CConstaterende datWestervoort
Koppel je AI →
Document · PDF

A01-20250519-15-vka-coll-resultatenoverzicht-monitoringsdashboard-duurzaamheid-bijlage-6-prestatieladder-verslag

Raadsvergadering 19 mei 2025, gemeente WestervoortBij agendapunt: Lijst van ingekomen stukken 19 mei 20258.895 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

CO2-Prestatieladder Verslag 2023

Organisatie: Contactpersoon:

Gemeente Westervoort Joyce de Rijk

Adviseur: Adviesbureau:

Daan Meijers De Duurzame Adviseurs

Publicatiedatum: Versie:

29-10-2024 1.0

Inhoudsopgave 1

Inleiding van de CO2-Prestatieladder ...................................................................4

2

Directiebeoordeling .............................................................................................5 2.1 Significante wijzigingen .....................................................................................5 2.1.1 Actuele organizational boundary ....................................................................5 2.1.2 Referentiejaar .............................................................................................5 2.1.3 Plan van aanpak en CO2-reductiedoelstellingen ................................................5 2.2 Prestaties ........................................................................................................6 2.2.1 CO2-emissies, energieverbruik en energiebeoordeling .......................................6 2.2.2 Energiebeleid en voortgang ..........................................................................7 2.2.3 Communicatie .............................................................................................7 2.2.4 Initiatieven .................................................................................................8 2.3

Doeltreffendheid en toereikendheid van middelen..................................................8

2.4

Bevindingen uit de interne audit .........................................................................8

2.5

Uitkomsten vorige externe audit .........................................................................9

2.6

Kansen voor verbetering ....................................................................................9

2.7

Output van de directie .......................................................................................9

2.8

Budgetten en investeringen ..............................................................................10

3

Leeswijzer .........................................................................................................11

4

Beschrijving van de organisatie .........................................................................12 4.1

Introductie .....................................................................................................12

4.2

Verantwoordelijke ...........................................................................................12

4.3 Organizational boundary ..................................................................................12 4.3.1 Gemeenschappelijke regeling .........................................................................13 4.3.1 Vastgoed ..................................................................................................13 4.3.2 Wagenpark en materieel .............................................................................13 4.3.3 Openbare verlichting ..................................................................................14 4.3.4 Gemalen, pompen en overige aansluitingen ..................................................14 4.3.5 Tenaamstelling certificaat ...........................................................................14 4.4 Organisatiegrootte ..........................................................................................14 4.4.1 Groottebepaling ........................................................................................14 4.4.2 Vrijstelling van normeisen ...........................................................................15 4.5 5

Projecten met gunningvoordeel .........................................................................15

Rapportage van de CO2-emissie-inventaris ........................................................16 5.1

Rapportage volgens ISO 14064-1 ......................................................................16

5.2

Referentiejaar en rapportagejaar .......................................................................16

5.3 Kwantificeringsmethoden .................................................................................16 5.3.1 Veranderingen van kwantificeringsmethoden .................................................17 5.4 CO2-emissie berekeningen ................................................................................17 5.4.1 CO2-emissies ............................................................................................17 5.4.2 Uitsluiting van overige GHG-emissies ...........................................................17 5.5

Verbranding van biomassa en GHG-verwijderingen ..............................................17

5.6

Onzekerheden en impact ..................................................................................17

5.7

Verificatie ......................................................................................................18

CO2-Prestatieladder - Verslag

2

6

Voortgang en ambitiebepaling ...........................................................................19 6.1 Ambitie ..........................................................................................................19 6.1.1 Vergelijking met sectorgenoten ...................................................................19 6.1.2 SKAO maatregellijst ...................................................................................19 6.2 CO2-reductiedoelstellingen ...............................................................................19 6.2.1 Hoofddoelstelling .......................................................................................20 6.2.2 Subdoelstellingen ......................................................................................20 6.3

Voortgang ......................................................................................................20

6.4 Energiebeoordeling..........................................................................................22 6.4.1 Energieverbruik .........................................................................................22 6.4.2 Identificatie grootste energiestromen ...........................................................23 6.4.3 Analyse elektriciteitsverbruik .......................................................................24 6.4.4 Analyse warmtelevering .............................................................................25 6.4.5 Analyse gasverbruik ...................................................................................26 6.4.6 Conclusies en aanbevelingen .......................................................................28 6.4.7 Energie reductiedoelstelling ........................................................................28 6.5 7

Conclusie ambitiebepaling ................................................................................29

Disclaimer & Colofon..........................................................................................30 7.1

Uitsluiting van juridische aansprakelijkheid .........................................................30

7.2

Bescherming intellectueel eigendom ..................................................................30

7.3

Ondertekening ................................................................................................30

CO2-Prestatieladder - Verslag

3

1 Inleiding van de CO2-Prestatieladder De CO2-Prestatieladder is een managementsysteem dat zich richt op CO2-reductie, energiebesparing en het gebruik van duurzame energie binnen de bedrijfsvoering en in projecten en in de keten. Het systeem vereist continue verbetering van inzicht, verdere CO2reductiemaatregelen, communicatie en samenwerking in de bedrijfsvoering. Het helpt organisaties met het structureren van interne bedrijfsprocessen rondom verduurzaming en het opzetten van duurzaamheidsverslaggeving met een focus op CO2. Naast het maatschappelijke belang van duurzaamheid biedt het ook kansen voor het inspireren van interne en externe belanghebbenden, onderscheiding ten opzichte van concurrenten, kostenbesparing en het voldoen aan wetgeving. Daarnaast kan het certificeren op de CO2-Prestatieladder voordeel opleveren in aanbestedingen van (publieke) opdrachtgevers. Hoe meer een organisatie zich inspant om CO2 te reduceren, hoe meer kans op gunning bij een opdracht. De CO2-Prestatieladder kent vijf niveaus, waarbij niveau één, twee en drie zich richten op de eigen organisatie en niveau vier en vijf een stap maken naar de keten van de organisatie. Om de ladder te beklimmen naar een volgend niveau moet aan alle verplichte normeisen van onderliggende niveaus worden voldaan. Ieder niveau omvat de volgende vier invalshoeken: A.

Inzicht maakt een organisatie bewust van de eigen CO2-prestatie, de risico’s en kansen, biedt de organisatie informatie die ze kan gebruiken voor het formuleren van effectieve doelstellingen en maatregelen om de CO2-uitstoot te reduceren, en waar de communicatie en samenwerking zich op dient te richten. Invalshoek A stimuleert organisaties om eigen uitstoot en in de keten te kennen. De organisatie realiseert continue verbetering in de diepgang, reikwijdte en efficiëntie van inzicht en kwaliteit van de emissie-inventaris. B. Reductie creëert kansen voor het terugdringen van energieverbruik en CO2-uitstoot, en bevordert samenwerking zodat de meest efficiënte opties voor reductie in de keten worden aangepakt. De organisatie realiseert continue verbetering van de efficiëntie van maatregelen, in het vaststellen en behalen van doelen en het aantonen van voortgang op doelstellingen en maatregelen. C. Transparantie stimuleert de creatieve betrokkenheid van medewerkers. Ook weten organisaties van elkaars inzet, en kan een organisatie door anderen worden aangesproken op de ambities en vorderingen. De organisatie realiseert continue verbetering in de diepgang en verspreiding van de communicatie en in het verwerken van inbreng van de interne en externe belanghebbenden. D.

Participatie laat een organisatie investeren in samenwerking, delen van eigen kennis en daar waar mogelijk gebruikmaken van kennis die elders is ontwikkeld. De organisatie realiseert continue verbetering in het selecteren van nuttige initiatieven en het toepassen van de kennis in de organisatie. Een erkende certificerende instantie beoordeelt de activiteiten en bepaalt het niveau van de CO2-Prestatieladder. Hiervoor moeten stappen zijn gezet op alle invalshoeken van de ladder. In onderstaand figuur wordt bovenstaande tekst schematisch weergegeven met de bijbehorende weging van de invalshoeken voor certificering (bron: Handboek CO2-Prestatieladder 3.1, SKAO).

CO2-Prestatieladder - Verslag

4

2 Directiebeoordeling De directiebeoordeling van de CO2-Prestatieladder vindt jaarlijks plaats om de continue geschiktheid, toereikendheid, doeltreffendheid en afstemming met de strategische richting van de organisatie te bewerkstelligen. Deze beoordeling is onderdeel van onze Plan-Do-Check-Act cyclus. De directiebeoordeling zal plaatsvinden door de programmamanager Duurzaamheid. Het college en de raad van Duiven worden middels een kennisgeving geïnformeerd. Voor dit jaar is ervoor gekozen de directiebeoordeling door de programmamanager te laten plaatsvinden daar er ten opzichte van de doelstellingen en maatregelen niets is gewijzigd ten opzichte van 2022. Voor de doelstellingen en maatregelen geldt dat die voor meerdere jaren zijn ondertekend tijdens het eerste auditjaar 2022 door de verantwoordelijke wethouders van de gemeenten Duiven en Westervoort.

