CConstaterende datWestland
Koppel je AI →
Document · PDF

1.21b) ontwerpbestemmingsplan Kralingerpad te De Lier (21-0317570)

Gemeenteraad 25 januari 2022, gemeente WestlandBij agendapunt: Vaststelling van de afhandeling van de Lijst met Ingekomen Stukken (LIS)40.895 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

In deze periode zijn twee grote parkeerterreinen gerealiseerd door de aankoop van de naastgelegen gemeentegrond en is een overschot van 122 parkeerplaatsen aangelegd voor toekomstige ontwikkelingen. Daarnaast is het parkeerterrein aan de voorzijde in 2019 uitgebreid met 49 parkeerplaatsen voor de ontwikkeling van een toekomstig kantoor. Dit laatste plan is vooralsnog niet doorgegaan, vanwege de voorliggende ontwikkeling. Totaal heeft Rijk Zwaan een overschot van 171 parkeerplaatsen. Hieruit volgt dat voor de planontwikkeling in 2030 aan de normen wordt voldaan. Voor de verwachte uitbreiding na 2030 is een extra parkeerterrein nodig van ca 59 parkeerplaatsen. Voor de periode na 2030 wordt al in de eerste bouwfase een nieuw parkeerterrein aangelegd op de plaats van de huidige watersilo's grenzend aan het huidige parkeerterrein. De ruimte voor dit nieuwe parkeerterrein is opgenomen in het plangebied en de huidige watersilo's worden verplaatst naar de zijde Burgerdijkseweg van het plangebied. Parkeren is hierdoor ook voor de lange termijn voldoende geborgd. Tabel berekening overschot parkeren na nieuwbouw 2010 voorzijde Rijk Zwaan complex

25

ID 1C Plangebied bestemmingsplan Burg. CrezeeLaan 40, oktober 2010: vcorzjde Rjk Zwaan complex

Benodigd na nieuwbouw Situatie n3 rāeuwbouw De Zivaa n P e rka e rd e k op waterb uffer Ie Pa rkE erp Ie Et s 3 rhter ,VEtE rb jff et 2 ? Pa rkE erp Ie ats 3 toter waterb uffet

De l^arkt

Overschot 2019 O mgevings verg un ni ng, oktobH" 2019c nieuw bouw kantoor Ri|ţ Zwaan (bouwdeel Gį Eíba p e rkeren e e ngelegd zon der n ieu wbo uiv real isatie

O verschot totaa l

In totaal werken op de hoofdlocatie Burgemeester Crezéelaan 40 De Lier ca. 800 medewerkers waarvan een deel parttime werkt en een deel seizoensmedewerker is. Naast de hierboven beschreven 450 parkeerplaatsen op het voorterrein zijn er nog 150 parkeerplaatsen nabij de gebouwen De Zaailing, De Plantage en De Focus aanwezig. Het terrein is zoals eerder benoemd in 2019 uitgebreid met 49 parkeerplaatsen. In totaal zijn er op het terrein van Rijk Zwaan 649 parkeerplaatsen. Op dagelijkse basis komt een deel van de medewerkers (wort-case ca. 200Zo) op de fiets. In de praktijk blijkt dat op een werkdag een deel van het parkeerterrein (250Zo) leeg is; ca 162 plaatsen. Daarnaast zijn ca. 35 medewerkers verhuist van locatie De Serre naar de nieuwbouwlocatie De Hybride, aan de Zijtwende die in 2020 is opgeleverd. Hierdoor is een overschot in de praktijk van ca. 190 parkeerplaatsen. Rijk Zwaan stimuleert dat medewerkers op de fiets komen, door middel van een eigen fietsplan. Verdeeld over het terrein staan meerdere fietsenstallingen. Ook binnen het plangebied worden voorzieningen voor fietsers gerealiseerd. Geconcludeerd wordt dat de planontwikkeling tot 2030 geen extra parkeerdruk oplevert op de bestaande parkeerterreinen van Rijk Zwaan en dat de toegang en parkeren is berekend op de verkeerstoename voor personenvervoer tot 2030.

Voor de periode na 2030 wordt een nieuw parkeerterrein gerealiseerd op de locatie van de huidige watersilo's grenzend aan het huidige parkeerterrein. Dit nieuwe parkeerterrein is opgenomen in de voorliggende planontwikkeling. In de regels bij dit bestemmingsplan is een verplichting opgenomen dat in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien op eigen terrein.

26

ņą Fņţus

Otĩ fòvm II Ū#ĪBHİ inc D* Sřřře

Overzicht parkeersituatie Rijk Zwaan Vrachtverkeer en toegang Voor de situatie op de toegangsweg naar de nieuwbouw en het parkeerterrein is met name de toename van het vrachtverkeer relevant. Op basis van huidige inzichten wordt het totaal aantal vrachtwagens in 2030 ingeschat op 20 vrachtwagens per dag (40 bewegingen). Dit betreft 5 vrachtwagens per dag die nu naar het extractie gebouw in De plantage rijden via de Burgerdijkseweg. Deze vrachtwagens zullen na nieuwbouw via de Burgemeester Crezéelaan naar het plangebied rijden en daarmee de smalle Burgerdijkseweg ontlasten. Tabel aantal vracht auto's per dag (worst-case) 2030

2020 Vrachtauto's

2040

Vracht auto's Toon a me

Vrachtauto's

Toename

Extractie

5

7

2

s

i

Z-C

0

12

12

ló

4

Kantoor

0

1

1

1

0

Totaal

5

20

IE

2E

E

Het verkeer rijdt vanaf de rotonde op de Burgemeester Crezéelaan 40 en de ventweg naar de huidige toegang naar het parkeerterrein en het plangebied. Afgaande op de huidige verkeersbewegingen en cijfers levert de toevoeging van bewegingen geen problemen op voor het verkeer op de Burg. Crezéelaan en de ventweg. Vanwege de toename van het vrachtverkeer wordt de bestaande toegang naar het plangebied verbreed door het dempen van de watergang en het verplaatsen van de parkeerplaatsen van de begraafplaats en brandweer. Hierdoor ontstaat een toegangsweg van ca. 7 m breed. De aanpassingen maken het mogelijk dat de vrachtwagens elkaar goed kunnen passeren en er een veilige toegang wordt gerealiseerd. De parkeerplaatsen voor de begraafplaats worden verplaatst naar de voormalige gemeentewerf aan de westzijde van de begraafplaats. De parkeerplaatsen langs de toegang worden tevens gebruikt door de brandweer. De brandweer heeft behoefte aan 10 parkeerplaatsen. Deze parkeerplaatsen worden zodanig gesitueerd langs de toegang dat een veilige doorgang is gegarandeerd. De aanpassingen maken het mogelijk dat de vrachtwagens elkaar goed kunnen passeren en dat er een veilige toegang wordt gerealiseerd voor vracht- en

27

personenauto's. De nadere invulling van het parkeren van de begraafplaats en brandweer zal in een overeenkomst tussen Rijk Zwaan en gemeente worden vastgelegd.

^

rmTĩTTTTTTiiĩmTTTTrt;: llllllllllllllllllllllťlĪM IIIIIIİİİİİMIIIIHHIIIIIIIIIIIiilii)l |l lllllll 11111| IIIIJIIIIItllllī] iiiimniiii [īīīīīīīīīí lllllliīlīlllll lllliiiillllllī

IIIIIİİİIUIIH]

miľiiiiiiiiiiiiiiiniiiiiHiiiiuiiiiniiiiiii ------J------- I

iinniľ

iiiimiihfl

mu........ hum tim

iīīīīīīīĩīīīīīīīīīīīiīīīīīi IľllILIRErilļ ,

.

ELüi toekomstige ruimtelijke structuur toegangsweg Een wens van Rijk Zwaan is om op de (middel)lange termijn het personenverkeer via de voorzijde van de hoofdingang naar de parkeerplaats te laten rijden, waardoor personenverkeer en vrachtverkeer gescheiden kunnen worden. Deze optie wordt mogelijk wanneer de brandweer haar opslag-ftrainingsruimte kan verplaatsen en aan Rijk Zwaan verkoopt, zodat het verkeer niet het autoluwe Rijk Zwaan terrein hoeft te doorkruisen. In de regels in opgenomen dat het bouwplan wordt getoetst aan de verkeerskundige randvoorwaarden door een verkeerskundige en op basis van de geldende parkeernormen.

