20260622-rv-wijz-opw-wtv-nrd-west-bijlage-2-nota
Tekst van het document
De verbeelding wordt aangepast door de maximale bouwhoogte op de locaties voor kwadrantwoningen te verlagen naar 6 meter en de maximale goothoogte voor deze locaties te verwijderen.
Op vijf locaties in het noordoostelijke deel van het plan zijn kwadrantwoningen voorzien. Deze dragen in het ontwerpplan een maximale bouwhoogte van 11 meter en een maximale goothoogte van 6 meter. Dit sluit niet goed aan bij de beoogde woonvorm aangezien deze een platte dakvorm krijgen met maximaal twee bouwlagen. De maximale bouwhoogte wordt daarom verlaagd naar 6 meter en de maximale goothoogte wordt geschrapt.
10.6
Indiener stelt dat de gemeente de geluidsnormen wil aanpassen om woningbouw mogelijk te maken zonder participatie van de huidige bewoners, terwijl zij wel worden geraakt. Indiener verzoekt: 1. Alsnog participatie wordt georganiseerd over de gewijzigde geluidsnormen.
Daarnaast is op enkele locaties ruimte voor gestapelde bouw. Een deel daarvan bestaat uit drie bouwlagen met een maximale bouwhoogte van eveneens 11 meter. Bij de besluitvorming over “de haalbaarheidsstudie en vervolg Westervoort-Noord” is expliciet met een amendement aandacht gevraagd voor mogelijke hoogbouw. In de gebiedsvisie (mei 2024) is een stedenbouwkundige analyse uitgevoerd naar de mogelijkheden voor hoogbouw. Hierin is gemotiveerd vastgesteld dat locaties 1 en 2, gelegen in het noordoostelijke deel van het plangebied en aangeduid met een maximale bouwhoogte van respectievelijk 19 en 22 meter, stedenbouwkundig geschikt zijn voor hogere bebouwing. 1 & 2. Met het hogere waardenbesluit wordt een hogere geluidsbelasting op de gevels van de nieuw te bouwen woningen die binnen de geluidszone van het industrieterrein liggen toegestaan. Het hogere waardenbesluit is noodzakelijk op grond van de Omgevingswet noodzakelijk omdat woningen in de geluidzone 30
Geen aanleiding tot wijziging.
2. De uitkomsten daarvan worden verwerkt in het definitieve omgevingsplan 3. Voor de functies zoals een basisschool uitsluitend wordt uitgegaan van de definitieve geluidsnormen. 4. Hierbij wil ik ook nog opmerken betreffende de geluidscirkel van Struyk Verwo zijn de woningen Brouwerslaan 9 A en 9B zodanig gebouwd om buiten de geluidscirkel te blijven boven de gasleiding die er lag gebouwd zijn en dat die verlegd is terwijl de bouw al begonnen was en/of voltooid.
van het industrieterrein worden gebouwd. Dit is beoordeeld binnen de grenzen van de verleende vergunningen van de bestaande bedrijven. Er is hiermee geen sprake van het wijzigen van geluidsnormen voor bestaande woningen. Aangezien dit besluit enkel betrekking heeft op (een deel van) de nieuw te bouwen woningen is aanvullende participatie hier niet noodzakelijk. 3. Het hogere waardenbesluit heeft geen betrekking op de nieuw te bouwen school. Waar nodig worden bij de bouw van de woningen aanvullende mitigerende maatregelen genomen om de effecten op de nabijgelegen woningen te beperken. 4. De woningen waar deze zienswijze betrekking op heeft staan buiten het plangebied van deze planwijziging. De situatie die wordt beschreven rondom de aanleg van die woningen staat volledig los van deze omgevingsplanwijziging. Voor de woningen die nieuw worden gebouwd binnen de hindercirkel is aanvullende onderzoek uitgevoerd en het eerder besproken ontwerp hogere waardenbesluit genomen. Daarmee wordt bouwen, met acceptatie van een hogere geluidsbelasting mogelijk gemaakt.
