CConstaterende datWestervoort
Koppel je AI →
Document · PDF

20240408-rv-wjziging-verordening-wmo-2024-bijlage-3-raadsbesluit

Raadsvergadering 22 april 2024, gemeente WestervoortBij agendapunt: Wijziging verordening WMO 202422.564 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

RAADSBESLUIT Zaak- & documentnr.

:

Datum besluitvorming :

Z/24/118887/201651025 22 april 2024

__________________________________________________________________________ Onderwerp

:

Wijziging verordening WMO 2024

Samenvatting Op 8 juni 2023 is de nieuwe verordening maatschappelijke ondersteuning in werking getreden. De verordening heeft ervoor gezorgd dat deze weer in lijn was met de wettelijke eisen en de tot dan toe bekende jurisprudentie. Uit een recente uitspraak van de Centrale Raad van Beroep is echter gebleken dat enkele artikelen verouderd zijn en aangepast dienen te worden. Zodoende wordt met voortschrijdend inzicht het voorstel gedaan om de verordening te wijzigen en enkele artikelen aan te passen c.q. te repareren. Als laatste is geconstateerd dat er nog oude verordeningen en beleidsregels gepubliceerd zijn, deze zijn in het verleden niet ingetrokken. De raad besluit 1. De gewijzigde verordening WMO 2024 vast te stellen. 2. De verordening WMO 2023, de verordening individuele studietoeslag 2015, de verordening minimabeleid en reductieregeling 2009, de verordening werkleeraanbod Wet investeren in jongeren 2009 en de subsidieverordening peuteropvang 2017 in te trekken.

1

Verordening maatschappelijke ondersteuning Westervoort 2024 Intitulé Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Westervoort houdende regels omtrent maatschappelijke ondersteuning (Verordening maatschappelijke ondersteuning Westervoort 2024) De raad van de gemeente Westervoort; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 22 april 2024; gelet op de artikelen 2.1.3, 2.1.4, eerste, tweede, derde en zevende lid, 2.1.5, eerste lid, 2.1.6, 2.1.7, 2.3.6, vierde lid, en 2.6.6, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en artikelen 3.8, tweede lid, en 5.4 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015; gezien het advies van de Participatieraad Sociaal Domein Westervoort van 29 januari 2023; overwegende dat   

 

inwoners een eigen verantwoordelijkheid dragen voor de wijze waarop zij hun leven inrichten en deelnemen aan het maatschappelijk leven; van inwoners verwacht mag worden dat zij elkaar daarin naar vermogen bijstaan; het noodzakelijk is om inwoners te ondersteunen als zij beperkingen ondervinden in hun maatschappelijke participatie en zelfredzaamheid en zij niet in staat zijn om op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg, met hulp van het sociale netwerk, met gebruikmaking van algemene voorzieningen of met algemeen gebruikelijke voorzieningen hiervoor een oplossing te vinden; het noodzakelijk is om inwoners met psychische of psychosociale problemen en inwoners die vanwege huiselijk geweld of om andere redenen de thuissituatie hebben verlaten, te ondersteunen bij het zich handhaven in de samenleving als zij hier niet op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg, of met hulp van het sociale netwerk, met gebruikmaking van algemene voorzieningen of met algemeen gebruikelijke voorzieningen toe in staat zijn; het noodzakelijk is om bij verordening regels te stellen met betrekking tot de invulling van de plicht tot ondersteuning; het noodzakelijk is om regels vast te stellen ter uitvoering van het beleidsplan als bedoeld in artikel 2.1.2 van de Wmo 2015 met betrekking tot de ondersteuning bij de versterking van de zelfredzaamheid en participatie van personen met

een beperking of met chronische psychische of psychosociale problemen, beschermd wonen en opvang, en dat het noodzakelijk is om de toegankelijkheid van voorzieningen, diensten en ruimten voor mensen met een beperking te bevorderen en daarmee bij te dragen aan het realiseren van een inclusieve samenleving; het noodzakelijk is om regels vast te stellen over de door het college te verlenen maatwerkvoorzieningen, met betrekking tot de voorwaarden voor toekenning en de wijze van beoordeling van, en de afwegingsfactoren bij een maatwerkvoorziening, over de wijze waarop de toegang tot en de toekenning van een maatwerkvoorziening wordt afgestemd met andere voorzieningen, alsmede de wijze waarop de hoogte van een persoonsgebonden budget (hierna: pgb, wordt vastgesteld, voor de bestrijding 2

van het ten onrechte ontvangen van een maatwerkvoorziening of een pgb alsmede misbruik en oneigenlijk gebruik van de Wmo, en regels ter waarborging van een goede verhouding tussen de prijs voor de levering van een maatwerkvoorziening en de eisen die worden gesteld aan de kwaliteit daarvan. Dit doen we via nadere regels. De tarieven zullen worden opgenomen in een financieel besluit;  de visie van de gemeente is dat inwoners van Westervoort, Loo en Groessen een gezond, betekenisvol en veerkrachtig leven kunnen leiden. Er wordt genoeg ruimte geboden om een bijdrage te leveren aan de maatschappij. Om dit te bereiken stelt de gemeente Westervoort zich open en aandachtig op richting haar burgers. We willen middels dialoog én inspelend op de veranderingen in de maatschappij, komen tot beleid waarin de kansen en mogelijkheden van de burgers altijd het uitgangspunt vormen. Participatie, buurtbetrokkenheid en een positieve leefwereld, mét passende ondersteuning, staan hierin centraal. Hierbij wordt uitgegaan van de volgende uitgangspunten: o o o o o

een individuele voorziening indien nodig; maximaal benutten van de eigen kracht; hulp passend en dichtbij; overheidsparticipatie; inwoner centraal.

besluit: vast te stellen de “Verordening maatschappelijke ondersteuning Westervoort 2024”

Leeswijzer Voor u ligt de verordening maatschappelijke ondersteuning Westervoort 2023, een uitgebreid document waarin de gemeenteraad van de gemeente Westervoort regels stelt over de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. Op sommige onderdelen stelt het college van burgemeester en wethouders nadere regels, welke ook zijn vastgelegd in de Nadere regels maatschappelijke ondersteuning Westervoort 2023. Deze verordening is bedoeld voor alle inwoners van de gemeente Westervoort die een beroep willen doen op een voorziening vanuit de Wmo 2015, die mantelzorg verlenen of op een andere wijze te maken hebben met de Wmo 2015. De verordening is ook bedoeld voor zorgaanbieders, zowel gecontracteerde zorgaanbieders als pgb-aanbieders, waaronder professionele en informele aanbieders. Daarnaast is deze verordening ook van belang voor het college en de betreffende ambtenaren. Op de volgende pagina staat een inhoudsopgave zodat u kunt zien welk onderwerp op welke pagina staat omschreven. In hoofdstuk 1 staan de begripsomschrijvingen geschreven. Hier kunt u de definities van bepaalde termen teruglezen. In hoofdstuk 2 is de toegang tot voorzieningen omschreven. In hoofdstuk 3 staan alle voorzieningen benoemd met de betreffende criteria om ervoor in aanmerking te komen en de eisen die eraan gesteld worden.

