20240930-rv-vvgb-de-wyborg-bijlage-13-mer-beoordeling-a
Tekst van het document
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling
Ontvangstdatum : 27-11-2023 Documentnummer: D2023-00006246
Aan: College van B&W van de gemeente Westervoort
Projectnr.: 23168
Van: MEES Ruimte & Milieu, namens Blackfish Beheer B.V.
Kenmerk: 23168.AN/MER
Betreft: Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling voor de locatie Kerkstraat/Dorpsplein te Westervoort Datum 17 november 2023
1. INLEIDING Blackfish Beheer B.V. is voornemens 63 woningen toe te voegen aan het bestaande winkelcentrum De Wyborgh te Westervoort. De beoogde ontwikkeling past niet binnen het ter plaatse geldende bestemmingsplan “Kern Westervoort”, zoals vastgesteld door de gemeente Westervoort op 28 januari 2013. De projectlocatie heeft de enkelbestemming ‘Centrum’, waarbij de gronden mede zijn bestemd voor wonen op de verdiepingen, tot het bestaande aantal woningen. Het toevoegen van woningen is op basis van het geldende bestemmingsplan niet toegestaan. Ook de toegestane bouwhoogte van 7 meter wordt overschreden tot maximaal 14 meter. Figuur 1 uitsnede bestemmingsplankaart (www.ruimtelijkeplannen.nl geraadpleegd februari 2018)
Mees Ruimte & Milieu | Postbus 854 | 2700 AW Zoetermeer info@meesruimteenmilieu.nl | www.meesruimteenmilieu.nl | | IBAN NL94ABNA0587770562 | KvK 34237628
Om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken wordt een omgevingsvergunning activiteit ‘strijd met regels ruimtelijke ordening’ aangevraagd. Op dergelijke besluiten is het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) van toepassing. Deze aanmeldnotitie is de eerste stap in de procedure voor het uitvoeren van een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Aanleiding aanmeldnotitie Op 7 juli 2017 is het gewijzigde Besluit m.e.r. in werking getreden. In het gewijzigde Besluit m.e.r. is de nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling opgenomen. Door het college van de gemeente Westervoort dient een afzonderlijk besluit genomen te worden of een vormvrije m.e.r.-beoordeling volstaat. In voorliggende aanmeldnotitie wordt gemotiveerd dat geen sprake is van aanzienlijke milieugevolgen, waardoor een vormvrije m.e.r.-beoordeling volstaat.
2. RELATIE MET PROJECTPLAN De realisatie van appartementen en zorgvoorzieningen op de projectlocatie kan worden aangemerkt als stedelijk ontwikkelingsproject, welke is vermeld in bijlage D van het Besluit m.e.r. onder D 11.2. Tabel 1 relevant onderdeel D. Activiteiten, plannen en besluiten, ten aanzien waarvan de procedure als bedoeld in de artikelen 7.16 tot en met 7.20 van de wet van toepassing is Kolom 1
Kolom 2
Kolom 3
Kolom 4
Activiteiten
Gevallen
Plannen
Besluiten
D
De aanleg, wijziging of
De structuurvisie, bedoeld
De vaststelling van het plan,
11.2
uitbreiding van een
In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1°. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2°. een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of 3°. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.
in de artikelen 2.1, 2.2 en
bedoeld in artikel 3.6, eerste
2.3 van de Wet ruimtelijke
lid, onderdelen a en b, van
ordening, en het plan,
de Wet ruimtelijke ordening
bedoeld in artikel 3.1,
dan wel bij het ontbreken
eerste lid, van die wet.
daarvan van het plan,
stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen.
bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van die wet.
Een stedelijk ontwikkelingsproject is m.e.r.-beoordelingsplichtig wanneer de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. Omdat er geen 2000 of meer woningen worden gerealiseerd, is er geen m.e.r.-beoordeling nodig. Voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op de D-lijst die beneden de drempelwaarden vallen, dient de vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden. De vorm van een vorm-vrije m.e.r. is niet bepaald, maar de inhoud waar een m.e.r.-beoordeling aan dient te voldoen is wel bepaald (Bijlage III van de Europese richtlijn 2011/92/EU). In de vormvrije m.e.r. dient de volgende inhoud zijn vermeld: 1. 2. 3.
