CConstaterende datWestervoort
Koppel je AI →
Document · PDF

20260622-rv-wijz-opw-wtv-nrd-west-bijlage-2-nota

Raadsvergadering 22 juni 2026, gemeente WestervoortBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling omgevingsplanwijziging Westervoort-Noord, Westelijk deel12.622 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Nota van wijzigingen Ontwerp-omgevingsplanwijziging ‘Westervoort-Noord, westelijk deel’

Inhoud 1. Inleiding 1.1 Aanleiding nota 1.2 Leeswijzer 2. Zienswijzen 2.1 Zienswijzenoverzicht en ontvankelijkheid 2.2 Samenvatting en beantwoording 2.3 Wijzigingen 3. Ambtshalve wijzigingen 4. Conclusie

1

1 Inleiding 1.1 Aanleiding nota De gemeente is voornemens om ter plaatse van de sportvelden aan de noordzijde van Westervoort een woonwijk en een accommodatie voor primair onderwijs en kinderopvang te realiseren, nadat deze sportvelden zijn verplaatst naar de locatie aan de Horsterstraat ten oosten van de Gemeente Westervoort. Deze ontwikkeling maakt onderdeel uit van de grotere gebiedsontwikkeling ‘Westervoort-Noord’, waarbij eveneens een woonwijk wordt gerealiseerd ter plaatse van de agrarische gronden ten noorden van de Hamersestraat en ten zuiden van De Bult van Driegaarden. Deze ontwikkeling past niet in het omgevingsplan van de gemeente Westervoort. Met deze omgevingsplanwijziging wordt de juridisch-planologische basis gecreëerd die de realisatie van deze woonwijk op het westelijke deel van Westervoort-Noord mogelijk maakt. De ontwerp-omgevingsplanwijziging voor het deelgebied ‘Westervoort-Noord, westelijk deel’ heeft ter inzage gelegen van 18 december 2025 tot en met 28 januari 2026. Tegen het ontwerpplan zijn in totaal 12 zienswijzen ingediend, waarvan 10 zienswijzen ontvankelijk zijn verklaard. 1.2 Inhoud Nota In deze nota wordt ingegaan op de zienswijzen die zijn ingediend tegen het ontwerp van de omgevingsplanwijziging ‘Westervoort-Noord, westelijk deel’ (NL.IMRO.0293.OPWTVNRD02-ON01).

In deze nota is een beknopte samenvatting van de ingediende zienswijzen opgenomen, waarbij wordt benadrukt dat bij de inhoudelijke behandeling en beantwoording de volledige tekst en strekking van alle ingediende zienswijzen is betrokken. Daarnaast is in deze nota een overzicht van de ambtshalve wijzigingen die naar aanleiding van interne afstemming, nadere inzichten of actualisaties worden voorgesteld.

1.3 Leeswijzer Hoofdstuk 2.1 van de nota geeft een overzicht van de binnengekomen zienswijzen met daarbij een ontvankelijkheidsverklaring. Hoofdstuk 2.2 bevat een samenvatting van de ingebrachte zienswijzen en voorziet deze van een inhoudelijke beoordeling en beantwoording. In hoofdstuk 2.3 worden de conclusies en eventuele wijzigingen ten opzichte van het ontwerpplan op een rij gezet. In hoofdstuk 3 worden de ambtshalve wijzigingen uiteengezet. In hoofdstuk 4 wordt de conclusie gegeven.

2

2. Zienswijzen 2.1

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10

Type zienswijze Mondeling Schriftelijk Schriftelijk Schriftelijk Schriftelijk Schriftelijk Schriftelijk Schriftelijk Schriftelijk Schriftelijk

11 12

Pro-Forma Schriftelijk

Nr.

Zienswijzenoverzicht en ontvankelijkheid Indiener

Adres

3

Ontvangstdatum Documentnr.

Ontvankelijkheid

14-01-2026 19-01-2026 20-01-2026 21-01-2026 22-01-2026 28-01-2026 28-01-2026 27-01-2026 26-01-2026 04-02-2026

201720849 201719820 201720030 201719948 201719991 201720533 201720521 201720517 201720694 20721243

27-01-2026 09-02-2026

201720458 201721702

Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja, uitstel verleend aan indiener i.v.m. overmacht Nee, ingetrokken Nee, ontvangen na verstrijken zienswijzentermijn

2.2

Samenvatting en beantwoording

Zienswijze 1

Samenvatting

Beantwoording

Conclusie zienswijze

1.1

Indiener merkt op dat de parkeerdruk aan de achterzijde van de Hamersestraat 21A op dit moment al hoog is. Daarnaast wordt geconstateerd dat de parkeerplaats van AVW ten gevolge van de planwijziging ‘WestervoortNoord, Westelijk deel’, zal verdwijnen. Daarmee wordt de mogelijkheid om deze parkeerplaats te benutten bij drukte ontnomen. Indiener voorziet een toename van drukte op de bestaande parkeerplaatsen aan de achterzijde van de Hamersestraat 21A en in de nieuwe woonwijk. Indiener vraagt of de gemeente zich bewust van deze nieuwe situatie? Indiener vraag hoe hiermee omgegaan wordt in de toekomstige situatie?

Voor de nieuwbouw wordt in voldoende mate voorzien in parkeervoorzieningen binnen de plangrenzen volgens actuele parkeernormen. Daarnaast worden de activiteiten van de sprotverenigingen verplaatst. Hierdoor wordt over het geheel een afname van de parkeerdruk verwacht in dit gebied. Daarnaast valt het bestaande parkeerterrein direct achter de Hamersestraat 19 – 23 buiten de plangrenzen van deze omgevingsplanwijziging. Deze voorzieningen blijven dus ook ongewijzigd. De gemeente is zich hiervan bewust.

Geen aanleiding tot wijziging.

1.2 1.3

De plannen zijn zo vormgegeven dat er in de toekomstige situatie voldoende parkeerplaatsen beschikbaar zijn voor de bewoners en bezoekers van de nieuwe woonwijk. De situatie waar indiener naar verwijst valt buiten de plangrenzen van deze omgevingsplanwijziging. Ook daar zijn momenteel voldoende parkeervoorzieningen aanwezig voor bewoners, bedrijven en hun bezoekers in de directe omgeving. Het uitgangspunt is daarbij altijd dat bedrijven en bewoners van reeds bestaande bebouwing zoveel mogelijk op eigen terrein dienen te parkeren.

4

Geen aanleiding tot wijziging. Geen aanleiding tot wijziging.

Zienswijze 2

Samenvatting

Beantwoording

Conclusie zienswijze

2.1

Indieners stellen dat zij ten onrechte niet als belanghebbende of stakeholder zijn aangemerkt, ondanks hun ligging midden in het plangebied. Zij zijn volgens hen onvoldoende en niet proactief door de gemeente betrokken, ervaren het gevoerde gesprek als ongelijkwaardig en zijn uitgesloten van deelname aan de klankbordgroep, wat zij in strijd achten met de uitgangspunten van de Omgevingswet.

Geen aanleiding tot wijziging.

2.2

Indieners geven aan dat hun woning in eerdere planversies ontbrak, wat heeft geleid tot onzekerheid en onrust over mogelijke uitkoop of sloop. Zij achten deze gang van zaken onzorgvuldig.

In het participatie- en communicatieplan Westervoort-Noord (in juni 2023 vastgesteld door de gemeenteraad) is een stakeholderanalyse opgenomen. In deze analyse worden alle belanghebbenden in groepen ingedeeld op basis van hun belang en de mate waarin ze beslissingsbevoegd zijn. Omwonenden hebben een hoog belang maar weinig formele beslissingsmacht, daarom worden ze volgens deze systematiek ingedeeld in de groep geïnteresseerden. De indeling in deze categorie zegt dus niets over de weging van de inbreng vanuit omwonenden. Alle inwoners en omwonenden van het plangebied zijn voor alle informatieavonden uitgenodigd. Met name de inbreng op het stedenbouwkundig plan is uitgebreid gedocumenteerd voor de vaststelling in de gemeenteraad. In het participatie- en communicatieplan is vastgelegd hoe de samenstelling van de klankbordgroep wordt geregeld. Vanwege de vele aanmeldingen uit de directe omgeving zijn uiteindelijk meer personen uit de directe omgeving uitgenodigd voor de klankbordgroep, echter niet iedereen die zich had aangemeld kon daar een plek krijgen. Door een aantal verbeeldingen in de conceptgebiedsvisie is onrust ontstaan over de positie van een aantal woningen in het gebied.

