A06-20230417-09-vka-coll-aanpak-mensenhandel-bijlage-3-notitiebijlagen-5-signaleringsprotocol-regio-gm.pdf
Tekst van het document
SIGNALERINGSPROTOCOL
MENSENHANDEL Gelderland-Midden
1
Voorwoord Mensenhandel is een ernstige schending van de mensenrechten en de persoonlijke integriteit. Iedereen heeft recht op een veilig bestaan waarin geen plaats is voor mensenhandel en uitbuiting.
Het doel van het signaleringsprotocol Mensenhandel 1 is dat professionals signalen en (vermoedelijke slachtoffers van) mensenhandel herkennen en weten hoe te handelen. Ook wordt in dit document duidelijk welke ketenpartner betrokken kan worden voor advies. In opdracht van centrumgemeente Arnhem is de functie van zorgcoördinator voor slachtoffers van mensenhandel voor de regio Arnhem ondergebracht bij Moviera. De zorgcoördinator voor slachtoffers van mensenhandel wordt in het vervolg aangeduid als zorgcoördinator. De zorgcoördinator is het aanspreekpunt voor informatie, advies en ondersteuning. Tevens coördineert de zorgcoördinator de zorg voor slachtoffers van mensenhandel. In dit signaleringsprotocol Mensenhandel is beschreven hoe de taken van de zorgcoördinator de taken van onder andere Veilig Thuis Gelderland Midden( in het vervolg aangeduid als Veilig Thuis) aanvullen. De definitie Mensenhandel die wordt aangehouden in dit signaleringsprotocol Mensenhandel: ‘Mensenhandel is het werven, vervoeren, overbrengen, opnemen of huisvesten van een persoon, met gebruik van dwang 2 (in brede zin) en met het doel die persoon uit te buiten.’ 3 De uitbuiting komt voor in verschillende vormen: seksuele uitbuiting, arbeidsuitbuiting, orgaanhandel en overige uitbuiting.
In dit signaleringsprotocol Mensenhandel is met name aandacht voor het handelen bij seksuele uitbuiting, criminele uitbuiting en arbeidsuitbuiting. Professionals die lokaal werkzaam zijn zullen namelijk vooral met deze vormen van mensenhandel te maken krijgen. Dit signaleringsprotocol mensenhandel wordt in 2019 verder geïmplementeerd binnen de (Arnhemse) wijkteams, instellingen en andere organisaties die te maken kunnen krijgen met mensenhandel. December 2018 Zorgcoördinatie Mensenhandel Moviera Bennekomseweg 43 6717LL Ede 088 3744744
Het signaleringsprotocol Mensenhandel vervangt het signaleringsprotocol Mensenhandel/loverboys van 2013. 2Let op: Bij minderjarigen kan er ook zonder gebruik van dwang sprake zijn van mensenhandel. Dwang hoeft bij een minderjarige namelijk niet bewezen te worden, omdat het gebruik van dwang bij minderjarige slachtoffers geen bestanddeel is van de delictsomschrijving van mensenhandel. 3 Definitie van Bureau Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen. 1
2
Leeswijzer In dit signaleringsprotocol Mensenhandel wordt het stappenplan beschreven en nader toegelicht. Dit stappenplan is gebaseerd op de Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling. Vervolgens wordt een overzicht gegeven van de te volgen route bij signalen en wordt een toelichting gegeven op de rol en taken van de betrokken partijen binnen de keten in de regio GelderlandMidden. Tot slot vindt u in de bijlage achtergrondinformatie, signalenlijsten, aandachtspunten bij contact en de sociale kaart.
3
Inhoud Leeswijzer 1 Het Stappenplan 1.1 Stappenplan 1.2 Toelichting op de stappen 2 Overzicht betrokken partijen en diens taken binnen de keten 2.1 Route 2.2 De betrokken ketenpartners 3 Bijlagen 3.1 Seksuele uitbuiting 3.2 Signalenlijst seksuele uitbuiting (slachtoffer mensenhandelaar) 3.3 Aandachtspunten gespreksvoering met een (vermoedelijk) slachtoffer 3.4 Arbeidsuitbuiting 3.5 Criminele uitbuiting 3.6 Orgaanhandel 3.7 Signalenlijst mensenhandel (arbeidsuitbuiting) 3.8 Artikel 273f wetboek van strafrecht 3.9 Sociale Kaart Bronnenlijst
4
3 5 5 7 10 10 11 14 14 15 18 19 19 20 21 23 24 25
1
Het Stappenplan
1.1 Stappenplan Het stappenplan is gebaseerd op de Wet Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling 2013 en het Besluit verplichte meldcode welke met ingang van 1 januari 2019 in werking treedt. Deze wet geeft richtlijnen ten aanzien van de stappen die moeten worden genomen om een beeld te krijgen of er mogelijk sprake is van huiselijk geweld en kindermishandeling. Voor dit signaleringsprotocol Mensenhandel zijn deze stappen aangepast zodat deze ook van toepassing zijn op mensenhandel. De meldcode met de stappen 1 t/m 5 bestaat dus al een aantal jaren. Het is voor professionals van belang te weten dat de meldcode echter per 1 januari 2019 verandert. We hebben dan te maken met een ‘aangescherpte meldcode’. Het wordt een professionele norm om melding te doen bij Veilig Thuis als er vermoedens zijn van acute en structurele onveiligheid. De vijf stappen uit de meldcode blijven bestaan, maar stap vier en vijf worden aangepast. In stap vijf vervalt het onderscheid tussen hulp verlenen of melden. De beroepskracht neemt in de nieuwe situatie twee losse besluiten: 1. Is melden bij Veilig Thuis noodzakelijk? 2. Is zelf hulp bieden of organiseren ( in voldoende mate) ook mogelijk? Om te komen tot het besluit om te melden is het per 1 januari 2019 verplicht om als beroepskracht als hulpmiddel een afwegingskader te gebruiken in stap vier en vijf van de meldcode.
De afwegingskaders die gemaakt zijn voor de beroepsgroepen vindt u in de Toolkit huiselijk geweld en kindermishandeling. De stappen in het stappenplan helpen om alle informatie systematisch te verzamelen en te verwerken. Door alle stappen te zetten komt er een antwoord op de vraag wat je moet doen bij vermoedens van mensenhandel. Het werken met het stappenplan is een cyclisch proces waarbij sommige stappen meerdere malen gezet kunnen worden. Het gebruik van dit stappenplan bevordert een effectieve ketensamenwerking, omdat duidelijk is omschreven welke verantwoordelijkheden de verschillende partijen in de keten hebben.
