1.21c) bijlagen (21-0317572)
Tekst van het document
Ingenieursbureau Mol heeft als onafhankelijk BRL SIKB 2000 gecertificeerd adviesbureau geen duurzame rechtsbetrekking met de eigenaar van de onderzoekslocatie, zodat onafhankelijkheid van het uitgevoerde onderzoek is gewaarborgd. In dit rapport is de gehanteerde onderzoeksmethode beschreven en worden de resultaten van het veldwerk en laboratoriumonderzoek behandeld. De resultaten zijn getoetst aan de wettelijke kaders. De rapportage wordt afgesloten met de conclusies van het onderzoek. In de rapportage wordt gebruik gemaakt van (norm)documenten. Deze worden genoemd in hoofdstuk 7.
Ingenieursbureau Mol
Verkennend bodemonderzoek Burgerdijkseweg 5b te De Lier
Projectnummer: A4837
2
4
VOORONDERZOEK
Het vooronderzoek is gebaseerd op de NEN 5725. Het doel van het vooronderzoek is inzicht te verkrijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen in de bodem op de onderzoekslocatie. Hierbij wordt een inschatting gemaakt van de aard, mate, oorzaak en ligging van mogelijke verontreinigingen Op 14 februari 2019 heeft een terreininspectie plaats gevonden en op 7 februari 2019 is informatie opgevraagd bij de Omgevingsdienst Haaglanden. Daarnaast is het digitale bouwarchief van de gemeente Westland geraadpleegd (https://bouwdossiers.sciconcept.nl/). 2.1
Locatiebeschrijving
De onderzoekslocatie is gelegen aan de Burgerdijkseweg 5b te De Lier en staat kadastraal bekend als gemeente De Lier, Sectie C, nummers 2128, 2238, 2239, 1857, 2330 en 2331. Volgens informatie van de opdrachtgever bedraagt de oppervlakte van de te onderzoeken locatie circa 50.708 m² en heeft een bedrijfsmatige bestemming (tuinbouw). Op de percelen zijn een woonhuis met siertuin, een transformatorhuisje, een teeltruimte, twee bedrijfsruimtes en een aantal watersilo’s aanwezig. Alle opstallen die zich nu op het terrein bevinden zijn na 1995 opgericht. Aan de voorzijde van de percelen bevindt zich een oprit en een dockshelter bestaande uit asfalt en beton Ter plaatse van de bedrijfsruimtes is eveneens een betonverharding met vloerverwarming aanwezig. Onder deze verhardingen bevindt zich zeer waarschijnlijk een funderingslaag. Tijdens het locatiebezoek is een aantal verdachte deellocaties aangetroffen, namelijk een aftappunt mengstoffen, een opslag mengstoffen/meststoffen plus lekbak, een accu, aggregaat en dieselvat in lekbak, een bestrijdingsmiddelenkast, een TE-ruimte, een oliewaterscheider, een bovengrondse tank en tenslotte afleverpunten voor oude en nieuwe olie. Het terrein heeft de volgende topografische kenmerken: X= 77.309 en Y= 442.899. De kadastrale en regionale ligging van de locatie is weergegeven in bijlage A.
In bijlage B is een situatietekening van het terrein opgenomen en in bijlage F staan foto’s van de onderzoekslocatie die zijn genomen tijdens het locatiebezoek. De fotopunten staan niet op de tekeningen in bijlagen B1 t/m B4. Volgens mondeling verstrekte informatie van de opdrachtgever zijn, voor zover bekend, geen gedempte sloten en/of koolaspaden aanwezig. Tijdens de locatie-inspectie zijn geen verzakkingen, ophogingen, verkleuringen, brandplekken en/of asbestverdacht materiaal op de bodem aangetroffen. Ook zijn geen activiteiten en/of bronnen aangetroffen die vanuit het oogpunt van bodemverontreiniging als verdacht worden aangemerkt. Op het terrein bevinden zich aan de voorzijde vele ondergrondse kabels en/of leidingen. De aanwezigheid daarvan kan van invloed zijn op de grondwaterstroming op de locatie alsmede op het verspreidingspatroon van eventueel op het terrein aanwezige bodemverontreiniging.
Ingenieursbureau Mol
Verkennend bodemonderzoek Burgerdijkseweg 5b te De Lier
Projectnummer: A4837
2.2
5
Historische informatie
2.2.1 Archieven gemeente Op 7 en 11 februari 2019 heeft ingenieursbureau Mol een verzoek ingediend bij de Omgevingsdienst Haaglanden voor het inzien van dossiers, zie bijlage H. Deze dossiernummers zijn afgeleid van hetgeen bekend is op de website Bodemloket (zie paragraaf 2.2.2). Op 8 februari 2019 heeft de Omgevingsdienst Haaglanden alle beschikbare informatie digitaal beschikbaar gesteld. Daarin zijn van de onderzoekslocatie en de nabije omgeving de volgende relevante gegevens aangetroffen: ▪
Locatiecode ZH178309827 - Burgerdijkseweg 5b te De Lier Op 12 juli 1995 is door Inpijn-Blokpoel Arkel Milieu B.V. een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (opdrachtnr. MA-0672). Het onderzoek heeft tot doel het opstellen van de kwaliteit van de bodem met oog op het voorgenomen gebruik (bedrijfswoning). In zowel de boven- en ondergrond als het grondwater zijn geen verontreinigingen aangetoond. Vanuit milieuhygiënisch oogpunt worden geen belemmeringen voorzien voor de bouw van de woning.
▪
Locatiecode ZH178313067 - Kralingerpad ter hoogte van Burgerdijkseweg 18 te De Lier Op 1 februari 2007 is door Tauw B.V. een verkennend bodemonderzoek en een archeologisch inventariserend vooronderzoek uitgevoerd ten behoeve van de Verbreding watergang en uitbreiding waterberging Kralingerpolder te De Lier (projectnummer 4482334). Men was voornemens om de overstortcapaciteit vanuit de Oranjebuurt te verbeteren. Hiertoe diende de waterafvoer naar het lagergelegen peilgebied vergroot te worden. Onderdeel hiervan was het verbreden en/of verdiepen van een watergang, het aanleggen van een duiker en een automatische stuw en het vergroten van bergingscapaciteit. Deze bergingscapaciteit diende als helofytenfilter vorm te krijgen. De graafwerkzaamheden zouden worden beperkt tot circa 1,5 m-mv. In het onderstaande worden de resultaten van het verkennend bodemonderzoek besproken. Uit het historisch vooronderzoek (bodem) met als kenmerk R001-4482334MGK-nnc-V01-NL is naar voren gekomen dat er vijf verdachte deellocaties (niet opgenomen in document aangeleverd door de Omgevingsdienst Haaglanden) aanwezig zijn waarvan drie deellocaties relevant zijn. Deze drie deellocaties zijn op basis van het vooronderzoek als verdacht aangemerkt.
Het gaat om de volgende deellocaties: ▪ De restverontreiniging met minerale olie onder de schoorsteen aan de Burgemeester Crezeelaan 26 (deellocatie 1); ▪ De locaties van de kassen, waar door het locatiegebruik mogelijk sprake is van verhoogde concentraties zware metalen en bestrijdingsmiddelen (deellocatie 1 en 2); ▪ De restverontreiniging nabij het betonpad. Uit de analyseresultaten blijkt dat in een mengmonster (MM9) van de bovengrond voor de verbreding van de watergang een matig verhoogd gehalte aan nikkel is aangetoond. Verder is in datzelfde mengmonster een licht verhoogd gehalte gemeten voor chroom, koper, PAK (som 10) en minerale olie. Na uitsplitsing van MM9 blijkt dat de geanalyseerde parameter nikkel in de afzonderlijke deelmonsters niet de streefwaarde en of detectielimiet overschrijdt. In de ondergrond van mengmonster MM 7, voor de verbreding van de watergang, is een licht verhoogd gehalte voor PAK (som 10) en EOX gemeten. Uit de analyseresultaten blijkt dat in het grondwater ter plaatse van peilbuis 1, voor de verbreding van de watergang, matig verhoogde gehalten zijn aangetroffen voor arseen en licht verhoogde gehalten voor nikkel en arseen. De overig geanalyseerde parameters zijn gemeten in gehalten beneden de detectiegrens.
