20240930-rv-onderzoek-jeugdzorgbeleid-rekenkamer-bijlage-2-eindrapport-jeugdzorgbeleid
Tekst van het document
Jeugdzorgbeleid Westervoort
Jeugdzorgbeleid Westervoort
- EINDRAPPORT -
Auteurs Frank Kriek Titus Scholten Mariska Veenstra
Amsterdam, 11 juli 2024 Publicatienr. 23037
© 2024 Regioplan, in opdracht van de rekenkamer Duiven, Doesburg en Westervoort Het gebruik van cijfers en/of teksten als toelichting of ondersteuning in artikelen, scripties en boeken is toegestaan mits de bron duidelijk wordt vermeld. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/ of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Regioplan. Regioplan aanvaardt geen aansprakelijkheid voor drukfouten en/of andere onvolkomenheden.
Inhoudsopgave 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 De onderzoeksvragen en normenkader 1.3 De onderzoeksopzet 1.4 Leeswijzer
1 1 1 2 4
2 Beleidsanalyse 2.1 Doelstellingen jeugdzorgbeleid 2.2 Doelgroepen 2.3 Instrumenten en flankerend beleid 2.4 Toets op beleid
6 6 14 15 16
3 Uitvoering en resultaten 3.1 Het uitgevoerde beleid en resultaten 3.2 Uitvoering op regionaal niveau 3.3 Knelpunten in de uitvoering 3.4 Mogelijke verklaringen voor relatief hoog gebruik geïndiceerde jeugdzorg 3.5 Resultaten van het beleid (in relatie tot de gestelde doelen) 3.6 Dashboard Sociaal Domein gemeente Westervoort 3.7 Financiële kaders 3.8 Toets normenkader: uitvoering en resultaten
20 20 22 22 24 25 28 29 31
4 Conclusies en aanbevelingen 4.1 Samenvatting 4.2 Beantwoording hoofdvragen 4.3 Aanbevelingen
34 34 35 40
Bijlage – Benchmark waarstaatjegemeente.nl
44
Inleiding
1
1 Inleiding
1.1 Aanleiding De Rekenkamer Duiven, Doesburg en Westervoort heeft naar aanleiding van gesprekken met raadsleden van de drie gemeenten besloten een onderzoek te laten uitvoeren naar het jeugdzorgbeleid, de uitvoering en de resultaten daarvan. Een belangrijke reden om dit onderzoek uit te voeren was de constatering dat er naar verhouding in de drie gemeenten gemiddeld vaker een beroep op de jeugdzorg wordt gedaan. Deze constatering is gebaseerd op cijfers van de website ‘Waar staat je gemeente’. Die cijfers laten zien dat met name de geïndiceerde jeugdzorg, waaronder de jeugdbescherming, relatief wat vaker ingeschakeld wordt in de drie gemeenten. De Rekenkamer heeft Regioplan gevraagd dit onderzoek uit te voeren. De raadsleden willen via dit onderzoek graag worden geïnformeerd over de achterliggende oorzaken en de mogelijkheden om hierop invloed uit te oefenen. Daarvoor was het noodzakelijk dat voor alle drie gemeenten een analyse van het beleid, de uitvoering van het beleid en de resultaten daarvan werd opgesteld. Dat is waar we ons in dit onderzoek op hebben gericht.
De doelstelling van het onderzoek was: Het onderzoek heeft tot doel inzicht te geven in de opzet, de uitvoering en de resultaten van het jeugdzorgbeleid om vanuit dat inzicht de oorzaken van de (indien dat blijkt uit de feiten, te hoge) instroom en de (idem, te geringe) doorstroom en uitstroom vanuit de geïndiceerde jeugdzorg te benoemen en die oorzaken te koppelen aan oplossingsrichtingen.
1.2 De onderzoeksvragen en normenkader Om het bovenstaande doel te behalen hebben we bij de start van het onderzoek de volgende onderzoeksvragen geformuleerd: Beleid 1. Wat zijn de doelstellingen van het jeugdzorgbeleid, welke instrumenten worden daarvoor ingezet en welke kosten zijn daarvoor begroot? 2. Heeft de gemeente zicht op de aard en de omvang van de verschillende doelgroepen van het jeugdzorgbeleid, hun wensen, noden en behoeften en hoe daar het beste vanuit de jeugdzorg aan tegemoet gekomen kan worden? 3. Bevat het beleid een risicoanalyse gericht op (interne en externe) factoren die het behalen van de gewenste resultaten zouden kunnen bemoeilijken, zo ja welke factoren worden benoemd en welke maatregelen zijn daaraan gekoppeld? 4. Is in het beleid expliciet aandacht besteed aan de belangrijkste transformatiedoelen, zoals: - inzetten op eigen kracht en zelfredzaamheid van jeugdigen en hun verzorgers; - meer aandacht voor preventie; - het realiseren van een verschuiving van relatief dure geïndiceerde zorg naar goedkopere (preventieve) zorg (van tweede- naar eerstelijnszorg)? 5. Is er in het beleid aandacht voor de samenhang en eventuele samenwerking met relevante flankerende beleidsterreinen zoals de Wmo, de Participatiewet en het onderwijsbeleid, zo ja, hoe is die aandacht verwoord, welke koppelingen zijn benoemd? Uitvoering en resultaten 6.
Is het beleid uitgevoerd conform de oorspronkelijke opzet zoals verwoord in de beleidsnota’s? 7. Zijn de beoogde doelgroepen ook bereikt en op de juiste wijze toegeleid naar de juiste vormen van zorg en ondersteuning? 8. Wat zijn de redenen dat er relatief vaker gebruik wordt gemaakt van de (geïndiceerde) jeugdzorg in de drie gemeenten in verhouding tot het landelijke en regionale gemiddelde en welke maatregelen kunnen worden genomen om dat gebruik te verlagen?
1
9. 10. 11.
12. 13. 14.
Heeft de uitvoering van het beleid de beoogde resultaten behaald; zijn de beleidsdoelen gerealiseerd in de praktijk? Indien dat (deels) niet het geval is, wat zijn daarvan de oorzaken en wat is er gedaan om die oorzaken aan te pakken (waaronder eventueel bureaucratie)? Heeft de uitvoering van het beleid plaatsgevonden binnen de budgettaire kaders, zo nee, waarom niet en wat is eraan gedaan om het mogelijk te maken de uitvoering alsnog binnen de vastgestelde budgettaire kaders uit te voeren? Hoe oordelen de jeugdzorgaanbieders over de opzet, de uitvoering en de resultaten van het jeugdzorgbeleid, en zien zij eventuele verbetermogelijkheden? Hoe oordelen de gebruikers van de jeugdzorgvoorzieningen over de kwaliteit van de jeugdzorg in de gemeenten Duiven, Doesburg en Westervoort en zien zij eventuele verbetermogelijkheden? Zijn de gemeenteraden tijdig, juist en volledig geïnformeerd over de opzet, de uitvoering en de resultaten van het jeugdzorgbeleid zodat ze goed in staat zijn hun kaderstellende en controlerende taken in dezen uit te voeren?
Om het beleid, de uitvoering daarvan en de resultaten goed te kunnen beoordelen maakten we gebruik van het onderstaande normenkader: Beleidsnormen -
-
De aard en de omvang van de diverse doelgroepen van het jeugdzorgbeleid, hun hulpbehoeften en hun zorgconsumptie zijn goed in beeld. Vanuit dit beeld zijn de doelstellingen van het jeugdzorgbeleid geformuleerd. De doelstellingen zijn SMART geformuleerd. Aan de doelstellingen zijn duidelijke en transparante budgettaire kaders gekoppeld. Er is sprake van een goed zichtbare en laagdrempelige toegang tot de geïndiceerde jeugdzorg. De juiste zorg en ondersteuning worden ingekocht, gelet op de aard en de omvang van de doelgroepen, hun hulpbehoeften en zorgconsumptie. Er is binnen het systeem van de jeugdzorg voldoende ruimte voor innovatieve ontwikkelingen.
Uitvoeringsnormen -
-
Het jeugdzorgbeleid wordt in de praktijk ook uitgevoerd zoals vastgelegd in het gemeentelijke jeugdzorgbeleid. De gemeente wordt goed geïnformeerd door de zorgaanbieders en heeft goed zicht op de resultaten van het jeugdzorgbeleid. Er wordt in de uitvoering van het jeugdzorgbeleid voldoende aandacht besteed aan de toepassing van innovatieve methodieken die tot doel hebben de consumptie van de (relatief dure) geïndiceerde tweedelijns jeugdzorg zo beperkt mogelijk te houden.