Deze drie hoofdstukken zijn voornamelijk van belang voor de inwoners die een beroep op een voorziening op grond van de Wmo 2015 willen doen. Hoofdstuk 4 is geschreven voor de zorgaanbieders, hierin staan de kwaliteitseisen omschreven. In hoofdstuk 5 staan alle regels omschreven over het persoonsgebonden budget (pgb). Hoofdstuk 6 is van belang voor alle inwoners die een voorziening op grond van de Wmo 2015 aanvragen, want hierin staat opgenomen welke eigen bijdragen betaald moeten worden. Hoofdstuk 7 is bedoeld voor de mantelzorgers en de inwoners met een voorziening die een klacht willen indienen of medezeggenschap willen bij de zorgaanbieder of de gemeente. In hoofdstuk 8 staat omschreven hoe de gemeente het misbruik en oneigenlijk gebruik van de Wmo 2015 voorkomt, hierin is alles te lezen over de controle door de toezichthouder en de gevolgen van onrechtmatigheden en fraude. Tot slot staan in hoofdstuk 9 de slotbepalingen opgenomen die voornamelijk van belang zijn voor de gemeente. Als bijlage is er een juridisch kader toegevoegd. Hierin zijn de wetsartikelen van de Wmo 2015 en de uitvoeringsregeling Wmo 2015 opgenomen waarnaar verwezen wordt in deze verordening. 3

Inhoud Hoofstuk 1: Algemene bepalingen.............................................................................................7 Artikel 1.1. Begripsbepalingen ............................................................................................7 Artikel 1.2. Reikwijdte verordening en nadere regels..........................................................9 Hoofdstuk 2: Toegang tot voorzieningen ...................................................................................9 Artikel 2.1. Toegang tot algemene voorzieningen...............................................................9 Artikel 2.2. Melding behoefte aan ondersteuning................................................................9 Artikel 2.3. Cliëntondersteuning ........................................................................................10 Artikel 2.4. Vooronderzoek; indienen persoonlijk plan ......................................................10 Artikel 2.5. Onderzoek ......................................................................................................10 Artikel 2.6. Informeren uitkomsten onderzoek ..................................................................11 Artikel 2.7. Aanvraag ondersteuning .................................................................................11 Artikel 2.8.

Inhoud beschikking .........................................................................................11 Hoofstuk 3: Criteria maatwerkvoorzieningen ...........................................................................12 Paragraaf 3.1 Soorten maatwerkvoorzieningen ...................................................................12 Artikel 3.1. Soorten maatwerkvoorzieningen: ...................................................................12 Paragraaf 3.2 Algemene criteria ..........................................................................................12 Artikel 3.2. Algemene criteria voor een maatwerkvoorziening ..........................................12 Paragraaf 3.3. Criteria activerend werk ................................................................................14 Artikel 3.3.1. Criteria Oriëntatiefase Activerend werk .......................................................14 Artikel 3.3.2. Criteria Activerend Werk ontwikkeling naar trede 3 .....................................14 Artikel 3.3.3. Criteria Activerend Werk ontwikkeling naar trede 4 .....................................14 Artikel 3.3.4. Criteria Activerend Werk ontwikkeling naar trede 5 .....................................15 Artikel 3.3.5. Criteria Activerend Werk stabiel op trede 3 .................................................15 Artikel 3.3.6.

Criteria Activerend Werk stabiel op trede 4 .................................................15 Paragraaf 3.4. Criteria voor begeleiding ..............................................................................15 Artikel 3.4.1. Criteria begeleiding basis Wmo ...................................................................15 Artikel 3.4.2. Criteria begeleiding specialistisch Wmo ......................................................16 Paragraaf 3.5. Criteria beschermd wonen ...........................................................................16 Artikel 3.5.1. Criteria intramuraal beschermd wonen intensief..........................................16 Artikel 3.5.2. Criteria intramuraal beschermd wonen basis...............................................17 Artikel 3.5.3. Criteria groepswonen ...................................................................................18 Artikel 3.5.4. Criteria zelfstandig wonen met begeleiding en beschermingscomponent ...18 Artikel 3.5.7. Criteria Beschermd wonen logeren..............................................................19 Paragraaf 3.6. Groepsbegeleiding .......................................................................................19 Artikel 3.6.1. Criteria Groepsbegeleiding ontwikkeling......................................................19 Artikel 3.6.2.

Criteria Groepsbegeleiding stabiel ...............................................................20 Paragraaf 3.7. Huishoudelijke ondersteuning ......................................................................21 Artikel 3.7.1. Criteria huishoudelijke ondersteuning ..........................................................21 4

Artikel 3.7.2. Criteria combi-ondersteuning thuis ..............................................................21 Artikel 3.7.3. Maatwerkvoorziening Huishoudelijke ondersteuning - eigen regie ..............22 Paragraaf 3.8. Vervoersvoorziening .....................................................................................23 Artikel 3.8.1. Algemene voorwaarden vervoersvoorziening ..............................................23 Artikel 3.8.2 Criteria Collectief Vraagafhankelijk Vervoer (CVV).......................................23 Artikel 3.8.3. Criteria bijzondere fietsen ............................................................................24 Artikel 3.8.4. Criteria scootmobiel .....................................................................................24 Artikel 3.8.5. Criteria autoaanpassing ...............................................................................24 Artikel 3.8.6. Criteria gesloten buitenwagen .....................................................................25 Artikel 3.8.7 Criteria vervoer naar de groepsbegeleiding of activerend werk....................25 Paragraaf 3.9. Woonvoorzieningen ......................................................................................25 Artikel 3.9.1. Algemene criteria woonvoorzieningen .........................................................25 Artikel 3.9.2.

Soorten woonvoorzieningen ........................................................................26 Artikel 3.9.3. Niet verstrekken woonvoorziening ...............................................................27 Artikel 3.9.4 .Terugbetalen bij verkoop woning .................................................................27 Paragraaf 3.10 Verplaatsingsvoorzieningen ........................................................................27 Artikel 3.10.1. Algemene criteria verplaatsingsvoorzieningen ..........................................27 Artikel 3.10.2. Criteria rolstoel ...........................................................................................27 Artikel 3.10.3. Criteria elektrische rolstoel.........................................................................27 Artikel 3.10.4. Criteria sportrolstoel ...................................................................................28 Hoofdstuk 4: Kwaliteitseisen zorgaanbieders ..........................................................................28 Artikel 4.1. Kwaliteitseisen ................................................................................................28 Artikel 4.2.

Verhouding prijs en kwaliteit levering dienst door derden...............................29 Hoofdstuk 5: Pgb beleid ..........................................................................................................30 Artikel 5.1. Voorwaarden pgb............................................................................................30 Artikel 5.2. Pgb voor ondersteuning door een informele aanbieder ..................................31 Artikel 5.3. Beheren van het pgb.......................................................................................31 Artikel 5.4. Pgb wordt niet verstrekt ..................................................................................32 Artikel 5.5. Hoogte van een pgb........................................................................................32 Artikel 5.6. Pgb weigeren en afwijzen ...............................................................................34 Hoofdstuk 6: Bijdrage in de kosten ..........................................................................................34 Artikel 6.1. Bijdrage in de kosten van algemene voorzieningen .......................................34 Artikel 6.2 Bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen..........................................35 Hoofdstuk 7: Mantelzorgers, klachten en medezeggenschap .................................................35 Artikel 7.1.

