CConstaterende datWestland
Koppel je AI →
Document · PDF

1.2) Schrijven Midden-Delfland Vereniging d.d. 13-01-21 inzake Gebiedsvisie Midden-Delfland Vereniging (G21-000079)

Gemeenteraad 16 februari 2021, gemeente WestlandBij agendapunt: Vaststelling van de afhandeling van de lijst ingekomen stukken (LIS)8.818 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

From: Griffie Sent: woensdag 13 januari 2021 16:20:46 To: Info Cc: Subject: FW graag inboeken: Gebiedsvisie Midden-Delfland Vereniging Attachments: Visie tekst KK voor mail-brief stakeholders 20201206 (1).docx

Van: Secretariaat | Midden-Delfland Vereniging Verzonden: woensdag 13 januari 2021 16:04 Aan: Lisa Uffelen, van Onderwerp: Gebiedsvisie Midden-Delfland Vereniging

Geacht college, geachte gemeenteraad,

Met veel genoegen presenteren wij u hierbij onze recent vastgestelde gebiedsvisie Beelden van een toekomstig Midden-Delfland. De visie geeft aan waar wij ons als Midden-Delfland Vereniging in de directe toekomst sterk voor zullen maken. Het unieke landschap, dat niet voor niets de status Bijzonder Provinciaal Landschap heeft gekregen, is het waard ons blijvend voor in te zetten. Er doen zich op de korte en lange termijn allerlei bedreigingen voor die wij scherp volgen om ongewenste ontwikkelingen tegen te gaan. In deze visie kunt u vinden waarvoor wij ons vooral zullen inzetten. De visie staat online op de homepagina van onze website, onder Gebiedsvisie. (klik hier voor een printversie zonder foto's). Mocht u vragen hebben, contact willen leggen of ons willen uitnodigen voor overleg of het geven van een presentatie, neem dan contact op met ons secretariaat. Met vriendelijke groet, Koos Karssen Voorzitter Midden-Delfland Vereniging Met vriendelijke groet, Lisa van Uffelen Werkdagen: maandag en woensdag www.middendelflandverenieine.nl

Midden-Delfland SoufàtJH' yő&v ews Vereniging Gebouw De Koe, Burg. Musquetiersingel 40, 2636 GG Schipluiden

Midden-Delfland Vereniging

Schipluiden, 13 januari 2021

Geacht college, geachte gemeenteraad, Met veel genoegen presenteren wij u hierbij onze recent vastgestelde gebiedsvisie Beelden van een toekomstig Midden-Delfland.

De visie geeft aan waar wij ons als Midden-Delfland Vereniging in de directe toekomst sterk voor zullen maken. Het unieke landschap, dat niet voor niets de status Bijzonder Provinciaal Landschap heeft gekregen, is het waard ons blijvend voor in te zetten. Er doen zich op de korte en lange termijn allerlei bedreigingen voor die wij scherp volgen om ongewenste ontwikkelingen tegen te gaan. In deze visie kunt u vinden waarvoor wij ons vooral zullen inzetten. De visie staat online op de homepagina van onze website, onder Gebiedsvisie: www.middendelflandvereniging.nl (klik op de omslag voor de versie met foto’s, klik op de link eronder voor een kale versie). Mocht u vragen hebben, contact willen leggen of ons willen uitnodigen voor overleg of het geven van een presentatie, neem dan contact op met ons secretariaat. Met vriendelijke groet,

Koos Karssen Voorzitter Midden-Delfland Vereniging

'

Beelden van een toekomstig

Midden-Delfland

‘Š'ĩ't Mjyib

ËÉřlV

1 '-s

-ft

' fgL .

' W: -t ľvf 'é'*f -

‘a -

. - ŕ.rŗ , ì,-ř - , .ť 1 - zf

‘ *-*ŕ '

1 wHHg' -■■■. ~ . - , Lj

.

t». 'fci

-,V

v' r - ' . -z ,, -. ..

-

\

. v - ï .v

m

. i. i.'V

1

. "ţ 1Ąp ' "ŗ^ A V ' t-

- 'ľ

Gebiedsvisie Midden-Delfland Vereniging

Gebiedsvisie Met deze visie kijkt de Midden-Delfland Vereniging naar het MiddenDelflandgebied van het jaar 2040. Met als doel: behoud en toekomstbestendige versterking van dit gebied.

Tekst en onderzoek: Foto’s: Kaarten: Eindredactie: Ondersteuning: Lay-out:

Henk Boogaard, Hans Groeneveld en Leo Pols Henk Boogaard (tenzij anders vermeld) Albert Tieken en Hans Groeneveld Katinka Buters Heleen Paalvast Stout Grafische Dienstverlening

september 2020

Uj Midden-Delfland

Vereniging Samen voor een uniek (jaMfrchp

0900 www.middendelflandvereniging.nl secretariaat@middendelflandvereniging.nl Burgemeester Musquetiersingel 40 2636 GG Schipluiden M 06-42105407 (kantooruren) 2

Omslagfoto: Tiny Van der Meer

Inhoudsopgave

3

Voorwoord

4

Inleiding

5

Open veenweidegebied

6

Omgaan met verandering

16

Ontwikkelingsrichtingen

23

Literatuurverwijzingen

34

Verantwoording

35

Bijlagen

37

Gebiedsvisie Midden-Delfland Vereniging 2020-2040

We durven twintig jaar vooruit te kijken Met gepaste trots kan ik melden dat de Midden-Delfland Vereniging haar visie op de toekomst van ons mooie gebied heeft vastgesteld. Het doel van onze eigen visie is gericht op het behoud en toekomstbestendige verster­ king van dit landschap. De visie geeft precies aan waarvoor wij ons de komende jaren willen inzetten en zonodig voor willen strijden. De visie moet ons helpen adequaat op te treden tegen bedreigingen. We realiseren ons wel dat we niet spreken over een museaal landschap maar een gebied waar mensen wonen, soms al generaties lang, waar veehouders een bestaan hebben, waar de recreatie van belang is en vele omwonen­ den graag van komen genieten. Maar het is ook een belangrijk broed- en foerageergebied voor weidevogels, ook die hebben dit gebied hard nodig voor hun voortbestaan. De visie is geen opsomming van al het moois dat we hebben maar dwingt ons keuzes te maken. Wij vinden het van het grootste belang dit land­ schap te behouden, dat betekent dat nieuwe of zwaardere infrastructuur uit den boze is. Niet nog meer wegen, elektriciteitsleidingen en pijplei­ dingen. We zijn tegen toenemend sluipverkeer. Een nieuwe bedreiging is de energietransitie: windmolens en zonneparken. Voor ons is de verdere aantasting van het landschap als gevolg van energietransitie ontoelaat­ baar. Maar vooral de ‘koe in de wei’ moet blijven.

Wij willen graag met de boe­ ren verder werken aan aandacht voor de natuur waarbij de circulariteit van de veehouderij ons uitgangspunt is. Duurzame landbouw en biolo­ gische productie hebben onze grote instemming. Initiatieven om hoog­ waardige streekproducten in de omliggende steden te vermarkten hebben onze sympathie. De recreanten hebben we nodig, niet alleen voor de directe inkomsten maar ook voor hun goodwill om het gebied in stand te kunnen houden.

Koos Karssen, voorzitter Midden-Delfland Vereniging 4

Gebiedsvisie Midden-Delfland Vereniging 2020-2040

Inleiding Twintig jaar vooruit. Met deze visie kijkt de Midden-Delfland Vereniging naar het landschap van Midden-Delfland in 2040. Behoud en toekomstbestendige versterking van dit landschap is het doel. Daarmee zet de ver­ eniging de lijn door die al bij de oprichting in 1977 is ingezet. De vereniging doet dit om duidelijk te maken welke ontwikkelingen in het Midden-Delflandgebied volgens haar wenselijk zijn en welke niet. Als een stimulans en een kompas voor zichzelf en voor anderen die dit gebied een warm hart toedragen. Maar ook als richtinggevend kader voor par­ tijen die om verschillende redenen in dit gebied aan de slag willen, zowel overheden als particulieren. Bescherming van dit landschap is nodig en vraagt voortdurende alert­ heid, omdat andere belangen bewust of onbewust vaak een bedreiging hiervan vormen. Over dit gebied is door anderen vanuit al­

'bescherming van dit land­ schap is nodig en vraagt voortdurende alertheid9

lerlei gezichtshoeken al veel zinnigs gezegd en geschreven. Daar is hier dankbaar ge­ bruik van gemaakt.