2.3

Gebiedsvisie

2.3.1

Ontwikkelingen Rijk Zwaan

Wateropgave In het waterplan van Westland en het uitvoeringsprogramma is het voorkómen van wateroverlast in de kern De Lier als prioriteit benoemd. Voor het afvoeren van het hemelwater is een robuuste verbinding nodig van ca. 10 m breed langs het Kralingerpad die het water vanuit de kern De Lier afvoert, via de Kralingerpolder. De gewenste breedte van 10 meter is tot stand gekomen door verkennende berekeningen van Delfland. Het resultaat is een combinatie van berging, afvoercapaciteit en praktische inpassing in het gebied. In de verkennende berekeningen is uitgegaan van verschillende aannames zoals: een bepaalde afvoer vanuit de kern, een woning aan de zuidzijde van het Kralingerpad (Burgerdijkseweg 5b), een toekomstige breedte van circa 10 m voor de watergang ter hoogte van de plas/dras zone naast de begraafplaats en een waterdiepte van 1 m voor het varend onderhoud. Aanvullend op de berekende ca. 10 m watergang om de doorstroming vanuit de kern De Lier te verbeteren, wordt voor de ontwikkeling van Rijk Zwaan, de watergang langs het Kralingerpad verbreed naar ca. 12 m (incl. een plasdraszone van ca. 2 meter) en wordt een nieuwe brede watergang tussen de begraafplaats en het plangebied van ca 5 m breed gerealiseerd. Ook wordt de huidige watergang bij de bestaande silo's op de hoofdlocatie van Rijk Zwaan verbreed.

De aansluiting op een nieuwe duiker, zorgt er voor dat de knelpunten van meerdere duikers langs de ventweg worden opgelost.

28

Wateropgave plangebied Ontwikkelingen Rijk Zwaan In de afgelopen jaren heeft Rijk Zwaan in de Kralingerpolder haar onderzoeks- en testfaciliteiten verplaatst en uitgebreid. De eerste fase van de uitbreiding van onderzoeks- en testlocatie, het zogenaamde Seed Quality Center, is in 2018 opgeleverd aan de Zijtwende 50. Vervolgens heeft Rijk Zwaan aangrenzende gronden en voormalige glastuinbouwbedrijven aangekocht voor de uitbreiding van haar veredelingskassen. Voor deze grootschalig glastuinbouwreconstructie van ca. 11 ha teeltareaal, genaamd De Hybride, zijn woningen uit het gebied verplaatst naar de lintbebouwing langs de Burgerdijkseweg en zijn de infra- en waterstructuur verbeterd. De eerste fase van De Hybride is eind 2020 opgeleverd. De voorliggende ontwikkeling is onderdeel van de toekomstvisie van Rijk Zwaan. De toekomstige ontwikkelingen van Rijk Zwaan in De Kralingerpolder zijn naar verwachting gericht op onderzoek en veredeling van nieuwe groenterassen en gewassen. Recent heeft Rijk Zwaan gronden aangekocht aan de Burgemeester Crezéelaan 66 voor een onderzoeks- en demonstratiekas. Deze gronden worden in 2021 ontwikkeld.

Voor de kennisintensieve activiteiten van Rijk Zwaan zijn een diversiteit aan onderzoeksgebouwen nodig voor innovaties, onderzoek en testen van zaden en gewassen in speciale klimaatcellen en geconditioneerde ruimtes zoals onderzoek onder extreme klimaatomstandigheden en naar meerlaags telen. De verwachting is dat het percentage aan bedrijfsgebouwen in de toekomst zal toenemen. Binnen de huidige bestemming van Rijk Zwaan op de hoofdlocatie is hiervoor voldoende ruimte beschikbaar door een bebouwingspercentage van 70Zo bedrijfsgebouwen. Glastuinbouwgebied De nieuwbouw wordt gerealiseerd op gronden met de bestemming Agrarisch-Glastuinbouw. Veredelingsbedrijven, zoals Rijk Zwaan, passen binnen de definitie voor glastuinbouwbedrijven. De bouwregels staan niet toe dat uitsluitend bedrijfsgebouwen worden gerealiseerd. Toegestaan is 12,5Zo bedrijfsgebouwen van het oppervlakte kassen en een ontheffing tot maximaal 150Zo. De verhouding tussen de oppervlakte kassen en bedrijfsgebouwen bij zaadveredeling is anders dan bij een standaard glastuinbouwbedrijf. Aangezien de ontwikkeling van het bedrijfsgebouw met bedrijfsgebonden kantoren, onderdeel is van de gehele ruimtelijke visie en totale bedrijfsstructuur van Rijk Zwaan kunnen de bedrijfsgebouwen worden toegerekend aan de overige glastuinbouwactiviteiten van Rijk Zwaan in het gebied.

Met de ontwikkeling van een grootschalig veredelingslocatie van ca. 11 ha teeltareaal in 2020 en het voorliggende plan blijft de verhouding bedrijfsgebouwen en kassen van het veredelingsbedrijf gehandhaafd op ca. 28 Z. De gronden van het plan betreffen een voormalig solitair glastuinbouwbedrijf dat is ingeklemd tussen de hoofdlocatie van Rijk Zwaan, de begraafplaats en het Kralingerpad zonder mogelijkheden voor toekomstige uitbreiding. Het plan vormt geen belemmering voor toekomstige ontwikkelingen in het glastuinbouwgebied.

29

'ľgg^-rra~i'g'ìgr ífl

m mTi’

o ŕ

"-i Locaties Rijk Zwaan (groen) met hoofdzakelijk kassen en onderzoeksgebouwen en planlocatie (oranje) 2.3.2

Stedenbouwkundige randvoorwaarden

Locatie en Situatie De locatie ligt in de Kralingerpolder en behoort tot het duurzaam glastuinbouwgebied. De locatie ligt ingeklemd tussen 4 ruimtelijke elementen met historische waarde. De oudste, de Burgerdijkseweg, ligt zuidelijk. De Burgerdijk is een deel van de oude Maasdijk evenwijdig aan de Lee. Toen de Maasdijk werd doorgetrokken richting Heenweg en de Lee werd afgesloten met een sluis raakte de Burgerdijk als rivierdijk in onbruik. Delen van de dijk zijn later gebruikt als polder dijk. De Burgerdijk komt dus al op de vroegste kaarten van het Westland voor. De Burgerdijkseweg is gemiddeld niet breder dan 3m. Dat is smal. Het is een oud agrarisch lint waar oude boerderijen, glastuinbouwbedrijven, vrijstaande woningen, groene weitjes en bosjes elkaar afwisselen. Het is een aangenaam groen karaktervol lint welke gebruikt wordt als recreatieve fietsroute. De Burgerdijkseweg dient ook als ontsluitingsweg voor het omliggende glastuinbouwgebied. Gezien de geringe breedte van de weg gaat dit niet altijd goed samen met het woonverkeer en recreatieve verkeer wat ook gebruikt maakt van de weg. Bij herstructurering en modernisering van glastuinbouw is het de wens, waar mogelijk, de Burgerdijkseweg te ontlasten van vrachtverkeer. Aan de oostzijde van de locatie bevindt zich het Perdiksepad.

Dit is een deel van een oud kerkepadKerkepaden werden door landarbeiders gebruikt om vanaf de boerderijen via een zo kort mogelijke route naar de kerken in de dorpen te wandelen. Kerkepaden waren vaak niet meer dan een onverhard pad over en langs de randen van weilanden. Over sloten lag vaak niet meer dan een plank. Van kerkepaden is vaak niet veel meer over dan een herinnering. Het is dan ook bijzonder dat er in de vorm van het Perdiksepad nog een deel over is. Het historisch genootschap loopt jaarlijks de route. Het is van belang dat het Perdiksepad als route herkenbaar en toegankelijk blijft op afspraak. Het Kralingerpad ligt aan de westzijde van de locatie. Het Kralingerpad was onderdeel van de Stoomtramlijn Naaldwijk - Maasland - Delft. De stoomtram heeft dienst gedaan van 1907 tot 1925. Het Kralingerpad is nu een fietspad en is onderdeel van een directe fietsverbinding tussen Westland en Midden-Delfland. Het Kralingerpad is een typische polderweg, een lange rechte lijn, wat hoger gelegen op een dijkje aan weerskanten geflankeerd door een sloot. Hier en daar een knotwilg, als er ruimte is in de berm. Het Kralingerpad is zowel een functioneel als een recreatief fietspad. Het Kralingerpad is een tweezijdig fietspad toegankelijk voor fietsers, voetgangers en brommers. Het pad is met 2,5m breedte nogal smal en zou, gezien het gebruik, een voorkeursbreedte hebben van 4m.