10.7
Indiener stelt dat het plan leidt tot een aanzienlijke toename van verkeersdruk en verminderde bereikbaarheid, mede door de samenloop met de dijkverzwaring van de IJsseldijk en het project V.A.15. Indiener verzoekt daarom: 1. Coördineer de uitvoering van deze
Door de realisatie van het project VIA15 zal de verkeersdruk op Westervoort vanwege sluipverkeer verminderen. Door de doorgaande functie van de Brouwerslaan te vervangen door een route door de nieuwe woonwijk wordt het voor sluipverkeer nog minder aantrekkelijk om deze route te nemen. 31
Geen aanleiding tot wijziging.
projecten zodanig dat de Brouwerslaan en het plangebied gewaarborgd blijft. 2. Borg een maximale rijtijd van < 10 min. Naar de A12 en < 5 min naar de dorpskern en geef de bewoners van de Brouwerslaan een bereikbaarheid garantie, inclusief afspraken bij negatieve gevolgen. 3. Voorkom sluipverkeer tussen IJsseldijk en Hamersestraat met alle mogelijke middelen bijvoorbeeld handhaving
10.8
Indiener stelt dat de geplande woningbouw achter de eigen woning te dicht op de perceelsgrens is voorzien. Verzocht wordt om grotere afstanden tot de bestaande bebouwing aan te houden om aantasting van privacy, uitzicht en woonkwaliteit te voorkomen.
10.9
Indiener acht de voorgestelde hoogbouw bij de entree van de IJsseldijk (5 tot 6 woonlagen gemeten vanaf dijkniveau) te hoog en niet passend binnen Westervoort. Volgens indiener leidt de hoogbouw tot aantasting van het dorpsbeeld, privacy en bezonning van omliggende bebouwing en grote schade van de eigen agrarische gronden door.
In de omgeving van het plangebied worden de komende jaren meerdere projecten uitgevoerd waaronder de dijkverzwaring, de VIA15 en het Rivierklimaatpark. De gemeente deelt de zorgen over de bereikbaarheid tijdens de uitvoering en zal als deelnemer aan de verschillende projectorganisaties aandacht hebben voor deze uitvoeringsaspecten met als doel de overlast voor de omwonenden waar mogelijk te verkleinen. Vanwege het feit dat deze zienswijze betrekking heeft op de realisatiefase van het project en geen betrekking heeft op de inhoud van deze omgevingsplanwijziging worden in dit plan geen wijzigingen doorgevoerd. In het plan is langs de erven aan de Brouwerslaan een ‘groene grens’ opgenomen als overgang tussen bestaande bebouwing en nieuw woongebied. De groene inrichting versterkt de ruimtelijke scheiding en beperkt inkijk. De afstand tussen de achterste grens van het perceel van indieners en de nieuwe woonfunctie bedraagt minimaal 20 meter en wordt groen ingericht. Hiermee worden voldoende waarborgen getroffen om de woonkwaliteit en privacy van de bestaande woningen te garanderen. In de gebiedsvisie (mei 2024) is een stedenbouwkundige analyse uitgevoerd naar de mogelijkheden voor hoogbouw. Hierin is gemotiveerd dat locaties 1 en 2, stedenbouwkundig geschikt zijn voor hogere bebouwing.
Deze locaties liggen in het noordelijkste deel van het plangebied en zijn aangeduid met een maximale bouwhoogte van 32
Geen aanleiding tot wijziging.
Geen aanleiding tot wijziging.
Daarnaast wordt gesteld dat de gepresenteerde zonnestudie onvolledig is, omdat deze niet is uitgevoerd vanaf dijkniveau. Indiener verzoekt de hoogbouw te schrappen of te verplaatsen om nadelige effecten te voorkomen.
