CConstaterende datWestervoort
Koppel je AI →
Document · PDF

20260622-rv-wijz-opw-wtv-nrd-west-bijlage-3

Commissie Ruimte en Financien 9 juni 2026, gemeente WestervoortBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling omgevingsplanwijziging 'Westervoort-Noord, Westelijk deel'22.662 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Westervoort Noord, westelijk deel Wijziging omgevingsplan - gemeente Westervoort

COLOFON Gegevens over het plan: Plannaam: Identificatienummer: Status: Datum: Projectnummer Buro SRO:

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Westervoort Noord, westelijk deel NL.IMRO.0293.OPWTVNRD02-VS01 Vastgesteld 22 juni 2026 44.10.33

Gegevens projectbetrokkenen: Opdrachtgever:

Gemeente Westervoort

Gegevens Buro SRO: Projectleider Buro SRO: Bezoekadres vestiging Arnhem: Telefoon: E-mail: Internet:

Dhr. L. Arends Sweerts de Landasstraat 50, 6814 DG te Arnhem 026 – 35 23 125 arnhem@buro-sro.nl www.buro-sro.nl

2

Westervoort Noord, westelijk deel

Inhoudsopgave Motivering Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 Hoofdstuk 2 2.1 2.2 Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 3.4 Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 Hoofdstuk 6 Hoofdstuk 7 7.1 7.2 7.3 7.4 Hoofdstuk 8 8.1 8.2 8.3

5 Inleiding Aanleiding voor het initiatief Ligging plangebied Leeswijzer Voorgenomen ontwikkeling Huidige situatie Toekomstige situatie Beleid en regelgeving Rijksbeleid en rijksregels Provinciaal beleid en provinciale regels Regionaal beleid Gemeentelijk beleid Veilige en gezonde fysieke leefomgeving Weging van het waterbelang Activiteiten en milieuzonering Bodem Luchtkwaliteit Gewasbeschermingsmiddelen Geur Geluid Omgevingsveiligheid Trilling M.e.r.-beoordeling Goede omgevingskwaliteit Zorgvuldig ruimtegebruik Archeologie, cultuurhistorie en landschap Ecologie Verkeer en parkeren Duurzaamheid en klimaatadaptatie Conclusie Juridische planbeschrijving Inleiding Juridische systematiek Toepassingsbereik TAM-Omgevingsplan Beschrijving per functie Overige aspecten Participatie Kostenverhaal Vooroverleg

Westervoort Noord, westelijk deel

7 7 7 7 9 9 9 15 15 16 17 18 22 22 23 27 28 29 30 31 35 35 36 37 37 37 38 41 41 43 45 45 45 45 46 47 47 47 47

3

Bijlagen bij de motivering

49

Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9 Bijlage 10 Bijlage 11 Bijlage 12 Bijlage 13 Bijlage 14 Bijlage 15 Bijlage 16 Bijlage 17 Bijlage 18

50 51 52 53 54 55 56 57 58 59 60 61 62 63 64 65 66 67

Stedenbouwkundig ontwerp Quickscan waterhuishouding Grondwatermodellering Toelichting waterberging Bodemonderzoek Geuronderzoek Akoestisch onderzoek Advies Omgevingsveiligheid Advies Veiligheids- en gezondheidsregio Trillingsonderzoek M.e.r.-beoordelingsnotitie Archeologisch Inventariserend Veldonderzoek Notitie archeologisch vriendelijk bouwen Quickscan Flora en Fauna Voortoets Natura 2000 Stikstofonderzoek Verkeeronderzoek Participatieverslag

Regels Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2 Artikel 3 Hoofdstuk 2 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Hoofdstuk 3 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15 Artikel 16 Artikel 17 Hoofdstuk 4 Artikel 18

69 Inleidende regels Toepassingsbereik Begripsbepalingen Meet- en rekenbepalingen Functieregels Dienstverlening Gemengd Groen Verkeer Water Wonen Woongebied Waterstaat - Waterstaatwerk Algemene regels Anti-dubbeltelregel Aanvraagvereisten Algemene bouwregels Algemeen gebruiksverbod Beoordelingsregels binnenplanse omgevingsplanactiviteit afwijken grenzen Overige regels Overgangsregels Overgangsrecht

71 71 71 74 75 75 75 76 76 77 77 79 83 85 85 85 85 85 85 85 86 86

Bijlagen bij de regels

87

Bijlage 1 Bijlage 2

88 89

4

Beeldkwaliteitsplan Parkeeronderzoek

Westervoort Noord, westelijk deel

Motivering

Westervoort Noord, westelijk deel

5

6

Westervoort Noord, westelijk deel

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding voor het initiatief

De gemeente is voornemens om ter plaatse van de sportvelden aan de noordzijde van Westervoort een woonwijk te realiseren. Deze sportvelden worden verplaatst naar een locatie aan de Horsterstraat aan de oostzijde van Westervoort. Omdat deze ontwikkeling niet past in het omgevingsplan van de gemeente Westervoort, maar dit initiatief wel wenselijk is, wordt middels voorliggende wijziging van het omgevingsplan (middels TAM-IMRO) medewerking verleend aan de voorgenomen activiteit. In dit document wordt toegelicht waarom er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (etfal) conform de Omgevingswet. De nieuwe locatie van de sportvelden wordt in een aparte procedure planologisch vastgelegd.

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied is gelegen aan de noordzijde van Westervoort in de wijk Naederhuizen en betreft de sportvelden aan de noordzijde van Westervoort. Bijgevoegde afbeelding toont globaal de ligging van het plangebied in de omgeving.

Globale ligging plangebied in omgeving (bron: OpenStreetMap)

1.3

Leeswijzer

Deze motivering gaat in op dat deel van het besluit waar het gaat over een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Hoofdstuk 2 geeft de beschrijving van de huidige situatie, gevolgd door een beschrijving van de voorgenomen ontwikkeling. In hoofdstuk 3 gaat in het relevante beleid van Rijk, provincie, regio en gemeente. In hoofdstuk 4 en 5 wordt getoetst aan aspecten m.b.t. de fysieke leefomgeving. In hoofdstuk 6 volgt de integrale weging van alle aspecten. Daarna wordt in hoofdstuk 7 ingegaan op de juridische planbeschrijving.

Westervoort Noord, westelijk deel

7

Alléén relevante onderwerpen Deze motivering gaat in lijn met de Memorie van Toelichting van de Omgevingswet, paragraaf 2.2 en 4.16.4, in op de regels, beleidsonderwerpen en onderzoeksaspecten die relevant zijn voor het project, het effect van het project op de omgeving. Onderwerpen die niet relevant zijn worden dientengevolge niet behandeld. Deze zijn daarmee niet vergeten noch onbelangrijk, maar slechts niet relevant voor het besluit. Besluit breder dan alleen voorliggende motivering Elk besluit dat op basis van de Omgevingswet genomen wordt is breder dan alleen de motivering dat voldaan wordt aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (etfal). Enkele aspecten komen altijd voor en daar wordt in hoofdstuk 8 'Overige aspecten' op in gegaan.

8

Westervoort Noord, westelijk deel

Hoofdstuk 2

Voorgenomen ontwikkeling

In dit hoofdstuk wordt het initiatief beschreven. Eerst wordt ingegaan op de bestaande situatie van het plangebied en de relatie met de omgeving. Daarna wordt ingezoomd op het beoogde initiatief.

2.1

Huidige situatie

Het plangebied is gelegen ten noorden van de plaats Westervoort. Ongeveer 500 meter naar het noorden stroomt de IJssel. Het plangebied grenst aan natuurgebied Driegaarden en is gelegen op een oeverwalontginning. Het industrieterrein van de plaats Duiven ligt zo'n 600 meter naar het oosten. Het plangebied wordt ontsloten via de IJsseldijk en de Hamersestraat. Laatstgenoemde weg verbindt Westervoort met de plaatsen Duiven en Arnhem. Het plangebied heeft meerdere functies. Een groot gedeelte is sport, een ander gedeelte wonen, een klein stuk agrarisch en een aantal delen zijn voor verkeer. Op de navolgende luchtfoto is de huidige situatie weergegeven.

