20241202-rv-wijzigen verordeningen en reglement raad-bijlage 4a-Was-wordt-tabel-vo rechtspositie
Tekst van het document
Verordening op de Rechtspositie raads- en commissieleden Oude tekst Hoofdstuk 1. Algemene Bepalingen Artikel 1. Definitiebepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. commissielid: lid van een commissie als bedoeld in de artikelen 82, 83 en 84 van de Gemeentewet, dat niet tevens raadslid is of ambtenaar die als zodanig tot lid van een commissie is benoemd. b. griffier: de griffier, bedoeld in artikel 107 van de Gemeentewet. c. raadslid: lid van de gemeenteraad. d. fractieassistent: fractieassistent als bedoeld in de Verordening op de fractieassistenten, zoals deze is vastgesteld bij raadsbesluit van 21 april 2008.
Nieuwe tekst
Toelichting
Artikel 1. Definitiebepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. commissielid: lid van een commissie als bedoeld in de artikelen 82, 83 en 84 van de Gemeentewet, dat niet tevens raadslid is of ambtenaar die als zodanig tot lid van een commissie is benoemd. b. griffier: de griffier, bedoeld in artikel 107 van de Gemeentewet. c. raadslid: lid van de gemeenteraad. d. fractieassistent: fractieassistent als bedoeld in de Verordening op de fractieassistenten, zoals deze is vastgesteld bij raadsbesluit van 21 april 2008.
Ongewijzigd
Artikel 2. Aanwijzing als eindheffingsbestanddeel 1. Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in artikel 3.3.8 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. 2. Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden verder aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in deze verordening, voor zover deze worden gerekend tot een vergoeding, tegemoetkoming of verstrekking als bedoeld in artikel 31a, tweede lid, onderdelen a tot en met h, van de Wet op de Loonbelasting 1964.
Artikel 2. Aanwijzing als eindheffingsbestanddeel 1. Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in artikel 3.3.8 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. 2. Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden verder aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in deze verordening, voor zover deze worden gerekend tot een vergoeding, tegemoetkoming of verstrekking als bedoeld in
Ongewijzigd
artikel 31a, tweede lid, onderdelen a tot en met h, van de Wet op de Loonbelasting 1964.
Hoofdstuk 2
Voorzieningen voor raadsleden
Artikel 3. Vergoeding voor de werkzaamheden van raadsleden De vergoeding voor de werkzaamheden als bedoeld in artikel 3.1.1 en 3.1.6 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers wordt maandelijks uitbetaald.
Artikel 3. Vergoeding voor de werkzaamheden van raadsleden De vergoeding voor de werkzaamheden als bedoeld in artikel 3.1.1 en 3.1.6 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers wordt maandelijks uitbetaald.
Ongewijzigd
Artikel 4. Toelage raadslid onderzoekscommissie Een raadslid dat lid is van een onderzoekscommissie als bedoeld in artikel 155a, derde lid, van de Gemeentewet wordt voor de duur van de activiteiten van die commissie ten laste van de gemeente een toelage toegekend van €247,64 per maand.
Artikel 4. Toelage raadslid onderzoekscommissie Een raadslid dat lid is van een onderzoekscommissie als bedoeld in artikel 155a, derde lid, van de Gemeentewet wordt voor de duur van de activiteiten van die commissie ten laste van de gemeente een toelage toegekend van conform artikel 3.1.4 lid 1 Rechtspositiebesluit €247,64 per maand.
Het Rechtspositiebesluit is landelijke regelgeving. Zie: https://wetten.overheid.nl/BWBR0041522/202407-01 Het bedrag van de toelage staat hierin opgenomen en wordt jaarlijks aangepast. Het bedraagt op dit moment maximaal 3 x € 139,90.
Artikel 5. Reis- en verblijfkosten raadsleden voor reizen buiten de gemeente 1. Voor reizen buiten het grondgebied van de gemeente ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur als bedoeld in artikel 97 Gemeentewet worden aan een raads- of commissielid vergoed: a. de kosten voor het gebruik van openbaar vervoer; b. bij gebruik van een eigen auto het maximumbedrag dat door een werkgever aan een werknemer per afgelegde kilometer onbelast kan worden verstrekt .