2.1 Significante wijzigingen 2.1.1 Actuele organizational boundary De gemeente Westervoort richt zich ten tijde van de audit in 2024 op het behouden van niveau 3 van de CO2-Prestatieladder. Om te kunnen bepalen wat allemaal binnen de gemeentelijke grenzen valt moet jaarlijks een organizational boundary worden vastgesteld. Deze terminologie wordt door het Handboek van de Stichting Klimaatvriendelijk Aanbesteden & Ondernemen (SKAO) gebruikt en bepaalt wat de afbakening is van een organisatie. De boundary is opgesteld volgens de eisen van het Greenhouse Gas Protocol, zoals beschreven in hoofdstuk 4 van het Handboek CO2-Prestatieladder versie 3.1. In paragraaf 4.3 is een toelichting opgenomen over de organizational boundary van gemeente Westervoort.

2.1.2 Referentiejaar Het jaar 2019 dient als referentiejaar voor de CO2-reductiedoelstellingen en het monitoren van de CO2-uitstoot. Dit rapport betreft rapportagejaar 2023. Alle volgende paragrafen in dit hoofdstuk betreffen het rapportagejaar 2023 zoals hier vermeld en de organisatie zoals omschreven in hoofdstuk 4 van dit CO2-verslag.

2.1.3 Plan van aanpak en CO2-reductiedoelstellingen

Onderstaande doelstellingen zijn gebaseerd op CO2-reductiemaatregelen die te vinden zijn in het plan van aanpak in het Excel document “Acties, planning en verantwoordelijkheden”. Hier staan tevens de doorberekeningen van de scope 1, 2 en business travel doelstellingen. HOOFDDOELSTELLING SCOPE 1 EN 2 Gemeente Westervoort wil in 2026 ten opzichte van 2019 78% minder CO2 uitstoten.

SUBDOELSTELLINGEN DOELSTELLING

VOORTGANG IN 2022

Scope 1

43%

9,2%

Scope 2

87%

83,9%

Business travel

50%

28,5%

Groene stroom

100%

100%

Energieverbruik

10%

+27%

De doelstellingen zijn in uitgebreidere vorm opgenomen in paragraaf 6.2.

CO2-Prestatieladder - Verslag

5

2.2 Prestaties 2.2.1 CO2-emissies, energieverbruik en energiebeoordeling CO2-emissies In onderstaande tabel zijn de verbruiken en bijbehorende CO2-emissies weergegeven voor scope 1, 2 en business travel van het meest recente jaar 2023. TABEL M1. OVERZICHT CO2-EMISSIES, GEHELE ORGANISATIE TYPE EMISSIESTROOM SCOPE 1

AANTAL

2023 Heel jaar CONVERSIEFACTOR (g CO2 per eenheid)

EENHEID

UITSTOOT (ton CO2)

Aardgasverbruik

13.189 m3

2.079

27,4

Brandstofverbruik bedrijfsmiddelen - diesel

1.738 liter

3.256

5,7

4%

Brandstofverbruik wagenpark - diesel

6.719 liter

3.256

21,9

16%

Brandstofverbruik wagenpark - benzine

291 liter

2.821

0,8

1%

0 liter

347

-

0%

Brandstofverbruik wagenpark - HVO

Totaal scope 1

TYPE EMISSIESTROOM SCOPE 2

AANTAL

CONVERSIEFACTOR (g CO2 per eenheid)

EENHEID

20%

55,8 UITSTOOT (ton CO2)

456

-

806.150 kWh

0

-

Elektriciteitsverbruik - wagens

3.414 kWh

456

1,6

0% 0% 1%

Warmtelevering - STEG centrale

2.796 GJ

25.370

70,9

51%

Totaal scope 2

72,5

Elektriciteitsverbruik - grijze stroom

0 kWh

Elektriciteitsverbruik - groene stroom

TYPE EMISSIESTROOM BUSINESS TRAVEL

AANTAL

CONVERSIEFACTOR (g CO2 per eenheid)

EENHEID

UITSTOOT (ton CO2)

Zakelijk vervoer - gedeclareerde kilometers

59.865 km

193

11,6

Zakelijk vervoer - openbaar vervoer

1.850 km

20

0,0

Totaal business travel

TOTALE EMISSIES SCOPE 1, 2 EN BUSINESS TRAVEL

8% 0%

11,6

139,9

Zie paragraaf 5.4. Energieverbruik en energiebeoordeling In onderstaande tabel zijn de energieverbruiken weergegeven voor scope 1 en 2. TABEL E1. OVERZICHT ENERGIEVERBRUIK, GEHELE ORGANISATIE ENERGIEDRAGER

AANTAL

EENHEID

CONVERSIEFACTOR (g CO2 per eenheid)

VERBRUIK (GJ)

Aardgasverbruik

13.189 m3

0,03165

Brandstofverbruik bedrijfsmiddelen - diesel

1.738 liter

0,03545

61,6 1%

Brandstofverbruik wagenpark - diesel

6.719 liter

0,03545

238,2 4%

Brandstofverbruik wagenpark - benzine

417,4 6%

291 liter

0,03292

9,6 <1%

Brandstofverbruik wagenpark - HVO

0 liter

0,03400

-

Brandstofverbruik wagenpark - CNG

0 kg

0,03800

0,0 <1%

Elektriciteitsverbruik - grijze stroom

0 kWh

0,00360

806.150 kWh

0,00360

Elektriciteitsverbruik - wagens

3.414 kWh

0,00360

12,3 <1%

Warmtelevering - STEG centrale

2.796 GJ

1,00000

2.795,7 43%

Elektriciteitsverbruik - groene stroom

TOTAAL ENERGIEVERBRUIK

-

0% 0%

2.902,1 45%

6.436,9 100%

Zie paragraaf 6.4.

CO2-Prestatieladder - Verslag

6

2.2.2 Energiebeleid en voortgang CO2-reductiedoelstelling en voortgang In onderstaande tabel is de voortgang in absolute zin en gerelateerd aan FTE weergegeven. Het is het doel van de organisatie om de komende jaren, tot 2026, gestaag door te gaan met het reduceren van de CO2 uitstoot. TABEL V1A. VOORTGANG JAARLIJKSE CO2-EMISSIES, GEHELE ORGANISATIE 2019

2020

2021

2022

2023 Heel jaar

Heel jaar

Heel jaar

Heel jaar

Heel jaar

Absolute voortgang

100%

73%

29%

24%

27%

Aantal FTE

279,0

271,0

273,9

272,1

275,0

Uitstoot per kengetal

1,89

1,41

0,55

0,47

0,51

Relatieve voortgang FTE

100%

75%

29%

25%

27%

De organisatie ligt in lijn met de beoogde doelstelling. In 2023 heeft gemeente Westervoort ten opzichte van referentiejaar 2019 een CO2-reductie van 73% gerealiseerd. De meest significante reductie vond plaats in 2020 en 2021, door de maatregel om groene stroom in te kopen. In paragraaf 6.3 is een volledige toelichting van de voortgang toegevoegd. Energie reductiedoelstelling De organisatie heeft een reductiedoelstelling in het energieverbruik van 10% in 2026 ten opzichte van 2019 in scope 1 en 2. Deze reductie moet het gevolg zijn van de volgende maatregelen: • • • • • •

Mogelijkheden onderzoeken voor reduceren elektriciteitsverbruik bij gemalen Plaatsen/vervangen van moderne pompen (capaciteit), energieverbruik wordt nog niet meegenomen in overweging Versnelde vervanging van conventionele armaturen in de openbare verlichting door ledverlichting. Deze verlichting is ook beter dimbaar. Noodverlichting volledig vervangen door led. Diverse kleinere maatregelen om warmtegebruik te verminderen. Onderzoek naar mogelijkheden gezamenlijke huisvesting van 1Stroom. TABEL EV1. VOORTGANG JAARLIJKSE ENERGIEVERBRUIK, GEHELE ORGANISATIE (GJ) 2019

2020

2021

2022

2023

Heel jaar

Heel jaar

Heel jaar

Heel jaar

Heel jaar

Aardgasverbruik

527,0

429,0

408,0

389,1

417,4

Brandstofverbruik bedrijfsmiddelen - diesel

72,2

68,0

75,9

58,4

61,6

Brandstofverbruik wagenpark - diesel

235,8

243,4

233,1

220,4

238,2

Brandstofverbruik wagenpark - benzine

13,9

7,4

6,1

11,4

9,6

Brandstofverbruik wagenpark - HVO

-

-

-

-

-

TYPE ENERGIEDRAGER

Brandstofverbruik wagenpark - CNG

-

-

-

0,0

0,0

Elektriciteitsverbruik - grijze stroom

2.200,6

1.698,7

-

-

-

Elektriciteitsverbruik - groene stroom

2.947,3

2.859,0

2.902,1

2,7

9,7

12,3

550,2

728,0

Elektriciteitsverbruik - wagens

-

-

Warmtelevering - STEG centrale

1.462,5

1.551,2

2.505,6

2.425,8

2.795,7

TOTAAL ENERGIEVERBRUIK

5.062,1

4.725,8

6.178,6

5.973,9

6.436,9

-7%

22%

18%

27%

De organisatie ligt in niet in lijn met de beoogde doelstelling op het gebied van energieverbruik. In 2023 zijn vrijwel alle energiestromen hoger dan het jaar 2022.