Het gebied waar de Midden-Delfland Ver­ eniging zich op richt is groter dan de ge­ meente Midden-Delfland alleen. Waar in deze visie gesproken wordt over Midden-Delfland (zonder nadere aanduiding) wordt altijd het MiddenDelflandgebied bedoeld. Waar kortweg gesproken wordt over ‘gebied’ wordt uiteraard hetzelfde bedoeld. Daar waar de gemeente Midden-Delfland wordt bedoeld, staat expliciet het woord ‘gemeente’ erbij. Het Midden-Delflandgebied strekt zich dus uit over meerdere gemeenten. De vereniging dringt erop aan dat de betreffende gemeenten voor hun stukje van het gebied deze visie als leidraad gaan gebruiken voor hun ruimtelijke en beheerplannen en die plannen ook onderling afstemmen. Ook bij andere partijen met belangen in dit gebied dringt de vereniging erop aan deze visie als leidraad te gebruiken.

5

Gebiedsvisie Midden-Delfland Vereniging 2020-2040

‘De koe in de wei’ is een kernwaarde van MiddenDelfland. Slinkslootpad, Schipluiden. :

- lí

.r

Open veenweidegebied Het Midden-Delflandgebied is het open veenweidegebied tussen de steden van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag. Vanuit de gemeente Midden-Delfland strekt het zich uit tot aan de eerste aaneengesloten bebouwingslijn in de omliggende gemeenten. Van oudsher is het een gebied van melkveeboeren met veelal relatief kleine bedrijven. Natuurontwikkeling en recreatie zijn er sinds het laatste kwart van de vorige eeuw steeds belangrijker geworden. Dat het gebied open moet blijven, wordt door zeer velen onderschreven. Maar een wettelijke beschermingsstatus, die het in het verleden wel had, met het oogmerk die openheid te garanderen, heeft het niet meer1. De belangrijkste status van het gebied is nu de erkenning die het eind 2017 kreeg van de provincie Zuid-Holland als Bijzonder Provinciaal Land­ schap.

1 De wettelijke beschermingsstatus van Midden-Delfland betrof in het verleden eerst de aanwijzing als Rijksbufferzone (1958) en later de Reconstructiewet Midden-Delfland (1977). Beide zijn inmiddels beëindigd.

6

Gebiedsvisie Midden-Delfland Vereniging 2020-2040

Het landschap en zijn kernwaarden Het doel van de Midden-Delfland Vereniging is het behoud en versterken van het landschap van Midden-Delfland en zijn kernwaarden. Deze kernwaarden zijn voor een belangrijk deel verankerd in de geschie­ denis van het gebied. Om het landschap te ‘begrijpen’ en er verantwoord mee om te gaan, is kennis van de geschie­ denis ervan onontbeerlijk. Een compacte ‘kernwaarden verankerd beschrijving van die geschiedenis zou de rijkdom en de complexiteit daarvan tekort in de geschiedenis doen. Daarom wordt hier volstaan met verwijzing naar de vele waardevolle publi­ van het gebied9 caties, zowel over het verre verleden (het ontstaan, de ontginning, de bodemdaling en de ‘omkering’ van het landschap2) als over het meer recente verleden (de intensivering van de land­ bouw, de rijksbufferzone en de reconstructie van het gebied). S-bochtin de Groeneveldseof Monster­ watering bij boerderij Groeneveld.

'■■Vier

2 In de loop van de eeuwen kwamen de weilanden steeds lager te liggen door inklinking van het veen in de grond. Op de bodem van de afwateringskreken was in tijden van hoog water veel rivier- en zeeklei afgezet, dat nauwelijks gevoelig was voor inklinking. Zo kwamen de weilanden, die oorspronkelijk hoger lagen dan de kreken, uiteindelijk lager te liggen dan die kreken. De kreken werden ‘kreekruggen’, die iets hoger liggen dan het omliggende land. Dit verschijnsel wordt aangeduid met ‘omkering van het landschap’.

7

Gebiedsvisie Midden-Delfland Vereniging 2020-2040

Molen ‘De Korpershoek’ vanonder de Trambrug.

-4İltïSį Tm

m. . ŕ

‘ .

Tegen de achtergrond van die geschiedenis kunnen de volgende kernwaar­ den worden benoemd: ^ Openheid • Relatief kleinschalige, grondgebonden veeteelt met de koeien in de wei • Weidevogelgebied van bovennationaal belang • Rust in het midden van de drukke deltametropool ^ Landschapselementen die de bijzondere ontstaansgeschiedenis weer­ spiegelen: o strak slotenpatroon met soms ‘veelzeggende’ kronkels o kades en dijken o in een gedaalde veenbodem iets hoger gelegen kreekruggen o boerderijen op de kreekruggen (meer dan eens ver van de door­ gaande weg) o eeuwenoude bewoningsterpen (als je goed kijkt) o grote verschillen tussen polder- en boezempeil o grondwaterstand tot vlak onder het maaiveld ^ Cultuurhistorische gebruikselementen die daarbij aansluiten: o kerkenpaden o trekvaartroutes o molens en gemalen o boerderijen en boerenerven o bomen, bomengroepen en bomenrijen ^ Goed bewaarde historische dorpskernen en gehuchten 8

Gebiedsvisie Midden-Delfland Vereniging 2020-2040

^ Moerasgebieden, elk met een andere, typerende ontstaansgeschiede­ nis

^ Bodem bestaande uit een sterk wisselende samenstelling van laagveen, zeeklei en rivierklei ^ Licht zilt water- en bodemmilieu met bijbehorende waterdieren en planten Gebied en verbindingen In deze visie op het landschap gaat het over het Midden-Delflandgebied. Dat is groter dan alleen de gemeente Midden-Delfland. Hoewel het niet de bedoeling is om erg strikt met grenzen van dit gebied om te gaan (in de zin van ‘tot hier en niet verder’) is het goed om aan te geven wat hier onder het Midden-Delflandgebied wordt verstaan. Bij de aanwijzing van het MiddenDelflandgebied door de provincie Zuidgeen starre grenzen, wel Holland als eerste Bijzonder Provinciaal groene verbindingszones’ Landschap is een contour van dit gebied vastgesteld. De Midden-Delfland Vereni­ ging neemt die contour als uitgangspunt voor haar ‘zorggebied’. Vanuit haar ervaring breidt de vereniging dit gebied iets uit met een beperkt aantal hoekjes, die daar gevoelsmatig bij horen. Het resulterende gebied is weergegeven op het kaartje. Bijlage 1 geeft een opsomming van deze ‘extra’ gebiedjes waarvoor niet de aanwijzing van Bijzonder Provinciaal Landschap geldt, maar waar wél de zorg van de Midden-Delfland Vereni­ ging naar uit gaat. Hoe een groene verbindingszone eruit kan zien. Hier de Wateringse ■V'ļ

Zweth.

ŕĵtó-'

u 4 í1 :

9

j ,

Gebiedsvisie Midden-Delfland Vereniging 2020-2040

Naast het Midden-Delflandgebied zelf hecht zij veel waarde aan groene verbindingszones naar de omgeving. Op onderstaand kaartje staan deze verbindingen met pijlen aangegeven. In bijlage 1 staan ze opgesomd.

Deze groene zones verbinden vooral de stad met het omliggende lande­ lijke gebied (en omgekeerd). Deze zones hebben in potentie drie functies: ^ aantrekkelijke route voor het langzaam verkeer tussen de stad en het landelijke gebied, Het MiddenDelflandgebied met de groene verbindingszo­ nes.

^ verbinding van het stedelijke groen met de natuur om de stad heen; verplaatsingsroute voor fauna, ^ verbinding van het stedelijke water met het water in de omgeving, zowel voor vissen en andere waterfauna, alsmede (soms) voor recreatievaart. pDfiÜl-Jk

parr

WĒSŤLAND

LP.I. H-

Boriioi RŭiJlirmji

'Schi'l.n

Levends

■rtrvlMļi

MöJW^DcIfliPdţeticd Gr«fV! v*ţ«ĩingŲïĩíV tehtaT*TDnd: TQŕlŪŮNL KJtíodc', Bjs!Wi?3T(i-ť.ie Tupogmfte (BfiT i

de groene zones verbinden vooral de stad met het land

Niet elk van deze verbindingen voldoet (nog) aan deze drie functies. Voor som­ mige daarvan kan dat verbeterd worden Voor enkele van deze verbindingszones zijn niet alle drie functies haalbaar.

10

Gebiedsvisie Midden-Delfland Vereniging 2020-2040

Deelgebieden en hun karakter Binnen het Midden-Delflandgebied kunnen vier typen deelgebieden wor­ den onderscheiden, elk met zijn eigen karakter, prioriteiten, grondgebruik en beheer. De eerste drie zijn ontleend aan de visie voor Midden-Delfland die Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer hebben opgesteld (Naar een aantrekkelijk en biodivers Midden-Delfland in 2040). Het zijn weidege­ bieden, stadsrandbossen en moerasgebieden. De vierde, de dorpskernen, is een voor de Midden-Delfland Vereniging logische toevoeging.

