1.28ab) Kadernota MRDH begroting 2022 def (G21-000767)
Tekst van het document
jflMiir METROPOÛLREGIO ROTTERDAM DEN HAAG
Kadernota MRDH begroting 2022
Inhoudsopgave 1. Inleiding...............................................................................................................................3 2.
Covid-19 pandemie............................................................................................................. 3
3. Opzet programmabegroting.................................................................................................3 4. Strategi sch kader.................................................................................................................. 4 5.
Financieel kader..................................................................................................................4 5.1 Financieel kader programma’s verkeer en openbaar vervoer.........................................4 5.2 Financieel kader programma Economisch Vestigingsklimaat......................................... 8
6.
Begrotingsparagrafen..........................................................................................................9
7.
Indicatoren........................................................................................................................ 11
8.
BTW-compensatiefonds................................................................................................... 11
9.
Vennootschapsbelasting (Vpb)......................................................................................... 11
10.
Planning begroting 2022............................................................................................... 12
11.
Besluit............................................................................................................................ 13
Bijlage 1: Inwonerbijdrage per gemeente................................................................................ 14 Bijlage 2: Kaderbrief begroting 2022 gemeenschappelijke regelingen..................................15 Bijlage 3: Brief begroting 2022 gemeenten regioRotterdam-Rijnmond..................................20
Kadernota MRDH begroting 2022
Pagina 2 van 22
1. Inleiding In de Financiële verordening MRDH 2015 is opgenomen dat het algemeen bestuur, voorafgaand aan het voor zienswijze bij de gemeenten indienen van de concept begroting, een uitgangspuntennota vaststelt voor de kaders van het volgende begrotingsjaar. Deze kadernota is de bedoelde uitgangspuntennota en dient voor het opstellen van de begroting 2022 van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (hierna: MRDH).
2. Covid-19 pandemie Het openbaar vervoer, één van de kerntaken van de MRDH, is door de Covid-19 pandemie hard geraakt. Er is sprake van een forse daling van de reizigersinkomsten. Dit is financieel problematisch voor de vervoersbedrijven, omdat zij binnen de MRDH opbrengstverantwoordelijk zijn. Voor het jaar 2020 zijn daarover afspraken gemaakt tussen het Rijk, de decentrale overheden en de vervoerders. Deze afspraken hebben geleid tot de Regeling specifieke uitkering beschikbaarheidsvergoeding regionale OV-concessies 2020, de Beschikbaarheidsvergoeding, die ervoor zorgt dat 93-9507o van de kosten van de vervoerders worden vergoed. Deze Beschikbaarheidsvergoeding voor het openbaar vervoer 2020 wordt verlengd tot 1 juli 2021. Voor de periode van 1 juli tot en met 31 december 2021 biedt het Rijk perspectief op een aanvullende verlenging, waarbij sprake zal zijn van versobering. Verlenging geschiedt verder onder de voorwaarde dat decentrale overheden en vervoerders gezamenlijk uiterlijk 1 april 2021 een Transitieprogramma opstellen en indienen bij het Rijk. In dit Transitieprogramma worden maatregelen uitgewerkt die een positief financieel effect zullen hebben voor de korte termijn (tweede helft 2021, of begin 2022) maar ook voor de langere termijn.
Uitgangspunt is het OV-systeem, in de sterk gewijzigde kortere termijn context, op een goed niveau voor de reizigers van nu te houden en om te zorgen dat het OV-systeem naar de toekomst (weer) een goede rol kan pakken in het mobiliteitsaanbod in relatie tot verstedelijking, verduurzaming en leefbaarheid. Bestuurlijke keuzes zullen noodzakelijk zijn om te blijven zorgen voor financieel gezonde en toekomstbestendige vervoersbedrijven. Deze kadernota gaat uit van een gelijkblijvende structurele inzet van middelen voor de exploitatie van het openbaar vervoer ten opzichte van de MRDH begroting 2021.
3. Opzet programmabegroting De begroting 2022 dient te voldoen aan het Besluit begroting en verantwoording (hierna: BBV) en de Financiële verordening MRDH. Autorisatie van de begroting door het algemeen bestuur vindt plaats op het niveau van de programma’s. Programma-indeling
In de begroting 2022 worden evenals in de begroting 2021 de volgende programma’s opgenomen: 1. Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer 2. Exploitatie verkeer en openbaar vervoer 3. Economisch Vestigingsklimaat De eerste twee programma’s betreffen de wettelijke taak verkeer en vervoer. Het derde programma betreft de taak economisch vestigingsklimaat. De beleidstoelichtingen in de begroting 2022 zullen zoveel mogelijk compact en operationeel van aard zijn. Het strategisch kader vormt daarvoor de basis. Kadernota MRDH begroting 2022
Pagina 3 van 22
Conform het BBV dient een apart overzicht van de kosten van overhead te worden opgenomen. In de programma’s wordt alleen het deel van de apparaatslasten opgenomen dat betrekking heeft op het primaire proces (het uitvoeren van de taken van de MRDH).
4. Strategisch kader Het strategische kader wordt net als in de begroting 2021 gevormd door de doelen uit de Strategische Agenda MRDH 2022 die het algemeen bestuur op 12 juli 2019 heeft vastgesteld en die nog het hele jaar 2022 van kracht zal zijn. Deze doelen worden gekoppeld aan de begrotingsprogramma’s. Vanzelfsprekend wordt daarbij ook aandacht geschonken aan de going concern taken, zoals deze rechtstreeks voortvloeien uit de wettelijke taken die de MRDH heeft op het gebied van het regionale verkeer en vervoer, bijvoorbeeld het aansturen van de regionale OV-concessies en het investeren in de infrastructuur.
5. Financieel kader Voor de jaarschijf 2022 dient het in de begroting 2021 van de MRDH opgenomen meerjarig kader als uitgangspunt. Dit meerjarig kader wordt aangepast aan de hand van: » de verwachte realisatiecijfers 2020. De jaarrekening 2020 betreft een peilmoment van de meerjarige projecten en hieruit volgt een eventuele bijstelling van de jaarschijven binnen de projectbegroting; » de verwachte bijstellingen 1e begrotingswijziging 2021, voornamelijk in relatie tot de meerjarige projecten. Zie vorige punt; » de aanvullende ontwikkelingen. Het gaat dan om voorstellen vanuit de bestuurscommissies waarover in de begroting nog een besluit moet worden genomen; » de indexering (zie 5.1 en 5.2). Hierna wordt nader op programmaniveau aandacht besteed aan het financiële kader.
