CConstaterende datWestervoort
Koppel je AI →
Document · PDF

A13-20221219-49-vka-coll-concept-beleidskader-participatie-en-participatie-verordening-2023-bijlage-2-concept-beleidskader-def.docx

Raadsvergadering 19 december 2022, gemeente WestervoortBij agendapunt: Lijst van ingekomen stukken7.448 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

CONCEPT Beleidskader participatie gemeente Duiven | gemeente Westervoort 2023 (versie 20221122)

1

Inhoud Inleiding...................................................................................................................................................3 1.

Context ............................................................................................................................................4 1.1 Historische context........................................................................................................................4 1.2 Wettelijke context .........................................................................................................................4 Gemeentewet..................................................................................................................................4 Wet Versterking participatie op decentraal niveau ........................................................................4 Omgevingswet.................................................................................................................................5 Wet Maatschappelijke ondersteuning, Jeugdwet en Participatiewet.............................................5 1.3 Organisatiecontext ........................................................................................................................5 Participatie binnen de drie centrale opgaven .................................................................................6

2.

Visie en uitgangspunten ..................................................................................................................7 2.1 Visie op participatie: samen maken we de gemeente...................................................................7 2.2 Uitgangspunten .............................................................................................................................7

3.

Beleid...............................................................................................................................................9 3.1 Randvoorwaarden .........................................................................................................................9 3.2 Processtappen ...............................................................................................................................9 3.3 Actoren ........................................................................................................................................10

Bijlage 1: VOORBEELD Leidraad voor ambtenaren................................................................................12 Bijlage 2: Borging en uitvoering.............................................................................................................18 Bijlage 3: Begrippenlijst .........................................................................................................................19 Bijlage 4: Voorbeelden uit de praktijk van Westervoort en Duiven ......................................................21

2

Inleiding In onze democratie vormen zeggenschap, invloed en betrokkenheid belangrijke elementen. Op lokaal niveau kiezen inwoners een gemeenteraad van mede-inwoners. Deze raad stelt kaders vast en controleert het college van burgemeester & wethouders (verder: het college). Dat college voert opdrachten van de raad uit, samen met de ambtelijke organisatie. Zo zijn er verschillende krachten (inwoners, raad, college, burgemeester, ambtenaren) die met elkaar moeten samenwerken om onze democratie goed te laten functioneren. Startnotitie Dit concept-beleidskader is een bestuurlijk document van college en raad. Het geeft als startnotitie richting aan het voorbereiden en uitvoeren van participatie. Samen met inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties wordt alles wat er in staat - van visie tot uitvoering - verder uitgewerkt, verdiept en vertaald naar een bruikbaar instrument voor participatie. Daarna wordt de aangepaste (verbeterde) versie van dit document ter vaststelling aangeboden aan de gemeenteraad. De samenleving centraal De samenleving staat centraal en dus moet de gemeente weten wat er speelt en leeft. Wat de effecten zijn van veranderingen in de leefomgeving van mensen. Hiervoor is het nodig om met elkaar in gesprek te zijn en met elkaar samen te werken.

Door samen te werken met inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties vinden we (betere) oplossingen voor maatschappelijke opgaven. Participatie en communicatie Participatie en communicatie zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. De participatieladder in dit beleidskader is het uitgangspunt bij het bepalen op welke wijze en met hoeveel ruimte inwoners, ondernemers en organisatie kunnen participeren1. Daarvoor is het van belang dat helder en transparant wordt gecommuniceerd met de deelnemers. Wat is de vraag die voorligt, welke ruimte is er om mee te denken of mee te doen, wat is de rol van de overheid en wat is de rol van de participant. Het kan daarbij voorkomen dat eerder gemaakte keuzes moeten worden bijgesteld. Als dat aan de orde is dan vraagt ook dat om goede en begrijpelijke uitleg. Meer transparantie en ruimte voor onze inwoners, verenigingen en bedrijven om mee te denken en mee te organiseren, vraagt ook om een tijdige en heldere communicatie naar de samenleving toe. Maximale inspanning om de verwachtingen helder te krijgen en te houden is daarbij zeer belangrijk. Definitie van participatie Participatie gaat dus over het actief informeren en betrekken van alle betrokkenen, over het samen vinden van oplossingen en over het samen mogelijk of beter maken van initiatieven, plannen en beleid. Dit is onze definitie van participatie.

Op welke manier, wanneer en in welke mate wordt meegedaan, is afhankelijk van het initiatief en van de deelnemers. Elk participatieproces is maatwerk. Waarbij het wel nodig is dat vooraf duidelijke kaders en uitgangspunten worden vastgesteld. Deze zijn op de eerste plaats nodig om de verwachtingen te managen. En je hebt dan iets om op terug te grijpen als er tijdens het proces verwarring of onenigheid ontstaat. Hiervoor wordt in dit beleidskader een voorzet gedaan. Ruimte geven Participatie is ook ruimte geven en loslaten. Ruimte geven aan initiatieven, ideeën en plannen van anderen. En daarbij de meningen, kennis en ervaringen van de samenleving gebruiken. Uiteindelijk leidt dit tot het maken van keuzes. Het nemen van bestuurlijke verantwoordelijkheid. En soms juist tot het loslaten van deze verantwoordelijkheid. Zo is participatie een democratisch instrument om te komen tot afgewogen besluiten. 1 In dit concept beleidskader hebben we het over burger- en overheidsparticipatie en niet over de

Participatiewet (participatie naar werk).

3

1. Context 1.1 Historische context Het begrip participatie deed in de jaren zeventig van de vorige eeuw zijn intrede in de Nederlandse samenleving. Inwoners werden in die tijd mondiger en eisten inspraak1. Dit leidde tot wettelijke regelingen voor inspraakprocedures. Enkele tientallen jaren later gingen gemeenten inwoners betrekken bij het maken van plannen en beleid. Participatie was toen vooral gericht op het creëren van draagvlak door mensen mee te laten denken en praten: burgerparticipatie. De meest recente vorm van participatie is die waarbij de gemeente participeert bij initiatieven van anderen. De verantwoordelijkheid voor voorbereiding, financiering, regie en uitvoering ligt bij de initiatiefnemers; de gemeentelijke rol is meer faciliterend van aard: overheidsparticipatie. Sinds 2013 spreken we over de ‘participatiesamenleving’. Het mondiger en zelfstandiger worden van de samenleving in combinatie met de noodzaak om de overheidstekorten terug te dringen, maakt dat er niet langer sprake is van een verzorgingsstaat. Er wordt, van iedereen die dat kan, gevraagd verantwoordelijkheid te nemen voor zijn eigen leven en omgeving.

