CConstaterende datWestervoort
Koppel je AI →
Document · PDF

20260601-Aanpassen-re-integratieverordening-raadsvoorstel

Commissie Samenleving en Bestuur 11 mei 2026, gemeente WestervoortBij agendapunt: Wijzigen Re-integratieverordening2.414 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RAADSVOORSTEL Onderwerp : Aanpassen re-integratieverordening door inwerkingtreding Wet van school naar duurzaam werk 2026-2029 __________________________________________________________________________ Zaak- & documentnr. : Z/26/ 201725827

Opsteller : Edith Bosveld

Portefeuillehouder

Afdeling : Sociaal Domein

: L.S. Kaper

Telefoonnr

:

__________________________________________________________________________ Samenvatting Op 1 januari 2026 treedt de Wet Van school naar duurzaam werk in werking. Deze wet vergroot de kansengelijkheid door jongeren beter te begeleiden in de overgang van onderwijs naar werk. De wet omvat vier maatregelen: extra loopbaanbegeleiding op scholen, ondersteuning via doorstroompunten voor jongeren zonder startkwalificatie, versterkte gemeentelijke begeleiding voor jongeren tot 27 jaar, en een verplicht Regionaal Programma waarin partijen samenwerken. Voor de Participatiewet is vooral de derde maatregel van belang. Het nieuwe artikel 7a maakt het mogelijk om alle jongeren tot 27 jaar te ondersteunen bij scholing en arbeidsinschakeling. Voorheen kon dat alleen onder voorwaarden en voor een beperktere groep. Door de wetswijziging worden meer reintegratie-instrumenten toegankelijk, zoals loonkostensubsidie, beschut werk, bijscholing en ggz-werkbegeleiding. Omdat de wijziging een verordeningsplicht introduceert, moet de Re-integratieverordening Participatiewet 2024 van de gemeente Westervoort worden aangepast. Het gaat om technische wijzigingen, zoals het uitbreiden van de doelgroep en een verwijzing naar artikel 7a. De aangepaste verordening werkt terug tot 1 januari 2026. Beslispunten 1.

Tot wijziging van de Re-integratieverordening conform bijgevoegd concept Aanleiding Op 1 januari 2026 treedt de Wet van school naar duurzaam werk in werking. Met deze wet geeft het Rijk een stevige impuls aan kansengelijkheid voor jongeren in de overgang van onderwijs naar werk. De wet introduceert een nieuwe manier van samenwerken tussen scholen, Doorstroompunten en gemeenten, en biedt jongeren tot 27 jaar eerder en passender ondersteuning richting scholing en duurzame arbeidsinschakeling. De wet bestaat uit vier samenhangende maatregelen: 1. Scholen bieden extra loopbaanbegeleiding tijdens de opleiding en tot één à twee jaar na diplomering. 2. Doorstroompunten begeleiden jongeren zonder startkwalificatie tot 27 jaar terug naar school of naar werk. 3. Gemeenten krijgen een nieuwe opdracht om jongeren tot 27 jaar preventief te ondersteunen bij de keuze voor onderwijs, werk of een leerwerktraject. 4. Alle partijen werken verplicht samen binnen een regionaal programma waarin afspraken worden gemaakt over overstappen, ondersteuning en duurzame plaatsing.

