CConstaterende datWestervoort
Koppel je AI →
Document · PDF

20260622-rv-wijz-opw-wtv-nrd-west-bijlage-5

Raadsvergadering 22 juni 2026, gemeente WestervoortBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling omgevingsplanwijziging Westervoort-Noord, Westelijk deel10.798 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Westervoort-Noord | Gemeente Westervoort Beeldkwaliteitsplan

Project

Beeldkwaliteitsplan

Westervoort-Noord

Gemeente Westervoort

Projectnummer: 44.10.26

Initiatiefnemers

Gemeente Westervoort BPD Ontwikkeling B.V. Nikkels Projecten B.V.

Opsteller Buro SRO

Sweerts de Landasstraat 50 6814 DG Arnhem

Contactpersoon: T E

Datum

mei 2026

2

Inhoud Stedenbouwkundige opzet

6

Groenstructuur Waterstructuur Bebouwingsstructuur Verkeersstructuur

10 12 14 16

Woonsferen

18

Beeldkwaliteit Natuurlijk-landelijk wonen

22

Beeldkwaliteit Dorps wonen

58

Stedenbouwkundige accenten

28

Stedenbouwkundige accenten

64

Beeldkwaliteit openbare ruimte

40

Beeldkwaliteit openbare ruimte

74

1. Entreegebouw kruising Hamersestraat 2. Lintbebouwing Hamersestraat 3. Gestapelde bebouwing aan het groene plein 4. Het groene plein 5. Erf aan de groene grens

Groen Verkeer

30 32 34 36 38

40 46

1. Schoollocatie 2. Gestapelde bebouwing met buurtfunctie 3. Starterswoningen in de groene grens 4. Hogere bebouwing aan de IJsseldijk

Groen Verkeer

66 68 70 72

74 80

3

4

Inleiding

Leeswijzer

gemeenteraad vastgestelde kadernota (maart 2024) en gebiedsvisie

uitwerking per deelgebied.

Voor de ontwikkeling van Westervoort-Noord zijn in de door de

(mei 2024) de ruimtelijke en programmatische uitgangspunten vastgelegd. Deze documenten vormen het inhoudelijke fundament voor de gebiedsontwikkeling en beschrijven de ambities ten aanzien van woningbouw, groenstructuur, mobiliteit en ruimtelijke kwaliteit.

Dit beeldkwaliteitsplan is opgebouwd uit een algemeen deel en een In het eerste deel wordt de stedenbouwkundige opzet van WestervoortNoord beschreven. Hierin komen de hoofdstructuren aan bod, waaronder de groen-, water-, bebouwings- en verkeersstructuur. Deze vormen samen het ruimtelijk raamwerk van het plan.

Op basis hiervan is een stedenbouwkundig plan en verkaveling

Vervolgens worden de twee deelgebieden uitgewerkt. Eerst wordt

hoofdopzet van het gebied, waaronder de structuur van wegen en groen,

wonen’. Hierin wordt ingegaan op het gewenste beeld, de bijbehorende

opgesteld, vastgesteld in november 2025. Dit plan geeft richting aan de de positionering van bouwvelden en de differentiatie in woonmilieus.

Het voorliggende beeldkwaliteitsplan vormt de nadere uitwerking van deze kaders op het niveau van beeldkwaliteit, architectuur, openbare ruimte en de overgang tussen openbaar en privé. Waar het omgevingsplan de juridische gebruiks- en bouwregels vastlegt, geeft

het oostelijk deel behandeld, met de woonsfeer ‘Natuurlijk-landelijk stedenbouwkundige accenten met aanvullende uitgangspunten en de inrichting van de openbare ruimte (groen, verkeer en parkeren).

Daarna volgt het westelijk deel met de woonsfeer ‘Dorps wonen’. Ook hier worden de woonsfeer, de bijbehorende accenten en de inrichting van de openbare ruimte nader uitgewerkt.

dit beeldkwaliteitsplan sturing aan de gewenste ruimtelijke uitstraling

Onderdelen die in beide deelgebieden voorkomen, zoals de

herkenbare, samenhangende en hoogwaardige woonomgeving.

terugkomen. Dit maakt het mogelijk om per deelgebied gericht te

en samenhang, zodat Westervoort-Noord zich ontwikkelt tot een

hoofdontsluiting en de groene grens, kunnen in meerdere hoofdstukken beschrijven welke uitgangspunten van toepassing zijn.

De afbeeldingen in het beeldkwaliteitsplan dienen ter illustratie en inspiratie, de uitgangspunten zijn leidend. Luchtfoto bestaande situatie 5

Stedenbouwkundige opzet

In de gebiedsvisie (mei 2024) is het plangebied opgedeeld in drie

Het middendeel (het westelijk deelgebied in het stedenbouwkundig

Deze zonering vormt het vertrekpunt voor de verdere planuitwerking.

oeverwalontginning met strokenverkaveling, haaks op de dijk. Deze

zones met ieder een eigen ruimtelijke identiteit, sfeer en vormentaal.

De driehoek (in het westen, aangeduid met ‘A’) wordt begrensd

door spoor en weg, de dijk en een groene laan. Dit gebied kent een zelfstandige opzet en is in de visie aangeduid als potentiële

plan,

aangeduid

‘B’)

is

gebaseerd

op

de

kleinschalige

zone sluit aan op het bestaande oeverwallenlandschap langs de dijk en wordt begrensd door lanen. De zuidoostelijke laan markeert daarbij

de overgang tussen twee verschillende landschappelijke richtingen.

entree van Westervoort: De Liemerspoort. Dit deel is echter niet

Het

en maakt daarom ook geen onderdeel uit van dit beeldkwaliteitsplan.

rationeel

meegenomen in de verdere uitwerking van het stedenbouwkundig plan

met

oostelijk

komgronden

en

deel

en

(aangeduid

met

meer

informele,

kleiputten.

kent

De

‘C’)

structuur

sluit is

soms

aan

hier

op

de

minder

driehoekige

verkavelingsvormen, passend bij het karakter van de kleigronden. Het stedenbouwkundig plan en beeldkwaliteitsplan heeft betrekking op het midden- en het oostelijk deel uit de gebiedsvisie. Het betreft de

A.

gronden van de gemeente met de sportvelden van AVW’66, Sportclub B.

Westervoort en de Tennisvereniging Westervoort (het westeljk

deelgebied in het stedenbouwkundig plan en in het beeldkwaliteitsplan

B.

aangeduid als ‘west’/’westelijk’) en de agrarische gronden in eigendom van BPD en Nikkels (het oostelijk deelgebied en in het beeldkwaliteitsplan

C.

aangeduid als ‘oost’/’oostelijk’).

C.

De hierna volgende uitgangspunten hebben geleid tot een uitwerking van het stedenbouwkundig plan. Gebiedsvisie

6

Stedenbouwkundig plan, verkaveling vastgesteld november 2025

West Oost

7

Verkavelingsstructuren

Verkavelingsstructuren

Groene grens

op een oeverwal en kenmerkt zich door een strokenverkaveling haaks op

landelijke landschap en vormt een samenhangende landschappelijke

Het westelijk deel van het plangebied, aan de zijde van de IJsseldijk, ligt de dijk. Deze lineaire structuur is leidend geweest voor de positionering van de woonvelden en de richting van bebouwing en openbare ruimte.

De groene grens markeert de overgang van het stedelijk gebied naar het

inpassing rondom de wijk. De lanen verbinden de woonvelden met deze groene zone en leggen tevens relaties met het buitengebied.

In het oostelijk deel sluit de verkaveling aan op de structuur van de

Ter hoogte van de erven aan de IJsseldijk sluit de groene grens aan

kennen zij een meer informele, soms driehoekige vorm. Deze verschillen

de groene grens over in een nattere, meer open structuur die aansluit

kleiputten en komgronden. Hier zijn de kavels minder orthogonaal en in ondergrond en ontginningsgeschiedenis worden in de verkaveling

herkenbaar gehouden en vormen een belangrijk onderdeel van de ruimtelijke identiteit.

8

Inpassing groene grens en lanen

op bestaande en nieuwe groene erfinpassingen. Bij de kleiputten gaat

bij het karakter van de komgronden. Zo ontstaat een gebiedseigen en gedifferentieerde landschappelijke afronding.

Bebouwing geleidelijke overgang naar landschap

Ontsluiting en langzaamverkeersverbindingen verbonden met omgeving

Overgang kern-landschap

Ontsluiting

is geleidelijk vormgegeven. Dicht bij de kern is sprake van langere

fiets-

De overgang van de bestaande kern naar het omliggende landschap bouwrijen en een grotere maat en schaal. Richting de groene grens en

het buitengebied neemt de korrelgrootte af en ontstaat een meer losse en landschappelijke bebouwingsstructuur. Hiermee wordt een zachte overgang gerealiseerd tussen dorp en open landschap.