Ingenieursbureau Mol
Verkennend bodemonderzoek Burgerdijkseweg 5b te De Lier
Projectnummer: A4837
6
Een matige tot sterke concentratie van arseen is in de provincie Zuid-Holland een veel voorkomend fenomeen. De verhoogde concentraties worden toegeschreven aan natuurlijke oorzaken of aan de gevolgen van menselijke ingrepen. Deze concentraties zijn vaak van tijdelijke aard. In het gezamenlijk Bodemsaneringsbeleid van de provincie Zuid-Holland en de gemeenten Den Haag, Dordrecht, Leiden, Rotterdam en Schiedam (BOBEL) is hierover een notitie opgenomen. De restverontreiniging ,et minerale olie uit het voorgaand onderzoek nabij de schoorsteen en het voormalige betonpad is niet aangetroffen. Verder is ook informatie opgevraagd van het perceel Perdiksepad ongenummerd, kadastraal bekend als gemeente De Lier, sectie C, nummer 2577, locatiecode ZH178309796. Dit perceel bevindt zich ten noordoosten van de onderzoekslocatie; Ter plaatse is het verleden een bodemsanering uitgevoerd. De Omgevingsdienst Haaglanden heeft hier geen informatie van kunnen aanleveren. 2.2.2
Bodemloket
Naast de archieven van de gemeente is eveneens de website www.bodemloket.nl geraadpleegd. Op basis van deze website blijkt dat van de onderzoekslocatie en de directe omgeving geen aanvullende informatie voor handen is. 2.2.3
Kaartmateriaal
De volgende kaarten zijn geraadpleegd: Kaart van Delfland, d.d. 1712; Grote Historische Atlas van Nederland, schaal 1:50.000, d.d. 1839-1859; Grote Historische Atlas van Zuid-Holland, schaal 1:25.000, d.d. 1905; Grote Provincie Atlas, d.d. 1990. Van de website www.topotijdreis.nl zijn meerdere historische kaarten gebruikt. De collectie beslaat de periode 1815-2015 en bevat meerdere edities van de volgende kaartseries: Kleinschalig: Postroutekaart 1810, Algemene Kaart Nederland en Gemeentekaart; Semi-kleinschalig: Kraijenhoffkaart; Mid-schalig: Topografische Militaire Kaart, RD050 (1:50.000); Grootschalig: Bonnebladen en RD025 (1:25.000). Daarnaast zijn de volgende luchtfotokaarten geraadpleegd: Luchtfoto Atlas Zuid-Holland, schaal 1:14:000, Uitgeverij 12 Provinciën, d.d. 2003; Westland vanuit de lucht, periode 1926-1980, d.d. 14 oktober 2006; Google Earth (periode 2003 t/m heden). Op basis van het kaart- en fotomateriaal blijkt het volgende: De onderzoekslocatie bevindt zich binnen de Kralinger Polder; Rond het begin van de 20e eeuw had het gebied een agrarische bestemming, vermoedelijk weiland. In 1958 wijzigt het gebruik naar akkerland. Pas medio jaren 90 van de 20e eeuw wordt het gebied in gebruik genomen voor de tuinbouw; Op de onderzoekslocatie bevinden zich drie gedempte sloten. Deze sloten zijn tussen 1858 en 1958 zichtbaar op kaartmateriaal.
Het is niet bekend waaruit het dempingmateriaal bestaat.
Ingenieursbureau Mol
Verkennend bodemonderzoek Burgerdijkseweg 5b te De Lier
Projectnummer: A4837
2.3
7
Geo(hydro)logisch onderzoek
De navolgende informatie is ontleend aan de Grondwaterkaart van Nederland, (Grondwaterkaart 37 west, 37 oost (Rotterdam), oktober 1984. Deze is uitgegeven door het Nederlands Instituut voor Toegepaste Geowetenschappen - TNO. Tevens is gebruik gemaakt van de Provinciale Milieuverordening Zuid-Holland (december 2014). Tabel 1. Regionale bodemopbouw en geohydrologie Diepte (m-NAP)
Geohydrologische samenstelling
Bodemkundige samenstelling
0 - 21
Deklaag
Veen, klei en sterk slibhoudend
Voor zover bekend is bij aanleg van het bedrijfsterrein geen ophooglaag aangebracht. Onder het beton van de bedrijfsruimte en dockshelter en het asfalt van de inrit is mogelijk een funderingslaag aanwezig. Het freatisch grondwater bevindt zich op een diepte van circa 0,6 meter minus maaiveld. De stromingsrichting van het freatisch grondwater is op basis van de beschikbare informatie niet éénduidig vast te leggen. De onderzoekslocatie valt niet binnen een grondwaterbeschermingsgebied. Er is geen informatie bekend met betrekking tot grondwateronttrekkingen binnen en/of in de directe omgeving van de onderzoekslocatie. De grondwateronttrekkingen bij DSM-Gist in het centrum van Delft beïnvloeden de grondwaterstroming echter sterk. Deze zorgt voor een verlaging in de stijghoogte van het eerste watervoerend pakket. Verder heeft deze onttrekking door DSM-Gist tot gevolg dat een toestroom van zout grondwater vanuit het westen plaatsvindt. Ondanks verlaging van de stijghoogtes is nog wel sprake van een kwelsituatie. Echter, de invloed hiervan wordt door de aanwezigheid van drainage en riolering te niet gedaan. 2.4
Bodemkwaliteitskaart gemeente Westland
De onderzoekslocatie bevindt zich binnen het gebied overig (kassen) volgens de Bodemfunctieklassekaart van de gemeente Westland. De bovengrond en de ondergrond zijn volgens de Bodemkwaliteitskaart aan te duiden als klasse AW. De bovengrond wordt indicatief ingedeeld in de klasse industrie voor drins en wonen voor DDTED. Over de indicatieve kwaliteit van de ondergrond met betrekking tot het voorkomen van drins en DDTED kan geen uitspraak worden gedaan omdat er te weinig waarnemingen zijn (Bron: Bodembeheernota gemeente Westland, kenmerk 12.0022 795, d.d. november 2012). 2.5
Archeologie
Uit de Archeologische kaart van de gemeente Westland blijkt dat de onderzoekslocatie in Verwachtingszone II valt. Zone II bestaat uit (een buffer rondom) de locaties van de geulafzettingen van de Hoekpolder Laag in het zuidelijk deel van de gemeente Westland. In deze zone zijn ook die delen van de geulafzettingen van de Gantel Laag opgenomen die al in de Romeinse tijd waren verland, evenals de duinafzettingen van de Laag van Ypenburg en de Laag van Voorburg (Bron: Archeologische Beleidskaart Gemeente Westland d.d. februari 2012). 2.6
Explosieven
Uit de explosievenkaart van de gemeente Westland blijkt dat de onderzoekslocatie niet in een zone valt welke verdacht is voor aanwezigheid van niet gesprongen conventionele explosieven. (Bron: Explosievenkaart Gemeente Westland, d.d. 20 november 2006).
Ingenieursbureau Mol
Verkennend bodemonderzoek Burgerdijkseweg 5b te De Lier
Projectnummer: A4837
2.7
8
Financieel – juridische aspecten
In het kader van de Woningwet dient bij aanvraag van een omgevingsvergunning een verkennend bodemonderzoek te worden aangeleverd om na te gaan of de locatie geschikt is voor het beoogde gebruik. Onderhavige onderzoek is in het kader van deze aanvraag uitgevoerd, maar in eerste instantie in verband met de eigendomsoverdracht. De kadastrale gegevens zijn opgenomen in bijlage A. Voor zover bekend is op de locatie is geen sprake van een calamiteit of overtreding van voorschriften in het kader van de Wet milieubeheer, Wet bodembescherming en/of andere milieuwetgeving. 2.8
Conclusies en onderzoekshypothese
Het gedeelte van de onderzoekslocatie waar zich de teeltruimte, het woonhuis met erf en de bassins bevinden wordt als onverdacht beschouwd ten aanzien van het voorkomen van de bodemverontreiniging. Voor dit deel van het terrein wordt de hypothese onverdacht ten aanzien van het voorkomen van bodemverontreiniging gehanteerd. Door de mogelijke aanwezigheid van een funderingslaag bij de oprit en de bedrijfsruimtes wordt, voor dit terreindeel, de hypothese verdacht ten aanzien van het voorkomen van bodemverontreiniging gehanteerd. Op de onderzoekslocatie bevinden zich drie gedempte sloten. Het is onbekend waaruit het dempingsmateriaal bestaat. Daarnaast is tijdens het locatiebezoek een aantal verdachte deellocaties aangetroffen, namelijk een aftappunt mengstoffen, een opslag mengstoffen/ meststoffen plus lekbak, een accu, aggregaat en dieselvat in lekbak, een bestrijdingsmiddelenkast, een TEruimte, een oliewaterscheider, een bovengrondse tank en tenslotte afleverpunten voor oude en nieuwe olie. Voor deze deellocaties wordt de hypothese verdacht ten aanzien van het voorkomen van bodemverontreiniging worden gehanteerd. De verdachte deellocaties zoals genoemd in paragraaf 2.2.1 bevinden zich niet in de directe omgeving van de onderzoekslocatie. De onderzoeksstrategie staat verder beschreven in hoofdstuk 3.
