CConstaterende datWestland
Koppel je AI →
Document · PDF

1.1) Schrijven raad aan RvState d.d. 06-01-21 inzake Beroepsprocedure inzake vernietiginsgbesluit Plan van Scholen (G22-000019)

Gemeenteraad 25 januari 2022, gemeente WestlandBij agendapunt: Vaststelling van de afhandeling van de Lijst met Uitgaande Stukken (LUS)8.423 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

GRIFFIE

GEMEENTE WESTLAND Postadres: Postbus 1 50 2670 AD Naaldwijk Bezoekadres: Laan van de Glazen Stad 1 2672 TA Naaldwijk

AANTEKEN I PER KOERIER TE VERZENDEN

T 140174 F (0174) 673 600

E info@gemeentewestland.nl I www.gemeentewestland.nl

De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State Oranjestraat 15 2514 JB DEN HAAG

UW BRIEF

UW KENMERK

ZAAK-/PROJECTNR

DOCUMENTNR

BI J LAG E{ N)

G22-0000 1 9 CONTACTPERSOON

CLUSTER

TELEFOONNUMMER

DATUM VERZONDEN

A.P.M.A.F. Bergmans

Griffie

(0174) 673 089

06-01-2022

ONDERWERP

Voorlopig beroepschrift tevens verzoek nadere termijn voor motivering tot en met maart 2022

Hoogedelachtbaar College, De Raad van de Gemeente Westland heeft op 9 november 2021 op voorhand besloten (zie productie 1) beroep aan te tekenen tegen het besluit van de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media en de Minister van Binnenlandse Zaken van 29 november 2021, in de Staatscourant gepubliceerd op 3 december 2021, later gerectificeerd toen het een besluit werd van de Kroon (de Koning en de 2 betrokken ministers), welk besluit gepubliceerd werd op 6 december 2021, en waarbij besloten werd tot vernietiging van het besluit van de Gemeenteraad van de Gemeente Westland van 1 juni 2021 (zie productie 2) strekkende tot intrekking van het Plan van Scholen Basisonderwijs 2021-2024. Het besluit van 29 november 2021 alsmede de rectificatie daarvan wordt als productie 3 overgelegd. Formeel bezien is door de rectificatie, die blijkbaar nodig was omdat de Ministers ten onrechte zelf het besluit namen, het besluit zoals dat op 6 december 2021 door de Kroon genomen is in dezen het besluit waartegen beroep wordt ingesteld.

GRF 005

De Raad verzoekt Uw Afdeling een nader uitstel te geven voor het motiveren van dit beroep, en behoudt zich te dezer zake alle rechten en weren voor. Er dienen nog documenten verzameld te moeten worden en pas nadat dat gebeurd is, kan onderhavig beroep verder gemotiveerd worden. De Raad meent dat zij c.q. de Gemeente Westland wel belang heeft om beroep in te stellen tegen het besluit van de Kroon. In ieder geval meent de Raad dat ten onrechte vernietiging van het Raadsbesluit van 1 juni 2021 heeft plaatsgevonden. De Raad zal hierna alvast kort ingaan op deze zaak.

IHIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIII

Verweerder is derhalve de Kroon/De Minister van Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media en de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Waarom aanvankelijk de Ministers een besluit alleen namen is niet geheel duidelijk en wordt ook niet verklaard. Hierna wordt daarop ingegaan.

PAGINA 2

GEMEENTE WESTLAND

Op 5 januari 2021 deelt de Directie Primair Onderwijs van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap aan het College van Burgemeester en Wethouders van de Gemeente Westland mede: “Ik heb navraag gedaan bij onze juristen over artikel 194e van de wet Meer Ruimte voor Nieuwe Scholen. Eigenlijk is hier vooral het eerste lid van belang waaruit blijkt dat wanneer de school er komend schooljaar (2021/2022) niet komt, de school opnieuw op het plan van scholen moet worden gezet en opnieuw voor bekostiging in aanmerking gebracht volgens de huidige systematiek. Zie hier het eerste lid: 1. Na inwerkingtreding van de Wet van .... tot wijziging van diverse onderwijswetten door het wijzigen van de systematiek van het in aanmerking brengen voor bekostiging van nieuwe openbare en bijzondere scholen zodat er meer ruimte is voor een nieuw onderwijs-aanbod (Wet meer ruimte voor nieuwe scholen) vindt nog één maal vaststelling plaats van een plan van scholen conform titel IV, Afdeling 2, zoals luidend direct voorafgaand aan de datum van inwerkingtreding van genoemde wet. Het tweede lid van artikel 194e geldt alleen voor scholen ten aanzien waarvan nog niet is beslist over de aanvang van de bekostiging en is dus niet van toepassing op deze casus’’.

Naar aanleiding van dit bericht heeft het College van Burgemeester en Wethouders in maart 2021 besloten tot het doen van een nieuw voorstel aan de Raad voor het vaststellen van het Plan van Scholen 2022-2025 met daarin opgenomen de school van Yunus Emre. Het bericht van 5 januari 2021 werd, nadat de Raad daarom gevraagd had, ook aan de Raad verstrekt. De betreffende school had echter niet op tijd een aanvraag ingediend voor huisvesting/bekostiging, zodat per 1 augustus 2021 de school er niet kon komen. Er liep in maart nog een beroepzaak van de Raad tegen de vaststelling van het Plan van Scholen 2021-2024 door de Minister van Onderwijs Cultuur en Wetenschap namens de Raad. Dat beroep is door de Raad ingetrokken omdat de Minister zelf had aangegeven dat het Plan van Scholen 2021-2024 niet meer relevant was en dat er een nieuw Plan van Scholen moest worden vastgesteld door de Raad voor de periode 2022-2025. Het College ging daar ook van uit en heeft aan de Raad een voorstel voorgelegd. Dat betekende dat het beroep tegen het besluit van 2020, dat toch niet uitgevoerd zou worden, inhoudsloos geworden was en de Raad heeft dat beroep ingetrokken. De brief van 14 april 2021 aan Uw Afdeling wordt bijgevoegd als productie 4. Ook aan het College gaf de Raad aan dat het beroep zou worden ingetrokken.