10.10
Indiener constateert dat de begrenzing van het plangebied in het ontwerp-omgevingsplan niet eenduidig is weergegeven en afwijkt van de weergave op het landelijke omgevingsloket. Daarbij zijn extra percelen en een deel van de Brouwerslaan aan het plangebied toegevoegd, terwijl voor deze gronden geen inhoudelijke toelichting, planregels, randvoorwaarden of effectbeoordelingen zijn opgenomen. Hierdoor is het volgens indiener niet mogelijk een inhoudelijk onderbouwde zienswijze in te dienen. Indiener acht dit in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel en stelt dat het recht op effectieve inspraak wordt beperkt. Zolang deze onduidelijkheid bestaat, acht indiener het ontwerp-omgevingsplan onvolledig en niet
respectievelijk 19 en 22 meter. Deze locaties zijn stedenbouwkundig passend vanwege de relatie met de IJssel en uiterwaarden, de zichtbaarheid vanaf de Westervoortse brug (Liemerspoort) en de functie als entree van het woongebied. Daarnaast is bij de positionering rekening gehouden met afstand tot bestaande woningen, het dijklichaam en talud en het beperken van slagschaduw. De effecten van deze hoogbouw op de omliggende woningen en gronden is nader in beeld gebracht met een bezonningsstudie. Tijdens de inloopavond op 2 september 2025 is deze studie afgespeeld op een groot scherm en met indieners besproken. Uit deze nadere studie blijkt dat de schaduwwerking op de omliggende gronden beperkt is en daarmee geen onevenredige schade teweegbrengt. 1. De verbeelding/plankaart zoals die op de landelijke website is gepubliceerd is leidend voor deze omgevingsplanwijziging. De indieners hebben terecht geconstateerd dat er in de motivering van de omgevingsplanwijziging verschillende afbeeldingen worden gebruikt om het plangebied te duiden. Deze afbeeldingen geven inderdaad geen eenduidig beeld van het plangebied en moeten daarom aangepast worden zodat deze corresponderen met de juridisch bindende verbeelding op de landelijke website. 2. & 3.
Aangezien er in het door indiener benoemde ‘aanvullende deel’ geen nieuwe planologische mogelijkheden worden gecreëerd en dus ook geen nieuwe ontwikkelingen worden 33
De afbeeldingen in de toelichting worden aangepast zodat er een eenduidig beeld ontstaat van het plangebied.
10.12
10.13
geschikt voor vaststelling. Indiener verzoekt: 1. De plangebiedsgrens eenduidig en consistent vast te stellen. 2. Het aanvullende deel van het plangebied alsnog volledig uit te werken, inclusief toelichting, planregels en effectbeoordelingen. 3. Pas na volledige en correcte terinzagelegging van alle onderdelen verdere besluitvorming te laten plaatsvinden. 4. Het gedeelte van de Brouwerslaan dat aan het plangebied is toegevoegd te laten vervallen en het geldende omgevings-/bestemmingsplan voor dit deel te handhaven. Indiener stelt een vraag in relatie tot de waterhuishouding, te weten: De afwatering van de percelen vanaf de IJsseldijk die nu via de sloot langs het voetbalveld van AVW plaats vindt, hoe wordt dit in de toekomst gerealiseerd?
voorzien is een nadere uitwerking onmogelijk. De enige wijziging die op deze locatie plaatsvindt is het wijzigen van de onderliggende bestemming die overeenkomt met de beoogde toekomstige gebruikssituatie van de eigenaren. 4. Het gedeelte van de Brouwerslaan waar indiener op is niet opgenomen op de (juridisch bindende) verbeelding, aangezien dit perceel op een afbeelding in de toelichting is opgenomen zal deze afbeelding aangepast worden.
Om het hele plan ligt een waterstructuur die het functioneren van het huidige watersysteem vervangt. Hierdoor blijft de afwatering zoals die nu is gewaarborgd. Dit wordt geborgd in het nader uit te werken Waterhuishoudkundig plan. Het opstellen van dit plan komt in afstemming met waterschap tot stand. Indiener geeft aan dat in het ontwerpDe begraafplaats blijft bereikbaar via de nieuwe omgevingsplan onvoldoende duidelijkheid wegenstructuur binnen Westervoort-Noord. Er bestaat over de toekomstige toegankelijkheid van wordt in nieuwe situatie gezorgd voor voldoende de openbare begraafplaats aan de Brouwerslaan parkeerplaatsen binnen acceptabele en vraagt zich daarbij af hoe rekening wordt loopafstand vanaf de ingang van de gehouden met de bereikbaarheid bij uitvaarten, begraafplaats volgens de geldende de afwikkeling van rouwverkeer en bezoekers, de parkeernormennota van Westervoort. Dit zal in toegankelijkheid voor mindervaliden en de hoofdzaak gebeuren op de plek van de huidige mogelijkheden voor parkeren. parkeerplaats nabij de ingang van de begraafsplaats. Hiermee blijft de bereikbaarheid en bruikbaarheid van de begraafplaats gewaarborgd. 34
Paragraaf 4.1 – Planspecifiek van de toelichting wordt aangevuld.