Luchtfoto van het plangebied waarbij het plangebied rood is omkaderd (bron: Pdok)

2.2

Toekomstige situatie

Het stedenbouwkundig plan voor de woningbouwontwikkeling Westervoort Noord bestaat uit twee delen: Oost en West. Dit plan heeft betrekking op het westelijke deel. Hieronder wordt dit westelijk plandeel kort beschreven. In bijlage 1 is het volledige stedenbouwkundig ontwerp opgenomen, waarin de toekomstige situatie van het totale plangebied is verbeeld en toegelicht. Voor meer informatie over het oostelijk plandeel alsook meer gedetailleerde informatie over het totale plangebied wordt verwezen naar de bijlage.

Westervoort Noord, westelijk deel

9

Concept stedenbouwkundig plan, deelgebieden West en Oost (bron: Buro SRO)

Verkeersroutes Binnen Westervoort Noord zijn 2 grote lanen gelegen welke hoofdzakelijk als fiets-/wandelpad in gebruik zullen zijn. De oostelijke laan gaat in de richting van de bult van Driegaarden en vormt de scheiding tussen het oostelijke en westelijke plandeel. De westelijke laan ligt ter hoogte van de huidige Brouwerslaan en vormt nu de scheiding tussen de twee voetbalverenigingen. Deze route zal voor fietsers de belangrijkste (recreatieve) route worden in de richting van de IJsseldijk en de opgang naar de Westervoortse brug.

Uitsnede deelgebied West (bron: Buro SRO)

10

Westervoort Noord, westelijk deel

De belangrijkste ontsluitingsroute voor autoverkeer ligt aan de rotonde op de Hamersestraat. Vanaf hier loopt een brede hoofdstraat door het gehele plangebied. De hoofdstraat heeft een breedteprofiel van 15m en bestaat uit een straat met fietsstroken aan beide kanten, een brede groenstrook met grote bomen langs de gehele route en voetpaden aan beide buitenzijden van het profiel. Het gehele oostelijke deel van het plangebied, alsook het deel van de huidige voetbalvelden ten oosten van de Brouwerslaan kan via deze rotonde bereikt worden. Het meest westelijke deel (voetbal- en tennisvelden ten westen van de Brouwerslaan) krijgt een ontsluiting via de Brouwerslaan óf de IJsseldijk. De Brouwerslaan is in de toekomstige situatie geen doorgaande route meer. Verkeer tussen de IJsseldijk en Hamersestraat/Dorpstraat zal moeten rijden via de nieuwe woonwijk.

Doorsnede / profiel van de hoofdverkeersontsluiting

Groenzones De buitenranden van het plangebied, aan de zijde van de IJsseldijk en de kleiputplassen worden, conform de ideeën uit de gebiedsvisie, zo veel mogelijk als groene randen uitgevoerd. Hierbij ontstaat altijd een spanningsveld tussen de hoeveelheid groen, de grote vraag naar woningen en de financiële haalbaarheid van het plan. De groene rand varieert in breedte van enkele meters tot enkele tientallen meters breed. Op de plekken waar deze rand smaller is, is vaak al sprake van een groene wand door de ligging tegen de kleiputplassen aan. Vanuit deze groene randen zijn op diverse plekken groene inprikkers voorzien die een verbinding vormen tussen het buitengebied van Westervoort (IJsseldijk, Bult van Driegaarden) en de bestaande kern van Westervoort. Zowel in de groene randen als bij de inprikkers zijn laagtes en wandelpaden voorzien. De laagtes (wadi's) zorgen ervoor dat in het geval van flinke hoosbuien hier het water tijdelijk geborgen kan worden. De wandelpaden zorgen ervoor dat bestaande maar ook de toekomstige inwoners van Westervoort een ommetje kunnen maken langs de groene randen van Westervoort Noord. Woonvelden Tussen de groene inprikkers en de hoofdinfrastructuur liggen de woonvelden.

De woonvelden die direct aan de bestaande kern van Westervoort grenzen bestaan over het algemeen uit langere en grotere woonblokken dan de woonvelden die dichter aan de groene rand gelegen zijn. Dit principe met grotere bouwblokken en meer woningen aan de zijde van de kern Westervoort en minder intensief (kleinere bouwvolumes) aan de zijde van de groene rand komt voort uit de gebiedsvisie. Daarmee vormen de woonvelden in dichtheid een geleidelijke overgang van de kern Westervoort naar het buitengebied. De woonvelden van Westervoort Noord bieden plaats aan diverse woningtypes. Een groot deel van de woningen (appartementen meegerekend) is geschikt als levensloopbestendige woning. Daardoor kan Westervoort Noord een significante bijdrage leveren aan de gewenste doorstroming op de Westervoortse woningmarkt. Naast appartementen en de reguliere woningtypes (rijwoning, tweekapper, vrijstaand) is er ook ruimte voor kwadrantwoningen.

Westervoort Noord, westelijk deel

11

In de vormgeving van de woonvelden en de straten is er een onderscheid tussen het westelijke deel en het oostelijk deel. Het westelijke deel krijgt een rechtlijnig patroon dat is gebaseerd op de verkavelingsstructuur ter plaatse (strokenverkaveling). Het oostelijk deel is minder rechtlijnig en hier is meer ruimte voor afwijkende patronen wat beter past bij de structuren van de kleiputplassen. Stedenbouwkundige accenten Op enkele plekken in Westervoort Noord, bij belangrijke entrees van de wijk zijn beeldbepalende bebouwingsaccenten voorzien. Deze plekken vragen extra aandacht in beeldkwaliteit om deze entrees aan te duiden. Een voorbeeld hiervan zijn de hogere woongebouwen aan de IJsseldijk die de entreezijde vanaf de IJsseldijk markeren. Door de ligging aan de IJssel heeft men vanuit deze gebouwen een prachtig zicht over Westervoort, de uiterwaarden van de IJssel, de spoorbrug en de Veluwe. Op belangrijke overgangen naar het landschap zijn in plaats van bebouwingsaccenten, accenten in of aan het groen voorzien. Dit zijn woonvolumes die aansluiten op het groen van de groene rand. Bijvoorbeeld langs de bestaande woningen aan de IJsseldijk ligt een ruime groene rand waar kwadrantwoningen een plek krijgen. Deze kwadrantwoningen zijn geschikt voor starters en hebben een beperkte buitenruimte.

Echter door de ligging te midden van een groen decor hebben deze woningen ruim voldoende kwalitatief groene buitenruimte.

Kwadrantwoningen in het groen

Overige functies Westervoort Noord is vooral een woonwijk. Wel is in de planvorming rekening gehouden met zorgfuncties en kleinschalige buurtvoorzieningen (bv. ontmoetingsruimte, huisarts, fysio, apotheek). Deze functies zijn gesitueerd nabij de plek die in de gebiedsvisie als buurthub benoemd is. Aan de noordzijde van Hamerstaete is een appartementengebouw voorzien waar ook expliciet rekening gehouden wordt met zorgappartementen. In de plint van dit appartementengebouw is ruimte voor de eerdergenoemde buurtvoorzieningen. De ligging nabij Hamerstaete zorgt voor een meerwaarde aangezien de geleverde zorg ook voor de inwoners van Hamerstaete goed te bereiken is en vice versa. Ook een school maakt onderdeel uit van de plannen. De school is oostelijk van de zorgappartementen gesitueerd. Door de ligging aan één van de centrale fietspaden is de school goed met de fiets bereikbaar. Voor de auto daarentegen moet omgereden worden via de rotonde aan de Hamersestraat. Hierdoor wordt het fietsen gestimuleerd.