Het langzaam verkeer vormt de ruggengraat van de wijk. Centrale en

wandelroutes

verbinden

de

kern

van

Westervoort

met de IJsseldijk, de uiterwaarden en de Bult van Driegaarden. De woonvelden worden voor autoverkeer afzonderlijk ontsloten, zonder

mogelijkheid voor doorgaand verkeer. De verkeersafwikkeling vindt plaats via de IJsseldijk en de Hamersestraat/Dorpstraat.

Met een zachte knip is een oplossing gevonden voor de verkeerstromen

tussen deze wegen, waarmee ongewenst doorgaand verkeer wordt voorkomen en de bereikbaarheid gewaarborgd blijft. De nadere uitwerking hiervan is opgenomen in het stedenbouwkundig plan.

9

Groenstructuur

A. Groene grens

drie delen: de groene grens, de lanen en de groene tussenruimtes.

die de overgang van wijk naar buitengebied markeert. Het fungeert

De groenstructuur van Westervoort-Noord is onder te verdelen in

Deze vormen het ruimtelijk en ecologisch raamwerk van de wijk en zorgen voor verbinding en overgang tussen de woonbuurten en het omliggende landschap.

De groene grens is een aaneengesloten, extensief beheerde zone als landschappelijke buffer en biedt ruimte aan flora en fauna, waterberging, ommetjes en bewegingsaanleidingen. Aan de westzijde

sluit deze aan op het cultuurlandschap langs de IJsseldijk en de dorpse sfeer van Westervoort. Aan de oostzijde vormt de groene grens

een duidelijke buffer tussen het woongebied en de kleiputplassen. Hier krijgt het groen een natuurlijke invulling die complementair is aan de ecologische waarden van de kleiputten, zonder dat sprake

is van een directe vermenging van woongebied en natte natuur. B. Groene lanen

De lanen liggen als rechtlijnige assen centraal in het plangebied en verbinden de kern met het buitengebied en recreatieve routes. De

A.

lanen functioneren hoofdzakelijk als fietsroutes, structureren de wijk en

A.

C.

markeren de overgang tussen de dorpse sfeer in het westen en meer natuurlijke sfeer in het oosten.

C.

C. Groene zones tussen woonvelden

B. C.

De groene zones tussen de woonvelden vormen het buurtgroen. Deze

A. C.

Overzicht van diverse groengebieden

ruimtes bestaan uit grasvelden met bomen, heesters en speel- en

beweegelementen. In het westen hebben de groene zones een meer parkachtig karakter passend bij de dorpse sfeer. In het oostelijk deel sluit de inrichting en beplanting aan op de natuurlijke sfeer.

Deelkaart groenstructuur 10

11

Waterstructuur

De waterstructuur van Westervoort-Noord is integraal verbonden met

de groenstructuur. De groene grens fungeert als hoofdlocatie voor het

bergen en infiltreren van regenwater. Waterberging vindt hoofdzakelijk plaats in wadi’s, die landschappelijk zijn ingepast binnen deze zone.

Bestaande sloten en watergangen worden zoveel mogelijk behouden. Bestaande watergang

Waar noodzakelijk worden oevers aangepast in verband met de ophoging van het terrein. Vanuit de woonvelden wordt hemelwater

via de groene tussenruimtes afgevoerd richting de groene grens. In de wadi’s wordt water tijdelijk vastgehouden en vertraagd geïnfiltreerd

in de bodem. De wadi’s staan niet direct in verbinding met de bestaande

watergangen of greppels. Uitwerking hiervan is beschreven in ‘Beeldkwaliteit openbare ruimte’.

Deelkaart waterstructuur 12

Legenda Bestaande watergangen Wadi’s

13

Bebouwingsstructuur

De woonvelden van Westervoort-Noord zijn gelijkmatig over het

Op markante plekken, zoals wijkentrees en overgangen naar het

Binnen deze opzet wordt onderscheid gemaakt tussen het westelijk en

locaties vragen extra aandacht in beeldkwaliteit en bieden op enkele

plangebied verdeeld en bieden ruimte aan diverse woningtypen. oostelijk deelgebied.

Het westelijk deel kent een meer rechtlijnige structuur, gebaseerd

landschap, zijn beeldbepalende bebouwingsaccenten voorzien. Deze punten ruimte voor hogere bebouwing. De nadere uitwerking hiervan is opgenomen in het hoofdstuk ‘Stedenbouwkundige accenten’.

op de historische strokenverkaveling en passend bij de dorpse opzet

van

Westervoort-Noord.

Het

oostelijk

deel

is

minder

orthogonaal van karakter, met meer ruimte voor ronde en driehoekige patronen die aansluiten op de natuurlijke opzet. De bebouwingsintensiteit neemt geleidelijk af van de kern van Westervoort naar de groene grens. Aan de zijde van de kern zijn over

het algemeen grotere bouwblokken en een hogere dichtheid voorzien. Richting het buitengebied worden kleinere bouwvolumes toegepast.

Daarmee ontstaat een geleidelijke overgang van dorp naar landschap.

Deelkaart bebouwingsstructuur met stedenbouwkundige accenten (sterretjes) 14

15

Verkeersstructuur

Westervoort-Noord wordt primair ontsloten via de aansluiting op de

De regionale snelfietsroute komt ten oosten van het plangebied te

de Hamersestraat, vanwaar een brede hoofdstraat door het plangebied

tussen Duiven en Arnhem. De nieuwe routes binnen Westervoort-

Hamersestraat. De belangrijkste entree van de wijk ligt bij de rotonde aan

loopt en het oostelijk deel en een deel van het westelijk deel ontsluit. Deze route heeft geen directe aansluiting op de IJsseldijk of Dorpstraat.

liggen en loopt via de Hamersestraat en Dorpstraat als verbinding Noord sluiten hierop aan en versterken daarmee de bereikbaarheid per fiets.

Daarnaast is er een afzonderlijke verbinding tussen de IJsseldijk

In de groene grens wordt daarnaast een voetpad opgenomen dat ruimte

ontsloten. In deze route is een ‘zachte knip’ opgenomen. Door de

landschap. De nieuwe routes binnen Westervoort-Noord sluiten aan op

en de Dorpstraat, waarmee de aangrenzende woonvelden worden gekozen inrichting, met een interne routing en delen als fietsstraat,

wordt doorgaand autoverkeer via de IJsseldijk ontmoedigd en blijft het gebruik primair gericht op bestemmingsverkeer. Tussen de IJsseldijk en de huidige Brouwerslaan komt een harde knip. Het merendeel van de

erven aan de IJsseldijk ontsluit via Westervoort-Noord. De bestaande woningen direct aan de IJsseldijk blijven via de dijk ontsloten.

De woonvelden worden ontsloten via individuele buurtstraten die aansluiten op de wijkontsluitingsweg.

Voor fiets- en wandelverkeer wordt ingezet op een aantrekkelijk netwerk.

De twee centrale lanen worden ingericht als fiets- en wandelverbinding waarin de fietser voorrang heeft boven het autoverkeer. De lanen vormen

biedt voor het maken van ommetjes en een directe beleving van het het bestaande netwerk en versterken daarmee de bereikbaarheid en recreatieve kwaliteit van de wijk.

Legenda

Bestaande weg (Dorpstraat + Hamersestraat) met fietspad Spoorweg met station

Bestaande weg (IJsseldijk) Hoofdontsluiting nieuwe wijk Woonvelden ontsluiting (buurtstraten) Fietsstraat/auto-te-gast

met name recreatieve verbindingen richting de Bult van Driegaarden en

Parkeren in parkeerhofjes

de school om fietsverkeer te stimuleren.

Voetpaden

de IJssel. Ook zal dit een primaire fietroute worden voor verbinding met

Deelkaart verkeersstructuur 16

17

Woonsferen

Naast de hoofdstructuren, die functioneren als samenhangend

Deze tweedeling is zichtbaar in de opzet van het stedenbouwkundig

deelgebieden onderscheiden. In de gebiedsvisie is reeds een aanzet

kennen eigen uitgangspunten voor beeldkwaliteit op het gebied van

landschappelijk raamwerk, worden binnen Westervoort-Noord twee gedaan voor deze tweedeling, gebaseerd op twee verschillende verkavelingsstructuren en bijbehorende woonsferen.

Het westelijk deel (west) sluit aan op de rechtlijnigheid van de historische strokenverkaveling en op het dorpse karakter van Westervoort. Het

plan en werkt door in de uitstraling van de wijk. Beide deelgebieden

stedenbouw, architectuur en erfinrichting. In de volgende paragrafen

worden deze uitgangspunten per deelgebied toegelicht. Aansluitend worden de bebouwingsaccenten beschreven, met aanvullende en locatiespecifieke uitgangspunten voor deze bijzondere plekken.

oostelijk deel (oost). kent een meer organische en informele opzet,

aansluitend op de structuren en sfeer van de kleiputplassen en het omliggende landschap.