Geen aanleiding tot wijziging.
10.14
Indiener geeft aan dat in de notitie archeologisch duurzaam bouwen wordt gekozen voor het toepassen van geslagen, grondverdringende palen. Hiertegen maakt indiener bezwaar vanwege het risico op trillingsschade aan zijn op staal gefundeerde woning, die in het verleden al aanzienlijke schade heeft opgelopen door transportbewegingen. Indiener verzoekt daarom uitsluitend te kiezen voor geschroefde, trillingsarme funderingspalen.
10.15
Indiener verzoekt om vooraf duidelijke afspraken te maken over transport en bouwverkeer. Daarbij wordt gewezen op eerdere schade aan de woning, mede doordat destijds geen vooropname is uitgevoerd. Indiener geeft aan geen bouwverkeer langs zijn woning te willen en acht duidelijke randvoorwaarden noodzakelijk om schade en onduidelijkheid te voorkomen.
Te zijner tijd zal voor de verschillende bouwprojecten worden onderzocht wat de beste funderingswijze is. Hierbij spelen het archeologisch advies én mogelijke schade aan omringende bebouwing een rol. Voordat wordt gestart met de uitvoering zal ook voor de bebouwing die mogelijk schade zou kunnen ondervinden van de werkzaamheden een bouwkundige opname worden gemaakt zodat als er schade optreedt dit ook daadwerkelijk hard kan worden gemaakt. Uiteraard is het doel om werkzaamheden zonder schade uit te voeren. Te zijner tijd worden met aannemers afspraken gemaakt over de bouwrouting. Bewoners en omwonenden worden hierover tijdig geïnformeerd.
35
Geen aanleiding tot wijziging.
Geen aanleiding tot wijziging.
2.3 Wijzigingen naar aanleidingen van zienswijzen De ingebrachte zienswijzen hebben in een aantal gevallen aanleiding gegeven tot wijzigingen in het ontwerpplan. Hieronder worden deze wijzigingen weergegeven. Hierbij wordt een onderscheidt gemaakt tussen wijzigingen in de juridisch bindende onderdelen van het plan, zijnde de verbeelding en de planregels en wijzigingen in het niet juridisch bindende deel van het plan, zijnde de toelichting en de bijlagen bij de toelichting. Gewijzigd Aanleiding Inhoud wijziging onderdeel wijziging Verbeelding Zienswijze Het plangebied is verkleind door het perceel, kadastraal bekend als WTV00, Sectie A, Perceelnummer 7604, uit 2.4 de omgevingsplanwijziging te verwijderd. Verbeelding Zienswijze 2.6
De maximale bouwhoogte voor de kwadrantwoningen in het noordoostelijk deel van het plan is verlaagd van 11 meter naar 6 meter. De maximale goothoogte voor deze woningen is verwijderd.
