20260622-rv-wijz-opw-wtv-nrd-west-bijlage-12
Tekst van het document
ONDERZOEK GEURHINDER VEEHOUDERIJEN WESTERVOORT NOORD
1
De Roever Omgevingsadvies Rembrandtlaan 4 5462 CH Veghel T 073 594 10 11 E info@deroever.nl W www.deroever.nl NL97 RABO 0122 6903 11 Advies- en ingenieursbureau J.G. de Roever B.V. KvK 16068733 BTW NL 8015.63.136.B.01
Titel document: Referentie: Datum: Opdrachtgever:
Onderzoek geurhinder veehouderijen Westervoort Noord BuroSRO.335.v01 30 augustus 2023 Buro SRO
Onderzoek geurhinder veehouderijen Westervoort Noord Datum: 30 augustus 2023 ; Referentie: BuroSRO.335.v01
2
INHOUDSOPGAVE 1.
INLEIDING ....................................................................................................................................... 4
1.1. 1.2.
Situatie ......................................................................................................................................... 4 Vraagstelling ................................................................................................................................ 5
2.
WETTELIJK KADER ...................................................................................................................... 6
2.1. 2.2. 2.3.
Wet geurhinder en veehouderij ................................................................................................... 6 Wijziging Activiteitenbesluit met betrekking tot landbouwactiviteiten .......................................... 6 Ruimtelijke plannen en geurhinder van veehouderijen ............................................................... 6
3.
UITGANGSPUNTEN EN ACHTERGRONDEN .............................................................................. 8
3.1. Uitgangspunten veehouderijen .................................................................................................... 8 3.2. Geuremissie en geurimmisie ....................................................................................................... 8 3.3. Verschillende beoordelingen ....................................................................................................... 8 3.3.1. Voorgrondbelasting.............................................................................................................. 8 3.3.2. Afstanden ............................................................................................................................. 9 3.3.3. Achtergrondbelasting ........................................................................................................... 9 3.4. 3.5. 3.6.
Geurbelasting versus geurhinder .............................................................................................. 10 Geurgevoelig object ................................................................................................................... 11 Bebouwde kom .......................................................................................................................... 12
4.
GEURBEREKENINGEN ............................................................................................................... 13
4.1. Afstanden ................................................................................................................................... 14 4.1.1. Huidige situatie .................................................................................................................. 14 4.1.2. Doorkijk naar de mogelijkheden ........................................................................................ 15 4.1.3. Woon- en leefklimaat ......................................................................................................... 16 4.2. 4.3.
Voorgrondbelasting ................................................................................................................... 18 Achtergrondbelasting ................................................................................................................. 19
5.
CONCLUSIE.................................................................................................................................. 20
BIJLAGE BIJLAGE
I. II.
AFSTANDEN ............................................................................................................. 21 VOORGRONDBELASTING ...................................................................................... 22
Onderzoek geurhinder veehouderijen Westervoort Noord Datum: 30 augustus 2023 ; Referentie: BuroSRO.335.v01
3
1.
INLEIDING
1.1.
Situatie
De gemeente Westervoort onderzoekt de mogelijkheden om aan de noordzijde van Westervoort een woonwijk van ca. 500 woningen te ontwikkelen. Hiertoe is een wijziging van het bestemmingsplan noodzakelijk. Onderdeel van de bestemmingswijziging is dit geurrapport. Het plangebied is aangegeven op afbeelding 1.
Afbeelding 1. Plangebied
In de omgeving van het plangebied liggen enkele veehouderijen. In dit rapport wordt het onderzoek naar de ligging van de geur- en afstandscontouren en naar de overige geuraspecten voor de ruimtelijke ontwikkeling beschreven.
Onderzoek geurhinder veehouderijen Westervoort Noord Datum: 30 augustus 2023 ; Referentie: BuroSRO.335.v01
4
1.2.
Vraagstelling
Bij het beoordelen van een ruimtelijk plan spelen standaard de volgende vragen: 1. Is ter plaatse van de gewenste ruimtelijke ontwikkeling een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gegarandeerd? 2. Worden omliggende bedrijven (onevenredig) in hun belangen geschaad? Het onderzoek dat in dit kader is uitgevoerd beperkt zich tot geur afkomstig van veehouderijbedrijven. De meest recente milieuhygiënische inzichten liggen vast in de Wet geurhinder en veehouderij. In hoofdstuk 2 wordt het wettelijk kader toegelicht. Hoofdstuk 3 beschrijft de uitgangspunten en achtergronden die in dit onderzoek worden gebruikt. De beoordeling van de geursituatie wordt beschreven in hoofdstuk 4. Ten slotte volgen in hoofdstuk 5 de conclusies.
Onderzoek geurhinder veehouderijen Westervoort Noord Datum: 30 augustus 2023 ; Referentie: BuroSRO.335.v01
5
2.
WETTELIJK KADER
2.1.
