20250126-rv-nota-uitgangspunten-sportcomplex-bijlage-2-uitgangspunten-inrichting-sportpark
Tekst van het document
NOTA VAN UITGANGSPUNTEN SPORTPARK WESTERVOORT In maart 2023 heeft de gemeenteraad van Westervoort besloten dat onder ander op de locatie van de huidige sportvelden aan de Brouwerslaan woningen moeten worden gebouwd. Hiervoor moeten de daar gelegen sportvelden worden verplaatst. Ten behoeve van de ontwikkeling van een nieuw sportcomplex voor de buitensportverenigingen van Westervoort is deze nota van uitgangspunten opgesteld waarin de belangrijkste uitgangspunten voor het sportcomplex worden beschreven. In bijlage 1 zijn deze verder uitgewerkt in een conceptprogramma van eisen voor het sportcomplex, in bijlage 2 is het op basis hiervan gemaakte schetsontwerp opgenomen. Een toekomstbestendig, multifunctioneel sportcomplex In januari 2025 hebben de gemeenteraden van Duiven en Westervoort ingestemd met het koersdocument Tussengebied Duiven-Westervoort. Het koersdocument is een richtinggevend kader voor een natuurinclusieve gebiedsontwikkeling. Binnen dat algemene uitgangspunt hebben verschillende opgaven een plek gekregen: de transitie tot natuurinclusieve landbouw, versterken van de biodiversiteit, kansen voor klimaatadaptatie, realisatie van een groenblauwe verbindingszone en kansen op het gebied van sport, bewegen en recreatie voor Duiven en Westervoort. Tenslotte er is eventueel ruimte voor een ondergeschikte en kleinschalige woonfunctie in dienst van het groene gebied.
Het koersdocument geeft de ruimtelijke kaders waarbinnen (delen van) het gebied kunnen worden (her)ontwikkeld. Sportpark Westervoort De gemeente Westervoort werkt aan de gebiedsontwikkeling Westervoort Noord. Hiervoor is op 10 november 2025 het stedenbouwkundig plan vastgesteld. Onderdeel van deze gebiedsontwikkeling is de verplaatsing van de sportvelden aan de Brouwerslaan zodat hier woningbouw kan worden gerealiseerd. Uitgangspunt voor de realisatie van een nieuw sport complex is dat hiermee wordt voorzien in een toekomstbestendige sportvoorziening die tevens gebruikt kan worden door zoveel mogelijk ander gebruikers, met name op de momenten dat er niet gesport wordt. In het koersdocument is een locatie aangewezen voor een nieuw sportcomplex voor de buitensportverenigingen van Westervoort. Zie onderstaande verbeelding uit het koersdocument. De gemeente Westervoort heeft de voor de realisatie van het nieuwe sportcomplex benodigde gronden inmiddels aangekocht (ca.17,5 ha.).
Koerskaart koersdocument tussengebied Duiven-Westervoort Op 18 december 2025 zijn voor de woningbouwontwikkeling in Westervoort én de ontwikkeling van het sportcomplex in Duiven ontwerp-omgevingsplannen ter inzage gelegd door de verantwoordelijke colleges van B&W. Programma Als algemeen uitgangspunt voor het gehele complex geldt dat een multifunctioneel sportcomplex wordt gerealiseerd voor in ieder geval de te verplaatsen sportverenigingen uit Westervoort (SC Westervoort, AVW’66, TV Westervoort en KV Wesstar) dat ook buiten de reguliere sporttijden bruikbaar is voor andere doelgroepen. Het complex zal daarom minimaal bestaan uit: • Voetbal: 2 à 3 kunstgrasvelden en 3 natuurgrasvelden; • Korfbal: 2 kunstgrasvelden (veldkorfbal); • Tennis: 4 tennisbanen; • Padel: 3 padelbanen met een mogelijke uitbreiding naar 5.; • Het hoofdveld van de verschillende sporten ligt aan het clubgebouw, zodanig dat deze vanuit de kantine zichtbaar zijn; • Een groene rand rondom van minimaal 30 m breed rondom en groene inpassing van 15 m2 in het plan hierin kunnen de padenstructuur een plek krijgen; • Centraal kleed- en clubgebouw: ca. 2.000 m2 bruto vloeroppervlak (2 bouwlagen), met een buiten terras voor 250 personen en een tribune voor 300 toeschouwers bij het voetbal-hoofdveld.
