CConstaterende datWestervoort
Koppel je AI →
Document · PDF

20250126-rv-nota-uitgangspunten-sportcomplex-bijllage-3-concpet-pve

Commissie Ruimte en Financien 13 januari 2026, gemeente WestervoortBij agendapunt: Vaststellen nota van uitgangspunten en schetsontwerp Sportcomplex Westervoort7.199 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

- CONCEPT -

HET PROGRAMMA voor EEN KLIMAATADAPTIEF EN BIODIVERS

Sportpark WESTERVOORT Gemeente Westervoort

Opdrachtgever

Gemeente Westervoort

Vertegenwoordiger opdrachtgever/contactpersoon Dhr. G.J. Nust opgesteld in samenwerking met

Dhr. S. Akkerman PLANN-INGENIEURS

Opdrachtnemer

Buro Stad en Land advies en inrichting landschap en openbare ruimte Haagwinde 2 7944 NZ Meppel

Telefoon

06 41 66 55 76

E-mail

wilfred@burostadenland.nl

Internet

www.burostadenland.nl

Project

638

Auteur

Wilfred Hilbers

Datum laatst gewijzigd

17-12-2025

Datum afdruk

17-12-2025

Aantal pagina's

22

Bestand

638-pve-sport concept.docx

Buro Stad en Land - 638-pve-sport concept.docx - 17-12-2025

Inhoud

1

Intro ............................................................................................................................................... 1

1.1

Aanleiding ............................................................................................................................................. 1

2

Sportvelden .................................................................................................................................... 3

2.1

Voetbalvelden (3 kunstgras, 3 natuurgras) ........................................................................................... 3

2.2

Korfbalvelden (2–3 velden) ................................................................................................................... 4

2.3

Tennisbanen (4 banen) ......................................................................................................................... 5

2.4

Padelbanen (2 banen) ........................................................................................................................... 6

2.5

Overige sport- en speelvoorzieningen .................................................................................................. 7

3

Ruimtelijke opzet en verdeling (1/3-principe) ................................................................................. 8

3.1

Oppervlakteverdeling (indicatief): ........................................................................................................ 8

4

Centraal clubgebouw en voorzieningen ........................................................................................ 10

4.1

Capaciteit en globaal ontwerp ............................................................................................................ 10

5

Infrastructuur en bereikbaarheid ................................................................................................. 11

5.1

Parkeerterreinen (auto) ...................................................................................................................... 11

5.2

Toegangen en interne wegen ............................................................................................................. 12

5.3

Verlichting en installaties .................................................................................................................... 13

6

Duurzaamheid en natuur-inclusief ontwerp ................................................................................. 15

6.1

Duurzaam bouwen en energie ............................................................................................................ 15

6.2

Natuurinclusief en groen .................................................................................................................... 15

6.3

Groene en duurzame beleving ............................................................................................................ 16

7

Gebruik door meerdere verenigingen ........................................................................................... 17

7.1

Meervoudig gebruik ............................................................................................................................ 17

7.2

Multifunctionaliteit van velden en ruimtes ........................................................................................ 17

8

Conclusie ...................................................................................................................................... 20

Buro Stad en Land - 638-pve-sport concept.docx - 17-12-2025

1

INTRO

1.1

Aanleiding Buro Stad en Land heeft opdracht gekregen voor het ontwerpen van het nieuwe sportcomplex voor de gemeente Westervoort, gelegen in het centrale groengebied tussen Westervoort en Duiven. Dit Programma van Eisen (PvE) beschrijft de wensen en eisen voor de aanleg van een nieuw sportcomplex van ca. 17 hectare. Er loopt nog een tweetal onderzoeken welke direct relatie hebben met dit PVE, het onderzoek naar het programma kleed- en clubhuis (Synarchis)., en parkeren. Tijdens het schrijven van dit pve is gebleken dat een praktijk voor (sportgerelateerde) fysiotherapie nadenkt over vestiging op het park. Daarnaast wordt ingezet op multifunctioneel gebruik waarbij gedacht wordt aan het gebruik als buitenschoolse opvang. Dat heeft in principe geen invloed op het programma sportpark, wel op de inrichting én situering van het clubgebouw. Dit concept PVE betreft een principe-uitwerking, het gaat met name over de sportfaciliteiten en de groenfunctie, ofwel dat deel waarvoor Buro Stad en Land opdracht heeft. Echter kunnen we het niet los zien van verkeerskundige aspecten en het clubhuis, omdat dit invloed heeft op de inrichting van het park. In dit stuk zitten aannames daaromtrent. Ze kunnen gebruikt worden voor de beoordeling van nog ontbrekende onderzoeken, maar zijn (nog) niet bepalend/vastgesteld. Het complex zal plaats bieden aan meerdere sportverenigingen en omvat: ▪

Voetbal: 3 kunstgrasvelden en 3 natuurgrasvelden

▪

Korfbal: 3 velden (veldkorfbal)

▪

Tennis: 4 tennisbanen

▪

Padel: tenminste 3 padelbanen

▪

Beachvolleybal: 3 velden ▪

Het hoofdveld van de verschillende sporten ligt aan het clubgebouw, zodanig dat deze vanuit de kantine zichtbaar zijn;

▪ ▪

Een groenzone rondom van ~30 m1 rondom

▪

Centraal clubgebouw: ca. 2.000 m² bruto vloeroppervlak (met 2 bouwlagen), met een buitenterras voor 250 personen en een tribune voor 300 toeschouwers bij het hoofdveld.

Buro Stad en Land - 638-pve-sport concept.docx - 17-12-2025 pagina 1

Figuur 1 Plangebied Koersdocument

Het gebied is in het Landschapsontwikkelingsplan beschreven als open kommenlandschap, heeft voornamelijk een groen karakter en vormt onderdeel van een belangrijk landschappelijk recreatiegebied voor bewoners van Duiven en Westervoort.

Figuur 2 Beeld vanaf de Horsterstraat

Buro Stad en Land - 638-pve-sport concept.docx - 17-12-2025 pagina 2

2

SPORTVELDEN

2.1

Voetbalvelden (3 kunstgras, 3 natuurgras) Aantal & type: Het complex beschikt over 6 volwaardige voetbalvelden voor 11-tegen11 voetbal, waarvan 3 kunstgrasvelden. Minstens één van deze velden zal dienen als hoofdveld met tribune en extra voorzieningen voor toeschouwers.

Afmetingen: Alle voetbalvelden moeten voldoen aan de officiële KNVB-afmetingen. Een standaard wedstrijdveld meet minimaal 100 x 64 m en maximaal 105 x 69 m. Deze maten zijn exclusief uitloopstroken rondom het speelveld. Rondom elk veld wordt een obstakelvrije uitloopruimte van min. 4 m aangehouden voor de veiligheid van spelers en toeschouwers. Hiermee komt de totale oppervlakte per voetbalveld inclusief uitloop op ongeveer 0,8 ha. Oriëntatie: Bij voorkeur worden de voetbalvelden in een noord-zuid richting georiënteerd (lange zijde aan oost en west) om hinderlijke laagstaande zon in de ogen van spelers en keepers zoveel mogelijk te beperken. Een oriëntatie dicht bij noord-zuid (bijvoorbeeld binnen 15–35° van de noord-zuid-as) is ideaal om zowel ochtend- als avondzon van opzij te hebben in plaats van frontaal. Een oriëntatie noord-zuid met verdraaiing ~24° lijkt landschappelijk logisch en mogelijk. Uiteraard is de landschappelijke situatie hierin bepalend, bossages rondom, of de beschikbare ruimte, cultuurhistorische landschapsrichting etc. maken dat hier ook van kan worden afgeweken. Kwaliteit & ondergrond: De kunstgrasvelden moeten voldoen aan de NOC*NSF/KNVB normen en richtlijnen voor intensief gebruik. De opbouw voorziet in een zandonderbouw met drainage, een sporttechnische laag (fundering) en hoogwaardige kunstgrasmat met nader te bepalen infill.

