CConstaterende datWestervoort
Koppel je AI →
Document · PDF

20260601-Aanpassen-re-integratieverordening-bijlage 2-tekst

Raadsvergadering 1 juni 2026, gemeente WestervoortBij agendapunt: Wijzigen Re-integratieverordening6.501 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

CONCEPT Regionaal programma van school naar duurzaam werk 2026-2029 Doorstroompunt regio Arnhem

Aan: Bestuurlijk overleg van school naar duurzaam werk Van: Joanne Smits, Marieke Stobbe en Marith Berntsen Datum: 5 juni 2025 (definitieve versie)

Inhoudsopgave 1.

Leeswijzer ........................................................................................................ 3

2.

Samenvatting ................................................................................................... 3

3.

Proces: hoe zijn we tot het concept regionaal programma gekomen? ............... 5

4.

Governance ..................................................................................................... 6

5.

Concept regionaal programma ......................................................................... 6 5.1 Doelen ............................................................................................................ 7 5.2 Ambitie ........................................................................................................... 7 5.3 Onze leidende principes................................................................................... 7 5.4 Invulling van het regionaal programma van school naar duurzaam werk 2026-2029 ............................................................................................................................ 8 Thema 1: Ik wil mij extra oriënteren op school of werk .............................................. 8 Thema 2: Ik wil hulp in de overstap naar school of werk ........................................... 8 Thema 3: Ik wil hulp om op school te blijven .......................................................... 10 Thema 4: Ik wil hulp op stage of werk .................................................................... 12 Thema 5: Wij willen dat jij kan meedoen! ............................................................... 13

6.

Programmateam ............................................................................................ 14

7.

Financiën ....................................................................................................... 15

8. Bijlagen ............................................................................................................. 16 Bijlage 2: toelichting governance structuur ........................................................... 17 Bijlage 3: Tekening concept regionaal programma Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.

2

1. Leeswijzer Voor u ligt het concept regionaal programma van school naar duurzaam werk 2026-2029 voor de Doorstroompuntregio Arnhem. Het stuk is als volgt opgebouwd: -

Proces: hoe zijn we tot het concept regionaal programma gekomen? De governance structuur omtrent de besluitvorming van het regionaal programma van school naar duurzaam werk Het concept regionaal programma van school naar duurzaam werk Invulling programmateam van school naar duurzaam werk

Ook zijn er een aantal bijlagen toegevoegd als achtergrond informatie, te weten: -

-

Regio analyse KBA Onderzoek KBA naar niet geplaatste jongeren Entree.

2. Samenvatting Na maanden van hard werken, inventariseren, informatie ophalen én delen is dit concept regionaal programma van school naar duurzaam werk 2026-2029 ontstaan. Het doel van dit programma is tweeledig: 1. Het voorkomen van voortijdig schoolverlaten 2. Zoveel mogelijk jongeren naar school of aan het werk Om deze doelen te bereiken, hebben we de volgende ambities: -

-

Er is voor iedere jongere van 12 tot 27 jaar een plek in het onderwijs waar hij/zij optimaal begeleid en ondersteund wordt in de voorbereiding op een beroepskeuze, in de overstap naar het mbo, in het behalen van minimaal een startkwalificatie en het maken van de stap naar de (regionale) arbeidsmarkt. Jongeren zijn en blijven in beeld. Iedere jongere participeert passend in de maatschappij.

Om de doelen en ambities te bereiken, werken we aan de hand van de volgende leidende principes: transitie denken, netwerk denken, perspectief denken en overstijgend denken en werken en flexibel organisatie denken. Het programma is voor jongeren van 12 tot 27 jaar met én zonder startkwalificatie, die in de Doorstroompuntregio Arnhem1 wonen of op school zitten. Een belangrijk onderdeel van het programma is het verbeteren van de oriëntatie op school en werk. Jongeren krijgen via evenementen zoals banenmarktfestivals en "Kies je Job" de kans om in contact te komen met werkgevers. Ook worden kleinschalige bedrijfsbezoeken georganiseerd, zodat jongeren beter kunnen kennismaken met verschillende beroepen. Om dit alles goed te coördineren is extra begeleiding noodzakelijk, onder andere via een coördinator.

Gemeenten: Arnhem, Duiven, Lingewaard, Overbetuwe, Renkum, Rheden, Rozendaal, Westervoort en Zevenaar. Er is een verschil met de Arbeidsmarktregio Midden-Gelderland: daar valt Doesburg onder, Renkum niet. 1

3

Daarnaast is er veel aandacht voor de begeleiding bij overstappen, die vaak een kwetsbaar moment vormen. Combinatiefunctionarissen arbeid begeleiden jongeren uit het praktijkonderwijs of voortgezet speciaal onderwijs die direct naar werk gaan. Jongeren die doorstromen naar het mbo kunnen rekenen op ondersteuning van een coach, waarbij duidelijke afspraken zorgen voor een soepele overgang. Voor jongeren die na het mbo nog begeleiding nodig hebben richting werk, wordt een transitiecoach ingezet en kijken we of er een match gemaakt kan worden via de matchingstafel. Het programma investeert ook in extra ondersteuning op of rondom school. Door een plus op de ondersteuningsstructuur van school en gemeenten, kunnen jongeren beter worden begeleid bij dreigende uitval. Daarnaast wordt er gewerkt aan de ontwikkeling van een leercentrum, bedoeld voor jongeren die tijdelijk thuiszitten, en aan de opvolging van jongeren die geen entreeopleiding kunnen volgen. Ook wordt er een hernieuwde aanpak ontwikkeld voor verzuim onder jongeren van 18 jaar en ouder. Op de werkvloer of tijdens stages krijgen jongeren extra ondersteuning om duurzaam aan het werk te blijven. Er is begeleiding beschikbaar voor stageplekken, waarbij ook werkgevers een vergoeding kunnen krijgen. Via projecten als ‘Stagecupido’ wordt gezocht naar passende matches tussen jongeren en stageplekken.