Kort voor 1 juni 2021 is de Minister ineens een ander standpunt gaan innemen en acht de Minister art. 194E eerste lid van de Wet Meer Ruimte Voor Nieuwe Scholen niet langer meer van toepassing. De Minister wenste vervolgens het door hemzelf namens de Raad vastgestelde Plan van Scholen uit 2020 weer te gaan gebruiken voor de bekostiging. De Minister heeft derhalve de Raad van de Gemeente Westland inclusief het College van Burgemeester en Wethouders op het verkeerde been gezet door op 5 januari 2021 eerst het standpunt in te nemen dat een Nieuw Plan van Scholen er zou moeten komen en gaat naderhand 180 graden een ander standpunt innemen. In het amendement zoals de Raad dat heeft aangenomen op 1 juni 2021 is duidelijk aangegeven dat in de lijn zoals ook de Minister eerst heeft aangegeven het Plan van Scholen 2021-2024 was komen te vervallen en de Raad heeft dat geformaliseerd door dat plan in te trekken. De Raad kon dat doen omdat dat plan volgens de aanvankelijke mening van de Minister niet ten grondslag gelegd kon worden aan de bekostiging in 2022 van de betreffende school en de Raad kon er terecht van

G22-000019

PAGINA 3

GEMEENTE WESTLAND

uit gaan dat alleen het Plan van Scholen 2022-2025 als uitgangspunt gebruikt kon worden voor de bekostiging. Eerder had de Raad al aangegeven dat zij goede argumenten had om in ieder geval opnieuw te bezien in hoeverre de komst van de school voldoende draagvlak heeft binnen Westland en ook in hoeverre er voldoende leerlingen geworven kunnen worden om de school te kunnen laten voldoen aan de te dezen geldende normen. De Raad meent dan ook dat zij terecht het Plan van Scholen 2021-2024 heeft ingetrokken en daarmee niet in strijd met de wet heeft gehandeld. Ter nadere toelichting zij nog het volgende opgemerkt, Yunus Emre heeft de aanvraag ingediend in 2015/2016. Aanvankelijk heeft de Minister tot 2 keer toe geweigerd goedkeuring te geven aan de komst van de school (te weinig draagvlak) en na een procedure bij Uw Afdeling is de Minister 180 graden gedraaid en heeft alsnog de goedkeuring gegeven. Op dat moment gaf de Raad al aan dat de aanvankelijke aanvrage uit 2015/2016 niet meer als grondslag gebruikt kan worden voor de beoordeling van de aanvrage tot komst van de school. Immers sindsdien zijn de feítelijke omstandigheden in en rond Westland fors gewijzigd. Zo zijn er veel meer Islamitische basisscholen in de directe omgeving van Westland bijgekomen. Genoemd kunnen worden de Islamitische Basisscholen aan de Berensteinlaan, Ter Westenstraat en Mandelaplein.

Twee van deze scholen bevinden zich dichtbij Westland en een vijftal dorpen van Westland. Ook in de nabij gelegen steden Vlaardingen en Schiedam zijn Islamitische scholen gevestigd. Dat is ook het geval in Rotterdam. Bekend is het dat Yunus Emre alleen maar een schoolgebouw wenst in het dorp Naaldwijk. Dat zou betekenen dat enkel leerlingen uit dat dorp de school zullen gaan bezoeken. Immers leerlingen uit Wateringen, Kwintsheul, Poeldijk, Monster, en dat zijn andere dorpen van Westland, zullen veeleer naar Den Haag Zuid gaan. Het is onbekend of dat nu al het geval is. Het draagvlak van Naaldwijk met ca 25.000 inwoners is veel te smal voor een school. Ook is de samenstelling en omvang van de Westlandse bevolking sedert 2015 gewijzigd. Sedert 2015 zijn er zeven jaar verstreken. Pas heel recent diende Yunis Emre het huisvestigingsverzoek in. Uiteraard had die school dat verzoek ook al járen eerder kunnen doen en uit het achterwege laten daarvan moet afgeleid worden dat er geen urgentie maar ook geen nut en geen noodzaak zijn voor de vestiging van de school. In ieder geval is het onjuist om uit te gaan van de aanvrage en de gegevens uit 2015. Niet aangetoond is met de informatie uit 2021 dat een Islamitische basisschool in Westland levensvatbaar is en genoeg leerlingen trekt uit Westland, eigenlijk Naaldwijk.

Bedacht moet nog worden dat er in Westland veel differentiatie aanwezig is in de moslimgemeenschap, zodat lang niet ieder moslimgezin hun kinderen zal inschrijven bij Yunus Emre. Voorts betreft het veelal kinderen die nu al de bestaande basisscholen in Westland bezoeken en daar in de regel zeer tevreden over zijn. Dat is een goede zaak en afzondering in een aparte school zal de integratie en gewenning niet positief bevorderen. Ook zal de komst van een Yunus Emre school voor de Ge­ meente kosten met zich meebrengen aan inrichting van het schoolgebouw en klaslokalen. Het is voorts bekend dat de bestaande basisscholen al meer lokalen nodig hebben dan er thans beschikbaar zijn en met moeite kunnen die scholen thans hun kinderen in de bestaande scholen onderbrengen.

G22-000019

PAGINA 4

GEMEENTE WESTLAND

De wet is per 1 juni 2021 gewijzigd. De Minister heeft het College en de Raad, bewust of onbewust, op het verkeerde been gezet door aan te geven dat voor 2022-2025 een nieuw Plan van Scholen nodig was met opname van de aanvraag van Yunus Emre. Daarna nam het College het besluit dat aan de Raad een voorstel gedaan zou worden voor het nieuwe Plan van Scholen. Na het bekend maken met de mail van de Minister en het Collegebesluit en Collegevoorstel trok de Raad terecht het beroep bij Uw Afdeling tegen het Plan van 2021-2024 in omdat dat Plan geen grondslag meer zou kunnen zijn voor de huisvesting van Yunis Emre in 2022. De Raad heeft dat duidelijk intern binnen de Gemeente verwoord en ook duidelijk aangegeven in de brief aan Uw Afdeling en heeft dat ook aan de Minister kenbaar gemaakt. Daarna kwam de Minister en in het kielzog van die Minister het College plotsklaps met een volstrekt andere lezing en invulling: alles kon toch op grond van het Plan van 2020 en een nieuw Plan van Scholen was niet nodig. Alleen toen had de Raad haar beroep al ingetrokken. Deze visie is niet correct en het kan natuurlijk niet zo zijn dat de Minister eerst een schijnbeweging maakt en daarna gewoon doet wat hem het beste uitkomst. Vandaar dat de Raad op 1 juni het Plan van Scholen van 2020 introk.

De Minister heeft in dezen een zigzagkoers bewandeld en heeft het College op het verkeerde been gezet en daarmee de beroepsprocedure bij Uw Afdeling gefrustreerd. Formeel bezien was het besluit van 8 of 9 juli 2020 nog steeds een Raadsbesluit. De Minister had dat genomen namens de Raad. De Raad heeft primair betoogd dat Yunus Emre een nieuwe aanvraag zal moeten indienen die beoordeeld wordt volgens de nieuwe wet, maar dat in ieder geval de omstandigheden van 2022 als uitgangspunt genomen worden bij die aanvrage en niet een aanvrage die 7 jaar geleden gedaan is in een heel andere feítelijke situatie. De Raad vindt het opvallend dat de Minister in het bestreden besluit in het geheel geen melding maakt van de onjuiste mail van 5 januari 2021 en ook niet ingaat op hetgeen de Raad heeft aangegeven. Overigens zij erop gewezen dat het besprekingsverslag zoals dat pas veel later aan de Raad werd toegezonden op een aantal punten niet juist en ook onvolledig is. Gezien de late toezending en het voornemen van de Ministers had het leveren van commentaar daarop weinig zin meer en daar is dan ook maar vanaf gezien. De Raad verzoekt Uw Afdeling een nadere termijn te geven. Alle vorenstaande argumenten zullen nog verder uitgewerkt worden in een later beroepschrift en Uw Afdeling wordt verzocht de Raad daarvoor nog een nadere termijn te geven tot 1 maart 2022.

