20240611-rv-integraal-huisvestingsplan-basisonderwijs-westervoort-2024-bijlage-1-huisvestingsplan
Tekst van het document
Integraal Huisvestingsplan onderwijs Westervoort Verder bouwen aan pragmatische ambities 2024 - 2039
Opdrachtgever Gemeente Westervoort
Datum 25 april 2024
Referentienummer 2230141/20240425FvW01
Auteurs Jarno Thole, Noud Hes, Erwin Veneklaas Slots
Inhoudsopgave 1.
2.
3.
4.
Inleiding
5
4.3.2
Flexibele huisvesting die kan meebewegen
20
4.3.3
Klimaatbestendig en biodiversiteit
21
4.3.4
Gezonde en frisse IKC’s
21
4.3.5
Ruimte voor bewegend leren
22
1.1
Aanleiding
5
1.2
Werkwijze en proces
5
1.3
Afbakening
6
5.1
Nieuwbouw
24
1.4
Een dynamisch document
6
5.2
Uitbreiding
24
5.3
Instandhouding
25
De wettelijke kaders en verantwoordelijkheden
5.
7
Type maatregelen
23
2.1
Wie is er wettelijk verantwoordelijk voor onderwijshuisvesting?
7
5.4
Afstoten
25
2.2
De rol van het Integraal Huisvestingsplan (IHP)
8
5.5
Gedeelde verantwoordelijkheid
26
2.3
Samenwerken met kinderopvangorganisaties
8
6.
Het Westervoortse kwaliteitsniveau
27
9
7.
Een scenario per gebouw
28
De huidige situatie in cijfers 3.1
Leerlingenaantallen
9
7.1
Wanneer komt een gebouw in aanmerking?
28
3.2
Ruimtesaldo en ruimtegebruik partners
10
7.2
De keuze voor een maatregel
28
3.3
De gebouwleeftijd en kwaliteit
11
7.3
Toelichting op de indicatoren
28
Onze visie op onderwijshuisvesting
13
Uitvoeringsagenda en prioritering
36
4.1
Integrale kindcentra & inclusiever onderwijs
14
8.
8.1
Een haalbare uitvoering
36
4.1.1
Hoe organiseren we de huisvesting van IKC’s?
15
8.2
Prioriteren & slim faseren
36
4.1.2
Passend en inclusiever onderwijs
16
8.3
Risico’s en afhankelijkheden
37
Voldoende spreiding en divers aanbod
17
8.4
Planningsoverzicht
37
4.2
4.2.1
Voorschoolse educatie
17
4.2.2
Versnellingsopgave nieuwbouwwoningen
17
4.2.3
Leegstand en krapte in de IKC’s in Zuid
18
4.2.4
Ruimte voor bewegingsonderwijs
18
Duurzame, flexibele en gezonde gebouwen
20
4.3
4.3.1
Dilemma’s voor de lange termijn
2230141/20240425FvW01 | www.icsadviseurs.nl
20
9.
Financiën
38
9.1
Financiële uitgangspunten
38
9.2
Investeringsbijdrage schoolbesturen
39
9.3
Ruimtelijke uitgangspunten IKC-partners
40
9.4
Meerjarenplanning en investeringsbedragen
40
10.
Capaciteit bewegingsonderwijs
42
10.1 Uitgangspunten
42
10.2 Een stijgende vraag
43
Bijlage 1: Notitie kwaliteit IHP Westervoort.
44
Bijlage 2: Factsheets gebouwen.
45
Bijlage 3: Leeswijzer factsheets.
46
Het Integraal Huisvestingsplan onderwijs Westervoort is opgesteld in samenwerking met:
De inhoud van deze uitgave is eigendom van ICS Adviseurs B.V. te Zwolle. Enkel de opdrachtgever waarmee ICS Adviseurs B.V. een overeenkomst is aangegaan, heeft een gebruiksrecht voor deze uitgave. De inhoud en omvang van dat gebruiksrecht zijn vastgelegd in de algemene voorwaarden van ICS Adviseurs B.V., gedeponeerd bij de Rechtbank Overijssel onder nummer 9/2021, dan wel in de overeenkomst zoals hiervoor bedoeld. Elk ander gebruik van deze uitgave, door opdrachtgever en of derden is uitgesloten, inhoudende dat niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, via internet, door fotokopieën, opnamen of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van ICS Adviseurs B.V.
2230141/20240425FvW01 | www.icsadviseurs.nl
3/47
Begrippenlijst Buitenschoolse opvang (BSO) Buitenschoolse opvang is een voorziening voor de opvang van schoolgaande kinderen buiten onderwijstijd. Doorexploiteren Binnen de wetgeving voor onderwijshuisvesting zijn de schoolbesturen verantwoordelijk voor de exploitatie van schoolgebouwen. Dit betreft o.a. de schoonmaak, beheer, energielasten, functionele aanpassingen en (groot) onderhoud. Wanneer er geen maatregel wordt toegepast, zoals nieuwbouw of renovatie, wordt er gesproken over doorexploiteren. Groot onderhoud Bij het uitvoeren van groot onderhoud worden gebouwdelen onderhouden of vervangen om de functionaliteit van het gebouw in stand te houden. Bij groot onderhoud ligt enkel de focus op het in stand houden van het gebouw, bij renovatie worden aanpassingen gedaan om het gebouw te laten voldoen aan moderne kwaliteitsstandaarden. Integraal kindcentrum (IKC) Een Integraal Kindcentrum (IKC) is een voorziening voor kinderen van 0 tot 13 jaar. Binnen een IKC wordt er vergaand onder één dak samengewerkt tussen opvang en onderwijs.
Vernieuwbouw In Westervoort wordt de term ‘vernieuwbouw’ gehanteerd in plaats van ‘renovatie’. Vernieuwbouw wordt beschouwd als een volwaardig alternatief voor nieuwbouw, waarbij het bestaande gebouw op kwalitatief hoog niveau wordt verbeterd om de levensduur met minimaal 40 jaar te verlengen en tegelijkertijd duurzamer en onderhoudsarmer wordt gemaakt. Aangezien vernieuwbouw als gelijkwaardig alternatief wordt gezien, gelden dezelfde ambitieuze eisen als bij nieuwbouw. Sinds 2020 is het wettelijk verplicht om bij nieuwbouw te voldoen aan de eisen van BENG. Primair onderwijs Het primair onderwijs is een overkoepelende term voor het basisonderwijs, speciaal basisonderwijs en speciaal onderwijs. Ruimtesaldo De gemeentelijke Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs schrijft een normatieve ruimtebehoefte voor, oftewel hoeveel ruimte een school nodig heeft/recht op heeft. Het verschil tussen de beschikbare ruimte en de normatieve ruimtebehoefte is het ruimtesaldo. Voorschoolse educatie (VE) De voorschoolse educatie is een door de gemeente gesubsidieerd aanbod voor kinderen (2,5 tot 4 jaar) met een (risico op) onderwijs- en ontwikkelingsachterstanden. Het is een wettelijke taak van de gemeente om voldoende gespreid en kwalitatief goed aanbod te realiseren. Het VE aanbod wordt aangeboden door kinderopvangorganisaties.
Kinderdagverblijf (KDV) Een kinderdagverblijf is een voorziening voor de professionele opvang van kinderen die gezien hun leeftijd nog niet naar school gaan (0-4 jaar). Het is een brede verzamelterm voor opvang voor baby’s en peuters. De traditionele peuterspeelzaal/peuteropvang betreft ook een vorm van een kinderdagverblijf.
2230141/20240425FvW01 | www.icsadviseurs.nl
4/47
1. Inleiding De gemeente Westervoort heeft zich ten doel gesteld om een actueel Integraal Huisvestingplan (IHP) voor het primair onderwijs in haar gemeente te ontwikkelen. Dit IHP biedt de gemeente, schoolbesturen en kinderopvangorganisaties een beleidsperspectief, geborgd in een gedragen en transparant uit te voeren Meerjaren Huisvestingsplan (MJOP). Het IHP geeft een actueel en zo compleet mogelijk beeld van de stand van zaken en ontwikkelingen op het gebied van de onderwijshuisvesting in de gemeente Westervoort.
1.1 Aanleiding Het laatst vastgestelde Integraal Huisvestingsplan (IHP) Onderwijs 2015 van gemeente Westervoort heeft in de afgelopen jaren geleid tot fusie/samenvoegen van scholen. Vanwege leerlingenkrimp is het aantal onderwijslocaties teruggebracht van acht naar vijf scholen: ▪ ▪ ▪
Basisscholen De Tuimelaar en De Brug Uitterweert zijn gefuseerd tot IKC de Hoge Hoeve; Basisscholen De Klimroos en De Flierefluiter zijn gefuseerd tot Sport IKC Het Startblok; Basisscholen De Schakel en De Verrekijker zijn gefuseerd tot Dalton IKC Het Ravelijn.
