20240917-rv-subsidieverordening-klimaatadaptatie-bijlage-1-uitvoeringsprogramma
Tekst van het document
We treffen maatregelen op locaties waar het nodig is Hoewel duidelijk is dat in meer detail inzicht gewenst is in het functioneren van het stedelijk watersysteem als geheel wachten we niet met het treffen van maatregelen. Voor de kwetsbare locaties zijn maatregelen geformuleerd die we verder uitwerken en uitvoeren. Waar mogelijk sluiten we aan bij al geplande werkzaamheden om kapitaalvernietiging te voorkomen. Resultaat: Kwetsbare locaties zijn aangepakt óf er is een maatregelplan opgesteld.
Kwetsbare panden vormen ongeveer 10 procent van de panden met wateroverlast. In 2026 willen we waar het kan de kansen op wateroverlast fors verminderd hebben door gerichte inzet. 26
2.2. Vitale verkeersaders blijven in het geval van extreme neerslag begaanbaar en woonstraten zijn bereikbaar voor hulpdiensten
2.3. De kosten welke gemaakt worden om de gevolgen van klimaatextremen te beperken wegen op tegen de (onverwachte) kosten van de maatregelen.
2.2.1. We overleggen met de veiligheidsregio over de vitale routes en functies. Mogelijk zijn binnen onze gemeenten routes en functies aanwezig die wij als minder belangrijk beoordelen maar onze veiligheidspartners wel noodzakelijk achten om op tijd ter plaatse van een noodgeval te zijn. Om te voorkomen dat belangrijke zaken buiten het zicht blijven, treden we in overleg met de veiligheidsregio om op regionaal niveau als gemeenten, veiligheidsregio, waterschap en GGD na te denken over veiligheid, vitale routes, vitale functies en een handelingsperspectief bij calamiteiten.
2.3.1. Bij investeringen in klimaatmaatregelen houden we rekening met de lange termijn schades Wij vinden doelmatigheid van de investeringen een belangrijk criterium bij het treffen van maatregelen tegen de verwachte effecten van klimaatverandering. Bij investeringen maken we daarom altijd een afweging of een investering afweegt tegen het effect dat de investering heeft op de overlastsituatie. Zodoende prioriteren we de investeringen op mate van schade, kans op voorkomen en de impact die een dergelijk event heeft.
Resultaat: Actieplan vitale routes 2.2.2. We treffen maatregelen op locaties waar meer dan 30 centimeter water op vitale verkeersaders berekend wordt. Als regio accepteren wij geen vitale wegen met meer dan 30 centimeter water omdat dan de hulpverlening bij extreem weer in het gedrang komt. Daarom worden op vitale (fiets-)routes maatregelen getroffen bij waterdieptes die groter zijn dan 30 cm. Resultaat: Knelpunten met >30 cm berekende waterdiepte zijn opgelost in 2026 of voorzien van een plan daartoe.
Resultaat: Borging doelmatigheid en prioritering 2.3.2. Wij reserveren schadebedragen op basis van een gedetailleerdere risicostudie In de risicosessies is onderscheid gemaakt tussen de verschillende klimaateffecten welke zich in de toekomst voor zullen doen, met daarbij de keuze of wij een schadebeeld als gemeenten accepteren of juist niet acceptabel vinden en maatregelen nodig zijn. Sommige gebeurtenissen accepteren we als schade of het betreft overmacht door bijv. noodweer. Dit neemt niet weg dat dergelijke gebeurtenissen schade kunnen veroorzaken aan onze eigendommen of eigendommen van derden waar wij verantwoordelijk voor gehouden worden. Aan de hand van de website www.klimaatschadeschatter.nl is per gemeente een eerste inzicht verkrijgbaar in de verschillende schadetypen en hoogte van bedragen per klimaatthema.
Figuur 5-2 Water-op-straat in combinatie met doorgaanbaarheid vitale routes in de omgeving van de Kampsingel te Zevenaar
Figuur 5-1 Uitsnede van de geschatte schade van wateroverlast in de gemeente Westervoort 27
Na berekening van de waterstanden met behulp van meer detail (zie 2.1.1) is een gedetailleerdere berekening van de verwachte schades ten gevolge van wateroverlast te maken. De hieruit afgeleide mogelijke schadelast bij een herhalingstijd kan in de planning en control documenten worden opgenomen bij de analyse van risico’s voor de weerstandsreserve. Niet alleen schades als gevolg van wateroverlast worden berekend. Ook van de andere gevolgen van klimaatverandering analyseren we de mogelijke schadelast en wordt deze voorzien van een kans op optreden. Hierbij houden wij rekening met schade als gevolg van overmacht (noodweer) en de gestelde inspanningsverplichtingen. Resultaat: Gedetailleerd inzicht in de risico’s als gevolg van klimaatadaptatie Afdekking risico’s in weerstandsreserve
28
6 Beleidsambitie 3: We benutten de (bergings-) capaciteiten van het natuurlijk bodemsysteem en het watersysteem beter om voldoende water te bewaren voor drogere periodes 6.1
Inleiding op de beleidsambitie
Droogte is binnen de Liemers een relevant thema. Kijken we alleen al naar de zomers van 2018, 2019 en 2020 dan zien we kwetsbaarheid voor droge periodes. Naar verwachting neemt dit alleen maar toe door het veranderende klimaat en staat de aanvoer van zoetwater via de rivieren onder druk op termijn. De watervraag en het wateraanbod moeten daarom beter aan elkaar gekoppeld worden. Waar bestaande systemen vooral gericht zijn op het snel en efficiënt afvoeren van water uit onze gebieden naar watergangen en rivieren is een omslag nodig in denken. Ofwel, we moeten de weg van de druppel van dakpan tot zee zo lang mogelijk vertragen. Om de weg van de druppel te vertragen zetten we niet meer in op efficiënte en snelle afvoer vanuit het gebied. We richten ons op infiltratie in de bodem waar het kan en houden zo water vast. We handelen binnen de Liemers in de toekomst volgens de volgende trappen: besparen-vasthouden- bergen-afvoeren. Om verdroging tegen te gaan zetten we allereerst in op besparen van grond- en oppervlaktewater en het benutten van hemelwater. Daarna houden we water vast op de plek waar het valt. Lukt dat niet dan richten we centrale bergingen in waar we water tijdelijk kunnen bergen om overlast op andere plaatsen te voorkomen. Als dat ook niet lukt, voeren we water pas af naar oppervlaktewater.
Door zoveel mogelijk water in de bodem vast te houden, werkt de gemeente binnen haar invloedssfeer aan de drinkwaterkwaliteit en waterbeschikbaarheid op lange termijn. Verzakkingen worden door droogte niet voorkomen, maar wel bestreden en blijft stedelijk groen langer vitaal in droge zomers.
Wadi’s Wannersgaard, Westervoort
©Cyclomedia
29
Ambitie
Doelen
Strategie 3.1.1. Door stimuleren van perceeleigenaren infiltreert 50% van het regenwater vanaf verhard oppervlak waar het valt
3.1: Regenwater vanaf bestaande en nieuwe verharding watert niet meer af naar de gemengde riolering.
3.1.2. We stellen een afkoppelkansenkaart op waarop inzichtelijk is voor inwoners welke maatregelen kansrijk zijn. 3.1.3. Met een hemelwaterverordening voorkomen we aansluiting van verharde oppervlakken op ons rioolstelsel.
3: We benutten de (bergings-) capaciteiten van het natuurlijk bodemsysteem en het watersysteem beter om voldoende water te bewaren voor drogere periodes
3.2: Wegen en parkeerplaatsen met lage verkeersintensiteiten worden waterpasserend of waterdoorlatend uitgevoerd en overbodige verharding wordt omgevormd naar groen.
3.3: Het watersysteem wordt optimaal benut om water vast te houden en vertraagd af te voeren.
3.2.1. We inventariseren waar verhardingen overbodig zijn. 3.2.2. Bij reconstructies worden wegen en parkeerstroken omgevormd naar waterdoorlatende alternatieven en overbodige verharding omgevormd naar groen
3.3.1. We zetten zoveel als mogelijk in op lokale infiltratie om verdroging te bestrijden 3.3.2. Oppervlaktewateren worden meer ingezet om water te bergen in de kernen
30
6.2
Hoe is het nu?