Resultaatnormen -
De behaalde resultaten komen overeen met/passen in de doelstellingen van het jeugdzorgbeleid. Alle jeugdigen die zorg en ondersteuning nodig hebben, hebben toegang tot die zorg en ondersteuning, maken daar ook gebruik van en zijn daar tevreden over. De uitvoering van het jeugdzorgbeleid vindt plaats binnen de gestelde budgettaire kaders. De gemeenteraad wordt tijdig, juist en volledig geïnformeerd over de opzet, de uitvoering en de resultaten van het jeugdzorgbeleid
1.3 De onderzoeksopzet Het onderzoek is in acht fasen uitgevoerd. Een schematische weergave van deze fasen zijn te zien in figuur 1.1. Onder het figuur lichten we elke fase verder toe.
2
Figuur 1.1
Fasen van het onderzoek
1. Startoverleg met de Rekenkamer en ambtelijke dossierhouders
8. Eindraportages opstellen
2. Documentanalyse
3. Beleidsanalyse voorleggen aan ambtelijke dossierhouders
4. Interviews met ambtelijke dossierhouders, jeugdzorgaanbieders en wethouders
7. Opstellen conceptrapportage + bespreken met Rekenkamer + ambtelijk en bestuurlijk (weder)hoor
6. Interactieve sessie met gemeenteraden
5. Tussenrapportage voorleggen aan de Rekenkamer
Toelichting van de acht fasen: 1. Startoverleg Rekenkamer en ambtelijke dossierhouders. In het startoverleg bespraken we het plan van aanpak met de Rekenkamer en de ambtelijke dossierhouders. We maakten afspraken over de planning van de fasen en de wijze van samenwerken (selectie van te interviewen personen, zowel ambtelijk als bij de belangrijkste zorgaanbieders, selectie van relevante documenten) en de communicatie van het onderzoek richting de jeugdzorgaanbieders. 2. Documentanalyse. De documentanalyse had tot doel een helder beeld te schetsen van het jeugdzorgbeleid van de drie gemeenten, de uitvoering daarvan, de resultaten en de wijze waarop daarover gerapporteerd wordt aan de gemeenteraden. Ook hebben we een benchmark uitgevoerd gebruikmakend van de site www.waarstaatjegemeente.nl. Deze gegevens zijn opgenomen in bijlage 1. In de documentanalyse hebben we tevens de begrotingen en de jaarrekeningen meegenomen om daarmee de financiële kaders te kunnen schetsen. In hoofdstuk 2, bij de beschrijving van het beleid, hebben we de begrotingen opgenomen, in hoofdstuk 3 de jaarrekeningen waarin de uitgaven vermeld staan. In dat hoofdstuk hebben we de begrotingen en de jaarrekeningen met elkaar vergeleken. In de ambtelijke reactie is aangegeven dat het opnemen van de begrotingen in deze rapportage een verkeerde indruk zou wekken en tot verkeerde conclusies leidt.
In overleg tussen de Rekenkamer en Regioplan hebben we besloten de begrotingen toch op te nemen in hoofdstuk 2 en 3. 3. Beleidsanalyse voorleggen aan ambtelijke dossierhouders. De analyse van het beleid van de drie gemeenten hebben we voorgelegd aan de ambtelijke dossierhouders van de drie gemeenten voor eventuele aanvullingen. 4. Interviews. Vervolgens hebben we interviews gehouden met de ambtelijke dossierhouders, medewerkers van de lokale toegang tot de jeugdzorg, een selectie van jeugdzorgaanbieders (drie per gemeente) en de wethouders van de drie gemeenten. Van deze gesprekken maakten we verslagen die we onze gesprekspartners ter fiattering hebben toegestuurd. a. De gesprekken met de ambtelijke dossierhouders en de wethouders hadden tot doel de beschrijving van het beleid, de uitvoering en de resultaten daar waar nodig aan te vullen en daarmee zo compleet mogelijk te maken. Ook bespraken we hoe de gemeenten aankijken tegen het functioneren van de belangrijkste zorgaanbieders en hoe ze aankijken tegen het relatief grotere gebruik van de jeugdzorg. b.
De gesprekken met de medewerkers van de lokale toegang tot de jeugdzorg hadden tot doel om zicht te krijgen op hoe die toegang functioneert als eerste entree tot de jeugdzorg, of er voldoende zicht is op de doelgroepen en de risicofactoren en of er, en zo ja op welke wijze, wordt samengewerkt met derden vanuit het perspectief dat integrale samenwerking noodzakelijk is om de jeugdzorg doelmatig en doeltreffend te laten functioneren. c. De gesprekken met de jeugdzorgaanbieders hadden tot doel om zicht te krijgen op het functioneren van hun aanbod, hoe zij aankijken tegen het functioneren van andere zorgaanbieders en wat hun oordeel is over het regionale en lokale jeugdzorgbeleid, mede ook gerelateerd aan het relatief grotere gebruik. 5. Tussenrapportage opstellen. De tussenrapportage bevatte een beschrijving van het beleid, de uitvoering en de resultaten van het jeugdzorgbeleid van de drie gemeenten, aangevuld met een eerste beoordeling aan de hand van het normenkader. In de bespreking met de rekenkamer werd tevens aandacht besteed aan de invulling van de interactieve sessies met de drie gemeenteraden. 3
6. Interactieve sessie met gemeenteraden. In deze sessie presenteerden we de eerste bevindingen van het onderzoek en gingen we met de raadsleden in gesprek om hun mening over deze bevindingen op te halen. Ook besteedden we aandacht aan de mogelijkheden die we in de eerdere stappen van het onderzoek hebben opgehaald om de effectiviteit en de efficiency van het jeugdzorgbeleid te verbeteren. 7. Opstellen conceptrapportage. Het concepteindrapport bespraken we met de rekenkamer waarna we het commentaar verwerkten. 8. Eindrapportage. Het eindrapport leveren wij na het verwerken van eventueel commentaar voortkomend uit stap 7 aan de Rekenkamer. Dit betreft de laatste stap in ons onderzoek.
1.4 Leeswijzer In hoofdstuk 2 is het jeugdzorgbeleid van de gemeente Westervoort beschreven. Dit hoofdstuk eindigt met de toetsing aan de beleidsnormen. Hoofdstuk 3 focust op de uitvoering en de resultaten van dit beleid. Ook dit hoofdstuk sluit af met de toetsing aan de normen, in dit geval voor de normen op uitvoering en resultaten. De toets aan de normen resulteert in een beoordeling met plussen en minnen. De betekenis daarvan is als volgt: - ++ = uitstekend, behoeft geen verbetering - + = goed, kan beter - +- = niet goed, maar ook niet slecht - - = behoeft verbetering - -- = behoeft onmiddellijk verbetering Na de beoordeling op de normen vervolgen we met de beschrijving van de onderliggende feiten die hebben geleid tot de beoordeling van beleid en uitvoering. In het vierde hoofdstuk staan ten slotte de conclusies en aanbevelingen. In de conclusie beantwoorden we de onderzoeksvragen.
4
Beleidsanalyse
2
2 Beleidsanalyse
In dit hoofdstuk wordt het huidige jeugdzorgbeleid in de gemeente Westervoort beschreven. De volgende stukken zijn gebruikt om tot deze beschrijving te komen: • Toekomstvisie en transformatieagenda sociaal domein Gemeente Duiven en Westervoort ‘Samen Sterk’ 2021. • Oplevering ‘Samen Sterk’ gemeente Westervoort 2021. • Website gemeente Westervoort. • Verordening Jeugdhulp Westervoort 2023. • Herstelplan Westervoort 2021. • Jaarstukken Westervoort 2019-2022. • Programmabegrotingen Westervoort 2019 t/m 2024-2027. • Document Gelderse Verbeteragenda Jeugd 2020. • Website Gelderse Verbeteragenda Jeugd. • Website inkoop sociaal domein Centraal Gelderland (inkoop SDCG). • Website Kansrijke Start. • Website ‘Waar staat je gemeente’. • Website ‘Digitaal scheidingsloket Gelderland. • Kwaliteitskader Jeugd 2016. • Kwaliteitskader ‘Jeugd in de praktijk’ 2015. • ‘Scheiden zonder schade’ eindrapport 2022. • Algemeen Inkoopdocument Inkoop SDCG. • Specifieke Inkoopvoorwaarden Inkoop SDCG. • Dashboard Sociaal Domein Q4 2022; en Q1 2023. • Beleidsplan Onderwijskansen Duiven en Westervoort 2023-2026. • Transformatieplan Jeugdhulp 2018-2020, Regio Centraal Gelderland. • Gesprekken met ambtenaren en zorgaanbieders uit Westervoort en de regio (N=7). Feitelijke aanvullingen of wijzigingen zijn in de tekst verwerkt. Contextuele aanvullingen of meningen zijn opgenomen in een tekstvlak.