2.2.3 Communicatie Er wordt tenminste halfjaarlijks intern en extern gecommuniceerd over de CO2-footprint, de voortgang van het plan van aanpak en de doelstellingen, de mogelijkheid van individuele bijdrage van medewerkers en de initiatieven. Dit gebeurt conform het hiervoor opgestelde communicatieplan. Deze communicatie omvat ook de projecten met gunningvoordeel indien aanwezig. Daarnaast worden op de website van de SKAO en op de eigen website de verplichte internetpublicaties geplaatst.

CO2-Prestatieladder - Verslag

7

2.2.4 Initiatieven Er wordt actief deelgenomen aan verschillende CO2-reductieinitiatieven. Veel van deze initiatieven zijn niet alleen verbonden aan de CO2-prestatieladder maar dienen meerdere doelen. Zo is de gemeente Westervoort bijvoorbeeld bezig geweest in Westervoort met het vervangen van de openbare verlichting door ledverlichting en hebben we een aparte gemeentewebsite voor het programma duurzaamheid. Dit soort initiatieven worden niet alleen gedaan voor de CO2-prestatieladder maar ook om bijvoorbeeld de gemeentelijke energiekosten te verlagen. Jaarlijks wordt er budget vrijgemaakt om deel te nemen aan initiatieven. Er is echter geen bedrag te koppelen aan deze initiatieven omdat dit niet alleen vanwege de CO2-prestatieladder wordt gedaan. Binnen de gemeente Westervoort pakken we projecten op een integrale manier aan waardoor we meerdere doelen tegelijk dienen en zo efficiënter omgaan met onze capaciteit en budget.

2.3 Doeltreffendheid en toereikendheid van middelen De projectleider heeft beoordeeld dat het CO2-reductiesysteem naar behoren werkt. Er is geen noodzaak voor wijzigingen in het opgestelde CO2-managementsysteem, de doelstellingen, maatregelen of deelname aan initiatieven. Wel hebben we de wens om de maatregelen voor het nieuwe jaar (2025) uit te gaan breiden. De gemeente brengt de gehele footprint gedetailleerd in beeld. Dit is een tijdrovend proces. Het efficiënter maken van dit proces is een doorlopend verbeterpunt. Het in kaart brengen van de emissiestromen geeft veel inzicht in de energieverbruiken en geeft het handvatten om het verbruik te reduceren. De interne communicatie over dit onderwerp draagt bij tot het vergroten van de bewustwording van CO2-reductie onder de medewerkers van 1Stroom. Het certificaat is nog steeds van belang voor het halen van onze duurzaamheidsambities. Om deze redenen vindt de projectleider het relevant om het certificaat te behalen. De benodigde middelen om de doelstelling te behalen zijn vrijgemaakt. Uitdaging is de verbinding blijven leggen tussen maatregelen die CO2-reductie bewerkstelligen en de CO2-Prestatieladder.

De ervaring is dat medewerkers zich ervan bewust zijn dat maatregelen bijdragen aan CO2-reductie, echter hierover onvoldoende communiceren aan de projectgroep en de link niet gelegd wordt in de interne communicatie over de nieuwe maatregel.

2.4 Bevindingen uit de interne audit De interne audit is uitgevoerd op 1 oktober 2024 door Loulou de Roos, werkzaam bij De Duurzame Adviseurs. De auditee was Joyce de Rijk. Hieruit kwamen de volgende bevindingen: •

• • • •

Binnen de footprint missen nog de gegevens van: zakelijke kilometers – openbaar vervoer. Hiervoor dienen de gegevens van de NS-Businesscards nog toegevoegd te worden aan de footprint. Daarnaast wordt uitgezocht of dit ook voor voorgaande jaren nog toegevoegd dient te worden aan de footprints van die jaren. De stuurcyclus in het Excel document: ‘Acties, Planning & Verantwoordelijkheden’ is niet meer up-to-date. Deze dient aangepast te worden. De pagina op de website dient nog gepubliceerd te worden. Op dit moment staan er artikelen op de website over dit onderwerp, maar er dient een eigen pagina te zijn, die regelmatig ge-updatet kan worden. Het communicatieplan, ook in het Excel document: ‘Acties, Planning & Verantwoordelijkheden’ dient ge-updatet te worden. Updaten van het overzicht van initiatieven en participatie, daarnaast dient de bewijslast van participatie tijdens de externe audit beschikbaar te zijn.

Deze punten zijn inmiddels conform vereisten uitgevoerd. De verificatie van de CO2-emissieinventaris zal plaatsvinden tijdens de externe audit.

CO2-Prestatieladder - Verslag

8

2.5 Uitkomsten vorige externe audit

In het afgelopen jaar zijn met name de gegevens van brandstoffen specifieker verzameld. Eerder werd dit berekend aan de hand van gereden kilometers, nu aan de hand van tankpasrapportages. Gedurende dit jaar is het verbruik van Aspen geen onderdeel van de footprint. Voor het laatste punt zijn de gekwantificeerde maatregelen opgenomen op de website.

2.6 Kansen voor verbetering Naar aanleiding van deze evaluatie zijn er kansen voor verbetering geïdentificeerd. Deze leiden tot de volgende acties voor komend jaar: • • •

Uit de footprint blijkt dat de gemeente ongeveer 8.500 liter diesel heeft verbruikt in 2023. Dit was in 2023 20% van de totale footprint. Door HVO100 toe te passen, kan de gemeente een forse reductie realiseren op deze emissies. Doelstellingen bijstellen om ambitieus te blijven. Naast de inkoop van groene stroom en het verledden, lopen er geen grote maatregelen. Om ambitieus te blijven is het van belang dat de gemeen hier ook de komende jaren stappen in blijft zetten. Versiebeheer betreft een verbeterpunt. Het delen van gezamenlijke documenten tussen de Duurzame adviseurs en gemeenten op één centrale plek is nu niet mogelijk. Hierdoor ontstaat de kans dat er verschillende versies ontstaan.

2.7 Output van de directie De programmamanager duurzaamheid onderschrijft de uitgangspunten van de CO2Prestatieladder. Het is goed om als gemeente op dit vlak de voorbeeldfunctie te vervullen. Hij constateert dat er de afgelopen jaren al aanzienlijke stappen zijn gezet om tot CO2 reductie te komen. Door de verbruiken inzichtelijk te maken en te monitoren is het mogelijk gerichter maatregelen te treffen. De afgelopen jaren zien we dat bewustzijn toenemen en is daadwerkelijk voortgang geboekt. Ook het komende jaar gaan we daar mee door. Daarbij zal onder andere de nut en noodzaak worden onderzocht en beoordeeld om al dan niet door te gaan met certificering op niveau 3 en niveau 4 van de prestatieladder. In Q4 2024 en Q1 2025 zal in overleg met de buitendienst, HR, realisatie & beheer en andere relevante afdelingen gekeken worden naar de maatregelen die genomen kunnen worden in het kader van CO2 reductie, de verwachte impact hiervan voor wat betreft CO2 reductie en op financieel gebied en de mogelijkheden hiertoe. Kosten hiervan zullen namelijk elders in de organisatie geleverd dienen te worden (buiten het programma Duurzaamheid). Daarbij wordt tevens de evaluatie van pilot voor het verledden van de gemeentehuizen meegenomen. Waar nodig en nog niet voorzien zal dan ook om extra middelen gevraagd worden.

We hebben de doelstelling al ‘meer’ dan gehaald, echter betekent dit niet dat we voor de komende jaren geen ambities meer hebben. Deze zullen in 2025 worden bekeken, beoordeeld en daar waar relevant aangepast.

CO2-Prestatieladder - Verslag

9

Met de ingezette en nog uit te voeren maatregelen verwachten we de doelstellingen zoals deze voor het jaar 2026 zijn geformuleerd te kunnen realiseren.