1.2 Wettelijke context Via wet- en regelgeving geeft het Rijk de gemeente kaders mee voor het lokale participatiebeleid:

Gemeentewet In de Gemeentewet is vastgelegd hoe het bestuur van de gemeente is geregeld. Deze wet regelt onder meer de wijze waarop belanghebbenden bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid betrokken worden. Op gemeentelijk niveau is dit vastgelegd in de inspraakverordening.

Wet Versterking participatie op decentraal niveau In dit wetsvoorstel2, feitelijk een uitbreiding van artikel 150 van de Gemeentewet, wordt voorgesteld de huidige inspraakverordening te verbreden naar een participatieverordening. Als het wetsvoorstel wordt aangenomen worden gemeenten verplicht de betrokkenheid van inwoners bij voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid bij verordening te regelen. Het wetsvoorstel is op 16 november 2022 bij de Tweede Kamer ingebracht. In ditzelfde wetsvoorstel is het ‘uitdaagrecht’ of ‘Right to challenge’ verankerd. Hiermee kunnen inwoners, verenigingen of stichtingen taken van de gemeente overnemen als ze denken dat het beter, slimmer of efficiënter kan. Er gelden wel bepaalde voorwaarden. Deze kunnen vastgelegd in de participatieverordening3.

1 Dit concept beleidskader gaat over burger- en overheidsparticipatie, niet over inspraak. Inspraak is de

procedure waarbij iedereen of een beperkte doelgroep zijn mening kan geven over een plan dat klaarligt voor besluitvorming. Participatie gaat daaraan vooraf. 2 Voluit: Wijziging van de Gemeentewet, de Provinciewet, de Waterschapswet en de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba in verband met de participatieverordening en het uitdaagrecht van inwoners en maatschappelijke partijen (Wet versterking participatie op decentraal niveau) (TK 36210). 3 Het uitdaagrecht heeft in dit concept beleidskader nog geen plek gekregen. In de gemeente Westervoort is het uitdaagrecht middels een raadsbesluit vastgesteld en bij de gemeente Duiven loopt tot eind 2022 een pilot. Een nadere (beleids)uitwerking van het uitdaagrecht wordt in de definitieve versie van dit beleidskader opgenomen.

4

Omgevingswet In de Omgevingswet, die naar verwachting in de zomer van 2023 in werking treedt, is participatie een centraal thema. De wet richt zich specifiek op beleid en projecten in de fysieke leefomgeving. Hoe participatie moet worden ingevuld, laat de Omgevingswet vrij. Hierdoor is er ruimte voor maatwerk en lokale invulling. In het afwegingskader en de handreiking staat hoe hier in Duiven en Westervoort mee omgegaan wordt.

Wet Maatschappelijke ondersteuning, Jeugdwet en Participatiewet Op grond van de Wmo 2015, de Jeugdwet en de Participatiewet is de gemeente verplicht aan te geven hoe zij burger- en cliëntenparticipatie in het kader van deze wetten wil vormgeven. Ter verduidelijking: In de gemeente Duiven is dit geregeld via een collegebesluit tot instelling van een adviesorgaan van het college: de Raad voor Sociaal Domein Duiven. In Duiven geeft het adviesorgaan inhoudelijke adviezen. In de gemeente Westervoort is daartoe een verordening vastgesteld, de verordening Cliënt& Burgerparticipatie Sociaal Domein Westervoort 2020. In Westervoort adviseert het orgaan (“Participatieraad Sociaal Domein Westervoort”) over de wijze van participatie.

1.3 Organisatiecontext Participatie is niet nieuw voor de gemeente en de werkorganisatie 1Stroom. Bij verschillende thema’s, plannen, projecten en beleid betrekken de gemeenten al inwoners of andere belanghebbenden bij de voorbereiding, totstandkoming of uitvoering ervan. Soms door vooral goed te informeren en input op te halen, soms door echt samen te werken en tot een aanpak of oplossing te komen. Het gebeurt tot nu toe vaak op verschillende manieren, in verschillende omvang, met verschillende inspanning en met verschillende resultaten. Het doel van het beleidskader Participatie is hier meer eenheid en structuur in aan te brengen. En daarmee meer duidelijkheid te geven voor alle betrokkenen bij een participatieproces. Bij de start van 1Stroom in 2018 is het onderwerp ‘participatie’ belegd in een speciaal team: ‘Binnenste Buiten’. De gedachte daarachter was dat één team ervoor zou kunnen zorgen dat de samenwerking van de organisatie met de buitenwereld zo het beste tot stand zou kunnen worden gebracht. Bij de doorontwikkeling van 1Stroom in 2021 was de gedachte een andere: Door participatie onderdeel te maken van de werkzaamheden van alle medewerkers, en dus decentraal in alle teams te beleggen, kan na het vliegwieleffect van de centrale start, beter worden geborgd dat participatie in de haarvaten van de organisatie komt.

Dit wordt gestimuleerd doordat het thema participatie bij de gemeente hoog op de agenda staat. Dit geldt ook voor de thema’s “externe gerichtheid” en “opgavegericht werken”. Externe gerichtheid Bij externe gerichtheid gaat het - net als bij participatie - om weten wat er speelt in de samenleving. Zodat we meer van buiten naar binnen kunnen werken, meer vraaggericht. Opgavegericht werken Bij opgavegericht werken is participatie cruciaal. In dit geval wordt met participatie vooral bedoeld: in verbinding blijven met de samenleving tijdens het werken aan onze (gezamenlijke) opgaven. Er zijn drie opgaven voor de huidige bestuursperiode centraal gesteld: duurzaamheid, transitie sociaal domein en versnelde woningbouw.

5

De drie genoemde opgaven hangen nauw met elkaar samen en zullen waar dat kan in samenhang met elkaar ontwikkeld en geïmplementeerd worden.

Participatie binnen de drie centrale opgaven In verschillende beleidsterreinen en projecten wordt participatie toegepast. In deze paragraaf worden hier een paar voorbeelden van gegeven. Sociaal Domein: programma Samen sterk Participatie komt duidelijk naar voren in de visie op het sociaal domein: “Samen zetten we ons in voor een inclusieve samenleving. We willen namelijk dat iedereen mee kan doen in de samenleving. Jong, oud, man, vrouw, met of zonder beperking en met verschillende culturen en achtergronden. De inwoners dragen bij naar eigen kunnen en krijgen hulp waar nodig. Niet alleen vanuit de gemeente maar het is ook belangrijk dat inwoners elkaar onderling gaan helpen”. Wonen/ Ruimtelijke projecten: de versnelde woningbouwopgave De gemeenten staan voor de opgave om in relatief korte tijd een groot aantal woningen te bouwen. Daarbij is het belangrijk aandacht te schenken aan een goede leefomgeving en sociale samenhang in de nieuwe wijken. “De gemeente streeft naar maximale inbreng en betrokkenheid vanuit de samenleving. Er is aandacht voor duidelijkheid en transparantie over de rol van de gemeente zelf en van de participanten.” Heldere communicatie hierover is van belang. Duurzaamheid: programma Circulaire Economie Het programmateam Circulaire Economie heeft een participatiestrategie ontwikkeld.

