1.11c)vormvrije m.e.r. beoordeling Vogelaer 19 (20-0238213)
Tekst van het document
Vormvrije m.e.r.-beoordeling voor bestemmingsplan Vogelaer 19 te Honselersdijk
i
Inhoudsopgave ínhoud 1.
Inleiding............................................................................................................................................3 1.1. Aanleiding..................................................................................................................................... 3 1.2. Waarom een vormvrije m.e.r.-beoordeling?........................................................................ 3 1.3. Wat houdt een m.e.r.-beoordelingin?.......................................................................................4 1.4. Leeswijzer...................................................................................................................................... 4
2.
Plaats van het project....................................................................................................................6 2.1. Plaats van het project .............................................................................................................. 6 2.2. Gevoelige gebieden in en nabij hetplangebied..................................................................... 6
3.
Kenmerken van het project ...........................................................................................................8 3.1. Omvang van het project............................................................................................................ 8 3.2. Verkeersaspecten ...................................................................................................................... 8
4.
Kenmerken van de milieueffecten..............................................................................................10 4.1. Bedrijven en milieuzonering................................................................................................... 10 4.2. Geluid ..........................................................................................................................................1 1 4.3. Luchtkwaliteit..............................................................................................................................12 4.4. Externe veiligheid......................................................................................................................13 4.5. Water............................................................................................................................................ 14 4.6. Bodem ..........................................................................................................................................1 6 4.7. Ecologie ....................................................................................................................................... 16 4.8. Cultuurhistorie en archeologie................................................................................................17
5.
Conclusie....................................................................................................................................... 19
2
1.
Inleiding
1.1.
Aanleiding
Op 24 oktober 2019 is een verzoek ingediend tot een herziening van het bestemmingsplan Glastuinbouwgebied ten behoeve van de inpassing van een biologisch substraatbedrijf met een innovatiecentrum aan de Vogelaer 19-21 te Honselersdijk. Voorafgaand aan het verzoek tot wijziging van het bestemmingsplan is door initiatiefnemer op 13 november 2018 een Quick Scan glastuinbouw verzoek ingediend bij de gemeente. De gemeente heeft op 23 april 201 9 initiatiefnemer laten weten dat de gemeente onder voorwaarden bereid is mee te werken aan de wijziging van het bestemmingsplan.
-,-n.
figuur 1.1 locatie plangebied
Om het bouwplan te kunnen realiseren is een nieuw actueel juridisch-planologisch kader nodig. Ten behoeve van het hiervoor opgestelde bestemmingsplan ‘Vogelaer 19 te Honselersdijk’ wordt een vormvrije m.e.r.-beoordeling opgesteld. De vormvrije m.e.r.-beoordeling heeft als doel om te toetsen of de voorgenomen ontwikkeling zorgt voor mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen.
l. 2. Waarom een vormvrije m.e.r.-beoordeling? De procedure van een milieueffectrapportage (m.e.r.) is bedoeld om het milieubelang vroegtijdig en volwaardig in de plan- en besluitvorming in te brengen. Een m.e.r. is altijd gekoppeld aan een besluit, bijvoorbeeld een bestemmingsplan of structuurvisie. Het centrale onderdeel van een m. e.r. is het milieueffectrapport(MER) waarin de milieueffecten geanalyseerd en beoordeeld worden ten opzichte van de referentiesituatie. Deze m.e.r.-procedure is van toepassing bij activiteiten waarvan reeds vaststaat dat er mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen optreden. Deze activiteiten met bijbehorende drempelwaarden staan weergegeven in onderdeel C van het Besluit m.e.r. (dit geldt eveneens voor activiteiten uit onderdeel D waar een plan voor nodig is). Naast het direct uit moeten voeren van een m.e.r. zijn in het Besluit m.e.r. ook activiteiten met bijbehorende drempelwaarden aangegeven waarvoor eerst beoordeeld moet worden of sprake is van mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen. Deze activiteiten en drempelwaarden staan benoemd in onderdeel D van het Besluit m.e.r. Voor deze activiteiten dient een zogenaamde m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden. De voorgenomen activiteit is opgenomen in onderdeel D onder categorie D1 1 .2.
3
In het Besluit milieueffectrapportage staat onder categorie D.11.2 opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijke ontwikkeling m.e.r.-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op minimaal 2000 woningen of 100 hectare. De beoogde ontwikkeling voorziet in de uitbreiding van een biologisch substraatbedrijf (van 2 hectare) in het glastuinbouwgebied (wat, op basis van jurisprudentie, aangemerkt wordt als een stedelijk gebied) en blijft ruim onder deze drempelwaarde. Dit betekent dat kan worden volstaan met een zogenaamde ‘vormvrije m.e.r.-beoordeling’. Voorliggend document bevat deze beoordeling. Categorie D.11.2 Besluit milieueffectrapportage 011,2
Activiteiten
Gevallen
Besluit
De aanlog, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen
In gevallen waarin de activiteit betrekking beeft op: 1. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2. een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of 3. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m* of meer
De vaststelling van het plan, bedoeld In artikel 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van de Wet ruimtelijke ordening dan wel bij het ontbreken daarvan van het plan, bedoeld in artikel 3.1. eerste lid, van die wet.