Natuurgrasvelden dienen te worden aangelegd volgens NOC*NSF/KNVB normen en richtlijnen voor sportvelden, met geschikte grassoorten, drainage en beregeningsinstallatie voor een hoogwaardig en bespelingsintensief veld. Eventueel kan het hoofdveld worden voorzien van een hybride grasmat, afhankelijk van de ambities van de bespelende clubs. Gebruik & onderhoud: Kunstgras maakt intensief gebruik mogelijk (trainingen en wedstrijden bij vrijwel alle weersomstandigheden, behalve bij sneeuw en opdooi, geen afgelastingen). Natuurgras biedt traditioneel spelgevoel maar vergt meer onderhoud en herstel; deze velden kunnen bijvoorbeeld vooral voor wedstrijden of alternatieve speelschema’s ingezet worden. Alle velden worden voorzien van robuuste ballenvangers (netten) achter de doelen om verloren ballen op het terrein te houden, zeker bij velden grenzend aan wegen of watergangen. Tussen de velden is het mogelijk om groene afscheidingen (heggen, bomenrij of lage aarden wallen) te plaatsen. Dit zorgt voor natuurlijke afbakening, vermindert onderlinge visuele hinder tussen gelijktijdige wedstrijden en draagt bij aan een beschutte, groene uitstraling van het sportpark. Anderzijds vraagt het meer van het beheer.

Buro Stad en Land - 638-pve-sport concept.docx - 17-12-2025 pagina 3

Bijzondere voorzieningen: Het hoofdveld krijgt langs één lange zijde een tribune voor max. 300 personen. Deze tribune kan geïntegreerd worden in het clubgebouw of als aparte overdekte zittribune worden uitgevoerd. Het veld wordt bij het hoofdveld omzoomd door een omheining/barrière op minimale afstand (conform KNVB-eisen voor standaardklasse wedstrijden) om toeschouwerszones af te bakenen. Alle wedstrijdvelden worden voorzien van wedstrijdbelijning volgens KNVB-reglement. Op de niet-hoofdvelden is het toegestaan extra belijning aan te brengen voor kleinere wedstrijdvormen (bijvoorbeeld 7-tegen-7 of jeugdveldjes) in afwijkende kleuren. Dit vergroot de multifunctionaliteit: jeugdteams kunnen dwars op een groot veld spelen of er kunnen twee halve wedstrijden tegelijk plaatsvinden op één veld. Deze multi-belijning mag de bespeelbaarheid voor standaardelftallen niet hinderen en wordt dus niet op het hoofdveld toegepast. Verlichting: Ten minste de kunstgrasvelden en het hoofdveld kunnen worden uitgerust met veldverlichting van voldoende sterkte om ‘s avonds te trainen en wedstrijden te spelen. Hierbij wordt gebruikgemaakt van energiezuinige LEDschijnwerpers op masten, met armaturen die strooilicht minimaliseren (om omliggende woonomgeving en natuur te ontzien).

De lichtinstallatie zal voldoen aan de richtlijnen voor training- en wedstrijdverlichting; voor het hoofdveld wordt~200-250 lux (amateurwedstrijdniveau) nagestreefd, terwijl trainingsvelden volstaan met ~150–200 lux. De mastpositionering houdt rekening met de noord-zuid oriëntatie om gelijkmatige verlichting zonder verblinding te bieden. 2.2

Korfbalvelden (3 velden) Aantal & ondergrond: Er worden drie korfbalvelden voorzien voor veldkorfbal. De velden krijgen bij voorkeur een duurzame kunstgras toplaag. Afmetingen: Een korfbalveld (buiten) is rechthoekig en meet 40 m x 20 m volgens de actuele korfbalnorm. Rondom het speelveld is een vrije uitloopstrook vereist van ten minste 2 m aan alle zijden. De totale bruto-afmeting per korfbalveld komt daarmee op ongeveer 44 m x 24 m (ca. 1.056 m²). Oriëntatie & positie: Net als bij voetbalvelden wordt een noord-zuid oriëntatie nagestreefd voor korfbalvelden, zodat teams niet langdurig tegen de laagstaande zon inkijken tijdens het spelen. De velden worden zo geplaatst dat er voldoende ruimte is tussen de velden onderling en ten opzichte van andere sportfuncties, om verstoring te voorkomen. Eventueel kunnen twee korfbalvelden direct naast elkaar liggen met een kleine tussenruimte, wat gunstig is voor toernooiorganisatie en efficiënt gebruik van de ruimte. Een derde veld (indien aangelegd) kan fungeren als extra trainingsveld of wedstrijdveld bij toernooien. Voorzieningen: Bij elk korfbalveld komen vaste korfbalpalen met korven op de officiële hoogte (3,5 m). De belijning (in wit of geel) geeft de twee vakken van elk 20 x 20 m duidelijk aan.

Indien verschillende verenigingen of niveaus (jeugd/senioren) gebruikmaken, wordt met verwijderbare palen of extra markeringen flexibiliteit geboden (jeugdkorfbal gebruikt soms kleinere velden, maar de huidige standaard is al 40x20 ook voor junioren). Ballenvangers rondom korfbalvelden zijn optioneel – doorgaans is de bal bij korfbal lager gericht dan bij voetbal.

Buro Stad en Land - 638-pve-sport concept.docx - 17-12-2025 pagina 4

Echter, gezien de open karakter rondom, kan ervoor worden gekozen achter de achterlijnen toch netten te plaatsen om wegschieten van ballen te beperken, vooral als er wegen of bebouwing nabij zijn. Op één veld wordt ook rode jeugdbelijning voorzien. Verlichting: Minstens één korfbalveld (het hoofdveld van de korfbalvereniging) wordt voorzien van trainingsverlichting, zodat ook ’s avonds getraind en gespeeld kan worden in het veldseizoen. Dit gebeurt bij voorkeur met LEDschijnwerpers op lagere masten, afgestemd op de kleinere veldafmetingen, om een gelijkmatige lichtspreiding te krijgen. Wanneer twee velden in één kooi worden voorzien, zijn beide velden verlicht. 2.3

Tennisbanen (4 banen) Aantal & type: Er worden 4 tennisbanen aangelegd, bij voorkeur gegroepeerd op één deel van het terrein. De ondergrond wordt in overleg met de tennisvereniging bepaald; opties zijn traditionele gravelbanen of all-weather banen (bijv. kunstgras of Smashcourt) zodat bij diverse weersomstandigheden bespeeld kan worden.