We beschrijven achtereenvolgens de doelstellingen van het beleid (paragraaf 2.1), de doelgroepen (paragraaf 2.2) en de in te zetten instrumenten, alsmede het relevante flankerende beleid (paragraaf 2.3). We besluiten dit hoofdstuk met een toets van het beleid aan de beleidsnormen (paragraaf 2.4).
2.1 Doelstellingen jeugdzorgbeleid Toekomstvisie ‘Samen Sterk’ De decentralisatie in 2015, waar taken die voorheen bij het Rijk belegd waren werden overgeheveld naar de gemeenten (waaronder de jeugdzorg), ging gepaard met een flinke korting op de beschikbare budgetten. De gemeente Westervoort ondervindt sindsdien problemen om binnen de begroting te blijven. Er is getracht innovatieve oplossingen voor dit probleem te vinden, om zo wel de gepaste zorg binnen het budget te kunnen blijven bieden in de komende jaren. Dit is de context waarbinnen de ‘Toekomstvisie en transformatieagenda sociaal domein Gemeente Duiven en Westervoort ‘Samen Sterk’’ is geschreven, die in 2021 is gepubliceerd. Het document ‘Toekomstvisie en transformatieagenda sociaal domein Gemeente Duiven en Westervoort ‘Samen Sterk’ is in 2021 gepubliceerd. In dit document worden de transformaties beschreven die de gemeente Duiven wil doorzetten in het sociaal domein in de komende jaren. In het ‘Samen Sterk’document wordt de huidige situatie in de gemeente Westervoort beschreven (wat betreft de jeugdzorg), wordt een toekomstvisie geschetst en worden er speerpunten geformuleerd die de huidige opgaven rondom jeugdzorg moeten verlichten en oplossen. In de transformatieagenda wordt onder andere een omschrijving gegeven van de problematiek waar de gemeente Westervoort mee kampt.
Zo doet 15,3 procent van jeugdigen in de gemeente beroep op de Jeugdhulp. Dat is 4,8 procentpunten hoger dan in vergelijkbare gemeenten. Daarnaast kampt de gemeente met zowel vergrijzing als ‘ontgroening’ (het wegtrekken van jongere inwoners). Desalniettemin is er geen daling waar te nemen van de inzet van jeugdhulpvoorzieningen. Tevens is de verwachting dat 6
met deze ‘ontgroening’ het aantal mantelzorgers zal afnemen en het aantal hulpvragen in de eerste en tweede lijn zal toenemen. Naast deze ontwikkelingen is een toename in problematieken waargenomen. Deze ontwikkelingen worden als zorgwekkend gezien. Ggz-problematiek wordt het vaakst genoemd als het grootste probleem. Zowel consulenten gericht op jeugd als Wmo- of cliëntondersteuners melden dat ze veelvuldig met psychische problematiek in aanraking komen, alsook met problematiek in het autistisch spectrum en met lvb- en dementie-gerelateerde problemen. Om de bovenstaande problematische ontwikkelingen een halt toe te roepen zijn in het ‘Samen Sterk’document een aantal speerpunten geformuleerd. Hieronder worden deze speerpunten die problemen rondom de jeugdzorg pogen aan te pakken kort beschreven: ‘Beperken specialistische begeleiding jeugdzorg’ Voor dit speerpunt wordt ingezet om de ‘nulde’ lijn (vrienden, bekenden, huisarts of juf op school bijvoorbeeld) te betrekken bij het zoeken van oplossingen voor problemen. Scholen en huisartsen worden zo lang mogelijk als sleutelfiguren betrokken in het proces. Gevonden oplossingen worden op dit niveau geïmplementeerd, zodat opschalen naar specialistische jeugdzorg een uitzondering is/wordt.
‘Jongeren groeien op in eigen omgeving’ Er wordt geconstateerd dat in sommige gevallen ouders niet over de juiste vaardigheden beschikken om zorg te dragen voor een veilig opvoedklimaat. In andere gevallen hebben kinderen dermate ernstige problematiek dat ouders dit niet alleen kunnen dragen. In beide gevallen wordt eerst een beroep gedaan op de eigen omgeving en daarna op de gemeente. Hierbij gaat de eerste keuze uit naar het inzetten preventieve maatregelen en/of ambulante begeleiding indien mogelijk, zodat het kind zo lang als mogelijk thuis kan blijven wonen. ‘Jongeren krijgen voldoende ontwikkelingskansen’ Dit speerpunt benoemd de actie om het goed beeld te brengen en houden van jongeren van wie wordt ingeschat dat die een ontwikkelingsachterstand kunnen oplopen gedurende hun verschillende levensfasen. Deze jongeren krijgen ondersteuning met passende interventies, zodat het risico op ontwikkelingsachterstanden afneemt. Deze preventieve handelingen moet de zelfredzaamheid van kinderen stimuleren en voorkomen dat op latere leeftijd de zorgkosten oplopen. ‘Toets op resultaatgerichte ondersteuning bij verwijzing’ Het is gebleken dat twee derde van de geïndiceerde jeugdzorg niet in samenspraak met een consulent van het Sociaal Team wordt bepaald.
Indicaties die niet in deze samenspraak worden ingezet verwijzen vaker naar individuele voorzieningen en betreft vaker langdurende zorg. Om dit te transformeren zal de gemeente een korte lijn aanbrengen met huisartsen en volgen na drie maanden evaluaties met ouders en aanbieders. Als andere partijen verlengingen van de zorg aanvragen, toets de gemeente die. Door anders te kijken naar indicaties kunnen vaker al oplossingen in de nulde en eerste lijn gevonden worden. Door betere evaluaties uit te voeren is er meer zicht op indicaties en kan niet-passende zorg sneller worden aangepast en sneller worden verwezen naar de juiste zorgaanbieder. ‘Match-making jeugdhulp’ Op basis van een zorgvraag wordt er gezocht naar het best passende aanbod. In het geval van multiproblematiek beoordelen ouders en consulent samen de problematiek en wordt er gekeken naar welke aanbieder hier het best bij past. Het kan voorkomen dat ouders en zorgaanbieders dan andere ideeën hebben over de multiproblematiek, wat leidt tot frustratie en discussie. Om dit te voorkomen wordt de problematiek gecategoriseerd en gekoppeld aan passende zorgaanbieders (aanbieders waarmee positieve ervaringen zijn opgedaan rond deze problematiek). Zo kan er een scherpere indicatie worden geboden en worden jongeren sneller geholpen.
‘Verscherpen contractbeheer en verscherpen contractafspraken’ De gemeente beheert de contracten en controleert of zorgaanbieders de zorg verlenen zoals afgesproken. Om de oneffenheden te kunnen uitwerken wordt het contractbeheer in verbinding met consulenten van het Sociaal Team, de afdeling financiën en regionale inkoop uitgevoerd. Zo is het contractbeheer 7
geïnformeerd met zowel positieve en negatieve ervaringen uit de praktijk. In samenspraak met deze partijen worden op regionaal niveau concrete afspraken gemaakt. Door deze samenwerking wordt de invloed op de aanbesteding vergroot en maakt het een innovatievere vorm van zorginkoop mogelijk. Hierdoor is er ook meer grip op de inzet en de kwaliteit van zorgaanbieders. Transformatiedoelstellingen In het document ‘Toekomstvisie en transformatieagenda sociaal domein Gemeente Duiven en Westervoort ‘Samen Sterk’’ wordt de toekomstvisie van de gemeente Westervoort uiteengezet. Om de problematiek uit de voorgaande paragraaf te kunnen opvangen en passende zorg te kunnen blijven leveren, zijn de nodige veranderingen nodig. Er gaat onder andere meer worden ingezet op preventie, zodat de toestroom naar zorgvoorzieningen afneemt en ernstiger problemen aan de voorkant al kunnen worden voorkomen. De visie van de gemeente wat betreft de transformatie van jeugdzorg is als volgt omschreven in de transformatieagenda (2021). Maximaal benutten eigen kracht De gemeente Westervoort wil maximaal inzetten op de eigen kracht van inwoners. Dit houdt een accentverschuiving in: van afhankelijkheid en het recht op voorzieningen naar zelfredzaamheid en eigen kracht. In de transformatieagenda ‘Samen Sterk’ worden in totaal drie zorglijnen genoemd waar deze verschuiving moet plaatsvinden.