5
Stap 1 Breng signalen in kaart Stap 2 Overleg met een collega en/of externe deskundige (Veilig Thuis) Stap 3 Bespreek de signalen en factoren met de cliënt Stap 4 Weeg verzamelde informatie samen met collega en externe deskundige (Veilig Thuis)* Stap 5 Neem twee beslissingen: 1. Is melden bij Veilig Thuis noodzakelijk? 2. Is hulpverlening (ook) mogelijk? * Bekijk de 5 afwegingsvragen die bij stap 4 horen.
6
Hoe te handelen bij (mogelijke) signalen van mensenhandel Bij acuut gevaar Schakel de politie in. Bij voorkeur in overleg met het slachtoffer. Als er geen overleg mogelijk is schakel dan toch de politie in. Meld dat het vermoedelijk om mensenhandel gaat en vraag naar de rechercheur Mensenhandel bij de afdeling Vreemdelingen, Identificatie en Mensenhandel (AVIM). Dit kan binnen kantoortijden met de Front-Office AVIM: 088-965 77 00. Buiten kantoortijden en bij spoed kan er gebeld worden met de meldkamer 112. Zij kunnen doorverbinden met de piket van mensenhandel. Indien nodig volgen er crisisinterventies gericht op bescherming van het slachtoffer, het beëindigen van de uitbuitingssituatie, het regelen van (tijdelijke) opvang of contact met Veilig Thuis en de zorgcoördinator. Bij signalen die mogelijk kunnen wijzen op mensenhandel Het uitgangspunt is dat professionals zelf het stappenplan doorlopen. Mits anders beschreven door de organisatie (bijvoorbeeld t.a.v. vrijwilligers). De volgorde van het stappenplan is niet dwingend. Wel is het belangrijk dat de professional op enig moment in het proces alle stappen heeft doorlopen voor het komen tot een afweging.
1.2 Toelichting op de stappen Stap 1: Het in kaart brengen van signalen en factoren Acties: • Breng de signalen die een vermoeden bevestigen of ontkrachten in kaart en leg deze zo zorgvuldig en duidelijk mogelijk vast in het dossier of in werkaantekeningen. 4 • Maak een duidelijk onderscheid tussen feiten, omstandigheden, gebeurtenissen, interpretaties en eigen waarneming. • Bespreek de zaken die opvallen open met de cliënt om een completer beeld te krijgen van de situatie. Stap 2: Overleg met collega’s en eventueel externe deskundigen Acties: • Bespreek de waargenomen signalen, risico- en beschermende factoren met een directe collega of aandachtsfunctionaris binnen de organisatie. 5 • Wanneer er geen aandachtsfunctionaris is binnen de organisatie is het van belang externe deskundigen te consulteren. Afhankelijk van de doelgroep en situatie kan dit Veilig Thuis of de zorgcoördinator zijn. Zie hiervoor de toelichting onder 2.1. • Bespreek de waargenomen signalen, de risico- en beschermende factoren. • Registreer (start dossiervorming) in het eigen systeem met feitelijke informatie (wie, wat, wanneer). • Analyseren van de inhoud en op basis hiervan vervolgafspraken maken.
4 5
Volg altijd de richtlijnen rond dossiervorming en privacy van de AVG en van de eigen organisatie. Het is aan te bevelen dat iedere organisatie een aandachtsfunctionaris mensenhandel aanstelt. 7
Stap 3: Bespreek de signalen en factoren met de betrokkene(n) Acties: • Het opnieuw bespreken van de signalen die zijn waargenomen inclusief het benoemen van de zorgen met de betrokkene(n). • Nodig de betrokkene(n) uit om een reactie te geven. • Voer het gesprek bij voorkeur samen met een gespecialiseerde collega. • Verken met betrokkene(n) en relevante anderen de risicofactoren en beschermende factoren binnen het netwerk. • Bespreek eventuele vervolgstappen en afspraken (probeer de toestemming te krijgen van betrokkene(n) om derden te betrekken en/of een melding te doen). • Leg de uitkomsten van deze stap vast in het dossier. Stap 4: Weeg de verzamelde informatie Acties: • Weeg op basis van de signalen, het ingewonnen advies en het gesprek met de betrokkene(n) de aard en de ernst van de situatie af. Is er sprake van (vermoedelijk) slachtofferschap, wat zijn de risico’s op slachtofferschap en welke beschermende factoren bieden aanknopingspunten voor verdere ondersteuning? • Gebruik hierbij de 5 afwegingsvragen: o 1. Heb ik op basis van de stappen 1 t/m 3 een vermoeden van/is er sprake van mensenhandel? o 2. Heb ik een vermoeden van/is er sprake van acute of structurele onveiligheid? o 3. Ben ik in staat effectieve/passende hulp te bieden of organiseren? o 4. Werken betrokkenen mee aan de geboden of georganiseerde hulp? o 5.
Leidt deze hulp tot duurzame veiligheid? • Bespreek deze weging eventueel opnieuw met een deskundige (intern of extern). • Bespreek de conclusies met betrokkene(n) en leg dit ook vast in dossier. • Maak bij deze weging gebruik van het afwegingskader van uw eigen beroepsgroep. Stap 5: Beslis welke acties nodig zijn: 1. Vermoeden ongegrond Geen vervolgactie noodzakelijk, wel blijven volgen en onderzoeken waar het gedrag vandaan komt. 2. Twijfels Bepalen hoe de situatie te volgen, eventuele extra informatie te verkrijgen en bepalen wat de vervolgstappen zijn. 3. Vermoedens van mensenhandel blijven aan de orde Wanneer zorgen rondom de situatie aan de orde blijven dient u twee beslissingen te nemen: 1. Indien er sprake is van acute of structurele onveiligheid dan moet u een melding doen bij Veilig Thuis, dit is met ingang van 1 januari 2019 een professionele norm. Bij structurele onveiligheid is er sprake van herhaling of het voortduren van een onveilige situatie of geweld. Van acute onveiligheid is sprake als een persoon in direct fysiek gevaar verkeert en diens veiligheid de komende dagen niet gegarandeerd is. Hij of zij heeft direct bescherming nodig. Wanneer de cliënt geen toestemming geeft voor het doen van een
8
melding, maar er is sprake van ernstige dreiging kunt u een melding maken op basis van een conflict der plichten. 6 2. U dient na te gaan of er hulp georganiseerd kan worden. Dit kan, wanneer u zelf in staat bent om effectieve/passende hulp te bieden of te organiseren, de betrokkenen meewerken aan de geboden of georganiseerde hulp en deze hulp leidt tot duurzame veiligheid. Extra aandachtspunten ter afweging zijn opgenomen in het afwegingskader voor onder andere sociaal werkers, onderdeel van de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling. 7 Vrijwilligers hebben geen afwegingskader wat valt onder de meldcode. Indien vrijwilligers zorgen hebben rondom een betrokkene kan er advies ingewonnen worden bij Veilig Thuis. Veilig Thuis kan dan met diegene onderzoeken hoe aan een eventuele melding, indien hier sprake van zou zijn, vorm gegeven kan worden. Afrondende taak na het doorlopen van het stappenplan Casusevaluatie: • Is het slachtoffer veilig en is de uitbuiting gestopt? • Wat heeft men geleerd van deze casus? Wat moet de volgende keer anders/beter? • Heeft de ketensamenwerking naar behoren gewerkt en waar bevinden zich nog hiaten? • Afstemming met ketenpartners over wie melding maakt bij CoMensha. Resultaat: De tevredenheid van de betrokkenen is getoetst, het slachtoffer is veilig en de uitbuiting is gestopt.
