20240610-rv-wijziging-gr-1Stroom-bijlage-2-was-wordt-tabel-2023
Tekst van het document
Bijlage PM Was-wordt-tabel behorend bij Gemeenschappelijke regeling 1Stroom (2023) INHOUDELIJKE WIJZIGINGEN GROEN: BLAUW: GEEL:
redactioneel nieuwe directiestructuur wetswijziging
Onderstaand de testen van de betreffende artikelen die inhoudelijk wijzigen. De wijzigingen zijn cursief aangegeven in de bestaande tekst en onderstreept in de nieuwe tekst. Artikel 1: Begripsbepalingen wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 1: Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: a. college: het college van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten; b. gemeente: een van de deelnemende gemeenten (Duiven of Westervoort), waaronder zowel de rechtspersoon als de daartoe behorende bestuursorganen kunnen zijn begrepen. c. gedeputeerde staten: het college van gedeputeerde staten van de provincie Gelderland; d. openbaar lichaam: het rechtspersoonlijkheid bezittende openbaar lichaam als bedoeld in art. 2 van deze regeling; e. raad: de gemeenteraad van de deelnemende gemeenten;
Nieuwe tekst Artikel 1: Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: a. college: het college van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten; b. gemeente: een van de deelnemende gemeenten (Duiven of Westervoort); c. gedeputeerde staten: het college van gedeputeerde staten van de provincie Gelderland; d. openbaar lichaam: het rechtspersoonlijkheid bezittende openbaar lichaam als bedoeld in art. 2 van deze regeling; e. raad: de gemeenteraad van de deelnemende gemeenten; f. regeling: deze gemeenschappelijke regeling;
Toelichting
In dit artikellid is een zinsnede geschrapt, omdat deze geen toegevoegde waarde heeft. Naar de bestuursorganen wordt als zodanig verwezen.
f. regeling: deze gemeenschappelijke regeling. g. wet: de Wet gemeenschappelijke regelingen. h. directeuren: de directeuren van 1Stroom, als bedoeld in artikel 17. i. burgemeester: de burgemeester van de deelnemende gemeenten; j. begroting: de begroting als bedoeld in artikel 34 van de wet; k. dienstjaar: het dienstjaar loopt van 1 januari tot en met 31 december.
g. wet: de Wet gemeenschappelijke regelingen; h. directeuren: de directeuren van 1Stroom, als bedoeld in artikel 17. i. burgemeester: de burgemeester van de deelnemende gemeenten; j. begroting: de begroting als bedoeld in artikel 34 van de wet; k. dienstjaar: het dienstjaar loopt van 1 januari tot en met 31 december.
Artikel 1, h: Dit artikel is verouderd. Op korte termijn wordt de directiestructuur geëvalueerd. Op basis van dit onderzoek komt er een voorstel voor eventuele aanpassing in de directiestructuur. Om deze reden worden de artikelen over de directiestructuur nu niet meegenomen in de aanpassing van de regeling.
Artikel 7: Samenstelling wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 7: Samenstelling 1. Het algemeen bestuur bestaat uit de voltallige colleges en de burgemeesters van de gemeenten. 2. De zittingsduur van de leden van het algemeen bestuur is gelijk aan die van de colleges van de gemeenten. De leden van het algemeen bestuur blijven na het verstrijken van de in de vorige zin genoemde termijn hun functie waarnemen tot het tijdstip dat de leden van de nieuwe colleges door hun raden zodanig zijn benoemd. 3. Als een lid van een college van een van de gemeenten binnen de zittingstermijn als bedoeld in de eerste volzin van het tweede lid aftreedt of wordt ontslagen, vervalt met gelijke ingang daarvan het lidmaatschap van
Nieuwe tekst Toelichting Artikel 7: Samenstelling 1. Het algemeen bestuur bestaat uit de voltallige colleges en de burgemeesters van de gemeenten. 2. De zittingsduur van de leden van het Aan dit artikellid is in de laatste volzin een algemeen bestuur is gelijk aan die van de ontbrekend woord toegevoegd. colleges van de gemeenten. De leden van het algemeen bestuur blijven na het verstrijken van de in de vorige zin genoemde termijn hun functie waarnemen tot het tijdstip dat de leden van de nieuwe colleges door als hun raden zodanig zijn benoemd. 3. Als een lid van een college van een van de gemeenten binnen de zittingstermijn als bedoeld in de eerste volzin van het tweede lid aftreedt of wordt ontslagen, vervalt met gelijke ingang daarvan het lidmaatschap van
het algemeen bestuur. Het college van de betreffende gemeente vervult de vacature zo spoedig mogelijk.
het algemeen bestuur. Het college van de betreffende gemeente vervult de vacature zo spoedig mogelijk.