Deze lijnen worden hieronder verder uitgelegd. Wanneer een inwoner van de gemeente hulpbehoevend is, wordt er allereerst gezocht binnen de eigen omgeving voor de oplossing, bijvoorbeeld met het inrichten van een ontmoetingsplek. Deze ‘nulde’ lijn is de term voor het niveau van zorg waar nog geen specialistische zorg is ingezet. Deze lijn bestaat uit basis- en algemene voorzieningen. Wanneer een inwoner extra steun kan gebruiken wordt laagdrempelige, professionele zorg ingezet, de zogenoemde eerste lijn. Dit zijn zorgvoorzieningen waar een inwoner zonder verwijzing naar toe kan gaan. Er wordt ruimte gelaten voor passende en creatieve oplossingen en er wordt meer constructief en vanuit de basis gedacht: van zorgen voor, naar zorgen dat. De ondersteuning die geboden wordt is zowel passend als nabij. Het gezin komt idealiter met één regisseur in aanraking gedurende het proces, die één plan naloopt. Wanneer er meerdere zorgvragen zijn worden die samenhangend verwerkt. Het gezin krijgt daarmee met zo min mogelijk verschillende hulpverleners te maken en is de hulp beter op elkaar afgestemd. Als laagdrempelige zorg onvoldoende blijkt te zijn voor de hulpvraag blijven ook individuele en maatwerkvoorzieningen aangeboden. De gemeente blijven alle noodzakelijke en verantwoorde zorg aanbieden en treedt handelend op in crisissituaties.
In deze tweede lijn werken gespecialiseerde zorgverleners. Een inwoner kan hier terecht wanneer deze wordt doorverwezen via een indicatiestelling. Dat gebeurt via bijvoorbeeld de huisarts, maar dat kan ook via het Sociaal loket. Met de inzet op het maximaal inzetten van de eigen kracht van inwoners worden er nog twee aspecten genoemd. Overheidsparticipatie door inwoners wordt aangemoedigd. Er wordt actief gezocht naar input die inwoners zelf aandragen bij onderwerpen in het sociale domein. Inwoners worden uitgenodigd om zelf met innovatieve oplossingen te komen voor problemen. De gemeente hanteert een open houding naar inwoners die met initiatieven en ideeën komen. Daarnaast wil de gemeente Duiven een meer inclusieve samenleving waar iedereen meetelt, ongeacht gender, culturele achtergrond, geloof, leeftijd etc. Iedereen neemt op een gelijkwaardige manier deel aan de samenleving. Mensen worden aangesproken op hun kunnen, niet hun beperkingen. Drie opgaven In de ‘Toekomstvisie en transformatieagenda sociaal domein Gemeente Duiven en Westervoort ‘Samen Sterk’’ is tevens opgenomen welke veranderingen moeten worden doorgevoerd om tot een nieuwe inrichting van het zorgmodel te komen. Drie grote opgaven binnen deze transformatieagenda zijn: Innovatie Samen met inwoners en maatschappelijke partners gaat de gemeente op zoek naar nieuwe, innovatieve en toekomstbestendige oplossingen.
Duurzaamheid, betaalbaarheid en passendheid zijn aspecten waar 8
de oplossingen aan getoetst moeten worden. Ook waar nog geen innovatieve of vervangende activiteiten mogelijk zijn, worden bij maatwerkvoorzieningen afwegingen in duurzaamheid en betaalbaarheid gemaakt. Preventie Preventie betreft vaak het doorbreken van hardnekkige en ongewenste patronen. Door voorlichting te geven en bewustwording te creëren over thema’s zoals gezonde leefstijl, opvoeding en economische zelfstandigheid worden en blijven inwoners zelfredzaam. Daardoor worden problemen voorkomen in een zo vroeg mogelijk stadium. Daarbij worden preventieve maatregelen dicht bij de leefomgeving van mensen gegeven, zoals school of op werk, waar de focus ligt op zowel het gedrag van mensen als hun fysieke en sociale omgeving, het liefst in samenwerking met inwoners zelf. Inkoop, regie en bewaking De gemeente blijft in permanente dialoog met uitvoerende partijen en inwoners. Zowel bij de vorming, de uitvoering als de evaluatie van het beleid. Zo wil de gemeente een gedeelde verantwoordelijkheid onder de maatschappelijke partners creëren. Dit vraagt om duidelijke afspraken tussen de ambtelijke organisatie 1Stroom en maatschappelijke partners over governance, rollen en taakverdeling. Onderwijs De gemeente zet in op vroegtijdig signaleren van zorggerelateerde problemen en preventie daarvan in het voorliggend veld.
Onderwijsinstellingen zoals basis- en middelbare scholen vallen daaronder. De gemeente Westervoort heeft in het transformatiedocument ‘Samen Sterk’ 2021 de verbinding met het onderwijs niet expliciet genoemd. Deze verbinding is er echter wel en is vastgelegd in een ander beleidsstuk. In het document ‘Beleidsplan Onderwijskansen gemeente Duiven en Westervoort 2023-2026’ is het beleid beschreven waar deze doelen worden uiteengezet. In het beleidsplan staan acties beschreven voor het bieden van kansen voor kinderen met een onderwijsachterstand, om deze een zo goed mogelijke start te geven op school. Om deze ambitie te verwezenlijken wordt al vroeg ingezet op kinderen met een vroeg- en voorschoolse indicatie (VVE). Een kind van niet ouder dan 24 maanden krijgt deze indicatie van het consultatiebureau als het duidelijk is dat er in het gezin niet voldoende ontwikkelingskansen zijn voor de peuter in kwestie. Met een VVE-indicatie kan het kind naar een voorschoolse opvang gestuurd worden, waar het voor 16 uur per week een speciaal programma volgt om de ontwikkeling te bevorderen, voor in totaal 960 uur. Tegelijkertijd wordt de ambitie gesteld om alle kinderen tot en met 12 jaar goede kansen te geven om zich volledig te ontwikkelen.
Op deze wijze is het beleid scherp opgesteld, zodat deze kinderen zo goed als mogelijk worden begeleid om de onderwijsachterstanden op te lossen/te voorkomen. Daarbij worden educatieve partners in de gehele jeugdketen betrokken (inclusief jeugdhulp en jeugdgezondheidszorg) en worden ouders actief betrokken in de ontwikkeling van hun kind. De speerpunten die zijn opgesteld om de bovengenoemde doelen te bereiken zijn als volgt: • maximaal bereik doelgroepkinderen; • aanbod voorschoolse educatie; • doorgaande lijn voor doelgroepkinderen versterken en verzachten; • onderwijsachterstanden basisonderwijs wegwerken; inzetten taalonderwijs; • gezamenlijke focus op taal; • preventieve zorg/opvoedondersteuning; • zicht hebben op bereik, kwaliteit en opbrengsten van beleidsplan. Deze speerpunten dienen tot doel om de juiste vroegsignalering in te zetten en kinderen de beste kansen te geven om te groeien en zich te ontwikkelen.
9
Ambtelijke organisatie 1Stroom De gemeente Westervoort is, samen met de gemeente Duiven, ondergebracht in eenzelfde ambtelijke organisatie, 1Stroom. In 2021 heeft er binnen deze ambtelijke organisatie een reorganisatie plaatsgevonden. In deze reorganisatie is er een scheiding gekomen tussen het Sociaal Team, het jeugdteam en Wmo-team. De aanleiding hiervoor was dat er een veelvoud aan vragen voor jeugd binnenkwam die niet makkelijk binnen hetzelfde team te verwerken waren. Nu deze scheiding heeft plaatsgevonden kunnen de binnenkomende vragen makkelijker toegeleid worden naar een consulent van het jeugdteam. De vragen die naar het jeugdteam worden belegd zijn vaak jeugdzorgspecifiek, waar de vragen die bij het sociaal team binnenkomen wat breder van aard zijn. Regionaal Op regionaal niveau zijn er ook een aantal grote ontwikkelingen gaande waar de gemeente Westervoort zich onder schaart. Zo zijn op regionaal niveau, in het document ‘Gelderse Verbeteragenda Jeugdbescherming’, afspraken vastgelegd die gemeenten, GI’s, Veilig Thuis en de Raad voor de Kinderbescherming met elkaar hebben gemaakt over het verbeteren van het huidige jeugdzorgbeleid. De drie belangrijkste afspraken zijn gemaakt over: 1. De regionale inkoop van jeugdbescherming en -reclassering. 2.
