1.39a) Toelichting (21-0218132)
Tekst van het document
iit*9
Him JJ
W.'jíJ
GEMEENTEKANTOOR MONSTER bestemmingsplan NL.IMRO.1783.MONKERNGMTKNTRpbp-VO01 voorontwerp
GEMEENTE
vrW/ r ^ V
^ s-r-
".rif
Kŕl-u-c.ř- -' yp'y^
J UİİÉİ ;
J
jJ - -v"M V*ijý1 í Tiìli '
*^
i
"V
ŕ
Toelichting
3
4
Inhoudsopgave
Toelichting Hoofdstuk 1
3 Inleiding
7
1.1
Aanleiding
7
1.2
Ligging plangebied
8
1.3
Geldend bestemmingsplan
8
1.4
Leeswijzer
9
Hoofdstuk 2
Gebiedsvisie
10
2.1
Beleidskader
10
2.2
Ruimtelijk-functionele structuur
19
2.3
Gebiedsvisie
22
Hoofdstuk 3
Onderzoek
23
3.1
Ladder voor duurzame verstedelijking
23
3.2
Milieueffectrapportage
24
3.3
Bedrijven en milieuzonering
24
3.4
Geluid
25
3.5
Luchtkwaliteit
26
3.6
Externe veiligheid
27
3.7
Water
32
3.8
Bodem
40
3.9
Ecologie
41
3.10
Cultuurhistorische aspecten
44
Hoofdstuk 4
Juridische planbeschrijving
46
4.1
Planvorm
46
4.2
Bestemmingsregeling
48
Hoofdstuk 5
Uitvoerbaarheid
50
5.1
Economische uitvoerbaarheid
50
5.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
50
Regels Hoofdstuk 1
51 Inleidende regels
52
Artikel 1 Begrippen
52
Artikel 2 Wijze van meten
61
Hoofdstuk 2
Bestemmingsregels
62
Artikel 3 Groen
62
Artikel 4 Verkeer - Verblijfsgebied
63
Artikel 5 Water
64
Artikel 6 Wonen
65
5
Artikel 7 Waarde - Archeologie - 3
68
Hoofdstuk 3
70
Algemene regels
Artikel 8 Anti-dubbeltelregel
70
Artikel 9 Algemene bouwregels
71
Artikel 10
Algemene gebruiksregels
72
Artikel 11
Algemene afwijkingsregels
73
Artikel 12
Overige regels
75
Hoofdstuk 4
Overgangs- en slotregels
77
Artikel 13
Overgangsrecht
77
Artikel 14
Slotregel
78
Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4
Bodemonderzoek Ecologisch onderzoek Archeologisch bureauonderzoek Archeologisch proefsleuvenonderzoek
Bijlagen bij de regels Bijlage 1
BP wonen hoofdkern Monster
6
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Op 22 september 2020 heeft de gemeenteraad de gebiedsvisie voor het centrum van Monster vastgesteld. Door de verhuizing van de gemeentekantoren in de diverse dorpen naar de twee nieuwe kantoren in Naaldwijk, is het voormalige gemeentekantoor in Monster leeg komen te staan. In de vastgestelde visie is onder andere de herontwikkeling van het gemeentekantoor Monster opgenomen. Het voormalige gemeentekantoor zal worden gesloopt en met voorliggend bestemmingsplan wordt de realisatie van een nieuw woningbouwcomplex mogelijk gemaakt. Onderstaande verbeelding geeft een voorbeeldverkaveling weer.
mm
mm
mm
1
Voorbeeld verkaveling. Om het bouwplan te kunnen realiseren, is een nieuw actueel juridisch-planologisch kader nodig. Door middel van het voorliggend bestemmingsplan wordt dit juridisch-planologisch kader geboden om de gewenste herontwikkeling te kunnen realiseren. Tevens wordt er een beeldkwaliteitsplan opgesteld waarbij aan de geldende welstandsnormen is getoetst.
7
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied bestaat uit het gehele gemeentekantoor van de voormalige gemeente Monster met daarbij behorende buitenruimte en parkeerplaatsen. Het perceel is gelegen aan de Choorstraat 41 te Monster en is kadastraal bekend als MSR00, sectie G, nummer 8824.
KiSESsr'ŵai.‘
\V
OM Locatie voormalig gemeentekantoor Monster.
1.3
Geldend bestemmingsplan
Binnen het plangebied waren, voor het van kracht worden van dit bestemmingsplan, de volgende planregimes van kracht: * * * *
Bestemmingsplan "Kern Monster", vastgesteld op 25 juni 2013. Voorliggend bestemmingsplan vervangt dit plan gedeeltelijk. "Paraplubestemmingsplan Parkeernormen", vastgesteld op 20 februari 2018. Voorliggend bestemmingsplan vervangt dit plan gedeeltelijk. "Paraplubestemmingsplan Wonen Westland", vastgesteld op 1 september 2020. Voorliggend bestemmingsplan vervangt dit plan gedeeltelijk. "Paraplubestemmingsplan Horeca/Hotel Westland", vastgesteld op 13 april 2021. Voorliggend bestemmingsplan vervangt dit plan gedeeltelijk.
8
+X+
4 4 4 4 4
V 4
4 İ4
4 W 44444
4
4
4 4 4 4 4 4
4
4 14
4 4 T T T T44 4/4444444 7 4- -I- M- 44 4 4 4 f+t
4İ4 4 4 4i
4 41
4 4 4 4 4 4 4 4 4f4 +X 4 ^
4 4
4
4 4 4
4 4
4 4 + +T
4 4
4 4 4 4"
4 4İ4 4 ,4 4,4 4 Į4 4
4 4
4 4
4 4 4 4-
T+ + 4 ^ 4
4 4
4444444 '4
4 4
4 4l
4
4 4 4
4
44
44444
h 4 h 4 4 4 4
4 4 4 4
4 4Ï 4
4
4 4 4 4 4
4 4 4
14
4 4 4 4 4
4 4 4 414
4 4 4 4 4
4 4 4 4
4İ 44444444
4 4 4 4
'4 4
4 4
4444444*4 4\ ■ţ- 4
4 f-
444444-44İ4
4)44
ŞJ 4* 4 4 İ4 4
4 4 4 4 4 4
4 4
4 4 4 4 4
♦IF
444444 444444 4İ4 4444 4 4 t- İ4 4 W
4 4 4 4 4^ 4 4
4|4 4 4 4
4 4 4
4444444
*r * t +
4 4 4 4,
4 4 4
4 4
4"
4 4
4 4 4 4 4 4
444444444444 \4 4 4 I4İ4
4 4 4 4
4 4 4 4 4 4 4
4 4 4
4 414^
4 14 +İ4
4 4
4 4 |4
* * 1 1* * * * * 4 4
4 4,
4 4
4 4 4 4 4 4
f 4 -4 4
4 4 4 4
444
44-144
4\4
+ i±rJLt
4 4
4 4V4 4
4\4
4
4
4
4
4
4
4
4
4 4 .4
444444444
4
-4
4
4
4 I- 4
4
4
h
4
4
K 4
4 4 4 4 4
4
4
h 4
4 4 4 4 4
4-4
4 4
4 4 4
4 4
4
4 4
41
14 4
4
[4
4\4\4j
4
4
4
4
4
4 4
4
4 4
14
4
4
4 4
ţ 4
4
4
4
4
4
4
4
i4
4
4
4
4
4
4
4
4
4 4 4
4
4
4 41 4 4 4
4
4
4 4 4
4 4 4 4
4 4 4 4“4
4 4 4\4 4 4 4 4
4
4 4
4,
4 4
4
4Ĩ4 \4
4
4 4 4
4
4
4 4
444444444
4 4 4 4
4
4
4 ţ4
4
4
4
14
4
4
4
444 4
4 Í + t 4 4
4
444444444-H4444
4444444-K
±\A 4
444444444
4
4 4\ 4
4
4
4\4
4 4' 4,
1- t , * A + W * rW*A* * * Verbeelding "Kern Monster" van www.ruimtelijkeplannen.nl. Op grond van het bestemmingsplan "Kern Monster" gelden de bestemmingen 'Maatschappelijk', 'Groen', 'Water' en 'Verkeer - Verblijfsgebied'. Tevens geldt de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie - 3'. De bestemming maatschappelijk heeft een functieaanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk - 1' waaroor alleen overheidsvoorzieningen of kantoorfuncties zijn toegestaan. Er is een maximum bouwhoogte van 10 meter van toepassing.
