A14-20240422-14-vka-coll-kennisgeving-tariefonderzoek-ambulant-bijlage-3-rapportage-reele-tarieven
Tekst van het document
Rapportage Tarievenonderzoek Wmo en Jeugd Ambulant – Advies reële tarieven 2024 TransitiePartners Centraal Gelderland
9 februari 2024
1
Inhoud Voorwoord ........................................................................................................................................................................... 3 Inleiding ............................................................................................................................................................................... 4 Visie van TransitiePartners ................................................................................................................................................. 4 Wat zijn reële tarieven? ....................................................................................................................................................... 5 Proces ................................................................................................................................................................................ 5 Tariefmodel ......................................................................................................................................................................... 6 Toelichting tariefberekening ................................................................................................................................................
8 Onafhankelijke adviestarieven 2024 TransitiePartners ..................................................................................................... 18
2
Voorwoord Huidige situatie Centraal Gelderland De regio Centraal Gelderland heeft TransitiePartners verzocht om een tariefonderzoek uit te voeren voor de zorgvormen Huishoudelijke ondersteuning, Begeleiding, Behandeling en Groepsbegeleiding. De huidige contractering van deze zorgvormen met aanbieders van WMO- en Jeugdzorgvoorzieningen loopt van 1 juli 2020 tot 1 juli 2024. De vaststelling van de tarieven dateert van oktober 2019 en is sindsdien jaarlijks geïndexeerd. Het afgelopen jaar zijn er in toenemende mate signalen en vragen bij de regio binnen gekomen van zorgaanbieders die aangeven dat ze niet uit kunnen met de huidige tarieven van de regio. Aanbieders geven aan dat er niet of te weinig is geanticipeerd op de ontwikkelingen en veranderingen in de wet- en regelgeving en de toepasselijke Cao’s. Dit is op zichzelf staand geen juridische noodzakelijke grondslag om een tariefonderzoek te laten uitvoeren. In het algemeen constateert de regio een verslechterde financiële positie bij zorgaanbieders, met name bij de grotere instellingen. Daarnaast zijn er de afgelopen jaren ontwikkelingen geweest met invloed op de economie o.a. de coronapandemie, de energiecrisis en de hoge inflatie.
Naast de binnengekomen signalen, zijn deze landelijke en regionale ontwikkelingen een reden voor de regio om een tariefonderzoek te laten uitvoeren waarin de regio de verantwoordelijkheid wenst te nemen om reële tarieven te vergoeden. Onafhankelijk tariefonderzoek naar reële tarieven De gemeenten/regio’s zijn bij het inkopen van maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gehouden aan het betalen van een reële prijs. In het kader van de Wmo 2015 is deze verplichting reeds vastgelegd in de AMvB Reële Prijs. Voor Jeugdhulp volgt deze verplichting nu nog uit jurisprudentie, maar zit de AMvB Reële Prijs er ook aan te komen (verwachting 2024). Dit betekent dat gemeenten/regio’s moeten kunnen onderbouwen en uitleggen hoe tarieven zijn opgebouwd, hoe deze tarieven kostendekkend worden geacht te zijn voor de gemiddelde aanbieder in de specifieke regio en hoe meermaals afstemming met de markt heeft plaatsgevonden. Dit betekent dat bij het opstellen van reële tarieven enerzijds steeds gekeken wordt naar het gevraagde kwaliteitsniveau in de productbeschrijvingen en aanvullende eisen uit de inkoopdocumenten en anderzijds naar de gangbare en in de regionale sector gebruikelijke kosten die aanbieders maken om het gevraagde kwaliteitsniveau te kunnen leveren.
Dit betekent niet dat een tarief voor alle aanbieders kostendekkend moet zijn, maar wel voor een gemiddeld efficiënt opererende aanbieder. In deze verschillende wettelijke kaders zijn kostprijselementen opgenomen op basis waarvan gemeenten/regio’s de tarieven dienen vast te stellen. Transparantie, zorgvuldigheid, herkenbaarheid voor aanbieders en uitlegbaarheid zijn hierbinnen de kernbegrippen. Uitvoering van het tariefonderzoek TransitiePartners kiest er bewust voor om geen uitvraag te doen naar de parameterwaarden bij de lokale (gecontracteerde) aanbieders. Vanuit de ervaringen van TransitiePartners, eigen onderzoeken van de afgelopen jaren en tariefonderzoeken elders in het land, blijkt dat aanbieders voor de parameters uiteenlopende waarden hanteren. De spreiding van deze waarden is bekend en daarnaast worden voor verschillende parameters landelijk jaarlijks benchmarks opgesteld. Dit is de reden dat TransitiePartners kiest om vooraf reële parameterwaarden op te stellen, passend bij de productbeschrijvingen en inkoopdocumenten van de regio, maar ook de regionale kenmerken. Gedurende het tariefonderzoek consulteert TransitiePartners de aanbieders meermaals om deze parameterwaarden te toetsen. Hierbij worden de aanbieders ook gemotiveerd om input en informatie aan te leveren over de parameterwaarden indien deze volgens hen aanpassing behoeven (zowel omhoog als omlaag).
Omdat bij de marktconsultaties gefocust wordt op de inhoud, opbouw van de tarieven en uitgangspunten van de producten, motiveert dit aanbieders ook om input en informatie aan te leveren indien een parameterwaarde lager vastgesteld zou moeten worden. Dit zorgt enerzijds voor transparantie en zorgvuldigheid, maar ook voor afstemming met de markt waardoor de parameterwaarden nog reëler worden vastgesteld. Doordat er reële waarden vastgesteld worden die verbonden zijn aan de AMvB reële prijs die stelt dat je een reëel tarief dient te hebben, met dus reële waarden, voor een gemiddeld efficiënt opererende aanbieder en deze reële waarden ook geconsulteerd worden, komen de waarden niet hoger uit dan een gemiddelde van alle aanbieders.
3
Inleiding In september tot november 2023 hebben wij voor de regio Centraal Gelderland een tarievenonderzoek voor de inkoop Wmo en Jeugd Ambulant uitgevoerd. Het belangrijkste resultaat hiervan diende te zijn: Een onafhankelijke tariefberekening Wmo en Jeugd met als belangrijkste eindresultaat per product een advies voor een reëel tarief inclusief een onderbouwing van de totstandkoming van dit tarief. Dit resultaat wordt aangevuld met een analyse van de tariefopbouw ten opzichte van de huidige product- en tariefstructuur, een advies over de wijze van indexeren om de berekende reële tarieven toekomstbestendig actueel te houden en een advies over eventuele tariefdifferentiatie. In dit rapport zullen wij een schriftelijke onderbouwing en toelichting geven op al deze punten.
Visie van TransitiePartners In onze visie dienen tarieven recht te doen aan enerzijds de noodzakelijke kwaliteit van de zorg en anderzijds de behoefte van gemeenten om de uitgaven te beheersen. TransitiePartners heeft ruime ervaring met tariefberekeningen. Voor de tariefberekeningen werken we met ons eigen model, waar de actuele Cao’s en wet- en regelgeving in zijn verwerkt. Ons tariefmodel is geaudit en goedgekeurd door KPMG. Bij de toepassing gebruiken wij de jarenlange praktijkervaring van onze adviseurs en de gemeentelijke productomschrijvingen, openbare rapporten en tariefonderzoeken. Reële tarieven ontstaan op basis van geldende wet- en regelgeving, Cao's en actuele ontwikkelingen. Transparantie is voor ons een belangrijk principe en vanzelfsprekend zorgen wij ervoor dat de onderbouwing van de tarieven beschikbaar is. Wij vinden dat het van belang is om zowel gemeenten als zorgaanbieders te betrekken. De juistheid en de acceptatie van de tarieven wordt hierdoor bevorderd. Een voorwaarde voor een goede tariefberekening is dat er exacte en volledige productomschrijvingen en inkoopdocumenten zijn die vanuit de gemeente worden geleverd. Deze productomschrijvingen dienen voor alle producten als leidraad bij de tariefberekeningen.