Optioneel wordt in het ontwerp rekening gehouden met aanvullende korfbalvelden voor DUKO (1 veld) en beachvolleybalvelden (3) voor LIVO. Met de gemeente Duiven worden hier aanvullende afspraken over gemaakt.
Pagina 2
Voor het kleed- en clubgebouw wordt samen met de sportverenigingen een apart programma van eisen opgesteld waarbij de huidige omvang van de verenigingen met beperkte groei uitgangspunt is. Op het sportpark wordt ook ruimte geboden aan commerciële partijen zoals bijvoorbeeld een fysiotherapeut en een sport BSO. Voor het ontwerp gelden de uitgangspunten zoals in het koersdocument is aangegeven: een sportcomplex in een groene setting waarbij uitgangspunt is dat 1/3 deel bestaat uit de sportvelden, 1/3 deel uit bebouwing en infrastructuur (incl. parkeren) en 1/3 deel groene inrichting. Belemmeringen Ten behoeve van de wijziging van het omgevingsplan zijn de benodigde onderzoeken gedaan. Hieruit blijkt dat dat er met name ten aanzien van geluid en externe veiligheid randvoorwaarden gelden die invloed hebben op het ontwerp van het sportcomplex. Geluid Voor de padelbanen die onderdeel uitmaken van het sportprogramma geldt een richtafstand van 200 meter ten opzichte van woningen. Afhankelijk van het aantal te realiseren padelbanen is aanvullend geluidsonderzoek nodig. Voor de overige sportvelden geldt een richtafstand van 30 meter tot een woonbestemming.
Brand,- explosie-, een gifwolkaandachtsgebied Het nieuwe sportcomplex ligt geheel of gedeeltelijk binnen de contouren van het explosie- en gifwolkaandachtsgebied rond de spoorlijn en het brandaandachtsgebied van de gasleidingen (zie onderstaande afbeelding). Bij het ontwerp van het sportpark moet hier rekening mee worden gehouden.
Pagina 3
Bij het ontwerp en de exploitatie van het sportcomplex moeten de adviezen van ODRA en VVGM worden opgevolgd (bijlagen 3 en 4). Wat betreft de risico’s ten aanzien van brand en een gifwolk zijn bouwkundige maatregelen mogelijk waardoor de risico’s voldoende worden beperkt (in combinatie met de adviezen van ODRA en VGGM). De kosten van de bouwkundige maatregelen om het kleed- en clubgebouw binnen het explosieaandachtsgebied van het spoor te realiseren zijn dermate hoog dat als randvoorwaarde geldt dat het kleed- en clubgebouw buiten deze zone wordt gerealiseerd om de doelstelling van maximale multifunctionaliteit te kunnen halen. Ontsluiting/parkeren De ontsluiting van het sportcomplex vindt plaats aan de westkant, vanuit Westervoort. De Horsterstraat is te smal voor tweerichting autoverkeer en is voor fietsers een ongewenste omweg. Een extra aansluiting op de Rijksweg is vanwege doorstroming ongewenst. De meest voor de hand liggende auto-ontsluiting loopt daarom via bedrijventerrein het Ambacht, via De Smitse/Het Hazeland. Voor fietsers is ontsluiting voorzien langs het spoor richting Rivierweg. Auto en fiets worden zo veel mogelijk gescheiden. Het aantal parkeerplaatsen is afgestemd op het gebruik van het sportcomplex op zaterdag. Dan vinden de meeste wedstrijden plaats en komen bezoekers van buiten Westervoort.