12

Westervoort Noord, westelijk deel

Ligging school Beeldkwaliteitsplan Voor het plan is tevens een beeldkwaliteitsplan opgesteld, welke is opgenomen in bijlage 1 bij de regels. In de regels is geborgd dat aan dit beeldkwaliteitsplan wordt getoetst. Woonprogramma voorliggende wijziging van het omgevingsplan Het programma voor voorliggende woningbouwopgave is afgestemd op de woningbehoefte: een mix van zowel vrijstaande, tweekappers, rijwoningen en gestapelde woningen met een variatie in zowel huur als koop en daarbij ook een verschil in de prijzen. Om in te spelen op de marktbehoefte is er enige vrijheid opgenomen in dit plan. De bandbreedte in de verschijningsvorm is als volgt: Westelijke plandeel, maximaal 390 woningen en een school • minstens 25% en maximaal 35% van de woningen betreft gestapelde woningen; • minstens 35% en maximaal 45% van de woningen betreft rijwoningen (minimaal 3 aaneengebouwd) of kwadrantwoningen; • minstens 15% en maximaal 30% van de woningen betreft twee-onder-een-kap woningen, geschakelde woningen en/of vrijstaande woningen. Waarbij de prijsverdeling de volgende is: • Minimaal 35% woningen in de categorie sociale huur dan wel betaalbare koop laag • Minimaal 20% woningen in de categorie betaalbare koop hoog • Maximaal 45% vrije sectorwoningen In de regels zijn de bandbreedtes voor verschillende woningtypen en prijsklassen bepaald.

IJsseldijk 88 en 90 In het plangebied zijn ook de percelen van de agrarische bedrijven aan IJsseldijk 88 en 90 meegenomen. De agrarische bedrijfsactiviteiten zijn in de toekomstige situatie niet meer passend op deze locatie, aangezien het gebied gaat veranderen in een woongebied. Met het oog op het verzorgen van een goed woon- en leefklimaat in de nieuwe woningen, wordt de agrarische bestemming hier omgezet in een woonbestemming. De woonbestemming is de meest logische functie, aangezien bij beëindigen van de agrarische bedrijfsactiviteiten, de woningen nog wel aanwezig blijven. Er heeft overleg plaatsgevonden met de eigenaren van deze adressen en zij staan open voor de bedrijfsbeëindiging en het omzetten van de agrarische bestemming naar een

Westervoort Noord, westelijk deel

13

woonbestemming. Op de verbeelding krijgen deze percelen geheel de woonbestemming. Voor de bestaande woningen worden bouwvlakken opgenomen.

14

Westervoort Noord, westelijk deel

Hoofdstuk 3

Beleid en regelgeving

In dit hoofdstuk wordt het initiatief getoetst aan beleid en regelgeving. Er wordt ingegaan op geldend beleid en regelgeving op Rijks-, provinciaal-, regionaal en gemeentelijk niveau. Vervolgens wordt het beoogde initiatief daaraan getoetst.

3.1

Rijksbeleid en rijksregels

3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Per februari 2021 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) van kracht. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Denk aan het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. Alles met zorg voor een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. Met de NOVI benoemt het Rijk nationale belangen, geeft het richting op de vier prioriteiten en helpt keuzes maken waar dat moet. Want niet alles kan overal. Deze visie is ontwikkeld in nauwe samenwerking met provincies, gemeenten, waterschappen, maatschappelijke instellingen en burgers. Gebiedsgericht De NOVI benoemt een aantal aspecten van nationaal ruimtelijk belang.

Het betreft de bescherming van de waterveiligheid aan de kust en rond de grote rivieren, bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, de uitoefening van defensietaken, het Natuurnetwerk Nederland (voorheen de ecologische hoofdstructuur), de elektriciteitsvoorziening, de toekomstige uitbreiding van het hoofd(spoor)wegennet en de veiligheid rond rijksvaarwegen. 3.1.2 Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) staan regels over omgevingswaarden, instructieregels, beoordelingsregels en regels voor monitoring. Het Bkl geldt voor het Rijk en decentrale overheden en heeft geen directe uitwerking op de fysieke leefomgeving. Bij een evenwichtige toedeling van functies aan locaties moeten de verschillende instructieregels en geformuleerde omgevingswaarden in acht genomen worden. Het gaat hierbij over de instructieregels met het oog op: 1. Een evenwichtige toedeling van functies aan locaties; 2. Het behoud van werelderfgoed en cultureel erfgoed; 3. Natuurbescherming. Daarnaast gaat het om de volgende omgevingswaarden 4. Veiligheid primaire waterkeringen; 5. Veiligheid andere dan primaire waterkeringen in beheer bij het Rijk; 6. Kwaliteit van de buitenlucht; 7. Waterkwaliteit; 8. Kwaliteit van de zwemlocatie.

Artikel 5.129g van het Bkl bepaalt dat de Ladder betrekking heeft op een stedelijke ontwikkeling die voldoende substantieel is. De aard en omvang van het woningbouwplan in relatie met de omgeving bepaalt of het plan voldoende substantieel is.

Westervoort Noord, westelijk deel

15

Artikel 5.129g Bkl geeft geen ondergrens aan. In uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zijn hiervoor lijnen uitgezet. Bij woningbouw is vanaf 12 woningen sprake van een stedelijke ontwikkeling die Ladderplichtig is. De Laddertoets moet alleen worden uitgevoerd wanneer de stedelijke ontwikkeling 'nieuw' is. 3.1.3 Toetsing van het initiatief aan het rijksbeleid Het plangebied ligt niet in één van de aangewezen beschermde gebieden uit de NOVI of het Bkl. Woningbouw op deze locatie sluit aan bij de doelstellingen van het Rijksbeleid. Voor de Laddertoets wordt verwezen naar paragraaf 5.1 waar onderbouwd wordt of er sprake is van zorgvuldig ruimtegebruik. De toetsing aan de eventueel van toepassing zijnde omgevingswaarden vindt plaats in hoofdstuk 4.

3.2

Provinciaal beleid en provinciale regels

3.2.1 Provinciale omgevingsvisie Omgevingsvisie Gaaf Gelderland In de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland (december 2018) staan de hoofdlijnen van het provinciale ruimtelijk beleid. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland gaat in de breedte over het beleid van de provincie voor de fysieke leefomgeving. De visie integreert een vijftal beleidsterreinen: ruimte, natuur, water, milieu en verkeer en vervoer. Op 24 september 2014 is door Provinciale Staten van Gelderland de Omgevingsverordening Gelderland vastgesteld welke de afgelopen jaren op onderdelen is geactualiseerd. De Omgevingsverordening is een uitwerking van de Omgevingsvisie en stelt regels waaraan ruimtelijke plannen moeten voldoen. De provincie wil de focus leggen op een duurzaam, verbonden en een economisch krachtig Gelderland. Door daarin te investeren wil de provincie werken aan een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal. Om dat te bereiken wordt de focus gelegd op zeven ambities op het gebied van energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid, vestigingsklimaat en woon- en leefomgeving.

Deze ambities worden hieronder kort samengevat: • Een versnelde energietransitie, gericht op forse vergroting van het aandeel duurzame energie en passend bij de Gelderse kwaliteiten; • Een op de toekomst toegerust beschermend klimaatbeleid; • Een voortvarend en innovatief circulair beleid; • Een stimulerend en beschermend beleid voor biodiversiteit; • Efficiënte, duurzame en innovatieve bereikbaarheid, toegesneden op de veranderende vraag; • Een duurzaam, dynamisch en toegankelijk economisch vestigingsklimaat, waar voor ondernemers en inwoners een sterke aantrekkingskracht vanuit gaat; • Een duurzaam en divers woon- en leefklimaat, dat steeds weet te anticiperen op ontwikkelingen. Naast deze zeven ambities blijft het beleid uit de Omgevingsvisie uit 2014 gelden. Het gaat om de aanwijzing van functies van regionale oppervlaktewateren, van gebieden waar milieukwaliteit bijzondere bescherming behoeft, van Natura 2000-gebieden en van bijzondere natuurgebieden. 3.2.2 Omgevingsverordening Gelderland De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal.

De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van instructieregels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen uit het Bkl.

16

Westervoort Noord, westelijk deel

Klimaatadaptatie De provinciale omgevingsverordening die op 1 februari 2022 van kracht is geworden bevat de instructieregel klimaatadaptie (2.65b). Voor zover een plan een nieuwe activiteit of ontwikkeling mogelijk maakt, moet op basis van deze instructieregel de onderbouwing een beschrijving bevatten van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de risico's van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. In die beschrijving moeten in ieder geval de volgende aspecten worden betrokken: waterveiligheid, wateroverlast, droogte en hitte. In paragraaf 5.5 is invulling gegeven aan de wijze waarop in dit plan is omgegaan met het voorkomen en/of beperken van de risico's van klimaatverandering. 3.2.3 Toetsing van het initiatief aan het provinciale beleid Voorliggend plan betreft het realiseren van een woonwijk en een school. Het plangebied ligt in een intrekgebied. In de omgevingsverordening zijn regels opgenomen die de kwaliteit van het drinkwater beschermen. Nieuwe ontwikkelingen binnen 'intrekgebieden' mogen geen functies bevatten die de winning van fossiele energie mogelijk maken. Voorliggend initiatief maakt de winning van fossiele energie niet mogelijk. Daarnaast ligt het plangebied in de Gelderse streek Liemers.