2.8 Budgetten en investeringen Voor het uitvoeren van het plan van aanpak, het behouden van het CO2-Prestatieladder certificaat en participatie aan initiatieven hebben we als directie een budget beschikbaar gesteld. De kosten voor het jaarlijks onderhouden van de CO2-Prestatieladder zijn als volgt: € 6525 € 1800 € 845 €0

Ondersteuning De Duurzame Adviseurs (exclusief btw) Kosten certificering per jaar (exclusief btw) Contributie SKAO (jaarlijkse bijdrage, exclusief btw) Initiatieven (zie toelichting 2.2.4)

De eventuele besparingen die de maatregelen opleveren, worden waar het kan gebruikt om te investeren in nieuwe maatregelen.

Ondertekening Kenmerk: Datum: Versie:

-----------------------Handtekening

Directiebeoordeling jaren 2019-2023 29-10-2024 1.0

-----------------------Naam en functie

CO2-Prestatieladder - Verslag

10

3 Leeswijzer Dit dossier is opgebouwd uit verschillende documenten. In dit hoofdstuk wordt toegelicht welk doel elk document dient. CO2-verslag Dit CO2-verslag omvat de tekstuele informatie ter ondersteuning managementsysteem. De opbouw van dit document is als volgt: 1. Introductie van de CO2-Prestatieladder 2. Directiebeoordeling 3. Leeswijzer van de verschillende documenten in het dossier 4. Beschrijving van de organisatie 5. Rapportage van de CO2-emissie-inventaris conform ISO 14061-1 6. Voortgang en ambitiebepaling Bijlage A: Toelichting van de organizational boundary

van

het

CO2-

CO2-dashboard Het Excel document “CO2-dashboard” omvat de scope 1, 2 en business travel CO2-emissies en energieverbruiken en de voortgang hiervan. In het tabblad “data” worden de brongegevens ingevoerd en gekoppeld aan de juiste CO2-emissiefactoren van dat jaar vanuit het tabblad “input keuzevariabelen”. Acties, planning en verantwoordelijkheden Het Excel document “Acties, planning en verantwoordelijkheden” omvat de stuurcyclus en het energiemanagement actieplan voor het onderhouden van het CO2-managementsysteem. Hierin worden acties, planning en verantwoordelijkheden omschreven, belanghebbenden geïdentificeerd en wordt een checklist met de verplichte communicatie bijgehouden. Verder wordt de dataverzamelingsprocedure vastgelegd en het plan van aanpak voor CO2reductiemaatregelen inclusief berekening van de CO2-reductiedoelstellingen omschreven.

CO2-Prestatieladder - Verslag

11

4 Beschrijving van de organisatie 4.1 Introductie Westervoort is een gemeente in de groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen en ligt in de Provincie Gelderland. De gemeente heeft ongeveer 15.000 inwoners. In het coalitieakkoord 2022-2026 zijn met betrekking tot de vorming van een visie op duurzaamheid een drietal uitgangspunten vastgelegd: 1) De gemeente neemt, waar zij directe invloed en keuze heeft, het voortouw en gaat voor de duurzaamste optie; 2) De financiële situatie maakt dat er momenteel weinig tot geen geld is om te investeren. We kiezen daarom voor een duidelijke prioritering, kijken of er bij initiatieven een ‘sluitende businesscase’ te formuleren is en richten ons op oplossingen die mogen groeien, in plaats van direct volgroeid te zijn en we bovenal doen wat nu wél mogelijk is; 3) We maken onze inwoners bewust van de urgentie en zorgen dat verduurzamen aantrekkelijk is en stimuleren daarmee individuele en collectieve motivatie. We zijn ons daarbij altijd bewust van de rol van de financiële positie van inwoners.

4.2 Verantwoordelijke Joyce de Rijk is de interne verantwoordelijke voor het beheren van de CO2-Prestatieladder. Deze persoon draagt verantwoordelijkheid voor het uitzetten van taken, toewijzen van verantwoordelijkheden en het rapporteren aan het management. Voorgaande jaren was Ronald Baltussen de interne verantwoordelijke, hij is dit jaar in een ondersteunende rol betrokken. Voor het opstellen van alle bijbehorende documentatie voor het behouden van niveau 3 op de CO2-Prestatieladder wordt de organisatie ondersteund door het adviesbureau De Duurzame Adviseurs.

4.3 Organizational boundary De gemeente Westervoort richt zich in 2024 op het behouden van niveau 3 van de CO2Prestatieladder. Om te kunnen bepalen wat allemaal binnen de gemeentelijke grenzen valt moet jaarlijks een organizational boundary worden vastgesteld. Deze terminologie wordt door het Handboek van de Stichting Klimaatvriendelijk Aanbesteden & Ondernemen (SKAO) gebruikt en bepaalt wat de afbakening is van een organisatie. De boundary is opgesteld volgens de eisen van het Greenhouse Gas Protocol, zoals beschreven in hoofdstuk 4 van het Handboek CO2-Prestatieladder versie 3.1. Voor gemeente Westervoort is het niet mogelijk om de bepaling aan de hand van een Kamer van Koophandel uittreksel te bepalen. Om deze reden is besloten, om de mate van zeggenschap en aandeelhouderschap in alle verbonden partijen te bepalen. Hiervoor zijn ook de ‘praktische gids voor overheden’ en ‘richtlijn organisatorische grenzen gemeenten’ van de SKAO geraadpleegd Op deze wijze is er bepaald of gemeente Westervoort invloed kan uitoefenen op de betreffende organisaties en eventueel mee moeten worden genomen in de organisatiegrenzen. Naast de gemeentelijke organisatie is voor gemeente Westervoort bekeken welke onderdelen en regelingen deel uit maken van de gemeente. Hiervoor is de programmabegroting 2022 gebruikt.

Voor de volledige analyse verwijzen we u naar het Excel bestand ‘Boundary bepaling Westervoort’. De conclusie van deze analyse is dat er één verbonden partij wordt meegenomen in de boundary van de gemeente. In 2024 is de organizational boundary ten opzichte van eerdere jaren ongewijzigd.

CO2-Prestatieladder - Verslag

12

4.3.1 Gemeenschappelijke regeling 1Stroom 1Stroom is de organisatie die werkt voor de gemeenten Duiven en Westervoort. De gemeenten zijn elk zelfstandig, met een eigen gemeenteraad en college van burgemeester en wethouders. Ze maken zelf keuzes in waar geld in wordt geïnvesteerd en ze stellen beleid op. Samen hebben Westervoort & Duiven ongeveer 40.000 inwoners. Die kunnen bij hun eigen gemeente(-huis) terecht voor een paspoort, rijbewijs of uittreksel. Ook op het gebied van zorg en ondersteuning blijven inwoners in contact met hun ‘eigen’ gemeente. Dit geldt natuurlijk ook voor maatschappelijke organisaties en ondernemers die er zijn gevestigd. Alle ambtenaren die werken voor Westervoort & Duiven vallen onder 1Stroom. Dit betekent dat de meeste medewerkers van de gemeente Westervoort vallen onder 1Stroom. Het is daarom van belang om 1Stroom mee te nemen in de Co2-prestatieladder. Mate van zeggenschap & conclusie: In de gemeenschappelijke regeling 1Stroom is vastgelegd dat Gemeente Westervoort 37% van de kosten, die 1Stroom maakt, krijgt doorbelast. Van de CO2 uitstoot die door deze organisatie wordt gemaakt wordt daarom 37% voor gemeente Westervoort meegenomen.

4.3.1 Vastgoed De gemeente is eigenaar van een groot aantal gebouwen. Deze zijn terug te vinden in een vastgoedoverzicht. Al deze panden vallen binnen de boundary. Het gaat om gebouwen waar energie wordt verbruikt (gas, elektra, warmtelevering o.i.d.). Dit effect op de CO2-uitstoot van de gemeente. Hieronder wordt aangegeven welke factoren er mee worden genomen om te kunnen bepalen van welk vastgoed het energieverbruik mee wordt genomen: •

• • •

De gemeente is eigenaar en heeft het gebouw meegenomen in MeerJarenOnderhoudsPlanning (MJOP). Gemeente Westervoort is hierdoor verantwoordelijk voor verduurzaming vastgoed. Wanneer de energierekeningen wordt betaald door de gemeente en niet (aantoonbaar) doorbelast worden de emissies meegenomen in de CO2-footprint van de gemeente. Wanneer de energierekening (aantoonbaar) betaald worden door de huurder worden de emissies niet meegenomen in de CO2-footprint van de gemeente. Vastgoed dat de gemeente huurt. Het energieverbruik wordt doorbelast aan de gemeente. Het verbruik wordt om die reden meegenomen in de CO2-footprint.