1.3. Wat houdt een m.e.r.-beoordeling in? Voor het toetsen of sprake is van mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen bestaan bepaalde inhoudelijke vereisten. Deze inhoudelijke vereisten staan benoemd in bijlage III van de Europese richtlijn m.e.r.. In deze richtlijn staan een aantal aspecten waaraan de voorgenomen activiteiten in een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan getoetst worden: - Kenmerken van het project; De plaats van het project; De kenmerken van de potentiële milieueffecten. 1.4. Leeswijzer Dit rapport volgt de indeling van bijlage III van de Europese richtlijn m.e.r. Hoofdstuk 2 beschrijft de plaats en het projecten. Hoofdstuk 3 de kenmerken van het project. In Hoofdstuk 4 worden de verwachte effecten voor de verschillende milieueffecten toegelicht. Ten slotte geeft dit rapport in hoofdstuk 5 de conclusie weer.
4
Selectiecriteria Europese richtlijn 1. Kenmerken van de projecten Bij de kenmerken van de projecten moet in het bijzonder in overweging worden genomen: " de omvang van het project, " de cumulatie met andere bestaande en/of goedgekeurde projecten, " het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, " de productie van afvalstoffen " verontreiniging en hinder, " risico van ūngevallenr met name gelet op de gebruikte stoffen of technologieënr " de risico's voor de menselijke gezondheid.
2. Plaats van de projecten Bij de mate van kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop de projecten van invloed kunnen zijn moet in het bijzonder in overweging worden genomen: 1 het bestaande en goedgekeurde landgebruik, " de relatieve rijkdom aan en de kwaliteit en het regeneratievermagen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied, " het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor de volgende typen gebieden: o wetlands, oeverfo rmaties, riviermond in gen, o kustgebieden en het mariene milieu, o berg- en bosgebieden, o reservaten en natuurparken, o gebieden die in de wetgeving van de- lidstaten zijn aangeduid of door die wetgeving worden beschermd;o speciale beschermingszones, door de lidstaten aangewezen krachtens Richtlijn 2009/147/EG en Richtlijn 52/43/EEŪ, o gebieden waarin de bij communautaire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden, o gebieden meteen hoge bevolkingsdichtheid, o landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang. 3.
Kenmerken van bet potentiële effect Bij de potentiële aanzienlijke effecten van het project moeten in samen hang met de criteria van de punten L en 2 in het bijzonder in overweging worden genomen: " het bereik van het effect (geografische zone en grootte van de getroffen bevolking], " de aard van bet effect, " het grensaverscbrijdende karakter van het effect, " de intensiteit en complexiteit van het effect, " de waarschijnlijkheid van het effect, " de vervrachte aanvang, de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect, " de cumulatie van effecten met de effecten var andere bestaande en/of goedgekeurde projecten, " de mogelijkheid om de effecten doeltreffend te verminderen.
5
2.
Plaats van het project
2.1. Plaats van het project Het bestemmingsplan behelst de inpassing van een biologisch substraatbedrijf, met innovatiecentrum aan de Vogelaer 19-21 te Honselersdijk. Het bestemmingsplan heeft betrekking op de volgende kadastrale percelen: - NWK, sectie A, nummer 3051; - NWK, sectie A, nummer 3052; - NWK, sectie A, nummer 3259; - NWK, sectie A, nummer 4396; - NWK, sectie A, nummer 4998; - NWK, sectie A, nummer 5078; - NWK, sectie A, nummer 5699. Binnen het plangebied waren de volgende planregimes van kracht: - Glastuinbouwgebied Westland, zoals vastgesteld op 19 december 2012; - Paraplubestemmingsplan Parkeernormeren, zoals vastgesteld op 20 februari 201 8. Het plangebied heeft een oppervlakte van 23.500m2. In het verleden had het plangebied verschillende eigenaren, welke het gebied op verschillende manieren gebruikte. Onderstaand een afbeelding van hoe het gebied in het verleden gebruikt werd. Naast het wit aangegeven gedeelte bevindt zich de bedrijfswoning behorende bij het bestaande bedrijf. Het geel aangegeven deel maakt geen onderdeel uit van het plangebied. Mogelijk kan dit in de toekomst wel aangewend worden voor de bedrijfsvoering.
vMŔStaianiiĵ :mţw'ĩ ~
"
.
wām
sa figuur 2.1 terrein inrichting
Het noordelijke deel van het plangebied maakte in het verleden onderdeel uit van een woonkavel. De woning is in 2018 gesloopt. Na de sloop van het perceel is dit perceel braak komen te liggen. Direct ten zuiden van het braakliggend perceel bevindt zich het bedrijfsperceel waarbij onder ander (buiten)opslag plaatsvindt. Het innovatiecentrum bevindt zich in de aanwezige kassen. Naast de bedrijfsruimte bevindt zich de bedrijfswoning, welke behouden blijft. Direct ten zuiden daarvan bevinden zich enkele wateropslagtanks.
2.2. Gevoelige gebieden in en nabij het plangebied Het plangebied is niet gelegen in en grenst niet aan gebieden beschermd door de Natuurbeschermingswet. Het dichtstbijzijnde Natura-2000 gebied betreft het gebied Solleveld &
6
Kapittelduinen, gelegen op een afstand van circa 4,1 km van het plangebied. Het dichtstbijzijnde onderdeel van Natuurnetwerk Nederland bevindt zich op circa 1,0 km van het plangebied. Op basis van de archeologische waarden-en beleidskaart kan er geconcludeerd worden dat het plangebied een verwachtingszone III heeft. In het plangebied zijn geen elementen aanwezig die cultuurhistorisch waardevol zijn, zoals beschermde monumenten.
7
3.