5.1 Financieel kader programma's verkeer en openbaar vervoer Budgettair kader
Het budgettaire kader voor de begrotingsprogramma’s verkeer en openbaar vervoer betreft de beschikbare Brede doeluitkering verkeer en vervoer (BDU middelen) van het Rijk. Met ingang van begrotingsjaar 2018 wordt voor het ramen van de lasten de verwachte daadwerkelijke voortgang van de gesubsidieerde en nog te subsidiëren projecten als maatstaf genomen. Het bevoorschottingsritme kan hiervan afwijken. Voor de kleine investeringsprojecten geldt structureel een subsidieplafond van C 30 miljoen per jaar. Er mag incidenteel sprake zijn van overbesteding op de BDU middelen. Het kader voor dit (tijdelijke) tekort is bepaald in de begroting 2019 en sluit aan bij de wettelijke termijn voor structureel evenwicht. Dit houdt in dat de maximale periode voor het tijdelijke tekort drie achtereenvolgende kalenderjaren bedraagt. Een tekort in 2022 moet dus uiterlijk in 2025 zijn aangezuiverd. De meest recente inzichten in de meerjarenbegroting op basis van de huidige projectenportefeuille (MRDH begroting 2021 en MRDH begroting 2020 inclusief 2e begrotingswijziging) laten zien dat er meerjarig sprake is van een positief saldo van BDUmiddelen:
Kadernota MRDH begroting 2022
Pagina 4 van 22
Saldo BDU jaareinde 2020 t/m 2025 C
80
(U
I C 70 ^ C 60 C 50 C 40 C 30 C 20 C 10 c2020
2021
2022
2023
2024
2025
Dit overzicht houdt rekening met de recente besluitvorming over de MRDH bijdrage aan het project Instroom Nieuwe Trams Haagse Regio. Daarnaast zijn er door de bestuurscommissie Vervoersautoriteit recent besluiten genomen die worden geëffectueerd in de eerste bestuursrapportage 2021 en begroting 2022 - In het BO MIRT van 2020 is besloten dat Rijk en regio samen ; 150 miljoen investeren in de bereikbaarheid van het Central Innovation District (CID) en Binckhorst in Den Haag. Besloten is om als MRDH aanvullend C 26,1 mln. te reserveren voor het CID en de Binckhorst om de bovenstaande beslissing mogelijk te maken. De dekking komt uit vrijval op andere projecten en heeft dus geen effect op het saldo van BDU middelen. - Vanuit de vrijval binnen het programma kleine projecten 2020 is besloten om C 2,94 miljoen te reserveren voor het programma prioritaire Metropolitane Fietsroutes en C 2 miljoen voor de MRDH bijdrage aan de maatregelen openbaar vervoer en corona 2021. De dekking komt uit vrijval en heeft dus geen effect op het totale financiële beeld. - Tevens is besloten eenmalig een bedrag van C 6,4 miljoen uit de BDU middelen beschikbaar te stellen om de gevolgen van corona voor het openbaar vervoer te verminderen. De dekking komt vanuit ruimte binnen de bestaande begroting en heeft dus geen effect op het totale financiële beeld.
Het beeld laat zien dat er beperkte investeringsruimte is. Deze investeringsruimte is echter onvoldoende om alle ambities uit de Uitvoeringsagenda Bereikbaarheid te kunnen realiseren. Naast projecten die al in de begroting zijn opgenomen, lopen er ook diverse studies naar nieuwe projecten. Grote projecten ^ ^10 mln. subsidiabele kosten) doorlopen de onderstaande fases:
Kadernota MRDH begroting 2022
Pagina 5 van 22
E
Pre verkenning Geen opname MJB
Verkenning Opname MJB
P anstudie Opname MJB
Uitwerking Opname Begroting
Realisatie Opname Begroting
De fase waarin een project zich bevindt bepaalt waar het wordt opgenomen, ofwel in de begroting, ofwel in het financiële meerjarenbeeld (MJB). Een pre verkenning leidt nog niet tot opname in begroting of MJB. In de bestuurscommissie Vervoersautoriteit van 5 februari 2020 is besloten om met ingang van het begrotingsjaar 2021, het financiële meerjarenbeeld BDU als instrument ter ondersteuning bij het nemen van investeringsbeslissingen, op te nemen in de begroting van de MRDH. Het financiële meerjarenbeeld BDU geeft inzicht in de match tussen de inhoudelijke opgave en de beschikbare middelen en is daarmee een belangrijk instrument ter ondersteuning bij het nemen van investeringsbeslissingen. Voor het financiële meerjarenbeeld BDU worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: » de vastgestelde begroting MRDH dient als basis; » het gehanteerde prijspeil is begrotingsjaar t-1; » er wordt uitgegaan van gelijkblijvende BDU-inkomsten; m de toekomstige indexeringen worden neutraal opgenomen aan zowel baten- als lastenkant; « de subsidies voor de exploitatie van het openbaar vervoer blijven op een gelijk niveau als pre-Covid-19; « er worden geen reserveringen opgenomen voor risico’s; « de toekomstige investeringsopgave is conform de Uitvoeringsagenda Bereikbaarheid (UAB); « projecten die zich in de verkennings-, planstudie-, uitwerkings- of de realisatiefase bevinden worden opgenomen.