Afmetingen: Een standaard tennisbaan (dubbelspel) heeft een speelveld van 23,77 m x 10,97 m. Inclusief de benodigde uitloopruimte rondom (ca. 6,40 m achter elke baseline en 3,66 m zijruimte tussen banen) komt de benodigde ruimte per tennisbaan op ongeveer 36,6 m x 18,3 m (lengte x breedte). Dit is een oppervlakte van circa 669 m² per baan. Bij het complex van 4 banen kan ervoor gekozen worden de banen 2-aan-2 te clusteren met gedeelde zijuitloop (bijvoorbeeld twee aaneengesloten banen delen een tussenruimte van ~5 m) om ruimte efficiënt te benutten, zolang de minimale uitlopen gewaarborgd blijven. Oriëntatie & inrichting: Tennisbanen dienen idealiter in noord-zuid richting te liggen (net als de velden) zodat spelers bij service niet pal in de op- of ondergaande zon kijken. In de praktijk betekent dit dat de lengterichting van de baan (richting van serveren) noord/zuid georiënteerd is. De vier banen worden zodanig gepositioneerd dat er geen hinderlijke schaduwvorming is van omliggende gebouwen of bomen op de speelhoeken. Elke tennisbaan of duo van banen wordt omgeven door een perimeterafrastering (gaashekwerk van ~3 m hoog, lokaal hoger achter de baselines tot ~4 m) om ballen binnen de baan te houden. Tussen de banen onderling worden eventueel lagere afscheidingen of netten geplaatst zodat buurbanen weinig last van elkaars ballen hebben.

Verlichting: Alle tennisbanen worden voorzien van deugdelijke baanverlichting. Per baan (of per twee banen) komen masten met LED-armaturen die de baan gelijkmatig verlichten conform KNLTB-richtlijnen, zodat ook in de avond competitie gespeeld kan worden. Denk aan ±300 lux op baanoppervlak voor competitieniveau. De masten worden bij voorkeur in de hoeken geplaatst. Overige voorzieningen: Er wordt rekening gehouden met looppaden achter en tussen de banen (minimaal 1,5 m breed) zodat spelers de banen veilig kunnen betreden en verlaten. Daarnaast komen er zitbanken en scorebordjes bij elke baan, en een watertappunt in de nabijheid.

Buro Stad en Land - 638-pve-sport concept.docx - 17-12-2025 pagina 5

2.4

Padelbanen (2 banen) Aantal & type: Het complex krijgt minimaal 2 padelbanen, er wordt rekening gehouden met meer (als reservering) aangezien padel een groeiende racketsport is die vaak gecombineerd wordt met tennisaccommodaties. De padelbanen worden bij voorkeur in de nabijheid van de tennisbanen gesitueerd om gedeelde faciliteiten (clubhuis, terras, zitgelegenheid) te benutten.

Afmetingen: Een padelbaan is 20 m lang en 10 m breed. De baan is volledig omgeven door wanden (glaswanden en hekwerk tot ~3-4 m hoog) die deel uitmaken van het speelveld. De benodigde oppervlakte per padelbaan inclusief de kooi is daarmee ongeveer 20 m x 10 m = 200 m². Er is minimaal 1 meter aan de zijkant nodig buiten de kooi zelf, hooguit looppaden van ~1 m rondom voor toegang. Er is een gezamenlijke tussenruimte nodig voor toegang en onderhoud. Oriëntatie & inrichting: Hoewel padelkooien vanwege de wanden minder gevoelig zijn voor zonstand dan open banen, wordt ook hier een globale noord-zuid oriëntatie aangehouden voor de lengterichting, zodat bij open delen (gaas) de zon niet direct inschijnt. De twee padelbanen kunnen naast elkaar komen met een kleine tussenruimte. Rondom de kooien komt verharding voor toeschouwers (bijv. een strook van 2 m breed) en om spelers in en uit te laten. Direct naast de banen is ruimte voor bankjes en eventueel een scorebord. Verlichting: Padelbanen worden standaard uitgerust met geïntegreerde verlichting op de hoeken van de kooien. LED-spotlights op ~6 m hoogte kunnen aan de kooi-constructie bevestigd worden om de baan gelijkmatig te verlichten. Dit maakt spelen in de avonduren mogelijk, wat belangrijk is gezien padel vaak recreatief na werktijd gespeeld wordt. 2.5

Beachvolleybal In het plan is een drietal beachvolleybalvelden Binnen het sportpark wordt voorzien in een beachvolleybalaccommodatie bestaande uit drie volwaardige velden. Deze voorziening is bedoeld voor zowel recreatief als georganiseerd gebruik en richt zich op een brede doelgroep, waaronder jeugd, volwassenen, verenigingen, scholen en incidentele sporters. De drie velden maken gelijktijdig gebruik mogelijk en bieden voldoende capaciteit voor trainingen, vrij spelen en kleinschalige (regionale) toernooien. Door de clustering van meerdere velden ontstaat bovendien een levendige en attractieve sportplek binnen het sportpark. De beachvolleybalvelden worden uitgevoerd volgens de gangbare maatvoering voor beachvolleybal. Elk speelveld heeft een afmeting van 16 bij 8 meter, met rondom voldoende uitloopruimte om veilig te kunnen spelen. Uitgangspunt is een minimale vrije zone van circa drie meter rondom het speelveld, waarbij aan de lange zijden bij voorkeur extra ruimte wordt aangehouden. De velden worden parallel aan elkaar gesitueerd, met voldoende tussenruimte om hinder tussen de verschillende speelvelden te voorkomen en om een overzichtelijke en veilige inrichting te waarborgen.

Buro Stad en Land - 638-pve-sport concept.docx - 17-12-2025 pagina 6

De velden worden aangelegd met speciaal beachvolleybalzand dat geschikt is voor intensief sportgebruik. Het zand is gewassen, rondkorrelig en comfortabel om op te bewegen, met een voldoende dikke zandlaag om blessures te voorkomen. Onder het zand wordt een waterdoorlatende funderingsopbouw toegepast met adequate drainage, zodat de velden ook na neerslag snel weer bespeelbaar zijn en plasvorming wordt voorkomen. De speelvelden worden voorzien van flexibele belijning die duidelijk zichtbaar is en veilig in het zand is verankerd. Elk veld beschikt over een duurzaam en verstelbaar net, zodat verschillende doelgroepen en speelvormen mogelijk zijn. De netpalen worden buiten de uitloopzones geplaatst en uitgevoerd in een robuuste, vandalismebestendige constructie die geschikt is voor intensief buitengebruik. Indien het sportpark ook in de avonduren wordt gebruikt, wordt voorzien in passende sportverlichting. De verlichting is gericht op recreatief en trainingsgebruik en wordt zodanig geplaatst dat verblinding en lichthinder voor de omgeving worden beperkt. Energiezuinige LED-verlichting vormt hierbij het uitgangspunt. 2.6

Overige sport- en speelvoorzieningen Buiten de gevraagde onderdelen is het mogelijk om in het ontwerp nog andere sport- of spelmogelijkheden mee te nemen, bijvoorbeeld een klein oefenveldje, een jeugdspeelplek of een calisthenics/recreatieve fitnessruimte in de openbare groenstroken. Deze zijn niet expliciet in het PvE vereist, maar kunnen bijdragen aan multifunctioneel gebruik van het complex. Mocht de gemeente of verenigingen hier behoefte aan hebben, kan een deel van de 1/3 groen ruimte ingericht worden met een joggingpad, speeltoestellen of outdoor fitness attributen, geïntegreerd in het landschap.