Kenmerken van het project
3.1. Omvang van het project Een deel van de opstallen zal worden gesloopt. Een aantal opstallen, waaronder het woonhuis (niet zijnde de bedrijfswoning) is al gesloopt. Op de percelen wordt een nieuw bedrijfsgebouw gerealiseerd. Voor de uitstraling wordt zo veel mogelijk aansluiting gezocht bij de uitstraling van het glastuinbouwcomplex. De bestaande proefkassen ten behoeve van de teeltproeven en het laboratorium blijven in hun huidige vorm bestaan. De opstallen van het Hortiservice worden gesloopt. Voor de substraatproductie wordt een nieuw bedrijfspand gebouwd, met een oppervlakte van 9.000m2. De uitstraling van dit gebouw zal aansluiten bij de uitstraling van de omliggende gebouwen. De bouwhoogte bedraagt 10 meter. Initiatiefnemer is daarnaast voornemens het innovatiecentrum verder uit te breiden, met onder andere een productielocatie voor maatwerk substraten ten behoeve van kwekerijen in het Westland. Hiermee wordt een korte lijn gecreëerd tussen maatwerk, ontwikkelingen van substraten en teeltproeven naar klant specifieke mengsels met zeer hoge kwaliteitseisen. In dit innovatiecentrum worden dus teeltproeven gedaan naar substraten voor de biologische teelt die in eigen beheer zijn ontwikkeld.
Vanuit de wereldwijde 'no peat' lobby, waarbij het gebruik van natuurlijk veen wordt teruggedrongen is het namelijk belangrijk om voor de tuinbouw duurzame alternatieve substraten te ontwikkelen en produceren. Ten behoeve van de controle van substraten is op de locatie een laboratorium ingericht waarin alle relevante parameters worden geanalyseerd. De behoefte naar steeds hoogwaardigere biologische substraten bij kwekers is toegenomen. Op de huidige productielocatie van initiatiefnemers is de capaciteit voor deze ontwikkeling niet meer mogelijk. Daardoor, en vanwege de ligging van die locatie, wenst initiatiefnemer uit te wijken naar de huidige locatie.
r W' :__ i
figuur 3.1 Beoogde situatie
3.2. Verkeersaspecten Parkeren Op grond van de geldende parkeernorm geldt voor glastuinbouw een parkeernorm van 4 parkeerplaatsen per hectare glastuinbouw. Op de locatie is al 4.000m2 glas (zijnde het innovatiecentrum) aanwezig. Dit zal worden uitgebreid met 8.410 m2 aan glas (het biologische substraatbedrijf). Op basis van de norm voor glastuinbouw zijn minimaal 5 parkeerplaatsen benodigd.
8
Binnen het innovatiecentrum en het biologische substraatbedrijf zijn meer dan 5 personen werkzaam. In de huidige situatie zijn, voor het innovatiecentrum, 35 parkeerplaatsen aanwezig. In de toekomstige situatie wordt voorzien in 55 parkeerplaatsen ten behoeve van personenwagens en 5 parkeerplaatsen ten behoeve van vrachtwagens. Hiermee wordt in voldoende ruimte voldaan aan de parkeernorm in het kader van de glastuinbouw en de parkeerbehoefte van het bedrijf. Ontsluiting De locatie is gelegen aan de Vogelaer. De Vogelaer betreft een gebiedsontsluitingsweg buiten de bebouwde kom met een maximum snelheid van 60 kilometer per uur. In de huidige situatie wordt de locatie middels drie uitritten ontsloten. De drie bestaande uitritten zullen worden vervangen door een enkele brede uitrit van 15 meter.
9
4.
Kenmerken van de milieueffecten
In dit hoofdstuk worden de belangrijkste milieueffecten van de beoogde ontwikkeling beschreven. Het is gebruikelijk de milieueffecten van de beoogde situatie te vergelijken met de referentiesituatie. De referentiesituatie bestaat uit de huidige situatie inclusief de effecten van ontwikkelingen in de omgeving waarvan de realisatie zeker is (autonome ontwikkelingen). In het verleden had het plangebied verschillende eigenaren, welke het gebied op verschillende manieren gebruikte. Onderstaand een afbeelding van hoe het gebied in het verleden gebruikt werd.
i ffilÉgiį
riïñ
iļľşţīìįlļìd ţyįļfgŗ
5_á om)..