Vaststellen of de ketensamenwerking naar verwachting heeft gefunctioneerd. Tijdens deze fase kunnen verbetervoorstellen voor een volgend proces worden vastgelegd en worden besproken met ketenpartners.
Heb aandacht voor de privacy/geheimhoudingsplicht en de afspraken hierover binnen de eigen organisatie. Zie voor meer informatie voor het wettelijk kader over beroepsgeheim de Handreiking Signalering Mensenhandel voor werkers in de gezondheidszorg, SOA Aids Nederland, 2014, p.55-56. 7 Afwegingskader voor pedagogen, psychologen, (psycho)therapeuten, sociaal werkers en jeugd- en gezinsprofessionals – onderdeel van de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling. 6
9
Overzicht betrokken partijen en diens taken binnen de keten
2
2.1 Route
Schema van route bij signalen mensenhandel
Toelichting bij bovenstaand schema • •
Professional overlegt met Veilig Thuis. Als er duidelijk sprake is van mensenhandel kan er direct contact worden opgenomen met de zorgcoördinator. Veilig Thuis overlegt met de zorgcoördinator. 10
• • •
• • • •
Indien nodig wordt er een verdere analyse van de situatie gemaakt door de betrokken professional, Veilig Thuis of de zorgcoördinator. Er wordt advies gegeven en afgestemd met de betrokken instellingen en andere partners conform de afspraken. Veilig Thuis of de zorgcoördinator koppelt aan de melder terug welke volgende stap ondernomen wordt. In het geval van een melding bij Veilig Thuis, hetgeen inhoudt dat Veilig Thuis de casusregie van de melder overneemt, koppelt Veilig Thuis de melder terug welke vervolgstap ondernomen wordt. Daarnaast wordt advies gegeven over wat hij/zij het beste kan doen. Indien nodig zet de zorgcoördinator de signalen door naar het screeningsoverleg mensenhandel. Er vindt afstemming plaats met justitie over overige signalen, melding en/of aangifte. Per casus wordt afgestemd wie de regie voert. De casusregisseur volgt de voortgang en koppelt de stand van zaken wanneer nodig terug aan de andere betrokken partijen. De zorgcoördinator is in veel van de gevallen (direct aanspreekpunt voor/of) de casusregisseur. De zorgcoördinator of Veilig Thuis is verantwoordelijk voor een terugkoppeling naar de meldende beroepskracht of organisatie. De procesregisseur mensenhandel is verantwoordelijk voor een koppeling naar de ketenregisseur mensenhandel in de betreffende gemeente.
De ketenregisseur mensenhandel onderhoudt contacten met het RIEC (regionaal informatie en expertise centrum).
Convenant Om optimaal te kunnen handelen binnen de ketensamenwerking is een samenwerkingsconvenant gemaakt. Binnen dit convenant zijn samenwerkingsafspraken gemaakt met verschillende hulpverlenende instanties waaronder, Moviera, Jeugdbescherming Gelderland, het Veiligheidshuis en de politie. 8 Dit houdt in dat er overleg mag en kan plaatsvinden en dat informatieoverdracht kan plaatsvinden. Bij het delen van informatie moet doorlopend zorgvuldig worden afgewogen in hoeverre het noodzakelijk is informatie te delen en welke informatie noodzakelijk is. Dit in het belang van de cliënt, het stoppen van mensenhandel en het goed afstemmen van hulpverlening tussen verschillende instanties.
2.2 De betrokken ketenpartners Veilig Thuis Gelderland-Midden Bij Veilig Thuis kan iedereen, altijd, en indien gewenst ook anoniem advies vragen of melding maken (een professional kan niet anoniem een melding maken) over zaken waarbij sprake is van een redelijk vermoeden van huiselijk geweld, kindermishandeling, mensenhandel en machtsmisbruik. Bij Veilig Thuis werken ervaren maatschappelijk werkers die de situatie goed kunnen inschatten. Ze geven informatie en advies en kunnen contact leggen met de ketenpartners in de regio die de beste begeleiding en ondersteuning kunnen bieden. Veilig Thuis Gelderland-Midden heeft tevens een vakgroep aanpak Mensenhandel. Hierin wordt expertise ontwikkeld rondom het thema mensenhandel en welke partners daarbij betrokken zijn in de regio. Zorgcoördinator mensenhandel Moviera Arnhem De zorgcoördinator zorgt er voor dat vanaf het moment van aanmelding de coördinatie van de ondersteuning en de begeleiding van de slachtoffers goed verloopt en dat de juiste procedures worden opgestart. Daar zijn veelal diverse partners bij betrokken. Het uitganspunt voor de zorgcoördinatie is dat het slachtoffer de regie houdt over het eigen traject. 8 Gebaseerd op samenwerkingsconvenant veiligheidshuizen West-Veluwe Vallei en regio Arnhem met
ingangsdatum 1 juni 2017.
11
Een zorgcoördinator behartigt de belangen van slachtoffers van mensenhandel en zet zich in voor het organiseren van een samenhangend hulpaanbod voor slachtoffers. De functie van een zorgcoördinator kan worden samengevat in drie hoofdtaken: 1. Het geven van informatie en advies aan zowel (vermoedelijke) slachtoffers van mensenhandel als professionals; 2. Het coördineren en monitoren van trajecten; 3. Het opbouwen en onderhouden van een netwerk in de aanpak van mensenhandel en het creëren van een passend hulpaanbod voor (vermoedelijke) slachtoffers in de regio. Wanneer een (vermoedelijk) slachtoffer in beeld komt bij de zorgcoördinator, zal er eerst een inventarisatie worden gemaakt van de behoefte en hulpvragen van de cliënt. Ook wordt een cliënt geïnformeerd over zijn/haar rechten en plichten. Informatie en advies kan betrekking hebben op bijvoorbeeld het strafrecht, het verblijfsrecht of het zorgaanbod. De zorgcoördinator schakelt vervolgens de organisaties in die aan kunnen sluiten op de hulpvragen van een cliënt en start met de coördinatie en monitoring van een traject.9 Indien er alleen signalen van mensenhandel zijn, kan de zorgcoördinator ervoor kiezen deze signalen te bespreken in de screening mensenhandel in het Veiligheidshuis. Hierbij is ook iemand van team AVIM en de procesregisseur mensenhandel aanwezig.