Praktijkleren wordt gestimuleerd door het verduidelijken van mogelijkheden en het bieden van voorfinanciering. Daarnaast is er een interventiebudget beschikbaar om praktische belemmeringen, zoals vervoer of werkbenodigdheden, weg te nemen. Tot slot wordt sterk ingezet op regionale samenwerking en het versterken van randvoorwaarden. Via initiatieven zoals de Sluitende Keten wordt de overgang tussen school en mbo nauwkeurig gemonitord. Overdrachtsdocumenten worden verbeterd om de communicatie tussen onderwijs en werk beter te laten verlopen. Er wordt gewerkt aan een gezamenlijke visie op overdracht, gericht op een loopbaandossier dat eigendom is van de jongere zelf. Door middel van dialoogsessies voor professionals en bestuurlijk overleg wordt gewerkt aan samenhang in beleid. Ook wordt ruimte gehouden voor nieuwe initiatieven of acute vragen via een ad hoc budget. Kortom, dit programma beoogt jongeren duurzaam te ondersteunen bij hun school- en werkloopbaan, met als kernpunten: tijdige oriëntatie, soepele overstappen, sterke begeleiding en nauwe samenwerking tussen betrokken partijen. Om ervoor te zorgen dat we de komende vier jaar doen wat we afspreken en monitoren of dit ook voldoende effect heeft, werken we met een programmateam die hier zicht op houdt én die zorgt dat de afgesproken governance structuur goed gevolgd wordt.

In het programmateam zitten vaste medewerkers zoals de drie programmamanagers vanuit de contactschool, de arbeidsmarktregio Midden-Gelderland en de Doorstroompunt regio Arnhem en de programmacoördinator die zicht houdt op alle afzonderlijke programma’s. Ook is er ruimte voor tijdelijke advisering en uitvoering, zoals een juridisch adviseur die meekijkt naar de opdrachtformuleringen en de procesmanager die programma’s ondersteund in het verbinden, versterken en versimpelen van aanbod.

4

3. Proces: hoe zijn we tot het concept regionaal programma gekomen? Het nieuwe regionale programma van school naar duurzaam werk 2026-2029 is een samenvoeging van het huidige programma voortijdig schoolverlaten2 (vsv) en de regionale aanpak jeugdwerkloosheid. Samenwerking tussen deze twee programma’s was in onze regio al aan de orde voordat duidelijk werd dat er een gezamenlijk programma moest komen. Deze samenwerking vond al plaats door: -

Betrokkenheid vanuit de programmamanagers vsv (contactschool – Rijn IJssel en Doorstroompuntregio) bij de regionale aanpak jeugdwerkloosheid in de kopgroep. Aansluiten van wethouders participatie bij het bestuurlijk overleg vsv, waar gezamenlijk gekeken is naar welke leidende principes zouden moeten gelden voor de jongeren die ondersteuning nodig hebben op school of richting werk.

Nadat duidelijk werd dat er een nieuw regionaal programma moest komen, intensiveerde deze samenwerking. Dit resulteerde in een inhoudelijk gelijke verantwoordelijkheid vanuit onderwijs (contactschool), arbeidsmarktregio en de Doorstroompuntregio. Het Doorstroompunt heeft de rol om ervoor te zorgen dat het nieuwe regionale programma er ook daadwerkelijk komt en heeft daarmee de trekkersrol. Vanaf februari 2024 is intensief samengewerkt om tot dit concept programma te komen. Er is een kerngroep geformeerd waarin verschillende functionarissen vanuit de volgende partijen zijn aangesloten: een ervaringsdeskundige, contactschool Rijn IJssel, Doorstroompuntregio Arnhem, Arbeidsmarktregio Midden-Gelderland en de Onderwijsspecialisten (pro/vso). De volgende acties zijn uitgevoerd (in willekeurige volgorde): 1. Organiseren van twee regionale dialoogsessies waarbij door 80-100 deelnemers, zowel ervaringsdeskundigen als professionals, input is gegeven op de thema’s die terugkomen in het programma. 2. Uitwerken van de input van de regionale sessies en aanbrengen van verdieping hierop in subgroepen vanuit de kerngroep om te komen tot beargumenteerde voorstellen. Tijdens een heidag in april is dit samengebracht tot voorliggend concept regionaal programma. 3.

Opstellen van het ambtelijk voorstel van de governance van school naar duurzaam werk, dat vervolgens besproken is in de gremia waar een akkoord nodig was. 4. Uitvoering van regionale analyse3 en het vertalen daarvan naar de maatregelen voor het nieuwe programma. 5. Volgen en integreren van landelijke beleidsontwikkelingen in regionaal beleid. Naast bovenstaande acties vanuit de kerngroep, is er vanuit zowel Doorstroompunt, contactschool en arbeidsmarktregio ingezet op het informeren van relevante partijen over de nieuwe wet. Zo zijn er presentaties geweest bij sociale teams, centrum activerend werk, WSP Midden-Gelderland, Regionaal Ambtenaren Overleg Onderwijs en Participatie, Werk en Inkomen en bij partijen verbonden aan het onderwijs, zoals het samenwerkingsverband en het scholennetwerkoverleg pro/vso.

2 3

Voor het huidige vsv programma, klik hier. KBA Nijmegen heeft een regio analyse uitgevoegd. Deze is bijgevoegd in Bijlage 1.

5

4. Governance Om ervoor te zorgen dat we samen de komende vier jaar het goede doen en blijven doen, hebben we een nieuwe governance opgesteld waarin de besluitvorming en samenwerking rondom het programma van school naar duurzaam werk plaatsvindt vanuit contactschool, arbeidsmarktregio en Doorstroompunt. Deelnemers in de governance zijn aangesloten als afvaardiging van een grotere groep en zijn niet alleen deelnemer namens hun eigen organisatie. Deze governance is al eerder vastgesteld op de verschillende bestuurlijke tafels en ziet er als volgt uit: Figuur 2: governance van school naar duurzaam werk

Een nadere toelichting op de governance vindt u in Bijlage 2.