Waardering mantelzorgers..............................................................................35 Artikel 7.2. Klachtregeling .................................................................................................35 Artikel 7.3. Medezeggenschap bij aanbieders van maatschappelijke ondersteuning .......35 Artikel 7.4. Betrekken van ingezetenen bij het beleid .......................................................36 Hoofdstuk 8: Voorkoming en bestrijding ten onrechte ontvangen maatwerkvoorzieningen en pgb’s en misbruik of oneigenlijk gebruik van de wet ...............................................................36 5

Artikel 8.1. Bestrijding misbruik of oneigenlijk gebruik van de wet....................................36 Artikel 8.2. Aanwijzen toezichthouder ...............................................................................36 Artikel 8.3. Rechtmatigheids- en/of kwaliteitsonderzoek...................................................37 Artikel 8.5. Onderzoek naar aanleiding van calamiteiten en geweld ................................37 Artikel 8.6. Melden nieuwe feiten en omstandigheden .....................................................37 Artikel 8.7. Beëindiging .....................................................................................................38 Artikel 8.8. Herziening en intrekking .................................................................................38 Artikel 8.9. Terugvordering................................................................................................38 Hoofdstuk 9: Slotbepalingen....................................................................................................38 Artikel 9.1. Evaluatie .........................................................................................................38 Artikel 9.2. Hardheidsclausule ..........................................................................................38 Artikel 9.3.

Overgangsbepaling .........................................................................................38 Artikel 9.4. Intrekking ........................................................................................................39 Artikel 9.5. Inwerkingtreding..............................................................................................39 Artikel 9.6. Citeertitel .........................................................................................................39 Ondertekening ..................................................................................................................39 Juridisch kader ........................................................................................................................40

6

Hoofstuk 1: Algemene bepalingen Artikel 1.1. Begripsbepalingen 1. In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. aanbieder: natuurlijke persoon of rechtspersoon die jegens het college gehouden is een algemene voorziening of een maatwerkvoorziening te leveren; b. aanvraag: de aanvraag van of namens een inwoner voor een maatwerkvoorziening; c. aanvrager: de inwoner van de gemeente Westervoort die een aanvraag doet voor een voorziening op grond van de Wmo 2015; d. algemeen gebruikelijke voorziening: voorziening die niet speciaal is bedoeld voor mensen met een beperking en die algemeen verkrijgbaar is en niet of niet veel duurder is dan vergelijkbare producten, diensten, activiteiten of andere maatregelen; e. algemene voorziening; aanbod van diensten of activiteiten dat, zonder of met een beperkt voorafgaand onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de gebruikers, toegankelijk is en dat is gericht op maatschappelijke ondersteuning; f. beschikbaar: de zorgverlener dient binnen afzienbare tijd aanwezig te zijn; g. bereikbaar: de zorgverlener dient telefonisch bereikbaar te zijn; h. bijdrage: zoals bedoeld in artikel 2.1.4, eerste lid, van de wet; i.

calamiteit: een niet-beoogde of onverwachte gebeurtenis, die betrekking heeft op de kwaliteit van de zorg en die tot de dood van of een ernstig schadelijk gevolg voor een cliënt heeft geleid; j. cliëntondersteuner: een persoon die de inwoner helpt bij het regelen van zorg en ondersteuning. De cliëntondersteuner is onafhankelijk en kan bijvoorbeeld bij het gesprek met de gemeente aanwezig zijn, helpen bij het invullen van formuleren of advies geven over het te volgen proces; k. college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Westervoort; l. elementaire woonfuncties: te weten activiteiten die de gemiddelde Nederlander in zijn woning in elk geval verricht. Het gaat daarbij om slapen, lichaamsreiniging, toiletgang en het bereiden en consumeren van voedsel. Voor kinderen komt daarbij het veilig kunnen spelen in de woonruimte; m. fraude: handelen dat opzettelijk in strijd is met de regels, gericht op eigen of andermans (financieel) gewin, waaronder valsheid in geschrifte, bedrog, benadeling van rechthebbenden of verduistering plegen of trachten te plegen ten nadele van de gemeente, met het doel een betaling of ander voordeel te verkrijgen waarop men geen recht heeft of kan hebben; n. financiële tegemoetkoming: een geldbedrag, al dan niet forfaitair of gemaximeerd, bedoeld als bijdrage in de kosten voor een maatwerkvoorziening; o.

gebruikelijke hulp: hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van de echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten; p. gesprek: gesprek in het kader van het onderzoek als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet; q. gespreks- en onderzoeksverslag: de weergave van de adviezen, verwijzingen en afspraken die in samenspraak met de cliënt en zijn mantelzorger zijn gemaakt naar aanleiding van zijn melding, alsmede de beoogde resultaten en de evaluatie daarvan; r. herziening: herziening van een maatwerkvoorziening houdt in dat een maatwerkvoorziening wordt aangepast naar de nieuwe situatie; 7

s. hoofdverblijf: de woonruimte, bestemd en geschikt voor permanente bewoning, waar de inwoner zijn of haar vaste woon- en verblijfplaats heeft en op welk adres de inwoner in de gemeentelijke basisregistratie personen staat ingeschreven of zal staan ingeschreven, dan wel het feitelijk woonadres; t. hulpvraag: behoefte aan maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet; u. informele aanbieder: iemand uit het sociale netwerk van de cliënt die ondersteuning verleent door middel van een pgb; v. ingezetene: inwoner van de gemeente Westervoort volgens de Basisregistratie Personen (BRP); w. intrekking: als een maatwerkvoorziening wordt ingetrokken dan wordt de maatwerkvoorziening met terugwerkende kracht stopgezet. Er was dan in het geheel geen recht op de voorziening; x. maatschappelijke participatie: meedoen in de samenleving, waaronder bijvoorbeeld het volgen van een opleiding, (vrijwilligers)werk of informele zorg. y. melding: bericht aan het college als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet; z.

mantelzorg: hulp ten behoeve van zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen, opvang, jeugdhulp, het opvoeden en opgroeien van jeugdigen en zorg en overige diensten als bedoeld in de Zorgverzekeringswet, die rechtstreeks voortvloeit uit een tussen personen bestaande sociale relatie en niet wordt verleend in het kader van een hulpverlenend beroep; aa. nadere regels: vast te stellen door het college met interne en externe zeggingskracht. bb. onderzoeksgesprek: gesprek in het kader van het onderzoek als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet; cc. ondersteuningsplan: een weergave van de afspraken tussen cliënt en zorgaanbieder over de doelen van de ondersteuning en de wijze waarop getracht wordt deze te bereiken; dd. persoonsgebonden budget (pgb): als bedoeld in artikel 2.3.6 van de wet, zijnde een door het college verstrekt budget aan een cliënt, dat hem in staat stelt de ondersteuning die tot de maatwerkvoorziening behoort van derden te betrekken; ee. pgb-aanbieder: een derde die de cliënt heeft betrokken en waarbij hij ondersteuning inkoopt. Met de pgb-aanbieder wordt zowel de professionele aanbieder als de informele aanbieder bedoeld; ff. pgb-beheerder: een persoon die de belangen van de cliënt behartigt en de aan een pgb verbonden taken uitvoert, indien de cliënt ondersteuning heeft (of wenst te ontvangen) in de vorm van een pgb; gg.

professionele aanbieder: een zorginstelling of een persoon die werkzaam is bij een zorginstelling of werkzaam is als zelfstandige zonder personeel. Deze zorginstelling of persoon staat ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren werkzaamheden ingeschreven in het Handelsregister. De professionele aanbieder beschikt over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken. De professionele aanbieder is geen familielid van de cliënt; hh. schriftelijk: op papier of digitaal (per e-mail); ii. sociaal Loket: toegangsloket van de gemeente voor het Sociale Domein; jj. sociaal netwerk: een netwerk dat bestaat uit familieleden, vrienden, kennissen, collega’s en buren; kk. toezichthouder: een door het college aangewezen persoon of partij die krachtens de bevoegdheden uit hoofdstuk 6 van de Wmo 2015 toezicht uitoefent op naleving van de kwaliteits-,veiligheids,- en rechtmatigheidseisen van de dienstverlening onder de Wmo 2015;