Uitgaande van volledige veldbezetting en uitgaande van vergelijkbare sportcomplexen zijn ca. 200 parkeerplaatsen nodig. Daarnaast is parkeerruimte nodig voor autobussen. In het ontwerp dient rekening gehouden te worden met de mogelijkheid om het aantal parkeerplaatsen uit te breiden. Het plan voorziet in een fietsenstalling voor minimaal 300 fietsen. Kleed- en clubgebouw Op het sportcomplex wordt één kleed- en clubgebouw gerealiseerd voor alle sporten op het complex. Het aantal kleedkamers wordt afgestemd op de huidige omvang van de verenigingen met een realistische groeiverwachting vanwege de woningbouwontwikkelingen in Westervoort. In het gebouw wordt één kantine gerealiseerd die zo wordt ingericht dat het mogelijk is om in voorkomende gevallen te compartimenteren en alle sporten/verenigingen hier een eigen plek kunnen krijgen. Het gebouw wordt zodanig gesitueerd dat de hoofdvelden van voetbal, korfbal en tennis/padel aan het gebouw grenzen zodat wedstrijden van deze sporten vanuit de kantine en vanaf het terras (tribune) kunnen worden gevolgd. Met de verenigingen wordt een programma van eisen voor het kleed- en clubgebouw opgesteld ten behoeve van het ontwerp en de aanbesteding hiervan. In het gebouw wordt voorzien in de mogelijkheid tot het vestigen van een BSO (buitenschoolse opvang) voor basisschoolkinderen.
Daarnaast wordt onderzocht of het mogelijk is een (dependance van) een fysiotherapiepraktijk onder te brengen in te gebouw. Organisatie Vanwege het ontbreken van subsidiemogelijkheden voor het kleed- en clubgebouw en fiscale regelgeving zal de gemeente middels een sport BV opdrachtgever zijn voor de ontwikkeling en realisatie van het gebouw, de verenigingen huren die delen van het gebouw die zij ook gebruiken. Andere huurders zoals en BSO en een fysiotherapeut huren tegen een commercieel tarief. Vooruitlopend op de mogelijke oprichting van een Liemers Sportbedrijf wordt de beheer- en exploitatieopzet voor sportcomplex Westervoort al zo ingericht dat dit naadloos kan overgaan in het sportbedrijf. Mocht dit qua planning niet aansluiten of in het geheel niet doorgaan dan wordt de realisatie en exploitatie (eventueel tijdelijk) ondergebracht in een gemeentelijke “sport-BV”. Pagina 4
Bijlagen: 1 Concept programma van eisen sportcomplex Westervoort (separaat document) 2 Schetsontwerp sportcomplex Westervoort (separaat document) 3 Advies ODRA 4 Advies VGGM
Pagina 5
Bijlage 3.
EV paragraaf ODRA
Datum
:
18 november 2025
Zaaknr.
:
ODRA25AV1616
Aan
:
Martin van Doorne
Van
:
Hans Iserief
Betreft
:
Sportpark Westervoort Horsterstraat-De Smidse, Duiven - EV paragraaf
Inleiding Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico’s voor de omgeving vanwege handelingen met gevaarlijke stoffen. De handelingen kunnen zowel betrekking hebben op het gebruik, de opslag en de productie, als op het transport van gevaarlijke stoffen. Een van de uitgangspunten van de Omgevingswet is dat overheden bij hun plannen zo vroeg mogelijk kijken naar veiligheid zodat de gevolgen van een brand, ramp of crisis voorkomen kan worden of de gevolgen zoveel mogelijk beperkt kunnen worden. Voor externe veiligheid zijn regels opgenomen in paragraaf 5.1.2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). In het Bkl komen de instructieregels voor omgevingsplannen van gemeenten terug. Op basis van artikel 8.0b in dat besluit moeten deze instructieregels ook worden toegepast in geval van een aanvraag omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Dit betreft onder andere regels over het plaatsgebonden risico, aandachtsgebieden, en groepsrisico. Uit de bepalingen van de genoemde paragraaf vloeit de verplichting voort om in ruimtelijke plannen in te gaan op de veiligheidsrisico’s ten gevolge van handelingen met gevaarlijke stoffen. Deze externe veiligheidsrisico’s dienen te worden beoordeeld aan de normen voor het plaatsgebonden risico en het groepsrisico.