In de tabel hieronder worden deze deelgebieden nader gekenschetst. In bijlage 2 worden ze wat uitgebreider beschreven. Deelgebied

Karakter

Veeteelt

Natuur

Recreatie

Weidegebieden

Open, stil, kleinschalig

Veeteelt en weidenatuur in evenwicht samen

Secundair

Stadsrandbossen

Meer levendigheid, goed toegankelijk

Evt. ondersteunend

Moerasgebieden

Stil, slecht toegankelijk

Niet

Primair moerasnatuur

Zeer beperkt

Dorpskernen

Historische bebou­ wing, vnl. wonen

Niet

Ondergeschikt

Secundair

Bosnatuur en recreatie in evenwicht samen

Weidegebied Oostgaag, Schipluiden.

V-»i

- * 'mi'

11

P» |

Gebiedsvisie Midden-Delfland Vereniging 2020-2040

Stadsrand Tanthof, Delft

Moerasgebied Ackerdijkse plassen. Foto Annemiek van Adrichem.

ř rr1

Dorpskern Maasland.

12

Gebiedsvisie Midden-Delfland Vereniging 2020-2040

In onderstaand kaartje is weergegeven waar deze verschillende gebieds typen zich bevinden. WWÇląîtaUÍ,

Hòmflimţlijlf.

W ESTLAND

□ELFT ■Geflpni

HOÖrfl

Baikal

PdiJvimis ŠCtfiEĹANi

Schiedam ("4«í.hŗrrTi

Legenda Hom bui

WedegcbMdm

Stfldsr-īriüKřssisi MtìēâiíeĎiēűein Pņnwn Ŗfi bMwt*n AcfríŕnjiDntì. TŪPiŌŪWĻ K*ļa3tar

iWVfCş-

De vier gebiedstypen in het MiddenDelflandgebied.

BřwegĮSřMic Tů0ogi,ífiřťWri

Kwetsbaarheid en bedreigingen Dit bijzondere landschap is voor veel mensen om verschillende redenen belangrijk: ^ bewoners, voor wie het gebied een heerlijke woonomgeving is en een deel vormt van hun identiteit, vaak al meerdere generaties lang; ^ veehouders, voor wie het gebied de basis is van hun bestaan; voor ve­ len van hen is het landschap en de weidenatuur hun passie; ^ recreatieondernemers, voor wie het gebied het ‘unique selling point’ is; ^ omwonenden, voor wie het gebied voorziet in allerlei vormen van ontspanning. Ook los van het gebruik door de mens hebben de natuur en het landschap van Midden-Delfland hun functie. Ze vormen een (soms essentieel) on­ derdeel van complexe mondiale natuurlijke processen, die de mens meer zou moeten respecteren. Dat komt voor het Midden-Delflandgebied het duidelijkst naar voren in de betekenis als broed- en foerageergebied voor weidevogels.

13

Gebiedsvisie Midden-Delfland Vereniging 2020-2040

Bescherming van dit landschap I de kernwaarden ervan is nodig en vraagt voortdurende alertheid, omdat andere belangen bewust of onbe­ wust een bedreiging hiervan vormen.

De ruimtelijke bedreigingen van het Midden-Delflandgebied zijn: ^ verstedelijking langs de randen van het gebied ^ infrastructuur die het gebied doorsnijdt ^ relatief kleine, maar landschappelijk ongewenste ontwikkelingen in het gebied

ťnatuur en landschap hebben hun eigen functie, los van ons gebruik9

De belangen achter de ruimtelijke bedrei­ gingen vinden hun oorsprong in de bevol­ kingsgroei in de omliggende steden en de toename van de economische activiteiten in, maar vooral rondom Midden-Delfland.

Daarnaast zijn er minder zichtbare bedreigingen: de aantasting van de kwaliteit van lucht, water en bodem, de klimaatverandering, de bodem­ daling en de onzekere toekomst van de boeren. Er zijn vele mogelijke, ongewenste gevolgen van deze bedreigingen. In bijlage 3 wordt hiervan een opsomming gegeven. De kwetsbaarheid van het landschap van Midden-Delfland ligt in het feit dat het landschap ‘slechts’ kleine en zachte economische belangen kent en de bedreigingen veelal hun oorsprong vinden in harde economische belangen. Bij de (agrarische en recreatie) ondernemers van Midden-Delfland gaat het (naar de aard van het gebied) om relatief kleine bedrijven en dus om kleine economische belangen. Ontspanning in de vorm van buitenrecreatie, alsmede natuur en (cultuur)historie, worden door velen belangrijk gevonden, maar de economische modellen zijn niet voldoende in staat die belangen (in geld) te waarderen. Naast de kwetsbaarheid van het landschap van Midden-Delfland voor de gevolgen van economische afwegingen, is er ook een kwetsbaarheid voor gevolgen van onkunde, onwetendheid enIof desinteresse. Er is wei­ nig voor nodig om schade te berokkenen aan bijvoorbeeld een belangrijk element van de complexe structuur van flora en fauna of aan een cultuur­ historisch of archeologisch waardevol object. Onachtzaamheid of onwe-

14

Gebiedsvisie Midden-Delfland Vereniging 2020-2040

tendheid kan leiden tot onherstelbare schade aan de kernwaarden van het landschap. (Zie kader voor enkele voorbeelden.)

Bij al die mogelijke gevolgen gaat de zorg van de vereniging, gegeven haar doelstelling, uit naar (de kernwaarden van) het landschap en in het bijzonder naar de weidevogels. De weidevogels zijn in de paartijd, de broedtijd en in de tijd van het vliegvlug worden van de jongen bijzonder kwetsbaar. Ze zijn voor het Midden-Delflandgebied de spreekwoordelijke ‘canary in the coalmine’.

De grutto is

V'

het icoon van het veenwei­ delandschap

i/i

van MiddenDelfland.

.-jļįVv

r , . r.ŕ ÌT' i

ŕ "i \

Kwetsbaarheid voor bewust en onbewust handelen: Kwetsbaarheid voor bewust handelen komt voort uit de afweging: het is economisch vrijwel niets waard dus het kan wel weg. Kwets­ baarheid voor onbewust handelen ligt in het feit dat het kapot is zonder dat je er erg in hebt. Bijv. je gaat een uurtje op pad met de shovel en je hebt veel weidevogelnesten vernietigd (die je niet eens gezien hebt), een middeleeuwse terp geëgaliseerd (die je alleen zag als onhandige oneffenheid) en een stuk kreekrug afgegraven (omdat nie­ mand je ervoor waarschuwde).

15

Gebiedsvisie Midden-Delfland Vereniging 2020-2040

Omgaan met verandering Landschap behouden In het algemeen geldt dat er in Midden-Delfland geen activiteiten mogen plaatsvinden die ten koste gaan van het landschap, ofwel van één of meer kernwaarden daarvan. Dit houdt onder meer in dat de steden rondom Midden-Delfland niet verder mogen uitbreiden richting dit gebied. Ook het ‘uitplaatsen’ van ogenschijnlijk minder ‘stadse’ functies, zoals sportvelden, valt hieronder. Enerzijds omdat daarmee de ruimte van het oorspronkelijke echte Mid­ den-Delfland wordt beperkt en anderzijds omdat - zo leert de ervaring - het één leidt tot het ander. In het voorbeeld van de sportvelden: tribune, parkeerterrein, kantine, sporthal, bredere weg, enz. Wat natuurlijk wél welkom is, zijn plannen die de stadsrand of de aanblik ťnieuwe of zwaardere daarvan verfraaien of het stadsrandgebied infrastructuur uit den aantrekkelijker (bijvoorbeeld sociaal veili­ ger) maken. boze9 Verder betekent landschapsbehoud dat nieuwe infrastructurele door­ snijdingen of verbreding (of verzwaring op een andere manier) van be­ staande infrastructurele verbindingen uit den boze zijn. Het gaat hier De Maaslandse Dam, een woonwijkje in het openland­ schap; voor­ beeld van hoe het niet moet.

„ i,"1

16

Gebiedsvisie Midden-Delfland Vereniging 2020-2040

niet alleen om wegen, maar ook om elektriciteitsleidingen, pijpleidingen, etc. Zeker bij de weginfrastructuur komen bijna alle kernwaarden van het gebied in het gedrang en spelen veel milieuhygiënische bedreigingen (bijlage 3) een rol. Ten slotte kan door ontwikkelingen in het Midden-Delflandgebied zelf het landschap worden aangetast. Ook daar is dus alertheid geboden. Voorbeelden hiervan zijn: een woonwijk(je), een te grote stal, een leeg­ staande boerderij, vestiging van een te groot bedrijf, een weinig subtiel versterkte kade, etc. Dit zijn zaken die voorkomen zouden moeten wor­ den. Bodemdaling in het veen In Midden-Delfland vindt bodemdaling plaats. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door de oxidatie van het in de bodem aanwezige veen. Omdat er hier in de bodem tussen het veen ook veel klei zit, gaat de da­ ling minder hard dan op enkele andere plekken in Nederland waar de bodem vrijwel alleen uit veen bestaat, zoals in de Zuidplaspolder (ten oosten van de Rotte). Door de bodemdaling moet het grondwaterpeil worden verlaagd om vooral de weilanden begaanbaar te houden. Daardoor oxideert weer meer veen en blijft de bodemdaling doorgaan. Dit heeft gevolgen voor de na­ tuur en de biodiversiteit. Bij het oxideren van het veen komt ook veel CO2 vrij. Bodemdaling: laag polderpeil en hoog boezempeil Uitkijkstoelen, Vlaardingse vaart.