1.4
Leeswijzer
Het bestemmingsplan "Gemeentekantoor Monster" bestaat uit een toelichting, planregels en een planverbeelding. De toelichting is als volgt opgebouwd. In Hoofdstuk 2 komt de gebiedsvisie aan de orde. Hierin wordt de ruimtelijke en functionele hoofdstructuur van het plangebied beschreven met aandacht voor cultuurhistorisch waardevolle elementen, overige ruimtelijke kwaliteiten, aanwezige knelpunten en te verwachte ontwikkelingen. Dit tezamen leidt tot een beschrijving van de gemeentelijke visie op het gewenste behoud en beheer van de ruimtelijke kwaliteit in het plangebied. In Hoofdstuk 3 wordt onderzoek op het gebied van milieu, ecologie, archeologie en cultuurhistorie en water behandeld. In Hoofdstuk 4 wordt dieper ingegaan op de planvorm en de achtergrond bij de regels die zijn opgenomen voor de verschillende bestemmingen. Tot slot wordt in Hoofdstuk 5 ingegaan op de economische en de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
9
Hoofdstuk 2 2.1
Gebiedsvisie
Beleidskader
De beleidscontext voor de visie op het plangebied wordt gevormd door gemeentelijke, regionale, provinciale en landelijke beleidsrapportages. In dit hoofdstuk is het relevante beleid samengevat. Het hier samengevatte beleidskader is niet uitputtend. In de toelichting wordt op een aantal plaatsen verwezen naar specifiek beleid of beleidsnotities die niet in deze paragraaf worden behandeld. Tot slot wordt in dit hoofdstuk een beschrijving gegeven van de visie op het plangebied. Deze visie is gericht op het behoud en beheer van de ruimtelijke kwaliteit. 2.1.1
Gemeentelijk beleid
Omgevingsvisie 2.0: Visie op Westland Op 8 december 2020 heeft de gemeenteraad de Omgevingsvisie 2.0: Visie op Westland vastgesteld. De Omgevingsvisie gaat onder andere in op de samenhang tussen ruimte, water, milieu, natuur, landschap, verkeer en vervoer, infrastructuur en cultureel erfgoed. De Omgevingsvisie is breder dan alleen de fysieke leefomgeving; ook onderwerpen als gezondheid, veiligheid en duurzaamheid moeten onderdeel uitmaken van de visie. De Omgevingsvisie geeft weer waar we met Westland naartoe willen en bindt de gemeente aan haar eigen voornemens en ambities. De Omgevingsvisie werkt door in het (later nog op te stellen) omgevingsprogramma, waarin beleidsvoornemens en maatregelen staan die dienen om de doelen in de leefomgeving te bereiken. De Omgevingsvisie geeft ook richting aan het ontwikkelen van het omgevingsplan. Hierin worden de algemene regels en vergunningsplichten vastgelegd die bindend zijn voor burgers en bedrijven (bestemmingsplannen en verordeningen worden hiermee vervangen). De belangrijkste opgave is het verhogen van de leefkwaliteit in Westland, waarbij het sociaal-maatschappelijke en economische belang van het tuinbouwcluster niet uit het oog wordt verloren. De oorspronkelijke structuren in het landschap moeten behouden blijven, net als de gemeenschapszin in de dorpen. Westland wil een groenere, gezonde en aantrekkelijke gemeente zijn.
Met een people - planet - profit benadering, vindt vergroening plaats langs de belangrijke groene verbindingen en in de wijken, terwijl initiatiefnemers en ontwikkelaars worden gevraagd groeninclusief te ontwerpen en in te richten. Een klimaatbestendig beleid wordt doorgevoerd in ruimtelijke inrichting, nieuwbouw en verkeersmaatregelen. Bodemwarmte moet worden benut en er wordt aangesloten op warmtenetten in de regio. Betere bereikbaarheid en een toonaangevende rol op het gebied van kennis, innovatie en duurzaamheid in de Greenport blijven een belangrijke rol spelen. De autonome groei van inwoners wordt geaccommodeerd door het invullen van de zachte plannen voor woningbouw in combinatie met inbreiding door bv. hoger te bouwen. De kwaliteit van de omgeving wordt verbeterd met een groen/blauwe inrichting (groene daken, beleefbaar groen en waterberging) om hittestress en wateroverlast tegen te gaan. Voor 2040 wordt één vierkante meter groen per huishouden extra gerealiseerd, voor nieuwbouwprojecten geldt een norm van 50 m2 verblijfsgroen per woning. Bij projectontwikkeling worden zoveel mogelijk de minimale eisen uit het Convenant Klimaatadaptief Bouwen gehanteerd en is het uitgangspunt dat niet langer gebruik wordt gemaakt van fossiele brandstoffen. Het woningaanbod moet aansluiten uit bij de Westlandse behoeften en economisch verbondenen.
Westland wil meer dan 8000 woningen realiseren, waarvan een grote opgave betaalbaar wonen. Er ligt ook een opgave voor de huisvesting van (tijdelijke) arbeidsmigranten. Het duurzaam glastuinbouwgebied behoudt voldoende kritische massa om een innovatieve glastuinbouwgemeente te blijven, maar het toevoegen van beleefbaar groen mag ten koste gaan van glastuinbouw. De glastuinbouw produceert in de toekomst circulair, wordt energieneutraal en klimaatadaptief. Om de modernisering en herstructurering op gang te brengen moet er letterlijk ruimte worden gemaakt, bv. door het uitplaatsen van (bedrijfs)woningen naar de dorpen. Integrale gebiedsplannen moeten betaalbaar en met voldoende draagvlak gerealiseerd kunnen worden. Langs de kust is een strand dat uitblinkt in rust en ruimte met een goede balans tussen natuur en recreatie.
10
Daarnaast wil Westland sluitende recreatieve netwerken creëren voor verschillende gebruiksgroepen d.m.v. robuuste groen-blauwe aders. Er wordt ingezet op een hoogwaardige OV verbinding tussen Den Haag en de Hoekse Lijn richting Delft. Bepaalde bedrijventerreinen kunnen uitbreiden, in de kernen worden (compacte) kernwinkelgebieden aangewezen. Rond 2030 zijn grote ingrepen nodig om de infrastructuur op orde te houden (vrijliggend logistiek netwerk, ongelijkvloerse kruispunten), er komt een verkenning naar de mogelijkheden voor lightrail. Het fietsnetwerk binnen en van/naar Westland wordt verbeterd met o.a. metropolitane fietspaden. Vrachtverkeer krijgt wellicht hubs en goede doorstroming naar de A4/A20 blijft een belangrijk aandachtspunt. Natuurgebieden (Natura 2000 en het Natuur Netwerk Nederland) moeten robuust, veerkrachtig, aaneengesloten en beleefbaar worden gemaakt. Voor 2030 zijn ontbrekende zones en schakels in ecologische verbindingen ingevuld, zodat de biodiversiteit bevorderd wordt. De waterkwaliteit moet worden verbeterd en er komt meer ruimte voor het vasthouden van water. Dit vraagt ook inspanningen van de glastuinbouw om meer circulair te worden, minder grondwater te onttrekken en water te bergen. De toekomstkaart van Westland:
Mobiliteitsvisie Duurzaam Bereikbaar Westland Op 10 december 2019 is de Mobiliteitsvisie Duurzaam Bereikbaar Westland vastgesteld door de gemeenteraad. Het gemeentelijk mobiliteitsbeleid was tot de vaststelling van deze Mobiliteitsvisie gebaseerd op het Westlands Verkeer- en Vervoerplan 2005-2015 (WVVP) en de Structuurvisie Westland 2025. Veel van de in het WVVP opgenomen doelstellingen en uitvoeringsprogramma's zijn gerealiseerd, dan wel waren aan herziening toe. Na vaststelling van de Mobiliteitsvisie is het WVVP komen te vervallen. De structuurvisie 2025 niet. Er komt steeds meer verkeer in Westland. Om ervoor te zorgen dat we nu en in de toekomst nog vlot tussen dorpen en van dorp naar steden kunnen reizen, maken we plannen en nemen we maatregelen.