Buro Stad en Land - 638-pve-sport concept.docx - 17-12-2025 pagina 7

3

RUIMTELIJKE OPZET EN VERDELING (1/3-PRINCIPE) Het terrein van 17 ha wordt globaal in drie gelijke delen opgedeeld qua functie, in lijn met het 1/3-principe: ongeveer een derde sportvelden, een derde bebouwing & infrastructuur, en een derde groenvoorziening. Dit principe zorgt voor een gebalanceerd ontwerp met voldoende ruimte voor sport, noodzakelijke voorzieningen en een groene inbedding.

3.1

Oppervlakteverdeling (indicatief): Categorie

Oppervlakte Inhoud (ca.)

Sportvelden

~5,7 ha

6 voetbalvelden (incl. uitloop), 3 korfbalvelden, 4 tennisbanen, 3 padelbanen, 3 beachvolleybalvelden . Inclusief directe veldomgeving (ballenvangers, ruimte tussen velden),. Oriëntatie overwegend noord-zuid voor alle velden.

Bebouwing &

~5,7 ha

Clubgebouw (ca. 2000 m² BVO met 2 lagen), tribune, terras, parkeerterreinen voor auto’s (9000 m2) en fietsen, interne wegen, toegangsweg, en overige

Infrastructuur

verhardingen (paden). Ook eventuele secundaire bebouwing zoals materiaalopslag of technische ruimte. Groen ingericht

~5,7 ha

Landschappelijke inpassing: groenstroken tussen en rondom velden, bomenrijen, gras- en beplantingszones, eventueel waterpartijen (wadi/vijver), ecologische zones. Draagt bij aan natuurlijke uitstraling en waterberging.

Positionering: Het centrale clubgebouw met hoofdveld en tribune wordt zodanig gepositioneerd dat het een logisch middelpunt vormt van het complex, goed bereikbaar vanaf de entree en met zichtlijnen naar de belangrijkste velden. Vaak plaatst men het clubhuis aan de rand van de sportveldencluster, grenzend aan parkeerterrein, zodat bezoekers vanuit het gebouw en terras een overzicht hebben op meerdere velden (met name het hoofdvoetbalveld, het hoofdkorfbalveld en het tennis centre-court). De tribune van het hoofdveld ligt aan het clubgebouw of direct ernaast, gericht op het veld. Clustering van velden: De indeling van de verschillende sportvelden gebeurt in clusters per sport, om logistiek en beheer te vergemakkelijken en om mogelijke hinder tussen sporten te beperken. De korfbalvelden kunnen in elkaars nabijheid worden gesitueerd, idealiter nabij het clubgebouw aan een andere zijde, zodat de korfbalvereniging een eigen herkenbaar gedeelte heeft maar toch dicht bij de gezamenlijke voorzieningen. De tennis- en padelbanen worden samen gegroepeerd, bijvoorbeeld in een hoek van het terrein, met een eigen (afsluitbaar) omheind blok. Door tennis/padel iets apart te leggen, ervaren racketsporters minder hinder van bijvoorbeeld (voet)ballen van de andere velden, en kan hun speelomgeving intiemer en beschutter zijn.

Groenstructuur: De inrichting van de groenstroken is cruciaal voor de uitstraling. Er wordt een groenbuffer voorzien aan de randen van het complex van ca. 30 meter breed (bijvoorbeeld brede stroken met bomen en struiken aan de buitenzijdes) om het terrein landschappelijk in te passen en een visuele scheiding te vormen met omliggende bebouwing of wegen. Daarnaast worden groenzones tussen de sportclusters aangehouden: zo kunnen bijvoorbeeld de ruimtes tussen de voetbalvelden en de korfbalvelden worden beplant met gras, bloemrijk gras, struikgewas of bomenrijen om de delen te scheiden zonder ze volledig te isoleren. Zoals eerder genoemd

Buro Stad en Land - 638-pve-sport concept.docx - 17-12-2025 pagina 8

kunnen lage aarden wallen met beplanting tussen velden dienen als natuurlijke afscherming. Het groen heeft ook een functioneel aspect: het zorgt voor schaduwrijke plekken (belangrijk voor toeschouwers op warme dagen), vangt regenwater op (wadi’s of infiltratiezones), en verhoogt de biodiversiteit op het sportpark. Minimaal een derde van het terrein (~5,7 ha) blijft onverhard en wordt ingericht met gras, beplanting en eventueel water. Binnen deze groenruimte kunnen slingerende paden aangelegd worden voor wandelaars of joggers, zodat het sportpark ook buiten trainingsuren een recreatieve functie heeft (indien gewenst door de gemeente, zie ook Natuur-inclusief ontwerp). Verkeersstructuur: In de ruimtelijke opzet is aandacht voor gescheiden verkeersstromen. De hoofdtoegang met autoweg leidt naar het parkeerterrein aan de voorkant van het complex, grenzend aan het clubgebouw (zie Infrastructuur). Fietsers en voetgangers krijgen bij voorkeur een eigen ingang of pad vanaf de openbare weg, dat veilig naar de fietsenstalling en clubhuis leidt, gescheiden van auto’s. Binnen het terrein zorgen voetpaden voor directe routes van het clubgebouw/parkering naar alle sportveldenclusters. Deze paden worden logisch door het groen geleid en kunnen bijvoorbeeld langs de randen van velden lopen.

Het 1/3-principe houdt ook in dat het verharde oppervlak (gebouwen + wegen/paden) beperkt blijft tot ongeveer een derde, zodat het terrein niet door excessieve verharding wordt gedomineerd maar een parkachtig karakter behoudt. Flexibiliteit: De ruimtelijke opzet moet enige flexibiliteit bieden voor toekomstige aanpassingen. Denk aan ruimte voor mogelijke uitbreiding (bijv. een extra veld of een kleine indoorhal) of herindeling als sportbehoeften veranderen. In het plan wordt daarom bij voorkeur hier en daar ruimte gereserveerd of multifunctioneel groen/open terrein voorzien dat later kan worden omgezet mocht dat nodig zijn. Zo blijft het complex toekomstbestendig.

Buro Stad en Land - 638-pve-sport concept.docx - 17-12-2025 pagina 9

4

CENTRAAL CLUBGEBOUW EN VOORZIENINGEN

4.1

Capaciteit en globaal ontwerp Het centrale clubgebouw is het kloppend hart van het sportcomplex. Het krijgt een bruto vloeroppervlak van circa 2.000 m², verdeeld over twee bouwlagen (begane grond + eerste verdieping). Hiermee kan een footprint van ongeveer 850–900 m² worden aangehouden, zodat de rest van de ruimte voor terras en omliggende infrastructuur gebruikt kan worden. Architectonisch dient het gebouw een uitnodigende, functionele uitstraling te hebben die past bij de groene, duurzame context (bijv. gebruik van natuurlijke materialen, groene gevelaccenten of dak, zie Duurzaamheid). Het clubgebouw is geen onderdeel van onze opdracht. Voor functionaliteit en (landschappelijke) inpassing is het wel van belang dat tijdig inzichtelijk is hoe het gebouw zich ontwikkeld, mede ook ivm situering overlappende voorzieningen, als parkeren miva's en/of bestuur, conciërge etc.