Verbeelding Zienswijze 3.3 Verbeelding Zienswijze 4.2 Verbeelding Zienswijze 9.4 Planregels Zienswijze 4.2 Planregels Zienswijze 8.6 Planregels Zienswijze 9.4 Planregels Zienswijze 9.6
De gebiedsaanduiding ‘geluidzone – industrielawaai’, is toegevoegd op de meest noordoostelijke punt van de verbeelding. De aanduiding ‘overige zone – trillingszone’ is opgenomen op de verbeelding overeenkomstig de trillingsgevoelige zone uit het trillingsonderzoek (bijlage 9 bij de toelichting). De kernzone en het profiel van vrije ruimte zijn op de verbeelding opgenomen. Deze worden aangemerkt als ‘Waterstaatswerk’. Artikel 10.2.10 ‘Voorwaardelijke verplichting trillingen’ is toegevoegd aan de planregels. Artikel 5.3.1 lid b & 10.6.1 lid b zijn toegevoegd aan de planregels om te borgen dat, na vaststelling, gebruik gemaakt kan worden van de verlaagde geluidproductieplafonds. Artikel 11 is toegevoegd aan de planregels waarmee de waterkering en bijbehorende profiel van vrije ruimte op de juiste manier worden geborgd. Artikel 13.1 ‘ondergronds bouwen’ is aangevuld met een passage waaruit volgt dat ondergronds bouwen niet is toegestaan ter plaatse van de functie ‘Waterstaat - Waterstaatwerk’
36
Gewijzigd onderdeel Motivering Motivering Motivering Motivering Bijlage 4 bij de motivering
Aanleiding wijziging Zienswijze 2.11 & 10.3 Zienswijze 6.2.1 Zienswijze 6.2.4 Zienswijze 9.5 Zienswijze 9.1 t/m 9.3
Inhoud wijziging De afbeeldingen in de plantoelichting worden waar nodig aangepast zodat er een eenduidig beeld ontstaat van de grenzen van het plangebied zoals deze zijn vastgelegd in de verbeelding. De motivering is aangevuld door een paragraaf getiteld ‘IJsseldijk 88 en 90’ toe te voegen. Paragraaf ‘Manege’ op pagina 25 van de motivering is tekstueel aangevuld. Paragraaf 4.1 is tekstueel aangevuld. Deze zienswijzen geven aanleiding om bijlage 4 bij de motivering ‘toelichting waterberging’ tekstueel aan te passen en te verbeteren.
3. Ambtshalve wijzigingen Tijdens de zienswijzentermijn is de ontwerp-omgevingsplanwijziging nogmaals door de gemeente gecontroleerd op volledigheid en duidelijkheid. Bij de controle bleek dat het ontwerpplan nog op een aantal punten aangepast/ aangescherpt moet worden. Deze wijzigingen staan hieronder benoemd. Ook in dit overzicht is een onderscheidt gemaakt tussen wijzigingen in de juridisch bindende onderdelen van het plan, zijnde de verbeelding en de planregels en wijzigingen in het niet juridisch bindende deel van het plan, zijnde de toelichting en de bijlagen bij de toelichting. Gewijzigd onderdeel Verbeelding
Artikel 2 begripsbepalingen
Aanleiding wijziging
Inhoud wijziging
De ‘geluidzone – school’ is verwijderd van de verbeelding. In het definitieve plan wordt een regeling opgenomen die het gezamenlijk geluid in relatie tot de benodigde gevelwering. Zie hiervoor de wijzigingen op artikel 5.3 en artikel 10.6. Deze regeling maakt het opnemen van een specifieke geluidzone voor de school overbodig. De begripsbepaling ‘aan huis verbonden bedrijf’ is aangescherpt om zodoende te voorkomen dat er milieubelastende activiteiten in brede zin mogelijk worden gemaakt.
De ‘geluidzone – school’ is verwijderd van de verbeelding
37
Begripsbepaling ‘aan huis verbonden bedrijf’ is gewijzigd door op te nemen: ‘voor zover
Artikel 5.3.1, 5.3.2, 10.6.1 & 10.6.2
Artikel 9.2.4
Binnen de functies ‘Gemengd’ en ‘Woongebied’ zijn de regels met betrekking tot de ‘geluidbelasting’ en de regels met betrekking tot ‘geluidbeperkende maatregelen’ vervangen door een regeling voor het ‘gezamenlijk geluid’ en ‘geluidluwe gevels’. Nader onderzoek, zoals opgenomen in het akoestisch onderzoek (bijlage 7 bij de motivering), bevestigd dat het opnemen van een regeling voor het gezamenlijk geluid passend is voor deze situatie. Het gezamenlijk geluid is nodig om de benodigde geluidwering van een geluidgevoelig gebouw te bepalen. Dat gebeurt om de binnenwaarde van alle geluidgevoelige gebouwen te borgen. De regels voor zwembaden zijn aangescherpt door de ter ‘gewoond wordt’ te vervangen door ‘de functie wonen is toegestaan’. Zodoende is deze regel niet meer afhankelijk van de ingebruikname van de naastgelegen percelen.
