CConstaterende datWestervoort
Koppel je AI →
Document · PDF

A07-20250414-12-vka-coll-stavaza-huisvestingsdossiers-vluchtelingen-en-statushouders-2025-q1-bijlage-1-basisrapport

Raadsvergadering 14 april 2025, gemeente WestervoortBij agendapunt: Lijst van ingekomen stukken27.709 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

• We laten met name prioriteiten zien van de groepen die negatief, circa neutraal en positief staan tegenover vluchtelingen. De prioriteiten lopen in gradaties in elkaar over.

Legenda: hoge en lage prioriteit • Als een optie meer dan de uitgangswaarde van 5 punten krijgt, dan krijgt die optie prioriteit van (een groep) inwoners. Als een thema meer dan 7,5 punten krijgt, dan heeft het hoge prioriteit. Minder dan 2,5 punten is lage prioriteit. 41

Gemiddelde van de hele gemeente • Ter vergelijking laten we ook steeds het gemiddelde (⍉) van de gehele gemeente zien (representatieve uitkomsten op basis van de variant kaart met code). Dit is ook te lezen als de (gewogen) optelsom van de uitgesplitste scores in de rijen.

Over de deelnemers Welke inwoners hebben meegedaan?

Deel 1. Over de deelnemers Wie hebben er meegedaan?

Deel 2. Over samenleven met vluchtelingen Wat vinden inwoners belangrijk? En waarom?

Deel 3. Overige vragen

Deel 4. Over de raadpleging

Wat vinden inwoners over wederkerigheid, welkom voelen, en de weg vinden?

Hoe hebben deelnemers de raadpleging ervaren?

In de gemeente Duiven hebben in totaal 904 inwoners deelgenomen

Kaart met code

Open raadpleging

Figuur 13. Samenstelling van de respondenten Totaal Duiven (n=904)

50,9% 49,1%

Kaart met code (n=565) 41,1% 56,3%

Open raadpleging** (n=339) 53,4% 43,1%

Leeftijd 16 tot 24 jaar 25 tot 44 jaar 45 tot 64 jaar 65 tot 79 jaar 80 en ouder

12,2% 24,5% 37,2% 20,2% 5,8%

5,0% 19,4% 43,9% 28,6% 2,8%

3,2% 19,5% 45,1% 28,3% 2,4%

Opleiding Praktisch Toegepast Theoretisch

26,7% 47,1% 26,2%

7,7% 25,7% 62,4%

6,3% 27,0% 61,3%

gender Vrouw Man

43

Aandeel gemeente*

* Bron: CBS ** Aantallen tellen niet altijd op tot 100%. Het resterende deel betreft ‘zeg ik liever niet’

• Oververtegenwoordiging van vrouwen, oudere mensen en theoretisch geschoolden: In zowel de open raadpleging als de versie kaart-met-code zijn vrouwen, oudere inwoners en inwoners met een theoretische opleiding oververtegenwoordigd. De resultaten van de kaart met code zijn hiervoor gecorrigeerd, zodat de uitkomsten representatief zijn voor de gemeente. Zie het basisrapport voor een verdere toelichting van de methodologie. • 89 deelnemers kozen ervoor geen advies uit te brengen: 42 deelnemers die via een kaart met code deelnamen en 47 deelnemers uit de open raadpleging kozen om geen advies uit te brengen. Zij hebben wel de overige vragen beantwoord. Dit betreft deelnemers die aangaven (licht) negatief tegenover vluchtelingen te staan.

• Buiten voorwaarden voor deelname: twee deelnemers waren jonger dan 16. • Deelname aantal vluchtelingen: van de deelnemers uit Duiven is 4% vluchteling. Die persoon zelf, of diens ouders zijn gevlucht uit een ander land.

Over samenleven met vluchtelingen Wat vinden inwoners belangrijk? En waarom?

Deel 1. Over de deelnemers Wie hebben er meegedaan?

Deel 2. Over samenleven met vluchtelingen Wat vinden inwoners belangrijk? En waarom?

Deel 3. Overige vragen

Deel 4. Over de raadpleging

Wat vinden inwoners over wederkerigheid, welkom voelen, en de weg vinden?

Hoe hebben deelnemers de raadpleging ervaren?

Figuur 14. Prioritering van de doelen

Kaart met code

Totaal Duiven (n=904)

Totaal open (n=339)

Totaal kaart met code (n=565) 8.4

Dat vluchtelingen de Nederlandse taal en cultuur leren 6.5

6.8

Dat iedereen zich in en rond een opvanglocatie veilig voelt

6.3

6.6

Dat inwoners extra geïnformeerd worden over de komst en opvang van vluchtelingen

4.8

5.0

Dat er meer woningen komen voor alle inwoners, ook voor vluchtelingen

4.8

5.0

Dat de landelijke overheid de opvang van vluchtelingen betaalt. En dit geen extra geld kost voor de gemeente

4.7

Dat vluchtelingen een bijdrage leveren aan de samenleving, los van werk

4.5

3.2

Dat vluchtelingen zich makkelijk en veilig kunnen verplaatsen in de gemeente

2.8

0 tot 2,5 punten

2,5 tot 5 punten

5 tot 7,5 punten

7,5 punten of meer

4.4 4.8

3.7

Dat we meer dingen doen om inwoners en vluchtelingen met elkaar in contact te brengen

Legenda

45

8.6

Dat vluchtelingen werken of een opleiding volgen om aan werk te komen

Dat vluchtelingen verspreid wonen over wijken, dorpen en kernen

0

1

2

Open raadpleging

3.6 3.1 2.2

3

4

5

6

7

8

9 10

0

1

2

3

4

5

6

7

8

9 10

Deelnemers aan de kaart met code prioriteren de doelen niet substantieel anders dan deelnemers aan de open raadpleging

Kaart met code

Open raadpleging

Vergelijking varianten kaart met code versus open raadpleging Duiding bij Figuur 14 (vorige slide)

Taal en cultuur

46

8.6

8.4

Werk of opleiding

6.5

6.8

Veiligheid

6.3

6.6

Extra informatie

4.8

5.0

Meer woningen

4.8

5.0

Bekostiging

4.7

4.4

Vrijwillige bijdrage

4.5

4.8

Verspreid wonen

3.7

3.6

Meer contact

3.2

3.1

Veilig verplaatsen

2.8

2.2

• Hiernaast staan de scores bij de tien doelen nog eens weergegeven, net als in Figuur 14, maar met labels in verkorte vorm. Links de deelnemers die zijn uitgenodigd voor deelname via een kaart met code, rechts de deelnemers aan de open raadpleging. De resultaten van de groep ‘Kaart met code’ zijn representatief voor alle inwoners van de gemeente Duiven. • Inwoners van Duiven geven ‘Dat vluchtelingen de Nederlandse taal en cultuur leren’ de hoogste prioriteit. Dit doel krijgt (bijna) twee punten meer dan de doelen eronder. Daarna volgen ‘Dat vluchtelingen werken of een opleiding volgen om aan werk te komen’ en ‘Dat iedereen zich in en rond een opvanglocatie veilig voelt’. Deze twee doelen krijgen ongeveer evenveel punten en verschillen niet significant van elkaar.

• De onderste drie doelen krijgen significant minder punten dan de andere doelen. Dat zijn ‘Dat vluchtelingen verspreid wonen over wijken, dorpen en kernen’, ‘Dat we meer dingen doen om inwoners en vluchtelingen met elkaar in contact te brengen’ en ‘Dat vluchtelingen zich makkelijk en veilig kunnen verplaatsen in de gemeente’. De vier doelen in het midden (die 4,5 tot 4,8 punten scoren) verschillen niet significant van elkaar. • De open raadpleging laat op hoofdlijnen hetzelfde beeld zien: de volgorde is nagenoeg gelijk. Zoals we vaker zien, is de puntenverdeling iets meer uitgesproken dan bij groep met uitgenodigde deelnemers: de hoogste scores zijn wat hoger en de laagste scores zijn wat lager.

Inwoners van Duiven hebben iets vaker een (licht) positieve houding tegenover vluchtelingen dan een landelijke referentie

Kaart met code

Open raadpleging

Figuur 15. Houding: “Hoe kijk jij aan tegen vluchtelingen in onze samenleving?” Totaal Duiven (n=904)

• Houding: We hebben deelnemers aan de raadpleging de vraag gesteld: ‘Hoe kijk je aan tegen vluchtelingen in onze samenleving?’ Zij konden antwoorden op een schaal van 0 (negatief) tot 100 (positief). Scores rond de 50 geven een min of meer neutrale houding weer.