Jaarlijks zal de situatie van het gemeentelijk vastgoed worden geëvalueerd en de CO2-footprint, wanneer nodig worden, aangepast. Voor het vastgoed en de bijbehorende energieverbruiken van de verbonden partijen gelden dezelfde uitgangspunten.

4.3.2 Wagenpark en materieel De gemeente maakt gebruik van een wagenpark en materieel die van invloed zijn op de CO2uitstoot. Denk hierbij aan voertuigen en machines die worden ingezet voor handhavingstaken en voor het uitvoeren van beheer en onderhoudstaken. Het brandstofverbruik van al deze middelen wordt meegenomen in de CO2-footprint. Het overzicht van deze bezittingen zal jaarlijks worden bijgewerkt naar de laatste stand van zaken. Daarnaast is de gemeente verantwoordelijk voor het reduceren van het verbruiken dan wel voor het reduceren van de CO2-uitstoot. Voor het wagenpark en het materieel en het bijbehorende brandstofverbruik van de verbonden partijen (binnen de boundary) gelden dezelfde uitgangspunten.

CO2-Prestatieladder - Verslag

13

4.3.3 Openbare verlichting De gemeente is eigenaar van de openbare verlichting op de gemeentelijke grond. Denk hierbij aan straatverlichting, abri’s en verkeerslichten. Het elektraverbruik van deze verlichting wordt meegenomen in de CO2-footprint. Daarnaast is de gemeente als eigenaar verantwoordelijk voor het reduceren van de verbruiken dan wel voor het reduceren van de CO2-uitstoot.

4.3.4 Gemalen, pompen en overige aansluitingen De gemeente is eigenaar van de riolen en gemalen om het afvalwater in te zamelen. Ook zijn er andere aansluitingen die worden gebruikt om markten en evenementen van stroom te voorzien. Het energieverbruik daarvan wordt meegenomen in de CO2-footprint van de gemeente tenzij aantoonbaar is dat de verbruiken worden doorbelast, bijvoorbeeld aan kraamhouders om de markten. Daarnaast is de gemeente als eigenaar verantwoordelijk voor het reduceren van de verbruiken dan wel voor het reduceren van de CO2-uitstoot.

4.3.5 Tenaamstelling certificaat Op basis van hetgeen wat in voorgaande paragrafen is beschreven is te bepalen wat de boundary is van de gemeente Westervoort. Dit betekent dat de boundary en de te naam stelling op het certificaat er als volgt uitziet: Gemeente Westervoort Gemeenschappelijke regeling: • 1Stroom (37%) Bestaande uit de volgende materiele bezittingen die in eigendom zijn van de gemeente, dan wel verbonden partijen: • Vastgoed • Wagenpark en materieel • Openbare verlichting • Pompen, gemalen en overige aansluitingen

4.4 Organisatiegrootte 4.4.1 Groottebepaling De CO2-Prestatieladder onderscheidt kleine, middelgrote en grote organisaties op basis van CO2-uitstoot binnen de vastgestelde organizational boundary. Dit wordt gedaan volgens onderstaande tabel. Hierbij wordt eerst vastgesteld of de organisatie behoort tot de categorie “diensten” of tot de categorie “werken/leveringen” (conform Richtlijn 2014/24/EU). Overheden vallen onder de richtlijn van diensten. Gebaseerd op bovenstaande tabel is bepaald dat gemeente Westervoort qua CO2-uitstoot in de categorie kleine organisatie valt. Om te bepalen in welke categorie (klein, middelgrote, grote) gemeente Westervoort valt, moet eerst bepaald worden naar welke richtlijn er gekeken dient te worden. Diensten of Werken/Levering. Overheden vallen onder de richtlijn van diensten. Gebaseerd op bovenstaande tabel is bepaald dat gemeente Westervoort qua CO2-uitstoot (139,9 ton CO2) in de categorie kleine organisatie valt.

CO2-Prestatieladder - Verslag

14

DIENSTEN

WERKEN/LEVERINGEN

Kleine organisatie (K)

Totale CO2-uitstoot bedraagt maximaal (≤) 500 ton per jaar.

Totale CO2-uitstoot van de kantoren en bedrijfsruimten bedraagt maximaal (≤) 500 ton per jaar, en de totale CO2-uitstoot van alle bouwplaatsen en productielocaties bedraagt maximaal (≤) 2.000 ton per jaar.

Middelgrote organisatie (M)

Totale CO2-uitstoot bedraagt maximaal (≤) 2.500 ton per jaar.

Totale CO2-uitstoot van de kantoren en bedrijfsruimten bedraagt maximaal (≤) 2.500 ton per jaar, en de totale CO2-uitstoot van alle bouwplaatsen en productielocaties bedraagt maximaal (≤) 10.000 ton per jaar.

Grote organisatie (G)

Totale CO2-uitstoot bedraagt meer dan (>) 2.500 ton per jaar.

Overig

De CO2-uitstoot is te vinden in de CO2-emissie-inventaris rapportage in het document “CO2dashboard”.

4.4.2 Vrijstelling van normeisen Voor niveau 3 gelden geen vrijstellingen van normeisen.

4.5 Projecten met gunningvoordeel Een project met gunningvoordeel is een project van een organisatie waarbij de CO2Prestatieladder een rol heeft gespeeld in de aanbesteding. Hierbij is het niet relevant of het gunningvoordeel wel of niet doorslaggevend is geweest bij het verkrijgen van de opdracht, of op welke manier de CO2-Prestatieladder in de aanbesteding is gevraagd. Met deze definitie in het achterhoofd, liepen er geen met gunningvoordeel in het rapportagejaar.

CO2-Prestatieladder - Verslag

15

5 Rapportage van de CO2-emissie-inventaris 5.1 Rapportage volgens ISO 14064-1 De CO2-emissie-inventaris rapportage is opgesteld volgens de eisen uit ISO 14064-1, paragraaf 9.3.1. In onderstaande tabel is een kruistabel gemaakt van de onderdelen uit ISO 14064-1 en de vermelding in dit dossier. ISO 14064-1 §9.3.1

BESCHRIJVING

VERMELDING

A

Description of the reporting organization

Verslag, H4

B

Person or entity responsible for the report

Verslag, §4.2

C

Reporting period covered

Verslag, §5.2

Documentation of organizational and reporting boundaries, including criteria to define significant emissions

Verslag, §4.3

F

Direct GHG emissions

CO2-dashboard, tabblad “CO2emissie-inventaris”, totaal scope 1 en Verslag, §5.4.1

G

Treatment of biogenic CO2 emissions and removals

Verslag, §5.5

H

GHG removals

Verslag, §5.5

I

Exclusion of sources or sinks

Verslag, §5.4.2

J

Indirect GHG emissions

CO2-dashboard, tabblad “CO2emissie-inventaris”, totaal scope 2 en business travel, en Verslag, §5.4.1

K

Base year

Verslag, §5.2

L

Changes and recalculations

Verslag, §5.2.1

M

Quantification approaches

Verslag, §5.3

N

Changes to methodologies

Verslag, §5.3.1

O, T

Emission or removal factors used

Verslag, §5.3

P, Q

Uncertainties

Acties, planning en verantwoordelijkheden, tabblad “dataverzameling”, en Verslag, §5.6

R

Statement in accordance with ISO 14064-1

Verslag, §5.1

S

Verification

Verslag, §5.7

D, E

5.2 Referentiejaar en rapportagejaar Het jaar 2019 dient als referentiejaar voor de CO2-reductiedoelstellingen en het monitoren van de CO2-uitstoot. Dit rapport betreft rapportagejaar 2023. Alle volgende paragrafen in dit hoofdstuk betreffen het rapportagejaar 2023 zoals hier vermeld en de organisatie zoals omschreven in hoofdstuk 4 van dit CO2-verslag.

5.3 Kwantificeringsmethoden Voor het kwantificeren van de CO2-uitstoot is gebruik gemaakt van een Excelmodel waarbij alle energieverbruiken worden omgerekend naar CO2-emissies. De bronnen van de energieverbruiken worden vermeld in het Excel document van de CO2-emissie-inventaris van de organisatie. De emissiefactoren van de website www.co2emissiefactoren.nl worden gehanteerd, zoals omschreven in handboek 3.1 van de CO2-Prestatieladder en volgens de

CO2-Prestatieladder - Verslag

16

toepassing zoals omschreven op www.co2emissiefactoren.nl. Omdat het gaat om specifieke emissiefactoren op nationaal niveau, zijn de gehanteerde emissiefactoren zeer geschikt voor het omrekenen van de data van de broeikasgas activiteiten naar de daarmee gepaard gaande CO2-emissies. De emissiefactoren van de organisatie zullen te allen tijde meegaan met wijzigingen in de emissiefactoren van handboek 3.1 en daaropvolgende handboeken van de CO2-Prestatieladder. Er zijn geen verwijderingsfactoren van toepassing.

