20260622-rv-wijz-opw-wtv-nrd-oost-bijlage-16
Tekst van het document
Onderzoeken is vooruitzien.
VERKENNEND BODEMONDERZOEK herontwikkeling percelen, Hamersestraat te Westervoort
Van Dijk Geotechniek en Milieu Strijkviertel 30, 3454 PM De Meern T: 030 - 666 17 46 E: info@vandijktech.nl W: vandijktech.nl
Strijkviertel 30 3454 PM De Meern 030 - 666 1746 info@vandijktech.nl
VAN DIJK GEO- EN MILIEUTECHNIEK b. v.
Datum:
21-11-2025; versie 1 (definitief)
Opdrachtnummer:
154357
IBAN: NL26 RABO 0156884186 BIC: RABO NL 2U KvK Utrecht: 30128364 BTW nr: NL 803.844.451.B01
VERKENNEND BODEMONDERZOEK Project:
Opdrachtgever:
herontwikkeling percelen, Hamersestraat te Westervoort
BPD Ontwikkeling BV De Brand 30 3823 LK Amersfoort
Uitgevoerd: Grondonderzoek: Grondwaterbemonstering:
6-10-2025 t/m 8-10-2025 (dhr. T. Matton, dhr. R. Bouma) 15-10-2025 (dhr. R. Bouma)
Aanvullend grondonderzoek:
5-11-2025 (dhr. R. Bouma)
Projectleider:
dhr. ing. R.I. Satinover
Protocollen 2001 - 2002 - 2018
www.vandijktech.nl Voor al onze werkzaamheden geldende V.O.T.B. Voorwaarden zoals vermeld op onze website en gedeponeerd bij de KvK Utrecht ondernr. 40476246.
..
-
GEO EN MILIEUTECHNIEK b v
INHOUDSOPGAVE 0. 1. 2.
SAMENVATTING ....................................................................................................................................... 3 INLEIDING................................................................................................................................................... 5 VOORONDERZOEK ................................................................................................................................... 5 2.1 Algemeen ............................................................................................................................................. 5 2.2 Huidige situatie .................................................................................................................................... 5 2.3 Historische situatie ............................................................................................................................... 6 2.4 Toekomstige situatie ............................................................................................................................ 7 2.5 Bodemopbouw en geohydrologie ........................................................................................................ 7 2.6 Conclusie vooronderzoek en onderzoeksopzet .................................................................................... 7 3.
VELDONDERZOEK .................................................................................................................................... 8 3.1 Algemeen ............................................................................................................................................. 8 3.2 Veldwerkzaamheden ............................................................................................................................ 8 3.3 Bodemopbouw ..................................................................................................................................... 9 3.4 Zintuiglijke waarnemingen .................................................................................................................. 9 3.5 Monstername en veldmetingen ............................................................................................................ 9 4. ANALYTISCH-CHEMISCH ONDERZOEK ............................................................................................ 10 4.1 Analyseschema en analysepakket ...................................................................................................... 10 4.2 Analyse-uitkomsten ...........................................................................................................................
11 4.3 Bespreking analyse-uitkomsten ......................................................................................................... 13 5. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ................................................................................................... 13 6. SLOTOPMERKINGEN .............................................................................................................................. 14
BIJLAGEN 1.1 1.2 1.3 2 3 4 5 6 7 8
Regionale situatie Situatietekeningen (1:1250; A3, 1:500; A4) Foto-overzicht Historische informatie Boorbeschrijvingen Onafhankelijkheidsverklaring veldonderzoek Toetsingstabellen Analyserapport grond Analyserapport grondwater Verklaring der tekens en verklarende woordenlijst
REVISIEBEHEER Revisie Definitief versie 1 d.d. 21-11-2025
21-11-2025 Versie 1 (definitief)
Rapportage opgesteld door dhr. J. van der Poel BSc
Paraaf
Controle rapportage dhr. ing. R.I. Satinover
Verkennend bodemonderzoek herontwikkeling percelen, Hamersestraat te Westervoort
154357 Pagina 2
Paraaf
-
..
GEO EN MILIEUTECHNIEK b v
0.
SAMENVATTING
Locatie:
Hamersestraat te Westervoort
Kadastrale aanduiding:
gemeente Westervoort, sectie A, nr. 5924, 6822, 7884
Oppervlakte:
percelen: onderzoekslocatie:
Aanleiding:
herontwikkeling percelen naar woningbouw
Huidige situatie:
grotendeels landbouwgrond; het zuidwestelijk deel is deels bebouwd met een schuur voorzien van een asbestverdacht dak (zonder dakgoot) en deels verhard met beton
Historische gegevens:
het noordelijke deel van de onderzoekslocatie is minstens sinds 1900 in gebruik als agrarische grond; het zuidelijke deel was van circa 1907 tot 1970 in gebruik als boomgaard, waarna het ook als agrarische grond werd gebruikt
42.017 m2 42.017 m2
in 2006 is op locatie en in het bebouwde deel dat net buiten de scope valt een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd, hieruit blijkt dat de bovengrond en het grondwater licht verontreinigd is met arseen; zuidwestelijk van de locatie (< 25 m) was een voormalige dieseltank aanwezig en is de bovengrond verontreinigd met minerale olie, zink en PAK in 2023 is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op het oostelijk aangelegen perceel waaruit blijkt dat de bovengrond tot 0,5 m-mv licht tot sterk verontreinigd is met enkele bestrijdingsmiddelen; voorts is de bovengrond licht verontreinigd met zware metalen en PCB en is het grondwater licht verontreinigd met barium Soort onderzoek:
vooronderzoek: NEN 5725:2023 bodemonderzoek: NEN 5740:2023 verdacht (VED-HE NL), hierbij is de bovengrond t.p.v. het zuidelijk deel van de onderzoekslocatie verdacht voor een verontreiniging met OCB; i.h.k.v. toekomstige herontwikkeling wordt het onderzoek t.p.v. de gehele onderzoekslocatie aangevuld (boringen/analyses) tot de strategie onverdacht grootschalig (ONV-GR) aanvullend onderzoek (asbest in grond) vanwege de afwatering op het maaiveld t.p.v. de schuur op het zuidwestelijk deel van de onderzoekslocatie alsmede een plaatselijke bijmenging met puin (< 50%) in de bodemlaag tot 0,6 m-mv is een verkennend onderzoek asbest in grond conform de NEN 5707+C2:2017 (strategie VED-HE) uitgevoerd
21-11-2025 Versie 1 (definitief)
Verkennend bodemonderzoek herontwikkeling percelen, Hamersestraat te Westervoort
154357 Pagina 3
-
..
GEO EN MILIEUTECHNIEK b v
Aantal boringen:
47x 0,5 m-mv 4x 2,0 m-mv 5x 3,0 m-mv + peilfilter (NPR) aanvullend onderzoek (asbest in grond) 2x inspectiesleuf (afwateringszone) 2x inspectiegat (puinhoudende bodemlaag tot circa 0,4 m-mv)
Bodemopbouw:
tot circa 0,5 à 2,0 klei met daaronder afwisselend zand en kleipakketten tot de geboorde diepte
Zintuiglijke waarnemingen:
plaatselijk (boorlocatie 28) bevat de bodemlaag tot 0,6 m-mv een matige bijmenging met puin
Aantal onderzochte monsters:
7x bovengrond (OCB) 3x bovengrond (NEN-pakket) 1x puinhoudende bovengrond (NEN-pakket) 3x ondergrond (NEN-pakket) 3x grondwater (NEN-pakket) aanvullend onderzoek (asbest in grond) 1x afwateringszone (asbest NEN 5898) 1x puinhoudende bodemlaag (asbest NEN 5898)
Analyseresultaten grond:
bovengrond: over het algemeen niet verontreinigd (klasse landbouw/natuur); de plaatselijk aangetroffen puinhoudende bovengrond is licht verontreinigd met PCB en nikkel (klasse industrie) ondergrond: niet verontreinigd (klasse landbouw/natuur) aanvullend onderzoek (asbest in grond) afwateringszone: niet verontreinigd met asbest (84,2 mg/kg.ds) puinhoudende bodemlaag: niet-asbesthoudend
Analyseresultaten grondwater:
géén overschrijding signaleringswaarde
Conclusies en aanbevelingen:
milieuhygiënisch gezien geen bezwaar tegen de voorziene herontwikkeling naar woningbouw gezien de mate aan hoeveelheid asbestvezels in de grond t.p.v. de afwateringszone van de schuur wordt aanbevolen om de grond (hooguit 3 m3) voorafgaand aan de herontwikkeling af te graven en de grond af te voeren naar een erkende verwerker in het onderhavige geval geldt de milieubelastende activiteit ‘graven in de bodem met een kwaliteit onder de interventiewaarde bodemkwaliteit’
21-11-2025 Versie 1 (definitief)
Verkennend bodemonderzoek herontwikkeling percelen, Hamersestraat te Westervoort
154357 Pagina 4
-
..
GEO EN MILIEUTECHNIEK b v
1.
