CConstaterende datWestervoort
Koppel je AI →
Document · PDF

20260601-rv-wijzigen-apv-vfl-bijlage-3-apv-was-word-tabel

Raadsvergadering 1 juni 2026, gemeente WestervoortBij agendapunt: Wijziging APV en VFL1.669 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Was-wordt tabel bij APV Westervoort wijziging 2026 Bestaande tekst Titel: Algemene plaatselijke verordening Westervoort 2025 Artikel 2:10 Voorwerpen op of aan de weg (VERVALLEN) Toelichting Dit artikel komt uit de Verordening Fysieke Leefomgeving.

Nieuwe tekst Titel: Algemene plaatselijke verordening Westervoort 2026 Artikel 2.10 Voorwerpen op of aan de weg 1. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegde bestuursorgaan een openbare plaats of openbaar water anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan. 2. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan een vergunning worden geweigerd: a. als het beoogde gebruik schade toebrengt aan de openbare plaats, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de openbare plaats of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de openbare plaats; b. in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers van een in de nabijheid gelegen onroerende zaak; of c. indien het voorgenomen gebruik in strijd is met de regels van het omgevingsplan. 3. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op: a. evenementen als bedoeld in artikel 2:24; b. terrassen als bedoeld in 2:27; c. standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17; d. overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling een vergunning/ontheffing of andere toestemming voor het gebruik van de openbare plaats is verleend. 4. Het verbod is niet van toepassing op voorwerpen door middel waarvan gedachten of gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in artikel 7,

eerste lid van de Grondwet, tenzij deze door hun omvang, vorm, constructie of bevestiging schade toebrengen aan de openbare plaats, gevaar kunnen veroorzaken voor de bruikbaarheid of het doelmatig of veilig gebruik daarvan of een belemmering kunnen vormen voor het doelmatig beheer of onderhoud van de openbare plaats. 5. Het verbod is verder niet van toepassing op de volgende voorwerpen, mits wordt voldaan aan het bepaalde in de nadere regels als bedoeld in het zevende en negende lid: a. Bouwobjecten; b. Reclameobjecten; c. Containers; d. Spandoeken; e. Nader door het college aan te wijzen categorieën van voorwerpen. 6. Het bevoegde bestuursorgaan kan in het belang van openbare orde, openbare veiligheid en woon- en leefomgeving nadere regels stellen voor de categorieën genoemd in het vijfde lid. 7. Het bevoegde bestuursorgaan kan locaties aanwijzen voor het plaatsen van voorwerpen als bedoeld in het vijfde en zesde lid. 8. Het verbod is niet van toepassing op permanente wijzigingen in de fysieke leefomgeving die bij of krachtens de Omgevingswet zijn geregeld. 9. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door een beperkingengebiedactiviteit bij of krachtens de Omgevingswet, artikel 5 van de Wegenverkeerwet 1994 of de Wet milieubeheer. 10.

Het verbod geldt niet als er door (of in opdracht van) een bestuursorgaan of openbaar lichaam publiekrechtelijke taken worden verricht. 11. Het bevoegde bestuursorgaan verleent per contractperiode maximaal één vergunning, als bedoeld in het eerste lid, voor de reclameobjecten waarvoor met de gemeente over het gebruik van

die objecten een overeenkomst is aangegaan. 12. In dit artikel wordt onder bevoegd bestuursorgaan verstaan het college of, voor zover het betreft voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet, de burgemeester. 13. Bij een aanvraag om een vergunning voor het opslaan van roerende zaken worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. De aard van de roerende zaken; b. De omvang van de opslag van de roerende zaken; en c. De aanvang en de termijn van de opslag van de roerende zaken. 14. Als een ander dan de eigenaar, beperkt zakelijk gerechtigde of gebruiker van de onroerende zaak met diens toestemming roerende zaken opslaat, vermeldt de aanvrager in de aanvraag de naam, het adres, en de woonplaats van die ander.

Artikel 2:60 Houden of voeren van hinderlijke of schadelijke dieren 1. Het is verboden op door het college ter voorkoming of opheffing van overlast of schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide dieren: a. aanwezig te hebben; b. aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door het college in het aanwijzingsbesluit gestelde regels; c. aanwezig te hebben in een groter aantal dan in het aanwijzingsbesluit is aangegeven; of d. te voeren. 2. 2.Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen binnen een krachtens het eerste lid aangewezen plaats, ontheffing verlenen van een of meer verboden bedoeld in het eerste lid.

Artikel 2:62 Loslopend vee De rechthebbende op herkauwende of eenhoevige dieren of varkens die zich bevinden in een weiland of op een terrein dat niet van de weg is afgescheiden door een deugdelijke veekering, is verplicht ervoor te zorgen dat zodanige maatregelen getroffen worden dat dit vee die weg niet kan bereiken. Artikel 4:6 Overig geluidhinder (VERVALLEN) Toelichting Dit artikel komt uit de Verordening Fysieke Leefomgeving.