De doelstelling van de wet is om de ondersteuning van jongeren in de overgang van school naar werk verder te versterken; gemeenten, scholen en partners doen dit nu al, maar de wetswijziging verplicht tot een meer samenhangende en intensieve aanpak. De wet richt zich in het bijzonder op jongeren tot 27 jaar voor wie regulier onderwijs niet mogelijk of passend is, jongeren zonder startkwalificatie en jongeren die moeite hebben om zelfstandig hun plek op de arbeidsmarkt te vinden. Met de wetswijziging wordt daarbij de leeftijdsgrens verhoogd van 23 naar 27 jaar, waardoor ook jongeren tussen de 23 en 27 jaar in aanmerking komen voor ondersteuning. In de praktijk gaat het vaak om jongeren uit het praktijkonderwijs, het voortgezet speciaal onderwijs, mbo-niveau 1 en 2, en om voortijdig schoolverlaters. Deze groepen hebben, ongeacht de economische situatie, een verhoogd risico op uitval of instabiliteit in werk. Daarnaast biedt de wet ruimte om maatwerk te leveren aan andere jongeren die tijdelijke of aanvullende ondersteuning nodig hebben bij de stap naar duurzaam werk. De inzet van de wet sluit nauw aan bij de bestuursopdracht 2024–2026 voor RSD de Liemers, waarin extra aandacht wordt gevraagd voor jongeren tot 27 jaar en het vroegtijdig voorkomen van langdurige uitkeringsafhankelijkheid.

In die opdracht is vastgelegd dat jongeren een kwetsbare doelgroep vormen en dat actieve, preventieve ondersteuning nodig is om uitval, schulden en sociale problemen te voorkomen. Deze focus sluit tevens aan bij de gemeentelijke visie op het sociaal domein, waarin ‘kansrijk en veilig opgroeien’ en nauwe samenwerking met onderwijs en maatschappelijke partners centraal staan. De nieuwe wettelijke opdracht om jongeren eerder te begeleiden richting onderwijs, werk of participatie bevestigt en versterkt daarmee de koers die de gemeente Westervoort al heeft ingezet. De eerste, tweede en vierde maatregel worden niet door individuele gemeenten uitgevoerd, maar regionaal georganiseerd. In onze regio werken alle middelbare scholen, mboinstellingen en gemeenten samen in een programma dat door de wetswijziging verplicht wordt: het regionale programma ‘van school naar duurzaam werk’. In dit programma worden de extra loopbaanbegeleiding op scholen, de begeleiding van jongeren zonder startkwalificatie én de regionale samenwerkingsafspraken gebundeld. Voor onze regio is hiervoor inmiddels een concept opgesteld, waarin de onderwijsinstellingen, gemeenten en de arbeidsmarktregio hebben uitgewerkt hoe zij jongeren samen tijdig in beeld houden en ondersteunen bij de stap van school naar werk.

De gemeente Westervoort maakt als partner, onder andere via uitvoeringsorganisatie RSD de Liemers, deel uit van deze regionale samenwerking. Wij sluiten aan bij de afspraken die regionaal worden gemaakt en brengen onze kennis van de lokale praktijk in. Waar scholen en het Doorstroompunt de begeleiding van jongeren tijdens hun schoolloopbaan vormgeven, wordt Westervoort betrokken wanneer ondersteuning richting werk of een leerwerktraject nodig is. Zo ontstaat een doorlopende route van school naar werk, waarbij Westervoort geen regievoerder is, maar wel een onmisbare partner. Voor de Participatiewet is vooral de derde maatregel relevant. Met het nieuwe artikel 7a Participatiewet krijgen gemeenten de bevoegdheid – en opdracht – om alle jongeren tot 27 jaar te ondersteunen bij scholing en arbeidsinschakeling. Waar gemeenten nu pas betrokken raken als jongeren een uitkering aanvragen, kunnen zij straks al tijdens de schoolperiode worden ingezet, op verzoek van scholen of het Doorstroompunt. Voorheen konden gemeenten jongeren die initieel voltijdsonderwijs konden volgen slechts in beperkte en uitzonderlijke gevallen ondersteunen, omdat onderwijs als voorliggende voorziening gold. Met artikel 7a blijft onderwijs voorliggend, maar krijgen gemeenten de ruimte om gemotiveerd van deze voorrang af te wijken wanneer ondersteuning via de Participatiewet passender is.