Buro Stad en Land - 638-pve-sport concept.docx - 17-12-2025 pagina 10

5

INFRASTRUCTUUR EN BEREIKBAARHEID De ontsluiting van het sportcomplex vindt plaats aan de westkant, vanuit Westervoort. De Horsterstraat is te smal voor tweerichting autoverkeer en is voor fietsers een ongewenste omweg. Een extra aansluiting op de Rijksweg is vanwege doorstroming ongewenst. De meest voor de hand liggende auto-ontsluiting loopt daarom via bedrijventerrein het Ambacht, via De Smitse/Het Hazeland. Voor fietsers is ontsluiting voorzien langs het spoor richting Rivierweg. Auto en fiets worden zo veel mogelijk gescheiden.

5.1

Parkeerterreinen (auto) Er wordt voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein voorzien om piekbezettingen op te vangen. Uitgaande van meerdere gelijktijdige wedstrijden en trainingen (voetbal, korfbal, tennis) plus 300 toeschouwers bij een hoofdevenement, is de parkeerbehoefte aanzienlijk. We rekenen op ongeveer 200–250 autoparkeerplaatsen als streefnorm. Deze capaciteit is gebaseerd op aantallen: bijv. 6 gelijktijdige voetbalwedstrijden x ~2 teams van 15 personen waarvan deel per auto (inclusief ouders bij jeugd), plus korfbalteams, plus tennis/padel spelers, én extra publiek van 300 man bij hoofdveld (die mogelijk ~100 auto’s genereren). Met 200 plaatsen is ruimte voor circa 400–500 personen (gemiddeld 2-2,5 per auto), wat voldoende lijkt voor gemiddelde zaterdagsituatie. De exacte parkeernorm kan verfijnd worden aan de hand van gemeentelijke parkeerkencijfers voor sportterreinen en de verwachte modal split (aandeel fiets/OV). Er zijn 189 plaatsen uitgewerkt, waarbij de mogelijk is om globaal 150 extra plaatsen op termijn te realiseren. Indeling parkeerterrein: Het parkeerterrein wordt bij de hoofdingang gesitueerd. De vakken worden standaard 2,5 x 5 m gedimensioneerd (waarbij rekening wordt gehouden met rijbaanbreedtes van ~6 m).

In het ontwerp wordt aandacht besteed aan verkeerscirculatie en veiligheid: duidelijke in- en uitritten, liefst gescheiden (éénrichtingsverkeer rondom) om zoekverkeer te minimaliseren. Er komt een kiss-and-ride strook of korte stopzone vlakbij de entree, waar taxi’s of ouders kinderen veilig kunnen afzetten zonder de parkeerdoorstroming te hinderen. Parkeerplaatsen voor mindervaliden worden dicht bij de ingang van het complex gereserveerd (bij voorkeur binnen 50 m afstand). Conform richtlijn wordt minimaal 2% van het totaal als gehandicaptenparkeerplaats ingericht; bij 200 plekken zijn dit bijvoorbeeld 4 gereserveerde brede invalideplaatsen (3,5 m breed). Ook wordt rekening gehouden met enkele busparkeerplaatsen of een zone waar een spelers-/touringcar kan staan (bijvoorbeeld 1–2 plekken van 3 x 12 m), voor teams of toeschouwers die met een bus komen bij toernooien of hoger niveau wedstrijden. Materialen & groen: Het parkeerterrein wordt verhard uitgevoerd (bijv. asfalt of betonklinkers op rijbanen, eventueel grasbetontegels op parkeerplaatsen om meer groenbeeld te krijgen). Om te voldoen aan de groene uitstraling en waterhuishouding, worden parkeervakken afgewisseld met groene bermen, ev. met waterberging en bomen.

Deze groenstroken kunnen ook dienen als infiltratiestroken voor regenwater (waterpasserende verharding of open voegen in de parkeervakken voor afvloeiing naar de bodem). Verlichting op het parkeerterrein wordt voorzien.. Verkeersafwikkeling extern:

Buro Stad en Land - 638-pve-sport concept.docx - 17-12-2025 pagina 11

De aansluiting van het parkeerterrein op de openbare weg moet voldoende capaciteit hebben, met bijv. een inen uitrit van 6 m breed. In samenspraak met de gemeente wordt gekeken naar bereikbaarheid per auto en eventueel verwijzing met borden (bewegwijzering naar het sportpark). Fietsenstalling Gelet op de Nederlandse context is het aandeel bezoekers per fiets hoog, vooral bij jeugdleden. Het complex voorziet daarom in een ruime fietsenstalling. Dicht bij de hoofdingang en clubgebouw komt een terrein ingericht voor het parkeren van ten minste 300 fietsen (indicatief). Deze capaciteit is gebaseerd op de situatie dat meerdere jeugdteams + toeschouwers per fiets komen; beter iets overschatten om wildparkeren te voorkomen. De stallingen bestaan uit rekken waarin fietsen veilig vastgezet kunnen worden (bij voorkeur dubbelzijdige rekken of rijtjes enkelzijdig tegen een muur). De fietsenstalling wordt binnen de omheining van het sportpark geplaatst en dicht bij het clubgebouw voor sociale controle en veiligheid. Eventueel kan cameratoezicht hier ook rust geven. Naast fietsen wordt ook rekening gehouden met plaatsen voor scooters/bromfietsen (een apart vak met beugels, circa 10–20 stuks) gezien oudere jeugd soms per scooter komt. Type fietsenstalling Oppervlakte voor 300 fietsen Enkellaags, ruim

± 450–600 m²

De routing voor fietsers is gescheiden van autoverkeer zodat fietsers niet het parkeerterrein hoeven kruisen. In de stalling zelf komen voldoende toegangen en looppaden (minimaal 1,5 m breed) voor het manoeuvreren van fietsen. Ook bakfietsen of transportfietsen moeten plek kunnen vinden (enkele extra ruime plaatsen). 5.2

Toegangen en interne wegen Hoofdentree: Het sportcomplex krijgt één duidelijke hoofdtoegang voor gemotoriseerd verkeer, met een toegangshek of poort dat buiten openingstijden kan worden afgesloten. De poortbreedte is minimaal 4,5–5 m (voor auto’s en incidenteel noodvoertuigen). Het hekwerk sluit aan op de terreinomheining rondom. Overdag kan de poort open blijven; bij evenementen mogelijk traffic control indien nodig (parkeerwachten). Noodtoegang: Er wordt een aparte nood/doorgang voorzien, waar een ambulance of brandweer bij calamiteiten direct het terrein op kan (mogelijk via een verhard pad tot aan de velden). Deze toegang kan ook gebruikt worden door onderhoudsvoertuigen (bijv. tractors voor veldonderhoud) zodat zij niet door het publieksterrein hoeven. Zo’n dienstingang ligt idealiter aan een zijkant van het complex en is met een brandweer-sleutelsysteem toegankelijk. Interne wegen/paden: Vanaf de hoofdentree leidt een interne weg naar het parkeerterrein en clubgebouw. Op het terrein zelf wordt autoverkeer zoveel mogelijk beperkt tot het parkeergebied; verder naar de velden zijn alleen onderhouds- en calamiteitspadenEen rondweg is niet nodig tenzij de layout erom vraagt; doorgaans volstaat een lus bij het parkeerterrein. Snelheidsremmende maatregelen (drempel, 15 km/u aanduiding) zorgen voor veilige situatie in overleg met afdeling verkeer gemeente