Samenwerking tussen gemeenten en ‘veiligheidspartners’ (Veilig Thuis, Raad voor de Kinderbescherming en GI’s) om zo kennisdeling te stimuleren en tot een breder gedragen visie te komen. 3. Het creëren van twee ambtelijke werkgroepen om de uitvoering van het beleid en visie te bewerkstelligen. In punt drie worden twee ambtelijke werkgroepen benoemd die de uitvoering van het beleid en de visie gaan bewerkstellingen. Beide ambtelijke werkgroepen opereren op bovenregionaal niveau. De werkgroep ‘contracten en basisafspraken’, waar GI’s en regio’s inzitten, is de contracten sinds 1-1-2021 gaan voorbereiden. Tevens worden bepalingen van reële tarieven van jeugdzorg verkend. De werkgroep ‘samenwerken en kennisdelen’ werkt aan een regionale visie, op basis waarvan uitgangspunten zijn geformuleerd over de samenwerking en communicatie tussen verschillende stakeholders (GI’s, Veilig Thuis, RvdK en lokale toegang). Deze regionale visie, zoals geformuleerd op de website van de Gelderse Verbeteragenda Jeugd, is als volgt samengevat: eerst samenwerking voor veiligheid, dan samenwerken voor risico-gestuurde zorg. De visie geeft in principe de volgorde waarin hulp wordt aangeboden weer: eerst een situatie controleren, om vervolgens te kijken naar welke oorzaken hier ten grondslag aan liggen, om deze vervolgens aan te pakken.
De kernwaarden die door de Gelderse gemeenten en veiligheidspartners onderschreven worden, zijn: onderling vertrouwen en partnerschap; wat men doet met en voor het gezin is duidelijk, navolgbaar en transparant; een systeemgerichte benadering, waar gezin als geheel wordt gezien in plaats van afzonderlijke delen; en samen leren door middel van reflectie op werkwijze en -processen. Vanuit deze kernwaarden werken de Gelderse gemeenten en veiligheidspartners aan betere zorg voor inwoners. Kwaliteitskader Jeugd Met de decentralisatie in 2015 is in samenwerking met betrokken partijen (waaronder gemeenten, Veilig Thuis en zorgaanbieders) en twee kennisinstituten (Nederlands Jeugdinstituut en Movisie) het kwaliteitskader Jeugd tot stand gekomen (Kwaliteitskader Jeugd 2016). De uiteindelijke versie van dit kwaliteitskader is in 2016 opgeleverd en wordt nog steeds gehanteerd. Voor professionals is een verkorte leidraad opgesteld, het document ‘Kwaliteitskader Jeugd in de praktijk’ (2015). In het kwaliteitskader Jeugd zijn bepaalde voorwaarden gesteld waar zorgaanbieders aan moeten voldoen bij de levering van zorgproducten. Deze eisen volgen de norm van de verantwoorde werktoedeling. Deze norm beschrijft de kwaliteit waar de geleverde zorg aan moet voldoen.
Met dit kwaliteitskader kunnen inkopers van jeugdzorg de geleverde zorg toetsen, om zo de kwaliteit van de zorg blijvend te kunnen borgen. Het kwaliteitskader beschrijft in drie punten de volgende eisen: 1. Zorg wordt uitgevoerd door een geregistreerde professional. 2. Alle professionals zijn vakbekwaam (zowel geregistreerd als ongeregistreerd). 3. Professionals werken volgens professionele standaarden. 10
Bij het afwegen van de vraag of de zorg uitgevoerd moet worden door een geregistreerde of ongeregistreerde zorgprofessional, wordt gebruikgemaakt van het afwegingskader die beschreven staat in het document ‘Kwaliteitskader in de praktijk’ (2015). Bij de keuze wordt de afweging gemaakt tussen twee vragen: 1. Hoe complex is de situatie van het kind of de jongere? (cliënt-gerelateerde indicatoren) en 2. Hoe complex is de hulpverlening? (professional-gerelateerde indicatoren) Bij lichtere vormen van problematiek en hulpverlening kunnen de vragen vanuit het sociaal team worden opgepakt. Bij zwaardere vormen van problematiek en hulpverlening wordt een geregistreerde zorgprofessional ingeschakeld. Regionale inkoopafspraken Sinds 2017 hebben gemeenten verschillende inkooptaken ondergebracht in een gemeenschappelijke regeling, dat de Inkoop sociaal domein Centraal Gelderland (Inkoop SDCG) wordt genoemd. Via de Inkoop Sociaal Domein Centraal Gelderland (InkoopSDCG), dat onder de modulaire Gemeenschappelijke Regeling (MGR) valt, worden Wmo-zorg, Jeugdhulp en Activerend Werk ingekocht voor en met elf Gelderse gemeenten, waaronder Westervoort. Zoals valt te lezen op de website van InkoopSDCG is er een algemeen inkoopdocument opgesteld.
Dit inkoopdocument informeert zorgaanbieders die zich willen inschrijven over de manier waarop de inkoop van Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en Jeugdhulp voor het Sociaal Domein regio Centraal Gelderland geregeld is. De volgende punten en daarbij horende afspraken worden in het document genoemd: • wie de opdrachtgever is; • de aanleiding voor inkoop; • de algemene opdracht; • hoe inschrijving verloopt; • de minimumeisen die aan opdrachtnemers worden gesteld; • het programma van eisen; • de beoordeling van het geleverde zorgproduct; en • de voorwaarden op basis waarvan de overeenkomst ontbonden kan worden. De afspraken zijn gebaseerd op de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten ontwikkelde Algemene Inkoopvoorwaarden (Algemeen Inkoopdocument Inkoop SDCG). De afspraken dienen om de inkoop van zorg regionaal eenduidig vast te leggen, zodat er minder tijd gaat naar administratie en zoeken naar hulp en meer tijd naar het begeleiden van jeugdigen en gezinnen (website GJVB). Er heeft ook een inventarisatie plaatsgevonden van de wensen en de behoeften van gemeenten, aanbieders en andere stakeholders (die in het document niet bij naam genoemd worden) uit de regio. Ook wordt het afsprakenkader uit het project ‘Zicht op kwaliteit’ meegenomen, dat in 2019 is afgerond.
In dit afsprakenkader wordt een regionale integrale aanpak beschreven voor kwaliteit, toezicht en handhaving gericht op de Jeugdwet en Wmo 2015. De toelatingsprocedure Inkoop SDCG is een inkoopsysteem dat bestaat uit een semi-open procedure, met daarnaast de optie om via een aanbesteding voor bepaalde zorgvormen een beperkt aantal aanbieders te selecteren (Specifieke Inkoopvoorwaarden Inkoop SDCG). Zoals te lezen is op de website van inkoop SDCG zijn de zorg en ondersteuning via inkoop SDCG onderverdeeld in verschillende zorgvormen. De zorgvormen die op regionaal niveau zijn vastgelegd voor jeugd zijn behandeling, jeugdbescherming en verblijf. Begeleiding en groepsbegeleiding zijn ook zorgvormen die voor jeugd geregeld zijn, maar deze vallen onder een koepel van Wmo/Jeugd, waar deze zorgvormen ook voor Wmo-gerechtigden kunnen worden ingezet. Voor elk van de zorgvormen is een specifiek inkoopdocument vastgelegd, zo ook voor begeleiding, verblijf en jeugdbescherming. Verblijf wordt via een andere aanbestedingsprocedure ingekocht dan de andere zorgvormen. Voor de zorgvorm Jeugdbescherming/Jeugdreclassering geldt een andere opbouw van de documenten (website InkoopSDCG).
11
De regio Gelderland heeft besloten om de bestaande overeenkomsten met gecontracteerde aanbieders van jeugdhulp te verlengen tot 1 juli 2025. Wanneer het huidige aanbod niet toereikend is voor een gemeente of de regio en/of het noodzakelijk is om nieuwe jeugdhulpproducten beschikbaar te hebben, kan er regionaal een tussentijdse openstelling overwogen worden. Op het moment lopen er geen tussentijdse openstellingen (website Inkoop SDCG). Op regionaal niveau zijn er tevens afspraken gemaakt over de transformatie van de uitvoering van jeugdhulp, die zijn vastgelegd in het document ‘Transformatieplan Jeugdhulp 2018-2020’. Na de decentralisatie in 2015 werden een aantal knelpunten omtrent de uitvoering van jeugdzorg gediagnosticeerd. Om deze het hoofd te kunnen bieden is ingezet op het doorvoeren van transformaties. Deze zijn in het Transformatieplan vastgelegd. Er was sprake van een landelijk actieplan, dat vervolgens per regio werd geconcretiseerd in een aantal inhoudelijke acties. In de regio Gelderland luiden deze als volgt: • betere toegang tot jeugdhulp voor kinderen en gezinnen; • meer kinderen zo thuis mogelijk laten opgroeien; • alle kinderen de kans bieden zich optimaal te ontwikkelen; • kwetsbare jongeren beter op weg helpen zelfstandig te worden; • jeugdigen beter beschermen als hun ontwikkeling gevaar loopt; • investeren in vakmanschap van jeugdprofessionals.