In de huidige situatie watert een groot deel van het verharde oppervlak af via de gemengde riolering naar de rioolwaterzuivering. Als het hard regent stort ongezuiverd water over naar oppervlaktewater. In zomers waarin het droog is en af en toe een grote regenbui valt, stort er dus voedselrijk water over in stilstaand water. Dit leidt tot waterkwaliteitsproblemen. Daarnaast verdroogt de ondergrond, omdat water van verhardingen niet infiltreert in de bodem, maar via gesloten systemen naar de zuivering wordt afgevoerd. Onderstaande figuren (figuur 6-1) tonen de gebieden waar hemelwater gezamenlijk met afvalwater wordt ingezameld en waar mogelijkheden bestaan voor afkoppelen.
6.3
Wat gaan we doen?
3.1. Regenwater vanaf bestaande en nieuwe verharding watert niet meer af naar de gemengde riolering. Binnen de Liemers werken we aan het volledig scheiden van waterstromen. In 2050 watert er daarom bijna geen verhard oppervlak meer af via de riolering. Alleen in gebieden waar het grondwaterpeil te hoog of de grond te slecht water doorlaat, benutten we afvoer via de riolering nog om onze voeten droog te houden. Andere locaties houden het water vast door infiltratie of het mogelijk maken van benutting door bijvoorbeeld bomen. We werken naar de situatie dat uiteindelijk in 2050 100% van dakvlakken is afgekoppeld. Voorzijdes nemen we mee bij rioolvervangingen, achterzijden stimuleren we vooralsnog door subsidie. 3.1.1. Door stimuleren van perceeleigenaren infiltreert 50% van het regenwater op eigen terrein. In de Liemers richten we ons op het vasthouden van hemelwater. Bij voorkeur daar waar het valt. Perceeleigenaren vragen wij, in eerste instantie vrijwillig, om hemelwater te infiltreren daar waar het kan volgens de afkoppelkansenkaart. Waar het niet kan, vragen we een waterberging met gereguleerde afvoer om een gelijke inspanning te bewerkstelligen voor eigenaren. We richten ons met name op de achtertuinen, omdat regulier afkoppelen daar te kostbaar is. Voortuinen voeren we waar het kan af via de hemelwaterriolering of infiltreren we in de straat.
Resultaat: Hemelwater dat valt binnen particuliere percelen infiltreert in de bodem 3.1.2. We stellen een afkoppelkansenkaart op waarop inzichtelijk is voor inwoners welke maatregelen kansrijk zijn. Het is belangrijk inwoners bij voorkeur te ondersteunen met kennis. We maken daarom begrijpelijke overzichten, zodat inwoners weten in hoeverre zij regenwater van verharde oppervlakten lokaal kunnen infiltreren of eventueel de doorlatendheid van de grond kunnen verbeteren. Daarmee zijn ze beter op de hoogte van de stappen die inwoners kunnen nemen om bij te dragen aan het oplossen van de lokale droogte of wateroverlast. Ook kunnen op deze manier de gemeenten en het waterschap in een vroeg stadium plannen ondersteunen, bijsturen of voorzien van advies.
Figuur 6-1: Wijken en buurten waar gemengde riolering aanwezig en waar afkoppelen mogelijk is 31
Naast dat het inzicht biedt in de geschiktheid voor afkoppeling door particulieren versnellen we onze eigen afwegingen door middel van een afkoppelkansenkaart. Hierin zal onder andere staan waar we wel en niet gaan infiltreren en of het afvoeren van afgekoppeld hemelwater op het oppervlaktewater gewenst is Resultaat: Afkoppelkansenkaart die online gedeeld wordt in samenwerking met gemeenten en waterschap.
3.1.3. Met een hemelwaterverordening voorkomen we aansluiting van verharde oppervlakken op ons rioolstelsel. Met een hemelwaterverordening leggen we vast dat verharde oppervlakken niet aan mogen sluiten op de riolering. Voor nieuwe oppervlakken geldt daarmee dus dat deze al deels op eigen terrein water bergen en vervolgens afvoeren naar openbaar terrein. Dit afvoeren gebeurt bij voorkeur bovengronds om waterkwaliteitsaspecten. In de verordening wordt ook opgenomen dat lokaal bij perceeleigenaren 30 millimeter waterberging wordt gerealiseerd en bij bedrijventerreinen 60 millimeter. De hemelwaterverordening geldt primair voor nieuwe oppervlakken binnen de gemeenten maar biedt ook mogelijkheden om bestaande gebieden aan te wijzen. Bijvoorbeeld bij grote reconstructies is er de gelegenheid om gebieden aan te wijzen waar particulieren verplicht worden hemelwater op eigen terrein te verwerken. Bij reconstructies zijn we in direct contact met inwoners en benutten we deze contacten optimaal. Resultaat: Nieuwe verharde oppervlakken worden niet op riolering aangesloten mits in de afkoppelkansenkaart staat dat infiltratie niet geschikt is.
3.2.1. We inventariseren waar verhardingen overbodig zijn. Daar waar het kan worden verhardingen verwijderd. Te brede trottoirs en wegen worden in beeld gebracht om bij reconstructies te versmallen en te verlagen. Zo bundelen we de locatiespecifieke eigenschappen met de beleidswens om verhard oppervlak te verminderen en meer groen en biodiversiteit in de straten te bevorderen. Door inventarisatie en afstemming binnen gemeenten en waterschap worden kansen bij werkzaamheden niet gemist. Bijvoorbeeld een trottoir versmallen, kan plaatsvinden bij realisatie van een warmtenet. Resultaat: Overzicht van te verwijderen of veranderen verharde oppervlakken. 3.2.2. Bij reconstructies worden wegen en parkeerstroken omgevormd naar waterdoorlatende alternatieven en overbodige verharding omgevormd naar groen. Ter plaatse van daarvoor geschikte parkeerterreinen en parkeerstroken vormen we de waterdichte verharding om, tot waterdoorlatende, waterpasserende of groene verhardingen. Hiermee bestrijden we de hittestress die door pleinen en parkeerplaatsen veroorzaakt worden én zorgen we voor het zo lokaal mogelijk verwerken en infiltreren van hemelwater. Daarnaast draagt het bij aan het vergroenen van het straatbeeld en kan dit gecombineerd worden met het vergroten van de binnenstedelijke biodiversiteit.
Resultaat: Niet intensief gebruikte parkeerterreinen en parkeerstroken worden voorzien van een halfverharding óf doorlatende verharding. Overbodige verharding wordt omgevormd tot groen.
3.2. Wegen en parkeerplaatsen met lage verkeersintensiteiten worden waterpasserend of waterdoorlatend uitgevoerd en overbodige verharding wordt omgevormd naar groen. Om wateroverlast te bestrijden is het terugdringen van verhardingen noodzakelijk. Omdat water op verhardingen niet in de bodem kan wegzakken moet het afgevoerd worden naar een andere plaats. Daardoor ontstaan problemen. Door verharding te verminderen of doorlaatbaar voor water te maken wordt accumulatie van water op lage delen bestreden en daardoor het risico op wateroverlast en droogte vermindert. Figuur 6-2: Voorbeeld van een groene openbare parkeerplaats
32
3.3: Het watersysteem wordt optimaal benut om water vast te houden en vertraagd af te voeren. Naast de focus op het vertragen van de weg van de druppel, hebben we te maken met watergangen die droogvallen of waar waterkwaliteitsproblemen voorkomen. Deze waterkwaliteitsproblemen kunnen we deels bestrijden door meer water aan te voeren naar het oppervlaktewater of in natte periodes meer water vast te houden. Daarom werken we, waar mogelijk, samen met het waterschap om regenwater af te koppelen en in de watergangen vast te houden en overstorten waar mogelijk te saneren. Dit vermindert enerzijds de vuilvracht vanuit de overstorten op de watergangen en zorgt voor meer voeding. 3.3.1. We zetten zoveel als mogelijk in op lokale infiltratie om verdroging te bestrijden. De natuurlijke waterkringloop willen we zo natuurlijk mogelijk inrichten. Daarom richten we ons op het in de bodem brengen van hemelwater waar het kan. Dit bestrijdt in “normale zomers” de ver uitzakkende grondwaterstanden met mogelijk inklinkingen tot gevolg én het zorgt voor waterbeschikbaarheid voor bomen, waardoor deze water kunnen verdampen en het minder heet wordt in de kernen.