t
įŕ ’ķfţ. ŞïfŚÁiţ'. r İ: U :
f ‘ f t i '-U'r - ,* ř ì
ţ r-: í tM-
'
’ 'ç i į
*äsS3ėr*figuur 4.1 referentiesituatie
4.1. Bedrijven en milieuzonering Omgeving op het plangebied De percelen in de nabijheid van het plangebied hebben voornamelijk de bestemming glastuinbouw. De dichtstbijzijnde bedrijfsbestemmingen betreffen een detailhandel in keukens en een constructiebedrijf. Voor deze bedrijven wordt de grootste richtafstand bepaald door het aspect geluid. De overige aspecten zijn in dit kader niet relevant. In de onderstaande tabel is een overzicht van de diverse bedrijfsactiviteiten, de categorie van het bedrijf uit de VNG-publicatie "Bedrijven en milieuzonering 2009", de richtafstand en de afstand tot het plangebied gegeven. Bestemming i Omschriivinq Cateqorie Richtafstand qemenqd qebied (m) Afstand tot perceel (m) Bedrijf: detailhandel in keukens Bedrijf: constructiebedrijf Glastuinbouwbedrijven
2 3.1 2
10 30 10
360 500 10
Uit het bovenstaande volgt dat de afstand van het toekomstige perceel tot de nabijgelegen bedrijven gelijk of groter is dan de richtafstanden uit de VNG-publicatie. Met name het aspect geluid speelt hierbij een rol. De geluidsbelasting van de nabijgelegen bedrijven vormen geen belemmering voor het bedrijf. De wijziging van de bestemming levert ook geen belemmeringen op voor de nabijgelegen bedrijven. Plangebied op omgeving Het plangebied zal, naast de huidige glastuinbouwbestemming ook de maatfunctie biologisch substraatbedrijf met innovatiecentrum krijgen. Op grond van de indeling van de VNG-publicatie "Bedrijven en milieuzonering 2009" betreft dit categorie 3.1. In de onderstaande tabel is de geplande activiteit ten opzichte van de dichtstbijzijnde woning in de omgeving opgenomen. Bestemming I Omschrijving___________ Categorie Richtafstand gemengd gebied Įm) Afstand tot perceel (m) Maatbestemming: biologisch substraatbedrijf
3.1
30
15
Uit de tabel volgt dat de afstand van de toekomstige maatfunctie tot de dichtstbijzijnde woonpercelen kleiner is dan de richtafstand uit de VNG-publicatie. De afstand van de gevel van
10
de woningen bedraagt 35 meter. Het betreffen de woningen Van Ockenburchlaan 4 en Vogelaer 30. Met name het aspect geluid speelt in dit kader een rol, de overige aspecten spelen in dit kader geen rol. De akoestisch relevante activiteiten vinden plaats op grotere afstand van de woningen. De woningen zijn gelegen ten noorden van de bedrijfsgebouwen. Daar bevinden zich voornamelijk de watersilo's. Uit akoestisch onderzoek is gebleken dat door de afschermende werking van de nieuwe loods het berekende langetijdgemiddelde beoordelingsniveau in de toekomstige situatie lager is dan in de huidige situatie. De afstand tot de overige woningen bedraagt meer dan 100 meter. Uit het akoestisch onderzoek is gebleken dat wordt voldaan aan de richtwaarden voor gemengd gebied, zoals opgenomen in de publicatie als ook aan de grenswaarden conform het activiteitenbesluit voor zowel het langetijdgemiddelde beoordelingsniveau als ook het maximale geluidsniveau. Conclusie De voorgenomen bestemmingsplanwijziging met maatfunctie levert geen belemmering op ten opzichte van de omliggende bedrijven en woonbebouwing. De nabijgelegen bedrijven vormen geen belemmering voor een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van de toekomstige bestemming.
4.2. Geluid Op 5 februari 2020 heeft Peutz een onderzoek naar wegverkeerslawaai uitgevoerd voor het plangebied. Van der Knaap is gelegen aan de Vogelaer, een tweebaansweg gelegen in buiten stedelijk gebied met een zonebreedte van 250 meter. De wegverkeersgegevens van de Vogelaer voor het jaar 2020 en het jaar 2030 zijn aangeleverd door de Omgevingsdienst Haaglanden op 5 juli 2019. In onderstaande tabel zijn de aangeleverde wegverkeersgegevens gegeven. Wegverkeersgegevens Vogelaer (bron: Omgevingsdienst Haaglanden)
Wegvak
Vogelaer
Verkeersintensiteit 2020
Verkeersintensiteit 2030
Maximum snelheid
[mvt/etmaal]
[mvt/etmaal]
[km/uur]
8319
9701
60
Wegdekverharding
DAB
Voor de bedrijfsvoering doen vrachtwagens en personenwagens de inrichting aan. In de beoogde situatie neemt de verkeersintensiteit van en naar de inrichting toe. Op grote afstand wordt het verkeer van en naar de inrichting geacht opgenomen te zijn in het reeds heersende verkeersbeeld. Niet al het verkeer zal van dezelfde richting afkomstig zijn. Er wordt vanuit gegaan dat 500Zo van het wegverkeer van de N464 afkomstig is en 5007o van de N466. Op basis van de invoergegevens is de bijdrage ten gevolge van het wegverkeer van en naar de inrichting in de geluidbelasting van de omliggende woningen bepaald. In de onderstaande tabel staan de berekende geluidbelastingen weergegeven. Geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer U [dB] (2020)
l*d*n [dB] (2030) ind. 5 dB aftrek
Toetspunt
Huidig
Beoogd
Huidig
Beoogd
Vogelaer 11
60
60
57
57
Gantellaan 12
45
34
42
31
Van0ckenbijrglaan4-6
56
53
52
50
Van Buerenlaan 21
46
57
43
44
De berekeningen zijn uitgevoerd voor de huidige en de beoogde situatie van Van der Knaap voor het jaar 2020 en het jaar 2030. Voor de toekomstige situatie (2030) zijn de waarden gegeven inclusief 5 dB aftrek ex artikel 11 0g Wgh, vanwege de verwachting dat in de toekomst het verkeer stiller zal zijn. In het onderzoeksrapport is een uitgebreid overzicht van de rekenresultaten opgenomen.
11
Uit het onderzoek volgt dat het wegverkeerslawaai na uitbreiding van Van der Knaap niet toeneemt. Ter hoogte van een aantal punten neemt de geluidbelasting af ten gevolge van de te realiseren afschermende gebouwen. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het aspect wegverkeerslawaai geen belemmering vormt voor de bestemmingsplanwijziging in verband met de uitbreiding van Van der Knaap.