Onafhankelijk advies TransitiePartners Gedurende het tariefonderzoek is erdoor ook een ambtelijke vertegenwoordiging van de gemeenten (de werkgroep) betrokken bij het tariefonderzoek. Deze werkgroep bestaat uit verschillende disciplines vanuit de regio, zoals financiële medewerkers van verschillende gemeenten, beleidsmedewerkers van verschillende gemeenten en gemeentelijk en regionale contractmanagers. Met deze werkgroep zijn alle landelijke en regionale ontwikkelingen, vragen en input vanuit zorgaanbieders en adviezen vanuit TransitiePartners besproken. Vanuit de 2de marktconsultatie, de ingekomen vragen en input vanuit zorgaanbieders en daarnaast onderzoek naar landelijke en regionale ontwikkelingen hieromtrent heeft de werkgroep voor bepaalde parameters een inhoudelijk afwijkende keuze gemaakt ten opzichte van de adviezen van TransitiePartners. Zolang de werkgroep dit vanuit de regio Centraal Gelderland kan onderbouwen en TransitiePartners deze onderbouwing kan begrijpen en onafhankelijk kan steunen, zullen deze keuzes meegenomen worden in de rapportage en opgenomen worden als adviestarieven.
Echter, aangezien TransitiePartners dit tariefonderzoek als onafhankelijk onderzoeksbureau uitvoert, zal in het hoofdstuk Tariefmodel ook nog een volledig onafhankelijk advies vanuit TransitiePartners worden gegeven over reële tarieven, met daarbij een inhoudelijke onderbouwing van de verschillen qua parameters tussen de beide adviestarieven.
4
Wat zijn reële tarieven? Sinds 2017 zijn gemeenten verplicht De Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) uit 2017 1 te gebruiken om tarieven in het Sociaal Domein vast te stellen. De AMvB geeft de kaders en minimale eisen waar gemeenten rekening mee dienen te houden. Het doel is dat daarmee de prijs die de regio voor een product vaststelt een goede weerspiegeling is van de eisen die worden gesteld aan de kwaliteit van een product. De AMvB beschrijft niet wat een reëel tarief is, maar wel dat een transparant proces wordt gevolgd hoe een tarief tot stand komt. Een uitgebreide marktconsultatie en dialoog met aanbieders maakt onderdeel uit van dit proces. Aanbieders krijgen daarmee de mogelijkheid te reflecteren op de uitgangspunten en parameters die de regio kiest. De regio weegt deze reacties en bepaalt daarbij of deze aanleiding geeft tot aanpassing. Daarnaast kan met deze input van aanbieders ook rekening worden gehouden met de regionale kenmerken. De basis voor de tariefberekening ligt altijd in de productbeschrijving die de regio hanteert voor de in te kopen diensten.
Proces In het proces tot het advies over de vast te stellen tarieven zijn de volgende stappen doorlopen: 1. Het algemeen tariefmodel dat TransitiePartners hanteert is ingevuld aan de hand van de productbeschrijvingen en overleggen met de werkgroep van de regio. Deze werkgroep bestond uit verschillende disciplines vanuit de regio, zoals financiële medewerkers van verschillende gemeenten, beleidsmedewerkers van verschillende gemeenten en gemeentelijke en regionale contractmanagers. Daarbij zijn per product de productspecifieke parameterwaarden bepaald. Daar waar voor TransitiePartners nog onduidelijkheden waren binnen de productbeschrijvingen en bijbehorende eisen zijn deze besproken met de werkgroep. Hierop heeft TransitiePartners ook voorzien van advies waar de werkgroep hierom vroeg. 2. Het tariefmodel is besproken met een ambtelijke vertegenwoordiging van de gemeenten (de werkgroep). Op basis van de mogelijke opties/keuzes zijn enkele aanpassingen gedaan vanuit een zorginhoudelijk oogpunt en passend bij de visie van de regio over de producten. 3. Het tariefmodel en daarin gehanteerde parameters, uitgangspunten en kostprijselementen zijn tijdens een digitale marktconsultatie op 26-9-2023 toegelicht aan de aanbieders. Aanbieders hebben de gelegenheid gekregen vragen te stellen en deze zijn tijdens de sessie beantwoord.
De op dat moment niet inhoudelijk te beantwoorden vragen zijn in de Nota van Antwoorden meegenomen. De presentatie en de opname van de sessie is aan aanbieders ter beschikking gesteld op 26-9-2023 en 3-10-2023. 4. Na de marktconsultatie hebben de aanbieders 14 dagen tijd gekregen om schriftelijk vragen te stellen en/of te reageren op de presentatie. De vragen zijn door TransitiePartners en de regio beoordeeld en beantwoord in de Nota van Antwoorden. 5. Op basis van de reacties van aanbieders zijn enkele parameterwaarden aangepast. Vanuit de eerder gepresenteerde en aangepaste parameters, kostprijselementen en uitgangspunten zijn tarieven berekend. Daarnaast zijn de Nota van Antwoorden aan aanbieders toegestuurd op 19-10-2023. 6. Hieropvolgend heeft nog een tweede ‘digitale marktconsultatie bijeenkomst’ plaatsgevonden op 24-10-2023. Aanbieders hebben nogmaals de mogelijkheid gekregen hierop te reageren binnen een termijn van 7 dagen. 7. Opnieuw zijn alle reacties verzameld, beoordeeld en beantwoord. Deze reacties zijn besproken met de ambtelijke vertegenwoordiging van de gemeenten. Waar nodig zijn enkele parameterwaarden aangepast. De antwoorden zijn wederom gepubliceerd in een tweede Nota van Antwoorden op 9-11-2023. 8.
Op basis van een laatste bespreking is een definitieve versie van de definitieve adviestarieven opgesteld, die als eindrapportage aan de regio wordt aangeboden. De gemeenten nemen uiteindelijk een besluit over de tarieven die vervolgens in de gepubliceerde documenten worden opgenomen. 1
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2017-55.html
5
Tariefmodel Als basis voor het tarief zijn diverse parameters gebruikt. De parameters hebben hun oorsprong in de Cao’s, wet- en regelgeving en landelijke benchmarks en onderzoeken. Meerdere parameters verschillen per product, zodat aangesloten wordt op de eisen uit de productbeschrijvingen. Volgens de AMvB dienen de volgende elementen te worden meegenomen bij het bepalen van een reëel tarief, uitgaande van een gemiddeld efficiënte zorgaanbieder: • Kosten van de beroepskracht • Overheadkosten • Kosten voor niet productieve uren van de beroepskrachten als gevolg van verlof, ziekte, scholing, werkoverleg • Reis en opleidingskosten • Indexatie van de reële prijs • Overige kosten als gevolg van door de regio gestelde verplichtingen voor aanbieders waaronder rapportageverplichtingen en administratieve verplichtingen Hieronder staat het tariefmodel met alle kostprijselementen/parameters en de definities. Daaronder vindt u een toelichting van de gehanteerde parameters en uitgangspunten van deze kostprijselementen. Tariefopbouw
Onderbouwing
Loonkosten per jaar
Deze berekenen wij aan de hand van de functiemix en kwaliteitseisen in de productomschrijvingen. Hierbij maken wij ook gebruik van onze eigen onderzoeken, landelijke richtlijnen en informatie uit openbare tarievenonderzoeken. In de berekening kunnen wij een combinatie maken van verschillende Cao’s, verschillende FWG’s/ schalen en dus verschillende functieniveaus om zo optimaal aan te sluiten op de productomschrijving. Verder houden wij hierbij rekening met eventuele personele schaarste voor bepaalde functies.
