20260113-technische-vragen-gl-pvda-d66-cda-biodiversiteit-met-antwoorden
Tekst van het document
Griffie Gemeente Westervoort
Technische vragen Commissie Ruimte & Financiën 8. Beleidskader Biodiversiteit Vragen GroenLinks-PvdA fractie Pagina-gewijs: 1. P5 (ook p 20) ambitie en doelstelling: Er staat dat de ambitie is om afname van biodiversiteit een halt toe te roepen en biodiversiteit te versterken waar dat kan. Dit zou aansluiten bij de Europese doelstelling om in 20240 60% van de leefgebieden hersteld te hebben (en in 2050 90%), maar klinkt minder vergaand. Vraag: Wordt de Europese doelstelling omarmd en vertaald naar Duiven-Westervoort en daarmee ook daadwerkelijk als ambitie gehanteerd? Antwoord: Ja 2. P6 ecologisch beheer en natuurinclusieve ontwikkeling: Normen worden nog uitgewerkt . Vragen: Wanneer kunnen we die normen verwachten, wanneer gaat die in en welke doelstelling ligt hier dan aan ten grondslag? Worden de normen dan ook gehandhaafd met sancties? Antwoord: Het opstellen van die normen is één van de voorgenomen acties in de op te stellen Uitvoeringsagenda. Afhankelijk van de prioritering hiervan worden deze normen opgesteld en gaan deze in. De doelstelling is stoppen van afname biodiversiteit en versterken waar het kan, aansluitend bij de Europese natuurherstelwet. Juridische borging (en daarmee sancties) worden nog uitgewerkt. 3. P 6: uitvoering en borging: de uitwerking volgt in een uitvoeringsagenda.
Vraag: wanneer kunnen we deze uitvoeringsagenda verwachten? Antwoord: Nog in Q1 2026 zodat de financiële consequenties vertaald kunnen worden naar de VJN2026. 4. P10, p20, p24: Drukfactoren. Drukfactoren vormen de oorzaak van verlies van biodiversiteit (p 10) en het verlagen daarvan is een van de strategische pijlers (p 20). De manier daarop staat in één zin op pagina 24: we gaan in gesprek met partijen… (etc). Dit is (klinkt) erg mager, maar misschien lezen we ergens overheen, dus:
Vragen: Welke maatregelen en middelen heeft de gemeente en kan de gemeente inzetten om te veel bemesting, zwerfafval (plastic) en gebruik van bestrijdingsmiddelen/ pesticiden (zoals glyfosaat) tegen te gaan en de (met name) agrarische bedrijven daaraan te houden? Is of komt er flankerend beleid (zoals dat heet) op dit onderdeel? Verder wordt bij de strategie verwezen naar het rapport basiskwaliteit natuur in de stad. In dat rapport staat bij de drukfactoren ook recreatiedruk en verlichting, die in dit beleidskader niet zijn meegenomen. Met name verlichting is bij de groen-blauwe corridors een belangrijk obstakel; denk aan de Rivier- en Rijksweg en Duivense industrieterreinen voor de verbinding tussen Driegaarden en Tussengebied Duiven-Westervoort. Vragen: Hoe wordt flankerend beleid ormgegeven op de drukfactoren recreatiedruk en met name verlichting? Wat is er al en wat wordt ontwikkeld? Antwoord: De maatregelen en middelen bevinden zich op meerdere fronten. Bijvoorbeeld binnen het programma Duurzaamheid, als ook binnen reguliere wet- en regelgeving. Meer focus en aandacht hierop draagt bij aan bewustwording van nut en noodzaak en daarmee naleving en actieve gedragsverandering. Er komt geen specifiek flankerend beleid maar binnen bestaande beleidslijnen komt er meer focus. Dit geldt ook voor het onderdeel recreatiedruk en verlichting.
Door meer aandacht voor biodiversiteit kan er een bewuste keuze worden gemaakt voor de verschillende belangen.