Kenmerken van de projecten. Plaats van de projecten. Kenmerken van het potentiële effect.
Onderstaand worden deze onderdelen nader toegelicht. 2.1. Kenmerken van het project Voor een weloverwogen beoordeling is het van belang dat de kenmerken van het project vermeld zijn. De projectlocatie is gelegen aan de Kerkstraat en het Dorpsplein te Westervoort en is onderdeel van een Mees Ruimte & Milieu | 23168.AN/MER
Pagina | 2
winkelcentrum. De projectlocatie wordt in de zuidwesthoek omsloten door de bestaande bebouwing, de voormalige Hema en de bovenwoningen. Aan de noordzijde komt men via de Brugweg en de Zevenaarsweg uit op de provinciale N325, welke weer in verbinding staat met de A12. Aan de oostzijde van de projectlocatie is op maaiveld een parkeerterrein aanwezig met daarnaast het treinstation van Westervoort. Figuur 2 Luchtfoto met daarop de projectlocatie bij benadering weergegeven
Omvang van het project Het planinitiatief betreft de ontwikkeling van in totaal 63 appartementen op het bestaande winkelcentrum De Wyborgh. De bestaande gebouwen ter plaatse worden gesloopt en de vierkante meters detailhandel worden gedeeltelijk vervangen door woningbouw en parkeerplaatsen. Figuur 4 toont de voorgenomen toekomstige ontwikkeling voor de projectlocatie.
Mees Ruimte & Milieu | 23168.AN/MER
Pagina | 3
Figuur 3 Voorgenomen toekomstige bestemming
Cumulatie met andere projecten Het gehele winkelcentrum De Wyborgh krijgt een kwalitatieve impuls en aan de noordzijde (Lidl locatie) vinden ook herontwikkelingen plaats. Deze aanvraag loopt (de vergunning wordt dit jaar nog verwacht) en wat nog voorligt is de toevoeging van de woningen en de herinrichting van de openbare ruimte. Dit laatste leidt in gezamenlijkheid met dit project niet tot nadelige effecten. Gebruik van natuurlijke hulpbronnen Voor de realisatie van het project worden reguliere natuurlijke hulpbronnen gebruikt als bouwmateriaal, zoals beton, hout, staal en grond. Een andere locatie zal niet leiden tot minder gebruik van natuurlijke hulpbronnen. Bij de beoogde ontwikkeling is geen sprake van productieprocessen. Productie van afvalstoffen Er is voornamelijk sprake van huishoudelijk afval. Dit wordt op de reguliere wijze verwerkt en opgehaald. Verontreiniging en hinder Wat betreft milieuhinder wordt voldaan aan de wettelijke normen dan wel maatregelen getroffen om gevolgen te voorkomen/beperken. Risico van ongevallen, vooral gelet op de gebruikte stoffen of technologieën Er is bij de beoogde ontwikkeling geen sprake van realisatie van risicovolle inrichtingen. Het aspect externe veiligheid is beschouwd in de ruimtelijke onderbouwing, groepsrisico en plaatsgebonden risico zijn in ogenschouw genomen.