Onregelmatigheidstoeslag (ORT)
Uit de productomschrijvingen en landelijke richtlijnen moet blijken of ORT als reguliere opslag dient te worden toegevoegd. Als dit het geval is, is het percentage afhankelijk van de gehanteerde Cao.
Vakantiegeld
Opslag op salaris voor iedere functie. Percentages op basis van de huidig geldende Cao.
Eindejaarsuitkering
Opslag op salaris voor iedere functie. Percentages op basis van de huidig geldende Cao.
Werkgeverslasten
Kosten die boven op het brutoloon betaald moeten worden. Hieronder vallen de pensioenbijdrage, premies voor de verzekeringen, bijdrage voor zorgverzekeringswet, etc. Deze zijn deels in de wet vastgelegd en zijn deels afhankelijk van de Cao en het functieniveau (dit geldt voor de pensioenbijdrage).
Overhead
Kosten voor de personele overhead als opslag. Hieronder valt het geheel van functies dat sturend en ondersteunend is aan het primaire proces en de kosten die aanvullend gemaakt worden door het personeel (bijv. reiskosten). Dit zijn bijvoorbeeld management, administratie en receptie. Percentages bepalen wij op basis van landelijke openbare rapporten (Berenschot)
Materiële kosten en kapitaallasten
Opslag voor de materiële kosten, zoals energie, onderhoud, apparaatskosten etc. Daarnaast ook de kapitaallasten zoals rentekosten, afschrijvingskosten etc.
6
Productiviteit
Hierbij kijken wij hoeveel uren een medewerker op jaarbasis daadwerkelijk aan de levering van zorg besteedt voor een bepaald product. Hierbij houden wij onder andere rekening met vrije dagen (volgens Cao), feestdagen, vakantieuren, ziekteverzuim, werkoverleg, etc. Het meenemen van enkel direct of ook indirecte uren heeft ook invloed op de productiviteit. Verder is er vaak nog verschil per functieniveau.
Opleiding en certificaten voor materieel en kapitaal
Opslag voor enerzijds extra opleidingskosten. Hieronder vallen bijvoorbeeld de kosten voor de extra eisen van een opleiding (bijv. SKJ). Daarnaast ook kosten voor het (verplicht) behalen van bepaalde voorgeschreven certificaten (bijv. HKZ en ISO).
Marge
Opslag voor risico-opslag met het oog op de continuïteit van de organisatie. Hiermee zouden aanbieders een weerstandvermogen kunnen creëren.
Indexatiepercentage personeel
Als bijvoorbeeld de Cao's nog niet bekend zijn of er een verwachte stijging zal plaatsvinden in de Cao's, kan er een indexatie meegenomen worden voor de personeelskosten en overhead. Dit geldt specifiek voor de Jeugdzorg Cao die voor 2024 nog niet bekend is.
Indexatiepercentage materieel
Indien nodig kan er een indexatie meegenomen worden voor de materiële kosten en kapitaallasten. Dit geldt specifiek voor de Jeugdzorg Cao die voor 2024 nog niet bekend is.
Aanvullende kosten
Sommige producten kennen specifieke, aanvullende kosten. Dit kan bijvoorbeeld voorkomen bij intramurale zorg of dagbesteding. Hierbij kan sprake zijn voor kosten voor huisvesting, hotelmatige kosten, voedingskosten, groepsgrootte, medewerkers per groep, bereikbaarheid/beschikbaarheid en beveiliging. Dit volgt uit de productomschrijvingen en landelijke richtlijnen/ openbare rapporten. Tevens gebruiken wij hiervoor onze eigen onderzoeken. De aanvullende kosten nemen wij als afzonderlijke elementen op in de tariefopbouw.
7
Toelichting tariefberekening In deze rapportage geven wij een schriftelijke toelichting op de tariefberekeningen. Waar mogelijk wordt direct naar de bronnen verwezen die worden aangehaald. In deze rapportage zijn afgeronde getallen, bedragen en percentages genoemd. Hierbij wensen wij dan ook kenbaar te maken dat in de tariefberekeningen niet is gerekend met afgeronde getallen, bedragen en percentages. Cao-waarden De Cao is een belangrijke bouwsteen in het tariefmodel. Er wordt met de Cao’s GGZ2, GHZ3, VVT4, Jeugdzorg5 en Sociaal Werk6 gerekend. Binnen de loonschalen wordt -met uitzondering van uiterst schaarse beroepen, bijvoorbeeld psychiaters en gedragswetenschappers- uitgegaan van een gewogen gemiddelde. Hiermee volgen we het landelijke gemiddelde, waarbij 50% van de medewerkers binnen een organisatie in de maximale periodiek zit en 50% van de medewerkers verspreid zit over alle treden binnen een schaal. Dit brengt de trede benutting tussen de 91% en 95%. Voor de schaarse beroepen, vanwege arbeidsmarktkrapte van personeel, gaan wij uit van een gemiddelde waarbij 50% van de medewerkers binnen een organisatie in de maximale periodiek zit en 50% van de medewerkers verspreid zit over de bovenste helft van de schaal. Dit geldt voor alle medewerkers in schaal 11 en hoger of FWG 60 en hoger, afhankelijk van de gehanteerde Cao. Dit brengt de trede benutting tussen de 95% en 98%.
Daarnaast wordt voor de GGZ FWG MSP standaard de maximale periodiek gehanteerd. Dit komt ook mede voort vanuit het feit dat aanbieders vast personeel langer aan zich proberen te verbinden en daardoor ook vaker genoodzaakt zijn een hoger salaris te bieden. Deze berekening van de tredebenutting komt voort uit eigen ervaringen en eigen onderzoeken van TransitiePartners, gesprekken die TransitiePartners landelijk voert met zorgaanbieders, maar ook vanuit benchmarks/vergelijkingen met verschillende andere regio’s en hetgeen wat landelijk geadviseerd wordt zoals landelijke richtlijnen van o.a. NJI. Op basis van de eerdergenoemde Cao’s worden de loonkosten berekend. De gekozen Cao’s bepalen ook de percentages voor het vakantiegeld en de eindejaarsuitkering: Sociaal Werk GGZ GHZ Jeugdzorg VVT Vakantiegeld
8,00%
8,00%
8,00%
8,00%
8,00%
Eindejaarsuitkering
8,33%
8,33%
8,30%
8,33%
8,30%
Alle Cao’s, dat wil zeggen GGZ, GHZ, VVT, Jeugdzorg en Sociaal Werk voor 2024 zijn bekend. Bij de afronding van het tariefonderzoek is er een akkoord bereikt voor de nieuwe Cao Jeugdzorg. TransitiePartners kan om deze reden deze Cao en alsnog verdisconteren in de tariefopbouw en de adviestarieven. Dit is echter niet meegenomen in de marktconsultaties, omdat er toen nog geen akkoord was. Echter is wel benoemd in de marktconsultaties indien de nieuwe Cao bekend werd voor afronding van het onderzoek de Cao Jeugdzorg 2024 nog meegenomen zou worden. Dit is op deze wijze ook gecommuniceerd aan de werkgroep van de regio. Cao-verhogingen gedurende 2024 Gedurende 2024 zullen er salarisverhogingen plaats vinden binnen de Cao’s VVT, Jeugdzorg, GHZ, GGZ en Sociaal Werk. Deze verhogingen zijn reeds al bekend. Vanuit de AMvB reële prijs en verschillende jurisprudentie dienen bekende caoverhogingen meegenomen te worden in de tariefopbouw voor de totstandkoming van reële tarieven. Om deze reden zijn de al bekende cao-verhogingen voor 2024 verhoudingsgewijs meegenomen in de tariefopbouw. Dit wil zeggen dat indien er een verhoging plaatsvindt op 1-7-2024 deze ook maar voor 50% is meegerekend in de salariskosten. De overige 50% bestaat dan uit de salariskosten uit de Cao die geldend is vanaf 1-1-2024.