3.3.2. Oppervlaktewateren worden meer ingezet om water te bergen in de kernen. Om droogvallen van watergangen, met grote gevolgen voor onder meer de biodiversiteit en waterkwaliteit te bestrijden, kiezen we in een aantal gebieden actief voor het lokaal vasthouden van water uit wijken in lokale waterpartijen. Zo spannen we ons als overheden in de Liemers in om meer water in watergangen te krijgen, zodat het waterpeil langer gewaarborgd blijft. Hierbij wordt goed gekeken naar het bergend vermogen van de watergang, om overstroming vanuit een watergang te voorkomen. Ingrepen om water naar watergangen te krijgen zijn kapitaalintensieve ingrepen. Deze worden daarom bij grootschalige wijk- en gebiedsreconstructies ingepland. We zoeken hierbij nauwe afstemming met het waterschap Rijn en IJssel om uitdagingen, die zij in het beheer van de watergangen en droogteproblematieken ervaren, mee te nemen in deze projecten en vanuit haar rol als vergunningverlener. Resultaat: In 2050 is er 150 hectare (ca. 25% van het huidig op het gemengd riool aangesloten verhard oppervlak) afgekoppeld richting oppervlaktewater in samenwerking met het waterschap Rijn en IJssel.
Regionale grondwaterstanden worden wel grotendeels door de rivieren veroorzaakt. Ver uitzakkende waterstanden in de grote rivieren kunnen wij niet beheersen waardoor ons gebied altijd kwetsbaar blijft voor droogte. Dit zorgt er echter niet voor dat wij geen verantwoordelijkheid moeten dragen om ons regenwater zo lang mogelijk vast te houden en nuttig in te zetten. Om de maximale inzet concreet te maken, vragen we bij ieder project om bij de projectinitiatie een afweging te maken hoe zoveel mogelijk water benut, geïnfiltreerd of in een watergang gebracht kan worden. Resultaat: In ieder projectvoorstel een afweging maken voor het omgaan met water. Meer dan 80% van het water dat valt in openbaar gebied infiltreert.
33
7 Beleidsambitie 4: Inwoners worden regelmatig geïnformeerd over klimaatadaptatie op eigen terrein en de acceptatie van klimaateffecten blijft in stand 7.1
Inleiding op de beleidsambitie
Klimaatadaptatie is bij uitstek een thema wat niet alleen de gemeente en het waterschap kunnen oplossen. Het merendeel van het gemeentelijk oppervlak, binnen woonkernen, is namelijk in particulier bezit. Het is daarom belangrijk om in overleg te gaan met de inwoners en informatie te delen over de kansen om op eigen terrein maatregelen te nemen tegen wateroverlast en droogte, bijvoorbeeld via www.weetvanwater.nl. Daarbij zorgen we voor continue communicatie over het onderwerp klimaatadaptatie en dragen we in de vorm van kennis en middelen bij aan particuliere maatregelen. Daarnaast kunnen gemeenten en waterschap ter inspiratie de klimaatadaptieve maatregelen delen die wij nemen in de openbare ruimte. Samenwerken als overheden met verschillende partners, vraagt om een solide en degelijke organisatie die bewust is van de opgave en waar de succesfactoren voldoende geborgd zijn. In dit plan wordt door kennisdeling, capaciteitsuitbreiding en strategische beleidsvorming in de benodigde ruimte voorzien om kaderende regels op te stellen. Daarnaast is het van belang dat de huidige acceptatie van bijvoorbeeld water op straat door gestroomlijnde woordvoering van de gemeenten in stand blijft en wordt uitgebouwd. Adhoc besluiten moeten voorkomen worden. Hiertoe vindt continue communicatie plaats, in het bijzonder bij extreme weersomstandigheden.
Groenstrook binnen de wijk Groot Holthuizen in Zevenaar ©Cyclomedia
34
Ambitie
Doelen
Strategie 4.1.1. Voor de Liemers wordt een hitteplan opgesteld.
4.1. De gemeenten stellen duidelijke uitgangspunten en protocollen op en maken deze bekend
4.1.2. De communicatie rondom klimaatadaptatie is structureel geborgd in de organisatie 4.1.3. Het handboek openbare ruimte wordt herzien met oog op de maatregelen voor klimaatadaptatie
4.2.1. We werken aan groene klimaatadaptieve schoolpleinen 4.2. Kinderen en jongeren zijn bewust van klimaatadaptatie en kunnen de effecten van klimaatadaptatie ervaren/beleven. 4: Inwoners worden regelmatig geïnformeerd over klimaatadaptatie op eigen terrein en de acceptatie van klimaateffecten blijft in stand
4.3. De gemeenten ondersteunen het nemen van fysieke maatregelen op particulier terrein
4.4. Gemeentelijke organisaties zijn goed uitgerust voor de adaptatieopgave
4.2.2. We ondersteunen scholen in klimaat-lesprogramma's en sluiten aan bij bestaande initiatieven. 4.3.1. Woningbouwcorporaties worden actief betrokken bij planning en ontwerp van maatregelen. 4.3.2. Particuliere perceeleigenaren worden financieel ondersteund om op eigen terrein klimaatmaatregelen te nemen. 4.4.1. Binnen de Liemers wordt 1 FTE aangesteld om klimaatadaptatie aan te jagen en te leiden 4.4.2. Medewerkers van gemeente (en waterschap) worden in kennis ondersteund door een opleidingsprogramma.
35
7.2
Wat gaan we doen?
4.1. De gemeenten en het waterschap stellen duidelijke uitgangspunten en protocollen op en maken deze bekend. Om als regio impact te maken in de communicatie, stellen we duidelijke communicatieen inhoudelijke richtlijnen op. We werken als regio zoveel mogelijk in één taal. Dat doen we door structurele borging van de communicatiecapaciteit en de inhoudelijke communicatie, zoals via de website www.weetvanwater.nl. Zo is het voor inwoners en samenwerkingspartners helder waar we voor staan en op welke wijze we doelen willen realiseren. Communicatie is van wezenlijk belang als het erop aankomt, in crisissituaties. Ook daarvoor voorzien we in duidelijke woordvoeringslijnen. 4.1.1. Voor de Liemers wordt een hitteplan opgesteld. In geval van hittegolven is het van belang dat in samenwerking met de GGD opgeschaald wordt in de aanpak. De gemeenten stellen uiterlijk 2023 een centraal hitteplan op waarin opgenomen wordt wanneer, wat, wie en hoe gecommuniceerd wordt bij hittegolven. Dit plan stellen we op met de GGD en veiligheidsregio, zodat een brede vertegenwoordiging partners ontstaat met één geluid.
We stellen hiervoor 0,4 FTE communicatie voor die alleen wordt ingezet op klimaatadaptatie en onderliggende activiteiten Liemers breed. Uit ambtelijke analyse, zie figuur 7-2, blijkt dat de medewerking van inwoners nog laag wordt ingeschat. De respons op de enquête was ook niet hoog in de inventarisatie van dit uitvoeringsplan. Daarom steken we extra in op herkenbare communicatie gedurende de planperiode. Resultaat: Communicatiecapaciteit is geborgd door aanstelling 0,4 FTE specialistische communicatie. 4.1.3.
Het handboek openbare ruimte wordt herzien met oog op de maatregelen voor klimaatadaptatie. De standaarden voor ontwerp en beheer van de openbare ruimte zijn nog niet altijd op maat voor een klimaatadaptieve buitenruimte. Denk bijvoorbeeld aan het toepassen van trottoirbanden langs groenstroken waar juist door verlagingen ruimte voor water gemaakt kan worden. Of het toepassen van halfverhardingen waar een scala aan mogelijkheden zijn met wenselijkheid. Daarom gaan we als onderdeel van het opleidingstraject onder collega’s aan de slag met de aanpassing van onze ontwerpvoorkeuren. De integrale klimaattoets is onderdeel van onze standaarden die met ontwikkelaars worden gecommuniceerd. De klimaattoets wordt ter onderbouwing en beeldvorming aangevuld met afbeeldingen en schetsen. Resultaat: Meer klimaatadaptiviteit in een handboek openbare ruimte 4.2. Kinderen en jongeren zijn bewust van klimaatadaptatie en kunnen de effecten van klimaatadaptatie ervaren/beleven. Klimaatadaptatie is, naast het weerbaar maken van de leefomgeving, ook een proces van bewustwording. Daarom zetten we samen als overheden in op onderwijs, zodat kinderen weten wat de gevolgen zijn van een veranderend klimaat en wat we eraan kunnen doen. Omdat onderwijs vooral blijft hangen als het aanschouwelijk gemaakt wordt, is het vergroenen en klimaatadaptief vormgeven van schoolpleinen een speerpunt voor ons.