Daardoor kunnen ook jongeren die nu vaak tussen wal en schip vallen eerder en gerichter geholpen worden. Daarnaast worden meer re-integratie-instrumenten toegankelijk, zoals praktijkleren, loonkostensubsidie en ggz-werkbegeleiding. Dit vergroot de

Pagina 2

handelingsruimte van de gemeente aanzienlijk, zoals ook toegelicht in de landelijke handreiking. Met de uitbreiding van deze doelgroep introduceert de wet een verordening plicht: gemeenten moeten hun beleid voor ondersteuning van jongeren expliciet vastleggen in de Re-integratieverordening Participatiewet. Daarnaast moeten zij in de cliëntenparticipatieverordening opnemen hoe jongeren worden betrokken bij uitvoering en beoordeling. Voor de gemeente Westervoort betekent dit dat de Re-integratieverordening Participatiewet 2024 moet worden aangepast. Het gaat hierbij vooral om technische wijzigingen, zoals het uitbreiden van de doelgroep en het opnemen van artikel 7a. Omdat de wet terugwerkende kracht heeft naar 1 januari 2026, moet ook de verordening vanaf die datum in lijn zijn met de gewijzigde Participatiewet. Beoogd effect De Wet van school naar duurzaam werk wijzigt de Participatiewet en brengt wijzigingen mee in de wettelijke opdracht voor ondersteuning van jongeren tot 27 jaar (artikel 8a Participatiewet). Op grond van de bestaande verordeningsplicht moeten deze wijzigingen worden doorgevoerd in de Re-integratieverordening. Omdat de raad op grond van artikel 147 van de Gemeentewet bevoegd is tot het wijzigen van verordeningen, wordt dit voorstel aan de raad voorgelegd.

De Re-integratieverordening Participatiewet 2024 van de gemeente Westervoort met terugwerkende kracht te wijzigen, zodat deze per 1 januari 2026 in overeenstemming is met de doelgroepen zoals bepaald in de Wet van school naar duurzaam werk en de Participatiewet. Argumenten 1.1 Met deze wijziging voldoet de gemeente Westervoort aan de Wet van school naar duurzaam werk De ingangsdatum van de Wet van school naar duurzaam werk is 1 januari 2026. De Reintegratieverordening moet per die datum (met terugwerkende kracht) worden aangepast aan de uitbreiding van de doelgroep en de nieuwe wettelijke opdracht voor ondersteuning van jongeren tot 27 jaar. 1.2 De Adviesraad Werk en Inkomen adviseert positief De voorgestelde wijzigingen zijn besproken in de werkgroep van de Adviesraad Werk en Inkomen. De werkgroep adviseert positief over het aanpassen van de Reintegratieverordening, zodat meer kan worden geïnvesteerd in de begeleiding van jongeren bij de overgang van school naar werk en het behoud van werk. 1.3 De wijziging sluit aan op de lokale koers voor jongeren De voorgestelde aanpassingen liggen in het verlengde van de bestuursopdracht 2024– 2026 van RSD de Liemers en de gemeentelijke visie op het sociaal domein, waarin ‘kansrijk en veilig opgroeien’ en nauwe samenwerking met onderwijs en partners centraal staan.

De wetswijziging ondersteunt en versterkt deze bestaande koers van de gemeente Westervoort. 1.4 De wijziging draagt bij aan preventieve, vroegtijdige ondersteuning Door de verbrede doelgroep en de ruimte om jongeren al tijdens de schoolperiode te ondersteunen, ontstaat eerder en gerichter zicht op problemen die kunnen leiden tot uitval, schulden of langdurige uitkeringsafhankelijkheid. Dit sluit aan bij de wens om preventief te werken en jongeren duurzaam perspectief te bieden. 1.5 De wijziging zorgt voor duidelijkheid en uitvoerbaarheid in de praktijk De aanpassing van de verordening is grotendeels technisch van aard, omdat de beoogde ondersteuning van jongeren in de praktijk al plaatsvindt op basis van bestaande beleidslijnen en andere juridische grondslagen. De wetswijziging introduceert geen