Met name zal de Raad verder motiveren dat er geen strijdigheid is met de wet (Gemeentewet, WPO, Grondwet) en geen grond voor vernietiging zich voordoet! De Raad zal in een nadere motivering ook nog betogen dat de procedure bij Uw Afdeling niet met voldoende waarborgen omringd is en strijdig is met onpartijdige rechtspraak nu de Koning ook voorzitter is van Uw Afdeling en de Raad bij Uw Afdeling in beroep moet, van een besluit dat ook door de Koning genomen althans ondertekend is. Tenslotte wordt nog gewezen op het navolgende, wat op zich ook best wel als ernstig kan worden gekwalificeerd. Het besluit van de 2 ministers van 29 november 2021 is op 3 december 2021 gepubliceerd. Daarna heeft een rectificatie plaatsgevonden in zoverre dat de Koning het besluit heeft ondertekend en dat besluit is op 6 december 2021 in de Staatscourant verschenen. In dat G22-000019

PAGINA 5

GEMEENTE WESTLAND

besluit wordt aangegeven dat de Koning op 29 november 2021 ondertekend heeft maar dat kan natuurlijk niet het geval zijn. Ook op dat punt voldoet het besluit niet en ook deze grief zal de Raad verder uitwerken. Zie het opschrift boven het besluit wat de Koning ondertekend heeft "dit moet zijn: 's-Gravenhage, 29 november 2021" maar toen heeft de Koning in ieder geval niet getekend. Het besluit had derhalve van 5 december dienen te zijn en in ieder geval van een datum na het nemen van het verkeerde besluit.

Hoogachtend, de Raad van Westland, de griffier,

de voorzitter,

A

A p.M.A.F. Bergmans

B.R. Arends

G22-000019

'ĩìôő/t/ċŕ/ ď

IfYlũHč

-2

HO

ty.CiAùl

WESTLANDVERSTANDIG

Motie instellen beroep tegen vernietiainasbesluit De Raad van de Gemeente Westland in vergadering bijeen op 9 november 2021; Overwegende: Minister Slob kondigde aan het raadsbesluit van 1 juni 2021 inzake de komst van de islamitische school in Westland te vernietigen c.q. te laten vernietigen; Verwacht wordt dat dat besluit op zeer korte termijn genomen wordt en dat dus ook op korte termijn beroep bij de Raad van State moet worden ingesteld door de Raad; De Raad er aan hecht op te merken dat dit beroep ten laste zal worden gebracht van de lokale partijen en dus geen gemeenschapsgeld zal of mag kosten; De Raad wel bijtijds een procesbesluit dient te nemen en vandaar dit initiatiefvoorstel;

De Raad spreekt uit: Tot het instellen van beroep tegen het vernietigingsbesluit, althans een besluit wat genomen wordt door de Minister I Kroon over het raadsbesluit van 1 juni 2021, bij de Raad van State en een delegatie van raadsleden te machtigen de beroepsgronden te formuleren.

WŸ

(P &A 1ũ

fl

hm.

Gaat over tot de orde van dettegr

^ùuoctcuJ Westland Verstandig,

( \f/ /tJLA Pĝ VegÔĹn

Peter Duijsens

Ss//

iM&į A

ùii İ

Z^oťZc/sZ/ť

J

GEMEENTE WESTLAND

RAADSBESLUIT

De raad van de gemeente Westland; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 30 maart 2021, met de volgende bijlage(n):

* « » « » »

Uitspraak Raad van State 24 april 2019 (corsanummerl9-0109763 ) Kennisgeving uitvoering indeplaatsstellingsbesluit plan van scholen 2020-2023 (corsanummer G19-001839) Goedkeuringsbesluit minister plan van scholen 2020-2023 (corsanummer 19-0266051) Artikel 74 tot en met 83 WPO (corsanummer 20-0145671) Uitspraak Raad van State indeplaatsstelling plan van scholen 2020-2023 (corsanummer G20-000242) Uitspraak Raad van State inzake verzet (corsanummer 21-0112611) Gewijzigde artikelen Wet op het primair onderwijs (corsanummer 21-0121021)

gelet op het bepaalde in artikel 82, lid 1 van de Wet op het primair onderwijs; gehoord het advies van de commissie Maatschappelijke Ontwikkeling van 17 mei 2021 en gehoord de beraadslagingen van onderhavige vergadering; gehoord en gelezen het op het ontwerpbesluit ingediende en ter vergadering aangenomen amen­ dement (van hetwelk een kopie aan dit besluit is gehecht);

besluit: 1.

In te trekken het Plan van Scholen 2021-2024 zoals dat namens de Raad is vastgesteld door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap op 8/9 juli 2020; 2. Niet vast te stellen het door het College voorgestelde Plan van Scholen 2022-2025 op de gronden zoals eerder verwoord en die nogmaals kenbaar gemaakt worden in de toelichting welke onderdeel zal gaan uitmakon van dit besluit en welke als bijlage wordt bijgevoegd; 3. En tevens uit te spreken dat het College niet meewerkt aan huisvesting I bekostiging van de Yunus Emre-school per 1 augustus 2022 of met ingang van welke datum dan ook we­ gens het niet hebben van een Plan van Scholen, waarbij de Raad het College verzoekt zich daarbij te beroepen op de mail van 5 januari 2021 welke door de Directie Primair On­ derwijs aan het College werd toegezonden; 4. Tevens uit te spreken dat het College met de Raad overlegt omtrent de verdere voortgang en zo nodig aan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap het verzoek te doen zelf de aanvrage van Yunus Emre te behandelen als een nieuw verzoek en daarbij de wet Meer Ruimte voor Nieuwe Scholen eventueel toe te passen en ook wederom een nieuwe Westlandse draagvlaktoets te doen en te bezien of voldoende nut en noodzaak aanwezig is voor de komst van een dergelijke school.”

Aldus besloten door de raad in zijn op^îhSĻare vergadering van 1 juni 2021 de grif,

de woor2 itter,

F. Bergmans

BR. Arends

0

WESTLANDVERSTANDIG

-r/-^ De Raad van de Gemeente Westland in vergadering dat de Directie Primair Onderwiis van har m- -

-

Wetenschap op 5 Januari 2021 aan het College

waaru‘b blijkt dat wanneer de schooi er komlZ^

CdtUUr m

t

het eerste 'id va" belana

ŵ Äŵoo/ opnieuw op het plan van scholen moet wfrdf (202Ų2022) niet komt, İíjf ĩ'ng 'n Werking gebracht volgens je hZff ÿfef en ogniauw ™r

eerste hd: yens ae huidige systematiek. Zie hier het L ,Na inwerkingtreding van de Wet van onderwijswetten door het wijzigen van de svstnmJTí WlĵZiglng van «*w» brengen voor bekostiging van nieuwe openbare en h het in aan™rking meer ruimte is voor een nieuw onderwiľs-ffflLr,ĴJZOndere xholen todat er ĩteTĩv mítm9 één maê' vaststellíng p/aats fan een f/T WOr nieuwe nĹ í' fdî"ng 2' ZOaķ ***”d direct^voorafjeff ^ XMín Confa™ inwerkingtreding van genoemde wet. voornfgaand aan de datum van Het tweede Hd van artikel 194e aeidr niet is beslist over de aanval~ deze casus".