Voor beide risiconormen geldt dat hoe groter de afstand tussen planontwikkeling en risicobron, des te kleiner zal de impact van het plan zijn op de hoogte van het risico. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico heeft tot doel om hetzelfde minimale beschermingsniveau te bieden voor iedere burger in Nederland. Het plaatsgebonden risico beschrijft de kans per jaar dat een onbeschermd individu komt te overlijden door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het plaatsgebonden risico wordt uitgedrukt in risicocontouren rondom de risicobron (bedrijf, weg, spoorlijn etc.), waarbij de 10-6/jaar contour (kans van 1 op 1 miljoen op overlijden) de maatgevende grenswaarde voor (zeer) kwetsbare gebouwen en kwetsbare locaties c.q. standaardwaarde voor beperkt kwetsbare gebouwen en locaties is. Groepsrisico De benadering van het groepsrisico, met aandachtsgebieden, moet ervoor zorgen dat het gemeentebestuur externe veiligheid eerder in ruimtelijke plannen meeneemt. Aandachtsgebieden laten zien waar extra aandacht nodig is om aanwezigen te beschermen tegen mogelijke ongevallen bij activiteiten met gevaarlijke stoffen. Aandachtsgebieden laten zien waar mensen binnenshuis, zonder aanvullende maatregelen, onvoldoende beschermd kunnen zijn tegen gevaren uit de omgeving. Voorbeelden van die gevaren zijn warmtestraling (brand), overdruk (explosie) en giftige stoffen in de lucht (gifwolk).
Via de aandachtsgebieden worden deze gevaren zichtbaar op de kaart, zodat direct duidelijk is welke gevaren waar op kunnen treden. Daardoor heeft het bevoegd gezag bij het nemen van besluiten over ruimtelijke ordening de risico's van activiteiten met gevaarlijke stoffen meteen in beeld. Zo kan het bevoegd gezag ze Pagina 6
al aan het begin van het planproces meenemen. Het groepsrisico blijft de kans op het overlijden van een groep van tien of meer personen per jaar als gevolg van een ongewoon voorval. De gemeente moet in het omgevingsplan binnen aandachtsgebieden rekening houden met dit groepsrisico. Onderdeel van deze verantwoording is overleg met (advies vragen aan) de veiligheidsregio. Planbeoordeling Met het plan wil de gemeente een sportcomplex (velden en clubgebouw, zie blauwe polygoon in onderstaande figuur) realiseren ter vervanging van de huidige sportaccommodaties nabij de Hamersestraat waar een omvangrijk woningbouwprogramma zal worden uitgevoerd. In het nieuwe clubgebouw geeft de gemeente de mogelijkheid voor een sport-BSO. Op basis van de Atlas Leefomgeving is een inventarisatie gemaakt van de risicobronnen in en rondom het plangebied, die een extern veiligheidsrisico kunnen veroorzaken. In figuur 1 is een uitsnede opgenomen van de Atlas Leefomgeving. In figuur 2 daaronder is het schetsontwerp te zien van het sportpark met clubhuis.
Figuur 1: Uitsnede Atlas Leefomgeving, Sportpark Westervoort tussen De Smidse en de Horsterstraat, Duiven, geraadpleegd op 11 november 2025 (blauwe polygoon = ligging plangebied).
Pagina 7
Figuur 2: Schetsontwerp van het nieuwe sportpark met clubhuis (paars).
Onderstaand is een tabel opgenomen met een analyse van het aspect externe veiligheid. Rondom het plangebied zijn de volgende externe veiligheidsrisicobronnen relevant (met een plaatsgebonden risicocontour (PR), brandaandachtsgebied (BAG), explosieaandachtsgebied (EAG) of gifwolkaandachtsgebied (GAG))1. Risicobron
Horsterstraat-De Smidse, Duiven
Hogedruk aardgasleidingen
Het plangebied (velden en clubgebouw) ligt geheel binnen het brandaandachtsgebied van drie ondergrondse hogedruk aardgasleidingen (A-663, A-507, A-505) die door het gebied lopen. Voor zulke leidingen geldt een tweezijdige belemmerde zakelijkrecht strook van 4 of 5 meter uit het hart van de leiding, waarbinnen belemmeringen voor bouwwerken gelden2. Het plangebied ligt niet binnen een aandachtsgebied van een milieubelastende activiteit. Het plangebied ligt niet binnen een aandachtsgebied van een Basisnetroute voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over de rijweg. Het plangebied ligt niet binnen een aandachtsgebied van een Basisnetroute voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over een vaarweg. De velden in het plangebied liggen in het explosie- en gifwolkaandachtsgebied van de spoorlijn Arnhem-Zevenaar waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Het clubgebouw zal
Milieubelastende activiteiten Transport gevaarlijke stoffen over de weg Transport gevaarlijke stoffen over het water Transport gevaarlijke stoffen over het spoor