Het Rijk en de gemeenten stellen een transformatiebudget ter beschikking van 108 miljoen euro voor de uitwerking op regionaal niveau van de bovenstaande actielijnen. De vier ontwikkellijnen die de regio Gelderland zich had opgesteld om invulling te geven aan de bovenstaande veranderlijnen zijn als volgt geformuleerd: Versterken van de Lokale Teams Lokale Teams (nog) beter toerusten op hun centrale rol in het netwerk van jeugdhulp, gericht op het primaire proces (zorg voor passende, integrale en betaalbare zorg, optimale samenwerking). Transformatie specialistische ambulante jeugdhulp Kinderen ontvangen passende ambulante jeugdhulp zo vroegtijdig, licht en dichtbij mogelijk en zo zwaar als nodig, gericht op de behoeften van het kind. Transformatie op verblijf De hoofdinzet is het voorkomen op uithuisplaatsingen. Hiervoor worden acties ondernomen om de beschikbare expertises sneller beschikbaar te laten zijn, de trajecten soepeler te laten verlopen en de onderlinge samenwerking tussen partijen te versterken. Complexe scheidingen Omdat het aantal complexe scheidingen in de regio de afgelopen jaren toeneemt, is gekozen voor deze ontwikkellijn. Het doel is om kinderen in gezinnen preventief en actief te begeleiden in complexe scheidingsituaties. Financiële kaders De gestelde financiële kaders staan hieronder opgesteld.
Deze zijn opgehaald uit de gemeentelijke jaarstukken uit de jaren 2019-2023, de meerjarenprogrammabegrotingen van de jaren 2019 t/m 2024-2027 en de transformatieagenda ‘Samen Sterk’ 2022 van de gemeente Westervoort. De begroting voor het jaar 2024 is in een infographic weergegeven op de website van de gemeente Westervoort1 en is in de tabel hieronder ook opgenomen.
1 Zie: https://www.westervoort.nl/begroting.
12
Tabel 2.1 Jaar 2019 2020 2021 2022 2023 2024
Begrote uitgaven jeugdzorg Westervoort Begrote uitgaven jeugdzorg 4.726.000 5.760.000 5.903.000 6.004.000 5.584.000 5.717.779
Zoals in de tabel hierboven blijkt, zijn de begrote uitgaven op het taakveld jeugdzorg elk jaar gestegen, met uitzondering van het jaar 2023, waar de begrote kosten lager uitvallen dan in 2020. De begrote uitgaven in 2024 laten vervolgens weer een lichte stijging zien ten opzichte van het voorgaande jaar. De stijging in de begroting in de jaren ‘21-’22 wordt deels verklaard door de invoering van het woonplaatsbeginsel en de stijgende tarieven voor jeugdzorg (Jaarstukken Westervoort 2022). In 2023 worden ook de Hervormingsagenda jeugd en het Toekomstscenario verder geïmplementeerd op gemeentelijk niveau. Deze twee landelijke programma’s stellen een verandering omtrent jeugdzorg en jeugdbescherming voor, die in de komende decennia verder uitgewerkt zal worden. De begrote uitgaven voor de geëscaleerde zorg 18- en 18+, zoals opgesteld in de jaarstukken en programmabegrotingen voor de desbetreffende jaren, zijn in de tabel hieronder weergegeven. Deze cijfers betreffen de begrote uitgaven op geëscaleerde zorg 18- en 18+ als onderdeel van de gehele jeugdzorgbegroting: Tabel 2.2 Jaar 2019 2020 2021 2022 2023 2024
Begrote uitgaven geëscaleerde zorg 18- en 18+, Westervoort Begrote uitgaven geëscaleerde zorg 18- en 18+ 840.000 776.000 742.000 753.000 753.000 567.000
Hieruit blijkt dat de inzet op de beperking van geëscaleerde zorg, een van de speerpunten in het transformatiedocument ‘Samen Sterk’, een flinke kostenbesparing op het taakveld geëscaleerde zorg 18- en 18+ heeft bewerkstelligd vanaf 2019. In de begroting van 2024 is zelfs een forse daling van kosten begroot. De stijging van begrote uitgaven op het taakveld jeugdzorg hangt met andere ontwikkelingen samen, zoals eerder benoemd. Risicoanalyse In de programmabegrotingen en jaarstukken worden bij een aantal uitgevoerde programma's een korte risicobeschrijving gegeven. Tevens wordt de open-einde regeling bij Jeugdzorg benoemd. Echter is er geen overstijgende risicoanalyse met betrekking tot de kosten op jeugdzorg. Om de stijgende kosten beter te kunnen duiden is dit wel aan te bevelen. De uitgaven onder Jeugdzorg vallen onder een openeinderegeling (programmabegroting Westervoort 2023-2026). Een openeinderegeling houdt in dat er geen budgettair plafond wordt toegekend aan een begrotingspost. Als er noodgedwongen extra kosten worden gemaakt, worden deze opgevangen door de overheid, mits er aan een aantal voorwaarden wordt voldaan. Een openeinderegeling wordt als een financieel risico gezien, aangezien de werkelijke uitgaven hoger kunnen uitvallen dan wat budgettair vaststaat. Een relatief kleine gemeente zoals Westervoort heeft een relatief klein budget.
De kans dat de gemeente met één multiprobleemgezin het budget overschrijdt is dan ook hoger dan bij middelgrote en grote gemeenten, die vaak een groter budget hebben. Daarnaast heeft de gemeente een zorgplicht, wat betekent dat een gemeente het bieden van zorg niet kan weigeren. Op het moment dat er behoefte is aan jeugdzorg, kan de gemeente deze vraag niet terzijde leggen. De werkelijke uitgaven in de jaren 2019 tot en met 2022 worden in hoofdstuk 3 besproken.
13
2.2 Doelgroepen In de transformatieagenda ‘Samen Sterk’ 2021 wordt een prognose gegeven van de bevolkingsomvang in de gemeente Westervoort, van 2020 tot 2040, in de vorm van een staafdiagram. In dit staafdiagram staat dat het aantal 0-24-jarigen in de gemeente Westervoort rond de 3600 lag in het jaar 2020. De verwachting is dat in het jaar 2025 dezelfde groep tot zo’n 3300 inwoners is gekrompen. De prognose is dat dit aantal zich in de komende decennia zal stabiliseren tot ongeveer 3100 jongeren in de gemeente. Zicht op de doelgroep Sinds 2016 zijn gemeenten verplicht om een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek uit te voeren om de zorgervaringen van hulpbehoevende jongeren en ouders in kaart te brengen (Onderzoeksrapport Cliëntervaringen Westervoort 2023). Voor dit onderzoek is gebruik gemaakt van een modelvragenlijst (MCJO), en de gemeente heeft eigen vragen geformuleerd. In tabel 2.3 staan een aantal indicatoren (zoals tevredenheid over de geleverde zorg, toegankelijkheid van de zorg en contact met de gemeente) weergegeven. Deze indicatoren zijn in percentages uitgedrukt. Deze percentages staan voor het deel van respondenten (jongeren en hun ouders) waar in de beantwoording van de vragen dezen ‘Altijd’ of ‘Vaak’ antwoorden. De volledige cliëntervaringsrapporten over de jaren 2016 tot en met 2019 zijn niet op te halen.