100% 19%

24%

14%

80% 27%

30%

22%

Positief (81-100)

60%

Licht positief (61-80) 14% 40%

19%

14%

18%

24%

20%

19%

0% Kaart met code 47

*Bron: Cordaid 2023

Circa neutraal (40-60) Licht negatief (20-39)

17% 20%

21%

Open

Landelijk*

Negatief (0-19)

• Inwoners van Duiven denken vaker positief over vluchtelingen dan de landelijke referentie: 49% van de inwoners van Duiven hebben een (licht) positieve houding tegenover vluchtelingen (o.b.v. deelnemers via kaart met code). In eerder landelijk onderzoek* was dit 41% van de deelnemers. • Inwoners van Duiven denken minder vaak (licht) negatief over vluchtelingen dan de landelijke referentie: 32% in Duiven, ten opzichte van 39% landelijk.

• Houding als belangrijkste voorspellende kenmerk: inwoners stellen verschillende prioriteiten op de hoofdvraag wat goed samenleven is. Hun antwoord op deze houding-vraag blijkt het belangrijkste kenmerk om verschillen te verklaren. Aanvullende analyses laten zien dat andere kenmerken van inwoners (zoals leeftijd, gender en opleiding) geen substantiële voorspellende waarde hebben. Deze laten we verder niet zien.

Figuur 16. Prioritering van doelen naar houding tegenover vluchtelingen

Kaart met code

Totaal Duiven (n=565)

Negatief (0-19)

Licht negatief

Circa neutraal

Licht positief

Positief

(40-60)

(61-80)

(20-39)

8.4

Dat vluchtelingen de Nederlandse taal en cultuur leren

11,0

9,6

9,4

7,5

7,0

Dat vluchtelingen werken of een opleiding volgen om aan werk te komen

7,0

5,8

6,5

6,5

6,0

6.5

Dat iedereen zich in en rond een opvanglocatie veilig voelt

8,8

7,3

5,8

5,7

5,6

6.3

Dat inwoners extra geïnformeerd worden over de komst en opvang van vluchtelingen

8,9

5,7

4,1

4,0

2,9

4.8

Dat er meer woningen komen voor alle inwoners, ook voor vluchtelingen

2,0

2,9

4,6

5,5

6,2

4.8

Dat de landelijke overheid de opvang van vluchtelingen betaalt. En dit geen extra geld kost voor de gemeente

5,7

5,3

5,3

4,0

4,0

4.7

Dat vluchtelingen een bijdrage leveren aan de samenleving, los van werk

4,4

5,9

4,9

4,2

3,8

4.5

Dat vluchtelingen verspreid wonen over wijken, dorpen en kernen

1,5

3,5

3,5

4,5

4,7

3.7

Dat we meer dingen doen om inwoners en vluchtelingen met elkaar in contact te brengen

0,4

2,3

2,7

4,3

5,8

3.2

Dat vluchtelingen zich makkelijk en veilig kunnen verplaatsen in de gemeente

0,4

1,6

2,6

3,5

4,0

2.8

Legenda

48

⍉

(81-100)

0 tot 2,5 punten

2,5 tot 5 punten

5 tot 7,5 punten

7,5 punten of meer

Ongeacht hun houding ten aanzien van vluchtelingen geven inwoners prioriteit aan dezelfde drie doelen. Dit wijst op een gedeelde basis voor ‘het hoe samen verder’

Kaart met code

Inzicht in de prioriteiten van inwoners met een verschillende houding ten aanzien van vluchtelingen Duiding bij Figuur 16 (vorige slide)

49

•

Houding als voorspeller: Statistische analyse laat zien dat het kenmerk ‘houding tegenover vluchtelingen’ (op een schaal 0/negatief tot 100/positief ) de belangrijkste voorspeller is van verschillen tussen inwoners in hun prioritering van de tien doelen. Andere kenmerken, zoals leeftijd, gender en opleidingstype, leverden geen su bstantiële verschillen op in prioritering. Maar hoewel het kenmerk ‘houding’ de belangrijkste verschillen laat zien tussen inwoners, bestaat over de hoogste prioriteiten eensgezindheid.

•

Gedeelde basis – Veilig op weg naar zelfstandigheid: De opties ‘Dat vluchtelingen de Nederlandse taal en cultuur leren’, ‘Dat vluchtelingen werken of een opleiding volgen om aan werk te komen’ en ‘Dat iedereen zich in en rond een opvanglocatie veilig voelt’ krijgen van alle inwoners (hoge) prioriteit, ongeacht of ze een nega tieve, neutrale of positieve houding ten aanzien van vluchtelingen hebben. Dat betekent dat er een brede gedeelde basis is in ‘het hoe’ van samenleven met vluchtelingen. De opvanglocatie en de omgeving eromheen moeten veilig zijn, wat veel deelnemers noemen als randvoorwaarde. Daarnaast moet de opvang van vluchtelingen gericht zijn op zo snel mogelijk zelfstandig mee kunnen draaien en bij kunnen dragen aan de Nederlandse samenleving door het leren van de taal, het volgen van een opleiding en aan het werk gaan. inwoners hebben wel andere motivaties hiervoor en andere verwachtingen over de verantwoordelijkheid hiervoor. Dit werken we hierna nader uit.

•

Verschillen (1) – Extra informeren: Op twee doelen zien we een duidelijk andere prioritering (puntenverdeling) tussen inwoners met een positieve en negatieve houding. De eerste is ‘Dat inwoners extra geïnformeerd worden over de komst en opvang van vluchtelingen’. Dit doel is belangrijk voor inwoners met een negatieve houdin g (8,9 punten) en veel minder voor inwoners met een positieve houding (2,9 punten). Het ‘waarom’ achter dit verschil genuanceerd en werken we uit op de slide die we wijden aan deze optie (zie de uitwerking per optie).

•

Verschillen (2) – Meer woningen: Een tweede verschil betreft de optie ‘Dat er meer woningen komen voor alle inwoners, ook voor vluchtelingen’. Dat er meer w oningen komen is voor alle inwoners belangrijk, óók voor de negatieve groep die lage prioriteit aan deze optie geeft (2,0 punten). inwoners met een negatieve hou ding zijn het echter sterk oneens met het gedeelte achter de komma (‘ook voor vluchtelingen’). Het meningsverschil met de positieve groep gaat expliciet over de verdeling van de bestaande woningvoorraad. inwoners met een negatieve houding vinden dat autochtone Nederlanders voorrang verdienen, vooral jongeren. inwoners met een positieve houding vinden dat er een ‘eerlijke’ verdeling gemaakt mag wo rden.

•

Gradaties en tussenposities: Voor bijna alle opties lopen de punten van links naar rechts geleidelijk op dan wel af. Dit wijst op een spectrum van menin gen, met gradaties en tussenposities. Hoewel we soms spreken in termen van de ‘positieve groep’ of de ‘negatieve groep’ is het belangrijk om in gedachten te houden dat er veel va riatie zit binnen de groepen en veel overlap tussen de groepen. Anders gezegd, de verschillen in houding zijn kenmerkend voor opvattingen en prioriteiten, maar niet stereotypisch. Ter illustratie, we zien in de groep mensen met een negatieve houding als meest voorkomende opvatting dat (autochtone) inwoners voorrang zouden moeten hebben bij woningen. Maar in deze groep zijn ook inwoners die voor gelijke behandeling zijn. En vice versa zien we in de groep mensen met een positieve houding ook inwoners die vinden dat autochtone Nederlanders voorrang zouden moeten hebben bij een woning, hoewe l dat niet de kenmerkende houding in die groep is. Dit zien we bij alle opties. Met citaten van deelnemers brengen we deelperspectieven in kaart.

•

Profielen van de groepen inwoners & Uitwerking per optie: Hoe kunnen we de voorkeuren van mensen met verschillende houding verder duiden? Op de volgende slide’s werken we drie houdingsprofielen verder uit: de groep met een negatieve houding ten aanzien van vluchtelingen, die met een neutrale houding en die met een pos itieve houding. Dat werken we nog verder uit door daarna voor elk van de tien opties (beleidsdoelen) verschillen en deelperspectieven te laten zien tussen deze drie houdingsprofielen.

Profielen van drie groepen • Inwoners met een negatieve houding tegenover vluchtelingen • Inwoners met een circa neutrale houding • Inwoners met een positieve houding Voor de uitwerking van deze profielen is ervoor gekozen om drie groepen uit te werken: de inwoners met een negatieve houding, inwoners met een circa neutrale houding, en inwoners met een positieve houding. Zowel de prioriteringen (puntenverdelingen) als motivaties laten zien dat inwoners met een licht negatieve houding zowel overeenkomsten vertonen met de negatieve groep als de circa neutrale groep. De inwoners met een licht positieve houding vertonen juist overeenkomsten met zowel de circa neutrale groep en de positieve groep. In algemene zin is er sprake van een spectrum aan waarden, zorgen en voorkeuren dat gradueel overloopt van de negatieve groep naar de positieve groep.

