B02-20240311-04-vka-odra-reactie-aanloop-begroting-2025
Tekst van het document
Aan de gemeente Westervoort
Datum
: 19 januari 2024
T.a.v. dhr. P. Pennekamp Postbus 40 6930 AA Westervoort
Uw kenmerk
: F20231208
Ons kenmerk
: 20240119.07
Contactpersoon
: F. Mossink
Telefoonnummer : 0650194015
Onderwerp :
Reactie ODRA op uw brief “Aanloop begroting 2025 gemeenten regio Arnhem”
Geachte heer Pennekamp, In uw brief d.d. 8 december jongstleden heeft u, mede namens alle wethouders financiën van de gemeenten in de regio Arnhem, uw zorgen uitgesproken over het financieel perspectief van de gemeenten. Wij herkennen en erkennen dat de financiële situatie van gemeenten de komende jaren met onzekerheden gepaard gaat en dat budgetten onder druk komen te staan door onder meer de herschikking van het gemeentefonds in 2026, de (niet altijd ten volle gecompenseerde) CAOloonontwikkelingen en de inflatie van afgelopen ja(a)r(en). Wij voelen ons mede verantwoordelijk, als verlengd lokaal bestuur, om na te denken over mogelijke scenario’s die een positief effect zouden kunnen hebben in de begrotingen van de individuele gemeenten. In het financiële beleid van de afgelopen jaren is dit zichtbaar geworden door al te besparen op huisvesting en ict, en door efficiency op de processen, waardoor onze tarieven minder zijn gestegen dan de toen geldende CBS-indexaties. Kostenbesparing Op 15 oktober 2020 heeft ODRA de gemeenteraden, via een besparingsbrief, meer in detail inzicht gegeven in de kostenbesparingen die ODRA voornemens was. In de jaarrekening 2022 is aangegeven dat deze besparingen ook feitelijk zijn gerealiseerd. De grootste besparing zit in de overheadkosten, grotendeels gerealiseerd door onze verhuizing naar de Airborne Tower.
Deze waren in 2020 nog 28% van de omzet. In het meerjarig kader voor 2024 - 2027 hanteren wij nu een percentage van 25%, conform ons eerder gestelde lange termijn doel. Voor verdere besparingen op huisvesting, ict en andere (vaste) overheadkosten ziet ODRA in de huidige structuur en omvang vrijwel geen mogelijkheden, hoewel ODRA permanent blijft zoeken naar mogelijkheden voor een efficiëntere bedrijfsvoering en besparingen op de overhead. In de (primaire) processen is afgelopen jaar eveneens geïnvesteerd door deze efficiënter te laten verlopen. Dit komt tot uitdrukking in een hogere productiviteit per fte. Deze besparingen hebben ertoe geleid dat wij o.a. ons uurtarief in 2021 en 2022 gelijk hebben kunnen houden. In 2023 is weliswaar een tariefsverhoging doorgevoerd (van 3,3%), echter is dit enkele procenten lager dan de CBS-index voor dat jaar. Eusebiusbuitensingel 75 • Postbus 3066 • 6802 DB Arnhem Telefoon 026 - 3771600 • postbus@odra.nl
Benchmark ODRA heeft in haar financieel beleid het uitgangspunt om ons te spiegelen aan de benchmark ‘overheidstarieven’. Hieruit blijkt dat we voor 2024 een tarief hebben (€ 99,- per uur) gelijk aan die benchmark. Uit andere benchmarks waarbij OD’s met elkaar worden vergeleken, blijkt dat ODRA al ruim drie jaar één van de goedkoopste omgevingsdiensten van Nederland is qua integraal tarief. ODRA heeft een omzet (2024) van 24 miljoen euro. 70% bestaat uit loon- en personeelskosten die gerelateerd zijn aan de CAO. Hierop kan ODRA geen invloed uitoefenen om kosten te beheersen. De overige 30% bestaat voor de helft uit inhuur, de andere helft uit vaste kosten voor huisvesting, ict en apparatuur/onderzoeken t.b.v. de uitvoering. De vrije ruimte in de begroting van ODRA is vrij gering. Keuzes in de dienstverlening ODRA In uw brief vraagt u ODRA welke inhoudelijke keuzes te maken zijn in onze dienstverlening. Daartoe kunnen wij u de volgende voorstellen voorleggen: 1.a. Schaalvergroting Door het ministerie I&W is het IBP (interbestuurlijk programma) opgezet. Het doel van het programma is om te komen tot robuuste omgevingsdiensten. De ODRA is op dit moment ‘nagenoeg’ robuust. Voor 1 april dient ODRA een plan van aanpak in om de laatste stappen richting robuustheid te maken.