8

ll. voorliggende (wettelijke) voorziening: een voorziening die geboden wordt op grond van andere wet dan de Wmo 2015, bijvoorbeeld op grond van de Jeugdwet, Zorgverzekeringswet, Wet langdurige zorg, Participatiewet; mm.wet: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; nn. zelfredzaamheid: in staat zijn tot het uitvoeren van de noodzakelijke algemene dagelijkse levensverrichtingen en het voeren van een gestructureerd huishouden; oo. zorg in natura (ZIN): de ondersteuning die aan personen wordt geleverd door aanbieders die door de gemeente gecontracteerd zijn in het kader van de Wmo 2015. 2. Alle begrippen die in deze verordening gebruikt worden en niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de wet, het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 en de Algemene wet bestuursrecht. Artikel 1.2. Reikwijdte verordening en nadere regels 1. Deze verordening heeft betrekking op maatschappelijke ondersteuning ten behoeve van inwoners van de gemeente Westervoort. 2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid richt de verordening zich wat betreft maatschappelijke opvang en beschermd wonen op ingezetenen van Nederland die in Westervoort ondersteuning zoeken. 3.

Wanneer de doelgroep te maken heeft met meervoudige domein overstijgende problematiek op het terrein van de Jeugdwet, de Wet maatschappelijke ondersteuning en de Participatiewet draagt het college zorg voor een goede afstemming van de ondersteuning. 4. Het college kan nadere regels vaststellen ter uitvoering van deze verordening.

Hoofdstuk 2: Toegang tot voorzieningen Artikel 2.1. Toegang tot algemene voorzieningen 1. Een algemene voorziening is rechtstreeks toegankelijk zonder voorafgaand onderzoek naar de behoeften en persoonskenmerken van de inwoner. Er vindt geen toegangsbeoordeling plaats door het college, wel kan beoordeeld worden of een inwoner binnen de doelgroep van een algemene voorziening valt. 2. In de gemeente Westervoort zijn onder andere de volgende algemene voorziengingen beschikbaar: a. Dagactiviteiten b. Maaltijdservice c. Bezoek- en opvangservice d. Ontmoeten+ e. Dienstencentrum f. Graag Gedaan g. Servicepunt mantelzorg h. Financieel trefpunt voor ondersteuning bij thuisadministratie en financiën i. Algemene voorziening huishoudelijke ondersteuning j. Algemene vervoersvoorzieningen 3. Het college kan bepalen dat aan de toegang van een bepaalde algemene voorziening lichte voorwaarden zijn verbonden. Voor de beoordeling of de ingezetene aan deze voorwaarden voldoet, mag geen uitgebreid onderzoek naar de persoonskenmerken en behoeften van de aanvrager noodzakelijk zijn. Artikel 2.2. Melding behoefte aan ondersteuning 1. Een hulpvraag kan door of namens een cliënt bij het college of het Sociaal Loket worden gemeld. 9

2. Het college maakt voldoende kenbaar hoe en waar een melding kan worden gedaan. 3. Het college bevestigt de ontvangst van een melding schriftelijk. 4. Na de melding doet het college binnen zes (6) weken onderzoek naar de hulpvraag van de inwoner. 5. Het college draagt er zorg voor dat de cliënt voorafgaand aan het onderzoek tijdig wordt geïnformeerd over de procedure van het onderzoek, de rechten en plichten en de vervolgprocedure. 6. In spoedeisende gevallen als bedoeld in artikel 2.3.3 van de wet treft het college na de melding direct een tijdelijke maatwerkvoorziening voor de duur van maximaal drie (3) maanden (met uitzondering van nagelvaste hulpmiddelen) in afwachting van de uitkomst van het onderzoek. Artikel 2.3. Cliëntondersteuning 1. Het college zorgt ervoor dat ingezetenen een beroep kunnen doen op kosteloze en onafhankelijke cliëntondersteuning, waarbij het belang van de cliënt uitgangspunt is. 2. Het college wijst de cliënt en zijn mantelzorger voor het onderzoek, bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet, op de mogelijkheid gebruik te maken van gratis cliëntondersteuning en verstrekt daarover informatie. Artikel 2.4. Vooronderzoek; indienen persoonlijk plan 1.

Het college verzamelt alle voor het onderzoek, bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet, van belang zijnde en toegankelijke gegevens over de cliënt en zijn situatie en maakt zo spoedig mogelijk met hem een afspraak voor een gesprek. 2. De cliënt toont een identificatiedocument als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage. 3. Als de cliënt genoegzaam bekend is bij de gemeente, kan het college in overeenstemming met de cliënt afzien van een vooronderzoek als bedoeld in het eerste en tweede lid. 4. Het college brengt de cliënt op de hoogte van de mogelijkheid om een persoonlijk plan als bedoeld in artikel 2.3.2, tweede lid, van de wet op te stellen en stelt hem gedurende zeven dagen na de melding in de gelegenheid het plan te overhandigen. 5. Als de cliënt een persoonlijk plan als bedoeld in artikel 2.4, vierde lid, aan het college heeft overhandigd, betrekt het college dat plan bij het onderzoek, bedoeld in artikel 2.5. Artikel 2.5. Onderzoek 1. Naar aanleiding van de melding, bedoeld in artikel 2.2. voert het college een onderzoek uit ter verheldering van de hulpvraag. 2.

Het college onderzoekt in een gesprek tussen de consulent en met degene door of namens wie de melding is gedaan, dan wel diens vertegenwoordiger en waar mogelijk met de mantelzorger of cliëntondersteuner en desgewenst familie, zo spoedig mogelijk en voor zover nodig: Stap 1: wat de hulpvraag is. Stap 2: welke problemen ondervonden worden bij de zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie dan wel het zich kunnen handhaven in de samenleving. Stap 3: welke ondersteuning nodig is naar aard en omvang om een passende bijdrage te leveren aan de zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie, dan wel het zich kunnen handhaven in de samenleving. Stap 4: In hoeverre eigen mogelijkheden, gebruikelijke hulp, mantelzorg, ondersteuning door andere mensen uit het sociale netwerk en voorliggende en algemene voorzieningen de nodige hulp en ondersteuning kunnen bieden. Stap 5: Slechts voor zover die mogelijkheden ontoereikend zijn dient het college een maatwerkvoorziening te verlenen. Voor zover het onderzoek naar

10

de nodige ondersteuning specifieke deskundigheid vereist zal een specifiek deskundig oordeel en advies niet kunnen ontbreken. 3. De cliënt dan wel diens vertegenwoordiger verschaft het college de gegevens en schriftelijke documenten die voor het onderzoek nodig zijn en waarover hij redelijkerwijs de beschikking kan krijgen. 4. Het college kan in overleg met de cliënt besluiten het onderzoek, bedoeld in het eerste lid, geheel of gedeeltelijk achterwege te laten, als het college op basis van voorafgaande dossieronderzoeken, bekendheid met de cliënt en zijn actuele situatie, over voldoende inzicht beschikt in de ondersteuningsbehoefte. Artikel 2.6. Informeren uitkomsten onderzoek 1. De cliënt ontvangt een schriftelijke weergave van het onderzoek (het gespreksen onderzoeksverslag). Opmerkingen of latere aanvullingen van de cliënt worden aan het verslag toegevoegd. 2. Het college informeert de cliënt over welke bijdragen in de kosten de cliënt met toepassing van het bepaalde bij of krachtens artikel 2.1.4 van de wet verschuldigd zal zijn, en de mogelijkheden om te kiezen voor de verstrekking van een pgb, waarbij de cliënt in begrijpelijke bewoordingen wordt ingelicht over de gevolgen van die keuze. Artikel 2.7. Aanvraag ondersteuning 1.