Artikel 2.60 Voeren van hinderlijke of schadelijke dieren 1. Het is verboden op door het college ter voorkoming of opheffing van overlast of schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, niet zijnde een milieubelastende activiteit, zoals bedoeld onder de Omgevingswet, bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide dieren te voeren. 2. Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen binnen een krachtens het eerste lid aangewezen plaats, ontheffing verlenen bedoeld in het eerste lid. Toelichting Met de invoering van de Omgevingswet is de zorgplicht voor bouwwerken en de zorgplicht voor open erven en terreinen opgenomen in de bruidsschat. Het houden van dieren valt onder de reikwijdte van deze twee zorgplichten. Regels over geluid, opslag van mest en kuilvoer, geur van dierenverblijven, geur van overige agrarische activiteiten en het fokken, houden of trainen van meer dan 25 vogels, of meer dan 5 zoogdieren is geregeld in de bruidsschat/in het omgevingsplan. De VNG adviseert om het voeren, ter voorkoming van overlast door ongedierte, wel in de APV moet blijven. Daarom is sub a, b en c van het eerste lid verwijderd omdat het omgevingsplan dit al regelt. Artikel 2:62 Loslopend vee (VERVALLEN) Toelichting: Met de invoering van de Omgevingswet is de zorgplicht voor bouwwerken en de zorgplicht voor open erven en terreinen opgenomen in de bruidsschat.

Deze zorgplichten voorzien hierin. Artikel 4:6 Overig geluidhinder 1. Het is verboden om, anders dan op grond van een milieubelastende activiteit, op een zodanige wijze toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt. 2. Het college ka ontheffing verlenen van het verbod.

Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de Omgevingswet. Artikel 5:17 Definitie 1. In deze afdeling wordt onder standplaats verstaan: het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, en wagen of een tafel. 2. Onder standplaats wordt niet verstaan: a. Een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h van de Gemeentewet; b. Een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel 2:24. Artikel 5:18 Standplaatsvergunning 1. Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen of te hebben. 2. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd als: a. Een kwantitatieve of territoriale beperking als gevolg van bijzonder omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente noodzakelijk is in verband met een dwingende reden van algemeen belang. b. Indien het voorgenomen gebruik in strijd is met het omgevingsplan of een op die locatie geldend voorbereidingsbesluit. 3. Het college kan categorieën van standplaatsen aanwijzen waarvoor het verbod in het eerste lid niet geldt.

In het belang van de openbare orde, openbare veiligheid en de woon- en leefomgeving kunnen ten aanzien van deze categorieën nadere regels worden gesteld. Artikel 5:19 Toestemming rechthebbende Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat daarop zonder vergunning van het college standplaats wordt of is ingenomen. 3.

Artikel 5:17 Definitie (VERVALLEN) Toelichting Dit artikel komt uit de Verordening Fysieke Leefomgeving.

Artikel 5:18 Standplaatsvergunning (VERVALLEN) Toelichting Dit artikel komt uit de Verordening Fysieke Leefomgeving.

Artikel 5:19 Toestemming rechthebbende (VERVALLEN) Toelichting Dit artikel komt uit de Verordening Fysieke Leefomgeving. Artikel 5:20 Afbakeningsbepalingen (VERVALLEN)

Artikel 5:20 Afbakeningsbepalingen

Toelichting Dit artikel komt uit de Verordening Fysieke Leefomgeving. Artikel 5:28 Beschadigen van waterstaatswerken 1. 1.Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan te brengen in de toestand van openbare wateren, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden, beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers, pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen, bakens of sluizen die bij de gemeente in beheer zijn. 2. 2.Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het Binnenvaartpolitiereglement of de provinciale omgevingsverordening. Artikel 6:6 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op 29 december 2021.

Artikel 6:7 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als ‘’APV Westervoort 2021’’

Artikel 5:18, eerste lid, is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet of de provinciale omgevingsverordening. Artikel 5:28 Beschadigen van waterstaatswerken (VERVALLEN) Toelichting Dit artikel is opgenomen in de Verordening Fysieke Leefomgeving als artikel 2:2.

Artikel 6:6 Inwerkingtreding Deze verordening artikel treedt in werking een dag na bekendmaking. Toelichting De vorige wijziging van de APV trad in werking op een specifieke datum. Deze datum ligt in het verleden en daarom klopt de redactie van het artikel niet meer. Daarom is dit aangepast naar ‘deze verordening treedt in werking een dag na bekendmaking’. Artikel 6:7 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: “APV Westervoort 2026”. Toelichting Met de wijziging van de citeertitel wordt de naam van deze APV ‘APV Westervoort 2026’.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westervoort&id=ae9f2ac1-090f-41d3-a68d-f4e6e94238f5