Ingenieursbureau Mol
Verkennend bodemonderzoek Burgerdijkseweg 5b te De Lier
Projectnummer: A4837
3
9
ONDERZOEKSSTRATEGIE
Teneinde de hypothese voor de teeltruimte te toetsen te toetsen, zal het onderzoek worden gebaseerd op de NEN 5740:2009/A1:2016 waarbij de strategie onverdacht (ONV-NL) wordt gehanteerd. De te plaatsen boringen en uit te voeren chemische analyses zijn in de tabel hieronder weergegeven. Tabel 2a. Onderzoeksstrategie Oppervlakte onverdachte locatie
Veldwerkzaamheden
Chemische analyses
48.000 m²
tot 50 (cm-mv)
en tot 200 (cm-mv)
en peilbuis
NEN (bovengrond)
NEN (ondergrond)
NEN (grondwater)
4 tot 5 hectare
41
12
6
7
6
6
Om de de hypothese voor de voorzijde van het perceel te toetsen, zal het onderzoek worden gebaseerd op de NEN 5740:2009/A1:2016 waarbij de strategie voor een niet-lijnvormige, diffuus belaste locatie met een heterogeen verdeelde stof op schaal van monsterneming wordt gehanteerd (VED-HE-NL) wordt gehanteerd. De te plaatsen boringen en uit te voeren chemische analyses zijn in de tabel hieronder weergegeven. Tabel 2b. Onderzoeksstrategie verhard terreindeel voorzijde perceel Oppervlakte terrein
Veldwerkzaamheden
Chemische analyses
2.235 m²
boring tot 50 cm in verdachte laag
boring tot max. 200 cm-mv
en peilbuis
grond (verdachte laag)
grondwater
2.000 – 3.000 m²
11
2
1
3 x NEN-pakket
1 x NEN-pakket
Voor de overige verdachte deellocatie wordt, om de hypothese te toetsen, de strategie verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern gehanteerd (VEP). De te plaatsen boringen en uit te voeren chemische analyses zijn in de tabel hieronder weergegeven. Tabel 2c: verdachte deellocaties Verdachte deellocaties
Chemische analyses
Veldwerkzaamheden boringen
en peilbuis
grond
grondwater
A. Gedempte sloot 1 (70 m2)
2x 50 cm-verontreinigingskern
1
1x NEN +OCB
1x NEN + arseen
B. Gedempte sloot 2 (330 m2)
3x 50 cm-verontreinigingskern
1
1x NEN +OCB
1x NEN + arseen
C. Gedempte sloot 3 (80 m2)
2x 50 cm-verontreinigingskern
1
1x NEN +OCB
1x NEN + arseen
D. Aftappunt mengstoffen
-
1
1x NEN +OCB
1x NEN + arseen
E. Opslag mengstoffen, meststoffen, mengbak
-
1
1x NEN +OCB
1x NEN + arseen
F. Accu, aggregaat, dieselvat in lekbak
-
1
1x NEN +OCB
1x NEN + arseen
G. Bestrijdingsmiddelenkast
-
1
1x NEN +OCB
1x NEN + arseen
Ingenieursbureau Mol
Verkennend bodemonderzoek Burgerdijkseweg 5b te De Lier
Projectnummer: A4837
10
Vervolg tabel 2c: verdachte deellocaties Verdachte deellocaties
Chemische analyses
Veldwerkzaamheden boringen
en peilbuis
grond
grondwater
H. TE-ruimte
-
1
1x NEN +OCB
1x NEN + arseen
I. Oliewaterscheider
-
1
1 x minerale olie
1 x minerale olie & vluchtige aromaten
J. Bovengrondse olie tank
-
1
1 x minerale olie
1 x minerale olie & vluchtige aromaten
K. Afleverpunten oude en nieuwe olie
-
1
1 x minerale olie
1 x minerale olie & vluchtige aromaten
Vanwege het voorkomen van vloerverwarming in de bedrijfsruimtes worden, op verzoek van de opdrachtgever, bij deellocaties E, F, G, H en J inpandig geen veldwerkzaamheden verricht Van het opgeboorde materiaal worden per grondsoort monsters genomen tot een maximaal traject van 50 cm per monster. De vrijkomende grond wordt zintuiglijk beoordeeld op geur, kleur en het voorkomen van bijzonderheden. Tijdens het veldwerk wordt gelet op de mogelijke aanwezigheid van asbestverdacht materiaal op of in de bodem. Van de verkregen monsters van boven- en ondergrond worden op het laboratorium mengmonsters samengesteld of zijn individuele monsters geselecteerd. De grond(meng)monsters en grondwatermonsters worden, indien geen afwijkingen optreden, vervolgens geanalyseerd op de parameters zoals omschreven in de opzet. Het grondwater wordt minimaal zeven dagen na het plaatsen van de peilbuizen bemonsterd en geanalyseerd. Tijdens het plaatsen van de peilbuizen en het bemonsteren van het grondwater is de grondwaterstand, troebelheid, temperatuur, elektrische geleidbaarheid en zuurgraad gemeten. De chemische analyses van de grond en het grondwater worden uitgevoerd door Eurofins Analytico Laboratories B.V. te Barneveld. Dit laboratorium is geaccrediteerd door de Raad voor Accreditatie en staat geregistreerd onder nummer L010.
Bij de chemische analyses wordt gebruik gemaakt van de voorbehandelings-, opwerkings- en analysemethoden zoals beschreven in diverse, geldende NEN-normen. De analyse-pakketten zijn als volgt samengesteld: ▪
NEN pakket grond: organisch stof, lutum, barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink, som PCB, som PAK en minerale olie;
▪
Minerale olie (grond) Minerale olie (fractie C10-C40) en organisch stof;
▪
met aanvulling op: OCB grond (OrganoChloorBifenylen)
▪
NEN pakket grondwater: barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink, minerale olie, vluchtige aromatisch koolwaterstoffen en vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen.
Ingenieursbureau Mol
Verkennend bodemonderzoek Burgerdijkseweg 5b te De Lier
Projectnummer: A4837
11
▪
met aanvulling op: arseen
▪
Minerale olie (grondwater) Minerale olie (fractie C10-C40);
▪
BTEXN grond/grondwater Benzeen, Tolueen, Ethylbenzeen, Xylenen, Naftaleen
Opgemerkt dient te worden, dat de gemeente Westland een aanvulling wenst op de aangegeven standaardpakketten. De grond dient eveneens te worden geanalyseerd op organochloorbifenylen of OCB (bestrijdingsmiddelen) en het grondwater dient eveneens te worden geanalyseerd op arseen. Bij de beoordeling van de kwaliteit van de bodem, worden de gemeten gehalten omgerekend naar de waarden voor standaardbodem (10% organisch stof en 25% lutum). Deze omgerekende waarden kunnen vervolgens worden vergeleken met in bijlage I van de Circulaire Bodemsanering 2013 opgenomen waarden.
Ingenieursbureau Mol
Verkennend bodemonderzoek Burgerdijkseweg 5b te De Lier
Projectnummer: A4837
4
RESULTATEN
4.1
Veldwerk
12
Het plaatsen van de boringen en de peilbuizen is onder leiding van de heer J.D. Hilgerson op 7, 8, 11, 14, 15 en 18 maart 2019 uitgevoerd. Het grondwater uit de peilbuizen is door de heer P.J.J. Rikaart bemonsterd op 18 maart 2019. Op 26 maart 2019 is het grondwater uit peilbuis 19 opnieuw bemonsterd door de heer M. Rhijnsburger. De heren Hilgerson, Rikaart en Rhijnsburger zijn erkende monsternemers welke worden geaudit door Normec Certification te Geldermalsen. Alle veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd conform de BRL SIKB 2000 en de daarbij horende protocollen 2001 en 2002. Voor de verantwoording van de veldwerkzaamheden wordt verwezen naar bijlage G. In totaal zijn 85 boringen verricht (nummers 01 t/m 60, 100 t/m 102, 200 t/m 203, 300 t/m 302, 400, 500, 600, 700, 800, 900, 1000, 1100 en 1200 t/m 1205, 1205A en 1206). De boringen 07, 19, 29, 33, 49, 60, 102, 201, 300, 400, 500, 600, 700, 800, 900, 1000 en 1100 zijn ten behoeve van de bemonstering van het grondwater afgewerkt met een peilbuis. De plaats van de boringen en peilbuizen staat weergegeven in bijlage B. De bodemopbouw ter plaatse van de onderzoekslocatie bestaat vanaf het maaiveld dan wel de onderzijde van de verharding overwegend uit siltige en zandige klei. In de teeltruimte is de bovengrond eveneens humeus van aard. Plaatselijk wordt de kleilaag onderbroken door een veenlaag.
Onder de asfaltverharding bevindt zich een funderingslaag bestaande uit puingranulaat en lavalith. De boorstaten zijn opgenomen in bijlage E. In tabel 3 zijn de zintuig-lijk waargenomen bodemvreemde bijmengingen weergegeven. Tabel 3. Bijmengingen Boring 200 203 1204
Diepte boring (m -mv) 2,00 2,00 0,70
Traject (m -mv) 1,50 - 2,00 0,00 - 0,50 0,00 - 0,12
Grondsoort Klei Klei
0,12 - 0,50 0,50 - 0,70* 1205
0,80
Waargenomen bijzonderheden zwak slibhoudend zwak koolashoudend volledig asfalt volledig repac
Zand
0,00 - 0,12 0,12 - 0,50
zwak puinhoudend, Gestaakt op harde laag volledig asfalt
1205A
1,10
0,20 - 0,60
1206
2,00
0,00 - 0,12
sterk repachoudend, matig lavalithhoudend matig puinhoudend, Gestaakt op harde laag uiterst lavalithhoudend, zwak puinhoudend volledig asfalt
0,12 - 0,50
volledig repac
0,50 - 0,80*
Zand
* het gaat hierbij om puin afkomstig van de bovenliggende funderingslaag. Tijdens het boren is dit materiaal in onderliggende zandlaag terechtgekomen, waardoor het lijkt alsof het hier om een apart te onderscheiden bodemlaag gaat.