5. P14: participatie: Het beleid is tot stand gekomen mede door inbreng van velen, met een klankbordgroep van betrokkenen. In bijlagen 1 en 2 is daar iets van weergegeven, maar het oordeel van deze betrokkenen over dit eindproduct ontbreekt, dus vraag: Wat vindt de klankbordgroep van dit beleidskader biodiversiteit en hoe vinden degenen die inbreng geleverd hebben dat hun inbreng is verwerkt? Antwoord: Deze vraag is niet expliciet gesteld. De klankbordgroep heeft ingestemd met het Beleidskader zoals deze er nu ligt. De vele inbreng is niet altijd terug te herleiden naar een specifieke persoon. De klankbord groep is vlak voor en tijdens de ter inzage legging op de hoogte gesteld van het conceptuele stuk. Door het feit dat er geen reacties zijn binnengekomen kan worden geconcludeerd dat ‘men’ tevreden is. 6. P22 bestaande subsidies: Voor het vergroenen van tuinen zijn diverse subsidies beschikbaar. vraag: Hoe succesvol is dat tot nu toe geweest? Welke resultaten heeft dit opgeleverd? En wat is de conclusie? Nog verder stimuleren, beter bekendmaken of juist afschaffen omdat het toch niet werkt (maar wat dan?)? Antwoord: De bestaande subsidies zijn wisselend succesvol. De biodiverse planten uitdeeldag was erg succesvol maar was alleen voor gemeente Duiven, de vergroeningssubsidie loopt maar kan meer. Bij evaluatie in 2026 wordt er gekeken naar hoe verder. 7.
P 26 en 33 Monitoren soorten : Beschermde en icoon-soorten worden in hun ontwikkeling gevolgd. Vragen: Stellen we met dit beleidskader de icoonsoorten vast? En is er een nulmeting van deze soorten beschikbaar? Zoniet, wanneer is dat gereed? Klopt het dat we met het vaststellen van dit beleidskader vastleggen dat het monitoren van deze soorten de belangrijkste indicator is voor de biodiversiteitsontwikkeling?
Antwoord: Ja, de icoonsoorten worden vastgesteld. Er is nog geen nulmeting. Binnen de op te stellen Uitvoeringsagenda is het opstellen van een monitoringsprogramma één van de beoogde projecten. De icoonsoorten zijn een belangrijke indicator. Bij de uitwerking van het monitoringsprogramma wordt bekeken of, hoe en in welke mate andere indicatoren en/of soorten gemonitord dienen te worden om een voldoende representatief beeld te krijgen. 8. P 29-30 (ook 33) Natuurinclusief ontwikkelen: Er wordt ingezet op het invoeren van een groennorm en er worden diverse voorbeelden gegeven, waaronder de 3-30-300 regel, die feitelijk al wordt gehanteerd (toch?). Ook in het rapport basiskwaliteit natuur in de stad staan normen. Er lijkt (nog) geen keus gemaakt te zijn. En er wordt een lokale aanpak natuurinclusef ontwikkelen aangekondigd. Vraag: Welke normen worden nu gehanteerd, danwel worden in dit beleidskader voorgesteld? Of: wanneer kunnen we de lokale aanpak natuurinclusief ontwikkelen verwachten? Antwoord: Nu wordt de landelijke Maatlat Klimaatadaptief en natuurinclusief ontwikkelen gehanteerd. Hierin wordt ook verwezen naar de 3-30-300 regel. De landelijke Maatlat is nog vrijblijvend. Tevens wordt er landelijk gewerkt aan een Landelijke Groennorm.
Eén van de beoogde onderdelen voor de Uitvoeringsagenda is om te onderzoeken welke norm lokaal passend is en hoe deze kan worden geïmplementeerd. 9. P 30-31 Ecologisch beheer: Een relatief eenvoudige maatregel is ecologisch beheer van openbaar groen, zo begint paragraaf 4.7. Het vervolg is een opsomming van mogelijkheden, zonder dat er een keus wordt gemaakt voor daadwerkelijke invoering. Ook worden nu al diverse beheerwerkzaamheden al (enigszins) ecologisch uitgevoerd, ook op aandringen van de raad (zoals maaien). Vraag: Welke maatregelen zijn nu al van kracht en welke maatregelen worden daadwerkelijk voorgesteld in dit beleidskader (en per wanneer van kracht)? Antwoord: De maatregelen die van kracht zijn liggen vast in de notitie Bloeiend maaibeheer (vastgesteld door de raad op d.d. 08-03-2021). Het beleidskader geeft de basis om hierin op te schalen. Hoe dat kan wordt verder uitgewerkt in de Uitvoeringsagenda. 10. P 31 Gedragscode : Er staat dat het nodig is om inzetten van de gedragscode tot vastgesteld beleid te bestempelen. Daarna staat er dat er bij beheer openbaar groen al zo gewerkt wordt en dat dat ook gaat gebeuren bij projecten. Vraag: maken we door het vaststellen van dit beleidskader biodiversiteit het gebruik van de gedragscode inderdaad tot vastgesteld beleid? Of? Antwoord: Ja 11.