Wet geurhinder en veehouderij
In de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) staan standaard, landelijk geldende, afstanden en normen waaraan de ligging en geurbelasting van dierenverblijven getoetst moeten worden, in het geval van een aanvraag om milieuvergunning. De Wgv is nader uitgewerkt in de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv). De normen gelden ter plaatse van geurgevoelige objecten (bijvoorbeeld woningen) en de afstanden gelden tot deze geurgevoelige objecten. De geurbelasting wordt berekend en getoetst met het verspreidingsmodel V-Stacks Vergunning. Dit verspreidingsmodel geldt alleen voor dieren waarvoor geuremissiefactoren zijn opgenomen in de Rgv. Voor dieren zonder geuremissiefactor gelden minimaal aan te houden afstanden. Enkele begrippen uit de Wgv die relevant zijn en gebruikt worden in dit rapport, zijn nader toegelicht in hoofdstuk 3.
2.2.
Wijziging Activiteitenbesluit met betrekking tot landbouwactiviteiten
Op 1 januari 2013 is een grote wijziging van het Activiteitenbesluit en de bijbehorende regeling in werking getreden. Met de wijziging zijn meer veehouderijen onder de regels van het Activiteitenbesluit komen te vallen. Daarbij is onder meer de beoordeling van geur conform de Wet geurhinder en veehouderij (zoals toegelicht in hoofdstuk 3 van dit rapport) meegenomen. De toetsing aan middels geurverordeningen aangepaste geurnormen en afstanden geldt ook voor veehouderijen die onder de regels van het Activiteitenbesluit vallen.
2.3.
Ruimtelijke plannen en geurhinder van veehouderijen
Bij het opstellen van ruimtelijke plannen moet worden gewaarborgd dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat op plaatsen waar het vestigen van een (geur)gevoelig object mogelijk wordt gemaakt. Verder moet worden voorkomen dat bestaande veehouderijen onevenredig in hun belangen worden geschaad. Om de milieucontouren te bepalen moet worden uitgegaan van de ‘omgekeerde werking’ van de milieuregelgeving. In de bestemmingsplantoets wordt daartoe getoetst of ter plaatse van de te bestemmen geurgevoelige objecten voldaan wordt aan de eisen die de milieuregelgeving stelt. Voor het aspect geur van veehouderijen moet een toets op grond van de Wgv worden uitgevoerd. Bij de toets moet worden uitgegaan van de omvang van de veestapel volgens de verleende vergunning of ingediende melding. Uit jurisprudentie1 blijkt dat voor de geurcontouren of aan te houden afstanden in principe moet worden uitgegaan van de randen van het bouwvlak. De rand van het bouwvlak wordt aangehouden omdat de veehouderij in principe het recht heeft om overal binnen het bouwvlak te bouwen. In sommige gevallen kan niet het volledige bouwvlak worden benut, vanwege de ligging ten opzichte van reeds bestaande geurgevoelige objecten. In dergelijke gevallen wordt uitgegaan van het reëel te benutten bouwvlak.
1
ABRvS 201205174/1/R4, 22 januari 2014
Onderzoek geurhinder veehouderijen Westervoort Noord Datum: 30 augustus 2023 ; Referentie: BuroSRO.335.v01
6
Alleen in het geval dat sprake is van een overbelaste situatie (in de betreffende richting), kan van deze werkwijze worden afgeweken. Van een overbelaste situatie is sprake als in de vergunde situatie niet wordt voldaan aan de geurnorm of afstand. In dat geval kan een veehouderij de ‘geurrechten’ in de betreffende richting niet anders gebruiken dan in de vergunde situatie het geval is (het gaat daarbij om stallen en emissiepunten). Voor het bepalen van de geur- en afstandscontouren kan dan worden uitgegaan van de ligging van de vergunde stallen en emissiepunten. Hiermee wordt invulling gegeven aan het uitgangspunt dat een bestaande veehouderij niet onevenredig in haar belangen mag worden geschaad. Deze werkwijze staat ook beschreven in de Handreiking bij de Wet geurhinder en veehouderij. Als uitgangspunt geldt dat in beginsel binnen de geur- en afstandscontouren rond de (bouwvlakken van de) veehouderijen geen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Indien geurgevoelige objecten worden toegestaan binnen de afstandscontouren van een veehouderij, moet volgens jurisprudentie2 worden afgewogen of sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en of de veehouderij in haar belangen wordt geschaad.
Het woon- en leefklimaat in een gebied wordt behalve door de geurbelasting per veehouderij (voorgrondbelasting) ook bepaald door de achtergrondbelasting, de geurbelasting ten gevolge van alle veehouderijen samen. Het is aan de gemeente om te beoordelen of de geurbelasting en geurhinder in een specifiek gebied acceptabel zijn.
2
AbRS 24 oktober 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BY1045, r.o. 2.4.9 en AbRS 16 december 2020, ECLI:NL:RVS:2020:3014
Onderzoek geurhinder veehouderijen Westervoort Noord Datum: 30 augustus 2023 ; Referentie: BuroSRO.335.v01
7
3.
UITGANGSPUNTEN EN ACHTERGRONDEN
3.1.
Uitgangspunten veehouderijen
Het onderzoek naar de geursituatie gaat uit van de aanwezige veehouderijen en de bestaande en te realiseren geurgevoelige objecten. In het onderzoek wordt zowel de vergunde geursituatie als de worst-case geursituatie beschouwd. De geurbelasting wordt bepaald op grond van geurberekeningen voor de voor- en achtergrondbelasting. Aan de hand hiervan kan ook het woon- en leefklimaat bepaald worden. Voor de huidige situatie worden de vergunde of gemelde bedrijfssituaties gehanteerd. In de worst-case situatie wordt aangehouden dat alle bestaande bebouwing wordt afgebroken en zodanig wordt teruggebouwd dat de geur- en afstandscontouren zo veel mogelijk richting het te bestemmen geurgevoelige object komen te liggen.