Het projectgebied is op dermate grote afstand van risicobronnen gesitueerd dat externe veiligheid niet van toepassing is op de ontwikkelingen die binnen dit gebied plaatsvinden. 2.2. Plaats van het project Voor een weloverwogen beoordeling is het van belang dat, naast de locatiekenmerken, de plaats van het project nader beschouwd wordt. Mees Ruimte & Milieu | 23168.AN/MER
Pagina | 4
Bestaande grondgebruik In de huidige situatie is het bestaande winkelcentrum aanwezig, waarbij op de locatie waar de woningen gepland zijn winkelruimte aanwezig is. Deze gebouwen worden gesloopt. De kwaliteit van de bodem ter plaatse van het plangebied is onderzocht. Opnamevermogen van het natuurlijke milieu Van belang is om het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied te beschouwen. Dit hangt samen met de nabijheid tot natuurbeschermingsgebieden. Het projectgebied is niet gelegen in een Natura-2000 gebied, NNN gebied, weidevogelleefgebied of ander kwetsbaar gebied. Wel is binnen een straal van circa 600 meter vanaf het projectgebied een Natura-2000 gebied gelegen (Rijntakken) gelegen. Derhalve is een ecologische quickscan naar gebied uitgevoerd (inclusief AERIUS berekening) om inzichtelijk te maken welke effecten de voorgenomen ontwikkeling heeft op deze nabijgelegen natuurbeschermingsgebieden. De resultaten wijzen uit dat door de afstand tot de Natura-2000 gebieden en de aard van het tussenliggende gebied, geen negatieve effecten van het initiatief te verwachten zijn. 2.3. Kenmerken van het potentiële effect De diverse milieuaspecten die een rol kunnen spelen, worden hieronder toegelicht. Mogelijke effecten worden in ogenschouw genomen voor wat betreft het bereik, grensoverschrijdend karakter, waarschijnlijkheid, duur, frequentie en onomkeerbaarheid.
Verkeer Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling neemt de verkeersgeneratie toe. Voor het berekenen van de verkeersgeneratie is de CROW-rekentool geraadpleegd. Hierbij zijn dezelfde invoergegevens gebruikt als bij het parkeren. Dit leidt tot de volgende verkeersgeneratie: 29 woningen Huur, etage, midden/goedkoop: 92,8 34 woningen koop, etage, midden: 173,4 Totaal: 266,20 vervoersbewegingen per etmaal De ontsluiting van de projectlocatie vindt plaats via het Dorpsplein naar de Zuidelijke parallelweg en Brugweg die leidt naar de provinciale weg N235 of via de Kerkstraat, Klapstraat, Broeklanden en Rivierweg richting de Rijksweg A12. Het aantal vervoersbewegingen dat door de realisatie van de woningen gegenereerd wordt, kan goed opgevangen worden door het bestaande omliggende wegennetwerk. Luchtkwaliteit In bijlage 2 van de Wet milieubeheer zijn de luchtkwaliteitseisen opgenomen. Daarnaast zijn er luchtkwaliteitseisen opgenomen in het Besluit niet in betekende mate bijdragen (Besluit NIBM) en de bijbehorende ministeriële Regeling niet in betekende mate bijdragen (Regeling NIBM). In het Besluit NIBM en de Regeling NIBM zijn de uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben op het begrip NIBM.
In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Ook als het bevoegd gezag op een andere wijze, bijvoorbeeld door berekeningen, aannemelijk kan maken dat het geplande project niet in betekenende mate bijdraagt, kan toetsing van de luchtkwaliteit achterwege blijven. De definitie van 'niet in betekenende mate' is 3% van de grenswaarde voor NO2 en PM10. De 3% komt overeen met 1,2 microgram/m3 (µg/m3). Als een project voor één stof de 3%-grens overschrijdt, dan verslechtert het project 'in betekenende mate' de luchtkwaliteit. De 3%-norm is in de Regeling NIBM uitgewerkt in concrete voorbeelden, waaronder:
woningbouw: 1.500 woningen netto bij één ontsluitende weg en 3.000 woningen bij twee ontsluitende wegen;
Mees Ruimte & Milieu | 23168.AN/MER
Pagina | 5
kantoorlocaties: 100.000 m2 brutovloeroppervlak bij één ontsluitende weg en 200.000 m2 brutovloeroppervlak bij twee ontsluitende wegen.