11
De volgende mobiliteitsdoelen zijn opgenomen in de Mobiliteitsvisie 2040: * * * » «
Logistieke bereikbaarheid; De auto minder dominant; Volwaardige alternatieven voor de auto; Westland verkeersveilig; Duurzaam Bereikbaar Westland.
Beleidsregel Parkeernormering gemeente Westland 2018 In de vergadering van burgemeester en wethouders van 16 januari 2018 is de 'Beleidsregel Parkeernormering gemeente Westland 2018' vastgesteld. Hiermee vervalt de verwijzing naar het WVVP. In het beleid is de parkeernormering van de gemeente Westland geactualiseerd en in overeenstemming gebracht met de meest recente kerncijfers van het CROW (landelijke richtlijnen). Beleidsnotitie conventionele explosieven in het Westland In de beleidsnotitie conventionele explosieven in het Westland wordt beschreven hoe om moet worden gegaan met diepte werkzaamheden op locaties die mogelijk conventionele explosieven bevatten. De basis voor het gemeentelijk beleid voor het opsporen van explosieven is de explosieven risicokaart. Deze kaart geeft een eerste indicatie van het mogelijke gevaar van diepte werkzaamheden op bepaalde locaties in het Westland. In het projectgebied zijn geen mogelijke vindplaatsen van conventionele explosieven aanwezig. Handhaven op maat Op 17 november 2015 hebben burgemeester en wethouders van Westland de beleidsnota 'Handhavingsbeleid, integrale handhaving Wabo taken' vastgesteld. Hierin zijn de doelen en richting voor milieuhandhaving en bouw- en woningtoezicht beschreven. De naleving van wet- en regelgeving is daarbij een gezamenlijke verantwoordelijkheid van gemeente, burgers en bedrijven.
De wet- en regelgeving zijn bedoeld om kwaliteit, veiligheid en leefbaarheid binnen de leefomgeving te beschermen en bevorderen en dat is in ieders belang. Dit draagt bij aan een prettige woon-, werk- en leefomgeving voor de burgers en ondernemers van de Gemeente Westland. De handhaving van de regelgeving vervat in dit plan is een bevoegdheid van burgemeester en wethouders. Het gaat daarmee vooral om de planregels inzake het bouwen en het gebruik van gronden en bouwwerken. Een aantal vormen van gebruik wordt specifiek aangeduid als strijdig met de bestemming, zodat handhavend optreden hiertegen eenduidig mogelijk te maken. Uiteraard betreft het hier een niet-limitatieve opsomming. Handhaving van dit plan is van belang om de ruimtelijke kwaliteit en de leefbaarheid er van in stand te houden. Daarnaast heeft handhaving uiteraard ook een belangrijke functie in het kader van de rechtszekerheid en rechtsgelijkheid. De planregels in dit plan zijn voldoende duidelijk, concreet en toepasbaar om te kunnen handhaven. Handhaving van het plan zal in de praktijk primair plaatsvinden via de bestemmingsplantoets in het kader van de omgevingsvergunning en door feitelijk toezicht op de aanwezigheid van bouwwerken en op gebruiksactiviteiten. Binnen de gemeente heeft het team bouw- en woningtoezicht van de afdeling Ruimte, Omgeving en Veiligheid hierin een centrale taakstelling.
Bij gebleken strijdigheid met het plan wordt, afhankelijk van de prioriteitsstelling, een handhavingstraject ingezet. Woonvisie De Woonvisie Westland 2020-2030 is een actualisatie van de Woonvisie van 2016 en richt zich op het deelonderwerp "wonen" van de Ontwerp-Omgevingsvisie Westland. De Woonvisie is vastgesteld in juli 2020. De Omgevingsvisie van gemeente Westland vormt de rode draad voor de ruimtelijke plannen en woningbouwplannen in Westland de komende jaren. Onze focus blijft op het tuinbouwcluster liggen, maar we zoeken daarin een betere balans met de leefomgeving. Westland wil een groenere, gezonde en aantrekkelijke gemeente zijn. In de toekomst ligt de drijfveer bij bouwen in het creëren van maatschappelijke meerwaarde. Westland werkt aan een beheersbare groei van het aantal woningen, zodat het aanbod aansluit bij de behoeften van de Westlandse bevolking en mensen die economisch verbonden zijn met de gemeente. Het woonmilieu in Westland is onderscheidend ten opzichte van de omliggende steden en sluit aan bij het dorpse leefklimaat. De woningmarkt is continu in beweging. Dit verdraagt geen strak gedetailleerd programma, maar een
12
kader voor beslissingen. De Woonvisie biedt het kader voor besluiten over programma's, inzet van middelen en capaciteit en geeft richting aan het handelen van de gemeente en haar partners. De Woonvisie is in overleg met de woningcorporaties, huurdersorganisaties, zorgorganisaties, uitzenders en tuindersorganisaties tot stand gekomen. Prioriteiten en uitgangspunten van de Woonvisie De "Woonvisie Westland 2020-2030" geeft de prioriteiten, uitgangspunten en visie hoe Westland er in 2030 uit moet zien op het gebied van (zorg)wonen en huisvesting arbeidsmigranten. De hoofdthema's van Woonvisie zijn: Betaalbaarheid * doelgroepen die aangewezen zijn op betaalbare woningen (starters, gezinnen, ouderen, zorgbehoevenden, corporatiedoelgroepen, middeninkomens, arbeidsmigranten, vergunningshouders, woonwagenbewoners); * grootte en differentiatie sociale woningvoorraad; * woonlasten; * gevolgen verkoop Vestia-woningen. Doorstroming en wooncarrière * bevorderen doorstroming; » senioren (doorstroming vanuit sociale eengezinswoning); « slaagkansen inwoners Westland. Nieuwe bouwambitie * * * * » « * *
behoud karakter kernen; vergroening en verduurzaming; huisvestingsoplossingen buiten de kernen; wonen met zorg: levensloopgeschiktheid Z aanpasbaarheid; programma voor nieuwe projecten/locaties: 30-5-20-45*; herbestemming maatschappelijk vastgoed; flexwonen; huisvesting arbeidsmigranten, ook buiten kernen en op percelen glastuinbouwbedrijven.
(*) 3007o sociale huur, 507o goedkope koop, 2007o middeldure koop of huur, 4507o duurdere koop Beleid en beleidsregels voor opslag en verkoop van consumentenvuurwerk in Westland In deze Nota wordt aangegeven dat het wenselijk is een goede ruimtelijke spreiding van de verkooppunten van consumentenvuurwerk te bewerkstelligen. Doel bij een ruimtelijke benadering is het bereiken van een gelijkmatige spreiding van (kleine) bedrijven voor verkoop en opslag van consumentenvuurwerk over Westland, om op deze wijze straathandel en vuurwerktoerisme zoveel mogelijk te voorkomen. Daarbij moet er binnen elk verzorgingsgebied sprake zijn van voldoende (vuurwerk)aanbod om de lokale markt te voorzien en zodoende illegale handel in principe overbodig te maken en te voorkomen. Het uitgangspunt voor opslag en verkoop van consumentenvuurwerk van de gemeente Westland is: Ruimte bieden aan ondernemers voor opslag en verkoop van consumentenvuurwerk met inachtneming van veiligheid en milieuregelgeving onder voorwaarde van een goede ruimtelijke spreiding. Met daarbij de volgende randvoorwaarden: * * * « *
in de gemeente Westland wordt alleen consumentenvuurwerk opgeslagen. Opslag en verkoop van professioneel vuurwerk is niet toegestaan; iedere vestiging van opslag en verkoop van consumentenvuurwerk zal worden getoetst aan voldoende ruimtelijke spreiding in de gemeente Westland; in de gemeente Westland worden maximaal 18 vestigingen voor opslag- en verkooppunten van consumentenvuurwerk toegestaan; opslag tot en met 1.000 kg is beperkt toegestaan in de dorpskernen; nieuwe vestiging in dorpskernen is niet toegestaan;
13
« * *
de vestiging van bedrijven met een opslag tot en met 10.000 kg heeft de voorkeur in gebieden waar een bedrijfsbestemming geldt of in tuincentra; opslag boven de 10.000 kg consumentenvuurwerk is uitgesloten; bestaande bedrijven in strijd met deze uitgangspunten mogen de activiteiten voortzetten.