Buro Stad en Land - 638-pve-sport concept.docx - 17-12-2025 pagina 12

Voetpaden: Een uitgebreid netwerk van voetpaden verbindt het clubhuis, de parkeerplaats en alle sportclusters. Deze paden zijn minimaal 2 m breed (zodat twee personen of een kleine groep kunnen passeren) of 3 m breed, wanneer verwacht wordt dat (veel) publiek langs de velden zal staan. Materiaal van de paden is bij voorkeur waterdoorlatend (bijv. gebakken klinkers op zandbed, of halfverharding zoals fijn split gestabiliseerd). Hoofdlooproutes kunnen ook asfalt of beton zijn ivm. intensiteit en toegankelijkheid (rolstoelvriendelijk). De paden zijn verlicht (zie Verlichting). Waar paden autoweg kruisen (bij entree) wordt dit duidelijk gemarkeerd (zebra of opvallende materialisatie) voor voorrang voetgangers. Bereikbaarheid velden: Elk sportveld moet bereikbaar zijn voor onderhoudsmachines (maaiers, sproeiwagens) en indien nodig voor een ambulance. Daarom worden rijstroken of versterkte grasstroken voorzien langs de hoofdvelden. Bijvoorbeeld langs één lange zijde van de voetbalvelden een strook grasbetontegels die normaal onderdeel van het groen lijkt, maar stevig genoeg is voor een voertuig. De hoeken van de sportvelden krijgen poorten/breed opengaande hekken in de omheining waar een voertuig door kan. Deze routes sluiten aan op de diensttoegang.

Omheining complex: Het hele sportcomplex wordt omheind met een duurzaam hekwerk (dubbelstaafmat van ~2 m hoog) om tijdens sluitingstijden onbevoegd betreden en vandalisme te beperken. Tegelijkertijd wil de gemeente mogelijk dat het park een open karakter heeft buiten openingstijden (voor openbare recreatie) – hierin moet een afweging worden gemaakt. Een middenweg is om het terrein wel af te sluiten, maar bijvoorbeeld het omliggende openbare groen (1/3 deel) toegankelijk te houden. Belangrijk is in elk geval dat de bebouwing (clubhuis) afsluitbaar en beveiligd is, en dat velden beschermd zijn (denk aan slot op hek naar kunstgrasvelden om nachtelijk ongewenst gebruik te voorkomen). Tijdens openstelling kunnen ingangen open staan en is het complex gastvrij toegankelijk. Mogelijk ook rekening houden met betalende bezoekers bij wedstrijden van 1e teams. 5.3

Verlichting en installaties Terreininrichting verlichting: Het gehele terrein krijgt een verlichtingsplan in de besteksfase voor sociale veiligheid en gebruiksgemak. Alle hoofdvoetpaden worden voorzien van straatverlichting (led-lantaarns op masten ~4 m hoog) die voldoende licht geven om veilig te lopen/fietsen in het donker. Deze lampen kunnen na late avond automatisch dimmen of uitschakelen om energie te sparen en overlast te voorkomen wanneer het complex niet in gebruik is. Bij de entree en fietsenstalling komt accentverlichting voor herkenbaarheid en veiligheid. Veldverlichting: (Reeds beschreven bij sportvelden sectie) – samenvattend: LED-floodlights op de relevante sportvelden (kunstgras voetbalvelden, hoofdveld, korfbalveld en tennis/padel). De lichtmasten worden aangesloten op een installatie met tijdklokken en schakelaars per veld, zodat alleen noodzakelijke verlichting gebruikt wordt. Verder wordt er rekening mee gehouden dat verlichting wellicht in de toekomst dimbaar of slim aangestuurd kan worden (via app of beheerpost) Water en beregening:

Buro Stad en Land - 638-pve-sport concept.docx - 17-12-2025 pagina 13

Infrastructuur omvat ook leidingen voor beregening van natuurgrasvelden en graveltennisbanen. Er zal zonodig een beregeningssysteem worden geïnstalleerd (nader te bepalen), Dit systeem vraagt om leidingwerk ondergronds tussen een pomphuis en de velden. Het pomphuis/technische installatie voor beregening kan nabij de velden of geïntegreerd bij het clubgebouw geplaatst worden. Het PvE stelt dat beregening geautomatiseerd en per veld regelbaar moet zijn (bijvoorbeeld vochtigheidssensorgestuurd om water te besparen). Overig (ntb): Het complex krijgt voldoende afvalbakken langs velden en bij entree/terrassen, eventueel gescheiden afvalinzameling. Tevens worden fietsenstallingen, parkeerplaatsen en toegangspaden voorzien van deugdelijke bewegwijzering en sportpark-reglementborden (huisregels). Denk aan aanduidingen naar veld 1-6, naar tennis, etc., zodat bezoekers vlot hun weg vinden. Ook informatieborden over de natuur-inclusieve elementen of duurzaamheid kunnen geplaatst worden als educatief detail.

Buro Stad en Land - 638-pve-sport concept.docx - 17-12-2025 pagina 14

6

DUURZAAMHEID EN NATUUR-INCLUSIEF ONTWERP Een belangrijke doelstelling is dat het sportcomplex een voorbeeldfunctie in duurzaamheid vervult en op een natuurinclusieve manier wordt ontworpen. Hieronder de speerpunten:

6.1

6.2

Duurzaam inrichten

•

LED-verlichting overal: Zoals vermeld wordt alle verlichting (veld, terrein, binnen) uitgevoerd in LED. Dit reduceert stroomverbruik aanzienlijk en verlengt levensduur. Bovendien voorzien van lichtmanagement: tijdschakelingen, sensoren (bewegingsdetectie op paden waar mogelijk), en dimbare armaturen waar toepasselijk.

•

Waterbeheer: Duurzaamheid betreft ook waterhuishouding. Het regenwater van daken en verhardingen moet maximaal infiltrerend afgevoerd op eigen terrein. Hiertoe worden infiltratiekratten of wadi’s (verlaagde groenstroken) aangelegd in het 1/3 groen gedeelte. Bijvoorbeeld langs het parkeerterrein een wadi die bij buien volloopt en vertraagd infiltreert.

•

Materiaalgebruik en circulariteit: In het PvE wordt aandacht gevraagd voor het toepassen van duurzame, circulaire materialen. Bijvoorbeeld gebruik van FSC-gecertificeerd hout, gerecyclede bouwmaterialen waar mogelijk, en scheiding van afvalstromen tijdens bouw. De kunstgrasvelden moeten bij voorkeur een recyclebaar type grasmat hebben en worden aangelegd met bijvoorbeeld kurk of TPE-infill in plaats van milieubelastend rubber, om microplastiekvervuiling tegen te gaan. Er worden voorzieningen getroffen zoals kantplanken en granulaatopvang langs kunstgrasvelden om eventuele infillkorrels op te vangen zodat ze niet in het milieu belanden. Bij tennisbanen kan gekozen worden voor een gravel-alternatief dat minder water en onderhoud vergt (bv. Smashcourt).

•

Klimaatadaptief ontwerp: Naast wateropvang (genoemd) wordt hittestress tegengegaan door voldoende groen en schaduw (bomen op strategische plekken, overkappingen bij zitplaatsen). Verharding met lichte kleur of waterdoorlatend materiaal reduceert warmteopbouw. Gevelbegroeiing of groene daken op delen van het gebouw helpen de omgevingstemperatuur omlaag en isoleren tegelijk.

