20240930-rv-vvgb-de-wyborg-bijlage-9-quick-scan-flora-en-fauna-a
Tekst van het document
# Laneco Landschaps & Ecologisch Advies
gemeente
-
Westervoort Ontvangstdatum
:
Documentnummer:
27-11-2023 52023-00006273
Quick scan flora en fauna
De Wyborgh (Blok A) te Westervoort
In opdracht van:
Nieuw
Holland Vastgoed 21
maart
2023
Colofon
© 2023 Laneco / Nieuw Holland Vastgoed
(geanonimiseerd) Bsc. Tekst en samenstelling: N
Tweede lezer:
(geanonimiseerd) sc. e
Eindverantwoordelijk:
(geanonimiseerd)
Projectnummer:
185.23.01
In opdracht van:
(geanonimiseerd) )dreesiminonaeg( n
Wijze van citeren:
Groot, R. (2023). Quick scan flora en fauna De Wyborgh
(Blok A) te Westervoort.
Laneco,
Ede.
7“ NGB
Laneco is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus, brancheorganisatie voor kwaliteitsbevordering en belangenbehartiging van ecologisch advies en onderzoek.
Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd, gewijzigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van scanning, internet, druk, fotokopie, microfim of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke
toestemming
van de opdrachtgever hierboven
toestemming
worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het i vervaardigd.
Laneco is niet aansprakelijk voor gevolgschade,
resultaten
van werkzaamheden
voor aanspraken
aangegeven
alsmede
of andere gegevens
en Laneco.
Noch
voor schade welke
verkregen van Laneco.
van derden in verband met deze toepassing.
mag
het zonder een
dergelijke
voortvloeit uit toepassingen
van de
De opdrachtgever vrijwaart Laneco
INHOUD
1
INLEIDING 11
AANLEIDING.
1.2
2
…
_ GEBIEDSBESCHRIJVING
EN BEOOGDE
INGREPEN
…
TOETSING..
8
2.1
_
2.2
_ NATUURNETWERK
ONDERZOEKSMETHODIEK..
8
NEDERLAND
8
2.3
_ WET NATUURBESCHERMING
— ONDERDEEL GEBIEDSBESCHERMING
2.4
_
— ONDERDEEL
HOUTOPSTANDEN.
2.5
_ WET
— ONDERDEEL
SOORTENBESCHERMING
3
WET NATUURBESCHERMING NATUURBESCHERMING
CONCLUSIE. 31
NATUURNETWERK
32
WET
NATUURBESCHERMING
—
33
WET
NATUURBESCHERMING
— ONDERDEEL
34
WET NATUURBESCHERMING
35
CONSEQUENTIES..
36
AANBEVELINGEN .
NEDERLAND
… ONDERDEEL
GEBIEDSBESCHERMING HOUTOPSTANDEN
— ONDERDEEL SOORTENBESCHERMING
BIJLAGE1
_
WETTELIJK
KADER..
BIJLAGE2
_
LITERATUURLIJST..
1
INLEIDING
1.1
AANLEIDING
Aan het Dorpsplein te Westervoort bevindt zich winkelcentrum De Wyborgh, uit
meerdere
winkelcentrum
gebouwen
(blokken).
te herinrichten.
als blok A, wordt de bestaande
In een
Men
is
deel van
bebouwing
voornemens
grote
delen
het winkelcentrum,
hierna
uitgebreid.
Deze
bestaande van
het
aangeduid
quick scan flora en fauna
behanded alleen dit gedeelte van het winkelcentrum als plangebied. Voor een overzicht zie afbeelding 1. Laneco
heeft de beoogde
ingreep,
i.e. het uitbreiden van blok A, getoetst aan de Wet
natuurbescherming en een quick scan flora en fauna uitgevoerd. In deze quick scan zijn de
geschiktheid
verwachte
van
effecten
de op
(ruimtelijk ecologisch),
habitat deze
voor
soorten
beschikbare
beschermde beoordeeld
plantenop
soortgegevens
basis
en een
en van
diersoorten een
en
de
gebiedsanalyse
eenmalige veldverkenning.
Dit resulteert in conclusies en aanbevelingen.
Afbeelding 1. Globaal overzicht van het plangebied (rood omkaderd) aan het Dorpsplein in Westervoort (ondergrond:
LANEcO
Google Earth, 2023).
adviesbureau
voor
Quick scan flora en fauna De Wyborgh
landschap
en ecologie
(Blok A) te Westervoort
®laneco s
1.2
GEBIEDSBESCHRIJVING
Het winkelcentrum,
waarvan
(gemeente
Westervoort,
zuiden
circa
en
EN
2
BEOOGDE
het plangebied onderdeel
provincie
kilometer stad
INGREPEN
noordwesten
van
de
gedomineerd
door
agrarische
is, ligt in de plaats Westervoort
Gelderland).
Westervoort
ligt circa
oosten
Arnhem,
circa
ten
Duiven.
De
van
ruime
en
omgeving
landbouwgronden.
Verder
700 2
meter
ten
kilometer
ten
rondom
Westervoort
takt circa
16
wordt
kilometer
ten
westen van Westervoort de IJssel van de Nederrijn af, waardoor Westervoort ten westen wordt
omsloten
uiterwaarden
door
de
de
IJssel.
van
uiterwaarden
Het winkelcentrum
ligt aan
van
en
Westervoort
het Dorpsplein wordt
appartementencomplexen. treinstation
van
parkachtige
groenstructuur
winkelcentrum
de
Nederrijn
binnen
omgeven
100
meter
en
het
bijbehorende
met
bomenrijen.
enkele sportvelden,
bevindt
zich
het
het
ligt een
Circa
500
noordzijde
verharde parkeerplaats,
in het centrum
noordoosten
aan
de
de
spoor.
ten
Het
grenst
kom,
door
en
bos en open graslanden.
zelf
noorden
door Langs meter
het park ‘Bult van
winkelcentrum) met daarachter een verhard
ten
woonhuizen
Ambacht' met groenstructuren, plangebied
en
de bebouwde
voornamelijk
Circa
Westervoort liggen
van
aan
ten
spoor oosten
van
het
Putman’ en het bos 'Het
bebouwing
(van
hetzelfde
plein, ten oosten door een onoverdekte en
ten zuiden door de geasfalteerde straat het Dorpsplein
en ten
westen door de met klinkers bestraatte Kerkstraat begrenst. De bebouwing ten noorden van
het plangebied
omvat
woningen
boven
de begane
hoog. Hier zijn echter geen werkzaamheden als muren en spouwen niet aangetast.
grond
en is drie verdiepingen
gepland en worden
uitwendige elementen
Dit deel van het complex wordt tijdens deze quick
scan flora en fauna dan ook niet beschouwt als plangebied. Het
plangebied
winkels
bestaat
als woningen
uit
het grootste
gevestigd
zijn.
deel
De
van
het
bebouwing
winkelcomplex, in
het
grootste deel slechts één verdieping hoog. Uitzondering
waarin
plangebied
zowel
is voor
het
hierop zijn een wooncomplex
van vier verdiepingen hoog in de zuidwesthoek van het plangebied, een centraal gelegen supermarkt die twee verdiepingen
hoog is, en een aantal winkels aan de westzijde die
met hun schuine daken twee verdiepingen
hoog zijn.
De muren aan de oost en zuidzijde van de bebouwing in het plangebied zijn opgetrokken uit bakstenen alhoewel
op veel
wooncomplex de muren
en hebben een spouw. plekken
Open stootvoegen
deze stootvoegen
zijn voorzien
aan de zuidwestzijde van het plangebied
met houten
latten zijn afgewerkt,
bieden toegang van
tot de spouw,
stootvoegroosters.
Het
heeft een trappenhuis waarvan
Ook aan de westzijde van het plangebied
is een stuk van de bebouwing opgetrokken uit met houten latten afgewerkte muren. platte en schuine delen van de daken zijn met bitumen
De
bedekt.
Voor een indruk van het plangebied zie afbeelding 2.
LANECO
Quick scan flora en fauna De Wyborgh
adviesbureau
(Blok A) te Westervoort
voor
landschap
en ecologie
5
& ogsc
Ai
Afbeelding 2. Impressie van het plangebied (van boven naar onder: oostzijde, zuidzijde, westzijde) (foto's: Laneco, 2023).