Hiervoor is bij inwoners opgehaald welke ervaringen er zijn met participatie en welke wensen en behoeften er leven op dit vlak. Dit vanuit de gedachte dat er niet één goede manier van participeren bestaat, maar dat het gaat om wat de betrokkenen belangrijk vinden. Hier zijn acht uitgangspunten uitgerold die weer vertaald zijn in een participatiestrategie en een actieplan. De ervaringen die hiermee zijn opgedaan, vormen bruikbare inzichten voor volgende grote projecten waarbij de hele samenleving participeert. Dienstverlening: aandacht voor wat nodig is In de voorlopige visie op dienstverlening (nog niet vastgesteld) is samenwerking één van de pijlers. Enkele passages uit de visie: “we werken als gemeenten gezamenlijk met externe partners aan de opgaven in onze maatschappij. Samenwerken is daarbij wederkerig. Alle partijen voelen zich betrokken. Dit vraagt van ons dat we laagdrempelig en toegankelijk zijn”. En: “Duiven en Westervoort zijn initiatiefvriendelijke gemeenten. We tonen lef en ondernemerschap. Ondersteunen en faciliteren initiatieven. Denken vanuit oplossingen mee en stimuleren op die manier het ondernemerschap binnen de gemeente.”

6

2. Visie en uitgangspunten 2.1 Visie op participatie: samen maken we de gemeente Het gemeentebestuur staat er voor open dat iedereen kan meedenken, meedoen en invloed kan uitoefenen op gemeentelijk beleid, beheer en plannen1. Door samenwerking met inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties te stimuleren en te faciliteren, maken we plannen die goed zijn voor de leefbaarheid en welzijn van de inwoners in onze gemeente. Geen plannen voor in de la, maar plannen om - waar mogelijk - samen uit te voeren. Ook wil de gemeente steeds meer ruimte creëren voor inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties of andere betrokkenen om eigen plannen te realiseren. Door samen de grenzen daarvan te verkennen, opties en alternatieven te onderzoeken en kansen te pakken, wordt al doende geleerd. Alle betrokken partijen hebben hierin hun eigen verantwoordelijkheid. Zo benutten we de kennis, de kunde en de kracht van de samenleving. We kijken vooruit en nemen hierbij ervaringen uit het verleden mee als les. Omdat we helder maken waarom we iets vinden of besluiten, respecteren we elkaars mening en verschillen. Vanuit het vertrekpunt dat we samen één gemeenschap vormen, bouwen we de komende jaren gezamenlijk aan een sterk fundament van vertrouwen.

2.2 Uitgangspunten Bij onze visie op participatie horen zes belangrijke uitgangspunten1: Participatie is een instrument, geen doel op zich Participatie is een middel om een doel te bereiken of een initiatief mogelijk te maken. Participatie kan bijdragen aan doelen als versterken van vertrouwen in de overheid en gevoel van betrokkenheid. De gemeente maakt bij elk (beleids-)plan een doordachte keuze voor wel of geen participatie Uitgangspunt is dat elk bestuursorgaan ten aanzien van zijn eigen bevoegdheden besluit of participatie wordt toegepast. Echter, bij complexe en onderwerpen met een brede maatschappelijke impact waar het college het bevoegd gezag is, kan de raad in meer of mindere mate betrokken worden bij de mate en kaders van participatie. Vooraf duidelijkheid over kaders en verantwoordelijkheden: verwachtingsmanagement Bij de start van een participatieproces bieden we maximale duidelijkheid over waar de participatie precies over gaat, hoeveel ruimte er is binnen de kaders en hoe na het participatieproces keuzes worden gemaakt. Ook moet er duidelijkheid zijn over de rollen, bevoegdheden en verantwoordelijkheden van alle participanten. De communicatie bij participatie is open en duidelijk Herkenbare taal en eerlijke communicatie zijn de basis.

Eerlijk zijn over wat wel en niet kan, op tijd beginnen met communiceren, verschillende middelen inzetten om verschillende groepen te bereiken, voortdurend de verwachtingen checken en eventueel bijstellen, kortom: altijd in verbinding blijven staan met de betrokkenen tijdens het hele proces.

1 De uitgangspunten voor participatie zoals die zijn opgenomen in de raadsnotitie participatie en uitdaagrecht

van de gemeente Westervoort (20210927) zijn in deze visie en uitgangspunten meegenomen en verwerkt. Een aantal kaders uit die notitie zijn op de uitvoering en werkwijze gericht en worden daarom in de verdere uitwerking meegenomen.

7

We hoeven niet met iederéén in gesprek Als de participatievraag helder geformuleerd is volgt daaruit ook welke stakeholders je bij het antwoord op de vraag gaat betrekken. Denk bijvoorbeeld aan inwoners, professionals, maatschappelijke instellingen, belangenorganisaties en ondernemers. Gemeenschappelijkheid, het benutten en aanboren van expertise is het uitgangspunt. Participatie is maatwerk en we accepteren diversiteit Dit geldt zowel voor het proces als voor het resultaat. Verschillen in waardering, in uitvoering en in resultaat. De kaders waarbinnen geparticipeerd wordt staan vast, de vorm is maatwerk.

8

3. Beleid Beleid biedt het kader waarbinnen visie en ambities gerealiseerd kunnen worden. In het vorige hoofdstuk staat beschreven hoe het gemeentebestuur en de ambtelijke organisatie naar participatie kijken. Dit biedt, samen met de uitgangspunten (§2.2) en randvoorwaarden (§3.1) een gezamenlijke context om vanuit te werken.

3.1 Randvoorwaarden Een participatietraject moet voldoen aan vier randvoorwaarden: 1) het draagt bij aan het ontwikkelen van (betere) plannen of beleid, een betere leefomgeving of een democratisch proces. 2) het onderwerp is voor de deelnemers relevant en sluit aan bij hun belevingswereld. 3) er is ruimte om het beleid of plan aan te passen en 4) op het moment dat er wordt besloten dat een participatietraject belangrijk is, wordt alles erop ingezet om voldoende capaciteit, tijd en budget beschikbaar te stellen om het communicatie- en participatieproces vorm te geven. Voldoet het proces niet aan één van de randvoorwaarden, dan is participatie op een hoger niveau dan de trede ‘Informeren’ geen optie en kan er onderbouwd van worden afgezien. Hiermee voorkomen we dat er tijd, geld en energie gestoken wordt in processen die geen meerwaarde bieden. Informeren voorafgaand en gedurende een traject is echter altijd belangrijk en mogelijk.