5. Concept regionaal programma In deze paragraaf vindt u het concept regionaal programma van school naar duurzaam werk 2026-2029. Het regionaal programma maken we voor jongeren van 12 tot 27 jaar, met en zonder startkwalificatie die woonachtig zijn of naar school gaan in de Doorstroompuntregio Arnhem4. De doelgroep van 23 tot 27 jaar en jongeren met startkwalificatie is voor (een deel) van ons nog onbekend. Ook is er minder data over deze doelgroep beschikbaar dan voor jongeren tot 23 jaar zonder startkwalificatie. Dat maakt deze jongeren echter niet minder belangrijk en dus zetten we ons ook voor hen in, in ons nieuwe programma.

Gemeenten: Arnhem, Duiven, Lingewaard, Overbetuwe, Renkum, Rheden, Rozendaal, Westervoort, Zevenaar. Er is een klein verschil tussen de arbeidsmarktregio Midden-Gelderland en de Doorstroompuntregio Arnhem. Doesburg zit in de AMR, maar niet in de Doorstroompuntregio. Renkum zit in de Doorstroompuntregio, maar niet in de AMR. 4

6

5.1 Doelen De doelen van het programma zijn: 1. Het voorkomen van voortijdig schoolverlaten 2. Zoveel mogelijk jongeren naar school of aan het werk Om deze doelen te bereiken, zijn er eerder ambities en leidende principes vastgesteld. Deze waren onze leidraad gedurende de afgelopen anderhalf jaar.

5.2 Ambitie Er is voor iedere jongere van 12 tot 27 jaar een plek in het onderwijs waar hij/zij optimaal begeleid en ondersteund wordt in de voorbereiding op een beroepskeuze, in de overstap naar het mbo, in het behalen van minimaal een startkwalificatie en het maken van de stap naar de (regionale) arbeidsmarkt. Jongeren zijn en blijven in beeld. Iedere jongere participeert passend in de maatschappij.

5.3 Onze leidende principes Transitiedenken Wij spreken van een transitie van school naar school en van school naar (duurzaam) werk en wij zien dat risico’s op uitval of belemmering in doorstroom van onderwijs naar onderwijs en van onderwijs naar werk op vele plekken aanwijsbaar zijn, maar vooral in de overgangen: door de overgang te benaderen vanuit het transitiedenken wordt deze overgang een proces en geen moment. Dit betekent dat partijen meer naar elkaar toe bewegen, soms eerder in beeld komen en soms later loslaten, afhankelijk van de behoefte van de jongere. Netwerkdenken Wij vermijden keten-/estafettehandelen, onze verantwoordelijkheid ten aanzien van de begeleiding en ondersteuning van jongeren mag poreuze randen hebben; Perspectiefdenken Een diploma, startkwalificatie, stageplek, arbeidsovereenkomst etc.

is geen doel op zich, maar een waardevol hulpmiddel om tot een zo zelfstandig mogelijke positie in de maatschappij te komen voor onze jongeren, opdat iedereen kan participeren naar talent en vermogen; Overstijgend denken en werken Wij betrekken relevante leefdomeinen bij het zo goed mogelijk ondersteunen van jongeren overeenkomstig de Big55 (dat betekent niet dat wij alles op kunnen en/of moeten lossen, maar dat wij ons netwerk benutten om andere ondersteuning in te schakelen die we zelf niet kunnen bieden); Flexibel organisatiedenken De huidige organisatievormen zijn niet leidend, maar dienen een zo efficiënt mogelijke samenwerking: wij kunnen bestaande structuren aanpassen voor dit doel.

5

Big 5: wonen, school en werken, support, inkomen, welzijn

7

5.4 Invulling van het regionaal programma van school naar duurzaam werk 2026-2029 Thema 1: Ik wil mij extra oriënteren op school of werk Een goede oriëntatie op school of werk is belangrijk voor jongeren zodat zij een weloverwogen keuze kunnen maken. Een verkeerde keuze is al jarenlang één van de grootste redenen van voortijdig schooluitval in onze regio6. Scholen hebben een verantwoordelijkheid in het bieden van een goede loopbaanoriëntatie (LOB). We zien echter dat een ‘plus’ op het huidige LOB programma helpt om het bedrijfsleven dichter naar de jongere toe te brengen. Hier willen wij vanuit het regionaal programma een impuls aan middels twee maatregelen: 1. Het organiseren van evenementen voor jongeren waar zij in aanraking komen met het bedrijfsleven. Dit zijn evenementen voor grote groepen leerlingen. Hieronder zullen vallen: a. Stage banenmarktfestival b. Kies je Job Betrokken partners zijn: Kansenmakers, Werkgevers Servicepunt Midden-Gelderland (WSP), scholen (vnl. scholen vanuit pro/vso en mbo) 2. Het organiseren van bedrijfsbezoeken voor kleinere groepen leerlingen waarbij er oriëntatie plaatsvindt op school of werk. Afhankelijk van de groep leerlingen die mee gaat, zal het doel van het bedrijfsbezoek bepaald worden.

Betrokken partners zijn: WSP, oriëntatie in bedrijf (samenwerking tussen huidig regionaal vsv programma en Lerende Regio Arnhem (LRA)) en in de toekomst mogelijk JINC. 3. Het bieden van een extra impuls aan scholen voor hun LOB programma. Het gaat hier om het aanvullen van het LOB programma van scholen door bijvoorbeeld het geven van sollicitatietrainingen. Hiervoor is wel een partnerschap met scholen vereist, waardoor er ook een stukje cofinanciering van scholen gevraagd zal worden die hier gebruik van zullen maken. De eerste twee maatregelen zijn momenteel nog aparte projecten die naast elkaar bestaan. In het nieuwe programma willen we dit samenvoegen, zodat we aanbod verbinden, versterken en versimpelen. Dit vraagt voor beide maatregelen een verandertraject. Hier willen we een procesmanager voor inzetten die de organisaties hierin begeleidt. Dit gaat om 10 uur per week in de periode januari 26 t/m september 2026. De dekking hiervoor komt vanuit de middelen die het Doorstroompunt heeft ontvangen om voor te bereiden op het nieuwe programma.