Artikel 5. Reis- en verblijfkosten raads- en commissieleden 1. Voor reizen als bedoeld in artikel 3.1 van de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers en artikel 3.1.7 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers worden aan een raads- of commissielid vergoed: a. de kosten voor het gebruik van openbaar vervoer; b. bij gebruik van een eigen vervoersmiddel het maximumbedrag dat door een werkgever aan een werknemer per afgelegde kilometer onbelast kan worden verstrekt alsmede de parkeer- of stallingskosten, veerkosten en tolkosten;
De regeling is iets versobert. Buitenlandse reizen en kosten voor een tijdelijke beperking worden niet meer vergoed, dus lid 4 en 5 uit de oude regeling komen te vervallen. .
2. Voor reizen buiten het grondgebied van de gemeente, ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur, worden aan een raadslid of commissielid bij gebruik van eigen auto tevens de parkeer-, veer- en tolkosten vergoed; 3. Boetes en naheffingsaanslagen voor parkeren worden niet vergoed. 4. De gemeenteraad kan een delegatie uit de gemeenteraad toestemming verlenen voor een excursie of reis naar het buitenland, als deze door of vanwege de gemeente wordt georganiseerd. De gemeenteraad kan aan de toestemming voorwaarden verbinden. 5. Als een raadslid of commissielid een tijdelijke functionele beperking heeft, kan voor reizen als bedoeld in het eerste lid, een voor de beperking geschikte vervoersvoorziening worden vergoed of ter beschikking gesteld. 6. De noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte werkelijke verblijfkosten die een raadslid of commissielid maakt in verband met reizen buiten het grondgebied ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur worden ten laste van de gemeente vergoed.
2. Boetes en naheffingsaanslagen voor parkeren worden niet vergoed. 3. Als een raadslid of commissielid een functionele beperking heeft, kan incidenteel een voor de beperking geschikte vervoersvoorziening worden vergoed of ter beschikking worden gesteld. 4. De gemeenteraad kan een delegatie uit de gemeenteraad toestemming verlenen voor een excursie of reis naar het buitenland, als deze door of vanwege de gemeente wordt georganiseerd. De gemeenteraad kan aan de toestemming voorwaarden verbinden. 5. Als een raadslid of commissielid een tijdelijke functionele beperking heeft, kan voor reizen als bedoeld in het eerste lid, een voor de beperking geschikte vervoersvoorziening worden vergoed of ter beschikking gesteld. 6. (4.) De noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte werkelijke verblijfkosten die een raadslid of commissielid maakt in verband met reizen, gemaakt voor de uitoefening van de functie, worden ten laste van de gemeente vergoed.
Artikel 6. Verzekering raadsleden voor arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden 1. Een raadslid wordt eenmaal per jaar een bedrag toegekend ter hoogte van het bedrag van de vergoeding voor de werkzaamheden voor één maand, bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, waarmee het raadslid voorzieningen
Artikel 6. Verzekering raadsleden voor arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden 1. Een raadslid wordt eenmaal per jaar een bedrag toegekend ter hoogte van het bedrag van de vergoeding voor de werkzaamheden voor één maand, bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, waarmee het raadslid voorzieningen
Dit is een facultatieve regeling.
kan treffen ter zake van arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op een raadslid dat is benoemd in een plaats die is opengevallen als gevolg van tijdelijk ontslag van een raadslid wegens zwangerschap en bevalling of ziekte, op grond van artikel X12 van de Kieswet.
kan treffen ter zake van arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op een raadslid dat is benoemd in een plaats die is opengevallen als gevolg van tijdelijk ontslag van een raadslid wegens zwangerschap en bevalling of ziekte, op grond van artikel X12 van de Kieswet.
Artikel 7. Scholing De kosten voor cursussen, congressen, seminars en symposia die in het gemeentelijk belang door of namens de gemeente worden aangeboden of verzorgd komen voor rekening van de gemeente. Artikel 8. Informatie- en communicatievoorzieningen raadsleden 1. Een raads- of commissielid tekent een bruikleenovereenkomst wanneer hem ten laste van de gemeente voor de duur van de uitoefening van zijn functie informatie- en communicatievoorzieningen ter beschikking worden gesteld bedoeld in artikel 3.3.2 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast. 2. Een raads- of commissielid levert na beëindiging van zijn functie de ter beschikking gestelde informatieen communicatievoorzieningen in bij de gemeente.