Ter plaatse van de deellocatie ‘verhard terreindeel voorzijde perceel’ bleek dat het te onderzoeken oppervlak uiteindelijk veel kleiner uitviel. Dit kwam onder andere doordat ter plaatse van de bedrijfsruimtes op verzoek van de opdrachtgever geen boringen zijn gezet in verband met het voorkomen van vloerverwarming. Het te onderzoeken oppervlak is hierdoor teruggebracht naar circa 700 m2 en de veldwerkzaamheden en het chemisch onderzoek zijn hierop aangepast. Het onderzoek naar de kwaliteit van het grondwater is in combinatie met het onderzoek naar de kwaliteit van het grondwater bij deellocatie D ‘Aftappunt mengstoffen’ uitgevoerd.
Ingenieursbureau Mol
Verkennend bodemonderzoek Burgerdijkseweg 5b te De Lier
Projectnummer: A4837
13
Boringen 1204 en 1205 zijn gestaakt op een harde laag. Bij beide boringen is voldoende materiaal verrkegen voor het chemisch onderzoek. Toch is een extra boring bijgeplaatst in de groenstrook naast de asfaltverharding (1205A). Vanwege het voorkomen van kabels en leidingen zijn, ter plaatse van het onverdachte deel van de locatie aan de straatzijde, minder boringen geplaatst. Tevens worden geen boringen verricht ter plaatse van de dockshelter; dit in verband met eventuele problemen met het grondwater. het aantal boringen is ongewijzigd gebleven. Tijdens de veldwerkzaamheden is geen asbestverdacht materiaal op het maaiveld aangetroffen. Aan de voorzijde van het terrein, onder de verharding, zijn puinhoudende funderingslagen en grondlagen met puinbijmengingen waargenomen. Het voorkomen van puinlagen of grond met puin wordt de bodem als verdacht beschouwd op het voorkomen van asbest. Het vermelden van aan- of afwezigheid van asbest in de grond wordt door het bevoegd gezag verplicht gesteld in de rapportage van een verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740. Nadrukkelijk willen wij vermelden dat onderhavig verkennend bodemonderzoek geen asbest in grond onderzoek conform de NEN 5707 en/of 5897 betreft. Op basis van de uitspraak van de Raad van State d.d.
16 november, kenmerk 2016 201508764/ 1/A1, is men verplicht om bij het aantreffen van puin in de bodem of een depot een onderzoek conform de NEN 5707 (asbest) te starten. Echter, het puin is afkomstig van de bovenliggende funderingslaag wat tijdens het boren in onderliggende bodemlaag terecht is gekomen; hierdoor lijkt het alsof sprake is van een apart te onderscheiden bodemlaag. In tabel 4 staan de zintuiglijke waarnemingen tijdens de monstername en de resultaten van de veldmetingen weergegeven zoals deze zijn gemeten bij het bemonsteren van het grondwater. Het betreft de grondwaterstand (GWS) ten opzichte van het maaiveld, de troebelheid (NTU), de elektrische geleidbaarheid (EC) en de zuurgraad (pH). Tabel 4. Veldmetingen bij bemonsteren grondwater Peilbuis
Filterstelling (cm -mv)
GWS bij plaatsing (cm-mv)
GWS bij bemonstering (cm-mv)
Onverdacht terreindeel 07 150 - 250 100 65 19 150 - 250 100 59 29 150 - 250 100 140 33 150 - 250 100 54 49 150 - 250 100 63 60 150 - 250 100 51 Herbemonstering peilbuis 19 19 150-250 100 80 A.Gedempte sloot 1 102 150 - 250 100 63 B.Gedempte sloot 2 201 150 - 250 100 70 C.Gedempte sloot 3 300 150 - 250 100 55 D.Aftappunt mengstoffen 400 150 - 250 100 90 E.Opslag mengstoffen/meststoffen plus mengbak 500 150 - 250 100 59 F.Accu, Aggregaat en dieselvat in lekbak 600 150 - 250 100 74 G.Bestrijdingsmiddelenkast 700 150 - 250 100 77 H.TE-ruimte 800 150 - 250 100 65 I.Oliewaterscheider Ingenieursbureau Mol
Troebelheid EC (NTU) (µS/cm)
pH
Opmerking
320 126 198 90 571 450
1960 1750 920 1100 1670 1650
6,69 7,06 7,39 7,15 6,99 6,86
-
6
1850
6,57
161
1800
6,46
-
120
257
6,60
-
55
1620
7,25
-
61
720
7,49
-
220
1470
7,36
-
229
1630
7,42
-
67
1500
6,99
-
579
1050
7,08
-
Verkennend bodemonderzoek Burgerdijkseweg 5b te De Lier
Projectnummer: A4837
Peilbuis
Filterstelling (cm -mv)
14
GWS bij plaatsing (cm-mv) 100
900 150 - 250 J.Bovengrondse tank 1000 150 - 250 100 K.Afleverpunten oud en nieuwe olie 1100 150 - 250 100
GWS bij bemonstering (cm-mv) 75
Troebelheid EC (NTU) (µS/cm)
pH
Opmerking
366
680
7,40
-
59
242
720
7,47
-
62
581
710
7,60
-
De gemeten pH en EC zijn normale waarden voor een natuurlijke situatie in deze omgeving. In de genomen grondwatermonsters is een hogere troebelheid gemeten dan voor natuurlijke troebelheid verwacht wordt (≥10 NTU). De peilbuizen hebben voldoende rusttijd gehad na plaatsing (minimaal een week). Ook zijn de peilbuizen zorgvuldig en met een voldoende laag debiet (≤0,1 l/min) afgepompt voorafgaand aan bemonstering, zodat de grondwaterstand in de peilbuizen slechts gering is gedaald tijdens afpompen (< 50 cm). Daarom wordt aangenomen dat er geen sprake is geweest van een verstoord bodemevenwicht tijdens monsterneming, en dat de gemeten waarden voor troebelheid een natuurlijke oorzaak hebben (zwevende stoffen als lutum of silt in het grondwater). Zwevende delen kunnen leiden tot verhoogde meetwaarden in het grondwater als gevolg van matrix-storingen bij de analyse en ab- en adsorptie van organische verbindingen en zware metalen aan deze zwevende delen. Pas bij herbemonstering van het grondwater van peilbuis 19 betreft de gemeten NTU een normale waarde voor een natuurlijke situatie. 4.2
Laboratoriumonderzoek
Het laboratoriumonderzoek is uitgevoerd conform de voorgestelde opzet. In het laboratorium zijn 13 grond(meng)monsters samengesteld en 11 individuele grondmonste5rs geselecteerd. Bij de samenstelling van mengmonsters is rekening gehouden met de diepte van het bemonsteringstraject, de aangetroffen bodemsoort en de zintuiglijke waarnemingen. Tabel 5. Monsterselectie AnalyseTraject monster (cm -mv) Onverdacht terreindeel MM1 0 - 50
MM2
0 - 50
MM3
0 - 50
MM4
0 - 50
M5 MM6
0 - 50 0 - 50
MM7
0 - 50
MM8
100 - 200
Ingenieursbureau Mol
Deelmonsters
Analysepakket
02 (0,00 - 0,50) 05 (0,00 - 0,50) 07 (0,00 - 0,50) 08 (0,00 - 0,50) 10 (0,00 - 0,50) 52 (0,00 - 0,50) 53 (0,00 - 0,50) 56 (0,00 - 0,50) 59 (0,00 - 0,50) 31 (0,00 - 0,50) 32 (0,00 - 0,50) 33 (0,00 - 0,50) 27 (0,00 - 0,50) 28 (0,00 - 0,50) 29 (0,00 - 0,50) 18 (0,00 - 0,50) 16 (0,00 - 0,50) 21 (0,00 - 0,50) 23 (0,00 - 0,50) 24 (0,00 - 0,50) 37 (0,00 - 0,50) 38 (0,00 - 0,50) 39 (0,00 - 0,50) 41 (0,00 - 0,50) 01 (1,00 - 1,50) 07 (1,50 - 2,00)
Std pakket bodem (nw) incl luos + OCB
Std pakket bodem (nw) incl luos + OCB
Std pakket bodem (nw) incl luos + OCB Std pakket bodem (nw) incl luos + OCB Std pakket bodem (nw) incl luos + OCB Std pakket bodem (nw) incl luos + OCB
Std pakket bodem (nw) incl luos + OCB
Std pakket bodem (nw) incl luos + OCB
Verkennend bodemonderzoek Burgerdijkseweg 5b te De Lier
Projectnummer: A4837
15
Vervolg tabel 5. Monsterselectie Analysemonster MM9
Traject (cm -mv) 100 - 200
MM10
100 - 150
M11 MM12
100 - 150 100 - 150
MM13
100 - 150
A.Gedempte sloot 1 M100 100 - 150 B.Gedempte sloot 2 M200 150 - 200 C.Gedempte sloot 3 MM300 100 - 150
Deelmonsters
Analysepakket
12 (1,00 - 1,50) 19 (1,50 - 2,00) 29 (1,00 - 1,50) 30 (1,00 - 1,50) 33 (1,00 - 1,50) 49 (1,00 - 1,50) 51 (1,00 - 1,50) 57 (1,00 - 1,50) 41 (1,00 - 1,50) 44 (1,00 - 1,50)
Std pakket bodem (nw) incl luos + OCB
