20240611-techn-vragen-commisise-r-en-f-d66-mobilitietsvisie-met-antwoorden
Tekst van het document
Griffie Gemeente Westervoort
Technische vragen Commissie Ruimte & Financiën 11 juni 2024 10. Ambitiedocument t.b.v. Mobiliteitsvisie Westervoort 2040 Vragen D66-fractie: 1. Waarom 2040 als peildatum en niet 2030 of 2035 2. Wat is de groeiverwachting in aantallen inwoners / arbeidsplaatsen en autobezit in 2030 en 2040 3, Zijn de ongevallen nader te specificeren in voertuig categorie bv auto, auto/auto, auto/fiets, fiets/fiets enz. Zijn ongevallen met letsel onderzocht en wat zijn de conclusies 4. Zijn black spots (figuur 2.7) geanalyseerd 5. Worden de verkeersonveilige situaties , genoemd in de enquête, nader geanalyseerd in de nog op te stellen mobiliteitsvisie 6. Hoe gedetailleerd worden de op te stellen netwerkkaarten per modaliteit (breedte, type rijwiel, snelheid, …) 7. Wordt het optimaliseren van het OV ook voldoende betrokken bij de ontwikkeling van nieuwbouw 8. Wordt het voorkomen van sluipverkeer ook nader uitgewerkt
Antwoorden: 1. Waarom 2040 als peildatum en niet 2030 of 2035 Het jaar 2040 is gekozen om aan te sluiten bij de Omgevingsvisie Westervoort, deze kent ook een visie die zich richt op 2040. Regionale en landelijke beleidsdocumenten zoals het Strategisch Plan Verkeersveiligheid (Ministerie I&W) en de Visie voor een bereikbaar Gelderland (Provincie Gelderland) hebben een looptijd tot 2030, maar zijn ook al enkele jaren geleden vastgesteld (resp. 2018 en 2020). Om te voorkomen dat er over enkele jaren weer aan een nieuwe visie voor Westervoort gewerkt moet worden is 2040 een logische keuze. 2. Wat is de groeiverwachting in aantallen inwoners / arbeidsplaatsen en autobezit in 2030 en 2040 Voor de mobiliteitsvisie maken we gebruik van informatie uit het verkeersmodel van de gemeentes in de regio Arnhem-Nijmegen. Dit model heeft als prognosejaar 2032. Daarvoor zijn de volgende
1
prognoses van het aantal inwoners en arbeidsplaatsen beschikbaar. Er is geen prognose van het autobezit beschikbaar voor specifiek Westervoort en Duiven. Wel voor bijvoorbeeld geheel Nederland. Dat is 499 auto’s per 1.000 inwoners in 2019 en in 2030 502 à 525 auto’s per 1.000 inwoners. Inwoners Westervoort Duiven
2019 15.015 25.433
2032 15.492 25.805
Ontwikkeling 2019-2032 +3% +1%
Arbeidsplaatsen Westervoort Duiven
2019 2.641 14.330
2032 2.946 16.603
Ontwikkeling 2019-2032 +12% +16%
3, Zijn de ongevallen nader te specificeren in voertuig categorie bv auto, auto/auto, auto/fiets, fiets/fiets enz. Zijn ongevallen met letsel onderzocht en wat zijn de conclusies De aard van de ongevallen en het type betrokken voertuig is in de meeste gevallen bekend. Tijdens de verdere uitwerking van de daadwerkelijke Mobiliteitsvisie 2040 wordt dit nader onderzocht. Mede op basis daarvan wordt bepaald waar de ambitie Verkeersveiligheid zich het eerst op zou moeten richten, samen met overige factoren. De voorgestelde maatregelen stellen voor in het Uitvoeringsprogramma Mobiliteit, dat doen we tegelijkertijd met de Mobiliteitsvisie. 4. Zijn black spots (figuur 2.7) geanalyseerd Tijdens de verdere uitwerking van de daadwerkelijke Mobiliteitsvisie 2040 wordt dit nader onderzocht. Mede op basis daarvan wordt bepaald waar de ambitie Verkeersveiligheid zich het eerst op zou moeten richten, samen met overige factoren. De voorgestelde maatregelen stellen voor in het Uitvoeringsprogramma Mobiliteit, dat doen we tegelijkertijd met de Mobiliteitsvisie. 5. Worden de verkeersonveilige situaties, genoemd in de enquête, nader geanalyseerd in de nog op te stellen mobiliteitsvisie Tijdens de verdere uitwerking van de daadwerkelijke Mobiliteitsvisie 2040 wordt dit nader onderzocht.
Mede op basis daarvan wordt bepaald waar de ambitie Verkeersveiligheid zich het eerst op zou moeten richten, samen met overige factoren. De voorgestelde maatregelen stellen voor in het Uitvoeringsprogramma Mobiliteit, dat doen we tegelijkertijd met de Mobiliteitsvisie. 6. Hoe gedetailleerd worden de op te stellen netwerkkaarten per modaliteit (breedte, type rijwiel, snelheid, …) Bij het netwerk voor gemotoriseerd verkeer moet gedacht worden aan een wegencategoriseringskaart, waar de maximumsnelheid en het (gewenst) type wegprofiel vermeld wordt. Het (brom)fietsnetwerk bestaat uit een kaart waarbij snel- hoofd- en lokale fietsroutes alsmede recreatieve routes op aangegeven worden. Voor voetgangers geven we op de kaart gebieden aan die belangrijk zijn voor voetgangers, bijvoorbeeld rond het gemeentehuis, een wijkwinkelcentrum of een sociale voorziening. Ook komt er een kaart waarop het gewenste Openbaar Vervoernetwerk weergegeven wordt. Op iedere kaart worden ook verbetermaatregelen of belangrijke ontbrekende schakels aangegeven richting 2040. 7. Wordt het optimaliseren van het OV ook voldoende betrokken bij de ontwikkeling van nieuwbouw. Goede bereikbaarheid voor een nieuwe woonwijk is randvoorwaardelijk voor de ontwikkeling ervan.
Bij de ontwikkeling van nieuwbouw (Westervoort Noord) wordt daarom op dit moment al gekeken naar het optimaliseren van (de locatie van) bushaltes en de bereikbaarheid vanuit de nieuwe woonwijk. Dit moet integraal onderdeel worden van het plan Westervoort Noord.
2
8. Wordt het voorkomen van sluipverkeer ook nader uitgewerkt Het voorkomen van sluipverkeer over bijvoorbeeld de dijken, wordt verder uitgewerkt in de mobiliteitsvisie door deze bijvoorbeeld wel of niet aan te wijzen als belangrijke schakel in het fietsnetwerk (en daar dan ook maatregelen aan te koppelen). Het voorkomen van sluipverkeer door Westervoort als gevolg van de files op Rijkswegen is primair een taak van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat door het realiseren van het project ViA15, waarbij de A12 wordt verbreed en de A15 wordt doorgetrokken. Dit project lost de fileproblematiek in de regio grotendeels op alsook het sluipverkeer dat door Westervoort van en naar Arnhem rijdt.
3