Mede naar aanleiding van een inspraakbijdrage tijdens de commissiebehandeling van de gebiedsvisie zijn deze verbeeldingen aangepast, ook is mondeling in de commissievergadering aangegeven dat het nooit de bedoeling is 5

Geen aanleiding tot wijziging.

2.3

Volgens indieners wordt de eerder toegezegde groene buffer van minimaal 15 meter uitgehold doordat deze niet overal wordt aangehouden, deels smaller is, instekers worden meegerekend en mogelijk ook bestaand groen buiten het plangebied wordt betrokken. Indieners verzoeken om een aaneengesloten buffer van minimaal 15 meter op plangrond, zonder recreatief gebruik en met voldoende beplanting ter voorkoming van inkijk.

geweest om deze percelen in de planvorming te betrekken. Bij deze wordt nogmaals bevestigd dat de woning van de indieners geen onderdeel uitmaakt van de plannen die nu voor liggen. Bij de behandeling van het stedenbouwkundig plan (bijlage 1 bij de toelichting) in de gemeenteraad is dit punt ook aan de orde geweest. Het college heeft hierop het volgende toegelicht: “De Groene Grens is in het stedenbouwkundig plan verwerkt maar heeft niet overal de breedte zoals in de visie geschetst. Langs de westelijke kleiputplassen varieert de breedte van ca. 7 tot 17 meter, bij de ‘punt’ tussen de kleiputplassen is de maat 12 tot 49 meter en ten zuiden van de Brouwerslaan is de groene grens zo’n 15 tot 50 meter. Ten westen van de Brouwerslaan varieert de breedte tussen de 9 en 17 meter’’. Aan de achterzijde van het perceel van de indieners is de zone minimaal 16 meter. Bij het ontwerpen van het plan moet een balans gezocht worden tussen de gewenste breedte van de groene grens, de woningbouwopgave, de ontsluiting, etc. Dit heeft ertoe geleid dat de gewenste 15 meter niet overal kon worden gehaald.

Ten aanzien van het karakter van de Groene Grens is in de Gebiedsvisie het volgende vastgelegd: ‘’De groene grens is een extensief beheerd stuk groen dat hoofdzakelijk ruimt biedt aan flora en fauna maar ook dienstdoet als een plek voor waterberging/-afvoer, ommetjes (kleinschalige half verharde schelpenpaden) of ’’natuurlijk spelen’’. Deze gebruiksmogelijkheden zijn geborgd in de functieomschrijving ‘Groen’ in het omgevingsplan. Gezien bovenstaande 6

Geen aanleiding tot wijziging.

2.4

2.5

2.6

Indieners constateren dat het perceel, kadastraal bekend als WTV00, Sectie A, Perceelnummer 7604, wat onderdeel uitmaakt van de bestaande achtertuin, onterecht is opgenomen in de groene buffer en de functie groen heeft gekregen in de ontwerpplannen. Indiener verzoekt deze wijziging ongedaan te maken. Indieners verzoeken het bosgebied tussen Brouwerslaan 8 en 10 te behouden en niet verder te reduceren, mede gezien recente kap ten behoeve van een transformatorhuisje. Indieners constateren dat maximale bouwhoogtes onvoldoende zijn vastgelegd en stellen dat nieuwbouw qua schaal moet aansluiten bij de bestaande bebouwing, met een maximum van twee bouwlagen met kap.

doeleinden voor deze groene buffer wordt niet tegemoetgekomen aan de wens om recreatief gebruik te verbieden. Indiener heeft correct geconstateerd dat deze gronden per abuis zijn opgenomen in de groene bufferzone van de omgevingsplanwijziging. Deze fout zal worden hersteld in de definitieve plannen.

In het stedenbouwkundig plan wordt dit gebied volledig behouden en in de omgevingsplanwijziging krijgt deze plek de functie ‘Groen’. De (maximale) bouwhoogtes zijn vastgelegd op de verbeelding van het omgevingsplan. De verbeelding is een juridisch bindend onderdeel van het plan en daarmee zijn de maximale bouwhoogtes op de juiste manier geborgd. Het merendeel van de toekomstige bebouwing bestaat uit grondgebonden woningen met maximaal twee bouwlagen met kap. Daarbij geldt een maximale goothoogte van 6 meter en een maximale bouwhoogte van 11 meter. Dit sluit aan bij de maat en schaal van de omliggende bebouwing. Op vijf locaties in het noordoostelijke deel van het plan zijn kwadrantwoningen voorzien. Deze dragen in het ontwerpplan een maximale bouwhoogte van 11 meter en een maximale goothoogte van 6 meter. Dit sluit niet goed aan bij de beoogde woonvorm aangezien deze een 7

De verbeelding is aangepast door het plangebied te verkleinen. Perceel 7604 is verwijderd uit de omgevingsplanwijziging . Geen aanleiding tot wijziging.

De verbeelding wordt aangepast door de maximale bouwhoogte op de locaties voor kwadrantwoningen te verlagen naar 6 meter en de maximale goothoogte voor deze locaties te verwijderen.

platte dakvorm krijgen met maximaal twee bouwlagen. De maximale bouwhoogte wordt daarom verlaagd naar 6 meter en de maximale goothoogte wordt geschrapt.

2.7

Indieners maken bezwaar tegen het aanpassen van geluidsnormen zonder participatie van bestaande bewoners. Zij verzoeken alsnog participatie te organiseren en de uitkomsten daarvan te verwerken in het definitieve omgevingsplan. Indieners verzoeken voor een functie zoals een basisschool uitsluitend wordt uitgegaan van de definitieve geluidsnorm.

2.8

Indieners verwachten een toename van verkeersdruk, mede door samenloop met de dijkverzwaring en het project ViA15. Zij

Daarnaast is op enkele locaties ruimte voor gestapelde bouw. Een deel daarvan bestaat uit drie bouwlagen met een maximale bouwhoogte van eveneens 11 meter. Bij de besluitvorming over “de haalbaarheidsstudie en vervolg Westervoort-Noord” is expliciet met een amendement aandacht gevraagd voor mogelijke hoogbouw. In de gebiedsvisie (mei 2024) is een stedenbouwkundige analyse uitgevoerd naar de mogelijkheden voor hoogbouw. Hierin is gemotiveerd vastgesteld dat locaties 1 en 2, gelegen in het noordoostelijke deel van het plangebied en aangeduid met een maximale bouwhoogte van respectievelijk 19 en 22 meter, stedenbouwkundig geschikt zijn voor hogere bebouwing. à Zie ook de beantwoording van zienswijze 2.10. Deze zienswijze heeft betrekking op het al vastgestelde ‘Gemeentelijk geluidbeleid Westervoort’. De totstandkoming en vaststelling van dit beleid staat volledig los van deze omgevingsplanprocedure. Vandaar is het niet relevant om hier in deze procedure inhoudelijk op in te ingegaan. Dit onderwerp is in een overleg naar aanleiding van het indienen van deze zienswijze nader besproken. In de omgeving van het plangebied worden de komende jaren meerdere projecten uitgevoerd waaronder dijkversterkingsproject PANWES, 8

Geen aanleiding tot wijziging.

Geen aanleiding tot wijziging.

verzoeken om coördinatie van werkzaamheden, waarborgen voor bereikbaarheid, het voorkomen van sluipverkeer en het vastleggen van bereikbaarheidsgaranties

2.9

Indieners geven aan dat de geplande woningen te dicht op hun perceel zijn gesitueerd en verzoeken om grotere afstand ter bescherming van privacy, uitzicht en woonkwaliteit.

2.10

Indieners achten de voorgestelde hoogbouw bij de entree van de Brouwerslaan te hoog en wijzen op negatieve effecten op beeldkwaliteit, privacy en bezonning van omliggende gronden. Zij verzoeken om een maximale hoogte van vijf woonlagen gemeten vanaf maaiveld.

project ViA15 en Rivierklimaatpark IJsselpoort. De gemeente deelt de zorgen over de bereikbaarheid tijdens de uitvoering en zal als deelnemer aan de verschillende projectorganisaties aandacht hebben voor deze uitvoeringsaspecten met als doel de overlast voor de omwonenden waar mogelijk te verkleinen. Vanwege het feit dat deze zienswijze betrekking heeft op de realisatiefase van het project en geen betrekking heeft op de inhoud van de omgevingsplanwijziging worden geen wijzigingen doorgevoerd. In het plan is langs de erven aan de Brouwerslaan een ‘groene grens’ opgenomen als overgang tussen bestaande bebouwing en nieuw woongebied. De groene inrichting versterkt de ruimtelijke scheiding en beperkt inkijk. De afstand tussen de achterste grens van het perceel van de indieners en de nieuwe woonfunctie bedraagt minimaal 16 meter en wordt groen ingericht. De afstand van de zijdelingse perceelsgrens tot de meest nabijgelegen nieuwe woonfunctie bedraagt minimaal 25 meter en krijgt ook de functie ‘Groen’. Hiermee worden voldoende waarborgen getroffen om de woonkwaliteit en privacy van de bestaande woningen te garanderen. In de gebiedsvisie (mei 2024) is een stedenbouwkundige analyse uitgevoerd naar de mogelijkheden voor hoogbouw. Hierin is gemotiveerd dat locaties 1 en 2, stedenbouwkundig geschikt zijn voor hogere bebouwing.