Noordelijk van de locatie bevindt zich de Algemene begraafplaats de Lier met daarnaast de brandweerkazerne. De begraafplaats is nog vrij jong (20ste eeuw) en is nog actief in gebruik als begraafplaats. De begraafplaats heeft aan de westzijde langs het Kralingerpad nog ruimte om uit te

30

breiden. De brandweer kazerne heeft, gezien zijn goede ligging aan de N223, een regionale functie. Een goede bereikbaarheid voor de brandweer is essentieel. Beide functies hebben een hoge maatschappelijke waarde. Bebouwing en inrichting De nieuwe bebouwing heeft een maximale bouwhoogte van 15m en zal worden gerealiseerd binnen het overeengekomen bouwvlak welke is vastgelegd in de planverbeelding. Het bouwvlak is tot stand gekomen uitgaande van een verhouding tussen de maximale hoogte van de bebouwing en de afstand tot de omringende omgeving en mogelijk gevoelige objecten als woningen. Deze verhouding bedraagt 1,5 x de bouwhoogte. Tussen het Kralingerpad en het bouwvlak bevindt zich een nog te realiseren watergang van 12m breed met daaraan een groenstrook van 5m breed. De groenstrook dient te worden ingericht met hoog opgaand groen (bomen) die het zicht op de lange, hoge achterliggende gevel deels dienen weg te nemen. Aan de architectonische uitwerking van de gevel richting het Kralingerpad zal bijzondere aandacht moeten worden besteed. Het betreft namelijk een zeer lange gevel van ruim 200m lengte met een hoogte van 15m. Het risico bestaat dat de gevel een dominante, negatieve uitstraling op de omgeving heeft. Dit ter beoordeling van welstand. Op de kruising van Kralingerpad en Burgerdijkseweg staat een bedrijfswoning.

De woning wordt nu nog gebruikt maar dient op termijn verwijderd te worden om de brede watergang door te trekken en aan te sluiten op de watergang aan de andere zijde van de Burgerdijkseweg. De bebouwing dient minimaal een afstand van 1,5 x bouwhoogte tot de Burgerdijkseweg te houden en bij voorkeur meer. De Burgerdijkseweg is een smal, landschappelijk lint en het perceel dient aansluitend in schaal en begroeiing ingericht te worden. Langs de Burgerdijkseweg ligt een watergang en tussen de watergang en de verharding/bebouwing dient een strook groen van minimaal 7m breed vrij te blijven. Deze strook dient in karakter aan te sluiten op de Burgerdijkseweg. Opgaand groen zoals bomen afgewisseld met gras en lager groen zijn gewenst. Mocht, door ruimtelijke omstandigheden, het niet mogelijk zijn bomen te planten in de eerste groene zone langs de Burgerdijkseweg dan dient er gekeken te worden naar een bomen rij vlak voor de gevel van de bebouwing. Een groene buffer tussen gebouw en Burgerdijkseweg die de massa en de grootte van het gebouw verzacht is gewenst. Aan de architectonische uitwerking van de gevel richting de Burgerdijkseweg zal bijzondere aandacht moeten worden besteed. Het betreft met 15m een hoog gebouw en het risico bestaat dat de gevel een dominante, negatieve uitstraling op de omgeving heeft. Dit ter beoordeling van welstand.

Eventuele bebouwingsvormen voor het hoofdgebouw (watersilo's, gietwaterbassins etc) dienen groen ingepakt te worden en mogen pas op een afstand van 13,5m vanuit het hart van de weg gerealiseerd worden. Deze afstand is gelijk aan de huidige afstand van de watersilo's tot het hart van de weg. Het gebouw dient in karakter aan te sluiten op de begraafplaats. De begraafplaats is nog actief in gebruik en vanaf de begraafplaats is direct zicht op het gebouw. In de uitwerking van het gebouw dient daarmee rekening te worden gehouden. Het gebouw moet een respectvolle verbinding aangaan. Hoe dat te doen valt niet makkelijk te omschrijven. Enerzijds is een volledig open gebouw niet wenselijk (afleidend) en anderzijds is een volledig gesloten gebouw net zo min wenselijk. Ook aan deze zijde dient aandacht te worden besteed aan een extra groene buffer tussen het gebouw en zijn omgeving. De nieuwe bebouwing wordt gefaseerd ontwikkeld. Het is wenselijk dat de 2e fase in ruimtelijke en architectonische uitwerking aansluit op de 1e fase. Aan de architectonische uitwerking van de gevel richting de begraafplaats moet in maat en schaal bijzondere aandacht worden besteed. Dit ter beoordeling van welstand. Aan de bebouwing richting het Perdiksepad gelden met de maximale bouwhoogte van 15m en de vastgestelde rooilijn geen aanvullende stedenbouwkundige randvoorwaarden.

Aan deze zijde bevinden zich zowel de publieksentree als de laad en los ruimte. Het parkeerterrein bevindt zich aan de overzijde van het Perdiksepad welke ingericht wordt als hoofdontsluiting van het gebouw. De verbinding van het gebouw met het parkeerterrein dient veilig en overzichtelijk ingericht te worden. Gebiedsvisie

31

De Westlandse vestiging van Rijk Zwaan bestaat uit verschillende locaties verspreid over het Westland. De hoofdlocatie bevindt zich tussen de Burgemeester Crezéelaan, de Zijtwende, de Burgerdijkseweg en het Kralingerpad. Dit is een gebied van ongeveer 75ha en betreft 2 delen, een oostelijk deel (zijde Zijtwende) en een westelijk deel (zijde Kralingerpad) . Het betreft de uitdrukkelijke stedenbouwkundige wens dat de 2 delen, indien ze worden samengevoegd tot één grote locatie, ze intern qua ontsluiting met elkaar verbonden worden. Zo ontstaat een zogenaamde Rijk Zwaan Campus die als zodanig verder ingericht kan worden. De logistieke functies worden op eigen terrein gerealiseerd. De logistiek voor het vrachtverkeer van en naar het bedrijfsgebouw bevindt zich aan de noord-oostzijde, zodanig dat geen hinder wordt veroorzaakt voor de omgeving. Parkeren is voorzien op het bestaande en nieuwe parkeerterrein. De bestaande in-Zuitrit aan de Burgerdijkseweg zal alleen worden gebruikt in geval van calamiteiten en door fietsers. Deze in-Zuitrit verliest daardoor zijn huidige verkeersfunctie waardoor de landelijke Burgerdijkseweg wordt ontlast van vrachtverkeer en het woongenot langs de Burgerdijkseweg wordt verbeterd.

Bezonning De bezonningsstudie gemaakt door Rijk Zwaan ( Bijlage 13) laat zien dat er geen onevenredige schaduw hinder is te verwachten van de voorgestelde bebouwing op de omringende percelen.

32

Hoofdstuk 3 3.1

Onderzoek

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

Doordat artikel 2 lid 5 aanhef en onder b Besluit m.e.r. sinds 7 juli 2017 het bevoegd gezag verplicht om de artikelen 7.17, 7.17 leden 1 - 4, 7.18, 7.19 leden 1 en 2 en 7.20a Wet milieubeheer toe te passen, is het bevoegd gezag verplicht om een beslissing te nemen over de vraag of bij de voorbereiding van het bestemmingsplan een milieueffectrapport moet worden gemaakt. Bepalend voor het antwoord op die vraag is of de betrokken activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. Door het bevoegd gezag is op 22 juni 2021 een besluit genomen om geen milieueffectrapportage op te stellen voor het bestemmingsplan 'Kralingerpad te De Lier'. Uit de opgestelde Bijlage 1 M.e.r. beoordeling blijkt namelijk het volgende: Uit de beoordeling in bijlage I blijkt dat er sprake is of kan zijn van nadelige milieueffecten. Deze effecten zijn weloverwogen beoordeeld. Waar mogelijk worden maatregelen genomen om deze effecten te beperken. Er kan worden geconstateerd dat de nadelige effecten te reguleren zijn en dat een uitgebreide m.e.r.-beoordeling of het opstellen van een MER in deze niet zinvol en/of noodzakelijk is.