Overzicht deelgebieden woonsferen 18

West

Oost

19

20

Oostelijk deelgebied

Natuurlijk-landelijk wonen

21

Beeldkwaliteit Natuurlijk-landelijk wonen Uitgangspunten stedenbouw •

De oriëntatie van woningen zijn gedifferentieerd en staan niet altijd

•

Hogere dichtheid (langere rijen) nabij de kern/Hamersestraat

•

Representatieve gevels zijn gericht naar de openbare ruimte. Bij

•

Richting de groene grens wordt de dichtheid lager en de korrel

• •

evenwijdig of haaks op de weg (variërende nokrichtingen).

ligging aan meerdere zijden van de openbare ruimte wordt een tweeof alzijdige oriëntatie toegepast.

Achterkanten grenzend aan groen of openbare ruimte krijgen een

•

kleiner (kortere rijen). Om de overgang naar het landelijke gebied te benadrukken.

zorgvuldige, groene erfscheiding (zie uitgangspunten erfinrichting).

Bebouwing bestaat uit 1 á 2 lagen met maximale goothoogte van

6 meter en maximale nokhoogte van 11 meter (uitzonderingen in

stedenbouwkundige accenten). Afwisseling in goothoogte voor •

gewenst.

divers straatbeeld is gewenst.

De bebouwing heeft een verplichte kap. De woningen zijn voorzien van een zadeldak, schilddak of mansardedak.

De rijen bestaan uit maximaal 8 woningen aaneen. -

Bij meer dan 6 woningen aaneen is een rooilijn-, kaprichting en/of hoogteverspringing verplicht.

-

Legenda

Representatieve gevels Stedenbouwkundige accenten/ verbijzonderingen Nokrichtingen (wisselen)

Bij meer dan 3 rijblokken achtereen wordt een rooilijnverspringing

Rooilijnen (wisselen)

gerealiseerd.

Lage haag representatieve zijdes

toegepast en/of minimaal 10 m openbare ruimte tussen twee rijen

Heesters en hagen aan groene grens/groen zones Hoge haag of hedera hekwerk Aanduidingen beeldkwaliteit 22

23

Metselwerk in aardse, natuurlijke tinten met houten delen

Referentiebeelden & inspiratiebeelden natuurlijk-landelijk wonen 24

Metselwerk in aardse, natuurlijke tinten met houten delen

Metselwerk in aardse, natuurlijke tinten met houten delen

Metselwerk in aardse, natuurlijke tinten met houten delen en begroeide pergola voor natuurlijke uitstraling

Metselwerk in aardse, natuurlijke tinten met houten delen

Metselwerk in aardse, natuurlijke tinten met houten delen

Metselwerk in aardse, natuurlijke tinten met houten delen

Metselwerk in aardse, natuurlijke tinten met houten delen en begroeide pergola voor natuurlijke uitstraling

Metselwerk in aardse, natuurlijke tinten met houten delen

25

Uitgangspunten architectuur •

De architectuur combineert een landelijke, natuurlijke uitstraling met

•

Gebruik van natuurlijke en/of biobased materialen wordt gestimuleerd

•

•

eigentijdse vormgeving. (bijvoorbeeld hout).

Daken worden uitgevoerd in gebakken pannen (rood of antraciet), riet of een biobased alternatief zoals sedum passend bij het landelijke karakter.

Gevels bestaan hoofdzakelijk uit metselwerk of (accenten met) hout. -

• •

•

Metselwerk in aardse, natuurlijke tinten (zand, bruin, warm grijs) Houten gevelbekleding in natuurlijke houtkleur.

Begroeide gevels en/of groene daken zijn toegestaan.

Aan de groene zones of groene grens kan een pergola/veranda, bij een functionele aanleiding, zorgen voor extra beschutting, natuurlijke uitstraling en het stimuleren van sociale interactie.

Bijgebouwen zijn ondergeschikt in maat en vorm en worden

uitgevoerd in hout of andere natuurlijke materialen. Garages mogen

in baksteen worden uitgevoerd, mits ondergeschikt in uitstraling. Bij voorkeur worden bijgebouwen voorzien van een groen dak. Metselwerk in aardse, natuurlijke tinten met houten delen

Referentiebeelden & inspiratiebeelden natuurlijk-landelijk wonen

Kleur- en materiaal palet daken 26

Kleur- en materiaal palet gevels

Uitgangspunten erfinrichting •

• Haagbeuk

Veldesdoorn

Aan de voorzijde/representatieve zijde worden lage gemengde hagen

toegepast (minimaal 1,0 m en maximaal 1,2 m hoog), bestaande uit gebiedseigen soorten zoals veldesdoorn, haagbeuk en meidoorn.

Achterzijdes (en zijgrenzen ter hoogte van de achtertuin) die grenzen aan openbare groene zones of de groene grens krijgen een zachte

overgang met heesters en/of hagen als erfafscheiding. Schuttingen zijn hier niet toegestaan. -

De erfafscheiding bestaat uit heesters en/of hagen met een breedte van circa 1 meter, opgebouwd uit gebiedseigen, bij voorkeur bladhoudende soorten (zoals liguster en beuk).

-

De groene erfafscheiding wordt voor oplevering aangebracht, zodat een samenhangend groen beeld ontstaat.

Hedera

Veldesdoorn

•

De groene erfafscheiding wordt aangelegd op uitgeefbare gronden en valt onder het beheer en onderhoud van de eigenaar.

Bij erfafscheidingen ter hoogte van woonstraten of parkeerhofjes

zijn geen schuttingen toegestaan. Hier wordt gekozen voor een hoge

haag of een rasterhekwerk met hederabeplanting om een versteend beeld te voorkomen. -

Bergingen worden op deze locaties bij voorkeur niet direct op de erfgrens geplaatst, zodat het groen langs de erfgrens kan doorlopen.

-

Bij beperkte ruimte kunnen bergingen op de erfgrens worden geplaatst. Het groene karakter wordt in dat geval geborgd door

Lage natuurlijke haag aan voorzijde

de overige groene erfafscheidingen langs de erfgrens.

Referentiebeelden & inspiratiebeelden erfinrichting 27

Stedenbouwkundige accenten

Op enkele plekken in Westervoort-Noord zijn beeldbepalende

Op overgangen naar het landschap worden accenten niet gezocht in

entrees van de wijk en krijgen extra aandacht in de beeldkwaliteit om

op de groene rand en versterken zij het landschappelijk karakter van de

bebouwingsaccenten voorzien. Deze liggen met name bij belangrijke deze entrees herkenbaar en onderscheidend te maken.

hoogte, maar in de relatie met het groen. Hier sluiten woonvolumes aan wijk.

In de volgende paragrafen worden de verschillende bebouwings-

accenten en de bijbehorende uitgangspunten nader toegelicht binnen het deelgebied ‘Natuurlijk-landelijk wonen’ .

Locaties stedenbouwkundige accenten 28

5 3

4

2

1 29

1. Entreegebouw kruising Hamersestraat Aanvullende/specifieke uitgangspunten stedenbouw/architectuur •

Het entreegebouw markeert de entree van Westervoort-Noord en

•

Het gebouw heeft een alzijdige uitstraling. Blinde gevels aan de

• •

• •

vormt een herkenbaar front aan de kruising met de Hamersestraat. openbare ruimte zijn niet toegestaan.

De bebouwing bestaat uit één samenhangende bouwmassa (max. bouwhoogte 11 m, 3 woonlagen).

Locatie stedenbouwkundige accent

De architectuur sluit aan bij de woonsfeer ‘Natuurlijk-landelijk wonen’

door gebruik van natuurlijke materialen en kleuren. Organische vormen of zachte lijnen zijn mogelijk.

De schaal sluit aan bij het lint aan de Hamersestraat. Het gebouw mag als accent afwijken.

Het gebouw kan worden uitgevoerd met een platte kap of flauw hellend dak en sluit aan op het lint van de Hamersestraat door toepassing van

een (schijn)gevel waarin kapvormen, zoals zadeldaken, herkenbaar • •

• •

30

zijn. Dit vormt het hoofdaccent in de architectuur.

Aanvullende accenten kunnen worden aangebracht door variatie in

Metselwerk in aardse, natuurlijke tinten met houten delen en metselwerkaccent

metselwerk, kleurgebruik en/of details in houtbekleding (geleding).

De entree is duidelijk herkenbaar en georiënteerd op de openbare ruimte en wordt geaccentueerd in de gevel (bijv. metselwerk, kadrering of luifel).

Installaties worden waar mogelijk geïntegreerd in het ontwerp of buiten het zicht geplaatst.

Bergingen worden geïntegreerd in het hoofdgebouw. Losse externe bergingen zijn niet toegestaan.