3.2.
Geuremissie en geurimmisie
De geuremissies worden uitgedrukt in Europese odour units (Europese geureenheden) per tijdseenheid: ouE/s. Deze geuremissies zijn bepaald op basis van metingen aan de geurconcentraties uit stallen. De emissiefactoren per dier staan weergegeven in bijlage 1 van de Rgv. De geurbelastingen (geurimissies) worden uitgedrukt in odour units per kubieke meter lucht: ouE/m3. Hiermee wordt het 98-percentiel van de geurconcentratie bedoeld. Dat is de geurconcentratie, berekend met een verspreidingsmodel, welke gedurende 2 procent van een jaar wordt overschreden.
3.3.
Verschillende beoordelingen
3.3.1.
Voorgrondbelasting
Met behulp van verspreidingsmodellen kan de geurbelasting vanuit dierenverblijven op geurgevoelige objecten worden berekend. De geurbelasting van een individuele veehouderij wordt ‘voorgrondbelasting’ genoemd. De geurbelasting is afkomstig van dieren waarvoor in de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv) een omrekeningsfactor is vastgesteld, zoals varkens, vleesvee, pluimvee, schapen en geiten. De maximaal toegestane geurbelasting van veehouderijen op geurgevoelige objecten is afhankelijk van de ligging (concentratiegebied of geen concentratiegebied en binnen of buiten de bebouwde kom). De standaardnormen uit de Wgv zijn in tabel 1 opgenomen. Tabel 1. Geurnormen volgens de Wet geurhinder en veehouderij Ligging geurgevoelig object3*
Binnen bebouwde kom
Concentratiegebied 3 ouE/m3 Geen concentratiegebied 2 ouE/m3 * de gemeente Westervoort ligt in een concentratiegebied.
3
Buiten bebouwde kom 14 ouE/m3 8 ouE/m3
gebied als aangegeven in bijlage I bij de Meststoffenwet
Onderzoek geurhinder veehouderijen Westervoort Noord Datum: 30 augustus 2023 ; Referentie: BuroSRO.335.v01
8
De Wgv biedt gemeenten de mogelijkheid de standaardnormen aan te passen middels een gemeentelijke verordening. De gemeente Westervoort heeft geen geurverordening. Daarom gelden bovenstaande wettelijke geurnormen. Bij het beoordelen van vergunningaanvragen is voor het bepalen van de geurbelasting het gebruik van het verspreidingsmodel V-Stacks Vergunning voorgeschreven. Hiermee kan op vooraf ingegeven locaties de geurbelasting worden berekend. Om een goed beeld van de geurbelasting te verkrijgen is het wenselijk om geurcontouren te kunnen berekenen en tekenen. Dit is mogelijk met het verspreidingsmodel V-Stacks Gebied.
3.3.2.
Afstanden
Naast geurnormen stelt de Wgv ook eisen aan de (vaste) afstanden van veehouderijen tot geurgevoelige objecten. De afstanden gelden voor dieren waarvoor in de Rgv geen omrekeningsfactoren zijn vastgesteld, zoals melkrundvee, vrouwelijk jongvee en paarden. De minimaal aan te houden afstand bedraagt 50 meter tot een geurgevoelig object buiten de bebouwde kom en 100 meter tot een geurgevoelig object binnen de bebouwde kom. Deze afstanden gelden ongeacht het aantal dieren dat er gehouden wordt en worden gemeten vanaf het dichtstbijzijnde emissiepunt van een stal waarin de betreffende dieren worden gehouden. De Wgv biedt gemeenten de mogelijkheid de standaard afstandseisen aan te passen middels een gemeentelijke verordening. De gemeente Westervoort heeft geen geurverordening. Daarom gelden bovenstaande wettelijke afstandseisen. Daarnaast moet afstand van de buitenzijde van een dierenverblijf (onafhankelijk van de diersoort die er gehouden wordt) minimaal 25 meter bedragen tot een geurgevoelig object buiten de bebouwde kom en 50 meter bedragen tot een geurgevoelig object binnen de bebouwde kom (gevel-gevel afstand). De bedrijfswoning die tot dezelfde veehouderij behoort wordt overigens niet aangemerkt als geurgevoelig object.
3.3.3.
Achtergrondbelasting
De normen op grond van de Wgv gelden voor de geurbelasting van een individuele veehouderij. De (hoogste) geurbelasting van een individuele veehouderij op een geurgevoelig object wordt ook wel ‘voorgrondbelasting’ genoemd. De geurbelasting van alle veehouderijen samen op enige locatie wordt ‘achtergrondbelasting’ genoemd. Dit is vergelijkbaar met het begrip cumulatieve stankhinder uit de ‘stankrichtlijnen’. Het verschil tussen voorgrondbelasting en achtergrondbelasting wordt toegelicht in de op afbeelding 2.