Hier dient rekening gehouden te worden met de voor die streek vastgestelde kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen van het landschap. Een van de kernkwaliteiten is een reeks van sterk uitgegroeide kernen Westervoort-Duiven-Zevenaar-Didam. Het ontwikkeldoel hiervoor is: landschapsversterking doorvoeren in de ontwikkelings-as Westervoort-DuivenZevenaar-Didam, vanwege de stedelijke druk. De doortrekking van de A15 zal invloed hebben op de dynamiek in dit gebied door de betere bereikbaarheid. Dit vraagt zorgvuldige ruimtelijke ordening, gekoppeld aan landschappelijke investeringen. De ontwikkeling zorgt voor de omvorming van een sportterrein naar een woonwijk, beide stedelijke functies. De woonwijk krijgt groene randen, waarmee ervoor wordt gezorgd dat de ontwikkeling past in het landschap. Overige kernkwaliteiten zijn in het plangebied niet aanwezig aangezien het gaat om een intensief gebruikt sportterrein. In de omgevingsverordening is ook een regel opgenomen waarin staat dat nieuwe woningen alleen toegestaan zijn als de ontwikkeling past binnen de regionale woonafspraken. In paragraaf 3.3.1 wordt het plan getoetst aan de regionale woonafspraken. Hieruit blijkt dat het plan hierbinnen past. Verder worden er in de provinciale Omgevingsvisie en Omgevingsverordening geen specifieke eisen aan voorliggende locatie gesteld.

De activiteit past binnen het beleid en regels van de provincie Gelderland.

3.3

Regionaal beleid

3.3.1 Woondeal 2.0 Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen Het beleid van de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen is gericht op het fysieke domein. De organisatie onderscheidt vijf verschillende opgaven, waaronder ook de opgave 'Groene groeiregio'. De regio kent een grote (verstedelijkings-)opgave en een tekort aan woningen. Het doel van deze opgave is het terugbrengen van dit woningentekort. Ook staat het bieden van voldoende (betaalbare) woningen op de agenda. Balans tussen stedelijke ontwikkeling en leefbaarheid dient behouden te blijven. De GMR hanteert twee speerpunten voor deze opgave: 1. Wonen in balans: versnellen van de woningbouw; 2. Leefomgeving: verbinden van de ruimtelijke opgaven.

Westervoort Noord, westelijk deel

17

Op 8 maart 2023 is de Woondeal regio Arnhem-Nijmegen geactualiseerd. Met de geactualiseerde Woondeal onderkennen partijen de grote woonopgave in de regio. De woondeal is een pakket met afspraken tussen gemeenten, provincie, rijk, corporaties en marktpartijen, waarmee samengewerkt wordt aan meer woningen en meer betaalbare woningen. Doel van deze woondeal is om tot een gezamenlijke inzet van instrumentarium en middelen te komen om opgaven op de woningmarkt op te pakken. De woondeal bevat een zestal kernafspraken, waar onder woningbouwopgave en versnelling en betaalbaarheid. De Woondeal 2.0 borduurt daarmee voort op de eerste Woondeal uit 2020. In de woondeal wordt conform de provinciaal bestuurlijke afspraken ingezet op de bouw van minimaal 33.000 woningen tot en met 2030. En richting 2040 zo'n 55.000 woningen. Dit betekent een ophoging van de woningproductie van 3.300 naar zo'n 3.700 woningen per jaar; onder andere door inzet op flexwoningen en ruimte voor alternatieve woonvormen. Daarnaast wordt ingezet op het beter benutten van de bestaande voorraad als (onderbelichte) kans voor het verminderen van de woningnood en het optimaal benutten van de gebouwde omgeving bij de groei van het aantal kleinere huishoudens, als kans voor het vergroten van leefkwaliteit in bestaande wijken, én voor het realiseren van de ambities van de verstedelijkingsstrategie 'meer landschap meer stad'.

Op regionaal niveau wordt toegewerkt naar twee derde deel betaalbare huur- en koopwoningen. Om dit te bewerkstelligen werkt elke gemeente toe naar een nieuwbouwprogramma met minimaal 67% betaalbare woningen en minimaal 30% in de sociale huur. Met het addendum Woondeal 2.1 worden afspraken geactualiseerd voor de periode 2031-2034, waarin de bouw van 17.800 woningen wordt nagestreefd, waarvan minstens 67% betaalbaar en 30% sociale huur 3.3.2 Toetsing van het initiatief aan het regionale beleid In de twee wijzigingen van het omgevingsplan voor heel de woonwijk Westervoort Noord gezamenlijk zijn 610 woningen opgenomen. Het woningbouwprogramma bestaat voor 25% uit sociale huurwoningen, 33% betaalbare huur- en koopwoningen een 42% vrije sector koopwoningen. Het programma voor Westervoort Noord bestaat derhalve voor 58% uit betaalbare woningen. In de Woondeal 2.1 is vastgelegd dat Westervoort vanwege de grote hoeveelheid betaalbare woningen in de bestaande voorraad mag afwijken van de afgesproken 30% sociaal. Het totale woningbouwprogramma van de gemeente Westervoort bestaat uit 25% sociale huur en 2/3 betaalbaar, conform de afspraken in de Woondeal 2.1. Het plan past hiermee binnen de regionale woondeal en is dan ook passend binnen het regionale beleid.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1 Omgevingsvisie Westervoort Op 27 september 2021 heeft de gemeenteraad van Westervoort de Omgevingsvisie Westervoort vastgesteld. Hierin streeft de gemeente Westervoort naar het behouden en versterken van een gezonde, veilige, vitale, duurzame, leefbare en aantrekkelijke leefomgeving. Voor nu en voor de toekomst. Om dit te bereiken heeft de gemeente de Omgevingsvisie Westervoort opgesteld als stip op de horizon voor de fysieke leefomgeving van Westervoort in 2040. De visie is opgesteld in samenspraak met meerdere partijen waaronder gebruikers van de leefomgeving zoals inwoners, maatschappelijke instellingen, bedrijven en verenigingen. De omgevingsvisie sluit aan bij nationaal, regionaal en lokaal beleid. De inhoudelijke basis voor deze omgevingsvisie bestaat uit vier onderdelen: 1. Historie: De gemeente Westervoort heeft een rijke geschiedenis waar we op voortbouwen. 2. Richtinggevende waarden: belangrijk zijn onder andere vitale, sterk onderling verbonden sociale gemeenschap, de aantrekkelijke leefomgeving en de uitstekende voorzieningen van de gemeente Westervoort.

18

Westervoort Noord, westelijk deel

3. 4.

Ruimtelijke kwaliteiten: de kenmerken van het landschap, het erfgoed en de manier van wonen in de gemeente Westervoort dragen bij aan de ruimtelijke kwaliteit van de gemeente. Ontwikkelingen & toekomstperspectief: Leidraad voor de toekomst is dat we ruimte willen bieden aan de ontwikkelingen, recht doen aan ruimtelijke kwaliteiten, maatwerk leveren op basis van de leefomgevingskwaliteiten en zorg dragen voor natuur en milieu. Dit doen we samen met alle gebruikers van de leefomgeving.

Planspecifiek In de Omgevingsvisie is de ambitie om het gebied Westervoort Noord tot woningbouw te ontwikkelen beschreven. In de visiekaart (zie navolgende uitsnede) is het plangebied ook aangewezen als Uitbreidingslocatie wonen. Voorwaarde dat er woningbouw ontwikkeld wordt, is dat voor de huidige sportvelden een nieuwe geschikte locatie gevonden wordt. Voor de sportvelden is inmiddels een locatie gevonden.