•

EV-laadpunten: Op het parkeerterrein worden zo mogelijk, desgewenst enkele (ntb) laadpalen voor elektrische auto’s voorzien (bijv. 4 laadplekken, met mogelijkheid tot uitbreiding). Hiermee speelt het complex in op de toenemende elektrificatie van vervoer. Ook kan gedacht worden aan oplaadpunten voor elektrische fietsen bij de fietsenstalling.

Opties natuurinclusief en groen (nader te detailleren)

•

Behoud en versterking van biodiversiteit: Een derde van het terrein is groen en biedt kansen voor natuur. In het ontwerp zullen streekeigen beplantingen worden gebruikt – bomen (zoals eik, es, linde), hagen (beuk, haagbeuk, liguster) en bloemrijke graslanden op de groenvelden. Er wordt gestreefd naar een gevarieerde inrichting die ook voor fauna aantrekkelijk is. Bijvoorbeeld aanleg van een natuurzone met poel of wadi die amfibieën aantrekt, ruigere beplanting aan randen voor vogels (schuil- en nestgelegenheid), en inzaai van bloemenmengsels voor bijen en vlinders in minder intensief gebruikte groenzones.

•

Faunavoorzieningen: Het gebouw en de omgeving kunnen specifiek faunavriendelijk worden gemaakt door nestkasten en verblijfplaatsen te integreren. Denk aan nestkasten voor huismus of gierzwaluw aan de gevel, vleermuiskasten onder de dakrand, en insectenhotels op het terrein (bijvoorbeeld bij de wadi). Deze elementen worden op niet-storende wijze ingepast en kunnen educatief onder de aandacht gebracht worden (informatiepanelen).

Buro Stad en Land - 638-pve-sport concept.docx - 17-12-2025 pagina 15

6.3

•

Groene uitstraling bij sporten: Om ook de sporters een groene ervaring te geven, komen er bomen of groene elementen dichtbij de velden waar mogelijk (maar zó dat schaduw op velden en bladvaloverlast geminimaliseerd blijven). Bijvoorbeeld bomenrijen langs de lange zijden van de buitenste voetbalvelden, of tussen de tennisbanen en de rest van het park een groene haag. Ook rondom het terras worden plantenbakken, grasstroken en misschien zelfs een groen dak (sedumbegroeiing) op een deel van het gebouw toegepast om het verblijfsgebied aangenaam te maken.

•

Licht en ecologie: Bij natuur-inclusief ontwerp hoort ook het vermijden van ecologische verstoring. De verlichting wordt dus zo ingericht dat omliggende ecologische structuren (zoals bosrand of sloot) niet continu in licht baden. Gebruik van dimmers en gericht licht voorkomt verstoring van nachtactieve dieren (vleermuizen, uilen). Eventueel kunnen bepaalde delen van het park ’s nachts helemaal donker blijven (alleen om het gebouw en parkeerplaats verlichting voor veiligheid).

Groene en duurzame beleving De combinatie van bovenstaande maatregelen moet ervoor zorgen dat bezoekers het complex ervaren als een parkachtige, duurzame omgeving. Het groen is niet slechts decor, maar functioneel onderdeel (schaduw, water, natuur). Bij aankomst ziet men geen volgebouwd terrein maar een ruim opgezet complex met veel open groen. De bouwmassa’s (clubhuis, tribune) zijn geïntegreerd in dit landschap, bijvoorbeeld door glooiende taluds, beplanting eromheen en natuurlijke materialisatie.

Buro Stad en Land - 638-pve-sport concept.docx - 17-12-2025 pagina 16

7

GEBRUIK DOOR MEERDERE VERENIGINGEN

7.1

Meervoudig gebruik, nader uit te werken Het sportcomplex zal onderdak bieden aan meerdere sportverenigingen (voetbal, korfbal, tennis, beachvolleybal en mogelijk padel als onderdeel van tennisclub of aparte sectie). Het PvE houdt rekening met dit meervoudig gebruik en samenwerking:

7.2

•

Gezamenlijk en eigen domein: Het centrale clubgebouw fungeert als multiclubhuis – d.w.z. de faciliteiten (kantine, kleedkamers) worden gedeeld door de verenigingen. Dit vergt goede afstemming: in het ontwerp worden eventuele scheidingen voorzien waar nodig (zoals aparte materiaalruimtes of kantoortjes per club voor hun administratie/spullen). Tegelijk zijn de representatieve ruimten (entree, kantine) gemeenschappelijk, wat efficiënt is en de ontmoeting tussen verschillende sporters bevordert.

•

Multisport evenementen: Het ontwerp van het complex maakt het mogelijk om ook multisport evenementen te houden. Bijvoorbeeld een familiedag of toernooi waarbij voetbal-, korfbal- en tennisteams van dezelfde club of regio allemaal actief zijn. De centraal gelegen kantine en terrassen kunnen dan dienen als verzamelpunt, terwijl toeschouwers zich verspreiden over de verschillende sporten. De oriëntatie en paden zorgen ervoor dat men gemakkelijk van de ene sport naar de andere kan lopen. Bovendien is er voldoende ruimte (1/3 groen) om eventueel tenten of kraampjes op te stellen bij zulke evenementen, zonder reguliere sport te hinderen.

•

Afstemming voorzieningen: Sommige voorzieningen in het clubgebouw worden specifiek op multiverenigingsgebruik afgestemd. De vergaderruimtes kunnen bijvoorbeeld per avond door verschillende clubs gereserveerd worden (rooster). In de entreehal kunnen vitrines of wandruimtes ingericht worden waar elke club zijn eigen trofeeën of informatie ophangt, zodat ieders identiteit zichtbaar is. De bar/kantine kan exploitatie-technisch door een gezamenlijke beheerstichting gerund worden, waar alle verenigingen aan deelnemen, om zo efficiënt om te gaan met bardiensten en opbrengsten eerlijk te verdelen.

•

Beheer en onderhoud: Het onderhoud van het gehele complex (velden, groen, gebouw) kan centraal staan onder gemeentelijk beheer of een samenwerkingsverband van de clubs. In het PvE is opgenomen dat materialen en installaties zoveel mogelijk uniform en gedeeld zijn, om onderhoud te vergemakkelijken. Bijvoorbeeld één centrale beregeningsinstallatie voor alle velden, één type verlichtingbesturing, etc. Dit komt ten goede aan efficiënt beheer, zeker als er één beheerder voor het hele park is. Het beheer is nog in onderzoek. We gaan er vanuit dat geen onderhoudsmaterieel met verbrandingsmotor op het terrein dient te worden gestald.

•

Opslag en apparatuur: Meerdere verenigingen betekent ook meer materiaal. Daarom zijn er expliciet meerdere opslagruimtes voorzien (zoals genoemd bij het clubgebouw) zodat iedere vereniging zijn materiaal gescheiden kan opslaan.Door deze voorzieningen is het complex geschikt om door verschillende sportverenigingen harmonieus gebruikt te worden. Het bevordert samenwerking (bijv. gezamenlijk evenementen, elkaars publiek opzoeken op het terras) en efficiënter gebruik van ruimte en middelen (één parkeerplaats, één kantine voor allen).

