20240409-rv-ibor-bijlage-1-ibor (def)
Tekst van het document
Werkelijke kwaliteitsniveau Voor de verschillende beheeronderdelen wordt met regelmaat een kwaliteitsschouw uitgevoerd. De frequentie is afhankelijk van de beheergroep. Het kwaliteitsniveau van de openbare ruimte in de gemeente Westervoort schommelt voor de meeste beheergroepen tussen een C- en een B-niveau. Daarmee komt deze overeen met het vastgestelde kwaliteitsniveau. Met oog op de levensduur van het areaal wordt verwacht dat de kwaliteit de komende jaren gaat teruglopen. Het wegen onderhoud in Westervoort en het daarvoor benodigde onderhoudsbudget is sinds enkele jaren onderwerp van de gemeenteraad. De oorzaak is het lage budget dat tot 2022 jaarlijks beschikbaar was. In 2022 is dit budget opgehoogd, zodat de asfalt wegen op B niveau en de elementen op C niveau kunnen worden onderhouden. Daarnaast is een eenmalig budget van 2,0 miljoen euro beschikbaar gesteld voor het herstellen van de opgelopen achterstanden. Eind 2022 is begonnen met de uitvoering daarvan.
Het kwaliteitsniveau van het groenareaal lag in 2020 nog grotendeels op B-niveau. Door de financiële situatie is er de afgelopen jaren weinig geïnvesteerd in het groen. In combinatie met de hete lange zomers is het kwaliteitsniveau gezakt richting B-C niveau. Zowel de speeltoestellen als de verlichting hadden een relatief verouderd areaal. De afgelopen jaren is er ingezet op vernieuwing en dit zet de komende jaren door. De komende jaren hoeft er weinig riool te worden vervangen. Vanaf 2030-2035 staan de eerste wijkrenovaties op de planning.
4.2 Beheerkosten Eind 2020 is het rapport “Basis in beeld” opgesteld ter voorbereiding op deze visie. Na jarenlange bezuiniging, bleek uit dit rapport dat de financiën niet meer in verhouding stonden tot het te onderhouden areaal en het kwaliteitsniveau. Wanneer het budget per woning wordt vergeleken met andere gemeente van een soortgelijke omvang en opzet van de openbare ruimte zat Westervoort relatief een stuk lager dan gemiddeld. Eind 2022 is een nieuw kwaliteitsniveau vastgesteld. Gezien de beperkte financiële ruimte heeft de gemeenteraad gekozen voor kwaliteitsniveau ‘Sober’. Om het vastgestelde kwaliteitsniveau te halen is besloten het budget voor beheer en onderhoud van de openbare ruimte te verhogen van € 1.457.600 naar € 1.922.600 op jaarbasis (prijspeil 2022), een verhoging van € 465.000. Zie tabel 9 voor een onderverdeling van budget naar beheergroepen. De werkzaamheden die de buitendienst uitvoert op het gebied van beheer zijn niet meegenomen in tabel 9. Voorbeelden hiervan zijn het legen van afvalbakken, ondersteuning bij uitvoeringstaken op het gebied van riolering, bebording, groen, wegen, etc. Het wegvallen van deze taken bij de buitendienst kan zorgen voor een verhoging van de beheerkosten als deze bij derden worden ondergebracht.
Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte 2024-2033
46
4.3 Vervangingskosten Beheergroep Groen Wegen Reiniging openbaar gebied Spelen Straatmeubilair Sportvelden Civiele kunstwerken Verkeersvoorzieningen Openbare verlichting Eindtotaal
€ 818.100 € 634.000 € 115.000 € 53.000 € 5.000 € 82.500 € 36.000 € 48.000 € 131.000 € 1.922.600
Tabel 9: budget beheer en onderhoud (prijspeil 2022)
Beheergroep Groen Spelen Straatmeubilair Wegen Civiele kunstwerken Verkeersvoorzieningen Openbare verlichting Eindtotaal
Vervangingskosten € 224.000 € 74.000 € 17.000 € 701.000 € 187.000 € 31.000 € 155.000 € 1.389.000
Naast het budget voor regulier en groot onderhoud (in de exploitatiebegroting) is voor het vervangen van het bestaande areaal een vervangingsbudget nodig (vanuit de investeringsbudgetten).