LANEcO
6
adviesbureau
voor
Quick scan flora en fauna De Wyborgh
landschap
en ecologie
(Blok A) te Westervoort
®laneco s & ogsc
De geplande
werkzaamheden
bestaan
blok A. Voor het oostelijke deel van
uit de herontwikkeling
het plangebied
woningen bovenop de begane grond gepland.
van
het plangebied,
i.e.
staat de realisatie van een aantal
Hier bevinden zich ook een viertal bomen
(cultivar) en een heg; of deze in de nieuwe situatie behouden blijven is nog niet bekend. Voor
het oostelijk deel
parkeerplaatsen
en
van
de zuidzijde
bergingen
gepland.
nieuw te realiseren parkeerplaatsen
staat op de Ook
begane
hier is bovenop
grond
de realisatie
de begane
grond
van
en de
en bergingen de realisatie van woningen gepland.
Voor het westelijk deel is de realisatie van woningen gepland op zowel de begane grond (aanpassing bestaande bebouwing) als op de eerste verdieping (nieuwbouw). Daarnaast is een
kleine
uitbreiding
van
de
overzicht van de werkzaamheden
begane
grond
aan
de
noordoostzijde
gepland.
Een
is te vinden in afbeelding 3.
Werkzaamheden
Per
blok
Supermarkt uitbreiding op de 86
Alleen interne herindeling
Kleine uitbreiding detailhandel in rooilijn Detailhandel op 8G Woningen op de verdiepingen toevoegen
a
Wonen op 86 en op de verdiepingen toevoegen Pp en bergingen 8G ‚en woningen op de
=
verdiepingen
OS
Tranana
Afbeelding 3. Globaal overzicht van de werkzaamheden in het plangebied (blok A) (Nieuw Holland Vastgoed,
2023).
LANECO
Quick scan flora en fauna De Wyborgh
adviesbureau
(Blok A) te Westervoort
voor landschap
en ecologie
7
Ai
2
TOETSING
21
ONDERZOEKSMETHODIEK
Via de
Nationale
Databank
worden
verkregen
van
Flora en
Fauna
de beschikbaarheid
(NDFF
2013
t/m
2023)
van soortengegevens.
kan
De
een
indicatie
gegevens
geven
echter alleen een indicatie. Daarom zijn ook andere verspreidingsbronnen geraadpleegd (zie
Iiteratuurlijst
in
bijlage
2).
De
meeste
gegevens
betreffen
relatief
globale
verspreidingsgegevens. De aanwezigheid van soorten in een gebied is bepaald bij een reikwijdte van 5 kilometer rondom
het plangebied
wordt gerefereerd, Op
25 januari
verkend.
biotopen
ter
hebben Doel
plaatse
soortgroepen
10 jaar. Wanneer
naar de directe omgeving
betreft het een straal van circa 100 meter rondom het plangebied.
2023
omgeving
in de afgelopen
twee
ecologen
het
veldbezoek
van
en
de
te beoordelen.
van
geschiktheid
Laneco was
van
Dit veldbezoek
het plangebied
om de
een
indruk
habitat
voor
heeft nadrukkelijk
volledige veldinventarisatie en geeft slechts een
globaal
en de directe
te krijgen de
van
de
verschillende
niet de status van een
beeld van aanwezige soorten
en habitats op basis van een momentopname.
22
NATUURNETWERK
Het plangebied
NEDERLAND
ligt niet binnen
begrenzing
Door de geplande werkzaamheden afstand
van
het plangebied
meter (Atlas Leefomgeving, externe en
Nederland
(NNN).
gaat geen oppervlakte aan NNN-gebied verloren. De NNN-gebieden
2023), zoals weergegeven
elementen
niet te verwachten.
het Natuurnetwerk
tot de dichtstbijzijnde
niet van toepassing.
de tussenliggende
gebieden
LANECO
werking
van
Gezien
(bebouwing,
bedraagt
circa
500
in afbeelding 3. Op het NNN
de huidige situatie, aard e.d.) zijn
negatieve
van
effecten
is
de ingreep op
NNN-
Een nadere toetsing is in dit kader dan ook niet nodig.
adviesbureau
voor
Quick scan flora en fauna De Wyborgh
landschap
en ecologie
(Blok A) te Westervoort
®Laneco da & g
ssgl
-
m
«
m
4@% % Vredenburg
HetAmbacht
R
‚ Westervoon.
}‘‚ JE.
Leigraaf
ij
Afbeelding 4. Globale locatie van het plangebied (blauwe omtrek) ten opzichte van het Natuurnetwerk Nederland (groene vlakken) (Atlas Leefomgeving, 2023).
2.2.1
Overige beleidskaders Het
dichtstbijzijnde
plangebied.
weidevogelgebied
De voorgenomen
ligt
op
werkzaamheden
circa
1,7
kilometer
afstand
van
het
zijn locatie specifiek, waardoor er geen
oppervlakte van dit weidevogelgebied
verloren gaat. Er zijn geen andere beleidskaders
uit het
de
Natuurbeheerplan
plangebied
(NBP)
(Provincie Gelderland,
van
provincie
Gelderland
van
2023). Voor de voorgenomen
toepassing
ontwikkeling
in het
zijn er in
het kader van het NBP dan ook geen consequenties te verwachten.
LANECO
Quick scan flora en fauna De Wyborgh
adviesbureau
(Blok A) te Westervoort
voor landschap
en ecologie
9
e
2.3
WET
NATUURBESCHERMING
Het plangebied gebied
- ONDERDEEL
ligt op circa 600
Rijntakken”
GEBIEDSBESCHERMING
meter afstand
(Natura2000,
2023;
zie
van
het dichtstbijzijnde
afbeelding
5).
Door
Natura
de
2000-
voorgenomen
ingreep gaat geen Natura 2000-gebied verloren. Effecten op het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied menselijke
door
externe
aanwezigheid
elementen op voorhand
invloeden
van
de
trilling,
zijn
gezien
en
werkzaamheden, de
afstand
zoals
en
de
geluid,
licht,
tussenliggende
uitgesloten.
u
°
Beekenoord Centrum De Weem
Het
Ambacht
Westervoort
Vredenburg Leigraaf Pals
Lange Maat
Afbeelding
5.
Het
plangebied
(zwarte
stip)
ten
opzichte
van
Natura2000-gebieden
(groene vlakken) (Natura2000, 2023). Tijdens de aanleg- en gebruikersfase van de toekomstige
inrichting wordt mogelijk de
maximale stikstofdepositie van 0,00 mol/ha/jaar op nabijgelegen Natura 2000-gebieden overschreden.
Een
stikstofberekening
stikstofemissie als gevolg van 2000-gebieden.
De
berekening
is noodzakelijk
om
de ruimtelijke ontwikkeling wordt
uitgevoerd
inzicht
te geven
over
de
en de depositie op Natura
middels
de
AERIUS
Calculator
en
maakt geen onderdeel uit van deze quick scan flora en fauna. Als sprake of
is van een toename
leefgebieden
van
soorten,
aan stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen dan
moet
nader
onderzoek
middels
een
voortoets
stikstofdepositie uitwijzen of er sprake is van significant negatieve effecten.
LANEcO
10
adviesbureau
voor
Quick scan flora en fauna De Wyborgh
landschap
en ecologie
(Blok A) te Westervoort
®laneco s
2.4
WET
NATUURBESCHERMING
- ONDERDEEL
HOUTOPSTANDEN
Het plangebied
ligt binnen de grenzen van de bebouwde
bomen
bestaat
nog
binnen
de
onduidelijkheid
bebouwde
houtopstanden
van
boswet.
Over een viertal
of deze
worden
gekapt
of niet.
Door
en
beperkte
aantal
bomen
is het onderdeel
kom
boswet
Wet
natuurbescherming
de
kom
het
niet van
toepassing
de
ligging
als deze
bomen
gekapt dienen te worden.
2.5
WET
NATUURBESCHERMING
- ONDERDEEL
In het kader van de Wet natuurbescherming of er sprake
is van
negatieve
leefgebied van beschermde 2.5.1
effecten
SOORTENBESCHERMING
onderdeel
soorten moet worden
op (potentiële)
verblijfplaatsen
getoetst
of (potentieel)
planten en dieren.