Een aanvraag voor een maatwerkvoorziening wordt door een cliënt schriftelijk ingediend nadat het onderzoek is uitgevoerd, of na verloop van de onderzoeksperiode door middel van een door het college vastgesteld aanvraagformulier. 2. Het verslag zoals bedoeld in artikel 2.6 lid 1 wordt bij de aanvraagprocedure betrokken. 3. Het college dient binnen twee (2) weken na het ontvangen van de aanvraag een besluit op deze aanvraag te nemen. Het besluit wordt vastgelegd in een beschikking die wordt verzonden aan de inwoner. Artikel 2.8. Inhoud beschikking 1. In de beschikking tot verstrekking van een maatwerkvoorziening wordt in ieder geval aangegeven of deze als voorziening in natura of als pgb wordt verstrekt en wordt tevens aangegeven hoe bezwaar tegen de beschikking kan worden gemaakt. 2. Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in natura wordt in de beschikking in ieder geval vastgelegd: a. wat de te verstrekken voorziening is; b. welke aanbieder de ondersteuning gaat verlenen; c. wat de gestelde doelen en/of resultaten zijn; d. wat de ingangsdatum en duur van de verstrekking is; e. in welke vorm de voorziening wordt verstrekt, en f. indien van toepassing, welke andere voorzieningen relevant zijn of kunnen zijn. 3. Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb wordt in de beschikking in ieder geval vastgelegd: a.

wat de te verstrekken voorziening is; b. welke aanbieder de hulp gaat verlenen; c. wat de gestelde doelen en/of resultaten zijn; d. welke kwaliteitseisen gelden voor de besteding van het pgb; e. wat de hoogte van het pgb is en hoe hiertoe is gekomen; f. wat de ingangsdatum en duur is van de verstrekking waarvoor het pgb is bedoeld,

11

g. welke voorwaarden aan het pgb verbonden zijn; en h. de wijze van verantwoording van de besteding van het pgb. 4. Als sprake is van een te betalen bijdrage wordt de cliënt daarover in de beschikking geïnformeerd.

Hoofstuk 3: Criteria maatwerkvoorzieningen Paragraaf 3.1 Soorten maatwerkvoorzieningen Artikel 3.1. Soorten maatwerkvoorzieningen: 1) Activerend werk a. Oriëntatiefase activerend werk b. AW ontwikkeling naar trede 3 c. AW ontwikkeling naar trede 4 d. AW ontwikkeling naar trede 5 e. AW stabiel op trede 3 f. AW stabiel op trede 4 2) Begeleiding a. Begeleiding basis Wmo b. Begeleiding specialistisch Wmo 3) Beschermd wonen a. Intramuraal beschermd wonen intensief b. Intramuraal beschermd wonen basis c. Groepswonen met intensieve begeleiding d. Zelfstandig wonen met intensieve begeleiding e. Bed & Break f. Logeren 4) Groepsbegeleiding a. Groepsbegeleiding ontwikkeling b. Groepsbegeleiding stabiel 5) Huishoudelijke ondersteuning a. Huishoudelijke ondersteuning b. Combi-ondersteuning thuis 6) Voorzieningen a. Vervoersvoorzieningen b. Woonvoorzieningen c. Verplaatsingsvoorzieningen

Paragraaf 3.2 Algemene criteria Artikel 3.2. Algemene criteria voor een maatwerkvoorziening 1. Een cliënt komt in aanmerking voor een maatwerkvoorziening: a. ter compensatie van de beperkingen in de zelfredzaamheid of participatie die de cliënt ondervindt, voor zover de cliënt deze beperkingen naar het oordeel van het college niet kunnen worden verminderd of weggenomen: i. op eigen kracht; ii. met gebruikelijke hulp; iii. met mantelzorg; iv. met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk; v. met gebruikmaking van algemeen gebruikelijke voorzieningen; vi. met gebruikmaking van algemene voorzieningen; vii. met gebruikmaking van voorliggende (wettelijke) voorzieningen.

12

De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten van het in artikel 2.5. bedoelde onderzoek, een passende bijdrage aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid of participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven, en /of b. ter compensatie van de problemen bij het zich handhaven in de samenleving van de cliënt met psychische of psychosociale problemen en de cliënt die de thuissituatie heeft verlaten. Of in verband met risico’s voor zijn veiligheid als gevolg van huiselijk geweld, voor zover de cliënt deze problemen naar het oordeel van het college niet op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van algemene voorzieningen kan verminderen of wegnemen. De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten van het in artikel 2.5 bedoelde onderzoek, een passende bijdrage aan het voorzien in de behoefte van de cliënt aan beschermd wonen of opvang en aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld zich zo snel mogelijk weer op eigen kracht te handhaven in de samenleving. 2.

Als het college van oordeel is dat een cliënt zijn hulpvraag redelijkerwijs van te voren had kunnen voorzien en met zijn beslissing had kunnen voorkomen, kan het college besluiten dat de cliënt niet in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening met betrekking tot zelfredzaamheid of participatie. 3. Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is ter vervanging van een eerder door het college verstrekte voorziening, wordt deze slechts verstrekt als de eerder verstrekte voorziening technisch is afgeschreven, a. tenzij de eerder verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de cliënt zijn toe te rekenen; b. tenzij de cliënt geheel of gedeeltelijk tegemoet komt in de veroorzaakte kosten, of c. als de eerder verstrekte voorziening niet langer een oplossing biedt voor de behoefte van de cliënt aan maatschappelijke ondersteuning. 4. Geen maatwerkvoorziening wordt verstrekt: a. als de inwoner niet in de gemeente Westervoort woont, met uitzondering van beschermd wonen en maatschappelijke opvang; b. indien de noodzaak tot ondersteuning voor de inwoner redelijkerwijs vermijdbaar is of was; c. indien deze voorziening niet noodzakelijk was geweest wanneer de inwoner rekening had gehouden met de reeds bestaande beperkingen, niet verband houdende met de overgang naar een volgende levensfase; d.

als de inwoner al een voorziening heeft gekregen en de afschrijvingstermijn van deze voorziening nog niet voorbij is, tenzij de inwoner de voorziening niet meer heeft of deze kapot is gedaan zonder dat de inwoner hier iets aan kon doen; e. indien de aanspraak niet is vast te stellen doordat de inwoner of zijn huisgenoten en/of vertegenwoordigers niet of onvoldoende voldoen aan de verplichtingen als bedoeld in artikel 2.5 lid 3; f. indien de noodzaak tot het treffen van de voorziening het gevolg is van een verhuizing waartoe op grond van beperkingen bij de zelfredzaamheid en participatie, geen aanleiding bestond en er geen andere belangrijke reden aanwezig was voor deze verhuizing; g. voor zover er aan de zijde van de belanghebbende geen sprake is van aantoonbare meerkosten in vergelijking met de situatie voorafgaand aan het optreden van de beperkingen waarvoor de voorziening wordt aangevraagd; h. voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de belanghebbende voorafgaand aan het moment van aanvragen heeft gemaakt; i. voor zover aanspraak bestaat op een voorliggende voorziening; 13

j.

ten behoeve van zelfredzaamheid en participatie indien er geen sprake is van geobjectiveerde beperkingen vastgesteld aan de hand van reguliere onderzoeksmethoden; k. indien er ondersteuning is aangevraagd die zal worden verleend buiten Nederland, tenzij het college na voorafgaande goedkeuring van oordeel is dat het inzetten van ondersteuning buiten de landsgrenzen een bijdrage levert aan het behalen van het beoogde resultaat, dat niet in Nederland kan worden behaald. 5. Het college kan bij nadere regeling een uitwerking van het begrip ‘gebruikelijke hulp’ vaststellen. 6. Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is, verstrekt het college de goedkoopst adequate voorziening.