Daardoor zijn een aantal percentages in deze jaren niet altijd bekend. Daarnaast staan in enkele rapporten de cijfers over de jaren met betrekking tot de indicatoren wel weergegeven, waar deze voor andere indicatoren niet zijn weergegeven. Wanneer de data onbekend zijn is dit in de tabel weergegeven met een asterisk (*). Tabel 2.3 Overzicht cliëntervaringen met jeugdzorg Westervoort Tevredenheid ouders en jon2016 2017 2018 2019 geren over dienstverlening in Westervoort, in % Respectvolle behandeling 95% 85% 91% 88% door hulpverleners Ontvangen juiste zorg *% *% *% 74% Samenwerking tussen ver50% 49% 59% 57% schillende organisaties Deskundigheid medewerkers *% *% *% 77% jeugdteam Toegankelijkheid zorgvoorzie88% 95% 79% 86% ning Informatievoorziening ge*% *% *% 73% meente
2020
2021
2022
92%
96%
91%
62% 71%
81% 68%
62% 76%
81%
78%
76%
78%
85%
69%
75%
70%
86%
Er zijn alleen concrete uitspraken te doen over de data vanaf het jaar 2019, omdat de data vóór dit jaar niet altijd bekend zijn. Uit de rapporten over de desbetreffende jaren komt naar voren dat jongeren en hun ouders over het algemeen tevreden zijn over de geleverde zorg in de gemeente. Inwoners krijgen vaak voldoende informatie over de geleverde zorg en de werknemers van het jeugdteam hebben de juiste kennis in huis. Ook is de zorgvoorziening toegankelijk georganiseerd. Toch zijn er veel verbeterpunten te benoemen. Zo kan het contact met de gemeente worden verbeterd. Dit wordt in de cliëntervaringsonderzoeken door de respondenten verklaard omdat er veel wisselingen van zorgpersoneel is geweest, waardoor niet altijd dezelfde begeleider bij een casus betrokken is. Ook wordt door lange wachtlijsten de zorg niet altijd tijdig geleverd. Deze cliëntervaringsonderzoeken schetsen het beeld dat de jongeren en ouders over het algemeen tevreden zijn over de toegang tot zorg, de kwaliteit en expertise van de zorg en medewerkers van het jeugdteam en de snelheid waarmee de zorg wordt geleverd. Op deze punten is de tevredenheid gestegen of gelijk gebleven vanaf 2016, het beginjaar van het uitvoeren van deze onderzoeken. Een verbeterpunt is dat de gemeente ervoor zorgt dat cliënten de juiste zorg krijgen.
14
Toegang tot jeugdzorg via Sociaal Loket In het document ‘Verordening Jeugdhulp Westervoort 2023’ wordt voorgeschreven wat het wettelijk kader voor de gemeente is omtrent jeugdhulp. De Verordening is in 7-6-2023 van kracht gegaan. Hierin wordt gesteld dat jeugdzorg voor jeugdigen tot 18 jaar is – en bij verlengde hulp tot 23 jaar. Hulp en ondersteuning via een algemene voorziening zoals maatschappelijk werk op school, jongerencoach of het consultatiebureau is direct toegankelijk, zonder voorafgaand onderzoek. Als dit niet voldoet, kunnen jeugdigen en hun ouder die behoefte aan geïndiceerde jeugdhulp hebben zich melden bij het sociaal loket, de huisarts, medisch specialist of de jeugdarts. Als de melding bij het Sociaal Loket binnenkomt, wordt hier bepaald waar de vraag terechtkomt: enkelvoudige vragen over jeugdhulp worden bij het jeugdteam neergelegd. Multiprobleemcasussen worden bij het Sociaal Team belegd. Het sociaal loket wijst de jeugdigen en hun ouders op de mogelijkheid om van de gratis onafhankelijke clientondersteuning gebruik te maken bij het keukentafelgesprek.
Daarnaast wordt er altijd een gezinsplan opgesteld door de jeugdconsulenten waarin de ondersteuningsbehoefte van een jeugdige en/of zijn ouders is vastgelegd, samen met de doelen (beoogde resultaten) en hoe deze te bereiken, evenals de bijdragen die zowel de hulpverleners als de hulpvrager en zijn sociale netwerk hieraan kunnen leveren. Als de zorgvraag via een verwijzing van huisarts, medisch specialist of jeugdarts bij het Sociaal Team komt, dan schakelt de gemeente gepaste jeugdhulpvoorzieningen in, als de jeugdhulpaanbieder ook van mening is dat jeugdhulp gepast is. Als de jeugdige of zijn wettelijk vertegenwoordiger na verwijzing van huisarts/medisch specialist/jeugdarts kiest voor een aanbieder van jeugdhulp die geen contract met de gemeente heeft en de gemeente soortgelijke jeugdhulp wel kan laten leveren door een zorgaanbieder waarmee een contract is afgesloten, is de gemeente niet verplicht om deze zorg te vergoeden. De gemeente draagt ook zorg voor de inzet van jeugdhulp die voortvloeit uit een strafrechtelijke beslissing binnen het jeugdstrafrecht en voor de inzet van alle vormen van jeugdreclassering (Verordening Jeugdhulp Westervoort 2023).
De gemeente is verplicht om de jeugdzorg in te zetten die het OM, de selectiefunctionaris, de inrichtingsarts of de directeur van de justitiële jeugdinrichting (JJI) nodig vinden bij de uitvoering van een strafrechtelijke beslissing. Een jeugdconsulent binnen het Jeugdteam van de gemeente voert een onderzoek uit waarin wordt gekeken naar 1) de aard en de omvang van de zorgvraag en 2) de capaciteit binnen het gezin en het sociaal netwerk voor het oplossen van deze zorgvraag (de ‘eigen kracht’). Op basis van de bevindingen die uit het onderzoek komen, wordt er een rapport geschreven. Het rapport wordt in toegankelijke taal geschreven en er wordt transparant gecommuniceerd over het besluit met de jeugdige en ouders. Op basis van deze bevindingen worden er wel of geen individuele voorzieningen toegewezen. Over de verdere aard en omvang van de doelgroep (inclusief de diverse problematiek) staat in de beschikbare beleidsdocumenten niets opgenomen.
2.3 Instrumenten en flankerend beleid In deze paragraaf worden achtereenvolgens de instrumenten die worden gehanteerd om het beleid uit te voeren en het flankerend beleid dat invloed heeft op de uitvoering van het jeugdzorgbeleid beschreven. Instrumenten Op de website van de gemeente Westervoort wordt het Sociaal Loket/Sociaal Team beschreven. Voor elke vraag voor geïndiceerde jeugdhulp is het sociaal loket de toegang vanuit de gemeente. Er zijn soms ook enkelvoudige vragen. Die worden meteen verdeeld onder de jeugdconsulenten die het gesprek aangaan met de jeugdigen en hun ouders, en op basis van dit gesprek wordt al dan niet overgaan tot het indiceren van jeugdhulp. Voor de complexere vragen is er het sociaal team. Elke week worden nieuwe aanvragen besproken binnen het Sociaal Team. De aanvrager wordt vervolgens geïnformeerd over de uitkomst van dit overleg. Als de zaak wordt toegewezen aan het Sociaal Team neemt een coach contact op met de cliënt. De rol 15
en de taak van de coach zijn allereerst ondersteunend. De coach helpt de cliënt in het opbouwen van vertrouwen in zichzelf, de eigen omgeving, de ondersteuning en de toekomst. De coach maakt een inventarisatie van de situatie op alle levensgebieden (bij alle leden van het huishouden) en verheldert de hulpvraag op integrale wijze. Hierbij wordt gelet op de principes van 1gezin1plan en casusregie. De gemeente Westervoort heeft in 2020 afspraken met huisartsen gemaakt over de toegang tot jeugdzorg via de huisartsen, vergelijkbaar met de afspraken die de gemeente Duiven in 2017 heeft gemaakt. De insteek was en is het verbeteren van de kwaliteit van de toegang tot jeugdhulp via de huisarts. De functie van specialistisch ondersteuner jeugd (SOJ’er) is zo ontstaan. De SOJ’er is in de gemeente gepositioneerd, maar voert het intakegesprek met inwoners die bij de huisarts langskomen met een hulpvraag. Wanneer er een aanvraag voor geïndiceerde jeugdhulp via de huisarts binnenkomt, neemt de SOJ deze hulpvraag van de huisarts over, zodat de gemeente blijvend zicht en sturing heeft op de aanvraag en de vorm van het type jeugdhulp. De SOJ’er kan niet in de systemen van huisartsen en is tevens niet op huisartslocaties. Flankerend beleid Naast de genoemde opgaven en speerpunten is er ook flankerend beleid dat invloed heeft op de uitvoer van het jeugdzorgbeleid.