Uitsnede Omgevingsvisie Westervoort

Het plan draagt daarnaast bij aan de ambitie om een meer evenwichtige opbouw van de woningvoorraad te bereiken door het realiseren van meer middeldure en dure woningen. Ook worden er woningen die aansluiten bij de woonvraag van de groeiende groep één- en tweepersoonshuishoudens gebouwd, waaronder appartementen in verschillende prijsklassen. Ook zal er sprake zijn van duurzame nieuwbouw en een groene aankleding van de wijk, wat de gemeente in haar omgevingsvisie ook ambieert. Voorliggend plan past binnen de ambities van de Omgevingsvisie Westervoort. 3.4.2 Woonvisie Westervoort 2021 – 2030 De kracht van Westervoort: betaalbaar wonen in een echte woongemeente. Westervoort wil haar kwaliteiten als woongemeente koesteren en versterken. Met als resultaat: goed wonen in een aangename woongemeente voor jong en oud, nu en in de toekomst. Om dit te bereiken wil de gemeente samen met haar woonpartners aan de volgende thema's werken: • Beschikbaarheid & betaalbaarheid van het wonen; • Duurzame kwaliteit van de bestaande woningvoorraad: aantrekkelijke, geschikte en energetisch; • Kwaliteit van woningen in wijken;

Westervoort Noord, westelijk deel

19

• •

Nieuwe woningen; Wonen voor aandachtsgroepen.

De gemeente streeft ernaar dat er in 2030 voldoende geschikte woningen voor jongeren zijn die in hun eigen dorp willen blijven wonen en een aantrekkelijk aanbod voor doorstromers die een stap willen maken in hun wooncarrière. De vergrijzing is op een goede manier gefaciliteerd, waardoor mensen die te maken krijgen met een beperking zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen in eigen woning en woonomgeving. Planspecifiek De ontwikkeling van de woonwijk in voorliggend plan draagt bij aan een versterking van en het koesteren van de kwaliteit van Westervoort als woongemeente. Er wordt een mix aan woningtypen gerealiseerd waarmee er voor veel verschillende doelgroepen extra aanbod wordt gecreëerd: voor zowel jongeren, doorstromers en ouderen worden geschikte woningen mogelijk gemaakt. Het plan sluit daarmee aan bij de ambities van de Woonvisie Westervoort 2021 - 2030.

3.4.3 Omgevingsplan Huidige bouw- en gebruiksmogelijkheden Het tijdelijk deel van het omgevingsplan bestaat uit de geldende bestemmingsplannen, de verordeningen tijdelijk deel omgevingsplan (archeologieverordening (artikel 38, Monumentenwet 1988), geurverordening (artikel 6, Wet geurhinder en veehouderij), verordening afvoer regen- en grondwater (artikel 10.32a, Wet milieubeheer), hogere waarde besluiten (artikel 110a, Wet geluidhinder), vastgestelde veiligheidscontouren (artikel 14, Besluit externe veiligheid inrichtingen) en de bruidsschat. Hierna wordt per aspect de ontwikkeling getoetst op strijdigheden. Om te bepalen of het initiatief past binnen het omgevingsplan, wordt getoetst aan het voorheen geldende bestemmingsplan dat één op één is overgenomen in het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Op grond van het tijdelijk deel van het omgevingsplan heeft het plangebied de bestemmingen Sport, Water, Verkeer, Agrarisch en Groen. Daarnaast ligt op een deel van het plangebied de aanduiding 'geluidzone industrie' gelden in delen van het plangebied de dubbelbestemmingen 'Waterstaat - Waterkering', 'Leiding Gas' en in heel het plangebied 'Waarde - Archeologie'. Op de navolgende afbeelding is een uitsnede van de verbeelding opgenomen.

20

Westervoort Noord, westelijk deel

Uitsnede tijdelijk deel omgevingsplan (bron: omgevingsloket)

Strijdigheden initiatief in relatie tot omgevingsplan Het initiatief is in strijd met regels voor gebruik en bouwen (activiteit gebruik en bouwen). 3.4.4 Toetsing van het initiatief aan het gemeentelijk beleid De activiteit past binnen de doelstellingen en het beleid van de gemeente. De ontwikkeling is echter in strijd met de regels van het omgevingsplan. Daarom wordt het omgevingsplan gewijzigd waarvoor onderhavige onderbouwing is opgesteld.

Westervoort Noord, westelijk deel

21

Hoofdstuk 4

Veilige en gezonde fysieke leefomgeving

In dit hoofdstuk wordt inzicht gegeven in de aspecten die samen bepalend zijn voor de vraag of met de voorgenomen ontwikkeling een veilige en gezonde fysieke leefomgeving ontstaat en behouden blijft voor nu en in de toekomst.

4.1

Weging van het waterbelang

Het wettelijk kader is gericht op het verkrijgen van inzicht in de gevolgen voor de waterhuishouding die samenhangen met de ruimtelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt. Het wettelijk kader is afhankelijk van zowel gemeentelijk beleid als het beleid van het waterschap. Artikel 5.37 van het Bkl stelt dat in een omgevingsplan rekening wordt gehouden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen. Naast de specifieke regels als gesteld in paragraaf 5.1.3 Bkl over onderdelen van het watersysteem in het omgevingsplan, worden de opvattingen van het bestuursorgaan dat is belast met het beheer van die watersystemen betrokken voor een duiding van de gevolgen voor het beheer van het watersysteem.

De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de omgevingswaarden ten aanzien van water zijn als volgt onderverdeeld: • Rijk: omgevingswaarden voor (1) waterkwaliteit, (2) zwemwaterkwaliteit, (3) veiligheid van primaire waterkeringen en (4) de veiligheid van andere dan primaire waterkeringen, voor zover die in het beheer zijn bij het rijk (2.15 Ow); • Provincie: omgevingswaarden voor de veiligheid van (1) bij de omgevingsverordening aangewezen andere dan primaire waterkeringen die niet bij het rijk in beheer zijn en (2) de gemiddelde overstromingskans per jaar van bij de omgevingsverordening aangewezen gebieden met oog op de bergings- en afvoercapaciteit waarop (niet bij het rijk in beheer zijnde) regionale wateren moeten zijn berekend (2.13 Ow); • Gemeente: gemeenten kunnen ook zelf besluiten om omgevingswaarden vast te stellen. Indien hiervan sprake is dient ook aan deze omgevingswaarde getoetst te worden. Het is aan het bevoegd gezag om te bepalen hoe andere bestuursorganen bij de besluitvorming worden betrokken bij de weging van het waterbelang. Zodoende is de eerdere, verplichte watertoets niet langer voorgeschreven en is de gemeente vrij om hier zelf invulling aan te geven. In elk geval worden de wateraspecten beschreven en wordt aangegeven welke waterhuishoudkundige maatregelen voor de ontwikkeling moeten worden getroffen.

Over het initiatief wordt advies gevraagd aan de betrokken waterbeheerder. Planspecifiek Ten behoeve van voorliggend initiatief is een verkennend onderzoek (quickscan) naar de waterhuishouding uitgevoerd als ook een grondwatermodellering, zie bijlage 2 en 3. In het verkennende onderzoek wordt ingegaan op de waterhuishoudkundige aspecten in en om het plangebied en wordt het planvoornemen getoetst. Naar aanleiding daarvan is in de grondwatermodellering geadviseerd om een planhoogte (de hoogte van de bovenkant van de weg) van +10,4 meter NAP aan te houden. Dit betekent een ophoging van, afhankelijk van de precieze plek, 10 tot 70 centimeter waardoor wateroverlast in het plangebied voorkomen wordt. In bijlage 4 is een de waterbergingsbehoefte berekend en aangegeven hoe hieraan kan worden voldaan. Hieruit volgt dat er voldoende ruimte in het plan is voor de benodigde waterberging. Bij feitelijke realisatie, de bouw- en civiele werkzaamheden in het veld, is pas bekend hoeveel verhard oppervlakte er exact gerealiseerd wordt als ook hoe e.e.a. civiel uitgevoerd wordt. In het nog op te stellen waterhuishoudkundig plan wordt dat, mede in overleg met het Waterschap, opgepakt. Het waterschap is hiervan op de hoogte en kan zich in deze

22

Westervoort Noord, westelijk deel

aanpak vinden. Het nog op te stellen waterhuishoudkundig plan zal voldoen aan de regels en randvoorwaarden zoals vastgelegd in de Waterschapsverordening van het Waterschap Rijn en IJssel en de meest actuele versie van de uitgangspuntennotitie “water in ruimtelijke plannen”, het watertakenplan de Liemers 2022 – 2026 en de leggergegevens watersysteem en waterkring van het waterschap Rijn en IJssel. Het plangebied ligt gedeeltelijk in het profiel van vrije ruimte van het waterstaatwerk aan de IJsseldijk. Bouwwerkzaamheden binnen deze zone zijn alleen mogelijk als daarover een positief advies is ontvangen van het waterschap. Deze zone staat op de verbeelding en in de regels is de verplichting tot inwinnen van advies geborgd. Hiermee bestaat er voldoende inzicht in dit aspect dat wordt meegewogen in hoofdstuk 6.

