A11-20220131-02-vka-coll-nationaal-programma-onderwijs-inzet-middelen-bijlage-1-informatie-npo.docx
Tekst van het document
Informatie NPO Doelgroep De doelgroep van de maatregelen zijn alle kinderen en jongeren in het (speciaal) basisonderwijs, het voortgezet onderwijs, het (voortgezet) speciaal onderwijs, kinderen die in aanmerking komen voor voorschoolse educatie, kinderen die nog niet aan het vervolgonderwijs (mbo, hbo, wo) zijn begonnen en kinderen en jongeren die (langdurig) relatief of absoluut verzuimen. Daarnaast gaat het om kinderen met een risico op een onderwijsachterstand in de voorschoolse periode. De middelen kunnen niet worden meegenomen naar het vervolgonderwijs (mbo, hbo en wo) of worden ingezet voor leerlingen in het vervolgonderwijs.
Bestedingsdoelen De bestedingsdoelen zijn vastgelegd in artikel 3 van de Regeling specifieke uitkering inhalen COVID19 gerelateerde onderwijsvertragingen: Een specifieke uitkering wordt verstrekt voor kosten, bestaande uit: a.
kosten voor het nemen van bovenschoolse maatregelen of maatregelen op schoolniveau, gericht op het inhalen van onderwijsvertragingen bij kinderen opgelopen door COVID-19, waarvan gemeenten na overleg met de bevoegde gezagsorganen van in de gemeente gelegen scholen oordelen dat organisatie door de gemeente hier een toegevoegde waarde heeft. Voorbeelden: de organisatie van een zomerschool, bijles, huiswerkbegeleiding, voorleeshulp thuis, activiteiten op het terrein van sport/cultuur/techniek, ouderbetrokkenheid, (bovenschoolse) samenwerking met universiteiten, HBO- en MBOinstellingen waar het gaat om professionalisering van schoolleiders en docenten. Gemeenten kunnen deze activiteiten in samenwerking met andere partijen zoals kinderopvang, bibliotheken, sport, cultuur vormgeven;
b.
kosten voor maatregelen om de vertraging die als gevolg van COVID-19 is ontstaan in de voorschoolse periode in te lopen voor degenen die in aanmerking komen voor voorschoolse educatie. Voorbeelden: het inhalen van uren voorschoolse educatie, extra begeleiding in de groep, en extra inspanningen gericht op de toeleiding van kinderen. Het gaat bij deze activiteit om kinderen die in aanmerking komen voor voorschoolse educatie en al geïndiceerd zijn, maar ook kinderen die wel onder de VE-doelgroep vallen volgens de gemeente maar nog niet geïndiceerd zijn;
c.
kosten voor maatregelen gericht op zorg en welzijn in de school of in verlengde leertijd en extra beschikbaarheid van zorg op school om vertragingen op sociaal en emotioneel vlak als gevolg van COVID-19 in te halen, die aanvullend zijn aan de reguliere inzet van de gemeenten, en die op basis van analyse van de COVID-19 vertragingen nodig worden geacht. Voorbeelden: extra jeugdhulp in de school of schoolmaatschappelijk werk, de M@ZL aanpak bij ziekteverzuim, zorg en welzijn in de zomerschool;
d.
kosten gericht op het bevorderen van lokale (en regionale) samenwerking tussen scholen, bevoegde gezagsorganen, samenwerkingsverbanden passend onderwijs, en andere lokale partijen ten behoeve van de aanpak van COVID-19 vertragingen en een integrale ondersteuning van kinderen op sociaal, emotioneel, executief en cognitief vlak. Voorbeelden: het bevorderen van de inzet van pedagogisch medewerkers en jeugdartsen in het onderwijs;
e.
kosten gericht op het betrekken van thuiszitters en leerlingen die thuiszitters dreigen te worden bij de aanpak van het inlopen van vertragingen als gevolg van COVID-19.