ORT De ORT (Onregelmatigheidstoeslag) is standaard 0,75% in verband met ambulante zorg die heel incidenteel buiten kantooruren kan plaatsvinden. Indien expliciet inzet wordt gevraagd buiten kantoortijden, zoals ook omschreven in de segmentomschrijving, is er een ander ORT-percentage gehanteerd. Dit geldt voor het product Begeleide omgang binnen de zorgvorm Begeleiding Jeugd. Hier is een ORT-percentage van 2,68% vanuit het uitgangspunt dat 1x in de 4 weken er ook zorg in het weekend wordt geboden. Daarnaast is de ORT voor de producten Algemene voorziening huishoudelijke ondersteuning, Huishoudelijke ondersteuning, Maatwerkvoorziening Huishoudelijke ondersteuning - eigen regie Combiondersteuning thuis, Begeleiding Basis Wmo en Begeleiding Basis Jeugd 0% omdat het uitgangspunt van de regio is dat deze zorg enkel en alleen gedurende kantooruren plaatsvindt.
2
https://www.fnv.nl/cao-sector/zorg-welzijn/geestelijke-gezondheidszorg/cao-geestelijke-gezondheidszorg https://www.fnv.nl/cao-sector/zorg-welzijn/gehandicaptenzorg/cao-gehandicaptenzorg 4 https://www.fnv.nl/cao-sector/zorg-welzijn/verpleeg-verzorgingshuizen-thuiszorg/cao-verpleeg-verzorgingshuizen-thuiszorg 5 https://www.fnv.nl/cao-sector/zorg-welzijn/jeugdzorg/cao-jeugdzorg 6 https://www.fnv.nl/cao-sector/zorg-welzijn/welzijn-maatschappelijke-dienstverlening/cao-sociaal-werk 3
8
Gehanteerde functiemix In het tariefmodel wordt gerekend met een combinatie van verschillende Cao’s, FWG’s en schalen. Welke medewerkers in welke Cao en in welke schaal worden ingedeeld voor de tariefopbouw van een product volgt enerzijds hoofdzakelijk uit de productbeschrijvingen van de regio vanuit de doelgroepomschrijving en functie-specifieke eisen. Anderzijds is dit afhankelijk van welke aanbieders de verschillende producten leveren in de regio en welke Cao’s deze aanbieders hanteren. Hiervoor is ook gekeken naar de regionale productiegegevens van Centraal Gelderland. Tenslotte wordt ook nog geanalyseerd welke Cao’s landelijk worden ingezet, zoals blijkt uit landelijke onderzoeken, normen en benchmarks. Er kan namelijk een analyse plaatsvinden van welke aanbieders met welke Cao voornamelijk welke producten leveren. Daarbij maken we veel gebruik van functieboeken bij de Cao’s en actuele vacatures in de regio en landelijk. De productomschrijvingen beschrijven het functieprofiel, de functiemix, welke medewerker de directe zorg levert en welke medewerker eventueel consultatief en ondersteunend aanwezig is, de taken en activiteiten en de product specifieke eisen. Ten opzichte van de productomschrijvingen adviseert TransitiePartners wel een enkele aanpassingen.
TransitiePartners adviseert om voor het product Behandeling A1 alsnog een deel WO-personeel op te nemen in de functiemix. De inhoudelijke onderbouwing hiervoor is dat een behandeling altijd gebeurt conform een wetenschappelijk methodiek en dat hierbij dus altijd een WOopgeleide medewerker betrokken is. Bij de lichtere behandelproducten zal dit voornamelijk in de rol van supervisor en ter consultatie en advies zijn. De functiemix per product is als volgt vastgesteld: Wmo Product Begeleiding basis
Begeleiding specialistisch
Groepsbegeleiding ontwikkeling
Groepsbegeleiding stabiel
Algemene voorziening huishoudelijke ondersteuning
Combi-ondersteuning thuis
Loonschaal GHZ GHZ GGZ GGZ VVT VVT GHZ GHZ GGZ GGZ VVT VVT Sociaal Werk VVT GHZ Sociaal Werk VVT GHZ Sociaal Werk VVT GHZ Sociaal Werk VVT GHZ HBH (VVT) HBH (VVT) HBH (VVT) HBH (VVT) HBH (VVT) HBH (VVT) VVT
Aandeel FWG 35 FWG 40 FWG 35 FWG 40 FWG 35 FWG 40 FWG 45 FWG 50 FWG 45 FWG 50 FWG 45 FWG 50 Schaal 8 FWG 45 FWG 45 Schaal 7 FWG 40 FWG 40 Schaal 8 FWG 45 FWG 45 Schaal 7 FWG 40 FWG 40 Trede 0 Trede 1 Trede 2 Trede 3 Trede 4 Trede 5 FWG 25
20 % 20 % 10 % 10 % 20 % 20 % 15 % 5% 40 % 20 % 15 % 5% 20 % 20 % 20 % 13,33 % 13,33 % 13,33 % 6,67 % 6,67 % 6,67 % 26,67 % 26,67 % 26,67 % 16,52 % 13,60 % 10,15 % 9,57 % 6,90 % 43,26 % 100 %
9
Jeugd Product Begeleiding basis Jeugd Begeleide omgang Begeleiding specialistisch Jeugd Groepsbegeleiding Jeugd Behandeling A (A1)
Behandeling A (A2)
Behandeling A (Groep)
Behandeling B (J&O)
Behandeling B (j-GGZ)
Behandeling B (Groep)
Behandeling C (J&O)
Behandeling C (j-GGZ)
Behandeling D
Dyslexie gezamenlijk tarief
Consultatie A
Consultatie B
Consultatie C
Loonschaal GHZ GHZ Jeugdzorg Jeugdzorg Jeugdzorg Jeugdzorg Jeugdzorg Jeugdzorg GHZ GHZ Jeugdzorg Jeugdzorg GHZ GHZ GHZ Jeugdzorg Jeugdzorg Jeugdzorg Jeugdzorg Jeugdzorg Jeugdzorg GHZ GHZ GHZ GHZ GHZ Jeugdzorg Jeugdzorg GGZ GGZ GGZ Jeugdzorg Jeugdzorg GHZ GHZ GHZ GHZ Jeugdzorg Jeugdzorg GGZ GGZ GGZ GGZ GGZ GGZ GGZ GGZ GGZ GGZ GGZ Jeugdzorg GGZ GHZ Jeugdzorg GGZ GHZ Jeugdzorg
Aandeel FWG 35 FWG 40 Schaal 7 Schaal 9 Schaal 8 Schaal 9 Schaal 7 Schaal 8 FWG 50 FWG 55 Schaal 9 Schaal 10 FWG 50 FWG 55 FWG 65 Schaal 9 Schaal 10 Schaal 11 Schaal 7 Schaal 9 Schaal 11 FWG 40 FWG 50 FWG 65 FWG 60 FWG 65 Schaal 11 Schaal 12 FWG 50 FWG 60 FWG 65 Schaal 9 Schaal 11 FWG 50 FWG 60 FWG 65 FWG 75 Schaal 11 Schaal 13 FWG 55 FWG 65 FWG 75 FWG MSP FWG 55 FWG 65 FWG 75 FWG MSP FWG 50 FWG 60 FWG 65 Schaal 10 FWG 55 FWG 55 Schaal 11 FWG 60 FWG 60 Schaal 12
50 % 50 % 75 % 25 % 50 % 50 % 50 % 50 % 10 % 40 % 10 % 40 % 7,5 % 30 % 12,5 % 7,5 % 30 % 12,5 % 5% 30 % 15 % 5% 30 % 15% 25 % 25 % 25 % 25 % 20 % 40 % 40 % 30 % 20 % 30 % 20 % 37,5 % 12,5 % 37,5 % 12,5 % 40 % 40 % 15 % 5% 25 % 40 % 25 % 10 % 3% 86 % 11 % 33,33 % 33,33 % 33,33 % 33,33 % 33,33 % 33,33 % 33,33 %
10
Consultatie D BSO+ (gescheiden product)
BSO+ (totaal product)
Kindergeneeskunde licht Kindergeneeskunde midden