INLEIDING In opdracht van BPD Ontwikkeling BV (d.d. 31-01-2025), is door van Dijk geotechniek en milieu een verkennend bodemonderzoek (conform NEN 5740) uitgevoerd op enkele percelen aan de Hamersestraat te Westervoort. Aanleiding voor het bodemonderzoek betreft de voorgenomen herontwikkeling van de percelen. Ten behoeve van de voorziene herontwikkeling dient de milieuhygiënische situatie van de bodem (grond en grondwater) te worden vastgelegd. Inzake het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek is tussen van Dijk geotechniek en milieu en de opdrachtgever op geen enkele juridische, financiële, personele of andere wijze een relatie die de onafhankelijkheid van het resultaat heeft kunnen beïnvloeden.
2.
VOORONDERZOEK
2.1
Algemeen Het vooronderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5725:2023 'Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek'. Onderstaand is een beschrijving van de historische, de huidige en de toekomstige situatie weergegeven. Het gebied waarbinnen het vooronderzoek is uitgevoerd betreft de onderhavige onderzoekslocatie (geografisch besluitvormingsgebied) en het gedeelte van de (aangrenzende) percelen binnen 50 m vanaf de grens van de onderzoekslocatie. Ten behoeve van het vooronderzoek zijn de volgende informatiebronnen geraadpleegd (de relevante schriftelijke informatie is als Bijlage 2 opgenomen): - opdrachtgever; - gemeente Westervoort (geen informatie beheerders); - provincie Gelderland (omgevingsrapportage; bodemrapportages); - omgevingsdienst regio Arnhem (geen informatie beheerders); - www.bodemloket.nl (geen relevante informatie voorhanden); - www.topotijdreis.nl (historisch kaartmateriaal 1900-2024, luchtfoto’s 2016-2024); - www.bagviewer.kadaster.nl (bouwjaar); - www.dinoloket (grondwaterstand, regionale geohydrologische bodemopbouw); - grondwaterkaart van Nederland van de dienst Grondwaterverkenning TNO; - geotechnisch- en milieuarchief van Dijk geotechniek en milieu. Voorts is ter plaatse een veldinspectie uitgevoerd.
2.2
Huidige situatie De regionale ligging van de onderzoekslocatie is globaal aangeduid op een topografische kaart, die is opgenomen als Bijlage 1.1.
21-11-2025 Versie 1 (definitief)
Verkennend bodemonderzoek herontwikkeling percelen, Hamersestraat te Westervoort
154357 Pagina 5
-
..
GEO EN MILIEUTECHNIEK b v
De onderhavige percelen (gemeente Westervoort, sectie A, nr. 5924, 6822, 7884), met een totaaloppervlakte van 42.017 m2, zijn gelegen aan de rand van Westervoort. De percelen zijn momenteel in gebruik als agrarische grond. Ter plaatse van het zuidwestelijk deel bevindt zich ten dele een schuur met een asbestverdacht dak dat direct afwatert op het onverharde maaiveld. Voorts is op het zuidwestelijk deel het maaiveld deels verhard met beton. De onderzoekslocatie betreft het geheel van de percelen (42.017 m2). De situatietekening van de onderzoekslocatie is opgenomen als Bijlage 1.2; een foto-overzicht als Bijlage 1.3. Tijdens de op locatie uitgevoerde veldinspectie is gelet op verzakkingen of ophogingen, verkleuringen als gevolg van brand of lozingen, halfverhardingen met puin, sintels, slakken e.d. en de aanwezigheid van voor asbestverdacht materiaal op het maaiveld. 2.3
Historische situatie Algemeen De onderzoekslocatie is minstens sinds 1900 in gebruik als agrarische grond. In de periode van circa 1907 tot 1970 was het zuidelijke deel van de onderzoekslocatie in gebruik als boomgaard. Bodemonderzoek(en) Op de onderhavige onderzoekslocatie alsmede het bebouwde deel dat in het huidige rapport buiten de scope valt is in 2006 een verkennend bodemonderzoek (Centraal Bouwkundig Bureau, kenmerk: 515555, d.d. 06-04-2006) uitgevoerd in het kader van een mogelijke transactie en in het kader van de aanvraag van een bouwvergunning. Uit het onderzoek is gebleken dat de bovengrond alsmede het grondwater ter plaatse van het grasland licht verontreinigd is met arseen. Net zuidwestelijk buiten de huidige onderzoekslocatie (< 25 m) is in de bovengrond een lichte verontreiniging met minerale olie (soort onbekend), zink en PAK aangetroffen. Hier blijkt ook een voormalige dieseltank te liggen, waar de bovengrond licht verontreinigd is met minerale olie (diesel). In de ondergrond en grondwater zijn voor de rest geen verontreinigingen aangetroffen. Ten tijde van het onderzoek in 2006 is geen aandacht besteed aan de bestrijdingsmiddelen (OCB) ter plaatse van de voormalige boomgaard. Uit een onderzoek (Hunneman milieu advies, kenmerk: 23020_02/dh/sh, d.d. 30-06-2023) op het oostelijk aangelegen perceel (gemeente Westervoort, sectie A, nr.
8126) blijkt de bovengrond tot 0,5 m-mv licht tot sterk verontreinigd te zijn met enkele bestrijdingsmiddelen (som DDD, som DDE en som DDT). Voorts is de bovengrond licht verontreinigd met zware metalen en PCB en is het grondwater licht verontreinigd met barium. In de ondergrond zijn geen verontreinigingen aangetoond. Bodemkwaliteitskaart Voor de gemeente Westervoort is de Notabodembeheer Omgevingsdienst Regio Arnhem (2011) van toepassing. De bodemfunctieklasse voor onderhavige onderzoekslocatie betreft klasse ‘wonen’. Op basis van de ontgravingskaart is de verwachte bodemkwaliteitsklasse voor zowel de boven- als ondergrond klasse ‘landbouw/natuur’.
21-11-2025 Versie 1 (definitief)
Verkennend bodemonderzoek herontwikkeling percelen, Hamersestraat te Westervoort
154357 Pagina 6
-
..
GEO EN MILIEUTECHNIEK b v
2.4
Toekomstige situatie Op de onderhavige onderzoekslocatie is herontwikkeling naar woningbouw voorzien. Exacte planning van de nieuwbouw zijn vooralsnog niet voorhanden. De onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van circa 42.017 m2 en staat aangegeven op de situatietekening (zie Bijlage 1.2). De voor het perceel geldende bestemming zal worden gewijzigd naar wonen met tuin.
2.5
Bodemopbouw en geohydrologie Voor het bepalen van de te verwachten bodemopbouw en grondwaterstand zijn gegevens uit dinoloket en voorgaande bodemonderzoeken of geotechnische gegevens gehanteerd. Voor het bepalen van de grondwaterstromingsrichting is grondwaterkaart van Nederland van de dienst Grondwaterkering TNO gebruikt. Regionale bodemopbouw De regionale bodemopbouw is opgenomen in tabel 1, lokale afwijking van deze bodemopbouw zijn niet uit te sluiten. Tabel 1: regionale bodemopbouw diepte
geologische eenheid
lithologie
hydrogeologische indeling
(m-mv) 0,0-7,2
Holocene afzettingen
complexe eenheid
deklaag
7,2-23,2
formatie van Kreftenheye
zand
1e watervoerende pakket
23,2-31,8
formatie van Kreftenheye
klei
1e water afsluitende laag
31,8-32,4
formatie van Kreftenheye
zand
2e watervoerende pakket
32,4-32,7
formatie van Waalre
klei
2e water afsluitende laag
32,7-43,3
formaties van Waalre en Peize
zand
3e watervoerende pakket
Lokale bodemopbouw Uit voorgaand bodemonderzoek blijkt dat de bodem ter plaatse tot 2,5 m-mv voornamelijk bestaat uit klei. Grondwater De freatische grondwaterstand in de omgeving bevindt zich rond de 2,1 m-mv. Uit de isohypsenkaart met de stijghoogten in het eerste watervoerende pakket blijkt dat de grondwaterstromingsrichting globaal oostelijk is. 2.6
Conclusie vooronderzoek en onderzoeksopzet Op basis van de voorhanden gegevens is het onderzoek opgezet conform de NEN 5740:2023 ‘onderzoeksstrategie voor een verdachte niet-lijnvormige locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming (VED-HE-NL)’. Hierbij is, in verband met het historisch gebruik van de locatie als boomgaard, de bovenste 30 centimeter van de voormalige bouwvoor verdacht voor een verontreiniging met organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB). Ten behoeve van een volledig beeld van de milieuhygiënische situatie van de bodem wordt deze strategie aangevuld tot de ‘onderzoeksstrategie voor een grootschalige onverdachte locatie (ONV-GR)’.
21-11-2025 Versie 1 (definitief)
Verkennend bodemonderzoek herontwikkeling percelen, Hamersestraat te Westervoort
154357 Pagina 7
-
..
GEO EN MILIEUTECHNIEK b v
Tijdens de veldinspectie is opgemerkt dat het zuidwestelijk deel deels is bebouwd met een schuur voorzien van een asbestverdacht dak (zonder dakgoot). De afwateringszone aan de noordzijde valt binnen de scope van het onderzoek en is derhalve onderzocht op asbest conform NEN 5707+C2:2017, strategie VED-HE.
