CConstaterende datWestervoort
Koppel je AI →
Document · PDF

20260622-rv-wijz-opw-wtv-nrd-oost-bijlage-23

Raadsvergadering 22 juni 2026, gemeente WestervoortBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling omgevingsplanwijziging Westervoort-Noord, Oostelijk deel22.209 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Rapport actualisatie quickscan natuurwaarden Gebiedsontwikkeling Westervoort Noord

Status van het document:

Definitief Datum:

04-11-2025

Sweco Nederland B.V. Onderwerp Projectnummer Klant Auteur Gecontroleerd door Vrijgegeven door Datum Documentreferentie

Handelsregister 30129769 Actualisatie quickscan natuurwaarden 51026718-003 Gemeente Westervoort Lieselotte Nooyens en Pepijn Vermeiren Reinier Valstar Corné Slemmer 4-11-2025 Rapport actualisatie quickscan natuurwaarden (51026718-003, D1) Westervoort Noord

2/59

Inhoudsopgave 1 2

Inleiding ......................................................................................................................... 5 Gebiedsbeschrijving ...................................................................................................... 6 2.1 Huidig gebruik onderzoekslocatie en omgeving ................................................. 6 2.2 Toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en voorgenomen ingrepen ....... 9

3 4

Onderzoeksmethodiek ................................................................................................ 11 Aangetroffen en te verwachten beschermde soorten ................................................. 12 4.1 Vogels ............................................................................................................... 13 4.1.1 Broedvogels (nesten jaarrond beschermd) ....................................... 13 4.1.2 Broedvogels (nesten jaarrond beschermd bij ecologisch zwaarwegende redenen) ................................................................................... 18 4.1.3 Overige broedvogels .......................................................................... 19 4.2 Vleermuizen ...................................................................................................... 20 4.2.1 Verblijfplaatsen op de onderzoekslocatie .......................................... 20 4.2.2 Foerageerhabitat ............................................................................... 22 4.2.3 Vliegroutes ......................................................................................... 22 4.3 Grondgebonden zoogdieren ............................................................................. 22 4.3.1 Streng beschermde grondgebonden zoogdieren ..............................

23 4.3.2 Licht beschermde grondgebonden zoogdieren ................................. 26 4.4 Reptielen ........................................................................................................... 26 4.5 Amfibieën .......................................................................................................... 27 4.5.1 Streng beschermde amfibieën ........................................................... 27 4.5.2 Licht beschermde amfibieën .............................................................. 28 4.6 Vissen ................................................................................................................ 29 4.7 Ongewervelden ................................................................................................. 29 4.7.1 Libellen............................................................................................... 29 4.7.2 Vlinders .............................................................................................. 29 4.7.3 Overige ongewervelden ..................................................................... 30 4.8 Planten .............................................................................................................. 30 4.9 Specifieke zorgplicht ......................................................................................... 31

5

Toetsing aan soortenbescherming .............................................................................. 32 5.1 Broedvogels ...................................................................................................... 32 5.1.1 Jaarrond beschermde broedvogels ................................................... 32 5.1.2 Algemene broedvogels ...................................................................... 34 5.2 Vleermuizen ...................................................................................................... 35 5.3 Overige zoogdieren ........................................................................................... 36 5.3.1 Steenmarter ....................................................................................... 36 5.3.2 Kleine marterachtigen ........................................................................ 37 5.3.3 Eekhoorn............................................................................................ 37 5.4 Algemene grondgebonden zoogdieren en amfibieën ....................................... 38 5.5 Beschermde amfibieën en reptielen ................................................................. 38 5.5.1 Ringslang ...........................................................................................

38 5.5.2 Rugstreeppad .................................................................................... 38 5.6 Vissen ................................................................................................................ 39 5.6.1 Grote modderkruiper .......................................................................... 39 5.6.2 Algemene vissensoorten ................................................................... 39 5.7 Beschermde vlinders ......................................................................................... 40 5.8 Specifieke zorgplicht ......................................................................................... 40 5.9 Leefgebied analyse ........................................................................................... 41 5.10 Overige soort(groep)en ..................................................................................... 42

3/59

6

Toetsing aan gebiedsbescherming ............................................................................. 43 6.1 Natura 2000....................................................................................................... 43 6.2 Natuurnetwerk Nederland ................................................................................. 44 6.3 Overige provinciaal beschermde gebieden ....................................................... 44

7 8

Houtopstanden ............................................................................................................ 46 Samenvatting en conclusies ........................................................................................ 47 Geraadpleegde bronnen ................................................................................................ 51 Bijlage 1 Natuurwetgeving en doelen Natura 2000 ................................................... 52 Natuurwetgeving Natura 2000 ................................................................................. 52 Doelen Natura 2000 ................................................................................................... 53 Bijlage 2 Natuurwetgeving Natuurnetwerk Nederland ............................................... 54 Natuurwetgeving Natuurnetwerk Nederland .......................................................... 54 Bijlage 3 Omgevingswet ................................................................................................ 55 Omgevingswet ............................................................................................................ 55 Besluit kwaliteit leefomgeving .................................................................................. 56 Besluit activiteiten leefomgeving .............................................................................. 57

4/59

1

Inleiding

Sweco heeft van de gemeente Westervoort opdracht gekregen voor het uitvoeren van een actualisatie van een eerder uitgevoerde quickscan natuurwaarden ten aanzien van de gebiedsontwikkeling Westervoort Noord. De actualisatie is uitgevoerd naar aanleiding van het binnenkort verlopen van de voorgaande quickscan natuurwaarden, uitgevoerd door Econsultancy part of Sweco (rapport quickscan Wet natuurbescherming (21729.001_D2) gebiedsontwikkeling Westervoort Noord te Westervoort, d.d. 3 juli 2023), en de uitbreiding van de onderzoekslocatie. De quickscan natuurwaarden heeft als doel in te schatten of er op de onderzoekslocatie planten- en diersoorten aanwezig of te verwachten zijn, die volgens de Omgevingswet een beschermde status hebben en die mogelijk negatieve invloed kunnen ondervinden door de voorgenomen ingreep. Tevens is beoordeeld of de voorgenomen ingreep invloed kan hebben op Natura 2000-gebieden, het Natuurnetwerk Nederland of op overige provinciaal beschermde gebieden en op houtopstanden die middels de Omgevingswet zijn beschermd. Sweco is lid van de branchevereniging Netwerk Groene Bureaus en werkt volgens de door het Netwerk opgestelde gedragscode en protocollen. Econsultancy part of Sweco heeft eerder ecologisch onderzoek uitgevoerd op de planlocatie.

In 2023 is de eerder genoemde quickscan natuurwaarden uitgevoerd (rapport quickscan Wet natuurbescherming (21729.001_D2) gebiedsontwikkeling Westervoort Noord te Westervoort, d.d. 3 juli 2023) en in 2024 is aanvullend ecologisch onderzoek uitgevoerd (21729_003_D1 rapport aanvullende ecologische onderzoeken gebiedsontwikkeling Westervoort Noord in Westervoort, d.d. 30 juni 2025). In dit rapport is tevens besproken wat de verwachtingen zijn van eventuele mitigerende en compenserende maatregelen die genomen kunnen worden voor streng beschermde soorten. De verwachtingen zijn weergegeven in hoofdstuk 8 en zijn beschreven in het kader of het planvoornemen voldoet aan het omgevingsplan EFTAL (evenwichtige toedeling van functies aan locaties). Voor het gedeelte gebiedsbescherming wordt een separaat rapport opgesteld (voortoets), waarbij dezelfde verwachtingen worden aangehaald.

Sweco | Rapport actualisatie quickscan natuurwaarden Gebiedsontwikkeling Westervoort Noord Projectnummer 51026718-003 Datum 4-11-2025

Versie D2

Documentreferentie Rapport actualisatie quickscan natuurwaarden (51026718-003, D2) Westervoort Noord

2

Gebiedsbeschrijving

2.1

Huidig gebruik onderzoekslocatie en omgeving

De onderzoekslocatie (± 25 ha) bestaat uit meerdere percelen die deel uitmaken van de voorgenomen gebiedsontwikkeling Westervoort Noord. In figuur 2.1 is de topografische ligging van de onderzoekslocatie weergegeven.