Referentiebeelden

Schijngevel met plat dak erachter (installaties ook uit zicht)

Aanvullende/specifieke uitgangspunten erfinrichting/openbare ruimte •

Het gebouw markeert het kruispunt van de hoofdontsluiting, de

•

Parkeren wordt compact opgelost achter/naast de bebouwing en uit

• •

Hamersestraat en de vrijliggende snelfietsverbinding.

het zicht van de Hamersestraat en de toegangsweg, landschappelijk ingepast met hagen en bomen.

Overhoeken en reststroken worden groen ingericht en dragen bij aan een groene entree van de wijk.

Een kunstwerk kan bijdragen aan het accentueren van de entree en

Metselwerk in aardse, natuurlijke tinten met houten delen/detaillering

de identiteit van deze plek versterken.

Schijngevelvormen

Referentiebeelden (Metselwerk/hout)accenten

Appartementen met flauw hellend dak

Bestaand, Huis Hamerden

31

2. Lintbebouwing Hamersestraat Aanvullende/specifieke uitgangspunten stedenbouw/architectuur •

De bebouwing sluit aan op het lint aan de Hamersestraat en vertoont

•

De zijgevels (kopgevels) zijn gericht op de Hamersestraat en krijgen

• •

verwantschap met de uitgangspunten van Natuurlijk-landelijk wonen.

een representatieve, open uitstraling met gevelopeningen en/of erkers.

De bebouwing kan uit meerdere woningen bestaan, maar presenteert

Locatie stedenbouwkundige accent

Locatie overige nieuwe woningen aan Hamersestraat

zich richting de Hamersestraat als twee individuele woningen.

De architectuur draagt bij aan de diversiteit van het lint en sluit bij

de schaal van de vrijstaande woningen langs de Hamersestraat.

Bebouwing bestaat uit 1 à 2 lagen (goothoogte max. 6 m, nokhoogte • •

max. 11 m). De

kopgevels

van

de

rijen

verschillen

in

kleuren

en/of

materiaalgebruik. Waardoor diversiteit van het lint benadrukt wordt.

Deze uitgangspunten gelden ook voor de grondgebonden woningen aan de Hamersestraat nabij het entreegebouw.

Referentiebeelden 32

Bestaand lint Hamersestraat

Kopgevels doen mee in bebouwingslint

Aanvullende/specifieke uitgangspunten erfinrichting/openbare ruimte •

De zijtuinen en erfgrenzen aan de Hamersestraat worden groen

•

Schuttingen aan de Hamersestraatzijde zijn niet toegestaan.

• • • •

•

ingericht met hagen en beplanting.

De ruimte tussen de woningen wordt ingericht als groene zone en kan dienen als gezamenlijke verblijfsruimte voor ontmoeting.

De zone tussen de woningen en de Hamersestraat sluit aan op het groen langs deze weg. De bomenrij kan hier behouden blijven.

Woningen worden ontsloten via voetpaden. Parkeren wordt opgelost in een parkeerhof op korte afstand van de woningen.

Er is geen directe autotoegang van en naar de Hamersestraat.

Ontsluiting vindt plaats via de hoofdontsluiting van de wijk. Voet- en

Metselwerk in aardse, natuurlijke tinten met houten delen, groene ruimte voor en tussen de woningen , erfgrenzen groen ingericht met hagen en beplanting

fietsverbindingen met de Hamersestraat zijn wel mogelijk.

De zone tussen het fietspad en de woningen wordt groen ingericht

en sluit aan op de vormgeving van het al aanwezige groen aan de Hamersestraat.

Referentiebeelden

Kopgevels doen mee in bebouwingslint, rijwoningen erachter

33

3. Gestapelde bebouwing aan het groene plein Aanvullende/specifieke uitgangspunten stedenbouw/architectuur •

De gestapelde bebouwing vormt een stedenbouwkundig accent en

•

De bebouwing sluit aan bij de woonsfeer ‘Natuurlijk-landelijk wonen’

•

begeleidt het groene plein aan deze zijde.

Nader uit te werken

door gebruik van natuurlijke materialen.

De bebouwing bestaat uit meerdere samenhangende volumes en

krijgt een duidelijke geleding, zodat het niet uit één blok bestaat. De

maximale bouwhoogte is 11 meter. Variatie in bouwhoogte of een

Locatie stedenbouwkundige accent

trapsgewijze opbouw is mogelijk, ook organische vormen of zachte • • •

lijnen zijn mogelijk.

De bebouwing kan worden uitgevoerd in een U-vorm of vergelijkbare opzet, waarbij ruimte ontstaat voor een gezamenlijke binnenruimte.

De bebouwing bestaat uit een plat dak of een flauw hellend dak, bij voorkeur uitgevoerd als groen dak.

De gevels aan het plein en de noordzijde (naar de laan gericht) krijgen een representatieve uitstraling. De gevel aan het plein en/of noordoostelijke hoek kan daarbij als accent worden vormgegeven.

Overige gevels zijn rustiger maar blijven open naar de openbare •

• •

34

Metselwerk in aardse, natuurlijke tinten, diversiteit in verspringing gevel

ruimte.

De entree is duidelijk herkenbaar en georiënteerd op de openbare ruimte en wordt geaccentueerd in de gevel (bijv. metselwerk, kadrering of luifel).

Installaties worden waar mogelijk geïntegreerd in het ontwerp of buiten het zicht geplaatst.

Bergingen worden geïntegreerd in het hoofdgebouw. Losse externe bergingen zijn niet toegestaan.

Referentiebeelden

Bebouwing bestaande uit meerdere samenhangende volumes

Aanvullende/specifieke uitgangspunten erfinrichting/openbare ruimte •

Parkeren wordt opgelost in een parkeerhof, buiten het zicht van het

•

Het parkeerhof zorgt tevens voor afstand tussen de gestapelde

• •

plein en groen ingepast met hagen en bomen.

bebouwing en de naastgelegen grondgebonden woningen.

Eventuele binnenruimte of binnentuin krijgt een groene inrichting en draagt bij aan de woonkwaliteit van het gebouw.

De overgang tussen gebouw en plein wordt groen en zorgvuldig vormgegeven, passend bij het natuurlijke karakter van het gebied.

Groene binnenruimte, bebouwing bestaande uit meerdere samenhangende volumes

Groene binnenruimte

Groene ruimte om het gebouw

Groene binnenruimte als gezamenlijke moestuin

35

4. De groene huiskamer Aanvullende/specifieke uitgangspunten stedenbouw/architectuur •

De groene huiskamer (plein) vormt een herkenbaar ruimtelijk accent

binnen het deelgebied ‘Natuurlijk-landelijk wonen’ en markeert een

Nader uit te werken

overgang naar het dorps wonen, dat aan de noordelijke zijde van de •

•

•

•

•

laan begint.

Het plein ligt aan de hoofdontsluiting, waar twee woonstraten op

aansluiten en ten opzichte van elkaar verspringen (ondergeschikt aan de hoofdontsluiting).

De hoofdontsluiting loopt over het plein, maar de inrichting zorgt

voor een andere beleving waardoor het verkeer wordt afgeremd (al dan niet gecombineerd met een plateauconstructie).

De ruimte heeft een rechthoekige/vierkante vorm en is gedraaid ten

opzichte van de hoofdontsluiting, waardoor een eigen ruimtelijke identiteit ontstaat.

Aan alle zijden wordt het plein begeleid door representatieve gevels

van woningen met een onderlinge samenhang in architectuur en uitstraling. Aan

de

westzijde

vormt

het

appartementengebouw

stedenbouwkundig accent aan deze ruimte.

Plantvlakken voor variatie in het groen

een

Referentiebeelden 36

Locatie stedenbouwkundige accent

Plantvlakken voor variatie in het groen

Aanvullende/specifieke uitgangspunten erfinrichting/openbare ruimte •

• •

•

• •

De groene huiskamer krijgt een groene inrichting met een

huiskamersfeer, waarin subtiel de overgang naar Dorps wonen zichtbaar wordt.

De inrichting biedt ruimte voor verblijf en ontmoeting, de hoofdontsluiting is hieraan ondergeschikt.

De inrichting krijgt een huiskamersfeer door het tapijt van

Westervoort (deels) terug te brengen in de verharding van het plein. Eerder was dit tapijt aanwezig in de Dorpstraat.

Binnen het plein is ruimte voor bijzondere verblijfs- of kunstelementen

met een huiselijke uitstraling, zoals zitelementen (bijv. sofa, fauteuil), objecten (bijv. huiskamerlamp) of kunsttoepassingen.

Mogelijke uitwerking van huiskamerelementen, zoals een bank en lamp

Beplanting en groenstructuren vormen de omkadering van het plein. Materialisatie en inrichting dragen bij aan een herkenbare plek in de

wijk met een eigen identiteit en versterken het groene karakter van het gebied.