3.2 Processtappen Voordat er tot daadwerkelijke participatie wordt overgegaan, is een gedegen voorbereiding cruciaal. Deze voorbereiding bestaat uit drie stappen: analyse, aanpak en afspraken. Stap 4 is de eigenlijke participatie en stap 5 gaat over de fase na de participatie. 1. Analyse In deze eerste stap wordt een analyse gemaakt van de situatie (omgevingsanalyse) en van de betrokkenen (stakeholdersanalyse). Hier wordt ook bepaald of en hoeveel ruimte er voor invloed van participanten en in de verschillende fases van het proces participatie mogelijk is. 2. Aanpak Op basis van de analyse wordt het niveau van betrokkenheid bepaald; dit moet passen bij het initiatief en bij de fase van het proces. Er zijn vijf niveaus om uit te kiezen: MEE BESLISSEN CO-PRODUCEREN ADVISEREN RAADPLEGEN INFORMEREN

Gemeente en participanten zoeken samen naar oplossingen en nemen gezamenlijke besluiten Gemeente en daartoe uitgenodigde deelnemers ontwikkelen gezamenlijk een plan binnen vooraf meegegeven kaders Inwoners en belanghebbenden geven advies aan de gemeente/initiatiefnemer over een gestelde vraag of adviseren proactief. Gemeente koppelt terug wat er gedaan is met het advies Gemeente vraagt inwoners wensen, meningen en voorkeuren te geven over een initiatief(*) Gemeente biedt anderen de gelegenheid om meer te weten te komen over de (voorgenomen) plannen, projecten of beleid

(*) zie begrippenlijst in de bijlage.

9

3. Afspraken Stap drie gaat over het managen van verwachtingen en het maken van afspraken. Helder moet zijn waarom voor deze vorm(en) van participatie is gekozen, welke plannen aangepast kunnen worden en welke niet, wie er betrokken worden, hoe en wanneer de gemeente informeert, welk bestuursorgaan uiteindelijk besluit en wie de kwaliteit van het participatieproces bewaakt. Deze afspraken worden vastgelegd in een participatieplan met planning. Daarin staat wanneer er communicatie is over wat er gaat gebeuren, wanneer er momenten zijn van informeren, raadplegen of adviseren en over de vorm waarin dat gebeurt. 4. Uitvoeren van de participatie Nu vindt de eigenlijke uitvoering van de participatie plaats in een vorm die past bij de opgave en de participanten. Een (fysieke) ontmoeting is niet altijd nodig, maar is bijvoorbeeld een digitale vorm van consultatie ook een optie. Het voeren van het relevante gesprek met elkaar staat hier centraal. Het stellen van de juiste vraag, zo mogelijk doorvragen en samenvatten. Bij zorgvuldige participatie wordt er zoveel mogelijk op ingezet dat de participanten zich gezien, gehoord, gerespecteerd en erkend voelen. 5. Na de participatie Na de participatie volgt een gedegen evaluatie en wordt er een participatieverslag gemaakt.

In dit verslag wordt aangegeven hoe het participatieproces is doorlopen, wat de inbreng/ opbrengst van de participatie is geweest en wat er van die inbreng wel en niet meegenomen is en waarom. De participanten krijgen dit verslag zodat zij rechtstreeks geïnformeerd worden over wat er met de inbreng is gedaan. Het participatieverslag maakt onderdeel uit van het college- en raadsvoorstel. In bijlage 1 is een voorbeeld Leidraad voor ambtenaren opgenomen waarin de nadere uitwerking van dit proces is vormgegeven. Deze leidraad wordt komend jaar – aan de hand van de consultatie met de samenleving verder uitwerkt en voor de dagelijkse praktijk bruikbaar gemaakt.

3.3 Actoren Aan elk participatieproces nemen verschillende actoren deel. Ieder vanuit een specifieke functie of rol en met eigen bevoegdheden en verantwoordelijkheden. Als hier onduidelijkheid over is, maakt dat het proces onnodig ingewikkeld. Zeker omdat de rol die iemand heeft in het ene participatieproces, anders kan zijn in een volgend proces. Een ondernemer kan bijvoorbeeld de initiatiefnemer zijn, maar in een ander proces buurtbewoner met hele andere belangen. Ook de rollen van raad en college kunnen vragen oproepen. Is de gemeenteraad of het college actief betrokken? Formuleert de gemeenteraad of het college kaders? Is de gemeenteraad of het college achteraf controleur van het inhoudelijke verhaal en of van het proces? In deze paragraaf worden de rollen in het kader van participatie beschreven. Gemeenteraad De raad heeft als volksvertegenwoordiger een kaderstellende en controlerende rol. De raad: - Stelt zo duidelijk mogelijke doelen wat burgerparticipatie voor de samenleving moet opleveren. De eerste aanzet daartoe doen zij met het vaststellen van dit beleidskader. - Ondersteunt en draagt de visie op participatie uit - Laat bij de besluitvorming zien en/of horen dat er waardering is voor de inbreng van de participanten. Helder en gemotiveerd afwijken van de wensen van inwoners is de afgesproken grondhouding.

Erkennen van het feit dat er andere meningen of visies zijn is daar een onderdeel van. - Bepaalt de kaders en het niveau van participatie bij complexe projecten met grote impact.

10

College van burgemeester en wethouders Het college van B&W is verantwoordelijk voor de uitvoering van het participatiebeleid. Het college vertaalt de kaders naar de praktijk. Het college: - Is bekend met de initiatieven en de afwegingen die daarbij gemaakt zijn; de mate van participatie en het niveau van participatie. - Informeert de gemeenteraad en de samenleving over alle initiatieven en participatietrajecten, bijvoorbeeld aan de hand van een jaaroverzicht. - Houdt de gemeenteraad bij grotere initiatieven en projecten met grote maatschappelijke impact regelmatig op de hoogte over het participatietraject. Samenleving Inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties vormen met elkaar de samenleving. Zij kunnen verschillende rollen hebben in een participatieproces: Trede van de ladder Meebeslissen

Rol inwoner Beslisser

Mate van invloed Gemeente en participanten zoeken samen naar oplossingen en nemen gezamenlijke besluiten Co-produceren Mede-maker Gemeente en daartoe uitgenodigde deelnemers ontwikkelen gezamenlijk een plan binnen vooraf meegegeven kaders Adviseren Adviseur Inwoners en belanghebbenden geven advies aan de gemeente/initiatiefnemer over een gestelde vraag of adviseren pro-actief. Gemeente koppelt terug wat er gedaan is met het advies Raadplegen Mening gever Gemeente vraagt inwoners wensen, meningen en voorkeuren te geven over een initiatief Informeren Toehoorder Gemeente biedt anderen de gelegenheid om meer te weten te komen over de (voorgenomen) plannen • Bij co-creatie werken participanten actief mee aan de uiteindelijke uitkomst. Bij adviseren dragen inwoners suggesties aan die – mits goed gemotiveerd – kunnen leiden tot een gewijzigde uitkomst.