Thema 2: Ik wil hulp in de overstap naar school of werk Op dit moment zijn er veel coaches vanuit verschillende organisatievormen actief in onze regio wanneer het gaat over een overstap naar school of werk. ‘De overstap’ is een kritisch moment in de (school)loopbaan van jongeren en wanneer er sprake is van een kwetsbaarheid, dan is het risico op uitval groot. In het nieuwe programma willen we het 6

Meer informatie vindt u in het jaarverslag van RBL Midden-Gelre over schooljaar 2023-2024, pagina 22.

8

aanbod dat zich de afgelopen jaren bewezen heeft behouden, maar er is ook nog genoeg te verbeteren. Hierbij ligt de grootste focus op het faciliteren van een coach voor de jongere die hij/zij al kent. Dit doen we door de coach waar dat kan te koppelen aan de toeleverende school. We hebben gemerkt dat de verschillende coaches verschillende specialismes hebben en dat het echt uitmaakt of je jongeren begeleidt in de overstap richting school of richting werk. Begeleiding in de overstap willen we bieden middels drie maatregelen: 1. Start & Go MBO Sinds 2018 bieden we jongeren in kwetsbare positie begeleiding in de overstap van het v(s)o naar het mbo. De Start & Go coach is betrokken van het laatste half jaar van het vo tot aan het eerste half jaar op het mbo. Wanneer een jongere goed geland is binnen (de ondersteuningsstructuur van) het mbo, is het doel behaald. De werkwijze van de Start & Go coaches is eenduidig, ontvangende scholen weten goed wat zij van hen mogen verwachten in de begeleiding van de jongeren. Deze eenduidige aanpak willen we continueren. Wel willen we de organisatiestructuur veranderen. Er is nu geen opdrachtnemer van Start & Go MBO. Onze verbetervoorstellen hiervoor zijn: a. Coaches koppelen aan de toeleverende scholen. In dit geval kennen de jongeren de coach en dit zorgt ervoor dat er veel tijd in het begeleidingstraject gewonnen wordt.

Risico hiervan is dat de inzet van de coaches erg versnipperd verdeeld wordt over scholen waardoor er te weinig inzet wordt gepleegd op het begeleiden van de jongeren. Dit vraagt nog een goede uitwerking. Een regionaal projectleider blijft nodig om de eenduidige werkwijze van Start & Go MBO te bewaken. b. In voorgaande jaren was de begeleiding gericht op ‘jongeren in kwetsbare positie’ vanuit de wettelijke definitie7. Op basis van de regio analyse willen we de doelgroep aanscherpen. Met behulp van de regio analyse van KBA zullen we onze focusdoelgroepen bepalen. 2. Combinatiefunctionaris arbeid voor pro/vso De combinatiefunctionaris is een intensieve vorm van nazorgbegeleiding aan jongeren die de overstap maken naar werk en die daarin extra ondersteuning nodig hebben. Deze coach werkt aan de hand van een waakvlambegeleiding, waardoor er geschakeld kan worden in de mate van intensiteit van de begeleiding. Ook heeft deze coach contacten met de verschillende professionals om de jongere heen. Het is een vertrouwd gezicht voor de jongere, waardoor het stellen van vragen laagdrempelig is. Omtrent de doorontwikkeling zijn er een aantal (verbeter)punten: a. Scholen voor pro/vso moeten beleid ontwikkelen rondom de wettelijke taak van twee jaar nazorgbegeleiding.

Dit beleid moeten zij met ons delen, zodat het aanbod van de combinatiefunctionaris hier op aansluit en daadwerkelijk aanvullend is. b. In de huidige werkwijze van de combinatiefunctionaris kunnen scholen jongeren drie jaar begeleiden. Gebleken is dat dit voor een groot deel van de jongeren niet nodig is. Ook is gebleken dat het aantal uren dat voor de 7

Jongeren die de overstap maken van vmbo-basis, pro, vso en mbo entree naar mbo entree, mbo niveau 2 of naar niets.

9

begeleiding staat, in veel gevallen fors is. Dit wordt geëvalueerd met als doel te komen tot verschillende ‘arrangementen’ van zwaarte in begeleiding, zodat er meer jongeren ondersteund kunnen worden door deze combinatiefunctionaris. 3. Transitiecoach Vanuit de regionale aanpak jeugdwerkloosheid kennen we de transitiecoach. Een rol (dus geen extra coach op school) gekoppeld aan de functionaris die jongeren begeleidt wanneer zij de school (met diploma) verlaten. In 2025 onderzoeken we in hoeverre de nazorg van het mbo (één jaar na diplomering) voldoende is of dat zich na die tijd ook nog jongeren melden met een vraag. De transitiecoach moet dan de ruimte hebben om een jongere weer op te pakken en de weg te wijzen richting de andere instanties. Dit sluit aan bij onze leidende principes8. Afhankelijk van de onderzoekspilot in 2025, die start op het Rijn IJssel, zullen we de maatregel eind 2025 nader omschrijven en uitbreiden richting de andere mbo-scholen in onze regio. 4. Matchingstafel Voor jongeren die uitstromen naar werk, is er de matchingstafel opgezet. Doel is dat jongeren op weg geholpen worden richting werk en die daar (lichte) ondersteuning bij nodig hebben. In de RAJ werd dit georganiseerd door het WSP.

In het nieuwe programma willen we het construct van de matchingstafel behouden, maar zal de organisatie komen te liggen bij het mbo gezien de wettelijke taak van loopbaanbegeleiding. Wanneer dit beleid is vastgelegd, zullen we hier vanuit het regionaal programma actief op aansluiten.