Mogelijke uitwerking van huiskamerelementen, zoals een lamp en zitelementen

Voorbeelduitwerking de groene huiskamer, inrichtingsplan

Voormalige Westervoortse tapijt aan de Dorpstraat

37

5. Erf aan de groene grens Aanvullende/specifieke uitgangspunten stedenbouw/architectuur •

Het erf vormt een stedenbouwkundig accent in ‘de punt’ tussen de

•

De bebouwingsdichtheid is laag en sluit aan op het landelijke karakter

• •

• •

• •

kleiputplassen en markeert de overgang naar het buitengebied. van de groene grens.

Het erf bestaat uit een ensemble van een boerderijtype hoofdgebouw met bijbehorende erfwoningen.

Locatie stedenbouwkundige accent

De architectuur refereert aan een traditioneel boerenerf: robuust en eenvoudig gedetailleerd, met een hogere detaillering bij het hoofdgebouw.

Bebouwing heeft een groot dakvlak met lage goot (max. goothoogte 3 m, max. bouwhoogte 8 m).

Dakkapellen en dakopbouwen worden integraal opgenomen in het ontwerp en zijn onderling samenhangend vormgegeven; losse of individueel afwijkende elementen zijn niet toegestaan.

Materialisatie bestaat uit natuurlijke materialen met houtaccenten. Erfwoningen kunnen ook volledig in hout worden uitgevoerd.

Erfensemble met onderscheid in hoofdgebouw en bijbehorende erfwoningen

Het erf wordt ruimtelijk gescheiden van de woongebieden door een

groene tussenruimte. Een bruggetje markeert de overgang naar het erf.

Referentiebeelden 38

Erfensemble met groene ruimte en voorbeeld uitwerking in hout

Aanvullende/specifieke uitgangspunten erfinrichting/openbare ruimte •

Het erf heeft een duidelijke voor- en achtererfstructuur, passend bij

•

De

een traditioneel boerenerf. randen

richting

de

groene

grens

krijgen

een

zachte

landschappelijke overgang met heesters en struiken, waardoor een visuele verbinding met het omliggende landschap en een

•

•

samenhangend groen beeld ontstaat.

Op het erf is ruimte voor groen passend bij een boerenerf, zoals een

Ruimte voor groen op het erf zoals een boomgaard

boomgaard, moestuin of erfbeplanting, die tevens ontmoeting en sociaal gebruik mogelijk maakt.

Parkeren wordt geclusterd aan de entree van het erf, zodat het erf zelf autoluw en groen blijft.

Ruimte voor groen op het erf zoals een gezamenlijke moestuin

Dakopbouw integraal opgenomen in het ontwerp

Erf met woningen eraan

39

Beeldkwaliteit openbare ruimte

De groenstructuur, en daarmee de openbare ruimte, vormt het

Groen

beleving van de verschillende woonsferen binnen het plangebied. De

Het heeft een ruimtelijke en visuele kwaliteit, maar vervult ook een

raamwerk van Westervoort-Noord. De openbare ruimte versterkt de

inrichting van groen, straten en verblijfsgebieden sluit aan op de eerder beschreven hoofdstructuren (zie hoofdstuk ‘Stedenbouwkundige opzet’ in de paragrafen ‘Groenstructuur’ en ‘Verkeersstructuur’).

In dit hoofdstuk worden de uitgangspunten voor groen, verkeer en parkeren nader toegelicht.

Het openbaar groen binnen het plangebied vervult meerdere functies.

belangrijke ecologische waarde. Het groen wordt ingericht dat het aantrekkelijk is voor insecten, vogels en andere diersoorten.

In de gebiedsvisie zijn soorten benoemd waarvoor het gebied geschikt

is. Met de beplantingssoorten wordt hier rekening gehouden en verder uitgewerkt in het inrichtingsplan. Met de inrichtingsmaatregelen voor

deze soorten in de gebiedsvisie is de kans groot dat ook allerlei andere soorten zich verder ontwikkelen die hierop aansluiten.

Daarnaast draagt het groen bij aan schaduwwerking en verkoeling in de zomer en biedt het, waar passend, ruimte voor spel en verblijf voor de Westervoortse jeugd.

Overzicht van diverse groengebieden (globale aanduidingen) 40

Gr oe ne zo ne s

bij

Gr oe ne zo ne s

Gro ene zon es

( en n La

r) ee k r ve

Groe ne gr ens

41

Groene grens

De groene grens vormt de overgang en buffer tussen de wijk en het

de bestaande watergangen of greppels. Indien deze langs watergangen

met ruimte voor ecologie, waterberging en informele recreatie. De

vorm van een ‘dam’.

omliggende landschap. Deze zone wordt extensief ingericht en beheerd,

groene grens krijgt een natuurlijke uitstraling en markeert duidelijk de

worden gesitueerd, wordt een fysieke scheiding aangebracht in de

afronding van de wijk richting het buitengebied.

De inrichting is biodivers en ecologisch waardevol. Waar mogelijk

Binnen de groene grens wordt regenwater opgevangen in wadi’s en

tegen zowel tijdelijke inundatie als langere perioden van droogte. Bij

geïnfiltreerd in de bodem. De wadi’s staan niet direct in verbinding met

wordt ingezaaid met bloem- en kruidenrijke mengsels die bestand zijn

de inrichting worden bomen van de eerste of tweede orde, struiken en kleine boomgroepen toegepast als landschappelijke accenten en voor schaduwwerking.

Door de groene grens lopen halfverharde paden (schelpen, split en/of

zand), die het mogelijk maken om woningen en speelplekken te bereiken en die tevens ruimte bieden voor het maken van een ommetje. In deze

zone is plek voor beweegaanleidingen, in de vorm van natuurlijke materialen of materialen met natuurlijke uitstraling.

Principeprofiel groene grens met wadi en overgang bestaande watergang 42

Groene ruimte met bloem- en kruidenrijke mengsels en wadi’s

Woningen aan de groene grens

Groene ruimte met schelpen/split pad en bloem- en kruidenrijke mengsels

Wadi en gebruik van stapstenen

Wadi’s

Opgaande beplanting in de groene grens

Referentiebeelden & inspiratiebeelden groene grens 43

Groene zones tussen woonvelden: natuurlijk groen

De groene zones krijgen een natuurlijke en landschappelijke inrichting.

Paden hebben een natuurlijke uitstraling als halfverharde paden, zoals

de groene inrichting.

hoofdontsluiting wordt het uitgevoerd in gebakken klinkers in geel- en/

Ook hier wordt water opgevangen in wadi’s, die onderdeel vormen van

Beplanting bestaat uit bloemrijk gras, inheemse heesters en

schelpenpaden of split. Waar het voetpad grenst aan de voortuin en de of grijstinten.

(meerstammige) bomen van tweede of derde orde (bijvoorbeeld berk,

Speeltoestellen en -aanleidingen voor de jeugd zijn kleinschalig

informeel, met vloeiende lijnen in plaats van strakke randen.

uitstraling. Speelaanleidingen zoals (houten) stapstenen, zwerfkeien

veldesdoorn, boswilg en/of lijsterbes). Het profiel van de ruimte is

en met natuurlijke materialen of materialen met een natuurlijke of klimelementen van boomstammen zijn geïntegreerd in de wadi’s.

Speeltoestellen, zoals schommel, -glijbaan, klim- en klautertoestellen, maken onderdeel uit van het groen, buiten de wadi’s.

Principeprofiel groene zone natuurlijk-landelijk groen 44

Speelaanleidingen met natuurlijke uitstraling Groene ruimte met speelaanleidingen in/rondom wadi’s

Groene ruimte met speelaanleidingen in/rondom wadi’s

Groene ruimte met wadi, bloem-kruidenrijkgras en paden in geel-/grijstinten

Referentiebeelden & inspiratiebeelden groene zone natuurijk-landelijk groen Groene inpassing van erfgrenzen

Groene ruimte diversiteit in bloemrijkgras en wandelpaden

45

Verkeer

Binnen Westervoort-Noord wordt onderscheid gemaakt in verschillende

Samen dragen deze ontsluitingen bij aan een veilige, overzichtelijke en

De hoofdontsluiting zorgt voor de afwikkeling van het autoverkeer van

Hierna volgen de uitgangspunten voor de verschillende typen

typen verkeersontsluitingen, ieder met een eigen functie en inrichting.

de wijk.

aantrekkelijke inrichting van de wijk.

verkeersontsluitingen en aansluitend de uitgangspunten voor parkeren.

De woonstraten hebben een kleinschaliger karakter en zijn primair gericht op verblijf en bestemmingsverkeer.

Op enkele plekken worden overrijdbare voetpaden toegepast, die hebben beperkte verharding en zorgen voor een informele uitstraling,

terwijl beperkte bereikbaarheid voor gemotoriseerd verkeer behouden blijft.

Overzicht diverse verkeersontsluitingen (globale aanduidingen) 46

B. B.

C.

C.

