1.4a) addendum bij Tussenakkoord NWMA DEFINITIEF (21-0336637)
Tekst van het document
ADDENDUM BIJ DE WERKAFSPRAKEN 5 EN 22 VAN HET TUSSENAKKOORD ‘SAMENWERKEN AAN EEN SOLIDE WONINGMARKT IN HAAGLANDEN 2021-2030 - DE EERSTE STAP ’ In dit addendum wordt een toelichting gegeven op de in paragraaf 5 gemaakte werkafspraken en een wijziging aangebracht op de werkafspraken 5b en 22 in het Tussenakkoord ‘Samenwerken aan een solide woningmarkt in Haaglanden 2021-2030 - de eerste stap’. Dit addendum vervangt het eerdere addendum ‘21300 Addendum afsprak 5a en 5b versie 23 sep DEF’ In voorliggend addendum gaat het om de werkafspraken die refereren aan het ophogen van de doelgroepvoorraad om de - in paragraaf 2 gestelde - doelen ten aanzien van de toename van de doelgroepvoorraad met netto 11.550 doelgroepwoningen en het zetten van een wezenlijke stap richting het Meer Evenwicht scenario te bereiken. Indien deze doelen beter benaderd worden, zal dit leiden tot een aanscherping van het tussenakkoord in een eindakkoord. De doelgroepvoorraad zal daarbij zoveel mogelijk moeten groeien door middel van het toevoegen van DAEB- woningen aangezien de instandhouding daarvan beter is geborgd dan particuliere goedkope huur- en koopwoningen. Doel van de gespreksronde Er is afgesproken om in het najaar een gespreksronde te houden. Gemeenten nemen hiertoe het initiatief en gaan in gesprek met lokale corporaties en de provincie.
Gemeenten zetten zich maximaal in om: - op lokaal niveau bij te dragen aan de regionale doelen voor het bereiken van de gewenste doelgroepvoorraad en een wezenlijke stap richting het Meer Evenwicht scenario. - om locaties voor de DAEB-voorraad in kaart te brengen. Dit doen wij door met elkaar de kansen en belemmeringen door te spreken en locaties te concretiseren. Gemeenten streven naar het aanscherpen en (indien mogelijk) verhogen van het gemeentelijk bod. Indien het gemeentelijk bod, inclusief aanscherping, nog geen extra doelgroepvoorraad of geen wezenlijke stap richting het Meer Evenwicht scenario laat zien, wordt een toelichting of een handelingsperspectief geschetst.
Gezamenlijk opstellen van een gespreksagenda In een startgesprek stelt elke gemeente een gespreksagenda op in samenwerking met de lokale corporaties en provincie. Hierin staan de kansen en belemmeringen die lokaal om gesprek vragen (werkafspraak 5b). Gemeenten nemen het initiatief voor deze startgesprekken en nodigen daarbij de lokale corporaties en de provincie uit, met corporaties en provincie stemmen zij hun gemeentelijke werkwijze af. Alle partijen kunnen gespreksonderwerpen aanleveren die bijdragen aan het behalen van de doelen. Met het opstellen van de gespreksagenda wordt ook gezamenlijk bepaald welke partijen voor welk agendapunt het gesprek verder moeten voeren. Deze gesprekken starten in september 2021. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het inplannen van de gesprekken en het opstellen van de gespreksagenda. Indien het bod wordt aangescherpt naar aanleiding van deze gesprekken, is het aangescherpte bod nog steeds het gemeentelijke bod. Corporaties informeren hun huurdersorganisaties over de besproken zaken.
Resultaat gespreksronde De gesprekken richten zich op werkafspraak 5a en 5b. De overzichten die in december worden besproken zullen harde en zachte plannen bevatten. De concretisering van de DAEB-woningen, zoals beschreven in werkafspraak 5a, is ook onderwerp van gesprek. Het resultaat hiervan wordt verwerkt in de lokale prestatieafspraken, waardoor de
1
concretisering van de DAEB-locaties sowieso doorgang vindt, onafhankelijk van het al dan niet afsluiten van een eindakkoord. De kansen en belemmeringen, zoals bedoeld in werkafspraak 5b, worden verkend en er wordt gezocht naar oplossingsrichtingen. Deze gesprekken kunnen leiden tot het aanpassen van het gemeentelijk bod. Na analyse van deze resultaten zal besloten worden of het tussenakkoord aangepast wordt in een eindakkoord. De resultaten van de derde ronde kunnen niet meer verwerkt worden in de lopende cyclus van de Lokale Prestatie Afspraken 2022 (LPA-cyclus). De afspraken worden in ieder geval verwerkt in de LPA 2023 en, indien door partijen op lokaal niveau gewenst en haalbaar, in een addendum op de LPA 2022.