Pagina 3

wezenlijk nieuw instrumentarium, maar creëert een expliciete en uniforme juridische grondslag voor deze bestaande uitvoeringspraktijk. Door de verordening hierop aan te passen wordt de huidige werkwijze juridisch verankerd, wordt onduidelijkheid over de toepasselijke grondslag voorkomen en is voor betrokken partijen – waaronder jongeren, scholen, uitvoeringsorganisatie RSD de Liemers en samenwerkingspartners – helder op basis van welke grondslag en binnen welke kaders gemeentelijke ondersteuning wordt geboden. Hierdoor kan de gemeente de wettelijke mogelijkheden consistent en rechtmatig toepassen. Kanttekeningen Er is in dit geval geen alternatief voorstel. De wijziging van de verordening vloeit voort uit de actieve verplichting zoals vastgelegd in de Wet van school naar duurzaam werk en de toevoeging van artikel 7a in de Participatiewet. Omdat de gemeente Westervoort gebonden is aan deze wettelijke grondslag en de daaruit voortvloeiende verordening plicht, resteert er geen keuzevrijheid voor een substantieel alternatief beleidskader of een geheel andere verordening. Daarom wordt geen alternatief beleid of wijzigingsvariant gepresenteerd Financiële paragraaf De Wet van school naar duurzaam werk heeft financiële gevolgen voor zowel individuele gemeenten als voor het verplichte regionale programma.

Hieronder wordt onderscheid gemaakt tussen middelen en mogelijke kosten voor de gemeente Westervoort en middelen die beschikbaar zijn voor de regionale samenwerking. A. Middelen en mogelijke kosten voor de gemeente Westervoort (lokale begroting) Voor Westervoort geldt dat in de bestuursopdracht 2024–2026 voor RSD de Liemers al extra middelen zijn geraamd en dat in deze periode gericht wordt geïnvesteerd in de ondersteuning van jongeren. Hierdoor is op dit moment nog niet vast te stellen of de inwerkingtreding van de Wet van school naar duurzaam werk leidt tot aanvullende kosten bovenop de bestaande inzet. De financiële gevolgen zijn afhankelijk van: • • •

de verdere regionale invulling van de wet de mate waarin de huidige werkwijze al aansluit op de nieuwe wettelijke opdracht de uiteindelijke verdeling van landelijke middelen tussen gemeenten

a1. Mogelijke kostensoorten die lokaal kunnen optreden Afhankelijk van de lokale uitvoeringsinrichting kunnen – ook voor Westervoort– kosten ontstaan op de volgende onderdelen: • • • • • •

inzet van jobcoaches en casemanagers voor jongeren tot 27 jaar personele inzet binnen RSD de Liemers voor begeleiding vanuit artikel 7a Participatiewet scholing en professionalisering van medewerkers begeleidingstrajecten voor jongeren die al tijdens de schoolperiode ondersteuning krijgen toepassing van re-integratie-instrumenten zoals praktijkleren, loonkostensubsidie of ggz-werkbegeleiding afstemming met scholen, werkgevers en zorgpartners wanneer deze activiteiten lokaal worden uitgevoerd

In hoeverre deze kostensoorten daadwerkelijk tot extra uitgaven zullen leiden, zal moeten blijken bij de uitvoering van de wet en de wijze waarop deze in de praktijk wordt ingericht.

Pagina 4

Voor Westervoort zijn er op dit moment in totaal 74 jongeren in traject bij de RSD, 40 daarvan ontvangen ook een uitkering op grond van de Participatiewet, 22 hebben enkel ondersteuning naar (beschut) werk, participatie in het algemeen of studie. 15 van deze (in totaal 74) jongeren ontvangen een studietoeslag, dit zijn jongeren die door ziekte of beperking niet in staat zijn om naast hun studie nog te werken. a2. Middelen die Westervoort ontvangt Voor de uitvoering van artikel 7a Participatiewet komen rechtstreeks middelen beschikbaar voor gemeenten. De totale landelijke begroting is: • •