A. B.

47

A. Hoofdontsluiting

De belangrijkste ontsluitingsroute van Westervoort-Noord ligt bij de

rotonde aan de Hamersestraat. Vanaf hier loopt een brede hoofdstraat door het plangebied.

Referentiebeeld hoofdontsluiting

Principeprofiel hoofdontsluiting 48

Uitgangspunten: •

• • •

De hoofdontsluiting is ondergeschikt aan de groene lanen in de

wijkstructuur, maar heeft een herkenbaar en samenhangend groen profiel.

Het tracé kent een licht verspringend en bochtig verloop, zodat geen

•

•

Het wegprofiel wordt licht aflopend uitgevoerd richting de groenstrook, zodat hemelwater lokaal wordt afgevoerd en benut voor de beplanting.

De wegen vanuit de woonvelden sluiten aan op de hoofdontsluiting.

formele laanstructuur ontstaat.

Onderdeel

Materialisatie en

Voorwaarden

beplanting en materialisatie toegepast.

Rijbaan

• •

één zijde een brede groenstrook. In deze groenstrook worden

Groenstrook

Elementenverharding: • Gebakken klinkers in bruin en rood tinten

Langs de hoofdontsluiting wordt een uniforme en herkenbare Het profiel heeft een breedte van circa 15 meter en bevat aan bomen toegepast in een gestrooide plantwijze, met wisselende

• •

•

plantafstanden.

Bomen worden bij voorkeur aan de zuidzijde gepositioneerd ten behoeve van schaduwwerking en beperking van hittestress. De

hoofdontsluiting

wordt

ingericht

als

30-km/uur

gebiedsontsluitingsweg waarbij gemotoriseerd verkeer en fietsers de rijbaan delen.

Voetpad

plantensoorten

Mix van minimaal twee inheemse en/of gebiedseigen soorten: zoals veldesdoorn, linde en esdoorn. Onderbeplanting: gras en bloemenmengsel

• •

Bruin voor loper Rood-bruin voor fietssuggestiestroken

Afwisseling van soorten ter voorkoming van overspringen van ziektes Gestrooide plantwijze, met wisselende plantafstanden

Elementenverharding • Gebakken klinkers in geel-bruine tinten

In het standaardprofiel worden twee voetpaden gerealiseerd: één direct langs de rijbaan en één aan de andere zijde van de groenstrook.

Indien de ruimtelijke situatie daartoe aanleiding geeft, kan volstaan worden met een voetpad aan één zijde.

Kleur- en materiaal rijbaan

Kleur- en materiaal voetpaden

49

B. Woonstraten

De woonvelden worden ontsloten via erftoegangswegen die aansluiten op de hoofdontsluiting. Deze straten hebben een kleinschaliger

•

karakter en zijn primair gericht op verblijf en bestemmingsverkeer. Uitgangspunten: • • •

De woonstraten worden ingericht als erftoegangsweg (30-km/uur).

De rijbaan wordt uitgevoerd in gebakken klinkers in lichtbruine kleurstelling.

Het straatprofiel is compacter dan dat van de hoofdontsluiting en kent een informele inrichting.

Tussen rijbaan en voetpad wordt een groenstrook van circa 2 meter breed toegepast. Deze groenstrook draagt bij aan een groen

straatbeeld en levert een bijdrage aan schaduwwerking en beperking van hittestress. In deze groenstrook worden bomen, heesters of •

•

plantvakken opgenomen.

Wanneer de woonstraat grenst aan de groene grens of een

groene zone, kan de groenstrook vervallen. In dat geval wordt de groenbijdrage geleverd door de aangrenzende groene structuur.

Er wordt ingezet op een gelijkwaardig gebruik van de rijbaan door auto en fietser.

Principeprofiel woonstraat 50

Onderdeel

Materialisatie en

Rijbaan

Elementenverharding: • Gebakken klinkers in grijs-/geeltinten.

Groenstrook

Voetpad

plantensoorten

Mix van soorten, inheems en/of gebiedseigen: zoals berk, veldesdoorn, vogelkers, esdoorn. Onderbeplanting: gras en bloemenmengsel

Voorwaarden

•

Gestrooide plantwijze met wisselende plantafstanden.

Elementenverharding: • Gebakken klinkers in geel-bruine of grijstinten.

Kleur- en materiaal

Referentiebeelden principes inrichting woonstraat (materialen en kleur aangepast aan deelgebied) 51

C. Overrijdbaar voetpad

Onderdeel

Materialisatie en

Voorwaarden

voetpaden toegepast. Deze zorgen voor een rustige en groene

Rijbaan

Gebakken klinkers aansluitend bij de kleurtint van de paden in de groene grens (geel-bruin-grijs)

• •

Binnen de woonvelden worden op enkele plekken overrijdbare uitstraling van de straat, terwijl incidenteel gebruik door gemotoriseerd verkeer mogelijk blijft. Het profiel sluit aan op de voetpaden in de groene grens en draagt bij aan een samenhangend landschappelijk beeld. •

Het overrijdbaar voetpad heeft een totale breedte van circa 4 meter

•

Het is onderverdeeld in rijstrook (loper) in het midden en

• • •

plantensoorten

•

Loper ca 2-3 meter Buitenzijde grasbeton tegels Inrichting waarborgt begaanbaarheid.

en krijgt het karakter van een breed voetpad. halfverharding aan de buitenzijden.

De ruimte wordt gedeeld door voetgangers en incidenteel gemotoriseerd verkeer ten behoeve van bestemmingsverkeer.

De materialisatie sluit aan op de paden in de groene grens, zodat een eenduidige en natuurlijke uitstraling ontstaat.

De inrichting waarborgt een blijvend goede begaanbaarheid voor voetgangers en incidenteel gemotoriseerd gebruik.

Principeprofiel overrijdbaar voetpad 52

Referentiebeelden principes inrichting overrijdbaarvoetpad 53

Parkeren

Uitgangspunt is parkeren uit het straatbeeld, waar mogelijk geconcentreerd in zogenaamde parkeerhofjes binnen de woonvelden.

•

Hierdoor blijft de straatbeeld overzichtelijk en groen ingericht.

Parkeerplaatsen worden uitgevoerd in halfverharding, bij voorkeur

grasbetontegels of vergelijkbare waterdoorlatende verharding, zodat infiltratie mogelijk blijft en het groene karakter wordt versterkt. -

Uitgangspunten: •

Parkeren wordt zoveel mogelijk uit het straatbeeld opgelost en

•

Parkeerhofjes worden langs de randen, met name richting de

Hierdoor blijft een visuele verbinding met de straat bestaan en wordt • •

54

halfverharding wordt uitgevoerd. -

geconcentreerd in parkeerhofjes binnen de woonvelden.

woonstraat, groen ingericht met een lage haag of heesterbeplanting. een versteend beeld voorkomen.

Bij voldoende ruimte worden in parkeerhoven bomen opgenomen voor schaduwwerking en vergroening.

De rijbaan binnen parkeerhofjes wordt uitgevoerd in gebakken klinkers, passend bij het materiaalgebruik van de woonstraten.

Waarbij uitsluitend het middendeel van het parkeervak in Langs de randen van de parkeervakken wordt een strook van

minimaal 0,30 meter aan beide zijden uitgevoerd in gesloten •

verharding, ten behoeve van duurzaamheid en gebruikskwaliteit.

Minimaal 5% van de parkeerplaatsen wordt ingericht voor elektrisch laden of voorbereid op het plaatsen van laadvoorzieningen.

Onderdeel

Materialisatie en

Rijbaan

Elementenverharding: • Gebakken klinkers in grijs-/geeltinten

Parkeerplaats

Groen

plantensoorten

Voorwaarden

Halfopenverharding: • • Grasbetontegels of vergelijkbare waterdoorlatende verharding • Haag of heesterbeplanting: soorten zoals veldesdoorn, liguster, beuk. Bomen: inheems en/of gebiedseigen soorten zoals berk, veldesdoorn, vogelkers, esdoorn.

Middendeel parkeervak uitgevoerd in halfopenverharding. Randen parkeervak min. 0,3 m in gesloten verharding

Ruimte voor elektrische laadplekken, laadpalen zoveel mogelijk in groene hagen

Grasbetontegel ter plaatse van parkeerplaatsen met randen van gesloten verharding

Referentiebeelden

55

56

Westelijk deelgebied

Dorps wonen

57

Beeldkwaliteit Dorps wonen Uitgangspunten stedenbouw •

Het dorps wonen refereert aan het dorpse karakter van Westervoort

-

Wisselende goot- en nokhoogtes. Verspringende rooilijnen.

•

Representatieve gevels zijn gericht naar de openbare ruimte. Bij

•

•

strokenverkaveling van het landschap.

ligging aan meerdere zijden van de openbare ruimte wordt een tweeof alzijdige oriëntatie toegepast.

Achterkanten grenzend aan groen of openbare ruimte krijgen een zorgvuldige, groene erfafscheiding (zie uitgangspunten erfinrichting).