17

Gebiedsvisie Midden-Delfland Vereniging 2020-2040

de bodemdaling zal het waterbeheer in MiddenDelfland steeds complexer maken’

In combinatie met de stijging van de zee­ spiegel en het veranderende klimaat zal de bodemdaling het waterbeheer in MiddenDelfland steeds complexer maken. De ver­ wachting is dat dit de komende decennia technisch nog wel uitvoerbaar zal blijven, maar duurder zal worden. Hoe dit zich

in de tweede helft van deze eeuw ontwik­ kelt is vooralsnog onduidelijk. Mogelijk is de veeteelt hier dan niet overal meer houdbaar. Voor de komende jaren is het zaak hierop te anticiperen, onder meer door onderzoek te doen naar vertragen van en omgaan met bodemdaling. Ruimtelijke plannen Activiteiten, die leiden tot aantasting van de landschappelijke kwaliteiten, zoals hierboven omschreven, zijn in beginsel ongewenst. De vereniging zal niet akkoord gaan met dergelijke plannen, tenzij de initiatiefnemer kan aantonen dat met landschappelijke maatregelen die aantasting ach­ terwege blijft. Als een ongewenste activiteit niet is tegen te houden omdat er een zwaar maatschappelijk belang mee is gemoeid en landschappelijke inpassing aantoonbaar onmogelijk is, dan zal de verantwoordelijke over­ heid landschappelijke compensatie moeten afdwingen. Deze compensatie dient in samenhang met het project te geschieden, bijvoorbeeld door de aangetaste kernwaarden elders binnen het gebied te verbeteren. Voor het totale plan, d.w.z. de voorgenomen activiteit, inclusief inpassing en compensatie geldt, dat het plan het Midden-Delflandgebied netto moet versterken. Energietransitie De omschakeling naar een duurzame energievoorziening heeft gevolgen voor het landschap van Midden-Delfland. Vrijwel overal in het gebied kun je aan de horizon al een of meer windturbines zien staan.

Op veel plaatsen liggen zonnepanelen op daken. Het is niet ondenkbaar dat er in het Midden-Delflandgebied ook initiatieven voor duurzame energievoor­ zieningen komen, die potentieel nog grotere impact op de kwaliteit van het landschap hebben.

18

Gebiedsvisie Midden-Delfland Vereniging 2020-2040

De schoon­ heid van het landschap van MiddenDelfland mag niet aangetast worden door duurzame energie. Ook niet hier rond­ om ’t Woudt. ■Pg

jţgpçļį "

1 1 " -'

_____

‘aantasting van de kwaliteit van het landschap als gevolg van energietransitie is ontoelaatbaar9

Aantasting van de kwali­ teit van het landschap als gevolg van (duurzame) energievoorziening is ontoelaatbaar. Daar waar in een weids landschap relatief kleine windturbines

en mooi ingepaste kleine zonnevelden mogelijk nog acceptabel zijn, zijn ze dat in een qua omvang beperkt en kleinschalig landschap als Midden-Delfland niet. Concreet betekent dit, dat installaties voor het opwekken van duurzame energie in Midden-Delfland vrijwel onzichtbaar moeten zijn en vrijwel geen ruimte mogen innemen. Hoewel niet echt onzichtbaar zijn zonne­ panelen op daken van gebouwen wel acceptabel. Omdat windturbines pas echt efficiënt zijn als ze veel wind vangen en dus goed zichtbaar zijn, wil de vereniging toepassing hiervan in Midden-Delfland beperken tot de randen van (bestaande) bedrijfsterreinen en de randen van het gebied zelf. Boerenerven en kassencomplexen worden in dit verband niet als bedrijfsterrein gezien.

19

Gebiedsvisie Midden-Delfland Vereniging 2020-2040

Mogelijk komen in de nabije toekomst vormen van duurzame energie beschikbaar die beter bij het gebied passen. Te denken valt aan warmte­ pompen, die gebruik maken van bodemwarmte of water uit de vaarten, waterstof, biogas, etc. Maar ook daarbij is zorgvuldige inpassing (onder meer qua zichtbaarheid en geluidshinder) een vereiste. De vormgeving van de gemalen van het Hoogheemraadschap van Delfland kan hierbij tot inspiratie dienen: klein, groen en open. De gemalen van Hoog­ heemraad­ schap Delf­ land zijn een voorbeeld van geslaagde in­ passing in het landschap.

f įi i f»

īVJ*1 IftU

Toekomst boerderijerven In Midden-Delfland zijn ongeveer 250 erven en 60 actieve boeren. Dit laat zien hoe multifunctioneel het landelijk gebied feitelijk is: het merendeel van de erven bestaat (naast de woonfunctie) uit niet-agrarische bedrijven, waaronder maakindustrie, horeca, recreatie, maneges en ateliers. Ook op de erven waarop het boerenbedrijf wordt uitgeoefend, worden meer dan eens nevenactiviteiten ontwikkeld, zoals (ouderen)zorg, kindercrèche en horeca. De erven zijn beeldbepalend in het open landschap. De erven veranderen van aanzien en schaal door (ver)bouwactiviteiten als gevolg van functie­ verandering en schaalvergroting in de veehouderij. Dit kan ten koste gaan van de ruimtelijke kwaliteit van het landschap. Het afdwingen van een goede ruimtelijke kwaliteit bij aanpassing op het erf is moeilijk. Op an­ dere plekken in Nederland heeft dat al geleid tot zogenoemde verspreide of ‘dunne’ bedrijventerreinen. 20

Gebiedsvisie Midden-Delfland Vereniging 2020-2040

Boerderij Kei­ zershof, Wil-

zi

1 .í-.

lemoordseweg, Schipluiden.

' M

■'i ŕļ-J

ar*?

De (van oorsprong) boerenerven zijn een We erven zijn beeldbepalend kernwaarde van het Midden-Delflandgebied. Het zou daarom goed zijn als een in het open landschap' ‘ervenvisie’ onderdeel zou worden van het Bijzonder Provinciaal Landschap. Elemen­ ten daarvan kunnen welstandsrichtlijnen en subsidies voor erfbeplanting zijn. Bij de erven gaat het om betrekkelijk matige eisen: schaal van de gebouwen, architectonische richtlijnen en beplantingsvoorschriften. Een stimuleringsbudget kan helpen om de ontwikkelingen op de erven in goede banen te leiden. Niet alle ont­ wikkelingen op de boerenerven zijn land­

y

schappelijk gewenst; de vereniging is

íŭŭú .-m ìfrV-f^'īfTÍr

■n

4 — I

,

.

voorstander van welstandsrichtlijnen. Abtswoude, Schipluiden.

21

Gebiedsvisie Midden-Delfland Vereniging 2020-2040

Beleidsontwikkelingen Er vinden op dit moment in Nederland (en daarbuiten) meerdere beleids­ ontwikkelingen plaats, die op middellange en lange termijn hun invloed op het Midden-Delflandgebied zullen hebben. Dit zijn vooral de energietransitie, de woningbouwopgave, klimaatmitigatie en -adaptatie3, hervor­ ming van de landbouw, nieuw instrumentarium voor het natuurbeleid en de invoering van de Omgevingswet. De kansen die deze ontwikkelingen bieden voor Midden-Delfland en de bedreigingen die daarmee gepaard gaan, zijn nog niet duidelijk. De Midden-Delfland Vereniging zal daarom deze ontwikkelingen nauwgezet volgen en waar nodig en mogelijk erop inspelen. De focus ligt daarbij primair op de landelijke overheid, omdat vooral daar de aansturing zal liggen van deze beleidssporen. Zo wijst de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) in de richting van serieuze plannen voor ‘herinrichting van het landelijk gebied’ van Nederland. Deze ontwikkelingen vergen in de nabije toekomst een hoge mate van alertheid van alle betrokkenen bij het Midden-Delflandgebied. Samen­ werking op lokaal niveau is daarbij belangrijk.

3 Klimaatmitigatie: het beperken of vertragen van de opwarming van de aarde. Klimaatadaptatie: het verminderen van de kwetsbaarheid voor klimaatverandering.