Rekening houdend met de investeringsopgave geeft het financiële meerjarenbeeld het volgende beeld van de stand van de BDU middelen per jaareinde:
Kadernota MRDH begroting 2022
Pagina 6 van 22
Meerjarenbeeld t/m 2030 300 200 100
2020
2021
2022
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
-100 -200 -300 Begroting
MJB incl. investeringsopgave
Binnen het financiële meerjarenbeeld worden forse investeringen verwacht voor o.a.: » Investeringen in het kader van het MIRT, zoals CID Binckhorst, de oeververbinding regio Rotterdam en de gebiedsuitwerkingen (Voorne-Putten en Haven Rotterdam, Greenport 3.0 Westland). » Metropolitane fietsroutes fase 1 en 2 » Knooppunten » Versnellen van bus en tram » HOV Ridderkerk Projecten in de pre-verkenningsfase die mogelijk tot forse investeringen leiden zijn o.a. Metropolitaan OV en Verstedelijking (MOVV). Dit bevat de doorontwikkeling van de Oude Lijn Leiden - Dordrecht tot (zeer) hoogfrequente Citysprinter, Hoogwaardig Openbaar Vervoer (HOV)-corridors, Metronet en Randstadrail (Leyenburgcorridor), vervolguitwerkingen Koningscorridor en 2e tranche knooppunten » Realisatie van het complete netwerk Metropolitane fietsroutes van 250 kilometer (fase 3) « P+R programma De ontwikkeling van het MJB als instrument moet het gesprek in de bestuurs- en adviescommissie Vervoersautoriteit over de keuzemogelijkheden en de financiële consequenties voor de lange termijn gaan faciliteren. Voorstellen die de begroting raken worden geagendeerd in het algemeen bestuur. Financiering
De MRDH verstrekt op een tweetal terreinen leningen: » aan vervoerbedrijven ten behoeve van de financiering van investeringen in railvoertuigen en railinfrastructuur (op grond van besluit algemeen bestuur 9 december 2016); » aan vervoerbedrijven voor het aanschaffen van bussen en laadinfrastructuur (op grond van de Verordening bussenleningen 2017, besluit algemeen bestuur 21 december 2017). Voor het kunnen verstrekken van de genoemde financieringen worden ook leningen aangetrokken. Daarnaast zullen er leningen worden aangetrokken om een mogelijk tijdelijk liquiditeitstekort te financieren. De hiermee samenhangende rentelasten en rentebaten Kadernota MRDH begroting 2022
Pagina 7 van 22
(inclusief de te hanteren opslagen voor marktconformiteit) worden integraal verwerkt in de begroting 2022. Indexering programma’s verkeer en vervoer
De BDU bijdrage van het Rijk en de daarmee samenhangende lasten worden op het verwachte prijspeil t-1 begroot. Dat wil zeggen dat in de Begroting 2022 (jaar t) volgens het verwachte prijspeil 2021 (jaar t-1) wordt begroot. In het begrotingsjaar zelf vindt via een begrotingswijziging de resterende prijspeilcorrectie naar het prijspeil 2022 plaats.
5.2 Financieel kader programma Economisch Vestigingsklimaat Indexering programma Economisch vestigingsklimaat
De indexering van de inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat van prijspeil 2021 naar prijspeil 2022 sluit aan op het indexeringskader wat de MRDH namens de colleges van negen MRDH gemeenten (Haaglanden gemeenten) heeft ontvangen. De gemeente Zoetermeer heeft deze kaderstelling gecoördineerd. Zie hiervoor bijlage 2. De afgelopen jaren heeft de MRDH dit kader gevolgd. De colleges van de overige 14 MRDH gemeenten (Rotterdam-Rijnmond gemeenten) hebben besloten de voorgestelde indexeringsmethode voor hun gemeenschappelijke regelingen voor de begroting 2022 te wijzigen. Voortaan geven zij net als de Haaglanden gemeenten een gewogen indexpercentage van loonkosten en materiële kosten af. Deze methode sluit beter aan op de methode die de overige MRDH gemeenten hanteren maar wijkt nog wel af in de wegingsmethode. De Rotterdam-Rijnmond gemeenten sluiten zich voor de MRDH daarom aan bij de tot nu toe gehanteerde indexeringsmethodiek en geven geen apart indexeringskader mee aan de MRDH (zie bijlage 3). De MRDH is zich bewust van de druk op de gemeentefinanciën zoals verwoord in de brief van de Rotterdam-Rijnmond gemeenten. Het beeld is dat de financiële conditie van gemeenten verslechtert, onder meer door de tekorten op het sociaal domein (bron: VNG Monitor Corona mei 2020). Ook de Covid-19 maatregelen hebben een negatieve impact op de financiën van de gemeenten.
De gemeenten lopen enerzijds inkomsten mis, bijvoorbeeld vanwege het verbod op evenementen. Anderzijds hebben de gemeenten hogere kosten, bijvoorbeeld om te voorkomen dat culturele instellingen omvallen, wanneer steunmaatregelen zoals NOW en TOGS niet voldoende blijken te zijn. Toch bevat deze kadernota een indexeringsvoorstel, op basis van het indexeringskader van de negen MRDH gemeenten. De jaarlijkse indexering stelt de MRDH in staat om de noodzakelijke stijging van de vaste apparaatslasten te dekken. Het gaat dan bijvoorbeeld om verplichte salarisstijgingen op grond van de cao gemeenten en overige verplichte contractuele kostenstijgingen zoals de huurovereenkomst van het pand aan de Westersingel. Zou de inwonerbijdrage niet worden geïndexeerd, dan gaan de apparaatslasten een steeds groter deel van de totale bestedingen voor Economisch Vestigingsklimaat uitmaken. Het grootste deel van het programmabudget Economisch Vestigingsklimaat betreft cofinanciering voor projecten in de regio, via een bijdrage aan gemeenten. Met dit co-financieringsbudget kunnen we gericht en snel urgente regionale projecten ondersteunen. Om jaarlijks op een gelijk investeringsniveau te kunnen blijven, rekening houdend met prijspeilcorrecties, is een indexering nodig. Werkwijze indexeringskader MRDH gemeenten
Net voorgaande jaren is er door de gemeenten (zie bijlage 2) een splitsing aangebracht tussen een indexcijfer voor loonkosten en een indexcijfer voor materiële kosten. Het indexcijfer is verder gebaseerd op de in de macro economische verkenning 2021 (MEV 2021) van september 2020 van het Centraal Planbureau opgenomen indexcijfers. De Kadernota MRDH begroting 2022
Pagina 8 van 22
eerdere inschattingen voor 2019, 2020 en 2021 worden geactualiseerd en betrokken bij het ingeschatte percentage voor 2022. Op basis van bovenstaande uitgangspunten bedraagt de indexering voor 2022 ten opzichte van het basisjaar 2021: * »
2,60Zo voor de loonkosten en 1,60Zo voor de materiële kosten.