7 8
GGZ FWG 70 33,33 % GHZ FWG 70 33,33 % GGZ FWG 65 50 % GGZ FWG MSP 50 % Jeugdzorg Schaal 7 35 % Jeugdzorg Schaal 9 60 % Jeugdzorg Schaal 11 5% Jeugdzorg Schaal 7 35 % Jeugdzorg Schaal 9 60 % Jeugdzorg Schaal 11 5% Tarief conform richtlijn en vaststelling NZa7 Tarief conform richtlijn en vaststelling NZa8
https://zorgproducten.nza.nl/ZoekZorgproduct.aspx?psId=17&pId=47442 https://zorgproducten.nza.nl/ZoekZorgproduct.aspx?psId=17&pId=47346
11
Werkgeverslasten De werkgeverslasten worden elk jaar na Prinsjesdag in september vastgesteld. Hiervoor gebruiken we wettelijke bronnen conform landelijke wetgeving, zoals gegevens van het ministerie van sociale zaken, van het UWV en van het Pensioenfonds Zorg en Welzijn (PFZW). Deze zijn voor 2024 als volgt opgebouwd: Onderdeel Percentage Basispremie WAO/WIA
7,54%
Premie WW (vast) 80%
2,11%
Premie WW (flexibel) 20%
1,53%
Gedifferentieerde premie WGA
0,77%
Werkgeversbijdrage ZVW
6,57%
Kinderopvangtoeslag
0,50%
Werkhervattingskas
1,22%
Transitievergoeding
0,19%
Pensioenbijdrage werkgever
Variabel
De pensioenbijdrage van de werkgever is afhankelijk van een aantal factoren en verschilt daardoor per medewerker: • OP-premie: deze is 12,9% • AOW-franchise: deze is € 15.816 • AP-premie: deze is 0,5% • AP-franchise: deze is € 26.819 • Het bruto voltijd jaarsalaris van de medewerker. Dit verschilt per medewerker en functie. Overhead Onder overhead valt personeel dat niet direct bij de levering van zorg betrokken is en het betreft de functies gericht op de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Dit betreft bijvoorbeeld management, administratie en receptie. De percentages voor de personele overhead zijn gebaseerd op de benchmark care en Jeugdzorg van Berenschot9 10. Deze percentages zijn bij diverse grote en kleine aanbieders door het land getoetst en worden gebruikt als gemiddelde voor een bepaalde sector. Deze benchmarks worden als reële parameterwaarden gezien mede door de grote hoeveelheid en diversiteit aan zorgaanbieders die hieraan deelnemen. Er nemen meer dan 80 zorgaanbieders jaarlijks deel aan deze benchmarks. Dit betreffen verschillende grote, middelgrote en kleine zorgaanbieders. Hierbij wordt dan ook gekeken of de aanbieder enkel zorg biedt in de Wmo of Jeugdwet of bijvoorbeeld ook in de WLZ of ZVW. Daarnaast wordt er een onderscheid gemaakt naar enerzijds Cao / Sector waarbinnen verschillen gelden qua personele overhead.
Als voorbeeld voor de GGZ-aanbieders geldt dat zij vaker orthopedagogen en zelfs orthopedagoog-generalisten in dienst hebben die indirect betrokken zijn bij de zorgverlening. Deze zijn dan niet altijd rechtstreeks betrokken bij de zorgverleningen, maar nemen wel deel aan interne overleggen. De medewerkers vallen daarmee onder de overhead en betreffen zeer duur betaalde medewerkers. Door deze diversiteit aan aanbieders wordt er binnen de benchmarks ook gewerkt met referentiegroepen waarop uiteindelijk de percentages worden gebaseerd. De percentages per Cao zijn als volgt: Sociaal Werk GGZ GHZ Jeugdzorg VVT Overhead
21,20%
16,40%
17,80%
16,20%
17,80%
Op basis van benchmark care van Berenschot worden percentages vastgesteld voor materiële kosten en kapitaallasten. Deze komen ook voort uit de informatie die de zorgaanbieders aanleveren voor de benchmark. Vanuit dezelfde redenatie wordt deze benchmark voor onderstaande parameters als reëel gezien. Hier wordt onderscheid gemaakt tussen individuele dienstverlening en dienstverlening in groepsverband, in verband met benodigdheden voor de levering van die typen zorg. Verder kiest TransitiePartners er bewust voor om overhead en materiële kosten en kapitaallasten als twee aparte componenten op te nemen in de tariefopbouw. Enerzijds wordt hierbij aangesloten bij de benchmarks van Berenschot en anderzijds is de tariefopbouw transparanter en duidelijker en kan aan zowel gemeenten als aanbieders beter uitgelegd worden welke precieze kosten onder welke component zijn meegenomen.
Materiële kosten en kapitaallasten
Individuele activiteiten
Groepsactiviteiten
11,56%
18,56%
9 https://www.berenschot.nl/benchmarken/benchmark-care 10 https://www.berenschot.nl/benchmarken/benchmark-kostprijs-jeugd
12
Productiviteit en Verhouding directe en indirecte tijd In 2014 heeft KPMG een publicatie uitgegeven over de productiviteit voor partijen binnen de Jeugdwet. Ecorys11 heeft in 2017 in opdracht van de NZA een onderzoek gedaan naar de productiviteit in de curatieve geestelijke gezondheidszorg en forensische zorg. Tenslotte heeft Berenschot12 in 2022 ook nog een onderzoek gedaan naar de opbouw van kostprijzen binnen de Jeugdwet en de productiviteit binnen deze sector. Deze verschillende onderzoeken zijn als benchmark gebruikt door TransitiePartners. Echter, door de Cao-ontwikkelingen zijn de productiviteitspercentages tussen de verschillende Cao’s en sectoren ook steeds meer gaan verschillen. Dit wordt o.a. veroorzaakt door het aantal verlofuren. Daarnaast is er de laatste jaren ook een verschil te zien in de trend qua ziekteverzuim tussen de sectoren. Dit maakt dat TransitiePartners ervoor heeft gekozen om de productiviteit per medewerker (FWG/schaal) en per Cao zorgvuldig en transparant op te bouwen. Hierbij maakt TransitiePartners ook gebruik van bepaalde gemiddelde vanuit CBS-informatie. Dit geldt in eerste instantie voor bijzonder verlofregelingen (denk aan zwangerschapsverlof en zorgverlof). Hierbij worden de Cao’s gevolgd, maar het is niet reëel om mee te nemen dat iedere medewerker bijvoorbeeld jaarlijks met zwangerschapsverlof gaat.