Artikel 8: Werkwijze algemeen bestuur wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 8: Werkwijze algemeen bestuur 1. Het algemeen bestuur vergadert zo vaak als het daartoe besluit, maar ten minste tweemaal per jaar en verder als de voorzitter of één college dit onder schriftelijke opgave van de te behandelen onderwerpen verzoekt; een verzoek van een college dient te worden gericht aan de voorzitter. 2. De artikelen 16, 17, 19, 20, 22, 25, 26, 28 tot en met 33 van de Gemeentewet zijn op het houden en de orde van de vergaderingen van het algemeen bestuur van overeenkomstige toepassing, voor zover daarvan niet bij wet of in de regeling is afgeweken. 3. Bij de stemming van het algemeen bestuur heeft ieder college één stem. 4. Besluiten van het algemeen bestuur worden genomen bij unanimiteit/consensus. Wordt geen unanimiteit/consensus bereikt dan treden de colleges van burgemeester en wethouders terstond met elkaar in overleg, teneinde zo mogelijk tot een oplossing te komen. Per situatie wordt bezien welke
Nieuwe tekst Artikel 8: Werkwijze algemeen bestuur 1. Het algemeen bestuur vergadert zo vaak als het daartoe besluit, maar ten minste tweemaal per jaar en verder als de voorzitter of één college dit onder schriftelijke opgave van de te behandelen onderwerpen verzoekt; een verzoek van een college dient te worden gericht aan de voorzitter. 2. De artikelen 16, 17, 19, 20, 22, 25, 26, 28 tot en met 33 van de Gemeentewet zijn op het houden en de orde van de vergaderingen van het algemeen bestuur van overeenkomstige toepassing, voor zover daarvan niet bij wet of in de regeling is afgeweken. 3. Bij de stemming van het algemeen bestuur heeft ieder college één stem. 4. Besluiten van het algemeen bestuur worden genomen bij unanimiteit/consensus. Wordt geen unanimiteit/consensus bereikt dan treden de colleges van burgemeester en wethouders terstond met elkaar in overleg, teneinde zo mogelijk tot een oplossing te komen. Per situatie wordt bezien welke
Toelichting
oplossingswijze het best bij het probleem past. 5. In een besloten vergadering kan niet worden beraadslaagd of besloten over: a. de organisatie-inrichting; b. de begroting, dan wel wijzigingen daarvan; c. het vaststellen van de rekening; d. het wijzigen, dan wel opheffen van de regeling. 6. De stukken die van het algemeen bestuur uitgaan worden door de voorzitter ondertekend en door de directie mede ondertekend. 7. De leden van het algemeen bestuur ontvangen voor hun werkzaamheden geen vergoeding in welke vorm dan ook.
oplossingswijze het best bij het probleem past. 5. In een besloten vergadering kan niet worden beraadslaagd of besloten over: e. de organisatie-inrichting; f. de begroting, dan wel wijzigingen daarvan; g. het vaststellen van de rekening; h. het wijzigen, dan wel opheffen van de regeling. 6. De stukken die van het algemeen bestuur uitgaan worden door de voorzitter ondertekend en door het directielid dat is aangewezen als secretaris mede ondertekend. 7. De leden van het algemeen bestuur ontvangen voor hun werkzaamheden geen vergoeding in welke vorm dan ook.
Dit artikellid is aangepast conform de feitelijke werkwijze (en gelijkgetrokken met artikel 12, vierde lid van deze regeling)
Artikel 9: Bevoegdheden algemeen bestuur wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 9: Bevoegdheden algemeen bestuur 1. Voor zover in de regeling niet anders is bepaald, deze daar niet in voorziet of een wettelijk voorschrift zich daartegen verzet, draagt het algemeen bestuur alle aan hem toekomende bevoegdheden van het openbaar lichaam over aan het dagelijks bestuur, tenzij de aard van de bevoegdheid zich daartegen verzet.
Nieuwe tekst Artikel 9: Bevoegdheden algemeen bestuur 1. Voor zover in de regeling niet anders is bepaald, deze daar niet in voorziet of een wettelijk voorschrift zich daartegen verzet, draagt het algemeen bestuur alle aan hem toekomende bevoegdheden van het openbaar lichaam over aan het dagelijks bestuur, tenzij de aard van de bevoegdheid zich daartegen verzet.
Toelichting
2. Het algemeen bestuur kan in ieder geval niet overdragen de bevoegdheid tot: a. het vaststellen dan wel wijziging van de begroting van het openbaar lichaam of van de jaarrekening; b. het vaststellen van de financiële beheeren de controleverordening, zoals omschreven in de artikelen 212 en 213 van de Gemeentewet. 3. Het Algemeen bestuur is bevoegd om te besluiten tot toetreding tot de werkgeversvereniging Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties, mits de deelnemende gemeenten daarmee instemmen. Dit dient gekwalificeerd te worden als een bevoegdheid als bedoeld in artikel 31a Wet gemeenschappelijke regelingen.
2. Het algemeen bestuur kan in ieder geval niet overdragen de bevoegdheid tot: c. het vaststellen dan wel wijziging van de begroting van het openbaar lichaam of van de jaarrekening; d. het vaststellen van de financiële beheeren de controleverordening, zoals omschreven in de artikelen 212 en 213 van de Gemeentewet; 3. Het algemeen bestuur is bevoegd om te besluiten tot toetreding tot de werkgeversvereniging Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties, mits de deelnemende gemeenten daarmee instemmen. Dit dient gekwalificeerd te worden als een bevoegdheid als bedoeld in artikel 31a van de wet.