3.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

3.2.1

Wettelijk kader

In deze paragraaf is het bestemmingsplan getoetst aan de ladder voor duurzame verstedelijking als neergelegd in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening en als verder aangevuld in artikel 2.1.1 van de Verordening ruimte 2014 van de provincie Zuid-Holland. De ladder voor duurzame verstedelijking is op 1 juli 2017 vereenvoudigd. Op grond van het nieuwe artikel 3.1.6, tweede lid, moet in de toelichting van een bestemmingsplan, dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, de behoefte aan die ontwikkeling worden beschreven. Indien de nieuwe stedelijke ontwikkeling is voorzien buiten het bestaand stedelijk gebied, dan moet de behoefte op grond van een goede ruimtelijke ordening worden gemotiveerd. De provincies mogen deze wettelijke regel aanvullen. Deze aanvulling mag echter niet in strijd zijn met het doel van de regel, namelijk vereenvoudiging van de ladder zoals die vóór 1 juli 2017 luidde en daarmee het loslaten van de norm "actuele regionale" behoefte en de drie treden van de ladder. De provinciale regeling in artikel 2.1.1 van de Verordening ruimte 2014 bevat nog wel de drie treden van de ladder. Gelet op bovenstaande uitleg van de aanvullingsbevoegdheid van provincies, hoeft aan artikel 2.1.1 niet te worden getoetst voor zover deze regels in strijd zijn met - het doel van - de wijziging van de wettelijke regeling.

33

3.2.2

Preliminaire toets

Voor toetsing aan 'De nieuwe ladder voor stedelijke ontwikkeling' geldt dat er sprake moet zijn van een stedelijke ontwikkeling. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling, in relatie tot de omgeving. De Laddertoets moet alleen worden uitgevoerd wanneer de stedelijke ontwikkeling ‘nieuw’ is. Het voorliggende plan maakt de uitbreiding van Rijk Zwaan mogelijk. De bestemming ‘Agrarisch - Glastuinbouw’ (die op het grootste gedeelte van het plangebied ligt) blijft behouden, waardoor de ontwikkeling niet is aan te merken als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Een klein deel van het plangebied is nu bestemd als 'Bedrijf'. Op deze locatie staan op dit moment silo's, die plaats maken voor een keerlus en parkeerplaatsen. Dit deel wordt omgezet naar de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw', zodat dit aansluit bij de rest van het plangebied. Ook dit is niet aan te merken als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Daarbij is de specifieke behoefte naar uitbreidingsmogelijkheden één van de reden van het maken van een nieuw bestemmingplan. Rijk Zwaan draagt bij aan innovaties in de topsector tuinbouw en uitgangsmateriaal en heeft de afgelopen 25 jaar een continue groei doorgemaakt, door investeringen in onderzoek en ontwikkeling. Het bedrijf investeert flink in vernieuwing en inrichting van haar onderzoeksfaciliteiten.

Voor de verdere groei van Rijk Zwaan is behoefte aan uitbreiding van de faciliteiten voor de opslag en bewerking van zaden, verwerking van vruchten en uitbreiding van het hoofdkantoor. Mede gelet op de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan is de ladder voor duurzame verstedelijking in dit bestemmingsplan toegepast (Bijlage 2). 3.2.3

Motivering van de behoefte aan ontwikkeling

In de provinciale Verordening ruimte 2014 is bepaald, dat gedeputeerde staten bij de aanvaarding van een regionale visie kunnen aangeven in hoeverre de ladder voor duurzame verstedelijking op regionaal niveau geheel of gedeeltelijk is doorlopen. In de toelichting bij het bestemmingsplan kan - volgens de provinciale regels - in dat geval worden verwezen naar die regionale visie, als motivering of gedeeltelijke motivering van het aanwezig zijn van de actuele regionale behoefte. Voor zover de hiervoor genoemde aanvaarding door gedeputeerde staten het voorliggende bestemmingsplan betreft, is de regionale Woonvisie woningmarktregio Haaglanden 2017-2021 in 2017 aanvaard. Daarvoor gold de regionale woonvisie die door de provincie op 3 november 2015 was aanvaard en welke aanvaarding gold tot de aanvaarding van de woonvisie van 2017. 3.2.4

Conclusie

Deze ontwikkeling wordt niet aangemerkt als een nieuwe stedelijke ontwikkeling waardoor ladderonderzoek niet benodigd is. Het onderzoek is in Bijlage 2 opgenomen.

3.3

Bedrijven en milieuzonering

3.3.1

Wettelijk kader

Voor het behoud en de verbetering van de kwaliteit van de woon- en leefomgeving is een juiste afstemming tussen de aanwezige functies en wonen noodzakelijk. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van een milieuzonering die uitgaat van richtinggevende afstanden tussen hinderlijke functies (in de vorm van gevaar, geluid, geur, stof) en gevoelige functies. In de brochure ‘Bedrijven en Milieuzonering’ van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) (versie 2009) zijn deze richtafstanden opgenomen. Van deze richtafstanden kan gemotiveerd worden afgeweken. 3.3.2

Onderzoek

Algemeen Om de ruimtelijke inpasbaarheid van de voorgenomen ontwikkeling te beoordelen, is aangesloten bij de VNG-publicatie “Bedrijven en milieuzonering”. Deze geeft per bedrijfscategorie een “veilige” of “goede”

34

afstand voor de diverse milieuaspecten, de zogenaamde richtafstand. Wanneer woningen binnen deze richtafstand zijn gelegen, is de ontwikkeling alleen gemotiveerd mogelijk indien wordt aangetoond dat ter plaatse van de woningen wordt voldaan een (geluid)grenswaarden. In de VNG-publicatie wordt onderscheid gemaakt tussen de omgevingstypen “rustige woonwijk Z rustig buitengebied” en “gemengd gebied”. In het geval van het omgevingstype “gemengd gebied” mag de richtafstand met één afstandsstap worden verkleind. Omgevingstype van het plangebied In de omgeving van het plangebied zijn, naast woningen, verschillende bedrijven/inrichtingen aanwezig en/of bestemd in het vigerende bestemmingsplan. Daarnaast ligt het plangebied in het noorden aan de Burgemeester Crezeelaan, een hoofdontsluitingsweg. Ten zuiden ligt het gebied aan de Burgerdijkseweg, ook een ontsluitingsweg. Daardoor is het gebied aan te merken als 'gemengd gebied'. Voor een dergelijk gebied mogen de VNG-richtafstanden, zoals genoemd in de VNG-publicatie, worden gereduceerd (dat wil zeggen: één stap terug in de oorspronkelijke richtafstand). Inventarisatie omliggende woonbestemmingen In de (directe) omgeving van het plangebied zijn diverse woonbestemmingen opgenomen in de vigerende plannen. In onderstaande afbeelding zijn deze woonbestemmingen in geel weergegeven. Het plangebied is rood omlijnd. 'K

ŵy-'

kW. 0

Omliggende woonbestemmingen, plangebied is rood omlijnd Typering toekomstige bedrijfsactiviteiten Om te kunnen bepalen of de voorgenomen ontwikkeling mogelijk tot belemmeringen leidt, is het noodzakelijk om allereerst de toekomstige bedrijfsactiviteiten te definiëren. Belangrijk is om eerst te constateren dat Rijk Zwaan met de gemeente reeds is overeengekomen dat de locatie Kralingerpad in het nieuw op te stellen bestemmingsplan, de bestemming “Agrarisch Glastuinbouw” behoudt. Een veredelingsbedrijf als Rijk Zwaan is te scharen onder de definitie

35

‘glastuinbouwbedrijf' in de definities die de gemeente Westland momenteel hanteert (en ook al is opgenomen in het vigerende bestemmingsplan Seed Quality Center): “een bedrijf gericht op het onder geconditioneerde omstandigheden voortbrengen van producten en het leveren van diensten, door middel van het duurzaam en intensief kweken van assimilerende organismen onder invloed van licht waarbij er sprake moet zijn van tenminste één volwaardige arbeidskracht die gedurende het hele jaar, een volledige dagtaak, hoofdberoep, hoofdinkomen en hoofdbestaan uit het bedrijf haalt (arbeidsbehoefte), gekenmerkt door juridische en/of emotionele binding van de ondernemer(s) of de arbeidskracht(en) met het bedrijf (duurzaam bedrijfsperspectief) en een perspectief om langere tijd te kunnen blijven bestaan (bedrijfscontinuïteit)”. Onder ‘kweken' wordt vervolgens verstaan: “het proces van telen, opkweken, afkweken, veredelen, selecteren en/of verzorgen”. Nu Rijk Zwaan als glastuinbouwbedrijf is aan te merken, en het gebiedstype is aan te merken als ‘gemengd gebied', gelden richtafstanden tot aan omliggende gevoelige functies (zoals burgerwoningen of bedrijfswoningen van derden) van 30 m (kassen zonder gasverwarming en kassen met gasverwarming zijn aangemerkt als categorie 2 in de Staat van Bedrijfsactiviteiten, opgenomen als bijlage bij het vigerende bestemmingsplan ‘Glastuinbouwgebied Westland'.