Thema 3: Ik wil hulp om op school te blijven Eén van de belangrijkste factoren om vsv te voorkomen, is ervoor te zorgen dat de jongere een goede binding houdt met de school9. Wanneer deze binding verdwijnt, is de stap om terug te keren naar school groter. We willen jongeren helpen om op school te blijven. Soms met hulp op school, soms met hulp buiten school. Ook hierbij is het belangrijk dat het gaat om een ‘plus’ op de wettelijke taken vanuit zowel school als de gemeenten, waarbij we ons ook realiseren dat deze scheiding niet altijd duidelijk te maken is. We willen inzetten op de volgende maatregelen: 1. Een ‘plus’ op de ondersteuningsstructuur van school en gemeenten De afgelopen jaren is gebleken dat een plus op de ondersteuningsstructuur van scholen en gemeenten bijdraagt aan het voorkomen van uitval van jongeren op school. Het gaat om voorbeelden als de verzuimcoaches op het vo, Restart op Rijn IJssel en de wandelcoach bij Aeres. Ondanks dat soortgelijke interventies bijdragen aan het voorkomen van schooluitval, zijn er nog veel vragen waar de komende tijd een antwoord op gezocht moet worden. Denk hierbij aan de hoeveelheid inzet, de manier waarop we het tot nu toe

8

transitie denken, netwerk denken, perspectief denken en overstijgend denken en werken en flexibel organisatie denken 9 Voortijdig schoolverlaten voorkomen: perspectieven van wetenschap, beleid en praktijk, vanaf pagina 19. U vindt het naslagwerk hier.

10

georganiseerd hebben, hoe we zoveel mogelijk leerlingen ondersteuning kunnen bieden (met dezelfde middelen) en of en welke accentverschuivingen nodig zijn in de aanpak. Hierbij is het essentieel dat er een link is met andere (bestuurlijke) processen in de regio die van invloed zijn op de aansluiting onderwijs-jeugdhulp. Dit vraagt iets van gemeenten en onderwijs samen en is randvoorwaardelijk. Het regionaal programma van school naar duurzaam werk moet hier aanvullend op zijn, niet leidend. Om tot een concrete invulling voor de ‘plus’ op de ondersteuningsstructuur van school en gemeenten te komen, is bestuurlijke sturing nodig. Eind 2025 komt het programmateam met een ambtelijk voorstel, waarbij we kijken naar: a. Lopende programma’s op scholen zijn intensief, kostbaar en kunnen efficiënter. We onderzoeken de werkzame elementen van de ondersteuning op school zoals dat nu in het vo (verzuimcoaches) en mbo (bijvoorbeeld Restart, Kansrijk, wandelcoaching en extra ondersteuning op taal) plaatsvindt. Afhankelijk van de uitkomsten van dit onderzoek doen we een voorstel waarmee we het leerlingenbereik willen vergroten en tegelijkertijd willen zorgen dat wat er zo goed werkt, niet verloren gaat. De nadruk ligt hier op praktische ondersteuning van leerlingen én professionals die (zo dicht mogelijk) op school plaatsvindt.

Wanneer er sprake is van een zorgvraag, moet het sociaal team in beeld komen. Op deze manier spelen we vanuit het regionale programma een rol in ’het grijze gebied’ en kunnen we volgend zijn op wat er in onze regio gebeurt op het gebied van aansluiting onderwijsjeugdhulp. b. Aan de hand van beschikbare financiële middelen schatten we in dat het niet reëel is dat we op alle scholen in de regio extra ondersteuning in kunnen zetten. Om focusgroepen te bepalen, gebruiken we de regio analyse van KBA. Daarbij zullen we waar dat kan aansluiten bij al bestaande structuren binnen de regio (denk aan de vier subregio’s10 van het samenwerkingsverband de Verbinding voor het vo). 2. Werken aan terugkeer naar school (vo) Voor enkele jongeren binnen het vo is het (tijdelijk) niet mogelijk om naar school te gaan. Op dit moment kennen we de voorziening het Leercentrum van playing for success. In 2024 maakten hier 19 jongeren gebruik van. Het leercentrum is een plek waar jongeren die thuiszitten werken aan hun terugkeer naar school. Een plek waar zij hun huiswerk maken en ook toetsen kunnen maken. Het Leercentrum is een gewaardeerde interventie, wel is er een stuk doorontwikkeling nodig in de organisatiestructuur. Op dit moment hangt het Leercentrum niet aan een onderwijsinstelling. Doordat het samenwerkingsverband De Verbinding in de huidige constructie opdrachtgever is, is dat niet rechtmatig.

Het zal juridisch onderzocht moeten worden of en hoe een voorziening als het Leercentrum georganiseerd kan worden om het juridisch kloppend te krijgen. De uitkomsten van genoemd onderzoek bij punt 1a dragen hier aan bij. Daarnaast is het belangrijk dat er hierbij gekeken

10

Regio Noord, Regio Zuid, Regio de Liemers en Regio Overbetuwe/Lingewaard

11

wordt naar samenhang en integraliteit, ook met al bestaande initiatieven als GRIP11. 3. Ondersteuning voor jongeren (richting) mbo Entree In mei 2025 is er een kwantitatief en kwalitatief onderzoek opgeleverd door KBA naar niet geplaatste jongeren bij Entree-Kansrijk12. Dit onderzoek was nodig, omdat we zagen dat plm. 50% van de jongeren die zich aanmeldt voor Entree, niet geplaatst wordt. Dit heeft allerlei redenen. Momenteel is Rijn IJssel aan de slag met de aanbevelingen uit het onderzoek. Aangezien Entree een focusdoelgroep is in het regionaal programma, verwachten wij in het najaar van 2025 nog een vervolgvraag aan inzet voor deze doelgroep vanuit het regionaal programma. Dan volgt ook een concreet voorstel voor invulling van deze maatregel. 4. Verzuim 18+ Preventie is belangrijk. Sinds 2013 hanteren we in onze regio een verzuimaanpak voor jongeren van 18 tot 23 jaar, waarbij het moment waarop ongeoorloofd verzuim wordt vastgesteld, gelijk is gesteld aan de normen zoals bepaald in de Leerplichtwet. Maar waar jongeren tot nu toe gemeld werden bij ongeoorloofd schoolverzuim van 16 uur in 4 weken, zien we de afgelopen jaren dat dit niet altijd meer goed past. Voor veel jongeren komt de inzet van het RBL Midden-Gelre te vroeg en dit maakt het werk (voor zowel scholen als RBL) onnodig administratief.