22

Gebiedsvisie Midden-Delfland Vereniging 2020-2040

Ontwikkelingsrichtingen Duurzame ontwikkeling De Midden-Delfland Vereniging ziet het behoud en waar mogelijk ver­ sterken van het landschap van Midden-Delfland als een belangrijk onderdeel van een algemene duurzame ontwikkeling. De vereniging ziet het open

‘ook toekomstige generaties voorzien in behoefte aan ontspanning, beweging en gezond voedsel9

landschap met al zijn kwaliteiten als nood­ zakelijke voorwaarde voor de huidige én toekomstige generaties in de Deltametropool om in een belangrijk deel van hun behoeften aan rust en ontspanning, aan beweging en gezond voedsel te voorzien.

Landschap versterken Door de vele doorsnijdingen van het gebied met wegen, waterwegen en een spoorlijn is het opgedeeld in noord-zuid gerichte ‘stroken’. Vooral voor sommige dieren en bovendien ook recreanten vormen deze door­ snijdingen een vaak letterlijk onoverbrugbare belemmering. De eerste pijler van de versterking van het gebied is het realiseren van verbindingen voor langzaam verkeer én natuur, vooral in oost-west rich­ ting. Op dit punt zijn de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (langzaam verkeer) en de provincie Zuid-Holland (natuur) de belangrijkste spelers. Een van de pijlers van landschapsontwikkeling richt zich op de stadsrandbossen. Art Centre, Ackerdijkse bos, Delft.

■-'vsčsž: 23

dvaŕ-tt.i

Gebiedsvisie Midden-Delfland Vereniging 2020-2040

Een tweede pijler van landschapsversterking richt zich op de stadsrandbossen. Deze gebieden zijn in het laatste kwart van de vorige eeuw ge­ maakt voor recreatie en natuur. Ze zijn daar in potentie ook zeker voor geschikt, maar in de praktijk schiet het (bos)beheer tekort. Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer hebben plannen om deze

‘ín de stadsrandbossen combineren van meer

gebieden te verbeteren waarin meer divers recreatief gebruik en meer biodiversiteit

biodiversiteit met meer divers recreatiefgebruik'

worden gecombineerd. Deze stadsrandbossen liggen grotendeels in de omliggende gemeenten, die hierop dus vooral aange­ sproken moeten worden.

De derde pijler van versterking is verbetering van de verbindingszones met de openbare groene ruimte in de omliggende steden (zie het kaartje op blz. 10 en de opsomming in bijlage 1). Op het kaartje zijn met pijlen de groene verbindingszones aangegeven. Functies van deze verbindingszones zijn: aantrekkelijke, duidelijke en veilige langzaam verkeersroutes, verplaatsingsroutes voor dieren (bijvoorbeeld van en naar de stad) en open waterverbindingen. Niet alle getekende verbindingen zijn geschikt voor al deze drie functies. Waar verbetering mogelijk is, zou dat onder­ deel moeten zijn van de planvorming op die plekken. Het inrichten van de verbindingszones als ‘uitnodigende toegang’ tot het Midden-Delflandgebied (bijlage 4) is dan de kers op de taart. Vaak zullen de gemeenten en de provincie hiervoor het aanspreekpunt zijn. In bijlage 5 is meer in detail een aantal concrete verbeteringsmogelijk­ heden opgesomd. Die opsomming is vooral bedoeld ter inspiratie; in de praktijk zijn nog veel meer zinvolle verbeteringen mogelijk. Natuurontwikkeling Elk van de vier typen deelgebieden van Midden-Delfland herbergt een vorm van natuur, ook de dorpskernen. Voor de natuur in elk van deze gebiedstypen geldt: zorgvuldig beheren en waar mogelijk versterken met biodiversiteit als belangrijkste doel. Meer in detail: Weidegebieden: Van oudsher gaan natuur en landbouw hier hand in hand.

Door de na­ oorlogse intensivering van de landbouw en de globalisering (met veel scherpere marktverhoudingen) is deze symbiose onder druk komen te 24

Gebiedsvisie Midden-Delfland Vereniging 2020-2040

Het weidege­ bied aan de Zuideindseweg, Delfgauw.

- '

-■İ : 'ĩuù' -

staan. Gelukkig is aandacht voor en bescherming van de natuur onder de boeren in Midden-Delfland weer in opkomst, met de weidevogels als belangrijkste thema. De ‘koe in de wei’ is hier ook in de toekomst een belangrijke kwaliteit. De veehouderij en de natuur zouden zich in samen­ hang verder moeten ontwikkelen, waarbij de circulariteit van de veehou­ derij uitgangspunt is. Naar verwachting zal ‘kringloopland-

ťvan oudsher gaan natuur

bouw’ de komende jaren vanuit de natio­ nale overheid worden gestimuleerd. Voor en landbouW hand in hand Midden-Delfland komt dat neer op het streven naar het sluiten van kringlopen op een lokaal/regionaal schaalniveau. Dat vergt nog wel enige uitwerking: is dat binnen het Midden-Delflandgebied of worden ook gebieden daarbui­ ten betrokken? Voor Midden-Delfland zal in ieder geval worden gestreefd naar hogere grondwaterstanden, soortenrijkere weiden en natuurlijker bemesting die past bij de draagkracht van de bodem. Stadsrandbossen: Deze gebieden zijn bij de reconstructie van Midden-Delfland in de jaren tachtig van de vorige eeuw bedoeld voor natuur en recreatie. Enerzijds is dat gelukt; anderzijds kan het nog veel beter. De beheerders van deze gebieden (voornamelijk Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten) hebben plannen om deze gebieden te versterken in de zin van meer biodiversiteit en een meer divers recreatief gebruik. De overheden zouden het belang van deze gebieden voor hun bewoners moeten inzien en hiervoor vol­ doende budgetten beschikbaar moeten stellen. 25

Gebiedsvisie Midden-Delfland Vereniging 2020-2040

Een van de stadsrandbossen is de Broekpolder boven Vlaardingen. foto

řĩŕ

Tiny van der Meer.

Het veerpontje De Kwakel vaart vlak langs het moe­ rasgebied de Vlietlanden.

Moerasgebieden: Het beheer is gericht op behoud van de aanwezige natuur. Omdat deze moerasgebieden klein zijn als leefgebied voor relevante diersoorten, is het streven deze ecologisch te verbinden. Een plan voor zo’n verbinding tussen de Vlietlanden en de Ackerdijkse Plassen is in een vergevorderd stadium. Deze ecologische verbinding is al in 2006 afgesproken.4 Omdat deze ecologische verbindingen de kwaliteit van de natuur in het Midden-Delflandgebied aanmerkelijk zullen verhogen, is het zaak haast te maken met het afronden van deze plannen en de uitvoering daarvan. 4 Deze afspraak is onderdeel van het IODS-convenant. IODS = Integrale Ontwikkeling DelftSchiedam; een gebiedsgericht programma, waarbinnen onder meer de aanleg van de A4 door Midden-Delfland mogelijk werd gemaakt.

26

Gebiedsvisie Midden-Delfland Vereniging 2020-2040

Dorpskernen: De dorpskernen en gehuchten kennen een historisch gegroeide, natuur­ lijke verwevenheid met de omgeving. Water speelt hierin een belangrijke rol, maar ook buiten de watergangen is hier sprake van. Als onderdeel van het oorspronkelijke karakter van de dorpen en gehuchten moet deze verwevenheid behouden blijven.

de dorpen zijn natuurlijk

De gemeenten moeten daar een helder beleid voor ontwikkelen en zorg dragen

voor voldoende financiële middelen. Dit betreft natuurlijk de gemeente MiddenDelfland, maar ook de gemeenten Maas­ sluis en Vlaardingen voor de Zuidbuurt en Rotterdam voor Kandelaar en

verweven met de omgeving9 De Zweth. Het verkeer op de smalle polderwegen leidt soms tot gevaarlijke situaties.

JÍV fį#

Įļ/ " B-

Mobiliteit De grootste ergernis voor de bewoners én de recreanten in Midden-Delfland is het sluipverkeer. Het gaat - ondanks de A13 en de A4 - om noordzuid (en vice versa) gerichte verkeersbewegingen. Er dient snel een (digi­ taal) reguleringssystem te komen dat dit sluipverkeer tegenhoudt, zonder al te grote nadelen voor bewoners en bezoekers. De Metropoolregio Rotterdam 'sluipverkeer Den Haag moet hierop in eerste instantie worden aangesproken.

grootste ergernis 27

Gebiedsvisie Midden-Delfland Vereniging 2020-2040

De onderlinge relatie tussen verschillende soorten weggebruikers is een andere zaak die aandacht behoeft. Vooral de verschillen in snelheid leveren potentieel gevaar en daarmee ergernis op. Natuurlijk moet er een beroep gedaan worden op de gebruikers om rekening met elkaar te houden. Maar dat alléén zal het probleem van de verschillende snelheden niet oplossen. Soorten verkeersdeelnemers kunnen hun eigen pad / weg krijgen (bijvoorbeeld Abtswoude Z Harreweg en de vele ruiterpaden in het gebied). Of de oplossing kan worden gezocht in een pad dat breed genoeg is om de verschillende soorten fietsers, skaters, hardlopers en wandelaars voldoende ruimte te geven. Vanaf de uitkijktoren ‘de Tureluur’ bij de Ackerdijkse Plassen kan je ook dagjesmensen spotten.