3.
VELDONDERZOEK
3.1
Algemeen Het veldwerk is verricht door van Dijk geotechniek en milieu, conform BRL SIKB 2000 en de geldende NEN-voorschriften van het Nederlands Normalisatie Instituut. De veldwerkzaamheden zijn op 6-10-2025, 7-10-2025 en 8-10-2025 uitgevoerd door dhr. R. Bouma en dhr. T. Matton, waarna het grondwater op 15-10-2025 is bemonsterd door dhr. R. Bouma. De veldwerkzaamheden zijn onafhankelijk van de opdrachtgever uitgevoerd; de onafhankelijkheidsverklaring is als Bijlage 4 opgenomen. Aanvullend onderzoek (asbest in grond) Vanwege de afwatering op het maaiveld ter plaatse van de schuur op het zuidwestelijk deel van de onderzoekslocatie alsmede een plaatselijke bijmenging met puin (< 50%) in de bodemlaag tot 0,6 m-mv ter plaatse van boring 28 is op 5-11-2025 een verkennend onderzoek asbest in grond (conform NEN 5707+C2:2017, strategie VED-HE) uitgevoerd. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd door dhr. R. Bouma.
3.2
Veldwerkzaamheden Verspreid over de onderzoekslocatie zijn in totaal 51 boringen (nrs. 1 t/m 51) uitgevoerd. Boringen 1 tot en met 5 zijn tot een diepte van circa 3,0 m-mv verricht en afgewerkt met een peilfilter voor de bemonstering van het ondiepe grondwater. Boringen 6 tot en met 9 zijn tot een diepte van 2,0 m-mv uitgevoerd; de overige boringen tot 0,5 m-mv. De boorlocaties zijn op schaal ingetekend op de situatietekening (zie Bijlage 1.2). De boringen zijn boven de grondwaterspiegel uitgevoerd met de edelmanboor. Op grotere diepte is waar nodig gebruik gemaakt van de gutsboor of zuigerboor. Na monstername zijn de boorgaten afgevuld met de uitkomende grond, waarbij de grond zoveel mogelijk in de oorspronkelijke volgorde is teruggeplaatst. Aanvullend onderzoek (asbest in grond) Ter plaatse van de afwateringszone zijn met behulp van een schep in totaal twee inspectiesleuven met een omvang van 0,1x1,0 m gegraven tot 0,1 m-mv. Ter plaatse van de puinhoudende bodemlaag (boorlocaties 28 en 52) zijn met behulp van een schep in totaal twee inspectiegaten (G28 en G58) met een omvang van 0,3x0,3 m gegraven tot onderzijde puinhoudende bodemlaag (circa 0,4 m-mv). De inspectiesleuven en gaten zijn weergegeven op de situatietekening (zie Bijlage 1.2) en de boorstaten zijn weergegeven in Bijlage 3.
21-11-2025 Versie 1 (definitief)
Verkennend bodemonderzoek herontwikkeling percelen, Hamersestraat te Westervoort
154357 Pagina 8
-
..
GEO EN MILIEUTECHNIEK b v
De ontgraven grond is naast de inspectiesleuf of -gat uitgespreid op folie en visueel geïnspecteerd op de aanwezigheid van voor asbestverdacht materiaal (plaatjes, brokjes e.d.). Hierbij is in géén van de inspectiesleuven of -gaten asbestverdacht materiaal aangetroffen. Ter controle van de zintuiglijke waarnemingen zijn vervolgens in het veld twee grondmengmonsters (code MMAG1 [inspectiegat G28 en G52] en code MMAG2 [inspectiesleuf G53 en G54]) samengesteld. 3.3
Bodemopbouw De bodemopbouw, beschreven aan de hand van de uitgevoerde boringen, is verwerkt in de boorbeschrijvingen die zijn opgenomen in Bijlage 3. De bodem ter plaatse bestaat vanaf maaiveld tot circa 0,5 à 2,0 m-mv uit een klei laag met daaronder afwisselen een zandpakket en/of kleipakket dat zich minimaal tot de geboorde diepte van 3,5 m-mv uitstrekt. Ten tijde van de uitvoering van de grondboringen is de grondwaterstand vastgesteld rond 1,7 m-mv.
3.4
Zintuiglijke waarnemingen Tijdens de uitvoering van het veldwerk is het opgeboorde bodemmateriaal op basis van zintuiglijke waarnemingen en velddetectiemethoden beoordeeld op afwijkingen zoals de aanwezigheid van aardolieproducten en bodemvreemd materiaal (puin, asbest, kooldelen e.d.). Hierbij is zeer plaatselijk (boorlocatie 28; zuidwestelijk deel onderzoekslocatie) een lichte tot matige bijmenging met puin in de bovengrond (0,0-0,5 m-mv) vastgesteld. Voorts zijn in de grond geen bijzonderheden waargenomen.
3.5
Monstername en veldmetingen De bodem is per in het veld te onderscheiden bodemlaag bemonsterd, waarbij een bemonsteringstraject is aangehouden van ten hoogste 0,5 meter. Zintuiglijk als verontreinigd beoordeelde lagen zijn afzonderlijk bemonsterd. De per boring verkregen grondmonsters zijn aangegeven in de boorbeschrijvingen (zie Bijlage 3). Grondwatermonstername is uitgevoerd ter plaatse van de aangebrachte peilfilters. Het afpompen en de bemonstering van het grondwater is uitgevoerd conform NEN 5744:2011. Het betreft hier goed (verlaging waterstand < 50 cm) toelopende filters, waarbij het filterdeel nog volledig vol met water staat. Derhalve heeft geen beluchting van het te bemonsteren water plaatsgevonden. In totaal is voorafgaand aan de bemonsteringen 4,5 liter water afgepompt. Het monster heeft als code het nummer van de betreffende boring, aangevuld met de letter A (freatisch grondwater). In het veld, zijn voorafgaand aan de bemonstering, de zuurgraad (pH), de geleidbaarheid (EC), temperatuur en de troebelheid (NTU), van het bemonsterde grondwater bepaald. In tabel 2 zijn voor de peilfilters naast de voornoemde parameters tevens de grondwaterstand voor afpompen weergegeven.
21-11-2025 Versie 1 (definitief)
Verkennend bodemonderzoek herontwikkeling percelen, Hamersestraat te Westervoort
154357 Pagina 9
..
-
GEO EN MILIEUTECHNIEK b v
Tabel 2: grondwaterstand, pH, EC, temperatuur en troebelheid peilfilter
filterstelling (m-mv)
grondwaterstand (m-mv)
pH
EC (mS/cm)
T (°C)
troebelheid (NTU)
1
2,1-3,1
1,6
7,6
0,8
14,6
41,9
2
2,0-3,0
1,9
7,6
0,7
15,3
266
3
2,3-3,3
1,9
7,4
0,7
14,7
90,6
4
2,1-3,1
2,0
7,2
0,7
14,6
79,8
5
2,5-3,5
2,0
6,4
0,7
14,6
13,4
De gemeten zuurgraad (pH) en elektrische geleidbaarheid (EC) zijn voor grondwater als normaal te beschouwen. In het bemonsterde grondwater is een verhoogde troebelheid (> 10 NTU) vastgesteld. Een verhoogde troebelheid kan in sommige gevallen leiden tot een overschatting van de gehaltes aan organische parameters in het grondwater. Volgens de richtlijnen dient de filterstelling van een peilfilter zich minimaal 0,5 m onder de freatische grondwaterspiegel te bevinden. Het grondwater blijkt in de week tussen het zetten van peilfilters 1 en het bemonsteren aanzienlijk gedaald. Gezien de voorhanden gegevens staat het gehele filter nog steeds onder de freatische grondwaterspiegel, in een goed waterdoorlatende laag en hebben de gehanteerde filterstellingen derhalve geen invloed op de kwaliteit van het grondwatermonster.
4.
ANALYTISCH-CHEMISCH ONDERZOEK Het analytisch–chemisch onderzoek is gerapporteerd door SGS Environmental Analytics b.v. te Rotterdam geaccrediteerd door de Raad voor Accreditatie conform NEN-EN-ISO/IEC 17025:2017 onder nr. L028. De datum van rapportage staat vermeld op de analysecertificaten welke zijn opgenomen in Bijlage 6 (grond) en Bijlage 7 (grondwater). De monstervoorbehandeling is conform AS3000 uitgevoerd.