Figuur 2.1

Topografische ligging van de onderzoekslocatie.

De onderzoekslocatie betreft meerdere percelen, bestaande uit sportvelden (Sportclub Westervoort, Voetbalclub Avw’66 en de Tennisvereniging Westervoort), bebouwing (clubhuizen, tribunes bij de sportclubs, schuren en woningen), verharding (parkeerplaatsen en erfverharding), tuinen (weides, gazons en een paardenbak) en akkers met bouwdepots aan de oostzijde. Rondom de percelen zijn meerdere bomenrijen, hagen en sloten aanwezig. Ten noorden van de onderzoekslocatie ligt de IJsseldijk met daarachter weilanden die behoren tot de Rijntakken (Natura-2000 gebied). Ten westen van de onderzoekslocatie loopt een treinspoor en ten zuiden van de onderzoekslocatie ligt de woonkern van Westervoort. Aan de noordoostkant van de onderzoekslocatie ligt, aangrenzend aan de akkers en de tuin van de IJsseldijk 90, het natuurreservaat ‘Het Ambacht’. Het reservaat bestaan uit twee plassen met dichte begroeiing, die in een uithoek aan elkaar grenzen. Voor een groot deel tussen de twee gebiedjes in, ligt een akker die onderdeel is van het plangebied. De onderzoekslocatie is opgedeeld in drie deelgebieden A t/m C (zie figuur 2.2).

Deelgebied A ‘bebouwing, tuin en verharding’ bestaat uit verharde delen, waaronder de parkeerplaatsen, tennisbanen, kunstgras voetbalvelden en erfverharding; uit bebouwing, waaronder de clubhuizen (Tennisvereniging Westervoort, Voetbalclub Avw’66, Sportclub Westervoort), een paar overdekte tribunes naast de sportvelden, een

Sweco | Rapport actualisatie quickscan natuurwaarden Gebiedsontwikkeling Westervoort Noord Projectnummer 51026718-003 Datum 4-11-2025

Versie D2

Documentreferentie Rapport actualisatie quickscan natuurwaarden (51026718-003, D2) Westervoort Noord

kaartverkoopgebouw, en paardenstallen, schuren en woningen aan de IJsseldijk 88 en 90; en uit tuin, waaronder gazon, aanplant, een paardenbak en weides aan de IJsseldijk 88 en 90. Tussen de bebouwing en rondom de tennisbanen zijn op verschillende plekken laurierhagen en buxushagen aanwezig die ook behoren tot deelgebied A. Deelgebied B ‘sportvelden’ bestaat uit een zevental sportvelden (voetbal). Tussen de sportvelden zijn op een aantal plekken hagen en greppels aanwezig en enkele losstaande bomen die ook deel uit maken van deelgebied B. Deelgebied C ‘akker’ bestaat uit maisvelden met aangrenzende sloten, twee omheinde bouwdepots en enkele losstaande bomen. In figuur 2.2 is een luchtfoto van de onderzoekslocatie en de directe omgeving weergegeven. Figuur 2.3 t/m figuur 2.14 geven een impressie van de onderzoekslocatie, middels foto’s die zijn genomen tijdens het veldbezoek. Het deel van de onderzoeklocatie dat hoort bij deelgebied A ‘tuin’ en de bebouwing die hierop aanwezig is, betreft een uitbreiding van de onderzoekslocatie ten opzichte van de voorgaande quickscan. Ook de meest oostelijke akker betreft gebied dat niet in de voorgaande quickscan is onderzocht. Het deel dat ten westen van de onderzoekslocatie ligt, aangrenzend aan de sportvelden, maakte in de vorige quickscan nog wel onderdeel uit van de planlocatie.

Dit deel is nu niet meegenomen in het huidige planvoornemen voor de gebiedsontwikkeling Westervoort Noord.

Sweco | Rapport actualisatie quickscan natuurwaarden Gebiedsontwikkeling Westervoort Noord Projectnummer 51026718-003 Datum 4-11-2025

Versie D2

Documentreferentie Rapport actualisatie quickscan natuurwaarden (51026718-003, D2) Westervoort Noord

Figuur 2.2

Luchtfoto van de onderzoekslocatie en directe omgeving.

Figuur 2.3 Paardenstal en woning aan de IJsseldijk 88 (deelgebied A).

Figuur 2.4 Tuin/weide aan de IJsseldijk 88 (deelgebied A).

Figuur 2.5 Woning, stallen en schuren aan de IJsseldijk 90 (deelgebied A).

Figuur 2.6 Weide aan de IJsseldijk 90 (deelgebied A).

Figuur 2.7 C).

Figuur 2.8 (deelgebied C).

Maïs akker (deelgebied

Sweco | Rapport actualisatie quickscan natuurwaarden Gebiedsontwikkeling Westervoort Noord Projectnummer 51026718-003 Datum 4-11-2025

Versie D2

Documentreferentie Rapport actualisatie quickscan natuurwaarden (51026718-003, D2) Westervoort Noord

Bouwdepot

Figuur 2.9 Greppel naast parkeerplaats voerbalvereniging (deelgebied A).

Figuur 2.10 (deelgebied B).

Figuur 2.12 Overkapping ten zuiden van akkers (deelgebied A).

Figuur 2.13 Zolder schuur ten zuiden van akkers (deelgebied A).

2.2

Voetbalveld

Figuur 2.11 Entreegebouwtje en terras voetbalvereniging (deelgebied B).

Figuur 2.14 Grote schuur ten zuiden van akkers (deelgebied A).

Toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en voorgenomen ingrepen

De initiatiefnemer is voornemens de sportvelden te verplaatsen naar een locatie buiten het plangebied, zodat op de vrijkomende sportvelden en de percelen aan de IJsseldijk 88 en 90 woningbouw kan worden gerealiseerd. Doel van dit project is het realiseren van een nieuw sportcomplex voor de buitensportverenigingen buiten de onderzoekslocatie en van een nieuwe woonwijk van circa 500 woningen in het betreffende plangebied. De initiatiefnemer is voornemens het hele plangebied bouwrijp te maken. Alle huidige bebouwing op de planlocatie wordt hiervoor gesloopt, bomen worden gekapt, sloten en greppels worden verlegd, groen wordt verwijderd en graafwerkzaamheden zullen plaatsvinden. Daarna zal woningbouw worden gerealiseerd. De planschets is weergegeven in figuur 2.15. Het voornemen is in het najaar van 2026 te starten met de werkzaamheden.

Sweco | Rapport actualisatie quickscan natuurwaarden Gebiedsontwikkeling Westervoort Noord Projectnummer 51026718-003 Datum 4-11-2025

Versie D2

Documentreferentie Rapport actualisatie quickscan natuurwaarden (51026718-003, D2) Westervoort Noord

Figuur 2.15

Schets van het planvoornemen voor de gebiedsontwikkeling in Westervoort Noord.

Sweco | Rapport actualisatie quickscan natuurwaarden Gebiedsontwikkeling Westervoort Noord Projectnummer 51026718-003 Datum 4-11-2025

Versie D2

Documentreferentie Rapport actualisatie quickscan natuurwaarden (51026718-003, D2) Westervoort Noord

3

Onderzoeksmethodiek

Het onderzoek is uitgevoerd middels het verrichten van een bureauonderzoek en een veldbezoek. Op deze wijze is inzicht verkregen in de aanwezigheid van geschikt habitat en de daarbij te verwachten beschermde soorten, gesitueerd op of nabij de onderzoekslocatie. Er zijn meerdere veldbezoeken afgelegd in oktober 2025. Tijdens deze veldbezoeken is de gehele onderzoekslocatie, alsmede de directe omgeving beoordeeld. Gedurende de veldbezoeken is gelet op de mogelijke aanwezigheid van beschermde en bedreigde soorten op basis van het aanwezige habitat. Vanwege de aanwezigheid van zolders is met behulp van onder andere een zaklantaarn gezocht naar de aanwezigheid van rust- en voortplantingsplaatsen van vleermuizen, overige zoogdieren en vogels. Verder is aan de hand van verspreidingsatlassen, andere standaardwerken en op basis van “expert judgement” nagegaan welke bijzondere planten- en diersoorten er voor kunnen komen op de onderzoekslocatie en zijn omtrent gebiedsbescherming gegevens van de provincie Gelderland geraadpleegd. Actuele verspreidingsgegevens van flora en fauna zijn uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) opgevraagd. De quickscan natuurwaarden is een toets van de ecologische potenties van de onderzoekslocatie en betreft geen volwaardig soort(en) specifiek onderzoek. Er zijn in het onderhavige onderzoek geen inventarisaties uitgevoerd van soorten en soortgroepen.