Paragraaf 3.3. Criteria activerend werk Artikel 3.3.1. Criteria Oriëntatiefase Activerend werk 1. Het traject is erop gericht om cliënten die zich op trede 1 t/m 4 van de participatieladder bevinden inzicht te geven in de wensen en mogelijkheden ten aanzien van werk. 2. Oriëntatiefase Activerend werk omvat persoonlijke begeleiding van de cliënt die is gericht op het geven van het beoogde inzicht en advies. Naar behoefte kunnen tijdens het traject de volgende zaken ingezet worden: a. vaststellen van de mogelijkheden ('wat kan ik en waar liggen mijn mogelijkheden') b. proefplaatsingen (maximaal 24 uur per traject) c. groepstrainingen en inzet leer-werkloket. 3. De persoonlijke begeleiding wordt gegeven door een professional op minimaal hboniveau. Artikel 3.3.2. Criteria Activerend Werk ontwikkeling naar trede 3 1. De cliënt bevindt zich bij de start van het traject op trede 1 of 2 van de participatieladder. Het traject is erop gericht dat de cliënt zich ontwikkelt naar trede 3 van de participatieladder. 2. De cliënt voert aan het einde van het traject taken uit met lage werkdruk, weinig eigen verantwoordelijkheid en/of zelfstandigheid. De begeleider is op de werkplek of nabij. 3. Dit arrangement omvat trajectbegeleiding en werkzaamheden inclusief bijbehorende begeleiding, waardoor cliënt een bijdrage kan leveren op de werkplek. 4.

Activerend werk is gericht op het ontwikkelen van talenten, mogelijkheden, het bieden van structuur en aanzet tot werknemersvaardigheden van de cliënt conform de afgesproken doelen. Artikel 3.3.3. Criteria Activerend Werk ontwikkeling naar trede 4 1. De cliënt bevindt zich bij de start van het traject op trede 1, 2 of 3 van de participatieladder. Het traject is erop gericht dat de cliënt zich ontwikkelt naar trede 4 van de participatieladder. 2. De cliënt voert aan het einde van het traject voor de aanbieder zelfstandig werkzaamheden of taken uit. Er is sprake van (enige mate van) verantwoordelijkheid en werkdruk en/of de opbrengst van de cliënt heeft economische waarde. De begeleider is deels op afstand. 3. Dit arrangement omvat trajectbegeleiding en werkzaamheden inclusief bijbehorende begeleiding, die bijdragen aan het verrichten van onbetaald werk. 4. Gericht op (het ontwikkelen van) de talenten en mogelijkheden van de cliënt en het opdoen en/of versterken van werknemersvaardigheden en arbeidsritme en van basisvakvaardigheden conform de afgesproken doelen.

14

Artikel 3.3.4. Criteria Activerend Werk ontwikkeling naar trede 5 1. De cliënt bevindt zich bij de start van het traject op trede 1, 2, 3 of 4 van de participatieladder. Het traject is erop gericht dat de cliënt zich ontwikkelt naar trede 5 van de participatieladder. 2. De cliënt heeft aan het einde van het traject betaald werk, eventueel met aanvullende uitkering en/of instrumenten van UWV of Werk & Inkomen (gemeente) of is gestart met een beroepsopleiding met studiefinanciering. De begeleider is op afstand. 3. Dit arrangement is gericht op het onderhouden van werknemers- en vakvaardigheden, het voorbereiden op deelname arbeidsmarkt of beroepsopleiding conform de afgesproken doelen. Artikel 3.3.5. Criteria Activerend Werk stabiel op trede 3 1. Het gaat om het behouden of versterken van de mate van participatie. 2. De cliënt participeert op het maximum van zijn kunnen op trede 3 van de participatieladder met een lage werkdruk en weinig eigen verantwoordelijkheid. De begeleider is op de werkplek of nabij. 3. Activerend werk stabiel op trede 3 omvat begeleiding en werkzaamheden waardoor cliënt een bijdrage kan leveren op de werkplek. 4. Activerend werk stabiel op trede 3 sluit aan op talenten en mogelijkheden van de cliënt en het bieden van structuur conform afgesproken doelen. Artikel 3.3.6. Criteria Activerend Werk stabiel op trede 4 1.

Het gaat om het behouden of versterken van de mate van participatie. 2. De cliënt participeert op het maximum van zijn kunnen op trede 4 van de participatieladder en voert zelfstandig werkzaamheden of taken uit. Er is sprake van (enige mate van) verantwoordelijkheid en werkdruk en/of de opbrengst van de cliënt heeft economische waarde. De begeleider is meer op afstand. 3. Omvat begeleiding en werkzaamheden waardoor cliënt onbetaald werk kan doen. 4. Activerend werk stabiel op trede 4 sluit aan op de talenten en mogelijkheden van de cliënt. 5. Activerend werk stabiel op trede 4 is gericht op het behouden/versterken van werknemers- en basisvakvaardigheden en op het behouden/verstreken van arbeidsritme conform afgesproken doelen.

Paragraaf 3.4. Criteria voor begeleiding Artikel 3.4.1. Criteria begeleiding basis Wmo 1. Begeleiding basis is gericht op: a. Cliënten activeren en aanbrengen van dagstructuur. b. Cliënten stabiel houden: op orde brengen of handhaven van de situatie. c. Oefenen en inslijpen/toepassen van praktische vaardigheden samen met de cliënt om achteruitgang te voorkomen. d. Ondersteunen bij het regelen/overnemen van dagelijks/praktische bezigheden (financiën, dagstructuur, zelfstandig wonen, participatie, sociale contacten, gezondheid/persoonlijke verzorging, e.d.). e. Ondersteuning mantelzorg. 2. Begeleiding basis is bedoeld voor: a. Cliënten met alleen een verstandelijke, lichamelijk/somatische of geriatrische beperking. b. Cliënten vanuit de doelgroep GGZ en NAH, al dan niet in combinatie met een verstandelijke beperking, waarbij sprake is van een zelfredzaamheidsvraagstuk en waarbij het merendeel van onderstaande criteria van toepassing is. c. Cliënt vertoont gedrag dat redelijk constant is. d. Bij beperkt regieverlies en/of beperkte gevolgen voor het dagelijks leven. 15

3.

4.