Deze locaties liggen in het noordelijkste deel van het plangebied en zijn aangeduid met een maximale bouwhoogte van 9

Geen aanleiding tot wijziging.

Geen aanleiding tot wijziging.

respectievelijk 19 en 22 meter. Deze locaties zijn stedenbouwkundig passend vanwege de relatie met de IJssel en uiterwaarden, de zichtbaarheid vanaf de Westervoortse brug (Liemerspoort) en de functie als entree van het woongebied. Daarnaast is bij de positionering rekening gehouden met afstand tot bestaande woningen, het dijklichaam en talud en het beperken van slagschaduw.

2.11

Indieners constateren inconsistenties in de weergegeven plangebiedsgrens tussen de plankaarten en omgevingswet.overheid.nl, waardoor een deel van het plangebied volgens hen onvoldoende is uitgewerkt. Zij achten het ontwerp daardoor onvolledig en verzoeken om verduidelijking en volledige uitwerking vóór verdere besluitvorming.

De effecten van deze hoogbouw op de omliggende woningen en gronden is nader in beeld gebracht met een bezonningsstudie. Tijdens de inloopavond op 2 september 2025 is deze studie afgespeeld op een groot scherm en met indieners besproken. Uit deze nadere studie blijkt dat de schaduwwerking op de omliggende gronden beperkt is en daarmee geen onevenredige schade teweegbrengt. De verbeelding/plankaart zoals die op de landelijke website is gepubliceerd is leidend voor deze omgevingsplanwijziging. De indieners hebben terecht geconstateerd dat er in de motivering van de omgevingsplanwijziging verschillende afbeeldingen worden gebruikt om het plangebied te duiden. Deze afbeeldingen geven inderdaad geen eenduidig beeld van het plangebied en moeten daarom aangepast worden zodat deze corresponderen met de juridisch bindende verbeelding op de landelijke website.

10

De afbeeldingen in de toelichting worden aangepast zodat er een eenduidig beeld ontstaat van het plangebied.

Zienswijze 3 3.1

Samenvatting Indiener verzoekt om duidelijkheid en waarborgen dat eventuele toekomstige klachten niet zullen leiden tot beperkingen van de bedrijfsvoering of uitbreidingsmogelijkheden van het bedrijf. Daarbij wordt de gemeente gevraagd de belangen van het bedrijf, mede in het licht van de door de gemeente ondersteunde ontwikkelingsrichting in relatie tot Rivierklimaatpark IJsselpoort, volwaardig te bewaken en te borgen, eventueel door het opnemen van een (voorwaardelijke) verplichting.

3.2

Indiener stelt dat bij de planvorming rekening moet worden gehouden met de vergunde bedrijfsvoering en de maximale planologische mogelijkheden van het bedrijf. Volgens indiener bieden de technische rapportages onvoldoende inzicht in de gehanteerde bedrijfsgegevens en uitgangspunten, waardoor niet kan worden vastgesteld of de vergunde rechten correct zijn meegenomen. Indiener verzoekt om nadere toelichting op de gekozen uitgangspunten.

3.3

Indiener constateert dat een klein deel van de zonegrens van het industrieterrein niet op de verbeelding is opgenomen. Indiener verzoekt dit gebrek in het definitieve omgevingsplan te

Beantwoording Op voorhand kan niet worden uitgesloten dat klachten ontstaan. Het akoestisch onderzoek (bijlage 7 bij de toelichting) is opgesteld op basis van de verleende vergunningen van de bedrijven op het bedrijfsterrein. Nu de hogere waarden mede zijn gebaseerd op de vergunde rechten, blijft de exploitatie van het bedrijf van indiener ongewijzigd. Op basis van de verleende vergunningen is het geluidsniveau van het bedrijf van indiener begrenst. De voorziene ontwikkelrichting in relatie tot het Rivierklimaatpark resulteren niet in een uitbreiding van de bestaande geluidszone. Daarmee worden geen wederzijdse effecten gezien van deze ontwikkeling in relatie tot de toekomstige uitbreidingsmogelijkheden van het bedrijf van indiener. Het akoestisch onderzoek (bijlage 7 bij de toelichting) is gebaseerd op het zonebewakingsmodel dat bij de Omgevingsdienst Groene Metropoolregio aanwezig is. Dit geluidmodel is ingevuld aan de hand van de akoestische onderzoeken die zijn ingediend bij de aanvragen om vergunning. Uit de zienswijze blijkt dat indiener graag inzicht heeft in de ingevoerde bronnen. Indien dat gewenst is kan door de indiener van de zienswijze het geluidmodel worden opgevraagd. Indiener heeft terecht opgemerkt dat de geluidzone in het meest noordoostelijk deel van het plangebied niet volledig is opgenomen op de verbeelding. Dit gedeelte van de geluidzone zal 11

Conclusie zienswijze Geen aanleiding tot wijziging.

Geen aanleiding tot wijziging.

De gebiedsaanduiding ‘geluidzone – industrielawaai’ wordt toegevoegd op de

herstellen.

alsnog worden toegevoegd.

3.4

Indiener stelt dat de voorgenomen woningbouw leidt tot een aanzienlijke toename van de verkeersintensiteit op de IJsseldijk en de Driegaardensestraat. Wegen die van groot belang zijn voor een veilige en goed functionerende bedrijfsvoering. Indiener merkt op dat in het verkeersonderzoek wordt aangegeven dat aanpassing van het kruispunt Rivierweg–Driegaardensestraat noodzakelijk is, maar deze maatregel is niet juridisch geborgd in de planregels of de toelichting.

3.5

Indiener heeft herhaaldelijk zorgen geuit over de verkeersveiligheid op de IJsseldijk en ter hoogte van de rotonde Seingraaf, waar sprake is van een risicovolle combinatie van fiets- en vrachtverkeer. Gezien de verwachte extra verkeersdruk acht de indiener een concreet verkeerskundig plan noodzakelijk. De indiener verzoekt de gemeente te waarborgen dat de benodigde verkeersveiligheidsmaatregelen worden getroffen voordat de nieuwe woningen in gebruik worden genomen.

Door de geplande harde knip op de IJsseldijk neemt de verkeersdruk, ook na het voltooien van de nieuwe woonwijk, af ten opzichte van de huidige situatie. Daarnaast leidt de verbreding van de A12 en de aanleg van de A15 tot een verschuiving van de verkeersstromen. Uit het verkeersmodel blijkt duidelijk dat het op de dijk minder druk wordt. Uit het verkeersmodel blijkt ook dat het kruispunt Rivierweg-NieuwgraafDriegaardensestraat het verkeer als gevolg van Westervoort Noord adequaat kan afwikkelen. Uit het verkeersonderzoek blijkt inderdaad dat de kruising Rivierweg – Driegaardensestraat op termijn zal moeten worden aangepast vanwege de toenemende verkeerstromen. Gemeente en provincie onderzoeken momenteel hoe de kruising in de toekomst aangepakt kan worden zodat de verkeersstromen ook in de toekomst goed afgewikkeld kunnen worden. Zoals eerder vermeld blijkt uit het verkeersonderzoek dat de verkeersdruk op de IJsseldijk juist afnemen. Dat betekent dat de verkeersveiligheid verbeterd ten opzichte van de huidige situatie. Voorzien is dat de IJsseldijk ingericht zal worden als fietsstraat. In het kader van de ontwikkeling van het Rivierklimaatpark en het project dijkversterking PANWES wordt gestudeerd op maatregelen, zoals het scheiden van verkeersstromen op plaatsen waar verschillende verkeersstromen elkaar kruisen, om de veiligheid op de IJsseldijk te verbeteren. 12

verbeelding op de meest noordoostelijke punt van het plangebied. Geen aanleiding tot wijziging.

Geen aanleiding tot wijziging.