4.1
Analyseschema en analysepakket In het laboratorium zijn diverse grondmonsters en/of grondmengmonsters gekozen/samengesteld op basis van grondsoort, diepte en/of bodemvreemde bijmengingen. Vervolgens zijn alle grond- en grondwatermonsters geanalyseerd zoals weergegeven in het analyseschema welke is opgenomen in de onderstaande tabellen 3.1 (grond) en 3.2 (grondwater). Tabel 3.1: analyseschema grond monstercode
diepte (m-mv)
MMocb1
0,0-0,3
28.ocb + 29.ocb + 30.ocb + 31.ocb
klei
-
OCB
MMocb2
0,0-0,3
8.ocb + 32.ocb + 33.ocb + 34.ocb
klei
-
OCB
MMocb3
0,0-0,3
35.ocb + 36.ocb + 37.ocb + 38.ocb
klei
-
OCB
MMocb4
0,0-0,3
9.ocb + 38.ocb + 39.ocb + 40.ocb
klei
-
OCB
MMocb5
0,0-0,3
41.ocb + 42.ocb + 45.ocb + 46.ocb
klei
-
OCB
MMocb6
0,0-0,3
43.ocb + 44.ocb + 51.ocb + 50.ocb
klei
-
OCB
MMocb7
0,0-0,3
1.ocb + 47.ocb + 48.ocb + 49.ocb
klei
-
OCB
21-11-2025 Versie 1 (definitief)
samengesteld uit monsters
grondsoort
Verkennend bodemonderzoek herontwikkeling percelen, Hamersestraat te Westervoort
bodemvreemde bijmengingen
analyse parameters
154357 Pagina 10
..
-
GEO EN MILIEUTECHNIEK b v
Vervolg tabel 3.1: analyseschema grond monstercode
diepte (m-mv)
samengesteld uit monsters
grondsoort
bodemvreemde bijmengingen
MM1.1
0,0-0,5
MM2.1
0,0-0,5
MM3.1 28.1
analyse parameters
1.1+2.1+8.1+9.1+25.1+26.1+27.1+29.1+37.1+49.1
klei
-
NEN-pakket
3.1+7.1+17.1+18.1+19.1+20.1+21.1+22.1+23.1+24.1
klei
-
NEN-pakket
0,0-0,5
4.1+5.1+6.1+10.1+11.1+12.1+13.1+14.1+15.1+16.1
klei
-
NEN-pakket
0,0-0,3
28.1
zand
puin
NEN-pakket
MM1.2
0,5-1,5
1.2 + 1.3 + 2.2 + 2.3 + 8.2 + 8.3 + 9.2 + 9.3
klei
-
NEN-pakket
MM2.2
0,5-1,5
4.2 + 4.3 + 6.2 + 6.3 + 7.2 + 7.3
klei
-
NEN-pakket
MM.3
1,5-2,6
1.6 + 2.5 + 3.4 + 4.4 + 5.4 + 7.5 + 9.5
zand
-
NEN-pakket
MMAG1
0,0-0,4
G28 + G52
zand
puin
asbest NEN 5898
MMAG2
0,0-0,1
G53 + G54
klei
-
asbest NEN 5898
Tabel 3.2: analyseschema grondwater monstercode
filterstelling (m-mv)
analyse parameters
1A
2,1-3,1
NEN-pakket
2A
2,0-3,0
NEN-pakket
3A
2,3-3,3
NEN-pakket
4A
2,1-3,1
NEN-pakket
5A
2,5-3,5
NEN-pakket
Het NEN-pakket voor grond bestaat uit de volgende parameters: - (zware) metalen: barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink, - polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK), - polychloorbifenylen (PCB), - minerale olie. Daarnaast is het gehalte aan droge stof, organisch stof en lutum bepaald. Het NEN-pakket voor grondwater bestaat uit de volgende parameters: - (zware) metalen: barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink, - vluchtige aromatische koolwaterstoffen (BTEX, inclusief naftaleen en styreen), - vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen, - minerale olie. Het OCB-pakket bestaat uit veertien in het verleden meeste gebruikte organochloor-bestrijdingsmiddelen. 4.2
Analyse-uitkomsten De uitkomsten van de analyses grond zijn getoetst aan de kwaliteitseisen voor kwaliteitsklasse landbouw/natuur, wonen, industrie, matig verontreinigd (> industrie en < interventiewaarde) en sterk verontreinigd (> interventiewaarde) zoals opgenomen in tabel 1 Bijlage B bij de Regeling bodemkwaliteit 2022 zoals gepubliceerd in de Staatscourant nr. 1338, d.d. 19-01-2023. De uitkomsten van de analyses grondwater zijn getoetst aan de signaleringswaarde (voormalige interventiewaarde) zoals verwoord in het Aanvullingsbesluit bodem Omgevingswet zoals gepubliceerd in het Staatsblad nr. 98, d.d. 27-11-2020.
21-11-2025 Versie 1 (definitief)
Verkennend bodemonderzoek herontwikkeling percelen, Hamersestraat te Westervoort
154357 Pagina 11
..
-
GEO EN MILIEUTECHNIEK b v
De signaleringsparameters voor grondwater zijn opgenomen in bijlage Vd van het Besluit kwaliteit leefomgeving. In onderstaande tabel 4.1 wordt per grond(meng)monster de kwaliteitsklasse en klasse bepalende parameters weergegeven. In tabel 4.2 worden per grondwatermonster de overschrijding van de signaleringswaarde weergeven. In tabel 4.3 worden per asbestmonster de overschrijding van de hoeveelheid gewogen asbest weergeven. De uitgebreide toetsingstabellen zijn opgenomen als Bijlage 5. De analysecertificaten zijn opgenomen in Bijlage 6 (grond) en Bijlage 7 (grondwater). Tabel 4.1: toetsingsresultaten grond(meng)monsters grond(meng)monster
diepte (m-mv)
analyse parameters
kwaliteitsklasse
klasse bepalende parameters
MMocb1
0,0-0,3
OCB
landbouw/natuur
-
MMocb2
0,0-0,3
OCB
landbouw/natuur
-
MMocb3
0,0-0,3
OCB
landbouw/natuur
-
MMocb4
0,0-0,3
OCB
landbouw/natuur
-
MMocb5
0,0-0,3
OCB
landbouw/natuur
-
MMocb6
0,0-0,3
OCB
landbouw/natuur
-
MMocb7
0,0-0,3
OCB
landbouw/natuur
-
MM1.1
0,0-0,5
NEN-pakket
landbouw/natuur
-
MM2.1
0,0-0,5
NEN-pakket
landbouw/natuur
-
MM3.1
0,0-0,5
NEN-pakket
landbouw/natuur
-
28.1
0,0-0,3
NEN-pakket
industrie
PCB, Nikkel
MM1.2
0,5-1,5
NEN-pakket
landbouw/natuur
-
MM2.2
0,5-1,5
NEN-pakket
landbouw/natuur
-
MM.3
1,5-2,6
NEN-pakket
landbouw/natuur
-
Tabel 4.2: toetsingsresultaten grondwatermonsters grondwatermonster
filter diepte (m-mv)
analyse parameters
overschrijding signaleringswaarde
1A
2,1-3,1
NEN-pakket
-
2A
2,0-3,0
NEN-pakket
-
3A
2,3-3,3
NEN-pakket
-
4A
2,1-3,1
NEN-pakket
-
5A
2,5-3,5
NEN-pakket
-
Tabel 4.3: analyseresultaten grondmengmonsters (asbest) meng- monster
gewogen conc. (mg/kg.ds)
conc. verzamel monster (mg/kg.ds)
totaal gewogen conc. (mg/kg.ds)
overschrijding
MMAG1
<2
-
<2
-
MMAG2
84,2
-
84,2
-
Verkennend bodemonderzoek herontwikkeling percelen, Hamersestraat te Westervoort
154357 Pagina 12
Legenda: = geen overschrijding
21-11-2025 Versie 1 (definitief)
-
..
GEO EN MILIEUTECHNIEK b v
4.3
Bespreking analyse-uitkomsten Aan de hand van de bovengenoemde tabellen kunnen met betrekking tot de uitkomsten de volgende opmerkingen worden gemaakt. Het voormalige gebruik van het zuidelijke deel van de onderzoekslocatie als boomgaard heeft er niet toe geleid dat er een bodemverontreiniging met bestrijdingsmiddelen is ontstaan. In de puinhoudende bodemlaag is geen asbest aangetroffen. Ter plaatse van de afwateringszone is een concentratie van 84,2 mg/kg.ds vastgesteld. Dit is echter onder de overschrijdingswaarde van 100 mg/kg.ds. Derhalve wordt de afwateringszone als niet-verontreinigd met asbest beschouwd. Uit de analyseresultaten van het grondwatermonster blijkt dat de verhoogde troebelheid géén invloed heeft gehad op de analyseresultaten van de organische parameters.
5.
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN Uit de analyseresultaten blijkt dat de boven- en ondergrond van de bodem (tot 2,6 m-mv) ter plaatse van de onderzoekslocatie over het algemeen niet verontreinigd is met de onderzochte parameters. Uitzondering hierop betreft de plaatselijk op het zuidwestelijk deel van de onderzoekslocatie aangetroffen puinhoudende bovengrond welke licht verontreinigd is met PCB en nikkel (klasse industrie). De puinhoudende bodemlaag is niet-asbesthoudend. Voorts is in de afwateringszone ter plaatse van de schuur op het zuidwestelijk deel van de onderzoekslocatie een concentratie aan asbest (84,2 mg/kg.ds) vastgesteld. Gezien de concentratie onder de streefwaarde van 100 mg/kg.ds is vastgesteld, is er géén sprake van een verontreiniging met asbest. Het grondwater is niet verontreinigd (géén overschrijding signaleringswaarde). Met betrekking tot de vastgestelde milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse kan worden geconcludeerd dat er milieuhygiënisch gezien geen bezwaar is tegen de voorziene herontwikkeling naar woningbouw. De beslissing of op deze locatie gebouwd mag worden ligt uiteindelijk bij de gemeente Westervoort.