4.1.2.
De communicatie rondom klimaatadaptatie is structureel geborgd in de organisatie. Om de ambities die in dit uitvoeringsprogramma zijn opgenomen waar te maken, doen wij een fors beroep op de communicatieafdelingen. Om te voorkomen dat ambities ondersneeuwen in de dagelijkse werkzaamheden trekken we eigen capaciteit aan.
4.2.1. We werken aan groene klimaatadaptieve schoolpleinen. Als onderdeel van het convenant klimaatadaptief maatschappelijk vastgoed, werken we naast het vastgoed zelf aan klimaatadaptieve (school-)pleinen. Wat we zelf beheren, pakken we het binnen 5 jaar op om schoolpleinen adaptief te maken. Scholen in bezit
36
van stichtingen en onderwijsorganisaties en andere pleinen nemen we concrete afspraken voor op in het convenant. Resultaat: Voor alle (school-)pleinen is in 2024 een plan opgesteld om klimaatadaptief te zijn.
Resultaat: Er zijn minimaal 7 (buurt-)projecten geweest in samenwerking met gemeenten en woningbouwcorporaties; Klimaatadaptatie doet concreet mee in de prestatieafspraken. Wijkuitvoeringsplannen worden afgestemd met de investeringsagenda’s van woningbouwcorporaties.
We ondersteunen scholen in klimaatlesprogramma’s en sluiten aan bij bestaande initiatieven en programma’s. Bij iedere locatie waar kinderen en jongeren onderwijs volgen, worden gastlessen klimaatadaptatie en duurzaamheid georganiseerd om het belang van het klimaat en goed omgaan met de leefomgeving door te geven aan de volgende generatie. Wij sluiten aan bij dergelijke bestaande initiatieven en ondersteunen scholen hierin. Het klimaatadaptief inrichten van de schoolpleinen heeft daarmee ook een educatieve rol naast het geschikt maken en houden van de speelplekken. Kinderen en jongeren zullen sneller op deze locaties samenkomen en gaan bewegen. 4.2.2.
Resultaat: In 2026 draait op 80% van de scholen een gastles klimaatadaptatie. 4.3. De gemeenten ondersteunen het nemen van fysieke maatregelen op particulier terrein. 4.3.1. Woningbouwcorporaties worden actief betrokken bij planning en ontwerp van maatregelen. Uit inventariserende gesprekken met woningbouwcorporaties/stichtingen blijkt dat zij graag bereid zijn om hun vastgoed klimaatadaptief te maken. We betrekken de woningbouwcorporaties dan ook bij het convenant klimaatadaptief maatschappelijk vastgoed. Daarnaast gaan we aan de slag om samen pilots uit te voeren. We gaan aan de slag met geveltuintjes en buurtprojecten. Ook zetten we Steenbreek in voor doelgerichte kansen bij de gemeente Zevenaar.
Figuur 7-1
Particulier gevelgroen
Corporaties geven aan dat ze graag samenwerken, maar hun agenda wel moeten afstemmen op de investeringsagenda van gemeenten. De gemeentelijke wijkuitvoeringsplannen vormen hier een mooie opmaat voor, maar dit moet concreter worden vormgegeven. De komende periode stemmen we uitvoering beter op elkaar af om win-win te maken.
37
4.3.2. Particuliere perceeleigenaren worden financieel ondersteund om op eigen terrein klimaatmaatregelen te nemen. We vinden het als gemeente belangrijk om klimaatadaptatie en biodiversiteit niet alleen in de openbare ruimte in te passen, maar ook op particulier terrein invulling te geven. Daarom stellen we een subsidieverordening op, waarin we het mogelijk maken om financieel bij te dragen aan inwonerinitiatieven. Voorgesteld wordt een individuele regeling te maken, zodat particulieren die hun tuin aan willen passen, een schuurdak willen vergroenen of anderszins aan de slag willen met klimaatadaptatie op eigen terrein, een aanvraag kunnen doen. De subsidiecriteria worden breed voorgesteld, zodat inwoners uit een breed palet van maatregelen kunnen kiezen om toe te passen op eigen terrein mits dit bijdraagt aan een klimaatadaptieve leefomgeving. De subsidieregeling wordt in 2022 opgesteld en in 2023 opengesteld. Naast financiële ondersteuning leveren we ook kennis. Een speciale website houden we bij om tips en trucs te verzamelen en successen te delen. Daarnaast organiseren we buurtavonden om mensen te enthousiasmeren. Resultaat: Subsidieregeling ter stimuleren particuliere maatregelen; Meer biodiversiteit en klimaatadaptatie in straat en perceel; Sociale cohesie door betrokkenheid bij vergroening in de buurt. 4.4.
Gemeentelijke organisaties zijn goed uitgerust voor de adaptatieopgave. 4.4.1.
Binnen de Liemers wordt capaciteit (2 FTE) aangesteld om klimaatadaptatie aan te jagen en te leiden. Uit een ambtelijke analyse van de succesfactoren van klimaatadaptatie blijkt dat capaciteit het grootste knelpunt is om klimaatadaptatie van de grond te krijgen. Een ander knelpunt is de borging van klimaatadaptatie in het beleid en het handelen binnen de organisatie. Dit is weergegeven in onderstaande figuren (figuur 7-2).
Figuur 7-2 Succesfactoren voor het slagen van klimaatadaptatie ambtelijke sessie binnen de gemeenten.
Daarom zetten we in op formatie-uitbreiding en doen we dit samen als regio. Eén aanspreekpunt voor de regio Liemers die de kar trekt, uitwisseling met externe organisaties doet en interne projecten initieert en coördineert op strategisch niveau. Binnen gemeentelijke organisaties worden kopgroepen gevormd om zaken op te pakken. Op operationeel niveau wordt de capaciteit uitgebreid om advisering bij ruimtelijke projecten mogelijk te maken. Zo worden de belangen van klimaat en gezondheid geborgd bij ruimtelijke ontwikkelingen. Resultaat: Er is voldoende capaciteit om projecten en bewegingen in gang te zetten en van advies te voorzien; Er wordt 2 FTE aanvullende capaciteit in de regio georganiseerd. Hiervan wordt één FTE in de regio verdeeld als aanjager. Zevenaar neemt daarnaast 0,5 FTE voor rekening en 1Stroom ook 0,5 FTE op tactisch niveau. 4.4.2.
Medewerkers van gemeente en waterschap worden in kennis ondersteund door een opleidingsprogramma. Naast het breed en integraal delen van kennis en voorbeelden, richten we een aanjaagteam binnen de organisaties in. Leden van dit team worden na een opleidingstraject van 3 dagdelen gevraagd deel te nemen. Dit team zorgt voor brede inbedding en bewaking van het thema in de organisatie. Zij delen voorbeelden uit de regio en leveren desgevraagd input aan de regio. In 2026 bij de herijking van het beleid, wordt dit team kopgroep en worden bevindingen verwerkt in nieuw beleid. Resultaat: Kennis en onderbouwing klimaatadaptatie is up-to-date; Medewerkers weten elkaar te vinden. 38
8 Hoe gaan we het doen? De in het vorige hoofdstuk beschreven doelen vragen ingrepen in de fysieke ruimte. In dit hoofdstuk worden maatregelen toegelicht en wordt inzichtelijk gemaakt wat de bijdrage van de maatregelen is aan de vier klimaatadaptatiethema’s. Inpassing van maatregelen is locatie specifiek en daarom niet generiek vorm te geven. Daarnaast is een inkijk gemaakt in botsende beleidsvoornemens bij het voorgestelde beleid.