1.2 Werkwijze en proces Dit IHP is een gezamenlijk plan van de gemeente Westervoort, schoolbesturen en de kinderopvangorganisaties uit de gemeente onder begeleiding van ICSadviseurs. De gemeente, schoolbesturen en kinderopvangorganisaties hebben in de eerste fase samengewerkt aan hun toekomstbeeld voor de onderwijshuisvesting. Welke ontwikkelingen spelen er en hoe willen we met onze onderwijshuisvesting hierop aansluiten? De visie vormt de basis voor de inhoudelijke keuzes in de scenario’s en uitvoering.
Alle locaties zijn daarbij in kaart gebracht middels vragenlijsten, locatiebezoeken en interviews. De lokale context per schoollocatie is samen met het schoolbestuur en kinderopvangorganisaties verkend in bilaterale gesprekken. Vervolgens is er gezamenlijk door alle partijen in verschillende werksessies gewerkt aan de inventarisatie, planvorming, scenario’s en financiën. Dit alles heeft geresulteerd in een gezamenlijk en breed gedragen toekomstplan voor de IKC’s in Westervoort.
In 2019 heeft de gemeenteraad opdracht gegeven voor actualisatie van het IHP. Dit heeft geleid tot een Onderwijshuisvestingsplan 2020 - 2040. De raad heeft geconstateerd dat er meer technisch onderzoek nodig is naar de kwaliteit en kwantiteit van de schoolgebouwen. Er is toegezegd om vanaf begrotingsjaar 2024 op basis van onderzoek een besluit te nemen over het jaarlijks budget voor onderwijshuisvesting. Demografische ontwikkelingen, (aangekondigde) wijziging in wetgeving, versnellingsopgave woningbouw en de duurzaamheidsopgave maken het noodzakelijk het Onderwijsplan 2020-2040 te actualiseren.
2230141/20240425FvW01 | www.icsadviseurs.nl
5/47
1.3 Afbakening Het IHP richt zich alleen op het primair onderwijs. In Westervoort bevindt zich geen voortgezet onderwijs. Kinderen maken gebruik van voortgezet onderwijs in de omliggende gemeenten, vooral in Arnhem (Titus Brandsma College en Leerpark Arnhem), Duiven (Candea College) en Zevenaar (Liemers College). Huisvesting voor het voortgezet onderwijs is regionaal georganiseerd in de GRHVOL (Gemeenschappelijke Regeling Huisvesting Voortgezet Onderwijs de Liemers). Westervoort maakt geen onderdeel uit van de GRHVOL. Ook voor het speciaal onderwijs geldt dat er geen fysieke locatie is in Westervoort. Kinderen die niet op het reguliere basisonderwijs passen, gaan naar speciaal onderwijs in de regio. Voor basisonderwijs vooral SBO de Ommezwaai in Arnhem en SBO de Schilderspoort in Zevenaar en voor voortgezet speciaal onderwijs Kentalis College in Arnhem, Mariëndael in Arnhem en Briant College in Arnhem.
1.4 Een dynamisch document Investeren in vastgoed vraagt om een langetermijnvisie; dit IHP beslaat daarom een periode van 16 jaar. Dit zorgt voor een lange termijnkoers en creëert daarmee duidelijkheid voor alle partijen. Daarom: ▪ ▪ ▪
bestaat dit plan uit tijdblokken van vier jaar. Het tijdvak van de eerste vier jaar is concreet, de overige drie tijdvakken bieden een doorkijk; wordt dit plan elke vier jaar herijkt; worden feitelijke data als leerlingenprognoses en kostenkengetallen elk jaar geactualiseerd, bijvoorbeeld bij aanvang van een project;
Daarmee is het plan een dynamisch document wat mee verandert met de tijd en de veranderende omstandigheden. Een voorbeeld hiervan kan zijn meer of minder ontwikkelde woningen in Westervoort-Noord ten opzichte waarvan in dit IHP van is uitgegaan.
2230141/20240425FvW01 | www.icsadviseurs.nl
6/47
2. De wettelijke kaders en verantwoordelijkheden 2.1 Wie is er wettelijk verantwoordelijk voor onderwijshuisvesting?
Verdeling verantwoordelijkheden onderwijshuisvesting ,
Gemeente en schoolbesturen hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor onderwijshuisvesting. ▪
De gemeente heeft een zorgplicht De gemeente heeft de wettelijke zorgplicht om te voorzien in voldoende en kwalitatief goede huisvesting voor het onderwijs en bewegingsonderwijs. De gemeente is daarbij verantwoordelijk voor investeringen in (vervangende) nieuwbouw, uitbreiding, eerste inrichting, herstel van constructiefouten en herstel en vervanging bij schade door bijzondere omstandigheden (bijvoorbeeld vandalisme of weersomstandigheden). Gemeenten ontvangen via het gemeentefonds van het Rijk financiële middelen om te kunnen voldoen aan deze zorgplicht. De gemeente is vrij om deze middelen naar eigen inzicht te besteden en weegt daarvoor de investeringen in onderwijshuisvesting af tegen haar andere taken en verantwoordelijkheden.
▪
De verantwoordelijkheid van schoolbesturen De schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor de onderwijskwaliteit en het onderhouden en exploiteren van de gebouwen. Hiervoor ontvangen zij middelen van het Rijk als onderdeel van de lumpsumvergoeding.
2230141/20240425FvW01 | www.icsadviseurs.nl
7/47
2.2 De rol van het Integraal Huisvestingsplan (IHP) Gemeente Westervoort heeft drie kaderstellende instrumenten (vastgesteld door de gemeenteraad), waarmee zij stuurt, te weten: ▪
▪ ▪
Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Westervoort 2015 De verordening van de gemeente Westervoort beschrijft de formele regels voor de wijze van berekenen van de ruimtevraag en het ruimteaanbod van (bewegings)onderwijshuisvesting. Ook beschrijft de verordening de formele regels die gelden bij het aanvragen en toetsen van voorzieningen in de onderwijshuisvesting. Begroting Een financieel kaderstellend instrument. Integraal Huisvestingsplan Het IHP is een inhoudelijk kaderstellend instrument. Het IHP heeft de status van een richtinggevend ambitiedocument, waarbij alle betrokken partijen zich committeren aan een gezamenlijke inspanningsverplichting. Het IHP biedt daarmee het kader voor de uitvoering en concretisering van het onderwijshuisvestingsbeleid. Dit zijn richtlijnen en een planning voor de huisvestingsvoorzieningen.
Wetsvoorstel Het IHP wordt een wettelijke verplichting van gemeenten. In het wetsvoorstel wordt binnen de WPO formeel geregeld dat: ▪ ▪ ▪
Vernieuwbouw (ook bekend als renovatie) een voorziening wordt in de huisvesting en onder de gemeentelijke verantwoordelijkheid; Het investeringsverbod voor het primair en speciaal onderwijs gedeeltelijk wordt opgeheven; Het is de taak van zowel gemeenten als schoolbesturen om ervoor te zorgen dat er een gezond binnenklimaat is. Bij (ver-) nieuwbouw ligt de verantwoordelijkheid bij de gemeente om een goed binnenklimaat te creëren, terwijl het schoolbestuur verantwoordelijk is voor het behoud van een gezond binnenklimaat in bestaande gebouwen door middel van exploitatie.
2230141/20240425FvW01 | www.icsadviseurs.nl
In het IHP voor de gemeente Westervoort wordt, vooruitlopend op de wetgeving, vernieuwbouw gelijkwaardig gesteld aan nieuwbouw als huisvestingsmaatregel voor de gebouwen.
2.3 Samenwerken met kinderopvangorganisaties De gemeente Westervoort heeft in 2015 vroegtijdig het belang van IKCvorming onderkend en samen met de schoolbesturen ingezet hierop. De vijf bestaande basisscholen in Westervoort zijn momenteel allemaal onderdeel van een IKC. Dit IHP is daarom in samenwerking met de kinderopvangorganisaties opgesteld. De gemeente heeft echter geen wettelijke zorgplicht voor ruimte voor kinderopvang. Kinderopvangorganisaties zijn daarmee zelf verantwoordelijk voor hun eigen huisvesting en kunnen ruimte huren van een schoolbestuur, de gemeente of derde partij, ofwel over hun eigen vastgoed beschikken. Voorschoolse educatie (VE) De kinderopvangorganisaties vervullen een publieke taak door het aanbieden van (gesubsidieerde) voorschoolse educatie (VE) voor kinderen met een ontwikkelingsachterstand. Vanuit de WPO hebben gemeenten een wettelijke verantwoordelijkheid voor het realiseren van een voldoende gespreid en kwalitatief goed aanbod voorschoolse educatie (VE) voor peuters van 2,5 – 4 jaar oud. Deze taak wordt in de gemeente Westervoort uitgevoerd door de kinderopvangorganisaties op vier van de vijf IKC’s.