Gezien de mate aan hoeveelheid asbestvezels in de grond ter plaatse van de afwateringszone van de schuur wordt aanbevolen om de grond (hooguit 3 m 3) voorafgaand aan de herontwikkeling af te graven en af te voeren naar een erkende verwerker. Voor graven in de bodem wordt onderscheidt gemaakt tussen bodemkwaliteit kleiner dan of gelijk aan interventiewaarde of groter dan de interventiewaarde. In het onderhavige geval geldt de milieubelastende activiteit ‘graven in de bodem met een kwaliteit onder de interventiewaarde bodemkwaliteit’ en gelden de algemene regels conform paragraaf 3.2.21 en 4.119 (onder) van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Ten minste één week voor de start van de activiteit dient de initiatiefnemer de benodigde gegevens en bescheiden aan te leveren via het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO).
21-11-2025 Versie 1 (definitief)
Verkennend bodemonderzoek herontwikkeling percelen, Hamersestraat te Westervoort
154357 Pagina 13
-
..
GEO EN MILIEUTECHNIEK b v
De eventueel tijdens de herontwikkeling vrijkomende grond komt op basis van de indicatieve gegevens van het onderhavig bodemonderzoek mogelijk in aanmerking voor hergebruik als kwaliteitsklasse landbouw/natuur. In overleg met het bevoegd gezag kan de grond mogelijk worden hergebruikt op het eigen terrein. Ook kan indien er grond vrijkomt van de locatie dit worden aangeboden aan bijvoorbeeld een grondbank of een hergebruiksproject. Voordat de grond daadwerkelijk kan worden hergebruikt dient deze echter specifiek conform Regeling bodemkwaliteit 2022 (partijkeuring) te worden onderzocht. Voor het uitvoeren van een dergelijk onderzoek kan contact worden opgenomen met de betrokken projectleider.
6.
SLOTOPMERKINGEN Ondanks dat er gestreefd is naar het verkrijgen van representatieve bodemmonsters kan niet worden uitgesloten dat er lokale afwijkingen in de bodem voorkomen en/of dat aanwezige verontreinigingen niet als zodanig zijn herkend. De conclusies in dit rapport zijn gebaseerd op de geldende wetgeving op het moment van schrijven. Toekomstige wetswijzigingen kunnen invloed hebben op deze conclusies, waardoor een eventuele herziening van het rapport noodzakelijk kan zijn. Wellicht ten overvloede wordt opgemerkt dat het uitgevoerde bodemonderzoek verkennend en een momentopname is, waardoor, naast het verkrijgen van een globaal inzicht omtrent de kwaliteit van de bodem, de onderzoeksresultaten een beperkte geldigheidsduur hebben.
21-11-2025 Versie 1 (definitief)
Verkennend bodemonderzoek herontwikkeling percelen, Hamersestraat te Westervoort
154357 Pagina 14
Bijlage 1
1.1 Regionale situatie 1.2 Situatietekening 1.3 Foto-overzicht
REGIONALE SITUATIE
Deze kaart is noordelijk georiënteerd Van Dijk geotechniek en milieu Strijkviertel 30 3454 PM De Meern
Legenda onderzoekslocatie
Bijlage 1.1
Project:
herontwikkeling, Hamersestraat
Plaats: Opdrachtnr.: Schaal: Datum:
Westervoort 154357 niet op schaal oktober ’25
Tel. : 030 - 666 1746 E-mail : info@vandijktech.nl
A 5078
A 6748
A 6749
A 6631
A 2233
A 5925 A 6750
A 6751
8
10 9 5 11
15
A 5923
12
14
10 4 ri
4
A 7144 A 5920
16
13
6
A 6746
A 154
ri
17 A 5924
18
19
4a
4-
A 6851
22
23
29t
20 29r-29s
7
A 6822
21
24
A 7425
29q
27-
26
25
3 2
13
A 7426
14
A 7427
31
28 A 7428
ri
wl
6
8
30 313
7
27
16
15
12
A 5921
35
29
A 7429
3c/
11
5
33
32
36
klk
34
A 6852
wl
37
A 7884 A 8029
klk
asbest verdacht dak geen goot
43
vb
ri
ri
olietank
vb
bk
35a
cai klk
ri
ri
51
1
ri
46
A 4544 A 5527 A 5800
47
4
50
ri
A 6311 A 8125 A 5709 A 7407
A 6826
48
klk
A 6440
39
1
A 8037 A 8038
38
40
45
44 2
ri
klk
1
9
41
A 8030
35
vb
A 6488
42
A 2513
3
45a
A 6827
A 5106
45b
A 8126 A 8127 A 7408
klk
14
A 8075
14a
5 A 4541
A 5598
49
ri
A 6505
A 8074
A 6777
Ham ri
A 7689
ers
7
3
est
14b
A 4540
43
ri
raa
t
A 5107
A 2514
A 3119
A 2749
45
ri
47
ri
klk
47a
ri
14b/ 1 5104
14b/
2
A 7690
9
14c
A 7688
13
A 5156
16
A 5157
klk
klk
A 8040 bk
11
A 4539
A 6503
A 6669
klk
klk
49
A 5273
A 5508
klk
16a
klk
36 34
vb
klk
22
ri
klk
Legenda:
klk
32
ri
onderzoekslocatie klkklk
A 6671 A 6670
30
28
ri
ri
klk
ri vb
klk
vb
4
dk klk
vb
ri
slootdemping boomgaard
12,5
25
37,5
50
62,5
75
ri
klk
A 4538
0
ri
klk
A 5275
A 8041
ri
15
ri
klk
A 6319
ri
ri ri
boring 3,0 m-mv+peilfilter
26
boring 2,0 m-mv A 7205 24 boring 22 0,5 m-mv 20 foto
A 7601 A 6672
Adviesbureau voor geotechniek en milieu Strijkviertel 30, 3454 PM DE MEERN
16b
3 ri
A 7600 ri
1
Tel. : 030 51 - 666 17 46 E-mail : info@vandijktech.nl
A 5276
Project: Herontwikkeling percelen, Hamersestraat te Westervoort Gewijzigd: 14-10-2025 AAD Opdrachtnr.: 154357 Gewijzigd: Schaal: 1:1250 (A3) Gewijzigd: Datum: 08-08-2025 Controle: Getek.: A.AD ri
27-
29q
25
2 13
A 7426
14 G54
12
16 15
G53
G28 28
asbest verdacht dak geen goot A 7428
G52
30
29
A 7429
31 -
33c
/11
32
A 6852
wl
A 8029
klk
olietank 0
5
10
4315
20
25
30
vb ri
vb
Adviesbureau voor geotechniek en milieu Strijkviertel 30, 3454 PM DE MEERN
Legenda: bk
vb
boring 2,0 m-mv
onderzoekslocatie slootdemping boomgaard
boring 0,5 m-mv foto
cai
boring 3,0 m-mv+peilfilter
inspectiegat ri
35
Tel. : 030 - 666 17 46 E-mail : info@vandijktech.nl
A 8030Project: Herontwikkeling percelen,
35a
Hamersestraat te Westervoort Gewijzigd: 14-11-20225 AAD Gewijzigd: 18-11-2025 AAD Gewijzigd: Controle:
Opdrachtnr.: 154357 Schaal: 1:500 (A4) Datum: 03-11-2025 Getek.: A.AD
44
FOTOREPORTAGE Foto 1
Foto 2
Foto 3
Foto 4
Foto 5
Foto 6
Adviesbureau voor geotechniek en milieu Strijkviertel 30 3454 PM DE MEERN
Project:
Bijlage 1.3
herontwikkeling, Hamersestraat
Plaats: Opdrachtnr.: Datum: Volgnummer:
Westervoort 154357 oktober 2025 1/3
Tel. : 030 - 666 17 46 Fax : 030 - 666 48 54 E-mail : info@vandijktech.nl
Foto 7
Foto 8
Foto 9
Foto 10
Foto 11
Foto 12
Adviesbureau voor geotechniek en milieu Strijkviertel 30 3454 PM DE MEERN
Project:
Bijlage 1.3
herontwikkeling, Hamersestraat
Plaats: Opdrachtnr.: Datum: Volgnummer:
Westervoort 154357 oktober 2025 2/3
Tel. : 030 - 666 17 46 Fax : 030 - 666 48 54 E-mail : info@vandijktech.nl
Foto 13
Foto 14
Foto 15
Foto 16
Adviesbureau voor geotechniek en milieu Strijkviertel 30 3454 PM DE MEERN
Project:
Bijlage 1.3
herontwikkeling, Hamersestraat
Plaats: Opdrachtnr.: Datum: Volgnummer:
Westervoort 154357 oktober 2025 3/3
Tel. : 030 - 666 17 46 Fax : 030 - 666 48 54 E-mail : teken@vandijktech.nl
Bijlage 2
Historische gegevens
Topografische kaart 1900
Topografische kaart 1908
Topografische kaart 1937
= onderzoekslocatie
Topografische kaart 1962
Topografische kaart 1970
Topografische kaart 1973
= onderzoekslocatie
Topografische kaart 1978
Topografische kaart 1988
Topografische kaart 1997
= onderzoekslocatie
Topografische kaart 2006
Topografische kaart 2015
Topografische kaart 2024
= onderzoekslocatie
Luchtfoto 2016
Luchtfoto 2021
Luchtfoto 2024
= onderzoekslocatie
Rapport verkennend onderzoek Percelen Hamersestraat te Westervoort
RAPPORT VERKENNEND ONDERZOEK percelen Hamersestraat te Westervoort April 2006
Opgesteld door:
Goedgekeurd door:
Naam: SB Datum: 6 april 2006
Naam: Drs. Ing. J. van de Griendt Datum: 6 april 2006
Paraaf:
Paraaf:
Naam opdrachtgever K.v.K. nr. Postadres Postcode + plaats Locatieadres Postcode + plaats Contactpersoon Telefoon Telefax Mobiele telefoon Emailadres
: Bouwfonds Mab B.V./Reg. Midd.-Oost :: Postbus 1 : 3800 AA Amersfoort : percelen Hamersestraat : 6931 EV Westervoort : de heer F. Holleman : 033-4534107 : 033-4534190 : 06-53642995 : F.holleman@bouwfonds.nl
Datum Adviesbureau Postadres Postcode + plaats Adviseur Telefoon Telefax Emailadres
: 6 april 2006 : Centraal Bodemkundig Bureau Deventer B.V. : Postbus 807 : 7400 AV Deventer : Ing. G.J. Bakker : 0570-620500 : 0570-620707 : info@cbbnl.com
Nr.: 5155551 Erkenningsregeling Bosaannemers
Maagdenburgstraat 60, 7421 ZG • Postbus 807, 7400 AV Deventer, Holland • Telefoon (0570) 62 05 00 • Fax (0570) 62 07 07
F. van Lanschot Bankiers 22 56 50 010 • Kamer van Koophandel 38015351 • Op al onze aanbiedingen, opdrachten, overeenkomsten en werkzaamheden zijn onze algemene leveringsvoorwaarden van dienstverlening van toepassing. • Deze voorwaarden worden u op aanvraag toegezonden.