Een ecologische inventarisatie beslaat meerdere veldbezoeken gedurende de voor de soortgroep meest gunstige periode van het jaar.

Sweco | Rapport actualisatie quickscan natuurwaarden Gebiedsontwikkeling Westervoort Noord Projectnummer 51026718-003 Datum 4-11-2025

Versie D2

Documentreferentie Rapport actualisatie quickscan natuurwaarden (51026718-003, D2) Westervoort Noord

4

Aangetroffen en te verwachten beschermde soorten

Het voorkomen van planten- en diersoorten in een gebied wordt mede bepaald door de aanwezigheid van geschikt leefgebied. Een soort kan in zijn leefgebied gebruik maken van verschillende plekken om te verblijven. Al deze plekken (biotopen) kunnen een bepaalde functie voor de soort vervullen. In dit hoofdstuk wordt op basis van het aanwezige habitat/verblijfsmogelijkheden samen met verspreidingsgegevens beschreven welke beschermde soorten binnen de onderzoekslocatie kunnen voorkomen. Afhankelijk van de soort wordt ingegaan op de potentiële aanwezigheid van vaste rust- of voortplantingsplaatsen, foerageergebied en verbindingsroutes. Tevens wordt beoordeeld of de voorgenomen plannen een negatief effect kunnen hebben op de mogelijk aanwezige beschermde soorten. In hoofdstuk 5 wordt beschreven welke juridische implicaties dit voor het project heeft. De onderzoekslocatie is voor de quickscan opgedeeld in drie deelgebieden (zie figuur 4.1): deelgebied A: bebouwing, tuin en verharding; deelgebied B: sportvelden; en deelgebied C: akker. Dit hoofdstuk zal daarom ook grotendeels per soort(groep) in de drie deelgebieden worden opgesplitst voor een overzichtelijke beschrijving van de aangetroffen en de te verwachten beschermde soorten op de onderzoekslocatie.

Figuur 4.1

Onderzoekslocatie opgedeeld in drie deelgebieden en tien gebouwclusters.

Sweco | Rapport actualisatie quickscan natuurwaarden Gebiedsontwikkeling Westervoort Noord Projectnummer 51026718-003 Datum 4-11-2025

Versie D2

Documentreferentie Rapport actualisatie quickscan natuurwaarden (51026718-003, D2) Westervoort Noord

4.1

Vogels

4.1.1

Broedvogels (nesten jaarrond beschermd)

Er zijn broedvogels waarvan de nesten ook beschermd zijn op het moment dat ze niet voor de voortplanting in gebruik zijn. Volgens verspreidingsgegevens van de NDFF zijn in de omgeving van de onderzoekslocatie waarnemingen bekend van: boomvalk, buizerd, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, havik, huismus, kerkuil, ooievaar, ransuil, roek, slechtvalk, sperwer en steenuil. Van deze soorten kan de slechtvalk op voorhand worden uitgesloten. Deze soort broedt enkel op hoge stenige bebouwing, zoals kantoorgebouwen, torens en fabrieksschoorstenen, welke niet aanwezig zijn op de onderzoekslocatie. Huismus De huismus is een typische gebouwbewonende koloniebroeder. De huismus wordt zowel binnen als buiten de bebouwde kom aangetroffen. De huismus nestelt zich in ruimtes onder dakpannen, bij regenpijpen en in nissen of spleten in bebouwing. Daarnaast zijn huismussen voor de functionaliteit van hun nestlocatie afhankelijk van groen (in de vorm van struiken en/of hagen) in de directe omgeving van hun nestlocatie. Dit groen dient onder andere als schuilgelegenheid. Er zijn in de afgelopen 5 jaar meerdere waarnemingen gedaan van huismussen (NDFF) op de onderzoekslocatie. Ook is er tijdens het veldbezoek van de quickscan op de onderzoekslocatie op het dak van IJsseldijk 88 een huismus aangetroffen (zie figuur 4.2).

Figuur 4.2 Huismus waargenomen tijdens het veldbezoek op het dak van de woning aan IJsseldijk 88.

Deelgebied A Voor huismussen biedt een gedeelte van de aanwezige bebouwing op de onderzoekslocatie geschikte broedplekken. De bebouwing tussen de sportvelden heeft missende stenen en spleten in het voegwerk, waar de huismus kan broeden (zie figuur 4.3 en figuur 4.4). Ook de schuur aan de zuidzijde van de akker biedt geschikte ruimtes voor de huismus (zie figuur 4.5). Tevens zijn de woningen, stallen en schuren aan de IJsseldijk geschikt voor de huismus om als nestlocatie te gebruiken (zie figuur 4.6 t/m figuur 4.11). Er is voldoende groen aanwezig in de directe omgeving van deze potentiële nestlocaties in de vorm van struiken en hagen. Een nestlocatie in de bebouwing op de onderzoekslocatie is niet uit te sluiten en aanvullend onderzoek ten behoeve van de huismus is benodigd (zie hoofdstuk 5).

Figuur 4.3 Geschikte ruimte bij het dak van het kaartverkoop gebouw (gebouwcluster 9) van de voetbalvereniging.

Figuur 4.4 Geschikte ruimte in de muur van de kleedkamers van de voetbalvereniging (gebouwcluster 9).

Sweco | Rapport actualisatie quickscan natuurwaarden Gebiedsontwikkeling Westervoort Noord Projectnummer 51026718-003 Datum 4-11-2025

Versie D2

Documentreferentie Rapport actualisatie quickscan natuurwaarden (51026718-003, D2) Westervoort Noord

Figuur 4.5 Ruimte bij het dak van de schuur (gebouwcluster 10) ten zuiden van de akkers.

Figuur 4.6 Geschikte nestlocatie huismus in paardenstal IJsseldijk 88 (gebouwcluster 6).

Figuur 4.7 Openingen onder verschoven dakpannen in woning IJsseldijk 88 (gebouwcluster 6).

Figuur 4.8 Ruimte achter regenpijp van schuurwoning IJsseldijk 88 (gebouwcluster 7).

Figuur 4.9 Toegang tot dakruimte in schuurtje IJsseldijk 88 (gebouwcluster 6).

Figuur 4.10 Openingen onder dak van schuur IJsseldijk 90 (gebouwcluster 4).

Figuur 4.11 Ruimte bij dakraam in woning IJsseldijk 90 (gebouwcluster 4).

Deelgebied B De sportvelden van deelgebied B bevatten geen geschikte locaties voor huismussen om zich te nestelen. Tijdens het veldbezoek zijn op en rondom de onderzoekslocatie meerdere hagen en struiken aangetroffen die mogelijk gebruikt worden als kwetterbosjes. Deze kwetterbosjes dienen als vaste rustplaats voor de huismus en hebben daarmee een beschermde functie. Wanneer de voorgenomen ingreep deze functie van de vaste rustplaatsen negatief beïnvloedt, is overtreding van de Omgevingswet ten aanzien van de huismus niet uitgesloten (zie hoofdstuk 5). Deelgebied C Dit deelgebied dat voornamelijk uit akkers bestaat, bevat geen geschikte locaties voor huismussen om zich te nestelen. Daarnaast zijn er tijdens het veldbezoek geen geschikte hagen of struiken aangetroffen op en rondom de akkers die als vaste rustplekken van huismussen (kwetterbosjes) kunnen dienen. Overtredingen van de Omgevingswet ten aanzien van de huismus zijn in dit deelgebied uitgesloten. Gierzwaluw De gierzwaluw is een typische gebouwbewonende koloniebroeder. De gierzwaluw broedt over het algemeen binnen de bebouwde kom. Gierzwaluwen prefereren ruimtes onder overhangende dakpannen en ruimtes bij boeidelen als nestlocatie en hebben een vrije aanvliegroute naar de nestlocatie nodig, aangezien ze met hoge snelheid hun nestlocaties binnenvliegen.