De werkwijze schrijft ook voor dat iedere vier jaar opnieuw onderscheid wordt gemaakt in de loongevoelige component van de inwonerbijdrage en de niet-loongevoelige component van de inwonerbijdrage. In onderstaande tabel is deze berekening opgenomen: Totale inwonerbijdrage 2021 Salarislasten programma economisch vestigingsklimaat en overhead 2021 (loongevoelig) materiële component inwonerbijdrage 2021 (niet-loongevoelig)
Zie begroting 2021 MRDH 6.501.075 pag. 64
(100Z)
Zie begroting 2021 MRDH 1.848.714 pag. 53
(28,4Z)
4.652.361 saldo
(71,6Z)
Het tarief uit de begroting 2021 van C 2,72 wordt op basis van bovenstaande verhoudingen verdeeld in een loongevoelig deel en een niet-loongevoelig deel. Deze delen vormen de basis voor de indexering van de loonkosten (2,60Zo) en de index van de materiële kosten (1,60Zo). Op basis van deze voorgeschreven indexering stijgt de inwonerbijdrage voor het programma Economisch Vestigingsklimaat van 6 2,72 voor de begroting 2021 met 6 0,05 naar ^ 2,77 voor de begroting 2022. Dit is weergegeven in de volgende tabel:
Salariscomponent (loongevoelig) materiële component (nietloongevoelig)
percentage
basistarief 2021 op basis van herijking loongevoelig en nietloongevoelig
28,4Z
0,77
0,79
2,6Z
71,6Z
1,95
1,98
1,6Z
2,72
2,77
tarief 2022 met index
Index 0/
Van deze inwonerbijdrage van 6 2,77 zal maximaal 6 1,17 worden ingezet voor de dekking van apparaatslasten Economisch Vestigingsklimaat. Dit is als volgt berekend: in de inwonerbijdrage 2021 van ê 2,72 was maximaal C 1,14 bestemd voor de dekking van apparaatslasten (zie kadernota/ begroting 2021). Dit bedrag wordt geïndexeerd volgens de loongevoelige index van 2,6Z. In de begroting 2021 is er feitelijk C 1,02 van de inwonerbijdrage ingezet voor apparaatslasten. In de bijlage is een overzicht van de inwonerbijdrage per gemeente opgenomen.
6. Begrotingsparagrafen De volgende paragrafen maken deel uit van de begroting 2022: « Paragraaf Bedrijfsvoering In de paragraaf bedrijfsvoering wordt onder andere ingegaan op de MRDH-organisatie en de kostenverdeling van de apparaatslasten. De formatie van de MRDH bedraagt in 2022 conform de 2e begrotingswijziging 2020 - 89,6 fte. De directe salariskosten van de medewerkers Verkeer en Openbaar vervoer worden ten laste gebracht van de rijksmiddelen Kadernota MRDH begroting 2022
Pagina 9 van 22
BDU. De directe salariskosten van de medewerkers Economisch vestigingsklimaat komen ten laste van de inwonerbijdrage Economisch vestigingsklimaat. Voor de verdeling van de salariskosten van de medewerkers van de stafbureaus en de overige bedrijfsvoeringskosten bedraagt de verdeelsleutel 2007o inwonerbijdrage Economisch vestigingsklimaat en 8007o BDU. Deze verdeling is gebaseerd op het relatieve formatiebudget van de afdeling Economisch Vestigingsklimaat ten opzichte van het formatiebudget van de afdelingen Verkeer en Openbaar vervoer. De verdeelsleutel van de salariskosten van de secretaris algemeen directeur kwam tot en met de begroting 2021 voor 5007o ten laste van de BDU en voor 5007o ten laste van de inwonerbijdrage Economisch vestigingsklimaat. Inmiddels wordt er ruim een jaar gewerkt vanuit een nieuwe topstructuur waarbij de directies zijn komen te vervallen en de secretaris-algemeen directeur leiding geeft aan alle managers. Vanwege het vervallen van de functie directeur Vervoersautoriteit, is het zwaartepunt van de werkzaamheden van de secretaris-algemeen directeur verschoven naar het taakveld verkeer en vervoer. Daarnaast verricht de secretaris-algemeen directeur managementtaken voor een aantal afdelingsoverstijgende interne dienstverlening taken.
Om bij deze werkelijkheid aan te sluiten is harmonisatie van deze verdeelsleutel nodig, aansluitend bij de verdeling van de salariskosten van de medewerkers van de stafbureaus en de overige bedrijfsvoeringskosten. Daarom zal vanaf de begroting 2022 ook voor de directiefunctie de verdeelsleutel 2007o inwonerbijdrage Economisch vestigingsklimaat en 8007o BDU worden gehanteerd. Indexering van de begrote bedrijfsvoeringslasten
Een aantal onderdelen van de bedrijfsvoeringslasten, waaronder huisvesting en salarislasten zal een autonome - d.w.z. niet door de MRDH te beïnvloeden - stijging kennen. Voor de huisvesting is bijvoorbeeld in het huurcontract de indexeringsmethode bepaald. Voor de salarislasten volgt de MRDH. Voor de salarislasten volgt de MRDH de eigen Cao, die de Cao gemeenten volgt (inclusief uitzonderingen gemeente Rotterdam). De lastenstijging wordt voor het economisch vestigingsklimaat gedeelte gedekt uit de (geïndexeerde) inwonerbijdrage en voor het verkeer en openbaar vervoer gedeelte uit de BDU middelen. De BDU middelen kennen ook een jaarlijkse indexering. De hoogte hangt af van de middelen die het ministerie van Financiën hiervoor beschikbaar stelt. » Paragraaf Financiering Zoals in het BBV is voorgeschreven bevat deze paragraaf in ieder geval de beleidsvoornemens ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille en wordt in deze paragraaf inzicht geboden in de rentelasten, het renteresultaat en de wijze waarop deze rente aan de programma’s wordt toegerekend. « Paragraaf Verbonden partijen In deze paragraaf wordt beschreven in welke publiekrechtelijke of privaatrechtelijke organisaties de MRDH een bestuurlijk en een financieel belang heeft.
« Paragraaf Weerstandsvermogen en risico’s De in de begroting 2021 onderkende risico’s en bijbehorende weerstandscapaciteit vormen het uitgangspunt voor de begroting 2022. Zoals ook verzocht in de kaderbrief van de MRDHgemeenten (bijlage 2) en in lijn met de begroting 2021, worden de geïnventariseerde risico’s gekwantificeerd. Conform het BBV dienen de volgende kengetallen aan de paragraaf weerstandsvermogen en risico’s te worden toegevoegd (inclusief de beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie): 1a netto schuldquote; 1b netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; 2 solvabiliteitsratio; 3 grondexploitatie; 4 structurele exploitatieruimte; Kadernota MRDH begroting 2022
Pagina 10 van 22
5 belastingcapaciteit De genoemde kengetallen worden verwerkt in de begroting 2022 met uitzondering van de kengetallen grondexploitatie en belastingcapaciteit, aangezien die voor de MRDH niet relevant zijn. » Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen De MRDH bezit een aantal kapitaalgoederen. Het betreft oplaadapparatuur voor OVchipkaarten, rechten van opstal, en abri’s. Daarnaast heeft de MRDH geïnvesteerd in huisvesting, meubilair en ICT faciliteiten. Tenminste de beleidsuitgangspunten rondom activering en afschrijving zijn onderdeel van deze paragraaf. Daarnaast worden eventuele nieuwe investeringsbudgetten in deze paragraaf opgenomen.