8.1
De maatregelen
Bij de rotonde de Looierstraat in Duiven is een mooi voorbeeld beschikbaar van een locatie waar veel klimaatadaptieve maatregelen bij elkaar komen. Er is groen aanwezig, maar meer aandacht voor biodiversiteit, gebruik en bereikbaar koelte en de mogelijkheid tot waterberging ter bestrijding van wateroverlast is wenselijk. Ter plaatse wordt meer dan 30 cm water op straat berekend, terwijl de groenstrook grotendeels droog blijft. De bankjes staan net buiten de schaduwvakken in de hittekaart én er is ruimte beschikbaar om aanvullend te beschaduwen rond de brievenbus. De maatregelen uit onderstaande paragrafen zijn zo bedoeld dat waar combinatie mogelijk is, zoals op deze plaats, deze ook actief gezocht wordt.
Hieronder is weergegeven welke maatregelen er binnen de Liemers voorgesteld worden en aan welke klimaatthema’s zij bijdragen.
Hitte
Wateroverlast
Droogte
Biodiversiteit
Hierin is door middel van de stippen (●) aangegeven of zij in beperkte (●) of grote (●●) mate bijdragen om de klimaateffecten te beperken. In bijlage A is weergegeven waar de maatregelen toegepast worden. Groenzone geschikt maken voor verblijf door: creëren van schaduw door het aanplanten van bomen en het aanbrengen van voorzieningen (o.a. bankjes/speeltoestellen) waarbij aandacht is voor biodiversiteit. Door het gehele beheergebied van de Liemers worden op 9 locaties voorgesteld de aanwezige groenstroken op te waarderen met schaduwvoorzieningen als bomen en verblijfsvoorzieningen. Om het zowel voor de jongere als oudere doelgroepen een aantrekkelijke plek te maken om te recreëren en te verblijven. Bij deze opwaardering ligt het voor de hand direct fauna-verblijfsvoorzieningen te treffen, dit kunnen voorzieningen zijn als nestkasten of insectenhotels.
●●
●●
Koele zone geschikt maken voor verblijf door plaatsen bankje(s) H2 Op enkele locaties binnen de regio zijn reeds speelvoorzieningen in groene zones aanwezig waar gesport en gespeeld kan worden. Voor de oudere doelgroepen kunnen aanvullende verblijfsplekken, als bankjes/picknickbanken, uitkomst bieden om het verblijf rondom deze speelvoorzieningen aantrekkelijker te maken. Het inzetten op aanvullend groen rondom deze locaties kan hierbij direct meegenomen worden, waarbij gestreefd wordt naar vegetatie met meerwaarde voor biodiversiteit en klimaatadaptatie. Figuur 8-1: Locatie aan de Looierstraat te Duiven, met daarbij de berekende hittestress en wateroverlast rondom de locatie
●● 39
Bestaande groenzone met voorzieningen (bankjes/speeltuin) deels koel maken door bomen aan te planten (schaduw) Groene zones met verblijfsvoorzieningen zijn geschikt om enige tijd te verblijven. Echter kan (extreme) warmte en onvoldoende schaduw ervoor zorgen dat verblijf op deze locaties gedurende warme zomerse dagen onaantrekkelijk wordt. Door schaduwvoorzieningen als bomen, hogere vegetatie of kunstmatige voorzieningen als schaduwdoeken of pergola’s te plaatsen, is het mogelijk de groenzones geschikt te maken en te houden voor verblijf. Voor onder meer senioren bieden deze koele plekken de mogelijkheid om ook tijdens warme dagen een ommetje te maken. Daarnaast zorgen koele speelplekken ervoor dat kinderen de gelegenheid hebben om ook tijdens warme zomerdagen buiten te spelen. Hierbij is het dus van belang dat de locatie koel is en dat voorzieningen aanwezig zijn die verblijf op deze locatie mogelijk maken. Hierbij moet wel aandacht zijn voor de situatie op minder warme dagen. Wanneer bijvoorbeeld alle bankjes en speeltuinen volledig in de schaduw komen te liggen, is het daar op minder warme dagen te koel. Bij de verdere uitwerking van de maatregelen moet hierin een goede balans gevonden worden. Hierbij is aandacht voor de thema’s als waterberging en –overlast, biodiversiteit en uitbreiding van de speel- en verblijfsvoorzieningen te betrekken.
●●
●●
●●
Biodiversiteit bestaande groenzone verbeteren Groenzones zijn veelal ingericht met beperkt soortenrijke mengsels van bloemen, struiken en bomen. Ook met het oog op faunavoorzieningen is hier winst te behalen door bijvoorbeeld nestkasten, insectenhotels of meer variatie toe te voegen in bijvoorbeeld vegetatiehoogten of verwilderde opzet van groenstroken. Bij toepassing van een variatie aan groen op de juiste locaties is het mogelijk een impuls te geven aan de biodiversiteit in de bebouwde omgeving, die sterk onder druk staat. In principe kan deze maatregel bij iedere (her)inrichting van speel- en verblijfsplaatsen toegepast worden.
●
●
●●
Water-op-straat oppervlakkig richting watergang sturen Door het toepassen van goten, afvoerstroken of verlagingen in het maaiveld, is het mogelijk overtollig hemelwater naar watergangen te geleiden. Hierdoor wordt de kans op wateroverlast ter plaatse van lokaal gelegen wegen en panden verlaagd en watergangen benut voor het lokaal verwerken en bergen van water.
●
●
●● Water-op-straat oppervlakkig richting groenzone sturen
Gebied vergroenen (bijv. door te ontharden of bomen aan te planten) Zogenaamde hitte-eilanden, waar bijvoorbeeld grote aaneengesloten vlakken verhard oppervlak aanwezig zijn, warmen gedurende warme en zonnige perioden sneller op dan groene beschaduwde zones langs waterpartijen. Voorbeelden van hitte-eilanden zijn parkeergebieden, industriegebieden en marktpleinen. Door binnen deze locaties de verhardingspercentage omlaag te brengen in de vorm van halfverharde (groen) parkeerplaatsen en fiets- en wandelpaden, zal de locatie minder snel opwarmen. Het aanleggen van groene zones en hogere vegetatie als bomen te planten draagt bij aan het verkoelen van de locaties. Binnen de Liemers zijn in Westervoort 6, Duiven 8 en Zevenaar 21 lokale-hitte-eilanden gelegen waar deze maatregel voorgesteld wordt.
●●
●
●
●●
Regenwater dat valt, kan zich ter plaatse van lokale laagten verzamelen en hier tot wateroverlast tegen panden en water op straat leiden. Door het hemelwater in nabijgelegen groenzones te bergen, is het mogelijk het water te bergen waar dit het minst kwaad kan en dit overschot aan hemelwater lokaal te bergen en te infiltreren. Binnen de gemeente Westervoort zijn 9 locaties, in Duiven 25 locaties en in Zevenaar 44 locaties voorgesteld waar groenstroken omgevormd of aangepast kunnen worden ten behoeve van lokale verwerking van hemelwater. Deze maatregelen kunnen variëren van het aanpassen van de parkeerprofielen, het verlagen van de straatbanden tot het verdiept aanleggen van speeltuinen en groene zones. Hierbij is het belangrijk vooraf de infiltratiecapaciteit in beeld te brengen om de geschiktheid voor infiltratie te toetsen en eventueel aanvullende maatregelen te nemen.
●
●●
●●
40
Inrit/trottoir ophogen om afstroming van water op straat naar woning te voorkomen Water op straat heeft niet direct schade tot panden en wegen tot gevolg. Wanneer het water zich echter via een verlaagde in- of oprit of verlaagd trottoir naar lager gelegen kwetsbare objecten als woningen of bedrijven verplaatst, kan dit tot overlast of schade leiden. Door een lokale verhoging van het maaiveld zoals een drempel toe te passen kan het water tussen de straatbanden blijven staan en wordt schade beperkt.
●●
●●
●●
●●
Lokale laagte met overlast, dus het stelsel ontlasten (bijv. door afkoppelen) Wanneer de geleiding van afstromend water op straat niet mogelijk is, of niet voldoende resultaat heeft om overlast te voorkomen, moet gewerkt worden aan het ontlasten van de riolering. Dit kan door het verminderen van de hoeveelheid verhard oppervlak op zowel openbaar als particulier terrein. Daarnaast is dit mogelijk door verhard oppervlak af te koppelen en indien mogelijk lokaal te verwerken, of af te voeren via een hemelwaterstelsel. Ook het vergroten van de bergingscapaciteit van de riolering en/of het vergroten van de afvoercapaciteit van de riolering kunnen hier oplossingen bieden.
