2025-04-schriftelijke-vragen-cda-parkeerbeleid-openstaande-vraag-met-antwoord
Tekst van het document
SCHRIFTELIJKE VRAGEN AAN HET COLLEGE (artikel 38 RvO)
Nr.
2025-4
Datum indienen: 18 december 2025 Naam vragensteller: Dhr. Tap Vraag gericht aan: burgemeester Onderwerp: Handhaving parkeerbeleid in de wijken Waemelslant en Goltackers Het college/de burgemeester wordt verzocht de volgende openstaande vraag schriftelijk te beantwoorden: Op 6 december 2025 was er bij de BOA's die aan het handhaven waren in de wijk niets bekend over de afspraken die in de commissievergadering van 2 december 2025 waren gemaakt met de bewoners van de betreffende straten. Waarom is er pas op 11 december 2025 (mail) en niet direct op of na 2 december 2025 een opdracht vanuit de portefeuillehouder gegeven om de handhavingsacties tot nader order te staken? Ondertekening Marcel Tap, CDA
Datum beantwoording: 20 januari 2026 Antwoord college/burgemeester: Vanuit de portefeuillehouder zijn al eerder gesprekken gevoerd met betrekking tot de intensiteit van de handhaving. Dat zijn doorlopende gesprekken geweest, ook reeds in de periode vóór 2 december als daarna.
SCHRIFTELIJKE VRAGEN AAN HET COLLEGE (artikel 38 RvO) Artikel 38 Reglement van Orde - Schriftelijke vragen 1. Raadsleden dienen schriftelijke vragen aan het college of de burgemeester in bij de griffier, waarbij wordt aangegeven of er een voorkeur voor schriftelijke of mondelinge beantwoording bestaat. Schriftelijke vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. De vragen kunnen van een toelichting worden voorzien. 2. De griffier brengt de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college of de burgemeester. 3. Schriftelijke beantwoording gebeurt zo spoedig mogelijk, in ieder geval binnen 15 dagen nadat de vragen zijn ingediend. 4. Vragen die ten minste 48 uur voor aanvang van een raadsvergadering zijn ingediend worden mondeling beantwoord in de eerstvolgende raadsvergadering, tenzij het college of de burgemeester de griffier gemotiveerd in kennis stelt dat dit onmogelijk is, waarbij tevens aangegeven wordt binnen welke termijn beantwoording zal plaatsvinden. 5. Schriftelijke antwoorden van het college of de burgemeester worden door de griffier aan de raadsleden toegezonden. 6. De vragensteller kan bij schriftelijke beantwoording in de eerstvolgende raadsvergadering en bij mondelinge beantwoording in dezelfde raadsvergadering nadere inlichtingen vragen over het door het college of de burgemeester gegeven antwoord, tenzij de raad anders beslist.