De waarnemingen (NDFF) van gierzwaluwen hebben betrekking op een kolonie gierzwaluwen die zich bevindt in de woonkern van Westervoort ten zuiden van de onderzoekslocatie.

Sweco | Rapport actualisatie quickscan natuurwaarden Gebiedsontwikkeling Westervoort Noord Projectnummer 51026718-003 Datum 4-11-2025

Versie D2

Documentreferentie Rapport actualisatie quickscan natuurwaarden (51026718-003, D2) Westervoort Noord

Deelgebied A De woning aan de IJsseldijk 88 bevat openingen die mogelijk toegang bieden tot geschikte nestlocaties voor de gierzwaluw (zie figuur 4.12). In de andere woningen aan de IJsseldijk zijn geen openingen aangetroffen waar de gierzwaluw gebruik van kan maken. Ook de schuren ten zuiden van de akkers, zijn niet geschikt voor gierzwaluwen om zich te nestelen. De openingen in de overige bebouwing op de planlocatie zijn relatief laag, terwijl gierzwaluwen over het algemeen juist een voorkeur hebben voor wat hogere invliegopeningen. Daarmee is de overige bebouwing op de planlocatie ongeschikt als nestlocatie voor de gierzwaluw. Een nestlocatie in de bebouwing op de onderzoekslocatie is niet uit te sluiten en aanvullend onderzoek ten behoeve van de gierzwaluw is benodigd (zie hoofdstuk 5).

Figuur 4.12 Openingen onder kantpannen in de woning aan IJsseldijk 88 (gebouwcluster 6).

Deelgebieden B en C Deze deelgebieden bevatten geen bebouwing en bieden daarom geen geschikte locaties voor gierzwaluwen om zich te nestelen. Overtredingen van de Omgevingswet ten aanzien van de gierzwaluw zijn wegens het ontbreken van geschikte nestlocaties in deze deelgebieden uitgesloten. Boomvalk, buizerd, havik, ransuil en sperwer De boomvalk, buizerd, havik, ransuil en sperwer zijn voor hun nesten afhankelijk van (hoge) boomopstanden waarbij sommigen van deze soorten vaak gebruik maken van grotere nesten van andere vogels. In de afgelopen vijf jaar zijn waarnemingen op de onderzoekslocatie gedaan van deze soorten (NDFF). De (hoge) bomen op en rondom de onderzoekslocatie konden goed worden onderzocht op de aanwezigheid van nesten, vanwege het dunne bladerdek, welke niet zijn aangetroffen. Daarnaast zijn er geen sporen waargenomen in de vorm van uitwerpselen, braakballen, prooiresten of veren op en rondom de onderzoekslocatie. Echter is het, door de geschiktheid van de onderzoekslocatie en de duur tot de start van de ingreep, mogelijk dat tussen het veldbezoek van deze quickscan en de werkzaamheden, zich roofvogels vestigen in de bomen op de planlocatie. Op dit moment kan dan ook niet worden uitgesloten dat er een nest van de boomvalk, buizerd, havik, ransuil en/of sperwer op de planlocatie aanwezig is op het moment van uitvoering van de werkzaamheden.

Overtreding van de Omgevingswet ten aanzien van deze soorten is te voorkomen (zie hoofdstuk 5). Steenuil en kerkuil De kerkuil en steenuil hebben een voorkeur voor cultuurlandschappen met allerlei landschapselementen die voor afwisseling zorgen. De kerkuil broedt in schuren, torens en veelal in speciale nestkasten. Heel incidenteel kan de kerkuil in boomholtes broeden. De steenuil broedt in natuurlijke holtes van bomen (met name knotwilgen of fruitbomen) of in rustige hoekjes of nissen van gebouwen, in schuren en nestkasten. Volgens de verspreidingsgegevens van de NDFF zijn in de directe omgeving van de onderzoekslocatie een steenuil en meerdere malen een kerkuil aangetroffen. Deelgebied A De schuren ten zuiden van de akkers, de paardenstal aan de IJsseldijk 88 en de weide met fruitbomen aan dit adres zijn mogelijk geschikt voor de steenuil en/of kerkuil (zie figuur 4.13 t/m figuur 4.158). Twee van de schuren ten zuiden van de akkers zijn mogelijk geschikt als vaste rust- en/of voortplantingsplaats vanwege toegang tot een hoge ruimte met beschikbare steunbalken. Tijdens het veldbezoek zijn echter geen sporen aangetroffen die duiden op gebruik van de schuren door de steenuil en/of kerkuil. De paardenstal aan de IJsseldijk 88 biedt een hoge ruimte met steunbalken en een hooizolder waar mogelijk een nest op gebouwd

Sweco | Rapport actualisatie quickscan natuurwaarden Gebiedsontwikkeling Westervoort Noord Projectnummer 51026718-003 Datum 4-11-2025

Versie D2

Documentreferentie Rapport actualisatie quickscan natuurwaarden (51026718-003, D2) Westervoort Noord

kan worden door de steenuil of kerkuil. In de weide met fruitbomen zijn bomen met holtes aanwezig. Eén van de fruitbomen bevat een holte die geschikt is voor de steenuil. Hierin zijn geen gebruikssporen aangetroffen zoals nestmateriaal. De weides en tuinen aan de adressen aan de IJsseldijk maken mogelijk onderdeel uit van foerageergebied van de steenuil en kerkuil. Verstoring van potentiële nestlocaties van de steenuil of kerkuil is niet op voorhand uit te sluiten. Daarnaast zal er mogelijk essentieel foerageergebied verloren gaan (zie hoofdstuk 5).

Figuur 4.13 Schuur naast akkers met opening in dak (gebouwcluster 10).

Figuur 4.14 Paardenstal IJsseldijk 88 (gebouwcluster 6).

Figuur 4.15 Paardenstal IJsseldijk 88 (gebouwcluster 6).

Figuur 4.16 Holte in fruitboom in weide IJsseldijk 88.

Figuur 4.17 Zolder van schuur ten zuiden van akkers (gebouwcluster 10).

Figuur 4.18 Schuur ten zuiden van akkers (gebouwcluster 10).

Deelgebieden B en C In deze deelgebieden zijn geen geschikte nestlocaties aanwezig van de steenuil of kerkuil. Tevens zijn er geen sporen waargenomen in de vorm van uitwerpselen, braakballen, prooiresten of veren. Deze deelgebieden maken mogelijk wel onderdeel uit van de functionele leefomgeving van de steenuil en kerkuil. De toekomstige inpassing is niet van vergelijkbare kwaliteit voor deze soort met huidig gebruik en daardoor is er mogelijke aantasting van essentieel foerageergebied (zie hoofdstuk 5). Roek Roeken zijn echte koloniebroeders. De slordige nesten worden in de toppen van hoge bomen gebouwd. Roekenkolonies bevinden zich vaak in vrijstaande, hoge groepen bomen (vaak populieren) langs snelwegen, treinsporen of kanalen; ook wel in dorpen. Tijdens de veldbezoeken is gelet op de aanwezigheid van roekennesten en deze zijn niet aangetroffen. Op basis van de afwezigheid van roekennesten zijn negatieve effecten ten aanzien van de roek als gevolg van de voorgenomen ingreep op de onderzoekslocatie uit te sluiten.

Sweco | Rapport actualisatie quickscan natuurwaarden Gebiedsontwikkeling Westervoort Noord Projectnummer 51026718-003 Datum 4-11-2025

Versie D2

Documentreferentie Rapport actualisatie quickscan natuurwaarden (51026718-003, D2) Westervoort Noord

Ooievaar Ooievaars komen voornamelijk voor in open, natte gebieden, graslanden en agrarische gebieden. De soort bouwt grote nesten op daken, kerktorens, hoogspanningsmasten, speciaal gemaakte platforms op palen en in bomen. Volgens de verspreidingsgegevens van de NDFF zijn er op de onderzoekslocatie en in de directe omgeving meerdere waarnemingen van de ooievaar bekend. De grote en makkelijk te herkennen nesten zijn op de onderzoekslocatie niet aangetroffen en de bomen op de planlocatie zijn niet geschikt voor de ooievaar om in te broeden. Wel is er een gebruikt ooievaarsnest aangetroffen in de nabijheid van het plangebied en zijn meerdere individuen rustend waargenomen op de onderzoekslocatie (zie figuur 4.19 en figuur 4.20). Het aangetroffen nest bevindt zich buiten de invloedsferen van de werkzaamheden en er is voldoende alternatieve rustmogelijkheid in de directe omgeving. Ooievaars maken gebruik van agrarische percelen om te foerageren. Het verlies van de akkers in het planvoornemen leidt mogelijk tot verlies van foerageergebied. Er zijn echter voldoende uitwijkmogelijkheden voor de ooievaar in de omgeving. Direct ten oosten van de onderzoekslocatie en verder ten noordoosten van het plangebied is agrarisch land aanwezig, maar ook de uiterwaarden van de IJssel ten noorden van de planlocatie zijn geschikte foerageergebieden voor de ooievaar.