Ambtelijke organisatie De ambtelijke organisatie voert de projecten en participatieprocessen uit in opdracht van het college. Binnen de gemeentelijke organisatie zijn er verschillende rollen: -

Initiatieven stimuleren, beoordelen en verder begeleiden. Verantwoordelijkheid nemen voor de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van participatieprocessen bij gemeentelijke projecten (beleidsvoorbereiding of uitvoering). Beoordelen van de uitkomsten van participatieprocessen van externe initiatiefnemers. Ondersteunen en stimuleren van initiatieven van (groepen) inwoners. Organiseren en faciliteren van online participatievormen Informeren en adviseren van het college en de gemeenteraad over het verloop en de uitkomsten van participatieprocessen. Zorgen voor voldoende kennis, kwaliteit en competenties in de organisatie over participatie.

11

Bijlage 1: VOORBEELD Leidraad voor ambtenaren

PARTICIPATIE LEIDRAAD voor medewerkers De gemeente staat er voor open dat iedereen kan meedenken, meedoen en invloed kan uitoefenen op gemeentelijk beleid, beheer en plannen. Door inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties te laten participeren, maken we plannen die goed zijn voor de leefbaarheid in onze gemeente. Geen plannen voor in de la, maar plannen om -waar mogelijk- samen uit te voeren. Hoe de participatie eruit moet zien en met wie je communiceert verschilt per proces. Uitgangspunt is altijd: wie mee wil doen, kan meedoen. Alleen zo wordt de gemeente echt van iedereen en kunnen inwoners en andere betrokkenen invloed uitoefenen op ontwikkelingen in de gemeente, de dorpen en de wijken. (Deze leidraad is tot stand gekomen door onder andere gebruik te maken van leidraden van andere gemeenten en het concept beleidskader participatie en dient als voorbeeld voor 1Stroom. Op basis van de consultatie met de samenleving en afstemming met de 1Stroom organisatie wordt deze leidraad geschikt gemaakt voor de dagelijkse praktijk).

Leidraad burgerparticipatie

Werk je bij 1Stroom en maak je (beleids-)plannen voor de fysieke en sociale leefomgeving? Dan denk je altijd vooraf na over participatie. Je spart hierover met collega’s en met de portefeuillehouder. En soms ook met de betrokkenen. Je gebruikt deze leidraad om samen te bepalen: • Waarom je gaat participeren; • Welke keuzes je moet maken; • Hoe je gaat participeren; • Wat je kan waarmaken; • Wat je niet moet vergeten. Participatie is altijd maatwerk: elke keer bekijk je welke aanpak het beste is. De beste aanpak is de aanpak die past bij de opgave en de doelgroep.

12

Belangrijke principes voor je begint: Participatie is een instrument, geen doel op zich Participatie is een middel om een doel te bereiken of een initiatief mogelijk te maken. Participatie kan bijdragen aan doelen als versterken van vertrouwen in de overheid en gevoel van betrokkenheid. De gemeente maakt bij elk (beleids-)plan een doordachte keuze voor wel of geen participatie Uitgangspunt is dat elk bestuursorgaan ten aanzien van zijn eigen bevoegdheden besluit of participatie wordt toegepast. Echter, bij complexe en onderwerpen met een brede maatschappelijke impact waar het college het bevoegd gezag is, kan de raad in meer of mindere mate betrokken worden bij de mate en kaders van participatie. Vooraf duidelijkheid over kaders en verantwoordelijkheden: verwachtingsmanagement Bij de start van een participatieproces bieden we maximale duidelijkheid over waar de participatie precies over gaat, hoeveel ruimte er is binnen de kaders en hoe na het participatieproces keuzes worden gemaakt. Ook moet er duidelijkheid zijn over de rollen, bevoegdheden en verantwoordelijkheden van alle participanten. De communicatie bij participatie is open en duidelijk Herkenbare taal en eerlijke communicatie zijn de basis.

Eerlijk zijn over wat wel en niet kan, op tijd beginnen met communiceren, verschillende middelen inzetten om verschillende groepen te bereiken, voortdurend de verwachtingen checken en eventueel bijstellen, kortom: altijd in verbinding blijven staan met de betrokkenen tijdens het hele proces. We hoeven niet met iederéén in gesprek Als de participatievraag helder geformuleerd is volgt daaruit ook welke stakeholders je bij het antwoord op de vraag gaat betrekken. Denk bijvoorbeeld aan inwoners, professionals, maatschappelijke instellingen, belangenorganisaties en ondernemers. Gemeenschappelijkheid, het benutten en aanboren van expertise is het uitgangspunt. Participatie is maatwerk en we accepteren diversiteit Dit geldt zowel voor het proces als voor het resultaat. Verschillen in waardering, in uitvoering en in resultaat. De kaders waarbinnen geparticipeerd wordt staan vast, de vorm is maatwerk. Voor voorzieningen die gevoelig kunnen liggen (zoals een Voorwaarden voor participatie vluchtelingenopvang of een jongerenontmoetingsplek) Voordat je start, check je het volgende: gelden aanvullende do’s & dont’s. Neem in deze gevallen • Is er ruimte voor beïnvloeding: om mee te altijd contact op met de participatie-adviseur via praten, mee te doen of mee te beslissen? participatie@1stroom.nl.

• Is er budget en tijd? Hoe kun je dit De adviseur kan je helpen bij het maken van een omgevingsorganiseren? en impactanalyse voordat je gaat informeren en/of • Wil je de plannen aanpassen op basis van participeren. de gegeven reacties? Je start de participatie pas als je de eerste drie stappen van de participatieleidraad hebt doordacht. Zo voorkom je dat je te vroeg begint en nog niets kunt zeggen. Of te laat begint en men het idee heeft dat er al te veel vastligt. Is er geen beïnvloedingsruimte, participeer dan niet. Informeer betrokkenen wel altijd op tijd en goed.

13

De vijf stappen

Je bereidt de participatie goed voor. Want het risico kan zijn: baat het niet, dan schaadt het wél. De 1Stroom participatieleidraad heeft drie stappen om je voor te bereiden op een participatietraject: analyse, aanpak en afspraken maken. Na de voorbereiding in deze drie stappen, volgt stap 4: de daadwerkelijke participatie. De laatste stap (stap 5) is na de participatie: de stap van evalueren en verslagleggen.

Stap 1: Analyse

Als eerste stap beantwoord je de volgende vragen: • Waar gaat de participatie over? • Wat is het doel van de participatie? • Is er al eerder geparticipeerd? Hoe ging dat? • Wat zijn de wettelijke of beleidskaders? • Wat is de ruimte voor beïnvloeding? • Hoeveel budget is er en hoeveel tijd? • Wie hebben er een belang? • Wie moeten betrokken worden? Hoe weet je wie er betrokken moeten of willen worden? Het maken van een goede krachtenveldanalyse is daarvoor heel belangrijk. Vanuit 1Stroom kan de adviseur Participatie en de participatie ambassadeurs meedenken om meer te weten te komen over het gebied. Zij geven advies en hebben contacten in de wijk met allerlei bewoners en buurtnetwerken.