100 (1,00 - 1,50) 101 (1,00 - 1,50) 102 (1,00 - 1,50)
Std pakket bodem (nw) incl luos + OCB
200 (1,50 - 2,00)
Std pakket bodem (nw) incl luos + OCB
301 (1,00 - 1,50) 302 (1,00 - 1,50)
Std pakket bodem (nw) incl luos + OCB
D.Aftappunt mengstoffen M400 30 - 50 400 (0,30 - 0,50) E.Opslag mengstoffen en meststoffen plus mengbak M500 50 - 100 500 (0,50 - 1,00) F.Accu, aggregaat en dieselvat in lekbak M600 50 - 100 600 (0,50 - 1,00) G.Bestrijdingsmiddelenkast M700 50 - 100 700 (0,50 - 1,00) H.TE-ruimte M800 50 - 100 800 (0,50 - 1,00) I.Oliewaterscheider M900 50 - 100 900 (0,50 - 1,00) J.Bovengrondse tank M1000 50 - 100 1000 (0,50 - 1,00) K.Afleverpunten oude en nieuwe olie M1100 50 - 100 1100 (0,50 - 1,00) Verhard terreindeel voorzijde M1200 50 - 80 1205 (0,50 – 0,80)
Std pakket bodem (nw) incl luos + OCB Std pakket bodem (nw) incl luos + OCB Std pakket bodem (nw) incl luos + OCB Std pakket bodem (nw) incl luos + OCB
Std pakket bodem (nw) incl luos + OCB Standaard pakket incl LUOS incl luos + OCB Std pakket bodem (nw) incl luos + OCB Std pakket bodem (nw) incl luos + OCB Std pakket bodem (nw) incl luos + OCB Minerale Olie (C10-C40), Organische stof (gloeiverlies) Minerale Olie (C10-C40), Organische stof (gloeiverlies) Minerale Olie (C10-C40), Organische stof (gloeiverlies) Std pakket bodem (nw) incl luos + OCB
Het grondwater afkomstig van peilbuis 19 is naar aanleiding van de resultaten opnieuw bemonsteren en geanalyseerd op vinylchloride. De getoetste analyseresultaten zijn opgenomen in bijlage C. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage D.
Ingenieursbureau Mol
Verkennend bodemonderzoek Burgerdijkseweg 5b te De Lier
Projectnummer: A4837
16
4.2.1 Grond De voor analyse geselecteerde grond(meng)monsters alsmede de resultaten van de toetsing zijn samengevat in de volgende tabel. Tabel 6. Gemeten concentraties t.o.v. toetsingswaarden in de grond (mg/kgds) AnalyseTraject monster (cm -mv) Onverdacht terreindeel MM1 0 - 50 MM2 0 - 50 MM3 0 - 50 MM4 0 - 50
> AW (+index)
> I (+index)
Som 21 Organochloorhoud. bestrijdingsm () PAK 10 VROM (0,02) Hexachloorbenzeen (HCB) (-) Heptachloorepoxide (0,01) DDE (som) (0,01) DDD (som) (-) Chloordaan (cis + trans) (0,04) Drins (Aldrin+Dieldrin+Endrin) (0,4) Molybdeen (0,02) Molybdeen (-) Molybdeen (0,01) -
-
M5 0 - 50 MM6 0 - 50 MM7 0 - 50 MM8 100 - 200 MM9 100 - 200 MM10 100 - 150 M11 100 - 150 MM12 100 - 150 MM13 100 - 150 A.Gedempte sloot 1 M100 100 - 150 Molybdeen (0,01) B.Gedempte sloot 2 M200 150 - 200 Molybdeen (-) C.Gedempte sloot 3 MM300 100 - 150 D.Aftappunt mengstoffen M400 30 - 50 E.Opslag mengstoffen en meststoffen plus mengbak M500 50 - 100 Drins (Aldrin+Dieldrin+Endrin) (-) F.Accu, aggregaat en dieselvat in lekbak M600 50 - 100 G.Bestrijdingsmiddelenkast M700 50 - 100 H.TE-ruimte M800 50 - 100 I.Oliewaterscheider M900 50 - 100 J.Bovengrondse tank M1000 50 - 100 K.Afleverpunten oude en nieuwe olie M1100 50 - 100 -
Ingenieursbureau Mol
-
Verkennend bodemonderzoek Burgerdijkseweg 5b te De Lier
Projectnummer: A4837
17
Vervolg tabel 6. Gemeten concentraties t.o.v. toetsingswaarden in de grond (mg/kgds) AnalyseTraject monster (cm -mv) Verhard terreindeel voorzijde M1200 50 - 100
> AW >I Index
> AW (+index)
> I (+index)
PCB (som 7) (0,12) Minerale olie C10 - C40 (0,03) Nikkel (0,05) Koper (0,11) Zink (0,15) Lood (0,05) PAK 10 VROM (0,12) Drins (Aldrin+Dieldrin+Endrin) (-)
-
: > Achtergrondwaarde : > Interventiewaarde : (GSSD - AW) / (I - AW)
opmerking
:
De tussenwaarde werd in het verleden als triggerwaarde gehanteerd voor een vermoeden van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Het aantonen van een dergelijke verhoogde waarde geeft statistisch een kans op het voorkomen van een geval van ernstige bodem-verontreiniging. Met het vervallen van de term tussen-waarde, is deze kans niet gewijzigd. In plaats van de tussenwaarde wordt nu een bodem-index van 0,50 gehanteerd. Deze index wordt door overheden vaak gebruikt als triggerwaarde om over te gaan tot nader onderzoek.
4.2.2 Grondwater De analyseresultaten van het grondwater zijn samengevat in de volgende tabel. Tabel 7. Gemeten concentraties t.o.v. toetsingswaarden in het grondwater (µg/l) Filterdiepte (cm -mv) Onverdacht terreindeel 07-1-1 150 - 250 Watermonster
19-1-1
150 - 250
19-1-2 29-1-1 33-1-1 49-1-1
150 - 250 150 - 250 150 - 250 150 - 250
60-1-1
150 - 250
A.Gedempte sloot 1 102-1-1 150 - 250
B.Gedempte sloot 2 201-1-1 150 - 250
Ingenieursbureau Mol
> S (+index)
> I (+index)
Nikkel (0,62) Arseen (0,54) Molybdeen (0,12) Barium (0,12) Arseen (0,92) Molybdeen (0,06) Barium (0,05) Vinylchloride (0,68) Barium (0,08) Barium (0,01) Molybdeen (0,06) Barium (0,26) Kwik (0,03) Nikkel (0,03) Molybdeen (0,01) Barium (0,47)
-
Nikkel (0,83) Arseen (0,28) Molybdeen (0,05) Barium (0,1) Vinylchloride (0,04)
-
Nikkel (0,18) Arseen (0,98) Barium (0,1)
-
Nikkel (4,25)
Arseen (1,12) Arseen (10)
Verkennend bodemonderzoek Burgerdijkseweg 5b te De Lier
Projectnummer: A4837
18
Vervolg tabel 7. Gemeten concentraties t.o.v. toetsingswaarden in het grondwater (µg/l) Filterdiepte (cm -mv) C.Gedempte sloot 3 300-1-1 150 - 250 Watermonster
> S (+index)
> I (+index)
Kobalt (0,06) Koper (0,53) Zink (0,85) Arseen (0,34) Molybdeen (0,13) Cadmium (0,32) Barium (0,06) Vinylchloride (0,32) D.Aftappunt mengstoffen (op verhard deel voorzijde perceel) 400-1-1 150 - 250 Nikkel (0,08) Molybdeen (0,01) Barium (0,01) E.Opslag mengstoffen en meststoffen plus mengbak 500-1-1 150 - 250 Nikkel (0,7) Barium (0,17) F.Accu, aggregaat en dieselvat in lekbak 600-1-1 150 - 250 Molybdeen (0,03) Barium (0,12) G.Bestrijdingsmiddelenkast 700-1-1 150 - 250 Nikkel (0,77) Barium (0,1) H.TE-ruimte 800-1-1 150 - 250 Barium (0,07) I.Oliewaterscheider 900-1-1 150 - 250 J.Bovengrondse tank 1000-1-1 150 - 250 K.Afleverpunten oude en nieuwe olie 1100-1-1 150 - 250 -
Nikkel (3,75)
>S
Index
4.3
: > Streefwaarde
>I
: > Interventiewaarde
-
Nikkel (3,92) Nikkel (1,75) : (GSSD - S) / (I - S)
Bespreking resultaten
Onverdacht terreindeel Bovengrond In het grondmengmonster MM1 (boringen 02, 05, 07, 08 en 10 : 0-50 cm-mv) zijn de gemeten gehalten van de onderzochte parameters niet verhoogd ten opzichte van de toetsingswaarden. In het grondmengmonster MM2 (boringen 52, 53, 56 en 59 : 0-50 cm-mv) zijn de gemeten gehalten van de onderzochte parameters niet verhoogd ten opzichte van de toetsingswaarden. In het grondmengmonster MM3 (boringen 31, 32 en 33 : 0-50 cm-mv) zijn de gemeten gehalten van de onderzochte parameters niet verhoogd ten opzichte van de toetsingswaarden. In het grondmengmonster MM4 (boringen 27, 28 en 29 : 0-50 cm-mv) zijn de gehalten som OCB, PAK, hexachloorbenzeen, heptachloorepoxide, DDE, DDD, chloordaan en som drins verhoogd ten opzichte van de achtergrondwaarde. In het grondmonster M5 (boring 18 : 0-50 cm-mv) zijn de gemeten gehalten van de onderzochte parameters niet verhoogd ten opzichte van de toetsingswaarden. In het grondmengmonster MM6 (boringen 16, 21, 23 en 24 : 0-50 cm-mv) zijn de gemeten gehalten van de onderzochte parameters niet verhoogd ten opzichte van de toetsingswaarden.