4.2

Activiteiten en milieuzonering

Milieuzonering Bedrijven (die milieubelastende activiteiten uitvoeren/ ondernemen) kunnen niet zomaar naast een gevoelige functie, zoals een woning, gerealiseerd worden. Ook andersom moet er zorgvuldig gemotiveerd worden dat een nieuwe gevoelige functie nabij bestaande bedrijven gerealiseerd kan worden. Milieuzonering is het aanbrengen van een noodzakelijke ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende en milieugevoelige functies ter bescherming of vergroting van de leefkwaliteit. Ook zorgt dit ervoor dat (bestaande) bedrijven niet onevenredig in hun belangen worden geschaad. De publicatie “Bedrijven Milieuzonering” van de VNG is, zeker ook gezien jurisprudentie, een goed houvast hierbij. De in deze publicatie genoemde richtafstanden tussen gevoelige functies en milieubelastende activiteiten gelden voor gemiddelde situaties. Er kunnen omstandigheden zijn waarom er toch van een andere afstanden uitgegaan kan of moet worden. Planspecifiek De nieuwe woningen en de school betreffen nieuwe milieugevoelige objecten. In de onderstaande tabel zijn de omliggende milieubelastende activiteiten en de bijbehorende richtafstanden uit de publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' van de VNG uit 2009 weergegeven. Geurhinder van veehouderijen blijft in deze paragraaf buiten beschouwing. Dit wordt behandeld in paragraaf 4.6.

Het gasontvangststation aan Dorpstraat 85t en de betonfabriek aan IJsseldijk 1-1t zijn in onderstaande tabel niet meegenomen. Deze wordt apart behandeld aan het einde van deze paragraaf. # Functie (adres) SBI-2008 Milieucategorie Grootste Feitelijke afstand richtafstand tot nieuwe rustige woonwijk woningen 1 Zalenverhuur 563 1 10 m Ca. 20 m (Dorpstraat 71-73a) 2 Kerk (Dorpstraat 109) 9491 2 30 m Ca. 35 m 3 4 5 6 7

Begraafplaats (Dorpstraat 109) Restaurant (Dorpstraat 111) Zalenverhuur (Brouwerslaan 1a) Makelaar (Hamersestraat 19) Koeriersdienst

Westervoort Noord, westelijk deel

96031

1

10 m

Ca. 5 m

561

1

10 m

Ca. 20 m

563

1

10 m

Ca. 15 m

461

1

10 m

Ca. 30 m

531, 532

2

30 m

Ca. 30 m

23

8 9 10

11

12 13

(Hamersestraat 21) Uitvaartcentrum 9603 (Hamersestraat 23) Manege (IJsseldijk 931 92a) Bedrijfsfunctie 451, 452, 453 (perceel 7933, ten noorden van Brouwerslaan 9) Buitenopslag (perceel n.v.t. ten westen van IJsseldijk 34) Steenhandel 4673 (IJsseldijk 26) Wagenbouwerloods 43 (Dorpstraat 71b)

1

10 m

Ca. 30 m

3.1

30 m

Ca. 10 m

2

30 m

Ca. 30 m

VNG geeft geen passende categorie 3.1

Ca. 25 m

50 m

Ca. 100 m

2

30 m

Ca. 20 m

In onderstaande afbeelding zijn deze activiteiten en de richtafstanden die per activiteit van toepassing zijn weergegeven.

Activiteiten en richtafstanden rondom het plangebied Uit voorgaande tabel en afbeelding is op te maken dat niet alle functies in de omgeving zich op voldoende afstand bevinden tot de milieugevoelige objecten in het plangebied en dat er niet overal voldaan wordt aan de richtafstanden. Navolgend wordt nader ingegaan op de functies waarvan de richtafstand niet wordt gehaald en op de buitenopslag, om te onderzoeken of er wel sprake kan zijn van een goed woon- en leefklimaat en dus van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en of omliggende bedrijven niet worden belemmerd in de bedrijfsvoering.

24

Westervoort Noord, westelijk deel

Begraafplaats De geluidseffecten van een kleine begraafplaats op woningen zijn zeer beperkt. De voornaamste oorzaak van deze geluidseffecten is het verkeer. Echter zijn de parkeerplaatsen ten behoeve van de begraafplaats gesitueerd aan de Dorpstraat, welke ca. 50 meter van het plangebied af ligt. Het verkeersgeluid zal dus geen negatieve milieueffecten in het plangebied veroorzaken. Buiten het verkeersgeluid zal er op de begraafplaats zelf zeer beperkt geluid worden geproduceerd. Manege Voor de manege wordt in de publicatie 'Bedrijven en milieuzonering', van de VNG uit 2009, een richtafstand van 30 m voor stof en geluid voorgeschreven. De rijbak is de voornaamste bron van deze effecten. Deze rijbak ligt op circa 50 meter van het plangebied en de stallen liggen op circa 110 meter afstand, waarmee aan de richtafstand wordt voldaan. Voor het aspect geur wordt op de manage ingegaan in paragraaf 4.6, waaruit blijkt dat aan de vaste afstand voor het aspect geur voldaan wordt. Gezien deze afstanden zal er in het nieuwe woongebied sprake zijn van een goed woon- en leefklimaat. Door de woningbouw wordt het bedrijf enigszins beperkt in de ontwikkelingsmogelijkheden. Tevens is er reeds een bedrijfswoning aanwezig op ca. 15 meter van het perceel van de manage en op circa 60 m van de rijbak, aan de IJsseldijk 90. Hierdoor wordt het bedrijf al beperkt in de ontwikkelingsmogelijkheden.

Aangezien het huidige gebruik niet wordt belemmerd, is de geringe beperking in ontwikkelingsmogelijkheden aanvaardbaar. De woning aan de IJsseldijk 90 wordt omgezet in een burgerwoning, wat de feitelijke activiteiten bij de manege niet belemmerd, aangezien aan de richtafstand tot de rijbak wordt voldaan. Buitenopslag Dit betreft een opslaglocatie van bouwmaterialen van Struyk Verwo Infra, ten behoeve van de betonwarenfabriek. Op deze locatie vindt enkel buitenopslag plaats, waarbij beperkt en enkel overdag verkeersbewegingen plaatsvinden. De ontsluiting is aan de noordzijde aan de IJsseldijk, op circa 90 meter van de nieuwe woningen. Bovendien grenst deze bedrijvigheid aan de oostzijde aan een woning, die op ca. 10 meter afstand dichterbij ligt dan de nieuwe woningen en daarmee maatgevend is voor de opslaglocatie. Er zal geen sprake zijn van een onaanvaardbaar woon- en leefklimaat en de bedrijfsactiviteiten worden niet belemmerd als gevolg van de nieuwe woningbouw. Wagenbouwerloods De wagenbouwerloods (voor carnavalswagens) kan het beschouwd worden als een aannemersbedrijf. Gezien de informele aard van de activiteiten kan de loods, ondanks de grote oppervlakte, het best vergeleken worden met een klein aannemersbedrijf (milieucategorie 2). Er vinden alleen binnen werkzaamheden plaats. Geluid wordt daarmee voornamelijk veroorzaakt door verkeersbewegingen.