Redactionele wijzigingen
Artikel 10 Verantwoording- en inlichtingenplicht wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 10 Verantwoording- en inlichtingenplicht 1. Het algemeen bestuur geeft zo spoedig mogelijk maar in ieder geval binnen twee maanden aan de raden van de deelnemende gemeenten de door een of meer leden van die raden schriftelijk gevraagde inlichtingen waarvan het verstrekken niet in strijd is met het openbaar belang.
Nieuwe tekst Artikel 10 Verantwoording- en inlichtingenplicht 1. Het algemeen bestuur geeft aan de raden ongevraagd alle inlichtingen die voor een juiste beoordeling van het door het algemeen bestuur gevoerde en te voeren beleid nodig zijn. 2. Het algemeen bestuur geeft zo spoedig mogelijk maar in ieder geval binnen twee maanden aan de raden van de deelnemende gemeenten de door een of meer leden van
Toelichting
De volgorde van de leden 1 en 2 is gewijzigd. Hiermee wordt aangesloten bij de vergelijkbare bepaling uit de Gemeentewet (artikel 169). De redactie van dit lid is gewijzigd en positief geformuleerd: in beginsel wordt gevraagde informatie verstrekt, tenzij het openbaar belang aan verstrekking in de weg staat.
2. Het algemeen bestuur geeft aan de raden ongevraagd alle inlichtingen die voor een juiste beoordeling van het door het algemeen bestuur gevoerde en te voeren beleid nodig zijn. 3. De colleges zijn gehouden het algemeen bestuur in kennis te stellen van de bij hen in voorbereiding zijnde plannen en maatregelen met betrekking tot de in artikel 4 bedoelde taakgebieden en taakaspecten daarbinnen, voor zover deze redelijkerwijs van belang kunnen zijn voor het functioneren van het openbaar lichaam.
die raden schriftelijk gevraagde inlichtingen, tenzij het verstrekken ervan in strijd is met het openbaar belang. 3. Ongevraagde en gevraagde inlichtingen worden digitaal verstrekt, tenzij gevraagd wordt om een andere wijze van verstrekking. 4. De colleges zijn gehouden het algemeen bestuur in kennis te stellen van de bij hen in voorbereiding zijnde plannen en maatregelen met betrekking tot de in artikel 4 bedoelde taakgebieden en taakaspecten daarbinnen, voor zover deze redelijkerwijs van belang kunnen zijn voor het functioneren van het openbaar lichaam. 5. Het algemeen bestuur legt ten minste twee maar per dienstjaar verantwoording af aan de raden over de uitgevoerde activiteiten.
Inlichtingen worden in de prakrijk digitaal vertrek aan de griffies van de deelnemende gemeenten. Met deze bepaling wordt de feitelijke werkwijze vastgelegd.
Conform de huidige afspraak worden de raden actief geïnformeerd in de halfjaarrapportage 1Stroom en de jaarrekening (reguliere P&Ccyclus).
Artikel 11: Samenstelling, benoeming dagelijks bestuur wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 11: Samenstelling, benoeming dagelijks bestuur 1. Met inachtneming van het tweede lid wijst het algemeen bestuur in de eerste vergadering van elke zittingsperiode die gelijk is aan de zittingsperiode van de gemeenteraden uit zijn midden een dagelijks bestuur aan.
Nieuwe tekst Artikel 11: Samenstelling, benoeming dagelijks bestuur 1. Met inachtneming van het tweede lid wijst het algemeen bestuur in de eerste vergadering van elke zittingsperiode die gelijk is aan de zittingsperiode van de gemeenteraden uit zijn midden een dagelijks bestuur aan.
Toelichting
2. Het dagelijks bestuur bestaat uit vier leden, twee van elke gemeente, te weten één wethouder en de burgemeester. 3. Voor elk lid van het dagelijks bestuur wijst het algemeen bestuur een plaatsvervangend lid uit de afzonderlijke gemeenten aan. 4. Een lid van het dagelijks bestuur kan, met uitzonding van de burgermeesters, te allen tijde ontslag nemen. 5. Degene die tussentijds ophoudt lid van het algemeen bestuur te zijn, houdt tevens op lid van het dagelijks bestuur te zijn. 6. Indien tussentijds een vacature ontstaat in het dagelijks bestuur benoemt het algemeen bestuur zo spoedig mogelijk een nieuw lid.
2. Het dagelijks bestuur bestaat uit vier leden, twee van elke gemeente, te weten één wethouder en de burgemeester. 3. Voor elk lid van het dagelijks bestuur wijst het algemeen bestuur een plaatsvervangend lid uit de afzonderlijke gemeenten aan. 4. Een lid van het dagelijks bestuur kan, met uitzonding van de burgemeesters, te allen tijde ontslag nemen. 5. Degene die tussentijds ophoudt lid van het algemeen bestuur te zijn, houdt tevens op lid van het dagelijks bestuur te zijn. 6. Indien tussentijds een vacature ontstaat in het dagelijks bestuur benoemt het algemeen bestuur zo spoedig mogelijk een nieuw lid.