Er kan dan afgestemd worden over een gezamenlijke/integrale aanpak. Procesregisseur en ketenregisseur mensenhandel De procesregisseur mensenhandel is de voorzitter van de screening mensenhandel in het Veiligheidshuis. Bij (vermoedelijk) slachtofferschap wordt afgestemd welke betrokken ketenpartner melding maakt bij het screeningsoverleg. Het screeningsoverleg kan een multidisciplinair overleg (MDO) in het Veiligheidshuis laten organiseren naar aanleiding van een casus. De ketenregisseur mensenhandel is een (gemeentelijke) schakel tussen de ketenpartners binnen de zorg en dienstverlening en aan de andere kant ketenpartners werkzaam voor overheid en justitie. De ketenregisseur mensenhandel kan een casus inbrengen in het RIEC-overleg. Zowel de procesregisseur als de ketenregisseur handelen alleen aan de hand van de uitkomst uit het screeningsoverleg. AVIM (Politie) Binnen de afdeling vreemdelingen, identificatie en mensenhandel vindt toezicht/handhaving, identiteitsonderzoek en opsporing plaats. Bij het Team Mensenhandel (locatie Arnhem en Enschede) houden zij zich bezig met de opsporing en bestrijding van mensenhandel en mensensmokkel. Tevens beschikt AVIM Oost-Nederland over een Prostitutie Controle Team (PCT). Wanneer er bij de politie melding wordt gedaan van een signaal mensenhandel dan wordt dit doorgezet naar Team Mensenhandel.
Slachtoffers kunnen terecht bij Team Mensenhandel voor een informatief gesprek om een afweging te kunnen maken voorafgaand aan het mogelijk doen van aangifte. De contactpersoon van Team Mensenhandel sluit aan bij de screening Mensenhandel in het Veiligheidshuis. Regionaal Informatie en Expertisecentrum (RIEC) Het RIEC is een samenwerkingsverband tussen overheidsorganisaties voor een integrale aanpak van georganiseerde criminaliteit, waaronder ook mensenhandel. Tijdens een RIEC-overleg kan informatie worden gedeeld op basis van het RIEC-convenant waardoor er een beter beeld van een casus ontstaat en er gezamenlijk een plan van aanpak kan worden gemaakt. De deelnemende partijen 9
Zorgcoördinatie voor slachtoffers van mensenhandel, CoMensha 12
bekijken vanuit verschillende invalshoeken welke interventies mogelijk zijn. De partners die samenwerken in het RIEC-overleg Oost Nederland zijn: De gemeenten in de provincie Gelderland en Overijssel, de politie, het Openbaar Ministerie, de belastingdienst, de Fiscale Inlichtingen en Opsporingsdienst, de Immigratie- en Naturalisatiedienst, de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de Douane en de Koninklijke Marechaussee. CoMensha CoMensha is het landelijke coördinatiecentrum voor (mogelijke) slachtoffers van mensenhandel. CoMensha heeft als wettelijke taak het registreren van feiten over de aard en omvang van de populatie (mogelijke) slachtoffers van mensenhandel in Nederland. Deze informatie wordt gebruikt bij het signaleren van knelpunten, tendensen en succesfactoren in de uitvoering van het mensenhandelbeleid, agendering en beleidsadvisering. Bij vermoedelijk slachtofferschap wordt afgestemd welke betrokken ketenpartner melding maakt bij CoMensha. De meldingen worden door CoMensha geanonimiseerd. 10
Bij vragen over privacy van registratiegegevens kan contact opgenomen worden met CoMensha, zie sociale kaart. 10
13
3
Bijlagen
3.1 Seksuele uitbuiting Algemene informatie Seksuele uitbuiting is een vorm van mensenhandel waarbij een slachtoffer onder dwang seksuele handelingen moet verrichten met of voor een derde tegen betaling. Seksuele uitbuiting vindt bijvoorbeeld plaats in de escortbranche, de raamprostitutie, massagesalons of vanuit privéhuizen. 11 Seksuele uitbuiting van minderjarigen is ook strafbaar als er wel sprake is van uitbuiting, maar geen sprake is van dwang en een slachtoffer dus vrijwillig bepaalde seksuele handelingen heeft verricht. Jeugdprostitutie (van minderjarigen < 18) is altijd strafbaar, ook al zegt een slachtoffer vrijwillig te hebben gewerkt. Seksuele uitbuiting staat niet gelijk aan illegale prostitutie of het illegaal verrichten van seksuele handelingen als betaalde arbeid. Illegale prostitutie kan namelijk vrijwillig zijn, maar de betrokkene beschikt dan niet over de benodigde vergunning of verblijft illegaal in Nederland. Illegale prostitutie en seksuele uitbuiting kan wel naast elkaar bestaan. Loverboys 12 zijn mensenhandelaren die zich meestal richten op de seksuele uitbuiting van jonge vrouwen of mannen. In de rest van dit hoofdstuk zal dieper worden ingegaan op de methode van loverboys om hun slachtoffers (seksueel) uit te buiten.
Loverboymethodiek als vorm van mensenhandel Wat zijn loverboys? Volgens de definitie van Terpstra e.a 13zijn loverboys mensenhandelaren die vrouwen en/of mannen doelbewust emotioneel afhankelijk maken door (de belofte van) het aangaan van een liefdesrelatie en hen vervolgens –via dwang, (dreiging met) geweld of een andere feitelijkheid, afhankelijkheid, afpersing, fraude, misleiding, misbruik van de kwetsbare positie van deze vrouwen of mannen – uit te buiten, veelal in de prostitutie. Loverboys plegen een misdrijf wat strafbaar is gesteld in artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht, het mensenhandel artikel. Slachtoffers van loverboys zijn slachtoffers van mensenhandel. Werkwijzen van loverboys Inmiddels zijn er verschillende manieren bekend die deze mensenhandelaren gebruiken om een slachtoffer uit te buiten. Door de jaren heen heeft de werkwijze zich sterk ontwikkeld. De werkwijze kenmerkt zich door een slachtoffer te misleiden of te misbruiken vanuit een vriendschap of liefdesrelatie. Bij het ronselen van een slachtoffer is er vaak misbruik van een kwetsbare economische, psychische of sociale positie van een slachtoffer. Hierdoor wordt een slachtoffer onder druk gezet en kan een slachtoffer afhankelijk worden gemaakt van deze mensenhandelaar. Het benaderen van slachtoffers vindt plaats op scholen, maar ook internet is hiervoor een belangrijke plek.
