A01-20220221-04-vka-coll-plan-van-aanpak-plan-mer-res-2.0.docx
Tekst van het document
Kennisgeving aan de gemeenteraad Documentnummer: 201545046
Zaaknummer:
Z/22/089437
Portefeuillehouder(s): J.P. Breunissen Voor vragen Naam: L.Velhorst Telefoon: 088-6953349 E-mail: l.velhorst@1stroom.nl Komt terug tot besluitvorming in de raad Onderwerp: Plan van Aanpak planMER RES 2.0 Aanleiding voor deze kennisgeving In 2021 hebben alle gemeenteraden van de regio Arnhem Nijmegen de RES 1.0 vastgesteld. Dat geldt ook voor de andere bestuurlijke partners: de provincie Gelderland en de betrokken waterschappen. In de RES 1.0 zijn bestuurlijke afspraken gemaakt over de grootschalige opwek van duurzame elektriciteit op daken en op land. Zo zijn er regionale zoekgebieden aangewezen voor de opwek van wind- en zonne-energie. In de Liemers bevindt zich één zoekgebied voor wind en zon: de locatie WZ5, het gebied ten noorden van de A12, achter de AVR, op en rond de bedrijventerreinen InnoFase en Centerpoort-Noord. Ook de zogenaamde ‘pijplijnprojecten’ maken deel uit van de RES. Voorbeelden daarvan zijn de vier in aanbouw zijnde windmolens bij de Pleij, de twee geplande molens op het terrein van de Rioolwaterzuiveringsinstallatie op InnoFase en de twee nog in procedure zijnde windmolens, locatie Caprice in Lingewaard. Daarnaast zijn er in de RES indicatief nog extra ‘verkenningsgebieden’ beeld gebracht waar nog meer potenties voor windenergie aanwezig zijn.
In de Liemers zijn drie verkenningsgebieden in de beeld: twee in Zevenaar (langs de A12) en één in de gemeente Rheden: locatie de Beemd, gelegen in de uiterwaarden bij Velp. Aan de RES 1.0 liggen verschillende documenten ten grondslag, waaronder ook de nodige milieu-informatie. De landelijke MER-commissie heeft deze informatie op verzoek van de RES-partners op diepgang en volledigheid getoetst. Daarbij heeft de commissie geconcludeerd dat er nog aanvullingen gewenst zijn, met name op het gebied van natuur en landschap. Ook adviseerde men om een formele MER-procedure te gaan doorlopen. Hierdoor kunnen de eerder gemaakte regionale keuzes nog beter geborgd worden bij de uitwerking in omgevingswetinstrumenten, zoals omgevingsvisies en omgevingsvergunningen. Bij de besluitvorming over de RES zijn weliswaar strategische en bestuurlijke beleidsafspraken gemaakt, maar deze kennen een hoog ‘intentie’ karakter. Niet alle bestuurlijke partners hebben hun omgevingsbeleid hierop al aangepast. Zo kent de provincie Gelderland op dit moment haar eigen windbeleid dat in samenhang met de Elektriciteitswet meer ruimte biedt aan gebieden voor windenergie dan in de RES 1.0 is opgenomen. In onze regio speelt een casus in Wijchen die gaat over een windpark buiten een RES-zoekgebied.
Pagina 1
Dat leidde tot een bestuurlijk twistpunt. De provincie overwoog zelfs tot aanwijzing over te gaan. Tijdens een bestuurlijk overleg zijn partijen tot elkaar gekomen. Het wederzijds uitgesproken voornemen voor het uitvoeren van een planMER gaf daarbij de doorslag. Voor de provincie was het ook van groot belang dat daarbij alternatieve windlocaties worden onderzocht met name om de verhouding zon/ wind meer in balans te brengen. Inmiddels heeft de provincie bekend gemaakt haar eigen windvisie (volledig) te gaan baseren op de RES. Dat zal dan plaatsvinden in de volgende fase, op weg naar de RES 2.0. Ook wil de provincie de essentiële keuzes van de RES 2.0 verankeren in een formeel ruimtelijk besluit: op dit moment wordt gedacht aan een omgevingsprogramma. Dat kan een zelfstandig provinciaal omgevingsprogramma zijn of een regionaal omgevingsprogramma dat mede door de regiogemeenten wordt vastgesteld. Door nu een planMER op regionaal niveau uit te voeren, blijven beide opties in onze regio mogelijk. Hierover moet nog een besluit moet worden genomen in relatie tot de RES 2.0. Dit komt aan de orde bij de eerste fase van de procedure voor de planMER in de notitie Reikwijdte en Detailniveau. Ten aanzien van de lokale situatie wordt hierbij nog opgemerkt dat de gemeente Westervoort in de RES geen grootschalige zoekgebieden voor zon en wind kent.