7. Indicatoren De vanuit het BBV voorgeschreven indicatoren voor het taakveld bestuur/ bedrijfsvoering worden opgenomen in de begroting 2022. Dat zijn de indicatoren over formatie, bezetting, apparaatskosten, externe inhuur en overhead.
8. BTW-compensatiefonds De aan de MRDH in rekening gebrachte BTW met betrekking tot de wettelijke taak verkeer en vervoer kan de MRDH verrekenen via het BTW-compensatiefonds. De verschuldigde BTW met betrekking tot het economisch vestigingsklimaat wordt verrekend via de zogenoemde transparantiemethode. Concreet betekent dit dat deze BTW elk jaar wordt doorgeschoven naar de daarvoor wel compensatiegerechtigde, aan de MRDH deelnemende, gemeenten, naar rato van inwoneraantal.
9. Vennootschapsbelasting (Vpb) Per 1 januari 2016 is de MRDH belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting (hierna Vpb) voor zover zij voor een van haar activiteiten een onderneming drijft. De MRDH heeft hiervoor grondig onderzoek verricht (in samenwerking met het Fiscaal Team van de gemeente Den Haag) en heeft het standpunt ingenomen dat er geen sprake is van enige belastingplicht voor de MRDH. In de afgelopen jaren is er veelvuldig overleg gepleegd met de Rijksbelastingdienst. Voor wat betreft de activiteit ‘Treasury functie’1 (het aantrekken en vervolgens uitzetten van leningen bij de vervoerders) heeft de Rijksbelastingdienst in november 2019 per brief laten weten van mening te zijn dat deze activiteit voldoet aan de ondernemerscriteria en daarom in de Vpb-heffing wordt betrokken. Vanwege de wettelijk verplichte marktconformiteitsopslag (staatssteunregelgeving) laat deze activiteit een ‘plus’ zien, die op dit moment door de MRDH wordt toegevoegd aan de risicoreserve financieringen. Deze ‘plus’ wil de Rijksbelastingdienst belasten met Vpb. In dit verband gaat de Rijksbelastingdienst voorbij aan het feit dat de MRDH deze leningen verstrekt vanuit haar rol als Vervoersautoriteit. Daarnaast subsidieert de MRDH de in rekening gebrachte opslag weer via de concessie aan de vervoerders.
De Rijksbelastingdienst kijkt echter niet naar de MRDH als geheel maar ziet de Treasury functie als aparte activiteit. Gemiddeld bedraagt de marktconformiteitsopslag ongeveer C 6 miljoen per jaar. De MRDH dient er rekening mee te houden dat van dit bedrag jaarlijks 2507o 1 Niet alleen de MRDH heeft met deze problematiek te maken, maar alle publiekrechtelijke organisaties (gemeenten, provincies, etc.) die externe leningen aantrekken om deze vervolgens weer uit te lenen met een marktconformiteitsopslag zullen met dit standpunt van de Rijksbelastingdienst te maken kunnen krijgen. Kadernota MRDH begroting 2022
Pagina 11 van 22
vennootschapsbelasting moet worden betaald. Tot het moment van een definitieve uitspraak (eventueel na een procedure bij de belastingrechter) leidt een eventuele belastingaanslag nog niet tot lasten voor de MRDH. Als de MRDH uiteindelijk niet in het gelijk wordt gesteld, betekent dit dat het opbouwen van de benodigde risicoreserve financieringen ongeveer een jaar langer duurt omdat de aanslagen vanaf 2016 ten laste van de opgebouwde reserve zullen worden gebracht (benodigde risicoreserve wordt in 2022 bereikt in plaats van in 2021) en dat na deze periode structureel ^ 1,5 miljoen minder beschikbaar is voor de verkeer- en vervoersopgave in onze regio. In de begroting zal een actuele stand van zaken op dit dossier worden opgenomen.
10. Planning begroting 2022 De bestuurlijke behandeling van de begroting 2022 in 2021 is als volgt: Bestuurscommissies Vervoersautoriteit en Economisch Vestigingsklimaat
17-mrt
Dagelijks bestuur - vrijgeven voor zienswijze
22-mrt
Start zienswiizeperiode
23-mrt
Einde zienswijzeperiode
25-mei
Adviescommissies Vervoersautoriteit en Economisch Vestigingsklimaat
16-jun
Dagelijks bestuur - behandeling zienswijzen
21-jun
Algemeen bestuur - vaststellen begroting en nota van beantwoording bij zienswijzen
9-jul
Toelichting op de planning: De begroting 2022 wordt samen met de actualisatie van de MRDH beleidsnota reserves, voorzieningen en fondsen voor een zienswijze voorgelegd aan de MRDH gemeenten. Dit vanwege de wens van de MRDH-gemeenten om verzoeken voor zienswijzen zoveel mogelijk te bundelen. De beleidsnota dient elke vier jaar geactualiseerd te worden. De kaderbrief van de MRDH-gemeenten (bijlage 2) stelt een zienswijzeperiode voor die start op 15 april en eindigt op 15 juni. Vanwege de benodigde ambtelijke en bestuurlijke doorlooptijd en tijdige aanlevering aan de toezichthouder (provincie Zuid-Holland) wordt de start en de sluitdatum van de zienswijzeperiode zoals gebruikelijk drie weken vervroegd. De zienswijze start daarom op 23 maart 2021. Dit is ruim voor 15 april, de uiterste datum waarop de MRDH - op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen - de (uitgangspunten van de) begroting aan de raden van de deelnemende gemeenten dient te verzenden. De sluitdatum van de zienswijzeperiode is voor zowel de begroting 2022 als de actualisatie van de beleidsnota reserves, voorzieningen en fondsen in principe 18 mei 2021 (acht weken conform het gestelde in de Wet gemeenschappelijke regelingen).
Net als voor de begroting 2021 wordt de zienswijzeperiode met een week verlengd (einde zienswijze 25 mei 2021) zodat er voor de gemeenten meer ruimte ontstaat binnen hun besluitvormingsprocessen. De gemeenten wordt wel verzocht om de MRDH binnen de periode van acht weken (uiterlijk 18 mei 2021) van hun ontwerpzienswijze op de hoogte te stellen. Na de zienswijzeperiode zal behandeling plaatsvinden door de adviescommissies Vervoersautoriteit en Economisch vestigingsklimaat (beiden op 16 juni 2021). Tijdens deze behandeling worden de adviescommissies meegenomen in de ‘rode draad’ van de ontvangen zienswijzen.