De oriëntatie van woningen volgt de richting van de straat.

De nokrichting ligt evenwijdig aan de straat. Incidenteel zijn verbijzonderingen of uitzonderingen hierop mogelijk.

Bebouwing bestaat uit 1 à 2 lagen met een maximale goothoogte van

6 meter en een maximale nokhoogte van 11 meter (uitzonderingen in stedenbouwkundige accenten).

De bebouwing heeft een verplichte kap. De woningen zijn voorzien van een zadeldak, schilddak of mansardedak.

Bij meer dan 6 woningen aaneen is een rooilijn-, kaprichting en/ of hoogteverspringing verplicht.

-

Afwisseling in kleur van daken (ook binnen één blok).

De verkaveling is overwegend rechtlijnig, passend bij de

•

-

Variatie in kleur van gevels (ook binnen één blok).

•

•

De rijen bestaan uit maximaal 8 woningen aaneen

en de erven langs de IJsseldijk, keuze uit: -

•

•

Bij meer dan 3 rijblokken achtereen wordt een rooilijnverspringing toegepast en/of minimaal 10 m openbare ruimte tussen twee

• •

rijen gerealiseerd.

Hogere dichtheid (langere rijen) nabij de kern/Dorpstraat gewenst.

Richting de groene grens wordt de dichtheid lager en de korrel kleiner (kortere rijen). Om de overgang naar het landelijke gebied te benadrukken.

Legenda

Representatieve gevels

Stedenbouwkundige accenten/ verbijzonderingen Nokrichtingen (wisselen) Rooilijnen (wisselen) Lage haag representatieve zijdes Heesters en hagen aan groene grens/groen zones Hoge haag of hedera hekwerk

Voorzijdes direct aan groene zones, geen erfafscheiding Aanduidingen beeldkwaliteit

58

59

Woningen met gedraaide kap en rode bakstenen

Woningen met dorpse uitstraling door draaiing kappen, lage goot Afwisseling in kleur en draaiing kappen

Referentiebeelden & inspiratiebeelden dorps wonen 60

Afwisseling in kleur en goothoogtes

Afwisseling in kleur, goothoogte

Afwisseling in kleur, draaiing kappen en subtiele detaillering

Woningen met gedraaide kap, afwisseling in kleur daken, verlaagde goot

Woningen met gedraaide kap, verspringing in rooilijn en rode tinten

Woningen met verspringing rooilijn, rode tinten

Referentiebeelden & inspiratiebeelden dorps wonen Woningen met gedraaide kappen, subtiele detaillering in gevel 61

Uitgangspunten architectuur

Gevels hoofdzakelijk baksteen in rood- en bruintinten

•

Architectuur sluit aan op de dorpse uitstraling van Westervoort, met

•

Daken worden uitgevoerd in gebakken pannen (rood of antraciet).

•

• • • Afwisseling van kleur gevels en daken

Referentiebeelden & inspiratiebeelden dorps wonen

Kleur- en materiaal palet daken 62

een traditionele vormgeving.

Riet of een biobased alternatief zoals een sedumdak is mogelijk, mits passend binnen het dorpse karakter.

Gevels bestaan hoofdzakelijk uit baksteen. Afwisseling in diverse

kleurtinten zoals rood, donkerbruin, maar ook wit (gekeimd), soms ook hout.

Details versterken het dorpse karakter. Denk hierbij bijvoorbeeld aan accent rond ramen en topgevels, accenten in metselwerk, etc.

Aan de groene zones of groene grens zorgt een veranda, erker of overstek voor extra beschutting en stimuleren van sociale interactie. Bijgebouwen zijn ondergeschikt in maat en vorm en worden

uitgevoerd in hout passend bij het dorpse karakter. Garages mogen in baksteen worden uitgevoerd, mits ondergeschikt in uitstraling.

Kleur- en materiaal palet gevels

Uitgangspunten erfinrichting •

•

Aan de voorzijde/representatieve zijde worden lage hagen toegepast

(minimaal 1,0 m en maximaal 1,2 m hoog), bestaande uit gebiedseigen bladhoudende soorten zoals liguster of beuk.

Voorzijdes die direct grenzen aan groene zones hoeven niet verplicht te

worden voorzien van een groene erfafscheiding (ook geen schuttingen). Bij ontsluitingen voor gemotoriseerd verkeer aan deze zones is een

Groene erfgrenzen (beuk)

•

groene erfafscheiding wel gewenst.

Achterzijdes (en zijgrenzen ter hoogte van de achtertuin) die grenzen aan openbare groene zones of de groene grens krijgen een zachte

overgang met heesters en/of hagen als erfafscheiding. Schuttingen zijn hier niet toegestaan. -

De erfafscheiding bestaat uit heesters en/of hagen met een breedte

van circa 1 meter, opgebouwd uit gebiedseigen, bij voorkeur bladhoudende soorten (zoals liguster en beuk). Beukenhaag

De groene erfafscheiding wordt voor oplevering aangebracht, zodat een samenhangend groen beeld ontstaat.

Ligusterhaag

•

De groene erfafscheiding wordt aangelegd op uitgeefbare gronden en valt onder het beheer en onderhoud van de eigenaar.

Bij erfafscheidingen ter hoogte van woonstraten of parkeerhofjes zijn geen schuttingen toegestaan. Hier wordt gekozen voor een hoge haag of een rasterhekwerk met hederabeplanting om een versteend beeld te voorkomen. -

Bergingen worden op deze locaties bij voorkeur niet direct op de

erfgrens geplaatst, zodat het groen langs de erfgrens kan doorlopen. Hedera

Hedera

Referentiebeelden & inspiratiebeelden erfinrichting

Bij beperkte ruimte kunnen bergingen op de erfgrens worden

geplaatst. Het groene karakter wordt in dat geval geborgd door de overige groene erfafscheidingen langs de erfgrens.

63

Stedenbouwkundige accenten

Op enkele plekken in Westervoort-Noord zijn beeldbepalende

Op overgangen naar het landschap worden accenten niet gezocht in

entrees van de wijk en krijgen extra aandacht in de beeldkwaliteit om

op de groene rand en versterken zij het landschappelijk karakter van de

bebouwingsaccenten voorzien. Deze liggen met name bij belangrijke deze entrees herkenbaar en onderscheidend te maken.

hoogte, maar in de relatie met het groen. Hier sluiten woonvolumes aan wijk.

In de volgende paragrafen worden de verschillende bebouwings-

accenten en de bijbehorende uitgangspunten nader toegelicht binnen het deelgebied ‘Dorps wonen’ .

Locaties stedenbouwkundige accenten 64

4

3 3

1

2

65

1. Schoollocatie Aanvullende/specifieke uitgangspunten stedenbouw/architectuur •

De schoollocatie vormt een stedenbouwkundig accent aan de groene laan

•

Het gebouw heeft een alzijdige oriëntatie met representatieve gevels naar

•

•

en markeert de overgang tussen Natuurlijk-landelijk wonen en Dorps wonen. alle zijden en een sprekend front aan de groene laan.

Het programma bestaat uit een basisschool met kinderdagverblijf op de begane grond en deels op de verdieping, met daarboven appartementen aan de zijde van de groene laan.

Locatie stedenbouwkundige accent

De bebouwing sluit aan op de rechtlijnige structuur van het plan en bestaat

uit gelede bouwmassa’s met variatie in hoogte en een combinatie van platte daken en flauw hellende kappen, zodat geen lang bouwvolume ontstaat. De maximale nokhoogte bedraagt 11 meter en de maximale bouwhoogte 13

• • •

• • • •

66

meter.

Materialisatie bestaat voornamelijk uit natuurlijke materialen, passend bij de overgang naar de groene grens.

Begroeide gevels en/of groene daken zijn toegestaan en worden gestimuleerd.

De zuidoost- en zuidwestzijde krijgen een architectonisch accent als markering van de overgang tussen de twee woonsferen en als entree van het

Baksteen met houtendetaillering

School in plint met appartementen erboven

gebouw.

De entree is duidelijk herkenbaar en georiënteerd op de openbare ruimte en wordt geaccentueerd in de gevel (bijv. metselwerk, kadrering of luifel).

Installaties worden waar mogelijk geïntegreerd in het ontwerp of buiten het zicht geplaatst..

Bergingen voor de appartementen worden geïntegreerd in het hoofdgebouw. Losse externe bergingen zijn niet toegestaan.

De fietsenstalling ligt nabij het fietspad aan de groene laan en wordt groen ingepast.

Referentiebeelden

Materialen met natuurlijke uitstraling met flauwhellende kap, begroeide gevel

Begroeide gevel mogelijk

Aanvullende/specifieke uitgangspunten erfinrichting/openbare ruimte •

De buitenruimte van de school sluit aan op de groene grens en krijgt een

•

De speel-/buitenruimte ligt voornamelijk aan de zijde van de groene grens

•

• • • • • •

geleidelijke, natuurlijke overgang naar het omliggende groen.

en is zorgvuldig gepositioneerd ten opzichte van de omliggende bebouwing.