Er is een doorontwikkeling gaande om ervoor te zorgen dat we deze interventie inzetten voor jongeren voor wie het echt meerwaarde heeft. Denk hierbij aan wanneer er zorgen zijn omtrent de schoolgang of wanneer de school onvoldoende in contact komt met de jongere.

Thema 4: Ik wil hulp op stage of werk Jongeren hebben niet alleen ondersteuning nodig op school, maar soms ook op stage (om alsnog hun opleiding te voltooien) of op werk wanneer zij deze overstap hebben gemaakt. De nadruk ligt op de jongere en dat hij/zij zich straks duurzaam kan redden op de arbeidsmarkt. Om hier aan bij te dragen, zetten we in op de volgende maatregelen: 1. Intensieve stagebegeleiding We continueren de inzet van intensieve stagebegeleiding op het mbo. Het gaat hier vooral om de BOL studenten (school + stage) op het mbo met een ondersteuningsprofiel. Sommige jongeren hebben extra begeleiding nodig zodat een stage succesvol gelopen kan worden. Bij intensieve stagebegeleiding gaat er een vergoeding naar de werkgever zodat deze extra begeleiding kan inzetten. Doorontwikkeling is nodig op de volgende gebieden: a. Inzet van intensieve stagebegeleiding is nu nog te ad hoc en persoonsafhankelijk. Een betere structuur en communicatie is nodig, zodat alle onderwijspartijen in de regio hier beroep op kunnen doen wanneer een jongere in aanmerking komt. b. Afdelingen Werk en Inkomen van gemeenten moeten beleid ontwikkelen rondom het eerder in beeld komen bij leerlingen om extra ondersteuning te bieden (participatiewet artikel 7a). Dit beleid moeten zij met ons delen, zodat

GRIP is een onderwijszorgarrangement uitgevoerd vanuit Mariendael en AT zorg groep. Het arrangement wordt gezamenlijk bekostigd door onderwijs en gemeente. Meer informatie over GRIP vindt u hier. 12 De rapportage van KBA van het onderzoek naar niet geplaatste jongeren Entree vindt u in Bijlage 4 11

12

het aanbod van de intensieve stagebegeleiding hier op aansluit en daadwerkelijk aanvullend is. 2. Stagecupido van de Kansenmakers De Kansenmakers voeren dit nu al een aantal jaren uit. Jongeren op het mbo worden voorbereid op hun stage. Ook ondersteunen de Kansenmakers jongeren bij het zoeken naar een stageplek die daar extra ondersteuning bij nodig hebben. Deze inzet willen we in het nieuwe programma continueren en verder uitbreiden naar de andere mbo-scholen in de regio. 3. Praktijkleren Het borgen van praktijkleren is in onze regio een speerpunt van het Regionaal Werk Bedrijf (RWB). Vanuit het regionaal programma sluiten we hier dan ook op aan door een boost te geven op twee gebieden: a. Praatplaat praktijkleren: we faciliteren een praatplaat zodat het voor professionals die met jongeren werken helder is wat praktijkleren is en voor wie het ingezet kan worden. Daarbij is het belangrijk goed te kijken naar wat voor communicatiemiddelen er al zijn. b. Het is soms erg lang zoeken naar financiering. Wij vinden het belangrijk dat wanneer zowel de jongere als de werkgever in de startblokken staan, er snel gehandeld kan worden. Wij stellen voor een budget op te nemen in ons regionaal programma waarmee we de financiering van praktijkleren voorfinancieren. Wanneer blijkt dat er een reguliere route is voor de financiering, dan komt dit geld terug.

Is die er niet, dan signaleren we een gat en schalen we dit op. De jongere is hier dan echter niet de dupe van. 4. Individueel interventiebudget Soms heeft een jongere iets nodig om aan het werk te kunnen, maar is er geen financiering voorhanden. De RAJ kent een interventiebudget waar jongeren gebruik van kunnen maken en waarmee de kans op een (duurzame) baan vergroot wordt. Denk hierbij aan financiering van een fiets of laptop Dit willen we in het regionaal programma beschikbaar houden.

Thema 5: Wij willen dat jij kan meedoen! Alle bovengenoemde thema’s bevatten aanbod voor de jongeren. Maar we zien ook dat een goede netwerksamenwerking van groot belang is om ervoor te zorgen dat alle jongeren ook echt de juiste ondersteuning krijgen. Daarom zetten we met het nieuwe regionaal programma niet alleen in op ondersteuning voor de jongere, maar ook op regionale samenwerking. Deze regionale samenwerking moet ertoe leiden dat we vanuit gezamenlijkheid ons inzetten voor de jongere met als doel dat de jongere mee kan doen. Hiervoor zetten we in op de volgende maatregelen: 1. Sluitende Keten In de Sluitende Keten worden alle jongeren gemonitord die de overstap maken van het v(s)o naar mbo. Tijdens dit proces worden jongeren bij wie de aanmelding op plaatsing op het mbo niet goed lijkt te gaan, gesignaleerd en wordt gekeken voor wie