In de planregels van het voorliggende bestemmingsplan is opgenomen dat opslag en verkoop van consumentenvuurwerk niet is toegestaan. Convenant klimaatadaptief bouwen Zuid-Holland(2018) Nieuwbouwlocaties in Zuid-Holland worden zoveel mogelijk klimaatadaptief gebouwd, zodat ze bestand zijn tegen weersextremen als gevolg van klimaatverandering. Deze ambitie is vastgelegd in het convenant (overeenkomst) klimaatadaptief Bouwen. Dit is ondertekend door onder meer bouwbedrijven, gemeenten -waaronder Westland-, de provincie, waterschappen, maatschappelijke organisaties, financiers en projectontwikkelaars. Klimaatverandering heeft grote impact op de leefomgeving en het aantal weersextremen neemt toe. Zuid-Holland staat voor een grote bouwopgave, tot 2025 zijn er in de provincie 100.000 nieuwe woningen nodig. Deze ontwikkelingen maken het van belang dat klimaatadaptief bouwen zo snel mogelijk de nieuwe norm wordt. Dit is concreet vertaald in het convenant klimaatadpatief bouwen in Zuid-Holland. Hierin zijn procesafspraken gemaakt gericht op het verminderen van de wateroverlast, hittestress, droogte en bodemdaling en het vergroten van de biodiversiteit. Het convenant is op 4 oktober 2018 van start gegaan.
In de eerste fase van dit convenant is toegewerkt naar een minimaal programma van eisen voor nieuwbouw in relatie tot: * Hevige neerslag: Hevige neerslag leidt niet tot grote schade aan infrastructuur, gebouwen, eigendommen of groen in of buiten het plangebied; * Droogte: Langdurige droogte leidt niet tot verdroging of schade aan de gebouwde omgeving; * Hitte: Tijdens hitte biedt de bebouwd omgeving een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving; * Bodemdaling: Bodemdaling in bebouwd gebied blijft beperkt en betaalbaar; * Overstromingen: Bebouwde omgeving is bestand tegen overstromingen; * Biodiversiteit: Groenblauwe structuur en biodiversiteit worden versterkt op de planlocatie en in de directe stedelijke omgeving. Visie centrum Monster Op 22 september 2020 heeft de gemeenteraad de gebiedsvisie voor het centrum van Monster vastgesteld. De directe aanleiding voor het opstellen van deze visie was de verhuizing van de gemeentekantoren in de diverse dorpen naar de twee nieuwe gemeentekantoren in Naaldwijk. Het voormalige gemeentekantoor aan de Choorstraat kwam daarmee leeg te staan. Maar ook de leegstand in het centrum van Monster en de huidige parkeersituatie gaven aanleiding om een integrale visie op te stellen.
Gezien deze dubbele status van de visie als gebiedsvisie en het inzoomen op de herontwikkeling van de gemeentehuislocatie, zijn in het document zowel uitspraken op hoofdlijnen opgenomen als concrete uitgangspunten voor de locatie van het voormalige gemeentekantoor. De uitgangspunten van de visie zijn: * Verbeteren van verblijfsmogelijkheden en kwaliteit; * Creëren van verbindingen; « Versterken van de groenstructuur; * Compacter kernwinkelgebied; * Verminderen van de parkeerdruk; * Behouden dorpse karakteristiek; * Nieuwe woningbouw ontwikkelingen; * Herontwikkeling voormalig gemeentekantoor.
14
Legenda — vergroten verblijfsfunctie horeca ... vergroten verblijfsfunctie openbare ruimte .
optimaliseren langzame verkeersverbinding
I II herinrichting straatproñel — geen blinde gevel (in de plint) * laanbeplanting voor structuurversterking
Verg.oçmng M dagelijkse boodschap u specifieke boodschap M herontwíkkeling voormalig gemeentekantoor
Molenbrink
Kloosterpark;
Visiekaart. 2.1.2
Regionaal beleid
Metropoolregio Den Haag-Rotterdam In de metropoolregio Rotterdam Den Haag werken 23 gemeenten samen aan het verbeteren van de bereikbaarheid en het vernieuwen van de economie. Daarmee versterken ze onder meer de (internationale) concurrentiepositie van de regio. Met elkaar vormen deze 23 gemeenten het bestuur van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH). Voor het overleg tussen de 23 gemeenten en het nemen van besluiten kent de MRDH de volgende besturen en commissies: het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur, de bestuurscommissie Vervoersautoriteit (Va), de bestuurscommissie Economisch Vestigingsklimaat (EV) en de voorzitter. Met 23 gemeenten, 2,3 miljoen mensen, 1,2 miljoen banen met werk voor 13,50Zo van de Nederlanders en een bijdrage van 150Zo aan het BNP is de metropoolregio een regio die er toe doet. Voor een grootstedelijke regio waar het goed wonen, werken en recreëren is, heeft de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) zichzelf twee belangrijke ambities gesteld: het vernieuwen van economie en het verbeteren van de bereikbaarheid. Het Rijk gaf de Metropoolregio Rotterdam Den Haag de status van vervoerregio. En daarmee ook wettelijke taken rond verkeer en vervoer. Aan het begin van elke nieuwe bestuursperiode (elke vier jaar) stelt het bestuur een regionale strategische agenda vast, van waaruit de regionale vraagstukken worden opgepakt.
De huidige strategische agenda loopt tot en met 2022. 2.1.3
Provinciaal beleid
Het omgevingsbeleid Zuid-Holland is op 1 april 2019 in werking getreden. In het Omgevingsbeleid is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en een Omgevingsverordening. Omdat onderdelen uit het Programma ruimte naar het visiedeel zijn omgezet, is het resterende deel hiervan nu onderdeel van het Omgevingsbeleid. Met het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Hieraan wordt richting gegeven door het maken van samenhangende beleidskeuzes, die volgen uit provinciale opgaven en belangen. Deze beleidskeuzes werken door naar uitvoeringsprogramma's en naar regels in de
15
provinciale verordening. Het geheel aan bestaande beleidskeuzes, inclusief de doorwerking naar programma's en verordening, vormt het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. Introductie op het omgevingsbeleid: de ruimtelijke hoofdstructuur Zuid-Holland wil slim en schoon zijn. Klimaatverandering heeft in het laaggelegen deltagebied grote ruimtelijke, economische en sociale gevolgen. Als open economie is Zuid-Holland gevoelig voor gevolgen van globalisering. De segregatie neemt toe. De energie-intensieve economie heeft, zoals ook benoemd in het klimaatakkoord van Parijs, alleen toekomst als wordt overgegaan tot verduurzaming. De provincie ziet zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving: naar een klimaatbestendige delta, naar een nieuwe economie (the next level), naar een levendige meerkernige metropool, energievernieuwing, best bereikbare provincie en gezonde en aantrekkelijke leefomgeving.
Belangrijk om de ambities waar te kunnen maken zijn innovatieve oplossingen voor waterberging en het voorkomen van hittestress, de overstap van een fossiele naar een circulaire economie, het uitbreiden van warmtenetten, een forse woningopgave en de verduurzaming van woningen, vitale kernen, het aanpakken van verkeersknelpunten, het versterken van openbaar vervoer en gebruik van de fiets en de kwaliteit van de leefomgeving versterken door natuur, water, recreatie, cultureel erfgoed en economie in samenhang te bezien. De ruimtelijke hoofdstructuur toont de essentie en de samenhang van verschillende ruimtelijke beleidskeuzes uit de Omgevingsvisie.