Redactionele wijziging (de letter r in burgemeester).
Artikel 12: Werkwijze dagelijks bestuur wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 12: Werkwijze dagelijks bestuur 1. Het dagelijks bestuur kan zijn werkzaamheden verdelen over de leden. Deze portefeuilleverdeling wordt schriftelijk vastgelegd en aan het algemeen bestuur ter kennisneming voorgelegd. 2. Het dagelijks bestuur vergadert in beginsel eens per maand, maar kan naar eigen believen van deze frequentie afwijken. 3. Op de vergaderingen van het dagelijks bestuur zijn de artikelen 54 tot en met 59 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing.
Nieuwe tekst
Toelichting
Artikel 12, 4: Dit artikel is verouderd. Op korte termijn wordt de directiestructuur geëvalueerd. Op basis van dit onderzoek komt er een voorstel voor eventuele aanpassing in de
4.
De stukken die van het dagelijks bestuur uitgaan worden door de voorzitter ondertekend en door het directielid dat is aangewezen als secretaris mede ondertekend.
directiestructuur. Om deze reden worden de artikelen over de directiestructuur nu niet meegenomen in de aanpassing van de regeling.
Artikel 17: De directeuren wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 17: De directeuren 1. De directeuren van het openbaar lichaam zijn belast met de dagelijkse leiding van het openbaar lichaam. 2. Het dagelijks bestuur stelt een directiestatuut vast. Hierin worden de taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de directeuren op hoofdlijnen vastgelegd. 3. De directeuren worden elk om niet gedetacheerd bij één van de deelnemende gemeenten voor de functie van gemeentesecretaris en zijn loco-secretaris in de andere deelnemende gemeente. 4. Een van de directeuren fungeert als secretaris van het openbaar lichaam. Het secretarisschap rouleert in principe jaarlijks.
Nieuwe tekst
Artikel 18: Taken directeuren wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 18: Taken directeuren 1. De directeuren zijn voor het dagelijks bestuur ambtelijk opdrachtnemer en zijn
Toelichting Dit artikel is verouderd. Op korte termijn wordt de directiestructuur geëvalueerd. Op basis van dit onderzoek komt er een voorstel voor eventuele aanpassing in de directiestructuur. Om deze reden worden de artikelen over de directiestructuur nu niet meegenomen in de aanpassing van de regeling.
Toelichting Dit artikel is verouderd. Op korte termijn wordt de directiestructuur geëvalueerd. Op basis van dit onderzoek komt er een voorstel voor
gezamenlijk functioneel verantwoordelijk voor de uitvoering van de taken van het openbaar lichaam. 2. De directeuren dragen zorg voor de kwaliteit van personeel en organisatie, beheer en bedrijfsvoering. 3. De directeuren zijn bestuurders in de zin van de Wet op de Ondernemingsraden.
eventuele aanpassing in de directiestructuur. Om deze reden worden de artikelen over de directiestructuur nu niet meegenomen in de aanpassing van de regeling.
Artikel 20: Financiële verdeelsleutel wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 20: Financiële verdeelsleutel 1. Financiering van de uitvoering van de taken vindt plaats via een jaarlijkse bijdrage van de gemeenten aan de werkorganisatie conform de begroting van de werkorganisatie. Deze begroting wordt opgesteld aan de hand van een door de gemeenten vastgestelde verdeelsleutel: 63% voor de gemeente Duiven en 37% voor de gemeente Westervoort, minus de kosten voor de grondexploitaties en het afvalaanbiedstation van Duiven. 2. Deze verdeelsleutel wordt iedere drie jaar heroverwogen.
Nieuwe tekst Artikel 20: Financiële verdeelsleutel 1. Financiering van de uitvoering van de taken vindt plaats via een jaarlijkse bijdrage van de gemeenten aan de werkorganisatie conform de begroting van de werkorganisatie. Deze begroting wordt opgesteld aan de hand van een door de gemeenten vastgestelde verdeelsleutel: 63% voor de gemeente Duiven en 37% voor de gemeente Westervoort, minus de kosten voor de grondexploitaties en het afvalaanbiedstation van Duiven. 2. Deze verdeelsleutel wordt iedere vier jaar heroverwogen.
Toelichting
Met deze termijn wordt aangesloten bij de evaluatie van de regeling als bedoeld in (het nieuwe) artikel 32 lid 2.