13

er extra actie nodig is. 2. Overgangsdocument van school naar werk Voor jongeren die de overstap maken naar werk en die ondersteuning nodig hebben op de werkvloer, komt er het overgangsdocument van school naar werk. Dit is ondersteunend aan de overdracht van school naar de gemeente (Werk en Inkomen) waardoor snel passende ondersteuning geboden kan worden op de werkvloer. Ook willen we de komende programmaperiode gebruiken om een gezamenlijke visie te ontwikkelen op de verschillende overgangsdocumenten die er zijn en/of hoe we deze goed met elkaar kunnen verbinden, zodat we een document/dossier krijgen waarvan de jongere eigenaar is en die hij/zij zijn gehele (school)loopbaan mee kan nemen. 3. Netwerksamenwerking en deskundigheidsbevordering We blijven dialoogsessies met professionals in de regio organiseren, waarbij we hen apart een aanbod rondom deskundigheidsbevordering bieden. Deze deskundigheidsbevordering omvat een vierjarige lijn waarin verschillende thema’s besproken worden met betrekking tot de ambities, leidende principes, gespreksvoering met en betrekken van jongeren, etc.. 4. Kapstokoverleg jeugd Dit kapstokoverleg is een bestuurlijke wens. Er wordt op veel bestuurlijke tafels gesproken over dezelfde jongeren, maar dan vanuit een ander perspectief. Dit leidt ertoe dat er onvoldoende met een integrale blik naar (de interventies voor) jongeren gekeken wordt.

In het kapstokoverleg jeugd zou de verbinding gezocht moeten worden met o.a. veiligheid en zorg. Om dit overleg goed vorm te geven, is het ook belangrijk te kijken naar de onderliggende structuur. Dit moet opgezet worden.

5. Ontwikkelbudget voor ad hoc vragen/pilots De wereld is aan verandering onderhevig. Ondanks dat we er naar streven om zoveel mogelijk voor vier jaar het programma te vullen, vinden we het belangrijk om financiële ruimte te houden voor ad hoc vragen en/of pilots wanneer we in de regio merken dat er een vraag is die niet vanuit wettelijke taken opgelost kan worden. Het indienen hiervan loopt via de afgesproken governance structuur.

6. Programmateam Om ervoor te zorgen dat het regionaal programma goed opgepakt, gefaciliteerd en gemonitord wordt binnen onze regio, is het belangrijk om hier een programmateam op te zetten. Wij stellen voor dat dit programmateam bestaat uit: 1. 3 programmamanagers vanuit de contactschool, Doorstroompunt en de Arbeidsmarktregio. Zij zijn verantwoordelijk voor de (ambtelijke) afstemming met de achterban, het vormgeven en monitoren van het programma en het voorbereiden van het bestuurlijk overleg. Inzet: 3x8 uur per week – gedurende vier jaar. 2. Een programmacoördinator. Deze persoon heeft als taak op om uitvoerend niveau contact te onderhouden met de verschillende programma’s die uitvoering geven aan de maatregelen. Ook neemt deze persoon deel aan de kopgroep van school naar

14

duurzaam werk, waarin signalen gedeeld worden. Inzet: 24-32 uur per week – gedurende vier jaar. 3. Ondersteuning in de vorm van agendabeheer en verslaglegging gedurende bijeenkomsten Inzet: 8 uur per week – gedurende vier jaar. Ook zijn er een aantal personen die we tijdelijk toe willen voegen aan ons programmateam voor kortdurende vragen: 1. Procesbegeleider voor programma’s die we willen samenvoegen In de maatregelen – met name in de categorie ‘oriënteren op school of werk’ – is opgenomen dat we lopende programma’s willen samenvoegen tot één. Dit proces vraagt een goede procesbegeleider. Inzet: 10 uur per week – gedurende acht maanden. 2. Op dit moment zijn er verschillende constructies in de regio in hoe opdrachten zijn weggezet. Er is geen format voor de opdrachtbeschrijving. Wij zouden dit eenduidig willen vormgeven in het nieuwe programma. Hier is (extern) juridisch advies voor nodig met als doel een goed format voor een opdrachtformulering (met ook aandacht voor monitoring, werken a.d.h.v. de leidende principes, etc.) en een goed voorstel waar bestuurlijk in het najaar over besloten kan worden. 3. Tijdens de dialoogsessies en in verschillende gesprekken is naar voren gekomen dat een goede en duidelijke communicatie erg belangrijk is.

Op dit moment is er geen regionale communicatie, denk hierbij bijvoorbeeld aan huisstijl, maar ook aan het uitbrengen van nieuwsbrieven, enz.. Wij stellen voor om deze te laten ontwikkelen. Dit vraagt een eenmalige investering.

7. Financiën Voor het regionaal programma van school naar duurzaam werk is jaarlijks €2.265.813,beschikbaar. Dit bedrag wordt geïndexeerd (in vorige programma’s was dit niet het geval). Het is nog onbekend hoe hoog deze indexatie zal zijn. Naast deze structurele middelen, zijn er nog middelen over vanuit de RAJ en het regionaal vsv programma 2021-2025 die meegenomen kunnen worden in het regionale programma van school naar duurzaam werk 2026-2029. Het gaat om: -

RAJ: €80.000,- (geen einddatum bekend, formele besluitvorming in september 2025) Regionaal vsv programma 2021-2025: €515.013,- (einddatum 31-12-2026). Deze middelen zijn bedoeld om extra inzet te plegen waar nodig én om in te zetten in de voorbereiding van het nieuwe programma.

Het programma van school naar duurzaam werk is nog niet in beton gegoten en daarom de financiën ook nog niet. Om wel vast beeld te geven van hoe de verdeling in het programma er uit zal komen te zien, is een overzicht gemaakt waar het geld naartoe zal gaan, gebaseerd op de afgelopen vier jaar binnen het regionaal vsv programma 2021-2025 en de RAJ. Deze bedragen zijn nog niet geïndexeerd. Voor nieuwe programma’s zijn indicatieve bedragen opgenomen. Om een sluitend financieel overzicht te maken voor de komende vier jaar, is het volgende van belang:

15

-

-

Inhoudelijke keuzes die gemaakt worden tijdens het eerste bestuurlijk overleg op 5-62025. Er zijn ook nog inhoudelijke uitwerkingen nodig die van invloed kunnen zijn op de financiële verdeling. Keuze in hoe we opdrachten geven in de regio. Er zijn nu verschillende constructies: o uitlenen van personeel (vanuit regionaal vsv programma binnen de scholen uit de Lerende Regio Arnhem), o opdrachtgever-opdrachtnemersrelatie (bijv. aan samenwerkingsverband, RBL Midden-Gelre en vanuit de RAJ).