In het plan van aanpak zullen kwaliteit verhogende voorstellen worden opgenomen, die de begroting van ODRA eerder verhogen, dan verlagen. Vanuit het IBP wordt nadrukkelijk gekeken of schaalvergroting van OD’s kan helpen in de doelstelling. In dat kader is afgelopen jaar al een verkennend onderzoek uitgevoerd voor intensieve(re) samenwerking met de ODRN. Andere opties voor samenwerking met OD’s zijn nog in mindere mate onderzocht. Door te fuseren met een andere omgevingsdienst of door andere “gemeenten” toe te voegen aan de gemeenschappelijke regeling, zijn er efficiencyvoordelen te behalen in de bedrijfsvoering. ODRA heeft een overhead van ruim € 5 miljoen (25% van de totale omzet). Een vergelijkbare organisatie als de ODRN heeft een vergelijkbare, iets hogere overhead. Een fusie (of herschikking van gemeentes in de regio) zal altijd gepaard gaan met éénmalige (frictie) kosten, die de begroting in het jaar van een fusie zullen verhogen. Hoewel vanuit het IBP er geen besparingen worden beoogd (het is een kwaliteitsverbetering), zullen er wel structurele besparing kunnen optreden in begrotingsjaren na de fusie. Het duurt enkele jaren voordat de eenmalige kosten zijn terugverdiend. Het is uiteindelijk een bestuurlijke keuze of ODRA deze optie kan invullen. 1.b.
Acquireren nieuw taken Een andere mogelijkheid is het acquireren van nieuwe taken bij andere klanten dan de partners, en/of de huidige stelseltaken reorganiseren. Dit kan leiden tot een hogere dekkingsgraad van de overheadkosten. Ter indicatie: elke € miljoen meer omzet, leidt tot € 0,50 tariefreductie.
2
2. Meerjarig programmeren (als voorwaarde om externe inhuur te reduceren) ODRA heeft in de begroting 2024 een inhuurpercentage van 18% opgenomen. De gemiddelde salariskosten van externe inhuur liggen circa € 35.000,- per jaar hoger dan van interne medewerkers met een regulier arbeidscontract. Voor een deel van de externe inhuur geldt dat onze kostprijs zelfs hoger ligt dan onze verkoopprijs, veelal onvermijdelijk gezien de gespannen arbeidsmarkt. Terugdringen van het aandeel externen is alleen mogelijk indien we meerjarig zicht hebben op de omvang van het werkpakket en de aanvullende opdrachten/projecten. ODRA kan dan met minder risico van ‘leegloop’ interne medewerkers aannemen. Indien de meerjarige werkprogramma’s er zijn, kan geleidelijk het percentage externe inhuur (nu 18%) worden verlaagd. Ter indicatie; terug naar 15% inhuur zouden 7 fte zijn en geeft circa 1 euro tariefverlaging. 3.Tariefdifferentiatie In aanvulling op bovenstaande: het relatief hoge aandeel externen wordt mede veroorzaakt door de verstrekte aanvullende opdrachten van de gemeenten. ODRA heeft ruim 150 aanvullende opdrachten (van € 1.000 tot € 0,5 miljoen) in 2023(!). Aanvullende opdrachten geven twee problemen: het is lastig om tijdig de capaciteit te hebben, waardoor realisaties achterblijven op de planning. En de inhuur is veelal duurder.
Terugdringen van aanvullende opdrachten (door ze vroegtijdig onder te brengen in de werkpakketten) is een win-win situatie voor de gemeenten en ODRA. De begrotingen/afrekeningen worden voorspelbaarder, zijn per saldo lager en het geeft administratief voordeel bij ODRA. Als ‘prikkel’ kunnen we overgaan tot tariefdifferentiatie. Het uurtarief voor aanvullend werk wordt dan gebaseerd op de werkelijke kostprijs (van de veelal duurdere inhuur). In dat geval gaan de tarieven voor aanvullende opdrachten omhoog naar circa € 120,-. Voor gemeenten / provincie die veel aanvullende opdrachten bij ODRA blijven neerleggen zullen per saldo niet goedkoper uit zijn. 4. Volume aanpassingen De begroting van ODRA is gebaseerd op de werkpakketten van de partners. Veruit het grootste deel in het werkpakket bestaat uit wettelijke basistaken en plustaken op gebied van bouw. Er is een klein deel van de diensten in de werkpakketten, die samenhangen met beleidskeuzes van partners. Veelal zijn die in de aanvullende opdrachten (zie optie 3) dan wel gezamenlijke diensten vormgegeven. Hierin kunnen gemeenten keuzes maken. Dit heeft geen invloed op het tarief, echter wel op de bijdrage die ODRA aan de partners vraagt.