Vijftig procent van de ronselactiviteiten verloopt inmiddels via internet en ook de uitbuiting vindt steeds vaker via internet plaats. 14 Door slachtoffers via de webcam of telefoon te verleiden om bepaalde seksueel getinte handelingen te verrichten worden slachtoffers snel chantabel en Praktische handleiding eerstelijnssignalering van slachtoffers van mensenhandel, gericht op seksuele uitbuiting, Ministerie van Veiligheid en Justitie, maart 2015. 12 In dit signaleringsprotocol Mensenhandel wordt de term loverboys gehanteerd, maar het is belangrijk om te beseffen dat er ook lovergirls zijn. De term loverboys kan in dit signaleringsprotocol Mensenhandel dan ook vervangen worden door lovergirls. 13 A. van Dijk & L. Terpstra, 2005. 14 L. Terpstra & A. van Dijke, 2014. 11
14
afhankelijk. Onderzoek laat zien dat het vertrouwen tussen de mensenhandelaar en slachtoffer via internet drie keer sneller groeit dan bijvoorbeeld op het schoolplein. 15 Bij het ronselen van slachtoffers wordt meestal geen geweld gebruikt. Tijdens de misbruiksituatie wordt geweld wel toegepast. Het psychisch onder druk zetten van een slachtoffer is het meest voorkomende dwangmiddel. Er ontstaat een traumatische verbintenis waarbij sprake is van afhankelijkheid, angst en een sterke loyaliteit van slachtoffer naar pleger. Gedurende dit proces wordt het slachtoffer vaak ook geïsoleerd van het eigen netwerk wat maakt dat het voor een slachtoffer meestal heel moeilijk is om te breken met hun ‘vriend’. Slachtoffers gebruiken vaak gedwongen/vrijwillig alcohol en drugs om het misbruik en de prostitutie te doorstaan. 16 Deze mensenhandelaren of dit type mensenhandelaren beperken zich niet tot seksuele uitbuiting. Steeds vaker worden slachtoffers uitgebuit door het moeten afsluiten van hoge leningen en dure telefoonabonnementen of worden slachtoffers zelf gedwongen om nieuwe slachtoffers te ronselen. Deze mensenhandelaar maakt, uit eigen winstbejag, de inschatting welke werkwijzen het grootst mogelijke resultaat opleveren. De hierboven beschreven werkwijzen kunnen dan ook door elkaar gebruikt worden, oplettendheid van de professional is hierbij van wezenlijk belang.
Vijf profielen van slachtoffers loverboy-technieken 1. Faseproblematiek Meisjes met heftig pubergedrag (uit de hand gelopen conflicten met ouders, leven tussen twee culturen, foute jongen op kwetsbaar moment ontmoet). 2. Zeer beïnvloedbare meisjes Bijvoorbeeld meisjes met een lichte verstandelijke beperking, bepaalde psychiatrische beelden, of een jongere met een afhankelijkheidsstoornis in ontwikkeling en/of naïviteit als gevolg van zeer beschermde opvoeding (door religie, taboe seksualiteit, cultuur, type ouder). 3. Getraumatiseerde meisjes Meisjes met traumatische ervaringen zoals door seksueel misbruik. 4. Multi-problem Ouders en dus ook het kind hebben op verschillende gebieden langdurige problemen zoals: verslaving, psychiatrie, vroege hechtingsproblemen, seksueel misbruik en andere trauma’s, zwervend, schulden, huiselijk geweld. 5. Eergerelateerd Meisjes uit gezinnen waarin eer voorop staat waardoor ze bijvoorbeeld chantabel kunnen zijn wanneer zij met een jongen naar bed zijn geweest. 17
3.2 Signalenlijst seksuele uitbuiting (slachtoffer mensenhandelaar) Er is een reeks symptomen die erop kunnen duiden dat een vermoedelijk slachtoffer 18 seksueel wordt uitgebuit ofwel onder invloed van een loverboy staat. Het is belangrijk geen overhaaste conclusies te trekken. Raadpleeg bij twijfel de vertrouwenspersoon binnen de eigen organisatie, Veilig Thuis of de zorgcoördinator. Onderstaande signaallijst moet worden gezien als een richtlijn van signalen die voor kunnen komen. Het zijn signalen die niet bij ieder vermoedelijk slachtoffer Zanetti en Kanters, 2009. Commissie Aanpak meisjesslachtoffers loverboys/aanpak mensenhandel in de zorg voor jeugd (Commissie Azough), 2014. 17 Commissie Aanpak meisjesslachtoffers loverboys/aanpak mensenhandel in de zorg voor jeugd (Commissie Azough), 2014. 18 De signalenlijst is gericht op vrouwelijke slachtoffers, maar uiteraard zijn er ook mannelijke slachtoffers. 15 16
15
hetzelfde zijn of in dezelfde mate voorkomen. Het zijn echter wel kenmerken die vaak worden gezien bij vermoedelijke slachtoffers die onder invloed zijn of dreigen te komen van een mensenhandelaar. Wees bewust van het feit dat deze kenmerken/signalen ook op andere problematiek kan wijzen. 19 1. Uiterlijke en fysieke gesteldheid • Ziet er plotseling uitdagend en sexy uit • Verandering in kleding en make-up • Ziet er overdreven verzorgd uit • Is moe en vermagerd • Vertoont psychosomatische klachten • Zelfverwonding • Sporen van lichamelijk geweld • Tatoeages of voodoomateriaal 2. Houding ten opzichte van zichzelf • Lage zelfwaardering • Weinig realistisch zelfbeeld • Lijkt geen identiteit te hebben • Onderschat of overschat zichzelf • Depressief • Snel beïnvloedbaar • Plotselinge huilbuien en/of woede-uitbarstingen • Durft of kan geen grenzen aangeven • Vertoont teruggetrokken gedrag 3.