Verkeersbewegingen vinden enkel plaats aan de zuidkant van de loods. Op basis hiervan is het aannemelijk dat het bedrijf niet zorgt voor een onaanvaardbaar woon- en leefklimaat in het nieuwe woongebied en zal de nieuwe woonwijk niet beperkend zijn voor de wagenbouwerloods. Bovendien kan gelet op de ligging gesproken worden van een gemengd gebied. De loods ligt namelijk nabij een spoorweg, de steenhandel en horecagelegenheden. In gemengd gebied geeft VNG voor categorie 2 een richtafstand van 10 meter. Aan deze richtafstand wordt voldaan. Gasontvangststation Aangrenzend aan het plangebied ligt een gasontvangststation. Hiervoor geldt een plaatsgebonden risico. Dit plaatsgebonden risico is leidend voor de afstanden tot woningen. Binnen een contour rondom het gasontvangststation geldt een plaatsgebonden risico van 10-6 (één op de miljoen). Binnen een plaatsgebonden risicocontour van 10-6 mogen geen woonwijken gebouwd worden. Zoals te zien in onderstaande afbeelding wordt er als gevolg van het plan geen woongebied gerealiseerd binnen deze risicocontour. In het hoofdstuk Omgevingsveiligheid wordt verder ingegaan op de dit gasontvangststation (en daar wordt gemotiveerd dat een

Westervoort Noord, westelijk deel

25

gasontvangststation als deze zich verhoudt in een wijk als deze).

Plaatsgebonden risicocontour (10-6) gasontvangststation School In het plan is ook een school voorzien met daar eventueel ook een BSO bij. In de bijhorende buitenruimte zal ook een speelplaats komen waar kinderen zullen spelen en dientengevolge ook geluid zullen produceren. Een dergelijke functie trekt ook verkeer en ook dat maakt geluid. Bewoners van woningen in de omgeving als ook de woningen boven de school zullen dit geluid horen. Dat maakt dat dit deel van het plan ook geen rustig woongebied is maar een gemengd gebied. Bewoners boven de school als ook in de omgeving zullen dit ervaren. In het akoestisch onderzoek dat als Bijlage 7 is opgenomen is de geluidbelasting van de school op omliggende woningen en woningen die op de school komen berekend. Bij het planologisch toelaten activiteiten wordt het geluid van alle activiteiten getoetst aan de standaard- en grenswaarden uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Voor stemgeluid geldt een uitzondering: de standaard- en grenswaarden zijn niet van toepassing maar in het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) moet wel worden beoordeeld of het stemgeluid aanvaardbaar is. Uit het onderzoek volgt dat de geluidbelasting in de dagperiode niet voldoet aan de standaardwaarde. Het hoogst berekende geluid is 63 dB(A), een overschrijding van 13 dB(A), waarbij stemgeluid de maatgevende bron is.

In de avond- en nachtperiode voldoet het geluid wel aan de standaardwaarde. Bij beoordeling met stemgeluid voldoen de waarden niet aan het Besluit kwaliteit leefomgeving. Maatregelen aan de bron of in de overdracht zijn in deze situatie niet haalbaar. Om een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te waarborgen, moet worden voldaan aan de grenswaarde van het binnenniveau. In het onderzoek is de bedrijfsduurcorrectie meegenomen. Kinderen spelen ongeveer 2 uur per dag. Die twee uur worden energetisch uitgemiddeld over de beoordelingsperiode. Bij een geluidsniveau van 63 dB inclusief bedrijfsduurcorrectie is het feitelijke geluidsniveau in die twee uur dat er geluid wordt gemaakt ongeveer 71 dB. Voor een goede bescherming van de toekomstige bewoners is ervoor gekozen om dat feitelijke geluidsniveau als uitgangspunt te hanteren voor

26

Westervoort Noord, westelijk deel

de isolatie van de appartementen op de school. Dit geluidsniveau wordt in de regels voor de appartementen op de school als gezamenlijk geluid vastgelegd, op basis waarvan de benodigde gevelwering berekend moet worden. Om aan het binnenniveau van 35 dB(A) te voldoen in de dagperiode is een geluidwering van de gevel van tenminste 36 dB nodig voor de appartementen boven het schoolgebouw. Voor de omliggende woningen volstaat een standaard geluidwering van de gevel uit Besluit bouwwerken leefomgeving van tenminste 20 dB. Met een geluidwering van de gevel van 36 dB is het maximale geluidniveau (LAmax) in de woning 45 dB(A). Daarmee is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Zodra de school planologisch is toegelaten moet het geluid van alle activiteiten bij de omliggende woningen voldoen aan de waarden uit het omgevingsplan. Aan de geluidwaarden uit het omgevingsplan wordt in alle perioden voldaan voor het LAr,LT en LAmax. Dit betekent dat de school niet belemmerd wordt in haar bedrijfsvoering door de woningen in de omgeving. Hiermee bestaat er voldoende inzicht in dit aspect dat wordt meegewogen in hoofdstuk 6.

4.3

Bodem

Ter bescherming van de gezondheid en het milieu zijn er voor het aspect bodemkwaliteit instructieregels opgenomen in het Bkl. De algemene doelstelling van het bodembeleid is het waarborgen van de gebruikswaarde van de bodem en het faciliteren van het duurzaam gebruik van de functionele eigenschappen van de bodem, door in onderlinge samenhang; • de bodem te beschermen tegen nieuwe verontreinigingen en aantastingen; • te zorgen voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, rekening houdend met de kwaliteiten van de bodem; • de resterende historische verontreinigingen en aantastingen duurzaam en doelmatig te beheren. Er worden drie basisvormen van bodemgebruik onderscheiden: landbouw/natuur, wonen en industrie. De gemeente stelt de waarde voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem vast (bodemkwaliteitskaart) en neemt dit op in het definitieve omgevingsplan (art. 5.89i Bkl). Deze waarden kunnen per gebied of per gebruiksfunctie verschillen. Bij wijzigingen van activiteiten geldt dat de bodem geschikt moet zijn voor het beoogde gebruik. Dit kan betekenen dat een onderzoek moet worden verricht naar de bodem- en grondwaterkwaliteit. Planspecifiek Wonen, een woonwijk, is een bodemgevoelige functie. Daarom is een milieuhygiënisch vooronderzoek naar de bodemkwaliteit uitgevoerd. Het onderzoek is bijgevoegd als bijlage 5.

De belangrijkste conclusie van dit onderzoek is dat grote delen van het plangebied geschikt zijn voor de nieuwe functie. Wel zijn er enkele locaties binnen het plangebied gelegen die extra aandacht vragen. Doordat boren in een sportveld lastig is heeft dat aanvullende onderzoek nog niet plaatsgehad. Dat zal gebeuren vóórdat omgevingsvergunningen voor het bouwen aangevraagd worden. De verwachting is dat, gezien de bevindingen in het onderzoek, de historische ontwikkeling van deze locatie en het gebruik van de laatste jaren de eventueel te vinden verontreinigingen beperkt van aard zullen zijn in relatie tot de exploitatiekosten voor de hele wijk. Hiermee bestaat er voldoende inzicht in dit aspect dat wordt meegewogen in hoofdstuk 6.

Westervoort Noord, westelijk deel

27

4.4

Luchtkwaliteit

De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen staan beschreven in de instructieregels opgenomen in het Bkl. Ter bescherming van de gezondheid zijn voor het aspect luchtkwaliteit instructieregels opgenomen in paragraaf 5.1.4.1 Bkl en zijn de 'omgevingswaarden richtlijn luchtkwaliteit' opgenomen in paragraaf 2.2.1.1 Bkl. Volgens deze regels gelden zogeheten omgevingswaarden voor onder andere de in de buitenlucht voorkomende stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10). Een activiteit is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan: • er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een resultaatverplichting; • het initiatief leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; • het initiatief draagt alleen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging. Mede door het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) is in de afgelopen jaren in Nederland de luchtkwaliteit aanzienlijk verbeterd. Vanwege deze verbetering komt het NSL na de inwerkingtreding van de Omgevingswet dan ook te vervallen. Niet in betekenende mate (NIBM) Voor een activiteit die niet in betekenende mate (NIBM) bijdraagt aan de luchtverontreiniging, is geen toetsing aan de rijksomgevingswaarden voor stikstofdioxide en fijnstof nodig.