●●
●●
●●
●●
Maatwerkoplossing
Berging water-op-straat vergroten (bijv. door V-profiel) In veel gevallen worden wegen bol aangelegd. Dit wil zeggen dat het midden van de weg of straat hoger ligt dan de zijkanten. Hierdoor kan water zich langs de zijkanten van de weg verzamelen, waarna het bijvoorbeeld via straatkolken opgevangen en afgevoerd kan worden of naar groenstroken kan afstromen. Binnen deze maatregel wordt voorgesteld straten juist ‘hol’ of in een V-profiel uit te voeren. Daardoor is er een grotere waterberging beschikbaar op straat. Hierbij worden de kolken in het midden van de weg gelegd om het gevallen hemelwater te verzamelen.
Maatwerkoplossingen zijn van toepassing op locaties waar, op basis van de klimaateffect-analysen, effecten of gevolgen van het veranderende klimaat merk- of voelbaar zijn. Dit zijn bijvoorbeeld locaties waar kwetsbare groepen geconcentreerd zijn als verzorgingstehuizen, scholen of buitensportlocaties. Om nut en noodzaak van maatregelen en wensen voor de locaties met elkaar af te stemmen is het belangrijk de samenwerking tussen de partijen aan te gaan.
●
●
●
●
Bij dergelijke (grote) herinrichtingen van straten en wijken loont het om de directe fysieke omgeving mee te nemen door bijvoorbeeld rioleringswerkzaamheden gelijktijdig uit te voeren en parkeervakken en wandelpaden te ontharden en te vergroenen. Zo worden meekoppelkansen zoveel mogelijk gecombineerd. Binnen de gehele Liemers worden in Westervoort 1, in Duiven 6 en in Zevenaar 14 van dergelijke maatregelen voorgesteld.
●●
●●
●●
●●
41
8.2
Raakvlak met beleidsterreinen
Klimaatadaptatie is een opgave die zich op diverse terreinen voordoet in de openbare ruimte. Naast klimaatadaptatiedoelen, zoals in dit uitvoeringsprogramma geformuleerd, zijn er meerdere doelen in de openbare ruimte. Watertakenplan De zorgplichten op het gebied van hemelwater en grondwater worden door de gemeenten en het waterschap in een integraal watertakenplan georganiseerd. Dit plan voorziet in de wijze van uitvoering van de zorgplichten waar grote overlap met klimaatadaptatie aanwezig is. Droogte en wateroverlast zijn veelal direct onder te brengen bij de zorgplichten. Hierdoor is een grote verbondenheid aanwezig tussen het klimaatadaptatie uitvoeringsprogramma en het watertakenplan, niet in de laatste plaats door de financiering van maatregelen uit dit plan via de rioolheffing. IBOR Vanuit de recente IBOR-beleidsdocumenten die ter vaststelling aan de raden is verzonden zijn meerdere koppelkansen mogelijk. Als het gaat om middelen voor biodiversiteit, bewonersparticipatie en vergroening van verhardingen wordt uit dit uitvoeringsprogramma aangesloten bij de IBOR-projecten en andersom. Daarnaast wordt in de beheerplannen volgend uit de IBOR nadere uitwerking gegeven aan beheeropgaven. De beleidslijnen om klimaatadaptatie te koppelen aan het IBOR-programma zijn aanwezig.
In de beheerplannen kunnen maatregelen vanuit dit uitvoeringsprogramma worden overgenomen, zodat werk met werk gemaakt kan worden, aansluitend bij financieel scenario B (zie vervolg). Warmtevisie In een groot deel van de gemeenten wordt gewerkt aan het aardgasvrij maken van woningen. Daarvoor dienen op termijn op grotere schaal wijkuitvoeringsplannen opgesteld te worden en uitgevoerd voor 2050. Hierbij zal sprake zijn van civiele ingrepen voor bijvoorbeeld warmtenetten. Bij deze maatregelen kan klimaatadaptatie volgens dit uitvoeringsprogramma worden vormgegeven en wordt synergie beoogd. Onder doel 1.1.3. wordt integraliteit beoogd door een intern opleidingstraject. Het is daarbij met name de bedoeling overlappende en aanpalende beleidsterreinen met elkaar te verbinden om de hiervoor beschreven integraliteit te behalen. Hiertoe hebben ambtelijk al inventariserende bijeenkomsten plaatsgevonden.
8.3
Botsing beleidsvelden
Ieder beleid heeft effecten op de dagelijkse praktijk. In dit hoofdstuk worden enkele voorbeelden uitgewerkt om de botsingen in beeld te brengen. Bomen – Zon PV Uit de stresstesten en wetenschappelijke informatie blijkt dat grote bomen veel effect hebben op de gevoelstemperatuur. In nieuwbouwontwikkelingen worden nu vaak kleine bomen geplant. Daarnaast worden bij reconstructies ook vaak grote bomen ingewisseld voor kleine bomen. De trend is dat bij ontwikkelingen in de buitenruimte steeds groot groen voor klein groen wordt ingewisseld. Daarbij wordt qua leefklimaat een stap teruggezet. Groot groen speelt hierbij een rol om het leefklimaat te verbeteren. Met grote bomen in bestaande bebouwing is er meer beschaduwing op de woningen en verhardingen. Hierdoor is het koeler in de bebouwing en warmt de bebouwing minder op. Zonnepanelen leveren door de beschaduwing echter minder op, waardoor inwoners vaak kiezen voor klein groen. Daarom stellen we in de Liemers ons leefklimaat centraal, boven de specifieke opbrengst van een enkel dakvlak uit. Bomen – Verzakkingen Bomen zorgen voor verkoeling. Deels is dat door beschaduwing en deels is dat door het verdampen van (grond-)water. Dat is strijdig met verdrogingsproblematieken die kunnen
42
spelen en kunnen leiden in droge periodes tot verzakkingen, zoals onder de aandacht gebracht is door comité ZWIK (Zakkende woningen, Inklinkende klei). Daarom dient de aanplant van bomen vergezeld te gaan met hydrologische maatregelen in gebieden waar veel verstening is, zodat meer water in de bodem wordt vastgehouden en per saldo de situatie geohydrologisch niet verslechtert. Ontwikkelwensen – Leefmilieu Een harde botsing zijn de wensen tot ontwikkeling van bedrijventerreinen en woningbouwprojecten. Door het hitte-eilandeffect dragen ontwikkelingen aan de randen van kernen bij aan hittestress in de kernen, maar is inbreiding ook nadelig voor de ontwikkeling van het hitte-eilandeffect. Het verharden van groenstroken en bebouwen van groen staat dus tegengesteld op het verbeteren van het leefklimaat in de woongebieden. Voor deze botsing geldt dat bij een voldoende klimaatinclusieve ontwikkeling de kwaliteit van het leefklimaat niet per definitie hoeft te verslechteren. Het is dan van belang dat de gemeente duidelijk voorwaarden stelt aan de ontwikkeling om aan te tonen dat er daadwerkelijk duurzaam ontwikkeld wordt.
Vergroenen – financiën Groen is een noodzakelijk middel om klimaatadaptatie handen en voeten te geven. Echter is de praktijk ook dat binnen de gemeentelijke begroting het groenbudget een bescheiden deel is waarbinnen geen of nauwelijks investeringen mogelijk zijn. De werkzaamheden bestaan met name uit onderhoud en vervangen van groenstroken. Investeringen in uitbreiding van het areaal en groter groen zijn niet te financieren en vragen om meer middelen. Daarom is in dit plan expliciet gemaakt wat de realisatie van ambities kost en wordt uw raad gevraagd hier mee in te stemmen.
43
9 Wat gaat het kosten? In dit hoofdstuk worden de financiële scenario’s weergegeven waarin de verschillende keuzemogelijkheden zijn uitgewerkt. Per gemeente is in beeld gebracht wat de lasten zijn indien het voorgestelde programma wordt uitgevoerd als regio. Daarnaast is in beeld gebracht waar het Waterschap Rijn en IJssel deel kan nemen in projecten om knelpunten in stedelijk gebied op te lossen.