Ook de recent vastgestelde gemeentelijke Omgevingsvisie is ‘RES-proof’. Voor deze lokale beleidsmatige verankering van de RES is een provinciaal of regionaal omgevingsprogramma niet noodzakelijk. Wel geeft zo’n omgevings-programma meer zekerheid omdat dan ook de provincie met haar bovenlokale bevoegdheden zich zonder voorbehoud volledig achter de RES schaart. Gemeenten en particuliere initiatiefnemers mogen er dan vanuit gaan dat de provincie het eventuele gebruik van haar bevoegdheden exclusief inzet voor erkende RESlocaties en dus niet voor initiatieven in gebieden daarbuiten. Een gedragen (provinciaal of regionaal) omgevingsprogramma met een onderliggende planMER geeft ook meer juridische houvast als er over de betekenis van de RES tussen gemeenten onderling verschillende beleidsinzichten bestaan. Dat speelt ook in de Liemers. Zo wenst de gemeente Zevenaar op dit moment geen invulling te geven aan de ontwikkeling van haar deel van het RES-zoekgebied WZ5 (het gebied rond de AVR en bedrijventerreinen InnoFase en Centerpoort-Noord). Daarnaast speelt nog de discussie over de status van verkenningsgebieden wind. In de RES 1.0 staan in Zevenaar twee van deze windlocaties indicatief getekend. De gemeente Zevenaar heeft hier echter niet mee ingestemd. In Westervoort en Duiven zijn er in de RES 1.0 naast het zoekgebied geen extra verkenningsgebieden voor windenergie.
Relevant beleidskader RES 1.0 en Omgevingsvisie gemeente Westervoort 2021 Inhoud van mededeling Het college van B&W heeft ingestemd met het gaan uitvoeren van een planMER RES 2.0, zoals het door de regio aangeboden Plan van Aanpak is uiteengezet (zie bijlage 1 en 2). De gemeente Westervoort onderschrijft het beoogde effect: een betere bestuurlijke en juridische borging van ruimtelijke keuzes van de RES 1.0, c.q. de RES 2.0. Het college heeft zich bij het besluit laten leiden door de volgende argumenten en kanttekeningen:
Pagina 2
Argumenten 1. Met het uitvoeren van een planMER worden alle milieueffecten op regionale schaal met een wettelijk voorgeschreven procedure onderzocht. Deze informatie kan worden gebruikt bij de vergunningverlening van concrete projecten. 1.2 Met een regionale planMER is borging van de RES in een regionaal omgevingsprogramma mogelijk. Dat bindt gemeenten én de provincie. 1.3 Naast bestaande zoekgebieden worden ook alternatieve locaties onderzocht. In de RES 1.0 zijn reeds indicaties voor extra ‘verkenningsgebieden wind’ opgenomen, maar deze hebben nog geen bestuurlijke status. 1.4 Resultaten van de planMER zullen in de loop van 2022 beschikbaar zijn. Alle deelnemende partijen wensen een voorspoedig proces waarbij gebruik wordt gemaakt van milieu-informatie die al aanwezig is. Kanttekeningen 1. Er zijn risico’s op onzekerheid en vertraging bij lopende trajecten met nadelige gevolgen voor het halen van termijnen van subsidietranches. Ook de bestaande zoekgebieden worden immers onderzocht tijdens de MERprocedure en de uitkomsten van de planMER hebben invloed op het aanvragen en verlenen van vergunningen. 1.2 De maatschappelijke discussie over de nut en noodzaak van regionale locaties voor wind- en zonne-energie gaat voort.
Dat heeft vooral te maken met het nu nog relatief ‘zachte’ bestuurlijke en juridische karakter van de RES 1.0 én het voornemen om meer windlocaties te onderzoeken in de loop naar RES 2.0 1.3 De planMER beschrijft alleen de globale milieu-effecten op de schaal van de gehele regio. In concrete projectprocedures blijft daarnaast ook inzicht in milieu-effecten op lokale schaal nodig. In bepaalde, wettelijk omschreven gevallen is ook een projectMER noodzakelijk. Financiële paragraaf De geraamde externe kosten voor de plan-MER bedragen ca. € 65.000-100.000,--. Deze kunnen voor 50% gedekt worden uit het nog beschikbare regionale budget voor de RES. De provincie draagt de overige 50% bij. Participatie en communicatie De planMER procedure bestaat uit twee fasen: in de eerste fase vindt de afbakening van het onderzoek plaats in de Notitie Reikwijdte en Detailniveau. In de tweede fase wordt het eindresultaat opgeleverd: het (regionale) Milieu Effecten Onderzoek (het planMER). In het Plan van Aanpak is opgenomen dat in beide fasen participatie plaatsvindt en tijdens beide fasen is ook een zienswijze-procedure van toepassing. Uitvoering De Groene Metropoolregio verzorgt de aanbesteding voor de planMER. De portefeuillehouder RES geeft samen met de andere portefeuillehouders sturing aan het proces in het bestuurlijk platform Circulaire Regio.
De concept notitie Reikwijdte en Detailniveau zal aan de gemeenten worden voorgelegd om vrij te geven voor zienswijzen van inwoners/belanghebbenden. Ook is het desgewenst mogelijk dat de gemeenteraad op dit concept haar ‘wensen en bedenkingen’ aangeeft. De definitieve Notitie Reikwijdte en Detailniveau zal aan de college worden voorgelegd voor besluitvorming. De uiteindelijke
Pagina 3
planMER zal aan de colleges worden voorgelegd om door te geleiden naar de gemeenteraad voor besluitvorming. De globale planning is als volgt: Q1 2022
Aanbesteding en gunning
Q2 2022
Procedure en besluitvorming over de Notitie Reikwijdte en Detailniveau
Q3-Q4 2022
Procedure en besluitvorming over de PlanMER
In Bijlage 1 staat een gedetailleerd overzicht van het gehele MER-proces en de planning.
Westervoort, 11 januari 2022. Burgemeester en wethouders van Westervoort M. Sluiter MA drs. A.J. van Hout secretaris burgemeester
Bijlagen: Registratienummer: 1. 201545057 2. 201545058
Omschrijving: Plan van Aanpak planMER RES 2.0 Achtergrondinformatie
Pagina 4