Gedrag (algemeen) • Heeft (opeens) veel geld/dure spullen • Ze vermijdt het onderwerp prostitutie of projecteert dit op anderen • Extreem vrolijk gedrag (masker) • Gaat extreem vaak uit • Hangt veel op straat rond • Trekt zich terug • Eventueel drugs- en/of drankmisbruik • Is snel wisselend qua emoties • Is weinig flexibel • Ziet niet in hoe zij situaties kan benaderen/ veranderen • Niet aanspreekbaar op gedrag • Wordt veel gebeld op zijn/haar mobiel • Thuis en op school veel problemen (weglopen, spijbelen, concentratieproblemen, slechte prestaties) 4. Gedragssignalen op seksueel gebied • Obsessie met seks • Grote angst voor lichamelijk contact • Veel kennis op het gebied van seksualiteit • Veel belangstelling voor bepaalde (oudere) jongens 5. Gedrag en houding ten opzichte vananderen • Isoleert zich van vrienden en bekenden • Heeft (opeens) veel nieuwe contacten Deze signalenlijst is een aangepaste versie van een signalenlijst die is ontwikkeld door de Gemeente Rotterdam, Politie Rotterdam-Rijnmond, Stichting Humanitas. 19
16
• • • • • •
Wordt gehaald en gebracht met scooter/auto Weinig binding met thuis (ruzies en meningsverschillen) Heeft opeens afwijkende normen Vertoont sociaal wenselijk gedrag (om geen wantrouwen te wekken) Heeft totaal ander gedrag op verschillende plekken, bijvoorbeeld op school of in het bijzijn van vrienden Reageert spanningen af
6. Lichamelijke signalen • Buikpijn • Pijn/bloed aan anus, vagina • Pijn in bovenbenen • Eetproblemen • Seksueel overdraagbare aandoeningen, • Zwangerschap
17
3.3 Aandachtspunten gespreksvoering met een (vermoedelijk) slachtoffer Aandachtspunten • Zorg dat je als hulpverlener en gesprekspartner betrouwbaar bent voor je cliënt. • Doe wat je zegt en zeg wat je doet. • Beloof geen geheimhouding. Leg vooraf goed uit waarom dat niet mogelijk is. • Leg uit hoe contact met externen verloopt; politie, Veilig Thuis e.a. Vertel welke informatie je gaat delen met anderen, aan wie, op welke manier, en wat er met de informatie gebeurt en vooral waarom je deze informatie deelt. • Twijfelt de cliënt over het doen van melding of aangifte? Geef tijd om na te denken en maak hier een afspraak over. Consulteer Veilig Thuis/zorgcoördinator voor advies. • Maak het slachtoffer geen verwijten, houdt voor ogen dat hij/zij slachtoffer is! • Behandel het slachtoffer met respect, ook al strookt zijn/haar handelswijze niet met eigen waarden en normen. • Wees geduldig; gun het slachtoffer de tijd en de ruimte om zelf te beslissen. • Kraak zijn/haar mensenhandelaar nooit af. Hij/zij bepaalt voor een groot deel zijn/haar identiteit, mogelijk is hij/zij verliefd op hem/haar. • Accepteer dat het slachtoffer niet meteen in gesprek wil. • Probeer bereikbaar voor het slachtoffer te blijven, zorg dat hij/zij kan praten wanneer hij/zij dat wil. • Houdt rekening met wisselende gevoelens en grillige beslissingen.
• Accepteer dat een buitenstaander niet alles kan begrijpen wat het slachtoffer heeft meegemaakt. • Schrik niet wanneer het slachtoffer liegt of tracht te manipuleren, in de prostitutiewereld is dit een noodzakelijke overlevingsstrategie. • Beloof nooit iets wat je niet waar kan maken. Zorg voor toestemming gegevensuitwisseling Van belang is om (mondelinge) toestemming te krijgen om informatie uit te wisselen met anderen. Houd bevindingen, acties en uitkomsten goed bij in het dossier. Het beroepsgeheim geeft ruimte aan een cliënt om zijn/haar verhaal te doen. Bij ernstige onveiligheid en of schade voor de cliënt kan zonder toestemming van de cliënt voor uitwisseling van gegevens mogelijk toch een uitzondering worden gemaakt op het beroepsgeheim. Er is geen toestemming nodig van de cliënt om advies te vragen bij Veilig Thuis, of een melding te doen bij Veilig Thuis. Zie verder de informatie vanuit de Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling, het afwegingskader voor de betreffende beroepsgroep en het protocol hiervoor in je eigen organisatie. Overleg met collega’s of een leidinggevende. Werk samen met ouders en andere professionals Inzicht in de thuissituatie en achtergrond van de cliënt is van groot belang. Uitgangspunt bij hulpverlening aan cliënten onder de 18 jaar is dat er contact moet zijn tussen ouders/verzorgers en professionals.
Is er mogelijk sprake van een eercultuur raadpleeg dan een deskundige op dit gebied, bijvoorbeeld via Moviera of Veilig Thuis in verband met de veiligheid van het (vermoedelijke) slachtoffer. Wanneer er sprake is van een (licht) verstandelijke beperking is het ook aan te raden contact op te nemen met een expert op dit gebied.
18
3.4 Arbeidsuitbuiting Arbeidsuitbuiting, ofwel gedwongen arbeid, is een vorm van mensenhandel. Er is sprake van arbeidsuitbuiting wanneer werknemers onder (naar Nederlandse maatstaven) mensonterende omstandigheden werken of wanneer hun inkomsten (gedeeltelijk) door werkgevers worden achtergehouden. Er wordt dwang, geweld, chantage of misleiding gebruikt om slachtoffers uit te buiten. Arbeidsuitbuiting kan voorkomen op bijna alle werkterreinen. Bijvoorbeeld in de landbouw, de horeca, de bouw en de schoonmaakbranche. 20 Een slachtoffer van arbeidsuitbuiting is kwetsbaar, omdat slachtoffers zelf vaak niks aan hun situatie kunnen veranderen, mogelijk afhankelijk zijn gemaakt van hun werkgever voor zowel inkomsten als huisvesting, er vaak sprake is van een taalbarrière en slachtoffers hun rechten meestal niet kennen. Vaak ziet een slachtoffer van arbeidsuitbuiting zich niet als slachtoffer, omdat hij/zij bijvoorbeeld geen beter alternatief kent in het land van herkomst. Wanneer iemand vrijwillig onder bepaalde slechte arbeidsomstandigheden werkt, niet misleid is over de arbeidsomstandigheden en er geen dreiging is van sancties wanneer iemand zou stoppen met werken dan is er geen sprake van mensenhandel, maar bijvoorbeeld van slecht werkgeverschap. Ook is arbeidsuitbuiting niet hetzelfde als illegaal werken of zwart werken.
Soms kan illegaal werken en zwart werken samengaan met arbeidsuitbuiting, maar dit hoeft niet het geval te zijn. 21 De Inspectie van Sociale zaken en Werkgelegenheid (Inspectie SZW) is belast met de signalering en opsporing van arbeidsuitbuiting. Signalen van arbeidsuitbuiting kunnen dan ook bij de Inspectie SZW worden gemeld. Zie voor het telefoonnummer van de Inspectie SZW de sociale kaart.