Om deze reden is een gemiddelde genomen van CBS-informatie over enerzijds het percentage mannelijke en vrouwelijke medewerkers per sector / Cao en anderzijds het gemiddeld aantal zwangerschappen en waar mogelijk zelfs uitgesplitst naar de gemeenten binnen de regio. Voor ziekteverzuim is een gemiddelde per Cao over de afgelopen 5 jaren meegenomen. Door een gemiddelde te nemen over de laatste 5 jaren wordt er bijvoorbeeld ook rekening gehouden met de Corona-periode die juist voor een hoger ziekteverzuimpercentage heeft gezorgd. Daarnaast stelt de gemeente tarieven vast voor de toekomst en dient conform de AMvB dat ook te gebeuren om toekomstwaardige reële waarden. Om daarin te compenseren voor ziekteverzuim en een reële waarde te hanteren wordt gekozen voor een gemiddelde van 5 jaar waarin dus ook jaren voorafgaand aan de Corona-periode worden meegenomen. Tenslotte is voor de onderdelen Opleiding, Innovatie, ontwikkeling en ketenoverleg, Overig niet productief en Administratie en overleg een vergelijking gemaakt met verschillende vergelijkbare regio’s qua opbouw van productiviteit. Daarnaast is hierbij gekeken naar eerdergenoemde bronnen welke ook in de voetnoot benoemd zijn. Tenslotte is voor reistijd gekeken naar de geografisch ligging en spreiding van de regio Centraal Gelderland. Daarbij is ook informatie ontvangen van aanbieders n.a.v. de marktconsultaties.
Daarnaast hanteert de regio het uitgangspunt dat contactmomenten ook screen-to-screen zijn en dat er ook aanbieders en casussen zijn waarbij de individuele zorg op locatie bij de aanbieder plaatsvindt. Het uitgangspunt van de regio is dat er ongeveer 13 minuten reistijd is tussen de afspraken. Verder geldt voor de groepsproducten dat de reistijd per jaar 0 uren is omdat groepsproducten altijd op locatie van de aanbieder worden geleverd. Doorgaans gaan wij ervan uit dat medewerkers op het niveau van MSP, WO+ en WO op een lagere productiviteit uitkomen, dan medewerkers op HBO+ en HBO-niveau. Medewerkers op MBO-niveau hebben daarentegen vaak een hogere productiviteit. Dit heeft enerzijds te maken met de hoeveelheid opleidingsuren die gemaakt dienen te worden en anderzijds met het aantal interne niet-cliëntgebonden uren (interne overleggen, etc.). Per product kan de daadwerkelijk gehanteerde productiviteit nog wijzigen, afhankelijk van de product specifieke eisen en landelijke eisen. Dit geldt bijvoorbeeld voor de declarabele tijd die verschilt tussen de verschillende zorgvormen. Voor de producten binnen Wmo Begeleiding, Wmo Groepsbegeleiding, Huishoudelijke Ondersteuning, Jeugd Begeleiding, Jeugd Groepsbegeleiding, BSO+ en Jeugd Behandeling Groep kan enkel de directe tijd worden gedeclareerd.
Voor Jeugd Behandeling Individueel (waaronder ook Dyslexie en Consultatie) kan zowel de directe als de indirecte tijd worden gedeclareerd. De onderdelen binnen de productiviteit zijn afgeleid van de volgende bronnen:
Uren
Bron
Contracturen
Conform Cao’s (1878 uren)
Verlof, extra verlof, feestdagen en LFB, bijzonder verlof, Conform Cao’s. zorgverlof, etc. Bijzonder verlof, LFB, etc.: conform Cao en CBS gemiddelde Ziekteverzuim Gemiddelde per cao over afgelopen 5 jaren conform CBS13 Opleiding
Conform Cao en landelijke benchmarks
Innovatie, ontwikkeling en ketenoverleg
Landelijke benchmarks en onderzoeken
Overig niet productief
Landelijke benchmarks en onderzoeken
Reistijd
Regionale uitgangspunten en input vanuit zorgaanbieders
Administratie en overleg (indirect cliëntgebonden tijd) Regionale uitgangspunten, landelijke benchmarks en onderzoeken
11 Ecorys – Productiviteit in de curatieve geestelijke gezondheidszorg en forensische zorg (oktober 2017, in opdracht van de Nederlandse
Zorgautoriteit) 12 https://www.berenschot.nl/media/3z2hok3z/handreiking-kostprijzen-in-de-jeugdwet-update-april-2022.pdf 13 https://azwstatline.cbs.nl/#/AZW/nl/dataset/24015NED/table?dl=79EA2
13
Productiviteit Wmo individueel en Huishoudelijke Ondersteuning Uren
VVT HBH VVT FWG en FWG 25 35 en 40
VVT FWG 45 en 50
GGZ FWG 35 en 40
GGZ FWG 45 en 50
GHZ FWG 35 en 40
GHZ FWG 45 en 50
Contracturen
1878
1878
1878
1878
1878
1878
1878
Verlof, extra verlof, feestdagen en LFB, bijzonder verlof, etc.
-252,63
-252,63
-252,63
-268,70
-268,70
-288,27
-288,27
Ziekteverzuim
-146,11
-146,11
-146,11
-119,44
-119,44
-134,46
-134,46
Opleiding
-37,56
-28,17
-56,34
-28,17
-56,34
-28,17
-56,34
0
-18,78
-45,07
-18,78
-45,07
-18,78
-45,07
Innovatie, ontwikkeling en ketenoverleg Overig niet productief
0
-93,9
-93,9
-93,9
-93,9
-93,9
-93,9
-37,56
-90
-90
-90
-90
-90
-90
-50
-100
-125
-100
-125
-100
-125
1354,15 / 72,11%
1148,42 / 61,15%
1068,95 / 56,92%
1159,00 / 61,71%
1079,54 / 57,48%
1124,42 / 59,87%
1044,96 / 55,64%
GHZ FWG 45
VVT FWG 40
VVT FWG 45
SW schaal 7
SW schaal 8
Reistijd Administratie en overleg (productiviteit) Productiviteit
Productiviteit Wmo groep Uren
GHZ FWG 40
Contracturen
1878
1878
1878
1878
1878
1878
Verlof, extra verlof, feestdagen en LFB, bijzonder verlof, etc.
-288,27
-288,27
-252,63
-252,63
-250,54
-250,54
Ziekteverzuim
-134,46
-134,46
-146,11
-146,11
-121,32
-121,32
Opleiding
-28,17
-56,34
-28,17
-56,34
-28,17
-56,34
Innovatie, ontwikkeling en ketenoverleg
-18,78
-45,07
-18,78
-45,07
-18,78
-45,07
Overig niet productief
-93,9
-93,9
-93,9
-93,9
-93,9
-93,9
0
0
0
0
0
0
-100
-125
-100
-125
-100
-125
1214,42 / 64,67%
1134,96 / 60,43%
1238,42 / 65,94%
1158,95 / 61,71%
1265,29 / 67,37%
1185,83 / 63,14%
Reistijd Administratie en overleg (productiviteit) Productiviteit
Productiviteit Jeugd Behandeling individueel Uren GHZ FWG GHZ FWG GGZ FWG GGZ FWG GGZ FWG Jeugdzorg Jeugdzorg 50 en 55 60 t/m 75 50 en 55 60 t/m 75 MSP Schaal 9 en 10 Schaal 11 en 12 Contracturen 1878 1878 1878 1878 1878 1878 1878 Verlof, extra verlof, feestdagen en LFB, bijzonder verlof, etc.