In onderhavig geval is sprake van de realisatie van 63 woningen. Op basis van bovenstaande voorbeelden mag geconcludeerd worden dat de ontwikkeling niet in betekenende mate bijdraagt. Voor de volledigheid is op basis van de berekende verkeersgeneratie in paragraaf 6.3 de NIBM-rekentool gebruikt. Op basis daarvan kan eveneens geconcludeerd worden dat de grenswaarde van 3% niet wordt overschreden en de ontwikkeling daarmee niet in betekenende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Een luchtkwaliteitsonderzoek is derhalve niet noodzakelijk. Tabel 2 NIBM-rekentool (geraadpleegd op 4 oktober 2023)
In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient een goed woon- en leefklimaat te worden gewaarborgd. Op basis van de NSL Monitoringstool kan worden beoordeeld wat de totale concentratie is ter plaatse van een specifiek rekenpunt. De totale concentratie bestaat uit de achtergrondconcentratie (op basis van de GCN-kaart) en de lokale bijdrage (van lokale bronnen, op basis van data over o.a. verkeersgegevens). Aan de hand daarvan kan worden beoordeeld of sprake is van een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van de projectlocatie. De grenswaarden voor toetsing van deze concentraties zijn: 40 µg/m3 voor stikstofdioxide NO2, 40 µg/m3 voor fijnstof PM10 en 25 µg/m3 voor fijnstof PM2,5. Onderstaande tabel toont de totale concentraties ter plaatse van het dichtstbijzijnde rekenpunt nabij de projectlocatie (geraadpleegd via NSL Monitoringstool op 4 oktober 2023 met bijbehorende grenswaarden. Tabel 1. Jaar
Totale concentraties van stikstofdioxide en fijnstof in nabijheid van de projectlocatie Totale concentratie rekenpunt Dorpstraat NO2 (µg/m3) PM10 (µg/m3)
PM2,5 (µg/m3)
2020
15,7
16,9
10,0
2030
11,3
14,3
7,5
Grenswaarden
40
40
25
Uit de tabel blijkt dat de grenswaarden ter plaatse van de projectlocatie, van zowel fijnstof als stikstofdioxide, niet worden overschreden. De maximale bijdrage van het extra verkeer als gevolg van de beoogde ontwikkeling, is niet van zodanige omvang dat een overschrijding van de grenswaarden hierdoor te verwachten is. Ecologie (gebiedsbescherming) Bij het uitvoeren van werkzaamheden op de locatie gaat geen oppervlakte van het dichtstbijzijnde gelegen NNN-gebied (ca. 500 meter) verloren. Gelet op de lokale aard van de ingreep, de afstand tot het NNNgebied en de al aanwezige menselijke activiteit, zijn negatieve effecten op het NNN-gebied uitgesloten.
Mees Ruimte & Milieu | 23168.AN/MER
Pagina | 6
Het plangebied ligt op circa 600 meter afstand van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied “Rijntakken”. Door de voorgenomen ingreep gaat geen Natura 2000-gebied verloren. Effecten op het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied door externe invloeden van de werkzaamheden, zoals geluid, licht, menselijke aanwezigheid en trilling, zijn gezien de afstand en de tussenliggende elementen op voorhand uitgesloten. Tijdens de aanleg- en gebruikersfase van de toekomstige inrichting wordt mogelijk de maximale stikstofdepositie van 0,00 mol/ha/jaar op nabijgelegen Natura 2000-gebieden overschreden. In dit kader is er door SPA WNP een stikstofberekening uitgevoerd. In dit onderzoek is de gehele herontwikkeling van het winkelcentrum meegenomen. Dus niet enkel de realisatie van woningbouw, maar ook het vergroten van supermarkten. Hiermee is integraal naar de stikstofeffecten van zowel bouw- als gebruiksfase gekeken. Op basis van de berekende stikstofemissies tijdens de beoogde situatie kunnen significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden in beginsel niet worden uitgesloten. Door middel van intern salderen is aanvullend bepaald of er sprake is van significante effecten op het behalen van de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden. De emissies van de referentiesituatie en de beoogde situatie zijn in AERIUS ingevoerd en met elkaar vergeleken met behulp van verschilberekeningen.