Vaatplanten
Het plangebied ruimtes
voor
is volledig verhard vegetatie
en bebouwd,
ontbreken.
Ook
de
waardoor in het plangebied
directe
omgeving
van
het
geschikte
plangebied
is
grotendeels verhard. De enige aanwezige vegetatie in de vorm van heggen en gesnoeide
2.5.2
bomen
duidt
mensen
beïnvloed
op
een
sterk
is en
gecultiveerde
regelmatig
zijn over het algemeen
gebonden
schrale
of
(graan)akkers groeien
bovendien
onderhevig
zijn
zware
aan
soorten
vaatplanten
worden
niet verwacht.
Grondgebonden
voedselrijke wordt.
groeilocatie
Beschermde
bijzondere
is uitgesloten
in
van
mensen.
en
negatieve
Beschermde
voedselarme De
door
door
van
de
op
soorten
gebieden
aanwezigheid
effecten
sterk
vaatplanten
in natuurgebieden,
groeiplaatsen.
voornamelijk
invloed
die
soorten
aan specifieke standplaatsen
andere
vaatplanten
en
beheerd
die
niet
beschermde
beoogde
ingreep
zoogdieren
Om een goed beeld te krijgen van de te verwachten soorten grondgebonden zoogdieren directe
omgeving
van
geraadpleegd:
in
de
Nationale
Databank
en
van de Nederlandse zoogdieren
binnen
het
plangebied
Flora en Fauna
zijn
(NDFF,
de
2013
volgende
t/m
bronnen
2023a)
en Atlas
verschillende
nationaal
(Broekhuizen et al., 2016).
Nationaal beschermde soorten met provinciale vrijstelling In
en
in
de
beschermde (Lepus
directe
omgeving
zoogdiersoorten
europaeus),
konijn
van
het
voorkomen, (Oryctolagus
plangebied zoals
(Erinaceus
ree
soorten muizen
(Capreolus
europaeus),
haas
capreolus),
vos
en spitsmuizen.
Voor deze
geldt in het kader van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling
provinciale vrijstelling voor het aantasten zorgplicht in acht wordt genomen
van vaste rust- en verblijfplaatsen,
een
mits de
(zie bijlage 1).
LANECO
Quick scan flora en fauna De Wyborgh
de egel
cuniculus),
(Vulpes vulpes) en algemeen voorkomende soorten/soortgroepen
kunnen
adviesbureau
(Blok A) te Westervoort
voor landschap
en ecologie
1
& ogsc
Ai
Niet-vrijgestelde nationale en Europees beschermde soorten Van
de
niet-vrijgestelde
bovengenoemde bekend
van
bronnen
nationaal
beschermde
uit de ruime
omgeving
zoogdiersoorten
van
het plangebied
is
volgens
het voorkomen
bever
(Castor
fiber),
boommarter
(Martes
martes),
bunzing
(Mustela
putorius),
damhert
(Dama
dama),
das
meles),
edelhert
(Cervus
elaphus),
eekhoorn
(Sciurus
vulgaris),
(Meles
hermelijn
(Mustela
erminea),
(Neomys
fodiens), wezel (Mustela nivalis),
steenmarter (Martes foina), waterspitsmuis
otter
(Lutra
lutra),
wild zwijn (Sus scrofa) en wolf (Canis lupus). Bever, boommarter, damhert, das, eekhoorn, edelhert, kleine marterachtigen (bunzing, hermelijn
en
voorkomen
wezel),
otter,
in en
afhankelijk
leefgebied
voor
deze,
natuurlijke
watergangen
vegetatierijke oevers kleinschalige
waterspitsmuis zijn van
en
wolf
specifieke
grotendeels
mensenschuwe
(met
en
in 0.a.
schoon
met
soorten
en
die
en
soorten
voornamelijk
habitats.
omvat
niet te voedselrijk
moerasgebieden
landschappen
zijn
landschappen
water
Geschikt
0.a.
en
bossen,
structuur-
en
langs
beken,
rivieren
en
meren)
en
landschapselementen
zoals
bosjes,
houtwallen
en
struwelen als schuilmogelijkheid. Het
plangebied
ligt in de bebouwde
kom
en
het centrum
van
Westervoort.
Door
de
ligging en door de functie als winkelcentrum zijn het plangebied en de directe omgeving sterk door mensen en
verhard
en
verstoord en beïnvloedt. Verder is het plangebied volledig bebouwd wordt
aan
alle
parkeerplaatsen
en
staan
niet in verbinding
solitair en
bebouwing
kanten
omgeven.
veldbezoek zijn in deze bomen directe
omgeving
van
het
De
met
geen
door
infrastructuur,
bomen
andere
natuurlijke
geschikt
leefgebied.
Hierdoor
is het plangebied
soorten
ongeschikt.
Bovendien
zijn voor damhert,
nulstandbeleid.
op
marterachtigen
(bunzing,
bever,
naast
het
of bosstructuren.
verharde plangebied Tijdens
watergangen,
als leefgebied
bossen
voor
en
het in de
ander
bovengenoemde
edelhert en wild zwijn leefgebieden
hierbuiten, dus ook in het plangebied, geldt officieel een
Samenvattend
werkzaamheden
hagen
en
nesten of holtes vastgesteld. Ook ontbreken
plangebied
aangewezen, zoals de Veluwe;
en
groen-
open
ziijn
negatieve
effecten
boommarter,
damhert,
das,
hermelijn
wezel),
otter,
en
door
de
eekhoorn,
geplande
edelhert,
waterspitsmuis
kleine
en
wolf
uitgesloten. Steenmarter
is een
aangetroffen in
het
12
die op
plangebied in
bebouwing
de
de zijn
vorm
kan
die
onder
van het plangebied zijn tijdens het veldbezoek geen
toegangsmogelijkheden
LANECO
menselijke
soort
omgeving bebouwing
in
gebouwbewonende
kom
of prooiresten
en
typisch
bebouwde
aanwezigheid ook van
voorkomen. van
geen
of in
binnen de
de
directe
latrines, vettige sporen
steenmarter
voor
openingen
andere In
duiden.
steenmarter
groter
dan
5
In de
geschikte centimeter
geconstateerd.
De aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen van steenmarter in
het plangebied
kan
werkzaamheden
op deze soort.
worden
uitgesloten,
evenals
negatieve
effecten
adviesbureau
voor
Quick scan flora en fauna De Wyborgh
door de geplande
landschap
en ecologie
(Blok A) te Westervoort
®laneco s
Conclusie
Op
basis
van
de
veldverkenning
zijn
zoogdieren
binnen
grondgebonden Van
de
en
negatieve
beschermde
het
ingrepen
effecten
plangebied
zoogdieren
algemeen
ruimtelijke
verspreidingsgegevens op
biotoopinschattingen
uitgesloten.
Nader
soorten
onderzoek
tijdens
de
grondgebonden naar
beschermde
is niet noodzakelijk.
voorkomende
zoogdiersoorten
op basis
een
van
provinciale
mogen
de
verblijfplaatsen
vrijstelling worden
bij
aangetast.
Wel
in de directe omgeving
van
geldt altijd de Zorgplicht. 2.5.3
Vleermuizen
Om
inzicht te krijgen in de aanwezige soorten vleermuizen
en binnen het plangebied zijn de volgende Flora
en
Fauna
(Broekhuizen
(NDFF,
2013
t/m
bronnen geraadpleegd:
2023a),
Atlas
van
Nationale Databank
de
Nederlandse
zoogdieren
et al., 2016), en de Atlas van de Nederlandse
vleermuizen
(Limpens et
al., 1997). Vleermuizen
zijn vliegende
zoogdieren
die aan
de hand
van
echolocatie
hun
positie
bepalen. Deze nachtdieren verblijven overdag
in besloten ruimtes. Vleermuizen worden
globaal
onderverdeeld
soorten
zijn ook
soorten
maken
in gebouwbewonende
die van
beide
elementen
in de zomer- en winterverblijfplaatsen
aantal soorten overwintert in bunkers, soorten die ’s zomers in boomholten het gehele jaar n gebouwen of bomen
en boombewonende
gebruik
maken.
Ook
soorten.
Er
is er onderscheid
te
van de verschillende soorten.
grotten en kelders.
Een groot
Dit geldt ook voor sommige
verblijven. Andere soorten vleermuizen verblijven
(spouwmuren,
achter gevelbetimmeringen
en dergelijke)
(in holten of achter de bast).