oemstiging en ,s dus met van toepassing op

dat het College vervolgens in april besloten heeft tot het h

*-----

dat de Raad: uitgaande van het bericht van 5 januari ?noi Onderwijs en ook van het Collegebesluit tot het rin^ ^ de Raad voor een nieuw Plan van Scholen

Primair

60 ^ ^ Voorstel aan

het lopende beroep bij de Raad wan o- t. Minister van Onderwijs, Cultuur en Weten^haľ^ ^ beS,Uit hetWelk de had in Juli 2020 in te trekken vanwege het verlT"5

^ 9en0men

Plan van Scholen 2021-2024 en de nnnd v a 60 V3n de,af1İ9 van det Plan van Scholen in 2021 za, worden vastte,dtoľdelőľendeľarel,;*

artikel 194e ĨZ'aľöe21Z sch'ľ" ^ te" 0"reChte van toepassing acht;

Nieuwe Scholen met langer,meer

~İ

ļď'ffĩťCic/f'*tfa//

2

Q/ cfj/

dat de Raad van oordeel iq Har nu v.ihandhaaft, er wel nog een Plan va^ sľhol^ ^ aanVrage uit 2015 I 2016 huisvesting te laten plaatsvinden;

^ n0d'9 'S 0m bekosti9ing en

VaS“ Pla" ™

* «0 w«t

been gezet heeft door te'verzenderde" mail'taľir* WeStland 0P het verkeercle standpunt in te gaan nemen;

5 JanUar' 2021 en later een ander

dat het Plan van Scholen 2021-2025 kan knm* * Plan van Scholen door de Raad zal worden ingetrokken;™"6" ^ ''a"^ ^ ^

eTn pľanTan Zlnmlmŝ™9

VaStSte"in9" moet P'^»den van

dat de Raad daartoe niet bereid ic nn ^ j eerder vanaf in ieder geval 2018 verwoTrd heeften"’diľb^ď^ ^ d'S 3' n dle blJ dit amendement

gevoegd worden;

dit het College'gezien het ontbreken van een Plan „a„ c „ , 194e van de wet Meer Ruimte voor Nieuwe Scholen hľh a '"9e''Oİ9e artikel het meewerken aan huisvesting en bekostinin d'ent tS onthouden van augustus 2022; 9 bekostl9'"9 van de betreffende school per 1

De raad beslist: Het huidige ontwerp-raadsbesluit in dip 7in * besluit: 6 W,Jzigen dat de raad het volgende "1-

In te trekken het Plan van Scholen 2021-2024 zoals vastgesteld door de Minister van Onderwil Culm juli 2020;

2.

J '

^ de Raad ís

u tuur en Wetenschap op 8/9

Niet vast te stellen het door het College voorgestelde Plan ,

c n

2025 op de gronden zoals eerder verwoord en die no

C i" ^ ^

gemaakt worden in de toelichting welke onderdeel zal besluit en welke als bijlage wordt bijgevoegd;

kenbaar ^ U'tmaten Vān dit

3.

van welke datum dan ook wegel]

Scholen, waarbi; de Raad het College verzoekt zl!

l-

aa" hUİSVeSBn9 '

TT ^ “f ™*

V-------

7cf'y4 WBğ- 0/-ÓÙ - '*t/

't'- mail Vdľl

4.

j^iiuan welke rnmair w, iuci wijs aan het College werd toegezonden; Tevens uit te spreken daį het College met de Raad , verdere voortgang en zo nodig aan I m- ľ Wetenschap het ve^oek te doen zelf ľľ

'e9t omtrer,t * ™

behandelen als een nieuw verzoek en daa *an”ase Vān Yunus Emre te Nieuwe Scholen eventueel toe te passé

'

^ Meer Ruimte voor

Westlandse draagvlaktoets te doen en t ī ^ Weder0m een nleuwe noodzaak aanwezig is voor de komst van een ^geĻĹloor^ Gaat over tot de orde Namens de fractie

van de dag.

van Westland Verstandig,

Peter Duijsens

Namens de fractie

van LPF Westland,

Roel Valstar

zuringi/

Vc^

“

4'U/ťítć/ťWť/įytf

Ŭ’ÔĆ-'J/ Het gaat om een aanvrage uit 201 ĥ cw ^ 1" ™nd Westla"d fes gewijzigd. 20 zijn er'ZlT T** 0msta"dig^en in de directe omgeving van Westland biiqekoľe r 'S'amitisc,le basisscholen In islamitische basisscholen aan de Bet n at T ^ kd""e" worden de Twee van deze scholen bevinden zich 11 01 M«elaplei„. nabijgelegen Vlaardingen en Schiedam zijn islanur "h™ ^ Westland- Qok in het S et dat Vunus Emre alleen maar een school SChole" Sevostigd Bekend betekenen dat enkel leerlingen uit dat dorľd0™ in Naaldw*-D« zal leerlingen uit Wateringen, Kwintsheul Potľ * SChop| z*" bezoeken. De

T ^

™ Den

Haag zuid gaan. De samenstelling e

ľ«!

sedert 2016 gewijzigd.

0mang va" dd Westiandse bevolking Is

Sedert 2016 zijn er 5 jaar verstreken en nas he , buisvestingsverzoek in. De school had dat verz Ult het ācbterwege laten daarvan moet Leled

d'ende de school een ^ eerder kunnen dden en

™ar ook nut en noodzaak er niet zijn. OnjuluttT" ** * ^ ur9***

I

een aanvrage uit 2016, Niet aangetoond is met t" 0m ult te 9aan van Wesľ H basissch001 ln Westland levensvatbaar Ĩ806 * 2021‘ dat Westland. Bedacht moet voorts worden dat J901039 leerlingen trekt uit differentiatie aanwezig is jn de moĨl W'Stand best wel vee moslimgezin hun kinderen zal inschrijven bifdeT^^' 'an9 ieder bet veelal kinderen die nu al de bestíande h -V Emre‘Scbool. Voorts betreft daar meestal tevreden zijn. Dat is een ooeitť0'8"

WeSt,and bezoeken en

school zal de integratie en gewenninq niet q6 t 68 afzonderin9 in een aparte van een Yunus Emre-schooí’voor7ZIľTT 0ok za' dd t ^ ™ebre"9ah aan

inrichting en schooigebouw en klaslokaleľľeľis asisscholen al meer lokalen nodig hebben die ľľ

d8t de bestaande

kunnen worden verkregen. De wet is per 1 juni 2021 T ^ ^ met moeíte he Co„eg op het vo|strekt verkeerdePbeenJdn gewijzigd, De Minister heeft 2022-2025 een nieuw Plan van Scholen nodio waľ

?