Tussenakkoord versus eindakkoord Alle partijen streven naar het sluiten van een Eindakkoord waarin de regionale doelen worden bereikt. Het huidige tussenakkoord, inclusief de afspraak om de aantallen DAEB-woningen in de huidige biedingen te concretiseren (afspraak 5a), blijft het vigerende akkoord tot dat er een aangescherpt eindakkoord ligt.
Rol van de provincie De provincie heeft een dubbelrol in deze fase van de nieuwe woningmarktafspraken. De provincie zal aanschuiven bij de gesprekken en zal zich hierin opstellen als samenwerkende overheid. Dit neemt echter niet weg dat de provincie uiteindelijk een toetsende en handhavende rol heeft ten aanzien van het behalen van de gestelde doelen. Zowel in de beoordeling van het regionale woningbouwprogramma als in de beoordeling van de resultaten in het tussenakkoord en een eventueel eindakkoord. Indien nodig of wenselijk zal de provincie haar instrumentarium inzetten (zoals bijvoorbeeld ruimtelijke ordeningsinstrumenten, lobby-kracht en subsidies) en partijen aanspreken om te bevorderen dat zowel de regio als individuele gemeenten de gestelde doelen in voldoende mate realiseren.
wijziging van het tussenakkoord op afspraak 5b en 22 Onderstaande wijzigingen worden aangebracht. Bij afspraak 5b wordt de eerste twee zinnen vervangen door de blauwe zin.
5b. Ten tweede de casussen die nu stagnerend of belemmerend werken om een grotere bijdrage aan het behalen van de regionale doelen te leveren. Daarbij worden de volgende vragen beantwoord Indien de gemeente in de derde gespreksronde haar bod wil aanscherpen om een grotere bijdrage aan de regionale doelen te bieden, worden bij de gesprekken over de casussen die nu stagnerend of belemmerend werken, de volgende vragen beantwoord: 1. Hoe kan er meer doelgroepvoorraad worden toegevoegd aan nieuwbouwplannen of bij ontwikkeling van nieuwe plannen? 2. Wat zijn daarbij knelpunten en mogelijke oplossingsrichtingen? 3. Op welke wijze kan iedere partij bijdragen aan het toevoegen van meer doelgroepvoorraad, indien alle partijen op creatieve en innovatieve wijze de casussen bespreken en hun schouders eronder zetten? 4. Hoe kunnen we zo plannen dat eventuele tijdelijke dalingen in de omvang van de doelgroepvoorraad beperkt worden?
2
Bij afspraak 22 wordt de blauwe zin toegevoegd:
22. In de bestuurlijke opdracht aan de werkgroep Monitoring staan de volgende afspraken: Jaarlijks monitoren partijen de data met betrekking tot de afspraken en de biedingen. Dit wordt met alle opdrachtgevers besproken in het gezamenlijke bestuurlijke overleg. De partijen actualiseren de bronnen voor de aannames bij de geformuleerde afspraken en doelen driejaarlijks, waarvan de eerste keer in 2022. Eén van deze bronnen is de woningbehoefteraming (WBR). Naar aanleiding van deze actualisatie, wordt het gesprek met elkaar gevoerd of de actualisatie van de bronnen leidt tot een verhoging van de regionale doelen en/of de daarvoor benodigde regionale afspraken. De neveneffecten worden jaarlijks gemonitord en volgen uit de (half)jaarrapportages van SVH (Sociale Verhuurders Haaglanden). De werkgroep monitoring operationaliseert de inhoud van de monitor, definities en databronnen. De werkgroep werkt een geschikte vorm voor de monitor uit. Jaarlijks vindt er een actualisatie plaats van de monitor (wetende dat de afspraken, de biedingen en neveneffecten jaarlijks geactualiseerd kunnen worden en het toetsen van de aannames driejaarlijks gebeurt). De werkgroep werkt op basis van beschikbaarheid van de gegevens uit wat een logisch moment is om jaarlijks de monitor te actualiseren. De werkgroep monitoring is verantwoordelijk voor het (laten) ontwikkelen van de monitor.
Ontwikkeling van de monitor wordt uitbesteed, het beheer en eigenaarschap ligt bij de opdrachtgevers. De memo voor de werkafspraken inzake de uitbesteding wordt afzonderlijk geagendeerd indien er een beeld is van de kosten.
3