5.3.1 Veranderingen van kwantificeringsmethoden Er zijn geen wijzigingen geweest in kwantificeringsmethoden.

5.4 CO2-emissie berekeningen 5.4.1 CO2-emissies

In onderstaande tabel zijn de verbruiken en bijbehorende CO2-emissies weergegeven voor scope 1, 2 en business travel van het jaar 2023. TABEL M1. OVERZICHT CO2-EMISSIES, GEHELE ORGANISATIE TYPE EMISSIESTROOM SCOPE 1

AANTAL

2023 Heel jaar EENHEID

CONVERSIEFACTOR (g CO2 per eenheid)

UITSTOOT (ton CO2)

Aardgasverbruik

13.189 m3

2.079

27,4

Brandstofverbruik bedrijfsmiddelen - diesel

1.738 liter

3.256

5,7

4%

Brandstofverbruik wagenpark - diesel

6.719 liter

3.256

21,9

16%

Brandstofverbruik wagenpark - benzine

291 liter

2.821

0,8

1%

0 liter

347

-

0%

Brandstofverbruik wagenpark - HVO

Totaal scope 1

TYPE EMISSIESTROOM SCOPE 2

AANTAL

EENHEID

CONVERSIEFACTOR (g CO2 per eenheid)

20%

55,8 UITSTOOT (ton CO2)

456

-

806.150 kWh

0

-

Elektriciteitsverbruik - wagens

3.414 kWh

456

1,6

0% 0% 1%

Warmtelevering - STEG centrale

2.796 GJ

25.370

70,9

51%

Totaal scope 2

72,5

Elektriciteitsverbruik - grijze stroom

0 kWh

Elektriciteitsverbruik - groene stroom

TYPE EMISSIESTROOM BUSINESS TRAVEL

AANTAL

EENHEID

CONVERSIEFACTOR (g CO2 per eenheid)

UITSTOOT (ton CO2)

Zakelijk vervoer - gedeclareerde kilometers

59.865 km

193

11,6

Zakelijk vervoer - openbaar vervoer

1.850 km

20

0,0

Totaal business travel

TOTALE EMISSIES SCOPE 1, 2 EN BUSINESS TRAVEL

8% 0%

11,6

139,9

5.4.2 Uitsluiting van overige GHG-emissies In handboek 3.1 van de CO2-Prestatieladder is de rapportage van de CO2-emissie-inventaris over alle broeikasgassen, uitgedrukt in CO2-equivalenten nog niet verplicht. Het is dus niet vereist overige gassen, niet zijnde CO2 (CH4, N2O, HFC’s, PFC’s, SF6 & NF3) die vrijkomen bij operaties van de organisatie, mee te nemen in de emissie-inventaris. Dit geldt ook voor koudemiddelen (refrigerants) en smeermiddelen. Daarom worden deze uitgesloten van deze emissie-inventaris rapportage.

5.5 Verbranding van biomassa en GHG-verwijderingen Er vonden geen verbranding van biomassa en geen GHG-verwijderingen plaats. Ook heeft er geen compensatie plaatsgevonden.

5.6 Onzekerheden en impact De onzekerheden en de impact daarvan worden omschreven in het Excel document “Acties, planning en verantwoordelijkheden” op het tabblad “dataverzameling”.

CO2-Prestatieladder - Verslag

17

5.7 Verificatie De organisatie heeft ervoor gekozen om de emissie-inventaris niet apart te laten verifiëren door een extern bureau. De CO2-emissie-inventaris zal tijdens de externe audit middels een steekproef geverifieerd worden.

CO2-Prestatieladder - Verslag

18

6 Voortgang en ambitiebepaling 6.1 Ambitie Vanuit de CO2-Prestatieladder wordt gevraagd om reductiedoelstellingen op te stellen die zowel ambitieus als realistisch zijn. Om te kunnen bepalen hoe ambitieus de doelstellingen en maatregelen zijn van de organisatie is gekeken naar sectorgenoten en is de maatregellijst van SKAO ingevuld.

6.1.1 Vergelijking met sectorgenoten •

Sectorgenoot 1 | Gemeente Arnhem CO2-footprint in referentiejaar: 5.387 ton CO2 Doelstelling scope 1, 2 en business travel: 60% in 2026 ten opzichte van 2018 Meest significante maatregelen in het plan van aanpak: o Verduurzamen van en besparen in de panden en de zwembaden. o Overstappen op en verder vergroenen van groene stroom, onder andere door regionale opwek. o Energieneutrale gemeentewerf. o Openbare ledverlichting. o Elektrificeren wagenpark en stimuleren alternatieve vormen van vervoer.

Een belangrijke algemene maatregel, die alle andere maatregelen ondersteunt, is het verbeteren van het inzicht in het energieverbruik. Dit maakt het beter mogelijk om te sturen op basis van gedetailleerde verbruiksgegevens en zo effectief energiemanagement toe te passen en te verbeteren. Het inventariseren en volgen van de effecten van maatregelen staat daarbij centraal. •

Sectorgenoot 2 | Gemeente Doetinchem CO2-footprint in referentiejaar: 501 ton CO2 Doelstelling scope 1, 2 en business travel: 18% in 2025 ten opzichte van 2019 Meest significante maatregelen in het plan van aanpak: o Niet-duurzame verlichting vervangen we door Ledverlichting. Hiermee besparen we energie. o We blijven deels thuis werken. Dit zorgt voor minder uitstoot van onze auto’s en het openbaar vervoer. o Een deel van onze auto’s is elektrisch. Hierdoor gebruiken we minder brandstof.

6.1.2 SKAO maatregellijst De algemene conclusie naar aanleiding van de maatregellijst is dat de organisatie al vooruitstrevend is op het gebied van de inkoop van groene stroom uit Nederland. Echter zijn er nog voldoende maatregelen te nemen om het gebruik van fossiele brandstoffen te verminderen, zoals het inzetten van volledig elektrische auto’s, gebruik van biobrandstoffen, het monitoren en terugkoppelen van rijgedrag en het nemen van extra maatregelen om het vastgoed te verduurzamen.

6.2 CO2-reductiedoelstellingen

Onderstaande doelstellingen zijn gebaseerd op CO2-reductiemaatregelen die te vinden zijn in het plan van aanpak in het Excel document “Acties, planning en verantwoordelijkheden”. Hier staan tevens de doorberekeningen van de scope 1, 2 en business travel doelstellingen.

CO2-Prestatieladder - Verslag

19

6.2.1 Hoofddoelstelling HOOFDDOELSTELLING SCOPE 1 EN 2 Gemeente Westervoort wil in 2026 ten opzichte van 2019 78% minder CO2 uitstoten.

Deze doelstelling is absoluut en wordt daarnaast gemonitord op basis van FTE. JAARLIJKSE DOELSTELLING SCOPE 1 EN 2 2020