880

9eve" dat ™or

n onus Emre. Daarna nam het College het besl rľf 0pname van de aanvraag gedaan zou worden voor het nieuwe b'3slu,tdat aan de Raad een voorstel 20 ľtf* tr0k de Raad het bemepŲ, Na ddza mailt 2021-2024 m omdat dat plan geen oronrid

d

State tegen het Plan van

huisvesting van Yunus Emre in 2022. De Raadteeľa “U kUn"en Zíjn voor de innen de gemeente verwoord als wel in de brief kwam de Minister en ook het College plótskL

j" 9elukk's du'delĩjk intern * Raad ™ State. Daarna

'twulling: alles kon toch op grond van plan 2020 ™ e^ ^ lezl"9 Daargelaten dat deze visie niet correct is ka„ ľt "'e“W P'an was niet nodig Minister eerst een schijnbeweging mat'e aĴĹT* ^ “ zi* d* * 1 baa™ gewoon doet wat hem het

uesce uitkomt. Vandaar het voorliggende amendement in 2020. y amendement dat verder

9aat dan het

nog steeds een raadsbesluit. toarľaľsťwoTheľ' F0™ee' ^ İS dat besluil

het College een -naar de mening van de Minf^T

^ M'niSter' waardo" ook

^oorlegt. A,s punt 2 van het amendemen l dt 2 College geen medewerking meer te geven aaľde h

^ aa" da *ad TOmen' dan dient het

dan een beroep doen op de mail van de mJ, moeten we dan weer terug naar af. Yunus Ēmri n dienen, die volgens de nieuwe wet door de Min waarbij de Minister a„e omstandigheden van

e" het College zal

^ 5

.^

202L In feite 0'eUwe aanwage in te

"Ì-Jįü* '. .i'►yļ iĩ HAiNnċxraju'

;

STAATSCOURANT

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

'ůď/í/ć/fc

Nr. 47964 3 december

2021

ú?

Besluit van 29 november 2021 tot vernietiging van het besluit van de gemeenteraad van de gemeente Westland strekkende tot intrekking van het Plan van Scholen basisonderwijs 2021-2024 Op de voordracht van Onze Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media en Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 29 november 2021, nr. 30409782, directie Wetge­ ving en Juridische Zaken; Overwegingen 1. Toepasselijk kader Artikel 124, tweede lid, van de Grondwet bepaalt dat regeling en bestuur van de besturen van provincies en gemeenten kunnen worden gevorderd bij of krachtens de wet. Artikel 132, vierde lid, van de Grondwet bepaalt dat de Kroon een besluit van een gemeentelijk of provinciaal bestuursor­ gaan kan vernietigen indien het besluit in strijd is met het recht of het algemeen belang. Artikel 10:34 Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) bepaalt dat de vernietigingsbevoegdheid slechts bij wet kan worden verleend. Verder bepaalt artikel 10:35 Awb dat vernietiging alleen kan geschieden wegens strijd met het recht of het algemeen belang. Ten slotte bepaalt artikel 10:41, eerste lid, Awb dat vernietiging niet plaatsvindt dan nadat het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen gelegenheid tot overleg is geboden. Het tweede lid bepaalt dat de motivering van het vernietigingsbesluit verwijst naar hetgeen in het overleg aan de orde is gekomen.

Artikel 268, eerste lid, Gemeentewet bepaalt dat een besluit dan wel een niet-schriftelijke beslissing gericht op enig rechtsgevolg van het gemeentebestuur bij koninklijk besluit kan worden vernietigd. Tegen een vernietigingsbesluit staat op grond van artikel 281a Gemeentewet beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Voor de uitoefening van deze vernietigingsbevoegdheid van de Kroon geldt het Beleidskader schorsing en vernietiging (Kamerstukken II, 2009/10, 32 389, nr. 5). Uitgangspunt van het Beleidskader is dat ieder besluit dat in strijd is met het recht of in strijd met het algemeen belang is genomen, in beginsel kan worden vernietigd (het is dus geen ultimum remedium). Zodra de schorsings- of vernietigingsprocedure is gestart, komen aan provinciale ambten of aan de Kroon bevoegdheden toe die tot opschorting van de uitvoering van de gemeentelijke beslissing kunnen leiden. De Kroon kan vanaf dat moment ook een tijdelijke voorziening geven. Als na vernieti­ ging geen beleidsvrijheid resteert, kan de Kroon zelf in de zaak voorzien. Ook kan de Kroon een aanwijzing geven die betrekking heeft op de nieuwe beslissing. Wordt deze niet opgevolgd, dan treedt de taakverwaarlozingsregeling in werking. Tot slot kan de Kroon bepalen dat het gemeentelijke ambt geen nieuwe beslissing neemt.

De Kroon dient aan de hand van alle omstandigheden van het geval een zorgvuldige afweging te maken van alle bij het besluit betrokken belangen. Een besluit moet alleen worden vernietigd als dit proportioneel is ten opzichte van het doel. Aan de toepassing van de interbestuurlijke toezichtsinstrumenten dient een bestuurlijk traject vooraf te gaan. Dit komt de transparantie ten goede en biedt het gemeentelijk of provinciaal bestuursorgaan de gelegenheid het besluit te heroverwegen. Onder 'strijd met het recht' wordt volgens het Beleidskader strijd met de wet en de algemene rechtsbeginselen verstaan. Bij strijd met de wet moet niet alleen worden gedacht aan strijd met de Grondwet, strijd met wetten in formele zin en lagere regelgeving, maar ook aan strijd met regels die krachtens de Grondwet een hogere status hebben, zoals het recht van de Europese Unie en een ieder verbindende verdragsbepalingen. De Kroon treedt volgens het Beleidskader terughoudender op als enkel sprake is van 'strijd met het algemeen belang' omdat er niet lichtvaardig wordt ingegrepen op de constitutioneel verankerde vrijheid van gemeenten en provincies om de belangen te dienen die aan hen zijn toevertrouwd. Het is aan de Kroon om aan de hand van de concrete omstandigheden van het geval een belangenafweging te maken en er rust in dat geval een zware motiveringsplicht op de Kroon.

Aangegeven moet worden wat de aard van het algemeen belang is en waarom het algemeen belang in dat specifieke geval uitgaat boven de belangen die een gemeentelijk of provinciaal bestuurs­ orgaan met zijn besluit beoogt te dienen.

1

Staatscourant 2021 nr. 47964

3 december 2021

De interventieladder schrijft de volgende volgorde voor: (1) signaleren, (2) eerste beoordeling, (3) informatie opvragen, (4) schorsen, (5) informeren uitkomsten onderzoek en verslag en (6) voordracht vernietiging. 2. Feítelijke gang van zaken Plan van Scholen basisonderwijs 2017-2019 De raad van de gemeente Westland (hierna: de Raad) heeft bij besluit van 5 juli 2016 het Plan van Scholen basisonderwijs 2017-2019 vastgesteld. Daarin was een islamitische basisschool opgenomen, uitgaande van de Islamitische Stichting Nederland voor Onderwijs en Opvoeding ISNO Yunus Emre (hierna: Yunus Emre). De Minister voor Basis- en Voortgezet onderwijs en Media (hierna: de minister) heeft bij besluit van 17 mei 2018 aan dat plan zijn goedkeuring onthouden.1 De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) heeft het besluit van 17 mei 2018 bij uitspraak van 24 april 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:1320) vernietigd. De Afdeling oordeelde dat er op grond van artikel 79, vierde lid, van de Wet op het primair onderwijs (hierna: WPO) geen reden bestond om goedkeuring aan voormeld plan te onthouden. Voorts bepaalde de Afdeling dat de basisschool van Yunus Emre voor bekostiging in aanmerking moet komen. De Raad diende volgens de Afdeling op grond van artikel 79, zevende lid, van de WPO de basisschool van Yunus Emre in het eerstvolgende plan van scholen op te nemen.