50

De groep inwoners met een negatieve houding is divers: van weerstand tegen elke vorm van opvang tot bereidheid om mee te denken

Kaart met code

Profiel: inwoners met een negatieve houding tegenover vluchtelingen

Prioriteiten van de groep met een negatieve houding

•

In Duiven heeft ongeveer 18% van de inwoners een negatieve houding tegenover vluchtelingen, vergelijkbaar met landelijk gemid deld. Deze groep is heterogeen: op basis van de motivaties zien we meerdere (deel)perspectieven op het thema. • Een eerste perspectief zien we bij inwoners die de raadpleging hebben voltooid, maar niet inhoudelijk mee hebben willen denke n over het onderwerp ‘samenleven met vluchtelingen’. Zij geven veelal aan dat zij geen enkele vorm van opvang willen. Zij doen niet mee met het inhoudelijke deel van de raadpleging omdat zij weinig vertrouwen hebben dat hun deelname invloed heeft op het besluit van de gemeente. • Een tweede perspectief is een groep die geen enkele vorm van opvang wil, maar wel meedoet aan de raadpleging en dus het contact aangaat met de gemeente. Zij zijn vaak uitgesproken tegen opvang en voor remigratie. • Een derde perspectief is een groep die wel openstaat voor tijdelijke opvang en/of opvang van bepaalde groepen vluchtelingen (zoals mensen uit oorlogsgebieden). Er is een mate van terughoudendheid over opvang, soms sterk, maar ook de wens om mee te denken ‘als het dan toch moet’ of mee te denken hoe het beter kan vanuit bepaalde sterk gevoelde zorgen.

•

Er bestaan nuanceverschillen in de puntenverdeling tussen deze deelperspectieven, maar vooral overeenkomsten. Deze inwoners geven drie opties (taal en cultuur, veiligheid en extra informatie) hoge prioriteit (meer dan 7,5 punten). Vier opties (meer woningen, verspreid wonen, meer contact, veilig verplaatsen) krijgen lage prioriteit (minder dan 2,5 punten). De optie ‘taal en cultuur’ krijgt niet alleen hoge prioriteit, maar zelfs meer dan tien punten (11,0). Dat geeft typisch aan dat de optie principieel van aard is voor deze groep inwoners. Het gaat dan vooral om de cultuur, in het bijzonder aanpassing aan de Nederlandse normen en waarden.

•

In de opties die de meeste punten krijgen vertoont deze groep inwoners met een negatieve houding sterke gelijkenissen met de andere inwoners van Duiven. Alle groepen geven namelijk prioriteit aan de opties ‘taal en cultuur’, ‘werk en opleiding’ en ‘veiligheid’ (meer dan 5 punten). Dat betekent dat er een gedeelde basis is in ‘het hoe’ van samenleven, ongeacht de houding tegenover vluchtelingen.

•

Naast de gedeelde basis plaatst deze groep inwoners met een negatieve houding een duidelijk accent op de optie ’extra geïnfor meerd worden’. Dit beleidsdoel krijgt hoge prioriteit (8,9 punten). Een ander accent, maar juist omdat er weinig prioriteit aan gegeven wordt, is ‘meer woningen’. Deelnemers in deze groep vinden het bouwen van meer woningen zeer belangrijk, maar vinden dat (autochtone) inwoners voorrang verdienen bij de toegang tot de bestaande (sociale huur)woningvoorraad.

•

De deelperspectieven wijzen op een handelingsperspectief: wees bewust van de verschillen binnen deze groep, een deel van deze groep staat open om met de gemeente het gesprek aan te gaan.

(0-19)

51

Taal en cultuur

11,0

Werk of opleiding

7,0

Veiligheid

8,8

Extra informatie

8,9

Meer woningen

2,0

Bekostiging

5,7

Vrijwillige bijdrage

4,4

Verspreid wonen

1,5

Meer contact

0,4

Veilig verplaatsen

0,4

Inwoners met een circa neutrale houding benadrukken relatief vaak dat samenleven een verantwoordelijkheid van twee kanten is

Kaart met code

Profiel: inwoners met een circa neutrale houding tegenover vluchtelingen

Prioriteiten van de groep met een circa neutrale houding

•

In Duiven heeft ongeveer 19% van de inwoners een om en nabij neutrale houding tegenover vluchtelingen. Dat is vergelijkbaar m et landelijk gemiddeld. De (deel)perspectieven in deze middengroep zijn divers. • Sommige inwoners in deze groep leunen naar een iets meer negatieve houding en gebruiken vergelijkbare argumenten als inwoners uit die groep (zie de uitwerking van de negatieve groep). Echter, het deelperspectief uit die groep dat er geen enkele vorm van vluchtelingenopvang zou mogen zijn is vrijwel afwezig in deze groep. De inwoners in deze circa neutrale groep benoemen bepaalde zorgen en willen daarover meedenken met de gemeente. • Andere inwoners in deze groep neigen naar een wat meer positieve houding en gebruiken vergelijkbare argumenten als de positieve groep (zie volgende slide). Hier is echter het ‘humanitaire’ perspectief (opvang van alle vluchtelingen is een morele plicht) veel zeldzamer. In de positieve groep zien we dat perspectief nadrukkelijk wel. • In deze groep komt een derde, meer karakteriserend deelperspectief relatief vaak terug. Veel inwoners benoemen het ‘tweerichtingsverkeer’ van het samenleven van (autochtone) inwoners en vluchtelingen. Veel inwoners zien dit als een wederzijdse verantwoordelijkheid. Zo vinden zij bijvoorbeeld dat (autochtone) inwoners een verantwoordelijkheid hebben om contact te maken met vluchtelingen.

Vice versa moeten vluchtelingen ook hun best daarvoor doen. inwoners hebben een verantwoordelijkheid om een veilige situatie voor vluchtelingen te creëren en behouden, en vluchtelingen hebben die verantwoordelijkheid ook. We zien ook de tweezijdigheid dat met rechten (op opvang, op faciliteiten) ook plichten komen.

•

De prioritering van opties door inwoners in deze groep bevindt zich – een uitzondering daargelaten – halfweg het spectrum van de positieve groep en de negatieve groep. Zij geven net als alle inwoners (hoge) prioriteit aan de drie opties ‘taal en cultuur’, ‘werk of opleiding’ en ‘veiligheid’. De optie ‘bekostiging door de landelijke overheid’ krijgt prioriteit, omdat veel inwoners in deze groep vinden dat beleid ook door de landelijke overheid wordt gemaakt. Verder leggen inwoners in deze groep geen uitgesproken accenten.

(40-60)

52

Taal en cultuur

9,4

Werk of opleiding

6,5

Veiligheid

5,8

Extra informatie

4,1

Meer woningen

4,6

Bekostiging

5,3

Vrijwillige bijdrage

4,9

Verspreid wonen

3,5

Meer contact

2,7

Veilig verplaatsen

2,6

Een deel van de inwoners met een positieve houding redeneert vooral vanuit humanitaire gronden, een ander deel maakt meer voorbehouden en heeft verwachtingen

Kaart met code

Profiel: inwoners met een positieve houding tegenover vluchtelingen

Prioriteiten van de groep met een positieve houding

•

In Duiven heeft ongeveer 19% van de inwoners een positieve houding tegenover vluchtelingen. Dat is iets meer dan landelijk ge middeld. Ook binnen deze groep zien we twee deelperspectieven: • Een groep inwoners redeneert veelal vanuit morele, humanitaire gronden. Zij zeggen bijvoorbeeld dat het een plicht is om mens en in nood op te vangen. Zij maken zelden onderscheid tussen de opvang van verschillende soorten vluchtelingen: niemand kiest er immers vrijwillig voor om op de vlucht te gaan. In hun motivaties kiezen zij vaak het perspectief van de vluchteling. Hun argumenten benadrukke n vaak de positieve effecten voor de vluchteling. • Een andere groep inwoners staat positief tegenover vluchtelingen, maar maakt meer voorbehouden bij opvang en samenleven. Zo z ijn er inwoners die een onderscheid maken tussen economische vluchtelingen en oorlogsvluchtelingen, waarbij de laatste groep wel opv ang verdient en de eerste niet. Deze inwoners stellen ook vaker expliciete verwachtingen aan de inzet van vluchtelingen om te integreren. Deze inwoners kiezen vaker het perspectief van andere groepen (autochtone) inwoners en/of de samenleving als geheel. Zij redeneren minder vanuit de vluchteling. Zo kan het leren van taal en cultuur een verstandig idee zijn omdat dat mogelijk weerstand bij kritisc he inwoners weghaalt.