Rapport verkennend onderzoek Percelen Hamersestraat te Westervoort
1
SAMENVATTING Op de locatie percelen Hamersestraat te Westervoort is een verkennend onderzoek volgens de richtlijnen uit NVN 5725/NEN 5740/NEN5707 verricht. Het onderzoek is uitgevoerd tussen december 2005 en maart 2006 in het kader van een mogelijke transactie en in het kader van de aanvraag van een bouwvergunning. De locatie is gelegen aan de Percelen Hamersestraat en is kadastraal bekend als sectie A nummer 5919, 5922, 5924 en heeft een oppervlakte van 48436 m². Het onderzoek heeft uitsluitend betrekking op dat deel van de locatie, met een oppervlakte van 48546 m², wat binnen de in de situatietekening getekende rode contourlijnen valt. Gelet op het hierboven genoemde worden binnen de onderzoekslocatie de volgende deellocaties gedefinieerd: - Grasland - Vml. dieseltank - Werkplaats - Opstallen/erfverharding Op basis van de onderzoeksresultaten kan worden gesteld dat de gehaltes aan en/of concentraties van een aantal onderzochte stoffen de streefwaarden overschrijden. Geen van de gehaltes en/of concentraties van de onderzochte stoffen overschrijdt de tussenwaarde, zijnde de waarde waarboven vanuit de optiek van de Wet Bodembescherming de uitvoering van een nader onderzoek nodig is. Op basis van de onderzoeksresultaten kan worden gesteld dat de kwaliteit van de bodem op de onderzoekslocatie geen belemmering vormt voor de aankoop/verkoop van de locatie.
De grond is indicatief getoetst aan de samenstellingswaarden van het bouwstoffenbesluit, m.u.v. monster 10, dit is een asbest analyse. Als bouwstof 'niet schoon', waarvan geen indicatieve categorie bepaald kan worden, zijn aan te merken: - monster 7, deellocatie 'B: Vml. dieseltank' - monster 8, deellocatie 'C: Werkplaats' - monster 12, deellocatie 'D: Opstallen/erfverharding' Als bouwstof schone grond zijn aan te merken: - monster 1 t/m 6, deellocatie 'A: Grasland' - monster 9, deellocatie 'D: Opstallen/erfverharding' - monster 11, deellocatie 'D: Opstallen/erfverharding' - monster 13, deellocatie 'A: Grasland' - monster 14, deellocatie 'A: Grasland' Let op: Alleen de beschikbare analyseresultaten zijn gebruikt voor een indicatieve toetsing. De conclusies zijn onder voorbehoud!
1.
INLEIDING EN DOELSTELLING
Een verkennend bodemonderzoek kan vanuit een breed scala aan aanleidingen worden uitgevoerd. Het doel van verkennend onderzoek is vast te stellen of op een bepaalde locatie bodemveromtreiniging aanwezig is en of deze van invloed is op het bedoelde gebruik van de omgeving. Bij aan- en verkoop wordt de bodemkwaliteit van op het onder de transactie vallende terrein vastgelegd. Er is geen wettelijke aanleiding voor het onderzoek, één en ander vloeit voort uit een afspraak tussen de contractpartijen. Er is dikwijls een ontbindende voorwaarde in het koopcontract opgenomen, die behelst dat een bodemonderzoek uitgevoerd dient te worden. Bij onderzoek in het kader van bouwplannen wordt onderzocht of op de bouwlocatie bodemverontreiniging aanwezig is. Voor onderzoek in het kader van bouwplannen is er een wettelijke aanleiding voor het onderzoek, die voortvloeit uit de Woningwet. Deze wet stelt dat er niet gebouwd mag worden op verontreinigde grond. Vooronderzoek wordt uitgevoerd volgens de richtlijnen uit de NVN 5725, leidraad bij het vooronderzoek bij verkennend, oriënterend en nader onderzoek. Middels dit vooronderzoek wordt informatie ingewonnen over het gebruik van de locatie in heden en verleden, en over de aanwezigheid van activiteiten die bodemverontreiniging (hebben) kunnen veroorzaken in heden of verleden, de zogenaamde verdachte deellocaties.
Nr.: 5155551 Erkenningsregeling Bosaannemers
Maagdenburgstraat 60, 7421 ZG • Postbus 807, 7400 AV Deventer, Holland • Telefoon (0570) 62 05 00 • Fax (0570) 62 07 07
F. van Lanschot Bankiers 22 56 50 010 • Kamer van Koophandel 38015351 • Op al onze aanbiedingen, opdrachten, overeenkomsten en werkzaamheden zijn onze algemene leveringsvoorwaarden van dienstverlening van toepassing. • Deze voorwaarden worden u op aanvraag toegezonden.
Rapport verkennend onderzoek Percelen Hamersestraat te Westervoort
2
Verkennend onderzoek wordt uitgevoerd volgens de richtlijnen uit de NEN 5740 en NEN 5707, onderzoeksstrategie bij verkennend onderzoek respectievelijk inspectie van asbest in de bodem. In de NEN 5740 wordt onderscheid gemaakt tussen onverdachte en verdachte terreindelen. Onverdachte terreindelen zijn terreindelen waar op basis van de informatie uit het vooronderzoek geen bodemverontreiniging wordt verwacht. Verdachte terreindelen zijn terreindelen waar op basis van de informatie uit het vooronderzoek bodemverontreiniging kan (zijn) ontstaan. Dit betreft dus een mogelijkheid, het feit dat een deellocatie als verdacht wordt aangemerkt wil nog niet zeggen dat er daadwerkelijk bodemverontreiniging aanwezig is! Op basis van de informatie uit het vooronderzoek worden één of meer hypotheses gesteld over de aanwezigheid van bodemverontreiniging. Het eerste deel van de hypothese gaat over de aan- of afwezigheid van bodemverontreiniging (verdacht/onverdacht). Wanneer de hypothese 'verdacht' luidt, volgt een tweede deel van de hypothese, over de aard van de verspreiding van de verontreiniging (zie 5.2). De NEN 5740 schrijft, afhankelijk van de gestelde hypothese, een onderzoeksstrategie voor een bepaalde deellocatie voor.