-
*
•■••I
figuur 3: de provinciale ruimtelijke hoofdstructuur (uitsnede Westland) Gemeente Westland laat zich kenmerken door de glastuinbouw (Greenport Westland) omringd door kust, natuur en stedelijk groen met daarbinnen woonkernen en logistieke overslagpunten. Naaldwijk is als regiokern aangewezen. Wateringen behoort tot de stedelijke agglomeratie. Nabij de vestiging van Flora Holland is een kenniscentrum aangegeven. Wat betreft mobiliteit is een (boven) regionale HOV-net busroute voorzien van Den Haag, via Naaldwijk naar Maassluis, alwaar op het HOV-net kan worden aangesloten richting Rotterdam. De greenport wordt benoemd als volwassen cluster dat tot de wereldtop behoort. Deze positie moet behouden blijven en waar mogelijk versterkt worden. Er wordt gestreefd naar synergie van mainport Rotterdam en de greenports. De groene ruimte heeft intrinsieke waarde en het kustlandschap vormt mede de grondslag voor de identiteit van de bebouwde en groene ruimte. De provincie zet in op de groenblauwe structuur om groene kwaliteiten binnen en buiten stedelijk gebied te versterken en de samenhang tussen parken, recreatiegebieden, natuurgebieden en agrarisch landschap te vergroten. Omgevingsverordening
16
Regels aangaande bestemmingsplannen bv. met betrekking tot ruimtelijke kwaliteit, de ladder voor duurzame verstedelijking en voor ruimtelijke ontwikkelingen als stedelijke ontwikkelingen, kantoren, bedrijven, detailhandel, glastuinbouwgebied, infrastructuur, veiligheid, natuur en cultureel erfgoed zijn opgenomen in de Omgevingsverordening. De regels zijn van overeenkomstige toepassing op ruimtelijke initiatieven waarvoor een zogenaamde 'grote buitenplanse afwijking' wordt doorlopen. Op grond van de regels die zijn gesteld voor natuur, is voor Westland het volgende gebied aangewezen als ecologische verbindingen binnen het Natuurnetwerk Nederland:
figuur 4: uitsnede provinciale kaart Natuurnetwerk Nederland Programma Ruimte Een intensiever gebruik van steden en dorpen vergroot het draagvlak voor openbaar vervoer. Andersom kan de capaciteit op het infrastructuurnetwerk helpen om keuzes te maken waar en wanneer er verdicht en geconcentreerd kan worden. De provincie streeft er naar de agglomeratiekracht te vergroten. Stedelijke ontwikkelingen buiten bestaand stads- en dorpsgebied (BSD). Op de kaart 'woningbouwlocaties, bedrijventerreinen en andere stedelijke ontwikkelingen' (ook wel genoemd: '3ha kaart') zijn nog te ontwikkelen locaties voor deze doeleinden groter dan 3 ha buiten BSD opgenomen. Als een locatie hier is opgenomen, betekent dit dat de provincie op hoofdlijnen geen bezwaar heeft tegen de betreffende ontwikkeling. woningbouwlocaties, bedrijventerreinen en andere stedelijKe ontwiKKeimgen
de oerci'te iran BSO mdeOntgevngsvexxderrg lAbn ngbouwloc-abes
Searljventenein harde cape inert
Bedrijventerrein zachte ta pa cite
Andere eteoeijke onrwiKk.cb"oen
S IMM i
trj figuur 5: de '3ha kaarf Op de kaart zijn, indicatief, woningbouwlocaties weergegeven die gelegen zijn buiten het bestaand stads- en dorpsgebied en meer dan 3 hectare groot zijn. Op de kaart staat zowel harde als zachte capaciteit buiten BSD. Met deze toevoeging wordt invulling gegeven aan bestuurlijke continuïteit.
17
2.1.4
Rijksbeleid
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte 8, AMvB ruimtelijke ordening Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar à veilig. Daar streeft het Rijk naar met een aanpak die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen scherp prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. Een actualisatie van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid is daarvoor nodig. De verschillende beleidsnota's op het gebied van ruimte en mobiliteit zijn gedateerd door nieuwe politieke accenten en veranderende omstandigheden zoals de economische crisis, klimaatverandering en toenemende regionale verschillen onder andere omdat groei, stagnatie en krimp gelijktijdig plaatsvinden. De structuurvisie Infrastructuur en Ruimte geeft een nieuw, integraal kader voor het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en is de 'kapstok' voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties.
Doelen In de structuurvisie Infrastructuur en Ruimte formuleert het Rijk drie hoofddoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar & veilig te houden voor de middellange termijn (2028): * het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; « het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zeker stellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; * het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Het Westland is op de kaart van de nationale ruimtelijke hoofdstructuur aangewezen als Greenport. NATIONALE RUIMTELIJKE HOOFDSTRUCTUUR Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland Ij Stedell|ke regio met topwetoran
G
viaincotl Schiphol
Ų Malnport Rotterdam
O
Bra npcr. Zuidoost Nederland
0 Giwipctl
eLuidas ļy Stad van internationaal reent, vrede en veiligheid @
HSL .'ICE station
c
Overige íudithavin van nationaal balang
O Zeehaven van nationaal belang ®
Binnenhaven van nationaal belang
Figuur - Uitsnede kaart nationale ruimtelijke hoofdstructuur Nationale belangen De structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is vertaald in de AMvB ruimtelijke ordening. De AMvB omvat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, de Ecologische Hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. Met de AMvB Ruimte maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Uit de regels en kaarten behorende bij de AMvB kan worden afgeleid welke aspecten relevant zijn voor het ruimtelijke besluit. Voor het projectgebied zijn geen nationale belangen in het geding. Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
18
Met de komst van de Omgevingswet die vanaf 2022 in werking zal treden, is het van belang dat de ruimtelijke opgave in lijn is met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). De eerste NOVI is vastgesteld in 2021. De NOVI bestaat uit één Rijksvisie op de leefomgeving. Het uitgangspunt van dit beleidsdocument is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in een samenhangend geheel. De NOVI schetst een duurzaam toekomstperspectief voor de leefomgeving in Nederland in 2050. Om dit te realiseren is collectieve verantwoordelijkheid van alle overheden van belang. Het Rijk benoemt in de NOVI 21 nationale belangen voor het omgevingsbeleid en vermeldt hierbij de opgaven en de rol van het Rijk bij het realiseren van deze opgaven. Deze opgaven worden samengebracht in vier prioriteiten. Deze prioriteiten vormen complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities. Deze prioriteiten zijn: * * * *
Naar een duurzame en concurrerende economie; Naar een klimaatbestendige en klimaatneutrale samenleving; Naar een toekomstbestendige en bereikbare woon- en werkomgeving; Naar een waardevolle leefomgeving.
Deze vier opgaven kunnen alleen in samenhang verder worden gebracht wanneer aandacht is voor thema's die hier dwars doorheen lopen, zoals omgevingskwaliteit, gezondheid, cultuurhistorie, klimaatadaptatie, water, bodem, (nationale) veiligheid en milieukwaliteit. Een gezonde leefomgeving die zo min mogelijk negatieve invloed heeft op de gezondheid is volgens het Rijk van belang. De omgeving dient uitnodigend te zijn voor gezond gedrag en dient een plek te zijn waar inwoners zich prettig voelen. De omvang van de vraag is afhankelijk van de het tempo van economische groei, maar ook van de specifieke bedrijfstaksamenstelling per regio, omdat de ramingen voor verschillende bedrijfstakken uiteenlopen. Het Rijk stelt dat een zorgvuldige raming van ruimtebehoefte- en aanbod van groot belang is. Om voldoende ruimte voor economische activiteit te faciliteren en deze optimaal te benutten, stellen overheden regionale programma's en transitieagenda's op. Locaties van nieuwe kantoren, bedrijventerreinen en (groot)winkelbedrijven moeten passen bij het verkeers- en vervoersnetwerk. Deze locaties moeten goed afgestemd zijn op de vraag van bedrijven én de economische vitaliteit en de kwaliteit en aantrekkelijkheid van stad en land versterken. 2.1.5
Conclusie
De ontwikkeling voor het realiseren van een woningbouwlocatie op het perceel van het voormalige gemeentekantoor aan de Choorstraat 41 te Monster is in overeenstemming met de beleidskaders van de verschillende overheden.
2.2
Ruimtelijk-functionele structuur
2.2.1
Ruimtelijke aspecten
Huidige situatie: De locatie van het plangebied is gelegen op het perceel aan de Choorstraat 41 te Monster. Het perceel wordt omringd door wegen, woningen en openbaar gebied in de vorm van groen en parkeerplaatsen ten zuiden en westen van het plangebied. In de bestaande situatie wordt het oude gemeentekantoor niet meer gebruikt vanwege de gemeentelijke herindeling/fusie van 2004.