Uit artikel 5.53 en 5.54 Bkl volgt dat een initiatief niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit als de toename van de concentratie NO2 en PM10 niet hoger is dan 1,2 ug/m3. Dat is 3% van de omgevingswaarde voor de jaargemiddelde concentraties. Er zijn twee mogelijkheden om aannemelijk te maken dat een initiatief binnen de NIBM-grens blijft: 1. Motiveren dat het initiatief binnen de getalsmatige grenzen van een aangewezen categorie blijft. Onder deze 'standaardgevallen NIBM' vallen kantoren, woonwijken en het telen van gewassen. Dit moet wel onder een bepaalde omvang blijven conform artikel 5.54 Bkl. Valt een initiatief binnen de genoemde categorie, maar niet binnen de gestelde grenzen? Het is dan mogelijk om alsnog via detailberekeningen aannemelijk te maken dat de 3%-grens niet wordt overschreden. 2. Op een andere manier aannemelijk maken dat een initiatief de 3%-grens niet overschrijdt. Soms kan een kwalitatieve berekening voldoende zijn. Veel mensen bepalen met de NIBM-tool op een eenvoudige en snelle manier of een initiatief in betekenende mate bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Soms zijn detailberekeningen nodig als aanvulling op de NIBM-tool. Aandachtsgebieden Aandachtsgebieden zijn locaties met hogere concentraties stikstofdioxide (NO2) en/of fijnstof (PM10).

De aandachtsgebieden staan in artikel 5.51 lid 2 (aandachtsgebieden voor zowel stikstofdioxide als fijnstof) en lid 3 (aandachtsgebieden voor fijnstof) Bkl. Gemeenten die onder agglomeraties vallen staan in artikel 2.38 (aanwijzing agglomeraties richtlijn luchtkwaliteit en richtlijn gevaarlijke stoffen in de lucht) Omgevingsregeling. In enkele situaties moet de luchtkwaliteit altijd worden beoordeeld: • bij een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit • bij de aanleg van een tunnel langer dan 100 meter, of als een tunnel wijzigt en daarbij minimaal 100 meter toeneemt; • bij de aanleg van een autoweg of een autosnelweg. Op plekken waar mensen relatief kort verblijven, als het gaat om arbeidsplaatsen (bedrijventerreinen en bedrijfswoningen) en op locaties waar mensen niet kunnen komen is toetsing aan de omgevingswaarden voor luchtkwaliteit niet nodig. Planspecifiek Luchtkwaliteit ter plaatse van het initiatief Het dichtstbijzijnde toetspunt voor luchtkwaliteit bij het plangebied is de CIMLK-receptor wegverkeer

28

Westervoort Noord, westelijk deel

09212509_15467994. Deze ligt op de kruising van de Brugweg/Dorpsstraat/Zuidelijke parallelweg, op ongeveer 140 meter afstand. In de tabel hieronder zijn de totale concentraties van stikstofdioxide, fijnstof en de fijnere fractie van fijnstof weergeven. Hieruit blijkt dat de totale concentraties ruim onder de gestelde grenswaarden liggen. Met betrekking tot de luchtkwaliteit zijn er geen belemmeringen voor onderhavig initiatief. NO2 PM10 PM2,5 (fijnere fractie (stikstofdioxide) (fijnstof) van fijnstof) Gemeten totale concentratie 10,88 µg/m3 15,27 µg/m3 8,68 µg/m3 jaargemiddelde 2020 (µg/m3) Grenswaarde concentratie 40 µg/m3 40 µg/m3 25 µg/m3 (µg/m3) Binnen het plangebied ligt een schapenhouderij. Daar deze schapenhouderij ten behoeve van de ontwikkeling is uitgekocht en de bedrijvigheid dus zal stoppen, vormt dit geen belemmering. Bijdrage van het initiatief Ten aanzien van de bijdrage aan luchtkwaliteit is het initiatief van geringe omvang ten opzichte van de benoemde grenswaarde van 3% (artikel 5.54 Bkl). Standaardgevallen NIMB zijn bijvoorbeeld woonwijken (met of zonder nevengebruiksfuncties zoals scholen) van maximaal 1.500 woningen. Voorliggend initiatief blijft ver onder de 1.500 woningen.

Daarmee, en op basis van de te verwachten toename aan verkeersbewegingen ten gevolge van het initiatief, is te concluderen dat dit initiatief 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Een nadere toetsing aan de rijksomgevingswaarden voor stikstofdioxide en fijnstof kan daarom achterwege blijven. Tevens ligt het plangebied niet binnen de genoemde aandachtsgebieden (artikel 5.51 luchtkwaliteit in aandachtsgebieden) voor stikstofdioxide en/of fijnstof. Hiermee bestaat er voldoende inzicht in dit aspect dat wordt meegewogen in hoofdstuk 6.

4.5

Gewasbeschermingsmiddelen

Bij het telen van bollen-, boom- en fruit in de open lucht kan het gebruik van gewasbeschermings-middelen van belang zijn. Dit vanwege mogelijk vrijkomende drift (verwaaiing van spuitvloeistof) bij het bespuiten. Er gelden, behoudens het niet mogen belasten van oppervlaktewater (artikel 4.723d lid 1, Besluit activiteiten leefomgeving), in Nederland geen wettelijke bepalingen over een minimaal aan te houden afstanden tussen de teeltgronden en voor gewasbeschermingsmiddelen gevoelige objecten, zoals woningen en bedrijven. In de ruimtelijke ordening word daarom een vuistregel gehanteerd om een afstand van 50 meter aan te houden tussen een genoemde teelten en een gevoelige bestemming. Dit is een in de praktijk gegroeide indicatieve vuistregel. Kleinere afstanden zijn mogelijk mits dit gemotiveerd kan worden. Deze praktijk wordt onderschreven door uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De volgende aandachtspunten zijn van belang: 1. wat wordt planologisch mogelijk gemaakt en wat zijn de geldende bestemming(en); 2. wat is het huidige gebruik van de gronden / welke teelten vinden plaats; 3. welke gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt en welke spuitmethode wordt gebruikt; 4. wat zijn de effecten van drift reducerende middelen (vaak hagen en bomenrijen); 5. wat is de overheersende windrichting.

Met name bij boomgaarden en boomkwekerijen hebben gewasbeschermingsmiddelen invloed op het woonen leefklimaat. Bij overige gewassen is het risico op aantasting van het woon- en leefklimaat beperkt. Planspecifiek Aan de noordzijde van het plangebied liggen twee agrarische percelen. De nieuwe woningen die in dit plan

Westervoort Noord, westelijk deel

29

mogelijk gemaakt worden komen op een afstand van meer dan 50 meter, waarmee aan de vuistregel wordt voldaan. Hiermee bestaat er voldoende inzicht in dit aspect dat wordt meegewogen in hoofdstuk 6.

4.6

Geur

In de regelgeving is bepaald dat een omgevingsplan erin voorziet dat de geur van een activiteit op een geurgevoelig gebouw (artikel 5.91 Bkl) aanvaardbaar moet zijn (artikel 5.92, tweede lid, Bkl). In artikel 5.91 van het Bkl is de definitie van een geurgevoelig gebouw opgenomen. Het gaat dan in ieder geval om woningen, onderwijsinstellingen, gebouwen met gezondheidszorgfuncties en kinderopvang met bedgebied (wat inhoudt dat er slaapgelegenheid is). Dit betekent dat de gemeente moet beoordelen of waarden, afstanden of gebruiksregels leiden tot een aanvaardbaar hinderniveau. De gemeente moet onder de Omgevingswet rekening houden met mogelijke cumulatie van geur door meerdere activiteiten. De activiteiten dienen te voldoen aan de regels die in het tijdelijk omgevingsplan staan. Indien er nog geen aanpassing heeft plaatsgevonden van het tijdelijk omgevingsplan en sprake is van een activiteit/inrichting die/dat voorheen onder het Activiteitenbesluit milieubeheer viel, dan gelden de regels uit de Bruidsschat. De Bruidsschat bevat regels over: • Geur door het houden van landbouwhuisdieren en paarden en pony's voor het berijden in een dierenverblijf (par. 22.3.6.2 BS); • Geur door het houden van fokteven van nertsen (par. 22.3.6.3 BS); Voor geur zijn er voor dierenverblijven voor landbouwhuisdieren specifieke instructieregels waar de gemeente zich aan moet houden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westervoort&id=d8d8a861-089a-4bd2-9502-8b2fbd34f4c4