•

Van alle inwoners verdelen deze inwoners met een positieve houding hun punten het meest gelijkmatig over de opties. Geen enke le optie krijgt hoge prioriteit (meer dan 7,5 punten) en geen enkele optie krijgt lage prioriteit (minder dan 2,5 punten). Oftewel, zij vinden dat alle tien doelen in deze PWE-raadpleging relevantie hebben voor het beantwoorden van de vraag over het samenleven met vluchtelingen. Het is te karakteris eren als een meer gematigde groep. Zij prioriteren echter – net als alle inwoners van Duiven – de drie opties ‘taal en cultuur’, ‘werk en opleiding’ en ‘veiligheid’.

•

Andere, kenmerkende prioriteiten zijn de optie dat er meer woningen komen voor inwoners, waaronder ook voor vluchtelingen (6, 2 punten). Ook geven zij prioriteit aan de optie meer contact tussen inwoners en vluchtelingen (5,5 punten). Deze groep vindt contact belang rijk – ook de circa neutrale groep vindt dat overigens – en geeft veel punten vanuit hun observatie dat contact niet zomaar tot stand komt. Ook de optie ‘verspreid wonen’ krijgt aanmerkelijk meer prioriteit dan de groep met een negatieve houding (4,7 punten versus 1,4 punten).

•

Dit wijst op een duidelijk beeld van samenleven in deze groep: de meeste positieve inwoners vinden het verstandig vluchtelingen te verspreiden over wijken en veel contact te faciliteren met als doel hun integratie te bevorderen. Wonen dichtbij (autochtone) inwoners helpt z e laagdrempelig hun buren te leren kennen, een netwerk op te bouwen, en betrokken te raken (en zichzelf te betrekken) in het maatschappelijke lev en.

(81-100)

53

Taal en cultuur

7,0

Werk of opleiding

6,0

Veiligheid

5,6

Extra informatie

2,9

Meer woningen

6,2

Bekostiging

4,0

Vrijwillige bijdrage

3,8

Verspreid wonen

4,7

Meer contact

5,8

Veilig verplaatsen

4,0

Uitwerking van de tien opties uit de raadpleging • • • • • • • • • •

Dat vluchtelingen de Nederlandse taal en cultuur leren Dat vluchtelingen werken of een opleiding volgen om aan werk te komen Dat iedereen zich in en rond een opvanglocatie veilig voelt Dat inwoners extra geïnformeerd worden over de komst en opvang van vluchtelingen Dat er meer woningen komen voor alle inwoners, ook voor vluchtelingen Dat de landelijke overheid de opvang van vluchtelingen betaalt. En dit geen extra geld kost voor de gemeente Dat vluchtelingen een bijdrage leveren aan de samenleving, los van werk Dat vluchtelingen verspreid wonen over wijken, dorpen en kernen Dat we meer dingen doen om inwoners en vluchtelingen met elkaar in contact te brengen Dat vluchtelingen zich makkelijk en veilig kunnen verplaatsen in de gemeente

De volgende analyses zijn gebaseerd op motivaties van deelnemers uit de open raadpleging en de kaart-met-coderaadpleging. De scores per doel zijn de gemiddelden uit de kaart-met-code-raadpleging. Om eerder genoemde redenen is ook hier gekozen voor de uitwerking van de motivaties van drie groepen: de inwoners met een negatieve houding, inwoners met een circa neutrale houding, en inwoners met een positieve houding.

54

Alle inwoners vinden het belangrijk dat vluchtelingen de Nederlandse taal en cultuur leren om te integreren, maar wel met andere motivaties Dat vluchtelingen de Nederlandse taal en cultuur leren

Negatief

• Veel inwoners met een negatieve houding vinden dat vluchtelingen de Nederlandse taal en cultuur moeten leren omdat het respectvol is naar de Nederlandse samenleving. Zij noemen vaak het leren kennen van onze normen en waarden. Het hoge aantal punten (meer dan 10) geeft aan dat het voor veel inwoners om een principekwestie gaat. Sommige deelnemers zien het als verspilde moeite om vluchtelingen de normen en waarden aan te leren, want zij verwachten dat vluchtelingen teruggaan naar hun herkomstland.

11,0

• Ook inwoners met een circa neutrale houding vinden dat het leren (kennen) van de Nederlandse taal en cultuur essentieel is voor een goede inburgering. Er ligt wat meer nadruk op het leren van de taal (anders geen werk, geen onderdeel van de samenleving) en iets minder op het begrijpen van Nederlandse normen en waarden.

• inwoners met een positieve houding kiezen vaker het perspectief van de vluchtelingen. Zij benoemen bijvoorbeeld dat het hen helpt om mee te komen in de maatschappij, en dat het moeilijk kan zijn om een nieuwe taal te leren. Ook benoemen ze dat een gedeelde taal nodig is om elkaar te kunnen begrijpen wat angst en conflicten kan verminderen. 55

(0-19)

Kaart met code

Open raadpleging

Licht negatief

Circa neutraal

Licht positief

Positief (81-100)

⍉

(40-60)

(61-80)

9,6

9,4

7,5

7,0

8,4

(20-39)

Veel vluchteling in mijn omgeving vertikken het om zich in Nederland aan te passen, beheersen niet de Nederlandse taal en onze cultuur. Zelfs na een verblijf van jaren in Nederland kunnen sommigen nog geen woord Nederlands. Wel wordt van ons verwacht dat wij Nederlanders respect hebben voor de culturele achtergrond en geloof van vluchtelingen, maar andersom is dat blijkbaar niet belangrijk

Als je de Nederlandse taal spreekt, dan is dat voor iedereen goed voor duidelijkheid in communicatie, met buren, op school, bij een arts en op het werk. Neemt mogelijk ook bij de Nederlanders weerstand weg

Zonder taal geen communicatie en geen integratie. Als je in Nederland woont en blijft wonen, vind ik het een vereiste dat je de taal spreekt.

Vooral de mensen, die Nederland opneemt en ver van onze cultuur afstaan, brengen veel beperkingen mee voor met name vrouwen.

Ongeacht houding zijn inwoners het erover eens dat het belangrijk is dat vluchtelingen aan het werk gaan en/of een opleiding volgen Dat vluchtelingen werken of een opleiding volgen om aan werk te komen • Veel inwoners met een negatieve houding stellen dat als vluchtelingen mogen blijven ze net als anderen moeten werken voor hun geld. Zo dragen ze ook (financieel) bij aan de maatschappij. Veel deelnemers vinden het belangrijk dat vluchtelingen geen geld kosten voor de maatschappij en hebben het gevoel dat vluchtelingen voorzieningen ’krijgen’ waar anderen hard voor moeten werken.Dit gevoel van een voorkeursbehandeling leidt tot gevoelens van onrechtvaardigheid. • Bij inwoners met een circa neutrale houding zien we argumenten van zowel de positieve als de negatieve groep.

• inwoners met een positieve houding stellen vaak dat als vluchtelingen kunnen werken en/of een opleiding volgen, ze een zinvolle invulling van de dag hebben die tevens perspectief biedt. Dit zorgt voor zelfvertrouwen, een gevoel van eigenwaarde, en bevordert hun zelfstandigheid. Daarnaast is werken de beste manier om de taal te leren. Ook is het een manier voor iedereen om een steentje bij te dragen. Enkele deelnemers zeggen dat de arbeidskrachten van harte welkom zijn.

56

Negatief (0-19)

Open raadpleging

Licht negatief

Circa neutraal

Licht positief

Positief (81-100)

⍉

(40-60)

(61-80)

5,8

6,5

6,5

6,0

6,5

(20-39)

7,0

Kaart met code

Vluchtelingen moeten net als iedere andere Nederlander werken voor hun geld

Vaak krijgen ze alles waar wij als Nederlander zelf heel erg hard voor moeten werken.

Door te werken of een opleiding te volgen integreren ze sneller in de samenleving. En kunnen ze dus ook sneller hun eigen broek ophouden. Dus minder kosten voor de samenleving. Meer begrip naar elkaar.

Net als elke Nederlander moeten werken om te kunnen leven. Als ze dan dezelfde rechten krijgen als ik dan zeker ook dezelfde plichten. Belastingen en premies betalen

Werk of opleiding is een goede en positieve manier om te integreren. Ongetwijfeld zit er ook veel talent onder de vluchtelingen, die zij graag willen inzetten. Toen ik hoorde van de beperking die asielzoekers is opgelegd (mogen slechts 26 weken werken en dat ook pas na een half jaar) was ik ontzettend verbaasd. Nietsdoen en duimendraaien geeft je een gevoel van nutteloosheid!