19
0
■B-
.
'
t- J
• •I , T
Ç #ji»«
V: Y.t Įļŗ-l—
Huidige situatie voormalig gemeentekantoor Monster. Toekomstige situatie: De sloop van het voormalige gemeentekantoor creëert ruimte voor verdichting in het centrum. Hierna zal realisatie van maximaal 42 appartementen voor starters en senioren plaatsvinden op deze locatie. Het vergroten van de woonmogelijkheden in het centrum draagt bij aan de behoefte en zal op een ruimtelijk aanvaardbare manier moeten worden ingepast door de ontwikkelaar. Door het toevoegen van woningen op deze locatie (vanaf maaiveld) zal er sociale controle zijn op aangrenzende openbare ruimte en het veiligheidsgevoel worden vergroot. Onderstaande verbeelding geeft een voorbeeldverkaveling weer.
20
Voorbeeld verkaveling. Binnen de plangrens van het gebied wordt circa 250 m2 groen wegbestemd. Binnen deze groenbestemming lagen ook nog verharde paden. Het daadwerkelijke groenverlies is circa 140 m2. Dit dient tenminste te worden gecompenseerd binnen de bestemming "Verkeer - Verblijfsgebied" en/of "Wonen". In combinatie met de wateropgave, waarvan ook een deel gecompenseerd dient te worden. 2.2.2
Woningbouwprogramma
Binnen het plangebied wordt 80Zo sociale huurwoning, 15Zo middenhuur en 50Zo sociale koop met als doelgroep senioren en starters. Ten aanzien van de huurprijzen en de prijzen voor sociale koop wordt aansluiting gezocht bij de van overheidswege vastgestelde bedragen. Voor sociale huur betekent dit met prijspeil 2021 huurprijzen tot maximaal f 752. Voor middenhuur geldt een huur tot f 976 en voor sociale koop tot f 190.000,-. We zien graag de volgende verdeling voor de sociale huur: * * * 2.2.3
circa 19 woningen tussen de 2e aftoppingsgrens en de liberalisatiegrens; circa 9 onder de 2e aftoppingsgrens; circa 4 onder de 1e aftoppingsgrens (starters). Verkeer
Verkeersaantrekkende werking De voormalige situatie genereerde op basis van de kengetallen ongeveer 385 mvt/etmaal. Voor de nieuwe situatie geldt een verkeersaantrekkende werking van ongeveer 150 - 175 mvt/etmaal. Dit is beduidend minder dan in de voormalige situatie. Vanuit het aspect verkeersaantrekkende werking is voorliggende ontwikkeling dan ook niet bezwaarlijk.
21
Parkeren Per woning zal minimaal één parkeerplaats op het binnenterrein van het appartementencomplex gerealiseerd worden. Bij deze ontwikkeling kunnen in totaal 17 openbare parkeerplaatsen aan de parkeernorm worden toegerekend. Van deze 17 parkeerplaatsen worden 12 parkeerplaatsen door de gemeente aan de west-zijde van het nieuwe complex in een nieuw straatprofiel gerealiseerd. De andere 5 openbare parkeerplaatsen worden op de locatie van de voormalig fietsenstalling eveneens gerealiseerd door de gemeente. De kosten hiervoor komen voor rekening van de ontwikkelaar. Er zal ook ruimte worden gemaakt voor fietsenparkeerplaatsen voor bezoekers.
2.3
Gebiedsvisie
2.3.1
Algemeen
De herontwikkelingslocatie is gelegen in het centrum van Monster tussen de Choorstraat en de Kloosterlaan/ het voormalige kloosterterrein. De kern heeft een radiale structuur met de kerk als monumentaal middelpunt en hoog bebouwingsaccent . Deze radialen hebben als belangrijk kenmerk dat de wanden aaneengebouwd zijn met wisselende rooilijn en individualiteit van de panden. Aan de noordzijde van de plangrens ligt de Choorstraat. De Choorstraat kenmerkt zich als historisch lint met in dit deel kleine verspringingen in de voorgevelrooilijnen. Het afmaken van het lint is wenselijk met passende bebouwing aan de straat en aandacht voor het dorpse karakter. De bouwhoogte van de bestaande bebouwing varieert van 1 laag met kap tot 2 lagen en een kap, waarbij de hoogste bebouwing over het algemeen aan de centrumzijde (noordwestzijde) van de straat ligt. De locatie ligt tussen enerzijds een eengezinswoning van 2 bouwlagen en anderzijds een appartementencomplex (Geuzen Burght) waarbij de bouwhoogte bestaat uit 2 bouwlagen plus een 3e bouwlaag met steil dakvlak en een terugliggende 4e laag. Voor de herontwikkelingslocatie zal aan deze zijde van het appartementencomplex 2 bouwlagen plus een (langs-)kap worden aangehouden, net zoals de woningen die aan de noordzijde van de straat liggen.
Aan de oostzijde grenst de woning Choorstraat 69, dit is de eengezinswoning van 2 bouwlagen hoog, met een tuin. Hier dient rekening te worden gehouden met enige mate van privacy, bezonning en een goede aansluiting op het perceel en pand. Mede vanwege deze redeneringen, maar ook voor een goede aansluiting aan de westzijde (straatwand) is gekozen voor een open bouwblok waarvan het ruimtelijk acceptabel is om het deel van het nieuwe appartementencomplex, gelegen langs de woning Choorstraat 69, te beperken tot 2 lagen met een kap en niet te diep het gebied in te laten lopen. De aan de zuidzijde grenzende openbare ruimte wordt door de gemeente opgewaardeerd. Aandacht voor een goede aansluiting en overgang van privé naar openbaargebied is hier belangrijk. Behoud en versterking van het groene karakter aan deze parkzijde draagt bij aan de keuze voor sloop en nieuwbouw op deze locatie, waarbij qua massa een maximale bouwhoogte van 4 bouwlagen ruimtelijk aanvaardbaar is. Aan de westzijde wordt door de gemeente een nieuw straatprofiel gerealiseerd (Kloosterlaan). De oriëntatie van het gebouw is gericht op de straat, dus zowel naar de noordzijde als de westzijde. Net als de oriëntatie dienen ook de entrees in de plint aan de straatzijde te worden gerealiseerd.
Zowel aan de zuidzijde als grotendeels aan de westzijde is de maximale bouwhoogte van 4 bouwlagen ruimtelijk acceptabel, omdat het appartementencomplex daar diep de openbare ruimte insteekt en er een begeleidende straatwand richting het openbaar gebied ontstaat. Er dient wel aandacht te worden besteed aan de hoek van de Choorstraat, waar de maximale bouwhoogte van de Choorstraat (2 lagen plus kap) leidend is. Het parkeren wordt grotendeels opgelost achter het appartementencomplex, zodat deze parkeerplekken uit het straatbeeld worden gehouden. De parkeerplaats is bereikbaar via de westzijde van het appartementencomplex (Choorstraat, tussen nieuw en huidig appartementencomplex de Geuzen Burght). Voor elke appartement is ten minste één parkeerplek op dit binnenterrein gerealiseerd. Daarnaast zullen ca. 17 parkeerplekken in de openbare ruimte (o.a. in het nieuwe straatprofiel aan de westzijde van het appartementencomplex) worden gerealiseerd, behorende bij de totale parkeernorm.