Omdat er meerdere mobiliteit gerelateerde zaken spelen in het MiddenDelflandgebied zou het goed zijn hiervoor een breed mobiliteitsplan op te stellen. Met ‘breed’ wordt vooral bedoeld dat daarin ook de mobiliteitsaspecten van de recreatie worden meegenomen, zoals de toegangen van het gebied, bewegwijzering, routering vanaf stations, etc. (zie de paragraaf ‘Recreatie’ verderop). Hierbij zijn meerdere gemeenten betrokken, dus zou het logisch zijn als dit punt opgepakt zou worden door de Metropoolregio Rotterdam Den Haag.

28

Gebiedsvisie Midden-Delfland Vereniging 2020-2040

Gezonde economie Landschapsbehoud is het centrale streven van de Midden-Delfland Ver­ eniging. Maar dat wil niet zeggen dat de vereniging van Midden-Delfland een park of zelfs een (openlucht)museum wil maken. Daarmee is dit stre­ ven alleen mogelijk als in dit gebied een gezonde lokale economie geves­ tigd is. De belangrijkste economische dragers zijn veeteelt en recreatie. Naast de veehouderij en de recreatie moet er in het Midden-Delflandgebied ruimte zijn voor andere bedrijvigheid. Voor­ mogelijk als in dit gebied waarde daarbij is dat deze in het land­ schap past. Bij nieuwe, zowel als bij uit­ een gezonde lokale breiding van bestaande bedrijven zal de economie gevestigd is9 Midden-Delfland Vereniging kritisch zijn op schaalgrootte, ruimtelijke kwaliteit en verkeer aantrekkende werking van het bedrijf. Het zou goed zijn als de betreffende gemeenten dergelijke randvoorwaarden voor hun deel van het Midden-Delflandgebied vastleggen in hun omgevingsvisies.

ťlandschapsbehoud is alleen

Veehouders Om de ambities van de vereniging met het bijzondere landschap van Midden-Delfland waar te maken, is het minimaal nodig dat de veehou­ ders en andere agrarische ondernemers in dit gebied hun bedrijfsvoering zodanig aanpassen dat deze voldoet aan de visie op kringlooplandbouw van de Nederlandse overheid. De vereniging juicht het toe als ze boven­ dien overgaan op een biologische productie (volgens de EU-richtlijnen). Een percentage van biologische boeren dat ruim groter is dan het streef­ getal van de EU (25%) zou Midden-Delfland niet misstaan. Bovendien is het nodig dat de veehouders hun verantwoordelijkheid nemen (voor zover ze dat al niet doen) voor hun fysieke omgeving. Dat betreft de expliciete zorg voor het landschap, de weidenatuur (biodiversiteit) en de cultuurhis­ torie. Substantiële schaalvergroting van het boerenbedrijf vindt de vereni­ ging met het oog op de kleinschaligheid van het landschap ongewenst. De onvermijdelijke omschakeling van de bedrijfsvoering zal moeten worden ondersteund met landelijke fondsen, met de nog beschikbare IODSgelden (en mogelijke nieuwe lokale fondsen) en met actieve steun van bewoners en consumenten. De Midden-Delfland Vereniging kan bij dit laatste een activerende rol spelen.

De werkzaamheden van veehouders die niet goed te vermarkten zijn, maar waar de maatschappij wel om vraagt (groene, blauwe en sociale diensten), worden passend vergoed. 29

Gebiedsvisie Midden-Delfland Vereniging 2020-2040

De productie en verkoop van kwalitatief hoogwaardige streekproducten is potentieel een impuls voor de economie van Midden-Delfland. Boven­ dien is het belangrijk om de omwonenden meer binding te geven met het gebied en met wat daar gebeurt. Veel veehouders in Midden-Delfland hebben in het recente verleden hun bedrijfsvoering verbreed met andere activiteiten. Beproefde uitbreidingen zijn kindercrèches, recreatie (zoals bijv. een camping) en zorgactiviteiten voor geestelijk gehandicapten of ouderen. Daarbij wordt wel de eis gesteld dat deze activiteiten qua bedrijfsvoering (waaronder het vervoer) en qua bebouwing passen bij de kernwaarden van het landschap.

’t Woudt, aantrekkelijke pleisterplaats voor recrean­ ten in MiddenDelfland.

ki ■Í.TJ . I

I

-'f

|ĮHB| ■h mi n f

1

.viàV

I- Recreatie De recreanten die naar Midden-Delfland komen zijn niet alleen belang­ rijk voor de directe inkomsten die zij meebrengen. Ook voor de goodwill om het door hen gewaardeerde landschap in stand te houden, spelen zij een belangrijke rol. De recreatie en de recreatievoorzieningen mogen de kernwaarden van het landschap niet schaden. Bijvoorbeeld mogen ze niet leiden tot verstoring van de weidevogels of tot vernieling van cultuurhistorische of archeologi­ sche waarden.

30

Gebiedsvisie Midden-Delfland Vereniging 2020-2040

Gezien de kleinschaligheid van het gebied gaat het vooral om dagtoerisme. Daarnaast is op beperkte schaal ook meerdaags toerisme mogelijk (bed & breakfasts en campings). Fietsen, wandelen en horecabezoek ligt het meest voor de hand, maar het gebied heeft veel meer te bieden: paard­ rijden, hardlopen, allerlei vormen van waterrecreatie, skeeleren en skaten, mountainbiken en ATB-en.

‘essentieel voor alle vormen van recreatie zijn goed onderhouden paden en

Essentieel voor alle vormen van recreatie zijn goed onderhouden paden en (water)wegen en andere voorzieningen als bankjes, picknicktafels, aanlegplaatsen, afvalbakken, toiletten en horeca. Het is

belangrijk om bij het ontwerp en de aanleg andere voorzieningen9 de belangen van mindervaliden in het oog te houden. Het ontsluiten van het gebied door routes voor allerlei vormen van recreatie is ook erg belangrijk. Ook al wordt de online informatievoorziening steeds belangrijker, is er nog altijd behoefte aan fysieke bewegwijzering en informatie. Feitelijk gaat het om vier typen informatie: plaatsnamen (traditionele richting­ aanwijzers), recreatieroutes, (horeca)voorzieningen en gebiedsinformatie (interessante weetjes). 4UWİ

Informatie­

■jU-äĩr’

voorziening

-y ?

op een speelse manier vorm­ gegeven (Gast­ huispad bij ’t

f Mf-

Woudt).

"ļJ'-Vv

ÌLì'.h

ľ " r‘ .

-ļ

ĩ’J.ĩţH «as

31

Gebiedsvisie Midden-Delfland Vereniging 2020-2040

De spoorlijn Delft - Schie­ dam: toegangs­ poort tot én barrière in het

■J | |Į #1

Midden-Delf-

tļţi "

landgebied.

-

Aandacht behoeven de stations aan de spoorlijn Delft -Rotterdam en de metrolijn Rotterdam - Hoek van Holland. Informatie aldaar over Midden-Delfland en bewegwijzering langs een aantrekkelijke route naar het gebied (bijvoorbeeld langs een van de groene verbindingszones) vormen een mooie toevoeging op het recreatie-aanbod. De beschikbaarheid van huurfietsen op alle stations zal daarbij helpen. Aan recreatie zitten ook potentieel ongewenste kanten. Recreatievormen die schade, herrie of andere vormen van overlast veroorzaken zijn in Midden-Delfland ongewenst. Financiering Ten tijde van de reconstructie van Midden-Delfland (en nog ruime tijd daarna) was er het Omgevingsfonds Midden-Delfland. Dit was bedoeld voor verbeteringsinitiatieven gericht op natuur, milieu, cultuur of recre­ atie in het gebied. Dat fonds is eind 2018 gestopt. Ook met de zogenoem­ de IODS-gelden zijn veel verbeteringsprojecten gerealiseerd, die in het betreffende convenant zijn afgesproken. Daarnaast is er ook de Stichting Groenfonds Midden-Delfland, die vooral ‘groene diensten’ van veehou­ ders financiert. Bij veel nieuwe verbeteringsinitiatieven in het gebied komt de financie­ ring niet of onvoldoende van de grond. Een opvolger van het Omgevingsfonds Midden-Delfland is daarom dringend gewenst voor grote, maar vooral voor kleine initiatieven.