1 Besluit kwaliteit leefomgeving 2 Zie bijlage 1 voor meer informatie.
Pagina 8
buiten het explosieaandachtsgebied, maar binnen het gifwolkaandachtsgebied gebouwd worden van deze spoorlijn. Bepalen kwetsbaarheid sportpark en SportBSO Sportpark Het sportpark (velden) moeten worden gekwalificeerd als een kwetsbare locatie. Bijlage VI van het Bkl definieert deze locaties als volgt. Een locatie voor: a. recreatief nachtverblijf voor meer dan 50 personen; b. sport, spel of recreatief dagverblijf, waar doorgaans een groot aantal personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig is; of c. evenementen in de openlucht voor ten minste 5.000 personen. Het criterium onder b. is hier van belang. ‘Groot deel van de dag’ is meer dan 6 uur. ‘Groot aantal mensen’ is meer dan 50 mensen. Of er een groot aantal mensen aanwezig is wordt bepaald aan de hand van PGS-1 (deel 6). Deze richtlijn stelt dat bij een sportfunctie 20 m2 per persoon gebruikelijk is. Indien het gebruiksoppervlak van het sportcomplex meer dan 1000 m2 bedraagt wordt de aanname gedaan er meer dan 50 personen aanwezig zijn. Bij een sportcomplex groter dan 1000 m2 wordt de aanname gedaan dat hier een groot deel van de dag een groot aantal mensen aanwezig is. Dit betekent dat wanneer dit het geval is, het sportcomplex als kwetsbaar wordt toegewezen. Personen op een kwetsbare locatie (in de buitenlucht) kunnen met maatregelen worden beschermd, vooral in de sfeer van verhoging van de zelfredzaamheid.
Clubhuis met SportBSO Het nieuwe clubhuis waarin de SportBSO zal komen moet gekwalificeerd worden als een zeer kwetsbaar gebouw. Een ‘zeer kwetsbaar’ gebouw is een gebouw waar verminderd zelfredzame personen verblijven, dat wil zeggen mensen die zichzelf niet op tijd in veiligheid kunnen brengen. Denk daarbij aan ziekenhuizen, verpleeghuizen, bassischolen, dagverblijven voor mensen met een lichamelijke of geestelijke beperking, kinderopvang en gevangenissen. Uit artikel 5.14, lid 3 kan worden opgemaakt dat voor een locatie in een brand- of een explosieaandachtsgebied waar een zeer kwetsbaar gebouw is toegelaten een voorschriftengebied verplicht is. Voor zo’n gebouw gelden dan de gebouwgebonden eisen op grond van artikel 4.90 Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl).
Verantwoording groepsrisico Voor het groepsrisico geldt, in tegenstelling tot het plaatsgebonden risico, geen grens- of standaardwaarde. Het groepsrisico moet daarentegen verantwoord worden. Zowel de ontwikkellocatie als de eventueel te treffen veiligheidsmaatregelen moeten worden overwogen vanuit het oogpunt externe veiligheid. Daarnaast is er altijd sprake van een restrisico, hoe klein de kans op een ongeval ook is. Dit restrisico betreft het optreden van een scenario met gevaarlijke stoffen waarbij een groep personen komt te overlijden. Ook het accepteren van dit restrisico is onderdeel van de groepsrisicoverantwoording. Het voorgenomen initiatief (sportpark en clubhuis) ligt in meerdere aandachtsgebieden externe veiligheid. Dit betekent dat de aanwezigen op het sportpark en in het gebouw bij het onbedoeld vrijkomen van gevaarlijke stoffen kunnen komen te overlijden als gevolg van het volgende Pagina 9
scenario: explosie, gifwolk. Volgens artikel 5.15 lid 2 onder b van het Bkl moeten daarom de volgende aspecten worden afgewogen: 1. Maatregelen ter bescherming van personen in het gebouw, of; 2. Mogelijkheden om het aantal aanwezige personen of de tijd dat die aanwezig zijn in het gebouw te beperken. De plannen omvatten de realisatie van een sportpark (sportvelden) en van een nieuw clubgebouw. Onderstaand gaat de beschouwing van het groepsrisico en maatregelen in op beide onderdelen afzonderlijk. Sportpark De sportvelden liggen in het explosie- en gifwolkaandachtsgebied van het de spoorlijn ArnhemZevenaar waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. En in het brandaandachtsgebied van ondergrondse hogedruk aardgasleidingen. Het sportpark is een kwetsbare locatie. Mensen op zulke locaties bevinden zich in de open lucht (dus niet in een gebouw) en staan direct bloot aan de effecten van een calamiteit met gevaarlijke stoffen zoals warmtestraling (brand), overdruk (explosie) en concentraties van gevaarlijke stoffen (gifwolk). Bij deze beschouwing van het groepsrisico moet met het volgende rekening worden gehouden: Als er gekeken wordt naar de hoeveelheden spoorvervoer van ‘meldplichtige’ stoffen over 2024 bewegingen, worden er ten opzichte van andere spoortrajecten relatief weinig gevaarlijke stoffen over het bewuste traject in Duiven vervoerd.