Onderzoek geurhinder veehouderijen Westervoort Noord Datum: 30 augustus 2023 ; Referentie: BuroSRO.335.v01
9
Voorgrondbelasting Achtergrondbelasting 3 ouE/m3 11 ouE/m3
4 ouE/m3 6 ouE/m3
Afbeelding 2. Voorgrondbelasting versus achtergrondbelasting
De Wgv kent geen normen voor de achtergrondbelasting of de mogelijkheid dergelijke normen te stellen. De achtergrondbelasting die optreedt of op kan treden is dan ook een gevolg van de aanwezige veehouderijen en de individuele geurbelasting. De gemeenteraad beoordeelt of de milieukwaliteit (de mate van geurhinder) die behoort bij een bepaalde achtergrondbelasting acceptabel is en of deze past binnen de doelstellingen voor een gebied.
3.4.
Geurbelasting versus geurhinder
In de Handreiking bij Wet geurhinder en veehouderij is beschreven hoe kan worden bepaald hoeveel geurhinder kan worden verwacht in een gebied, gelet op de geurbelasting die daar is berekend. Op grond van de berekende geurbelastingen wordt met behulp van de tabellen A (achtergrondbelasting) en B (voorgrondbelasting) uit bijlage 6 van de Handreiking de te verwachten geurhinderpercentages bepaald. Het hoogste geurhinderpercentage (voorgrondbelasting of achtergrondbelasting) is maatgevend voor de geursituatie. Deze percentages zijn bedoeld om een vertaalslag te maken tussen de waarden voor de geurbelasting en de milieukwaliteit. De percentages zijn afkomstig uit het ‘Geuronderzoek stallen intensieve veehouderij’ (PRA Odournet, 2001). De geursituatie wordt beschreven in termen van milieukwaliteit, onderverdeeld in acht categorieën van ‘zeer goed’ tot ‘extreem slecht’. Deze termen zijn afkomstig uit de ‘GGD-richtlijn geurhinder (oktober 2002)’. Dit is beschreven in bijlage 7 van de Handreiking. Een overzicht van de geurbelasting in relatie tot de geurhinderpercentages en de milieukwaliteit is te zien in tabel 2.
Onderzoek geurhinder veehouderijen Westervoort Noord Datum: 30 augustus 2023 ; Referentie: BuroSRO.335.v01
10
Tabel 2. Woon- en leefklimaat versus geurgehinderden versus geurbelasting Milieukwaliteit Geurgehinderden Voorgrondbelasting* Achtergrondbelasting* Zeer goed 0–5% 0 – 1,5 ouE/m3 0 - 3 ouE/m3 3 Goed 5 – 10 % 1,5 – 3,7 ouE/m 3 - 8 ouE/m3 3 Redelijk goed 10 – 15 % 3,7 - 6,5 ouE/m 8 – 13 ouE/m3 3 Matig 15 – 20 % 6,5 – 10 ouE/m 13 – 20 ouE/m3 3 Tamelijk slecht 20 – 25 % 10 – 14 ouE/m 20 – 28 ouE/m3 Slecht 25 – 30 % 14 – 19 ouE/m3 28 – 38 ouE/m3 Zeer slecht 30 – 35 % 19 – 25 ouE/m3 38 – 50 ouE/m3 Extreem slecht 35 – 40 % 25 – 32 ouE/m3 50 – 65 ouE/m3 * deze waarden gelden alleen voor concentratiegebieden, voor niet-concentratiegebieden bestaan andere waarden. De gemeente Westervoort ligt in een concentratiegebied.
De omschrijving van de milieukwaliteit kan niet op zichzelf worden gezien. De beleving van deze aanduidingen sluit het beste aan bij woongebieden. Ook dan is er in de beleving van geur een hele stap tussen de twee opeenvolgende categorieën, zoals ‘redelijk goed’ en ‘matig’. Het verschil in geur tussen twee klassen kan nabij de grens daartussen (op korte afstand) niet worden waargenomen. Het ‘gat’ bestaat alleen tekstueel, omdat de geurbelastingen en hinderpercentages op elkaar aansluiten.
3.5.
Geurgevoelig object
Een geurgevoelig object is in de Wgv gedefinieerd als: 'gebouw, bestemd voor en blijkens aard, indeling en inrichting geschikt om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf en die daarvoor permanent of een daarmee vergelijkbare wijze van gebruik, wordt gebruikt'. Alleen een gebouw kan een geurgevoelig object zijn. Duidelijk is dat een woning een geurgevoelig object is, mits deze een positieve planologische bestemming heeft en feitelijk geschikt is en gebruikt wordt om in te wonen. Of een ander gebouw (niet zijnde een woning), bijvoorbeeld een bedrijfsgebouw een geurgevoelig object is moet worden beoordeeld aan de hand van de criteria die in de definitie verder zijn opgenomen. Het gebouw is bestemd voor menselijk verblijf. Gezien de toelichting op de Wgv betekent dit dat de locatie volgens een geschikte planologische bestemming een functie moet hebben voor menselijk verblijf. In een kantoorgebouw, werkruimte of expeditieruimte kunnen zich mensen ophouden. Het gebouw is blijkens aard, indeling en inrichting geschikt om te worden gebruikt voor menselijk verblijf. Het gebouw moet zodanig zijn (aard, indeling en inrichting) dat het feitelijk gezien ook mogelijk is om in het gebouw te verblijven. Als aan het voorgaande wordt voldaan zal dit in de praktijk normaliter ook het geval zijn.