Voor alle inwoners is veiligheid belangrijk. Goed gedrag van vluchtelingen is een duidelijke verwachting – en voor sommige inwoners een voorwaarde Dat iedereen zich in en rond een opvanglocatie veilig voelt

Negatief

• Bij inwoners met een negatieve houding gaat het relatief vaak – maar niet uitsluitend – over veiligheid van omwonenden. Meerdere deelnemers zeggen dat er consequenties moeten zijn bij wangedrag, zoals terugkeer naar het land van herkomst. Daarnaast maken inwoners zich zorgen om de veiligheid van kinderen, vrouwen en ouderen. Een deel meent dat ze liever helemaal geen opvang willen bieden aan vluchtelingen.

8,8

• Bij inwoners met een circa neutrale houding komt wederzijdse verantwoordelijkheid vaak terug. Veiligheid moet een zekerheid zijn, een basisvoorziening, voor iedereen. Vluchtelingen zijn niet voor niets gevlucht. Maar er wordt ook van ze verwacht dat ze Nederland niet onveilig maken. • Ook inwoners met een positieve houding vinden veiligheid voor iedereen (vluchtelingen en inwoners) belangrijk. Zij verwijzen vaak naar ‘het hoe’: zorg bijvoorbeeld voor contact met vluchtelingen, maak ze wegwijs, en zorg dat zij zich gehoord voelen. Daarnaast is er te veel desinformatie en foutieve aannames over vluchtelingen als misdadigers. Betere informatie draagt bij aan veiligheid. Ook in deze groep zijn er inwoners die benoemen dat wangedrag consequenties moet hebben – dit is een vrij algemene sensitiviteit. 57

(0-19)

Kaart met code

Open raadpleging

Licht negatief

Circa neutraal

Licht positief

Positief (81-100)

⍉

(40-60)

(61-80)

7,3

5,8

5,7

5,6

6,3

(20-39)

Dat er überhaupt over veiligheid wordt gesproken rondom een opvanglocatie geeft al aan dat deze 'vluchtelingen' niet bijdragen aan een prettig en veilig woonklimaat

Wij vinden het belangrijk dat iedereen zich veilig voelt op straat, ook in de avond en nacht. In COAheb ik geen vertrouwen, zie Ter Apel

Dit vind ik echt het allerbelangrijkste. Bewoners rondom de opvanglocatie moeten zich veilig voelen: alleen naar buiten durven, kinderen naar buiten durven sturen etc. Maar ook de bewoners in de opvanglocatie moeten zich veilig moeten voelen en niet bang hoeven te zijn dat er iemand die tegen de komst van vluchtelingen is de boel komt slopen

Opvangcentra moeten ver buiten de gemeentegrenzen liggen, zodat niemand er last van heeft. Het moet niet te leuk zijn.

Vanzelfsprekend. Vluchtelingen, medewerkers, vrijwilligers, omwonenden. Wel voorkomen dat een locatie ergens midden in een wei of achteraf op een industrieterrein komt en overal ver vandaan ligt

Meer informeren is niet altijd beter of nodig, maar veel inwoners vinden dat het helpt voor de beeldvorming en hun vertrouwen in de overheid Dat inwoners extra geïnformeerd worden over de komst en opvang van vluchtelingen

Negatief

• inwoners met een negatieve houding geven hoge prioriteit aan dit thema. Binnen deze groep is echter een duidelijk verschil in perspectieven te zien. Diverse deelnemers geven weinig tot geen punten, vanuit de positie dat ze geen vluchtelingen willen dus ook niet (extra) geïnformeerd hoeven worden. Een kleine groep geeft veel punten en zegt dit als kans te zien om te protesteren en plannen tegen te houden. Een grotere groep geeft aan dat de informatievoorziening zoals nu tekortschiet: informatie komt te laat, er wordt niet echt geluisterd, mensen zijn verrast. Dit voedt het idee dat de gemeente het besluit doordrukt.

8,9

• inwoners met een circa neutrale houding gebruiken argumenten uit de (licht) positieve en (licht) negatieve groepen. • inwoners met een positieve houding vinden informeren belangrijk om angst weg te nemen en draagvlak te creëren. Maar extra informeren is voor veel inwoners niet nodig. Meerdere inwoners zeggen dat het allemaal niet groter gemaakt moet worden dan het is. De huidige hoeveelheid informatie die wordt gegeven is voldoende.

58

(0-19)

Kaart met code

Open raadpleging

Licht negatief

Circa neutraal

Licht positief

Positief (81-100)

⍉

(40-60)

(61-80)

5,7

4,1

4,0

2,9

4,8

(20-39)

Communicatie is mega belangrijk wil je je eigen bewoners aangehaakt houden Gemeenten zijn bang dat ze hun plannen moeten bijstellen na participatie door burgers. Dit speelt ook bij de opvang van migranten. Dus niet extra informeren, maar altijd op zijn minst informeren en raadplegen

Dan kunnen de inwoners er tegenin gaan om te voorkomen dat de vluchtelingen in onze gemeente komen.

Voordeel van informeren van de mensen in de buurt is dat zij na kunnen denken over een eventuele bijdrage in het welkom

Laat weten wie er komt, wanneer en waarom hier. Het zijn allemaal mensen en niet bij voorbaat die relschoppers en stereotypen vluchtelingen die steeds in de media verschijnen. Totnu toe is dit te weinig gedaan. DeCOA-locatie Impuls in Duiven zou volgens de site van COA (…) tot 31 december 2023 in gebruik zijn. Dit klopt niet, is nu november 2024 nog steeds in gebruik door het COA. Hetzelfde geldt voor de Nieuwgraaf in Duiven, de Hunneveldweg in Zevenaar. Er lopen nog steeds mensen rond die duidelijk bij deze locatie horen

Alle inwoners vinden dat er meer woningen moeten komen. Het verschil in prioriteit (punten) is een verschil in mening over de verdeling van bestaande woningen Dat er meer woningen komen voor alle inwoners, ook voor vluchtelingen

Negatief

• Zo goed als alle inwoners met een negatieve houding vinden dat er meer woningen moeten komen. Maar veel inwoners in deze groep zijn het oneens met het deel achter de komma (‘ook voor vluchtelingen’) en geven daarom weinig punten. Een veel terugkomende positie is dat autochtone Nederlanders, en dan vooral jongeren, voorrang moeten hebben bij het verdelen van bestaande (sociale huur)woningen.

2,0

• Ook inwoners met een circa neutrale houding vinden dat er meer woningen moeten komen in Nederland. Wat betreft de verdeling zien we hier relatief vaak dat vluchtelingen (in dit geval: statushouders) en inwoners gelijk behandeld moeten worden. Statushouders zouden dus op dezelfde wachtlijst moeten komen als autochtone inwoners. Geen voorrang, ook geen achterstelling. • Veel inwoners met een positieve houding vinden dat er meer woningen moeten komen voor alle inwoners, ook vluchtelingen. Zij noemen vaak expliciet het recht op een zelfstandige woning als veilige plek. Dit is een basisbehoefte. Deze inwoners stellen relatief vaak dat er een ‘eerlijke’ verdeling moet zijn tussen inwoners en vluchtelingen, hoewel niet duidelijk is wat ‘eerlijk’ is. Vergeleken met de andere posities suggereert dit wel dat er een bepaalde, onderbouwde verdeling mag zijn. 59

(0-19)

Kaart met code

Open raadpleging

Licht negatief

Circa neutraal

Licht positief

Positief (81-100)

⍉

(40-60)

(61-80)

2,9

4,6

5,5

6,2

4,8

(20-39)

Nee zeker niet voor vluchtelingen. Onze jeugd schreeuwt om betaalbare woningen. Zij zullen voorrang moeten krijgen

Er moeten zeker meer woningen komen, daarbij vind ik echt dat onze eigen bevolking voor gaat, onze jongeren die geen kans hebben. Ik vind dat vluchtelingen centraal opgevangen moeten worden

Er moeten sowieso meer “betaalbare” woningen komen. Zonder voorrang, dat vluchtelingen eerder een woning krijgen. Eigenlijk moet het % minimaalzijn dat specifiek toegewezen kan worden aan vluchtelingen. Als er binnen een gemeente lange wachtlijsten zijn, geen of minimale opvang.

Genoeg ruimte voor iedereen is fijn - geen reden voor scheve ogen

Proberen dit zo goed mogelijk te verdelen, hierdoor komen alle mensen, dus inwoners van Duiven en vluchtelingen samen te wonen. Hierdoor sneller integratie.

De prioritering van deze optie over bekostiging verschilt relatief weinig tussen de groepen: linksom of rechtsom is het belastinggeld Dat de landelijke overheid de opvang van vluchtelingen betaalt. En dit geen extra geld kost voor de gemeente • Meerdere inwoners met een negatieve houding zijn tegen beide vormen van bekostigen, omdat ze geen vluchtelingen willen opvangen. Relatief veel inwoners in deze groep zijn van mening dat de landelijke overheid opvang hoort te betalen, omdat gemeenten al te veel op hun bord hebben. De kosten voor opvang mogen niet ten koste gaan van inwoners in de gemeente. Zij wijzen ook relatief vaak op tekorten in de gemeentebegroting. Een deel van de inwoners geeft aan dat het niet uitmaakt wie betaalt, omdat het uiteindelijk toch met belastinggeld wordt bekostigd.