Hierbij hoort een gereduceerde richtafstand van 10 m. Voor wat betreft het aspect geluid komen de grenswaarden uit de concept-milieuvergunning overeen met de toetswaarden behorende bij een gereduceerde afstand van 10 meter. Richtafstand toekomstige bedrijfsactiviteiten Om te bepalen of de toekomstige activiteiten mogelijk leiden tot belemmeringen, is de richtafstand van 10 meter vanaf de grens van het plangebied uitgezet. In onderstaande afbeelding is hiervan het resultaat weergegeven. .- -•V4

ī .rfţŕL VL İVİ rr~\-» -

ļřp\j

Ķ z»\

uk

Richtafstand uitgezet vanaf het plangebied ten opzichte van de omliggende woonbestemmingen

36

Uit bovenstaande afbeelding blijkt dat de meeste woonbestemmingen buiten de richtafstand van het plangebied zijn gelegen. Alleen in het zuidoosten liggen er mogelijk woonbestemmingen binnen deze richtafstand. Om dit te verduidelijken is in onderstaande afbeelding ingezoomd op de situatie ten zuidoosten van het plangebied.

lurwdijkseweg vV'V'

Burgerdijkseweg 22

Situatie met uitgezette richtafstand van 10 m ten zuiden oosten van het plangebied Uit bovenstaande afbeelding blijkt dat de woonbestemming van de woning aan de Burgerdijkseweg 22 buiten de richtafstand van het plangebied ligt. Het woon- en leefklimaat van deze woning zal dan ook niet worden geschaad door voorgenomen ontwikkeling. De woonbestemming behorende bij de woning aan de Burgerdijkseweg 7 ligt wél binnen de richtafstand van het plangebied. Voor deze woning is niet zonder meer te stellen dat het woon en leefklimaat niet zal worden geschaad. Om deze reden is de situatie voor deze woning verder onderzocht. Analyse woning Burgerdijkseweg 7 Bestemmingsplan ‘Glastuinbouwgebied Westland' In het bestemmingsplan ‘Glastuinbouwgebied Westland' kent het voorste deel van het perceel de bestemming ‘Wonen'. In onderstaande afbeelding is een uitsnede van het vigerende bestemmingsplan weergegeven.

37

44444444444444 44-4-4-4-4-4-4-4-4-4-4-4-4-4 444444444444444 4444444444444444 4444444444444444 4' 44444444444444444444444444444444444 444444444444444444 4444444444444444444 444444444444444 + 4 + 4 4' 44444444444444444444

•I- + + + + + + + + + + + + + + + + + + + +

4\41

444444444444444444444

4 4 4

4444444444444444444444

r4 + + + + +

4444444444444444444444

.4 4 4 4 4 4

f4444444444444444444444

+ + + + + +

f44444444444444444444444

4 4 4 4 4 4'

f44444444444444444444444

.4- + + + + +

f444444444444444444444444

4- 4

4 4 4 4 4 4

4- 4- 4-4-4-

f444444444444444444444444 +A+ 4- 4- 4-4-4+ 4-4-4-4-4-4-4-4-4-4-4-4-4-4-4-4-4-4-4-4-4-4-4-4-4+ 4-4-4-4-4f4444444444444444444444444 4* + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + +

+ + + + + + + + + + + + + + + +

+ + + + + + + + + + + + + + 4

+ + +

+ + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + +

+ + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + +V+ + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + +

+ + + + + + + + +

+ + + +

İ+ 4 4 + + +

+ + + +

+ + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + +

f44444444444444444444444444444. + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + +

+ + + + + + + + +>

+ + + + + + + -K.

f 4 4 4 4 4 f 4 4 4 4 f 4 4 4 f 4 4 f +

+ + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + +

S+

*

+ + +

'+Z+ 4 + 4 4\4 4' •4-

4 + 4

4 4 4 4 4

+ + + + + + + + L+ + + + + + + + + + + + + + + + + +1 + + + + + + + -K

i4- 4 4 4 4 4

+ +

+ + + + + 4

+ + 4 + 44 + + + + + 4\4 + + + + + + + + + + + +

+ + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + 4 + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + +

+ +

+ + + + + +

+ + + + 4 + + + + 4

+ + + +

+ + + 4

44++ +

.4 4 4 H

+ + 4 4 t* + + + + + + + + + +1

+ + + + + + +

+ + + + + + + + + +

++ w ++ ++++ +++ + į.^4- + + + + +Y + + + + + + + + + + "4- ^4- 4 4 4 4 4 4 4 4 444444444 4 -K+ + + + + + + + + + + + + + + + + + + + 4 ^•4 444444444444\ + + + + + + + + + 4 + + + + + + + + + + + + + + VV+ + + + + + + + + 4 + + + + + + + + + + + + + + + + -F +++ +++++4 f^»-444444444444444444 ţYh + + + + + + + -I .-A+ + + + + + + + + + + + + + + + + + + +V 44444444

Uitsnede verbeelding bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland’ In bijbehorende regeling is de volgende bepaling opgenomen: “de afstand van het hoofdgebouw plus aan- en uitbouw tot aan de bestemmingsgrens bedraagt, voor zover deze grenst aan gronden die op grond van het daarvoor geldende bestemmingsplan de bestemming "Agrarisch - Glastuinbouw"hebben, minimaal 12,50 meter;" Met deze regeling is geborgd dat hoofdgebouwen én aan- en uitbouwen niet binnen een afstand van 12,50 meter vanaf de bestemming ‘Agrarisch - Glastuinbouw' mogen worden gerealiseerd. Bestemmingsplan 'Verzamelplan Glastuinbouw’ In het bestemmingsplan ‘Verzamelplan Glastuinbouw' kent niet alleen het voorste deel van het perceel de bestemming ‘Wonen - Voormalige Boerderij' maar kent ook het achterste deel van het perceel de bestemming ‘Wonen - Voormalige Boerderij. Het achterste deel van het perceel kent daarnaast de bouwaanduiding ‘specifieke bouwaanduiding uitgesloten - 1'. In onderstaande afbeelding is een uitsnede van dit bestemmingsplan weergegeven.

38

+++ 1- + + + + +

++ ++++ J+ + + + + +

+++ įļ- + + + + + ++++++

Uitsnede verbeelding bestemmingsplan Verzamelplan Glastuinbouw Ook in dit bestemmingsplan is de volgende bepaling opgenomen: “de afstand van het hoofdgebouw tot de bestemmingsgrens bedraagt, voor zover deze grenst aan gronden die op grond van het daarvoor geldende bestemmingsplan de bestemming "Agrarisch Glastuinbouw" hebben, minimaal 12,50 meter;" Met deze regeling is geborgd dat hoofdgebouwen niet binnen een afstand van 12,50 meter vanaf de bestemming ‘Agrarisch - Glastuinbouw' mogen worden gerealiseerd. Daarnaast is in de algemene bouwregels bepaald dat ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding uitgesloten - 1' geen hoofdgebouwen zijn toegestaan. Op het achterste deel van het perceel mogen geen hoofdgebouwen worden gerealiseerd. Op het perceel is het echter wel mogelijk om vergunningsvrije bouwwerken te realiseren. Hierbij geldt op basis van algemene wetgeving (vergunningsvrij bouwen-regeling uit het Besluit omgevingsrecht) een maximale bebouwing van 150 m2. Aangezien er gebouwen staan die, als ze gesloopt worden, niet meer mogen worden teruggebouwd, omdat er in de bestemmingsregeling is opgenomen dat aan-, uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen niet meer dan 300 m3 aan inhoud mogen hebben, is de kans daarmee zeer klein dat er binnen de planperiode wijzigingen worden doorgevoerd in de situering van de erfbebouwing.