Ingenieursbureau Mol
Verkennend bodemonderzoek Burgerdijkseweg 5b te De Lier
Projectnummer: A4837
19
In het grondmengmonster MM7 (boringen 37, 38, 39 en 41 : 0-50 cm-mv) zijn de gemeten gehalten van de onderzochte parameters niet verhoogd ten opzichte van de toetsingswaarden. Ondergrond In het grondmengmonster MM8 (boring 01 : 100-150 cm-mv en boring 07: 150-200) is het gehalte molybdeen verhoogd ten opzichte van de achtergrondwaarde. In het grondmengmonster MM9 (boring 12 : 100-150 cm-mv en boring 19: 150-200) is het gehalte molybdeen verhoogd ten opzichte van de achtergrondwaarde. In het grondmengmonster MM10 (boring 29 en 30 : 100-150 cm-mv) zijn de gemeten gehalten van de onderzochte parameters niet verhoogd ten opzichte van de toetsingswaarden. In het grondmonster M11 (boring 33 : 100-150 cm-mv) zijn de gemeten gehalten van de onderzochte parameters niet verhoogd ten opzichte van de toetsingswaarden. In het grondmengmonster MM12 (boringen 49, 51 en 57 : 100-150 cm-mv) is het gehalte molybdeen verhoogd ten opzichte van de achtergrondwaarde. In het grondmengmonster MM13 (boringen 41 en 44 : 100-150 cm-mv) zijn de gemeten gehalten van de onderzochte parameters niet verhoogd ten opzichte van de toetsingswaarden. Grondwater In het grondwater van peilbuis 07 (150-250 cm-mv) zijn de gehalte van arseen en nikkel verhoogd ten opzichte van de 0,5-index aangetroffen en zijn de gehalten van molybdeen en barium verhoogd ten opzichte van de streefwaarden aangetoond.
In het grondwater van peilbuis 19 (150-250 cm-mv) is het gehalte van nikkel verhoogd ten opzichte van de interventiewaarde aangetoond. Daarnaast zijn de gehalten van arseen en vinylchloride verhoogd ten opzichte van de 0,5-index aangetoond en overschrijden de gehalten van molybdeen en barium de streefwaarden. Na herbemonstering het grondwater van peilbuis 19 blijkt dat het gehalte vinylchloride niet verhoogd is aangetoond ten opzichte van de toetsingswaarde. In het grondwater van peilbuis 29 (150-250 cm-mv) overschrijdt het gehalte van barium de streefwaarde. In het grondwater van peilbuis 33 (150-250 cm-mv) overschrijdt het gehalte van barium de streefwaarde. In het grondwater van peilbuis 49 (150-250 cm-mv) overschrijdt het gehalte van arseen de interventiewaarde. Daarnaast zijn de gehalten van molybdeen, barium en kwik verhoogd ten opzichte van de streefwaarden aangetoond. In het grondwater van peilbuis 60 (150-250 cm-mv) overschrijdt het gehalte arseen de interventiewaarde. Daarnaast zijn de gehalten van nikkel, molybdeen en barium verhoogd ten opzichte van de streefwaarden aangetoond.
Ingenieursbureau Mol
Verkennend bodemonderzoek Burgerdijkseweg 5b te De Lier
Projectnummer: A4837
20
A.Gedempte sloot 1 Ondergrond In het grondmengmonster M100 (boringen 100, 101 en 102 : 100-150 cm-mv) is het gehalte molybdeen verhoogd ten opzichte van de achtergrondwaarde. Grondwater In het grondwater van peilbuis 102 (150-250 cm-mv) overschrijdt het gehalte van nikkel de 0,5index. Daarnaast zijn de gehalten van arseen, molybdeen, barium en vinylchloride verhoogd ten opzichte van de streefwaarden aangetoond. B.Gedempte sloot 2 Ondergrond In het grondmonster M200 (boring 200 : 150-200 cm-mv) met een zwakke slibbijmenging is het gehalte molybdeen verhoogd ten opzichte van de achtergrondwaarde. Grondwater In het grondwater van peilbuis 201 (150-250 cm-mv) overschrijdt het gehalte arseen de 0,5-index. Daarnaast zijn de gehalten van nikkel en barium verhoogd ten opzichte van de streefwaarden aangetoond. C.Gedempte sloot 3 Ondergrond In het grondmengmonster MM300 (boringen 301 en 302 : 100-150 cm-mv) zijn de gemeten gehalten van de onderzochte parameters niet verhoogd ten opzichte van de toetsingswaarden. Grondwater In het grondwater van peilbuis 300 (150-250 cm-mv) overschrijdt het gehalte van nikkel de interventiewaarde. Daarnaast zijn de gehalten van koper en zink verhoogd ten opzichte van de 0,5-index aangetoond en zijn de gehalten van kobalt, arseen, molybdeen, cadmium, barium en vinylchloride verhoogd ten opzichte van de streefwaarden aangetoond.
D.Aftappunt mengstoffen Ondergrond In het grondmonster M400 (boring 400 : 30-50 cm-mv) zijn de gemeten gehalten van de onderzochte parameters niet verhoogd ten opzichte van de toetsingswaarden. Grondwater In het grondwater van peilbuis 400 (150-250 cm-mv) zijn de gehalten van nikkel, molybdeen en barium verhoogd ten opzichte van de streefwaarden aangetoond. E.Opslag mengstoffen en meststoffen plus mengbak Ondergrond In het grondmonster M500 (boring 500 : 50-100 cm-mv) is het gehalte van som drins verhoogd ten opzichte van de achtergrondwaarde. Grondwater In het grondwater van peilbuis 500 (150-250 cm-mv) is het gehalte van nikkel verhoogd aangetoond ten opzichte van de 0,5-index en is het gehalte van barium verhoogd ten opzichte van de streefwaarde aangetoond.
Ingenieursbureau Mol
Verkennend bodemonderzoek Burgerdijkseweg 5b te De Lier
Projectnummer: A4837
21
F.Accu, aggregaat en dieselvat in lekbak Ondergrond In het grondmonster M600 (boring 600 : 50-100 cm-mv) zijn de gemeten gehalten van de onderzochte parameters niet verhoogd ten opzichte van de toetsingswaarden. Grondwater In het grondwater van peilbuis 600 (150-250 cm-mv) is het gehalte van nikkel verhoogd aangetoond ten opzichte van de interventiewaarde en zijn de gehalten van molybdeen en barium verhoogd ten opzichte van de streefwaarde aangetoond. G.Bestrijdingsmiddelenkast Ondergrond In het grondmonster M700 (boring 700 : 50-100 cm-mv) zijn de gemeten gehalten van de onderzochte parameters niet verhoogd ten opzichte van de toetsingswaarden. Grondwater In het grondwater van peilbuis 700 (150-250 cm-mv) is het gehalte van nikkel verhoogd aangetoond ten opzichte van de 0,5-index en is het gehalte van barium verhoogd ten opzichte van de streefwaarde aangetoond. H.TE-ruimte Ondergrond In het grondmonster M800 (boring 800 : 50-100 cm-mv) zijn de gemeten gehalten van de onderzochte parameters niet verhoogd ten opzichte van de toetsingswaarden. Grondwater In het grondwater van peilbuis 800 (150-250 cm-mv) is het gehalte van nikkel verhoogd aangetoond ten opzichte van de interventiewaarde en is het gehalte van barium verhoogd ten opzichte van de streefwaarde aangetoond.