9.1
dat aansluiting wordt gezocht met de IBOR of dat gewacht wordt op natuurlijke vervangingsmomenten. In dit scenario zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd:
Scenario’s
-
Het financieel gevolg van de voorgestelde werkwijze en strategie is uitgewerkt in de volgende drie scenario’s met ieder een eigen bijbehorend kostenplaatje over 28 jaar genomen. Voor het vergelijken van scenario’s is een periode tot 2050 genomen omdat de uitvoeringsagenda deels ook over de lange termijn adviseert. In onderstaande figuur zijn de (investerings-)kosten tot 2050 per scenario weergegeven.
Looptijd strategisch investeren in klimaatadaptatie 28 jaar (horizon in 2050 klimaatadaptief);
-
Afkoppelmaatregelen worden los van de rioolvervanging geagendeerd om klimaatadaptatiedoelen te behalen op korte termijn;
-
Maatregelen zoals het afkoppelen van verhard oppervlak vallen grotendeels
Duiven
Westervoort
Zevenaar
Scenario A
€ 26.297.320,00
€ 33.092.992,00
€ 146.578.338,00
uit het Watertakenplan voor projecten die vanuit klimaatadaptatie ook ge-
in de reguliere rioleringswerken in het Watertakenplan. In het uitvoeringsprogramma is in scenario A geen rekening gehouden met financiële dekking
Scenario B
€
5.838.056,00
€
4.612.832,00
€ 14.967.344,00
wenst zijn. Omdat projecten als op zichzelf staand worden beschouwd,
Scenario C
€
3.998.120,00
€
2.195.000,00
€
6.333.600,00
wordt niet gewacht tot de planning van het Watertakenplan aangepast is aan
Scenario D
€
863.100,00
€
532.980,00
€
1.539.720,00
klimaatnoodzakelijke locaties.
In alle scenario’s geldt dat de kosten zijn berekend op basis van kentallen die in de bijlage zijn opgenomen. Aantallen bomen of bankjes en grondwerk zijn berekend naar x/m2 en door het bepalen van oppervlakken zijn verrekenbare tarieven samengesteld. Op basis van de gemiddelde kosten over de komende 5 jaren zijn de lasten met 28 jaar vergeleken. Alle maatregelen uit het maatregelenoverzicht zijn op basis van impact en effect gecategoriseerd in de klassen Hoog, Middel-hoog en Lage urgentie om een eerste indeling in maatregelen aan te brengen. Globaal betekent dit dat maatregelen met hoge urgentie tot 2030 worden opgepakt, met middelhoge urgentie tot 2040 en met lage urgentie tot 2050.
9.2
Scenario A: Alle maatregelen uitvoeren als zelfstandige maatregel
9.3
Scenario B: Meekoppelen waar het kan
In Scenario B wordt uitgegaan van de kracht van meekoppelen en aanjagen. Binnen reguliere rioolvervangingsprojecten, energietransitie opgaven en wijkreconstructies worden maatregelen uitgevoerd. Zo wordt aangesloten bij logische vervangingsmomenten. Voor scenario B zijn de volgende uitgangspunten van toepassing: -
Klimaatmaatregelen worden aangelegd wanneer er zich kansen voordoen op termijn. Beleidsmatig worden alle projecten opgestart om klimaatadaptatie voldoende te borgen en de kennis te delen binnen de organisatie en de inwoners;
-
Om te voorkomen dat kansen gemist worden in huidige situatie óf de problematieken vaker opspelen, wordt een budget gereserveerd voor maatregelen die in lopende initiatieven of projecten kan worden aangewend. Dit betreft 30% van het budget berekend voor bouwsteen A in bijlage A;
In dit scenario zijn projecten voor klimaatadaptatie leidend in het investeren in de buitenruimte. De middelen zijn voldoende om maatregelen zelfstandig uit te voeren zonder 44
-
Binnen scenario B worden rioolvervangingen niet zelfstandig geagendeerd,
-
Ambities en doelen die we willen realiseren zijn niet leidend in onze programme-
maar worden klimaatambities gerealiseerd op het moment van rioolrecon-
ring, maar volgen de beheercyclus zoals deze al bepaald is met bijbehorende mid-
structie. Wel is inzichtelijk gemaakt in welke wijken klimaatknelpunten in op-
delen zonder impuls voor klimaatadaptatie.
pervlaktewater aanwezig zijn. Ingrepen in deze wijken worden gezamenlijk met WRIJ opgepakt; -
Scenario C geeft het hiernavolgende kostenbeeld (investeringskosten):
king uit het Watertakenplan en de algemene middelen. Voor Scenario B le-
Totale kosten beleidsmatig per jaar Duiven Algemeen Watertakenplan Totaal
vert dit de hiernavolgende investeringsopgave op voor de komende planpe-
Westervoort
Algemeen Watertakenplan Totaal
€ € €
29.356,25 € 70.248,75 € 99.605,00 €
35.262,50 € 82.567,50 € 117.830,00 €
22.167,50 € 68.257,50 € 90.425,00 €
24.867,50 € 66.502,50 € 91.370,00 €
22.167,50 72.172,50 94.340,00
Zevenaar
Algemeen Watertakenplan Totaal
€ € €
77.862,50 € 182.107,50 € 259.970,00 €
94.925,00 € 217.695,00 € 312.620,00 €
57.095,00 € 176.355,00 € 233.450,00 €
64.895,00 € 171.285,00 € 236.180,00 €
57.095,00 187.665,00 244.760,00
Per maatregel is afgewogen hoe de maatregel zich verhoudt tot kostendek-
riode. De bijbehorende kapitaallasten zijn in paragraaf 9.7 berekent Duiven Kosten totaal Algemene middelen
2023 € €
Investeringen
€
10.137,00 €
10.137,00 €
10.137,00 €
10.137,00 €
Exploitatie
€
43.718,75 €
101.456,25 €
121.987,50 €
98.137,50 €
95.212,50
Watertakenplan
€
157.031,25 €
129.668,75 €
63.462,50 €
84.387,50 €
96.762,50
Westervoort Kosten totaal Algemene middelen
€ €
165.635,00 € 45.797,75 €
183.860,00 € 51.704,00 €
156.455,00 € 38.609,00 €
157.400,00 € 41.309,00 €
160.370,00 38.609,00
Investeringen
€
16.441,50 €
16.441,50 €
16.441,50 €
16.441,50 €
16.441,50
Exploitatie
€
29.356,25 €
35.262,50 €
22.167,50 €
24.867,50 €
22.167,50
Watertakenplan
€
119.837,25 €
132.156,00 €
117.846,00 €
116.091,00 €
121.761,00
Zevenaar Kosten totaal Algemene middelen
€ €
537.122,00 € 139.455,50 €
589.772,00 € 156.518,00 €
510.602,00 € 118.688,00 €
513.332,00 € 126.488,00 €
521.912,00 118.688,00
Investeringen
€
61.593,00 €
61.593,00 €
61.593,00 €
61.593,00 €
61.593,00
Exploitatie
€
77.862,50 €
94.925,00 €
57.095,00 €
64.895,00 €
57.095,00
Watertakenplan
€
397.666,50 €
433.254,00 €
391.914,00 €
386.844,00 €
403.224,00
9.4
2024 210.887,00 € 53.855,75 €
2025 241.262,00 € 111.593,25 €
2026 2027 195.587,00 € 192.662,00 € 132.124,50 € 108.274,50 €
202.112,00 105.349,50 10.137,00
9.5
€ € €
2023 43.718,75 € 101.456,25 € 145.175,00 €
2024 53.562,50 € 121.987,50 € 175.550,00 €
2025 31.737,50 € 98.137,50 € 129.875,00 €
2026 36.237,50 € 95.212,50 € 131.450,00 €
2027 31.737,50 104.662,50 136.400,00
Scenario D: Niet specifiek uitvoeren klimaatadaptatie
In scenario D is het uitvoeren van klimaatadaptatie een bijzaak. De regio is passief in
Scenario C: Niet actief uitvoeren van klimaatadaptatie
Scenario C richt zich op het sober uitvoeren van klimaatadaptatie. Alleen beleidsmatig
het oppakken van klimaatadaptatie, omdat de capaciteit niet wordt uitgebreid en de focus primair gelegd wordt op het operationeel houden van de huidige openbare en private ruimte. Voor scenario D gelden de volgende uitgangspunten t.o.v. scenario C: -
De personele capaciteit wordt niet uitgebreid. De projectmanager klimaatadaptatie, adviseur en de communicatiespecialist worden niet aangenomen;
-
Er wordt geen subsidietraject opgestart om inwoners te motiveren om klimaatadaptieve maatregelen door te voeren;
-
In de uitgaven worden de buurtprojecten niet ingepland, wordt er geen afkoppelkansenkaart opgesteld en wordt er geen intern opleidingstraject gestart.
en richting bewoners wordt klimaatadaptatie opgepakt. In de realisatie worden geen projecten ondernomen. Zo wordt het binnen de organisaties toch mogelijk aan de slag te
Scenario D, waarin dus geen fysieke maatregelen getroffen worden, levert een kosten-
gaan met klimaatadaptatie, alleen missen de middelen om knelpunten buiten op te pak-
overzicht (investeringen) op zoals onderstaand weergegeven. 75% van de kosten kan
ken.
worden toegerekend aan het Watertakenplan, 25% dient verrekend te worden uit de algemene middelen.