• Ook meerdere inwoners met een circa neutrale houding zeggen dat het uiteindelijk allemaal belastinggeld is. Zij wijzen relatief vaak naar de landelijke overheid, omdat deze ook het beleid maakt. • Veel inwoners met een positieve houding stellen eveneens dat bekostiging via de landelijke of de gemeentelijk overheid niet veel uitmaakt. Meerdere deelnemers in deze groep wijzen toch naar de landelijke overheid, maar minder vanuit de plicht van het Rijk als beleidsmaker en vaker vanuit de redenering van solidariteit tussen gemeenten en inwoners van Nederland.

60

Negatief (0-19)

Circa neutraal

Licht positief

Positief (81-100)

⍉

(40-60)

(61-80)

5,3

5,3

4,0

4,0

4,7

Er komt al zoveel op de nek van de gemeente dit is een landelijk probleem veroorzaakt door de overheid dus zou moeten betalen

Maakt geen bal uit betalen moeten we toch

Open raadpleging

Licht negatief (20-39)

5,7

Kaart met code

Of de gemeente of de landelijke overheid dit moet betalen kan ik niet beoordelen. Uiteindelijk betalen we allemaal via landelijke of gemeentelijke belasting.

Helemaal mee eens, de gemeente Duiven heeft nu al moeite om de begroting rond te krijgen, dus er is nu al te weinig. En ik vind niet dat het tekort dan maar afgewend moet worden op de inwoners van Duiven

Het is een landelijk probleem en moet ook landelijk aangevlogen worden. De gemeente kan hierbij ondersteunen en gastvrijheid bieden. De rekening ligt bij de landelijke overheid

Uiteindelijk komt het toch vanuit de belastingbetaler. Of via de overheid, of via overheid naar gemeenten. Dus ik denk dat de kosten niet anders zijn; we moeten het met zijn allen betalen

Dat vluchtelingen een bijdrage leveren zien de meeste inwoners als wenselijk. Er is een duidelijk verschil tussen inwoners of het adagium ‘voor wat hoort wat’ geldt Dat vluchtelingen een bijdrage leveren aan de samenleving, los van werk • Een eerste subgroep inwoners met een negatieve houding wil principieel geen enkele vorm van opvang en geeft weinig tot geen punten aan deze optie. Een andere groep inwoners staat (deels) open voor (tijdelijke) opvang. Deze groep vindt een bijdrage heel belangrijk en geeft vaak hoge prioriteit. Ze verwachten dat vluchtelingen een bijdrage leveren tegenover het onderdak en de faciliteiten die zij ontvangen. Deze ’voor wat hoort wat’ is niet geheel vrijblijvend. Meerdere inwoners in deze groep hebben het beeld dat vluchtelingen veel krijgen en er weinig voor te hoeven doen. • Onder de inwoners met een circa neutrale houding zeggen veel deelnemers – net als in de negatieve groep – dat ‘voor niets de zon op gaat’. Hier zien we echter ook dat een vrijwillige bijdrage vrijwillig moet blijven. Meerdere inwoners benoemen de positieve effecten van een dagbesteding voor vluchtelingen.

• inwoners met een positieve houding benadrukken de positieve effecten van vrijwilligerswerk voor vluchtelingen, met name hun persoonlijke mentale welzijn en hun integratie en acceptatie in de maatschappij. Het ‘voor wat hoort wat’-sentiment is afwezig. Enkele inwoners benoemen ook dat niet alle (autochtone) inwoners van de gemeente een vrijwillige bijdrage leveren. 61

Negatief (0-19)

Open raadpleging

Licht negatief

Circa neutraal

Licht positief

Positief (81-100)

⍉

(40-60)

(61-80)

5,9

4,9

4,2

3,8

4,5

(20-39)

4,4

Kaart met code

Niet meer dan normaal… je bent te gast! En als je een bijdrage kan leveren moet je dat gewoon met alle liefde doen (tenzij erg getraumatiseerde mensen) en zal bovendien eigenwaarde opleveren, normen en waarden leren van het land, en de taal leren

Als ze hier niet naar toe komen hoeven ze ook geen bijdrage te leveren.

Geen dagbesteding levert verveling op. Verveling geeft gedoe.

Vluchtelingen krijgen niks voor niks. Ze kosten ons als genoeg

Deelnemen aan de samenleving is beter om te integreren, dus bijvoorbeeld vrijwilligerswerk en/of lidmaatschap sportclub etc.

‘Voor wat, hoort wat' is een fout uitgangspunt als het om vluchtelingen gaat. Asociaal!

De meeste positieve inwoners zien verspreid wonen als wenselijk voor de integratie. Veel negatieve inwoners zien centrale locaties als veiliger Dat vluchtelingen verspreid wonen over wijken, dorpen en kernen

Negatief

• inwoners met een negatieve houding geven vaak aan dat een centrale opvanglocatie veiliger is, omdat daar meer controle mogelijk is. Ook geven ze vaak als argument dat het efficiënt is om centrale opvang te bieden, want je hebt minder ruimte en begeleiding nodig. Ondanks het lage aantal punten, worden er ook veel argumenten voor spreiding genoemd. Die gaan vaak over het verdelen van de lasten en dat spreiding de integratie bevordert.

1,5

• inwoners met een circa neutrale hebben het minder vaak over ‘veiligheid’. De focus in de argumenten ligt meer op dat spreiding goed is voor de integratie en dat je geen getto wilt creëren. Ook geven inwoners uit deze groep aan dat zolang het nog de bedoeling is dat iemand terugkeert, integratie (en spreiding) niet aan de orde is. • inwoners met een positieve houding refereren vaker dan de andere groepen aan ‘saamhorigheid’ en ‘opgenomen worden’, in plaats van dat nieuwkomers moeten ‘integreren’. Ook valt op dat wanneer mensen in deze groep weinig punten geven, ze dit koppelen aan het perspectief van de vluchteling: het is juist fijn als zij bij elkaar kunnen wonen. 62

(0-19)

Kaart met code

Open raadpleging

Licht negatief

Circa neutraal

Licht positief

Positief (81-100)

⍉

(40-60)

(61-80)

3,5

3,5

4,5

4,7

3,7

(20-39)

Duidelijk communiceren dat ze niet gewenst zijn, niet meer dan de wettelijke voorzieningen krijgen en beter terug kunnen gaan. Geen openingen creëren voor zieligheidsclaims later.

Zodat niet 1 wijk met dit probleem zit

Door ze te spreiden integreren ze beter, ze blijven niet bij hun eigen kliek hangen.

Om goed te kunnen integreren lijkt het mij belangrijk dat vluchtelingen tussen de Nederlanders wonen.

Gecentraliseerd is wat past bij het zijn van een vluchteling. Zij hebben elkaar nodig en hoeven niet te integreren in het dorp. Bij definitie gaan vluchtelingen ook weer terug wanneer de reden van ontvluchten voorbij is.

Dan pas komt er echte integratie en saamhorigheid bij allen.

Mensen willen dat ze onze cultuur en taal aanhouden, dan moeten we ze ook helpen dit te kunnen leren. gun de vluchtelingen een eigen netwerk dicht in de buurt

Veel inwoners delen nut en noodzaak van contact, maar er zijn gevoeligheden en meningsverschillen over ‘het hoe’. Contact mag niet geforceerd worden Dat we meer dingen doen om inwoners en vluchtelingen met elkaar in contact te brengen

Negatief

• Meerdere inwoners met een negatieve houding zeggen geen behoefte aan contact te hebben en/of geven aan überhaupt geen vluchtelingen te willen opvangen. De meeste inwoners in deze groep vinden echter dat contact wel nuttig is. Maar zij zien het niet als rol van de gemeente en contact mag absoluut niet geforceerd worden. Als het ontstaat, dan op andere manieren, bijvoorbeeld via werk of het verenigingsleven. Meerdere deelnemers geven ook aan dat het initiatief in eerste instantie vanuit vluchtelingen moet komen.

0,4

• inwoners met een circa neutrale houding vinden vaak dat contact belangrijk is voor wederzijds begrip en het verkleinen van verschillen. Net als de negatieve groep vinden zij dat de meest geschikte manier is dat contact ontstaat via werk, clubs, etc. En daarvoor is kennis van taal en cultuur een randvoorwaarde. Daarom geven zij meer prioriteit aan andere opties uit de raadpleging.