Gezien er voldoende uitwijkmogelijkheden zijn als foerageergebied en vaste rust- en voortplantingsplaats, zijn negatieve gevolgen ten aanzien van de ooievaar door de uitvoering van de voorgenomen plannen niet aan de orde.

Figuur 4.19 Ooievaarsnest aangetroffen ten noordoosten van de onderzoekslocatie.

Figuur 4.20 Eén van de ooievaars rustend aangetroffen bij de sportvelden.

Grote gele kwikstaart De grote gele kwikstaart broedt en foerageert voornamelijk aan oevers van (snelstromende) beken en rivieren, maar ook wel aan stilstaand water, bij voorkeur met loofbomen omzoomd. Volgens de NDFF zijn in de afgelopen vijf jaar zes waarnemingen gedaan van de grote gele kwikstaart op of in de nabijheid van de onderzoekslocatie. Tevens is de vogel roepend en met tweeën overvliegend waargenomen tijdens het veldbezoek. De soort broedt in een nis in een muur of onder een brug, bij boomwortels of andere structuren in oevers of in speciale nestkasten. Dergelijke wateren en elementen zijn niet waargenomen op de onderzoekslocatie. De waargenomen individuen volgens de NDFF en tijdens het veldbezoek maken mogelijk gebruik van de directe omgeving van de onderzoekslocatie als nestplaats, zoals het natuurreservaat ‘Het Ambacht’ dat aan drie van de vier zijdes wordt begrenst door het oostelijke deel van het plangebied. Gezien het natuurreservaat mogelijk binnen de invloedsfeer van de voorgenomen plannen ligt, dient middels een leefgebied analyse te worden bepaald of negatieve effecten door de geplande werkzaamheden ten aanzien van de grote gele kwikstaart aan de orde zijn (zie hoofdstuk 5).

Sweco | Rapport actualisatie quickscan natuurwaarden Gebiedsontwikkeling Westervoort Noord Projectnummer 51026718-003 Datum 4-11-2025

Versie D2

Documentreferentie Rapport actualisatie quickscan natuurwaarden (51026718-003, D2) Westervoort Noord

4.1.2

Broedvogels (nesten jaarrond beschermd bij ecologisch zwaarwegende redenen)

De broedvogels waarvan de nesten die bij ecologisch zwaarwegende redenen eveneens jaarrond beschermd zijn, zijn voornamelijk holenbroeders, zoals spechten en mezen, of makers van grote nesten, zoals de zwarte kraai. Het gaat hierbij om algemeen voorkomende soorten, die ook in de directe omgeving voldoende broedgelegenheid hebben. Tot deze groep behoren ook de boomklever, boomkruiper, pimpelmees, koolmees, spreeuw en zwarte roodstaart, maar ook de torenvalk, huiszwaluw, blauwe reiger boerenzwaluw en bosuil. Huiszwaluw In de nok van de woning aan IJsseldijk 90 is een huiszwaluwnest aangetroffen (zie figuur 4.21). Deze soort maakt nesten van leem onder licht gekleurde, overhangende dakranden in een waterrijk gebied. Hoewel ze jaarlijks bij voorkeur terugkeren naar hun oude nest, bouwen huiszwaluwen ook nieuwe nesten op andere plekken. In de directe omgeving zijn voldoende alternatieve nestgelegenheden te vinden voor de huiszwaluw. Er zijn derhalve geen bijzondere ecologische omstandigheden die rechtvaardigen dat de nesten van genoemde soort op de onderzoekslocatie een jaarrond beschermde status zouden moeten hebben. Negatieve effecten op de huiszwaluw zijn te voorkomen door het treffen van maatregelen (hoofdstuk 5).

Figuur 4.21

Huiszwaluwnest aan woning IJsseldijk 90.

Figuur 4.22 Blauwe reiger op nest dat onderdeel is van een kolonie aangetroffen tijdens veldbezoek 2023.

Blauwe reiger In het voorgaande ecologische onderzoek in 2023 is een blauwe reiger kolonie met nesten aangetroffen in natuurreservaat ‘Het Ambacht’ naast deelgebied C (zie figuur 4.22). Vanwege de dichte begroeiing en het aanwezige bladerdek, is dit natuurreservaat tijdens het veldbezoek in 2025 niet voldoende geïnspecteerd om uit te sluiten of deze kolonie nog steeds gebruik maakt van deze locatie. Gezien bebouwing aangrenzend aan dit reservaat wordt gerealiseerd, kunnen negatieve gevolgen optreden voor de mogelijk aanwezige blauwe reiger kolonie. Middels een leefgebied analyse zal moeten worden vastgesteld of het planvoornemen kan leiden tot het verlies van deze nestlocatie van de kolonie blauwe reigers en of er randvoorwaarden noodzakelijk zijn (zie hoofdstuk 5). Boerenzwaluw In de schuren aan de IJsseldijk 90 en de schuren ten zuiden van de akkers in deelgebied A zijn tijdens het veldbezoek meerdere resten van boerenzwaluwnesten aangetroffen (zie figuur 4.24 en figuur 4.25). Ook de paardenstal aan de IJsseldijk 88 is geschikt als nestlocatie voor de boerenzwaluw. Door het slopen van de bebouwing naar aanleiding van de voorgenomen gebiedsontwikkeling, verdwijnen deze nestlocaties. Negatieve effecten op de boerenzwaluw zijn te voorkomen door het treffen van maatregelen (hoofdstuk 5).

Sweco | Rapport actualisatie quickscan natuurwaarden Gebiedsontwikkeling Westervoort Noord Projectnummer 51026718-003 Datum 4-11-2025

Versie D2

Documentreferentie Rapport actualisatie quickscan natuurwaarden (51026718-003, D2) Westervoort Noord

Bosuil Bosuilen broeden overwegend in grote boomholtes of in speciaal voor de bosuil ontwikkelde nestkasten. Volgens de verspreidingsgegevens van de NDFF is in de directe omgeving van de onderzoekslocatie een bosuil aangetroffen. In de weide met fruitbomen zijn bomen met holtes aanwezig. Geen van deze boomholtes is van een omvang groot genoeg om te dienen als geschikte verblijfplaats voor de bosuil. Aangezien geschikte nestgelegenheden voor de bosuil ontbreken, zijn negatieve effecten als gevolg van de werkzaamheden uit te sluiten. Torenvalk Tijdens het veldbezoek is een torenvalk aangetroffen, uitkijkend in de top van een boom naast de bouwdepots in deelgebied C, waarna de vogel wegvloog van het onderzoeksgebied. Er zijn geen nesten aangetroffen die door de torenvalk gebruikt zouden kunnen worden. Het is aannemelijk dat de aanwezigheid van het individu duidt op het gebruik van de onderzoekslocatie als foerageergebied of dat het individu enkel door het gebied migreert. Ook het natuurreservaat ‘Het Ambacht’ maakt mogelijk onderdeel uit van het functionele leefgebied van de torenvalk. Het is mogelijk dat de functie van dit reservaat voor de torenvalk in het geding komt door de voorgenomen plannen.

Een leefgebied analyse moet uitwijzen of er negatieve effecten aan de orde zijn en of randvoorwaarden van toepassing zijn om de eventueel negatieve effecten te beperken (zie hoofdstuk 5). Spechten Er zijn meerdere spechtenholen in bomen aangetroffen op de planlocatie aan de zuidrand van het perceel aan IJsseldijk 88 (zie figuur 4.23). Of deze in gebruik zijn, was niet vast te stellen tijdens het veldbezoek. Er zijn geen bijzondere ecologische omstandigheden die rechtvaardigen dat de nesten van genoemde soorten op de onderzoekslocatie een jaarrond beschermde status zouden moeten hebben. Het werken buiten het broedseizoen is voldoende om overtreding van de Omgevingswet te voorkomen (zie hoofdstuk 5).