3.6

Indiener stelt dat participatie een belangrijk speerpunt is van de in 2024 in werking getreden Omgevingswet. Het verbaast indiener dat zij als bedrijf niet in een eerder stadium betrokken zijn in de planvorming. Indiener hoopt in het vervolg nadrukkelijker te mogen participeren in het traject.

Zienswijze 4 4.1

Samenvatting Indiener wijst erop dat het plangebied grenst aan percelen die essentieel zijn voor haar wettelijke taken en toekomstige uitbreidingsmogelijkheden. Deze percelen – inclusief spoorbaan en ondersteunende gronden – moeten te allen tijde onbelemmerd toegankelijk blijven voor indiener, haar aannemers en hulpdiensten. Het is niet toegestaan deze gronden te gebruiken zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van indiener. Bestaande rechten van derden voor de bereikbaarheid van assets van indiener dienen behouden te blijven. Daarnaast merkt indiener op dat in de motivering van het plan wordt gesteld dat resterende trillingen “aanvaardbaar” zijn. Omdat deze trillingen echter hoger kunnen zijn dan de streefwaarden uit Richtlijn SBR B, verzoekt indiener de gemeente toekomstige bewoners expliciet te informeren over mogelijke trillinghinder.

4.2

Dit is echter geen onderdeel van deze omgevingsplanwijziging. Indiener wordt uitgenodigd voor een gesprek om de ingediende zienswijzen nader toe te lichten. Daarnaast zal de indiener geïnformeerd worden over het verdere verloop van de formele procedure rondom deze omgevingsplanwijziging.

Geen aanleiding tot wijziging.

Beantwoording Het plangebied grenst niet direct aan percelen van indiener. De bereikbaarheid van het spoor en de toegankelijkheid van de overige eigendommen van indiener wijzigen niet als gevolg van deze omgevingsplanwijziging.

Conclusie zienswijze Geen aanleiding tot wijziging.

Indiener merkt terecht op dat de resterende trillingen hoger kunnen zijn dan de streefwaarden. Daarbij is het inderdaad noodzakelijk dat toekomstige bewoners goed geïnformeerd worden over de mogelijke gevolgen hiervan. Om dit aspect ook juridisch goed te borgen is ervoor gekozen om een aanduiding aan te brengen op de verbeelding die correspondeert met de trillingsgevoelige zone uit het trillingsonderzoek (bijlage 10 bij de toelichting). Op basis van deze voorwaardelijke

De aanduiding ‘overige zone – trillingszone’ wordt opgenomen op de verbeelding.

13

De planregels worden aangevuld met artikel 10.2.10 ‘Voorwaardelijke verplichting trillingen’.

verplichting wordt het verplicht om aan te tonen dat, eventueel met specifieke maatregelen, kan worden voldaan aan daar gelden minimale eisen. Zienswijze 5

Samenvatting

Beantwoording

Conclusie zienswijze

5.1

Binnen het plangebied bevindt zich een regionale hogedruk-gastransportleiding (N-559-35). Deze leiding is niet op de verbeelding opgenomen. Indiener verzoekt de gemeente om de leiding alsnog op de verbeelding van het plan op te nemen, inclusief een belemmeringenstrook van 4 meter aan weerszijden op grond van artikel 5.18, lid 2 Bkl.

Geen aanleiding tot wijziging.

5.2

Omdat de leiding ontbreekt, zijn ook geen bijbehorende planregels opgenomen. Indiener verzoekt daarom om de relevante bepalingen uit de Staalkaart Netbeheer Nederland (p. 60–62) volledig over te nemen in het artikel “Buisleiding”.

Voorliggende omgevingsplanwijziging wijzigt enkel hetgeen wat nodig is om de beoogde nieuwe ontwikkelingen mogelijk te maken. De bestaande regels uit het tijdelijke deel van het omgevingsplan, waaronder de bepalingen die gelden voor de leiding en de bijbehorende beschermingszone, liggen al vast in het gemeentelijke omgevingsplan en blijven onverminderd van kracht. Deze regels worden door deze planwijziging niet aangepast of gewijzigd. In dit geval vervallen de bestemmingen Agrarisch, Sport en Water en wordt deze vervangen door bestemmingen Dienstverlening, Gemengd, Groen, Verkeer, Water, Wonen en Woongebied met bijbehorende gebruik- en bouwregels. Overige regels en daarbij behorende aanduidingen en dubbelbestemmingen blijven gelden op basis van de geldende bestemmingsplannen. Zie reactie op zienswijze 5.1

5.3

Tot slot vraagt indiener om de voorgenomen wijzigingen voorafgaand aan vaststelling van het

De reactie op de ingediende zienswijze wordt aan alle indieners toegezonden voorafgaand

Geen aanleiding tot wijziging.

14

Geen aanleiding tot wijziging.

plan ter beoordeling toe te zenden.

aan de vaststelling door de gemeenteraad. Indieners worden daarnaast volledig geïnformeerd over het verdere verloop van de formele procedure.

Zienswijze 6

Samenvatting

Beantwoording

Conclusie zienswijze

6.1

Indieners achten de voorziene bouwhoogte van circa vijftien meter boven dijkhoogte niet passend bij het karakter van de IJsseldijk en de landelijke uitstraling van het rivierengebied. De beoogde hoogte zou volgens hen een onevenredig dominant effect hebben op het dijkbeeld, op zichtlijnen en op de landschapsbeleving, en daarmee de omgevingskwaliteit aantasten.

Bij de besluitvorming over “de haalbaarheidsstudie en vervolg WestervoortNoord” is expliciet met een amendement aandacht gevraagd voor mogelijke hoogbouw. In de gebiedsvisie (vastgesteld in mei 2024) is een stedenbouwkundige analyse uitgevoerd naar de mogelijkheden voor hoogbouw. Daaruit volgt dat binnen Westervoort-Noord onder meer locatie 1 en 2 aan de IJsseldijk geschikt zijn voor een hoogteaccent. De maximale bouwhoogte voor de locatie is juridisch vastgelegd op de verbeelding van het omgevingsplan.

Geen aanleiding tot wijziging.

Indieners verzoeken de gemeente: - Leg in de planregels en/of de verbeelding een maximum vast van niet meer dan 10 meter boven dijkhoogte voor bebouwing die vanaf de lJsseldijk en de dijkzone beeldbepalend is. Neem hierbij een duidelijke aanduiding en kaartbegrenzing op van de zone waarvoor dit maximum geldt (bijvoorbeeld een "lJsseldijk zone" of vergelijkbare aanduiding), zodat voor iedereen eenduidig is waar de bouwhoogtebeperking van toepassing is. - Indieners verzoeken een expliciet beslispunt over dit onderwerp op te nemen in deze nota van wijzigingen.

6.2.1

Indieners geven aan dat het voor hen

Deze locatie is stedenbouwkundig passend vanwege de relatie met de IJssel en uiterwaarden, de zichtbaarheid vanaf de Westervoortse brug (Liemerspoort) en de functie als entree van het woongebied. Ook is bij de positionering rekening gehouden met afstand tot bestaande woningen, het dijklichaam en talud en het beperken van slagschaduw. Deze zienwijze geeft, gezien bovenstaande overwegingen, geen aanleiding om deze maximale bouwhoogtes aan te passen. Het verzoek van indieners wordt daarmee niet opgevolgd. In het plangebied zijn inderdaad ook de 15

De motivering is op

onduidelijk is waarom ervoor is gekozen om de percelen IJsseldijk 88 en 90 onderdeel te laten vormen van de omgevingsplanwijziging. Het plan motiveert volgens indieners niet waarom nu een woonbestemming wordt toegekend, terwijl eventuele bouwmogelijkheden onduidelijk blijven. Indieners willen duidelijkheid over al deze punten en verzoeken een expliciet beslispunt over dit onderwerp op te nemen in deze nota van wijzigingen.