5.

e. Situatie is redelijk voorspelbaar. f. Cliënt is nog redelijk actief. g. Cliënt heeft redelijk inzicht in eigen beperking/ziekte. h. Stabiel medicatiegebruik. Begeleiding basis Wmo wordt uitgevoerd door een professional met een afgeronde opleiding op minimaal mbo-3 niveau op het gebied van richting Zorg en Welzijn, waarbij de inhoud en opzet van de opleiding aansluiten bij de hulpverlening die de professional levert binnen het product. Deze professional met mbo-3 niveau werkt onder aansturing van een professional met minimaal een afgeronde opleiding op minimaal mbo-4 niveau/ beginnend hbo-niveau in een gelijke richting Zorg en Welzijn, waarbij de inhoud en opzet van de opleiding aansluiten bij de hulpverlening die de professional levert binnen het product. Het opstellen van een ondersteuningsplan wordt uitgevoerd door een professional met minimaal een afgeronde opleiding op mbo-4/ beginnend hbo-niveau opleiding richting Zorg en Welzijn, waarbij de inhoud en opzet van de opleiding aansluiten bij de hulpverlening die de professional levert binnen het product.

Artikel 3.4.2. Criteria begeleiding specialistisch Wmo 1. Begeleiding specialistisch is gericht op: a. Blijven meedoen in de maatschappij bij ernstig regieverlies, en/of. b. het overbruggen tot een behandelingstraject. c. het methodisch trainen van vaardigheden volgend op behandeling. d. ontwikkelingsgericht trainen van vaardigheden met behulp van methodische interventies. 2. Begeleiding specialistisch is bedoeld voor cliënten vanuit de doelgroep GGZ en NAH, al dan niet in combinatie met een verstandelijke beperking, waarbij sprake is van een zelfredzaamheidsvraagstuk en het merendeel van onderstaande criteria van toepassing zijn: a. Cliënt vertoont zeer regelmatig onvoorspelbaar gedrag. b. De situatie is onvoorspelbaar; de cliënt is zeer snel (psychisch) uit balans (met bijvoorbeeld psychoses tot gevolg). c. Bij ernstig regieverlies en grote gevolgen voor het dagelijks leven. d. Cliënt is veelal passief / zeer beperkt actief. e. Cliënt heeft geen of beperkt ziekte-inzicht. f. Cliënt moet nog leren omgaan met veranderingen in bijvoorbeeld medicatiegebruik. 3.

Door de complexiteit en hoge mate van instabiliteit van de situatie wordt de voorziening Begeleiding specialistisch Wmo uitgevoerd door een professional met een afgeronde hbo-opleiding richting Zorg en Welzijn, waarbij de inhoud en opzet van de opleiding aansluiten bij de hulpverlening die de professional levert binnen het product.

Paragraaf 3.5. Criteria beschermd wonen Artikel 3.5.1. Criteria intramuraal beschermd wonen intensief 1. Inwoners met (complexe) psychische en/of psychosociale problemen (eventueel in combinatie met een licht verstandelijke beperking) die (tijdelijk) niet in staat zijn om zelfstandig te wonen en waarbij permanente nabijheid (24 uur per dag) van ondersteuning noodzakelijk is. Dit, omdat de inwoner (tijdelijk) niet in staat is om zelf de regie te voeren over meerdere leefgebieden. Daarbij ontbreekt veelal inzicht in de

16

2.

3.

4.

5.

problematiek en de impact ervan op de omgeving. Bij onverwachte gebeurtenissen kan de problematiek verergeren. Het begeleidingsdoel is gericht op het zo zelfstandig mogelijk kunnen functioneren binnen een beschermde setting. Het behouden en aanleren van vaardigheden is gericht op meedoen in de samenleving. Daar komt bij dat de begeleiding zich richt op het bijsturen en corrigeren van gedragsproblemen en het (verder) ontwikkelen van strategieën om hiermee om te gaan. Er wordt gemiddeld 15 uur per week individuele ondersteuning, passend bij de inwoner, in korte of lange momenten geleverd. Een deel van de ondersteuning kan groepsgewijs plaatsvinden. Wekelijks is er (tussen inwoner en aanbieder) afstemming over doelen en het persoonlijk plan. De ondersteuning wordt geboden door een vast team van professionals met een afgeronde opleiding op mbo-4 richting Zorg en Welzijn en/of afgeronde opleiding op hbo-niveau richting Zorg en Welzijn. Daarbij is minimaal één professional met een afgeronde opleiding op hbo-niveau richting Zorg en Welzijn die de regie voert over de ondersteuning en die de noodzaak van opschaling en mogelijkheid van afschaling kan vaststellen. Aanvullend is bij Intramuraal beschermd intensief tenminste ook een sociaal psychiatrisch verpleegkundige (op afroep) inzetbaar bij de ondersteuning van cliënten.

Artikel 3.5.2. Criteria intramuraal beschermd wonen basis 1. Intramuraal beschermd wonen basis is bedoeld voor Inwoners met (complexe) psychische en/of psychosociale problemen (eventueel in combinatie met een licht verstandelijke beperking), die (tijdelijk) niet in staat zijn om zelfstandig te wonen en waarbij permanente nabijheid (24 uur per dag) van ondersteuning noodzakelijk is. Dit, omdat de cliënt tijdelijk niet in staat is om zelf de regie te voeren over meerdere leefgebieden. Daarbij ontbreekt veelal inzicht in de problematiek en de impact ervan op de omgeving. 2. Het begeleidingsdoel is gericht op het zo zelfstandig mogelijk functioneren, gericht op maximale persoonlijke ontplooiing, onder andere door middel van een zinvolle daginvulling, zoals (vrijwilligers)werk en/of opleiding. Het (h)erkennen van de eigen problematiek en het (verder) aanleren van vaardigheden hebben daarop betrekking. Dit binnen een setting die bescherming biedt. 3. Er wordt uitgegaan van gemiddeld 12 uur per week ondersteuning voor de duur van het ingezette product. Het kan hier gaan om korte en/of lange contactmomenten. Een deel van de ondersteuning kan groepsgewijs plaatsvinden. Maar wekelijks zijn er minstens drie individuele contactmomenten (tussen inwoner en aanbieder), waar onder andere afstemming over doelen en het persoonlijk plan plaatsvindt. 4.

De ondersteuning wordt geboden door een vast team van professionals met een afgeronde opleiding op mbo-4 richting Zorg en Welzijn en/of afgeronde opleiding op hbo-niveau richting Zorg en Welzijn. Daarbij is minimaal één professional met een afgeronde relevante opleiding op hbo-niveau richting Zorg en Welzijn betrokken die de regie voert over de ondersteuning en die in geval van op- en afschaling kan signaleren de noodzaak van opschaling en mogelijkheid van afschaling kan vaststellen. 5. Er is minimaal één professional met een afgeronde opleiding op mbo-4 niveau richting Zorg en Welzijn gedurende de dag en avond, 7 dagen per week, aanwezig op de locatie. Daarnaast is er 's nachts een professional met een afgeronde opleiding op mbo-4 niveau richting Zorg en Welzijn in de wijk aanwezig (slaapwacht), die binnen maximaal 10 minuten fysiek op de woonlocatie kan zijn om ondersteuning te bieden.