Het schoolterrein wordt omheind met een groene erfafscheiding, bijvoorbeeld een laag rasterhekwerk met hedera, passend bij het karakter van de groene grens.

Speelplekken krijgen een groene inrichting met natuurlijke materialen of materialen met natuurlijke uitstraling en voldoende schaduwplekken.

Kunstobjecten kunnen bijdragen aan een educatieve speelomgeving, bijv. als

speelaanleidingen of objecten die beweging, leren en ontdekken stimuleren.

Speelruimte groen ingericht met beplanting

De groenstrook langs de hoofdontsluiting ligt hier aan de noordoostzijde om afstand tot de school te houden en de verkeersveiligheid te vergroten.

Halen en brengen en parkeren vinden plaats aan de overzijde van de hoofdontsluiting. Parkeren wordt groen ingepast met hagen en bomen.

De ligging aan de groene laan stimuleert fiets- en voetgangersgebruik. Fietsers en voetgangers krijgen hier voorrang.

In de hoofdontsluiting wordt nabij de laan/oversteek een knik opgenomen om het verkeer te vertragen.

Speelruimte groen ingericht met beplanting

Materialen met natuurlijke uitstraling met flauwhellende kap

Speelruimte groen ingericht met beplanting, groene erfafscheiding

67

2. Gestapelde bebouwing met buurtfunctie Aanvullende/specifieke uitgangspunten stedenbouw/architectuur •

• • • •

•

• • • • • •

68

De bebouwing biedt ruimte voor zorgappartementen en kleinschalige buurtvoorzieningen (bijv. ontmoetingsruimte, huisarts, fysio of apotheek), de buurthub zoals beschreven in de gebiedsvisie.

Buurtvoorzieningen worden in de plint van het gebouw gesitueerd.

De bebouwing ligt aan de groene laan en in de groene zone, in relatie met Hamerstaete en de gestapelde bebouwing aan het groene plein.

De architectuur sluit aan bij de woonsfeer Dorps wonen en refereert aan de dorpse uitstraling van Westervoort.

Locatie stedenbouwkundige accent

De bebouwing sluit aan op de rechtlijnige structuur van het plan en bestaat uit meerdere samenhangende volumes met duidelijke geleding, zodat geen lang bouwblok ontstaat.

Door de ligging op de hoek van de groene zone en de groene laan kan het gebouw worden uitgevoerd in een L-vorm, zodat beide richtingen ruimtelijk worden opgepakt.

Variatie in bouwhoogte of een trapsgewijze opbouw is mogelijk. De maximale bouwhoogte bedraagt 11 meter.

De dakvorm bestaat bij voorkeur een flauw hellend dak of puntdak (bijvoorbeeld

Appartementen met puntdak, dorpse uitstraling

mansardedak met verlaagde goot), passend bij de dorpse sfeer.

Het gebouw heeft een alzijdige oriëntatie met representatieve gevels naar alle zijden en een accent aan de groene laan.

De entree is duidelijk herkenbaar en georiënteerd op de openbare ruimte en wordt geaccentueerd in de gevel (bijv. metselwerk, kadrering of luifel).

Installaties worden waar mogelijk geïntegreerd in het ontwerp of buiten het zicht geplaatst.

Bergingen worden geïntegreerd in het hoofdgebouw. Losse externe bergingen zijn niet toegestaan.

Referentiebeelden

Appartementen met puntdak, dorpse uitstraling

Aanvullende/specifieke uitgangspunten erfinrichting/openbare ruimte •

•

Parkeren wordt opgelost achter/tussen de bebouwing in een

parkeerhof, uit het zicht van de hoofdontsluiting, groene laan en groene zone, en groen ingepast met hagen en bomen.

De bebouwing staat direct aan de groene laan en in de groene zone.

Er is hierdoor beperkte privébuitenruimte. Door de ligging aan deze

zone beschikken de woningen over voldoende kwalitatieve groene •

buitenruimte.

De privé buitenruimtes van de appartementen die direct grenzen

Appartementen met puntdak, dorpse uitstraling

aan deze groene zones hoeven niet verplicht te worden voorzien

van groene erfafscheiding (ook geen schuttingen). Het groen is onderdeel van de openbare ruimte en wordt ook aangelegd, zodat •

een samenhangend groen beeld ontstaat.

Overhoeken en reststroken worden groen ingericht. Appartementen met flauwhellend dak

Appartementen met puntdak, afwisseling in kleurgebruik

Appartementen met puntdak, dorpse uitstraling

Appartementen met puntdak, dorpse uitstraling

69

3. Starterswoningen in de groene grens Aanvullende/specifieke uitgangspunten stedenbouw/architectuur •

•

•

•

• • • •

De kwadrantwoningen liggen in de groene grens, tussen de

bestaande IJsseldijk erven en de nieuwe woonvelden. De diverse kwadrantwoningen vormen kleinschalige woonclusters in het groen.

De bebouwing valt binnen de woonsfeer ‘Dorps wonen’, maar kan door de ligging in de groene grens een meer natuurlijke en eigentijdse uitstraling krijgen.

De bebouwing staat vrij in het groen en hoeft niet strikt de rechtlijnige

structuur van het plan te volgen. Een gedraaide positionering is mogelijk.

De bebouwing bestaat uit meerdere samenhangende volumes met

een speels en los karakter. Organische vormen of zachte lijnen zijn mogelijk.

Variatie in bouwhoogte, een trapsgewijze opbouw en organische vormen of zachte lijnen zijn mogelijk.

De maximale goothoogte bedraagt 6 meter en de maximale

Startersvilla, kwadrantwoningen opzet met samenhangende volumes

bouwhoogte 11 meter.

Het gebouw heeft een alzijdige oriëntatie met representatieve gevels naar alle zijden.

Bergingen worden geïntegreerd in het hoofdgebouw of worden geclusterd en hebben een samenhang in architectuur.

Referentiebeelden 70

Locatie stedenbouwkundige accent

Woningen bestaande uit samenhangende volumes, overgang openbaar-privé, materialen met natuurlijke uitstraling

Aanvullende/specifieke uitgangspunten erfinrichting/openbare ruimte •

De groene grens zorgt voor afstand tussen de bestaande woningen

•

De woningen hebben een beperkte buitenruimte. Door de ligging

•

aan de IJsseldijk en de nieuwe bebouwing.

te midden van een groene grens beschikken de woningen over voldoende kwalitatieve groene buitenruimte.

Erfgrenzen worden uitgevoerd met lage groene erfafscheidingen (ca.

1 m hoog), zoals hagen, struiken of een rasterhekwerk met hedera.

Woningen met natuurlijke-dorpse uitstraling in groene ruimte

Door de beperkte perceelruimte wordt dit groen als onderdeel van

de openbare ruimte aangelegd, zodat een samenhangend groen • •

beeld ontstaat.

Parkeren wordt opgelost in parkeerhoven binnen de woonvelden en niet in de groene grens.

De woningen worden te voet ontsloten, zodat in de groene grens geen gemotoriseerd verkeer plaatsvindt.

Woningen aan groene ruimte met natuurlijke uitstraling

Woningen aan groene ruimte met natuurlijke uitstraling

71

4. Hogere bebouwing aan de IJsseldijk Aanvullende/specifieke uitgangspunten stedenbouw/architectuur •

• • •

•

•

Aan de rand van het plangebied, bij de aansluiting op de IJsseldijk, worden

twee hogere woongebouwen gerealiseerd die de entree van WestervoortNoord vanaf de IJssel markeren.

De bebouwing vormt een herkenbaar front richting de IJssel en draagt bij

aan het aanzicht van Westervoort, zichtbaar vanaf de brug richting Arnhem. De gebouwen bestaan uit twee losse bouwmassa’s met een samenhangende

Locatie stedenbouwkundige accent

architectuur. Variatie in bouwlagen zorgt voor een gedifferentieerd beeld.

De maximale bouwhoogte bedraagt 19 (zuidelijk gebouw) en 22 meter

(noordelijk gebouw), gemeten vanaf het maaiveld van Westervoort-Noord. Dit betekent 5 en 6 bouwlagen, gemeten vanaf het niveau van de IJsseldijk.

De gebouwen krijgen een alzijdige uitstraling met een open plint ter hoogte

van het niveau van de IJsseldijk. Blinde gevels aan de openbare ruimte zijn niet toegestaan.

De architectuur heeft een eigentijdse uitstraling en kan afwijken van de omliggende woonsferen. Door de ligging aan de groene grens en de

uiterwaarden kan ook een meer natuurlijke uitstraling worden toegepast. • • • •

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westervoort&id=98aff0f3-62a6-4472-8b5e-ffed801d4456