4.3. Luchtkwaliteit Op 5 februari 2020 heeft Peutz een onderzoek naar luchtkwaliteit uitgevoerd voor het plangebied. Om goederen binnen Van der Knaap te verplaatsen wordt in de beoogde situatie gebruik gemaakt van een shovel, een heftruck, pompen en opvoerbanden. In de huidige situatie wordt gebruikgemaakt van een shovel en een heftruck. De pompen en opvoerbanden zijn elektrisch aangedreven. De emissies door het gebruik van materieel zijn gegeven in onderstaande tabel. Materieel omschrijving
Vermogen [kW]
Emissie NO. [kg/uur]
Emissie PM„ [kg/uur]
Bedrijfstijd [uur/jaar]
Heftruck
35
0,14
0,007
2086
Shovel
90
0,36
0,018
2086
Volledigheidshalve is ook het verkeer rijdend op de openbare weg van en naar de inrichting op korte afstand meegenomen. Op grote afstand wordt het verkeer van en naar de inrichting geacht opgenomen te zijn in het reeds heersende verkeersbeeld. Niet al het verkeer zal van dezelfde richting afkomstig zijn. Er wordt van uitgegaan dat 5007o van het verkeer afkomstig is van de N464 en 5007o van de N466. De achtergrondconcentraties voor NO2, PM10 en PM2,5 ter hoogte van de diverse woningen zijn opgenomen in de onderstaande tabel (2020). De achtergrondconcentraties zijn gebaseerd op de GCN-kaarten van het RIVM met als basis voor de gegevens het jaar 2020. NOj
PM3J
PM,0
Jaargemiddelde
Overschrijdingen per
Jaargemiddelde
Overschrijdingen per
Jaargemiddelde
Naam
Omschrijving
Ipg/m')
jaar (uurgemiddelde)
[ļig/mļ
jaar(daggemiddelde)
[pg/m1]
01
Vogelaer 11
19,3
0
18,1
6
10,6
02
Gantellaan 12
19,3
0
18,1
6
10,6
03
Van Ockenburglaan 4-6
19,3
0
18,1
6
10,6
04
Van B ueren laan 21
19,3
0
18,1
6
10,6
In de onderstaande tabellen is een overzicht gegeven van de optredende concentraties NO2, PM10 en PM2,5 in 2020 en 2030 voor de huidige situatie van Van der Knaap. Tussen haakjes is de bijdrage van Van der Knaap gegeven. Indien een overschrijding van de grenswaarde optreedt, is het resultaat in de tabel vet weergegeven. Optredende concentraties in 2020, huidige situatie
NOį
Naam Omschrijving
PM10
Jaargemiddelde
Overschrijdingen per
Jaargemiddelde
Overschrijdingen per
PMjj
Jaargemiddelde
[pg/m3]
jaar (uurgemiddelde)
[pg/m3]
jaar(daggemíddelde)
[pg/m3)
01
Vogelaerll
19,5(0,2)
0
18,2(0,0)
6
10,6(0,0)
02
Gantellaan 12
19,5(0,2)
0
18,2(0,0}
6
10,6(0,0)
03
Van0ckenburglaan4-6
19,6(0,3)
0
18,2(0,0)
6
10,6(0,0)
04
Van8uerenlaan21
19,4(0,1)
0
18,2(0,0)
6
10,6(0,0)
Optredende concentraties in 2020, beoogde situatie
N0j
PMįo
Jaargemiddelde
Overschrijdingen per
PMy
Jaargemiddelde
Overschrijdingen per
Jaargemiddelde
Naam
Omschrijving
Ipg/m3]
jaar (uurgemiddelde)
[Mg/m3]
jaar(daggemiddelde)
llig/m’l
01
Vogelaerll
19,5(0,2)
0
18,2 (0,0)
6
10,6 (0,0)
02
Gantellaan 12
19,5(0,2)
0
18,2 (0,0)
6
10,6(0,0)
03
Van Ockenburglaan 4-6
19,6(0,3)
0
18,2 (0,0)
6
10,6 (0,0)
04
Van Buerenlaan 21
19,4(0,1)
0
18,2 (0,0)
6
10,6(0,0)
Jaargemiddelde
Overschrijdingen per
Jaargemiddelde
Overschrijdingen per
Optredende concentraties in 2030, beoogde situatie
NO:
PM10
PM: Jaargemiddelde
Naam
Omschrijving
Ipg/m3]
jaar (uurgemiddelde)
[pg/m3]
jaar (daggemiddelde)
Ipg/m3]
01
Vogelaer 11
13,2(0,2)
0
15,7 (0,0)
6
8,5 (0,0)
02
Gantellaan 12
13,2(0,2)
0
15,7 (0,0)
6
8,5 (0,0)
03
Van Ockenburglaan 4-6
13,3(0,3)
0
15,7 (0,0)
6
8,5 (0,0)
04
Van Buerenlaan 21
13,1 (0,1)
0
15,7 (0,0)
6
8,5 (0,0)
12
Conclusie Uit de rekenresultaten volgt dat voor NO2, PM10 en PM2,5 ten gevolge van de activiteiten van Van der Knaap voor het jaar 2020 en voor het jaar 2030 geen sprake is van overschrijding van grenswaarden zoals opgenomen in de Wet milieubeheer bij de omliggende woningen. De NO2 en PM 10 co n c e n t rat i e b i jd rag e van Van der Knaap ten hoogte van de omliggende woningen is 'niet in betekenende mate' (Besluit NIBM). Ter hoogte van het plangebied kan voor de overige in de Wet milieubeheer opgenomen stoffen voor de huidige en de beoogde situatie voor de jaren 2020 en 2030 zonder verder onderzoek worden geconcludeerd dat er wordt voldaan aan de genoemde grenswaarden. Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de bestemmingsplanwijziging in verband met de uitbreiding van Van der Knaap.