Plan van Scholen basisonderwijs 2020-2023 De minister vernam in de maand juli 2019 dat een meerderheid van de Raad zich verzette tegen de komst van de basisschool van Yunus Emre en dat de Raad weigerde om deze basisschool in het Plan van Scholen basisonderwijs 2020-2023 op te nemen. Daarmee verwaarloosde de Raad zijn in artikel 79, zevende lid, WPO vervatte taak. Vanwege deze taakverwaarlozing heeft de minister bij besluit van 11 juli 20192 op grond van artikel 124b, eerste lid, gelezen in samenhang met artikel 124, eerste lid, van de Gemeentewet een zogenoemd indeplaatsstellingsbesluit genomen. Met dit besluit is de basisschool van Yunus Emre alsnog opgenomen in het Plan van Scholen basisonderwijs 2020-2023 en is het plan aldus vastgesteld. De Raad heeft beroep ingesteld tegen dit besluit van de minister. Ter uitvoering van het besluit van 11 juli 2019 van de minister had het college van burgemeester en wethouders (hierna: College) in de programmabegroting 2020-2023 reserveringen opgenomen voor de realisatie van een islamitische school in de gemeente Westland. Omdat een meerderheid van de Raad het niet eens was met de komst van deze islamitische school, heeft de Raad die budgetten vervolgens in zijn vergadering van 12 november 2019 bij amendement uit de begroting geschrapt.

Zo trachtte de Raad verder te belemmeren dat de basisschool van Yunus Emre met ingang van 1 augus­ tus 2020 van start zou kunnen gaan. De Afdeling oordeelde in de uitspraak van 29 januari 2020 op het beroep van de Raad (ECLI:NL:RVS:2020:263) dat de minister zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat de Raad zijn taak heeft verwaarloosd omdat (1) de Raad het besluit tot opneming van de basisschool van Yunus Emre in het plan van scholen 2020-2023 niet (tijdig) heeft genomen en (2) de Raad zelfs op 9 juli 2019 heeft ingestemd met het achterwege laten van de vaststelling van dat plan en het in stand houden van het eerdere besluit van de Raad van 10 juli 2018 strekkende tot afwijzing van het verzoek van Yunus Emre tot opneming in het Plan van Scholen basisonderwijs 2019-2022. Plan van Scholen basisonderwijs 2021-2024 Yunus Emre heeft op 17 juli 2020 een huisvestingsaanvraag ingediend. Inwilliging van die aanvraag zou ertoe leiden dat de basisschool van Yunus Emre per 1 augustus 2021 zou kunnen starten. De basisschool was in het Plan van Scholen basisonderwijs 2021-2024 door het College opgenomen, maar tot besluitvorming hierover van de Raad is het niet gekomen.

Tijdens de commissiebespreking van het voorstel van het College tot besluitvorming heeft de meerderheid van de Raad te kennen gegeven voormeld plan niet te willen vaststellen als het College dit ter besluitvorming in de vergade­ ring van 8 juli 2020 zou voorleggen.

1 Bij besluit van 22 december 2016 heeft de minister eenzelfde besluit genomen, maar dat besluit vernietigde de Afdeling bij uitspraak van 7 februari 2018, ECLI:NL:RVS:2Û18:421. 2 Bij brief van 23 oktober 2019 heeft minister aan de raad medegedeeld dat goedkeuring was verleend aan het plan van scholen 2020-2023, met daarin opgenomen de islamitische basisschool van Yunus Emre. In de uitspraak van 25 juni 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:1512) oordeelde de Afdeling dat dit plan van scholen 2020-2023 geen goedkeuring van de minister behoefde, omdat het plan van scholen reeds is vastgesteld door de minister. Tegen deze uitspraak ging de Raad zonder succes in verzet. In de uitspraak van 30 juli 2020 (ECLI:I\]L:RVS:2020:1842) verklaarde de Afdeling dit verzet ongegrond.

2

Staatscourant 2021 nr. 47964

3 december 2021

Nadat de minister hierover in kennis was gesteld, heeft de minister de Raad bij brief van 6 juli 2020 opnieuw erop gewezen dat hij verplicht was om het Plan van Scholen basisonderwijs 2021-2024 vast te stellen en dat de basisschool van Yunus Emre, gelet op voormelde uitspraak van de Afdeling van 24 april 2019, daarin moest worden opgenomen. De minister heeft de Raad verzocht om vóór 1 augustus 2020 dit plan op die wijze alsnog vast te stellen. Tevens heeft de minister aangekondigd dat als de Raad zou nalaten een zodanig besluit in de vergadering van 8 juli 2020 te nemen, hij zich genoodzaakt zou zien om opnieuw op grond van artikel 124b, eerste lid, gelezen in samenhang met artikel 124, eerste lid, van de Gemeentewet een indeplaatsstellingsbesluit te nemen. De Raad heeft vervolgens in de vergadering van 8 juli 2020 besloten om vaststelling van het Plan van Scholen basisonderwijs 2021-2024 achterwege te laten en de basisschool van Yunus Emre niet op te nemen in het Plan van Scholen basisonderwijs 2021-2024. Omdat de Raad op dit punt opnieuw zijn taak verwaarloosde en de komst van de basisschool van Yunus Emre bleef tegenhouden, heeft de minister bij besluit van 9 juli 2020 opnieuw een besluit tot indeplaatsstelling genomen.

De minister heeft daarin besloten om, als de Raad hier niet zelf toe over zou gaan, namens de Raad het Plan van Scholen basisonderwijs 2021-2024 vast te stellen met daarin opgenomen de door Yunus Emre te stichten basisschool op islamitische grondslag, met als startjaar het schooljaar 2021/2022. Aangezien de Raad te kennen had gegeven niet voornemens te zijn om zelf de basisschool van Yunus Emre in het Plan van Scholen basisonderwijs 2021-2024 op te nemen, heeft de minister de Raad bij brief van 24 juli 2020 laten weten dat het besluit van 9 juli 2020 met onmiddellijke ingang effect zou hebben. Daarmee stond vanaf 9 juli 2020 vast dat de basisschool van Yunus Emre in het Plan van Scholen basisonderwijs 2021-2024 was opgenomen en dat het plan aldus was vastgesteld. Daarmee zou de basisschool van Yunus Emre vanaf 1 augustus 2021 van start kunnen gaan. De Raad heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 9 juli 2020. Dat beroep heeft hij bij brief van 14 april 2021 weer ingetrokken, zodat het besluit onherroepelijk is komen vast te staan. Bij besluit van 1 juni 2021 heeft de Raad echter, in weerwil van het voorgaande, besloten om het Plan van Scholen basisonderwijs 2021-2024 geheel in te trekken.