6.2.2

6.2.3

Volgens indieners ontbreekt een stedenbouwkundig ontwerp voor deze percelen en is er geen toetsing aan relevant overheidsbeleid. Indieners betogen dat het plan hierdoor in strijd is met het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel. Indieners geven aan dat het onduidelijk is op welke termijn het bestaande bedrijf op IJsseldijk 90 zal worden beëindigd. Indieners geven aan dat in de plannen goed gemotiveerd had moeten worden wanneer de activiteiten op IJsseldijk 90 worden beëindigd aangezien dit bedrijf onder het overgangsrecht valt. Volgens indieners is

agrarische percelen van IJsseldijk nr.88 en nr.90 meegenomen. Er heeft overleg plaatsgevonden met de eigenaren van deze adressen en zij hebben ingestemd met de bedrijfsbeëindiging en het omzetten van de agrarische bestemming naar een woonbestemming. De woonbestemming is de meest logische functie, aangezien bij beëindigen van de agrarische bedrijfsactiviteiten, de woningen nog wel aanwezig blijven Deze omzetting heeft ook een positief effect op het woon- en leefklimaat van de nieuwe woningen van Westervoort-Noord. Op de verbeelding krijgen deze percelen in deze planwijziging geheel de woonbestemming. Voor de bestaande woningen op deze percelen worden bouwvlakken opgenomen. Hiermee worden de bestaande woningen ook positief bestemd. Met de opname van deze percelen worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt en dus ook geen extra woningen toegestaan. Zie antwoord op zienswijze 6.2.1 In aanvulling daarop wordt nogmaals benadrukt dat met deze wijziging van bestemming, van ‘Agrarisch’ naar ‘Wonen’, geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt. Vandaar is opname in het stedenbouwkundig ontwerp niet relevant voor deze locaties.

Met de eigenaar van IJsseldijk 90 is overeengekomen dat de verleende milieuvergunning en/of ingediende melding op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving wordt ingetrokken voor de juridische levering van de door de gemeente van eigenaar gekochte gronden. Deze levering is voorzien 16

pagina 13 en 14 aangevuld met een paragraf getiteld ‘IJsseldijk 88 en 90’.

Geen aanleiding tot wijziging.

Geen aanleiding tot wijziging.

6.2.4

6.2.5

6.2.6

ten onrechte geen rekening gehouden met het overgangsrecht. Hierdoor is het mogelijk dat het bedrijf ook na wijziging van het omgevingsplan kan worden voortgezet, terwijl de gevolgen daarvan voor de omliggende percelen onvoldoende zijn meegewogen. Indieners stellen dat de nieuwe woonfunctie op IJsseldijk 90 binnen de richtafstand van de manege (IJsseldijk 92a) valt en dat een afwijking van de richtafstanden hierbij in zijn geheel niet gemotiveerd is. Daarbij wordt gewezen op het feit dat in de motivering, onder meer bij de beoordeling van de manege, wordt uitgegaan van een bestaande bedrijfswoning, terwijl deze woning door het plan wordt omgezet naar een reguliere woonbestemming. Volgens indiener zijn de gevolgen hiervan voor de ontwikkelingsmogelijkheden van het bedrijf niet kenbaar meegewogen, waardoor het plan in strijd is met het motiveringsbeginsel. Indieners geven aan dat er geen sprake is geweest van participatie ten aanzien van de woningen op de percelen IJsseldijk 88 en 90. Indieners betogen dat participatie niet vrijblijvend is en geven aan dat dit, ten aanzien van dit onderwerp alsnog moet worden gevoerd.

vóór 1 juli 2026.

Indieners stellen dat de functiewijziging naar wonen, met de expliciete verwachting van latere

De rijbak ligt op meer dan 50 meter van het perceel IJsseldijk 90. Tot de feitelijke activiteiten wordt de richtafstand van 30 meter (voor stof en geluid) hier mee ruimschoots gehaald. De woning aan de IJsseldijk 90 wordt omgezet in een burgerwoning, wat de feitelijke activiteiten bij de manege niet belemmerd, aangezien aan de richtafstand tot de rijbak wordt voldaan. Om dit beter te duiden is de motivering op dit punt nader uitgewerkt.

Paragraaf 4.2 van de toelichting, met de titel ‘manege’, wordt tekstueel aangevuld.

Op deze percelen worden nu geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt, vandaar dat hier geen actieve participatie over is gevoerd. In het geval de eigenaar van een van deze percelen te zijner tijd een nieuwe ontwikkeling wil ontplooien dan is daar te allen tijde een omgevingsvergunning, dan wel omgevingsplanwijziging voor nodig. Participatie is in dat geval een verplicht onderdeel van die procedure.

Geen aanleiding tot wijziging.

Deze omgevingsplanwijziging biedt geen mogelijkheden voor nieuwe ontwikkelingen op

Geen aanleiding tot wijziging.

17

6.3

6.4

woningbouw leidt tot een planologische verslechtering met aantasting van openheid, privacy en woonkwaliteit. Daarnaast vreest indiener dat deze wijziging kan leiden tot nadeelcompensatie vanwege de verslechterde planologische situatie. Indieners verzoeken de gemeente: - Herzie de zachte knip en borg dat er een volwaardige en veilige uitvalsroute voor bewoners van de lJsseldijk behouden blijft. - Neem in de motivering en planuitwerking expliciet en toetsbaar op hoe sluipverkeer wordt voorkomen en hoe verkeersveiligheid wordt geborgd. Betrek hierbij expliciet een onderbouwing die past bij een verkeersbesluit en toets de maatregel aan de eisen voor bereikbaarheid en inzetbaarheid van hulpdiensten (brandweer, ambulance) en aan calamiteitenscenario's (gladheid, incidenten, hoogwater), zodat aantoonbaar is dat deze keuze leidt tot een veilige situatie. - Indieners verzoeken een expliciet beslispunt over dit onderwerp op te nemen in deze nota van wijzigingen.

Indieners verzoeken de gemeente om de gevolgen van geluid en trillingen te beperken

deze locaties. Eventuele nadeelcompensatie is pas aan de orde als in de toekomst een omgevingsvergunning voor aanvullende bebouwing zou worden afgegeven.

Geen aanleiding tot De huidige Brouwerslaan is een sluiproute wijziging. tussen de IJsseldijk en de Dorpstraat, voor verkeer van de A12 naar de Pleijroute. Met de realisatie van project ViA15 zal de behoefte aan deze sluiproute naar verwachting minder worden, dan wel helemaal verdwijnen. In het kader van de ontwikkeling van de nieuwe woonwijk wordt de sluiproute nog onaantrekkelijker gemaakt door het verkeer tussen IJsseldijk en Dorpstraat door de nieuwe woonbuurt te leiden in plaats van rechtstreeks via de Brouwerslaan. Op een bewonersavond op 17 december 2024 zijn verschillende mogelijkheden om sluipverkeer over de Brouwerslaan te weren voorgelegd. De voorkeur van bewoners is in de plannen verwerkt. Het stedenbouwkundig plan is op bereikbaarheid voor hulpdiensten getoetst door de Veiligheidsen Gezondheidsregio Gelderland-Midden (VVGM) en in deze fase akkoord bevonden. Ook bij de verdere uitwerking wordt de VVGM betrokken zodat de bereikbaarheid voor hulpdiensten gewaarborgd is. Gezien bovenstaande wordt er geen aanleiding gezien om specifieke beslispunten op te nemen met betrekking tot deze onderwerken. Ten aanzien van wegverkeerslawaai wordt een bronmaatregel uitgevoerd, de Hamersestraat 18

Bijlage 7 bij de toelichting –

met bronmaatregelen. Daarbij wordt verzocht deze randvoorwaarden zo veel mogelijk vast te leggen voor vaststelling en expliciete beslispunten op te nemen in deze nota van wijzigingen.

6.5

Indieners verzoeken de gemeente een minimale kwaliteit en breedte van de groenstructuren en wateropvang, zodat groen en klimaatadaptatie niet onder druk komen te staan door de haalbaarheid en woningdruk. Daarbij wordt verzocht deze randvoorwaarden zo veel mogelijk vast te leggen voor vaststelling en expliciete beslispunten op te nemen in deze nota van wijzigingen.

krijgt een maximumsnelheid van 30 km/uur. Tijdens de raadsvergadering van 14 april 2025 is besloten om: ‘De Hamersestraat vanaf de Rivierweg tot aan de Brouwerslaan uiterlijk 2027 af te schalen naar het niveau GOW-30’. Dit scenario is ook nader onderzocht in het akoestisch onderzoek bij dit plan (bijlage 7 bij de toelichting). De motivering van ‘WestervoordNoord, oostelijk deel’ is hierop tekstueel aangevuld. Om de mogelijke gevolgen van trillingen vanuit het spoor te borgen wordt er een aanduiding aan te brengen op de verbeelding die correspondeert met de trillingsgevoelige zone uit het trillingsonderzoek (bijlage 10 bij de toelichting). Op basis van deze voorwaardelijke verplichting wordt het verplicht om aan te tonen dat, eventueel met specifieke maatregelen, kan worden voldaan aan richtlijn SBR B. 30% van het plangebied bestaat uit groen en water. Voor waterberging zijn de eisen van het Waterschap Rijn & IJssel en de gemeentelijke eisen van toepassing. De groenstructuur is vastgelegd op de verbeelding van het omgevingsplan en kan daarom niet meer ingewisseld worden voor woningbouw.