Het gebouw wordt daarvoor (menselijk verblijf) permanent of een daarmee vergelijkbare wijze van gebruik, gebruikt. Onduidelijk is wat onder permanent of een daarmee vergelijkbare wijze van gebruik wordt verstaan. Waar de grens ligt in de mate van gebruik zal uit de jurisprudentie moeten blijken.
Onderzoek geurhinder veehouderijen Westervoort Noord Datum: 30 augustus 2023 ; Referentie: BuroSRO.335.v01
11
Gelet op de definitie wordt er van uitgegaan dat gebouwen, waarin zich gedurende langere tijd, vrijwel dagelijks (meerdere) mensen verblijven (ook werken) aangemerkt worden als geurgevoelig object. Dit wordt bevestigd in jurisprudentie (onder andere ABRvS 200709155/1 van 24 december 2008, ABRvS 200801961/1 van 11 maart 2009, ABRvS 200902795/5/R3 van 14 oktober 2009 en ABRvS 201202274/1/A1 van 10 oktober 2012). Het plan voorziet in de realisatie van geurgevoelige objecten.
3.6.
Bebouwde kom
Het begrip bebouwde kom is in de Wgv niet gedefinieerd, evenmin als in de Wet op de Ruimtelijke Ordening (Wro). In de Memorie van Toelichting bij het wetsvoorstel van de Wgv is aangegeven dat de grens van de bebouwde kom ‘niet wordt bepaald door de Wegenverkeerswetgeving, maar evenals in de ruimtelijke ordening door de aard van de omgeving’. Binnen een bebouwde kom is de op korte afstand van elkaar gelegen bebouwing geconcentreerd tot een samenhangende structuur. Als bebouwde kom wordt beschouwd: ‘het gebied dat door aaneengesloten bebouwing overwegend een woon- en verblijffunctie heeft’ en waarin (dus) veel mensen per oppervlakte-eenheid daadwerkelijk wonen of verblijven. InfoMil concludeert in haar handleiding behorend bij de Wgv dat het voor de hand ligt om voor de grenzen van de bebouwde kom aan te sluiten bij wat in de ruimtelijke ordening (het plaatselijke bestemmingsplan) daaronder wordt verstaan. Of een bepaalde omgeving een bebouwde kom is zal per geval moeten worden bepaald. Zoals gezegd is dit niet eenduidig gedefinieerd. De volgende zaken spelen in deze afweging en rol: - dichtheid bebouwing; - aard en structuur van de omgeving en bebouwing; - planologische karakter. Mogelijk dat ook de historische situatie een rol speelt.
Voor woningen gaan wij uit van een bebouwde kom, als deze in een woonwijk of woongebied zijn gelegen, waarbij de erven aan meerdere zijden aan elkaar aansluiten. Woningen die geconcentreerd zijn gelegen in een op zichzelf staande lintbebouwing beschouwen wij niet als bebouwde kom. Deze opvatting sluit aan bij de jurisprudentie over het begrip bebouwde kom zoals dat werd gehanteerd in de brochure veehouderij en Hinderwet (één van de 'stankrichtlijnen') en in de Stankwet. Het plangebied maakt na realisatie van de beoogde geurgevoelige objecten onderdeel uit van een bebouwde kom.
Onderzoek geurhinder veehouderijen Westervoort Noord Datum: 30 augustus 2023 ; Referentie: BuroSRO.335.v01
12
4.
GEURBEREKENINGEN
In de omgeving van het plangebied liggen veehouderijen. Deze veehouderijen en de totale geuremissies zijn aangegeven op afbeelding 3.
Afbeelding 3. Veehouderijen en geuremissies
De vergunde veebezetting van deze veehouderijen is als volgt: IJsseldijk 90
IJsseldijk 92
Onderzoek geurhinder veehouderijen Westervoort Noord Datum: 30 augustus 2023 ; Referentie: BuroSRO.335.v01
13
4.1.
Afstanden
4.1.1.
Huidige situatie
In paragraaf 3.3.2 is toegelicht dat voor dieren waarvoor in de Rgv geen geuremissiefactoren zijn vastgesteld (in dit geval paarden en pony’s) een afstand van 100 meter tussen het emissiepunt van een dierenverblijf en de gevel van een geurgevoelig object binnen de bebouwde kom in acht moet worden genomen. Daarnaast geldt een gevel-gevelafstand van 50 meter tussen de gevel van enig dierenverblijf (ongeacht of voor de betreffende dieren in de Rgv een geuremissiefactor is vastgesteld of niet) en de gevel van een geurgevoelig object binnen de bebouwde kom. Op afbeelding 4 en de kaart in bijlage I is de afstandscontour van 100 meter rondom de bouwvlakken van bovengenoemde veehouderijen en 50 meter rondom het bouwvlak van alle relevante veehouderijen weergegeven. Er wordt uitgegaan van de rand van het bouwvlak omdat geurbronnen alleen binnen het bouwvlak kunnen worden opgericht en de betreffende veehouderijen in de richting van het plangebied niet overbelast zijn op bestaande geurgevoelige objecten.