Vanaf begin april komen vleermuizen tevoorschijn uit hun winterverblijven. Afhankelijk van het weer verschijnt de ene soort wat later dan de andere. Van half mei tot half vormen
de
vleermuizen
grootgebracht.
De
paarseizoen,
vanaf
Sommige andere
soorten
kraamkolonies
mannetjes half
waarin
verblijven
augustus
vleermuizen
tot
soorten
nooit
ver
paren
in deze
vliegen
de apart
jongen in
worden
kleinere
september,
vallen
uit hun
voortplantingsgebied
tussen
zomer-
periode.
en
de
geboren
groepen.
dan
trekken
vleermuissoorten
dan
kraamkolonies
winterverblijf.
Vanaf oktober gaan
In
juli en het
uiteen.
weg,
terwijl
De
meeste
de verschillende soorten
in winterslaap, waarbij de ene soort zich eerder terugtrekt in zijn winterverblijf dan de andere.
De
soorten
maken
vaak
jarenlang
gebruik
van
vaste
aanvliegroutes
tussen
verblijfplaatsen en foerageergebied en volgen daarbij lijnelementen zoals bomenrijen of bebouwing.
Het
instandhouding
behoud
van
van
leefgebied.
het
zulke
lijnelementen Alle
kan
daarom
vleermuissoorten,
hun
cruciaal
zijn voor
de
verblijfplaatsen
en
belangrijke onderdelen van het leefgebied zijn beschermd in de Wet natuurbescherming (artikel 3.5 en 3.6 van deze wet en bijlage IV van de Habitatrichtlijn).
LANECO
Quick scan flora en fauna De Wyborgh
adviesbureau
(Blok A) te Westervoort
voor landschap
en ecologie
13
& ogsc
Ai
Volgens de verspreidingsgegevens uit bovengenoemde van
het
bronnen
plangebied
verschillende
soorten
vleermuizen
(Myotis mystacinus),
bosvleermuis
(Nyctalus
leisleri),
gewone
kleine
serotinus),
meervleermuis
dwergvleermuis
dwergvleermuis
murinus), deze
komen
in de omgeving
zoals
baardvleermuis
franjestaart
dwergvleermuis (PipistrelIus pipistrellus), gewone
auritus), ruige
voor
(Myotis
nattereri),
grootoorvleermuis
(Plecotus
(Pipistrellus
pygmaeus),
(Myotís
dasycneme),
rosse
(Pipistrellus
nathusii),
laatvlieger
vleermuis
tweekleurige
(Eptesicus
(Nyctalus
vleermuis
noctula),
(Vespertilio
vale vleermuis (Myotis myotis) en watervleermuis (Myotís daubentonii). Van
soorten
zijn
boombewonend, dwergvleermuis
de
franjestaart,
rosse
baardvleermuis,
vleermuis
bosvleermuis,
en
watervleermuis
gewone
en ruige dwergvleermuis verblijven
overwegend
grootoorvleermuis,
in zowel gebouwen
kleine
als bomen
en
de gewone dwergvleermuis, laatvlieger, meervleermuis, tweekleurige vleermuis en vale vleermuis zijn overwegend
gebouwbewonend.
Foerageergebied en vliegroutes Van
vleermuizen
is bekend
gebruiken
als vliegroute van
en
landschap,
bosrijk
dat
zij
lijnelementen,
zoals
en naar foerageergebieden
watergangen
(kanalen/rivieren),
bomenrijen
of
bebouwing,
en verblijfplaatsen.
Halfopen
vijvers,
tuinen
weilanden,
en
parken worden door verschillende vleermuissoorten gebruikt als foerageergebied. De bebouwing in het plangebied kan, samen met de bebouwing in de directe omgeving, dienen
als
een
vleermuizen.
lijnelement
Echter
en
zijn er
daarmee
in de
alternatieve vliegroutes aanwezig
directe
vliegroute
van
essentieel.
Bovendien
blijft de bebouwing
vleermuizen
vleermuizen.
van
een
omgeving
van
het
plangebied
voldoende
en bomenrijen.
Mogelijk
van
in/langs
bebouwing het
plangebied
in het plangebied
vliegroute
zijn
voor
daarmee
door de beoogde
niet
ingreep
bestaan, waardoor een eventuele vliegroute niet wordt aangetast.
Het plangebied en de directe omgeving van
zijn
n de vorm
aanwezige
over het algemeen
onderdeel
Wel
is het
kunnen onderdeel zijn van het foerageergebied
plangebied
volledig
verhard
en
daarmee
suboptimaal
geschikt als foerageergebied voor vleermuizen. In de omgeving zijn voldoende en meer geschikte alternatieve foerageergebieden aanwezig, onder andere gevormd door tuinen en groenstroken.
Het plangebied maakt daarmee geen onderdeel uit van een essentieel
foerageergebied voor vleermuizen.
Samenvattend
foerageergebieden en vliegroutes van vleermuizen
zijn negatieve effecten op essentiële uitgesloten.
Verblijfplaatsen In het
plangebied
loszittend
en
de directe
bast aangetroffen.
negatieve
effecten
door
omgeving
heeft
een
stootvoegen.
deel Een
geplande
14
met
geschikte
holtes
of
van
en
van verblijfplaatsen
werkzaamheden
op
boombewonende
uitgesloten.
van
de
bebouwing
deel
van
deze
aanwezigheid van stootvoegroosters,
LANECO
bomen
Hierdoor is de aanwezigheid de
vleermuissoorten in het plangebied Wel
zijn geen
open
in
het
plangebied
stootvoegen
is
spouwmuren
met
ontoegankelijk
door
open de
maar de zuidzijde heeft (zie afbeelding 6 en 7) op
adviesbureau
voor
Quick scan flora en fauna De Wyborgh
landschap
en ecologie
(Blok A) te Westervoort
®laneco s & ogsc
een hoogte van circa 3 meter open stootvoegen die toegang tot de spouw bieden. Deze stootvoegen worden gedeeltelijk door een houten boeiplank bedekt. Echter is er tussen de
boeiplank
en
de
muur
voldoende
ruimte
voor
een
vleermuis
om
naar
boven
te
kruipen. De stootvoegen zijn voldoende groot (circa 1,5 cm) om toegang naar de spouw te
bieden
voor
kleine
vleermuissoorten
als
gewone
dwergvleermuis,
kleine
dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis. Door de beperkte hoogte van en het beperkte hoeveelheid beschikbaar volume in de spouw van de bebouwing is de aanwezigheid van massawinterverblijfplaatsen
uitgesloten.
Voor
baardvleermuis
zijn
de
stootvoegen
weliswaar ook voldoende groot, maar is in het plangebied geen geschikt leefgebied door het ontbreken de
grote
aanwezige
mate
van
winkels
(bosvleermuis, vleermuis)
van voldoende groene elementen menselijke en
gewone
zijn de open
verstoring,
straatverlichting.
in
en geschikt foerageergebied, en door het
bijzonder
lichtverstoring
door
Voor
de overige
gebouwbewonende
grootoorvleermuis,
laatvlieger,
meervleermuis
stootvoegen
onvoldoende groot om
toegang
de
soorten en
vale
te bieden tot de
spouw.
Afbeelding
6.
Open
stootvoegen,
waar
mogelijk
toegang
is naar
voor
vleermuizen
geschikte verblijfplaatsen binnen het plangebied (rode lijnen) en naast het plangebied (rode pijl) (ondergrond:
Google Earth, 2023).
LANECO
Quick scan flora en fauna De Wyborgh
adviesbureau
(Blok A) te Westervoort
voor
landschap
en ecologie
15
Ai
De
aanwezigheid
vleermuissoorten
van
verblijfplaatsen
kan niet worden
een
aantal
gebouwbewonende
uitgesloten. Daarmee
van
kunnen
negatieve effecten op
deze
gebouwbewonende
vleermuissoorten
niet worden
naar
het
de
het
gebruik
van
bebouwing
in
uitgesloten.
plangebied
door
Nader
de
onderzoek
soorten
gewone
dwergvleermuis, kleine dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis is noodzakelijk.