• inwoners met een positieve houding vinden contact zeer belangrijk voor het creëren van wederzijds begrip. Afwezig in deze groep is het argument dat contact via andere routes tot stand komt. Veel van deze inwoners gaan er niet vanuit dat contact vanzelf ontstaat. In deze groep zien we veel concrete suggesties, zoals het matchen van vluchtelingen met inwoners, voor elkaar koken, samen sporten, 63 kennismakingsdagen, inrichten van ontmoetingslocaties, etc

(0-19)

Kaart met code

Open raadpleging

Licht negatief

Circa neutraal

Licht positief

Positief (81-100)

⍉

(40-60)

(61-80)

2,3

2,7

4,3

5,8

3,2

(20-39)

Je doet je best. Maar ik heb er geen behoefte aan.

Als men een beetje moeite doet om te integreren, dan volgt dat onderlinge contact vroeg of laat vanzelf. Het heeft geen zin om dat te forceren.

In contact nemen de verschillen af en nemen de overeenkomsten toe

Als vluchtelingen goed Nederlands spreken komt dat volgens mij vanzelf. Kunnen ze ook plaatselijk krantje lezen en weten wat er te beleven is

Ik denk dat het voor wederzijds begrip belangrijk is dat inwoners en vluchtelingen met elkaar in contact komen

Dat moet ieder voor zich weten, ik zit er niet op te wachten, maar zal het ook niet uit de weg gaan

Inwoners ervaren mobiliteit van vluchtelingen niet als urgent probleem. Veel inwoners denken dat dit al goed mogelijk is. Dat vluchtelingen zich makkelijk en veilig kunnen verplaatsen in de gemeente • inwoners met een negatieve houding zien dit niet als urgent beleidsdoel en geven weinig punten. Zij vinden dat vluchtelingen zich al goed kunnen verplaatsen door de gemeente, bijvoorbeeld omdat er fietspaden zijn of omdat de gemeente klein genoeg is om te kunnen lopen. Er is ook een groep mensen die aangeeft dat ze vinden dat dit niet iets is dat alleen voor vluchtelingen geldt: alle mensen in Nederland moet zich veilig kunnen verplaatsen. Er zijn ook enkele deelnemers die vinden dat asielzoekers zich zo min mogelijk moeten verplaatsen, behalve als ze naar werk gaan. • Bij inwoners met een circa neutrale houding zien we ook de motivatie dat vluchtelingen zich al makkelijk kunnen verplaatsen in de gemeente. Diverse deelnemers vinden dat iedereen zich goed moet kunnen verplaatsen, niet alleen vluchtelingen.

• inwoners met een positieve houding zien dit als een belangrijk onderdeel van de integratie in Nederland. Om naar werk of opleiding te komen moet een mens zich kunnen verplaatsen. Een randvoorwaarde die deze groep deelnemers stelt is dat vluchtelingen wel goed geïnformeerd moeten worden over de verkeersregels in Nederland, met name op de fiets. En willen die hulp ook bieden. 64

Negatief (0-19)

Open raadpleging

Licht negatief

Circa neutraal

Licht positief

Positief (81-100)

⍉

(40-60)

(61-80)

1,6

2,6

3,5

4,0

2,8

(20-39)

0,4

Kaart met code

Duiven is niet zo groot, ik zie geen probleem

Dit is volgens mij geen issue in Duiven

Dat hoeft de overheid niet te organiseren, dat doen ze voor mij ook niet.

Waarom alleen hun? Dat zou iedereen moeten kunnen

Onder toezicht van coaches de buurt leren kennen. Een fietsactie organiseren zodat mensen leren fietsen en de fiets mogen lenen/houden.

Is een randvoorwaarde voor bijdragen aan de samenleving

Overige vragen Wat vinden inwoners over wederkerigheid, welkom voelen, en de weg vinden?

Deel 1. Over de deelnemers Wie hebben er meegedaan?

Deel 2. Over samenleven met vluchtelingen Wat vinden inwoners belangrijk? En waarom?

Deel 3. Overige vragen

Deel 4. Over de raadpleging

Wat vinden inwoners over wederkerigheid, welkom voelen, en de weg vinden?

Hoe hebben deelnemers de raadpleging ervaren?

Overige stellingen over samenleven in Duiven

Kaart met code

Figuur 17.Overige stellingen over samenleven met vluchtelingen Totaal Duiven (n=565)

Goed samenleven moet van twee kanten komen: 5% van vluchtelingen en van inwoners Ik kan meer mijn best doen om in contact te komen met vluchtelingen

12%

14%

36%

11%

31%

Vluchtelingen kunnen meer hun best doen om in 5%5% contact te komen met inwoners

Vluchtelingen moeten hulp krijgen om hun weg te vinden in de zorg, het onderwijs en binnen de overheid Vluchtelingen moeten zich welkom voelen in onze gemeente

Helemaal mee oneens

66

Mee oneens

36%

14%

9% 6% 0%

34%

40%

10%

38%

19% 20%

Neutraal

40%

8%

Een kwart van de inwoners vindt dat het niet vanuit hun moet komen. 42% ziet ook een rol voor zichzelf

13%

10% van de inwoners vindt dat vluchtelingen niet meer hun best kunnen doen. Bijna de helft van de inwoners vindt van wel (49%).

32%

34%

Mee eens

Bijna 80% vindt dat goed samenleven van twee kanten moet komen.

43%

60%

Er is een meerderheid van inwoners die vindt dat vluchtelingen zich welkom moeten voelen.

31% 80%

Helemaal mee eens

100%

Over de raadpleging Wat vonden inwoners van de raadpleging?

Deel 1. Over de deelnemers Wie hebben er meegedaan?

Deel 2. Over samenleven met vluchtelingen Wat vinden inwoners belangrijk? En waarom?

Deel 3. Overige vragen

Deel 4. Over de raadpleging

Wat vinden inwoners over wederkerigheid, welkom voelen, en de weg vinden?

Hoe hebben deelnemers de raadpleging ervaren?

Hoe hebben deelnemers de raadpleging gewaardeerd? Toelichting

Ik kon mijn mening kwijt in deze raadpleging

De grafieken hiernaast laten zien hoeveel deelnemers het (helemaal) eens en (helemaal) oneens waren met verschillende stellingen over de raadpleging. Het betreft hier de antwoorden van kaart-met-codedeelnemers uit de gemeente Duiven.

8% 13%

• Deelnemers zijn positief over de raadpleging: 89% van de deelnemers geeft een voldoende. Ze beoordelen de raadpleging gemiddeld met een rapportcijfer 7,0.

• Bijna alle deelnemers (88%) geven aan dit een belangrijk onderwerp te vinden om hun mening over te geven. Dit is iets hoger dan andere PWEraadplegingen over dit onderwerp.

68

Ik vertrouw erop dat deze raadpleging eerlijk is

“Focus ligt op samenleven met vluchtelingen, focus hoort niet daar te liggen. Vluchtelingen zouden niet hoeven te vluchten, en ook niet naar Nederland te komen, we zijn al vol.”

9% 15%

76%

79%

• De meeste deelnemers (79%) geven aan hun mening kwijt te kunnen in deze raadpleging. Dit zien we ook in andere, vergelijkbare PWE’s. 8% geeft aan niet hun mening kwijt te kunnen in deze raadpleging. In hun onderbouwing hiervoor zien we vooral terug dat deze deelnemers negatief staan tegenover vluchtelingen: zij willen geen vluchtelingen en dit konden ze niet aangeven in de raadpleging.

Kaart met code

Ik vond het een belangrijk onderwerp om mijn mening over te geven 3%

9%

Ik vond de raadpleging moeilijk te begrijpen 12%

3%

(Helemaal) mee oneens Neutraal (Helemaal) mee eens

88%

"Dat het mijn mening vraagt over een belangrijk onderwerp"

84%

Hoe hebben deelnemers de raadpleging gewaardeerd? Toelichting

Deze methode moet vaker worden ingezet om inwoners te betrekken bij overheidsbeleid

De grafieken hiernaast laten zien hoeveel deelnemers het (helemaal) eens en (helemaal) oneens waren met verschillende stellingen over de raadpleging. Het betreft hier de antwoorden van deelnemers van de kaart-met-code-raadpleging uit de gemeente Duiven.

5% 13%

• Het merendeel van de deelnemers (81%) geeft aan te vinden dat deze methode vaker moet worden ingezet om inwoners te betrekken bij overheidsbeleid. Dit is vergelijkbaar met andere PWE’s. Deelnemers geven aan dit onderwerp heel belangrijk te vinden, en het te waarderen dat ze er over mee konden denken. • Bijna de helft van de deelnemers (42%) geeft aan door deze raadpleging iets te hebben geleerd over de keuzes en dilemma's van de overheid op dit thema. Dit is lager dan bij vergelijkbare PWE’s. Tegelijkertijd is er hier 20% van de deelnemers die aangeeft het hier (helemaal) mee oneens te zijn. Zij onderbouwen dit vooral door te stellen dat ze er weinig vertrouwen in hebben dat er veel mensen meedoen, of dat er vooral mensen met een bepaalde mening mee zullen doen aan de raadpleging.