Artikel 22: Begroting wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 22: Begroting 1. Het dagelijks bestuur stelt jaarlijks een ontwerpbegroting en een meerjarenbegroting op. Uiterlijk 15 april voorafgaand aan het jaar waarop de ontwerpbegroting betrekking heeft, zendt het dagelijks bestuur de ontwerpbegroting en de meerjarenbegroting aan de raden van de deelnemende gemeenten. 2. De ontwerpbegroting is gebaseerd op de begrotingen die de deelnemende gemeenten voor het lopende dienstjaar hebben vastgesteld. 3. De meerjarenbegroting en de ontwerpbegroting worden door de zorg van de gemeenten voor een ieder ter inzage gelegd en, tegen betaling van de kosten, algemeen ter beschikking gesteld. De terinzagelegging en het verkrijgen van de stukken wordt openbaar bekend gemaakt. 4. De raden van Duiven en Westervoort kunnen binnen acht weken na toezending van de ontwerpbegroting het dagelijks bestuur van hun zienswijze(n) daarop schriftelijk laten blijken. 5. Het algemeen bestuur stelt de begroting en de meerjarenbegroting uiterlijk 1 juli
Nieuwe tekst Artikel 22: Begroting 1. Het dagelijks bestuur stelt jaarlijks een ontwerpbegroting op. Uiterlijk 30 april voorafgaand aan het jaar waarop de ontwerpbegroting betrekking heeft, zendt het dagelijks bestuur de ontwerpbegroting aan de raden van de deelnemende gemeenten. 2. De ontwerpbegroting is gebaseerd op de begrotingen die de deelnemende gemeenten voor het lopende dienstjaar hebben vastgesteld. 3. De ontwerpbegroting wordt door de zorg van de gemeenten voor een ieder ter inzage gelegd en, tegen betaling van de kosten, algemeen ter beschikking gesteld. De terinzagelegging en het verkrijgen van de stukken wordt openbaar bekend gemaakt. 4. Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting twaalf weken voordat zij aan het algemeen bestuur wordt aangeboden toe aan de raden van de deelnemende gemeenten. 5. Het dagelijks bestuur stelt de raden van de deelnemende gemeenten voorafgaande aan het vaststellen van de begroting schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze, als bedoeld in het derde
Toelichting Het begrip ‘meerjarenbegroting’ is geschrapt. De Wgr kent dit begrip niet en het heeft daarbij op deze plaats geen toegevoegde waarde. De wettelijke termijn is verruimd van 15 naar 30 april.
Met de gewijzigde redactie wordt lid 4 in overeenstemming gebracht met de wettelijke bepaling. De wettelijke termijn is gewijzigd van 8 naar 12 weken. Met het nieuwe lid 5 wordt aangesloten bij de Wgr. Het oude lid 5 wordt geschrapt. De Wgr kent deze datum niet. Daarbij is deze datum in
voorafgaand aan het jaar waarop de ontwerpbegroting ziet, vast. 6. Het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling, maar in ieder geval vóór 15 juli van het jaar voorafgaand aan dat waarvoor de begroting dient, aan gedeputeerde staten. 7. De begroting en de meerjarenbegroting worden binnen twee weken na vaststelling door het algemeen bestuur aan de colleges en de raden van Duiven en Westervoort toegezonden. 8. Op wijzigingen van de begroting zijn de voorafgaande bepalingen van dit artikel – met uitzondering van de genoemde data – van overeenkomstige toepassing. Wijzigingen in de vastgestelde begroting welke geen effect hebben op het begrote financiële resultaat van het openbaar lichaam, worden hiervan uitgezonderd. Deze wijzigingen worden door het algemeen bestuur vastgesteld.
lid van de wet, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt. 6. Het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling, maar in ieder geval vóór 15 september van het jaar voorafgaand aan dat waarvoor de begroting dient, aan gedeputeerde staten. 7. De begroting wordt binnen twee weken na vaststelling door het algemeen bestuur aan de colleges en de raden van de deelnemende gemeenten toegezonden. 8. Op wijzigingen van de begroting zijn de voorafgaande bepalingen van dit artikel – met uitzondering van de genoemde data – van overeenkomstige toepassing. Wijzigingen in de vastgestelde begroting welke geen effect hebben op het begrote financiële resultaat van het openbaar lichaam, worden hiervan uitgezonderd. Deze wijzigingen worden door het algemeen bestuur vastgesteld.
praktische zin niet haalbaar, vanwege de verruiming van de hiervoor (in lid 1 en lid 4) genoemde termijnen.
Nieuwe tekst Artikel 23: Jaarrekening 1. Het dagelijks bestuur maakt elk jaar de jaarrekening van baten en lasten van het voorgaande begrotingsjaar op. Het dagelijks bestuur zendt op uiterlijk 30 april de voorlopige jaarrekening met de daarbij
Toelichting
Redactionele wijzigingen
Artikel 23: Jaarrekening wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 23: Jaarrekening 1. Het dagelijks bestuur maakt elk jaar de jaarrekening van baten en lasten van het voorgaande begrotingsjaar op. Het dagelijks bestuur zendt op uiterlijk 1 april de voorlopige jaarrekening met de daarbij
In de gewijzigde Wgr heeft het dagelijks bestuur 15 dagen langer de tijd om de voorlopige jaarrekening op orde te brengen en aan het algemeen bestuur te zenden.
behorende bescheiden aan het algemeen bestuur. Het algemeen bestuur zendt de ontwerprekening ter controle naar de door het algemeen bestuur daartoe aangewezen accountant, met het verzoek zo spoedig mogelijk het controlerapport uit te brengen. 2. Het algemeen bestuur zendt de voorlopige jaarrekening aan de raden van de deelnemende gemeenten. 3. Het algemeen bestuur stelt de jaarrekening uiterlijk 1 juli vast. 4. Het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam zendt de jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling, maar in ieder geval vóór 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, aan gedeputeerde staten. 5. Het besluit van het algemeen bestuur, houdende vaststelling van de rekening, strekt voor zover het daarin opgenomen ontvangsten en uitgaven betreft, het dagelijks bestuur tot décharge, behoudens later in rechte gebleken onregelmatigheden.