4.4. Externe veiligheid Op september 2019 heeft Mol ingenieursbureau een onderzoek naar externe veiligheid uitgevoerd voor het plangebied. Inleiding Externe veiligheid gaat over de beoordeling van de risico's die verband houden met het gebruik van gevaarlijke stoffen. Tijdens de productie, de opslag, het gebruik en het transport kunnen er zich calamiteiten voordoen, waardoor de veiligheid van de omgeving in het geding is. Dit houdt daarom een risico in voor de omgeving van dergelijke activiteiten. Het gaat om plotseling optredende schadelijke effecten en de directe gevolgen van die effecten. Bij de (her)inrichting van een gebied bepaalt de externe veiligheidssituatie mede de ruimtelijke (on)mogelijkheden. In het kader van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gelezen in samenhang met de regels omtrent externe veiligheid moet worden onderzocht of er sprake is van aanwezigheid van risicobronnen in de nabijheid van de locatie waarop het ruimtelijk besluit betrekking heeft en dienen het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR), en de eventuele toename hiervan, berekend te worden. Met het oog op de Modernisering Omgevingsveiligheidsbeleid van het Rijk wordt het accent verlegd van de risicobenadering naar een effectbenadering. Risicovolle inrichtingen In de directe omgeving van het plangebied zijn geen risicovolle inrichtingen gelegen.
Op respectievelijk 1,4 kilometer en 1,9 kilometer zijn de gasontvangststations aan de Vogelaer 21 en de Bovendijk 72 gelegen. Het plangebied ligt ruim buiten de veiligheidsafstanden van deze twee gasontvangststations. Ten noorden van het plangebied is een koelhuis gelegen van ABC Westland 100 te Poeldijk. De afstand tot dit koelhuis bedraagt circa 1,6 kilometer. Het plangebied is ruim buiten de veiligheidsafstand van dit koelhuis gelegen. Ten zuidoosten van het plangebied op circa 1 ,6 kilometer is een veiling gelegen (Middelbroekweg 29 te Honselersdijk). De plaatsgebonden risicocontour bedraagt 102 meter. Het invloedsgebied met betrekking tot de verantwoording groepsrisico bedraagt 1125 meter. Het plangebied is ruim buiten deze veiligheidsafstanden gelegen. Vervoer gevaarlijke stoffen De hoofdroutes binnen de gemeente Westland bestaan voornamelijk uit provinciale wegen die door de provincie zijn aanwezen als route voor gevaarlijke stoffen. De gemeente Westland heeft verder geen routering vastgesteld. De N211 is aangewezen als route voor gevaarlijke stoffen. Deze loopt op ruim 1,5 kilometer van het plangebied en vormt daarmee geen belemmering voor het plan. Buisleidingen Op meer dan 1 kilometer afstand, ten westen, oosten en zuiden van het plangebied bevindt zich een buisleiding.
Deze buisleiding is gelegen tussen het gasontvangststation aan de Veilingweg 22 te Honselersdijk en de Bovendijk 72 te Kwintsheul en van daar verder naar de andere gasontvangststations. Gezien de afstand vormt deze buisleiding geen belemmering voor de ontwikkeling. Explosieven Het plangebied is niet als verdacht aangewezen op de gemeentelijke explosievenkaart. Op een afstand van 100 meter van het plangebied is wel een specifieke locatie aangemerkt als verdacht van afwerpmunitie. Deze verdachte locatie heeft echter geen effect op de ontwikkelingen.
13
mãm
mr*‘ V'. iV*.
^ŗ. Ş figuur 4.2 Uitsnede Explosievenkaart Westland
Conclusie Het aspect externe veiligheid levert geen belemmering op voor het vaststellen van het bestemmingsplan.
4.5. Water Op 1 oktober 2019 heeft MOL ingenieurs een waterparagraaf opgesteld voor het plangebied. Veiligheid en waterkeringen In en in de directe nabijheid van het plangebied komen geen waterkeringen voor. Er zijn daarom geen risico's voor de (water)veiligheid.
figuur 4.3 Uitsnede Leggerkaart Hoogheemraadschap Delfland 'Legger Regionale Waterkeringen
Waterkwantiteit Het plangebied is gelegen in het boezemgebied. Voor het plangebied is door het Hoogheemraadschap van Delfland in juli 2019 aangegeven een maximale peilstijging van 0,20 m. Het maatgevend peil bedraagt NAP -0,42m. Hieronder worden de huidige en toekomstige oppervlakten weergegeven van de percelen die van bestemming gaan veranderen. J—l_____________________ ü____________________ ü.
Totaal oppervlak plangebied Kassen Verhard oppervlak (anders dan kassen) Verhard doorlatend oppervlak Wateroppervlak Onverhard oppervlak
Huidige situatie (m2) Toekomstige situatie (m2) 21.569 4.348 8.475 0 1.828 6.918
21.569 12.410 6.402 889 1.828 40
Op basis van de Watersleutel dient er in de nieuwe situatie 251 m3 aan waterberging gecompenseerd te worden. In totaal is er een wateroppervlak van 502 m2 nodig om voldoende
14
berging te hebben. In de watersleutel is het huidige maaiveldhoogte aangehouden (0,33 m NAP). Met dit maaiveld is er een drooglegging van 0,75 m (maaiveld van 0,33 m NAP en een maatgevend peil van - 0,42 m NAP). Onderhoud en bagger Voor onderhoud van watergangen is het van belang rekening te houden met de benodigde onderhoudsstroken. Onderhoudsstroken zijn noodzakelijk voor onderhoudsmateriaal en werkruimte, en er kan bagger op de onderhoudsstroken worden gezet. De aan het plangebied grenzende watergangen moeten onderhouden worden door verschillende partijen: ^ De secundaire watergang ten westen van het plangebied wordt onderhouden door de aanliggende eigenaar; ^ De primaire watergang ten noorden van het plangebied wordt onderhouden door het Hoogheemraadschap van Delfland. In principe dient een onderhoudsstrook van minimaal 1.0 meter breed aanwezig te zijn, waarbij een minimale rijhoogte van 2,5 meter gegarandeerd kan worden. Deze onderhoudsstrook is aanwezig, namelijk aan de zijde van de Van Ockenburchlaan. Bodem en grondwater Wanneer er ondergronds veel gebouwd wordt kan dit invloed hebben op de grondwaterstroming en op de drooglegging. Bij de beoogde ontwikkelingen komt er geen ondergrondse bebouwing. De maaiveld hoogte bedraagt momenteel +0,27 meter NAP (op basis van de hoogtekaart.nl).