8/47
3. De huidige situatie in cijfers
Vijf Kindcentra Basisonderwijs, kinderopvang & zorg.
Er zijn verschillende ontwikkelingen die leiden tot het aanpassen van onderwijshuisvesting. Bijvoorbeeld veranderingen in leerlingenaantallen, waardoor gebouwen te krap of te ruim zijn of veroudering van de portefeuille. Dit hoofdstuk gaat dieper in op de demografische ontwikkeling en de omvang en staat van de huidige portefeuille.
1.167 kinderen volgen onderwijs Een verwachte groei naar 1.278 kinderen (+9,5%) in 2039.
Ontwikkeling leerlingenaantallen
3.1 Leerlingenaantallen Op peildatum 1 oktober 2023 gaan er in de gemeente Westervoort 1.167 leerlingen naar het basisonderwijs. Na jaren van krimpende leerlingenaantallen en fusies van scholen groeit het aantal leerlingen momenteel weer. Tot 2039 wordt een groei voorzien van 9,5% tot 1.278 leerlingen. Het grootste deel van de groei wordt veroorzaakt door de geplande woningbouwontwikkeling in Westervoort-Noord. De drie IKC’s in het zuiden van Westervoort hebben naar verwachting een stabiel leerlingenaantal tot en met 2030 en neemt daarna licht af.
450
De leerlingenprognose is gebaseerd op de demografische ontwikkelingen in Westervoort met een horizon van 16 jaar. Hierin is ook de woningbouwprognose tot 2032 meegenomen. Deze prognose vormt het uitgangspunt voor de analyses en huisvestingscenario’s in dit rapport. In de tijd monitoren we of deze uitgangspunten (en aannames hierin) in de pas lopen met de prognose.
250
▪
▪
Er zijn momenteel twee scholen met een leerlingenaantal onder de opheffingsnorm (151 leerlingen). Dit zijn Dalton IKC Het Ravelijn en Montessori Kindcentrum Westervoort. Van deze twee scholen blijft Dalton IKC Het Ravelijn de komende jaren structureel onder de opheffingsnorm. Een schoolbestuur kan met de regeling voor de gemiddelde schoolgrootte een school in stand houden1.
1 Op grond van artikel 143 van de WPO kunnen scholen in standgehouden worden waarvan de
gemiddelde schoolgrootte van een bestuur tenminste 10/6 maal het gewogen gemiddelde van de opheffingsnormen van de gemeenten waarin het bestuur scholen heeft bedraagt.
2230141/20240425FvW01 | www.icsadviseurs.nl
400 350 300
200 150 100 50 0 2023
2025
2027
2029
2031
2033
2035
2037
2039
IKC het Ravelijn
Sport IKC Het Startblok
Montessori Kindcentrum
IKC De Brug
IKC De Hoge Hoeve 9/47
3.2 Ruimtesaldo en ruimtegebruik partners
Ruimtesaldo IKC’s
In de grafiek aan de rechterzijde van deze pagina staat het ruimtesaldo op peildatum 1 oktober 2023 weergegeven. Dit geeft aan of er een tekort (negatief ruimtesaldo) of een overschot (positief ruimtesaldo) aan vierkante meters (bvo) ruimte in de onderwijsgebouwen is. Dit is exclusief tijdelijke losstaande huisvesting. ▪
▪
▪
▪
▪
IKC De Hoge Hoeve Sport IKC Het Startblok Dalton IKC Het Ravelijn
De normatieve ruimtebehoefte voor het onderwijs wordt conform de lokale verordening berekend. Deze voorziet in een vaste voet per vestiging (of meerdere per profiel in het voortgezet onderwijs) en een variabel aantal vierkante meter per leerling. Voor de ruimtebehoefte voor partners (kinderopvang en zorg) zijn er geen vaste normen, hierbij is het huidige contractuele gebruik in oppervlakte (m2) hanteert. Dit betreft het aantal vierkante meters enkelgebruik, vierkante meters die worden gedeeld met het onderwijs (bijvoorbeeld voor buitenschoolse opvang) worden niet meegenomen. Schoolbesturen kunnen een aanvraag doen voor uitbreiding indien er sprake is van een structureel tekort en er voldaan is aan de gemeentelijke drempelwaarde. De drempelwaarde in Westervoort is 55m2 (bvo). Het ruimtesaldo laat zien of een IKC op dit moment voldoende ruimte heeft voor het aantal aanwezige leerlingen. Hierbij wordt de ruimtebehoefte van het onderwijs berekend volgens de normatieve methodiek, en de ruimtebehoefte van de partners volgens het huidige contractuele gebruik. De ruimtesaldo’s laten zien dat één van de vijf IKC’s momenteel te krap is gehuisvest. Twee IKC’s beschikken over tijdelijke huisvesting. In de praktijk wordt echter ook zowel in het Montessori Kindcentrum, Sport IKC Het Startblok alsmede IKC de Hoge Hoeve krapte ervaren.
Dit ontstaat doordat groepen in de praktijk een kleinere omvang hebben dan normatief door de behoefte van specifieke doelgroepen en doordat oudere gebouwen minder efficiënt ontworpen zijn en daardoor relatief weinig groepsruimten hebben ten opzichte van de totale gebouwomvang.
2230141/20240425FvW01 | www.icsadviseurs.nl
Montessori Kindcentrum Westervoort IKC De Brug -400
-200
0
200
400
600
Tekort
800
1000
Overschot
Ruimtegebruik onderwijs & partners IKC De Hoge Hoeve Sport IKC Het Startblok
Dalton IKC Het Ravelijn Montessori Kindcentrum Westervoort IKC De Brug 0 Ruimtegebruik onderwijs
500
1000 1500 2000 2500 3000
Ruimtegebruik partners
10/47
3.3 De gebouwleeftijd en kwaliteit Het overzicht aan de rechterzijde van deze pagina toont de leeftijd van de gebouwen in 2024. ▪
De grafiek toont de leeftijd van alle schoolgebouwen in de gemeente Westervoort. Hiermee wordt bedoeld het aantal jaar sinds de bouw van het oorspronkelijke bouwdeel.
▪
De theoretische levensduur van een schoolgebouw is circa 40 jaar. Na 40 jaar neemt de kans toe dat er sprake is van een dermate grote veroudering dat regulier onderhoud niet meer volstaat. De getoonde leeftijd betreft een indicatie voor de veroudering en staat van de portefeuille, het betreft uiteindelijk maatwerk per gebouw.
Gebouwleeftijd
Vier van de vijf IKC’s in de gemeente Westervoort hebben een sterk verouderd gebouw, deze vragen allen om een maatregel. 51 jaar
Tijdelijke huisvesting Vier van de vijf IKC’s beschikken momenteel over tijdelijke huisvesting van een wisselende kwaliteit. ▪
▪
▪
Het Montessori Kindcentrum Westervoort beschikt over een semipermanente aanbouw in redelijk goede staat waarin kinderopvangorganisatie Puck&Co is gevestigd. IKC De Brug en Sport IKC Het Startblok beschikken beide over twee tijdelijke losstaande units. De units bij IKC De Brug verkeren in een redelijke staat, de tijdelijke huisvesting bij Sport IKC Het Startblok verkeert in slechte staat. Dalton IKC Het Ravelijn heeft tijdelijke huisvesting waarin kinderopvangorganisatie HumanKind is gevestigd. Deze units verkeren in matige staat.
Als de tijdelijke huisvesting wordt overgebracht naar een andere school, is het van belang om eerst de kwaliteit ervan te onderzoeken om te bepalen of het nog steeds geschikt is voor onderwijsdoeleinden in relatie tot de staat en de benodigde duur.
2230141/20240425FvW01 | www.icsadviseurs.nl
38 jaar
40 jaar
42 jaar
14 jaar
IKC De Brug
IKC De Hoge Dalton IKC Het Sport IKC Het Montessori Hoeve Ravelijn Startblok Kindcentrum Westervoort
11/47
De huidige situatie in drie highlights 1.
De gemeente beschikt momenteel over vijf kindcentra verspreid over Westervoort.
2.
Door het groeiende leerlingenaantal is er meer ruimte nodig voor onderwijs en kinderopvang in Noord.
2230141/20240425FvW01 | www.icsadviseurs.nl
3.
De IKC’s in Zuid beschikken op de langere termijn over voldoende capaciteit, maar worden gekenmerkt door sterk verouderde gebouwen.