P 32 (ook 34) Natuurvriendelijk isoleren: Bewoners worden ontzorgd bij na-isolatie (via NVI) doordat de gemeente een soortenmanagementplan opstelt. Vraag: Stellen we met dit beleidskader vast dat inwoners hiervan gebruik kunnen maken bij naisoleren? Is dat daarmee meteen bruikbaar of moeten inwoners eerst nog wachten op het soortenmanagementplan? Wanneer is dat gereed? Antwoord: Ja, NVI is geborgd. Isolatiemaatregelen die mogelijk gebouwbewonende soorten raken kunnen vooralsnog door. NVI is geldig voor 3 jaar en geeft de gemeente ruimte om een Soortenmanagementplan op te stellen. De aanbesteding hiervoor loopt inmiddels.
12. P 49 Jacht : De gemeente wordt jachthouder zodra mogelijk. Maar nu al heeft de gemeente de taak om de jacht te monitoren en te borgen. Vraag: Hoe vult de gemeente op dit moment de monitorings- en handhavingstaak op de jacht in? Bij voorbeeld: In december 2025 is in verband met vogelgriep een motie jachtverbod op wilde eend, houtduif en fazant aangenomen. Hoe handhaaft de gemeente dit verbod? Antwoord: De jacht is nu verpacht aan de Wildbeheereenheid (WBE) en daarmee is ook monitoring daar belegd. Toezicht (en evt. handhaving) geschiedt door regulier overleg met de WBE. Meer regie op jacht is wenselijk en daarom jachthouderschap niet verpachten. In de Uitvoeringsagenda wordt voorgesteld om hier mee aan de slag te gaan. 13. Tenslotte: Taalgebruik Het valt ons op dat er veel jargon in het beleidskader staat en regelmatig wollige taal gebruikt wordt. (wellicht daarom deze serie vragen ook). Bovendien staan er nog onvolledige zinnen en overbodige worden hier en daar. Vraag: Is het beleidskader op spelling, taalgebruik en B1-taalgebruik getoetst ? Antwoord: Ja is wel getoetst.
Vraag D66-fractie Kan en mag de gemeente regels stellen om bepaalde pesticiden , zoals bijvoorbeeld Glyfosaat, niet te mogen toepassen binnen de gemeente? En kan en mag de gemeente deze regels ook stellen voor gronden binnen de gemeente , welke in eigendom en beheer zijn van Rijkswaterstaat en Staatsbosbeheer? Antwoord: Nee, de gemeente mag geen nadere regels stellen. Gebruik van bestrijdingsmiddelen door derden is nationaal geregeld. Vragen CDA-fractie: 1.Hoe en op welk moment wordt dit beleidskader concreet afdwingbaar via regels in het Omgevingsplan? Antwoord: Wanneer in de uitwerking onderdelen concreter worden, wordt bekeken of en hoe bepaalde onderdelen opgenomen kunnen worden binnen het Omgevingsplan. 2. Komt de uitvoeringsagenda nog terug in de raad en kan de raad daar dan nog een zienswijze op geven? Antwoord: De Uitvoeringsagenda komt ter informatie naar de raad middels een kennisgeving en ter lading van de behandeling van de VJN. Zienswijze is niet van toepassing. 3. Hoe borg je biodiversiteit bij economische of woningbouwdruk? Welke aspecten worden meegenomen om een afweging te maken? Antwoord: Nu wordt de landelijke Maatlat Klimaatadaptief en natuurinclusief ontwikkelen gehanteerd. Hierin wordt o.a. ook verwezen naar de 3-30-300 regel. De landelijke Maatlat is nog vrijblijvend. Tevens wordt er landelijk gewerkt aan een Landelijke Groennorm.
Eén van de beoogde onderdelen voor de Uitvoeringsagenda is om te onderzoeken welke norm lokaal passend is en hoe deze kan worden geïmplementeerd.
4. Hoe zetten we participatie structureel voort in de uitvoeringsfase, vooral bij gebiedsgerichte keuzes? Antwoord: conform de algemene participatie- en communicatiestrategie van het programma Duurzaamheid wordt per onderdeel gekeken hoe dit vorm krijgt. 5. Is periodieke informatie mogelijk op het gebied van voortgang, effecten en bijsturing? Antwoord: ja