In de gemeente Westervoort zijn er tevens een aantal programma’s die gelijktijdig lopen met de transformatieagenda ‘Samen Sterk’. Het programma ‘Scheiden zonder schade’, geïnitieerd door de ministeries van JenV en VWS, liep van 2018 tot 2021. De ambitie van het programma was om kinderen in een veilige omgeving te laten opgroeien, zelfs als ouders van elkaar scheiden. Om dit te realiseren wordt ingezet op het bieden van vroegtijdige hulp en ondersteuning aan gezinnen, worden de-escalatieprocedures in een echtscheiding ingezet, wordt ingezet op het bevorderen van zogenaamd ‘blijvend ouderschap’ en wordt deskundigheidsbevordering bij professionals ontwikkeld. Het project ‘Kansrijke start’ 2018 zet in op het ondersteunen van ouders in kwetsbare posities (zoals armoede). Deze ondersteuning komt vanuit het lokale niveau, waar lokale coalities Kansrijke Start in elke gemeente de samenwerking tussen professionals in het medische en sociale domein stimuleren en het informele netwerk betrekken. Het programma baseert haar aanpak op het principe van de eerste 1000 dagen van een kind. De mate waarin deze in veiligheid en gezondheid kunnen worden doorbracht, kunnen de kansen voor later vergroten.
In de transformatieagenda ‘Samen Sterk’ uit 2021 zijn tevens flankerende beleidselementen benoemd, specifiek met betrekking tot de financiële kwesties waarvoor de gemeente een oplossing probeert te vinden. De soorten beleid die als voorbeeld worden aangehaald zijn de AMvB reële kostprijs 2015, het abonnementstarief Wmo en de Participatiewet en het loonwaardesysteem die laatstgenoemde oplegt. Hierdoor wordt het vermogen om te sturen op financieel gebied verkleint. In paragraaf 3.7 wordt dieper ingegaan op de uitkomsten van de financiële kaders.
2.4 Toets op beleid In deze paragraaf toetsen we het beleid van de gemeente Westervoort aan de hand van de systeemnormen uit ons normenkader. De beleidsnormen zijn gebaseerd op de eisen die de wetgever heeft gesteld aan de uitvoering van het jeugdbeleid door de gemeente en hebben betrekking op de voorwaarden waaraan voldaan moet worden door de gemeente om een doelmatig en doeltreffend jeugdzorgbeleid te kunnen uitvoeren. De gemeente moet voldoende grip hebben op de verwijzingen richting de geïndiceerde zorg, om zo de gestelde beleidsdoelen te kunnen verwezenlijken. Daarvoor is het noodzakelijk dat de gemeente inzicht heeft in de behoefte en vraag naar zorg en ondersteuning, om vervolgens op basis daarvan de juiste zorg en ondersteuning te kunnen aanbieden (onder andere door deze zorg in te kopen), en dit binnen de budgettaire kaders te realiseren.
16
Normenkader beleid De aard en de omvang van de diverse doelgroepen van het jeugdzorgbeleid, hun hulpbehoeften en hun zorgconsumptie zijn goed in beeld ++ | + | + - | - | - De aard, omvang en hulpbehoeften van de doelgroep zijn redelijk goed in beeld, zoals blijkt uit verschillende beleidsstukken (‘Samen Sterk’ 2021, cliëntervaringsonderzoeken 2019-2023). De zorgconsumptie van jongeren is ook goed in beeld door de gesprekken met zorgaanbieders die regelmatig plaatsvinden en de jaarrapportages die de gecontracteerde zorgaanbieders verplicht zijn op te leveren. Daarnaast komt uit de gevoerde gesprekken naar voren dat de demografische samenstelling van Westervoort een rol speelt in de hulpbehoeften en zorgconsumptie van de doelgroep. Zo zijn er betrekkelijk veel sociale huurwoningen in de gemeente en is er veel grootstedelijke problematiek in de kleine gemeente. De gemeente zou de behoeften van de jongeren in de gemeente wat beter in beeld kunnen brengen. Er is geen kwalitatief onderzoek beschikbaar over de ervaringen van jongeren met jeugdzorg. Ook is door het ontbreken van de cliëntervaringsrapporten in de jaren 2016-2018 niet een volledig beeld te geven van de ontwikkelingen in deze jaren. Vanuit dit beeld zijn de doelstellingen van het jeugdzorgbeleid geformuleerd
++ | + | + - | - | - -
De analyse die in het transformatiedocument ‘Samen Sterk’ is opgenomen, is tevens waarop het beleid is opgesteld. Er wordt duidelijk ingezet op vroegsignalering, preventie, innovatie en samenwerking met zorgpartners in de gemeente en regio. De inzet op de beperking van de toeleiding tot de geïndiceerde jeugdzorg is tevens een kader waarbinnen het jeugdzorgbeleid is geformuleerd, zoals blijkt uit het ‘Samen Sterk’ document. De behoeften van de doelgroep kunnen echter beter in beeld worden gebracht. De doelstellingen zijn SMART geformuleerd
++ | + | + - | - | - -
De beleidsdoelstellingen zijn geformuleerd vanuit de beschreven problematieken waarmee de doelgroep kampt (‘Samen Sterk’ 2021). Doordat de doelstellingen specifiek op deze problematieken zijn gebaseerd en duidelijke kaders zijn gegeven aan de uitvoering hiervan (‘Samen Sterk’ 2021), kunnen de uitkomsten ook goed worden gemeten. De doelen die in het transformatiedocument ‘Samen Sterk’ zijn benoemd zijn ook realistisch en tijdgebonden geformuleerd. Aan de doelstellingen zijn duidelijke en transparante budgettaire kaders gekoppeld
++ | + | + - | - | - -
De gemeente heeft duidelijke en transparante budgettaire kaders. De bezuinigingen op het jeugdzorgbeleid die in ‘Samen Sterk 2021’ zijn voorgesteld, zijn in dit document duidelijk gekoppeld aan specifieke onderdelen van de uitvoering, binnen de brede transformatiedoelstellingen (innovatie, preventie, inkoop, regie & bewaking en financiën). Deze uitsplitsing zijn echter niet meegenomen in de programmabegrotingen van 2019 tot en met 2024-2027. Er is sprake van een goed zichtbare en laagdrempelige toegang tot de geïndiceerde jeugdzorg ++ | + | + - | - | - Voor inwoners met een hulpvraag is de eerste toegang tot de jeugdzorg laagdrempelig geregeld via het Sociaal Loket. Een inwoner kan hier altijd terecht, ook zonder specifieke verwijzing van een professional. Ook kan een zorgvraag via een zorgprofessional, zoals de huisarts, bij de gemeente binnenkomen. Door deze samenwerkingsverbanden is de toegang tot jeugdzorg nog laagdrempeliger georganiseerd. Met de aanstellingen van de SOJ-ggz heeft de gemeente tevens meer grip gekregen op de toeleiding tot de geïndiceerde jeugdzorg via de huisartsen.
De juiste zorg en ondersteuning worden ingekocht, gelet op de aard en de omvang van de doelgroepen, hun hulpbehoeften en zorgconsumptie ++ | + | + - | - | - De gemeente is in staat de juiste zorg en ondersteuning in te kopen, lettend op de aard en de omvang van de doelgroepen, hun hulpbehoeften en zorgconsumptie. Er zijn op regionaal niveau afspraken gemaakt over de inkoop van zorg. Gemeenten kunnen een tussentijdse openstelling (het tijdelijk openbreken van een zorgcontract) aanvragen, als een gemeente meent dat er onvoldoende toereikend zorgaanbod is. Er zijn op het moment geen tussentijdse openstellingen. Dat impliceert dat het huidige aanbod toereikend is voor de zorgvragen. Ook behouden gemeenten daarmee hun grip op het zorgaanbod. Daarnaast heeft de gemeente zicht op de hulpbehoeften vanuit de uitvoeringspraktijk, via de jaarlijkse overleggen met zorgaanbieders en met overleggen met het jeugdteam. De huidige knelpunten rondom wachtlijsten en verloop van personeel zorgen echter soms voor het uitstel van het leveren van jeugdzorg vanuit zorgaanbieders. Er is binnen het systeem van de jeugdzorg voldoende ruimte voor innovatieve ontwikkelingen ++ | + | + - | - | - De gemeente heeft innovatie als een van de speerpunten opgesteld in de transformatieagenda ‘Samen Sterk'.
Zoals blijkt uit de gevoerde gesprekken zijn er binnen de ambtelijke organisatie 1Stroom beslissingen gemaakt over de
17
verdeling van taken binnen het Jeugdteam. Het jeugdteam is voor het efficiënter oppakken van hulpvragen opgedeeld in een Jeugdteam en een Sociaal Expertise Team. Dit zorgt ervoor dat jeugdzorgspecifieke vragen sneller kunnen worden belegd bij consulenten met expertise hierop. Andere voorbeelden van innovatieve ontwikkelingen zijn de aanstelling van de SOJ-ggz, het invoeren van een nieuw registratiesysteem, de inzet op en afspraken over de regionale contractonderhandelingen en inkoop van jeugdzorg en het ontwikkelen van een zoektool voor consulenten en ouder(s)/kind(eren).