12/47
4. Onze visie op onderwijshuisvesting
Onze gezamenlijke prioriteiten:
De gemeente Westervoort, schoolbesturen en kinderopvangorganisaties koesteren de ambitie om een onderwijs- en opvangaanbod te realiseren dat niet alleen voldoet aan de huidige normen, maar ook vooruitkijkt naar toekomstige ontwikkelingen in het onderwijslandschap. Dit hoofdstuk schetst het inhoudelijk kader dat als leidraad fungeert voor het ontwikkelen, verbeteren en beheren van onderwijsvoorzieningen binnen de gemeente. De visie op onderwijs, huisvesting en IKC’s is een door betrokken partijen gezamenlijk geformuleerde visie. De visie vormt het fundament waarop het plan rust en dient als leidend principe voor de keuzes en prioriteiten die in het IHP worden gemaakt. Visie en ambities in vier thema’s. We maken onderscheid in vier verschillende thema’s: ▪ ▪ ▪ ▪
Integrale Kindcentra en inclusiever onderwijs; Voldoende spreiding en divers aanbod; Duurzame, flexibele en gezonde gebouwen; Betaalbare huisvesting over de gehele levensduur.
Integrale Kindcentra en inclusiever onderwijs
Voldoende spreiding en divers aanbod
Duurzame, flexibele en gezonde gebouwen
Betaalbare huisvesting, over de gehele levensduur
2230141/20240425FvW01 | www.icsadviseurs.nl
13/47
4.1 Integrale kindcentra & inclusiever onderwijs De gezamenlijke ambitie in de gemeente Westervoort is om kwalitatief hoogstaand onderwijs en opvang nabij elk kind aan te bieden. De schoolbesturen en kinderopvangorganisaties in de gemeente Westervoort hebben hierin in samenwerking met de gemeente vooropgelopen door in het verleden alle vijf de scholen al om te vormen tot een Integraal Kindcentrum (IKC). In een IKC wordt intensief en integraal samengewerkt door onderwijs, opvang en eventueel zorg onder één dak voor kinderen van 0-13 jaar.
Verder bouwen aan IKC’s In 2014 zijn tussen de schoolbesturen en de gemeente afspraken gemaakt om structureel ruimte beschikbaar te stellen in de gebouwen voor kinderopvangorganisaties voor IKC-vorming. De afspraken zijn gemaakt voor 10 jaar. In deze periode hoeven kinderopvangorganisaties geen huur af te dragen aan de gemeente. In dit IHP bestendigen we afspraken voor de langere termijn. Dit is belangrijk om twee redenen: ▪
▪ Bestaand beleid rondom kindcentra Het streven naar een goede samenwerking tussen educatieve partners is vastgesteld in het Beleidsplan Onderwijskansen Duiven en Westervoort 2023-2026 (vastgesteld in het college en ter kennisgeving aan de raad). Onderdeel van dit beleid zijn de doorgaande ontwikkel- en leerlijnen binnen IKC’s waarbij onder andere de zorgstructuur voor kinderopvang en onderwijs op dezelfde wijze wordt georganiseerd. Ook de aandacht voor samenwerking met ouders door middel van extra inzet en interventies is vastgesteld beleid uit het Beleidsplan Onderwijskansen Duiven en Westervoort 2023-2026. In 2014 heeft de gemeente Westervoort met de schoolbesturen de afspraak gemaakt minimaal 10 jaar geen bijdrage te vragen voor en af te zien van het claimrecht voor onderwijsruimte. Dit om de IKC-vorming te ondersteunen door het huisvesten van kinderopvangorganisaties. Na 2025 neemt de gemeente opnieuw een besluit over het afzien van het claimrecht. In dit IHP is het uitgangspunt vastgelegd voor dit nieuwe besluit.
Het beleid heeft ervoor gezorgd dat grote stappen en de ontwikkeling van een doorgaande leerlijn 0-13 en vroegtijdige signalering van ontwikkelingsachterstanden, deze lijn willen we doorzetten. Het beleid staat nieuwe investeringsbeslissingen in de weg, door het gebrek aan lange termijnperspectief en duidelijkheid over de verdelen van investeringen.
De voordelen van IKC’s De vorming van IKC’s en het samenwerken van de verschillende disciplines rondom het kind zorgt voor verschillende positieve maatschappelijke effecten, zoals het verminderen van kansenongelijkheid door het vroegtijdig signaleren van gedragsproblematiek, het voorkomen van ontwikkelingsachterstanden en het bieden van een doorlopende leerlijn bij de ontwikkeling van kinderen. Het IKC is hierdoor een maatschappelijke voorziening met een spilfunctie. Onderdelen en taken kinderopvang Kinderopvang is een verzamelterm voor verschillende vormen van opvang. Een kinderdagverblijf is een voorziening voor de professionele opvang van kinderen die gezien hun leeftijd nog niet naar school gaan (0-4 jaar). Daarnaast is er buitenschoolse opvang (4-13 jaar) voor opvang buiten de schooltijden en peuteropvang voor kinderen van 2-4 jaar. Onderdeel van de peuteropvang is de voorschoolse educatie (VE). De verantwoordelijkheid voor het aanbieden van VE is een wettelijke taak van de gemeente. Het aanbod wordt door de gemeente gesubsidieerd voor kinderen met een ontwikkelingsachterstand. In tegenstelling tot onderwijshuisvesting is het huisvesten van kinderopvangorganisaties geen wettelijke taak van de gemeente. Vanuit het beleid om IKC’s te ondersteunen zijn in de gemeente Westervoort echter alle kinderopvangorganisaties samen met het onderwijs gehuisvest in IKC’s.
2230141/20240425FvW01 | www.icsadviseurs.nl
14/47
4.1.1 Hoe organiseren we de huisvesting van IKC’s? Bestaande situatie In vier van de vijf bestaande kindcentra binnen de gemeente Westervoort is voorzien in het huisvesten van onderwijs en kinderopvang. Voor de continuïteit worden bestaande afspraken inclusief ruimtegebruik geborgd in samenwerkingsovereenkomsten. Dit geeft partijen zekerheid over inhoudelijke en ruimtelijke afspraken, en geeft een langetermijninvesteringsperspectief aan de kinderopvangorganisatie. Beoogd wordt om ook de huur voor bestaande situaties formeel (juridisch) juist te doen. Alle afspraken worden nagelopen en indien nodig aangepast. Formaliseren van een gelijkwaardige samenwerking Als een leegstaand lokaal is verhuurd aan een maatschappelijke, of commerciële organisatie, dan geldt op dit moment, op basis van de verordening, het uitgangspunt dat bij een uitbreidingsbehoefte van de betreffende school de hurende organisatie wordt uitgeplaatst of de huur wordt opgezegd. De betreffende oppervlakte/ruimten is/zijn immers niet onttrokken aan de onderwijsbestemming. Schoolbesturen ervaren dit als een ongewenste situatie voor hun samenwerkingspartners binnen het IKC. In 2014 is middels een afspraak tussen de gemeente en de schoolbesturen, in het belang van IKC-vorming, voor 10 jaar afgezien van een afdracht van kapitaallasten voor het gebruik van onderwijsruimte door partners.
Deze toezegging loopt momenteel ten einde. Voor zowel bestaande als nieuwe situaties geldt voortaan dat: ▪
▪
▪
Vanaf 2025 als onderdeel van een gelijkwaardige huursituatie kostendekkende huur worden berekend bij ingebruikname- en huurovereenkomsten; Huurders die samenwerken met het onderwijs binnen een IKC, voor meerjarige termijnen, niet worden uitgeplaatst bij een capaciteitstekort bij het onderwijs; Zowel in bestaande gebouwen als nieuwe gebouwen de ruimte van deze structurele huurders wordt onttrokken aan de capaciteit voor onderwijs.
2230141/20240425FvW01 | www.icsadviseurs.nl
▪
Daarmee wordt de fysieke nabijheid gewaarborgd; de huurder is geen tijdelijke gebruiker van het gebouw, maar een permanente samenwerkingspartner in het gebouw; Als er structureel extra behoefte is aan ruimte wordt het gebouw uitgebreid of worden de gebruikers gezamenlijk verplaatst naar een ander (onderwijs)gebouw.
Investeren in ruimte voor kinderopvang Het schoolbestuur is leidend in de keuze voor een kinderopvangorganisatie of samenwerkingspartner. In een businesscase wordt per geval uitgewerkt welke partij investeert. De gemeente heeft echter ook de mogelijkheid om ruimtes in IKC’s te voorfinancieren en deze via een kostprijsdekkende huur te verhuren. Schoolbesturen investeren niet in vastgoed voor derden. Als de gemeente voorfinanciert betaalt de kinderopvangorganisatie (in deze toelichting wordt gesproken over kinderopvangorganisatie; voor een andere samenwerkingsorganisatie gelden dezelfde spelregels) de investering terug via een kostendekkende huurvergoeding (ter compensatie van de door de gemeente gemaakte kosten). Deze huurvergoeding wordt samen met het ruimtegebruik vastgelegd in een overeenkomst tussen het schoolbestuur, de opvangorganisatie en de gemeente. Hiermee ontstaat een driepartijenovereenkomst. Het sluiten van deze overeenkomst is voorwaarde voordat investeringen worden gepleegd door de gemeente.