3.5 Criminele uitbuiting Criminele uitbuiting houdt in het aanzetten tot strafbare activiteiten, dus het aanzetten tot een dienst die strafbaar is. Deze vorm van mensenhandel doet zich in velerlei vormen voor en sluit geen strafbare feiten uit. Zo heeft de rechter zich uitgesproken over zaken waarin mensen werden aangezet tot het plegen van diefstal, drugssmokkel en het knippen van hennep. Daarnaast kunnen mensen bijvoorbeeld bewogen worden om uitkeringen af te staan en abonnementen op hun naam te nemen. 22 Criminele uitbuiting is sinds 2013 expliciet opgenomen in de strafbaarstelling van mensenhandel. 23 Zoals reeds beschreven gaat het bij criminele uitbuiting om het aanzetten tot een dienst die strafbaar is. Degene die een dienst uitvoert loopt over het algemeen het risico op vervolging en bestraffing. Het non-punishmentbeginsel is in het kader van mensenhandel neergelegd in het Verdrag van Warschau en de Richtlijn Mensenhandel en probeert te voorkomen dat een slachtoffer van criminele uitbuiting ook als dader gezien wordt. Dit lukt niet altijd. Men kan dan altijd een beroep doen op een schulduitsluitingsgrond. De rechter kijkt dan of er sprake was van psychische overmacht 24 of noodweer exces. 25 Zakkenrollerij, winkeldiefstal en inbraak door kinderen wordt vaak niet herkend als uitbuiting.
Kinderen worden bijvoorbeeld gestraft voor daden die zij onder dwang hebben gepleegd, of heengezonden en lopen op die manier opnieuw in de armen van een uitbuiter. Verschillende www.meldarbeidsuitbuiting.nl, ministerie van sociale zaken en werkgelegenheid. Praktische Handleiding eerstelijnssignalering van slachtoffers van mensenhandel, gericht op arbeidsuitbuiting, Ministerie van Veiligheid en Justitie, februari 2015. 22 www.nationaalrapporteur.nl, zoek op: criminele uitbuiting 23 Artikel 273f lid 1 sub 4 en lid 2 Wetboek van Strafrecht 24 Artikel 40 Wetboek van Strafrecht 25 Artikel 41 lid 2 Wetboek van Strafrecht 20 21
19
groepen kinderen blijken kwetsbaar te zijn voor criminele uitbuiting, bijvoorbeeld rondtrekkende Oost-Europese Roma kinderen. Ook slachtoffers van loverboys worden bijvoorbeeld ingezet als drugskoerier. 26
3.6 Orgaanhandel Mensenhandel met het oogmerk van orgaanverwijdering is sinds 2005 strafbaar gesteld. 27 Mensenhandel met het oogmerk van orgaanverwijdering gaat uit van onvrijwillige donatie. Het vrijwillig ter beschikking stellen van organen is geregeld in de Wet op de orgaandonatie. 28 De belangrijkste voorwaarden die in de wet gesteld worden zijn uitdrukkelijke, voorafgaande toestemming van de donor 29, en terbeschikkingstelling om niet. 30 Het opzettelijk verwijderen van een orgaan zonder dat daarvoor toestemming is verleend is daarmee strafbaar gesteld. 31 Een Nederlander die zich in het buitenland schuldig maakt aan mensenhandel met het oogmerk van orgaanverwijdering is ook strafbaar, wanneer het delict ook strafbaar is gesteld in het betreffende land. 32 Er zijn nauwelijks gevallen van mensenhandel met het oogmerk van orgaanverwijdering bekend in Nederland. Toch blijft oplettendheid geboden. Indien een persoon bijvoorbeeld om onduidelijke reden van een wachtlijst voor orgaantransplantatie verdwijnt zou dit een aanwijzing kunnen vormen voor het ondergaan van een orgaantransplantatie in een onofficieel circuit, met mogelijke misstanden. Eurotransplant houdt de redenen bij waarom mensen van een wachtlijst verdwijnen.
26 www.defenceforchildren.nl, zoek op: criminele uitbuiting.
Artikel 273f lid 1 sub 1 Wetboek van Strafrecht Artikel 3 Wet op de orgaandonatie 29 Artikel 8 Wet op de orgaandonatie 30 Artikel 2 Wet op de orgaandonatie 31 Artikel 32 Wet op de orgaandonatie 32 Rapport ‘Mensenhandel, met het oogmerk van orgaanverwijdering en gedwongen commercieel draagmoederschap’, Bureau nationaal rapporteur mensenhandel, 2012. 27 28
20
3.7 Signalenlijst mensenhandel (arbeidsuitbuiting) De volgende factoren 33 en bevindingen uit onderzoek kunnen een rol spelen bij het signaleren in de opsporing dat mensenhandel aan de orde is. Het betreft een niet-limitatieve opsomming van voorbeelden die vanzelfsprekend niet allemaal tegelijk op hoeven te gaan. 1. Meervoudige afhankelijkheid De werkgever/exploitant regelt ook huisvesting, kleding, vervoer • Niet zelf de reis, visa, etc. hebben geregeld • Beschikken over een vals of vervalst paspoort • Illegaal verblijvend/werkend in Nederland • Angst voor bijvoorbeeld uitzetting, mishandeling etc. • Ontbreken van eigen woonruimte in Nederland • Overnachten op de werkplek • Onbekendheid met het eigen werkadres • In sociaal isolement gebracht door werkgever of exploitant
Het slachtoffer heeft schulden • Er is sprake van schuldopbouw bij derden (bijvoorbeeld exploitant of souteneur) • De exploitant of souteneur heeft een overnamebedrag betaald.