2. 3. 4.
5.
behorende bescheiden aan het algemeen bestuur. Het algemeen bestuur zendt de voorlopige jaarrekening aan de raden van de deelnemende gemeenten. Het algemeen bestuur stelt de jaarrekening uiterlijk 1 juli vast. Het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam zendt de jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling, maar in ieder geval vóór 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, aan gedeputeerde staten. Het besluit van het algemeen bestuur, houdende vaststelling van de rekening, strekt voor zover het daarin opgenomen ontvangsten en uitgaven betreft, het dagelijks bestuur tot décharge, behoudens later in rechte gebleken onregelmatigheden.
Artikel 25: Archiefbeheer wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 25: Archiefbeheer 1. Het dagelijks bestuur is belast met de zorg voor de bewaring en het beheer van de archiefbescheiden van het openbaar lichaam en zijn bestuursorganen, voor zover niet overgebracht naar een
Nieuwe tekst Artikel 25: Archiefbeheer 1. Het dagelijks bestuur is belast met de zorg voor de bewaring en het beheer van de archiefbescheiden van het openbaar lichaam en zijn bestuursorganen, voor zover niet overgebracht naar een
Toelichting
archiefbewaarplaats/ e-depot met inachtneming van de Archiefwet 1995 en overeenkomstig door het dagelijks bestuur vast te stellen nadere regels. 2. De directie is belast met de bewaring van de archiefbescheiden als bedoeld in het vorige lid. 3. De kosten, verbonden aan de uitoefening van de in het eerste lid bedoelde zorg, komen ten laste van het openbaar lichaam. 5. Voor de bewaring van de op grond van artikel 12, eerste lid en artikel 13, eerste lid, van de Archiefwet 1995, over te brengen archiefbescheiden van het openbaar lichaam wijst het dagelijks bestuur de archiefbewaarplaats aan.
archiefbewaarplaats/ e-depot met inachtneming van de Archiefwet 1995 en overeenkomstig door het dagelijks bestuur vast te stellen nadere regels. 2. De directie is belast met de bewaring van de archiefbescheiden als bedoeld in het vorige lid. 3. De kosten, verbonden aan de uitoefening van de in het eerste lid bedoelde zorg, komen ten laste van het openbaar lichaam. 4. Voor de bewaring van de op grond van artikel 12, eerste lid en artikel 13, eerste lid, van de Archiefwet 1995, over te brengen archiefbescheiden van het openbaar lichaam wijst het dagelijks bestuur de archiefbewaarplaats aan.
Het vierde lid van dit artikel wordt vernummerd van lid 5 tot lid 4.
Na artikel 27 wordt een nieuw artikel 28 toegevoegd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst Artikel 28: Zienswijzemogelijkheid bij treffen regeling 1. Bij het treffen van een regeling kunnen de raden binnen acht weken na ontvangst van het ontwerp een zienswijze over het ontwerp van de regeling naar voren brengen bij de colleges van burgemeester en wethouders en burgemeesters van hun gemeente. 2. Indien de raden geen zienswijze naar voren wensen te brengen stellen zij de colleges van burgemeester en wethouders en
Toelichting De gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen geeft in artikel 1 gewijzigde regels omtrent het treffen van een gemeenschappelijke regeling, inhoudende dat het ontwerp van de gemeenschappelijke regeling eerst toegezonden moet worden aan de gemeenteraden. Voor deze zienswijzenprocedure geldt dus dat het college de ontwerpregeling voor zienswijzen aan de raad zendt. Nadat de raad eventuele zienswijzen heeft ingediend vervolgt de procedure zoals deze voor 1 juli 2022 ook gold (dit betekent dat het college een voorlopig
burgemeesters hier zo spoedig mogelijk van op de hoogte. 3. De colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters gaan niet over tot het treffen van een regeling dan na verkregen toestemming van de raden. De toestemming kan slechts worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang. 4. Voor de toepassing van het eerste tot en met het derde lid wordt onder het treffen van een regeling mede verstaan het wijzigen, het toetreden en het uittreden uit een regeling.
besluit neemt omtrent de ontwerpregeling, en vervolgens de toestemming vraagt aan de gemeenteraad voor het wijzigen van de regeling).