Hierbij wordt opgemerkt dat een gedeelte van de bestaande erfbebouwing binnen de richtafstand van de bestaande bedrijfsbestemming is gelegen. Bovendien is het in de huidige situatie ook al mogelijk om nieuwe vergunningsvrije bouwwerken binnen de richtafstand te realiseren. Hiermee is geen sprake van een verslechtering van het woon- en leefklimaat.

39

3.3.3

Conclusie

De meeste omliggende woonbestemmingen liggen buiten de richtafstand van de toekomstige bedrijvigheid. Hiermee is ter plaatse van deze woonbestemmingen sprake van een aanvaardbaar woonen leefklimaat. Alleen de woonbestemming behorend bij de woning aan de Burgerdijkseweg 7 ligt binnen de richtafstand. In de bestemmingsplannen is een regeling opgenomen dat hoofdgebouwen niet binnen 12,5 meter van de perceelsgrens mogen worden gerealiseerd. Gezien de huidige invulling van het woonperceel en de maximale inhoud van aan-, uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen, is het zeer onaannemelijk dat binnen de richtafstand dergelijk bebouwing wordt gerealiseerd. Hierbij wordt opgemerkt dat een gedeelte van de bestaande erfbebouwing binnen de richtafstand van de bestaande bedrijfsbestemming is gelegen. Hiermee bestaat ook ter plaatse van de het woonperceel aan de Burgerdijkseweg 7 een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en is ter plaatse van deze woning geen sprake van een verslechtering.

3.4

Geluid

3.4.1

Wettelijk kader

Wet geluidhinder Met de Wet geluidhinder wordt, vanuit een goed milieubeheer, een aantal specifieke geluidsgevoelige bestemmingen beschermd zoals woningen, onderwijsgebouwen, ziekenhuizen en verpleeghuizen. De geluidszonering die door deze wet wordt voorgeschreven, ligt rondom bedrijventerreinen, langs wegen voor wegverkeer, langs spoor-, tram- en metrowegen en rondom of langs andere geluidsoverlast veroorzakende objecten. Aan de geluidsbelasting op de (gevels van de) geluidsgevoelige objecten worden grenzen gesteld terwille van het woon- en leefklimaat. Omdat de uitbreiding zelf (bedrijfsbebouwing inclusief bedrijfsgebonden kantoren) geen geluidsgevoelige bestemming is, is er vanuit de Wet geluidhinder geen verplichting om akoestisch onderzoek uit te voeren. Omdat de uitbreiding van Rijk Zwaan wel een toename van de verkeersbewegingen veroorzaakt, is vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening beoordeeld of de geluidssituatie ter plaatse van de bestaande woningen in de omgeving van het plan significant verandert. Voor de berekening van de geluidsbelasting is gebruik gemaakt van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. Deze rekenmethode wordt ook gebruikt voor het berekenen van de geluidsbelasting in het geval het onderzoek op grond van de Wgh zou moeten worden uitgevoerd.

Er is gebruik gemaakt van de zogenoemde Standaardrekenmethode 2 middels het rekenpakket Geomilieu versie 5.21. Om te beoordelen of sprake is van een significante verandering van de geluidsbelasting, is gebruik gemaakt van de reconstructieregeling die in afdeling 4 van hoofdstuk VI van de Wgh is opgenomen. Een toename van de geluidsbelasting van 1,5 dB of meer wordt als hoorbaar beschouwd voor een gemiddeld menselijk oor en wordt daarom als een significante toename beschouwd. In het geval de toename hoger is dan 1,5 dB moeten maatregelen worden afgewogen. 3.4.2

Onderzoek

Ligging plangebied Rijk Zwaan en de toekomstige uitbreiding worden regionaal ontsloten via de Burgemeester Crezéelaan (N223). De uitbreiding ligt ten westen van het bestaande bedrijf en wordt ontsloten via het Perdiksepad en de parallelweg aan de Burgemeester Crezéelaan naar de Burgemeester Crezéelaan. Ten noorden van de Burgemeester Crezéelaan is de bestaande woonkern De Lier gelegen. Ten zuiden van de Burgemeester Crezéelaan zijn agrarische bedrijven met bestaande bedrijfswoningen gelegen. Op een deel van deze woningen ten noorden en ten zuiden van de Burgemeester Crezéelaan is de verandering van de geluidsbelasting beoordeeld als gevolg van deze uitbreiding. In bijlage 2 van het geluidsonderzoek (Bijlage 4) is de omgeving van het plan en de beoordeelde woningen aan weerzijden

40

van de Burgemeester Crezéelaan gepresenteerd. Uitgangspunten De geluidssituatie ter plaatse van de te beschouwen woningen wordt voor wegverkeerslawaai vooral bepaald door het verkeer op de Burgemeester Crezéelaan. De verkeersintensiteit aan weerszijde van de rotonde is aangeleverd door de gemeente Westland. Deze verkeersintensiteiten zijn afkomstig uit het verkeersmodel Metropoolregio Rotterdam Den Haag en hebben betrekking op verkeersintensiteiten in het jaar 2020. Omdat de verkeersintensiteiten in toekomstige jaren hoger is, zal de relatieve verandering door de uitbreiding van Rijk Zwaan het kleinst zijn in het jaar 2020. Het gebruik van de verkeersgegevens voor het jaar 2020 kan daarom als worst case worden beschouwd. Verkeersgeneratie De uitbreiding veroorzaakt per etmaal een toename van 224 personenwagens en 20 vrachtwagens. Daarnaast zullen 8 personenwagens en 5 vrachtwagens naar de nieuwe inrit verplaatst worden vanaf “De Plantage”, die worst case in dit onderzoek als nieuwe bewegingen zijn meegenomen. Al het vrachtverkeer is worst case als zware vrachtwagen beschouwd. Bovenstaande resulteert in 464 bewegingen van lichte motorvoertuigen en 50 bewegingen van zware motorvoertuigen.

In bijlage 1 van het geluidsonderzoek (Bijlage 4) zijn de verkeersgegevens voor het jaar 2020 op de Burgemeester Crezéelaan alsmede de toename van het verkeer door de uitbreiding van Rijk Zwaan gepresenteerd. Berekeningen De resultaten van de berekeningen zonder en met uitbreiding van Rijk Zwaan zijn in bijlage 2 van het geluidsonderzoek (Bijlage 4) gepresenteerd. Uit deze berekeningen blijkt dat uit de vergelijking van beide situaties geen toename van de geluidsbelasting wordt veroorzaakt. De resultaten laten afgerond op tienden van dB's geen verandering zien. Onafgerond is sprake van een toename van de geluidsbelasting van maximaal 0,06 dB. Omdat deze toename ruim lager is dan 1,5 dB is geen sprake van een significante verslechtering van de geluidssituatie. 3.4.3

Conclusie

In het geluidsonderzoek is de verandering van de geluidsbelasting beschouwd door de verkeerstoename door de uitbreiding van Rijk Zwaan op de locatie “Kralingerpad”. Uit het onderzoek wordt geconcludeerd dat geen sprake is van een significante toename van de geluidsbelasting ter plaatse van bestaande woningen aan weerszijden van de Burgemeester Crezéelaan, zodat het aspect geluid geen belemmeringen veroorzaakt voor de ontwikkelingen in het bestemmingsplan.

3.5

Luchtkwaliteit

3.5.1

Wettelijk kader

Wet luchtkwaliteit Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2 (Luchtkwaliteitseisen van de Wet milieubeheer). De Wlk bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxide, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen met name de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar- en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van de laatstgenoemde stoffen zijn in onderstaande tabel weergegeven. De grenswaarden gelden voor de buitenlucht, met uitzondering van een werkplek in de zin van de Arbeidsomstandighedenwet. Stof stikstofdioxide (NO2) fijn stof (PM10)1)

Toetsing van jaargemiddelde concentratie

Grenswaarde 60 ìg/m3

jaargemiddelde concentratie jaargemiddelde concentratie

40 ìg/irP 48 ìg/mP

Geldig 2010 t/m 2014 vanaf 2015

41

jaargemiddelde concentratie

40 ìg/m3

24-uurgemiddelde concentratie

max. 35 keer p.j. meer dan 75 ìg/irP

24-uurgemiddelde concentratie

max. 35 keer p.j. meer dan 50 ìg/irP

vanaf 11 juni 2011

vanaf 11 juni 2011 1) Bij de beoordeling hiervan blijven de aanwezige concentraties van zeezout buiten beschouwing (volgens de bij de Wlk behorende Regeling beoordeling Luchtkwaliteit 2007). Op grond van artikel 5.16 van de Wlk kunnen bestuursorganen bevoegdheden die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit (zoals de vaststelling van een bestemmingsplan) uitoefenen indien: * de bevoegdheden/ontwikkelingen niet leiden tot een overschrijding van de grenswaarden (lid 1 onder a); * de concentratie in de buitenlucht van de desbetreffende stof als gevolg van de uitoefening van die bevoegdheden per saldo verbetert of ten minste gelijk blijft (lid 1 onder b1); * bij een beperkte toename van de concentratie van de desbetreffende stof, door een met de uitoefening van de betreffende bevoegdheid samenhangende maatregel of een door die uitoefening optredend effect, de luchtkwaliteit per saldo verbetert (lid 1 onder b2); * de bevoegdheden/ontwikkelingen niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht (lid 1 onder c); het voorgenomen besluit is genoemd of past binnen het omschreven Nationaal * Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of een vergelijkbaar programma dat gericht is op het bereiken van de grenswaarden (lid 1 onder d).