Van het bestaan van zo’n fonds kan ook een stimulans uitgaan om ideeën concreet te maken. Zo kan zo’n fonds ertoe bijdragen dat veranderingen op boerderijerven net iets omgevingsvriendelijker gerealiseerd kunnen worden. 32

Gebiedsvisie Midden-Delfland Vereniging 2020-2040

Voor de inkomsten van zo’n fonds kan

‘voor de inkomsten van zo’n fonds kan gedacht worden aan allerlei bronnen’

gedacht worden aan allerlei bronnen- zoals een deel van de tolgelden van de Blanken­ burgtunnel, compensatie van ruimtelijke projecten die on^nfe hun landschapsschade toch doorgaan, bijdragen van bedrijven en overheden, tot legaten van individuen aan toe.

Dat de landbouw in Nederland gaat veranderen, staat wel vast. De rijks­ overheid zet in op het sluiten van kringlopen en minder stikstofuitstoot. Dat is helemaal in lijn met de ontwikkelingen in Midden-Delfland. Voor dit rijksbeleid worden ook fondsen beschikbaar gesteld. Mogelijk kun­ nen de boerenbedrijven in Midden-Delfland daarvan gebruik maken bij het realiseren van gewenste veranderingen. Ook voor andere partijen in het gebied, inclusief de Midden-Delfland Vereniging, is het zaak de voor­ waarden voor deze fondsen in de gaten te houden. Hierbij wordt ook een beroep gedaan op de omliggende gemeenten. Voor hen vormt het deel van de gemeente dat valt in het Midden-Delflandgebied allesbehalve een speerpunt van het beleid. Op zich hoeft dat ook niet, want er zijn voldoende partijen die wél plannen maken voor het behoud en het versterken van deze gebieden. Het zou een goede zaak zijn als de betreffende gemeente deze plannen dan wel financieel steunen en/ of deelnemen in een of meer algemene fondsen voor dit gebied. Ruimtelijke en beheerplannen De Midden-Delfland Vereniging dringt er bij alle relevante instanties op aan om bij planvorming die (een gedeelte van) het Midden-Delflandgebied betreft deze gebiedsvisie van de vereniging als leidraad te nemen.

Dat betreft zowel generieke ruimtelijke planvorming, zoals Omgevingsvisies, alsook meer uitvoeringsgerichte plannen, zoals realisatie- en beheerplannen. De vereniging dringt erop aan in een vroegtijdig stadium bij dergelijke planvorming betrokken te worden. De vereniging is graag bereid om met haar gebiedskennis en ervaring dergelijke plannen te hel­ pen vervolmaken. Bovendien dringt de vereniging er bij alle relevante instanties op aan om na te denken hoe zij verder kunnen bijdragen om de in deze visie neerge­ legde beelden van een toekomstig Midden-Delfland te realiseren.

33

Gebiedsvisie Midden-Delfland Vereniging 2020-2040

Literatuurverwijzingen Er is veel geschreven over de toekomst van Midden-Delfland. Hieronder zijn slechts enkele, belangrijke literatuurverwijzingen opgenomen. 1. Gebiedsvisie Midden-Delfland® 2025 (gemeente Midden-Delfland, 2005) 2. Omgangsvormen met een landschap van stand (Feddes Z Olthof, ja­ nuari 2017) 3. Bidboek Bijzonder Provinciaal Landschap Midden-Delfland (diverse partijen, oktober 2017) 4. Naar een aantrekkelijk en biodivers Midden-Delfland (Natuurmonu­ menten, Staatsbosbeheer en Altenburg&Wybenga, juni 2018, storymap op internet via https://arcg.is/1TCTWz) 5. Watervisie, Perspectieven op water in de leefomgeving (Hoogheem­ raadschap van Delfland, december 2019) En over de geschiedenis van het gebied. Ook slechts een paar van de vele beschikbare publicaties: 6. Atlas van het Westland, 10.000 jaar ruimtelijke ontwikkeling (Marcel IJsselstijn en Yvonne van Mil, 2016) 7. Historie en landschap van alle polders in Midden-Delfland, beschre­ ven in zeven boekjes (Stichting Midden-Delfland is Mensenwerk, 2007 - 2014)

34

Gebiedsvisie Midden-Delfland Vereniging 2020-2040

Verantwoording Voor de totstandkoming van deze visie op het Midden-Delflandgebied is geprobeerd zoveel mogelijk feiten, inzichten, meningen en gedachten te verzamelen, die voor het gebied relevant zijn. Hieronder volgen de voor­ naamste stappen in dit proces: ^ Literatuurstudie In de loop van 2019 zijn vooral via internet belangwekkende docu­ menten verzameld en bestudeerd, die een licht laten schijnen op de toekomst van het Midden-Delflandgebied. Per thema (onder meer natuur, recreatie en bodemdaling) zijn deze documenten verzameld in ‘factsheets’. ^ Themagesprekken In de herfst van 2019 zijn vijf themagesprekken gevoerd over boeren, natuur, mobiliteit, verstedelijking en recreatie, steeds met ca. vijf des­ kundigen op het betreffende thema en ca. vijf geïnteresseerde leden van de vereniging. ^ Individuele gesprekken Rond diezelfde tijd zijn ca. tien gesprekken gevoerd met personen of instanties die naar verwachting iets zouden kunnen toevoegen aan de kennis (in de breedste zin) over het gebied. ^ Discussiebijeenkomst Halverwege februari 2020 is een discussiebijeenkomst gehouden met leden van de vereniging. De discussies werden gevoerd aan de hand van een discussiestuk, waarin zeven vraagstukken werden uitgelicht. ^ Ledenenquête In april en mei 2020 is een online ledenenquête gehouden. Bijna 200 mensen (ca. 6(^ van de leden) hebben deze enquête ingevuld.

Dit heeft veel ‘materiaal’ opgeleverd, dat natuurlijk niet altijd eenduidig was. Dit proces is georganiseerd door drie mensen uit de werkgroep Ruimte van de Midden-Delfland Vereniging, te weten: Henk Boogaard, Hans Groeneveld en Leo Pols. Dit drietal heeft vervolgens een conceptvisie 35

Gebiedsvisie Midden-Delfland Vereniging 2020-2040

Een van de ste­ vige gesprek­ ken tijdens de discussiemid­ dag in febru­ ari 2020 in Museum Oud Overschie.

opgesteld en deze voorgelegd en besproken met het bestuur van de Midden-Delfland Vereniging. Dat heeft geleid tot diverse aanscherpingen en aanvullingen. Uiteindelijk heeft het bestuur op 15 september 2020 de conceptvisie voor­ gelegd aan de algemene ledenvergadering van de vereniging. Tijdens deze vergadering hebben de leden deze visie met enkele aanvullingen aangeno­ men. Deze publicatie is het uiteindelijke resultaat.

36

Gebiedsvisie Midden-Delfland Vereniging 2020-2040

Bijlagen Bijlage 1: begrenzing Begrenzing van het Midden-Delflandgebied en groene verbindingszones naar de omgeving Het gebied waarop de Midden-Delfland Vereniging zich richt, is iets groter dan het gebied dat is aangewezen als Bijzonder Provinciaal Land­ schap. Hieronder worden de gebiedjes opgesomd waarop de MiddenDelfland Vereniging zich óók richt: ^ het Delftse deel van de Kerkpolder tussen de Tanthofkade en de A4 t/m de ijsbaan; ^ de Woudse Droogmakerij; ^ het Kraaiennest; ^ een strook van 100 m breed langs de Westgaag in de Oude Campspolder; ^ het gebied Ter Lucht ten zuiden van Maasland tot aan de A20; ^ het zuidelijke deel van de Schieveense Polder en de Zuidpolder tot aan de Landscheiding; Daarnaast hecht de vereniging veel waarde aan groene verbindingszones naar de omgeving. Bestaande en potentiële groene verbindingszones zijn: ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ 37

Delftse Schie, Delft Abtswoude, Delft De Gaag, Den Hoorn Hoekpolder Z Zweth, Rijswijk Z Wateringse Veld Lange Watering, Westland Wollebrand en de Zeven Gaten, Westland Zijtwende, Westland Burgersdijkseweg, Westland Westgaag, Maassluis Noord- en Zuidvliet, Maassluis Vlaardingse vaart, Vlaardingen Wijkpark Holy, Vlaardingen A4-tunneldak, Schiedam Z Vlaardingen Harreweg, Schiedam Poldervaart, Schiedam Delftse Schie, Overschie Vlinderstrik, Lansingerland Z Rotterdam Gebiedsvisie Midden-Delfland Vereniging 2020-2040

^ Oostmeerpolder, Pijnacker I Lansingerland ^ Zuideindseweg, Delfgauw In dit verband moet er een onderscheid worden gemaakt tussen enerzijds de toegangen tot het Midden-Delflandgebied en anderzijds de groene verbindingszones. Een groene verbindingszone is minimaal ook een toegang tot het gebied voor langzaam verkeer. Een toegang tot het gebied voor langzaam verkeer is nog geen groene verbindingszone naar de omgeving. Bijvoorbeeld: vanuit Delft-Zuid kan je op veel plekken het Midden-Delf­ landgebied binnenwandelen en -fietsen. Maar slechts enkele van die plek­ ken hebben de potentie van groene verbindingszone. Daaraan voldoen wél Abtswoude en de Delftse Schie.