27%

2021

71%

2022

75%

2023

76%

2024

77%

2025

77,5%

2026

78%

6.2.2 Subdoelstellingen SUBDOELSTELLINGEN DOELSTELLING

VOORTGANG IN 2022

Scope 1

43%

9,2%

Scope 2

87%

83,9%

Business travel

50%

28,5%

Groene stroom

100%

100%

Energieverbruik

10%

+27%

6.3 Voortgang Onderstaande tabel weergeeft de voortgang van gemeente Westervoort van 2019 tot 2023.

CO2-Prestatieladder - Verslag

20

TABEL V1. VOORTGANG JAARLIJKSE CO2-EMISSIES, GEHELE ORGANISATIE 2019

2020

2021

2022

2023

Heel jaar

Heel jaar

Heel jaar

Heel jaar

Heel jaar

Aardgasverbruik

31,5

25,5

24,3

25,6

27,4

Brandstofverbruik bedrijfsmiddelen - diesel

6,7

6,3

7,0

5,4

5,7

Brandstofverbruik wagenpark - diesel

22,0

22,4

21,4

20,3

21,9

TYPE EMISSIESTROOM SCOPE 1

Brandstofverbruik wagenpark - benzine

1,2

0,6

0,5

1,0

0,8

Brandstofverbruik wagenpark - HVO

-

-

-

-

-

Brandstofverbruik wagenpark - LPG

-

-

-

-

-

Brandstofverbruik wagenpark - CNG

-

-

-

0,0

0,0

61,4

54,8

53,2

52,3

55,8

Elektriciteitsverbruik - grijze stroom

396,7

262,4

-

-

-

Elektriciteitsverbruik - groene stroom

-

-

-

-

-

Elektriciteitsverbruik - wagens

-

-

0,4

1,4

1,6

Warmtelevering - STEG centrale

52,6

55,8

90,1

65,1

70,9

449,3

318,2

90,5

66,5

72,5

Zakelijk vervoer - gedeclareerde kilometers

15,3

9,7

7,3

9,0

11,6

Zakelijk vervoer - openbaar vervoer

1,0

0,4

0,0

0,0

0,0

16,2

10,1

7,3

9,0

11,6

527,0

383,1

151,0

127,8

139,9

TOTAAL SCOPE 1

TYPE EMISSIESTROOM SCOPE 2

TOTAAL SCOPE 2

TYPE EMISSIESTROOM BUSINESS TRAVEL

TOTAAL BUSINESS TRAVEL

TOTALE EMISSIES

Scope 1: De emissies zijn gedaald met 9,1%. Zowel aardgas- als dieselverbruik laten een positieve vermindering zien ten opzichte van het referentiejaar 2019. De scope 1 emissies zijn met name van 2020 tot 2023 constant. Door de behaalde reductie van de totale footprint zijn de scope 1 emissies een groter deel van de overgebleven footprint geworden en liggen hier kansen om in de komende jaren verder te reduceren. Scope 2: Een aanzienlijke daling van 83,85% is gerealiseerd, vooral door de overstap van grijze stroom naar 100% Nederlandse groene stroom. Verder is er een toename te zien in de emissies van warmtelevering en is er een (zeer) lichte stijging te zien in emissies van elektrische wagens. Business Travel: Een algemene afname van 28,57% laat zien dat er minder emissies verbonden zijn aan zakelijk vervoer, vergeleken met het referentiejaar. Echter laat bovenstaande tabel zien dat de emissies van business travel jaarlijks enigszins fluctueren. Totale emissies: De totale emissies zijn met 73,47% afgenomen. Deze cijfers tonen aan dat de organisatie aanzienlijke vooruitgang heeft geboekt in het verminderen van haar CO2-emissies van 2019 tot 2023. Hierbij dient aangetekend te worden dat deze reductie voor een zeer groot deel is toe te schrijven aan de maatregel om over te stappen naar de inkoop van 100% Nederlandse groene stroom.

De gemeente zal komende jaren focussen op de nieuwe zwaartepunten binnen de footprint. TABEL V1A. VOORTGANG JAARLIJKSE CO2-EMISSIES, GEHELE ORGANISATIE 2019

2020

2021

2022

2023 Heel jaar

Heel jaar

Heel jaar

Heel jaar

Heel jaar

Absolute voortgang

100%

73%

29%

24%

27%

Aantal FTE

279,0

271,0

273,9

272,1

275,0

Uitstoot per kengetal

1,89

1,41

0,55

0,47

0,51

Relatieve voortgang FTE

100%

75%

29%

25%

27%

CO2-Prestatieladder - Verslag

21

In onderstaande tabel is de voortgang in absolute zin en gerelateerd aan FTE weergegeven. Zowel absoluut als gerelateerd aan FTE is een reductie van 73% gerealiseerd, ten opzichte van het referentiejaar 2019. Vergeleken met 2022 is een lichte toename te zien.

6.4 Energiebeoordeling Middels de energiebeoordeling wordt inzicht verkregen in de grootste energieverbruikers binnen de organisatie. Deze beoordeling wordt uitgevoerd conform ISO 50001. De CO2-Prestatieladder vereist dat er inzicht wordt verkregen in de 80% grootste verbruikers. Hierdoor kunnen de belangrijkste processen, gebouwen en/of activiteiten die bijdragen aan het energieverbruik en mogelijk ook de CO2-uitstoot effectief aangepakt worden. De analyse is gebaseerd op berekeningen uit het Excel document “CO2-dashboard”.

6.4.1 Energieverbruik In onderstaande tabel zijn de energieverbruiken weergegeven voor scope 1, 2 en business travel in 2023. TABEL E1. OVERZICHT ENERGIEVERBRUIK, GEHELE ORGANISATIE ENERGIEDRAGER

AANTAL

EENHEID

CONVERSIEFACTOR (g CO2 per eenheid)

VERBRUIK (GJ)

Aardgasverbruik

13.189 m

3

0,03165

Brandstofverbruik bedrijfsmiddelen - diesel

1.738 liter

0,03545

61,6 1%

Brandstofverbruik wagenpark - diesel

6.719 liter

0,03545

238,2 4%

Brandstofverbruik wagenpark - benzine

417,4 6%

291 liter

0,03292

9,6 <1%

Brandstofverbruik wagenpark - HVO

0 liter

0,03400

-

Brandstofverbruik wagenpark - CNG

0 kg

0,03800

0,0 <1%

Elektriciteitsverbruik - grijze stroom

0 kWh

0,00360

806.150 kWh

0,00360

Elektriciteitsverbruik - wagens

3.414 kWh

0,00360

12,3 <1%

Warmtelevering - STEG centrale

2.796 GJ

1,00000

2.795,7 43%

Elektriciteitsverbruik - groene stroom

TOTAAL ENERGIEVERBRUIK

-

0% 0%

2.902,1 45%

6.436,9 100%

CO2-Prestatieladder - Verslag

22

6.4.2 Identificatie grootste energiestromen In onderstaande figuur worden de top 80% grootste energiestromen in GJ weergegeven.

De geïdentificeerde grootste energiestromen worden hieronder geanalyseerd.

CO2-Prestatieladder - Verslag

23

6.4.3 Analyse elektriciteitsverbruik In onderstaande tabel is het elektriciteitsverbruik van de locaties binnen de boundary van de jaren 2019 tot 2023 opgenomen. Hierin worden enkele trends zichtbaar, die het effect zijn van reductiemaatregelen. Daarnaast kunnen deze inzichten gebruikt worden bij het bedenken van toekomstige maatregelen. Openbare verlichting: Het verbruik is gestaag gedaald van 390.813 kWh in 2019 naar 327.708 kWh in 2023. Over de jaren is te zien dat de openbare verlichting constant de grootste bron van verbruik is voor de gemeente. In de oudbouw zijn een aantal armaturen nog vervangen voor LED armaturen. Ondanks de structurele daling door de toepassing van ledverlichting betreft het verbruik van openbare verlichting nog altijd 40,6% van het totale verbruik. De gemeente verwacht hier in de komende jaren nog meer reductie te realiseren. Er is extra budget vrijgemaakt om versneld de oude verlichting te vervangen voor Led verlichting. Vanaf eind augustus 2024 is de aannemer gestart met het vervangen van totaal 553 oude armaturen. Gebouwen: Het jaarlijkse elektriciteitsverbruik vertoont een fluctuerend patroon. Na een scherpe daling in 2020, vertoont het verbruik in 2021 een stijging naar 251.454 kWh.

Een belangrijke ontwikkeling gedurende dit jaar is de toevoeging van een nieuw gebouw, Rivierweg 1, dat verantwoordelijk is voor een aanzienlijk deel van het elektriciteitsverbruik. Los van deze ontwikkeling zien we echter een lichte daling in het verbruik van 2021 naar 2023, waarbij het totaal afnam naar 225.788 kWh. Dit lijkt te wijzen op een stabilisatie van het verbruik en het effect van inspanningen op het gebied van energiebesparing en efficiëntie binnen de bestaande gebouwen. Gemeentehuis & gemeentewerf: De onderste drie rijen van deze tabel bevatten de verbruiken van het gemeentehuis en de gemeentewerf. Het verbruik van de gemeentewerf (Ploenstraat 3) over de afgelopen vijf jaar is stabiel, waardoor hier mogelijk nog meer ruimte voor verbetering ligt. Het verbruik van het gemeentehuis in Duiven, Koning Willem-Alexanderplein 1, vertoont een redelijk stabiel verbruik over de afgelopen jaren. Echter is het opvallend dat het verbruik van het gemeentehuis in Westervoort, Dorpsplein 1, in 2023 fors is gestegen. Dit heeft te maken met de opvang van Oekraïners aan het Dorpslein. Zij verwarmen onder andere het douchewater wat elektrisch wordt verwarmd. Daarnaast koken zij elektrisch veel en lang op 4 inductieplaten. In het gemeentehuis zijn verder geen aanpassingen geweest die (meer) energie vragen.