Artikel 10.2.3 lid c 1
De minimale afstand van vrijstaande woningen tot de zijdelingse perceelsgrens is aangepast om zodoende beter aan te sluiten bij de uitgangspunten van het Beeldkwaliteitsplan. In het ontwerpplan werd ruimte geboden om aan één zijde een minimale afstand van 1 meter aan te houden. Deze wordt nu verhoogd naar 3 meter voor beide zijdes.
Artikel 10.2.3 lid c 3
De minimale afstand van aaneengebouwde woningen tot de openbare ruimte wordt verlaagd naar minder dan 1 meter om zodoende te borgen dat deze percelen volledig benut kunnen worden.
Artikel 10.2.3 lid i
Er is een regeling toegevoegd om de in het beeldkwaliteitsplan beoogde beeldkwaliteit en stedenbouwkundige uitgangspunten voor rijwoningen beter te 38
geen sprake is van een milieubelastende activiteit waarvoor een vergunning- of meldingsplicht geldt’. Artikel 5.3.1, 5.3.2, 10.6.1 & 10.6.1 zijn vervangen door passende regelingen met betrekking tot het gezamenlijk geluid en een regeling voor geluidluwe gevels.
Artikel 9.2.4. is aangescherpt door ‘gewoond wordt’ te vervangen door ‘de functie wonen is toegestaan’. Artikel 10.2.3 lid c 1 is aangepast door de minimale afstand tot de zijdelingse perceelgrens aan beide zijde 3 meter te maken, met uitzondering van aan de openbare ruimte grenzende percelen waarbij een minimale afstand van 1 meter wordt aangehouden. Artikel 10.2.3 lid c 3 is aangevuld met de tekst: met dien verstande dat bij zijdelingse perceelsgrenzen die grenzen aan de openbare ruimte de afstand minder dan 1 m mag bedragen; Artikel 10.2.3 lid i is toegevoegd aan de planregels.
Artikel 10.2.4 lid a 5 &6
Artikel 10.2.4 lid 3
Artikel 10.2.8
Artikel 10.2.9
Bijlage bij de regels 1– Beeldkwaliteitsplan
Gewijzigd onderdeel Motivering – paragraaf 4.2 Bijlage 6 bij de motivering – Geuronderzoek & paragraaf 4.6 van
borgen. Voor rijen van meer dan 3 aaneengebouwde woningen wordt een regeling opgenomen die een rooilijnverspringing en een openbare ruimte van minimaal 10 meter tussen twee rijen verplicht maakt. Er is een regel opgenomen met betrekking tot veranda’s voor de voorgevel om zodoende mogelijkheden te creëren voor het realiseren van een veranda met een horizontale diepte van maximaal 2 meter en direct grenzend aan de groene grens zoals vastgelegd in het beeldkwaliteitsplan. De regeling voor bijbehorende bouwwerken bij gestapelde woningen is aangepast om te borgen dat er geen losstaande of aangebouwde bijbehorende bouwwerken zijn toegestaan. Dit met als doel de in het beeldkwaliteitsplan beoogde beeldkwaliteit en stedenbouwkundige uitgangspunten beter te borgen. Artikel 10.2.8 ‘Beeldkwaliteit’ is toegevoegd aan de planregels om zodoende de relatie met het beeldkwaliteitsplan (bijlage 1 bij de regels) en de daarin beoogde beeldkwaliteit en stedenbouwkundige uitgangspunten te borgen. Artikel 10.2.9 is toegevoegd om de rechten van het bedrijf aan IJsselkade 1 beter te beschermen. De toekomstige bebouwing kan op basis van de verbeelding namelijk dichter bij het bedrijf worden gerealiseerd dan in het stedenbouwkundig plan is opgenomen. Om te borgen dat het bedrijf niet in zijn functioneren wordt beperkt is een verplichting tot akoestisch onderzoek opgenomen in de regels.