Nieuwe tekst Artikel 29: Toetreding 1. Het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester van een gemeente die wenst toe treden tot het openbaar lichaam, richten het verzoek ter zake aan het algemeen bestuur van het openbaar lichaam. 2. Toetreding vindt plaats indien de gemeenten daar na goedkeuring van de beide raden mee instemmen. 3. Aan de toetreding kan het algemeen bestuur voorwaarden verbinden. 4. Het besluit van de gemeenten als bedoeld in het tweede lid geeft de datum van toetreding aan.
Toelichting Artikel 28 wordt vernummerd tot artikel 29
Artikel 28: Toetreding wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 28: Toetreding 1. Het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester van een gemeente die wenst toe treden tot het openbaar lichaam, richten het verzoek ter zake aan het algemeen bestuur van het openbaar lichaam. 2. Toetreding vindt plaats indien het algemeen bestuur van het openbaar lichaam daar na goedkeuring van de beide gemeenteraden, mee instemt. 3. Aan de toetreding kan het algemeen bestuur voorwaarden verbinden.
Lid 2 is in overeenstemming gebracht met de Wgr.
4. Het besluit van de gemeenten als bedoeld in het tweede lid geeft de datum van toetreding aan. 5. Van elk bericht van toetreding van een gemeente wordt gedeputeerde staten in kennis gesteld.
5. Van elk bericht van toetreding van een gemeente wordt gedeputeerde staten in kennis gesteld.
Artikel 29: Uittreding wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 29: Uittreding 1. Het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester kunnen, na vooraf verkregen instemming van hun raad, besluiten dat deze regeling wordt opgezegd. 2. Een dergelijk besluit kan voor de eerste keer worden genomen vier jaar na de inwerkingtreding van deze regeling met inachtneming van een opzegtermijn van twee kalenderjaren. 3. Het besluit als bedoeld in het eerste lid wordt terstond ter kennis gebracht van het algemeen bestuur. 4. Voor de vergoeding van de kosten van uittreding sluiten we aan bij de op het moment van uittreden geldende jurisprudentie. Op het moment van oprichting stelt de jurisprudentie dat de reële schade vergoed moet worden die de ene gemeente ondervindt als gevolg van de uittreding van de ander.
Nieuwe tekst Artikel 30: Uittreding 1. Het college van burgemeester en wethouders en de burgemeesters kunnen, na vooraf verkregen instemming van hun raad, besluiten uit de regeling te treden. 2. Een dergelijk besluit kan voor de eerste keer worden genomen vier jaar na de inwerkingtreding van deze regeling met inachtneming van een opzegtermijn van twee kalenderjaren. 3. Het besluit als bedoeld in het eerste lid wordt terstond ter kennis gebracht van het algemeen bestuur. 4. Gelet op de huidige regeling staat een besluit als bedoeld in het eerste lid van dit artikel gelijk aan opheffing van de regeling. In dat geval treden de bepalingen van artikel 31 in werking.
Toelichting Artikel 29 wordt vernummerd tot artikel 30 Omdat 1Stroom een gemeenschappelijke regeling is van twee gemeenten, betekent het uittreden van een van de gemeenten feitelijk dat sprake is van opheffing, als bedoeld in (het nieuwe) artikel 31.
Artikel 30: Opheffing wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 30: Opheffing 1. Op voorstel van het algemeen bestuur kunnen de colleges van burgemeester en wethouders/burgemeesters besluiten tot opheffing van de regeling. 2. Het algemeen bestuur stelt een liquidatieplan op om tot opheffing van de regeling te komen. 3. Bij ontbinding van de regeling in verband met de opheffing van de regeling of anderszins blijft het openbaar lichaam voortbestaan voor zover dat voor de vereffening van het vermogen noodzakelijk is. Vereffening van het vermogen geschiedt naar rato van bijdrage aan het vermogen. 4. Van het besluit tot uittreding of opheffing van een gemeente wordt terstond kennis gegeven aan gedeputeerde staten.
Nieuwe tekst Artikel 31: Opheffing 1. Het college van burgemeester en wethouders en de burgemeesters kunnen, na vooraf verkregen instemming van hun raad, besluiten de regeling op te heffen. 2. Het algemeen bestuur stelt een liquidatieplan vast om tot opheffing van de regeling te komen. 3. Bij opheffing van de regeling blijft het openbaar lichaam voortbestaan voor zover dat voor de vereffening van het vermogen noodzakelijk is. Vereffening van het vermogen geschiedt naar rato van bijdrage aan het vermogen. 4. Van het besluit als bedoeld in het eerste lid wordt terstond kennis gegeven aan gedeputeerde staten.