Afbeelding
7. Overzichtsfoto's
vleermuissoorten
van potentiële verblijfplaatsen
(rode pijlen;
van
linksboven
naar
onder boeiplank aan zuidzijde van het complex, hier bevinden
zich een aantal open
bevinden zich een aantal
d) open stootvoegen
(foto's: Laneco,
2023).
Buiten
het plangebied,
aan
c) zuidzijde
van
stootvoeg
van het complex, het complex,
hier
tussen de eerste en derde deur vanaf het
bij trappenhuis ten noorden
de noordzijde
2) open
b) de zuidoostzijde
stootvoegen,
open stootvoegen
westen geteld,
voor gebouwbewonende
rechtsonder:
van het plangebied)
van dezelfde blok, bevinden
zich meerdere
open stootvoegen in de muur van een trappenhuis die toegang tot de spouw bieden (zie afbeelding
6 en
7). Deze
zijn naar
het plangebied
toe gericht.
verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig zijn. Tussen trappenhuis
blijft voldoende
vleermuizen
naar
ruimte (circa 3,5 meter)
bovengenoemde
stootvoegen
vrij
Hier kunnen
mogelijk
de geplande nieuwbouw om
mogelijke
te
houden/niet
en dit
aanvliegroute aan
van
te tasten.
Mogelijke verblijfplaatsen van vleermuizen in de muur van het trappenhuis worden dus niet aangetast. Indien tijdens de werkzaamheden lichtverstoring wordt beperkt door het gebruiken van gebundelde en naar beneden gerichte armaturen die niet uitstralen naar het
LANEcO
16
trappenhuis
zijn
ook
hier
negatieve
effecten
op
adviesbureau
(eventueel)
aanwezige
voor
en ecologie
Quick scan flora en fauna De Wyborgh
landschap
(Blok A) te Westervoort
®laneco s
verblijfplaatsen
van
vleermuizen
uitgesloten.
Hier
is
nader
onderzoek
dan
niet
noodzakelijk. Conclusie
Negatieve effecten door de geplande werkzaamheden en
vliegroutes
van
vleermuizen
en
vleermuissoorten
zijn
uitgesloten.
Daarom
en
vliegroutes
van
foerageergebieden boombewonende
vleermuissoorten
is
nader
van
boombewonende
onderzoek
vleermuizen
en
naar
essentiële
verblijfplaatsen
van
niet noodzakelijk.
n negatieve effecten op verblijfplaatsen voor verschillende gebouwbewonende
Echter
vleermuissoorten
naar
op essentiële foerageergebieden
verblijfplaatsen
(de
door de geplande werkzaamheden
aanwezigheid
van)
verblijfplaatsen
niet uit te sluiten. Nader onderzoek
van
gewone
dwergvleermuis,
kleine
dwergvleermuis, en ruige dwergvleermuis is daarom nodig. 2.5.4
Vogels jdens het veldbezoek zijn in en om het plangebied onder andere de vogelsoorten kauw (Coloeus monedula) en Turkse tortel (Streptopelia decaocto) waargenomen.
In en in de
directe omgeving van het plangebied zijn tijdens het veldbezoek geen nesten van vogels waargenomen.
Alle
vogels
zijn
strikt
natuurbescherming
beschermd
en
in de
Vogelrichtlijn).
Wet
natuurbescherming
Aantasting
van
(Artikel
actief gebruikte
3.1/3.2
nesten
Wet
is niet
toegestaan. Van een aantal vogelsoorten zijn de nesten en nestlocaties (verblijfplaatsen en leefgebied) het gehele jaar door beschermd.
Deze jaarrond beschermde vogelsoorten
zijn onderverdeeld in vier categorieë 1.
Nesten
die,
behalve
gedurende
het
broedseizoen in gebruik zijn als vaste steenuil (Athene noctua)). 2.
Nesten
van
koloniebroeders
broeden (voorbeeld:
die
elk
broedseizoen als nest, buiten het rust- en verblijfplaats (voorbeeld:
broedseizoen
op
dezelfde
plaats
huismus).
3.
Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders (voorbeeld: alba) en slechtvalk (Falco peregrinus)).
kerkuil (Tyto
4.
Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen (voorbeeld: ransuil (Asío otus)).
De vogels uit deze categorieën zijn meestal zeer honkvast of afhankelijk van bebouwing. De
(fysieke)
beschikbaar.
voorwaarden Door
de
voor
de
leefwijze
van
verstoring van de nesten te voldoen De lijst van jaarrond
beschermde
nestplaats deze
soorten
vaak is het
aan de bepalingen
zeer niet
adviesbureau
(Blok A) te Westervoort
specifiek mogelijk
en om
limitatief bij directe
uit de Wet natuurbescherming.
vogels is in september 2009
LANECO
Quick scan flora en fauna De Wyborgh
zijn
door het ministerie van
voor landschap
en ecologie
17
& ogsc
Ai
LNV gepubliceerd. populatieniveau
Ook is er een lijst vogels aangewezen
maatregelen
In het plangebied en de ruime omgeving soorten grote
boomvalk
gele
(Falco subbuteo),
kwikstaart
(Motacilla
ooievaar (Ciconia ciconia),
waarvan alleen bij effecten op
nodig zijn; de zogenaamde komen
buizerd
cinerea),
categorie 5.
volgens de verspreidingsgegevens de
(Buteo
havik
buteo),
gierzwaluw
(Accipiter gentilis),
(Apus
apus),
huismus,
kerkuil,
ransuil, roek, slechtvalk, sperwer (Accipiter nisus), steenuil
‚en wespendief (Pernis apivorus) voor. De
gierzwaluw
gierzwaluw
is een
is
erg
soort
die
alleen
kritisch
ten
aanzien
in de
zomer
van
zijn
in
Nederland
nestlocatie.
aanwezig Alleen
is.
De
tiijdens
de
broedperiode is de gierzwaluw (mannetje en vrouwtje afwisselend) op het nest te vinden en de rest van het
jaar vliegt de vogel en rust op thermiek.
biotoop of in bebouwing,
De soort broedt in rotsachtig
bijvoorbeeld onder dakpannen.
Ze broeden graag
in kolonies
en hebben minimaal 3 meter vrije ruimte onder de nestlocatie nodig om weg te kunnen vliegen.
Het
verzameld.
nestmateriaal De
gierzwaluw
bestaat
uit
strootjes
en
is een
erg
honkvaste
soort
nestlocatie terugkeert.
Door
ruimte
bebouwing
is er geen
aanwezig.
De
uitgesloten
en daarmee
aanwezigheid
werkzaamheden
het ontbreken voor van
zijn ook
veren die
van dakpannen
nestlocaties
nestlocaties negatieve
van
van
die
in de
lucht
worden
elk jaar
naar
dezelfde
en geschikte
gierzwaluw
gierzwaluw
effecten
in
in
holtes
het
het
in de
plangebied
plangebied
is
op deze soort door de geplande
uitgesloten.
De huismus is in Nederland een standvogel.
De populatie van deze soort is in de laatste
tientallen jaren gehalveerd door een afname van geschikt leefgebied en broedplaatsen. De
huismus
bebouwde dichte
leeft
kom.
klimop
in
en
nabij
menselijke
Het dier bouwt
zijn nest
of
onder
een
schuilgelegenheden
(dichte
bosschages)
zijn. In het plangebied de
mogelijkheid
tot
in of tegen
dakpan).
zijn geen
het
bebouwing,
nemen
Er
zowel
binnen
bebouwing
moet
in een
voldoende
voedsel,
nestplaats
aanwezig
en
zandbaden
nabij de
nestplaatsen
voor huismus aanwezig.
van
zandbad
een
ontbreekt.
De
Ook
aanwezigheid
van
is uitgesloten en ook negatieve effecten op worden
uitgesloten.
Boomvalk,
havik,
kerkuil,
gele
(bijvoorbeeld
de
altiijd
deze soort door de geplande werkzaamheden grote
buiten
geschikte
nestlocaties van huismus in het plangebied
buizerd,
als
kwikstaart,
ooievaar,
ransuil,
roek,
slechtvalk, sperwer, steenuil en wespendief zijn soorten die voornamelijk voorkomen en afhankelijk zijn van specifieke
landschappen
deze, grotendeels mensenschuwe
soorten omvat 0.a. bosrijke omgevingen,
gebieden,
halfopen
gebruiken
deze
cultuurlandschappen
soorten
specifieke
natuurlijke oevers, schoorstenen, plekken Het
in grote bomen
plangebied
Westervoort
LANECO
18
en
en door
en
en habitats.
snelstromende
elementen
als
Geschikt beken
nestlocaties,
hoogspanningsmasten,
leefgebied of
zoals
schuren,
in
voor
agrarische
rivieren.