Figuur 4.23 Spechtenholen in boom aan rand van IJsseldijk 88.

4.1.3

Figuur 4.24 Boerenzwaluw nest in schuur ten zuiden van de akkers.

Figuur 4.25 Boerenzwaluw nest in schuur IJsseldijk 90.

Overige broedvogels

De bebouwing en beplanting op de onderzoekslocatie kan nestgelegenheid bieden aan algemene broedvogelsoorten zoals houtduif, merel, roodborst, scholekster, winterkoning en zanglijster. Zo is er een duivennest aangetroffen in de bomenrij aan de zuidkant van het perceel aan de IJsseldijk 88 (zie figuur 4.26). De nesten van deze soorten zijn alleen beschermd op het moment dat ze als zodanig in gebruik zijn. Negatieve effecten op deze soorten zijn te voorkomen door het treffen van maatregelen (hoofdstuk 5).

Figuur 4.26

Sweco | Rapport actualisatie quickscan natuurwaarden Gebiedsontwikkeling Westervoort Noord Projectnummer 51026718-003 Datum 4-11-2025

Versie D2

Documentreferentie Rapport actualisatie quickscan natuurwaarden (51026718-003, D2) Westervoort Noord

Duivennest in bomenrij aan IJsseldijk 88.

4.2

Vleermuizen

Volgens verspreidingsgegevens en de verspreidingsatlas van de NDFF is de onderzoekslocatie gelegen in een deel van Nederland waar de volgende vleermuissoorten kunnen voorkomen: gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis, meervleermuis, tweekleurige vleermuis, rosse vleermuis en watervleermuis. Van deze soorten is het niet aannemelijk dat de tweekleurige vleermuis gebruik maakt van het gebied. Er is een beperkt aantal verblijfplaatsen van deze soort in Nederland bekend. Volgens de NDFF is de tweekleurige vleermuis twee keer waargenomen in de afgelopen tien jaar op enige afstand van de onderzoekslocatie. Het is aannemelijk dat het hier gaat om dieren die op doortrek zijn en dat het onderzoeksgebied niet wordt gebruikt door de tweekleurige vleermuis. Deze vleermuissoort wordt dan ook niet verder meegenomen in dit rapport. Bij verblijfplaatsen van vleermuizen is onderscheid te maken tussen een zomerverblijfplaats, kraamverblijfplaats, paar-/baltsverblijfplaats (die ook als individuele winterverblijfplaats gebruikt kunnen worden) en massawinterverblijfplaats. Deze functies worden mede bepaald door specifieke kenmerken van bebouwing en/of bomen op de onderzoekslocatie. Deze verblijfplaatsen kunnen door verschillende vleermuissoorten worden gebruikt.

4.2.1

Verblijfplaatsen op de onderzoekslocatie

Verblijfplaatsen voor gebouwbewonende vleermuissoorten op de onderzoekslocatie Deelgebied A De schuren ten zuiden van de akkers zijn niet geschikt als verblijfplaats voor gebouwbewonende vleermuizen door het ontbreken van een spouw en de afwezigheid van tocht- en watervrije holtes en kieren waar vleermuizen in kruipen voor beschutting. Wel zijn twee van deze schuren geschikt voor de gewone grootoorvleermuis om in te jagen (zie figuur 4.17 en figuur 4.27). De woningen en clubhuizen op de planlocatie en de schuren en stallen aan de IJsseldijk zijn wel geschikt als verblijfplaats voor gebouwbewonende vleermuizen, vanwege de aanwezigheid van geschikte openingen in de vorm van open stootvoegen die toegang verlenen tot de spouwmuren, spleten langs betimmering en onder dakranden, en ruimten tussen overhangende kantpannen en gevels (zie figuur 4.28 t/m figuur 4.36). De bebouwing op de planlocatie is daardoor geschikt als verblijfplaats voor de volgende Figuur 4.27 Schuur ten zuiden van akkers gebouwbewonende soorten: gewone dwergvleermuis, ruige (gebouwcluster 10). dwergvleermuis, laatvlieger, meervleermuis en gewone grootoorvleermuis. Deze soorten kunnen de bebouwing in principe gebruiken als zomerverblijf, kraamverblijf, paarverblijf en winterverblijfplaats.

Bij de sloop van de bebouwing kan daarom sprake zijn van verstoring en vernietiging ten aanzien van een vaste rust- of voortplantingsplaats van desbetreffende soorten (zie hoofdstuk 5).

Sweco | Rapport actualisatie quickscan natuurwaarden Gebiedsontwikkeling Westervoort Noord Projectnummer 51026718-003 Datum 4-11-2025

Versie D2

Documentreferentie Rapport actualisatie quickscan natuurwaarden (51026718-003, D2) Westervoort Noord

Figuur 4.28 Ruimte onder betimmering in het clubhuis van Voetbalclub Avw’66 (gebouwcluster 9).

Figuur 4.29 Detailfoto van de open stootvoeg bij het clubhuis van Sportclub Westervoort (gebouwcluster 1).

Figuur 4.30 Open stootvoegen in het clubhuis van Voetbalclub Avw’66 (gebouwcluster 9).

Figuur 4.31 Ruimte bij dakbeschot van het entree gebouw (gebouwcluster 9).

Figuur 4.32 Ruimte onder het dak van het entree gebouw (gebouwcluster 9).

Figuur 4.33 Ruimte onder het dak van de schuur bij de akkers (gebouwcluster 10).

Figuur 4.34 Ruimte langs betimmering in de woning aan IJsseldijk 90 (gebouwcluster 4).

Figuur 4.35 Ruimte in het dak van de schuur aan IJsseldijk 90 (gebouwcluster 4).

Figuur 4.36 Ruimte tussen betimmering onder het dak van de schuurwoning aan IJsseldijk 88 (gebouwcluster 7).

Deelgebieden B en C Binnen deze deelgebieden is geen bebouwing aanwezig die geschikt is als verblijfplaats voor gebouwbewonende vleermuizen.

Sweco | Rapport actualisatie quickscan natuurwaarden Gebiedsontwikkeling Westervoort Noord Projectnummer 51026718-003 Datum 4-11-2025

Versie D2

Documentreferentie Rapport actualisatie quickscan natuurwaarden (51026718-003, D2) Westervoort Noord

Verblijfplaatsen voor boombewonende vleermuissoorten op de onderzoekslocatie De aanwezige bomen op de onderzoekslocatie zijn onderzocht op holtes, spleten en/of loshangend schors, die kunnen dienen als potentiële vaste rust- of voortplantingsplaats voor boombewonende vleermuizen. Holtes en spleten zijn aangetroffen in deelgebied A in de fruitbomen in de weide van IJsseldijk 88 (zie figuur 4.37). Echter, doordat holtes en spleten op meerdere plaatsen open zijn, wat zorgt voor tocht en vocht, doordat de aangetroffen holtes met de opening naar boven gericht zijn, of omdat de holtes te laag zitten, zijn de fruitbomen niet geschikt als verblijfplaats voor boombewonende vleermuissoorten. Ook het overige deel van de planlocatie is niet geschikt als verblijfplaats voor boombewonende vleermuizen door het ontbreken van holtes, spleten en/of loshangend schors in de aanwezige bomen.

Figuur 4.37

Lage fruitboomholte aan IJsseldijk 88.

Verblijfplaatsen buiten de onderzoekslocatie In de directe omgeving van de onderzoekslocatie bevindt zich een woonwijk en andere bebouwing. Het is door de onderlinge afstand tot de bebouwing in de omgeving niet aannemelijk dat er in de directe invloedssfeer van de onderzoekslocatie potentiële verblijfplaatsen aanwezig zijn die negatieve invloed kunnen ondervinden van de werkzaamheden. Het natuurreservaat ‘Het Ambacht’ is mogelijk geschikt als verblijfplaats voor boombewonende vleermuizen. Vleermuizen zijn lichtgevoelig en kunnen verstoord worden wanneer werkzaamheden ’s nachts bij verlichting worden uitgevoerd in de nabijheid van het reservaat. Nadelige gevolgen voor vleermuizen door de voorgenomen werkzaamheden dienen nader te worden bepaald middels een leefgebied analyse (zie hoofdstuk 5).