Uitgangspunten voor scenario C zijn: -
Vanuit klimaatadaptatie wordt niet concreet op maatregelen ingezet. Projecten en beheer vinden plaats zoals gebruikelijk.
45
Eenmalig: Duiven Westervoort Zevenaar
2023 € € €
2024 13.275,00 € 7.965,00 € 23.010,00 €
2025 24.975,00 € 14.985,00 € 43.290,00 €
2026 2.925,00 € 1.755,00 € 5.070,00 €
2027 € 2.700,00 € 7.800,00 €
Jaarlijks terugkerend: Duiven Westervoort Zevenaar
€ € €
20.700,00 € 12.420,00 € 35.880,00 €
20.700,00 € 12.420,00 € 35.880,00 €
20.700,00 € 12.420,00 € 35.880,00 €
20.700,00 € 12.420,00 € 35.880,00 €
Jaarlijkse kosten per gemeente: Duiven € Westervoort € Zevenaar €
9.6
33.975,00 € 20.385,00 € 58.890,00 €
45.675,00 € 27.405,00 € 79.170,00 €
23.625,00 € 14.175,00 € 40.950,00 €
20.700,00 € 15.120,00 € 43.680,00 €
Totaal 9.450,00 € 5.670,00 € 16.380,00 € € € 20.700,00 € 12.420,00 € 35.880,00 €
30.150,00 € 18.090,00 € 52.260,00 €
50.625,00 33.075,00 95.550,00 103.500,00 62.100,00 179.400,00
154.125,00 95.175,00 274.950,00
Voorkeurscenario
Het voorkeurscenario is scenario B. Het is de voorkeur om klimaatadaptatie naast beleidstechnisch ook praktisch al in de planperiode op te pakken. Voor projecten die al in de ontwerpfase verkeren, kunnen extra middelen juist het verschil maken tussen een regulier en een klimaatadaptieve vormgeving. De volgende argumenten leiden tot de voorkeurskeuze: -
-
Voor de berekening van de kapitaalslasten zijn de volgende uitgangspunten gebruikt: -
Rente 1,5% (Zevenaar eerste 5 jaar 0,5%, daarna 1,5%)
-
Investeringen worden als project geactiveerd in het jaar na uitvoering.
-
Afschrijftermijn groeninvestering bedraagt 30 jaar.
-
Investeringen worden lineair afgeschreven.
Op de korte termijn ziet de kapitaallastenverdeling er voor de gemeenten als volgt uit: 2023
2024
2025
2026
2027
975
€ 1.455
€ 1.929
795
€ 1.581
€ 2.359
€ 3.129
€ 2.361
€ 4.712
€ 7.052
€ 9.383
Duiven
€
-
€
490
€
Scenario B maakt zowel beleidstechnisch als praktische klimaatadaptatie
Westervoort
€
-
€
mogelijk door de middelen voor projecten;
Zevenaar
€
-
In scenario B is financiële ruimte om in de openbare ruimte projecten van derden te ondersteunen. Bijvoorbeeld bij (school-)pleinen of bedrijven wor-
Scenario B leidt op langere termijn, zie figuur 9.1. tot de volgende berekende
den meekoppelkansen benut;
ruimte in de begroting om de investeringen behorende bij variant B uit te kunnen
Door praktische projecten in vergroening mogelijk te maken met de project-
voeren:
middelen, kunnen middelen uit het stimuleringsprogramma van het Rijk worden ingezet voor watermaatregelen gecombineerd met vergroening. Zo ontstaat synergie in de aanpak;
-
Koppelkansen rond woningbouwinvesteringsprogramma’s kunnen we met projectgelden oppakken. Zo creëren we draagvlak en maken we met derden een integraal klimaatadaptieve buitenruimte bereikbaar voor onze inwoners.
9.7
Lasten
Van het voorkeurscenario B is berekend hoe de jaarlijkse lasten uitpakken wanneer de investeringen worden geactiveerd. Uit deze analyse blijkt dat de benodigde kapitaalslasten voor investeringen in groene maatregelen (ten laste van de algemene middelen) variëren.
46
Bijlage A: Kostenraming Groenblauwe maatregelen A-1:
Groenblauwe maatregelen Westervoort
A-2:
Groenblauwe maatregelen Duiven
A-3:
Groenblauwe maatregelen Zevenaar
A-4:
Afkoppelen wijken en buurten – regio De Liemers
Afkoppelen
Beleidsmaatregelen A-5:
Beleidsmaatregelen – regio de Liemers
Kostenoverzicht A-6:
Kostenoverzicht – regio de Liemers
47 Note: Gekleurde teksten bevatten een hyperlink
Bijlage B: Overzichtskaarten maatregelen B-1:
Maatregelen Westervoort
B-2:
Maatregelen Duiven
B-3:
Maatregelen Zevenaar Noord
B-4:
Maatregelen Zevenaar Centraal
B-5:
Maatregelen Zevenaar-Zuid
Bijlage C: Themakaarten ambities per gemeente Afstand kwetsbare groepen tot koele groene zones
Wateroverlast panden en wegen T=100
C-1:
Westervoort – Afstand kwetsbare groepen tot koele groene zones
C-16
Westervoort – Wateroverlast panden en wegen T=100
C-2:
Duiven - Afstand kwetsbare groepen tot koele groene zones
C-17
Duiven – Wateroverlast panden en wegen T=100
C-3:
Zevenaar Noord - Afstand kwetsbare groepen tot koele groene zones
C-18
Zevenaar Noord – Wateroverlast panden en wegen T=100
C-4:
Zevenaar Centraal - Afstand kwetsbare groepen tot koele groene zones
C-19
Zevenaar Centraal – Wateroverlast panden en wegen T=100
C-5:
Zevenaar Zuid - Afstand kwetsbare groepen tot koele groene zones
C-20
Zevenaar Zuid – Wateroverlast panden en wegen T=100
Afstand koele groene zones tot panden
Ondoorgaanbare wegdelen T=100
C-6:
Westervoort – Afstand koele groene zones tot panden
C-21
Westervoort – Ondoorgaanbare wegdelen T=100
C-7:
Duiven – Afstand koele groene zones tot panden
C-22
Duiven – Ondoorgaanbare wegdelen T=100
C-8:
Zevenaar Noord – Afstand koele groene zones tot panden
C-23
Zevenaar Noord– Ondoorgaanbare wegdelen T=100
C-9:
Zevenaar-Centraal - Afstand koele groene zones tot panden
C-24
Zevenaar Centraal – Ondoorgaanbare wegdelen T=100
C-10:
Zevenaar-Zuid – Afstand koele groene zones tot panden
C-25
Zevenaar Zuid - Ondoorgaanbare wegdelen T=100
Schaduw op voet- en fietspaden C-11
Westervoort – Schaduw op voet- en fietspaden
C-12
Duiven – Schaduw op voet- en fietspaden
C-13
Zevenaar Noord – Schaduw op voet- en fietspaden
C-14
Zevenaar Centraal – Schaduw op voet- en fietspaden
C-15
Zevenaar Zuid – Schaduw op voet- en fietspaden