10 van de Omgevingsverordening Zuid-Holland. De ladder voor duurzame verstedelijking is op 1 juli 2017 vereenvoudigd. Op grond van het nieuwe artikel 3.1.6, tweede lid, moet in de toelichting van een bestemmingsplan, dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, de behoefte aan die ontwikkeling worden beschreven. Indien de nieuwe stedelijke ontwikkeling is voorzien buiten het bestaand stedelijk gebied, dan moet de behoefte op grond van een goede ruimtelijke ordening worden gemotiveerd. De provincies mogen deze wettelijke regel aanvullen. Deze aanvulling mag echter niet in strijd zijn met het doel van de regel, namelijk vereenvoudiging van de ladder zoals die vóór 1 juli 2017 luidde en daarmee het loslaten van de norm "actuele regionale" behoefte en de drie treden van de ladder. 3.1.2
Preliminaire toets
Bij de beoordeling of de ladder voor duurzame verstedelijking moet worden toegepast, moet eerst nagegaan worden of er met het woningbouwplan Watergat sprake is van een stedelijke ontwikkeling en of dit plan een nieuwe stedelijke ontwikkeling betreft. Met het bestemmingsplan wordt een stedelijke ontwikkeling mogelijk gemaakt, namelijk woningbouw. Het woningbouwplan Watergat vormt een onderdeel van het totale woningbouwproject 'Monster Noord'. Het plangebied Watergat - onderdeel van Monster Noord - is opgenomen als woningbouwlocatie in het Programma ruimte. Met het bestemmingsplan wordt een stedelijke ontwikkeling, namelijk woningbouw, mogelijk gemaakt. Het daarin mogelijk gemaakte woningbouwplan Watergat vormt een onderdeel van het totale woningbouwproject Monster Noord. Volgens het bestemmingsplan 'Monster Noord', dat op 24 juni 2008 door de raad van de gemeente Westland was vastgesteld, was op het plangebied van onderhavig bestemmingsplan, woningbouw mogelijk. Het bestemmingsplan 'Watergat' vormt een gedeeltelijke actualisering en een uitbreiding van het woningbouwproject dat op grond van voornoemd bestemmingsplan reeds mogelijk was. Met het masterplan 'Achter de duinen' is het woningbouwproject aangepast aan de meest recente ontwikkeling op de woningmarkt en aan de actuele, kwantitatieve en kwalitatieve, woningbehoefte in de regio.
32
»yi
■to t
ĨS».
mm
'1^31
Uitsnede planverbeelding Monster Noord (2008) Gelet op deze feiten kan gesproken worden van een onbenutte planologische mogelijkheid, omdat het bestemmingsplan 'Monster Noord' al voorzag in de bouw van 310 woningen. In het kader van een ander bestemmingsplan voor het woningbouwproject Waelpark is dit bevestigd in de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 24 februari 2016 (201506618/1/R6). Het bestemmingsplan voorziet in een uitbreiding van de stedelijke ontwikkeling ten opzichte van het vorige planregime voor wat betreft het maximaal aantal woningen in Monster Noord. Gelet op deze uitbreiding en de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan is de ladder voor duurzame verstedelijking in dit bestemmingsplan toegepast. 3.1.3
Motivering van de behoefte aan ontwikkeling
De druk op de woningmarkt is sinds een aantal jaren ongekend hoog, met name in de Randstad en zijn randgemeenten. Begin 2020 heeft de afdeling Research van Bouwfonds gebeidsontwikkeling (hierna BPD) een marktonderzoek voor de hele gemeente Westland opgesteld en in 2021 is de BPD Hittekaart 2021 uitgebracht. Uit het marktonderzoek 2020 blijkt dat in de gemeente Westland de huishoudingsgroei hoger is dan in COROP gebied en hoger dan in de provincie Zuid- Holland. Uit de BPD Hittekaart blijkt dat de huishoudingsgroei in het Westland in de komende 10 jaar met ruim 6000 zal toenemen. Het Westland bevindt zich op plek 70 van de 355 gemeenten. Aan de hand van deze methode hoort Westland bij de 200Zo beste gemeenten van Nederland wat betekend dat de vraag naar woningbouwontwikkelingen groot is. Volgens het Socrates prognosemodel is er in het Westland behoefte aan ca. 500 koopwoningen per jaar waarbij in de kern Monster het aantal gemiddeld hoger zal zijn vanwege ook de aantrekkingskracht vanuit de regio Haaglanden wat blijkt uit de verkopen van de afgelopen jaren en de huidige vraag vanuit de markt. Woonstrategie Westland De Woonstrategie Westland bestaat uit een herijking van de Woonvisie en een Uitvoeringsprogramma. In het Uitvoeringsprogramma zit de actuele woningprogrammering, een afwegingskader voor uit te werken plannen en bijbehorende uitvoeringsagenda voor de komende jaren.