CO2-Prestatieladder - Verslag

24

Tabel B. Elektriciteitsverbruik per vestiging (kWh) Vestiging

2019

2020

2021

2022

2023

Heel jaar Evenementenaansluiting

0

0

1.111

1.283

802

146.948

90.886

251.454

235.146

225.788

Kermis

4.407

5.714

4.407

4.407

4.439

Markt

912

4.535

3.876

3.876

3.904

Openbare verlichting

390.813

374.051

356.153

342.588

327.708

Riolering en gemalen

30.606

42.839

39.546

33.912

50.269

Verkeersregelinstallaties

28.841

10.572

16.349

20.274

13.870

DRIS

4.627

5.124

4.661

1.280

0

0

0

0

0

14.509

Ploenstraat 3

18.817

23.391

19.277

19.323

19.522

Koning Wilem-Alexanderplein 1

94.075

81.565

89.664

89.567

83.696

Dorpsplein 1

43.600

35.422

32.196

42.512

61.643

763.647

674.099

818.695

794.167

806.150

Gebouwen

Crisisnoodopvang

Totaal

6.4.4 Analyse warmtelevering Onderstaande tabel en grafiek geven inzicht in de onderverdeling van het warmtegebruik binnen de gemeente. Over het algemeen is het warmteverbruik over de afgelopen vijf jaar vrij stabiel. De meest significante ontwikkeling is de toevoeging van het adres Rivierweg 1 in 2021. Verder valt het in 2023 op dat het er een forse toename is bij de warmtelevering op het adres Dorpsplein 115/115a. De verklaring hiervoor is de opvang van Oekraïners aan Dorplein 115/115a. Zij verwarmen onder ander het douchewater wat elektrisch wordt verwarmd. Daarnaast koken zij elektrisch veel en lang op 4 inductieplaten. In het gemeentehuis zijn geen aanpassingen geweest die (meer) energie vragen.

CO2-Prestatieladder - Verslag

25

Een belangrijke kanttekening omtrent de warmtelevering is de dalende emissiefactor van warmtelevering in Nederland, waardoor de CO2 uitstoot van deze emissiestroom ook afneemt. In 2019 was de emissiefactor voor warmtelevering: 35.970 gram CO2/GJ, in 2022 betrof dit: 26.840 gram CO2/GJ en in 2023 is deze verder gedaald naar 25.370 gram CO2/GJ.

Tabel C. Warmteverbruik per vestiging (GJ) 2019

2020

2021

2022

2023

Heel jaar Dorpsplein 115/115a

700

779

707

707

1.167

Uitterweert 2

364

370

410

374

302

Vrouwenslag 61

50

51

116

100

105

Rivierweg 1

0

0

890

884

901

Dorpsplein 1

349

351

383

361

321

1.463

1.551

2.506

2.426

2.796

Totaal

6.4.5 Analyse gasverbruik Het gasverbruik van gemeente Westervoort is beperkt tot slechts 2 vestigingen. Dit betreft een gemeentehuis en een gemeentewerf, die vallen onder 1Stroom. Van de totale verbruiken is 37% doorgerekend naar gemeente Westervoort. Binnen het gasverbruik van het gemeentehuis was de afgelopen jaren een forse daling zichtbaar, in 2023 was dit verbruik echter weer iets hoger, maar nog steeds fors lager dan in het referentiejaar.

Tabel A. Aardgasverbruik per vestiging (m3) Vestiging

2019

2020

2021

2022

2023

Heel jaar Koning Wilem-Alexanderplein 1

10.399

10.813

6.868

7.330

8.669

Ploenstraat 3

6.252

2.741

6.023

4.964

4.520

16.650

13.553

12.891

12.294

13.189

Totaal

CO2-Prestatieladder - Verslag

26

CO2-Prestatieladder - Verslag

27

6.4.6 Conclusies en aanbevelingen De voortgang op de verschillende energiebeoordelingen is besproken met de organisatie en de ontwikkeling hiervan wordt door de organisatie gezien als een logisch gevolg van de getroffen maatregelen. Gebaseerd op de bovenstaande analyses worden hieronder een aantal maatregelen benoemd die ervoor kunnen zorgen dat het gas-, elektriciteits- en warmte verbruik de komende jaren afnemen. Brandstofverbruik o Uit de voortgangstabellen is te zien dat de emissies van benzine en dieselverbruik de afgelopen vijf jaar constant zijn. De gemeente kan hier een reductie bewerkstelligen door meer in te zetten op elektrisch transport of bijvoorbeeld de toepassing van HVO100. Gasverbruik o De mogelijkheden voor de inkoop van groen gas zouden bestudeerd kunnen worden. Betreft gasverbruik van de eigen panden (bijv. gemeentehuis). o Echter heeft Westervoort gelimiteerd invloed op het gasverbruik, doordat deze via 1Stroom wordt doorgerekend. Elektriciteitsverbruik o Actief monitoren en uitvoeren van de opgestelde maatregelen. o Mogelijkheden onderzoeken om bepaalde maatregelen versneld door te voeren. o Mogelijkheden onderzoeken voor gezamenlijke huisvesting van de samenwerkingsorganisatie 1Stroom. o Voor 2024 wordt naar verwachting nog flink geïnvesteerd in ‘verledding’. Besluitvorming hiertoe vindt plaats bij de begroting.

Warmtelevering o Verder onderzoeken wat de mogelijkheden zijn om te reduceren bij de vestigingen/adressen, aangezien de verbruiken over de afgelopen jaren vrij constant zijn. o Mogelijkheden onderzoeken voor gezamenlijke huisvesting van de samenwerkingsorganisatie 1Stroom.

6.4.7 Energie reductiedoelstelling De organisatie heeft een reductiedoelstelling in het energieverbruik van 10% in 2026 ten opzichte van 2019 in scope 1 en 2. Deze reductie moet het gevolg zijn van de volgende maatregelen: • • • • • •

Mogelijkheden onderzoeken voor reduceren elektriciteitsverbruik bij gemalen Plaatsen/vervangen van moderne pompen (capaciteit), energieverbruik wordt nog niet meegenomen in overweging Versnelde vervanging van conventionele armaturen in de openbare verlichting door ledverlichting. Deze verlichting is ook beter dimbaar. Noodverlichting volledig vervangen voor LED Diverse kleinere maatregelen om warmtegebruik te verminderen. Mogelijkheden onderzoeken voor gezamenlijke huisvesting van de samenwerkingsorganisatie 1Stroom.

CO2-Prestatieladder - Verslag

28

TABEL EV1. VOORTGANG JAARLIJKSE ENERGIEVERBRUIK, GEHELE ORGANISATIE (GJ) 2019

2020

2021

2022

2023

Heel jaar

Heel jaar

Heel jaar

Heel jaar

Heel jaar

Aardgasverbruik

527,0

429,0

408,0

389,1

417,4

Brandstofverbruik bedrijfsmiddelen - diesel

72,2

68,0

75,9

58,4

61,6

Brandstofverbruik wagenpark - diesel

235,8

243,4

233,1

220,4

238,2

Brandstofverbruik wagenpark - benzine

13,9

7,4

6,1

11,4

9,6

Brandstofverbruik wagenpark - HVO

-

-

-

-

-

TYPE ENERGIEDRAGER

Brandstofverbruik wagenpark - CNG

-

-

-

0,0

0,0

Elektriciteitsverbruik - grijze stroom

2.200,6

1.698,7

-

-

-

Elektriciteitsverbruik - groene stroom

2.947,3

2.859,0

2.902,1

2,7

9,7

12,3

550,2

728,0

Elektriciteitsverbruik - wagens

-

-

Warmtelevering - STEG centrale

1.462,5

1.551,2

2.505,6

2.425,8

2.795,7

TOTAAL ENERGIEVERBRUIK

5.062,1

4.725,8

6.178,6

5.973,9

6.436,9

-7%

22%

18%

27%

In 2023 heeft gemeente Westervoort 27% meer energie verbruikt, vergeleken met 2019. Hiermee ligt de gemeente niet in lijn met de doelstelling van 10% reductie in 2026. De voortgang van het totale energieverbruik van gemeente Westervoort wordt sterk beïnvloed door de toevoeging van het adres Rivierweg 1 aan de boundary. Zoals in de energiebeoordeling van elektriciteit verbruik en warmtelevering is benoemd, heeft dit gebouw relatief grote verbruiken.

6.5 Conclusie ambitiebepaling Gemeente Westervoort heeft naar aanleiding van bovenstaande vergelijkingen en de maatregellijst geconcludeerd dat de reductiedoelstelling gepresenteerd in de volgende paragraaf voldoende ambitieus is. De doelstelling om in 2026 ten opzichte van 2019 78% te reduceren is in percentage hoger dan de doelstellingen van gemeente Doetinchem en gemeente Arnhem, welke als referentie zijn opgenomen in dit verslag. Echter zijn de maatregelen die gemeente Westervoort treft om de CO2 uitstoot te reduceren zeer vergelijkbaar met deze twee sectorgenoten. Mede daardoor schat gemeente Westervoort zichzelf op het gebied van CO2reductie in als middenmoot vergeleken met sectorgenoten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westervoort&id=e555056b-3781-4f81-99c4-dc328e9e7aa6