38

Gebiedsvisie Midden-Delfland Vereniging 2020-2040

Bijlage 2: deelgebieden Onderscheid naar deelgebieden binnen het Midden-Delflandgebied De vier typen deelgebieden die binnen Midden-Delfland kunnen worden onderscheiden, zijn: a) Weidegebieden De veeteelt en de weidenatuur gaan hier hand in hand. Hier heerst stilte en rust. Recreanten zijn welkom, mits zij de stilte en de rust niet verstoren en de bewoners en boeren niet hinderen. Voorzienin­ gen zijn gericht op extensieve recreatie. Voor een belangrijk deel zijn deze gronden in eigendom van individuele boeren. Voor een kleiner deel zijn deze gronden in eigendom van Natuurmonumenten en instellingen zoals de Duitse Orde. Voorbeelden van weidegebieden zijn de Woudse Polder, de Commandeurspolder en de Duifpolder. b) Stadsrandbossen Deze gebieden aan de rand van Midden-Delfland tegen de steden aan zijn circa veertig jaar oud. Ze zijn ingericht voor recreatie en bosnatuur. Hier is ruimte voor meer intensieve recreatie. Er is ruim­ te voor wat meer levendigheid, maar niet voor grootschalige recrea­ tievoorzieningen of dito evenementen. Het beheer is gericht op een divers recreatief gebruik en op biodiversiteit. Voorbeelden zijn het Abtswoudse bos, het Ackerdijkse bos en de Broekpolder. c) Moerasgebieden Hier is de moerasnatuur het belangrijkst. Toegang door de mens wordt sporadisch toegestaan en alleen onder begeleiding.

Het beheer wordt gevoerd door en op kosten van organisaties als Natuurmo­ numenten en Staatsbosbeheer (die deze gebieden in eigendom of in beheer hebben). Midden-Delfland kent drie van deze gebieden: de Rietputten, de Vlietlanden en de Ackerdijkse Plassen. d) Dorpskernen De dorpskernen zijn primair bedoeld om te wonen en bieden daar­ naast ruimte voor kleine bedrijven, cultuur en recreatie. Ze zijn bijzonder door de zichtbare geschiedenis, de soms fraaie oude woonhuizen, de ‘dorpse’ rust en de kleinschaligheid. Denk aan Schipluiden, Maasland en ’t Woudt, en ook de gehuchten Zuidbuurt, De Kapel, Kandelaar en De Zweth. 39

Gebiedsvisie Midden-Delfland Vereniging 2020-2040

Weidegebied: de Zouteveense polder gezien vanaf de Vlaardingsekade.

i

ÜPrv - -Ti.' , ** J* '.-i-il;

Stadsrandbos: het Ackerdijkse bos onder

r' 1 ’ - rijľji

Delft. « T- ' ““T-

KM

r

į Mii

Moerasgebied: de Vlietlanden bij de Vlaardingse vaart.

—

Dorpskern: de Vlaar-

- Miiŕi *

i.

•rn-wmm

dingsekade in Schipluiden.

40

Gebiedsvisie Midden-Delfland Vereniging 2020-2040

Bijlage 3: bedreigingen Bedreigingen van ruimte en milieu in Midden-Delfland ^ versnippering van het landschap met gevolgen voor natuur, veehou­ ders, bewoners en recreanten ^ verkleining van het gebied met gevolgen voor natuur, veehouders, be­ woners en recreanten ^ verstoring door fysieke aanwezigheid van gebouwen of infrastruc­ tuur met gevolgen voor de natuur, bewoners en recreanten ^ verstoring in de vorm van geluidoverlast, stankhinder, lichthinder en/of trillingshinder met gevolgen voor natuur, bewoners en recrean­ ten ^ verlies aan biodiversiteit met gevolgen voor natuur en recreanten en uiteindelijk ook voor veehouders en bewoners ^ inklinking van de bodem met gevolgen voor natuur, veehouders, re­ creanten en bewoners ^ verslechtering van de kwaliteit van water, bodem en lucht met gevol­ gen voor de natuur en de veehouders (en op termijn ook de bewoners en recreanten) ^ uitstoot van broeikasgassen met gevolgen voor de natuur en de zee­ spiegel ^ verstoring van de visuele kwaliteit van het landschap, zowel binnen het gebied als aan de horizon ervan, met gevolgen voor bewoners en recreanten ^ aantasting of vernietiging van cultuurhistorische en/of archeologi­ sche objecten in het gebied met gevolgen voor bewoners en recrean­ ten De aanleg van de A4 door MiddenDelfland heeft het gebied op veel manieren aangetast: versnippering, verkleining, en meerdere vormen van

verstoring.

41

Gebiedsvisie Midden-Delfland Vereniging 2020-2040

Bijlage 4: toegangen Aanzet tot inrichtingsplan toegangen Midden-Delflandgebied Minimale voorziening: een of meer behoorlijke fiets- en wandelmogelijk­ heden van en naar het Midden-Delflandgebied met een internetverwijzing op een bord(je). Onderscheid in vijf categorieën : Zeer klein: ^ Laag welkombordje met website en QR-code Klein: ^ Laag welkombordje met website, QR-code en gebiedskaart Middel: ^ Laag welkombordje met website, QR-code en gebiedskaart ^ Klein parkeerterrein (3 tot 4 plaatsen) ^ Routebordjes naar aanliggende wandel- en fietsroutes, etc. ^ Stalling voor huurfietsen Een bestaand Toeristisch Overstap Punt (TOP, Rotterdamseweg).

tw

Is Xí,

42

* *í j'.t j ĖMMHİ

Gebiedsvisie Midden-Delfland Vereniging 2020-2040

Groot: ^ Overkapt informatiepaneel met welkombord, website, QR-code en gebiedskaart ^ Middelgroot parkeerterrein (ca. 10 plaatsen) ^ Routebordjes naar aanliggende wandel- en fietsroutes, etc. • Stalling voor huurfietsen ^ Fietspomp en oplaadpunt voor e-bikes en scootmobielen ^ Toiletgebouw (ook geschikt voor mindervaliden) Zeer groot: ^ Overkapt informatiepaneel met welkombord, website, QR-code en gebiedskaart ^ Groot parkeerterrein (ca. 25 plaatsen) ^ Routebordjes naar aanliggende wandel- en fietsroutes, etc. • Stalling voor huurfietsen ^ Fietspomp en oplaadpunt voor e-bikes en scootmobielen ^ Klein restaurant met toiletgelegenheid (ook geschikt voor mindervaliden) ^ Winkeltje met streekproducten en folderrek ^ Voorbeeld: bezoekerscentrum Tenellaplas in Oostvoorne

43

Gebiedsvisie Midden-Delfland Vereniging 2020-2040

Bijlage 5: verbeteringen Mogelijke verbeteringen van het Midden-Delflandgebied ^ een oost-west verbinding voor langzaam verkeer tussen Abtswoudse bos en Ackerdijkse bos, die de spoorlijn, de Delftse Schie en de A13 kruist (bijvoorbeeld ter hoogte van de Ackerdijkse weg) ^ natte ecologische verbinding van de Rietputten, de Vlietlanden en de Ackerdijkse plassen ^ een extra sprinterhalte tussen Schiedam Centrum en Delft Campus; deze nieuwe halte en Delft Campus (mede) inrichten als toegangs­ poort van Midden-Delfland (fiets- en wandelpaden, bebording, in­ formatievoorziening) ^ als de spoorlijn tussen Tanthof en Kethel wordt verbreed, dreigt deze een nog zwaardere barrière te worden; het ondergronds brengen van deze verbinding zou deze barrière helemaal oplossen ^ verbetering van toegang naar (en van) het Midden-Delflandgebied vanaf de stations van de lightraillijn tussen Schiedam en Hoek van ^ ^ ^ ^

44

Holland (bebording, routering, informatievoorziening) een generiek, vervoerder onafhankelijk, systeem van huurfietsen voor heel Midden-Delfland én de omliggende steden (zonder weesfietsen) recreatieve waterverbinding tussen de Noordervliet en de Boonervliet (t.h.v. de A20) recreatieve waterverbinding tussen de Noordervliet en de Westgaag (langs de Weverskade) veilige en comfortabele bushaltes

Gebiedsvisie Midden-Delfland Vereniging 2020-2040

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westland&id=d4d75367-2fbd-4724-9071-53141b77ba0f