Daarmee kon opnieuw feítelijk geen uitvoering worden gegeven aan het besluit van de minister van 9 juli 2020 en belemmerde de Raad alsnog, ondanks de intrekking van zijn beroep tegen de beslissing van 9 juli 2020, dat de basisschool van Yunus Emre er zou komen. De Raad heeft in dit verband gesteld dat het College, gelet op het besluit van 1 juni 2021, negatief zal moeten besluiten op de huisvestingsaanvraag van Yunus Emre. De burgemeester heeft de Raad bij brief van 1 juni 2021 voorgehouden dat de Raad onbevoegd was om het intrekkingsbesluit te nemen, maar dat het besluit wel rechtskracht verkrijgt als de minister geen bezwaar/beroep instelt of het besluit vernietigt. De Raad heeft dat besluit niettemin genomen. Bij brief van 8 juli 2021 heeft de minister de Raad erop gewezen dat het besluit van 1 juni 2021 onbevoegd was genomen en gemotiveerd verzocht het besluit weer in te trekken, bij gebreke waarvan in overleg zou worden gegaan met de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over een voordracht tot vernietiging van het besluit. De Raad is tot slot in de gelegenheid gesteld overleg te voeren over het verzoek tot intrekking. Op 28 oktober 2021 heeft een overleg plaatsgevonden tussen vertegenwoordigers van de minister en vertegenwoordigers van de Raad.

In dit overleg hebben vertegenwoordigers van de meerderheid in de Raad uitgesproken dat zij tegen de komst van de basisschool van Yunus Emre zijn. In dit overleg is medegedeeld dat als de minister niet binnen vijf werkdagen verneemt dat de Raad het besluit van 1 juni 2021 intrekt, de procedure tot vernietiging van dat besluit door de Kroon wordt doorgezet. De Raad heeft vervolgens niks meer van zich laten horen. 3. Overwegingen Het besluit van de Raad van 1 juni 2021 is niet alleen in strijd met artikel 124d, gelezen in samenhang met artikel 124b, eerste lid, van de Gemeentewet, uit de beschreven feítelijke gang van zaken blijkt dat de Raad ook de hem ingevolge artikel 79, zevende lid, WPO opgedragen taak stelselmatig heeft verwaarloosd. Gelet op artikel 124d, gelezen in samenhang met artikel 124b, eerste lid, van de Gemeentewet is alleen de minister bevoegd voormeld Plan van Scholen in te trekken, nu dat plan bij wege van indeplaatsstel­ lingsbesluit is genomen. De Raad is daartoe niet bevoegd.3 Ondanks het verzoek daartoe heeft de

3 De Afdeling heeft in haar uitspraak van 25 juni 2020 geoordeeld dat het besluit tot vaststelling van het plan van scholen 2020-2023 in het kader van het indeplaatsstellingsbesluit ook formeel een besluit van de minister is.

3

Staatscourant 2021 nr. 47964

3 december 2021

Raad zijn besluit niet ingetrokken. Vanwege het ontbreken van een bevoegdheid van de Raad en omdat de Raad in wezen tracht het jegens hem uitgeoefende toezicht teniet te doen, zijn hier niet louter particuliere belangen betrokken, als bedoeld in het Beleidskader. Reeds op deze grond komt het besluit van de Raad voor vernietiging in aanmerking vanwege strijd met het recht. Na de uitspraak van de Afdeling van 24 april 2019 was het de Raad voorts duidelijk dat hij op grond van artikel 79, zevende lid, WPO verplicht was om de basisschool van Yunus Emre in achtereenvol­ gens het Plan van Scholen basisonderwijs 2020-2023 en het Plan van Scholen basisonderwijs 2021-2024 op te nemen en deze plannen met inbegrip van de basisschool van Yunus Emre vast te stellen. Die wettelijke verplichting heeft de Raad niet nageleefd (en de hem in medebewind opgedra­ gen taak niet uitgevoerd), door te weigeren om het Plan van Scholen basisonderwijs 2020-2023 en het Plan van Scholen basisonderwijs 2021-2024 met inbegrip van de school van Yunus Emre vast te stellen, en voorts het Plan van Scholen 2021-2024, tot vaststelling waarvan het bij wege van een indeplaatsstellingsbesluit was gekomen, in te trekken.

De minister heeft op 11 juli 2019 en 9 juli 2020 indeplaatsstellingsbesluiten moeten nemen om de basisschool van Yunus Emre alsnog in het Plan van Scholen basisonderwijs 2020-2023 en het Plan van Scholen basisonderwijs 2021-2024 op te nemen en die plannen aldus vast te stellen. Door op 1 juni 2021 te besluiten het Plan van Scholen basisonderwijs 2021-2024 in te trekken, negeert de Raad het besluit van de minister van 9 juli 2020 en artikel 124d, gelezen in samenhang met artikel 124b, eerste lid, van de Gemeentewet en belemmert de Raad opnieuw dat de basisschool van Yunus Emre kan worden bekostigd en haar onderwijs van start kan gaan. Ook op deze wijze weigert de Raad gevolg te geven aan de verplichting van artikel 79, zevende lid, WPO. Door de weigerachtige houding van de Raad om artikel 79, zevende lid, WPO na te leven, is Yunus Emre niet in staat geweest om vanaf 1 augustus 2020 met haar onderwijs te starten. Dit is in strijd met artikel 23, zevende lid, Grondwet, zoals uitgewerkt in de artikelen 69 en 77 WPO, dat het gemeentebe­ stuur verplicht om de basisschool van Yunus Emre vanuit de openbare kas de benodigde middelen te geven om het onderwijs te verzorgen en voor huisvesting zorg te dragen. De Raad heeft aldus de hem opgedragen wettelijke taken en verplichtingen stelselmatig genegeerd en veronachtzaamd, Naar zijn aard is dit ernstig.

Gelet op het voorgaande is het besluit van de Raad van 1 juni 2021 strekkende tot intrekking van het Plan van Scholen basisonderwijs 2021-2024 in strijd met de Gemeentewet en in strijd met de WPO en de Grondwet. Omdat dat besluit onbevoegd en in strijd met het recht is genomen, en de Raad in een gesprek van 28 oktober 2021 uitdrukkelijk heeft laten weten vast te houden aan zijn besluit van 1 juni 2021 en dat besluit niet uit eigen beweging ongedaan te zullen maken, komt dit besluit voor vernieti­ ging in aanmerking. De Kroon zal dit besluit van de Raad vernietigen. Gezien de voorgeschiedenis van deze zaak, waarbij de Raad de komst van de school van Yunus Emre structureel blijft tegenwerken en zelf weigert om het besluit van 1 juni 2021 in te trekken, is de vernietiging ook proportioneel. Overigens is het stelsel van het Plan van Scholen sinds de inwerkingtreding van de Wet meer ruimte voor nieuwe scholen4 komen te vervallen. Op grond van het overgangsrecht bij deze wet, artikel 194e, tweede lid, wordt een school die op het Plan van Scholen 2021 - 2024 staat maar niet start op 1 augustus 2021, aangemerkt als een school waarvoor de minister op grond van artikel 75, derde lid, WPO op 1 februari 2021 heeft beslist dat zij voor bekostiging in aanmerking wordt gebracht.