4.2.2

Foerageerhabitat

De onderzoekslocatie zal, gelet op het aanwezige habitat, gebruikt kunnen worden door in de omgeving verblijvende vleermuizen om te foerageren. De plannen zullen echter geen aantasting van essentieel foerageerhabitat vormen. Door de voorgenomen ingreep zal het aanbod van foerageermogelijkheden niet in het geding komen, in de directe omgeving is meer geschikt foerageerhabitat voor vleermuizen aanwezig. Het betreft het natuurreservaat ‘Het Ambacht’ aangrenzend aan de onderzoekslocatie, het natuurpark ‘De Bult van Putman’ ten noorden, de agrarische velden ten oosten en de Rijntakken ten westen en noorden van het plangebied. Voor het reservaat ‘Het Ambacht’ geldt dat het mogelijk binnen de invloedsfeer ligt van ’s nachts werken met verlichting. Vleermuizen zijn lichtgevoelig en kunnen hierdoor verstoord worden. Het is mogelijk dat vleermuizen die het natuurreservaat gebruiken als foerageergebied, negatieve effecten ondervinden van de voorgenomen werkzaamheden. Dit zal nader bepaald moeten worden aan de hand van een leefgebied analyse (zie hoofdstuk 5).

4.2.3

Vliegroutes

Vleermuizen maken veelal gebruik van lijnvormige (donkere) landschapselementen als houtsingels, beken en lanen om zich te verplaatsen tussen verblijfplaatsen en foerageergebieden. Doordat dergelijke lijnvormige elementen ontbreken op de onderzoekslocatie, worden er geen potentiële vliegroutes verstoord.

4.3

Grondgebonden zoogdieren

Diverse zoogdieren in Nederland zijn beschermd. Voor sommige algemeen voorkomende soorten geldt een provinciale vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling. Op deze wijze is er onderscheid te maken in streng beschermde en licht beschermde soorten.

Sweco | Rapport actualisatie quickscan natuurwaarden Gebiedsontwikkeling Westervoort Noord Projectnummer 51026718-003 Datum 4-11-2025

Versie D2

Documentreferentie Rapport actualisatie quickscan natuurwaarden (51026718-003, D2) Westervoort Noord

4.3.1

Streng beschermde grondgebonden zoogdieren

Volgens verspreidingsgegevens van de NDFF en Broekhuizen et al. (2016) ligt de onderzoekslocatie binnen het verspreidingsgebied van de volgende streng beschermde grondgebonden zoogdieren: steenmarter, boommarter, eekhoorn, das, bunzing, wezel, hermelijn, otter en bever. Steenmarter Steenmarters gebruiken hooizolders, loze ruimtes onder het dak, schuurtjes maar ook stenenstapels of takkenhopen, als verblijfplaats. Een steenmarter heeft binnen zijn territorium verscheidene verblijfplaatsen. De onderzoekslocatie vormt geschikt habitat voor de steenmarter. Recentelijk zijn er steenmarters waargenomen (NDFF) op en rond de onderzoekslocatie. Deelgebied A In het gebouw van de tennisvereniging heeft in de zomer van 2022 een steenmarter verbleven. Er was veel stankoverlast door ontlasting wat er op wijst dat het gebouw mogelijk als vaste rust- en voortplantingsplaats werd gebruikt. Het is niet uit te sluiten dat dit gebouw de komende seizoenen wederom gebruikt zal worden als vaste verblijfplaats. Ook de schuren naast de akkers en de westelijke schuur aan de IJsseldijk 90 zijn mogelijk geschikt voor de steenmarter (zie figuur 4.38, figuur 4.40, figuur 4.41, figuur 4.44 en figuur 4.45). Op het terrein van de IJsseldijk 90 en in de grote schuur ten zuiden van de akkers, zijn tevens uitwerpselen van vermoedelijk steenmarter aangetroffen (zie figuur 4.42 en figuur 4.43).

Onder één van de overkappingen ten zuiden van de akkers zijn prooiresten van vermoedelijk de steenmarter aangetroffen (zei figuur 4.39). Daarnaast is er een klein schuurtje ten noorden van de sportvelden van de Sportclub Westervoort waar de steenmarter mogelijk gebruik van kan maken (zie figuur 4.46). Deze kon tijdens het veldbezoek niet van binnen worden geïnspecteerd. Ook zijn er takkenhopen aangetroffen op het perceel aan de IJsseldijk 88 die geschikt zijn als vaste verblijfplaats voor de steenmarter (zie figuur 4.47).

Figuur 4.38 Overkapping ten zuiden van de akkers (gebouwcluster 10).

Figuur 4.39 Prooiresten van vermoedelijk steenmarter (gebouwcluster 10).

Figuur 4.40 Zoldertje grote schuur ten zuiden van de akkers (gebouwcluster 10).

Figuur 4.41 Zoldertje grote schuur ten zuiden van de akkers (gebouwcluster 10).

Figuur 4.42 Uitwerpselen van vermoedelijk steenmarter (gebouwcluster 10).

Figuur 4.43 Uitwerpselen van vermoedelijk steenmarter.

Sweco | Rapport actualisatie quickscan natuurwaarden Gebiedsontwikkeling Westervoort Noord Projectnummer 51026718-003 Datum 4-11-2025

Versie D2

Documentreferentie Rapport actualisatie quickscan natuurwaarden (51026718-003, D2) Westervoort Noord

Deelgebieden B en C Op één van de bouwdepots in deelgebied C, zijn stenenstapels aangetroffen die mogelijk geschikt zijn als verblijfplaats voor de steenmarter (zie figuur 4.49). De akkers en sportvelden zelf bieden geen geschikt habitat voor de steenmarter. Echter, rondom de sportvelden en de akkers zijn verscheidene takkenhopen aangetroffen die kunnen dienen als verblijfplaats voor de steenmarter (zie figuur 4.48).

Figuur 4.44 Schuur naast akkers (gebouwcluster 10).

Figuur 4.45 Schelft in schuur IJsseldijk 90 (gebouwcluster 4).

Figuur 4.46 Klein schuurtje ten noorden van sportvelden (gebouwcluster 3).

Figuur 4.47 Takkenhoop op perceel IJsseldijk 88.

Figuur 4.48 Takkenhoop langs bomenrij rondom sportvelden.

Figuur 4.49 bouwdepot.

Stenenstapel bij

Om vast te stellen of de onderzoekslocatie momenteel (nog) in gebruik is door steenmarters is aanvullend onderzoek noodzakelijk (zie hoofdstuk 5). Boommarter Volgens de gegevens van de NDFF ligt de planlocatie in het verspreidingsgebied van de boommarter. In de afgelopen vijf jaar is deze soort niet waargenomen in of op de onderzoekslocatie (NDFF). Boommarters leven voornamelijk in bossen waar ze verblijven in holtes van bomen. De soort kan zich ook handhaven in meer versnipperde landschappen wanneer er voldoende geschikte bospercelen en verbindende houtwallen aanwezig zijn. Op de onderzoekslocatie en in de directe omgeving ontbreken deze structuren waardoor er geen geschikt habitat voor de boommarter aanwezig is. Negatieve gevolgen ten aanzien van de boommarter zijn uit te sluiten. Bunzing, wezel en hermelijn De bunzing en wezel komen volgens de verspreidingsgegevens van de NDFF voor op en in de omgeving van de onderzoekslocatie. Ondanks dat de hermelijn niet in de omgeving is waargenomen, is het mogelijk dat ook deze soort voorkomt in de omgeving. De kleine marterachtigen zijn sterk gebonden aan landschapselementen zoals houtwallen en bosschages die dekking bieden gedurende het foerageren en migreren tussen de vaste rust- of voortplantingsplaatsen en de foerageergebieden.