Kadernota MRDH begroting 2022
Pagina 12 van 22
11.
Besluit
De Kadernota MRDH begroting 2022 vast te stellen. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van het algemeen bestuur van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag d.d. 5 maart 2021,
de secretaris,
Wim Hoogendoorn
Kadernota MRDH begroting 2022
de voorzitter,
n van Zanen
Pagina 13 van 22
Bijlage 1: Inwonerbijdrage per gemeente Alle deelnemende gemeenten aan de gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag betalen in 2022 een bijdrage in het kader van het versterken van het Economisch Vestigingsklimaat. Gemeente
Aantal inwoners november 2020 (*)
Bijdrage per inwoner
Totaal inwonerbijdrage 2022
Albrandswaard
25.806
2,77
71.483
Barendrecht
48.635
2,77
134.719
Brielle
17.408
2,77
48.220
Capelle aan den IJssel
67.204
2,77
186.155
Delft
103.880
2,77
287.748 1.518.171
Den Haag
548.076
2,77
Hellevoetsluis
40.235
2,77
111.451
Krimpen aan den IJssel
29.443
2,77
81.557
Lansingerland
63.295
2,77
175.327
Leidschendam-Voorburg
76.451
2,77
211.769
Maassluis
33.557
2,77
92.953
Midden-Delfland
19.378
2,77
53.677
Nissewaard
85.302
2,77
236.287
Pijnacker-Nootdorp
55.592
2,77
153.990
Ridderkerk
46.633
2,77
129.173
Rijswijk
55.236
2,77
153.004
Rotterdam
652.742
2,77
1.808.095
Schiedam
79.316
2,77
219.705
Vlaardingen
73.950
2,77
204.842
Wassenaar
26.845
2,77
74.361
Westland
111.342
2,77
308.417
14.893
2,77
41.254
125.284
2,77
347.037
Westvoorne Zoetermeer
Totaal
2.400.503
6.649.395
(*) bron: CBS StatLine 5-1-2021, voorlopige aantallen inwoners per 30 november 2020. Wordt in de begroting 2022 nog aangepast naar voorlopige aantallen per 1-1-2021.
Kademota MRDH begroting 2022
Pagina 14 van 22
Bijlage 2: Kaderbrief begroting 2022 gemeenschappelijke regelingen
Kadernota MRDH begroting 2022
Pagina 15 van 22
fAI gemeente n
Zoetermeer
> Retouradres Postbus 15, 2700 AA Zoetermeer
Aan het bestuur van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) Postbus 21012 3001 AA Rotterdam
Bezoekadres Engelandlaan 502 2711 EB Zoetermeer Postadres Postbus 15
2700 AA Zoetermeer Telefoon 14 079 www.zoetermeer.nl Datum 1 december 2020
Onderwerp: Kaderbrief begroting 2022 gemeenschappelijke regelingen
Uw kenmerk
Ons kenmerk 0637654503 Bijlagen
Geacht bestuur, Hierbij ontvangt u de kaderbrief begroting 2022 van de gemeenten in de regio Haaglanden. Hierin zijn de (financiële) uitgangspunten voorde gemeenschappelijke regelingen (GR-en) opgenomen. Deze kaderbrief ontvangen de besturen van GR-en elk jaar voorafgaand aan een nieuwe begrotingscyclus. De kaderbrief richt zich op de financieel technische randvoorwaarden bij de begroting; de beleidsmatige aspecten binnen de GR worden niet opgenomen in deze brief, maar zijn de bevoegdheid van de bestuurders. Over de aanpassingen van de beleidsmatige aspecten legt het bestuur op de gebruikelijke wijze verantwoording af. Met deze brief wordt een aantal financiële uitgangspunten aangegeven voor uw begroting. Doel hiervan is een eenduidige benadering vanuit de deelnemende gemeenten van de begroting 2022 van GR-en. Deze brief gaat nader in op: 1. Indexering 2. Risico's en weerstandscapaciteit 3. Tijdige afstemming en informatievoorziening De kaders betrekt u bij de opstelling van uw begroting voor 2022 en de meerjarenraming 2023-2025. Als u van mening bent dat een kader niet haalbaar is, wordt u verzocht dit te bespreken in de bestuursvergadering van uw GR. Uw bestuur kan de uitkomst van de bespreking dan opnemen in de aanbiedingsbrief bij de begroting naar de deelnemende gemeenten. Hieronder worden de uitgangspunten nader toegelicht. 1.
Indexering De indexering heeft betrekking op de gemeentelijke bijdrage aan de GR. De indexering is gebaseerd op de in de macro economische verkenning 2021 (MEV 2021) van september 2020 van het Centraal Planbureau opgenomen indexcijfers. In de MEV 2021 zijn ook de cijfers voor 2022 opgenomen, één jaar verder dan het jaar van de MEV. Deze cijfers zijn nu ook opgenomen en niet zoals in voorgaande járen slechts tot en met het jaar van de MEV.
In het indexcijfer voor de gemeentelijke bijdrage 2022 wordt de eerdere inschatting voor 2019, 2020 en 2021 geactualiseerd. Deze actualisatie wordt verrekend met de eerste inschatting van het percentage voor 2022. De genoemde indexcijfers geven een algemeen vertrekpunt voor de begroting van gemeenschappelijke regelingen in 2022 en heeft als doel een indicatie af te geven voor een toekomstige inflatie compensatie. Het staat echter niet in de weg dat voor individuele gemeenschappelijke regelingen, in afstemming met de overige deelnemers, tot een andere bijstelling van de gemeentelijke bijdrage kan worden gekomen. Indien van toepassing vindt hierover afzonderlijke communicatie plaats op het niveau van de individuele gemeenschappelijke regeling. Het cijfer dat voor het jaar 2020 gepubliceerd wordt in het CEP (Centraal Economisch Plan) van maart 2021 (jaar t+1) wordt als definitief cijfer aangenomen. Tot die tijd blijven de inschattingen verrekend worden in de gepresenteerde indexatiecijfers. Het cijfer voor 2019 is nu definitief vastgesteld op basis van het CEP 2020. De GR heeft bij de begroting 2018 de opbouw van de deelnemersbijdrage ingedeeld naar het loongevoelige en het materiële gedeelte. Deze verdeling geldt voor de járen 2018 tot en met 2021. Voor de begroting 2022 zal deze verdeling weer voor 4 jaar worden geactualiseerd.