Deze strategie behelst het aantal boringen dat verricht en het aantal peilbuizen dat geplaatst moet worden, de diepte van de boringen en peilbuizen, het aantal te analyseren monsters en de stoffen waarop de monsters geanalyseerd moeten worden. Het verkennend onderzoek asbest volgens NEN 5707 bestaat uit een visuele inspectie van het maaiveld en de opgeboorde of ontgraven grond uit de actuele contactzone en de ondergrond. Na analyse worden de analyseresultaten getoetst aan de streef- en interventiewaarden uit de Circulaire Streef- en interventiewaarden bodemsanering, zoals gepubliceerd in de Staatscourant van 24 februari 2000. In de circulaire is asbest echter als niet genormeerde stof opgenomen. Op basis van het interimbeleid (d.d. 17 december 2002) is invulling gegeven aan de restconcentratienorm en aan de Interventiewaarde. De resultaten van de toetsingen zijn opgenomen in het rapport. De voor een verkennend onderzoek te verrichten werkzaamheden zijn hoofdzakelijk door CBB zelf verricht. Het kwaliteitsmanagement van CBB met betrekking tot deze werkzaamheden is geëvalueerd en goedgekeurd volgens ISO 9001 (certificaat no. 653084) en de SIKB 2000; VKB protocollen 2001 t/m 2006, 2009 t/m 2015 en 2017 (certificaat no. 658782). Het veiligheidsmanagement-systeem van het CBB is geëvalueerd en goedgekeurd volgens VCA* (certificaat no. 658971), door Lloyd's Register Quality Assurance.
Het veiligheidsmanagement-systeem is van toepassing op monstername en inspectie op het gebied van milieu, natuurbeheer en landschap. De analyses zijn uitbesteed aan het Sterlab geaccrediteerde laboratorium Alcontrol Laboratories BV te Hoogvliet. CBB voert zijn bodemonderzoeken zorgvuldig en volgens de geldende normen uit. Elk bodemonderzoek is echter gebaseerd op een aantal grondboringen: ten opzichte van het totale bodemvolume is slechts een klein deel (chemisch) onderzocht. Het is dus mogelijk dat plaatselijk afwijkingen in de bodem voorkomen, of dat zich verontreinigende stoffen in de bodem bevinden die niet met dit onderzoek naar voren zijn gekomen. Een bodemonderzoek is een momentopname en heeft een beperkte geldigheid: na monstername kan immers een nieuwe verontreiniging geïntroduceerd zijn, terwijl een mobiele verontreiniging zich heeft verplaatst. CBB acht zich dan ook niet aansprakelijk voor hieruit voortvloeiende schade of gevolgen van welke aard dan ook. Dit rapport mag zonder schriftelijke toestemming van CBB èn van haar opdrachtgever niet anders dan in zijn geheel worden vermenigvuldigd. De resultaten van het uitgevoerde onderzoek hebben uitsluitend betrekking op het onderzochte terrein of op de onderzochte objecten. De oppervlakte- en inhoudsmaten van terreindelen en objecten zijn niet bindend en dienen als "circa" te worden beschouwd.
Nr.: 5155551 Erkenningsregeling Bosaannemers
Maagdenburgstraat 60, 7421 ZG • Postbus 807, 7400 AV Deventer, Holland • Telefoon (0570) 62 05 00 • Fax (0570) 62 07 07
F. van Lanschot Bankiers 22 56 50 010 • Kamer van Koophandel 38015351 • Op al onze aanbiedingen, opdrachten, overeenkomsten en werkzaamheden zijn onze algemene leveringsvoorwaarden van dienstverlening van toepassing. • Deze voorwaarden worden u op aanvraag toegezonden.
Rapport verkennend onderzoek Percelen Hamersestraat te Westervoort
14
Grondwatermonster Parameter arseen WM3
WM3 23 +
S
½(S+I)
I
10
35
60
Eenheid ug/l
Peilbuis 17 (1.5-2.5 m-mv)
Betekenis van de tekens en afkortingen: blanco: geen toetsingswaarde vastgesteld, WM: watermonster, n.b.: niet bepaald -: onder streefwaarde (S), +: tussen streefwaarde (S) en ½(S+I), ++: tussen ½(S+I) en interventiewaarde (I), +++: boven I (3): verhoogde waarde i.v.m. detectiegrens
Tabel 6.5.3 Overschrijdingstabel grondwatermonster
7.
INTERPRETATIE EN TOETSING HYPOTHESE
7.1
Interpretatie
A: Grasland Uit de analyseresultaten blijkt dat in de bovengrond op de deellocatie geen verhoogde concentraties verontreinigende stoffen zijn aangetroffen. In de ondergrond op de deellocatie zijn eveneens geen verhoogde gehaltes verontreinigende stoffen aangetroffen. Het grondwater op de deellocatie is licht verontreinigd met arseen. Tijdens de veldwerkzaamheden is weinig puin bij boring 23 aangetroffen. Zintuiglijk is geen asbest waargenomen. B: Vml. dieseltank Uit de analyseresultaten blijkt dat de bovengrond op de deellocatie licht is verontreinigd met minerale olie. In het grondwater op de deellocatie zijn geen verhoogde gehaltes verontreinigende stoffen aangetroffen. Tijdens de veldwerkzaamheden is weinig puin bij de boringen 27, 28 en 29 aangetroffen. C: Werkplaats Uit de analyseresultaten blijkt dat de bovengrond op de deellocatie licht is verontreinigd met zink en PAK. In het grondwater op de deellocatie zijn geen verhoogde gehaltes verontreinigende stoffen aangetroffen. Tijdens de veldwerkzaamheden is weinig puin bij boring 30 en 32 en plantenresten bij boring 31 aangetroffen. D: Opstallen/erfverharding Uit de analyseresultaten blijkt dat de bovengrond op de deellocatie licht is verontreinigd met minerale olie. Er is geen asbest aangetroffen. In de ondergrond op de deellocatie zijn geen verhoogde gehaltes verontreinigende stoffen aangetroffen.
In het grondwater op de deellocatie zijn eveneens geen verhoogde gehaltes verontreinigende stoffen aangetroffen. Tijdens de veldwerkzaamheden is weinig puin bij de boringen 34 t/m 36, puin bij boring 38, plantenresten, stukjes hout, weinig afvalresten, weinig puin bij boring 39 en weinig kooldeeltjes en weinig puin bij boring 42 aangetroffen. Tevens is een lichte oliegeur bij boring 39 waargenomen. 7.2
Toetsing hypothese
A: Grasland De hypothese onverdachte deellocatie dient verworpen te worden. De informatiekwaliteit ten gevolge van het onderzoek is voldoende. Aanvullend onderzoek ter toetsing van de gestelde hypothese wordt niet nodig geacht. Er is zintuiglijk en analytisch geen asbest aangetroffen. De locatie kan dan ook als niet verdacht m.b.t. asbest worden aangemerkt. Nader onderzoek wordt in dit kader dan ook niet aanbevolen. B: Vml. dieseltank en C: Werkplaats De hypothese verdachte deellocatie kan geaccepteerd worden.
Nr.: 5155551 Erkenningsregeling Bosaannemers
Maagdenburgstraat 60, 7421 ZG • Postbus 807, 7400 AV Deventer, Holland • Telefoon (0570) 62 05 00 • Fax (0570) 62 07 07
F. van Lanschot Bankiers 22 56 50 010 • Kamer van Koophandel 38015351 • Op al onze aanbiedingen, opdrachten, overeenkomsten en werkzaamheden zijn onze algemene leveringsvoorwaarden van dienstverlening van toepassing. • Deze voorwaarden worden u op aanvraag toegezonden.
Rapport verkennend onderzoek Percelen Hamersestraat te Westervoort
15
De informatiekwaliteit ten gevolge van het onderzoek is voldoende. Aanvullend onderzoek ter toetsing van de gestelde hypothese wordt niet nodig geacht. D: Opstallen/erfverharding De hypothese verdachte deellocatie kan geaccepteerd worden. De informatiekwaliteit ten gevolge van het onderzoek is voldoende. Aanvullend onderzoek ter toetsing van de gestelde hypothese wordt niet nodig geacht. Er is zintuiglijk en analytisch geen asbest aangetroffen. De locatie kan dan ook als niet verdacht m.b.t. asbest worden aangemerkt. Nader onderzoek wordt in dit kader dan ook niet aanbevolen.
8.
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
8.1
Conclusies
Op basis van de onderzoeksresultaten kan worden gesteld dat de gehaltes aan en/of concentraties van een aantal onderzochte stoffen de streefwaarden overschrijden. Geen van de gehaltes en/of concentraties van de onderzochte stoffen overschrijdt de tussenwaarde, zijnde de waarde waarboven vanuit de optiek van de Wet Bodembescherming de uitvoering van een nader onderzoek nodig is. 8.2
Aanbevelingen
Op basis van de onderzoeksresultaten kan worden gesteld dat de kwaliteit van de bodem op de onderzoekslocatie geen belemmering vormt voor de aankoop/verkoop van de locatie. De grond is indicatief getoetst aan de samenstellingswaarden van het bouwstoffenbesluit, m.u.v. monster 10, dit is een asbest analyse. Als bouwstof 'niet schoon', waarvan geen indicatieve categorie bepaald kan worden, zijn aan te merken: - monster 7, deellocatie 'B: Vml. dieseltank' - monster 8, deellocatie 'C: Werkplaats' - monster 12, deellocatie 'D: Opstallen/erfverharding' Als bouwstof schone grond zijn aan te merken: - monster 1 t/m 6, deellocatie 'A: Grasland' - monster 9, deellocatie 'D: Opstallen/erfverharding' - monster 11, deellocatie 'D: Opstallen/erfverharding' - monster 13, deellocatie 'A: Grasland' - monster 14, deellocatie 'A: Grasland' Let op: Alleen de beschikbare analyseresultaten zijn gebruikt voor een indicatieve toetsing. De conclusies zijn onder voorbehoud!