In hoofdlijnen komt het op het volgende neer: ▪ Gemeente pleegt de investering voor het nieuw te bouwen of te vernieuwbouwen Kindcentrum (onderwijs, opvang en/of zorg); ▪ Het schoolbestuur heeft in juridisch eigendom het te realiseren schoolgebouw dat huisvesting biedt aan haar school die onderdeel uitmaakt van het kindcentrum; ▪ Op het gebouw en het terrein zijn de Wet op het Primair Onderwijs (WPO) en de daarop gebaseerde gemeentelijke verordening voorzieningen huisvesting onderwijs van toepassing; ▪ Het schoolbestuur verhuurt ruimten aan de kinderopvang en gaat daartoe een overeenkomst met een looptijd van minimaal 15 jaar aan inzake een bijdrage in de stichtingskosten (berekend op basis van de kapitaallasten, eventueel vermeerderd met een opslag voor het risico op leegstand);
15/47
▪ ▪
▪
▪
▪
▪
▪
▪
Daarnaast sluit het schoolbestuur met de kinderopvangorganisatie een overeenkomst voor exploitatie, beheer en onderhoud; Voor de totstandkoming van een rechtsgeldige huurovereenkomst is op grond van toepasselijke onderwijswetgeving medewerking vereist van de gemeente. Partijen beogen met het sluiten van een vaststellingsovereenkomst dat alle noodzakelijke voorwaarden vervuld worden voor een rechtsgeldige totstandkoming van de huurovereenkomst en concretiseren daarmee de onderlinge rechtsverhouding; Als onderlegger sluiten het schoolbestuur en de kinderopvangorganisatie een samenwerkingsovereenkomst waarin de inhoudelijke en ruimtelijke samenwerking is benoemd. Daarmee is inhoudelijke samenwerking in het IKC direct verbonden als voorwaarde aan huisvesting in een IKC; Het schoolbestuur draagt de vorderingen ter zake van de betaling van de stichtingskosten over aan de gemeente en deze overdracht wordt door de kinderopvangorganisatie aanvaard; De kinderopvangorganisatie verkrijgt het gebruiksrecht voor de vierkante meters die in de vaststellingsovereenkomst zijn vastgelegd voor de periode dat het Kindcentrum voor het onderwijs in gebruik is.
Bij het buitengebruikstellen van de voorziening door het schoolbestuur vervalt ook het gebruiksrecht van de kinderopvangorganisatie; Het betreffende gebouwdeel (in gebruik door de opvangorganisatie) is onttrokken aan de capaciteit ten behoeve van het onderwijs zoals beschreven in de gemeentelijke verordening voorzieningen huisvesting onderwijs ter zake van de beoordeling van medegebruik of van uitbreidingsbehoefte; Als door bijzondere omstandigheden het gebouwdeel niet meer voor verhuur wordt benut, zullen partijen zich inspannen om een nieuwe geschikte huurder of medegebruiker te vinden. Als deze niet kan worden gevonden, kan de gemeente besluiten de vrijgekomen ruimten toe te voegen aan de capaciteit ten behoeve van het onderwijs of aan het onderwijs te onttrekken; De vaststellingsovereenkomst geldt totdat de voorziening niet meer voor onderwijsdoeleinden wordt gebruikt.
2230141/20240425FvW01 | www.icsadviseurs.nl
4.1.2 Passend en inclusiever onderwijs Werken aan gelijke kansen in het onderwijs is vastgesteld in het Beleidsplan Onderwijskansen Duiven en Westervoort 2023-2026. Vastgesteld is dat gemeente, onderwijs, kinderopvang en zorgorganisaties zich gezamenlijk inzetten om de juiste cultuur neer te zetten voor het werken aan gelijke kansen en dat het onderwijskansenbeleid waar nodig en mogelijk wordt geïntegreerd met andere beleidsterreinen. Vindplaatsgericht werken In Westervoort wordt er ‘vindplaatsgericht’ gewerkt. Aan alle kinderopvanglocaties is er een jeugdverpleegkundige (bij kinderdagopvang) of maatschappelijk werker (bij school) verbonden, deze zijn regelmatig fysiek aanwezig op locaties. Deze jeugdverpleegkundige en maatschappelijk werker gebruiken nu ruimten (al dan niet specifiek ingericht) die daar al zijn. Met als doel deze kinderen/leerlingen een passende plaats te bieden, onderschrijven schoolbesturen, kinderopvang en de gemeente Westervoort het belang van het aanbieden van passend en inclusiever onderwijs. Dit streven vraagt om flexibel ruimtegebruik, waaronder ruimtes vallen waarin leerlingen zelfstandig of in kleine groepen kunnen werken, evenals ruimtes voor externe zorgaanbieders of begeleiders. Het gezamenlijke doel tussen gemeente, kinderopvang en schoolbesturen is om tot passende huisvesting te komen, afgestemd op specifieke behoeften.
Ruimte voor inclusiever werken Passend en inclusiever onderwijs vraagt om een ander (flexibel) ruimtegebruik, bijvoorbeeld ruimtes waaronder begeleiding, zelfstandig of in kleine groepen kan worden gewerkt door leerlingen, maar ook door externe zorgaanbieders of begeleiders. Voor nu monitoren gemeente en schoolbesturen of de situatie goed werkzaam is binnen de ruimtelijke normen. Op dit moment is het speciaal basisonderwijs georganiseerd in de regio. Op de langere termijn hebben de schoolbesturen de ambitie om een verdergaand inclusief aanbod te realiseren, waarbij ook speciaal basisonderwijs wordt aangeboden binnen de gemeente. Op dit moment zetten we binnen inclusiever onderwijs in op plekken voor vindplaatsgericht werken. Op de langere termijn is het mogelijk dat er aanbod komt voor speciaal basisonderwijs in de gemeente. Dat kan nader worden onderzocht. 16/47
4.2 Voldoende spreiding en divers aanbod Wat we doen vanuit onze wettelijke plicht: ▪ ▪
We faciliteren het onderwijs met huisvesting van goede kwaliteit en omvang; We zien vernieuwbouw (40 jaar) als een volwaardig alternatief voor nieuwbouw;
Wat we doen vanuit bestaand (gemeentelijk) beleid: ▪
▪ ▪
We faciliteren de instandhouding van doorgaande ontwikkellijnen van 0 – 13 jaar met huisvesting voor alle partners; We onttrekken ruimte van structurele medegebruikers/ huurders aan de onderwijscapaciteit; Medegebruikers/huurders die structureel integraal samenwerken met het onderwijs binnen een IKC worden niet uitgeplaatst bij een capaciteitstekort bij het onderwijs;
Wat we ook willen gaan doen vanuit onze ambitie: ▪ ▪ ▪
Nieuwe of vernieuwbouwde onderwijshuisvesting faciliteert de vorming van doorgaande ontwikkellijnen van 0 – 13 jaar; We investeren in structurele huisvesting voor partners bij een integrale samenwerking, tegen een kostprijs dekkende huur; Ruimte voor zorgfuncties in of (geclusterd en bereikbaar) nabij de school.
.
2230141/20240425FvW01 | www.icsadviseurs.nl
In de gemeente Westervoort is er een breed aanbod aan onderwijsconcepten en opvang aanwezig. De gemeente, schoolbesturen en kinderopvang streven naar het behoud en de versterking van diversiteit, waardoor ouders keuzemogelijkheden hebben.
4.2.1 Voorschoolse educatie
Bestaand beleid rondom voorschoolse educatie In het Beleidsplan Onderwijskansen Duiven en Westervoort 2023-2026 is vastgesteld dat we streven naar thuisnabije voorzieningen: iedere peuter heeft dichtbij huis de mogelijkheid om deel te nemen aan voorschoolse educatie. Afstand mag geen reden zijn voor non-bereik. Dat betekent dat de gemeente zorgt voor een goed gespreid aanbod over de wijken. Ook wordt zoveel mogelijk gestreefd naar gemengde groepen waar doelgroepkinderen en niet-doelgroepkinderen van elkaar kunnen leren.
Vier van de vijf scholen (Het Montessori uitgezonderd) bieden VE-aanbod voor doelgroepkinderen aan. Ook is er op kinderdagverblijf Hummelclub (van Humankind) VE-aanbod voor doelgroepkinderen. Daarmee is er in Westervoort voldoende spreiding en een kwalitatief goed aanbod.