In onderstaand overzicht zijn de indexatiecijfers voor de bepaling van de gemeentelijke bijdrage opgenomen. Index gemeentelijke bijdrage 2022 Cpi MEV 2020 MEV 2021 Verschil 2,60 0,0 2019 2,60 0,0 1,50 1,50 2020 0,0 2021 1,50 1,50 1,6 1,60 2022 Index 2022 1/6 Index gemeentelijke bijdrage 20221lonen MEV 2020 MEV 2021 Verschil 3,40 4,50 2019 ï/i 4,60 2020 2,50 2,1 -1,9 0,60 2021 2,50 1,30 2022 1,3 2,6 Index 2022 De gemeentelijke bijdrage voor 2022 vermeerdert ten opzichte van het basisjaar 2021 met: 1. 2,607o voor de loonkosten volgens de index prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers (bijlage 11 MEV 2021). Dit cijfer is een inschatting voor het jaar 2022 (1,30/)) en een verrekening van de inschatting 2019, 2020 en 2021 (totaal 1,30/)) en 2. 1,607o voor de materiële kosten volgens de nationale consumentenprijsindex (CPI), (bijlage 09 MEV 2021). Dit cijfer is een inschatting voor het jaar 2022 (1,607o)en een verrekening van de inschatting 2019, 2020 en 2021 (totaal 0,0o7o)
gemeente
Zoetermeer
De GR kan ook hebben gekozen als een bestendige gedragslijn voor het uitgangspunt om het inflatiecijfer het CEP (peildatum maart) te gebruiken en niet de MEV van september. Hierbij is het van belang dat er een bestendige gedragslijn wordt gevolgd. De gemeentelijke bijdrage wordt gebaseerd op ofwel de MEV-cijfers of van de CEP-cijfers. Dit betekent een ander peilmoment in het jaar, dat langjarig structureel als uitgangspunt wordt genomen. Na het verschijnen van het CEP in maart 2021 zullen de cijfers worden gecommuniceerd. Het is mogelijk dat er een discrepantie ontstaat tussen de toegekende index van de gemeentelijke bijdrage en de werkelijke kostenontwikkeling van de begroting. Dit kan bijvoorbeeld veroorzaakt worden doordat de prijs- of loonmutatie van de kosten bij een GR hoger is dan de indexering van de gemeentelijke bijdrage. Bij de aanbieding van de begroting kunnen deze verschillen worden aangegeven, met een voorstel hoe dit verschil kan worden opgelost. 2.
Risico's en weerstandscapaciteit
Wij verwachten in uw komende begrotingen een goed onderbouwde risicoparagraaf aan te treffen. Effectief risicomanagement is een speerpunt voor de deelnemende gemeenten. Kwalitatieve toelichtingen op de risico’s en een transparante systematiek zijn daarvoor essentieel. Het BBV schrijft voor de begroting de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing voor. Deze paragraaf bevat onder meer een overzicht van de risico’s en een uiteenzetting over de wijze waarop de risico’s worden beheerst. Om het risicoprofiel van de verbonden partij inzichtelijk te maken voor de deelnemende gemeenten, wordt het bestuur verzocht om naast het inventariseren van de risico’s deze ook te kwantificeren. In de risicoparagraaf neemt de GR alle voor de GR relevante risico’s op, nader gepreciseerd door kans (“/o) maal impact (C) te vermenigvuldigen tot een nieuw risicoprofiel, uitgedrukt in euro’s. Als het risicoprofiel is veranderd in vergelijking met vorig jaar, dient dit toegelicht te worden in de begroting (oorzaak en effecten). In de begroting dient ook aangegeven te worden welke maatregelen de GR gaat nemen om de opgenomen risico’s te beheersen. Het risicoprofiel geeft ook aan hoe hoog het weerstandsvermogen zou moeten zijn.
Het weerstandsvermogen is gedefinieerd als de ratio van de beschikbare weerstandscapaciteit (de middelen en mogelijkheden die de GR heeft om onverwachte, niet-begrote kosten te kunnen dekken) ten opzichte van de omvang van de risico’s (het risicoprofiel). De norm voor deze ratio maximaal 1,0, tenzij voor de betreffende GR andere regels zijn afgesproken, bijvoorbeeld in de Nota Weerstandsvermogen van de GR. De norm betekent dat als bij de jaarrekening de ratio groter dan 1,0 blijkt, dan dient in principe een terugstorting naar de deelnemende gemeenten plaats te vinden, omdat het aanhouden van een hogere risicobuffer dan het risicoprofiel bij de verbonden partij niet noodzakelijk is. 3. Tijdige afstemming en informatievoorziening Nieuw beleid
Bij een GR kan behoefte bestaan aan beleidswijziging, nieuw beleid of nieuwe initiatieven. Ook (aanstaande) nieuwe wet- en regelgeving kan aanleiding zijn voor nieuwe beleidsvoornemens. Geadviseerd wordt deze aanzetten tot nieuw beleid tijdig te bespreken in uw bestuursvergadering. Zodra deze meer concrete vormen aannemen, worden deze opgenomen in uw beleidskader. Iedere gemeente kan dan bij de kaderstelling voor het komende jaar hiermee rekening houden.