Dit betekent niet dat minder gevaar is, maar wel dat er minder vervoersbewegingen met gevaarlijke stoffen, daarmee is de kans op een ongeval feitelijk lager dan wordt aangenomen in de Regeling Basisnet. De gemeente kan diverse maatregelen inzetten om mensen te beschermen binnen de aandachtsgebieden: • Afstand houden tot de risicobron binnen het aandachtsgebied; • Aanvullende risicocommunicatie; • Beperken van personendichtheden in de omgeving van de risicobron; • Vlucht- en schuilmogelijkheden; • Omgevingsmaatregelen; • Aanvullende bouwmaatregelen in een voorschriftengebied. Afstand houden tot de risicobron binnen het aandachtsgebied Gezien de geprojecteerde ligging van de sportvelden in de open lucht: • Die voor de risico’s van de spoorlijn niet verder van dat spoor af kan liggen als nu geprojecteerd; • over de buisleidingen heen is het niet mogelijk om een grotere afstand tot deze risicobronnen aan te houden. Aanvullende risicocommunicatie Vanwege het accent van de bescherming op verbetering van zelfredzaamheid van personen op het nieuwe sportcomplex zal aandacht worden besteed aan het aanbieden van gerichte informatie over handelingsperspectieven vluchten en schuilen.
Beperken van personendichtheden in de omgeving van de risicobron De gemeente zal de op het sportcomplex aanwezig sportverenigingen vragen om wedstrijden en trainingen te organiseren op velden die het verst van de risicobron (spoorlijn, buisleidingen) komen af te liggen. De gemeente onderzoekt of het sportpark en de BSO in het clubgebouw kunnen worden gesloten als en zolang er graafwerkzaamheden in de buurt van de buisleidingen plaatsvinden. Ook heeft Pagina 10
de gemeente contact met de Gasunie over het ontwerp voor het sportpark. De gemeente beperkt zoveel mogelijk voorzieningen die in de buurt van de leidingen in de grond komen (bomen, lichtmasten). Alle werkzaamheden worden te zijner tijd afgestemd met de Gasunie. Vlucht- en schuilmogelijkheden De effectiviteit van zinvolle handelingsperpectieven (schuilen of vluchten) wordt sterk beïnvloed door de tijd die na alarmering resteert om deze op te volgen. In overleg met de veiligheidsregio VGGM spant de gemeente spant zich in om een voor het hele sportcomplex (velden en gebouw) een noodplan op te laten stellen met daarin uitgewerkte scenario’s van de mogelijke risico’s, de organisatie en communicatie ten tijde van een incident (schuilen en/of vluchten, evacuatie, inzet hulpdiensten). Het nieuwe clubgebouw zal de structurele schuil- en opvanglocatie op het nieuwe sportcomplex zijn. Gezien de ligging van het gebouw in een gifwolk- en brandaandachtsgebied zal het als zeer kwetsbaar gebouw worden voorzien van bouwkundige voorzieningen die bescherming bieden tegen de gevolgen van een gifwolk en brand. Het gebouw biedt ook voor het scenario brand zogenaamde ‘schaduwwerking’ om te schuilen. In overleg met de veiligheidsregio VGGM zal de gemeente de vluchtwegen onder de loep nemen. Vluchtuitgangen en -wegen moeten van de risicobron(nen) af zijn gericht.