Ook
bijvoorbeeld
goed afgeschermde
en nestkasten.
de
directe de
omgeving
functie
als
zijn
door
winkelcentrum
de
ligging
sterk
door
adviesbureau
in
voor
Quick scan flora en fauna De Wyborgh
het
mensen
centrum
van
verstoord
en
landschap
en ecologie
(Blok A) te Westervoort
®laneco s
beïnvloedt.
Verder
is het plangebied
volledig
bebouwd
en verhard
en wordt
aan
alle
kanten door infrastructuur, open en verharde parkeerplaatsen en bebouwing omgeven. In de bomen zijn tijdens het veldbezoek geen nesten of holtes vastgesteld en deze staan niet in verbinding van
het
met groen- of bosstructuren.
plangebied
leefgebied
en
plangebied
daarmee
bossen,
geschikte
agrarische
gebied
nestgelegenheden
niet
aanwezig.
geplande werkzaamheden
Ook ontbreken
voor
en
snelstromend
bovengenoemde
Samenvattend
op boomvalk,
in de directe omgeving
zijn
water.
soorten
negatieve
Geschikt zijn in het
effecten
door
buizerd, grote gele kwikstaart, havik,
de
kerkuil,
ooievaar, ransuil, roek, slechtvalk, sperwer, steenuil en wespendief uitgesloten. De directe omgeving van het plangebied diverse
categorie
5-soorten,
zoals
biedt geschikt leefgebied en nestlocaties voor
koolmees
(Parus
major)
vulgaris). De nesten van soorten van deze lijst zijn jaarrond
en
spreeuw
(Sturnus
beschermd als er effecten
op populatieniveau op kunnen treden door een ingreep. Omdat de werkzaamheden beperken
tot
de
bebouwing
van
het
winkelcentrum
zijn
negatieve
effecten
zich op
populatieniveau van categorie 5 soorten niet te verwachten. Conclusie
Negatieve
effecten
op
jaarrond
beschermde
werkzaamheden
zijn
uitgesloten
en
gierzwaluw,
gele
kwikstaart,
havik,
grote
slechtvalk, sperwer, Wel
dienen
loopt van
nader
vogelsoorten
onderzoek
huismus,
kerkuil,
buiten
het broedseizoen
kokmeeuw
buizerd,
ooievaar,
ransuil,
roek,
mogen om
die globaal
vogels op het dak broeden,
(Chroicocephalus ridibundus) en stadsduif (Columba livia). De alleen
in
het
gerichte controle naar broedvogels werkzaamheden
geplande
plaats te vinden,
half maart tot half juli. In deze periode kunnen
werkzaamheden
de
boomvalk,
steenuil en wespendief is niet noodzakelijk.
de werkzaamheden
bijvoorbeeld
door
naar
verstoring
broedseizoen
is gedaan
van
nesten
uitgevoerd
worden
binnen drie dagen in
en
in
de
als
er
voor aanvang
directe
omgeving
een
van de van
het
plangebied te voorkomen.
2.5.5
Overige soortgroepen
Reptielen, stellen
amfibieën,
strikte
watergangen,
insecten
eisen
aan
specifieke
(vlinders,
hun
libellen,
omgeving.
waardplanten
De
kevers)
en
soorten
hebben
of specifieke
overige
natuurlijke
soortengroepen vaak
natuurlijke
biotopen
nodig
zoals
heide, bos, heischraal grasland en/of kleine landschapselementen.
Dergelijke biotopen
zijn
en
in het plangebied
binnen
de bebouwde
vissen,
mollusken
niet aanwezig.
kom
en
plangebied
worden
reptielen,
amfibieën,
van
Het
Westervoort.
tweekleppigen
uitgesloten. vissen,
Zowel
plangebied
is verhard
Ook
strikt beschermde
kunnen
andere
door
het
de aanwezigheid
insecten
(vlinders,
ontbreken
bebouwd van
van essentieel libellen,
en
soorten
water
ligt zoals
in
het
leefgebied
van
kevers)
en
overige
soortengroepen, als negatieve effecten op deze soortgroepen binnen het plangebied zijn dan ook uitgesloten.
LANECO
Quick scan flora en fauna De Wyborgh
adviesbureau
(Blok A) te Westervoort
voor landschap
en ecologie
19
& ogsc
Ai
3
CONCLUSIE
Het
plangebied,
bestaande
uit
een
gedeelte
van
een
winkelcentrum,
ligt
aan
het
Dorpsplein te Westervoort.
Men is voornemens het complex opnieuw in te richten en uit
te
werkzaamheden
breiden.
Voordat
beschermde
de
natuurwaarden
plaatsvinden,
en de consequenties
dienen
de
gevolgen
voor
met betrekking tot de natuur wet- en
regelgeving in beeld te zijn gebracht.
31
NATUURNETWERK
Bij
het
uitvoeren
NEDERLAND
van
werkzaamheden
dichtstbijzijnde gelegen
NNN-gebied
op
(ca.
de
locatie
gaat
geen
oppervlakte
van
het
500 meter) verloren. Gelet op de lokale aard
van de ingreep, de afstand tot het NNN-gebied en de al aanwezige menselijke activiteit, zijn negatieve effecten op het NNN-gebied 311
uitgesloten.
Overige beleidskaders Er zijn geen andere beleidskaders uit het Natuurbeheerplan (NBP) van toepassing in het plangebied.
Voor
de voorgenomen
ontwikkeling
zijn er in het kader
van
het
NBP
dan
ook geen consequenties te verwachten. 3.2
WET
Het
NATUURBESCHERMING
plangebied
gebieden
ligt op circa
“Rijntakken”.
- ONDERDEEL
600
meter
Tijdens
de
afstand
geplande
GEBIEDSBESCHERMING
van
de dichtstbijzijnde
werkzaamheden
Natura
wordt
2000-
mogelijk
de
maximale stikstofdepositie van 0,00 mol/ha/jaar op nabijgelegen Natura 2000-gebieden overschreden.
3.3
WET
Een stikstofberekening,
NATUURBESCHERMING
Het plangebied
middels de AERIUS
- ONDERDEEL
34
HOUTOPSTANDEN
ligt binnen de grenzen van de bebouwde
gekapt tijdens de geplande werkzaamheden.
kom en er worden geen bomen
Het onderdeel
natuurbescherming is daarmee
niet van toepassing.
WET
- ONDERDEEL
NATUURBESCHERMING
Calculator, is noodzakelijk.
houtopstanden
van de Wet
SOORTENBESCHERMING
In het kader van de Wet natuurbescherming moet worden getoetst of er door de ingreep sprake
is van
negatieve
effecten
op
(potentiële)
vaste
belangrijke onderdelen van leefgebied van (beschermde) Voor een aantal soorten die in de omgeving
LANECO
20
rust-
en
verblijfsplaatsen
plant- en diersoorten
en mogelijk in het plangebied
zoals muizen,
bruine kikker, bastaardkikker en gewone
voor aantasting
van vaste rust- en verblijfplaatsen.
of
voorkomen
pad geldt provinciale vrijstelling
adviesbureau
voor
Quick scan flora en fauna De Wyborgh
landschap
en ecologie
(Blok A) te Westervoort
®laneco s
Binnen
het plangebied
voorkomen,
kunnen
waarvoor
ontheffingsplicht
in
een aantal
voor
het
kader
verspreidingsgegevens,
nationaal en Europees
aantasting van
de
de aanwezige
van
Wet
rust-
en
beschermde
soorten
verblijfplaatsen
een
geldt.
van
natuurbescherming
habitats en de biotoopeisen
Op
van
basis
de individuele
diersoorten is de aanwezigheid van verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen in de bebouwing negatieve
binnen
effecten
het plangebied op
niet uitgesloten.
verblijfplaatsen
van
Door de beoogde
gewone
ingreep zijn
dwergvleermuis,
kleine
dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis niet uitgesloten. Op basis van het veldbezoek, de verspreidingsgegevens, de aanwezige habitattypen en biotoopeisen van de mogelijk in de omgeving voorkomende
soorten zijn van de overige
(niet-vrijgestelde)
soorten,
nationaal
of
Europees
beschermde
vaste
rust-
en
verblijfplaatsen uit te sluiten binnen het plangebied. Nader onderzoek naar deze soorten is dan ook niet nodig. Wel geldt altijd de zorgplicht.