Besluit niet in betekenende mate (nibm) In dit Besluit is exact bepaald in welke gevallen een project vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij worden 2 situaties onderscheiden: * een project heeft een effect van minder dan 10Zo van de jaargemiddelde grenswaarde NO2 en PM10; * een project valt in een categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg. In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een bestemmingsplan uit oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens tevens rekening gehouden met de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied. 3.5.2

Onderzoek

Een project draagt niet in betekenende mate (NIBM) bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit als de NO2 en PM10 jaargemiddelde concentraties niet meer toenemen dan 1,2 pg/mS. In dat geval is de ontwikkeling als NIBM te beschouwen. De uitbreiding van de bedrijfsactiviteiten van Rijk Zwaan is niet zondermeer aan te merken als een ontwikkeling die past binnen de term 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Op basis van de toename van de verkeersaantrekkende werking is met de NIBM-tool de toename van de jaargemiddelde concentraties van de luchtverontreinigende stoffen NO2 en PM10 berekend. De verkeersaantrekkende werking is in de mobiliteitsnotitie bepaald (zie Bijlage 5). Daaruit komt naar voren of de ontwikkeling als NIBM is aan te merken. Hierbij is rekening gehouden met eindsituatie waarbij de voertuigbewegingen toeneemt met 514 waarvan 50 vrachtwagens. De verplaatsing van een nabijgelegen locatie naar dit plangebied is meegenomen in de toegenomen verkeersbewegingen. Een deel van de ontwikkeling wordt tot 20S0 ontwikkeld en het andere deel tot 2040. Door 2021 in het jaar van planrealisatie in te vullen is uitgegaan van de worst-case scenario. Overige bronnen zoals stationaire motors en heftrucks hebben geen (benoemwaardige) effect voor de luchtkwaliteit. Er worden alleen elektrische heftrucks gebruikt.

42

Worst-case berekening voor de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van een plan op de luchtkwaliteit Jaar van planrealisatie

2021

Extra voertuigbewegingen (weekdaggemiddelde)

514

Aandeel vrachtverkeer

Q.7%

N02 in pg/m3

0.70

PM10 in pg/m3

0.12

Extra verkeer als gevolg van het plan

Maximale bijdrage extra verkeer Grens voor "Niet In Betekenende Mate" in pg/m3

1.2

Conclusie De bijdrage van het extra verkeer is niet in betekenende mate; geen nader onderzoek nodig Figuur 1: ingevulde NIBM-Tool Goede ruimtelijke ordening (NSL-monitoringstool) In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn ter plaatse van de locatie de concentraties NO2 (stikstofdioxide) en PM10 en PM2,5 (fijn stof) inzichtelijk gemaakt, op basis van NSL-monitoringstool. In de afbeelding hieronder zijn de jaargemiddelde concentraties NO2, PM10 en PM2,5 weergegeven voor het peiljaar 2019. Uit de afbeelding blijkt dat de jaargemiddelde concentraties NO2, PM10 en PM2,5 ruimschoots onder de normen van de jaargemiddelde concentraties van 40 pg7m3 (NO2 en PM10) en 25 pg7m3 (PM2,5) blijven.

..'-W

s«~-

Rekenpunten

Verberg

N02 ygZm3

PM10 Ļig/m3

PM10 overschrijdmgsdagen

PM2.5 ļjgZm3

4-

Jaar

16002448

2018

16002445

2018

16002452

2018

16001942 16001962 16001939 16001967

24.4

16001940

19.2

11.5 2018

Figuur 2: jaargemiddelde concentraties NO2, PM10 en PM2,5; peiljaar 2018 met de globale ligging van het plangebied 3.5.3

Conclusie

Het aspect luchtkwaliteit vormt gezien het bovenstaande geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

43

3.6

Externe veiligheid

3.6.1

Wettelijk kader

Externe veiligheid is een begrip in het milieurecht en gaat over het beheersen van de risico's voor de omgeving bij gebruik, opslag en vervoer over de weg, water en spoor en door buisleidingen van gevaarlijke stoffen. Als gevaarlijke stoffen kunnen worden genoemd vuurwerk, lpg en munitie. Het beleid en de wetgeving zijn erop gericht om maatregelen te treffen om de risico's van deze risicovolle activiteiten te reguleren. Voor dit bestemmingsplan is toetsing aan het Besluit externe veiligheid inrichtingen, het Besluit externe veiligheid buisleidingen en de daarop gestoelde regelingen vereist. Op grond van de regels voor externe veiligheid moeten afstanden in acht worden genomen tussen risicovolle activiteiten en (beperkt) kwetsbare objecten. In de betreffende regelgeving wordt uitgegaan van een risicobenadering - en niet het volledig uitsluiten van het risico - waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico is een rekenkundig begrip. Het risico kan op een afbeelding zichtbaar worden gemaakt door een (iso)risicocontour die de punten met een gelijk risico met elkaar verbindt. Het groepsrisico is een maat om de kans weer te geven dat een incident met dodelijke slachtoffers plaatsvindt.

Het drukt de kans per jaar uit dat een groep mensen van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als direct gevolg van een ongeval in een inrichting, als bedoeld in de Wet milieubeheer, of bij het vervoer van gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico moet onderzocht - en verantwoord - worden omdat ook buiten de genoemde risicocontour van het plaatsgebonden risico nog letale effecten kunnen optreden in het invloedgebied van de risicovolle activiteit en groepen personen slachtoffer kunnen worden van een calamiteit. 3.6.2

Onderzoek

Inleiding Externe veiligheid gaat over de beoordeling van de risico's die verband houden met het gebruik van gevaarlijke stoffen. Tijdens de productie, de opslag, het gebruik en het transport kunnen er zich calamiteiten voordoen, waardoor de veiligheid van de omgeving in het geding is. Dit houdt daarom een risico in voor de omgeving van dergelijke activiteiten. Externe veiligheid heeft geen betrekking op mogelijke gezondheidsschade door langdurige blootstelling aan gevaarlijke of schadelijke stoffen. Het gaat om plotseling optredende schadelijke effecten en de directe gevolgen van die effecten. Bij de (her)inrichting van een gebied bepaalt de externe veiligheidssituatie mede de ruimtelijke (on)mogelijkheden. In het kader van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gelezen in samenhang met de regels omtrent externe veiligheid moet worden onderzocht of er sprake is van aanwezigheid van risicobronnen in de nabijheid van de locatie waarop het ruimtelijk besluit betrekking heeft en dienen het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR), en de eventuele toename hiervan, berekend te worden. In het externe veiligheidsbeleid wordt doorgaans onderscheid gemaakt tussen het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR).