Ook is aandacht voor voldoende capaciteit van aan- en afvoerwegen en een stevige ondergrond op de locatie om ontvluchting mogelijk te maken. Omgevingsmaatregelen Gemeente onderzoekt de haalbaarheid van maatregelen als een sloot of een wal als afscherming tegen de effecten van een explosie op het spoor. Voor de andere relevante scenario’s (gifwolk, brand) zijn zulke maatregelen minder effectief. Aanvullende bouwmaatregelen in een voorschriftengebied Voor de kwetsbare locatie zijn bouwmaatregelen niet aan de orde. Clubhuis met SportBSO Het clubhuis ligt in het gifwolkaandachtsgebied van het de spoorlijn Arnhem-Zevenaar waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. En in het brandaandachtsgebied van ondergrondse hogedruk aardgasleidingen. Door de BSO is het clubgebouw een zeer kwetsbare gebouw Voor een nieuw zeer kwetsbaar gebouw in een brand- of explosieaandachtsgebied is een voorschriftengebied verplicht. We volgen onderstaand de maatregelen die genomen kunnen worden ter bescherming van de personen in het nieuwe clubgebouw in geval van een calamiteit met een gevaarlijke stof. Afstand houden tot de risicobron binnen het aandachtsgebied Gezien de geprojecteerde ligging van het clubgebouw, de omvang van het plangebied en de verschuiving van het gebouw tot buiten het explosieaandachtsgebied is het niet mogelijk om een grotere afstand tot risicobronnen aan te houden.
Aanvullende risicocommunicatie Wat hierboven bij ‘sportpark’ over risicocommunicatie is opgemerkt zal ook gelden voor het nieuwe clubgebouw. Beperken van personendichtheden in de omgeving van de risicobron
Pagina 11
Omdat voor het clubgebouw (na verschuiving van het gebouw tot buiten het explosieaandachtsgebied) in feite lastig een andere locatie is te vinden is het niet mogelijk personendichtheden in de omgeving van de risicobron te beperken. Vlucht- en schuilmogelijkheden Wat hierboven bij ‘sportpark’ over vlucht- en schuilmogelijkheden is opgemerkt zal ook gelden voor het nieuwe clubgebouw. Omgevingsmaatregelen Gezien de voor het gebouw geldende scenario’s brand (ondergrondse buisleiding) en gifwolk (spoor) in combinatie met aanvullende bouweisen ligt de keus voor omgevingsmaatregelen als een wal of sloot niet voor de hand. Aanvullende bouwmaatregelen in een voorschriftengebied Het nieuwe clubgebouw is een zeer kwetsbaar gebouw. Het ligt in meerdere aandachtsgebieden. In dat geval is een voorschriftengebied voor het gebouw verplicht. De gemeente kiest niet voor gelijkwaardige maatregelen maar zal de eisen (brandaandachtsgebied) van de artikelen 4.91 tot en met 4.95 Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) aan het gebouw opleggen. Voor de ligging in het gifwolkaandachtsgebied geldt de standaard bouwkundige eis van artikel 4.124 vierde lid. Dat artikel bepaalt dat voor nieuwe gebouwen voorzieningen gelden die automatische ventilatie (aanzuiging van buitenlucht) centraal afsluitbaar maakt. Volgens artikel 5.2 Bkl moet voor deze ontwikkeling beoordeeld worden of: 1.
Er voldoende mogelijkheden zijn voor het voorkomen, beperken en bestrijden van de relevante scenario’s door de hulpdiensten (bestrijdbaarheid); 2. Er voldoende mogelijkheden zijn voor de personen in het gebouw om zich in veiligheid te brengen (zelfredzaamheid), en; 3. De mogelijkheden voor geneeskundige hulpverlening. Bestrijdbaarheid Bij een calamiteit zal de brandweer zich inzetten om de effecten ten gevolge van het incident te beperken. Deze inzet zal voornamelijk plaatsvinden dicht bij de bron. De mate van bestrijdbaarheid wordt vooral bepaald door de veiligheidsvoorzieningen en het aantal aanwezigen dicht bij de risicobron. In geval van een fakkelbrand zal de brandweer wachten met bestrijden totdat de gastoevoer is afgesloten. Zelfredzaamheid Brand Personen zijn na het ontstaan van een fakkelbrand in eerste instantie op zichzelf en anderen aangewezen. Ervan uitgaande dat de personen zich binnen bevinden, is het advies om naar buiten en van het gevaar af te vluchten. Bij voorkeur in de schaduw van gebouwen zodat vluchtende personen zo min mogelijk worden blootgesteld aan de warmtestraling van de fakkelbrand. Explosie Bij het explosie scenario is vluchten, dekking zoeken en/of binnenhuis schuilen het aan te bevelen handelingsperspectief. Dit is echter afhankelijk van de afstand tot het incident en de snelheid waarin een (dreigend) scenario zich kan ontwikkelen.