19

‘Akoestisch onderzoek’ is nader uitgewerkt met betrekking tot deze bronmaatregel.

Geen aanleiding tot wijziging.

Zienswijze 7 7

Samenvatting Deze zienswijze is identiek aan zienswijze 6. Voor de samenvatting, beantwoording en conclusies met betrekking tot deze zienswijze wordt daarom verwezen naar zienswijze 6.

Zienswijze 8 8.1

Samenvatting Indiener vraagt zich af wat de raad wil bereiken met het opknippen van het ontwerpomgevingsplan in twee delen (oostelijk deel en westelijk deel).

8.2

Beantwoording Zie zienswijze 6

Beantwoording Door te kiezen voor twee afzonderlijke planwijzigingen, voor respectievelijk het westelijk deel en het oostelijk deel van WestervoortNoord, wordt voorkomen dat vertraging in één deelgebied de besluitvorming over het andere deelgebied beïnvloed. De gronden in het oostelijk deel zijn momenteel in gebruik als agrarische gronden en zodoende op korte termijn gereed om de beoogde woningbouwplannen te realiseren. Op het westelijke deel zijn momenteel nog de sportvelden van SC Westervoort, AVW’66 en TV Westervoort gevestigd. De woningbouwontwikkeling op het westelijk deel is afhankelijk van de verplaatsing van de sportvelden en komt zodoende nog niet op korte termijn beschikbaar voor woningbouw. Door beide onderdelen van de gebiedsontwikkeling op te knippen worden de risico’s op vertraging in de planwijzigingsprocedure voor het oostelijke deel verkleint, dit alles met als doel te afhankelijkheid tussen beide plangebieden te minimaliseren. Indiener stelt dat in de MER-beoordelingsnotities De verontreinigingspluim, veroorzaakt door de voor beide plannen geen analyse is opgenomen voormalige stort, wordt al gemonitord. Dit van de mogelijke effecten van de gebeurt in twee kaders: het beheerplan en de bouwactiviteiten op de vervuilingspluim van de verplichtingen vanuit de Wet 20

Conclusie zienswijze Zie zienswijze 6

Conclusie zienswijze Geen aanleiding tot wijziging.

Geen aanleiding tot wijziging.

voormalige stortplaats IJsseldijk (“Bult van Putman”) aangezien het de nieuwe bebouwing plaatsvindt in het instroomgebied. Indiener acht een dergelijke analyse, inclusief monitoring en actieplan, noodzakelijk en verzoekt daarom de gemeente om de ontwerpomgevingsplanwijzigingen hierop aan te passen.

8.3

Indiener merkt op dat in de ontwerpomgevingsplanwijzigingen variërende getallen (aantallen woningen) worden gebruikt, wat onduidelijkheid geeft over wat er precies gepland is. Indiener verzoekt de ontwerpomgevingsplanwijzigingen en de bijlagen met elkaar in lijn te brengen betreffende de “Scope” van het project.

bodembescherming (Wbb). De monitoring in het kader van de Wbb wordt mogelijk in 2032 beëindigd, maar de monitoring in het kader van het beheer is in principe eeuwigdurend. De rapportages van de monitoringen zijn te downloaden op https://gelderland.nazca4u.nl/rapportage/. Verder is in dit stadium nog niet bekend wat voor bebouwing er precies gaat komen of hoe deze wordt gerealiseerd (wat voor soort fundering bijvoorbeeld). Daardoor zijn de uiteindelijke geohydrologische gevolgen nog niet bekend, en is ook niet te zeggen of, áls die gevolgen er zijn, sprake is van nadelige beïnvloeding van de pluim. Zodra de realisatiefase in beeld komt, zal de ontwikkelaar met het bevoegd gezag moeten afstemmen in hoeverre de geohydrologie wordt beïnvloed, en of er aanvullende maatregelen noodzakelijk zijn. Indiener merkt terecht op dat de aantallen woningen die genoemd worden in het plan niet overal hetzelfde zijn. Dit is vanwege de gewenste flexibiliteit in de uitwerking van de plannen. Het maximumaantal woningen in de twee omgevingsplannen is iets verhoogd. In het westelijk deel van maximaal 382 woningen in het stedenbouwkundig plan naar maximaal 390 woningen en in het oostelijk deel van maximaal 210 woningen naar maximaal 220 woningen. In het verkeersonderzoek, het parkeeronderzoek en het akoestisch onderzoek is uitgegaan van de aantallen in het stedenbouwkundig plan.

De onderzoeksbureaus geven aan dat de resultaten 21

Geen aanleiding tot wijziging.

8.4

Indiener stelt dat de ontsluiting van de nieuwe woningen uit, een deel van, het westelijk deel en alle woningen uit het oostelijk deel via één ontsluitingsweg leidt tot een negatief woonklimaat, met name voor de woningen bij de rotonde aan de Hamersestraat.

8.5

Indiener merkt op dat nergens in de plannen schattingen van aanrijtijden voor hulpdiensten worden genoemd. Indiener doet een aanbeveling om de aanrijtijden voor beide plannen te controleren en waar nodig actie te ondernemen.

8.6

Indiener stelt ten aanzien van het geluidonderzoek van DGMR (M.2025.0609.01.R001) het volgende: - Het is voor indiener niet duidelijk in hoeverre het versterkte lawaai van de stalen spoorbrug is meegenomen in de analyse. - Het is voor indiener ook onduidelijk hoe de ontwerp-omgevingsplanwijzigingen in relatie staan tot het ontwerpbesluit ten aanzien van de beoogde geluidsproductieplafondverlaging van ProRail’.

van de berekeningen door een paar extra woningen niet significant veranderen en de conclusies ongewijzigd blijven. In het stikstofonderzoek is rekening gehouden met 10% extra verkeersbewegingen om in dit geval aan de veilige kant te blijven. Door de aanleg van de woonwijk komt meer verkeer op/nabij de rotonde Hamersestraat. Dit is al voorzien bij de aanleg van de rotonde. Uit het verkeerskundig onderzoek (bijlage 17 bij de motivering) blijkt dat de hoeveelheid verkeer die op de rotonde komt als gevolg van WestervoortNoord goed afgewerkt kan worden. Het stedenbouwkundig plan (bijlage 1 bij de toelichting) dat ten grondslag ligt aan deze omgevingsplanwijziging is voor de bereikbaarheid van de hulpdiensten getoetst door de Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden (VVGM) en voor deze fase akkoord bevonden. In de verdere uitwerking van de plannen wordt de VVGM betrokken zodat de bereikbaarheid voor hulpdiensten gewaarborgd is. Uit paragraaf 4.1 van het akoestisch onderzoek blijkt dat voor het geluidsniveau van de hoofdspoorwegen gebruik is gemaakt van de Centrale Voorziening Geluidgegevens (CVGG). In deze gegevens is de brug verwerkt. Op het moment van ter inzage leggen van het plan ging het nog om een ontwerpbesluit voor het verlagen van de geluidproductieplafonds (GPP’s).

We hebben een berekening toegevoegd aan de het akoestisch onderzoek (bijlage 7 bij de toelichting) waarbij wel rekening 22

Geen aanleiding tot wijziging.

Geen aanleiding tot wijziging.

Artikel 5.3.1 lid b & 10.6.1 lid b worden toegevoegd aan de planregels om te borgen dat, na vaststelling, gebruik gemaakt kan worden van de verlaagde GPP’s.

- Indiener merkt op dat er in het rapport verschillende opties en meerdere mogelijke maatregelen staan die getroffen kunnen worden om de geluidsdruk te verminderen. Indiener heeft in de ontwerpplannen echter niet kunnen achterhalen welke maatregelen de raad voorstelt om zodoende een acceptabel woonklimaat te bereiken. Daarbij moet het streven volgens indiener zijn om het ‘ontwerpbesluit hogere waarde WestervoortNoord, westelijk deel overbodig te maken. 8.7

Indiener stelt dat de ontwerp omgevingsplanwijzigingen niet voldoen aan het vereiste van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, door het ontbreken van een volledige en integrale beoordeling van de verkeersgevolgen en niet wordt bijgedragen aan de ambities van de provincie op het gebied van “Efficiënte, duurzame en innovatieve bereikbaarheid, toegesneden op de veranderende vraag te bereiken’’ en “Een duurzaam, dynamisch en toegankelijk economisch vestigingsklimaat, waar voor ondernemers en inwoners een sterke aantrekkingskracht vanuit gaat”.

is gehouden met deze verlaging. In de planregels wordt daarom een bepaling opgenomen dat wanneer het besluit voor het verlagen van de GPP’s definitief is, van deze verlaagde niveaus gebruik gemaakt mag worden. Het hogere waardenbesluit is gerelateerd aan de geluidproductie van de aanwezig bedrijven in de nabijheid van het plangebied. Deze kunnen niet zomaar verwijderd worden. Het nemen van een hogere waardenbesluit wordt gezien als een passende oplossing van deze situatie. Er is een verkeerskundig onderzoek uitgevoerd naar de beste ontsluiting van WestervoortNoord, deze is opgenomen als bijlage 17 bij de toelichting. Het verkeersmodel is in dit rapport doorgerekend en alternatieve ontsluitingen zijn bekeken. Hieruit is naar voren gekomen dat de nu voorliggende ontsluitingsstructuur is de beste oplossing binnen de bestaande ruimtelijke mogelijkheden en het beschikbare wegennet. Gezien deze overwegingen wordt niet meegewerkt aan het verzoek van indiener.