Afbeelding 4. Afstanden
Wanneer bij verdere planvorming de bouwvlakken voor beoogde geurgevoelige objecten binnen het plangebied buiten de afstandscontour van 100 meter worden geprojecteerd is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en worden de veehouderijen niet in de
Onderzoek geurhinder veehouderijen Westervoort Noord Datum: 30 augustus 2023 ; Referentie: BuroSRO.335.v01
14
belangen geschaad. Hierbij is rekening gehouden met de maximale planologische mogelijkheden van de veehouderijen.
4.1.2.
Doorkijk naar de mogelijkheden
Wanneer bij verdere planvorming de bouwvlakken voor beoogde geurgevoelige objecten binnen het plangebied buiten de afstandscontour van 100 meter zoals weergegeven op afbeelding 4 en op de kaart in bijlage I worden geprojecteerd is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en worden de veehouderijen niet in de belangen geschaad. Echter, wanneer het toch wenselijk is om geurgevoelige objecten op kortere afstand van de veehouderijen mogelijk te maken, dan kan een geurverordening een uitkomst bieden. De Wgv biedt gemeenten de mogelijkheid om voor bepaalde gebieden andere afstanden of normen vast te stellen dan de landelijk gestelde afstanden of normen. De afwijkende geurnormen en afstandseisen moeten worden vastgelegd in een gemeentelijke verordening (op grond van artikel 6 van de Wet geurhinder en veehouderij). Bij het opstellen van een verordening dienen in ieder geval de volgende aspecten te worden betrokken (artikel 8, lid 1 Wgv): a. de huidige en de te verwachten geursituatie vanwege de veehouderijen in het gebied; b. het belang van een geïntegreerde aanpak van de verontreiniging, en c. de noodzaak van een even hoog niveau van de bescherming van het milieu. Daarnaast moet ook rekening worden gehouden met één van de volgende twee criteria (artikel 8, lid 2 Wgv): d. de gewenste ruimtelijke inrichting van het gebied, of e.
de afwijkende relatie tussen geurbelasting en geurhinder. De bandbreedten die de Wgv hiertoe biedt zijn weergegeven in tabel 3. Tabel 3. Bandbreedte geurnormen en afstanden Norm Minimaal Wettelijk Maximaal Geurnorm binnen bebouwde kom * 0,1 ouE/m3 3,0 ouE/m3 14,0 ouE/m3 Geurnorm buiten bebouwde kom * 3,0 ouE/m3 14,0 ouE/m3 35,0 ouE/m3 Afstand binnen bebouwde kom 50 meter 100 meter 100 meter Afstand buiten bebouwde kom 25 meter 50 meter 50 meter * deze waarden gelden alleen voor concentratiegebieden, voor niet-concentratiegebieden bestaan andere waarden. De gemeente Westervoort ligt in een concentratiegebied. Criterium
De afstandseis van 100 meter zou met inachtneming van bovenstaande voorwaarden kunnen worden aangepast naar 50 meter. In dat worden de belangen van de veehouderijen niet geschaad als geurgevoelige objecten worden geprojecteerd binnen de afstandscontour van 100 meter, maar buiten de afstandscontour van 50 meter zoals weergegeven op afbeelding 4 en op de kaart in bijlage I. In paragraaf 4.1.3 is gekeken naar bovenstaande voorwaarde a, de huidige en te verwachten geursituatie, om te beoordelen of sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. De
Onderzoek geurhinder veehouderijen Westervoort Noord Datum: 30 augustus 2023 ; Referentie: BuroSRO.335.v01
15
overige criteria moeten ook aan bod komen in een zogenaamde geurgebiedsvisie als onderbouwing van een geurverordening, maar dat valt buiten de scope van dit verkennend geurrapport.
4.1.3.
Woon- en leefklimaat
Als een afstandseis van 50 meter wordt vastgesteld in plaats van de wettelijke afstandseis van 100 meter, dan houdt dit niet per definitie in dat geen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ten aanzien van de veehouderij aan IJsseldijk 90. In de Wgv bestaat geen relatie tussen de bedrijfsomvang van veehouderijen met dieren waarvoor in de Rgv geen geuremissiefactoren zijn vastgesteld en de te hanteren afstandseisen. Dit betekent dat voor een veehouderij met (in dit geval) 20 paarden dezelfde afstandseis geldt als voor een veehouderij met (bijvoorbeeld) 100 paarden. De afstandseis zegt daarom niet veel over het woon- en leefklimaat ter plaatse van geurgevoelige objecten. Om een indruk te krijgen van het woon- en leefklimaat uitgaande van een afstandseis van 50 meter is een geurberekening gemaakt. Op basis van de meest recente milieuhygiënische inzichten is een geuremissiefactor voor paarden bepaald. De geuremissiefactor bedraagt 0,033 MouE/uur, dus 9,17 ouE/s per paard of pony4. De totale geuremissie bij 20 paarden bedraagt dan 183 ouE/s. Omdat op voorhand duidelijk is dat de veehouderij niet overbelast is op bestaande geurgevoelige objecten is een de geurberekening uitgevoerd op basis van de omgekeerde werking van de Wgv.