Het PR is de kans per jaar dat een persoon op een bepaalde plaats overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen, indien hij onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting of langs een vervoersas. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep mensen van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Met het oog op de Modernisering Omgevingsveiligheidsbeleid van het Rijk wordt het accent verlegd van de risicobenadering naar een effectbenadering. Vooruitlopend op de invoering van de Omgevingswet zijn in dat verband de Circulaire effectafstanden externe veiligheid LPG-tankstations (Stcrt. 2016, 31453) en

44

de Circulaire externe veiligheid LNG-tankstations (Stb. 2015, 3125) gepubliceerd en in werking getreden. Risicovolle inrichtingen In het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) zijn milieukwaliteitseisen geformuleerd ter bescherming van de mens tegen de kans om te overlijden als gevolg van het vrijkomen of ontstaan van gevaarlijke stoffen bij een ongeval in een bedrijf of ander risicovol object. Voor het PR geldt volgens het Bevi een grenswaarde voor kwetsbare objecten en een richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten op een niveau van 10-6 per jaar. Binnen de 10-6 per jaar plaatsgebonden risicocontour mogen dan ook geen nieuwe kwetsbare functies mogelijk worden gemaakt. Uitsluitend om gewichtige redenen mogen nieuwe beperkt kwetsbare objecten binnen deze contour gerealiseerd worden. Daarnaast bevat het Bevi een verantwoordingsplicht ten aanzien van het GR. De aan te houden veiligheidsafstanden zijn voor nader beschreven situaties vastgelegd in de Regeling externe veiligheid inrichtingen. Voor overige gevallen dient de 10-6 per jaar plaatsgebonden risicocontour te worden berekend. Tot risicovolle inrichtingen behoren ook mijnbouwinrichtingen en inrichtingen voor de opslag van explosieven. In de Circulaire effectafstanden externe veiligheid LPG-tankstations wordt onderscheid gemaakt tussen (beperkt) kwetsbare objecten en zeer kwetsbare objecten.

De effectafstanden zijn respectievelijk 60 m en 160 m, gerekend vanaf het LPG-vulpunt. Tot de zeer kwetsbare objecten behoren verblijfsfuncties voor mensen die beperkt zelfredzaam zijn zoals ziekenhuizen en kinderdagverblijven. De circulaire is niet van toepassing op het vaststellen van een conserverend bestemmingsplan. De circulaire geldt evenmin voor zeer kwetsbare, kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten die al binnen de betreffende contouren aanwezig zijn. De effectafstanden voor LNG-tankstations zijn afhankelijk van de aanwezige veiligheidsvoorzieningen. De systematiek is vergelijkbaar met die voor LPG-tankstations. Op de locatie aan het Kralingerpad zijn geen risicovolle inrichtingen aanwezig. Vervoer gevaarlijke stoffen Op 1 april 2015 zijn de Wet basisnet en het Besluit externe veiligheid transport (Bevt) in werking getreden. De Circulaire risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen is daarmee komen te vervallen. De wegen in beheer bij het Rijk zijn aangewezen als basisnetroute. Het bevoegd gezag neemt bij het vaststellen van een besluit dat betrekking heeft op gronden in de omgeving van een basisnetroute, ten aanzien van nieuw toe te laten kwetsbare objecten, de basisnetafstand in acht en houdt daarmee rekening ten aanzien van nieuw toe te laten beperkt kwetsbare objecten. De basisnetafstand volgt uit bijlage I van de Regeling basisnet.

In regio Haaglanden zijn voor de A4, tussen Knooppunt Ypenburg en de gemeentegrens tussen Leidschendam-Voorburg en Zoeterwoude (wegvakken Z8 en Z7), en de A13, tussen knooppunt Ypenburg en Deft-Zuid (wegvakken Z29 en Z113), basisnetafstanden vastgelegd. Daarnaast worden voor daartoe aangewezen rijkswegen binnen een zone van 30 meter vanaf de rand van de rijksweg beperkingen opgelegd vanwege eventuele plasbranden (plasbrandaandachtsgebied). De aanwijzing volgt eveneens uit bijlage I van de Regeling basisnet. Het betreft dezelfde wegvakken als hierboven genoemd. Aan het bouwen van een kwetsbaar of beperkt kwetsbaar object in een veiligheidszone of een plasbrandaandachtsgebied zijn eisen gesteld op grond van artikel 2.3 eerste respectievelijk tweede lid van de Regeling Bouwbesluit 2012. Paragraaf 2.3 van deze regeling is eveneens op 1 april 2015 in werking getreden (Stb. 2015, 92). In beide gevallen moet zijn voldaan aan de artikelen 2.5 t/m 2.9 van voornoemde regeling. Aanvullend moet het mechanisch ventilatiesysteem van een, als beperkt kwetsbare object aan te merken, bouwwerk binnen een veiligheidszone zijn uitgerust met een voorziening waarmee dat systeem bij een calamiteit handmatig kan worden uitgeschakeld (artikel 2.10 van de regeling).

Deze bepalingen gelden niet voor bouwwerken met een hoge infrastructurele waarde als bedoeld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (bijvoorbeeld telefoon- of elektriciteitscentrale).

45

Voor het gedeelte van het plan dat binnen 200 m van een weg ligt waarover vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt (transportroute), moet in de toelichting het groepsrisico worden verantwoord. Ten aanzien van de verantwoording van het groepsrisico onderscheidt het Bevt situaties waarin een 'volledige' verantwoording van het groepsrisico noodzakelijk is en situaties waarin met een beperktere verantwoording kan worden volstaan. Met een beperkte verantwoording kan worden volstaan wanneer het groepsrisico minder dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde (OW) bedraagt of het groepsrisico (uitgedrukt in relatie tot de OW) met minder dan 100Zo toeneemt en tevens onder de oriëntatiewaarde blijft. In de toelichting moet worden ingegaan op de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp op die weg (bestrijdbaarheid). Deze verplichting geldt ongeacht of het bestemmingsplan nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt binnen het invloedsgebied van de betreffende transportroutes. Op het vraagstuk zelfredzaamheid moet worden ingegaan wanneer (beperkt) kwetsbare bestemmingen binnen het invloedsgebied van een dergelijke weg zijn geprojecteerd. Ten noorden van de locatie Rijk Zwaan is de Burgemeester Crezéelaan gelegen.

Deze weg is niet opgenomen op de risicokaart, maar uit tellingen in 2017, in opdracht van de Omgevingsdienst Haaglanden, blijkt dat sprake is van het vervoer van stoffen behorende tot categorie GF3. Naast LPG vindt er vervoer van propaan plaats vanwege de aanwezigheid van propaantanks in De Lier en omgeving. Het plangebied ligt buiten het verantwoordingsgebied, maar binnen het invloedsgebied (355 m) van deze stofcategorie. Een motivering van de zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid is noodzakelijk. Het plangebied ligt buiten het verantwoordingsgebied, maar wel binnen het invloedsgebied voor de toxische stoffen die over de N223 en A20 vervoerd worden. Een motivering van de zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid is noodzakelijk. Mogelijkheden tot zelfredzaamheid Zelfredzaamheid is het zichzelf kunnen onttrekken aan een dreigend gevaar, zonder daadwerkelijke hulp van hulpverleningsdiensten. De mogelijkheden voor zelfredzaamheid bestaan globaal uit schuilen en ontvluchting. Hieronder worden de risicoscenario's plasbrand, BLEVE en een toxische wolk beschreven. Maatgevende scenario BLEVE Het maatgevende scenario voor de Burgemeester Crezéelaan is een BLEVE (Boiling Liquid Expanding Vapour Explosion). Er wordt onderscheid gemaakt tussen een warme BLEVE en een koude BLEVE.

Bij een warme BLEVE kan door een incident op de weg of bij het tankstation kan een brand ontstaan waarbij een tankwagen met LPG is betrokken. Vanwege oplopende temperaturen neemt dan de druk in de tank met LPG toe. Binnen circa 20 minuten leidt het vrijkomen en het ontsteken van de inhoud tot overdrukeffecten en een grote vuurbal, een BLEVE. Een koude BLEVE treedt op zonder of voordat de LPG-tankwagen (maximaal) is opgewarmd door een externe brand. Het scheuren van de tank wordt veroorzaakt door een plaatselijke verzwakking van de tankwand. De maximale druk en temperatuur worden in dit scenario niet bereikt. De hittestraling van een BLEVE is kort en hevig en kan secundaire branden in de omgeving veroorzaken. Ontvluchting in het geval van een BLEVE is mogelijk, mits er geen bijzondere beperkingen zijn ten aanzien van zelfredzaamheid van aanwezigen. Plasbrand Door een incident met een benzinetankwagen op de weg kan de tankwand scheuren waardoor een groot deel van de benzine in korte tijd uitstroomt. De brandbare vloeistof vormt een plas en kan direct een korte, hevige brand veroorzaken en tevens secundaire branden in de omgeving. Aanwezigen binnen de vloeistofplas hebben geen mogelijkheden tot zelfredzaamheid. Aanwezigen in de nabijheid van de vloeistofplas hebben nauwelijks mogelijkheden tot zelfredzaamheid vanwege de grote hittestraling.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westland&id=bd9966be-d797-42f4-9004-472afc67db79