Vervallen, dit spreekt voor zich.
Artikel 7. Informatie- en communicatievoorzieningen raads- en commissieleden 1. Een raads- of commissielid tekent een bruikleenovereenkomst wanneer hem ten laste van de gemeente voor de duur van de uitoefening van zijn functie informatie- en communicatievoorzieningen ter beschikking worden gesteld bedoeld in artikel 3.3.2 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast. 2. Een raads- of commissielid levert na beëindiging van zijn functie de ter beschikking gestelde informatie- en communicatievoorzieningen in bij de gemeente. Overname van de informatie- en communicatievoorzieningen na schoning is mogelijk tegen vergoeding van de resterende waarde van de voorzieningen in het economisch verkeer.
Overname was eerst juist verboden, maar is nu toch weer mogelijk gemaakt.
Hoofdstuk 3
Voorzieningen voor leden van een commissie ingesteld op grond van artikel 82,8 3 of 84 van de Gemeentewet
Artikel 9. Vergoeding commissieleden 1. Aan commissieleden wordt een vergoeding voor het bijwonen van de vergaderingen van een commissie toegekend die gelijk is aan het voor de van toepassing zijnde inwonersklasse vastgestelde bedrag in artikel 3.4.1, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. 2. In afwijking van het eerste lid ontvangt geen vergoeding degene die zitting heeft in een commissie uit hoofde van dan wel als rechtstreeks uitvloeisel van een functie bij een instelling die grotendeels van overheidswege wordt gesubsidieerd; 3. Geen vergoeding ontvangt diegene die zitting (als lid of voorzitter) heeft in een commissie: a. als raadslid of wethouder; b. in zijn hoedanigheid als medewerker van de gemeente.
Artikel 10. Betaling vaste vergoedingen De betaling van de vergoeding van commissieleden, bedoeld in artikel 3.4.1 het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers vindt maandelijks plaats, waarbij wordt uitgegaan van een vaste vergoeding per maand, gebaseerd op een gemiddeld aantal zittingen van 8 per jaar. Deze vaste maandelijkse vergoeding
Vervallen, dit staat in het rechtspositiebesluit.
Artikel 8. Betaling vaste vergoedingen Tenzij het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers of de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers anders bepalen, vindt de betaling van de vergoeding van commissieleden, bedoeld in artikel 3.4.1 het Rechtspositiebesluit decentrale politieke
In september 2024 is een circulaire verschenen die expliciet benoemd dat de werkwijze die wij nu hanteren, met een vast vergoeding per maand, niet is toegestaan, daarom is dit artikel aangepast.
bedraagt 67% van het bedrag vermeld in artikel 3.4.1, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.
ambtsdragers maandelijks plaats met inachtneming van een vergoeding per bijgewoonde vergadering.
Artikel 11. Verhoging vergoeding commissieleden i.v.m. bijzondere deskundigheid of zwaarte taak 1. De raad kan aan een commissielid een vergoeding toekennen overeenkomstig artikel 3.4.1, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers als: a. het commissielid op grond van zijn bijzondere beroepsmatige deskundigheid op het taakgebied van de commissie is aangetrokken en/of b. het commissielid een vergoeding ontvangt die niet geacht kan worden in een redelijke verhouding te staan tot de zwaarte van zijn taak en/of de omvang van de door hem te verrichten arbeid. 2. De raad stelt de vergoeding voor de leden van de rekenkamercommissie vast.
Artikel 9. Verhoging vergoeding commissieleden i.v.m. bijzondere deskundigheid of zwaarte taak De raad kan aan een commissielid een vergoeding toekennen overeenkomstig artikel 3.4.1, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers als: a. het commissielid op grond van zijn bijzondere beroepsmatige deskundigheid op het taakgebied van de commissie is aangetrokken en/of b. het commissielid een vergoeding ontvangt die niet geacht kan worden in een redelijke verhouding te staan tot de zwaarte van zijn taak en/of de omvang van de door hem te verrichten arbeid. 2. De raad stelt de vergoeding voor de leden van de rekenkamercommissie vast.
Westervoort heeft geen rekenkamercommissie.