17

Artikel 3.5.3. Criteria groepswonen 1. De doelgroep die gebruik maakt van groepswonen zijn inwoners met (complexe) psychische en/of psychosociale problemen (eventueel in combinatie met een licht verstandelijke beperking), die (tijdelijk) niet in staat zijn om zelfstandig te wonen. De inwoner ervaart problemen op meerdere levensgebieden en heeft intensieve ondersteuning nodig, zowel gepland als (veelvuldig) ongepland, waardoor het noodzakelijk is dat ondersteuning 24 uur per dag beschikbaar is. Er is behoefte aan een vorm van Groepswonen (kleinschalig) in verband met problemen in het organiseren van de dagstructuur. 2. Het ondersteuningsdoel is gericht op het aanleren en/of versterken van vaardigheden die nodig zijn om zo zelfstandig mogelijk te functioneren en te participeren. De inwoner ervaart meerwaarde van het groepswonen door het contact met medebewoners en de gedeeltelijke groepsgewijze ondersteuning. 3. Niet de setting, maar de individuele hulpvraag van de inwoner bepaalt of het laag, midden of hoog tarief wordt ingezet. Het onderscheid wordt gemaakt in de bandbreedte in ondersteuning groep/ individuele uren. Daarbij geldt het volgende: a. Groepswonen laag Gemiddeld aantal uren: ruim 7 uur ondersteuning per week. b. Groepswonen midden Gemiddeld aantal uren: 9 uur ondersteuning per week. c. Groepswonen hoog Gemiddeld aantal uren: 11-12 uur ondersteuning per week. 4.

Het product Groepswonen wordt in principe voor een periode van maximaal 2 jaar ingezet, met als doel doorstroming naar (begeleid) zelfstandig wonen. 5. De ondersteuning wordt geboden door een vast team van professionals met een afgeronde opleiding op mbo-4 richting Zorg en Welzijn en/of afgeronde opleiding op hbo-niveau richting Zorg en Welzijn. Daarbij is minimaal één professional met een relevante afgeronde opleiding op hbo-niveau richting Zorg en Welzijn betrokken die de regie voert over de ondersteuning en die de noodzaak van opschaling en de mogelijkheid tot afschaling kan vaststellen. 6. De aanbieder levert door middel van een beroepsgeschoolde professional met een afgeronde opleiding mbo-4 richting Zorg en Welzijn ondersteuning op geplande en ongeplande momenten (zo nodig op meerdere momenten per dag). De ondersteuning is 7 dagen per week, 24 uur per dag direct bereikbaar (binnen 5 minuten telefonisch/digitaal) en zo nodig op afroep fysiek beschikbaar (binnen 30 minuten). Artikel 3.5.4. Criteria zelfstandig wonen met begeleiding en beschermingscomponent 1. Deze voorziening is bedoeld voor inwoners met (complexe) psychische en/of psychosociale problemen (eventueel in combinatie met een licht verstandelijke beperking), die (tijdelijk) niet in staat zijn om zelfstandig te wonen.

De inwoner ervaart problemen op meerdere levensgebieden en heeft intensieve ondersteuning nodig, zowel gepland als (veelvuldig) ongepland waardoor het noodzakelijk is dat ondersteuning 24 uur per dag beschikbaar is. 2. De inwoner huurt of bezit zelf een woning/kamer. In de praktijk betekent dit dat de inwoner een (on)zelfstandige woonruimte huurt van bijvoorbeeld een woningbouwcorporatie of een particuliere verhuurder. 3. Het ondersteuningsdoel is gericht op het aanleren en/of versterken van vaardigheden die nodig zijn om zo zelfstandig mogelijk te functioneren en te participeren. Indien een netwerk van de cliënt in beeld is, wordt deze betrokken bij de hulpverlening. Als er geen netwerk in beeld is of het is afwezig, dan werkt de aanbieder samen met de inwoner aan het ontwikkelen van een netwerk. Naast de zorg op afspraak en afroep heeft de aanbieder een belangrijke signalerende rol. Deze signalerende rol vervangt het 'toezicht' dat inwoners binnen een intramurale setting ontvangen. De aanbieder signaleert terugval en zet adequate zorg in. De aanbieder maakt hierover afspraken 18

met de inwoner (bijvoorbeeld hoe te handelen als de inwoner afspraken niet nakomt/de deur niet opent). 4. De aanbieder levert door middel van een beroepsgeschoolde professional met een minimaal afgeronde opleiding op mbo-4 niveau richting Zorg en Welzijn ondersteuning op geplande en ongeplande momenten (zo nodig op meerdere momenten per dag). De ondersteuning begeleiding is 7 dagen per week, 24 uur per dag direct bereikbaar (binnen 5 minuten) en zo nodig beschikbaar (binnen 30 minuten). Artikel 3.5.7. Criteria Beschermd wonen logeren 1. Deze voorziening is bedoeld voor inwoners met een beschermd wonen indicatie (intramuraal of extramuraal) die in de afgelopen twee jaar een beschermd wonen indicatie hebben gehad. Het betreft inwoners die vanwege hun beperking(en) tijdelijk intensiever toezicht en ondersteuning nodig hebben en/of even op grond van de signalerende functie van de aanbieder in een andere omgeving moeten verblijven (rust, escalatie etc). De inwoner heeft een eigen woonplek. Het logeren is nodig om een terugval te voorkomen en het korte verblijf staat in het teken van tot rust komen en weer een stabiele situatie bereiken. 2. Het logeren heeft als doel terugvalpreventie en de inwoner een tijdelijke plek te bieden waardoor de inwoner op adem kan komen. 3. Vragen van mantelzorgers om respijt vallen hier niet onder.

Mantelzorgers kunnen geen aanvraag voor Logeren indienen voor een naaste. 4. Gedurende het verblijf kan de cliënt gebruik maken van bijbehorende ondersteuning op geplande en ongeplande momenten 24 uur per dag (24-uurs bereikbaarheid, indien noodzakelijk beschikbaarheid). De ondersteuning is erop gericht om zo snel mogelijk weer terug te keren naar de eigen woonplek. 5. Een logeerplek kan in totaal maximaal 28 dagen aaneengesloten plaatsvinden (met een maximum van 2 x per jaar). 6. De kosten voor het verblijf en de begeleiding vallen onder dit product. Voor dit product worden bij de inwoner geen extra kosten in rekening gebracht. Afhankelijk van de setting (intramuraal/extramuraal) moet de inwoner zelf de kosten dragen voor ontbijt, lunch en een warme maaltijd.

Paragraaf 3.6. Groepsbegeleiding Artikel 3.6.1. Criteria Groepsbegeleiding ontwikkeling 1. Groepsbegeleiding is begeleiding in groepsverband die overdag plaatsvindt, op een locatie buiten de woonsituatie. 2. Groepsbegeleiding bestaat uit activiteiten waarbij de vaardigheden van een cliënt worden getraind of onderhouden zodat de cliënt zo lang mogelijk zelfstandig thuis kan blijven wonen. Het gaat hierbij om vaardigheden met betrekking tot het uitvoeren van de noodzakelijke algemene dagelijkse levensverrichtingen en het voeren van een gestructureerd huishouden. Een belangrijke afweging om voor groepsbegeleiding te kiezen is dat ingeschat wordt dat begeleiding van de cliënt in een groep ook effectief is, maar tegen lagere kosten de gestelde doelen kunnen worden behaald. 3. Groepsbegeleiding ontwikkeling is bedoeld voor cliënten met verstandelijke, zintuiglijke, lichamelijke, psychische en/of geriatrische (dementie) beperking, waarbij sprake is van een zelfredzaamheidsvraagstuk en: a. Die de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt of; b. Die de pensioengerechtigde leeftijd niet hebben bereikt en waarvoor Activerend Werk niet passend is of; c. Waarvan de mantelzorger structureel te zwaar belast is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westervoort&id=98e1cb37-c473-4327-8792-ccb85241c6a0