22
Hoofdstuk 3
Onderzoek
3.1
Ladder voor duurzame verstedelijking
3.1.1
Wettelijk kader
In deze paragraaf is het bestemmingsplan getoetst aan de ladder voor duurzame verstedelijking als neergelegd in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening en als verder aangevuld in artikel 2.1.1 van de Verordening ruimte 2014 van de provincie Zuid-Holland. De ladder voor duurzame verstedelijking is op 1 juli 2017 vereenvoudigd. Op grond van het nieuwe artikel 3.1.6, tweede lid, moet in de toelichting van een bestemmingsplan, dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, de behoefte aan die ontwikkeling worden beschreven. Indien de nieuwe stedelijke ontwikkeling is voorzien buiten het bestaand stedelijk gebied, dan moet de behoefte op grond van een goede ruimtelijke ordening worden gemotiveerd. De provincies mogen deze wettelijke regel aanvullen. Deze aanvulling mag echter niet in strijd zijn met het doel van de regel, namelijk vereenvoudiging van de ladder zoals die vóór 1 juli 2017 luidde en daarmee het loslaten van de norm "actuele regionale" behoefte en de drie treden van de ladder. De provinciale regeling in artikel 2.1.1 van de Verordening ruimte 2014 bevat nog wel de drie treden van de ladder. Gelet op bovenstaande uitleg van de aanvullingsbevoegdheid van provincies, hoeft aan artikel 2.1.1 niet te worden getoetst voor zover deze regels in strijd zijn met - het doel van - de wijziging van de wettelijke regeling. 3.1.2
Preliminaire toets
Bij de beoordeling of de ladder voor duurzame verstedelijking moet worden toegepast, moet eerst nagegaan worden of er met woningbouwplan Gemeentekantoor Monster sprake is van een stedelijke ontwikkeling en of dit plan een nieuwe stedelijke ontwikkeling betreft. Met het bestemmingsplan wordt een stedelijke ontwikkeling mogelijk gemaakt, namelijk woningbouw. Het woningbouwplan Gemeentekantoor monster gaat onderdeel uitmaken van de kern Monster. Omdat hier sprake is van bestaand stedelijk gebied is er sprake van inbreiding en niet van uitbreiding. Een plan voldoet aan de Ladder voor duurzame verstedelijking als het plan binnen bestaand stedelijk gebied ligt en voldaan wordt aan de behoefte. De woningbehoefte blijkt onder meer uit de Woonvisie Westland 2020-2030. Mede gelet op de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan is de ladder voor duurzame verstedelijking in dit bestemmingsplan toegepast. Woonvisie Westland 2020 - 2030 In de Woonvisie Westland 2020-2030 is de Westlandse woningbehoefte tot en met 2030 onderzocht op basis van demografische trends. De elf Westlandse kernen kennen een grote sociale samenhang en dorpse woonmilieus die onderscheidend zijn ten opzichte van de omliggende steden. In 2016 is de Woonvisie vastgesteld. Uitgangspunt daarbij was te bouwen voor de Westlandse woningvraag, in het bijzonder die van starters, doorstromers en senioren.
Daarnaast is ook gebouwd voor de regionale vraag. Westland werkt aan een beheersbare groei van het aantal woningen, zodat het aanbod aansluit bij de behoeften van de Westlandse bevolking en mensen die economisch verbonden zijn met de gemeente. Tegelijkertijd is onze gemeente een onlosmakelijk deel van de regio en is er in Haaglanden een groot tekort aan woningen. Vooral het tekort aan betaalbare woningen is een probleem, de wachttijden voor sociale huurwoningen zijn zowel in gehele regio als in Westland snel opgelopen. Tevens zijn er te weinig appartementen voor jongeren, starters en voor ouderen, al dan niet met een zorgvraag. Uit onderzoek van ABF1 blijkt dat deze problemen over tien jaar niet zijn opgelost als het bestaande nieuwbouwprogramma onveranderd zou worden uitgevoerd. Met de geactualiseerde Woonvisie 2020 - 2030 sturen we op het nieuwbouwprogramma, zodat die beter aansluit op de toekomstige vraag. Flexibele huisvesting met tijdelijke huurcontracten kunnen een tijdelijke oplossing
23
zijn voor spoedzoekers, maar er moeten vooral meer gewone woningen gebouwd worden. We willen de woningbouwopgave samenhangend met de opgaven op het gebied van de huisvesting van arbeidsmigranten en zorgwoningen benaderen. Wat betreft arbeidsmigranten ligt er een grote opgave. Van de naar schatting 12.000 arbeidsmigranten die in Westland werken, wonen er ongeveer 4.500 binnen de gemeentegrenzen. De trend van meer één- en tweepersoonshuishoudens en vergrijzing zet door, zo blijkt uit het onderzoek van ABF. Een verdubbeling van het aantal 75-plussers in 2040 betekent ook dat er meer bewoners met een zorgvraag zullen zijn. Het beleid van het Rijk en de gemeente is erop gericht dat zij zo lang mogelijk thuis blijven wonen. Het aanbod zal ook hierop in moeten spelen. Uit onderzoek van ABF blijkt dat 22Zo van de Westlanders een inkomen heeft lager dan de huurtoeslaggrens (f 30.800 voor gezinnen en f 22.700 voor alleenstaanden). Nog eens 15Zo heeft een inkomen beneden f 36.800 en kan zo in aanmerking komen voor een sociale huurwoning. Van alle woningen in onze gemeente staat echter maar ongeveer 200Zo te boek als sociale huurwoning. Het woningbouwprogramma sluit kwalitatief dan ook onvoldoende aan op de lokale vraag en daarom is het nodig bij te sturen.
De locatie gemeentekantoor Monster zal voornamelijk een betaalbare ontwikkeling worden met vooral sociale huur en sluit daarmee aan bij de woonvisie Westland 2020-2030 en de lange wachttijden voor een sociale huurwoning die is opgelopen naar 71 maanden (bijna 6 jaar), een stijging van 15Z ten opzichte van 2019 (61 maanden). Voor starters is de inschrijfduur nog hoger: 77 maanden. 3.1.3
Conclusie
Er is voldoende woningbehoefte in de gemeente Westland voor het realiseren van het woningbouwproject Gemeentekantoor Monster.
3.2
Milieueffectrapportage
3.2.1
Wettelijk kader
In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het omgevingsvergunning plan-m.e.r.-plichtig, project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Indien een activiteit onder de drempelwaarden blijft, dient alsnog een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden, waarbij onderzocht dient te worden of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen heeft voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten. 3.2.2
Onderzoek & conclusie
Doordat artikel 2 lid 5 aanhef en onder b Besluit m.e.r. sinds 7 juli 2017 het bevoegd gezag verplicht om de artikelen 7.17, 7.17 leden 1 - 4, 7.18, 7.19 leden 1 en 2 en 7.20a Wet milieubeheer toe te passen, is het bevoegd gezag verplicht om een beslissing te nemen over de vraag of bij de voorbereiding van het bestemmingsplan een milieueffectrapport moet worden gemaakt. Bepalend voor het antwoord op die vraag is of de betrokken activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. De voorgenomen activiteit is niet opgenomen in onderdeel C van het Besluit m.e.r. De activiteit is wel opgenomen in onderdeel D onder categorie D11.2. De voorgenomen ontwikkeling blijft onder de drempelwaarde. In het kader van de bestemmingsplanprocedure wordt bij het ontwerpbestemmingsplan een vormvrije m.e.r.-beoordeling opgesteld.
3.3
Bedrijven en milieuzonering
3.3.1
Wettelijk kader
Voor het behoud en de verbetering van de kwaliteit van de woon- en leefomgeving is een juiste afstemming tussen de aanwezige functies en wonen noodzakelijk. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van een milieuzonering die uitgaat van richtinggevende afstanden tussen hinderlijke functies (in de vorm
24
van gevaar, geluid, geur, stof) en gevoelige functies. In de brochure 'Bedrijven en Milieuzonering' van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) (versie 2009) zijn deze richtafstanden opgenomen. Van deze richtafstanden kan gemotiveerd worden afgeweken. 3.3.2
Onderzoek
Bij het toevoegen van een milieugevoelige functie, in dit geval maximaal 42 woningen, moet gekeken worden naar de invloed van en de invloed op de omliggende functies. Dit gebeurt op basis van de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering. Hieruit blijkt dat bij woningen geen sprake is van een milieuzone ten opzichte van anderen. De woningen zelf kunnen echter wel beïnvloed worden door milieuhinder van omliggende functies. Omdat het plangebied is gelegen in het centrum van Monster waar verschillende functies naast elkaar liggen, is sprake van 'gemengd gebied'. Het plangebied is gelegen tussen gronden met de bestemmingen 'Wonen', 'Groen', 'VerkeerVerblijfsgebied' en 'Maatschappelijk'. De maatschappelijke bestemming ligt ten zuidoosten van het plangebied en bestaat uit de woonvoorziening Kruithoff. Echter zijn binnen de bestemming maatschappelijk bibliotheken, sociale en culturele instellingen, gezondheidszorg, jeugd- en kinderopvang, onderwijs, openbare dienstverlening en verenigingsleven, religieuze en levensbeschouwelijke activiteiten en bijeenkomsten toegestaan. Hierdoor moet rekening gehouden worden met een richtafstand van 10 meter voor 'gemengd gebied'. Het bouwvlak ligt op een afstand van circa 25 meter van het plangebied. 3.3.3
Conclusie
Het plangebied bevindt zich buiten de aan te houden afstanden die overeenkomen met de betreffende milieucategorieën. Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit bestemmingsplan. Nader onderzoek is niet noodzakelijk.