4.2.2 Versnellingsopgave nieuwbouwwoningen In de huidige situatie is spreiding en bereikbaarheid van scholen geen knelpunt. Bij nieuwbouw van woningen zijn de locatie en positie ten opzichte van bestaande faciliteiten een aandachtspunt, specifiek voor de bereikbaarheid voor leerlingen en ouders. Naast de bestaande inwoners van Westervoort is in dit IHP ook gekeken naar de versnellingsopgave woningbouw. Vanuit de Woonvisie 2021 en de
17/47
versnelling vanuit de Groene Metropoolregio voorziet Westervoort in de bouw van circa 700 woningen tot 2030.
4.2.4 Ruimte voor bewegingsonderwijs
Vooral de ontwikkeling van Westervoort-Noord (circa 500 woningen) heeft invloed op de bereikbaarheid van scholen. De huidige scholen bevinden zich vooral in het zuiden van Westervoort. Vier van de vijf scholen bevinden zich ten zuiden van de Klapstraat. Alleen IKC de Brug bevindt zich in het centrum. Deze school kenmerkt zich nu al door ruimtegebrek. Westervoort-Noord zal meer verkeersbewegingen in Westervoort veroorzaken. De vraag is of dat wenselijk is.
Ruimte voor bewegingsonderwijs met een pragmatische blik Ondanks dat bewegingsonderwijs in Westervoort in twee los van de onderwijsgebouwen staande accommodaties wordt aangeboden, is het bewegingsonderwijs een integraal onderdeel van het onderwijsaanbod. In de jonge jaren wordt de basis gelegd voor een gezonde leefstijl met voldoende beweging en voor motorische en sociale vaardigheden. Voldoende, goed uitgeruste en goed bereikbare gymzalen zijn hiervoor noodzakelijk. De uitgangspunten:
Ook vanuit de aantrekkingskracht van gebiedsontwikkeling Westervoort-Noord kan het interessant zijn om een maatschappelijke voorziening in de wijk te hebben. Dit krijgt aandacht bij de huisvestingsscenario’s in dit plan.
4.2.3 Leegstand en krapte in de IKC’s in Zuid
▪
▪
In de zuidelijke helft van Westervoort is er structureel sprake van overcapaciteit. Deze is echter niet gelijkmatig verdeeld over de IKC’s. Twee van drie IKC’s ervaren krapte terwijl er in één IKC sprake is structurele leegstand, nu en op de langere termijn. Het uitgangspunt is daarom dat er in de zuidelijke IKC’s niet eerder onderwijscapaciteit worden toegevoegd aan de huisvestingstructuur totdat er geen sprake meer is van leegstand. Dit kan betekenen dat individuele scholen op hun maximale capaciteit zitten en (tijdelijk) niet alle aanmeldingen kunnen inschrijven. Dit achten we acceptabel omdat de leerlingprognose voorspelt dat de leerlingpopulatie in Westervoort-Zuid vanaf 2030 licht gaat krimpen.
▪
Bij het doorvoeren van maatregelen voor de drie zuidelijke IKC’s wordt de overcapaciteit teruggedrongen. Daarbij is het uitgangspunt dat tot het moment dat het overschot teruggedrongen is de huidige omvang in standgehouden wordt, inclusief bestaande tijdelijke huisvesting.
▪
▪
Ruimte voor bewegingsonderwijs: de gemeente zorgt nu en in de toekomst voor voldoende ruimte om te voldoen aan de wettelijke plicht om alle leerlingen minimaal twee keer 45 minuten (gelijk aan 1,5 klokuren) per week bewegingsonderwijs aan te bieden; Er is voldoende ruimte beschikbaar (of binnen een redelijke termijn beschikbaar) om binnen 1 km hemelsbreed bewegingsonderwijs aan te bieden bij noodzakelijk gebruik van ten minste 20 klokuren, 3,5 km hemelsbreed bij noodzakelijk gebruik van ten minste 15 klokuren of 7,5 km hemelsbreed bij noodzakelijk gebruik van ten minste vijf klokuren gebruik te maken van een of meer gymnastiekruimten; Toegankelijkheid: De accommodaties dienen binnen een loopafstand van één kilometer van de scholen te liggen, gemeten langs de kortste voor de leerlingen geschikte en veilige route, om ervoor te zorgen dat de toegankelijkheid voor alle leerlingen gewaarborgd is; Als er uitbreiding van de capaciteit nodig is houden we rekening met demografische ontwikkelingen, dat betekent dat we sturen op goed gespreide capaciteit over de gemeente; De gemeente kijkt samen met de schoolbesturen integraal naar bewegen. Daarbij worden de mogelijkheden verkend om het bewegingsonderwijs buiten aan te bieden in de nabijheid van de scholen. Hierbij kan worden aangesloten op de wens van het onderwijs om bewegen breder in te zetten.
Het is van belang dat het bewegingsonderwijs niet alleen voldoet aan de huidige behoeften, maar ook flexibel genoeg is om zich aan te passen aan toekomstige veranderingen in de onderwijsbehoefte en wetgeving op het gebied van lichamelijke opvoeding.
2230141/20240425FvW01 | www.icsadviseurs.nl
18/47
Wat we doen vanuit onze wettelijke plicht: ▪
De gemeente zorgt nu en in de toekomst voor voldoende ruimte om te voldoen aan de wettelijke plicht om alle leerlingen bewegingsonderwijs aan te bieden.
Wat we ook willen gaan doen vanuit onze ambitie: ▪
Bij de planvorming van nieuwe woningbouwlocaties houden we rekening met voldoende thuisnabije IKC’s.
2230141/20240425FvW01 | www.icsadviseurs.nl
19/47
4.3 Duurzame, flexibele en gezonde gebouwen
▪
Gemeente en schoolbesturen delen de ambitie om duurzaamheid te verankeren in toekomstige (ver-)nieuwbouwprojecten. Hierbij ligt de nadruk op energieneutraliteit, klimaatadaptiviteit, het implementeren van flexibele en losmaakbare bouwconstructies én aardgasvrij bouwen. In hoofdstuk 6 is het Westervoortse kwaliteitsniveau van de onderwijshuisvesting nader uitgewerkt.
▪
4.3.1 Dilemma’s voor de lange termijn Het huidige bouwbesluit gaat uit van een Bijna Energie Neutraal Gebouw (BENG). Een investering in een nieuw gebouw is echter voor de komende tientallen jaren, ver voorbij het jaar 2050, het jaartal zoals benoemd als einddatum in het klimaatakkoord. Gezien de doelstellingen uit het Klimaatakkoord, verdient het daarom de voorkeur om direct te investeren in een volledig Energieneutraal Gebouw (ENG). Dit om een tussentijdse noodzakelijke investering tijdens de levensduur te voorkomen. Duurzaamheid is tegelijk ook een complex thema binnen het IHP vanwege verschillende overwegingen en uitdagingen. Nieuwe gebouwen moeten voldoen aan de eisen voor Bijna Energie Neutrale Gebouwen (BENG). Echter worden nieuwe gebouwen voor de komende tientallen jaren gebouwd. In 2027 wordt het vanuit Europese regelgeving waarschijnlijk verplicht om energieneutraal te bouwen. Daarmee verdient het de voorkeur om bij projecten nu al te kiezen voor energieneutraal bouwen en indien mogelijk bij vernieuwbouw; ▪
▪
Financiering: De huidige financiering vanuit het gemeentefonds sluit niet bij de benodigde investeringen. Het investeren in extra duurzaamheidsambities, om desinvestering op de lange termijn te voorkomen, vraagt dus om een extra investering door de partijen. Integrale afweging: Binnen de grotere doelstelling om CO2-uitstoot te verminderen heeft vernieuwbouwen van een gebouw vanuit duurzaamheid vaak de voorkeur. Echter zijn bestaande gebouwen regelmatig niet geschikt of vragen om exorbitante investeringen om deze te verduurzamen naar energieneutraal.
2230141/20240425FvW01 | www.icsadviseurs.nl
Exploitatievoordeel: Duurzaamheidsinitiatieven vergen vaak een hogere initiële investering maar leveren een voordeel op in de exploitatiekosten. Wanneer de meerinvestering zich vertaalt in lagere exploitatielasten, kunnen en mogen schoolbesturen bijdragen aan deze investering. Netcongestie: Netcongestie kan duurzaamheidsinitiatieven belemmeren, aangezien het de aansluiting op hernieuwbare energiebronnen kan vertragen. Netwerkcongestie vormt daarbij vooral een uitdaging bij nieuwbouw.
In deze visie voor duurzaamheid is het van belang om rekening te houden met deze uitdagingen en de benadering flexibel te houden, zodat duurzaamheidsdoelen kunnen worden nagestreefd binnen de beschikbare mogelijkheden en middelen. We bekijken daarom per project wat er integraal mogelijk is.