Het beeldkwaliteitsplan vormt de nadere uitwerking van deze kaders op het niveau van beeldkwaliteit, architectuur, openbare ruimte en de overgang tussen openbaar en privé. Waar het omgevingsplan de juridische gebruiks- en bouwregels vastlegt, geeft dit beeldkwaliteitsplan sturing aan de gewenste ruimtelijke uitstraling en samenhang, zodat Westervoort-Noord zich ontwikkelt tot een herkenbare, samenhangende en hoogwaardige woonomgeving.
Artikel 10.2.4 lid 5 & 6 zijn toegevoegd aan de planregels.
Artikel 10.2.4 lid 3 is aangepast door bijbehorende bouwwerken uit te sluiten. Artikel 10.2.8 is toegevoegd aan de planregels. Artikel 10.2.9 is toegevoegd aan de planregels.
Het beeldkwaliteitsplan is als bijlage 1 bij de regels toegevoegd aan het plan.
Aanleiding wijziging
Inhoud wijziging
Er is nader onderzoek gedaan naar de effecten van de nieuwe te bouwen school en de daarbovenop voorziene woningen. Hiervoor is de passage ‘school’ in paragraaf 4.2 van de motivering nader uitgewerkt. Om de geurbelasting van de manege aan de IJsseldijk 92a op het woon- een leefklimaat van de nieuwe woonwijk te beoordelen is een geuronderzoek uitgevoerd. Om de uitkomsten hiervan te duiden en hier conclusies uit te trekken is paragraaf 4.6 nader uitgewerkt.
Paragraaf 4.2 – ‘school’ is nader uitgewerkt.
39
Bijlage 6 bij de motivering – geuronderzoek is toegevoegd aan de motivering. Paragraaf 4.6 is nader uitgewerkt.
de motivering Bijlage 7 bij de motivering – Akoestisch onderzoek
Bijlage 16 bij de motivering stikstofonderzoek
Motivering – hoofdstuk 6 – Planspecifiek
Het akoestisch onderzoek is uitgebreid door nader onderzoek te doen naar de effecten van de nieuwe te bouwen school op de directe omgeving en de effecten van het verlagen van de snelheid van de Hamersestraat naar 30 km/u. Dit onderzoek heeft de inzichten met betrekking tot deze aspecten verbeterd en een aantal wijzigingen in de planregels als gevolg. Deze zijn al besproken in deze lijst van wijzigingen De stikstofstukken zijn geactualiseerd en aangevuld, vanwege de recente verkeersmodelberekeningen van Goudappel (zoals behorend bij het rapport van 3 december 2025), de uitspraak van de Raad van State over intern salderen bij omgevingsplannen, en de tussentijdse update van de stikstofrekentool (AERIUS) in februari 2026. De resultaten en de conclusie zijn gelijk gebleven, namelijk geen significante effecten op Natura 2000-gebieden.
Bijlage 7 bij de motivering – Akoestisch onderzoek – is nader uitgewerkt/ aangevuld.
Bijlage 16 bij de motivering – stikstofonderzoek – is geactualiseerd.
Naar aanleiding van zowel de wijzigingen naar aanleiding van de Hoofstuk 6 – Planspecifiek – is aangescherpt. zienswijzen als de ambtshalve wijzigingen is de conclusie in hoofdstuk 6 aangescherpt.
4. Conclusie De ingediende zienswijzen zijn zorgvuldig beoordeeld en afgewogen. De zienswijzen geven aanleiding tot aanpassing van de juridisch bindende delen van het plan. Ook zijn er ambtshalve wijzigingen doorgevoerd in de juridisch bindende delen van het plan. Deze wijzigingen zijn van ondergeschikte aard en leiden niet tot een wezenlijk ander plan. Gelet op het voorgaande wordt de gemeenteraad voorgesteld het plan, met inachtneming van de wijzigingen, gewijzigd vast te stellen.
405