Uit de AERIUS-verschilberekeningen volgt, dat er als gevolg van de beoogde situatie ten opzichte van de referentiesituatie geen hexagonen in Natura 2000-gebieden zijn met een berekend verschil hoger dan 0,00 mol/ha/jaar. Hiermee zijn significante gevolgen op Natura 2000-gebieden als gevolg van de beoogde activiteiten uitgesloten. Ecologie (soortenbescherming) Binnen het plangebied kunnen een aantal nationaal en Europees beschermde soorten voorkomen, waarvoor voor aantasting van rust- en verblijfplaatsen een ontheffingsplicht in het kader van de Wet natuurbescherming geldt. Op basis van verspreidingsgegevens, de aanwezige habitats en de biotoopeisen van de individuele diersoorten is de aanwezigheid van verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen in de bebouwing binnen het plangebied niet uitgesloten. Door de beoogde ingreep zijn negatieve effecten op verblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis, kleine dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis niet uitgesloten. Op basis van het veldbezoek, de verspreidingsgegevens, de aanwezige habitattypen en biotoopeisen van de mogelijk in de omgeving voorkomende soorten zijn van de overige (niet-vrijgestelde) nationaal of Europees beschermde soorten, vaste rust- en verblijfplaatsen uit te sluiten binnen het plangebied. Nader onderzoek naar deze soorten is dan ook niet nodig. Wel geldt altijd de zorgplicht.
Uit de quick scan flora en fauna is gebleken dat binnen het bestaande gebouw aan Dorpsplein Zuid een aantal open stootvoegen aanwezig zijn die mogelijk toegang bieden tot achterliggende spouw aan de gebouwbewonende vleermuissoorten gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus), kleine dwergvleermuis (Pipistrellus pygmaeus) en ruige dwergvleermuis (Pipistrellus nathusii), waarmee de aanwezigheid van verblijfplaatsen van deze soorten niet op voorhand kon worden uitgesloten. Om de aanwezigheid van- en negatieve effecten door de beoogde ingreep op kraam-, zomer- en paarverblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen in het plangebied uit te kunnen sluiten, is door Laneco in 2023 nader ecologisch onderzoek uitgevoerd. Doel van dit onderzoek was om vast te stellen of deze beschermde soortgroep ook daadwerkelijk gebruik maakt van de bebouwing in het plangebied als kraam-, zomer of paarverblijfplaats. Het nader onderzoek is als bijlage terug te vinden, de resultaten zijn hieronder weergegeven. Tijdens de 4 onderzoeksrondes zijn in het plangebied geen kraam-, zomer- of paarverblijfplaatsen of andere essentiële onderdelen van het leefgebied van vleermuizen vastgesteld. De beoogde ingreep heeft daarom geen negatieve effecten op gebouwbewonende vleermuizen.
Met betrekking tot verblijfplaatsen en andere essentiële onderdelen van het leefgebied van vleermuizen van gebouwbewonende vleermuizen zijn voor de beoogde ingreep in het plangebied in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) geen consequenties. Hiermee zijn geen significant negatieve effecten te verwachten. Mees Ruimte & Milieu | 23168.AN/MER
Pagina | 7
Geluid De realisatie van 63 woningen leidt niet tot een extra productie van geluid, zeker niet in relatie tot de huidige aanwezige detailhandelfunctie. Daarnaast is een geluidsonderzoek uitgevoerd naar de geluidsbelasting van weg- en railverkeer en de geluidsbelasting van de aanwezige activiteiten (supermarkt) in de omgeving. Geconcludeerd kan worden dat, met inachtneming van enkele maatregelen aan de gevel, een goed akoestisch leefklimaat voor de toekomstige bewoners kan worden gegarandeerd. Er zijn vanuit geluid geen significant negatieve milieueffecten te verwachten. Overige milieuaspecten Van de overige milieuaspecten wordt op basis van de beoordeling die heeft plaatsgevonden in de voorgaande hoofdstukken op voorhand verwacht dat deze niet leiden tot betekenisvolle milieueffecten.
3. VERZOEK Middels voorliggende aanmeldnotitie wordt het bevoegd gezag verzocht het besluit te nemen dat, gezien de kenmerken van het potentiële effect, en de conclusie dat het project niet leidt tot significante negatieve milieueffecten, geen nadere m.e.r.-beoordeling nodig is.
Mees Ruimte & Milieu | 23168.AN/MER
Pagina | 8