4.3.2 Flexibele huisvesting die kan meebewegen Bij (vervangende) nieuwbouw besteden we aandacht aan flexibiliteit. De wijze van onderwijs geven verandert namelijk door de jaren heen en we willen dat onze gebouwen hierin kunnen meebewegen. Dit bereiken we door: ▪
▪
Rekening te houden met uitbreidingsmogelijkheden. Bij de planvorming houden we rekening met (toekomstige) uitbreiding als daar aanleiding voor is. Dit kan bijvoorbeeld als er in de toekomst woningbouw in de omgeving wordt voorzien. We houden rekening met voldoende ruimte op en rond de bouwkavel en voorzien eventueel in sterke constructies voor het opbouwen. Dit zonder dat de uitbreiding afbreuk doet aan het onderwijskundige- of opvangconcept. Aanpasbaarheid: bij de planvorming houden we rekening met toekomstige aanpasbaarheid om groei, krimp en/of onderwijsontwikkeling (flexibel) op te vangen. Het gebouw moet de gebruikers faciliteren en niet andersom. Dit doen we door het bouwen van draagconstructies met zoveel mogelijk vrij indeelbare vloeren en een installatieconcept waarmee grote investeringen bij aanpassingen (en veranderingen in het binnenklimaat) zoveel mogelijk kan worden voorkomen.
20/47
4.3.3 Klimaatbestendig en biodiversiteit
4.3.4 Gezonde en frisse IKC’s
Om in de toekomst een veilig en leefbaar Westervoort te behouden wordt er gewerkt aan klimaatbestendigheid en meer biodiversiteit. Door klimaatverandering is er steeds meer sprake van extreme buien en lange perioden van droogte en hitte in de bebouwde omgeving.
Een goed binnenklimaat zorgt voor betere leerprestaties. Een gezond kindcentrum wordt gekenmerkt door een laag energieverbruik en een gezond binnenklimaat op het gebied van luchtkwaliteit, temperatuur, comfort, licht en geluid. Veel bestaande oudere gebouwen hebben een te hoge CO2concentratie en binnentemperatuur door gebrekkige ventilatie. Investeren in een beter binnenklimaat leidt daarom direct tot betere leerprestaties.
Bestaand beleid rondom klimaatadaptie In het Deltaplan Klimaatadaptie de Liemers zijn de volgende criteria vastgesteld voor onderwijslocaties: ▪
▪
Minimaal 80% van de scholen zijn direct aan of gelegen in koele en groene zones om deze kwetsbare doelgroepen zoveel mogelijk te beschermen tegen de gevolgen van hittestress gedurende extreme hitte. In combinatie met een huisvestingsmaatregel (nieuwbouw of vernieuwbouw) stelt de gemeente ook eisen, bijvoorbeeld voor infiltreren van regenwater op eigen terrein. Hierover gaat de gemeente in gesprek met het schoolbestuur.
Bij klimaatadaptatie past de samenleving zich aan op het veranderende klimaat, waardoor klimaatbestendigheid ontstaat. Het onderwerp klimaatadaptatie raakt aan verschillende andere (beleids-) velden. Voorbeelden zijn vergroening van het schoolplein en/of de daken. Voor schoolpleinen geldt dat waar mogelijk ook gekeken wordt naar slimme combinaties tussen schoolpleinen en openbare speelplaatsen (en andersom). Dit is onder andere afhankelijk van de aanwezige speelvoorzieningen in de wijk.
‘Frisse Scholen klasse B’ is de standaard Het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (Bbl) geeft aangescherpte richtlijnen voor het binnenklimaat van gebouwen. Rijksdienst voor Ondernemend Nederland heeft op basis van het Bbl een Programma van Eisen voor ‘Frisse Scholen’2 opgesteld, waarmee schoolbesturen en gemeentes hun ambities voor binnenklimaat kunnen bepalen. Dit Programma van Eisen gaat uit van vijf pijlers, te weten energie, lucht, temperatuur, licht en geluid. Voor deze pijlers worden drie klassen onderscheiden, waarbij normen en grenswaarden (ook wel prestatie-eisen) worden aangeduid. De prestatie-eisen verschillen voor (ver-) nieuwbouwprojecten. Klasse C is hiermee grotendeels gelijk aan het Bbl, Klasse B wordt als ‘goed’ aangeduid en Klasse A wordt als ‘uitmuntend’ aangeduid. Bij vernieuwbouw of nieuwbouw van schoolgebouwen is het basisuitgangspunt, zoals vastgesteld in 2020 door de gemeenteraad, het kwaliteitsniveau Frisse Scholen Klasse B, met inachtneming van de vereisten voor opvangvoorzieningen. Schoolbesturen kunnen daarnaast beslissen of zij meer kwaliteit willen realiseren dan “Frisse Scholen klasse B”. Eventuele investeringen voor hogere ambities worden betaald door het schoolbestuur en haar partners. Investeringen voor een optimaal binnenklimaat worden afgewogen in relatie tot de verwachte resterende gebruikersduur van het gebouw.
We investeren dus niet in het verbeteren van het binnenklimaat als een gebouw op korte termijn vernieuwbouwd of vervangen wordt door nieuwbouw.
2 Programma van Eisen Frisse Scholen, RVO (2021)
2230141/20240425FvW01 | www.icsadviseurs.nl
21/47
Samen investeren De gezamenlijke duurzaamheidsambities vragen om een extra investering boven op de wettelijke verplichting. De schoolbesturen en de gemeente hebben elkaar daarom nodig om de ambities rondom o.a. energieneutraliteit te behalen. De investering in een Energieneutraal Gebouw (ENG) wordt betaald door het schoolbestuur en haar partners. In principe mogen schoolbesturen echter niet investeren in vastgoed. Vanuit de gezamenlijke ambities is er bereidheid onderzoek te doen naar mee-investeren door schoolbesturen, waar zij dit kunnen én mogen. Dit omdat sommige investeringen in de stap van BENG naar ENG een voordelige invloed kunnen hebben op de exploitatie van een gebouw.
Wat we doen vanuit onze wettelijke plicht: ▪
Wat we doen vanuit bestaand (gemeentelijk) beleid: ▪
4.3.5 Ruimte voor bewegend leren Een ander gezondheidsaspect is het stimuleren van lichaamsbeweging in en rondom het schoolgebouw. Net als een gezond binnenklimaat draagt regelmatig bewegen bij aan positieve leerprestaties en de algehele ontwikkeling van een kind. Om kinderen op school te motiveren om meer te bewegen, moet de schoolomgeving hiervoor geschikt worden ingericht. Dit kan variëren van hoogteverschillen en klimmuren tot meubilair dat beweging bevordert. Ook spelen georganiseerde activiteiten een rol, zoals beweegsessies tijdens pauzes en naschoolse sportactiviteiten. Bij bestaande locaties blijft de buitenruimte behouden, waarbij overwegingen worden gemaakt om de pleinen 'groener' te maken. Bij vernieuwbouw en nieuwbouw wordt de omvang van de buitenruimte als cruciaal beschouwd. Voor de opvang wordt voldaan aan de geldende regelgeving, zelfs bij bestaande bouw.
Bij de (ver-)nieuwbouw van gebouwen hanteren we de wettelijke energieprestatie van minimaal Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG).
Voor het binnenklimaat hanteren we bij vernieuwbouw en nieuwbouw als ondergrens “Frisse Scholen Klasse B”.
Wat we ook willen gaan doen vanuit onze ambitie: ▪
▪
▪
We investeren, indien bouwkundig en financieel, haalbaar in energieneutrale gebouwen. Hiervoor dragen de schoolbesturen bij vanuit een TCO benadering. Bij de planvorming van nieuwe locaties houden we rekening met voldoende ruimte om toekomstige uitbreidingen mogelijk te maken. Hiermee voorkomen we het spreiden van IKC’s over verschillende locaties en desinvesteringen. Gebouwen zijn aanpasbaar in de toekomst. Dit doen we door het bouwen van draagconstructies met zoveel mogelijk vrij indeelbare vloeren en een installatieconcept waarmee grote investeringen bij aanpassingen voorkomen worden.
Wanneer zich de gelegenheid voordoet, kan het schoolplein en de openbare ruimte worden gecombineerd, afhankelijk van de specifieke situatie. Het is de verantwoordelijkheid van het schoolbestuur en de opvangorganisaties om de buiten- en binnenruimte op een boeiende wijze vorm te geven en in te richten, in lijn met de gezamenlijke pedagogische visie. Bovendien kan worden overwogen om onderwijs- en opvangfaciliteiten te realiseren in de nabijheid van sportvoorzieningen of aangrenzende parken. 2230141/20240425FvW01 | www.icsadviseurs.nl
22/47
5. Type maatregelen Voor elke onderwijsvoorziening wordt binnen het IHP een maatwerkscenario beschreven dat leidend is voor de maatregelen en investeringen die de komende jaren door gemeente en schoolbesturen worden gepleegd. In het IHP hanteren we de volgende maatregelen: Nieuwbouw Bij nieuwbouw realiseren we een nieuw gebouw met een levensduur van ten minste 40 jaar.