I.Oliewaterscheider Ondergrond In het grondmonster M900 (boring 900 : 50-100 cm-mv) zijn de gemeten gehalten van de onderzochte parameters niet verhoogd ten opzichte van de toetsingswaarden. Grondwater In het grondwater van peilbuis 900 (150-250 cm-mv) zijn de gemeten gehalten van de onderzochte parameters niet verhoogd ten opzichte van de toetsingswaarden. J.Bovengrondse tank Ondergrond In het grondmonster M1000 (boring 1000 : 50-100 cm-mv) zijn de gemeten gehalten van de onderzochte parameters niet verhoogd ten opzichte van de toetsingswaarden. Grondwater In het grondwater van peilbuis 1000 (150-250 cm-mv) zijn de gemeten gehalten van de onderzochte parameters niet verhoogd ten opzichte van de toetsingswaarden.
Ingenieursbureau Mol
Verkennend bodemonderzoek Burgerdijkseweg 5b te De Lier
Projectnummer: A4837
22
K.Afleverpunten oude en nieuwe olie Ondergrond In het grondmonster M1100 (boring 1100 : 50-100 cm-mv) zijn de gemeten gehalten van de onderzochte parameters niet verhoogd ten opzichte van de toetsingswaarden. Grondwater In het grondwater van peilbuis 1100 (150-250 cm-mv) zijn de gemeten gehalten van de onderzochte parameters niet verhoogd ten opzichte van de toetsingswaarden. Verhard terreindeel voorzijde Ondergrond In het grondmonster M1200 (boring 1205: 50-80 cm-mv) met een matige puinbijmenging zijn de gehalten van PCB, minerale olie, nikkel, koper, zink, lood, PAK en som drins verhoogd ten opzichte van de achtergrondwaarden aangetoond. Grondwater Het onderzoek naar de kwaliteit van het grondwater is gecombineerd met dat van de deellocatie ‘aftappunt meststoffen’. Dit betreft peilbuis 400. 4.4
Overweging resultaten
Regelmatig worden in het (freatische) grondwater in Zuid-Holland overschrijdingen van de streefwaarden voor grondwater, gemeten zonder dat sprake is van een aantoonbare bron van verontreiniging. Dit geldt voor arseen, nikkel, koper, zink, lood en barium. Deze stoffen kunnen in sommige gebieden/bodems in Zuid-Holland zelfs de interventiewaarde voor het grondwater overschrijden, zonder dat daarbij in de vaste fase van de bodem ter plaatse van het grondwater de generieke achtergrondwaarden voor de bodem (AW2000) worden overschreden. Verder kenmerken deze gebieden / bodems zich door relatief grote fluctuaties in de waargenomen gehalten in ruimte en tijd. De verhoogde gehalten worden toegeschreven aan natuurlijke oorzaken en de fluctuaties in de gehalten aan de natuurlijke schommelingen van de grondwaterstand en de daarmee samenhangende redoxreacties in de bodem. Menselijke ingrepen in de waterhuishouding van een gebied en herinrichting van locaties zijn daardoor mede bepalend voor de verhouding waarin de stoffen voorkomen in grond en grondwater. Het voornoemde is van toepassing op onderhavige locatie; nader onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht. In het grondwater van de peilbuizen 19, 102 en 300 is een verhoogd gehalte aan vinylchloride aangetoond. Volgens het laboratorium is de analyse goed uitgevoerd.
Het verhoogde gehalte wordt mogelijk veroorzaak door een storing in de monstermatrix. Deze verklaring wordt bevestigd door het grondwater van peilbuis 19, waar in eerste instantie de hoogste concentratie is aangetoond. Na herbemonstering en analyse is vinylchloride is niet meer aangetoond.
Ingenieursbureau Mol
Verkennend bodemonderzoek Burgerdijkseweg 5b te De Lier
Projectnummer: A4837
4.5
23
Afwijkingen ten opzichte van de norm
Onderhavig onderzoek is gebaseerd op NEN 5740/A1. In onderstaande tabel worden eventuele afwijkingen ten opzichte van de genoemde norm weergegeven: Tabel 8. Afwijkingen Deel van het onderzoek:
Opmerking: Met uitzondering van de gedempte sloten en het verhard terrein aan de voorzijde van het perceel, is bij de overige verdachte deellocaties volstaan met het plaatsen van een peilbuis omdat de oppervlaktes van deze deellocaties kleiner zijn dan 10 m2. Dit is geheel conform het gestelde in de NEN 5740/A1.
Onderzoeksstrategie
Veldwerk
Grondanalyses
Vanwege het voorkomen van vloerverwarming in de bedrijfsruimtes zijn, op verzoek van de opdrachtgever, bij deellocaties E, F, G, H en J inpandig geen veldwerkzaamheden verricht. De veldwerkzaamheden zijn verplaatst naar buiten tegen de gevel van de bedrijfsruimte. Dit wordt beschouwd als een kritische afwijking waardoor onderhavige rapportage niet is voorzien van een SIKB-keurmerk. Ter plaatse van de deellocatie ‘verhard terreindeel voorzijde perceel’ bleek dat het te onderzoeken oppervlak uiteindelijk kleiner uitviel. Dit kwam doordat ter plaatse van de bedrijfsruimtes op verzoek van de opdrachtgever geen boringen zijn gezet. Het te onderzoeken oppervlak is hierdoor teruggebracht naar circa 700 m2 en de veldwerkzaamheden en het chemisch onderzoek zijn hierop aangepast. Het onderzoek naar de kwaliteit van het grondwater is in combinatie met het onderzoek naar de kwaliteit van het grondwater bij deellocatie ‘Aftappunt mengstoffen’ uitgevoerd. Deze deellocaties vallen samen. Hoewel dit geen invloed heeft op de representativiteit van het onderzoek, wordt wel beschouwd als een kritische afwijking waardoor onderhavige rapportage niet is voorzien van een SIKB-keurmerk. Boringen 1204 en 1205 zijn gestaakt op een harde laag. Bij beide boringen is voldoende materiaal verkregen voor het chemisch onderzoek. Dit wordt niet beschouwd als een kritische afwijking.
Toch is een extra boring bijgeplaatst in de groenstrook naast de asfaltverharding (1205A). Dit wordt niet beschouwd als een kritische afwijking, maar als een verrijking van het onderzoek. Ter plaatse van de deellocatie ‘verhard terreindeel voorzijde perceel’ zijn onder de asfaltverharding en funderingslaag bijmengingen met puin waargenomen in de grond. Het gaat hierbij om puin afkomstig van de bovenliggende funderingslaag. Tijdens het boren is dit materiaal in onderliggende zandlaag terechtgekomen, waardoor het lijkt alsof het hier om een apart te onderscheiden bodemlaag gaat. Deze bodemlaag is daarom niet onderzocht op asbest. Dit wordt niet beschouwd als een kritische afwijking. Het grondmonster M1200 is per abuis later ingezet. Hierdoor is de conserveringstermijn van minerale olie overschreden. Dit wordt beschouwd als een kritische afwijking waardoor onderhavige rapportage niet is voorzien van een SIKB-keurmerk. Omdat tijdens het verrichten van de veldwerkzaamheden zintuiglijk geen olieproduct is waargenomen, wordt het gemeten gehalte als respresentatief beschouwd.
Grondwaterbemonstering
Geen afwijkingen
Grondwateranalyses
Bij peilbuizen 19, 102 en 300 is een verhoogd gehalte aan vinylchloride aangetroffen. Deze parameter wordt op basis van de resultaten van het vooronderzoek en de (uitgevoerde) bedrijfsactiviteiten niet in verhoogde mate verwacht in het grondwater. Op het analysecertificaat staat dat de gemeten gehalten van vinylchloride indicatief zijn als gevolg van adsorptie van de interne standaard. Uit navraag bij het laboratorium blijkt dat dit mogelijk het gevolg is van een storing in de monstermatrix. Het gehalte vinylchloride in de 3 peilbuizen dient te worden beschouwd als indicatief. Na herbemonstering van het grondwater van peilbuis 19 blijkt dat het grondwater niet verontreinigd is met vinylchloride.