Indiener verzoekt daarom de ontwerp-omgevingsplanwijzigingen aan te passen, met het oog op verbetering van de bereikbaarheid en verkeersdoorstroming, onder meer door het verwijderen van de harde en zachte knip, de ontsluiting van het oostelijk deel door te trekken richting het westelijk deel en 23

Geen aanleiding tot wijziging.

8.8

daarmee aan te sluiten op de Brouwerslaan en het westelijk deel te ontsluiten over de IJsseldijk. Indiener stelt dat in de ontwerp omgevingsplanwijzigingen en het verkeerskundig advies onvoldoende aandacht is besteed aan de gevolgen voor fietsers en voetgangers. Indiener geeft aan dat bij voorkeur zou moeten worden aangegeven welke maatregelen worden getroffen om de doorstroming van fietsers en voetgangers te verbeteren. Indiener verzoekt daarom om aanvulling van de plannen en het verkeerskundig rapport op dit punt.

8.9

Indiener doet een aanbeveling richting de gemeente, te weten: Er moet worden geregeld worden dat de bereikbaarheid van het dorp verbeterd wordt, middels een extra brug over de IJssel en/of een verbetering van de doorstroming op de Brugweg.

8.10

Indiener doet een aanbeveling richting de gemeente, te weten: De raad zou een voorwaarde aan de uitvoering van de plannen moeten stellen: Alleen als er een substantiële bijdrage van de Provincie en/of het Rijk komt kunnen de plannen zoals weergegeven in de ontwerp-omgevingsplanwijzigingen uitgevoerd worden.

In het plan is zorgvuldig gekeken naar de impact voor alle verkeersdeelnemers, dus ook naar de gevolgen voor voetgangers en fietsers. Er zijn goede verbindingen voor voetgangers en fietsers in alle delen van het plangebied en er zijn ook aansluitingen op/naar het bestaande gebied, met name voor fietsers en voetgangers. De rapportage en ook het plan voldoen dus op dit vlak.

Geen aanleiding tot wijziging.

De gemeente Westervoort werkt samen met het “versnellingsteam” van de provincie aan een onderzoek naar een veilige, goede en duurzame bereikbaarheid van Westervoort (en dus ook het plangebied van Westervoort-Noord). Het onderzoek leidt tot aanbevelingen m.b.t. bereikbaarheid en ontsluiting maar hebben geen gevolgen voor de huidige opzet van WestervoortNoord. De financiële kaders voor het omgevingsplan Westervoort-Noord, westelijk deel zijn vastgelegd in de grondexploitatie WestervoortNoord en op 10 november 2025 door de gemeenteraad vastgesteld. De gemeente heeft voor deze ontwikkeling ook WBI en WOKT subsidies ontvangen waarmee de uitvoerbaarheid waar indiener over spreekt gegarandeerd worden.

Geen aanleiding tot wijziging.

24

Geen aanleiding tot wijziging.

Zienswijze 9 9.1

Samenvatting Indiener stelt dat in bijlage 4 “Toelichting waterberging” onder “Gehanteerde normen/uitgangspunten” staat: “De norm die de gemeente hanteert (80 mm per m²) is anders dan 60 mm per m² dat het waterschap hanteert.” Dit is echter niet andersom: het waterschap hanteert volgens vigerend beleid een bergingsopgave van 80 mm water per m² verhard oppervlak.

Beantwoording De opmerking van indiener is correct en moet worden aangepast. Voor de berekeningen is overigens wel uitgegaan van 80 mm. Dit wordt tekstueel aangepast in de bijlage

Conclusie zienswijze Bijlage 4 bij de toelichting wordt aangepast door op te nemen dat het waterschap een norm van 80mm per m2 hanteert.

9.2

In bijlage 4 “Toelichting waterberging” op pagina 2 staat het bolletje: “De voorkeur om alle watergangen in eigendom van het waterschap te houden.” Het waterschap is echter niet van alle watergangen privaatrechtelijk gezien eigenaar, maar is wel altijd beheerder en onderhoudt het waterschap de watergangen.

Het uitgangspunt is dat bestaande watergangen in het gebied zoveel mogelijk worden behouden. Daar waar dat niet mogelijk is wordt in overleg met het waterschap voor andere oplossingen gekozen. Dit wordt tekstueel aangepast in bijlage 4 bij de toelichting.

9.3

In de “Toelichting waterberging Waterberg Westervoort-Sportvelden” (Buro SRO) wordt op pagina 3 van 6 uitgegaan van 50% verhard oppervlak. Het waterschap hanteert een norm van 70% verharding. Hoewel dit binnen het plan niet zal leiden tot een tekort aan waterberging, verzoekt het waterschap genoemde norm op te nemen.

Bijlage 4 bij de toelichting zal op dit punt tekstueel aangepast worden.

Bijlage 4 bij de toelichting wordt op pagina 2 tekstueel gevuld door aan te geven dat: ‘Daar waar dat niet mogelijk is wordt in overleg met het waterschap voor andere oplossingen gekozen’. Bijlage 4 bij de toelichting zal tekstueel aangepast worden door het percentage verhard oppervlak aan te passen van 50% naar 70%.

9.4

In de verbeelding bij “Westervoort-Noord, westelijk deel & ontwerpbesluit hogere waarde Westervoort-Noord” is geen bestemmingszone opgenomen voor de aanwezige waterkering die

Deze waterkering en bijbehorende profiel van vrije ruimte is inderdaad niet overgenomen op de verbeelding van de ontwerpplannen. Deze is in eerste aanleg niet opgenomen omdat deze 25

De verbeelding wordt aangepast door het opnemen van de kernzone en het profiel

binnen het plangebied gelegen is. Zowel de kernzone, beschermingszone en het profiel van vrije ruimte (PVR) zijn niet aangegeven. Het waterschap verzoekt om deze bestemmingen op te nemen als waterstaatswerk. Vanwege de waterveiligheid en het verbod om zonder vergunning te bouwen op keringen is dit cruciaal.

9.5

In de toelichting bij het omgevingsplan wordt niet verwezen naar de waterkering en wordt niet aangegeven dat voor bouwen nabij de waterkering eerst contact met het waterschap opgenomen dient te worden. Gezien de waterkering en dit ook van cruciaal belang.

9.6

In de Regels bij het omgevingsplan onder artikel 8 “Water” wordt onder a tot en met d een opsomming gegeven van alle wateraangewezen functies, echter wordt de kering niet specifiek aangegeven. Het waterschap verzoekt de kering onder artikel 8 op te nemen en ook graag op te nemen onder de begripsbepalingen. In relatie daartoe wordt onder artikel 13.1 aangegeven dat ondergronds bouwen toegestaan is onder hoofdgebouwen. Dit botst met het profiel van vrije ruimte langs de waterkering, dat niet mag worden doorgestoken door het aanleggen van holle ruimtes onder dit profiel. Het waterschap verzoekt dit aan te passen en een voorbehoud voor de waterkering op te nemen in dit artikel.

als geborgd is in bestemmingsplan WestervoortNoord 2015 en deze planwijziging geen wijzigingen aanbrengt in de regels voor de waterkering. Naar aanleiding van nader overleg met het waterschap is naar voren gekomen dat de wijze waarop de waterkering zoals deze is opgenomen in bestemmingsplan WestervoortNoord 2015 niet actueel is. Daarom is ervoor gekozen om de kernzone van de kering en het profiel van vrije ruimte in dit plan op te nemen op zowel de verbeelding als in de planregels. Gezien de beantwoording van zienswijze 9.4 is het inderdaad van belang om ook in de plantoelichting een passage op te nemen die verwijst naar de waterkering en de verplichting om contact te leggen met het waterschap voorafgaand aan het bouwen nabij de kering.

voor vrije ruimte voor de waterkering.