Het grondwaterpeil zit naar verwachting op minimaal 0,80 meter onder het huidige maaiveld.
AHN2 Hoogteįnnl: 0.32?
figuur 4.4 hoogtekaart
Afvalwater en riolering Het plan dient te voldoen aan de Leidraad Riolering West Nederland en de Leidraad aan- en afkoppelen verhard oppervlak en de Beslisboom Aan- en afkoppelen verharde oppervlakten (2003). Het plangebied grenst aan een drukriolering. Het plangebied zal hiep op aansluiten, Hemelwater dat valt op kassen/gebouwen zal opgevangen worden in hemelwatersilo's. Dit water wordt gebruikt in de processen die plaatsvinden op het plangebied.
figuur 4.5 Ligging drukriolering
Conclusie Het aspect water levert geen belemmering op voor het vaststellen van het bestemmingsplan.
15
4.6. Bodem In januari 2020 heeft Mol ingenieursbureau een onderzoek naar de bodemkwaliteit uitgevoerd voor het plangebied. Op grond van de historische informatie kan worden geconcludeerd dat delen van het plangebied licht tot matig verontreinigd zijn met zware metalen en bestrijdingsmiddelen. Ter plaatse van het perceel Vogelaer 27 is sprake van de overschrijding van de tussenwaarde voor DDT (som). Voorafgaand aan de herinrichting dient nader onderzoek naar de ernst en omvang van de verontreiniging te worden uitgevoerd ten einde te kunnen vaststellen of er sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Indien grondverzet plaatsvindt, waarbij de grond die vrijkomt niet ter plaatse kan worden hergebruikt, dient er rekening mee te worden gehouden dat er restricties gelden ten aanzien van het hergebruik van deze grond. De verontreinigingen leveren geen belemmeringen op voor de voorgenomen bestemmingsplanwijziging ten behoeve van de maatbestemming. Conclusie Bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor het vaststellen van het bestemmingsplan.
4.7. Ecologie Op 29 juli 2019 heeft Aqua Terra Nova een eco-effectscan uitgevoerd voor het plangebied. Op basis van een locatieonderzoek en een literatuurstudie is geïnventariseerd welke beschermde soorten er in het plangebied aanwezig kunnen zijn. Aan de hand van de projectbeschrijving is getoetst of de geplande activiteiten in strijd kunnen zijn met de Wet natuurbescherming. Gebiedsbescherming Op grond van het onderzoek kunnen de volgende conclusies getrokken worden: ^ Het plangebied bevindt zich op circa 4,5 kilometer van het dichtstbijzijnde Natura 2000gebied 'Solleveld & Kapittelduinen'. Negatieve effecten van de werkzaamheden op het Natura 2000 gebied kunnen worden uitgesloten. Een nadere toetsing in het kader van gebiedsbescherming is niet noodzakelijk; ^ Het plangebied bevindt zich op circa 1 kilometer van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Negatieve effecten op het NNN kunnen worden uitgesloten. Een nadere toetsing is niet noodzakelijk. Soortbescherming Op grond van het onderzoek kunnen de volgende conclusies worden getrokken: ^ De aanwezigheid van vaste rust- en/of verblijfplaatsen van de jaarrond beschermde vogels kan worden uitgesloten. Nader onderzoek is niet noodzakelijk; ^ De aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen kan worden uitgesloten.
Nader onderzoek is niet noodzakelijk; ^ De aanwezigheid van essentieel foerageergebied/vliegroutes van vleermuizen kan worden uitgesloten. Nader onderzoek is niet noodzakelijk; ^ Tijdens werkzaamheden moet rekening gehouden worden met broedende vogels, algemeen voorkomende dieren en exoten; ^ Bij het dempen van watergangen kan er niet worden uitgesloten dat eventuele aanwezige flora en fauna wordt gedood. Om te voldoen aan de zorgplicht is het noodzakelijk om aanwezige dieren in deze watergangen, voordat de werkzaamheden beginnen, af te vangen en elders uit te zetten; ^ De zorgplicht is te allen tijden van kracht; ^ Het optreden van negatieve effecten op de overige (strikt) beschermde soorten in het plangebied is uitgesloten. Conclusie Op basis van het uitgevoerde onderzoek worden de volgende adviezen gegeven. Vleermuizen Er wordt geadviseerd de werkzaamheden tussen zonsopkomst en zonsondergang uit te voeren om zo overvliegende en/of foeragerende vleermuizen niet te verstoren. Indien dit niet mogelijk is, dient uitstraling en verlichting naar de omgeving voorkomen te worden. Ook kan er voor gekozen worden om in deze periode te werken wanneer vleermuizen in winterslaap zijn. De winterslaap van vleermuizen duurt grofweg van november tot en met maart, maar is afhankelijk van soort en weersomstandigheden.