Stap 2: Aanpak

Bepaal op basis van je analyse in stap 1 wat het participatieniveau per fase is. Dit doe je bij voorkeur in samenspraak met belanghebbenden en in overleg met je (ambtelijke en/of bestuurlijke) opdrachtgever. Je maakt een keuze uit: De vijf participatieniveaus Informeren= Dit doe je altijd: informeer actief over wat je gaat doen (vooraf), als je het doet (tijdens) en als je het gedaan hebt (achteraf). Informeer over wat, waarom, wanneer, wie, welke manier etc. Raadplegen= Vragen om meningen, ervaringen en ideeën. Jij bepaalt de agenda en gebruikt de reacties van betrokkenen om plannen te maken of te verbeteren. De reacties zijn niet bindend. Advies vragen= Deelnemers kunnen problemen, belangen en oplossingen aandragen. Jij bepaalt de agenda, maar de reacties van betrokkenen spelen een belangrijke rol bij het ontwikkelen van plannen. Als je de adviezen niet overneemt, moet je dat motiveren. Co-creëren= Partijen gaan vroegtijdig met elkaar aan tafel om over uitgangspunten en het plan te praten. Samen bepalen jullie de agenda en zoeken jullie oplossingen. Je verbindt je aan de gezamenlijk gekozen oplossingen binnen bepaalde kaders. Vaak denken de betrokkenen ook mee over hoe het proces ingericht moet worden. Meebeslissen= Partijen gaan vroegtijdig met elkaar aan tafel om over uitgangspunten en het plan te praten.

Samen bepalen jullie de agenda, zoeken jullie oplossingen en samen neem je besluiten. Je verbindt je aan de gezamenlijk gekozen oplossingen en besluiten.

Je kunt variëren in participatieniveaus. Tijdens de start van een traject kan het participatieniveau anders zijn dan halverwege het traject. Of het kan per (doel)groep of onderwerp verschillen. Is er niet veel ruimte voor beïnvloeding, kies dan voor raadplegen. Is er meer ruimte, kies dan voor advies vragen of co-creëren (of beide). Doe dit ook als een intensief traject met verschillende belanghebbenden wenselijk is. Bekijk of je de keuze voor niveau(s), instrumenten en werkvormen samen met de betrokkenen kunt maken en maak voldoende tijd vrij om de participatie zorgvuldig te 14

doen. Zeker als het gaat om co-creatie. Wees open en eerlijk over de gekozen aanpak en de mate waarin het plan samen gemaakt en aangepast kan worden. Zodat betrokkenen de juiste verwachtingen hebben en achteraf niet teleurgesteld zijn.

Stap 3: Afspraken

Maak goede afspraken over de participatie en check de verwachtingen, zodat iedereen weet waar hij of zij aan toe is en (valse) verwachtingen bijgesteld kunnen worden. Maak helder: • Waarom voor deze vorm(en) van participatie is gekozen; • Welke plannen aangepast kunnen worden en welke niet; • Wie er betrokken worden; • Hoe en wanneer je informeert en waarover; • Hoe je met elkaar omgaat; • Wanneer er een (tussentijdse) terugkoppeling komt; • Wanneer er een (tussentijdse) evaluatie is; • Wie de kwaliteit van het participatieproces bewaakt, en hoe. De participatiemomenten neem je op in een planning. Daarin staat wanneer je gaat communiceren over wat er gaat gebeuren, wanneer en hoe je tussentijds informeert, raadpleegt of advies vraagt en waar mensen terecht kunnen met vragen. Mensen hebben recht op informatie, ook om op gelijk kennisniveau te komen. Dit alles draagt bij aan het draagvlak voor de plannen en voorkomt onduidelijkheden tijdens het traject. Lopen de belangen erg uiteen of lopen gesprekken vast? Dan kun je voorstellen om met hulp van een onafhankelijke mediator te zoeken naar een gezamenlijke oplossing.

Stap 4: participatie uitvoeren

Nu vindt de eigenlijke uitvoering van de participatie plaats. Bedenk eerst of een ontmoeting met de participanten nodig is. Een ontmoeting is niet altijd nodig. In plaats van een ontmoeting kan bijvoorbeeld ook gekozen worden voor een communicatiemiddel om informatie op te halen of informatie te delen. Dit kan online of fysiek. Is een ontmoeting wel nodig en gewenst? Denk dan na over de locatie, de grootte en samenstelling van de groep, het aantal ontmoetingen, online of fysiek. Voor zowel online als fysiek zijn er verschillende werkvormen om uit te kiezen. Welke vorm je ook kiest, zorg ervoor dat je beschikt over basale gesprekstechnieken. Maak afspraken voor een open dialoog; het is de bedoeling dat de deelnemers een relevant gesprek voeren met elkaar. Elke ontmoeting met participanten kent dezelfde opbouw. Je bedenkt eerst met elkaar wat het doel is van het gesprek, dan waarover je het gaat hebben, vanuit welke rol de deelnemers praten en dan de vorm. Organiseer je een brainstorm of enquête? Komen mensen naar jou toe of ga je naar de mensen toe? Betrek je ook kinderen en jongeren? Het liefst combineer je meerdere instrumenten en zowel grootschalige als kleinschalige

15

werkvormen, zodat je verschillende mensen bereikt. Probeer ‘moeilijk bereikbare doelgroepen’ ook te betrekken. De boodschap komt niet altijd aan zoals je bedoelt. De participatieambassadeurs van 1Stroom kunnen je helpen de bijeenkomst voor te bereiden.

Stap 5: na de participatie

De participatie is goed voorbereid en uitgevoerd. Je hebt veel meningen en reacties gehoord en denkt na over de conclusies: wat zijn de punten die meegenomen moeten worden bij het vervolg? En hoe maak je daar een logisch verhaal van? Deze analyse doe je - als het kan samen - met de betrokkenen. Lukt dat niet, leg dan je voorlopige conclusies terug om te checken of het zo klopt en of je niets gemist hebt. Als de betrokkenen weten wat er wel en niet meegenomen wordt in het eindvoorstel, waarom die keuzes zijn gemaakt en als je hebt geluisterd naar hoe dat voor hen is, kun je verder. Je hebt ruimte gegeven aan de belanghebbenden en betrokkenen en hun stem niet alleen gehoord, maar ook verwerkt in de plannen. Zo maken we samen de gemeente! Toch is het belangrijk om er rekening mee te houden dat een goed participatieproces niet altijd leidt tot tevredenheid bij iedereen. De uitkomsten van de besluitvorming sluiten niet altijd (geheel) aan bij de wensen en ideeën die deelnemers geuit hebben. En als de politiek een besluit neemt, dan weegt zij altijd de ingediende ideeën en bezwaren af tegen het algemeen belang. Na afloop van het participatieproces stel je een participatieverslag op.