In onderstaande tabel worden de scenario’s benoemd. Daarbij wordt voor elk van de scenario’s aangegeven bij wie de verantwoordelijkheid ligt voor het uitvoeren van het scenario en wat het bijbehorende maximale gemeentelijke budget is. Het college kan in bijzondere gevallen, zoals bij tussentijdse huisvestingsbesluiten of bijzondere schoolgebouwen (vaak monumenten) gemotiveerd afwijken van deze generieke norm. Optie 1
Maatregel Nieuwbouw
Vernieuwbouw Bij vernieuwbouw brengen we een bestaand gebouw naar nieuwbouwkwaliteit (40 jaar).
2
Vernieuwbouw
3 4
Instandhouding Uitbreiding
Uitbreiding Wanneer uit de leerling prognoses blijkt dat een school structureel meer leerlingen heeft dan waarop het gebouw is berekend, komt de school in aanmerking voor een uitbreiding. Dit is formeel geen maatregel, maar wordt in de scenariovorming integraal meegenomen.
4
Afstoten
Instandhouding Bij dit scenario wordt er in de komende 16 jaar geen maatregel toegepast anders dan onderhoud en verduurzaming door het schoolbestuur. Afstoten Dit betreffen gebouwen die niet langer als schoolgebouw in gebruik blijven en worden teruggegeven aan de gemeente.
2230141/20240425FvW01 | www.icsadviseurs.nl
Verantwoordelijkheid Gemeente en schoolbestuur Gemeente en schoolbestuur Schoolbestuur Gemeente en schoolbestuur Schoolbestuur
Budget 100% norm nieuwbouw 80% norm nieuwbouw Bekostiging 100% norm nieuwbouw n.v.t.
Voor alle projecten voortvloeiend uit dit IHP wordt op initiatief van de gemeente Westervoort een businesscase opgesteld die wordt behandeld in het Op Overeenstemming Gericht Overleg (OOGO) en intern binnen de gemeente Westervoort. De oppervlaktes van de schoolgebouwen zijn in dit IHP bepaald aan de hand van plattegronden. Afhankelijk van de maatregel wordt in de businesscase het gebouw ingemeten ter bepaling van de huidige en benodigde oppervlakte, op basis waarvan het investeringsbedrag wordt vastgesteld. Verduurzaming bestaande gebouwen Bij nieuwbouw en vernieuwbouw is verduurzaming onderdeel van de ingreep. De verduurzaming van bestaande gebouwen, die niet in aanmerking komen voor vernieuwbouw, valt onder verantwoordelijkheid van het schoolbestuur en ingrepen kunnen mogelijk worden uitgevoerd in combinatie met grootschalige onderhoudswerkzaamheden. Daarnaast zal door de gemeente een plan van aanpak geschreven worden om te komen tot aardgasvrije wijken, met als horizon 2050. Afhankelijk van de gekozen route, worden de schoolgebouwen te zijner tijd meegenomen in deze aanpak.
23/47
Hieronder wordt de definitie en het afwegingskader van de huisvestingsscenario’s verder uitgewerkt. Hierbij wordt gesproken over gemeente en schoolbesturen vanuit hun positie als mogelijke bouwheren. In beginsel is het schoolbestuur bouwheer, tenzij gemeente en schoolbestuur anders overeenkomen. Bij de start van een project zullen schoolbesturen en gemeente afspraken maken en vastleggen over de wederzijdse rollen, de verwachten en projectrisico’s in het te lopen proces.
5.1 Nieuwbouw Onder nieuwe gebouwen worden de schoolgebouwen verstaan waarvoor in het IHP een noodzaak tot vervanging wordt aangetoond. Nieuwbouw is enkel mogelijk indien is aangetoond dat het niet mogelijk is om een bestaand gebouw naar de benoemde kwaliteit (conform bouwbesluit) te vernieuwbouwen. Deze gebouwen krijgen binnen afzienbare tijd een grootschalige ingreep in de vorm van (vervangende) nieuwbouw met een levensduur van minimaal 40 jaar. Wetgeving rond renovatie Voor levensduur verlengende renovatie als voorziening in de onderwijshuisvesting is door het Rijk wetgeving in de maak. De verwachting is dat deze in 2025 een feit wordt. In dit IHP spreken we over vernieuwbouw als zijnde levensduur verlengende renovatie met een levensduur van 40 jaar. Nieuwbouw Voor de oplossingsrichting (vervangende) nieuwbouw zijn de volgende spelregels van toepassing: ▪ Een businesscase inclusief schouw door een onafhankelijke partij dient aan te tonen dat nieuwbouw een beter alternatief is voor vernieuwbouw (als daar geen direct uitsluitsel over wordt gegeven op basis van bepaalde context). In de businesscase wordt ten minste een afweging gemaakt op 2230141/20240425FvW01 | www.icsadviseurs.nl
▪ ▪
▪
basis van mogelijk haalbare energieprestatie, circulariteit, onderwijsvisie, financiën (investering, kapitaallasten en exploitatie) en eventuele ruimtelijke aspecten (locatiekeuze, inpassing). De businesscase dient in gezamenlijke opdracht van gemeente en schoolbestuur te worden gemaakt om eenzijdige sturing te voorkomen. De stap van BENG naar ENG wordt gezet met een bijdrage vanuit het schoolbestuur. Het uitgangspunt is dat deze eenmalige bijdrage kan worden verantwoord door terugverdienen binnen een redelijke termijn passend binnen het Onderwijsaccountsprotocol. De omschreven ambities voor flexibiliteit, inclusie en circulariteit dienen bij nieuwbouwprojecten te worden geïntegreerd binnen de voorgeschreven bekostiging.
Vernieuwbouw is de standaard Vernieuwbouw wordt beschouwd als een volwaardig alternatief voor nieuwbouw en is het uitgangspunt in de gemeente Westervoort. Bij vernieuwbouw wordt een bestaand gebouw op kwalitatief hoog niveau (conform bouwbesluit) gerenoveerd om de levensduur met minimaal 40 jaar te verlengen en tegelijkertijd duurzamer en onderhoudsarmer wordt gemaakt. Bij vernieuwbouw wordt gekeken naar de: ▪ Functionele staat: verbeteren van de functionaliteit (flexibiliteit, multifunctionaliteit en aansluiten onderwijsconcept); ▪ Technische staat: levensduurverlenging door investering in bouwkundige en installatietechnische ingrepen; ▪ Ruimtelijke staat; ▪ Verduurzaming van het gebouw.
5.2 Uitbreiding Het realiseren van uitbreiding bij een schoolgebouw is een variant van nieuwbouw. Vaak gaat het hier om kleinere projecten waardoor het bedrag voor nieuwbouw kan oplopen (afhankelijk van de grootte). Bij een dergelijke kleine uitbreiding is het duurzaamheidsconcept van het bestaande gebouw leidend. Mocht het duurzaamheidsconcept van het bestaande gebouw minder zijn dan BENG, dan wordt er gestreefd naar minimaal BENG.
24/47
5.3 Instandhouding Onder in stand houden vallen de gebouwen die binnen de looptijd van het IHP (16 jaar) in stand worden gehouden. Hoewel deze gebouwen geen grootschalige ingreep krijgen, is ook voor deze categorie aandacht voor hoe kan worden bijgedragen aan de verduurzaming en het verbeteren van het binnenklimaat in lijn met de landelijke klimaatdoelstellingen. In 2050 dienen namelijk alle gebouwen CO2-neutraal te zijn. Het in stand houden en onderhouden van schoolgebouwen is een verantwoordelijkheid van het schoolbestuur, die hiervoor een meerjaren onderhoudsplan (MJOP) opstelt. Bij het planmatig onderhoud wordt minimaal het conditieniveau 3 van in stand houding op sober en doelmatig niveau (NEN2767) gehanteerd. Het schoolbestuur is verantwoordelijk voor de handhaving van dit niveau en de uitvoering van de onderhoudswerkzaamheden. Het schoolbestuur is ook verplicht om de Erkende Maatregelen (Wet Milieubeheer) uit te voeren. Dit betreft duurzame maatregelen met een terugverdientijd van minimaal vijf jaar. Voor het onderhouden en het uitvoeren van de Erkende Maatregelen zet het schoolbestuur een deel van de bekostiging die zij vanuit het Rijk ontvangt in. Deze regeling blijft gehandhaafd. Toch vraagt het behalen van de doelstellingen uit het Klimaatakkoord om aanvullende maatregelen voor bestaande gebouwen. Hieronder zijn spelregels opgenomen hoe hiermee om te gaan.