Indien er bij de werkzaamheden nieuwe verlichting wordt geplaatst bij het nieuwe bedrijfsgebouw, wordt aanbevolen om verlichting toe te passen die verstoring bij vleermuizen zo veel mogelijk beperkt. De lichthinder voor vleermuizen door verlichting kan aanzienlijk worden beperkt door
16
amberkleurige UV-vrije LED-Armaturen, lagere lichtmasten en een scherpe afsnede van de lichtinval toe te passen. Broedvogels Alle in Nederland broedende vogels zijn strikt beschermd en mogen tijdens het broeden niet verstoord worden. De meeste vogels broeden in de periode maart tot en met juli. Echter zijn vogels welke buiten deze periode broeden ook te allen tijde beschermd. Indien werkzaamheden in de periode maart tot en met juli moeten worden uitgevoerd, dient de aanwezigheid van vogelnesten voorafgaand aan de werkzaamheden gecontroleerd te worden. Indien vogelnesten aangetroffen worden, dienen de werkzaamheden nabij het nest uitgesteld te worden totdat de jonge uitgevlogen zijn of dient een verstoringsvrije zone rond het nest opgesteld te worden. Afvissen watergangen Indien de watergang in het weiland gedempt wordt, dienen conform de zorgplicht alle vissen en andere waterdieren in de te dempen watergangen voorafgaand aan de werkzaamheden afgevangen en elders in een geschikt biotoop uitgezet te worden. Zorgplicht Te alle tijden dient er rekening gehouden te worden met de algemene zorgplicht, artikel 1.11 Wet natuurbescherming. Dit houdt in dat er altijd rekening met in het wild levende dieren en planten gehouden moet worden.
Tijdens de werkzaamheden moet gelet worden op de aanwezigheid van planten en dieren en moet voorkomen worden dat deze onnodig gedood, verwond of aangetast worden,. Alle dieren, ook de niet beschermde soorten, moeten de ruimte krijgen om te kunnen vluchten en zichzelf in veiligheid te brengen.
4.8. Cultuurhistorie en archeologie Op 28 augustus 2019 heeft Archeologie Delft een bureauonderzoek uitgevoerd naar de archeologische waarden van het plangebied. Op basis van de geologische ondergrond en de bekende archeologische waarden in en rondom het plangebied kan voor het plangebied een verwachting voor archeologische resten uitgesproken worden. Ten tijde van de IJzertijd liep door het plangebied de grote Gantelgeul. Als er al bewoning van voor die tijd binnen het plangebied aanwezig is geweest, dan is deze door de diep uitgesneden geul opgeruimd. Voor de zandige dan wel siltige geulafzettingen van de Gantel laag geldt doorgaans een middelhoge tot hoge verwachting op vindplaatsen uit de romeinse tijd. Kijken we naar de verspreiding van de bekende roemeinse vindplaatsen, dan blijkt dat deze zich op de flanken van de geulafzettingen, de zogenaamde oeverwallen, bevinden. Zoals is aangetoond langs de Poeldijkseweg ten noorden van het plangebied en de Middelbroekweg ten zuiden ervan. Het plangebied ligt midden in de diep uitgesneden geulafzettingen van de Gantel. Onderzoeken die daar tot op heden zijn uitgevoerd hebben nog geen vindplaatsen opgeleverd. Er geldt dan ook een lage verwachting voor bewoningssporen uit de romeinse tijd. Ten tijde van de vroege Middeleeuwen was het plangebied en de omgeving te nat voor bewoning en bestond de ondergrond uit veen.
Voor de bewoningsmogelijkheden in de Late Middeleeuwen is sprake van een lage verwachting. Terwijl de bewoning in het kleigebied van het Westland zich in de 13e eeuw verdichte, zijn in het kleigebied langs de Gantel tot op heden nog geen sporen uit deze periode aangetroffen. Vermoedelijk waren deze buitendijkse zones nog te nat voor ontginning. Aan de dijken langs de Gantel ontstonden immers wel dijken. Ook voor de Nieuwe tijd zijn er op basis van historisch kaartmateriaal geen aanwijzingen dat er in het plangebied sprake was van bewoning.
17
□ II
---- 1----- 1------1----- 1------'----- 1------1 Meters 250 500 125 Plangebied Verwachti ngszone I, 100 m2 * -50 cm Verwacht!ngszone II. > 250 m2 + -50 cm Verwachtingszone III. s* 500 m2 + -50 cm
figuur 4.6 Uitsnede archeologische waarde kaart Gemeente Westland.
Conclusie Uit het bureauonderzoek is gebleken dat er geen tot lage verwachting geldt voor archeologische resten vanaf de Prehistorie tot en met de Nieuwe Tijd. Gezien het bovenstaande is geadviseerd dat vervolgonderzoek niet noodzakelijk is.
18
5.
Conclusie
Uit de voorliggende vormvrije m.e.r.-beoordeling blijkt dat er in het plangebied geen bijzondere omstandigheden zijn die zouden kunnen leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu ter plaatse. Voor de meeste milieuaspecten geldt dat er geen effecten optreden, dan wel dat deze effecten met mitigerende maatregelen worden beperkt. Omdat er, mits de mitigerende maatregelen in het bestemmingsplan worden geborgd en worden uitgevoerd, geen nadelige milieugevolgen verwacht worden hoeft er geen volledige m.e.r.-procedure doorlopen te worden.
19