69

81%

Doordat ik meedoe aan deze raadpleging heb ik geleerd over de keuzes die de overheid moet maken over dit thema

"Ik vind het belangrijk dat de overheid/gemeente aan de burgers vraagt wat zij belangrijk vinden. De kloof tussen burger en overheid/gemeente is te groot. Ik vraag me met regelmaat af of de overheid weet/beseft wat er speelt in het dagelijks leven van haar burgers."

Als veel mensen meedoen aan deze raadpleging, dan zijn de uiteindelijke besluiten over dit onderwerp voor mij beter te accepteren

22% 42% (Helemaal) mee oneens Neutraal (Helemaal) mee eens

Kaart met code

28%

30%

41%

Als de overheid vaker op deze manier inwoners laat meedenken over dit soort keuzes, dan krijg ik meer vertrouwen in de besluiten van de overheid

"Ben bang dat veel mensen een oordeel hebben op basis van angst/ onbekendheid. Hoe eerlijk krijgen vluchtelingen dan echt een kans?"

18%

51%

31% 36% "Je weet niet wat ermee wordt gedaan en of er echt rekening mee wordt gehouden."

Hoe hebben deelnemers de raadpleging gewaardeerd? Toelichting

Ik kon mijn mening kwijt in deze raadpleging

De grafieken hiernaast laten zien hoeveel deelnemers het (helemaal) eens en (helemaal) oneens waren met verschillende stellingen over de raadpleging. Het betreft hier de antwoorden deelnemers aan de open raadpleging uit de gemeente Duiven.

10% 20%

• Deelnemers zijn positief over de raadpleging: 83% van de deelnemers geeft een voldoende. Deelnemers beoordelen de raadpleging gemiddeld met een rapportcijfer 6,8.

70%

• Net als bij de kaart-met-code-raadpleging, is er een groep van ongeveer 10% die aangeeft het (helemaal) oneens te zijn met de stellingen dat ze hun mening kwijt konden, en dat de raadpleging eerlijk is. Deze mensen zeggen vooral überhaupt tegen de komst van vluchtelingen te zijn, en dat niet voldoende kwijt te kunnen in deze raadpleging. • Bijna alle deelnemers (91%) geven aan dit een belangrijk onderwerp te vinden om hun mening over te geven. Dit is ongeveer hetzelfde als bij de raadpleging met kaart en code. Ook de onderbouwing komt overeen: mensen vinden het een belangrijk onderwerp, en waarderen dat ze hun mening konden geven.. 70

Open raadpleging

Ik vertrouw erop dat deze raadpleging eerlijk is

"Ik mis de vraagstelling hoe de inwoners van Nederland zelf tegenover de opvang van vluchtelingen in het algemeen staat. Moeten we wel vluchtelingen opgevangen of liever dichtbij land van herkomst?"

10%

18%

71%

Ik vond het een belangrijk onderwerp om mijn mening over te geven 1%

Ik vond de raadpleging moeilijk te begrijpen 5%

7%

16%

(Helemaal) mee oneens Neutraal (Helemaal) mee eens

91%

"Dat het mijn mening vraagt over een belangrijk onderwerp"

78%

Hoe hebben deelnemers de raadpleging gewaardeerd? Toelichting

Deze methode moet vaker worden ingezet om inwoners te betrekken bij overheidsbeleid

De grafieken hiernaast laten zien hoeveel deelnemers het (helemaal) eens en (helemaal) oneens waren met verschillende stellingen over de raadpleging. Het betreft hier de antwoorden van deelnemers aan de open raadpleging uit de gemeente Duiven.

16%

Als veel mensen meedoen aan deze raadpleging, dan zijn de uiteindelijke besluiten over dit onderwerp voor mij beter te accepteren 18% 39% (Helemaal) mee oneens Neutraal

42%

28%

30% "Dat je meer begrip krijgt voor de dilemma’s van overheden, dat je mening ertoe doet en dat het overduidelijk is dat we met vluchtelingen moeten samenleven."

77%

(Helemaal) mee eens

71

Doordat ik meedoe aan deze raadpleging heb ik geleerd over de keuzes die de overheid moet maken over dit thema

6%

• Vergelijkbaar met de kaart met code, geeft ongeveer een derde van de deelnemers (30%) aan door deze raadpleging iets te hebben geleerd over de keuzes en dilemma's van de overheid op dit thema. • Maar een ander derde (28%) geeft aan het hier (helemaal) mee oneens te zijn. Dit is dezelfde groep deelnemers die aangeeft het (helemaal) oneens te zijn met de stellingen dat uiteindelijke beslissingen makkelijker te accepteren zijn als veel mensen meedoen en de stelling dat vertrouwen in de overheid groter wordt als inwoners vaker op deze manier worden betrokken. Deze deelnemers hebben al een sterke mening over vluchtelingen, en zeggen überhaupt weinig vertrouwen te hebben in de beslissingen die de overheid op dit onderwerp neemt.

Open raadpleging

42%

Als de overheid vaker op deze manier inwoners laat meedenken over dit soort keuzes, dan krijg ik meer vertrouwen in de besluiten van de overheid

"Ik ben bang dat vooral mensen die tegen vluchtelingen zijn zich laten horen. Ik mag toch aannemen dat de gemeenteraad en het college middels de verkiezingen al een goede afspiegeling zijn van de samenleving. Met een raadpleging mogen ook mensen een mening geven die geen flauw idee hebben waar ze het over hebben…"

20%

48% 31%

Bijlage bij basisrapport: uitkomsten gemeente Westervoort Resultaten van een inwonersraadpleging over samenleven met vluchtelingen

Deel 1. Over de deelnemers Wie hebben er meegedaan?

Deel 2. Over samenleven met vluchtelingen Wat vinden inwoners belangrijk? En waarom?

Deel 3. Overige vragen

Deel 4. Over de raadpleging

Wat vinden inwoners over wederkerigheid, welkom voelen, en de weg vinden?

Hoe hebben deelnemers de raadpleging ervaren?

Colofon Deze PWE-raadpleging is uitgevoerd door Populytics, een spinoff van de TU Delft, in opdracht van de gemeenten Duiven, Westervoort en Zevenaar. Deze bijlage met uitkomsten voor de gemeente Westervoort horen bij een basisrapport met hoofdresultaten voor de drie gemeentes samen.

74

Auteurs

Mark Beumer (mark@populytics.nl) Tom Geijsen (tom@populytics.nl) Jetske Mulder (jetske@populytics.nl)

Datum

Januari 2025

Versie

1.0 (Definitief)

Contact

Populytics b.v. Frambozenweg 139 2321 KA Leiden info@populytics.nl www.populytics.nl

Photo by Sander Weeteling on Unsplash

Vooraf: hoe de resultaten te lezen?

In het basisrapport is een uitgebreide onderzoeksverantwoording te vinden.

75

De oorspronkelijke raadpleging is nog steeds vindbaar op de website samenverder.raadpleging.net. De raadpleging is ook nog in te vullen, maar antwoorden worden niet meer geregistreerd.

Vooraf (1/2): We presenteren steeds de gemiddelden van de twee varianten van de raadpleging

Gemiddelden voor alle inwoners van een gemeente • We presenteren voor elke gemeente steeds eerst de resultaten voor alle deelnemers die hun mening hebben gegeven: de gemiddelde punten per optie. We laten de twee varianten zien: de kaart met code en de open raadpleging. • Voor de verdere resultaten laten we met name de representatieve uitkomsten zien die voortkomen uit de raadpleging via de kaart met code. Deze zeggen het meest over de gemeente als geheel.

Uitgangswaarde • Als deelnemers aan alle tien opties evenveel punten toekennen (alles even belangrijk vinden), dan zou elke optie 5 punten krijgen (50 gedeeld door 10). Dit noemen we ook wel de uitgangswaarde.

76

Betrouwbaarheidsinterval • Een steekproef heeft altijd een mate van onzekerheid. Als alle inwoners van de gemeente mee zouden doen, dan bevinden de uitk omsten zich met 95% zekerheid in het waardebereik van dit (lichtblauwe) betrouwbaarheidsinterval. Als er geen overlap zit in het waardebereik van twee doelen, dan is het verschil tussen deze doelen significant. In dit voorbeeld verschilt de optie ‘taal en cultuur’ significant van ‘werk en opleiding’. Maar ‘werk en opleiding’ verschilt echter niet significant van ‘veiligheid’. De volgorde van deze twee doelen zou ook omgekeerd kunnen zijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westervoort&id=82e2fa1e-8548-4cec-974d-b226b494fade