Artikel 12 Overeenkomstige toepassing Het bepaalde in artikel 5 (Reiskosten), artikel 7 (Scholing) en artikel 8 (informatie en communicatievoorzieningen) van deze verordening van deze verordening is van overeenkomstige toepassing op raadscommissieleden, niet zijnde raadsleden.
Artikel 10 Voorzieningen commissieleden Het bepaalde in artikel 5 (Reiskosten), artikel 7 (Scholing) en artikel 8 (informatie en communicatievoorzieningen) van deze verordening van deze verordening is van overeenkomstige toepassing op raadscommissieleden, niet zijnde raadsleden.
Het artikel over scholing is vervallen.
Hoofdstuk 4
Vergoedingen voor fractieassistenten
Artikel 13 Overeenkomstige toepassing Het bepaalde in artikel 5 (Reiskosten), artikel 7 (Scholing) en artikel 8 (informatie en communicatievoorzieningen) van deze verordening van deze verordening is van overeenkomstige toepassing op fractieassistenten.
Hoofdstuk 5
Artikel 11 Voorzieningen fractieassistenten Het bepaalde in artikel 5 (Reiskosten), artikel 7 (Scholing) en artikel 8 (informatie en communicatievoorzieningen) van deze verordening van deze verordening is van overeenkomstige toepassing op fractieassistenten.
Het artikel over scholing is vervallen. De regeling voor fractieassistenten is facultatief.
Artikel 12. Rechtstreekse facturering bij de gemeente 1. Tenzij het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers of de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers anders bepalen, vindt de betaling van kosten die op grond van deze verordening voor vergoeding of tegemoetkoming in aanmerking komen plaats door: a. betaling uit gemeentelijke middelen, op basis van een rechtstreeks aan de gemeente toegezonden factuur, b. betaling vooruit uit eigen middelen of 2. Een aanvraag om een vergoeding van de onkosten als bedoeld in dit artikel gaat vergezeld van een declaratieformulier en bewijsstukken. Een aanvraag om een vergoeding van de onkosten als bedoeld in dit artikel gaat vergezeld van een declaratieformulier en bewijsstukken. Het vereiste om bewijsstukken te overleggen geldt niet wanneer de vergoeding een forfaitair bedrag betreft. 3. Het declaratieformulier en de bewijsstukken worden binnen 30 dagen na factuurdatum of betaling door raads- of commissieleden ingediend bij de griffier.
Conform Circulaire Introductie bij gemeenten van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers (Stcrt. 7 december 2018, 68918) p.8. aangepast.
Overige bepalingen
Artikel 14. Rechtstreekse facturering bij de gemeente 1. Tenzij het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers of de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers anders bepalen, vindt de betaling van kosten die op grond van deze verordening voor vergoeding of tegemoetkoming in aanmerking komen plaats door: a. betaling uit gemeentelijke middelen, op basis van een rechtstreeks aan de gemeente toegezonden factuur, b. betaling vooruit uit eigen middelen of 2. Een aanvraag om een vergoeding van de onkosten als bedoeld in dit artikel gaat vergezeld van een declaratieformulier en bewijsstukken. 3. Het declaratieformulier en de bewijsstukken worden binnen 30 dagen na factuurdatum of betaling door raads- of commissieleden ingediend bij de griffier. 4. Voor zover van toepassing draagt de gemeente er zorg voor dat de betaling aan raads- of commissieleden binnen 30 dagen na het indienen van de aanvraag wordt overgemaakt.
4.
Voor zover van toepassing draagt de gemeente er zorg voor dat de betaling aan raads- of commissieleden binnen 30 dagen na het indienen van de aanvraag wordt overgemaakt.
Artikel 15. Intrekking oude verordening De Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden gemeente Westervoort 2014 wordt ingetrokken.
Artikel 13. Intrekking oude verordening De Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden gemeente Westervoort 2019 wordt ingetrokken.
Datum aangepast
Artikel 16. Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking met ingang van 9 december 2019 en werkt terug tot en met 1 januari 2019 met uitzondering van artikel 9. Artikel 9 van deze verordening treedt in werking op 1 januari 2020.
Artikel 14. Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2025.
Datum aangepast
Artikel 17. Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening rechtspositie raads- en commissieleden gemeente Westervoort 2019.
Artikel 15. Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening rechtspositie raads- en commissieleden gemeente Westervoort 2025.
Datum aangepast