Theoretische vervangingsopgave Deze wordt voor de gehele gemeente geschat op circa € 65 miljoen. De openbare ruimte gaat gemiddeld 40 tot 50 jaar mee. Theoretisch gezien is er dan gemiddeld € 1.632.000 per jaar aan vervangingsinvesteringen nodig om de openbare ruimte tijdig te vervangen aan het einde van de levensduur. De levensduren verschillen per onderdeel in de openbare ruimte. In tabel 10 is daarvoor de theoretische vervangingsbehoefte per onderhoudsgroep (kapitaalgoed) weergegeven. Hiervoor is de nota ‘Activerings- en afschrijvingsbeleid’ gehanteerd. Deze cijfers stellen ons in staat om de actuele vervangingsbehoefte op omvang te kunnen inschatten. Riolering heeft een eigen financiering en is daarom in dit beleidsplan niet in beeld gebracht. Binnen rioleringsprojecten wordt ook vaak de bovenliggende openbare ruimte aangepakt en zodoende deels gefinancierd uit het rioleringsbudget. Dit heeft een effect op het benodigde budget voor vervanging van onderhoudsgroepen genoemd in tabel 10. Deze kunnen voor met name wegen lager uitvallen.
Tabel 10: Jaarlijkse vervangingskosten op basis van theoretische cyclische kengetallen
Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte 2024-2033
47
Vervangingsopgave o.b.v. leeftijd De openbare ruimte van Westervoort – en feitelijk in geen enkele andere Nederlandse gemeente – heeft geen gelijkmatige opbouw naar leeftijd en daarmee ook geen gelijkmatige verdeling naar vervangingsbehoefte. Deze behoefte is afhankelijk van het jaartal waarin de openbare ruimte is aangelegd en eventueel tussentijdse grondige vernieuwing. In figuur 11 is weergegeven hoe de vervangingsbehoefte van de Westervoortse openbare ruimte zich verhoudt tot de langjarige, theoretische vervangingscycli. De oranje stippellijn geeft deze weer. De figuur laat zien dat de vervangingsbehoefte voor de komende acht jaar (tot 2030) duidelijk onder het langjarig gemiddelde blijft.
Beheergroep
In het beheerplan moet deze vervangingsopgave verder worden uitgewerkt (meerjarenprojectprogrammering). Dan wordt inzichtelijk welke projecten er de komende jaren worden uitgevoerd. Voor de meerjarenprojectprogrammering wordt uitgegaan van ramingen op basis van kengetallen met een gemiddeld ambitieniveau, passend bij het door de raad vastgestelde kwaliteitsniveau. In de periode vanaf 2030 wordt er een sterke toename geraamd op basis van de technische levensduur (zie hiervoor weer figuur 11). De vervangingsbehoefte neemt in die periode dan vooral toe voor wegen en het openbaar groen. Met het vaststellen van de begroting wordt het geld ter beschikking gesteld.
Gemiddeld t/m 2029
Groen € 55.000 Spelen € 120.000 Straatmeubilair € 10.000 Wegen € 500.000 Civiele kunstwerken € 120.000 Verkeersvoorzieningen € 15.000 Openbare verlichting € 150.000 Eindtotaal € 970.000 Figuur 11: jaarlijkse vervangingskosten op basis van ouderdom (2022-2031)
Figuur 12: Gemiddelde jaarlijkse vervangingskosten op basis van ouderdom (2022-2029)
Er is in die periode een gemiddelde vervangingsbehoefte van ongeveer € 970.000 per jaar. In figuur 12 zijn de theoretische vervangingsbehoeften in de genoemde periode per onderhoudsgroep (kapitaalgoed) weergegeven.
Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte 2024-2033
48
Beschikbare vervangingsbudget Voor het vervangen van de openbare ruimte zijn momenteel beperkt middelen beschikbaar. Er is meerjarig budget voor het vervangen van civiele kunstwerken (gemiddeld € 76.000 per jaar), speelvoorzieningen (gemiddeld € 60.000 per jaar) en openbare verlichting (€ 65.000). In totaal gaat dit voor de komende jaren om ongeveer € 250.000 vervangingsbudget voor deze onderdelen. Bovenstaande vervangingsopgave vraagt naar verwachting een extra investeringsbudget van € 769.000 per jaar voor de komende acht jaar. In het beheerplan wordt bekeken welke investeringen daadwerkelijk per jaar nodig zijn.
Kapitaallasten De vervangingen moeten in overeenstemming met de vernieuwde regels van het BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) worden geactiveerd. De investeringen mogen volgens deze regels niet in één jaar worden afgeschreven, maar moeten op de balans van de begroting in jaarlijkse afschrijvingstermijnen worden afgeboekt. De investering wordt dus feitelijk over meerdere jaren uitgesmeerd. Hierdoor ontstaat in de eerste jaren meer ruimte om te investeren. Wel moet rekening worden gehouden met oplopende kapitaallasten. Met een gemiddelde afschrijvingstermijn van 40 jaar, valt een oplopende kapitaallast van € 30.000 tot € 337.000 te verwachten in de eerste tien jaar (zie figuur 13). Op de langere termijn loopt de jaarlijkse kapitaallast op tot € 1,7 miljoen per jaar (hoe meer investeringen worden gedaan, hoe meer kapitaalslasten).
Figuur 13: Ontwikkeling jaarlijkse kapitaallasten (2023-2032)
Indexatie De informatie in de tabellen is berekend op basis van de bijlage Basis in Beeld uit 2020. De budgetten voor beheer en onderhoud zijn gebaseerd op prijspeil 2022. Inmiddels zijn de prijzen gestegen. Ten opzichte van 2020 liggen de prijzen circa 15%-20% hoger in 2024. In het Integraal Beheerplan Openbare Ruimte zal deze indexatie worden meegenomen.
Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte 2024-2033
49
4.4 Beheerkosten en ambities Naast het onderhoud- en vervangingsbudget, is er ook extra budget nodig voor de verschillende ambities. De hoogte van de extra kosten is lastig in algemene zin te benoemen, omdat dit verschillend is per project. De verwachting is dat zowel investeringskosten, toekomstige beheerkosten en bijbehorende proceskosten omhoog gaan. Invulling geven aan de ambities begint op organisatorisch niveau. Integraal naar opgaven kijken vraagt een andere samenwerking met de verschillende afdelingen binnen de gemeente. Er zijn nieuwe werkprocessen en beheerinstrumenten nodig. Ook vragen de nieuwe opgaven andere expertise. Daarnaast is er meer ruimte voor inspraak van bewoners. Hierdoor krijgen projecten een langere looptijd en kost een project meer personele capaciteit.
Wijzigingen in bijvoorbeeld het areaal kunnen zorgen voor wijzigingen in het beheerbudget en de verdeling van de budgetten. Een integrale afweging in beheerareaal en vorm, kwaliteitsniveau en onderhoudskosten is relevant om de onderhoudskosten beheersbaar te houden. Het wijzigen van een van deze uitgangspunten, heeft altijd invloed op de andere. Een integrale benadering zorgt voor goed eigenaarschap van de openbare ruimte voor nu en voor de toekomst.
Ook kunnen de ambities zorgen voor extra aanleg- en beheerkosten. Het streven is om de onderhoudskosten gelijk te houden en de kosten te beperken door werk met werk te maken en mee te liften op andere grote projecten. De uitvoeringsprogramma’s klimaatadaptatie (investeringsprogramma), grondstoffen- en energietransitie en biodiversiteit (in de maak) sluiten aan op de ambities van het IBOR. Planning en werkzaamheden moeten afgestemd worden om zo effectief en efficiënt mogelijk te werken en elkaar te versterken. Er wordt multidisciplinair gedacht; waar en hoe kunnen zaken elkaar versterken en hoe kan een oplossing meerdere doelen bereiken. Denk daarbij ook aan samenwerking met andere partners in de openbare ruimte, zoals het Waterschap Rijn en IJssel, provincie Gelderland, inwoners en bedrijven.
Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte 2024-2033
50
Bijlage 1 Sectoraal beleid Sectorale beleidsuitgangspunten Het beleid over het beheer van de openbare ruimte bestond uit een aantal sectorale beleidsstukken. Deze komen deels na vaststelling van het IBOR te vervallen. Daarnaast zijn er een aantal gerelateerde sectorale beleidsstukken. Het IBOR vormt ook hiervoor het overkoepelend integrale kader. Ter aanvulling is er waar nodig een toelichting gegeven op de sectorale kaders. Vervallen beleidsstukken
Sector/vakgroep
Beleidsplan
Groen: Wegen: Verlichting:
Groenstructuurplan Gemeente Westervoort 2011-2021 ‘Levende aders II’ Wegenbeleidsplan 2015 verantwoord en veilig Beleidsplan openbare verlichting gemeente 2010-2019
Gerelateerde beleidsstukken
Sector/ vakgroep
Beleidsplan
Verkeer Water
Mobiliteitsvisie en inrittenbeleid Watertakenplan De Liemers – integraal beleidsplan voor stedelijk water, riolering en zuivering De Liemers LBP Westervoort 1994, Ontwikkelingsvisie Landschap, Bomenbeleidsplan Gemeente Westervoort 2013-2028 “Samen een boom opzetten” Hondenbeleid 1999/Nota hondenbeleid 2007/Hondenbeleid evaluatierapport 2014 Speelruimteplan Gemeente Westervoort 2019-2033 ‘Lekker naar buiten’ Routekaart circulariteit Grondstoffenplan Samen minder afval Afvalstoffenverordening
Groen Honden Spelen Circulariteit Afval
Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte 2024-2033
51
Groen Het kapbeleid in gemeente Westervoort is opgenomen in het Bomenbeleidsplan 2013-2028. Binnen het proces van het IBOR is uitgegaan dat de bestaande standpunten ten aanzien van kapbeleid ongewijzigd blijven en dat het boombeleid t/m 2028 naast het IBOR blijft gehandhaafd. Op de bomenkaart (Groene kaart) staat aangegeven voor welke bomen een kapvergunning moet worden aangevraagd. Ook in het bomenbeleidsplan staat de juiste boom op de juiste plek en de kwaliteit van de boom centraal. Het IBOR vervangt het Groenstructuurplan wel. De inhoud van dit stuk komt grotendeels terug in de beheerplannen.
Verlichting Het bestaande beleidsplan Openbare Verlichting 2012-2017 is tot aan de vaststelling van IBOR het geldende beleidskader. De beleidsthema’s uit het huidige plan worden verwerkt in een sectoraal beheerplan. Zo is de toepassing van LED bij vervanging geen afweging meer, maar is het de norm. Voor zogenaamde slimme verlichting, waarbij van achter de computer de verlichting kan worden geregeld wordt niet gekozen vanwege de relatief hoge kosten en het beperkte praktisch nut. De nieuw te plaatsen verlichting laat zich kenmerken als sober maar doeltreffend zodat met de huidige budgetten maximaal ‘verled’ kan worden met aandacht voor flora en fauna in “groene gebieden”.
Wegen en kabels en leidingen Werkzaamheden aan kabels en leidingen betekenen meestal ook werkzaamheden aan de verharding. De kabels en leidingen liggen immers veelal onder de openbare verhardingen. Afstemming tussen onderhoud en aanleg van kabels en leidingen is noodzakelijk. Het beheerplan vormt hier de basis voor. De Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren (AVOI) heeft een relatie met de openbare ruimte en is een lokale verordening, gebaseerd op een aantal landelijke wetten: elektriciteitswet, gaswet, drinkwaterwet en telecommunicatiewet. Tevens zijn bijvoorbeeld de lokale overeenkomsten concessie stadsverwarming (1983), Electrische voertuig laadpunten (laadpalen), commissie Burgering Nadeelcompensatie Brandkranen (2010) en aanleg glasvezel buitengebied (2019) van invloed op de openbare ruimte.