Omgaan met tekorten/overschotten
Gedurende de uitvoering van de begroting kunnen zich afwijkingen voordoen. Deze worden normaliter opgenomen in de reguliere uitvoeringsrapportages en (tussentijds) gemeld aan het DB van de GR. Uitgangspunt hierbij is dat exploitatietekorten in principe binnen de begroting van de GR worden opgevangen. Overschotten vloeien in principe terug naar de deelnemende gemeenten. De tussentijdse melding kan worden aangevuld met een voorstel voor bijsturing. Het bestuur wordt verzocht hier nadrukkelijk aandacht aan te besteden. Tussentijdse informatievoorziening
Niet voor elke GR geldt een zelfde afspraak of verwachting over tussentijdse rapportages. Verwacht wordt dat het bestuur van de GR bij materiële beleidsmatige en/of financiële (verwachte) afwijkingen gedurende het jaar de deelnemende gemeenten actief informeert. Indien de GR de begroting wil wijzigen geldt hiervoor de gebruikelijke zienswijzeprocedure. Financiële kengetallen
De kwaliteit van de begroting is medebepalend voor de jaarstukken. Het BBV schrijft ten aanzien van de verplichte kengetallen voor: dat zorggedragen wordt voor "een beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie.” (artikel 11, lid 2d) Het bestuur wordt verzocht expliciet aandacht te geven aan het beoordelen van de verplichte financiële kengetallen en daarbij zo nodig tijdig beleidsmaatregelen voor te stellen. Dit verzoek tot naleving van het BBV geldt uiteraard ook voor de jaarrekening 2020 e.v. Tijdig inzenden van stukken
In lijn met de Wet gemeenschappelijke regeling (Wgr) wordt gestimuleerd dat de begrotingscycli van de GR-en en van de deelnemende gemeenten goed op elkaar aansluiten. Tijdige inzending van de stukken versterkt de betrokkenheid van en sturing door de gemeenteraden. De raden zijn dan beter in staat om zienswijzen voor te bereiden en de informatie kan worden meegenomen bij de behandeling van de Voorjaarsnota c.q. Kadernota. Voor de verzending van de ontwerpbegroting 2022 en de voorlopige jaarstukken 2020 (inclusief accountantsrapportage) geldt als uiterste datum 15 april 2021. Met betrekking tot de ontwerpbegroting dienen de GR-en op grond van de Wgr de uitgangspunten voor hun begroting (indicatie beleidsvoornemens, gemeentelijke bijdrage en prijscompensatie) vóór 15 april 2021 aan de gemeenteraden te sturen. In de praktijk worden deze uitgangspunten meteen opgenomen in de conceptbegroting. Een latere indiening dan 15 april 2021 is niet wenselijk, omdat dan mogelijk gemeenten niet voldoende tijd hebben om tijdig hun zienswijze op de begroting in te brengen bij het bestuur van de GR. Deze zienswijzen bieden de gemeenten uiterlijk 15 juni 2021 aan de GR-en aan.
Wat betreft de jaarstukken wordt in verband met de tijdige samenstelling van de gemeentelijke jaarstukken de GR-en gevraagd de gemeenten de vanuit het BBV benodigde gegevens voor 15 februari 2021 aan te leveren (hoeft dan dus nog niet de hele jaarrekening te zijn). Het gaat onder andere om de omvang van het eigen en vreemd vermogen en het verwachte rekeningresultaat. De GR-en verstrekken de gegevens uiteraard onder voorbehoud van hun eigen accountantscontrole.
fÄI gemeente
Zoetermeer
ii Voor nadere informatie over deze brief kunt u terecht bij de ambtelijk secretaris van het Controllersoverleg Haaglanden, dhr. T. Lubbe van de gemeente Zoetermeer (0793468225; e-mail: T.H.Lubbe@Zoetermeer.nl).
Hoogachtend, Namens de colleges van Burgemeester en Wethouders van: Delft Den Haag Leidschendam-Voorburg Midden-Delfland Pijnacker-Nootdorp Rijswijk Voorschoten Wassenaar Westland Zoetermeer
M.J. Rosier Wethouder Financiën gemeente Zoetermeer Voorzitter overleg wethouders Financiën Haaglandengemeente
Bijlage 3: Brief begroting 2022 gemeenten regio Rotterdam-Rijnmond
Kadernota MRDH begroting 2022
Pagina 20 van 22
MRDH Postbus 21012 3001 AA Rotterdam
Datum: Zaaknummer: Team: Contactpersoon: Uw brief van: Onderwerp:
18 december 2020 333326 Financieel beleid en advies Martin Vermaat martinvermaat@krimoenaandeniļssel.nl Indexering begroting 2022
Geacht bestuur, Jaarlijks informeren de gemeenten van de regio Rotterdam-Rijnmond de gemeenschappelijke regelingen waarin zij gezamenlijk deelnemen over het te gebruiken indexpercentage voor de eerstvolgende begroting. In deze brief betreft dat de begroting 2022. Indexering 2022
Omdat het ons bekend is dat u ook een brief met indexeringsrichtlijnen ontvangt vanuit de regio Haaglanden, sturen wij u geen indexeringsbrief met eigen richtlijnen. Wij vinden het onwenselijk dat u verschillende signalen krijgt over wat gemeenten een acceptabele kostenontwikkeling vinden. Wij sluiten daarom voor de begroting 2022 opnieuw aan bij de systematiek en de berekening van de regio Haaglanden. Jaarlijks zullen wij beoordelen of wij ons voor het volgende begrotingsjaar opnieuw in de uitkomsten van die berekening kunnen vinden en u daarvan op de hoogte stellen. Evaluatie indexeringssystematiek
Vorig jaar hebben wij in de indexeringsbrief een evaluatie van de indexeringssystematiek aangekondigd. Deze evaluatie heeft geleid tot een gewijzigde berekeningsmethode voor de indexering. Er is echter geen aanleiding om af te wijken van de lijn dat wij voor de MRDH aansluiten bij de berekening van de regio Haaglanden. Financiële situatie gemeenten
Oplopende kosten van (onder andere) het sociaal domein en onzekerheid over de ontwikkeling van rijksmiddelen zetten de gemeentefinanciën steeds verder onder druk. Vrijwel alle gemeenten hebben de afgelopen járen in een of andere vorm bezuinigingsoperaties uitgevoerd of zijn daar nu mee bezig. Ook voor de komende járen overheerst onzekerheid en dreigen tekorten. Tot nu toe hebben de gemeenten zich in hun zoektocht naar financiële dekking niet expliciet gericht tot gemeenschappelijke regelingen. Wij zijn echter van mening dat over de gehele breedte van alle beleidsterreinen in de begroting naar oplossingen moet worden gezocht. De Kring van gemeentesecretarissen neemt daarom de komende maanden het initiatief om inhoudelijk met u te verkennen welke bijdrage u kunt leveren in de financiële uitdagingen waar gemeenten voor staan.
K
Gemeente Krimpen aandenIJssel
Postbus 200 2920 AE Krimpen aan den IJssel Bezoekadres: Raadhuisplein 2
T: 14 0180 | F: (0180) 51 6040 E: gemeentedikrimpenaandenijssel.nl I: www.krimpenaandenijssel.nl
Ondertekening
Deze brief wordt u toegezonden namens de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Brielle, Capelle aan den IJssel, Hellevoetsluis, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Nissewaard, Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen en Westvoorne.
Met vriéndelijks groeten, /Burgemeester en wethouders van Krimpen aan den IJssel, secretaris \ burgemeester,
,W. Vroom
2/2