Sweco | Rapport actualisatie quickscan natuurwaarden Gebiedsontwikkeling Westervoort Noord Projectnummer 51026718-003 Datum 4-11-2025

Versie D2

Documentreferentie Rapport actualisatie quickscan natuurwaarden (51026718-003, D2) Westervoort Noord

De bebouwing en verharde delen van de planlocatie vormen geen functioneel leefgebied van de kleine marterachtigen. Ook vormen de akkers en sportvelden op zichzelf geen geschikt habitat voor deze soorten. In de randen rondom deze deelgebieden zijn groenstroken aanwezig die mogelijk worden gebruikt door kleine marters en er zijn op verschillende locaties takkenhopen aangetroffen die mogelijk kunnen dienen als verblijfplaats van deze soorten (zie figuur 4.47 en figuur 4.48). Gezien de aanwezigheid van deze landschapselementen op de planlocatie zijn negatieve effecten voor kleine marterachtigen, als gevolg van de voorgenomen ingreep, niet uit te sluiten (zie hoofdstuk 5). Das Volgens de verspreidingsgegevens van de NDFF ligt de onderzoekslocatie binnen het leefgebied van de das. Er zijn in de afgelopen 5 jaar geen waarnemingen van de das op of in de directe omgeving van de onderzoekslocatie bekend. Wel zijn tijdens het veldbezoek mogelijk snuitputjes (zie figuur 4.50) en een wissel van de das aangetroffen op de planlocatie. Er zijn geen sporen aangetroffen in de vorm van pootprenten, latrines of eetsporen van de das. Ook zijn geen burchten aangetroffen. De onderzoekslocatie is door het ontbreken van reliëf matig geschikt als vaste rust- of voortplantingsplaats voor dassen. De das maakt mogelijk wel gebruik van de planlocatie als foerageergebied.

Gezien er voldoende alternatieve en meer kwalitatieve foerageergebieden aanwezig zijn in Mogelijk snuitputje van de das in de nabijheid van de planlocatie, die ook bereikbaar zijn Figuur 4.50 groenstrook naast de sportvelden. voor de das, gaat geen essentieel foerageergebied verloren door de voorgenomen plannen. Het nabijgelegen natuurreservaat ‘Het Ambacht’ is mogelijk wel geschikt als vaste rust- of voortplantingsplaats voor dassen. Mogelijk ligt dit reservaat binnen de invloedsfeer van de voorgenomen plannen. Bepaald moet worden of de voorgenomen werkzaamheden negatieve effecten kunnen hebben op ‘Het Ambacht’ als vaste rust- of voortplantingsplaats voor de das middels een leefgebied analyse (zie hoofdstuk 5). Eekhoorn De eekhoorn is volgens de NDFF in de laatste vijf jaar niet aangetroffen op of in de omgeving van de onderzoekslocatie. Deze soort bouwt bolvormige nesten van twijgen met bladeren en kan zich doorgaans goed handhaven in stedelijke omgevingen wanneer er voldoende verbindende groene elementen aanwezig zijn en er genoeg voedsel te vinden is. De onderzoekslocatie vormt geschikt habitat voor de eekhoorn. De hoge bomen op de onderzoekslocatie zijn onderzocht op de aanwezigheid van nesten.

Tijdens het veldbezoek zijn er geen nesten van eekhoorns aangetroffen, echter is het door de geschiktheid van de onderzoekslocatie en de duur tot het uitvoeren van de werkzaamheden mogelijk dat tussen het veldbezoek van deze quickscan en de werkzaamheden zich een eekhoorn vestigt in een van de bomen op de planlocatie. Op dit moment kan dan ook niet worden uitgesloten dat er een vaste rust- of voortplantingsplaats van de eekhoorn op de planlocatie aanwezig is op het moment van uitvoering van de werkzaamheden. Overtreding van de Omgevingswet ten aanzien van de eekhoorn is te voorkomen (zie hoofdstuk 5). Bever en otter Bevers en otters komen voor in gebieden waar land overgaat in water, zoals moerassen, langs beken, rivieren en meren. De aanwezigheid van goed bereikbare bomen en struiken op de oever is een vereiste voor de bever. De otter heeft voldoende dekking nodig. Op de onderzoekslocatie zijn dergelijke waterlichamen niet aanwezig, waardoor de onderzoekslocatie ongeschikt habitat vormt voor de bever en

Sweco | Rapport actualisatie quickscan natuurwaarden Gebiedsontwikkeling Westervoort Noord Projectnummer 51026718-003 Datum 4-11-2025

Versie D2

Documentreferentie Rapport actualisatie quickscan natuurwaarden (51026718-003, D2) Westervoort Noord

otter. Deze soorten zullen eerder hun leefgebied hebben in de nabijgelegen waterlichamen. Negatieve effecten ten aanzien van de bever zijn niet aan de orde. Overige streng beschermde grondgebonden zoogdieren Het voorkomen van overige grondgebonden zoogdieren waarvoor geen vrijstelling geldt (waterspitsmuis, grote bosmuis), is tijdens het veldbezoek niet vastgesteld. Vanwege het ontbreken van geschikt habitat, sporen en/of op basis van verspreidingsgegevens kan het voorkomen van deze soorten redelijkerwijs worden uitgesloten.

4.3.2

Licht beschermde grondgebonden zoogdieren

De onderzoekslocatie vormt geschikt habitat voor een aantal soorten grondgebonden zoogdieren. Het gaat daarbij om algemene soorten als konijn, haas, egel, vos, mol en diverse muizensoorten. Tijdens het veldbezoek is een haas waargenomen op de sportvelden binnen de onderzoekslocatie. Maatregelen zijn nodig om negatieve effecten op genoemde soorten te voorkomen (hoofdstuk 5).

4.4

Reptielen

Volgens verspreidingsgegevens van de NDFF komen er in de directe omgeving van de onderzoekslocatie de volgende streng beschermde reptielen voor: ringslang. Volgens gegevens van de NDFF is de ringslang in de afgelopen 5 jaar in de directe omgeving van de onderzoekslocatie waargenomen. Ringslangen zonnen vaak op dijkjes in de buurt van water, waar ze voornamelijk jagen op amfibieën en soms andere ongewervelde dieren waaronder vis. Verder gebruiken ringslangen takkenhopen, composthopen en bladhopen, samen broeihopen genoemd, als voortplantings- en overwinteringshabitat. Op verschillende plekken op de planlocatie zijn takkenen bladerhopen aangetroffen (zie figuur 4.47, figuur 4.48 en figuur 4.51). Deze takken- en bladerhopen zijn niet geschikt als broeihoop vanwege de kleine omvang en het gebrek aan vermogen om hitte te generen. Daarnaast zijn er in de directe omgeving van de onderzoekslocatie (zoals in het Natura-2000 gebied Rijntakken) meerdere geschikte poelen aanwezig waar ringslangen gebruik van kunnen maken. Zo zijn er binnen circa 140 meter ten noorden van de planlocatie ringslangen waargenomen (NDFF). Hoewel het voorkomen van een vaste rust- of verblijfplaats van de ringslang op de onderzoekslocatie is uit te sluiten, kan de ringslang incidenteel voorkomen binnen de grenzen van het plangebied.

Schadelijke handelingen ten aanzien van de ringslang zijn te voorkomen (zie hoofdstuk 5).

Figuur 4.51 sportvelden.

Takken en bladerhopen langs groenstrook

Ook in de directe omgeving van de onderzoekslocatie is geschikt habitat aanwezig voor de ringslang, betreffende het natuurreservaat ‘Het Ambacht’. Het gedeelte van de planlocatie, aanliggend aan dit natuurreservaat, is een risicogebied voor incidenteel voorkomende individuen van de ringslang (zie figuur 4.52). Om mogelijke negatieve effecten van de werkzaamheden op de ringslang te voorkomen moeten maatregelen getroffen worden (zie hoofdstuk 5).

Sweco | Rapport actualisatie quickscan natuurwaarden Gebiedsontwikkeling Westervoort Noord Projectnummer 51026718-003 Datum 4-11-2025

Versie D2

Documentreferentie Rapport actualisatie quickscan natuurwaarden (51026718-003, D2) Westervoort Noord

Figuur 4.52

4.5

Risicogebied voor beschermde reptielen en amfibieën (paars gearceerd).

Amfibieën

Diverse amfibieën in Nederland zijn beschermd. Voor sommige algemeen voorkomende soorten geldt een provinciale vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling. Op deze wijze is er onderscheid te maken in streng beschermde en licht beschermde soorten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westervoort&id=a7f92bb7-5f99-40d5-ba94-ee734a2823ca