3
Indexatie 2025 ODRA In uw brief vraagt u eveneens wat de drie verschillende indexaties betekenen voor de uitvoering van de werkzaamheden voor ODRA: a: aansluiten bij de MEV-indexatie ad 4,18%. Dit zou leiden tot een tarief van € 103,b; aansluiten bij CPI-index ad 2,5%. Dit zou leiden tot een tarief van € 101,50 c; geen indexatie. Tarief voor 2025 is dan € 99,Scenario 1: indexatie van 4,18% Met dit scenario voor de begrotingen vanaf 2025, zal er een besparing van circa € 250.000 gevonden moeten worden. De enige optie om hierbij in de buurt te komen is door voorstel 2 uit te werken. Door vroegtijdig de werving van capaciteit op te starten, o.b.v. meerjarig inzicht in de werkprogramma’s, is een aantal externen mogelijk te verminderen. Voorstel 4 is ook een mogelijkheid voor de korte termijn (begroting 2025). Dit houdt in dat er door het bestuur een beleidskeuze moet worden gemaakt in de gezamenlijke diensten die ODRA aanbiedt. Scenario 2: indexatie van 2,5% Indien ODRA deze indexatie zou toepassen voor de begroting 2025, zou dit betekenen dat ODRA een overbrugging/bezuiniging in haar begroting moet vinden van afgerond € 630.000,--. Dit is niet volledig te bereiken met voorstel 2 en 3. Omzetvergroting, dan wel zeer intensieve samenwerking kan over enkele jaren dit scenario dichterbij brengen. Maar dit leidt waarschijnlijk tot verhoging van de begroting in 2025/2026.
Pas in de jaren daarna zijn de structurele baten te zien. Scenario 3: niet indexeren Indien ODRA geen indexatie zou toepassen voor de begroting 2025, blijft het uurtarief van € 99,gehandhaafd. Dit zou betekenen dat ODRA een overbrugging/bezuiniging in haar begroting moet vinden van € 1.250.000,--. Dit bedrag is onrealistisch om op korte- en middellange termijn te bereiken. Samenvattend en proces Bij elk van de geschetste scenario’s vraagt u ODRA te bezuinigen. De vraag heeft ODRA in december 2023 bereikt. Op dat moment was de begroting voor 2024 al vastgesteld, evenals de kaderstelling voor 2025 (in AB van 14 dec. ’23). Het bestuur van ODRA had ten behoeve van die kadernota geen opdracht meegegeven om al besparingen in de kaders op te nemen. De kadernota 2025 is door het bestuur van ODRA in december 2023 vastgesteld, met als belangrijkste uitgangspunten een extrapolatie van het werkpakket 2024 en een tarief van € 104,- per uur. Op 17 april 2024 wordt, cf de afspraken in de Gemeenschappelijke regeling, de begroting 2025 voorgelegd aan het Algemeen Bestuur van ODRA, waarna deze voor zienswijzen aan de raden en Staten wordt aangeboden. De begroting is de vertaling van het meerjarenplan dat ODRA gelijktijdig ontwikkelt. In de komende maanden wordt de inhoud van het meerjarenplan afgestemd met de partners, en vertaald in de definitieve begroting 2025.
De keuzes die al gemaakt kunnen worden, op basis van deze voorstellen, zullen worden meegenomen in het meerjarenplan en begroting vanaf 2025. De begroting 2024 blijft ongewijzigd met betrekking tot deze vraagstelling.
4
Samenvattend geldt: - Voorstel 2 en 3 (minder externe inhuur en tariefdifferentiatie) van ODRA geeft op korte termijn al enige besparing, mits dit kwalitatief verantwoord is. Of daarmee het genoemde index % van 4,18 kan worden gehaald in 2025, moet nog worden ‘doorgerekend’. - Voorstel 1; (schaalvergroting) leidt niet tot verlaging van het tarief in 2025 (eerder een verhoging door éénmalige kosten), maar pas op langere termijn. Op die langere termijn kan met dit voorstel voor een deel invulling worden gegeven aan de max. indexering van 2,5%. Het niet indexeren van de tarieven acht ODRA niet haalbaar op korte termijn in de huidige structuur met het huidige werkgebied en de huidige opgaven (o.a. IBP-VTH robuustheidscriteria). ODRA is altijd bereid om dit voorstel te bespreken met haar bestuur in februari/maart 2024. Vertrouwende dat u hiermee voldoende bent geïnformeerd, Met vriendelijke groet,
De heer J. Maouche Voorzitter bestuur ODRA
Drs. R.M. Vlaander Directeur ODRA
5