Hierbij is uitgegaan van één emissiepunt op de rand van het bouwvlak, zo dicht mogelijk bij het plangebied en worst-case parameters behorende bij natuurlijke ventilatie: - emissiepunthoogte 1,5 m - gemiddelde gebouwhoogte: 1,5 m - diameter emissiepunt 0,5 m - uittreesnelheid emissiepunt 0,4 m/s De geurberekeningen zijn uitgevoerd met het rekenprogramma V-Stacks vergunning 2020 (meest recente milieuhygiënische inzichten). De geurberekening is opgenomen in bijlage I. De emissiepunten en de toetspunten zijn aangegeven op afbeelding 5. De toetspunten zijn gesitueerd op de rand van het plangebied, maar vanwege de voorgestelde afstandseis is ook een toetspunt op 50 meter van de veehouderij aan IJsseldijk 90 toegevoegd.
4
Geuronderzoek voor manege Van der Voort nabij plangebied Eikelenburg te Rijswijk. PRA Odournet, BOWA09A1, 2010.
Onderzoek geurhinder veehouderijen Westervoort Noord Datum: 30 augustus 2023 ; Referentie: BuroSRO.335.v01
16
Afbeelding 5. Emissiepunten en toetspunten
De geurberekening is opgenomen in De geurbelasting op 50 meter van de veehouderij aan IJsselijk 90 door toedoen van 20 paarden bedraagt 0,5 ouE/m3. Uit tabel 2 in paragraaf 3.4 blijkt dat bij deze voorgrondbelasting sprake is van een ‘zeer goed’ woon- en leefklimaat. Wanneer de gemeente Westervoort in een geurverordening een aangepaste afstandseis van 50 meter vaststelt is nog altijd sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Omdat woningen dan alleen mogelijk zijn buiten deze afstandscontour van 50 meter, worden de belangen van de veehouderijen niet geschaad.
Onderzoek geurhinder veehouderijen Westervoort Noord Datum: 30 augustus 2023 ; Referentie: BuroSRO.335.v01
17
4.2.
Voorgrondbelasting
In paragraaf 3.3.1 is toegelicht dat voor dieren waarvoor in de Rgv wel geuremissiefactoren zijn vastgesteld (in dit geval schapen) de geurnorm van 3 ouE/m3 op de gevel van een geurgevoelig object binnen de bebouwde kom in acht moet worden genomen. Op basis van de vergunde geuremissies is voor beide veehouderijen een geurberekening uitgevoerd. Omdat op voorhand duidelijk is dat de veehouderijen niet overbelast zijn op bestaande geurgevoelige objecten is een de geurberekening uitgevoerd op basis van de omgekeerde werking van de Wgv. Hierbij is uitgegaan van één emissiepunt op de rand van het bouwvlak, zo dicht mogelijk bij het plangebied en worst-case parameters behorende bij natuurlijke ventilatie: - emissiepunthoogte 1,5 m - gemiddelde gebouwhoogte: 1,5 m - diameter emissiepunt 0,5 m - uittreesnelheid emissiepunt 0,4 m/s De geurberekeningen zijn uitgevoerd met het rekenprogramma V-Stacks vergunning 2020 (meest recente milieuhygiënische inzichten). De geurberekeningen zijn opgenomen in bijlage II. De emissiepunten en de toetspunten zijn aangegeven op afbeelding 6. De toetspunten zijn gesitueerd op de rand van het bouwvlak, maar vanwege de voorgestelde afstandseis in paragraaf 4.1 is ook een toetspunt op 50 meter van de veehouderij aan IJsseldijk 90 toegevoegd.
Onderzoek geurhinder veehouderijen Westervoort Noord Datum: 30 augustus 2023 ; Referentie: BuroSRO.335.v01
18
Afbeelding 6. Emissiepunten en toetspunten
De voorgrondbelasting op 50 meter van de veehouderij aan IJsselijk 90 bedraagt 2,2 ouE/m3. Er wordt voldaan aan de geurnorm van 3 ouE/m3. De veehouderij wordt daarom niet in haar belangen geschaad. Uit tabel 2 in paragraaf 3.4 blijkt dat bij deze voorgrondbelasting sprake is van een ‘goed’ woon- en leefklimaat.
4.3.
Achtergrondbelasting
De achtergrondbelasting wordt gevormd door de geurbelasting van alle veehouderijen samen (zie paragraaf 3.3.3). De geuremissie is afkomstig van dieren waarvoor in de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv) een omrekeningsfactor is vastgesteld, zoals varkens, vleesvee, pluimvee, schapen en geiten. Omdat in de omgeving van het plangebied geen andere veehouderijen dan de veehouderijen aan IJsseldijk 90 en 92 zijn gelegen, kan op voorhand worden gesteld dat de achtergrondbelasting geen belemmering vormt voor het plan.
Onderzoek geurhinder veehouderijen Westervoort Noord Datum: 30 augustus 2023 ; Referentie: BuroSRO.335.v01
19
5.