In dat geval is het handelingsperspectief om naar buiten, en van het gevaar af te vluchten. Bij voorkeur in de schaduw van gebouwen zodat vluchtende personen op het moment van de explosie dekking kunnen zoeken.
Pagina 12
Gifwolk Personen zijn na het ontstaan van een gifwolk in eerste instantie op zichzelf en anderen aangewezen. Ervan uitgaande dat de personen zich binnen bevinden, is het advies om binnen te blijven. Hierbij is het van groot belang dat ramen en deuren worden gesloten en mechanische ventilatie wordt uitgezet. Het is nodig dat personen op tijd worden gewaarschuwd, zodat zij zichzelf in veiligheid kunnen brengen. Dit gebeurt door het in werking stellen van het WAS (Waarschuwing- en Alarmeringssysteem) door de hulpdiensten en via NL-alert. In het kader van de rampenbestrijding en zelfredzaamheid adviseert de Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland Midden in het advies van 24 november 2025, kenmerk Z 202500005598 om bij de uitwerking van de plannen: •
•
• • • •
•
•
• • •
De locatie van het gebouw met sport-BSO op grote afstand van de het spoor en de aardgastransport te realiseren. Algemeen geldt hoe groter de afstand hoe groter de kans op overleven; (Technische) maatregelen te treffen om het gebouw of delen daarvan luchtdicht af te kunnen sluiten om een veilige schuilmogelijkheid te creëren ingeval van een toxische wolk; Vluchtwegen/ontsluitingsroutes in de omgeving die van de risicobron afgericht zijn; (Nood)uitgang(en) en vluchtroutes van het clubgebouw niet aan de risicobronzijde plaatsen; Glasoppervlak van het clubgebouw aan de risicobronzijde beperken; Planvorming voor de bedrijfshulpverlening van het sportgebouw met BSO om de bedrijfshulpverleners op te leiden en trainen met de scenario’s die kunnen optreden bij een ongeval met gevaarlijke stoffen op het spoor of de aardgasleiding; In overleg met de beheerder afspraken te maken bij werkzaamheden aan de aardgasleidingen over het informeren van de omgeving over de mogelijke risico’s bij (geplande) werkzaamheden.
Aanvullend zijn afspraken te maken over aanwezigheid van personen ten tijde van geplande werkzaamheden; De toekomstige gebruikers van het sportcomplex handelingsperpectieven te bieden dit verhoogt de zelfredzaamheid van de aanwezigen in het plangebied in geval van een dreigend) incident; De blusvoorzieningen in het plangebied, te optimaliseren om de relevante scenario’s te kunnen bestrijden; De bereikbaarheid en opstelplaatsen voor de hulpverleningsvoertuigen te optimaliseren; Een aanwezige AED op het sportpark die voor iedereen toegankelijk is.
Conclusie Het gaat bij dit initiatief om realisatie een kwetsbare locatie (sportvelden) en een zeer kwetsbaar gebouw (clubgebouw met BSO). Het plaatsgebonden risico van de relevante risicobronnen vormt geen belemmering voor het voorgenomen initiatief. Het nieuwe sportcomplex (velden en gebouw) ligt in meerdere aandachtsgebieden. In dit kader is het groepsrisico verantwoord. Hoewel de sportvelden in het explosieaandachtsgebied van de spoorlijn ligt, worden relatief gezien weinig gevaarlijke stoffen vervoerd, zie in bovenstaande verantwoording. Voor het nieuwe clubgebouw zal een voorschriftengebied gelden waardoor bouwvoorschriften uit het Bbl zullen worden opgelegd.
Pagina 13
Daarnaast zijn de mogelijkheden voor bestrijdbaarheid, zelfredzaamheid en geneeskundige hulpverlening voldoende onderzocht. De veiligheidsregio heeft hierover geadviseerd. De gemeente Duiven acht de externe veiligheidsrisico’s verbonden aan het initiatief voldoende laag en aanvaardbaar. Het restrisico wordt geaccepteerd.
Pagina 14
Bijlage 4. Advies VVGM
Pagina 15
Pagina 16
Pagina 17
Pagina 18
Pagina 19