Nr.: 5155551 Erkenningsregeling Bosaannemers
Maagdenburgstraat 60, 7421 ZG • Postbus 807, 7400 AV Deventer, Holland • Telefoon (0570) 62 05 00 • Fax (0570) 62 07 07
F. van Lanschot Bankiers 22 56 50 010 • Kamer van Koophandel 38015351 • Op al onze aanbiedingen, opdrachten, overeenkomsten en werkzaamheden zijn onze algemene leveringsvoorwaarden van dienstverlening van toepassing. • Deze voorwaarden worden u op aanvraag toegezonden.
HUNNEMAN ,
MILIEU ADVIES
Nikkels Projecten BV Verkennend en aanvullend bodemonderzoek op de locatie aan de Hamersestraat ong. te Westervoort Projectnummer:
Datum:
230320 _02/dh/sh
30 juni 2023
Opdrachtgever Nikkels Projecten BV Zuiderlaan
7391
TZ
Postbus 8100 AG
TWELLO
253 RAALTE
Tel: 0572-360998
E-mail: info@hunneman-milieu.nl
BRL-SIKB
2000
Hunneman
1
Milieu-Advies
INLEIDING
In opdracht van Nikkels Projecten BV is in mei en juni 2023, door Hunneman MilieuAdvies Raalte BV, een verkennend en aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd op twee percelen ten noorden van de Hamersestraat te Westervoort. Voor een kadastraal overzicht van de onderzoekslocatie en omgeving verwijzen wij naar bijlage 1. Het bodemonderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van de voorgenomen transactie en herontwikkeling van de percelen. Het bodemonderzoek heeft tot doel een actueel en betrouwbaar inzicht te geven in de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Het veldwerk, de grond- en/of grondwaterbemonstering en het laboratoriumonderzoek is uitgevoerd conform de geldende beoordelingsrichtlijn “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek” BRL-SIKB 2000. Voor deze richtlijn is Hunneman Milieu-Advies Raalte BV in het bezit van een procescertificaat, welke is afgegeven door KIWA.
De van toepassing zijnde protocollen in dit onderzoek zijn: B 2001: Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen & 2002: Het nemen van grondwatermonsters D 2003: Veldwerk bij milieuhygiënisch waterbodemonderzoek D 2018: Maaiveldinspectie en monsterneming van asbest in bodem Het procescertificaat van Hunneman Milieu-Advies Raalte BV (certificaatnummer K26828) en het hierbij behorende keurmerk zijn uitsluitend van toepassing op de activiteiten inzake “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek”. Hunneman MilieuAdvies Raalte BV is geen eigenaar van de te onderzoeken percelen en is onafhankelijk van de opdrachtgever en/of terreineigenaar. Het rapport is als volgt ingedeeld: . .
Vooronderzoek Veld- en laboratorium onderzoek
(hoofdstuk 2; (hoofdstuk 3):
.
Interpretatie onderzoeksresultaten
(hoofdstuk 4).
Verkennenden aanvullend bodemonderzoek, Hamersestraat ong. te Westervoort
1
Hunneman
4
INTERPRETATIE
Milieu-Advies
ONDERZOEKSRESULTATEN
In opdracht van Nikkels Projecten BV is in mei en juni 2023, door Hunneman MilieuAdvies Raalte BV, een verkennend en aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd op twee percelen ten noorden van de Hamersestraat te Westervoort. Het bodemonderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van de voorgenomen transactie en herontwikkeling van de percelen en heeft tot doel een actueel en betrouwbaar inzicht te geven in de milieuhygiënische bodemkwaliteit. 41
Vaste bodem; perceel 5711
Zintuiglijk zijn in de vaste bodem geen noemenswaardige bijmengingen aan bodemvreemde materialen waargenomen. Zintuiglijk is geen asbestverdacht materiaal op en/of in de bodem aangetroffen. Analytisch zijn in bovengrondmengmonster (MM-01), van de geanalyseerde NEN parameters, licht verhoogde gehalten aan zware metalen en PCB's aangetoond. De verhoogd aangetoonde gehalten overschrijden de achtergrondwaarden, maar blijven beneden
de tussenwaarden.
Analytisch zijn in ondergrondmengmonster (MM-04), zijn van de geanalyseerde NEN parameters, geen gchalten aangetoond boven de achtergrondwaarden. OCB 's: bodemlaag
0,0-0,3 m-mv
Analytisch zijn in de bovengrondmengmonsters MM-07 Um MM-IO licht tot sterk verhoogde gehalten aan som DDD, som DDE en som DDT aangetoond. De maximaal aangetoonde gehalten aan som DDE overschrijden de interventiewaarde. Naar aanleiding van de matig tot sterk verhoogd aangetoonde gehalten aan som DDE en som DDT in MM-07 t/m MM-10 zijn de individuele monsters ingezet op OCB’s. Hierbij zijn geen tot sterk verhoogde gehalten aan som DDD, som DDE, som DDT en som Drins aangetoond. De maximaal aangetoonde gehalten aan som DDE en som DDT overschrijden de interventiewaarden.
OCB 's: bodemlaag 0,3-0,5 m-mv
Ter verticale inkadering zijn verspreidt over het perceel 4 monsters (boring 3, 4, 9 en 20) uit de bodemlaag 0,3-0,5 m-mv ingezet op OCB's. Hierbij zijn licht tot sterk verhoogde gehalten aan som DDD, som DDE, som DDT aangetoond. De aangetoonde gehalten aan som DDE in boring 3 en 20 overschrijden de interventiewaarde. In de boringen 4 en 9 zijn maximaal licht verhoogde gehalten aan OCB’s aangetoond. 42
Vaste bodem; perceel 7412
Analytisch zijn in de bovengrondmengmonsters MM-02 en M-03 licht verhoogde gehalten aan cadmium, kobalt en nikkel aangetoond. De verhoogd aangetoonde gchalten overschrijden de achtergrondwaarden, maar blijven beneden de tussenwaarden. Analytisch zijn in de ondergrondmengmonsters (MM-05 en MM-06) licht verhoogde gehalten aan kobalt en nikkel aangetoond. De verhoogd aangetoonde gehalten overschrijden de achtergrondwaarden, maar blijven beneden de tussenwaarden. Analytisch zijn in de bovengrondmengmonsters MM-11 Um MM-15 geen tot maximaal licht verhoogde gehalten aan som DDE aangetoond. De aangetoonde gehalten hrijden de achtergrondwaarde, maar blijven beneden de tussenwaarde.
Verkennenden aanvullend bodemonderzoek, Hamersestraat ong. te Westervoort
12
Hunneman
43
Milieu-Advies
Vaste bodem; gedempte sloten
Analytisch zijn in de mengmonsters MM-16 en MM-17, ter plaatse van de gedempte sloottracé’s, maximaal licht verhoogde gehalten aan zware metalen aangetoond. De verhoogd aangetoonde gehalten overschrijden de achtergrondwaarden, maar blijven beneden
de tussenwaarden.
44
Grondwater
In het grondwater (peilbuis 5, 22, 25, 39 en 50) zijn licht verhoogde gehalten aan barium aangetoond. De verhoogd aangetoonde gehalten overschrijden de streefwaarden, maar blijven beneden de tussenwaarde. 45
Conclusies en aanbevelingen
In de vaste bodem zijn, van de geanalyseerde NEN parameters, maximaal licht verhoogde gehalten aan zware metalen en/of PCB’s aangetoond. In het grondwater zijn licht verhoogde gehalten aan barium aangetoond. In de bovengrond op pereeel 7413 zijn geen tot lokaal maximaal licht verhoogde gehalten OCB'’s aangetoond. Bij indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) betreft de bemonsterde bovengrond klasse AWAndustrie. De bemonsterde ondergrond betreft klasse AW.
In de bovengrond op pereeel 5711 zijn licht tot sterk verhoogde gehalten aan OCB’s aangetoond. De maximaal aangetoonde gehalten overschrijden de interventiewaarden. Bij indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) is de bemonsterde bovengrond van 0,0-0,3 m-mv niet toepasbaar, op basis van de verhoogde gehalten aan OCB'’s. De bemonsterde bodemlaag van 0,3-0,5 m-mv is deels klasse Industrie en deels niet toepasbaar. Op basis van de aangetoonde gehalten aan OCB’s is op perceel 5711 sprake van een geval van ernstig bodemverontreiniging. De aangetoonde OCB-verontreiniging is in horizontale richting vastgesteld tot de kadastrale grenzen. In verticale richting is de aangetoonde verontreiniging globaal ingekaderd en aangetoond tot een diepte van 0,3 a 0,5 m-my. Bij het bouwrijp maken van de locatie dient men rekening te houden met de aanwezigheid
van cirea 4.800 m° (8.640 ton) niet toepasbare grond (12.000 m? met een gemiddelde laagdikte van 0,4 m-mv).