Toelichting Artikel 30 wordt vernummerd tot artikel 31
Nieuwe tekst Artikel 32: Wijziging en evaluatie 1. De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd. 2. Het algemeen bestuur draagt zorg voor de evaluatie van het algemeen functioneren en
Toelichting Artikel 31 wordt vernummerd tot artikel 32
Artikel 31: Wijziging wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 31: Wijziging 1. De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd. 2. Wijziging van de regeling vindt plaats indien de colleges van burgemeesters en
Na lid 1 wordt een nieuw lid 2 toegevoegd.
wethouders en de burgemeesters daar gezamenlijk, unaniem, toe besluiten, na verkregen toestemming van de raden. 3. Indien het algemeen bestuur wijziging van de regeling wenselijk acht, doet het dagelijks bestuur het daartoe strekkende voorstel aan de gemeenten.
de werkwijze van de regeling aan het begin van het kalenderjaar waarin algemene raadsverkiezingen in de gemeenten plaatsvinden. 3. Wijziging van de regeling vindt plaats indien de colleges van burgemeesters en wethouders en de burgemeesters daar gezamenlijk, unaniem, toe besluiten, na verkregen toestemming van de raden. 4. Indien het algemeen bestuur wijziging van de regeling wenselijk acht, doet het dagelijks bestuur het daartoe strekkende voorstel aan de gemeenten.
Met dit nieuwe artikellid wordt voldaan aan de (nieuwe) wettelijke verplichting die voorschrijft dat de regeling bepalingen inhoudt omtrent de evaluatie van de regeling. Voorgesteld wordt om de evaluatie uit te voeren in het laatste jaar van een raadsperiode. De evaluatie kan dan nog worden uitgevoerd met de colleges en raden die kennis over de gang van zaken bezitten, terwijl het uiteindelijke rapport en advies dan direct aan het begin van de nieuwe raads- en collegeperiode betrokken kunnen worden bij eventuele nieuwe beleidskeuzes.
Nieuwe tekst Artikel 33: Zienswijzemogelijkheid bij besluiten Uitsluitend het vormen van reserves als bedoeld in artikel 24 van deze regeling is vatbaar voor het geven van een zienswijze door de raden.
Toelichting Een nieuw instrument dat is ingevoegd in de Wgr is de zogenoemde zienswijze. Het gaat dan niet om de zienswijze(n) op het besluit tot het vaststellen of wijzigen van de begroting en besluiten als bedoeld in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (artikel 10, lid 5 en lid 6, Wgr), maar om andere besluiten van het bestuur.
Nieuwe tekst Artikel 34: Participatie Ingezetenen van de deelnemende gemeenten worden in beginsel niet bij de voorbereiding,
Toelichting Bij de wijziging van de Wgr is bepaald dat voorzien moet worden in afspraken omtrent de wijze waarop ingezetenen én belanghebbenden
Na artikel 32 wordt een nieuw artikel toegevoegd: Bestaande tekst
Na artikel 33 wordt een nieuw artikel toegevoegd: Bestaande tekst
uitvoering en evaluatie van beleid op grond van deze regeling betrokken. In voorkomende gevallen kan het dagelijks bestuur anders besluiten.
betrokken worden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid. Hiermee wordt vooruitgelopen op de wijziging van de Gemeentewet. Met het nieuwe artikel 34 is ervoor gekozen de inspraak in beginsel niet via het bestuur van 1Stroom te laten verlopen, maar via de raden van de deelnemende gemeenten. Omdat 1Stroom een uitvoeringsgerichte gemeenschappelijke regeling is, ligt deze keuze voor de hand. De uiteindelijke beleidskeuzes liggen immers bij de colleges en raden van de deelnemende gemeenten. Hiermee wordt aangesloten bij het concept van verlengd lokaal bestuur, in welk concept de volksvertegenwoordigende rol nog altijd bij de gemeenteraden ligt. Die rol zou deels kunnen worden uitgehold als inspraak of participatie rechtstreeks, dus buiten de raad om, bij de gemeenschappelijke regeling wordt geregeld.
Artikel 33: Inwerkingtreding wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 33: Inwerkingtreding 1. De regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2018 en kan worden aangehaald onder de titel “ Gemeenschappelijke regeling 1Stroom” 2. De regeling wordt tijdig bekendgemaakt door kennisgeving van de inhoud daarvan in de Staatscourant.
Nieuwe tekst Artikel 36: Inwerkingtreding 1. De regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2018 en kan worden aangehaald onder de titel “Gemeenschappelijke regeling 1Stroom” 2. Het gemeentebestuur van de gemeente Westervoort is aangewezen als het gemeentebestuur als bedoeld in artikel 26
Toelichting Artikel 33 wordt vernummerd tot artikel 36.
Lid 2 en lid 3 worden samengevoegd. Tot 1 juli 2021 moest de regeling gepubliceerd worden in de Staatscourant. Met de
3. Het gemeentebestuur van de gemeente Westervoort (vestigingsplaats van het openbaar lichaam) is aangewezen als het gemeentebestuur als bedoeld in artikel 26 van de wet.
van de wet en maakt de regeling in alle deelnemende gemeenten bekend in het door dat gemeentebestuur uitgegeven gemeenteblad.
inwerkingtreding van de Wet elektronische publicaties op 1 juli 2021 is dit vervangen door het Gemeenteblad van de plaats van vestiging. Met de wijziging van dit artikel wordt aangesloten bij artikel 26, eerste lid, van de Wgr. NB. De gemeenschappelijke regeling kan niet in werking treden voordat deze laatste bekendmaking heeft plaatsgevonden.