3.5
CONSEQUENTIES
In het
kader van
vaste
rust- en verblijfsplaatsen
de Wet
door
de
ingreep
natuurbescherming
worden
dient daarvoor
te worden
nagegaan
onderdelen
leefgebied
van soorten
of belangrijke
aangetast.
Dit
kan
niet
van
worden
uitgesloten
zonder
of
nader
veldonderzoek voor vleermuizen (Wet natuurbescherming en bijlage IV Habitatrichtlijn), gebouwbewonende Groene
soorten. Onderzoek conform
2021)
het Vleermuisprotocol
bestaat uit onderzoeksrondes
2021
(Netwerk
in de periode juni tot half juli en
onderzoeksrondes
in de periode half augustus tot eind september.
Beide onderzoeken
dienen
vinden
de
plaats
te
om
een
volledig
plangebied en omgeving
voor vleermuizen.
Een stikstofberekening
is noodzakelijk om
gevolg
3.5.1
Bureaus,
van de ruimtelijke ontwikkeling
berekening
moet worden
Algemene
voorwaarden
Twee
algemene
uitgevoerd
voorwaarden
beeld
te
krijgen
inzicht te geven
van
functie
van
het
over de stikstofemissie als
en de depositie op Natura
2000-gebieden.
De
middels de AERIUS Calculator.
vanuit
de
Wet
natuurbescherming
zijn
altiijd
van
toepassing:
e
De start van werkzaamheden dient buiten het broedseizoen van vogels (globaal half maart
tot
half
juli)
plaats
te
vinden
om
verstoring
van
broedvogels
en
het
broedsucces te voorkomen. Alleen op basis van gericht onderzoek (naar broedende vogels) door een ervaren ecoloog in en in directe omgeving van het plangebied mag van deze voorwaarde worden afgeweken. e _ Op basis van de zorgplicht dient bij de uitvoering van de werkzaamheden voldoende zorg in acht te worden hun
leefomgeving.
genomen
Verstoring
voor de in het wild levende
planten en dieren en
moet
dieren
worden
gelegenheid hebben om uit te wijken en mogen kan
moeten
de
niet opzettelijk worden gedood.
beperkt
en
Dit
door:
LANECO
Quick scan flora en fauna De Wyborgh
adviesbureau
(Blok A) te Westervoort
voor
landschap
en ecologie
21
& ogsc
Ai
°
Werkzaamheden,
zoals graaf- en kapwerkzaamheden en het verwijderen van
begroeiing, te starten
buiten het voortplantingsseizoen
het winter(slaap)seizoen ©
Het
beperken
vleermuizen
3.6
van
en
en
(november - februari);
verlichting
andere
(april - augustus)
tijdens
de
avonduren
ten
behoeve
van
nachtdieren.
AANBEVELINGEN
Er
zijn
vanuit
ecologisch
oogpunt
aanbevelingen
te
doen
ten
aanzien
van
een
en
beneden
natuurinclusieve inrichting en een verhoging van de biodiversiteit: Gebruik
bij de
inrichting
voor
nieuwe
verlichting
gebundelde
naar
gerichte armaturen die niet uitstralen naar de omgeving. Nieuwbouw inbouw
kan geschikt worden
vleermuiskasten
of
verschillende windrichtingen
gemaakt
door
op
ruimte
achter
hoogte
van
4
door het gebruik van meter
(voorkeur voor zuidgerichte zijden) open
van 2 cm bij 5 cm breed aan te brengen. 2 cm
voor vleermuizen
een
eventuele
houten
en
hoger
op
stootvoegen
Een andere optie s het creëren van circa gevelbetimmering
of het aanbrengen
van
kierende planken. Nieuwbouw
kan
geschikt
worden
gemaakt
voor
huismus
en
gierzwaluw
door
vogelschroot twee pannen hoger te plaatsen of door het plaatsen van gevelkasten.
LANEcO
22
adviesbureau
voor
Quick scan flora en fauna De Wyborgh
landschap
en ecologie
(Blok A) te Westervoort
®laneco s
BIJLAGE
1.1
1
WETTELIJK
KADER
NATUURNETWERK
NEDERLAND
Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een onderdeel van het natuurbeleid en heeft als doel het behoud
van
biodiversiteit.
vormen een samenhangend Nederland. beleid,
Gebieden
die zijn aangewezen
waarmee
rekening
niet strijdig mogen
van
NNN
netwerk van bestaande en toekomstige natuurgebieden
Per NNN-gebied zijn natuurdoelen
Voor dergelijke gebieden
als onderdeel
gehouden
moet
vastgelegd worden
bij planologische
geldt dat het natuurbelang
in
in het ruimtelijke provinciale ontwikkelingen.
prioriteit heeft en dat activiteiten
zijn met de natuurdoelen.
1.1.1 Overige beleidskaders het
NNN
kunnen
ook
toepassing
Naast
zijn
in
plangebied.
natuurwetgeving, 1.2
WET
het
andere
maar dienen
provinciale
en
Ook
beleidskaders
deze
gemeentelijke zijn
beleidskaders niet
van
verankerd
in
wel een rol te spelen in de planologische afweging.
NATUURBESCHERMING
1.1.2 Onderdeel gebiedsbescherming Natuurgebieden
of andere
- Natura 2000
gebieden
die belangrijk zijn voor flora en fauna
kunnen
op
basis van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn worden aangemerkt als speciale beschermingszones Vogel-
(SBZ's)
en Habitatrichtlijn
die per 1 januari
in het
kader
van
zijn in Nederland
Natura
2000.
opgenomen
2017 van kracht is. Het is verboden
De
verplichtingen
in de Wet
projecten of andere handelingen
te realiseren of te verrichten die, gelet op de instandhoudingsdoelstelling, van
de natuurlijke
habitats en de habitats van
uit de
natuurbescherming
soorten
kunnen
de kwaliteit
verslechteren,
of een
verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor het gebied is aangewezen. 1.1.3 Onderdeel houtopstanden Het onderdeel heeft
als
houtopstanden
doel
bossen
te
van
de Wet
beschermen
natuurbescherming
(voorheen
en
oppervlakte
de
bestaande
de
Boswet) bos-
en
houtopstanden in Nederland in stand te houden. Kort gezegd, alles wat bos is, moet bos blijven. Indien een houtopstand gaat
worden,
moet
een
onder de Wet
kapmelding
Natuurbescherming
worden
gedaan.
Ook
valt en deze gekapt verplicht
de
Wet
natuurbescherming om de betreffende grond binnen drie jaar opnieuw in te planten, de zogenaamde
herplantplicht.
Als
bos
definitief
gekapt
wordt,
zal
compensatie van deze herplantplicht verleend moeten worden. van toepassing Natura
een
ontheffing
of
De herplantplicht is niet
voor het vellen van een houtopstand in verband
met realisatie van een
2000-doe!.
LANECO
Quick scan flora en fauna De Wyborgh
adviesbureau
(Blok A) te Westervoort
voor landschap
en ecologie
23
& ogsc
Ai
Houtopstanden van bomen,
vallen onder de Wet
boomvormers,
natuurbescherming
°
buiten de bebouwde
e
een oppervlakte hebben van 10 are of meer;
«
als het zelfstandige eenheden
struiken, hakhout of griend betreffen die:
kom Boswet’ liggen;
rijbeplantingen die meer dan 20 bomen
omvatten, gerekend over het totaal aantal
rijen.
1.1.4 Onderdeel soortenbescherming Wettelijk kader Soortenbescherming bepalend.
is altijd
aan
de
orde.
De Wet natuurbescherming
Wet
natuurbescherming
is gericht op het duurzaam
Hiervoor
is de
in stand houden van
natuurlijke habitats en wilde flora en fauna in hun natuurlijke leefomgeving. heeft
de
beschermingsregels,
Habitatrichtlijn
zijn
zoals
opgenomen,
die
ook
in
de
Europese
overgenomen
en
voor
de
Deze wet
Vogelrichtlijn
Nederlandse
en
situatie
toegepast.