Multifunctionaliteit van velden en ruimtes (nader onderzoeken) Naast gebruik door verschillende verenigingen is ook multifunctioneel gebruik in bredere zin wenselijk. Het PvE stimuleert dat de sportvelden en gebouwruimtes flexibel inzetbaar zijn voor diverse activiteiten, zodat het complex maximaal rendement en maatschappelijke waarde biedt. Enkele mogelijkheden en eisen daaromtrent:

Buro Stad en Land - 638-pve-sport concept.docx - 17-12-2025 pagina 17

•

Meervoudig gebruik sportvelden: De kunstgras-voetbalvelden worden niet alleen voor voetbalwedstrijden 11v11 gebruikt, maar kunnen door belijningsaanpassingen of mobiele doelen ook dienen voor 7v7 of 5v5 voetbal, jeugdtrainingen, en andere buitensporten. Zoals eerder genoemd mogen extra belijningen voor kleinere spelvormen in afwijkende kleur worden aangebracht, zodat bijvoorbeeld op één groot veld twee halve veld wedstrijden voor pupillen tegelijk kunnen plaatsvinden. Ook kunnen de kunstgrasvelden (met toestemming) incidenteel worden gebruikt voor andere sporten, bijvoorbeeld een lokaal schoolsporttoernooi (waarbij ook atletiek- of gymactiviteiten op het veld plaatsvinden). De korfbalvelden kunnen buiten het korfbalseizoen (zomer/winter wanneer veldkorfbal stil ligt) gebruikt worden als algemene trainingsruimte of voor recreatieve sporten (frisbee, bootcamp trainingen, etc.), omdat de ondergrond en maat vergelijkbaar is met kleine voetbalveldjes.

•

Clubgebouw ruimtes: De vergaderruimten en kantine in het clubgebouw zijn breed inzetbaar. In het PvE wordt bepaald dat deze buiten cluburen beschikbaar kunnen zijn voor buurtbijeenkomsten, cursussen of andere verenigingsactiviteiten. Bijvoorbeeld kan de grote kantinezaal verhuurd worden voor een buurtfeest of conferentie op een doordeweekse dag, of de vergaderzaal voor een cursus EHBO. De inrichting (stapelbare stoelen, flexibele wanden) zorgt dat de ruimtes naar behoefte aangepast kunnen worden. Ook kan de gemeente hier spreekuren houden of kan de ruimte dienen als stembureau bij verkiezingen – dit zijn manieren om de accommodatie een bredere functie te geven in de gemeenschap.

•

Buitenruimte en evenementen: Het ruime groene deel en de aanwezige velden maken het terrein geschikt voor evenementen. Dit kan sportgerelateerd zijn (bijv. regionale sportdag, sportkamp, toernooien, of een hardloopevenement dat start/finish op het sportpark heeft), maar ook nietsportief: denk aan een muziekfestival of fair op het grasveld (mits velden beschermd worden). In het PvE is daarom aandacht voor logistiek: de paden en terreinen moeten geschikt zijn om ook eventmaterialen (tentjes, podia) te plaatsen. De stroomvoorziening kan strategisch een paar extra aansluitpunten buiten hebben voor evenementen. Parkeerterreinen kunnen bij grote events dienen als eventterrein of vice versa (met tijdelijke maatregelen). Dit alles binnen redelijke perken, zodat de hoofdfunctie sport niet gehinderd wordt; maar de optie is er.

•

Multi-inzetbaarheid tribune/terrassen: De tribune van 300 personen is primair voor voetbalwedstrijden bedoeld, maar kan ook gebruikt worden bij andere gelegenheden – bijvoorbeeld bij een korfbalfinale (mensen kunnen vanaf de tribune of terras meekijken als het veld binnen zicht is) of als zitplaats tijdens een buitenfilm of -concert op het hoofdveld. Het terras voor 250 personen kan dienen als toeschouwersruimte voor tennis/padel toernooien of als cateringplein tijdens evenementen.

•

Onderwijs en opvang: Een ander facet van multifunctioneel gebruik is samenwerking met scholen of het gebruik als buitenschoolse opvang. Het complex zou overdag, wanneer verenigingen minder actief zijn, ruimte kunnen bieden aan gymlessen van scholen (de gymzaal wordt vervangen door sportveldgebruik) of naschoolse sportopvang. Het PvE faciliteert dit door bijvoorbeeld toegang overdag te regelen – wellicht een sleutelplan voor scholen – en door bepaalde kleedkamers overdag vrij te houden voor schoolklassen. De aanwezigheid van diverse sportfaciliteiten op één terrein is hiervoor aantrekkelijk. De functie als buitenschoolse opvang is onderdeel van de planvorming maar vraagt geen ruimtelijke reserveringen of specifieke inrichting.

•

Aanpassingsvermogen: Het ontwerp houdt rekening met mogelijke toekomstige nieuwe sporten of trends. Ruimtes zijn daarom niet té specifiek. Bijvoorbeeld een grasveld in het groene deel zou later omgevormd kunnen worden tot een extra veldsportveld of een skatebaan als daar behoefte aan ontstaat. De tennisbanen zouden, als padel explosief groeit, deels omgezet kunnen worden tot extra

Buro Stad en Land - 638-pve-sport concept.docx - 17-12-2025 pagina 18

padelkooien – de ruimte is er, en fundering kan dat eventueel aan. Deze flexibiliteit betekent dat waar mogelijk dimensionering en situering niet te krap wordt genomen, zodat transformaties mogelijk blijven. Door deze mate van multifunctionaliteit wordt het sportcomplex een echt meervoudig bruikbaar sport- en recreatiecentrum. Het is doordeweeks in gebruik door training en onderwijs, in het weekend door wedstrijden en wellicht evenementen, en zelfs buiten sportseizoenen kan het een ontmoetingsplek en activiteitencentrum zijn. Dit verhoogt de efficiëntie (het staat niet leeg) en de maatschappelijke relevantie van de investering.

Buro Stad en Land - 638-pve-sport concept.docx - 17-12-2025 pagina 19

8

CONCLUSIE Bovenstaand Programma van Eisen schetst een uitgebreid beeld van het gewenste sportcomplex. Samenvattend dient het een modern, ruim opgezet sportpark te worden dat voldoet aan alle sporttechnische eisen, maar ook een duurzame en groene leefomgeving creëert. De ruimte wordt volgens het 1/3-principe verdeeld in sport, infrastructuur en groen, wat resulteert in een gebalanceerde indeling met ongeveer 5,7 ha voor elk deel. Het centrale clubgebouw van 2.000 m² BVO voorziet in de benodigde functies. Infrastructuur als parkeren (ca. 200 auto’s, 300 fietsen), toegangswegen, paden en verlichting zijn zodanig ontworpen dat het complex toegankelijk, veilig en comfortabel is, zowel voor dagelijkse training als voor grote wedstrijddagen.

Bronnen: De hierboven genoemde eisen en richtlijnen zijn onderbouwd met geldende sportbondnormen en best practices. Enkele belangrijke referenties zijn de NOC*NSF/KNVB normen en richtlijnen voor veldafmetingen en kleedkamerbehoefte, de KNKV (korfbal) veldafmetingen en onze ervaringen uit eerdere projecten. Deze vormen samen de basis om een sportcomplex te realiseren dat voldoet aan alle gestelde eisen en waarin sporters, toeschouwers en omwonenden jarenlang plezierig en veilig kunnen vertoeven.

Buro Stad en Land - 638-pve-sport concept.docx - 17-12-2025 pagina 20

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westervoort&id=16aaa918-621c-4491-be0d-f27a7b9f1421