Riool Riool maakt onderdeel uit van het IBOR, maar heeft haar eigen beleidsplan (Watertakenplan). Het Watertakenplan De Liemers (WTP) 2022-2026 is een integraal beleidsplan voor stedelijk water, riolering en zuivering voor de regio De Liemers. In het watertakenplan hebben de Liemerse waterorganisaties, gemeenten Zevenaar, Duiven en Westervoort en Waterschap Rijn en IJssel hun beleid en plannen verwoord voor hun watertaken als de gemeentelijke zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater en de waterschapstaken voor zuivering en waterhuishouding in het stedelijk gebied. In het plan staan zowel beleidskaders als uitwerkingen voor beheer en de kostendekking. Riool is vaak leidend bij renovaties en reconstructies, omdat dit ondergronds ligt. De planning zal dus in hoofdlijn leidend zijn voor de meerjarenplanning.
Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte 2024-2033
52
Verkeer Het Verkeersplan Westervoort uit 2008 is achterhaald. De bijbehorende uitvoeringsprogramma’s zijn uitgevoerd en er is behoefte aan een nieuwe gemeentelijke visie op mobiliteit. Daarom is de gemeente gestart met het proces om te komen tot een nieuwe mobiliteitsvisie voor de periode tot 2040. Deze visie draagt bij aan een duurzaam bereikbaar Westervoort en faciliteert de mobiliteitstransitie. Er wordt toegewerkt naar een visie met bijbehorend uitvoeringsprogramma om de visie tot uitvoering te kunnen brengen. Bij grootschalige aanpassingen aan infrastructuur wordt zo veel mogelijk aangesloten bij vervangingsopgaven vanuit Riool- of Wegbeheer. De wens bestaat in de organisatie om met een inrittenbeleid aan de slag te gaan. Dit om onnodige verharding van voortuinen te voorkomen (klimaatadaptatie en hittestress), het laden van elektrische auto’s nabij de woning mogelijk te maken, wanneer de inwoner geen eigen oprit heeft en om minder autobezit te stimuleren. In 2023 zijn het nieuwe Parapluplan Parkeren Westervoort en de Parkeernormennota Westervoort 2023 door de raad vastgesteld. Hierdoor is er een actueel beoordelingskader voor parkeren bij nieuwe ontwikkelingen beschikbaar.
Hondenbeleid In de gemeente Westervoort is het hondenbeleid in 2014 geëvalueerd. Dit beleid is door de raad vastgesteld voor de periode 2012-2015. Dit beleid is nog vigerend. Het IBOR vervangt het huidige hondenbeleid niet omdat het hondenbeleid over meer gaat dan het gebruik van de openbare ruimte en de voorzieningen voor honden hierin. Het beheer van de voorzieningen voor honden wordt verder meegenomen in het op te stellen beheerplan na vaststelling van het IBOR. Alle regels rondom honden, vloeiend uit het beleid zijn opgenomen in de Algemene plaatselijke verordening (APV).
Speelbeleid Het speelruimteplan Gemeente Westervoort ‘Lekker naar buiten!’ is vastgesteld in 2019. Het is een beleidsmatig beheer en uitvoeringsplan die aansluit bij de ambities uit dit IBOR. Het plan voorziet in diversiteit, samenspel en ontmoeting. Kwaliteit staat boven kwantiteit. Buurtbewoners en gebruikers worden betrokken bij de inrichting van speelterreinen en is er ruimte voor initiatieven. Door middel van een uitvoeringsplan, met bijbehorende investeringen, worden de komende 15 jaar speellocaties herzien en of heringericht (afgeleid uit de theoretische afschrijvingstermijn).
Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte 2024-2033
53
Bijlage 2 Afschrijvingsbeleid (bijlage 2 pag. 27 uit Nota activerings- en afschrijvingsbeleid 2018 Gemeente Westervoort)
Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte 2024-2033
54