In navolging op de beantwoording van zienswijze 9.4 en 9.5 zullen de planregels aangepast worden overeenkomstig de inhoud van de zienswijze.

Artikel 11 is opgenomen in de planregels. Artikel 13.1 wordt aangevuld waaruit volgt dat ondergronds bouwen binnen de aanduiding ‘Waterstaatswerk’ niet is toegestaan.

26

Artikel 11 wordt toegevoegd aan de planregels waarmee de waterkering en bijbehorende profiel van vrije ruimte op de juiste manier worden geborgd. Paragraaf 4.1 van de toelichting wordt tekstueel aangevuld.

Zienswijze 10 10.1

10.2

Samenvatting Indiener stelt niet als belanghebbende of relevante stakeholder aangemerkt te zijn, slechts als geïnteresseerde. Indiener geeft aan niet actief betrokken geweest of actief benaderd te zijn. Dit is volgens indiener in strijd met de uitgangspunten van de omgevingswet, waarin vroegtijdige en passende participatie van omwonenden centraal staat.

Indiener geeft aan zich tijdig te hebben aangemeld voor de klankbordgroep, maar pas achteraf te hebben vernomen dat deze al was gevormd. De samenstelling werd niet gedeeld en het eerste overleg had reeds plaatsgevonden. Volgens indiener ontbreekt hierdoor transparantie en is de betrokkenheid beperkt tot een selecte groep, wat in strijd is met de geest van participatie.

Beantwoording

Conclusie zienswijze

In het participatie- en communicatieplan Westervoort-Noord (in juni 2023 vastgesteld door de gemeenteraad) is een stakeholderanalyse opgenomen. In deze analyse worden alle belanghebbenden in groepen ingedeeld op basis van hun belang en de mate waarin ze beslissingsbevoegd zijn. Omwonenden hebben een hoog belang maar weinig formele beslissingsmacht, daarom worden ze volgens deze systematiek ingedeeld in de groep geïnteresseerden. De indeling in deze categorie zegt dus niets over de weging van de inbreng vanuit omwonenden. Alle inwoners en omwonenden van het plangebied zijn voor alle informatieavonden uitgenodigd. Met name de inbreng op het stedenbouwkundig plan is uitgebreid gedocumenteerd voor de vaststelling in de gemeenteraad. Wij vinden het vervelend om te horen dat voor u pas in een later stadium duidelijk is geworden dat u niet opgenomen bent in de klankbordgroep. Wij erkennen dat dit in de communicatie niet goed is gegaan in deze fase van het proces rondom het vormen van de klankborgroep.

Geen aanleiding tot wijziging.

In het participatie- en communicatieplan is vastgelegd hoe de samenstelling van de klankbordgroep wordt geregeld. Vanwege de vele aanmeldingen uit de directe omgeving zijn uiteindelijk meer personen uit de directe omgeving uitgenodigd voor de klankbordgroep, 27

Geen aanleiding tot wijziging.

10.3

Indiener geeft aan dat in eerdere conceptplannen de eigen woning en die van directe buren niet zichtbaar waren, wat tot grote onrust heeft geleid. Na inspraak zijn de woningen weer opgenomen, maar thans opnieuw binnen het plangebied geplaatst, waardoor onduidelijkheid blijft bestaan over het voortbestaan van de woning. Volgens indiener is hierbij onzorgvuldig gehandeld.

10.4

Indiener stelt dat de toegezegde groene buffer van minimaal 15 meter tussen bestaande en nieuwe bebouwing in het ontwerp-omgevingsplan stapsgewijs wordt uitgehold door versmallingen, gemiddelde berekeningen en het meerekenen van groen buiten het plangebied. Dit acht de indiener in strijd met eerdere toezeggingen en adviezen. Indiener verzoekt: 1. Overal een minimale breedte van 15 meter of meer groene buffer aanhouden zonder uitzondering. 2. Bestaand groen niet meerekenen als buffer maar de buffer geheel op het plangebied te plaatsen 3. De groene buffer daadwerkelijk als buffer inrichten en niet als wandelpad, wadi, speelvoorziening of losloopgebied of verlengde tuin. 4. Inrichting met dichte struiken en

echter niet iedereen die zich had aangemeld kon daar een plek krijgen. Door een aantal verbeeldingen in de conceptgebiedsvisie is onrust ontstaan over de positie van een aantal woningen in het gebied. Mede naar aanleiding van een inspraakbijdrage tijdens de commissiebehandeling van de gebiedsvisie zijn deze verbeeldingen aangepast, ook is mondeling in de commissievergadering aangegeven dat het nooit de bedoeling is geweest om deze percelen in de planvorming te betrekken. Bij deze wordt nogmaals bevestigd dat de woning van indiener geen onderdeel uitmaakt van de plannen die nu voor liggen. Bij de behandeling van het stedenbouwkundig plan in de gemeenteraad is dit punt ook aan de orde geweest. Het college heeft hierop het volgende toegelicht: “De Groene Grens is in het stedenbouwkundig plan verwerkt maar heeft niet de overal breedte zoals in de visie geschetst. Langs de westelijke kleiputplassen varieert de breedte van ca. 7 tot 17 meter, bij de ‘punt’ tussen de kleiputplassen is de maat 12 tot 49 meter en ten zuiden van de Brouwerslaan is de groene grens zo’n 15 tot 50 meter. Ten westen van de Brouwerslaan varieert de breedte tussen de 9 en 17 meter.” 1. Aan de achterzijde van het perceel van indiener is de groene zone minimaal 20 meter breed. 2. Binnen het plangebied is nu 30% als ‘Groen’ bestemd.

In de afweging tussen ruimte voor woningbouw, verkeer en groen voldoet dit aan de uitgangspunten van de gebiedsvisie. Om te vorkomen dat in de uitwerking aan het groene karakter wordt aangetast is de groenfunctie in 28

Geen aanleiding tot wijziging.

Geen aanleiding tot wijziging.

aaneengesloten hoge bomen om inkijken te voorkomen en recreatief gebruik te ontmoedigen. 5. Door ophoging van het plangebied naar 10.4 m NAP voor de weg en voor de woningen nog tot 10.6 m NAP de waterhuishouding in het plangebied zodanig te realiseren dat er geen nadelige gevolgen zijn voor de huidige bebouwing 6. Eventuele wandelpaden uitsluitend buiten de 15 m te realiseren. 7. Het behouden van het bestaande bosgebied langs de Brouwerslaan t/m Brouwerslaan 10

10.5

Indiener stelt dat het ontwerp-omgevingsplan onvoldoende duidelijkheid biedt over de maximale bouwhoogte. Volgens indiener dient de nieuwbouw aan te sluiten bij de bestaande bebouwing en te worden beperkt tot maximaal twee bouwlagen (één bouwlaag met kap).

het omgevingsplan verankerd. 3. In de gebiedsvisie én het stedenbouwkundig plan is al voorzien dat de groene grens ook een functie heeft als wandelpad, spelen en/of wadi. Dit is op deze manier doorvertaald in het omgevingsplan en blijft op die manier in stand. 4. In het inrichtingsplan zal aandacht zijn voor de overgang tussen openbaar en privé, het is echter nadrukkelijk wel de bedoeling dat de groenstructuur ook een gebruiksfunctie heeft en niet alleen als kijkgroen wordt ingericht. 5. Op basis van het onderzoek van Tauw (bijlage 2 bij de toelichting) is gekozen voor deze aanleghoogten, juist om te problemen met het grondwaterpeil te voorkomen. Bij de verdere uitwerking wordt rekening gehouden met de bestaande woningen. 6. Zie antwoord punt 3 en 4. 7. In het stedenbouwkundig plan wordt dit gebied volledig behouden en in de omgevingsplanwijziging krijgt deze plek de functie ‘Groen’. De (maximale) bouwhoogtes zijn vastgelegd op de verbeelding van het omgevingsplan. De verbeelding is een juridisch bindend onderdeel van het plan en daarmee zijn de maximale bouwhoogtes op de juiste manier geborgd. Het merendeel van de toekomstige bebouwing bestaat uit grondgebonden woningen met maximaal twee bouwlagen met kap. Daarbij geldt een maximale goothoogte van 6 meter en een maximale bouwhoogte van 11 meter. Dit sluit aan bij de maat en schaal van de omliggende bebouwing. 29

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westervoort&id=4a08286e-3e05-4ca7-8c5f-64746421f9c2