-288,27
-288,27
-268,71
-268,71
-268,71
-287,88
-287,88
Ziekteverzuim
-134,46
-134,46
-119,44
-119,44
-119,44
-122,07
-122,07
Opleiding
-56,34
-103,29
-56,34
-103,29
-103,29
-56,34
-103,29
Innovatie, ontwikkeling en ketenoverleg
-45,07
-45,07
-45,07
-45,07
-78,88
-45,07
-45,07
Overig niet productief Productiviteit
-93,9
-93,9
-93,9
-93,9
-93,9
-93,9
-93,9
1259,96 / 67,09%
1213,01 / 64,59%
1294,54 / 68,93%
1247,59 / 66,43%
1213,79 / 64,63%
1272,74 / 67,77%
1225,79 / 65,27%
14
Productiviteit Jeugd Behandeling groep en BSO+ Uren
Jeugdzorg Schaal 7
Jeugdzorg Schaal 9
Jeugdzorg Schaal 11
Contracturen
1878
1878
1878
1878
1878
1878
Verlof, extra verlof, feestdagen en LFB, bijzonder verlof, etc.
-287,88
-287,88
-287,88
-288,27
-288,27
-288,27
Ziekteverzuim
-122,07
-122,07
-122,07
-134,46
-134,46
-134,46
Opleiding
-28,17
-56,34
-103,29
-28,17
-56,34
-103,29
Innovatie, ontwikkeling en ketenoverleg
-18,78
-45,07
-45,07
-18,78
-45,07
-45,07
Overig niet productief
-93,9
-93,9
-93,9
-93,9
-93,9
-93,9
0
0
0
0
0
0
-100
-125
-125
-100
-125
-125
1227,20 / 65,35%
1147,74 / 61,11%
1100,79 / 58,61%
1214,42 / 64,67%
1134,96 / 60,43%
1088,01 / 57,93%
Reistijd Administratie en overleg Productiviteit
GHZ FWG 40
GHZ FWG 50
GHZ FWG 60 en 65
Productiviteit Jeugd Begeleiding Individueel Uren
GHZ FWG 35 en 40 1878
Jeugdzorg Schaal 7 1878
Verlof, extra verlof, feestdagen en LFB, bijzonder verlof, etc.
-288,27
-287,88
-287,88
Ziekteverzuim
-134,46
-122,07
-122,07
Opleiding
-28,17
-28,17
-56,34
Innovatie, ontwikkeling en ketenoverleg
-18,78
-18,78
-45,07
Overig niet productief
-93,9
-93,9
-93,9
Reistijd
-90
-90
-90
Administratie en overleg
-100
-100
-125
1124,42 / 59,87%
1137,20 / 60,55%
1057,74 / 56,32%
Contracturen
Productiviteit
Jeugdzorg Schaal 8 en 9 1878
Productiviteit Jeugd Groepsbegeleiding Uren
Jeugdzorg Schaal 7
Jeugdzorg Schaal 8
Contracturen
1878
1878
Verlof, extra verlof, feestdagen en LFB, bijzonder verlof, etc.
-287,88
-287,88
Ziekteverzuim
-122,07
-122,07
Opleiding
-28,17
-56,34
Innovatie, ontwikkeling en ketenoverleg
-18,78
-45,07
Overig niet productief
-93,9
-93,9
0
0
-100
-125
1227,20 / 65,35%
1147,74 / 61,11%
Reistijd Administratie en overleg Productiviteit
15
No-Show No show is niet declarabel bij ambulante producten. Bij groepsproducten geldt een no-show percentage van 5% als uitgangspunt van de regio. Daarnaast heeft de regio het volgende opgenomen in de Specifieke Inkoop Voorwaarden rondom no-show: " 9. No-show kan niet worden gedeclareerd. No-show is verdisconteerd in de risico- en winstopslag.". De regio stimuleert aanbieders om no-show zoveel mogelijk te beperken. Er wordt gekozen om een verschil tussen de individuele producten en groepsproducten in het uitgangspunt rondom no-show door de regio te hanteren. Voor groepsproducten geldt dat er vaker meerdere medewerkers tegelijkertijd betrokken zijn en indien één jeugdige of cliënt niet komt er nog altijd wel jeugdigen of cliënten op de groep aanwezig zijn, waar wel zorg aangeleverd dient te worden. Het is voor aanbieders dan niet mogelijk om een medewerker bijvoorbeeld naar huis te sturen. Dus de kosten blijven gelijk voor aanbieders terwijl er één jeugdige of cliënt minder is. Voor individuele producten heeft de regio het uitgangspunt dat in het geval van no-show de medewerker deze tijd kan besteden aan indirect cliëntgebonden tijd, zoals verslaglegging, administratie of overleg met collega's of het netwerk van cliënt of jeugdige.
Een andere mogelijkheid is dat de medewerker deze besteedt aan andere jeugdigen of cliënten door deze te bellen, digitaal te spreken of een afspraak in te plannen. Marge Als risicomarge wordt 2% gehanteerd als opslag op het tarief. Dit is een marge voor het opbouwen van weerstandsvermogen, een buffer voor financiële tegenslagen. Dit percentage is gebaseerd op gesprekken en onderzoeken die TransitiePartners heeft gedaan bij verschillende zorgaanbieders. Twee procent wordt ook gehanteerd in meerdere andere regio’s en gemeenten. Tegemoetkoming opleidingskosten en certificaten voor materieel en kapitaal Als extra tegemoetkoming, naast de risicomarge, in extra kosten voor opleiding is 2% opslag op het tarief gehanteerd. Ook dit percentage is gebaseerd op gesprekken en onderzoeken bij zorgaanbieders. Daarnaast wordt deze component gesplitst in de tariefopbouw van de risicomarge om transparanter te zijn en duidelijker aan te geven in de tariefopbouw welke kosten aan welke componenten verbonden zijn. Deze parameter is ook voor kosten die aanbieders maken voor het (verplicht) behalen van bepaalde voorgeschreven certificaten (bijv. HKZ en ISO). Groepsgrootte Voor de groepsproducten geldt dat deze zorg wordt geboden in een groepssetting met een bepaalde groepsgrootte. Deze grootte kan per groep verschillen.