2026–2029: jaarlijks 5,0 miljoen euro landelijk via een decentralisatie-uitkering Vanaf 2030: jaarlijks 6,0 miljoen euro op de landelijke SZW-begroting

In de mei- en septembercirculaire worden de aan de gemeente Westervoort toegekende bedragen bekend gemaakt. Daarnaast ontvangen centrumgemeenten (Arnhem) voor hun coördinerende rol jaarlijks €75.000 per centrumgemeente (onderdeel van een landelijke bijdrage van 2,6 miljoen euro). In 2025 is al een tijdelijke decentralisatie-uitkering verstrekt via ‘Begeleiding jongeren naar werk’. Voor de arbeidsmarktregio Midden-Gelderland betrof dit €385.000 (regionale verdeling volgt de regionale afspraken). B. Middelen en kosten voor het regionale programma (regionale begroting) Voor het regionale programma Van school naar duurzaam werk, waarin alle scholen, gemeenten en partners in de Doorstroompuntregio Arnhem/Midden-Gelderland samenwerken, is structurele regionale financiering beschikbaar. b1. Regionale middelen • • •

Jaarlijks €2.265.813 voor de regio (indexatie volgt, hoogte nog onbekend) €80.000 uit de Regionale Aanpak Jeugdwerkloosheid (RAJ) €515.013 uit het Regionaal VSV-programma 2021–2025 (inzetbaar tot eind 2026)

Deze middelen worden beheerd door de centrumgemeente en ingezet voor activiteiten die regionaal worden georganiseerd. b2. Kosten die regionaal worden gedekt Kosten die veelal uit het regionale budget worden bekostigd zijn onder andere: • • • • •

Doorstroompuntcoördinatie en projectinzet Regionale loopbaanbegeleiding en overstapondersteuning Gezamenlijke samenwerking onderwijs–gemeenten–werkgevers Regionale monitoring, dataverzameling en programmamanagement Scholing en professionalisering die regionaal wordt aangeboden

Deze kosten drukken hierdoor niet rechtstreeks op de begroting van Westervoort. C. Financiële risico’s en aandachtspunten 1. Rijksmiddelen vanaf 2026 o De exacte lokale bijdrage vanuit de landelijke middelen is nog onbekend. o Westervoort zal dit in de komende jaren moeten monitoren en verwerken in de meerjarenbegroting. 2. Regionale verdeling en uitvoeringskeuzes

Pagina 5

o o

De definitieve inrichting van het regionale programma bepaalt welke kosten regionaal of lokaal landen. Een deel van de regionale middelen kan nodig zijn voor continuering van bestaande dienstverlening.

De centrumgemeente beheert de regionale middelen en bewaakt samen met partners de financiële ruimte en risico’s. Participatie en communicatie De Adviesraad Werk en Inkomen van de Regionale Sociale Dienst de Liemers, RSD de Liemers, heeft ingestemd met de voorliggende aangepaste verordening. Intergemeentelijke samenwerking De verordening is door de Regionale Sociale Dienst de Liemers, RSD de Liemers, in samenwerking met opdrachtgevende gemeenten Zevenaar, Duiven en Westervoort, opgesteld. Planning Na het besluit van de raad dient de aangepaste verordening te worden gepubliceerd. Bijlagen nr 1

documentnummer 201726075

onderwerp Raadsbesluit - Aanpassen Reintegratieverordening door inwerkingtreding Wet van school naar duurzaam werk

openbaarheid Openbaar

2

201721003

Openbaar

3

201721000

Integrale tekst – april 2026 - Reintegratieverordening Participatiewet 2024 Was – wordt tabel Reintegratieverordening Participatiewet 2024

Openbaar

Westervoort, 14 april 2026 Burgemeester en wethouders van gemeente Westervoort, M. Sluiter (MA) secretaris

drs. A.J. van Hout burgemeester

Pagina 6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westervoort&id=c0ecc5ea-507d-4b49-8287-f16566d0d52e