CONCLUSIE
In dit onderzoek is de geur van veehouderijen ter plaatse van het plan Westervoort Noord onderzocht. In deze conclusie wordt antwoord gegeven op de onderzoeksvragen, zoals gesteld in paragraaf 1.2. Wanneer bij verdere planvorming de bouwvlakken voor beoogde geurgevoelige objecten binnen het plangebied buiten de afstandscontour van 100 meter zoals weergegeven op afbeelding 4 en op de kaart in bijlage I worden geprojecteerd is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en worden de veehouderijen niet in de belangen geschaad. Echter, wanneer het toch wenselijk is om geurgevoelige objecten op kortere afstand van de veehouderijen mogelijk te maken, dan kan een geurverordening een uitkomst bieden. In een geurverordening kan de afstandseis van 100 meter worden teruggebracht naar 50 meter. In dit geurrapport is toegelicht dat bij een afstandseis van 50 meter nog altijd sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Omdat woningen dan alleen mogelijk zijn buiten deze afstandscontour van 50 meter, worden de belangen van de veehouderijen niet geschaad. In paragraaf 4.1.2 staan de overige criteria moeten ook aan bod komen in een zogenaamde geurgebiedsvisie als onderbouwing van een geurverordening, maar dat valt buiten de scope van dit verkennend geurrapport.
Onderzoek geurhinder veehouderijen Westervoort Noord Datum: 30 augustus 2023 ; Referentie: BuroSRO.335.v01
20
BIJLAGE
I. AFSTANDEN
Onderzoek geurhinder veehouderijen Westervoort Noord Datum: 30 augustus 2023 ; Referentie: BuroSRO.335.v01
21
Gegenereerd op: 29-08-2023
berekend met : V-Stacks Vergunning 2020 Release juli 2020
(c) DNV GL
Page 1
Naam van de berekening: IJsseldijk 90 Westervoort - 20 p Gemaakt op: 2023-08-29 17:15:14 Rekentijd: 0:00:19 Naam van het bedrijf: IJsseldijk 90 Westervoort - 20 paarden Berekende ruwheid: 0,365 m
Brongegevens: Volgnr. BronID 1
Rand bouwvlak
X-coord. 195 348
Y-coord. 442 259
EP Hoogte 1,5
EP Diam. 0,5
Geur gevoelige locaties: Volgnr. BronID
X-coord.
Y-coord.
Geurnorm
Geurbelasting
2
TP01
195 334
442 233
3,0
1,3
3
TP02
195 394
442 137
3,0
0,1
4
TP03
195 538
442 074
3,0
0,0
5
TP04
195 615
442 116
3,0
0,0
6
TP05
195 328
442 214
3,0
0,5
EP Uittr. snelh. E-Aanvraag 0,40
183
Geb. Hoogte 1,5
Gegenereerd op: 29-08-2023
berekend met : V-Stacks Vergunning 2020 Release juli 2020
(c) DNV GL
Page 2
BIJLAGE
II. VOORGRONDBELASTING
Onderzoek geurhinder veehouderijen Westervoort Noord Datum: 30 augustus 2023 ; Referentie: BuroSRO.335.v01
22
Gegenereerd op: 29-08-2023
berekend met : V-Stacks Vergunning 2020 Release juli 2020
(c) DNV GL
Page 1
Naam van de berekening: IJsseldijk 90 Westervoort Gemaakt op: 2023-08-29 16:18:40 Rekentijd: 0:00:19 Naam van het bedrijf: IJsseldijk 90 Westervoort Berekende ruwheid: 0,365 m
Brongegevens: Volgnr. BronID 1
Rand bouwvlak
X-coord. 195 348
Y-coord. 442 259
EP Hoogte 1,5
EP Diam. 0,5
Geur gevoelige locaties: Volgnr. BronID
X-coord.
Y-coord.
Geurnorm
Geurbelasting
2
TP01
195 334
442 233
3,0
5,4
3
TP02
195 394
442 137
3,0
0,4
4
TP03
195 538
442 074
3,0
0,1
5
TP04
195 615
442 116
3,0
0,1
6
TP05
195 328
442 214
3,0
2,2
EP Uittr. snelh. E-Aanvraag 0,40
780
Geb. Hoogte 1,5
Gegenereerd op: 29-08-2023
berekend met : V-Stacks Vergunning 2020 Release juli 2020
(c) DNV GL
Page 2
Gegenereerd op: 29-08-2023
berekend met : V-Stacks Vergunning 2020 Release juli 2020
(c) DNV GL
Page 1
Naam van de berekening: IJsseldijk 92 Westervoort Gemaakt op: 2023-08-29 16:20:48 Rekentijd: 0:00:19 Naam van het bedrijf: IJsseldijk 92 Westervoort Berekende ruwheid: 0,365 m
Brongegevens: Volgnr. BronID 1
Rand bouwvlak
X-coord. 195 480
Y-coord. 442 281
EP Hoogte 1,5
EP Diam. 0,5
Geur gevoelige locaties: Volgnr. BronID
X-coord.
Y-coord.
Geurnorm
Geurbelasting
2
TP01
195 334
442 233
3,0
0,2
3
TP02
195 394
442 137
3,0
0,1
4
TP03
195 538
442 074
3,0
0,1
5
TP04
195 615
442 116
3,0
0,1
6
TP05
195 328
442 214
3,0
0,1
EP Uittr. snelh. E-Aanvraag 0,40
390
Geb. Hoogte 1,5
Gegenereerd op: 29-08-2023
berekend met : V-Stacks Vergunning 2020 Release juli 2020
(c) DNV GL
Page 2