3.4
Geluid
3.4.1
Wettelijk kader
Wet geluidhinder Met de Wet geluidhinder wordt, vanuit een goed milieubeheer, een aantal specifieke geluidsgevoelige bestemmingen beschermd zoals woningen, onderwijsgebouwen, ziekenhuizen en verpleeghuizen. De geluidszonering die door deze wet wordt voorgeschreven, ligt rondom bedrijventerreinen, langs wegen voor wegverkeer, langs spoor-, tram- en metrowegen en rondom of langs andere geluidsoverlast veroorzakende objecten. Aan de geluidsbelasting op de (gevels van de) geluidsgevoelige objecten worden grenzen gesteld terwille van het woon- en leefklimaat. 3.4.2
Onderzoek
Op grond van de Wet geluidhinder dient bij een bestemmingsplan een akoestisch onderzoek te worden uitgevoerd binnen de zones van wegen. Voor de Choorstraat, De Kruithoff en de Kloosterlaan is een 30 kilometerzone vastgesteld. In artikel 74, tweede lid, aanhef en onder b, van de Wet geluidhinder staat dat er langs 30 kilometer wegen geen geluidzone geldt. De Emmastraat is een gebiedsontsluitingsweg binnen de bebouwde kom, waar een maximale snelheid van 50 kilometer per uur is toegestaan. Voor deze weg is op grond van de Wet geluidhinder een zone van 200 meter van toepassing. Het plangebied is gelegen op een afstand van circa 110 meter. Er zal bij het ontwerp bestemmingsplan een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd worden. Hieruit zal moeten blijken dat het aspect geluid geen belemmering vormt voor de uitvoering van dit plan. 3.4.3
Conclusie
Er zal bij het ontwerp bestemmingsplan een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd worden. Hieruit zal moeten blijken dat het aspect geluid geen belemmering vormt voor de uitvoering van dit plan.
25
3.5
Luchtkwaliteit
3.5.1
Wettelijk kader
Wet luchtkwaliteit Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2 (Luchtkwaliteitseisen van de Wet milieubeheer). De Wlk bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxide, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen met name de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar- en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van de laatstgenoemde stoffen zijn in onderstaande tabel weergegeven. De grenswaarden gelden voor de buitenlucht, met uitzondering van een werkplek in de zin van de Arbeidsomstandighedenwet. Stof
Toetsing van
Grenswaarde
Geldig
stikstofdioxide (NO2)
jaargemiddelde concentratie
60 ìg/m3
jaargemiddelde concentratie
40 ìg/irP
2010 t/m 2014 vanaf 2015
jaargemiddelde concentratie jaargemiddelde concentratie
48 ìg/mP 40 ìg/irP
24-uurgemiddelde concentratie 24-uurgemiddelde concentratie
max. 35 keer p.j. meer dan 75 ìg/irP max. 35 keer p.j. meer dan 50 ìg/irP
fijn stof (PM10)1)
vanaf 11 juni 2011 vanaf 11 juni 2011
1) Bij de beoordeling hiervan blijven de aanwezige concentraties van zeezout buiten beschouwing (volgens de bij de Wlk behorende Regeling beoordeling Luchtkwaliteit 2007). Op grond van artikel 5.16 van de Wlk kunnen bestuursorganen bevoegdheden die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit (zoals de vaststelling van een bestemmingsplan) uitoefenen indien: * * *
« *
de bevoegdheden/ontwikkelingen niet leiden tot een overschrijding van de grenswaarden (lid 1 onder a); de concentratie in de buitenlucht van de desbetreffende stof als gevolg van de uitoefening van die bevoegdheden per saldo verbetert of ten minste gelijk blijft (lid 1 onder b1); bij een beperkte toename van de concentratie van de desbetreffende stof, door een met de uitoefening van de betreffende bevoegdheid samenhangende maatregel of een door die uitoefening optredend effect, de luchtkwaliteit per saldo verbetert (lid 1 onder b2); de bevoegdheden/ontwikkelingen niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht (lid 1 onder c); het voorgenomen besluit is genoemd of past binnen het omschreven Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of een vergelijkbaar programma dat gericht is op het bereiken van de grenswaarden (lid 1 onder d).
Besluit niet in betekenende mate (nibm) In dit Besluit is exact bepaald in welke gevallen een project vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij worden 2 situaties onderscheiden: *
een project heeft een effect van minder dan 10Zo van de jaargemiddelde grenswaarde NO2 en PM10; * een project valt in een categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg. In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een bestemmingsplan uit oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens tevens rekening gehouden met de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied.
26
3.5.2
Onderzoek
Het woningbouwplan Gemeentekantoor Monster moet worden aangemerkt als woningbouwlocatie als bedoeld in bijlage 1 van het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen). De voorwaarde is, dat die woningbouwlocatie, in geval van één ontsluitingsweg, netto niet meer dan 1500 nieuwe woningen omvat, dan wel, in geval van twee ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling, netto niet meer dan 3000 woningen omvat. Gezien de aard en de omvang van het onderhavige bouwplan (maximaal 42 woningen) is dus uitgesloten dat het bouwplan leidt tot een in betekenende mate bijdragen aan de concentraties fijnstof en NO2. 3.5.3
Conclusie
Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit plan.
3.6
Externe veiligheid
3.6.1
Wettelijk kader
Externe veiligheid is een begrip in het milieurecht en gaat over het beheersen van de risico's voor de omgeving bij gebruik, opslag en vervoer over de weg, water en spoor en door buisleidingen van gevaarlijke stoffen. Als gevaarlijke stoffen kunnen worden genoemd vuurwerk, lpg en munitie. Het beleid en de wetgeving zijn erop gericht om maatregelen te treffen om de risico's van deze risicovolle activiteiten te reguleren. Voor dit bestemmingsplan is toetsing aan het Besluit externe veiligheid inrichtingen, het Besluit externe veiligheid buisleidingen en de daarop gestoelde regelingen vereist. Op grond van de regels voor externe veiligheid moeten afstanden in acht worden genomen tussen risicovolle activiteiten en (beperkt) kwetsbare objecten. In de betreffende regelgeving wordt uitgegaan van een risicobenadering - en niet het volledig uitsluiten van het risico - waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico is een rekenkundig begrip. Het risico kan op een afbeelding zichtbaar worden gemaakt door een (iso)risicocontour die de punten met een gelijk risico met elkaar verbindt. Het groepsrisico is een maat om de kans weer te geven dat een incident met dodelijke slachtoffers plaatsvindt.
Het drukt de kans per jaar uit dat een groep mensen van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als direct gevolg van een ongeval in een inrichting, als bedoeld in de Wet milieubeheer, of bij het vervoer van gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico moet onderzocht - en verantwoord - worden omdat ook buiten de genoemde risicocontour van het plaatsgebonden risico nog letale effecten kunnen optreden in het invloedgebied van de risicovolle activiteit en groepen personen slachtoffer kunnen worden van een calamiteit. 3.6.2
Onderzoek
Inleiding Externe veiligheid gaat over de beoordeling van de risico's die verband houden met het gebruik van gevaarlijke stoffen. Tijdens de productie, de opslag, het gebruik en het transport kunnen er zich calamiteiten voordoen, waardoor de veiligheid van de omgeving in het geding is. Dit houdt daarom een risico in voor de omgeving van dergelijke activiteiten. Externe veiligheid heeft geen betrekking op mogelijke gezondheidsschade door langdurige blootstelling aan gevaarlijke of schadelijke stoffen. Het gaat om plotseling optredende schadelijke effecten en de directe gevolgen van die effecten. Bij de (her)inrichting van een gebied bepaalt de externe veiligheidssituatie mede de ruimtelijke (on)mogelijkheden. In het kader van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gelezen in samenhang met de regels omtrent