Deze
bescherming
is, afhankelijk
Natuurbescherming
van
het
beschermingsregime,
als volgt
in de
Wet
opgenomen:
Vogelrichtlijn .
Artikel 3.1 lid 1: Het is verboden
in het wild levende vogels opzettelijk te doden
of
te vangen.
.
Artikel
3.1
lid 2:
Het
is verboden
opzettelijk
vogels te vernielen of te beschadigen, e .
nesten,
rustplaatsen
en eieren
van
of nesten van vogels weg te nemen.
Artikel 3.1 lid 3: Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben. Artikel 3.1 lid 4 en 5: Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.
Habitatrichtlijn, Bern bijlage II, Bonn bijlage T .
Artikel
3.5 lid 1:
Het
is verboden
soorten
in hun
natuurlijke verspreidingsgebied
opzettelijk te doden of te vangen. .
Artikel 3,5 lid 2: Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren.
.
Artikel
3.S
lid 3:
Het
is verboden
eieren
van
dieren
in de
is verboden
de voortplantingsplaatsen
natuur
opzettelijk
te
vernielen of te rapen. .
Artikel
3.5
lid 4:
Het
of rustplaatsen
van
dieren te beschadigen of te vernielen. .
Artikel
3.5
lid
verspreidingsgebied ontwortelen
LANECO
24
5:
Het
is
opzettelijk
verboden
plantensoorten
te
en
plukken
in
hun
natuurlijke
te verzamelen,
af te
snijden,
te
of te vernielen.
adviesbureau
voor
Quick scan flora en fauna De Wyborgh
landschap
en ecologie
(Blok A) te Westervoort
®laneco s
Nationaal
beschermde
soorten
Artikel 3.10 lid 1a: Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen. Artikel 3.10 lid 1b: Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen. Artikel
3.10
lid
1c:
verspreidingsgebied ontwortelen
Het
is
verboden
opzettelijk
in
hun
natuurlijke
plukken
en
te verzamelen,
af te
snijden,
afhankelijk
van
de
door
de
te
plantensoorten
te
of te vernielen.
Procedurele gevolgen De
procedurele
worden
consequenties
beïnvloed.
zijn
Kortweg
kunnen
er
drie
soorten
die
beschermingsregimes
ingreep worden
onderscheiden:
Soorten Dit
van de Vogelrichtlijn:
betreffen
wintergast
alle
vogelsoorten
die
of doortrekker aanwezig
in
Nederland
kunnen
als
zijn, met
broedvogel,
uitzondering
standvogel,
van exoten
en
verwilderde soorten, zoals bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn. Soorten
van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn:
Dit zijn alle soorten bijlage II van
in onderdeel
het Verdrag
van
A van
bijlage IV van de Habitatrichtlijn
Bern en bijlage
I van
het Verdrag
zover hun natuurlijke verspreidingsgebied zich in Nederland van de Verdragen van Bern en Bonn Nationaal
beschermde
hier
dagvlinders, Een project kan
de
worden ook vogels genoemd.
zijn in bijlage A van de Wet natuurbescherming.
bescherming
van
zoogdieren,
amfibieën,
reptielen,
libellen, kevers en vaatplanten voorkomend
in Nederland.
in strijd zijn met de Wet
wanneer een
natuurbescherming
ingreep direct of indirect leidt tot het aantasten aangewezen,
Bonn, voor
bevindt. In de bijlagen
soorten:
Dit zijn soorten die genoemd betreft
van
inclusief
niet vrijgestelde beschermde
Het
vissen,
ruimtelijke
van verblijf- en/of rustplaatsen van de
soorten of hun
leefgebied. Afhankelijk van
de ingreep en de soort kan dan een ontheffing noodzakelijk zijn. Ontheffingen
worden
slechts
ingreep
verleend
wanneer
er geen
bestaat, de ingreep vanwege de gunstige
staat van
andere
bevredigende
een in de wet genoemd
instandhouding
hierbij mitigerende en compenserende
oplossing
voor
de
belang dient plaats te vinden en
van de soort niet in gevaar
komt. Vaak
worden
maatregelen gevraagd.
Wettelijke belangen Om
een ontheffing te krijgen voor soorten van bijlage IV van de Habitatrichtlijn
moet
worden voldaan aan een van de volgende belangen: Ter
bescherming
van
de
wilde
flora
en fauna
en
instandhouding
van
natuurlijke
habitats.
Wanneer de volksgezondheid en/of de openbare veiligheid in het geding Andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met
is.
inbegrip van redenen
van sociale of economische aard, en voor het milieu wezenlijk gunstige effecten.
LANECO
Quick scan flora en fauna De Wyborgh
adviesbureau
(Blok A) te Westervoort
voor
landschap
en ecologie
25
& ogsc
Ai
Om
een ontheffing te krijgen voor soorten van de Vogelrichtlijn moet worden
voldaan
aan een van de volgende belangen: e
Wanneer de volksgezondheid en/of de openbare veiligheid in het geding
e
Wanneer de veiligheid van het luchtverkeer in het geding
°
Ter bescherming van flora en fauna.
Voor nationaal beschermde °
is.
is.
soorten geldt:
Eris sprake van een bij de wet genoemd
belang.
Zorgplicht Voor
alle
zorgplicht
LANEcO
26
aanwezige (artikel
soorten
1.11).
De
geldt
volgens
zorgplicht
de
Wet
schrijft voor
natuurbescherming dat
we
nadelige
altijd
gevolgen
de voor
inheemse planten en dieren moeten voorkomen
- of ze nu beschermd
zorgvuldig met onze omgeving om
Deze zorgplicht geldt voor iedereen.
moeten gaan.
adviesbureau
voor
Quick scan flora en fauna De Wyborgh
zijn of niet - en
landschap
en ecologie
(Blok A) te Westervoort
®laneco s
BIJLAGE
2
LITERATUURLIJST
Broekhuizen,
S., Spoelstra,
2016.
van
Atlas
de
K. Thissen,
Nederlandse
J.B.M.,
Canters,
K.J. & Buys, J.C.
zoogdieren.
Natuur
in
Nederland
(redactie),
12.
Naturalis
Biodiversity Center & EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden, Leiden. Bongers,
1997.
Atlas van de Nederlandse
Onderzoek naar verspreiding en ecologie.
Limpens,
H., K. Mosterd
en W.
KNNV
Uitgeverij, Utrecht.
vleermuizen.
Websites
Atlas
Leefomgeving,
_2023.
Geraadpleegd
in
februari
2023
van
https://www.atlasleefomgeving.nl/kaarten?config=3ef897de-127f-471a-959b93b7597de188&gm-x=1500008gm-y=455000&gm-z=38gmb=1544180834512,true,1;1553765981928,true,0.8;&activateOnStart=
Earth,
2023.
Google.
Geraadpleegd
in
februari
2023
van
https://earth.google.com/web/ Natura2000,
2023.
Natura2000
overzichtskaart.
Geraadpleegd
in februari
2023
van
https://geocontent.rvo.nl/Natura2000/Overzichtskaart/index.html?provincie=1 NDFF
& ZOOGDIEREN,
2023a.
NDFF
Verspreidingsatlas
Zoogdieren.
Geraadpleegd
in
februari 2023 van https://www.verspreidingsatlas.nl/zoogdieren NDFF & RAVON,
2023b.
NDFF Verspreidingsatlas Amfibieën.
Geraadpleegd
n februari
Geraadpleegd
in februari
2023 van https://www.verspreidingsatlas.nl/amfibieen NDFF
& RAVON,
2023c.
NDFF
Verspreidingsatlas
Reptielen.
2023 van https://www.verspreidingsatlas.nl/reptielen Netwerk Groene Bureaus, 2021. Vleermuisprotocol 2021. Geraadpleegd in februari 2023 van https://www.netwerkgroenebureaus.nl/werken-aan-kwaliteit/vleermuisprotocol Provincie Gelderland, 2023. Natuurbeheerplan.
Geraadpleegd
in februari 2023 van
https://geoportaal.gelderland.nl/portaal/apps/webappviewer/index.html?id=d8fc942b 0c7646ff8900c26f05effef9
LANECO
Quick scan flora en fauna De Wyborgh
adviesbureau
(Blok A) te Westervoort
voor landschap
en ecologie
27
& ogsc
Ai