Ingenieursbureau Mol
Verkennend bodemonderzoek Burgerdijkseweg 5b te De Lier
Projectnummer: A4837
5
24
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
In opdracht van Rijk Zwaan Zaadteelt en Zaadhandel B.V. is door Ingenieursbureau Mol op de locatie Burgerdijkseweg 5b te De Lier een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd gebaseerd op de NEN 5740/A1. Het terrein wordt onderzocht in verband met de voorgenomen eigendomsoverdracht en het aanvragen van een omgevingsvergunning. Het doel van het verkennend bodemonderzoek is drieledig, namelijk 1. aantonen dat op het onverdachte deel van de locatie redelijkerwijs gesproken geen verontreinigende stoffen aanwezig zijn in de grond of het freatisch grondwater in gehaltes boven respectievelijk de achtergrondwaarden en de streefwaarden; 2. het bepalen van aard van de heterogeen verdeelde verontreinigde stof onder het verharde deel aan de voorzijde van de locatie. Tevens wordt vastgesteld of de concentraties van de vermoede verontreinigende stof in de grond en het grondwater boven respectievelijk de achtergrondwaarde en de streefwaarde worden aangetroffen; 3. vast te stellen of de vooronderstelde verontreinigingskernen ook daadwerkelijk op de vermoede plaatsen aanwezig zijn en in hoeverre de verontreinigende stoffen in de grond en het freatische grondwater respectievelijk de achtergrondwaarden en de streefwaarden overschrijden. 5.1
Conclusies
Op basis van de resultaten van het verkennend onderzoek wordt het volgende geconcludeerd: Onverdacht terreindeel ▪ Het onverdachte terreindeel beslaat de teeltruimte, het woonhuis en omliggende erf en het deel met de bassins aan de straatzijde; ▪ De bovengrond is overwegend niet verontreinigd met de onderzochte parameters. Op het zuidwestelijk deel van de onderzoekslocatie zijn plaatselijk lichte verontreinigingen aangetoond met enkele individuele organochloorhoudende bestrijdingsmiddelen en PAK; ▪ De ondergrond is behoudens een plaatselijk voorkomende lichte verontreiniging met molybdeen, niet verontreinigd met de onderzochte parameters; ▪ Het grondwater is sterk tot en met licht verontreinigd met nikkel en arseen, plaatselijk matig verontreinigd met vinylchloride en licht verontreinigd met enkele individuele zware metalen. De matige verontreiniging met vinylchloride is het gevolg van een storing in het grondwatermonster en is na herbemonstering en analyse niet meer aangetoond. De hypothese onverdacht ten aanzien van het voorkomen van bodemverontreiniging wordt verworpen. De plaatselijk voorkomende lichte verontreinigingen in de grond worden toegeschreven aan het (voormalige) gebruik. De sterke tot lichte verontreinigingen met zware metalen in het grondwater worden toegeschreven aan een van nature verhoogde achtergrondconcentratie.
De onderzoeksresultaten geven geen aanleiding tot het instellen van verder onderzoek. De resultaten benaderen geenszins de toetsingswaarde voor nader onderzoek.
Ingenieursbureau Mol
Verkennend bodemonderzoek Burgerdijkseweg 5b te De Lier
Projectnummer: A4837
25
Verdachte deellocaties ▪ Ter plaatse van de deellocaties ‘gedempte sloot 1’, ‘gedempte sloot 2’ en ‘opslag mengstoffen en meststoffen plus mengbak’ zijn lichte verontreinigingen met molybdeen of som drins aangetoond; ▪ Ter plaatse van de deellocaties ‘gedempte sloot 3’, ‘aftappunt mengstoffen’, ‘accu, aggregaat en dieseltank in lekbak’, ‘bestrijdingsmiddelenkast’, ‘TE-ruimte’, ‘oliewaterscheider’, ‘bovengrondse tank’, ‘afleverpunten oude en nieuwe olie’ en ‘verhard terrein voorzijde perceel’ is de grond niet verontreinigd met de geanalyseerde parameters; ▪ met uitzondering van de deellocaties ‘olie-waterscheider’, ‘bovengrondse tank’ en ‘afleverpunten oude en nieuwe olie’ is het grondwater sterk tot en met licht verontreinigd met nikkel, plaatselijk matig verontreinigd met koper en zink en licht verontreinigd met enkele individuele zware metalen. Met uitzondering van de deellocaties ‘olie-waterscheider’, ‘bovengrondse tank’ en ‘afleverpunten oude en nieuwe olie’ wordt de hypothese verdacht ten aanzien van het voorkomen van bodemverontreiniging aanvaard. Echter, de lichte verontreinigingen in de grond benaderen geenszins de toetsingswaarden voor nader onderzoek. Daarnaast worden de sterke tot en met lichte verontreinigingen in het grondwater toegeschreven aan van nature verhoogde achtergrondconcentraties.
De onderzoeksresultaten geven geen aanleiding tot het instellen van verder onderzoek. De resultaten benaderen geenszins de toetsingswaarde voor nader onderzoek. 5.2
Aanbevelingen
Vanuit milieuhygiënisch oogpunt worden geen bezwaren verwacht voor het verstrekken van een omgevingsvergunning en voortzetten van het huidige gebruik. Geadviseerd wordt om onderhavige rapportage in het kader van de eigendomsoverdracht voor te leggen aan de verkopende partij en zo nodig aan het bevoegd gezag met het verzoek of zij kunnen instemmen met de resultaten en conclusies. Verder wordt geadviseerd om bij een aanvraag omgevingsvergunning, onderliggende rapportage ter beoordeling te overleggen aan de Omgevingsdienst Haaglanden. Opgemerkt wordt dat indien bijvoorbeeld bij herinrichtingswerkzaamheden grond vrijkomt die niet ter plaatse kan worden hergebruikt er restricties gelden ten aanzien van het hergebruik.
Ingenieursbureau Mol
Verkennend bodemonderzoek Burgerdijkseweg 5b te De Lier
Projectnummer: A4837
6
26
ALGEMENE OPMERKINGEN
Geadviseerd wordt om bij werkzaamheden in de bodem alert te blijven op waarneembare bijzonderheden die kunnen duiden op eventuele verontreinigingen. Het onderhavige onderzoek beschrijft de huidige kwaliteit van de bodem. Wij wijzen u erop dat het uitgevoerde onderzoek een momentopname is. Beïnvloeding van de bodemkwaliteit kan alsnog plaatsvinden na uitvoering van dit onderzoek. Naarmate de periode tussen de uitvoering van dit onderzoek en het gebruik van de resultaten langer wordt, kan dit van invloed zijn op de representativiteit van dit document. Bij het interpreteren van de onderzoeksresultaten dient rekening te worden gehouden met het feit dat analyses uitgevoerd kunnen zijn op basis van mengmonsters. Het is derhalve niet uit te sluiten dat lokaal hogere concentraties aan verontreinigingen voorkomen. Tevens is het niet onmogelijk dat plaatselijk verontreinigingen voorkomen die niet gedetecteerd zijn. Het onderzoek is uitgevoerd op basis van een beperkt aantal monsters, genomen op een beperkt aantal plaatsen. Afvoer en hergebruik van grond (en bouwstoffen) naar elders is onderhevig aan de geldende wettelijke bepalingen.
Ingenieursbureau Mol
Verkennend bodemonderzoek Burgerdijkseweg 5b te De Lier
Projectnummer: A4837
7 1.
27
REFERENTIES Nederlandse Norm NEN 5740:2009/A1:2016; Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond, Nederlands Normalisatie Instituut, januari 2009/februari 2016;
2.
Nederlandse Norm NEN 5725; Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, Nederlands Normalisatie Instituut, oktober 2017;
3.
BRL SIKB 2000, “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek”, Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer, versie 5, d.d. 12 december 2013;
4.
BRL SIKB 2100, “Mechanisch boren”, Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer, versie 3.3, d.d. 16 april 2015;
5.
Circulaire Bodemsanering 2009, zoals geldend per 1 juli 2013, Staatscourant nr. 16675;
6.
Regeling besluit bodemkwaliteit, Staatscourant nr. 246, 10 juli 2008;
7.
Protocol 2001, “Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen”, Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodem-beheer, versie 3.2, d.d. 12 december 2013;
8.
Protocol 2002, “Het nemen van grondwatermonsters”, Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer, versie 4, d.d. 12 december 2013;
9.
Protocol 2101, “Mechanisch boren”, Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer, versie 3.3, d.d. 16 april 2015;
10.
Gezamenlijk bodemsaneringsbeleid provincie Zuid-Holland, Provincie Zuid-Holland en de gemeenten Den Haag, Dordrecht, Leiden, Rotterdam en Schiedam, versie 13 (definitief), d.d. 15 augustus 2012.
Ingenieursbureau Mol
Verkennend bodemonderzoek Burgerdijkseweg 5b te De Lier
Bijlage A: Ligging onderzoekslocatie en kadastrale gegevens
Projectcode: A4837
Uittreksel Kadastrale Kaart
Uw referentie: A4837
78 25
2577 131
1775
1561 128
2387 26 12
1857
2331
130
1655
7
1653
5B/ 1
4 165
30 23
2128 2239
2144
5B
252
2238
5A/ 1
244 2145
2142
5A
180 273
2146
179 0m
Deze kaart is noordgericht Perceelnummer 25 Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens Bebouwing Overige topografie Voor een eensluidend uittreksel, Y, 11 februari 2019 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers
12345
22
20 m
100 m
Schaal 1:2000 Kadastrale gemeente Sectie Perceel
de Lier C 2331
Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.
Omgevingskaart
Klantreferentie: A4837
0m
125 m
Deze kaart is noordgericht. Hier bevindt zich Kadastraal object de Lier C 2331 CC-BY Kadaster.
625 m
Schaal 1: 12500