Echter wordt er voor de tariefberekening een gemiddelde norm gehanteerd per product welke voortkomt uit de productbeschrijvingen van de regio. Waar deze niet beschreven zijn hebben de gemeente en TransitiePartners deze vastgesteld in overleg met een intern werkgroep en op basis van input van aanbieders die deze groepsproducten bieden. Daarbij is het uitgangspunt dat voor de Wmo-producten één begeleider altijd aanwezig is op de groep. Voor de producten Behandeling Groep Jeugd, BSO+ en Groepsbegeleiding Jeugd is het 4-ogen principe van toepassing en zijn er dus altijd 2 begeleiders op de groep aanwezig. In de volgende tabel geven we weer welke groepsgrootte de basis vormt voor de berekening van het tarief per jeugdige/ cliënt. Product
Norm groepsgrootte
Groepsbegeleiding stabiel Wmo
8
Groepsbegeleiding ontwikkeling Wmo
6
Groepsbegeleiding Jeugd ontwikkeling
8
Behandeling groep A Jeugd
8
Behandeling groep B Jeugd
6
BSO+
8
Uren per dagdeel Voor de groepsproducten geldt in de tariefopbouw dat deze wordt opgebouwd naar een dagdeel en daarna wordt teruggerekend naar een uurtarief zoals in Centraal Gelderland gebruikelijk is. Daarvoor moet het aantal uren per dagdeel worden vastgesteld. Dit heeft te maken met welke tijd gedeclareerd mag worden: alleen direct cliëntgebonden tijd of ook indirect cliëntgebonden tijd. Voor alle groepsproducten geldt dat alleen direct cliëntgebonden tijd gedeclareerd kan worden, dus er wordt van uitgegaan dat 1 dagdeel gelijk is aan 3 uur. De uitzondering hierop is Behandeling Groep A en Behandeling Groep B. Hiervoor geldt dat 1 dagdeel gelijk is aan 3,5 uur vanwege 30 minuten aanlooptijd. Deze aanlooptijd is de tijd dat medewerkers aanwezig zijn vooraf aan de start en na afloop van de groep waarbij de jeugdigen binnenkomen en weer opgehaald worden. Dit gebeurt bij deze producten in principe altijd met een taxibusje en daarom is de regio van mening dat het uitgangspunt is om hiervoor 30 minuten te verdisconteren in de tariefopbouw.
16
Personeel Niet In Loondienst (PNIL) TransitiePartners adviseert om een aparte parameter en dus apart percentage mee te nemen voor Personeel Niet In Loondienst (PNIL). Er wordt al rekening gehouden met de huidige structurele arbeidsmarktproblematiek14 15 door voor de schaarse beroepen uit te gaan van een hogere tredebenutting. TransitiePartners adviseert dit aparte percentage, omdat arbeidsmarktomstandigheden dusdanig zijn dat meer inhuur benodigd is voor alle functies en dus ook voor bijvoorbeeld MBO-functies en het zorgaanbieders niet lukt vacatures structureel in te vullen. Het landelijke beeld dat we steeds vaker zien en horen is dat dit invloed heeft op de kostprijs van de aanbieder. Volgens TransitiePartners is een aparte opslag, verschillend per Cao, een passende compensatie voor de noodzakelijke kosten die zorgaanbieders voor de PNIL maken. TransitiePartners adviseert de volgende percentages per Cao: • VVT: 1,49% • GHZ: 0,23% • Jeugdzorg: 1,56% • GGZ: 2,67% • Sociaal Werk: 2,58% Deze percentages heeft TransitiePartners berekend door eerst het uurtarief van vast personeel per Cao procentueel te vergelijken met de gemiddelde uurtarieven van ingehuurd personeel. De gemiddelde uurtarieven van ingehuurd personeel zijn daarbij ook nog getoetst aan de hand van de rekentool van de KvK16.
Daarna is dit procentuele verschil per Cao vermenigvuldigd met de aandelen PNIL per Cao op basis van cijfers van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid17. BSO+ De kostprijs voor BSO+ omvangt de extra ondersteuningsbehoefte die vanuit de jeugdwet wordt gefinancierd. Indien ouders/verzorgers geen recht op kinderopvangtoeslag hebben, kan de gemeente er voor kiezen ook de BSO zelf te bekostigen. De kosten hiervoor zijn gebaseerd op de maximale uurprijs voor kinderopvang18. Dit bedrag wordt bij de kostprijs vanuit de tariefberekening opgeteld.
14 https://www.fnv.nl/nieuwsbericht/sectornieuws/zorg-welzijn/2022/06/vakbonden-en-werkgevers-in-de-zorg-overheid-invest 15 https://www.ser.nl/nl/Publicaties/arbeidsmarktkrapte 16 https://www.kvk.nl/geldzaken/rekentool-uurtarief-berekenen/ 17 https://www.zzp-erindezorg.nl/blog/onderzoek-inhuur-externen-in-de-zorg-ligt-onder-landelijk-
gemiddelde#:~:text=De%20sector%20Jeugdzorg%20is%20bij,3%25%20inhuur%20zzp'er 18 https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/kinderopvangtoeslag/bedragen-kinderopvangtoeslag-2024
17
Onafhankelijke adviestarieven 2024 TransitiePartners Subperceel Begeleiding Begeleiding Groepsbegeleiding Groepsbegeleiding Huishoudelijke ondersteuning Huishoudelijke ondersteuning Huishoudelijke ondersteuning Huishoudelijke ondersteuning Begeleiding Begeleiding Begeleiding Groepsbegeleiding Behandeling Behandeling Behandeling Behandeling Behandeling Behandeling Behandeling Behandeling Behandeling Behandeling Behandeling Behandeling Behandeling Behandeling Behandeling Behandeling Behandeling Behandeling Behandeling
Productnaam Begeleiding basis Wmo Begeleiding specialistisch Wmo Groepsbegeleiding stabiel Groepsbegeleiding ontwikkeling Algemene voorziening Huishoudelijke ondersteuning
Productcode 02A16 02A70 07A51 07A52 01H01
Huishoudelijke ondersteuning
01H02
€ 0,66 minuut
Combi-ondersteuning thuis
01H03
€ 0,77 minuut
Maatwerkvoorziening Huishoudelijke ondersteuning eigen regie Begeleiding basis Jeugd Begeleide omgang Begeleiding specialistisch Jeugd Groepsbegeleiding jeugd ontwikkeling Behandeling A1 Behandeling A2 Behandeling groep A Behandeling B (J&O) Behandeling B GGZ Behandeling groep B Behandeling C (J&O) Behandeling C GGZ Behandeling D Dyslexie diagnose Dyslexie behandeling Consultatie A Consultatie B Consultatie C Consultatie D BSO+ (plus gescheiden) BSO+ (totaal product i.v.m. IB 60 form) Kindergeneeskunde midden Kindergeneeskunde licht
01H04
€ 0,66 minuut
45J62 N.T.B. 45J61 41A18 45J21 45J22 41A14 45J23 54J11 41A15 45J24 54J12 54J13 54D11 54D12 45J15 45J16 45J17 45J18 45A25 45A26 53A01 53A02
Tarief 2024 € 1,21 € 1,58 € 11,44 € 16,30 € 0,66
€ 1,21 € 1,50 € 1,68 € 23,62 € 1,53 € 1,67 € 36,38 € 2,10 € 2,01 € 48,16 € 2,32 € 2,28 € 2,57 € 2,00 € 2,00 € 1,58 € 1,95 € 2,58 € 3,19 € 26,16 € 35,28 € 974,09 € 299,12
Eenheid minuut minuut uur uur minuut
minuut minuut minuut uur minuut minuut uur minuut minuut uur minuut minuut minuut minuut minuut minuut minuut minuut minuut uur uur stuks stuks
18
Locatie Utrecht (hoofdkantoor en postadres)
Locatie Eindhoven (werklocatie)
Groenewoudsedijk 50 3528 BK Utrecht 085-4883584
Luchthavenweg 81 5657 EA Eindhoven 085-4883584
Locatie Rotterdam (werklocatie)
K.v.K 63613727
Contact 085 488 3584 info@transitiepartners.nl transitiepartners.nl
Wilhelminakade 173 3072 AP Rotterdam 085-4883584
19