Geef daarvoor antwoord op de volgende vragen: • Wie hebben er geparticipeerd? • Wat was hun inbreng? • Welke individuen of groepen waren in het bijzonder betrokken? • Welke punten van de participanten zijn overgenomen en welke niet? En waarom wel/niet? • Welke afspraken zijn er gemaakt op basis van de participatie? • Hoe tevreden zijn de participanten over het participatietraject en hun invloed? Na de participatie maak je een participatieverslag. Stuur dit verslag naar de participanten en maak dit verslag openbaar. Via Binnenshuis en participatie@1Stroom.nl is een format beschikbaar voor het participatieverslag.

Een initiatief uit de samenleving

Iemand anders dan de gemeente kan ook een idee of plan voor de verbetering van de leefbaarheid hebben en indienen. In dat geval participeert de overheid in initiatieven van inwoners, geeft deze de ruimte en verbindt deze waar mogelijk met elkaar. De overheid heeft een faciliterende rol om verdere realisatie mogelijk te maken. Een initiatief van een inwoner of een groep inwoners kan binnenkomen via verschillende kanalen: - loket burgerinitiatief - Kleur uw Buurt (Duiven) - de medewerker actief burgerschap - de wethouder en/of raadslid - het KCC - Omgevingsloket Gaat het om een plan voor de fysieke leefomgeving en is er een vergunning voor nodig? Dan komt het initiatief binnen bij het Omgevingsloket. De collega’s van Omgevingszaken begeleiden de

16

initiatiefnemer bij het verder brengen van het initiatief. En ook bij het maken van een participatieplan. Hiervoor is de Handreiking Participatie beschikbaar.

Uitgangspunt

Waar het initiatief ook binnenkomt, we gaan altijd op een open manier in gesprek met de initiatiefnemer. Samen verkennen we wat er mogelijk is (ja, mits) en welke opties en alternatieven er zijn. We richten ons daarbij op de vraag achter de vraag, het waarom van het initiatief. Hier het verdere verloop van het werkproces beschrijven

17

Bijlage 2: Borging en uitvoering De bestuurlijke keuze voor participatie werkt door in de ambtelijke werkcultuur en uiteindelijk natuurlijk ook in de samenleving. Daarvoor moet er wel méér gebeuren dan het vaststellen van dit beleidskader in college en raad. Om invulling te geven aan de opgave zal een uitvoeringsprogramma worden opgesteld. Hieronder alvast het programma op hoofdlijnen: Nadere uitwerking/ aanscherping op inhoud o relevante gesprekken voeren intern en extern en combi o participatiestrategieën stroomlijnen o verdieping van de inhoud van dit beleidskader met de samenleving o feedback vanuit ambtelijke organisatie op beleidsstuk o feedback vanuit de samenleving op gelopen participatietrajecten o werksessie met gemeenteraad Raakvlakken andere documenten/ ontwikkelingen o Participatieverordening opstellen en vast laten stellen (incl.

Sociaal Domein verordening) o Opgave gericht werken verder uitwerken o Externe gerichtheid verder uitwerken o Handreiking en afwegingskader OMG-wet uitwerken naar alle taken van 1Stroom o Publiciteit rond pilot uitdaagrecht uitwerken en uitvoeren Nadere uitwerking/ borging op (werk)processen en manier van werken o verankeren van participatie in de werkprocessen o verankeren van participatie in de bestuurlijke besluitvorming o ambassadeurs per afdeling; voorstel verder uitwerken o rollen, taken en verantwoordelijkheden over participatie intern duidelijker vastleggen Middelen en tools o Handleiding participatie voor medewerkers / bestuurders o ontwikkelen van een (digitale) ‘toolbox’ (werkwijzen en werkvormen, afhankelijk van doel paanpak) o spelregels (tips, do’s and don’t’s) o gespreksmethoden bepalen (bijv. Het relevante gesprek SIR of waarderend …) o analyse methoden (bijv.

omgevingsanalyse, actorenanalyse, krachtenveldanalyse Factor C of een andere) o hulpmiddel bij interventies (hoe wanneer en in welke situatie) o websites inrichten o handleiding/ infografic / praatplaat voor initiatiefnemers verder uitwerken Kennis vergroten/ informeren / communiceren o over wat we onder participatie verstaan o hoe we willen werken Leer- en ontwikkeltraject o vormgeven leer-en ontwikkeltraject ambtenaren en bestuurders o leren en werken met participatie op nieuwe wijze o delen van opgedane ervaringen o evalueren

18

Bijlage 3: Begrippenlijst Er zijn vele begrippen die in één zin genoemd worden met participatie. En ook dit beleidskader staat vol met dit soort woorden. Omdat duidelijkheid één van de voorwaarden is voor participatie, geeft dit hoofdstuk een opsomming van de meest voorkomende begrippen. Actief Burgerschap: het (leren) deelnemen aan het maatschappelijk leven en het vormgeven van de gemeenschappelijke leefomgeving in wisselwerking met medeburgers, organisaties en overheden. Afwegingskader: (in het kader van de Omgevingswet) is een hulpmiddel om op gestructureerde en transparante manier te komen tot een onderbouwde en uitlegbare participatie-aanpak. Burgerparticipatie: Burgerparticipatie is een manier van beleidsvoering waarbij inwoners, individueel of georganiseerd en direct of indirect de kans krijgen om invloed uit te oefenen op de ontwikkeling, uitvoering en/of evaluatie van beleid. Het gaat om meepraten, meedenken en meebeslissen in het publieke domein. Faciliteren: Een initiatief ondersteunen met ruimte, regels, kennis, advies, tijd, geld, energie, beleidskeuzes, aandacht, informatie. Handreiking participatie: Eenvoudige en werkbare vertaling van het afwegingskader behorende bij de Omgevingswet naar een handreiking voor initiatiefnemers. Initiatief Een idee inbrengen, bespreekbaar maken of voorleggen zonder dat je aangespoord of gemotiveerd wordt door mensen om je heen.

De drive om iets te doen, het idee/ het initiatief, komt uit een persoon zelf Overheidsparticipatie: Bij overheidsparticipatie participeert de overheid in initiatieven van inwoners, geeft deze de ruimte en verbindt deze waar mogelijk met elkaar. De overheid heeft een faciliterende rol om verdere realisatie mogelijk te maken. Participatie verordening: Andere participatiemogelijkheden dan inspraak en deze participatie van een wettelijke basis te voorzien. Dit vooruitlopend op het in voorbereiding zijnde wetsvoorstel om inspraak uit te breiden naar ‘participatie’ en ‘uitdaagrecht’: de Wet versterking participatie op decentraal niveau. Uitdaagrecht: Bij het Uitdaagrecht (ook wel Right to Challenge genoemd) kunnen bewoners e.a. taken van overheden overnemen als zij denken het slimmer, beter, goedkoper of anders te kunnen doen. Verbinden: Een link leggen tussen gewoonten, procedures, passies, regels, en energie van mensen en systemen.