Wij zouden hierin graag één lijn willen trekken in de regio, Hiervoor is een bestuurlijk gesprek (en een goed ambtelijk voorstel) nodig. Het programmateam zal (juridisch) advies inwinnen . Ook zijn er afspraken over indexatie nodig , voorheen was er geen sprake van indexatie. CONCEPT financieel overzicht regionaal programma van school naar duurzaam werk: Dit concept bevat de structurele kosten voor het programma over vier jaar. Eenmalige kosten, zoals proceskosten in voorbereiding tot het nieuwe programma, zijn hierin niet meegenomen.

Regionaal programma van school naar duurzaam werk 2026-2029 15%

9% 16%

14%

11% 35% Oriënteren op school of werk

Hulp in de overstap naar school of werk

Hulp op/gekoppeld aan school

Hulp op werk of stage

Wij willen dat jij mee kan doen

Programmateam

8. Bijlagen De volgende bijlagen worden meegestuurd: 1. Regio analyse door KBA Dit document is apart bijgevoegd. 2. Toelichting governance structuur 3. Onderzoek naar niet geplaatste jongeren Entree – Kansrijk. Door KBA Dit document is apart bijgevoegd.

16

Bijlage 2: toelichting governance structuur Om ervoor te zorgen dat we samen de komende vier jaar het goede doen en blijven doen, hebben we een nieuwe governance opgesteld waarin de besluitvorming en samenwerking rondom het programma van school naar duurzaam werk plaatsvindt vanuit contactschool, arbeidsmarktregio en Doorstroompunt. Deze governance is al eerder vastgesteld op de verschillende bestuurlijke tafels en ziet er als volgt uit: Figuur 2: governance van school naar duurzaam werk

Hieronder vindt u een korte toelichting per niveau, zodat helder is wat waar besproken wordt en hoe we de samenwerking binnen de structuur vormgeven. Voor alle deelnemers binnen deze governance geldt dat zij er zitten als afvaardiging van een grotere groep en dus niet alleen als vertegenwoordiging van de eigen organisatie. 1. Kopgroep van school naar duurzaam werk Hier sluiten uitvoeringsorganisaties aan die werken met de jongeren die vallen onder de doelgroep van het regionaal programma. Het doel van dit overleg is het monitoren van het regionaal programma en het ophalen van signalen. Tijdens de kopgroep wordt gezamenlijk besproken waar bestuurlijk sturing op nodig is. Die vragen worden opgeschaald naar de programmamanagementgroep. Deelnemers: Lerende Regio Arnhem, WSP Midden-Gelderland, Werk en Inkomen (nu gemeente Arnhem en Rheden), Leerwerkloket, netwerkcoördinator pro/vso, Aeres MBO, samenwerkingsverband de Verbinding, Regionaal Bureau Leerlingzaken Midden-Gelre. Vanuit de faciliterende lijn vanuit het regionaal programma zijn hierbij aanwezig: programmamanagers contactschool, Doorstroompunt en Arbeidsmarktregio en de projectcoördinator regionaal programma waarbij het voorzitterschap in handen is van

17

de programmamanager van het Doorstroompunt. 2. Programmamanagementgroep Hier vindt de ambtelijke voorbereiding van het bestuurlijk overleg plaats. De deelnemers zijn verantwoordelijk voor het goed vertegenwoordigen en verbinden van de achterban. Deelnemers zijn in ieder geval: programmamanagers vanuit de contactschool, Doorstroompunt en arbeidsmarktregio, regionaal adviseur arbeidsmarktregio, samenwerkingsverband de Verbinding en betrokkene bij de onderwijsspecialisten. 3. Bestuurlijk overleg van school naar duurzaam werk Dit is het overleg waarin besluitvorming plaatsvindt over het regionaal programma van school naar duurzaam werk. In dit overleg zitten de bestuurlijk opdrachtgevers vanuit Doorstroompunt, contactschool en participatie. Andere deelnemers zijn wethouder participatie vanuit het RWB (verbonden aan het thema van school naar duurzaam werk), een wethouder onderwijs uit de regio, het samenwerkingsverband de Verbinding en de schoolbesturen de Christelijke Onderwijs Groep (COG) en de Onderwijsspecialisten. Het voorzitterschap is in handen van de contactschool Rijn IJssel. 4. Kapstok overleg Dit overleg is een wens (vandaar dat deze ook is opgenomen om uit te werken in het voorgestelde programma) waarbij we regionaal samenbrengen wat er over jongeren van 12 tot 27 jaar op verschillende terreinen wordt besproken en afgesproken.

Dit gebeurt nog te vaak niet in volledige samenhang, wat ertoe kan leiden dat er op verschillende plekken aan hetzelfde wordt gewerkt. Het is de wens om elkaar hier bestuurlijk over te informeren. Dit vergt nog veel uitwerking. In deze fase merken we dat het lastig is om de kopgroep en programmamanagementgroep al goed uit elkaar te trekken. Wanneer de uitwerking van het programma concreter wordt, verwachten we ook dat dit beter gescheiden kan worden. Als uitgangspunt nemen we dat uitvoering in de kopgroep landt en beleid in de programmanagementgroep, waarbij de programmamanager van het Doorstroompunt aanwezig is bij alle overleggen en de linking pin is naar de andere programmamanagers.

18

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westervoort&id=a75e155b-fd30-4954-91eb-c93c4390bee5