Yunus Emre hoeft op grond van dit overgangsrecht dus niet op een volgend Plan van Scholen te worden opgenomen en is reeds voor bekostiging in aanmerking gebracht. Zij kan dus volgend jaar per 1 augustus 2022 starten. Het College dient voor die tijd in huisvesting voor de school te voorzien. Het dient daarvoor op grond van artikel 11 lid 2 van haar verordening5 onder meer uiterlijk op 31 decem­ ber 2021 een bekostigingsplafond vast te stellen voor de vergoeding van de huisvestingsvoorziening die Yunus Emre heeft aangevraagd. Met het oog op deze vervolgstappen van het College is het dan ook belangrijk dat het besluit van de Raad uiterlijk op deze datum is vernietigd. Besluit Gelet op artikel 268 van de Gemeentewet en afdeling 10.2.2 van de Algemene wet bestuursrecht;

4 Wet van 20 mei 2020 tot wijziging van diverse onderwijswetten door het wijzigen van de systematiek van het in aanmerking brengen voor bekostiging van nieuwe openbare en bijzondere scholen zodat er meer ruimte is voor een nieuw onderwijsaanbod (Wet meer ruimte voor nieuwe scholen) {Stb. 2020, 160). 5 Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Westland 2015.

4

Staatscourant 2021 nr. 47964

3 december 2021

MAIN lřNüR.»!

Hebben Wij goedgevonden en verstaan: Het besluit van de Raad van de gemeente Westland van 1 juni 2021 strekkende tot intrekking van het Plan van Scholen basisonderwijs 2021-2024 te vernietigen. Onze Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media is belast met de uitvoering van dit besluit, dat in de Staatscourant zal worden geplaatst. De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, A. Slob De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, K.H. Ollongren Een belanghebbende kan tegen dit besluit beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het beroepschrift moet binnen zes weken na de dag [waarop het besluit in de Staatscourant is bekendgemaakt], worden gestuurd naar de Raad van State, Afdeling bestuursrecht­ spraak, postbus 20019, 2500 EA Den Haag.

5

Staatscourant 2021 nr. 47964

3 december 2021

STAATSCOURANT

Nr. 47964-n1 6 december

2021

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Rectificatie: besluit van 29 november 2021 tot vernietiging van het besluit van de gemeenteraad van de gemeente Westland strekkende tot intrekking van het Plan van Scholen basisonderwijs 2021-2024 (gepubliceerd in Stcrt. 2021, 47964) A De aanhef van bovengenoemd besluit luidde: Op de voordracht van Onze Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media en Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 29 november 2021, nr. 30417219, directie Wetge­ ving en Juridische Zaken; Dit moet zijn: Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Op de voordracht van Onze Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media en Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 29 november 2021, nr. 30417219, directie Wetge­ ving en Juridische Zaken; B De ondertekening van bovengenoemd besluit luidde: De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, A. Slob De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, K.H. Ollongren Dit moet zijn: 's-Gravenhage, 29 november 2021 Willem-Alexander De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, A. Slob De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, K.H. Ollongren

1

Staatscourant 2021 nr. 47964-nl

6 december 2021

Ho c/u Y/ť

ţ

GRIFFIE

Postadres: Postbus 1 50 2670 AO Naaldwijk Bezoekadres: Laan van de Glazen Stad 1 2672 TA Naaldwijk T 14 0174

De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State Postbus 20019 2500 EA DEN HAAG

uw BRIEF

UW KENMERK

Plan van Scholen

202004094/1 /A2

F (0174) 873 600 E lnfo@gemeentewestland.nl I www.gemeentewestland.nl

ZAAK-/PROJECTNR

DOCUMENTNR

BIJLAGE(N)

G21-000606

1

CONTACTPERSOON

CLUSTER

TELEFOONNUMMER

DATUM VERZONDEN

A.P.M.A.F, Bergmans

Griffie

(0174) 673 089

14-04-2021

ONDERWERP

Intrekking beroep

Edelachtbaar College, Inmiddels heeft het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Westland het be­ sluit genomen om aan de Gemeenteraad voor te stellen het Plan van Scholen 2022-2025 vast te stellen met daarin het startjaar 2022 voor basisschool Yunus Emre. Het eerdere Plan van Scholen waartegen beroep is ingesteld door de Raad betreft het Plan van Scholen voor de periode 2021-2024. In dat plan was de basisschool op islamitische grondslag (Yunus Emre) ook al opgenomen. De in het plan opgenomen startdatum voor de school was 1 au­ gustus 2021, maar het starten op die datum is niet haalbaar omdat Yunus Emre niet op tijd -voor 1 maart- het plan heeft ingediend. Het Plan van Scholen 2021-2024 kan niet meer als basis ge­ bruikt worden voor een in te dienen plan door Yunus Emre. Het is om die reden dat de school op grond van de Wet op primair onderwijs weer wordt opgenomen in het voor 1 augustus 2021 vast te stellen Plan van Scholen 2022-2025. De beoogde startdatum is dan 1 augustus 2022. Nu het belang is komen te vervallen om het beroep te handhaven -het besluit van 2020 wordt immers niet uitgevoerd- tegen het Plan van Scholen voor de periode 2021-2024, wenst de Raad van de gemeente Westland het beroep in te trekken, zodat de geplande mondelinge behandeling in april 2021 geen doorgang behoeft te vinden. Het belang van de Raad bij het besluit is komen te vervallen.

Gaarne ontvangen wij van uw Afdeling een bevestiging van de goede ontvangst van dit bericht en dat het beroep geacht wordt te zijn ingetrokken. Hoogachtend,

de griffier,

GRF 005

s

A.ŖzŴI

.F. Bergmans

Bijlage: Raadsbesluit 13-04-21

B.R. Arend

II

GEMEENTE WESTLAND

RAADSBESLUIT

De raad van de gemeente Westland, in vergadering bijeen op 13 april 2021; gelezen de voorgestelde conceptbrief die verschillende raadsfracties aan de raad hebben voorgelegd, te richten aan de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State tot intrekking van de beroepsprocedure tegen het Plan van Scholen 2021-2024 gelet op: * het besluit van de raad van 8 juli 2020, waarin door de vaststelling van Amendement 6A op voorhand is besloten beroep aan te tekenen bij de Afdeling Rechtspraak van de Raad van State tegen het nog te nemen besluit van de Minister voor Basis-, Voortgezet Onderwijs en Media om in de plaats van de raad het Plan van Scholen 2021-2024 vast te stellen; * het schrijven van de Raad van State dat op 23 april 2021 de zitting naar aanleiding van het ingediende beroep zal plaatsvinden;

besluit:

de beroepsprocedure die op grond van het raadsbesluit van 8 juli 2020 is aangevangen bij de Raad van State in te trekken wegens het ontvallen van het belang (omdat Yunus Emre niet op tijd een plan indiende bij de gemeente en dus in 2021 niet kan starten) door bovenvermelde brief aan de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State tot intrekking van de beroepsprocedure tegen het Plan van Scholen 2021-2024 te verzenden.

A.PJW.A.F. Bergmans

B R Arends

PAGINA 1 VAN 1

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westland&id=6799a744-9897-4bc3-8e34-89614b5841f5