19

Bijlage 4: Voorbeelden uit de praktijk van Westervoort en Duiven Participatieraad Sociaal Domein Westervoort (PSDW) Begin 2020 ging de PSDW van start als adviesorgaan in het sociaal domein in de gemeente Westervoort. De opzet was totaal nieuw: in plaats van inhoudelijke advisering over onderwerpen in het sociaal domein adviseert de PSDW alleen over de participatie-opzet. Themagroepen zijn verantwoordelijk voor het inhoudelijk advies. De PSDW adviseert het college over de participatieaanpak door deze themagroepen en benoemt dan ook altijd de meest passende trede van de participatieladder. De PSDW is een structureel adviesorgaan dus opereert zelf altijd op niveau 3: adviseren. Het college neemt het advies over tenzij daartoe zwaarwegende en goed onderbouwde overwegingen tegenover staan. Zo wordt ervaring opgedaan met de tredes en het uitwerken van participatieplannen. Een tussenevaluatie van de PSDW wijst uit dat het nog te vroeg is om duidelijke conclusies te trekken hoe het nieuwe model zich ontwikkelt. De bedoeling is uiteindelijk dat de bewonersbetrokkenheid in het sociaal domein in Westervoort verbetert. Mooi Mosterdhof Succesvol participatietraject inzake herinrichting van de meest noordelijke wijk van Westervoort.

Inrichting van openbare ruimte (de straat + parkeren), ontwerp van de hofjes met omwonende, als ook samen met de bewoners zorgen voor sociale cohesie in de wijk (van wijktafels tot wijkendeal). In co-productie met de gemeente hebben wijkbewoners een bewonersvisie opgeleverd. Ook bij de inrichting van de hofjes was er sprake van co-productie. Bij de voorbereiding van de uitvoering hadden bewoners de rol van adviseur, tijdens de uitvoering zelf lag het accent meer op informeren. Door externe financiering was er ruimte om een ontwerpbureau in te zetten bij het hele traject. Hierdoor gestructureerde aanpak, doorpakkend en ondersteunend aan de vereniging van de wijk (bewoners). Zonder de samenwerking in de driehoek gemeente – ontwerpbureau – wijkvereniging was dit project nooit zover gekomen. Speeltuin Kreytierstraat Goed voorbeeld van een bewonersinitiatief waarbij de projectgroep bestond uit bewoners met een zeer kundige en enthousiaste projectleider die wist hoe de lijnen binnen de gemeente lopen. De projectgroep heeft ook zelf de financiering geregeld. Gemeente heeft het initiatief ondersteund in voorbereiding naar uitvoering. Vanuit de kaders meegekeken naar ontwerp, als ook vanuit groen ondersteuning bij de uitvoering. Herinrichting straten Groessen Een intensief participatietraject in 2019 voor de voorbereiding en uitvoering van de herinrichting van zes straten in Groessen.

Aanleiding was de vervanging van de riolering, waardoor de straten klimaatadaptief konden worden gemaakt. Er zijn straathoekgesprekken geweest om de wensen en zorgen van omwonenden te horen. Met de Dorpsraad werd besproken hoe de Dorpsvisie geïntegreerd kon worden in het plan. Ook met alle verenigingen in Groessen is overlegd. Tijdens een inloopbijeenkomt is een schetsontwerp gepresenteerd, waarin 80 van de 120 ingediende ideeën waren verwerkt. De redenen om de andere 40 ideeën niet te gebruiken zijn uitgelegd tijdens een tweede bijeenkomst. Een klankbordgroep was als adviseur nauw betroken bij de besluitvorming. Ook bij de uitvoering in 2020/2021 was er intensief contact met omwonenden, stakeholders en dorpsraad. Het participatieniveau stond daarmee op trede 3 ; adviseren, zowel in de voorbereiding als uitvoering. Omwonenden, stakeholders en gemeente zijn tevreden over het verloop van het participatieproces. Betrokken voelden zich gehoord, ook al werd niet elke wens ingewilligd. Het verwachtings-management was in orde. Verder was de intensieve betrokkenheid van vier ambtenaren en uitvoerders belangrijk voor het succes van dit participatietraject.

20

Speeltuin Van der Goesstraat Een burgerinitiatief dat samen met de gemeente is uitgewerkt: trede 4 van de participatieladder (coproductie). De gemeente had in deze speeltuin een afgekeurd speeltoestel verwijderd. Daarop meldden zich vier omwonenden met ideeën voor een vervangend toestel. Zij hebben hiervoor een plan uitgewerkt in samenspraak met alle omwonenden en binnen de door de gemeente vastgestelde financiële kaders. Het traject is goed verlopen. De buurt is volledig betrokken geweest bij de oplossing van meerdere vraagstukken. De ouders zijn tevreden over hun inbreng en geven aan dat hun betrokkenheid bij de buurt en bij elkaar is toegenomen en de kinderen blij zijn met hun nieuwe toestel. Burgerbegroting Duiven In 2019 is er bij wijze van experiment een besluitvormend proces geweest waarbij inwoners en niet de gemeenteraad beslisten over de inzet van 25.000 euro gemeentegeld. Bewoners beslissen: dus hier is sprake van trede 5 op de ladder (meebeslissen). Het proces is grondig geëvalueerd en succesvol bevonden. De dialoog van burgers onderling en de kennis van lokale thema’s die mensen daarmee kregen, heeft een grote bijdrage geleverd aan het slagen van dit participatieproces. Net als het netwerken en delen van belangen in nieuwe samenwerkvormen. Wetenschappelijk onderzoek wees uit dat de tevredenheid met de lokale democratie door dit proces aanzienlijk steeg.

Bewonerspanel Kleur uw buurt Op de hoogste trede (meebeslissen) van de participatieladder staat het bewonerspanel Kleur uw Buurt. Het bewonerspanel, bestaande uit vijf inwoners, heeft beslissingsbevoegdheid. Kleine bewonersinitiatieven worden - mits niet in strijd met gemeentelijk beleid en regelgeving beoordeeld op hun maatschappelijke meerwaarde. Het benodigde budget wordt toegekend indien het initiatief aan een aantal kaders voldoet. Het belangrijkste is draagvlak bij omwonenden en minimaal vijf mede-uitvoerders.

21

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westervoort&id=210ccb6c-a36b-44f0-b444-4f19246542d9