2. Een sterke inperking van de basisvrijheden van de betrokkene Het slachtoffer kan of mag geen contact hebben met de buitenwereld • Het onthouden van medische hulp • Slachtoffer heeft geen zelfstandige bewegingsvrijheid
Het slachtoffer heeft geen beschikking over eigen identiteitspapieren (of wordt bijvoorbeeld “beheerd” door begeleider)
Het slachtoffer heeft geen beschikking over de eigen verdiensten • Niet vrijelijk kunnen beschikken over de eigen verdiensten • Onredelijk hoge afdracht van de inkomsten (onredelijk naar tijd en plaats beoordeeld)
Het slachtoffer heeft geen beschikking over eigen woonruimte • Teveel ingeschrevenen op 1 adres • Veel verhuizingen binnen relatief korte tijd
Het slachtoffer wordt gecontroleerd • Telefoons op naam van een ander • Meerdere telefoons • Doorlopend gebeld op telefoon van slachtoffer • “Cameratoezicht” • Halen en brengen van en naar werkplek, gemeentehuis, etc. • Halen en brengen door oudere jongens
33
Deze signalenlijst is afkomstig van het veiligheidshuis Arnhem, projectgroep MDO-MH 21
3. Het werken of verlenen van diensten onder zeer slechte omstandigheden • Het slachtoffer ontvangt een ongebruikelijk laag loon in vergelijking met de markt • Het slachtoffer werkt onder gevaarlijke omstandigheden • Het slachtoffer maakt uitzonderlijk lange werkdagen of werkweken • Onder alle omstandigheden en buitenproportioneel lang werken • Chantage of bedreiging van familie • Er is sprake van mensensmokkel van alleenstaande vrouwen, alleenstaande jonge mannen • De combinatie: niet EU, huwelijk of verblijf bij partner • Relatie met personen met relevante antecedenten of locaties die geassocieerd worden met mensenhandel • Is afkomstig uit een bronland • Verplichting om een minimum bedrag per dag te verdienen • Slaafse houding ten opzichte van exploitant of souteneur • Gebouwen met camera’s (ook intern); schuilplaatsen, fake-inrichting, bodyguards etc. 4. Aantasting van de lichamelijke integriteit van de betrokkene • Het afstaan van organen / dreiging tot afstaan van organen • Bedreigd of geconfronteerd met geweld • Dreiging met of daadwerkelijke toepassing van geweld, het dragen van sporen van lichamelijke mishandeling • Kenmerken die duiden op afhankelijkheid van de exploitant/souteneur (bijvoorbeeld tatoeages of voodoomateriaal) 5.
De uitbuiting is niet incidenteel, maar er is sprake van een patroon of een in enigerlei mate georganiseerd verband • Tips van betrouwbaar geachte bekende derden (gewicht afhankelijk van informatie) • Het afwisselend op verschillende plaatsen werken.
22
3.8 Artikel 273f wetboek van strafrecht Mensenhandel is in één van de langste artikelen in het wetboek van strafrecht strafbaar gesteld. In de wet is er vastgelegd dat er sprake is van mensenhandel wanneer grofweg aan drie onderdelen wordt voldaan van onderstaand schema. Er moet sprake zijn van één van de genoemde handelingen, één van de genoemde dwangmiddelen en het doel van uitbuiting uit het artikel. De middelen zijn geobjectiveerd. Dat wil zeggen dat een slachtoffer of dader niet hoeft te denken dat er sprake is van één van de middelen. Aan een dwangmiddel is voldaan als uit feiten en omstandigheden blijkt dat iemand zich niet aan een bepaalde situatie kan onttrekken. Een slachtoffer wordt beperkt in zijn/haar keuzevrijheid. Uitbuiting: kan in verschillende vormen, vaak een financieel gewin. Schending van mensenrechten door inbreuk op lichamelijke integriteit, persoonlijke vrijheid en menselijke waardigheid. Bij minderjarige slachtoffers hoeft dwang (het middelste rijtje) niet te worden bewezen.
23
3.9 Sociale Kaart Veilig Thuis Gelderland-Midden Vakgroep Mensenhandel T: 0800-2000 T: 088-3556222 (VT locatie Arnhem) W: www.veiligthuisgm.nl Moviera Zorgcoördinator slachtoffers Mensenhandel T: 088-3744774 E: teamzm@moviera.nl W: www.moviera.nl Afdeling Preventie (voor voorlichtingen en trainingen) T: 088-3744744 E: preventie@moviera.nl W: www.moviera.nl Politie Vraag naar een medewerker van de afdeling vreemdelingenzaken, identificatie en mensenhandel (AVIM)regio Oost Nederland T: 112 (acute dreiging) T: 0900-8844 T: 088-9657700 (frontoffice AVIM regio Arnhem) Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Inspectie SZW) T: 0800 -5151 W: www.inspectieszw.nl/contact/arbeidsuitbuiting_melden/index.aspx CoMensha Landelijkcoördinatiecentrum voor (mogelijke) slachtoffers mensenhandel T: 033-4481186 E: info@comensha.nl W: www.comensha.nl Meld Misdaad Anoniem: T: 0800-7000 W: www.meldmisdaadanoniem.nl
24
Bronnenlijst Bureau Nationaal Rapporteur Mensenhandel en seksueel geweld tegen kinderen. (2016). Mensenhandel. Opgehaald van Bureau Nationaal Rapporteur Mensenhandel en seksueel geweld tegen kinderen: https://www.nationaalrapporteur.nl/mensenhandel/ commissie Azough. (2015). Hun verleden is niet hun toekomst, Actieplan Aanpak meisjesslachtoffers van loverboys/mensenhandel in de zorg voor jeugd. Utrecht: Nederlands Jeugd Instituut. ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. (2016). Meld arbeidsuitbuiting. Opgehaald van www.meldarbeidsuitbuiting.nl ministerie van Veiligheid en Justitie. (2015). Praktische handleiding eerstelijnssignalering van slachtoffers van mensenhandel, gericht op seksuele uitbuiting. Ministerie van Veiligheid en Justitie. (2015). Praktische Handleiding eertelijnssignalering slachtoffers van mensenhandel, gericht op arbeidsuitbuiting. Rijksoverheid. (2016). Meldcode Huiselijk geweld en kindermishandeling. Opgehaald van Huiselijk Geweld: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/huiselijk-geweld/inhoud/meldcode SOA Aids Nederland. (2014, november). Handreiking Signalering Mensenhandel, voor werkers in de gezondheidszorg. Opgehaald van SOA Aids Nederland:http://www.soaaids.nl/sites/default/files/documenten/Prostitutie/0153HandreikingMense nhandel_web2.pdf Stichting Humanitas, gemeente Rotterdam, politie Rotterdam Rijnmond. (2015).
Signalenlijst seksuele uitbuiting. Veiligheidshuis regio Arnhem, werkgroep MDO-MH. (sd). Indicatoren Mensenhandel.
Interessante websites en achtergrondinformatie Bureau Nationaal Rapporteur Mensenhandel en seksueel geweld tegen kinderen www.nationaalrapporteur.nl/mensenhandel Wegwijzer mensenhandel www.wegwijzermensenhandel.nl Handreiking loverboyproblematiek www.hetccv.nl/dossiers/loverboys/index Meld arbeidsuitbuiting www.meldarbeidsuitbuiting.nl Fairwork www.fairwork.nu Pretty Woman www.prettywoman-utrecht.nl RIEC Oost-Nederland http://www.riec.nl/thema/mensenhandel Inspectie Sociale Zaken Werkgelegenheid http://www.inspectieszw.nl/contact/arbeidsuitbuiting_melden/index.aspx 25